Agendabundel
Tekst van het document
Prima dus om dit te faciliteren, maar wat ons betreft dus vooral de goede fietsverbindingen, in te zetten op de fiets en voor langere afstanden volwaardig OV. We hebben deze discussie natuurlijk ook gevoerd rondom Wilderszijde. Mijn voorgangers pleitten voor het niet weg pesten van auto’s. Die discussie herken ik. Gaan we niet steunen. We zullen daar dezelfde lijn volgen op Wilderszijde. Ik denk dat het goed is om scherpe keuzes te maken om Lansingerland juist duurzaam en toekomstvast bereikbaar te houden. Dan komen we bij het tweede uitgangspunt, onze mobiliteit moet duurzamer worden. Terecht dat we hier voor een duurzame aanpak kiezen. Hier zijn we erg blij mee. Ik kan me nog herinneren, dat we een paar jaar geleden een debat hadden met wethouder Fortuyn over fietsen. Dat was een moeizaam debat, het kwam maar niet van de grond, we merkten weinig ambitie op dit vlak. Ik kan me zelfs nog herinneren, dat de heer Fortuyn zei, dat je in beleid niet kan wonen, we moesten aan de slag. Als ik dan deze visie lees en dan let op die discussie, dan heeft de wethouder inderdaad een slag gemaakt. Daar zijn we blij mee. We zijn er blij mee, dat hij inziet, dat de mobiliteit duurzamer moet worden. Dan de moderne vervoersoplossingen. Het past heel erg in onze gedachte om op zoek te gaan naar innovatieve ideeën. Daar mogen we als gemeente wat ons betreft stappen in maken.
Ik denk dat ons goederenvervoer daar best wel een mooie kans voor biedt. De heer Van der Stelt haalde dat terecht aan, het mist een beetje in dit verhaal. Dat is niet alleen het pakketvervoer, maar we wonen midden in een tuinbouwgebied. Als je ziet hoeveel vrachtwagens er repeterend van kas naar locatie X rijden, dan zie ik prachtige kansen om dat met geautomatiseerd vervoer te doen. Wellicht liggen er mooie kansen met onze innovatieve tuinbouwcluster. Verantwoordelijkheid nemen en anderen stimuleren. Terecht, als je vindt dat we duurzamer moeten zijn, dan moet je je verantwoordelijkheid zelf nemen. Dat moet je dan ook uitstralen en anderen stimuleren. Wat ons betreft is dat het stimuleren van meer fietsgebruik en meer OV-gebruik. De prioriteitenladder, het laatste punt, kunnen we voor een groot deel goed volgen. Een paar dingen niet helemaal. De heer Blonk haalde terecht aan, dat hij op bepaalde punten het OV belangrijker naar voren wil halen, bij kernencentra en ook bij woonwijken. Daar kunnen wij van harte mee instemmen. Maar ook in de buitengebieden en bedrijventerreinen. We vragen ons af of OV daar ook een plek kan hebben. Ik snap dat het OV nu met corona spannend is, maar we praten over een visie tot 2040. Iets met kleine busjes, elektrische busjes richting allerlei bedrijventerreinen zou zomaar eens mooi OV kunnen zijn.
Misschien is het een nog wel belangrijker vervoermiddel dan de brandstofauto. Wat wij missen, ik ben blij dat de VVD het aanhaalde en ook met een amendement komt, is verkeersveiligheid. Dat is toch waar veel van onze inwoners dagelijks tegenaan lopen. Eigenlijk het uitgangspunt op dat gebied mist. Er zijn veel punten opgepakt, maar we hebben inderdaad ook vaak gehoord, dat de rest opgepakt wordt in de mobiliteitsvisie. Dus een zesde uitgangspunt is, denk ik, een goede. Wij zullen dat ook van harte steunen. Ik wil afsluiten. Een prima visie wat ons betreft. Als ik zo hoor, kan een ieder er van harte mee instemmen. Maar, zoals de wethouder eerder aangaf, dat je in beleid niet kunt wonen: de visie moet concreet gemaakt worden. Die stap moet snel gemaakt worden, want de knelpunten in onze gemeente
31/42
qua bereikbaarheid en veiligheid nemen toe. Het lijkt nu even weg, omdat er wat minder verkeer is, maar dat gaat zeker weer gebeuren. We missen wel de knelpunten, die mensen elke dag zien. We verwachten van de gemeente dat daar op geacteerd wordt. Kortom: wij zien uit naar de vertaalslag van deze visie op de Lansingerlandse werkelijkheid. En wat gaat deze visie concreet betekenen in het oplossen van de knelpunten? Welke maatregelen durven we te nemen? Ik denk dat dat best spannend wordt. Ik hoor iedereen zeggen: die visie onderstrepen we. Maar als het om concrete maatregelen gaat, dan wil ik nog wel eens zien of we nog steeds eensgezind met elkaar optrekken. Ik hoop uiteraard van harte, maar we zien het graag snel gebeuren, dat er snel een concrete visie ligt, waarmee we aan de slag kunnen. Ook daar een oproep om alle toezeggingen van de afgelopen maanden mee te nemen. Het college heeft de afgelopen maanden de neiging gehad om alles te verwijzen naar visies, bij de woonvisie kwam het ook al aan bod, maar loop al die lijsten eens een keer langs en neem het allemaal mee. Ik kan me herinneren, dat bij het fietsverkeer in Berkel oost werd gezegd: dat nemen we mee in de mobiliteitsvisie. Die ligt er nog niet, maar ik verwacht dat dat soort dingen terug komen. De heer Van As noemde ook wat punten. Kortom: prima visie, een mooie slag richting duurzaamheid maken we met elkaar.
Ik denk dat we echt op die manier werken aan een duurzaam en toekomstbestendig Lansingerland. Maar we zien vooral ook uit, naar een snelle, concrete uitwerking. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Met (…) reizigersaantallen, reizigerspatronen, de frequentie of zelfs de beschikbaarheid van lijnen vindt D66 logisch. Ook D66 verwacht dat trends in aantallen en groei weer terug zullen keren, al kan dat nog jaren duren. De invloed op het OV in onze regio wordt echter op een ander moment c.q. schriftelijk nog besproken. In de uitgangspunten voor de mobiliteitsvisie kan D66 zich goed vinden. Een logische en complete opbouw van trends, die zich hebben vertaald in de uitgangspunten. Er worden veel keuzes gemaakt, waar D66 zeer positief over kan zijn. Een korte opsomming. Mobiliteit duurzamer en gezonder, het stimuleren van keten- en deelmobiliteit, de ladder van 12 naar 6, waaronder meer ruimte voor fiets en openbaar vervoer. De economische en sociale bereikbaarheid blijven faciliteren. Ofwel, het woon/werkverkeer in de regio alsmede naar onze recreatiegebieden, waar we allen met plezier gebruik van maken.
Inzet op bereikbaarheid middels hoogwaardig vervoer, verbetering van vervoer tussen de kernen en de centra op basis van fijnmazig vervoer, want we constateren terecht steeds meer onderlinge verbindingen en relaties tussen de kernen en we willen dat iedereen overal aan kan deelnemen. Maar bij de vertaling van de trends en de uitgangspunten mist D66 nog wel een aantal punten. Een groot gedeelte van de uitgangspunten is gericht op onszelf, echter, er zijn veel relaties met de regio. We missen in de uitgangspunten deze relatie en de manier van omgang, die wij voorzien met de regio. Hoe zetten we in op een regionaal fietsnetwerk, OVsystemen en autonetwerken? Wij zien dit graag in de definitieve uitwerking. Veiligheid wordt genoemd, ingrepen in de maximum snelheden worden genoemd, maar beide op verschillende plekken in het document. Ze worden niet direct in combinatie getrokken. Bij een aardig aantal wijken in Lansingerland ervaren inwoners overlast van de gebiedsontsluitingswegen. Te denken valt aan ervaren snelheden, geluid en fijnstof. D66 ziet in de definitieve uitwerking graag oplossingen hiervoor. Zoals we in 2019 al aangaven, mag er wat ons betreft gekeken worden naar een nieuw te introduceren wegcategorie binnen Lansingerland, te noemen: wijkontsluitingsweg.
