CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 1 juli 2021, gemeente Lansingerland53.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

We hebben bijvoorbeeld al drie keer geen avond van de sport gehad, we hebben geen talentenbal gehad, de verenigingen hebben geen avonden gehad waar ik ook weleens kom. Ik ben niet langs de zijlijn gaan staan van de velden, want dat mochten de ouders ook niet, dus dat mochten de bestuurders ook niet. Er waren geen overleggen in kantines, waar ik bij uitgenodigd werd. We hebben geen avonden gehad over rubber korrels op de grasmat, waarvoor we echt heel veel bij elkaar hebben gezeten. Ik mis zelf het contact met de sportclubs ook wel. En ja, ik ben daar ook gewoon heel eerlijk in. Ik ben minder zichtbaar geweest, ook omdat het op sportief gebied heel anders is geweest het afgelopen jaar dan in de periode daarvoor. Ik wil wel, ik hoop dat sportclubs meeluisteren, hen ook bedanken voor hun inzet, als je bijvoorbeeld kijkt naar hoe zij op corona hebben gereageerd, bijvoorbeeld in de zomervakantie met Expeditie Lansingerland en hoe ze daar actief aan hebben bijgedragen. Daar ben ik wel een paar keer bij geweest. In die zin zijn de sportclubs nog steeds wel aan het zoeken hoe ze in onze samenleving echt die vanzelfsprekende rol blijven pakken. Dat even in het algemeen. Ik zie de voorzitter kijken: let op de tijd. Dan ga ik nu naar de verschillende onderdelen, die aan de orde zijn gesteld. Ik begin even bij de beachvolleybal.

Bij de beachvolleybal hebben we aangegeven, dat we daar een eenmalige bijdrage aan wilden betalen, net als we dat eerder hebben gedaan bij de padelbanen voor Triomf en bij de schaatsbaan. Verder hebben ze het zelf gefinancierd. Ik denk dat dat ook de kracht is van onze clubs, dat ze niet alleen gestimuleerd worden door de leden en deels gefinancierd vanuit ons als gemeente met de middelen, die ons allemaal toebehoren, het is tenslotte voor de samenleving, maar dat ze ook veel geld zelf op kunnen halen. Ik denk dat dat hartstikke mooi is en dan is het ook echt van de vereniging. Dus ik denk dat dat een mooi initiatief is geweest, wat misschien wel navolging zou mogen krijgen. Dat gebeurt dan ook bij de padelbanen. De heer Hoppenbrouwer had het daar over en vroeg zich af: hoort het nou wel of niet bij de basisinfrastructuur. Volgens mij probeert u daar echt te zoeken naar een sluitende definitie, want dat heb ik al vaker terug gehoord bij u. Ik denk: wat vooral belangrijk is, is dat het voorziet in een heel grote behoefte. Mevrouw Gabin gaf dat ook al aan: het is een heel populaire sport. Maar het is een sport die kostendekkend georganiseerd kan worden. Alleen al daarom is het natuurlijk niet echt nodig, dat een gemeente daar dan een bijdrage aan levert. Dat blijkt ook nu.

Triomf wil graag het aantal padelbanen uitbreiden en ze willen alleen maar toestemming van ons om daarvoor een tennisbaan op te offeren, zodat ze in capaciteit meer leden kunnen faciliteren met een padelbaan. Die financiering daarvan organiseren ze zelf. Dan ga ik naar de voetbal. Dan komen vooral de wetravelden aan de orde. Daar is bij ons wel van bekend dat de voetbalclubs die graag zouden willen vervangen door kunstgras. Dat is blijkbaar beter in het bespelen van het veld. Ik heb begrepen dat het ook zorgt voor meer capaciteit op die velden. Om die reden hoeven die velden nog niet vervangen te worden. Ze zijn in 2019 vervangen en er staat een afschrijvingstermijn voor van 11 of 12 jaar, dus ze staan pas in 2030 op de lijst om vervangen te worden. Dat is de reden, waarom ze in het plan nu nog niet staan genoemd in het rijtje van investeringen, want we houden, zoals u ons steeds op het hart drukt, onszelf wel aan de afschrijvingstermijnen en vervangingstermijnen als dat kan. Zelfs als het 11 of 12 jaar is en het veld ligt er nog goed bij, dan stellen we de vervanging nog een jaartje uit, want we hebben het wel over gemeenschapsgeld. Dus dat is de reden waarom die velden nog niet vervangen worden. Ze zijn nog niet afgeschreven. En voor de capaciteitsuitbreiding is het op dit moment niet nodig.