Daarbij de inrichting passend op de omgeving, ofwel de wijken, maar ook een meetlat anders dan die geldt voor gebiedsontsluitingswegen. In Delft is hiermee geëxperimenteerd en men is er heel tevreden. Hoe staat de wethouder hier tegenover? Of is dit iets wat we met andere fracties als voorstel toe kunnen voegen? Verder constateren we, dat niet alleen de mobiliteitsvisie aan vernieuwing toe is, maar ook de nota parkeernormen gemeente Lansingerland. Hoewel ze formeel uit elkaar gehouden kunnen worden, staan ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Parkeergelegenheden versus loopafstanden. Hoe doen we dat met deelmobiliteit en laadfaciliteiten bij nieuwe en bestaande wijken als we de parkeernormen laten zoals deze zijn? Is dat te verenigen met doelen, die we stellen in de mobiliteitsvisie? Graag verneem ik van het college wanneer de parkeernormen aan bod zijn en of de mobiliteitsvisie zich daar ook op kan richten. Verder wordt er gesproken over de trend in informatietechnologie en hoe dat ons reizen beïnvloedt middels meer informatie die beschikbaar komt. Wat niet wordt besproken zijn trends en het toepassen van sensoren en algoritmes, die ons leven kunnen verbeteren middels al deze informatie.
Zo kunnen we in het verkeer signalen geven aan weggebruikers of verkeersregels afdwingen, zoals variabele snelheden ten behoeve van de veiligheid, fijnstof of doorstroming op basis van live-data op basis van verkeer of het weer. Daarnaast wordt er geen aandacht geschonken aan de autonoom rijdende auto. Op het horti science park wordt weliswaar gedacht aan licht autonoom openbaar vervoer en sinds de eeuwwisseling experimenteert men er al mee bij de Kralingse Zoom. Met een mobiliteitsvisie op 2040 verwacht D66 op zijn minst hier iets over terug te lezen. De luxere auto’s kunnen nu al autonoom inparkeren, zonder dat iemand in de auto zit. Wat voor invloed kan dat hebben op de buitenruimte qua fysieke maatvoering? Hoe zit het dan met die nota parkeernormen? De autonoom rijdende auto heeft invloed op ons lokaal. In Duitsland rijdt in enkele stadscentra al licht elektrisch gedeeld vervoer autonoom binnen de steden. We lezen het graag terug in de mobiliteitsvisie. Als laatste hebben we nog wel een bezwaar op de prioritering van vervoerstypen versus locatietypen, zoals beschreven op blz.8. Volgens mij is dat vergelijkbaar aan L3B.
32/42
Wat betreft de centra: we zien een discrepantie tussen de doelstelling om vervoer tussen de kernen te verbeteren versus de lage prioritering van openbaar vervoer in de centra. We vernemen graag van het college een verklaring hiervoor. Ook begrijpen wij niet de keuze bij bestaande woonwijken om ook hier het OV de laagste prioriteit mee te geven. Is dat wellicht omdat het college van mening is, dat bestaande wijken reeds een goed OV hebben? D66 ziet de prioritering graag gelijk aan die van nieuwbouwwijken. Tot zover onze bijdrage. De heer Duk, GL: Laat ik nou eens niet de kritische persoon zijn, die ik soms moet zijn, en zeggen dat ik echt blij word van dit stuk. Meer aandacht voor wandelaars, fietsers en OV, minder voor fossiele auto’s, daar maakt de wethouder deze GL’er nou echt blij mee. Deze route is ook heel hard nodig. Er komen steeds meer mensen in Lansingerland wonen, zoals we net hebben besproken. En de wegen zijn nu op sommige plekken al veel te druk met auto’s. Omdat we ervoor hebben gekozen maar een beperkt aantal winkelcentra te hebben en er ook niet heel veel wegen tussen de kernen en naar buiten de gemeente zijn, zullen die steeds drukker gaan worden als we niet inzetten op andere vormen van vervoer. Meer van hetzelfde zorgt voor meer van dezelfde problemen. Meer auto’s betekent meer files, meer stank, meer herrie en meer ongelukken.
Meer inzetten op wandelen en fietsen doet dat niet en bevordert bovendien de gezondheid van de mensen. Meer openbaar vervoer zorgt voor hogere frequenties en dus meer gemak. Daarnaast kunnen door in te zetten op deelfietsen en –scooters steeds meer plekken bereikt worden met het openbaar vervoer, waarbij de laatste kilometer dan op een andere manier kan worden gereisd. Dat er ook problemen zijn met deelfietsen en deelscooters is in deze gemeente gebleken. We moeten als gemeente daarom kijken of we er bij het inrichten van wijken rekening kunnen houden door bijvoorbeeld vaste stallingsplekken in de centra te creëren. Uiteraard blijft onze fractie van mening, dat er meer ruimte moet komen voor andere vormen van vervoer dan de auto, dat betekent het bevorderen van deze vormen, maar ook kaders stellen aan die auto. Dat zal betekenen, dat we niet meer altijd voldoende parkeerplekken op kleine afstand kunnen aanbieden, maar wel dat er dan ruimte is voor een fiets of dat er bij de verdere plekken een deelfiets of –scooter staat. Wil je dichtbij parkeren, dan mag daar best de portemonnee voor worden getrokken. Gras gaat inderdaad niet harder groeien door eraan te trekken, zoals u kunt zien. Maar wel door het voldoende water te geven en zo nu en dan wat mest. De auto zal niet uit het straatbeeld verdwijnen, maar dat betekent niet dat de aantallen gaan groeien.
Dat betekent dus dat we nu de focus leggen bij fiets, voetganger en OV en die dus daarom water en mest geven. De heer Blonk geeft aan, dat het OV binnen 400 meter van de winkelcentra moet stoppen. De dichtstbijzijnde halte voor de bus in Berkel ligt nu op meer dan 1.000 meter en dat moet inderdaad echt anders. Er zijn zorgen over de wekelijkse boodschappen, die met de fiets niet mogelijk zouden zijn, maar die deel ik niet. Ik ben een alleenstaande vader zonder rijbewijs en winkel graag vanwege de corona zo min mogelijk. Ik kan u gerust stellen: zelfs zonder mijn bakfiets lukt me dat uitstekend met mijn herenfiets met fietstassen. De heer Blonk geeft verder aan, dat hij niet vermoedt dat het thuiswerken zal blijven bestaand. De meeste deskundigen op het gebied van kantoorhuisvesting bestrijden dat. Er zal meestal voor een paar dagen naar het werk gegaan worden en de rest vanuit huis worden gewerkt. De balans gaat anders liggen dan voor corona. Graag zie ik nog meer aandacht voor het vrachtvervoer, zoals het CDA aangaf, maar dan vooral op zaken als Holland Rail Terminal. Al met al ben ik dus erg tevreden over de uitgangspunten voor een prachtige, nieuwe visie. De route hiernaartoe moet ik wel nog even bespreken. Binnen een week na de beeldvorming, waar het college wilde horen hoe de raad dacht over mobiliteit lag dit stuk al bij het college.
Mijn vermoeden is groot, dat de inzichten, die het college heeft opgehaald op die avond niet in dit stuk zijn meegenomen. Ergens ben ik daar erg blij mee, omdat het erg veel punten van GL heeft overgenomen, maar de vraag is wat er is gebeurd met die punten, die het college heeft opgehaald. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Het vorige mobiliteitsplan liep over de periode 2009 tot 2020 en is dus heel hard aan vervanging toe. Ook gezien de technologische ontwikkelingen en de overstap, die we maken naar een deeleconomie. Het werd al benoemd door collega’s. Een voorbeeld hiervan zijn de elektrische scooters. Het college presenteert 3 trends en 5 uitgangspunten, die de basis zijn voor de nieuwe visie en deze visie vormen. Het zijn punten, die we grotendeels herkennen uit verschillende beeldvormende avonden, die we hebben gehad, maar het is ook allemaal heel erg globaal omschreven. De PvdA-fractie vraagt zich af of deze uitgangspunten voor de ontwikkeling van de mobiliteitsvisie echt tot een fundamentele discussie gaan leiden of de uitdaging waarvoor wij m.b.t. de mobiliteit in 2030 en 2040 zullen staan. Juist in deze sector, verkeer en vervoer, zijn revolutionaire ontwikkelingen gaande, die tot een totaal ander mobiliteitsbeeld zullen gaan leiden in de toekomst. Daar moeten we zeker op inspelen.
In tegenstelling tot de WIJ-fractie vindt mijn fractie juist wel, dat we moeten kijken naar de 2040 horizon, anders is het snel achterhaald, als we nu iets gaan bedenken wat maar 10 jaar stand houdt. Een voorbeeld is vergaande digitalisering van bestuurbare auto’s. De collega van D66 benoemde het ook al. Dit verbetert de verkeersveiligheid en maakt het mogelijk om met veel meer auto’s tegelijk op een weggedeelte te rijden. Misschien verdwijnt de auto voor de voordeur en regelen wij in de toekomst een auto on (..) demand. Dat heeft effect op de inrichting van je gemeente. Dat werd ook al door collega’s benoemd.
33/42
Ook de betekenis van OV zal ingrijpend veranderen, omdat er steeds meer alternatieven komen, zoals elektrische fietsen, waterstof en elektrische auto’s en zelfs elektrisch vliegen. Ik zie zomaar voor mij, dat wij ons in de toekomst in drones verplaatsen, in die zin, dat de auto eens helemaal vervangen zal worden. Het op den duur verdwijnen van overlast, zorgen voor duurzaam vervoer en bereikbaarheid met OV en het vergroten van de verkeersveiligheid zijn belangrijke uitgangspunten voor de nieuwe mobiliteitsvisie. Net als in alle eerdere visies. Daar staat de PvdA-fractie natuurlijk achter. Maar wat we problematisch vinden, is dat deze uitgangspunten nog te veel uitgaan van de huidige situatie en te weinig van wat we nodig hebben in 2040. We moeten dus echt vooruit denken over hoe de wereld van verkeer en vervoer er in 2030 en 2040 uit gaat zien, veel meer rekening houden met genoemde innovaties. Hoe gaan we daar nu op voorsorteren? Hiervoor bieden de gepresenteerde uitgangspunten nog te weinig aanknopingspunten. We lopen dus het risico, dat we dan teveel vanuit de bestaande kaders en ervaring blijven praten en dus de echt nieuwe mobiliteit niet zien en daardoor kansen missen.
Ons eerste punt vanuit onze fractie, op basis van wat ik net zei, uitgangspunt 3, daar kunnen we wat aan verbeteren, we werken aan moderne vervoersoplossingen, zou de basis moeten zijn van alle uitgangspunten. De innovaties bepalen namelijk hoe de wereld er in de toekomst uit ziet. Dat moet je vanuit gaan. Ons tweede punt, waar we iets aan willen verbeteren of veranderen: de onderdelen van de uitgangspunten zijn wel heel erg voorzichtig geformuleerd. Dat kan daadkrachtiger. Ik citeer: we kijken wat de markt nodig heeft. Dat willen wij veranderen of verbeteren naar: zorgen dat we ruim op tijd weten wat de markt nodig heeft. Ik citeer weer: daarbij kijken we ook naar doelgroepen, die specifieke oplossingen nodig hebben. Daarvan kan je maken: daarbij zorgen we voor specifieke oplossingen voor speciale doelgroepen. Daadkracht en doortastendheid zijn dus echt nodig. Een derde punt, wat mijn fractie mist, is een uitgangspunt over betaalbaarheid van vervoer. Dat kan zijn openbaar vervoer, maar ook duurzaam vervoer. Hoe zorgen we ervoor, dat vervoer betaalbaar blijft voor iedereen in de toekomst? Dat komt niet sterk uit in deze visie. Hoe kijken andere fracties tegen deze punten aan? Daarnaast onderschrijf ik als vierde punt ook nog eens het betoog van de heer Van As om verkeersveiligheid als apart punt op te nemen in deze nota van uitgangspunten. Dank u wel.
De voorzitter: Er zijn de nodige items naar voren gekomen. Ik noem maar het openbaar vervoer naar voren halen, het proces van wat we kunnen verwachten de komende maanden. Is dat allemaal realistisch. Hoe zit het met 2030? Of is het 2040. Allerlei items als parkeren, parkeernorm, de auto worden toch wel zeer naar voren gehaald. Het openbaar vervoer is naar voren gebracht. De toezeggingen, welke in de loop van de maanden, de afgelopen tijd, allemaal zijn gedaan, worden die allemaal meegenomen? Ook de relatie met de regio hoor ik. Dan de fiets en het voetgangersgebeuren, dat komt bij zeer velen naar voren. Wat ik ook nog zelf hoorde: de innovaties, die allemaal over ons heen komen. Alles wat naar voren gebracht is, zou dat iets daadkrachtiger kunnen zijn? Hoe zit het met de bereikbaarheid van het vervoer voor een ieder? Gaan we met kleinere busjes rijden of zitten we toch nog steeds in die grote bussen? Zomaar een paar items, misschien vergeet ik er een paar, maar u zult ze allemaal genoteerd hebben. Meneer Fortuyn, aan u. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Dank u wel, ik ben blij dat u een resume van een aantal vragen geeft. Ik heb ook de meeste wel opgeschreven. Ik wil toch maar even beginnen bij het begin. Nogmaals gezegd, wat je ook in de woonvisie ziet: dit is een uitgangspuntennotitie.
Die uitgangspuntennotitie is een soort afwegingskader, die je gaat gebruiken bij de ontwikkelingen, die we de komende jaren met elkaar gaan zien. Het ‘wat’ gaan we concreter maken in de mobiliteitsvisie. WIJ zat heel erg op de visie. Ik hoor heel veel uitvoeringsprocessen en –vragen langs komen, die wij overigens goed horen. Het zou raar zijn, als we daar niet goed naar luisteren. Om dat ook te laten landen in de mobiliteitsvisie. Dat is wel van belang. Maar er zitten wel heel veel wat en hoe vragen in. Even terug naar deze uitgangspuntennotitie. Deze is anders dan de woonvisie. Hoe kan dat nou? Bij de woonvisie hebben we in ieder geval een aantal vaststaande gegevens. De demografische ontwikkeling, die zien we, we weten dat er vraag is. We kunnen natuurlijk wisselen, meer voor ouderen, meer voor jongeren, meer starters, meer sociaal of meer vrijstaand. Dat is een discussie, die je straks in gaat vullen. Maar dat zijn concrete gegevens, die je weet. Wat we nu in de mobiliteitsvisie doen, is inspelen op trends. Het is mij een groot genoegen, dat de trends die genoemd worden, zoals de groei van onze mobiliteit, het verduurzamen en de nieuwe mobiliteit, dat dat door iedereen gedragen wordt. Wat je nu ziet, is dat wij gaan inzoomen op dat verhaal, dat is toekomstgericht. Daarom doen wij een aantal keer de term: het is adaptief en het is ook maatwerk.
Dat geeft u voldoende ruimte bij ontwikkelingen in bestaand of in nieuwbouw, daar uw inbreng te kunnen leveren. Maar wij moeten wel een aantal uitgangspunten hebben. We moeten over corona heen denken. Dan krijgen we de discussie: geen rekening houden met thuiswerken. Een ander zegt: we gaan echt niet meer 5 dagen reizen. Wie zal het zeggen? Dat wijst de praktijk uit, maar we houden er wel rekening mee, dat de wereld in reizen er anders uit gaat zien. Dat geldt ook voor het OV, maar het geldt ook voor de wijze waarop we gaan reizen. Daar moeten we gewoon rekening mee houden.
34/42
Maar je moet wel een afwegingskader hebben om met elkaar op de middellange termijn al stappen te kunnen zetten. U heeft al stappen gezet in Berkel en Rodenrijs met een grote voorziening voor fietsparkeren. We hebben geen uitbreiding gedaan voor autoparkeren, om een dwarsstraat te noemen. We krijgen straks de discussie, niet meer over Wilderszijde, want die hebben we in principe achter de rug, tenzij het hele thema straks weer op de wagen gaat, maar daar hebben we ook gekeken: kunnen we niet anders omgaan met deelmobiliteit, laadpalen? Hoe kunnen we eventueel adaptief straks het aantal parkeerplaatsen verminderen ten behoeve van fietsparkeren? Zo ga je om met deze uitgangspunten. We krijgen zo Wolfend en we krijgen ook nog Bleiswijk. We krijgen Lange Vaart, we krijgen Merenweg. Dus we krijgen in al die woningbouwprogrammeringen zo ook deze uitgangspunten, die moeten in samenhang bekeken worden. Dan het laatste, niet het allerlaatste. We hebben ook nog een omgevingsvisie per 1 januari 2022 vast te stellen. Al deze zaken hangen met elkaar samen. Dat is ook het antwoord op de heer Van As, die eigenlijk zegt: we hadden allang die visie willen hebben. Dat gold ook even voor de woonvisie. Maar we kunnen met elkaar de zaken niet los individueel bespreken en bediscussiëren. Het heeft een samenhang met elkaar.