Mocht het wel nodig zijn, dan is TOGB ook het voorbeeld, waar we dat wel een paar jaar geleden hebben gedaan met het grasveld. Ik meen dat het zelfs het hoofdgrasveld was. Dat hebben we toen wel vervangen door een kunstgrasveld. Daarmee heb je direct een stukje meer capaciteit en dat is soms ook goed. Om daar gelijk maar even aan te koppelen: als er velden tekort zijn, ook bij de voetbal, dan kijken we daar dus ook weer gemeentebreed welke mogelijkheden er zijn. Dan is het niet zo, dat we op het Hoge Land meer gaan investeren en dat dat dan ten koste zou gaan van Bleiswijk, want dat was de teneur, die ik bij een aantal van u in het begin proefde, maar zo is het niet. We kijken steeds op het niveau van Lansingerland. Natuurlijk weten ook wij, dat werd ook door een aantal van u genoemd, dat er gezonde rivaliteit is tussen de clubs in de verschillende dorpen en dat vind ik eigenlijk zelf ook wel charmant, want dat geeft mooie wedstrijden. Dan kom ik bij de binnensport. Ik meen dat mevrouw Bouman het zei, dat we geen gehoor zouden hebben gegeven aan de oproep van de binnensport om te gaan werken met thuishavens. Ik

11/35

weet niet precies waar dat vandaan komt, want we zijn er inderdaad met een aantal clubs over in gesprek. Naar aanleiding van de meest prangende vraag van Volley2B, dat zei meneer Hoek ook al, die zitten verspreid over 2 sporthallen en voor een club- en verenigingsgevoel is dat niet zo leuk. U kunt zich dat voorstellen, dat je het ene kind naar de ene hal brengt en het andere naar de andere hal. Dan heb je niet zo snel de neiging als vader of als moeder om dan te blijven hangen, wat bij de buitensportverenigingen wel heel makkelijk is, dan loop je snel naar de kantine. Dus vandaar dat er een wens was om te kijken: kunnen clubs worden gekoppeld aan één hal? Die wens is er. We hebben afgesproken met de clubs, dat we daarmee zouden experimenteren. Dat is een beetje in het water gevallen vanwege corona, omdat er natuurlijk weinig gesport mocht worden in binnensportaccommodaties. Daar zou bij het vervolg op het accommodatieplan, dat is de tarievennota, daar zouden we kijken wat er aan mogelijkheden zitten om daaraan tegemoet te komen. Dat is ook een kwestie: hoe is het in te plannen in de sporthallen. Sportfondsen houdt daar al zoveel mogelijk rekening mee, met die wens. Dan deed mevrouw Bouman ook de oproep om te optimaliseren en ook gebruik te maken van elkaars accommodaties.

Ook dat is er eentje, die ik eigenlijk elke avond van de sport, als ik die organiseer, weer onder de aandacht breng. Dat is o.a. de bodem geweest voor de samenwerking tussen HBR en Volley2B bij de aanleg van de vorige beachvolleybalvelden, dus het leidt weleens tot succes. Ik denk dat er inderdaad nog wel ruimte zit om elkaar daar meer te vinden. Ik ben dan ook positief over het aanbod, dat in elk geval in Bergschenhoek nu is gedaan richting Volley2B om gebruik te maken van de kleedkamers van de andere clubs, die daar al zitten. Een ander moment waarop dat ook nadrukkelijker aan de orde komt en waar ze elkaar misschien ook meer gaan vinden is dankzij het sportakkoord, dat inmiddels door 14, en ik kijk naar mijn medewerker om te kijken of dat het meest actuele aantal is, ik denk dat het inmiddels al meer dan 14 is, maar het is in elk geval door 14 verenigingen ondertekend. Dat geeft ook een boost aan de samenwerking onderling. Dan was er een vraag waarom de technische vragen zo laat zijn beantwoord. Ik denk dat dat hier te maken heeft met hoeveel werk er ligt en dat we in dit geval voor de deadline de antwoorden hebben gegeven, maar we proberen altijd zo snel mogelijk om technische vragen te beantwoorden, want we weten dat technische vragen voor u helpen bij de voorbereiding van stukken. Soms slipt er weleens iets doorheen en daarvoor dan onze excuses.