Als wij ruimte willen hebben of minder verlies willen maken in de woningbouw, dan betekent het, dat je misschien meer moet gaan verdichten. Dat betekent inleveren in ruimte. Maar je wilt ook voldoen aan klimaatadaptatie. Je wilt ook wateropvang doen. Kortom, we moeten breder denken dan alleen maar mobiliteit, alleen maar woonvisie of alleen maar duurzaam. Even de inhoud. Ik wilde het kader toch even schetsen, omdat dit wel van belang is, want het één heeft invloed op het ander. Er is gesproken over het gevoel alsof de auto eruit gedrukt wordt. Dat is niet de bedoeling. We gaan er wel rekening mee houden, dat het autogebruik op een andere manier op termijn ingevuld gaat worden. Is het altijd noodzakelijk om twee auto’s te hebben? Ja, bij sommige huishoudens wel. Er zijn huishoudens, die het niet nodig hebben. Er zijn huishoudens, die alleen op de fiets gaan. Het hangt ook van je woningbouwprogrammering af. Wat woont daar? Daar hangt ook je OV van af. We hebben niet de bedoeling om alleen met grote bussen tussen de kernen te rijden, we willen namelijk maatwerk voeren. Maatwerkvervoer is het fijnmazige deel. Als ik inga op de vragen, de ladder, L3B kwam daar mee: wij willen bij de ladder het OV hoger op de lijst hebben staan. Dat kan. Daar is op zich niets op tegen.
Het is natuurlijk kijken of we daar invulling aan kunnen geven om in de kernen, maar ook bij de centra, om OV dichter bij de centra te brengen. Dat is ook mijn wens, graag. Maar dat neemt niet weg, dat we naar al die elementen kijken: fietsen, lopen, kernen, OV, deelauto of eventueel auto. Alle mobiliteiten komen wel aan de orde. In de mate waarop die ingevuld worden, dat is maatwerk en adaptief. Als wij kijken naar de ladder, dan kijken we daar nu bij nieuwbouw anders naar, wellicht, dan in bestaand. Die vraag werd gesteld door de heer Van der Stad, OV op 400 meter, ja, dat kan je wel willen, maar in veel bestaande kernen is dat niet wenselijk, want we willen namelijk ook verkeersveiligheid hebben. Over de Oosteindseweg wil je liever de bus niet meer hebben, om maar een dwarsstraat te noemen. De Oosteindseweg in Bergschenhoek. Dus in bestaande wijken hebben we een heel andere uitdaging met elkaar dan eventueel in nieuwbouw. We moeten wel proberen die ladder zo in te vullen, dat we in nieuwbouwwijken dit als uitgangspunten nemen en moeten kijken wat voor effect dat heeft. Ik wil dat wel graag met elkaar afspreken. Ten aanzien van de veiligheid. Ik haal niet voor niets de omgevingsvisie erbij. In de omgevingsvisie en ook in de mobiliteitstransitie zal natuurlijk veiligheid prioritair zijn. Dat geldt ook voor de 30 km. De discussie loopt al, binnen de bebouwde kom alles 30 km.
Er wordt ook gesproken over verkeersveiligheid. Die zaken komen terug, ook in de omgevingsvisie. Het zal ook hier een plaats gaan krijgen. Veiligheid gaat zeker een plaats krijgen. Als het fietsgebruik gaat toenemen, dan betekent dat dat je in moet grijpen in de andere mobiliteiten, die invloed hebben op de fietsveiligheid. Of op het lopen. Die samenhang moet er sowieso komen. Waar we het hier over hebben, zijn de uitgangspunten, de ladder, zoals die hier neergezet is, die we hanteren bij de mobiliteiten, die wij zien. Daar speelt innovatie ook een heel grote rol bij. Als wij praten over innovatie, dat werd ook door de heer Xhemaili gezegd, meneer Van der Stelt kwam er ook mee, slimmer vervoer, ketenmobiliteit, logistiek. Ja, logistiek gaat een steeds belangrijkere rol spelen. Het aan huis brengen: we kijken nu nog naar de DHL busjes en de Post.Nl busjes, maar dat zien we al veranderen. DHL gaat binnenstedelijk met bakfietsen werken. Coolblue gaat ook steeds meer met bakfietsen met elektrische ondersteuning werken. Je ziet ook, dat de toeleveranciers steeds meer maatschappelijk verantwoord gaan ondernemen en steeds meer hun insteek op logistiek gaan doen. Dat geldt ook voor de logistiek voor de tuinbouw. We doen mee als MRDH aan de cargoloop. Dat is feitelijk een hele snelle buis, waarin je pallets kan vervoeren van A naar B.
Dan zou je kunnen denken vanuit het Westland naar Schiphol of vanuit het Oostland naar Schiphol, of whatever. Al die innovaties gaan ons beïnvloeden een traject, dat we met elkaar ingaan. Nogmaals, we praten hier over trends. Ze zijn veel minder hard ten aanzien van de woningbouw en de visie, die we bij het vorige bespreekpunt hebben gehad. De vraag van WIJ m.b.t. de samenhang, waarom geen 2030, waarom 2040. Een visie schrijf je meestal over een langere termijn uit. 20 jaar is niet ongebruikelijk. Omdat wij hem adaptief houden, omdat de ontwikkelingen zo verschrikkelijk snel gaan, praten wij constant over adaptief en maatwerk. We zullen daar op in moeten spelen. In bestaande woonwijken en in nieuwbouwwijken moet je wel uitgangspunten hanteren, waarvan je verwacht dat die uit gaan komen. Daarvoor is die lange horizon bedoeld. Als we naar Bleizo west kijken, of die er nou wel of niet komt, dan zal je een heel ander regime hebben, want
35/42
je zit namelijk bij station Lansingerland, je hebt de ZoRo rail, die naar Rotterdam gaat, je hebt daar een heel andere ontsluiting, de horti science campus, Dutch Innovation Park, we experimenteren daar al met automatisch vervoer. Dat geldt ook voor de bereikbaarheid van bedrijventerreinen. Dus ja, het is keuzes maken, zoals ook de CU aangaf. Je moet keuzes maken om uiteindelijk wel die richting in te kunnen slaan. Met de wetenschap dat de technologische ontwikkelingen hard gaan en dat het trends zijn, die wij nu voorzien. Om nog op een aantal vragen in te gaan: ja, het is waar, deze wethouder heeft inderdaad een aantal jaar geleden een draai gemaakt, dat klopt. Hoe komt dat nou? Omdat ik heel veel in verkeer en vervoer zit, ook bij de MRDH. De regionale inbedding, daar werd ook naar gevraagd, daar houden we rekening mee. De heer Van der Stad kwam daar mee. Wij zijn binnen MRDH verband al regionaal verbonden. Als wij naar de metro E-lijn kijken, de keervoorziening is al aangelegd. Dat we er op dit moment niet zoveel aan hebben om de frequentie te verhogen, maar het is inmiddels ingezet. Dat wij met elkaar gaan stimuleren, dat we spits rijden, scholen, studenten, werkgevers gaan benaderen, om meer spreiding te krijgen om effectiever met het openbaar vervoer om te gaan, dat loopt al.
Dat wij werken aan ketenmobiliteit, dat je via apps kan regelen, dat je je rit vanaf huis tot aan bestemming al kan reserveren en kan variëren met een deelfiets voor de deur of een deelscooter tot en met het openbaar vervoer en een deelauto, die aan de andere kant van de lijn staat om u verder te brengen. Al die dingen worden wel allemaal meegenomen in dit proces. Die draai van de wethouder klopt ook wel, want ik zie zelf ook wel, dat dit realiteit is. Ik zie dat de ontwikkelingen razendsnel gaan. Er is zojuist aangegeven, dat er meer tweedehands auto’s zijn verkocht, dat klopt. Dat was ook om onafhankelijk te zijn van OV om naar je werk te kunnen. Dit laat onverlet dat we daar straks weer een andere normering voor krijgen. We zien ook een enorme toename van fietsverkoop, met name met een elektronische ondersteuning. Daarin werken wij ook binnen de MRDH mee samen. We zijn bezig met metropolitane fietsroutes, denk maar aan het Berkels Dijkje, denk aan de Landscheiding, denk aan de ontwikkeling van de Alexanderpolder, Berkel en Rodenrijs richting Delft. Zo zijn er allerlei grote knooppunten, die met elkaar op andere wijze gefaciliteerd gaan worden. Dat dit effect heeft op de buitenruimte: ja. Want het wordt druk op de fietspaden. Dan zal je opnieuw ruimtelijk moeten kijken met elkaar: hoe gaan we dan met die auto om? Je zal elke keer je afweging moeten maken.
Belangrijk is, dat wij met elkaar, de ladder zoals die voorgesteld is, als een richtsnoer gebruiken bij elke ontwikkeling, die wij de komende jaren met elkaar gaan invullen. Dan kom ik ook bij meneer Xhemaili uit: daadkracht en doortastendheid. Ja, dat ligt wel bij u. Wij willen het wel stimuleren, wij willen het inbedden, maar het ligt wel bij de besluitvorming van de raad. U bent kaderstellend in de onderliggende zaken, die straks bij u langs komen. Dat is uiteraard als wij met de visie zelf komen en ook hoe wij in de uitwerking samen aan de slag gaan. Ik kan kijken of ik nog wat vragen vergeten ben, maar ik denk dat ik de meeste zaken wel gehad heb. Eéntje nog niet, dat zijn de winkelcentra en het gratis parkeren. Moet je dat in een woonvisie opnemen? Ik weet het niet. Wij moeten gewoon de parkeervoorzieningen organiseren. Of dat gratis blijft of niet, dat vind ik een politieke keuze, die eigenlijk nu niet aan de orde is. Ik denk ook niet, dat het in de woonvisie thuis hoort. De wijkontsluiting en gebiedsontsluiting, dat komt in de omgevingsvisie. En veiligheid wordt nog een hele discussie op zich. Dan denk ik, dat ik het meeste wel gehad heb. Mocht dat niet zo zijn, dan hoor ik het graag in de tweede termijn.
Tweede termijn De heer Blonk, L3B: Ik vond het wel grappig, dat de wethouder het de laatste twee minuten alleen maar over de woonvisie had, hij bedoelde natuurlijk de mobiliteitsvisie, dat was vast een verspreking. Verkeersveiligheid, daar zeker aandacht aan besteden. De VNG heeft daar ook ideeën over gelanceerd, die neerkomen op nul verkeersdoden in 2040. Zeker gaat daar in de periode tot 2040 slimme techniek een rol spelen. Zodra het mogelijk is de introductie van, sorry voor het engels, intelligent speed adaptation. Daar is de VNG ook al mee bezig. Je auto krijgt dan een begrenzing van snelheid in bepaalde gebieden. Dat zal er zeker zijn over 10 of 20 jaar. De fysieke inrichting van wegen van 30 km is dan niet meer nodig en dat scheelt bakken geld, maar daar hebben we nu niets aan. We moeten nu die verkeersveiligheid zeker nog regelen op de techniek van heden ten dage. L3B gaat niet akkoord met het beperken van parkeerruimte in woonwijken bij winkelcentra. Zeker ook geen parkeerplaatsen opheffen in bestaande wijken. Het staat er nog steeds in en ik heb de wethouder niet horen zeggen, dat hij dat gaat veranderen, dus daar overwegen wij een amendement. Er werd een opmerking gemaakt over het thuiswerken. Ik zei: dat zal wel weer terug komen.
In oost Azië heb je een jaar of 8 geleden dat SARSvirus gehad, ook vergelijkbaar met dit, was ook een gigantische ellende daar, alleen heeft dat niet ons in Europa bereikt. Daar was na 3 jaar alles weer op het oude niveau. Dan heb ik het over werken, over OV en dat soort zaken. Waarom zou dat dan nu niet zo zijn, met het vaccineren, wat ik net aangegeven heb? Dan de winkelcentra, het parkeren. De heer Duk ging daar op in. Het is nu zo: het is verboden om supermarkten met veel parkeerruimte langs de in- en uitvalswegen te bouwen, zoals in veel andere landen gebruikelijk is. Daar willen we ook zeker niet heen, omdat dat de doodsteek voor gezellige winkelcentra is. Dus voldoende parkeerruimte bij die winkelcentra is echt nodig, dat moet ook gratis zijn, ondanks dat de heer Fortuyn zegt, dat het een politiek item is. Dat zij dan maar zo, dan is het vast
36/42
maar weer even gezegd hier. Over het autobezit is gezegd: afgelopen jaar zijn er enorm veel tweedehands auto’s verkocht. Ik heb even terug gekeken: het aantal personenauto’s op 1 januari 2020: 7,7mln particuliere personenauto’s en 1mln op naam van een bedrijf. Dus 8,6 miljoen personenauto’s. De heer Duk: De heer Blonk daagt mij zo uit, dat ik het niet kon laten om hier even op te reageren. De heer Blonk lijkt hier aan te geven, dat hij denkt dat op het moment dat supermarkten op uitgangswegen staan, dat er dan minder auto’s nodig zijn om daarheen te gaan. Ik begrijp die redenatie niet. Ik heb de heer Blonk dat al eerder horen zeggen. Maar juist op het moment, dat ze op uitvalswegen staan, dan wordt de afstand tot de woning toch juist hoger en wordt de kans dat je dat niet te voet maar met de auto doet juist groter? De heer Blonk: Daar heeft u me verkeerd begrepen of ik heb het verkeerd gezegd. In het buitenland liggen die grote supermarkten aan in- en uitvalswegen. Daar kan je parkeren, van alles kan je neerzetten daar. Dat willen wij niet, daar wil ik ook niet naartoe hier, want dat is de doodsteek voor je centrum, maar het betekent wel, dat als je die grote winkels in je centra wilt houden, dat je wel moet zorgen voor voldoende parkeerruimte. In die relatie heb ik dat gezegd.
De heer Duk: Is het dan niet veel logischer om in te zetten op wat meer decentrale winkels, op wat kleinere schaal, zodat je in je wijk kunt winkelen? De heer Blonk: Dat zou kunnen, maar daar hebben we ook niet voor gekozen hier. We hebben gekozen voor supermarkten, wat grotere supermarkten in winkelcentra. Dat zie je hier, ook in Berkel met Hoogvliet, dan komt de Lidl daar ook. U heeft er ook bij gezeten om die keuze te maken. Dan moet je zorgen voor parkeerplaatsen. Dan ging het nog over het aantal auto’s. We hebben per 1 januari vorig jaar 8,6 miljoen auto’s. Dat is ten opzichte van een jaar eerder met 102.000 toegenomen, dat was pre-corona. Dat zal in Lansingerland niet anders zijn. De trend is dat het verder door gaat zetten, zeker omdat de bevolking toeneemt. Tot slot nog een toekomstbeeld. Ik dacht dat het de heer Xhemaili was, die daar over begon, de bekostiging van het OV. Een goed gecoördineerd en gesubsidieerd leenauto systeem, lijkend op een speciaal OV, waarin je zelf de chauffeur bent, bijvoorbeeld de RET als een concessiehouder en eigenaar van die auto’s, een rit van Lansingerland naar Delft met de bus is behoorlijk gesubsidieerd en waarom niet datzelfde ritje gesubsidieerd met een deelauto op die manier? Dat is maar even een suggestie van mij, denk erover na, u hoeft er niet op te antwoorden nu, maar dat is wat in mijn hoofd zat.
Dat moet toch ook op die manier kunnen? Dat leidt misschien tot minder autobezit. Ik wil het toch nog even aangeven. Dank u wel, dat u mij die tijd heeft gegund. De voorzitter: Ik heb een vraag aan de heer Van As, of hij zijn amendement nog gaat indienen. De heer Van As, VVD: Daar kom ik zo graag op. Dank voor de beantwoording door de wethouder. De wethouder bedoelt de link naar de omgevingsvisie, een aantal malen in zijn bijdrage in de eerste termijn. Volgens de wethouder moeten we dat niet losstaand van elkaar zien. Die oproep om breder te denken wordt zeker gehoord door de VVD, daar kunt u ons aan uw zijde vinden. Voor ons staat wel als een paal boven water, dat verkeersveiligheid niet kan wachten. Dat belang wordt ook door de wethouder, zo te horen, wel gezien en gedeeld, dus laten we dit nadrukkelijk in deze nota een plek geven en benoemen, dan kan het zo mee in die omgevingsvisie. Fijn ook om te horen, dat het niet de bedoeling is om het autogebruik eruit te drukken, in de bewoording van de wethouder. Ik hoor, dat er adaptief naar wordt gekeken. Ik hoor vooral: afhankelijk van de situatie en maatwerk. Dat sluit aan bij wat ik ook in mijn eerste termijn als wens heb uitgesproken. Ik begon mijn betoog met de vraag om te bevestigen, dat de mobiliteitsvisie in het derde kwartaal komt.