Dan is er nog een vraag rond de Kieviten. Dan kom ik ook even bij het sporten in de buitenruimte. Van de Kieviten weten we inderdaad al zo lang als Lansingerland bestaat, en ik denk van nog daarvoor, dat ze heel erg graag een plek zouden willen hebben in de buitenruimte. Ik denk dat de buitenruimte in zijn geheel geschikt zou kunnen zijn voor de Kieviten als ze dan specifieke dingen vragen, dus ik denk dat het heel interessant is om te kijken of met hun vraag voor die sprintstrip al tegemoet gekomen zou kunnen worden aan hun wens. Het is overigens geen wens, die al eerder bij ons is gedropt. Ik hoorde hem van de week, toen ik in de fractie van de CU was. We hebben er nog even over gesproken, dat naast het zwembad eigenlijk al zo’n sprintstrip ligt. Maar ik begrijp, dat het zwembad iets te ver weg ligt van het Bergsche Bos, waar het over ging. Maar ik denk dat het een mooi idee is om te kijken hoe we zeker post-corona de buitenruimte daadwerkelijk kunnen zien als grootste sportpark. Dat stond als een beetje ludieke opmerking in onze visienota over sport ‘scoren met sport’. Maar ik denk dat het in de praktijk op dit moment ook daadwerkelijk aan het gebeuren is. Er wordt ontzettend veel gewandeld, hard gelopen en gefietst. Het urban sportpark is goed in gebruik en de skateparken worden intensief gebruikt, de speeltuinen en de voetbalkooien ook.

Dus ik denk dat er heel veel mogelijkheden zijn om te sporten zonder dat het een officiële sportaccommodatie is en dat we in een volgende stap, ook die stond aangekondigd in de nota, ook vooral moeten kijken hoe we met de budgetten, die we al hebben voor spel- en speelgelegenheden, ook kijken hoe we daar nog wat stappen kunnen zetten om de buitenruimte als grootste sportpark daadwerkelijk vleugels te geven. Dan heb ik, denk ik, de punten op dit moment gehad. Tweede termijn De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik wil me zeker niet met uw voorzitterschap bemoeien, want u doet het uitstekend, maar ik dacht dat inspreker nog de mogelijkheid kreeg om nog te reageren. Is dat niet bij de commissie? De voorzitter: Nee, dat is bij de raad. De heer Hoppenbrouwer: Dan heb ik weer wat geleerd. Dat is jammer, want je merkt toch uiteindelijk dat er een verschil van inzicht is tussen de sportverenigingen en de wethouder. De wethouder zegt, dat de uitstel niet wenselijk is in belang van de verenigingen. En het zijn juist de verenigingen, die hameren op uitstel. Dus ik vind dat een heel bijzondere constatering. Dat is één. Twee. Ik heb van de wethouder niet de antwoorden gekregen m.b.t. de vragen rondom corona, hoe zij dat nou verder heeft geïnterpreteerd.

De heer Lieverse: Ik ben benieuwd of meneer Hoppenbrouwer kan zeggen of er andere verenigingen zijn dan de inspreker van vanavond, die het naar voren hebben gebracht. Ik heb namelijk ook met verenigingen contact gehad en ik beluister de wens om uit te stellen niet. Die hebben het juist over urgente wensen. De heer Hoppenbrouwer: Het zijn in ieder geval 3 sportverenigingen en volgens mij verwees meneer Wezenberg daar ook naar. Het gaat om HVB, die hebben wij zaterdag gesproken. Het gaat om TOGB en CVV Berkel, de grote gebruikers van het Hoge Land. Dat in antwoord op uw vraag. De heer Lieverse: Het spijt me, ik