Door het late uur heb ik het misschien niet goed opgevangen, maar ik heb deze toezegging niet gehoord van de wethouder. Daar zou ik graag in de tweede termijn nog een reactie op krijgen. Ik sluit me aan bij de heer Blonk: niet akkoord met het beperken van die parkeernormen zonder meer. Ook in mijn eerste termijn al genoemd. Wij doen graag samen met L3B mee aan een amendement om hier invulling aan te geven, als ze dat willen. Dan het CDA: slimmer inzetten op vormen van mobiliteit onderzoeken. Goed idee. Gaan we in mee. Het goederenvervoer van de CU, ook een goed punt. OV bedrijventerreinen, daar hebben we al veel vaker over gesproken. Goed punt. Een heel goed punt is die toezeggingen van de afgelopen maanden en jaren mee nemen in deze mobiliteitsvisie. Ook wat ons betreft heel erg belangrijk. D66 geeft aan: een nieuwe wegcategorie, een wijkontsluitingsweg. Ik had er weleens van gehoord, maar om eerlijk te zijn heb ik het net even opgezocht. Het voorbeeld van Delft, ik ben er niet heel erg bekend mee, maar de eerste info die ik lees, dan denk ik: dat is best wel interessant. Daar zouden we nog eens wat verder over door kunnen en moeten praten, denk ik. Het betaald parkeren in onze gemeente, daar kan ik kort over zijn. Geen verrassing: geen optie voor de VVD. Wat betreft het amendement: ja, we zijn eigenlijk wel van plan om een amendement op die verkeersveiligheid in te dienen.
Wat ons betreft een bespreekpunt tijdens de raad. Verder wil ik nog toevoegen, het laatste wat ik er in deze tweede termijn over zou willen zeggen, is: wij zijn in afwachting van de mobiliteitsvisie, omgevingsvisie en alle mooie plannen, waar we toch reikhalzend naar uit kijken. Dat willen we ook wel benoemen, ook met vertrouwen. Ik ga wel overwegen of wij een aantal situaties via de agendacommissie al willen laten agenderen als bespreekpunt. Dan refereer ik aan een aantal situaties, die ik in de eerste termijn al heb aangehaald. Dus dat is eigenlijk een aankondiging naar mijn collega commissieleden, raadsleden, dat ik daar een voorstel voor ga doen. Dank u wel.
37/42
De heer Van der Stelt, CDA: Ik ga het kort houden. Er is veel gewisseld, een goede inhoudelijke discussie. Ik kan inhoudelijk goed aansluiten bij de woorden van de heer Blonk en de heer Van As. Als het aankomt op een amendement over de parkeervoorzieningen en het handhaven van het onbetaald parkeren, dan doen we daar graag aan mee of we zullen er zelf het initiatief toe nemen. Dat geldt ook voor het punt van de verkeersveiligheid. De heer Van As heeft aangegeven, dat hij dat ernstig overweegt, dus dan hebben we daar nog wel even contact over. Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Dank aan de wethouder voor het beantwoorden van mijn vraag betreffende het feit 2030 en 2040. Ik zat nog even terug te kijken in de stukken en toen zag ik dat het vigerende mobiliteitsplan wel 10 jaar gediend heeft en geen 20. Eigenlijk hoor ik de wethouder zeggen in zijn eigen woorden, dat de ontwikkelingen in de mobiliteit en de veranderingen in de wereld en om ons heen zo ontzettend snel gaan, dat ik zou zeggen: waarom dan 20 jaar en geen 10 jaar? Ik wil er geen hard punt van maken, maar ik ben een beetje bang, dat straks de ambities op zijn ver voordat de tijd van de visie op is. Dat zou een beetje jammer zijn, want dan hebben we geen ambitie meer voor die andere 10 jaar. Verder wil ik mij wel aansluiten bij de vorige sprekers.
Als het op een amendement aankomt betreffende betaald parkeren, op de veranderingen in de parkeernorm, dan gaan wij die zeker steunen. Dank u wel. De heer Markus, CU: Op zich wel een goede discussie, alleen ik merk heel erg dat als het over betaald parkeren gaat, dat dat een maatregel is. Volgens mij zijn we gewoon niet in de fase belandt om daar over na te denken. Ik vind al dat soort amendementen prachtig, maar laten we ons even focussen op de uitgangspunten, die er staan, want anders gaan we op voorhand allerlei dingen vast stellen, die nog helemaal niet ter sprake zijn. We weten ook helemaal niet of dat de oplossing biedt voor eventuele problemen die er zijn. Ik roep op om op dat soort specifieke dingen geen amendement in te dienen, omdat het de discussie wat bevuilt. Als het gaat over de volgorde van zaken, die in de ladder staan, dat is helder, dat is een uitgangspunt. Of zaken die we missen rondom verkeersveiligheid als uitgangspunt, dat vind ik ook helder, dat daar wat over komt. Mensen die het eens zijn met de uitgangspunten rondom parkeernorm, dat snap ik dat ze daar wat van vinden, maar dat gaat echt over de uitgangspunten. Dat vind ik prima. Ik doe echt de oproep om al die specifieke zaken wat te laten zitten. Ik heb nog even op de beantwoording van de wethouder zitten kauwen. De wethouder liep, en dat bedoel ik niet negatief, helemaal leeg op alles wat er speelt.
Dat is prachtig, dat ondersteun ik ook en ik ben blij dat de wethouder een draai heeft gemaakt, maar ik denk gewoon dat de wethouder het duurzame licht gezien heeft. Dat is prachtig. Maar ik maak me wel een beetje zorgen over de huidige toestand nu van onze mobiliteit. Mobiliteit is prachtig en we kunnen er hele mooie vergezichten voor schetsen, maar we hebben ook gewoon knelpunten en problemen nu. Ik maak me er wel een beetje zorgen over, of we dat gaan meenemen in deze visie. We kunnen prachtige vergezichten schetsen, maar we hebben gewoon nog zaken op te lossen m.b.t. het hier en nu. Dus ik hoop echt, dat in het uitvoeringsprogramma, maar ook in de uitwerking van de mobiliteitsvisie er ook echt aandacht voor komt. Nogmaals, we kunnen prachtige dingen schetsen over geautomatiseerd vervoer en onze tuinbouwgebieden, dat is prachtig, maar we hebben ook nog zaken op te lossen. We hebben ooit rondom Berkel noord allerlei kunstgrepen uitgehaald om het mobiliteitsplan weer up to date te krijgen, maar ik denk dat we dat ook eens tegen het licht moeten houden. Waar zitten de knelpunten als het gaat om Wilderszijde? Wat betekent het voor de Boterdorpseweg? Daar moeten we wel over nadenken. Maatwerk en adaptief is prachtig, maar ik weet ook dat infrastructuur helemaal niet adaptief is, want eer dat je het neergelegd hebt, ben je zomaar even verder, dus zo adaptief is dat ook niet.
Dus even de harde kant van de zaak, de wegen, de fietspaden, dat soort zaken, daar moeten we echt goed over nadenken en aan de voorkant goed oplossen. Er zit nog wel een zorg of dat echt gaat gebeuren. Verder zie ik de amendementen rondom de uitgangspunten wel verschijnen. En alles rondom verkeersveiligheid en het OV naar voren halen in de ladder, daar doen wij van harte aan mee. De voorzitter: De korte termijn items voor de knelpunten t.a.v. de mobiliteit. De heer Van der Stad, D66: Ik heb eigenlijk weinig toe te voegen, behalve dan dat ik wil aangeven, dat ik uitkijk naar het voorstel van de VVD op veiligheid. De heer Duk, GL: De PvdA vraagt aandacht voor de betaalbaarheid van vervoer. Maar het gaat om openbaar vervoer, heeft de gemeente hier inderdaad invloed op? Terecht dus, dat zij hier aandacht voor vragen. De kosten voor het openbaar vervoer zijn inderdaad erg hoog, gezien de kosten van de fossiele, maar vooral de elektrische auto. Uiteindelijk moeten we naar een evenwicht daarin. Gratis parkeren is net zo goed een keuze als de prijs van het openbaar vervoer. Als het ene gratis is en het andere een hoge prijs heeft, dan heeft de raad dus gekozen voor de ene vorm en niet de andere. Een andere keuze overigens, dan dat er in de ladder staat. Politiek is keuzes maken.
Ik ben blij met de keuzes, die er gemaakt worden in dit stuk, maar zou graag net wat meer aandacht zien voor het OV, slimme oplossingen als deelfietsen, -scooters en –auto’s horen daar inderdaad ook bij. En ik zie graag het amendement op
38/42
dat punt tegemoet. De extra aandacht voor de verkeersveiligheid is heel terecht en daar had ik bij het lezen meer aandacht aan moeten hebben gegeven. Het amendement van de VVD zie ik dan ook graag tegemoet en daar denk ik graag in mee. Ik ben blij met de draai van de wethouder en vind het super stoer, dat hij daar zo open over is. Mijn complimenten. De wereld verandert, dus maken we steeds nieuwe keuzes. De ene is daar wat eerder in dan de ander. Ik wens sommige van de raadsleden toe dat ze deze draai ook gaan maken, maar ik zie ook dat velen dat al hebben gedaan. Fijn. Hiermee sluit ik af. De heer Xhemaili, PvdA: Ik moet eerlijk bekennen, dat de heer Duk mijn linkse betoog heeft gekaapt, in die zin. Ik was nog benieuwd naar de beantwoording van de wethouder hoe de betaalbaarheid van vervoer wordt ingeregeld in de nota van uitgangspunten. Volgens mij kan de wethouder zich ook vinden in mijn betoog, dat innovatie heel snel gaat en dat we daarop moeten inspelen. Dan doel ik met name op innovatie op deeleconomie: deelauto’s, deelfietsen, deel openbaar vervoer, dat dat de toekomst heeft. We praten nu over parkeernormen. Ik denk dat we in 2040 veel minder eigen auto’s in bezit hebben en juist meer gaan voort bewegen in een deeleconomie, wat heel erg duurzaam is. Ik denk dat we daar op moeten focussen en daar onze visie op moeten baseren.
Dus ik kijk nog uit naar het antwoord van de wethouder op de vraag over de betaalbaarheid van openbaar vervoer. We ondersteunen ook het amendement voorstel van de VVD, om verkeersveiligheid ook in de nota van uitgangspunten te hebben. Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Even afpellend. L3B, ik zie voor het amendement rondom parkeernormen een grote meerderheid ontstaan. Dat zien we uiteraard tegemoet. We zullen kijken hoe dat inhoudelijk vorm gegeven gaat worden, omdat we ook wel graag de ruimte willen hebben om niet alles vast te klinken en ook rekening te houden met andere visies, die in de maak zijn, dat we leefbaarheid, verblijfsduur en ook kwaliteit van de buitenruimte willen waarborgen. Ik ga ervan uit, dat dit een goed amendement wordt. Bij meerderheid, dat weet u, volgen wij uiteraard. Interessant is natuurlijk die deelauto’s subsidiëren. We willen daar zeker in de uitvoering wel naar kijken. We moeten even uitkijken dat we niet op dit moment ambities en maatregelen door elkaar gaan halen. Dat zei meneer Markus ook al een beetje. Let op, dat je wel ambities houdt. We krijgen straks een programma en daar ga je je maatregelen in verwoorden. Dan krijgen we die discussie evengoed nog wel met elkaar. Verkeersveiligheid, prima om dat op te nemen. Ik zie dat amendement ook graag tegemoet. Ik zie een vraagteken.
De heer Blonk: Ik wilde alleen even aangeven, dat ik ten aanzien van die gesubsidieerde deelauto geen amendement over ga indienen. Dat wil ik vast even aangeven. Wethouder Fortuyn: Nee, ik ga aan, dat we daarnaar willen kijken. Het zijn wel interessante ontwikkelingen, maar zo zijn er zo vele, die heel erg interessant zijn. Verkeersveiligheid, daar hebben we het net over gehad. De heer Van As vraagt om een bevestiging m.b.t. de uitwerking van die visie, we hebben het hier nog steeds over de uitgangspunten, of die in kwartaal 3 wordt opgeleverd. Ja, die wordt in kwartaal 3 opgeleverd. De beleidsmedewerker, die hiermee aan de slag gaat, is daar druk mee bezig. De heer Alsemgeest vroeg naar 2040: is die horizon niet te ver? Het is een ambitie. 2009 werd aangehaald. We hebben in 2009 een mobiliteitsvisie opgesteld. Als je die terug leest, is het meer een maatregelenpakket in plaats van een echte visie. Het was meer van: waar gaan we aan voldoen? Maar echt een visie was het niet. Wat we nu doen, is meegaan met alle ontwikkelingen, die op dit moment op ons af komen, de snelheid en de veranderende omgeving, want die kan je niet meer met 2009 vergelijken, dat is helder. Maar 2040 is meer een soort stip op de horizon. Uiteraard, die programmering die we doen, zal misschien 10 jaar vooruit gaan.
Ga er maar van uit, dat na een jaar of 8, 9, 10 we weer een soort evaluatie krijgen en weer een update krijgen van deze visie. Ja en nee, we willen die stip op de horizon hebben, we moeten uitgangspunten hebben als we het over Wolfend gaan hebben. Dat staat er morgen niet. Als we het over Wilderszijde hebben, de collega van meneer Alsemgeest had het erover, dat we pas in 2025 gaan bouwen, dan ben ik klaar in 2035. Dus het loopt allemaal wel over. Het heeft wel samenhang met elkaar. De heer Markus het hier en nu. Ja, natuurlijk zijn we met hier en nu bezig. We doen ook concreet dingen. Ik heb net de metropolitane fietsroute aangegeven. We zijn nadrukkelijk bezig om de verbinding met openbaar vervoer, Alexander, Berkel en Delft te gaan realiseren als de A16 klaar is, de verlengde althans. We zijn bezig met de fietsroute tussen diezelfde 3 knopen, die ik net aangaf. We zijn zeer nadrukkelijk bezig met maatwerkvervoer, hoe kunnen we dat optuigen? We hoeven het niet altijd zelf te doen, er zijn ook commerciële bedrijven. Naast de 3B bus, want maatwerkvervoer is ook prettig om in het weekend te hebben. We hebben deelscooters inmiddels al. We werken ook aan deelauto’s, er zijn meer aanvragen voor deelauto’s. Kortom: er wordt veel meer aandacht aan besteed, die we al dagelijks doen. We laten het echt niet op slot gaan. De heer Markus: Prachtig, waar u allemaal mee bezig bent.
Maar waar ik op doel: er vinden fysieke ontwikkelingen plaats. Er komen woonwijken, het aantal inwoners neemt toe, daarmee neemt ook de mobiliteit toe. Dat heeft ook effect op je wegenplan. Dat hele kader mis is, maar daar zullen we toch met elkaar over na moeten denken. Ik noem maar even de Boterdorpseweg. Ik vind dat best een spannende weg worden de komende tijd. Ik kan me herinneren, dat we rond Wilderszijde er ook over gesproken hebben. Toen werd er gezegd: dat komt terug in de mobiliteitsvisie. Dat bedoel ik. Hordijk wordt ontwikkeld, dat heeft ook iets te maken met de wegen rondom dat gebied. En ga zo maar door.
39/42
Dat kunnen we toch niet helemaal los zien in de mobiliteitsvisie? Wethouder Fortuyn: Nee, dat klopt. Wat Wilderszijde betreft, hebben we juist die ontsluiting geregeld zoals die in het masterplan is opgesteld. Daar hebben we uitvoerig met elkaar over gesproken. Ook de aansluiting op de wijken, die eromheen zitten, groenwijk, waterrijk en nog meer van die wijken, hoe we die gaan ontsluiten op die ringweg. En die ringweg, die weer op de Boterdorpseweg komt. En vervolgens ook het openbaar vervoer. We hebben daar een bushalte staan, die het stadhuis bereikbaar maakt. Dat is natuurlijk een beetje zielig gebeuren, maar die gaat straks natuurlijk volop gebruikt worden, omdat ook de woonwijk van het openbaar vervoer gebruik gaat maken. Die samenhang zit er wel, daar kijken we echt naar, dat zit er echt in. D66 wilde eigenlijk ook wel meelopen met een aantal zaken. GL had een lofzang en had zeer veel waardering voor mijn draai. In eerlijkheid. Ik wil nog wel een bekentenis doen. April aanstaande krijg ik mijn eerste AOW. We hebben het over 2020-2040. Over 10 jaar sjees ik misschien in een mobiel karretje rond in Lansingerland. Er zit dus ook wel een beetje eigenbelang bij, dat we de verkeersveiligheid, de fietstoegankelijkheid en parkeren bij de winkelcentra goed faciliteren. Dus dat speelt ook wel mee. Over de betaalbaarheid: daar zijn we ook afhankelijk van het rijk.
Tenzij u de portemonnee trekt. U weet dat we in de MRDH grote problemen hebben. We zijn al met de MRDH bezig om de verliezen te gaan inlopen, door de dienstverlening deels in te korten. Willen wij daar ook niet aan de knoppen zitten van het vervoerskaartje, dan zullen we daar heel scherp naar moeten kijken: hoe krijgen we de bezettingsgraad omhoog, zodat we weer tot een financieel gezond openbaar vervoer kunnen komen. Dus die betaalbaarheid, ja, daar willen we ons voor inzetten. Het laatste wat we gaan doen, is draaien aan de knoppen van de tarieven, maar uitsluiten kan je het niet, want openbaar vervoer is ingebed in de regio. Uitsluiten kan ik niet, maar we zijn er wel scherp op om het betaalbaar te houden. Hier wilde ik het bij laten met uw welnemen. De voorzitter: Conclusie ten aanzien van dit item: er komen de nodige amendementen en die gaan we zien bij de behandeling in de raad. De heer Duk, GL: De wethouder heeft heel terecht gezegd, dat de prijsstelling van het openbaar vervoer voor een groot gedeelte bij het rijk ligt. Ik ben bang, dat op het moment dat wij inderdaad een prijsverhoging gaan doen, dat dan de bezetting nog verder omlaag gaat, waardoor de prijs nog hoger moet gaan worden. Ik ben blij, dat de wethouder erop inzet om die verhoging niet te doen. Wethouder Fortuyn: Maar ik sluit hem niet uit.
De voorzitter: Dus mijn conclusie: het komt terug in de raad met amendementen. 6.c Benoeming leden Welstandscommissie De heer Blonk, L3B: Hamerstuk. De heer Machielse, VVD: Ik had eigenlijk nog wel gehoopt op een leuke discussie deze avond over de rol van de welstandscommissie, waar u natuurlijk van de VVD een verhaal had kunnen verwachten, maar dat zullen we dan niet doen. Prima, dat deze leden benoemd worden. Ik wens ze alle succes bij de uitvoering van hun taken. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer Van Harn, CDA: Ik zal het kort houden, maar ik zal toch ook de heer Machielse een klein beetje tegemoet komen. Drie jaar geleden kwam hetzelfde onderwerp ook voorbij in deze commissie. Ik heb toen mijn verbazing uitgesproken, dat er geen inhoudelijke gegevens ter overweging aan de commissie waren meegestuurd. Zoals CV en dergelijke. Want op welke basis kunnen wij een besluit nemen? Dat hebben wij niet. Het antwoord van wethouder Heuvelink was destijds, dat de formele benoeming door de commissie ruimte wordt gedaan en het feitelijke werk door het college. Nu, drie jaar verder, hebben we dezelfde situatie. De vraag, die ik hardop stel, ook aan de andere fracties: kan dit niet praktischer? Of willen wij dit formele dansje iedere 3 jaar opnieuw? Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel.
De heer Hofman, CU: Om even in te gaan op de vraag van het CDA: wat ons betreft is een verdere duiding van de mensen, die in de welstandscommissie komen, niet nodig. De rol van de welstandscommissie gaat ook veranderen als we richting de omgevingswet gaan. Daar doet het stuk al een kleine voorzet voor. Wat ons betreft is dat prima en is dit een hamerstuk. De heer Van der Stad, D66: Ik sluit me geheel aan bij de woorden van de heer Hofman. De heer Duk, GL: Ook voor ons is het een hamerstuk. Ik zou wel graag vaker de adviezen daadwerkelijk bij de stukken van de commissie krijgen. Bijvoorbeeld op het moment, dat het over een bestemmingsplan gaat, of iets dergelijks.
40/42
Mevrouw Verhoef, PvdA: Ook voor de PvdA-fractie is dit een hamerstuk. Wethouder Arends: Ik ben nog wakker, ook al is het net voor twaalven. Nog wel een aantal vragen. Van veel partijen hoor ik, dat het een hamerstuk is. Het CDA vraagt nog een nadere duiding. De selectie wordt gedaan door een extern bureau. Dat is nu ook gedaan. De kandidaten worden daarin gescreend. Het is eigenlijk een procedureel voorstel aan u, want u bent uiteindelijk bevoegd om ze te benoemen en daarmee in te stemmen. In die zin is het niet zo, dat alle CV’s bij u komen, want het is een extern bureau die de selectie en de screening daarop doet. De benoemingstermijn heeft met periodes te maken en daarom kan het vaker bij u naar voren komen. Als laatste vroeg de heer Duk naar de indruk van de welstand bij bestemmingsplannen of andere vormen waarbij we hen vragen. Ja, die staan ook altijd mee en die beoordelen ook de planvorming, of het past binnen welstand en de criteria die wij vooraf hebben meegegeven en binnen het bestemmingsplan. Dus per ontwikkeling krijgen we dan advies van hen. Dank u wel. Tweede termijn De heer Van Harn, CDA: Ik heb de andere leden van de fracties gehoord. Zij hebben in merendeel geen moeite met deze procedure, dus ik zal me daarbij aan moeten sluiten. Dank u wel.
De heer Duk, GL: Ik begrijp uiteraard, dat het college deze adviezen krijgt, ik zou ze eigenlijk alleen ook graag met de raad gedeeld zien, zodat wij weten wat hun afweging is geweest. De voorzitter: Nog even naar de wethouder. Kan dat meegenomen worden, bijvoorbeeld bij bestemmingsplannen? Wethouder Arends: In mijn optiek is dat gewoon openbaar, dus als daar een vraag op is, kan dat geleverd worden. Het zijn geen grote documenten of anderszins. De voorzitter: Dus ook voor de heer Duk een hamerstuk? Ja. Conclusie ten aanzien van dit item: een hamerstuk. 8. Schorsing De voorzitter, om 23.55 uur: Dan zijn we gekomen, even voor twaalven, aan het eind van deze marathonzitting, laat ik het zo maar even noemen. Vijf uur. Dank voor uw inbreng, uw inzet, voor de beantwoording, zowel vanuit de wethouders als de vraagstelling van uw leden. Wethouder Arends: De rondvraag, gaat die door? De voorzitter: Nee, mevrouw Arends, die gaat niet door, die gaat naar aanstaande donderdag, want ik ga nu deze vergadering schorsen, opdat wij donderdag aanstaande om 20.30 uur of later, afhankelijk van het tijdstip waarop de commissie samenleving eindigt, met het vervolg van deze agenda verder kunnen gaan. Ik schors de vergadering. De heer Jumelet: Punt van orde.
Mogen wij dan vanuit de griffie of u als voorzitter donderdag in de app een bericht krijgen, dat de start van de vergadering aanstaande is? Omdat het aanvangstijdstip niet helemaal helder is. De voorzitter: Ja, uiteraard krijgt u bericht of wij om 20.30 uur starten of om 21.00 uur. Uiteraard. Nogmaals bedankt en welterusten. Tot donderdag.
41/42
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
42/42
1 BV21.0053 Verslag vergadering commissie Ruimte (vervolg van 9 maart 2021)
VERSLAG Commissie Ruimte BV21.0053 Datum vergadering
: 11 maart 2021 (vervolg van 9 maart 2021)
Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Henk Meester, Jan Pieter Blonk, Georgine Zwinkels VVD : Mauriel van As, Matthijs Machielse CDA : Hans van der Stelt, Charles van Harn WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Jan Alsemgeest CU : Kees Willem Markus, Arjen Hofman D66 : Michiel Muis, Ronald van der Stad GroenLinks : Menno Duk PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders
: Simon Fortuyn en Kathy Arends
Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Nelleke Bouman Commissiegriffier : Karin Koemans 1. Heropening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.50 uur: Na de commissie samenleving gaan wij weer over tot een ander onderwerp, de commissie ruimte. De schorsing hef ik hierbij op, maar voordat wij het vervolg gaan doen van de commissie ruimte toch nog even kijken of iedereen aanwezig is. Ik loop even vluchtig de presentielijst af. De heer Alsemgeest, de heer Van As, de heer Duk, de heer Van Harn, de heer Hofman, de heer Jumelet, de heer Machielse, de heer Markus, de heer Meester, de heer Van der Stad, de heer Van der Stelt, mevrouw Verhoef, de heer Xhemaili, mevrouw Zwinkels: aanwezig. De heer Blonk heeft gemeld, dat hij iets later is. De heer Ruijtenberg is afwezig. De heer Muis is er nog niet. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We gaan over tot een belangrijk onderwerp. Ik denk dat in de tussentijd onze wethouder Fortuyn ook aangehaakt is. Ik heb hem nog niet gezien. Wethouder Fortuyn: aanwezig. Op dit belangrijke dossier kan ik niet afwezig blijven. De voorzitter: Nee, dat dacht ik ook. We hebben het vanavond over het afvalbeleid. Afgelopen dinsdag begon ik van groot naar klein qua fractie, ik ga nu eens de andere kant op. Ik ga beginnen bij de PvdA en dan zo omhoog. Misschien is het wel een keer aardig om dat te doen. Voor een ieder 5 minuten in de eerste termijn.