12/35

heb met TOGB gisterenavond nog contact gehad, zij het schriftelijk. Het verbaast me een beetje, het antwoord, om de reden dat ik ook met de verenigingen, die net genoemd werden contact heb gehad. De heer Hoppenbrouwer: Dan zou het mogelijk kunnen zijn, dat wij met verschillende contactpersonen werken. Dat is de enige reden die ik zou kunnen bedenken, maar volgens mij staat het ook op papier, maar dat heb ik even niet paraat in alle eerlijkheid. Dat is één. Verder verbaast mij echt de opmerking van de wethouder als het gaat om: joh, wat maak je je nou druk, we hebben tot 2030 voldoende capaciteit om de problemen op te vangen. Terwijl ik bij de technische beantwoordingen van mijn vragen, dat heb ik ook in mijn eerste termijn gezegd, heeft de wethouder geen enkel idee wat de groei en wat de krimp is per sportbeoefening van Lansingerland. Ik heb nu even niet de tijd om de technische vragen op te zoeken, maar wethouder, kijk dan even naar de beantwoording op mijn vragen daarover. Dus dat is gewoon niet waar, zoals ze dat met mij deelt. Verder maak ik me er ook wel zorgen over, dat een aantal partijen zegt: laten we het nu maar vast stellen, want dan gaan we het over 1 of 2 jaar evalueren. Lieve mensen, volgens mij is het niet de eerste keer dat ik het zeg, maar volgens mij hebben we het ook weleens van de verenigingen gehoord: de beslissingen die je nu neemt zijn onomkeerbaar.

Het is dus niet meer mogelijk. Je kan wel evalueren, maar wat evalueer je dan? Om te constateren dat je een tekort hebt. Dus laten we nou verstandig zijn en niet te wachten tot het kalf verdronken is. Laten we die 1,5 of 2 jaar pakken. Er is helemaal geen man over boord als het uitgesteld wordt, want dat is een vraag die de wethouder ook niet heeft beantwoord: hoe erg is het nu op het moment dat je gaat uitstellen? Mevrouw Verhoef: Ik wil graag aan de heer Hoppenbrouwer vragen: wat gaat u onderzoeken in die 1,5 jaar, wat gaan de verenigingen ondervinden om voorbeeld te besluiten dat er geen kunstgras moet komen of dat de blaashal er niet moet komen, die je in de winter goed kunt gebruiken omdat de halcapaciteit beperkt is? Wat verwacht u dat er ineens heel anders zal zijn? De heer Hoppenbrouwer: Ik weet niet wat er anders is, maar ik heb 4 redenen opgegeven waarom er reden is om het plan uit te stellen, omdat het niet voldragen is om het maar zo te zeggen. Ik ga mijn eerste termijn niet uitwerken, maar er zit een verschil tussen de berekeningen van het college op basis van bondsnormen en rekenmodellen en de werkelijkheid ziet er anders uit. Dan kom ik weer terug op de technische beantwoording van vraag 5, ik zie het nu in mijn eigen beantwoording staan, dat er geen idee is over hoe de krimp en groei per sportvereniging er binnen Lansingerland plaats vindt.

Ook de brieven, die we hebben gelezen, ik heb al tegen de griffie gezegd: waarom zit dat niet bij de ingekomen stukken van deze bespreking? Zij roepen op om die wetravelden per direct om te zetten in kunstgrasvelden. De corona-effecten. Ik verwijs u naar 2 rapporten. Die heb ik niet zelf verzonnen, die kunt u zo van google halen, van de provincie Friesland en de stichting Sport en Strategie. Zij geven aan: jongens, pas op. Dit zou inderdaad kunnen betekenen dat we misschien wel capaciteit over hebben, dat zou kunnen, maar laten we nou voorzichtig zijn met ons kapitaal. De heer Hoek: Ik heb een vraag aan u. Ik hoorde net inspreker zeggen, dat het vanwege corona mogelijk is dat dat veld niet meer nodig is. Dan zou ik zeggen: als je nu naar het besluit kijkt, dan zijn er twee zaken die de grote verenigingen aangaan. Dat is de realisatie van een extra hockeyveld en het ombouwen van een natuurvoetbalveld naar een kunstgrasveld. Als er drie grote verenigingen wensen, dat er uitstel is, dan kan ik me voorstellen dat je zegt: deze twee grote investeringen, het zijn de twee grootste investeringen van de vier, die stellen we een anderhalf jaar uit om de gevolgen van corona in beeld te krijgen en de rest laten we gewoon doorgaan, omdat er bij de rest van de verenigingen niet die behoefte is.

Zou u daarmee kunnen leven? De heer Hoppenbrouwer: Of ik ermee kan leven, weet ik niet, maar ik vind het wel een serieus te overwegen punt. Ik heb zoveel onderwerpen, maar ik heb maar 3 minuten. Hetzelfde geldt voor HVB. Daar hebben we het over gehad. De wethouder zegt: eigenlijk wist ik het wel, maar ze kwamen er niet mee, dan bestaat het dus niet meer. Nu popt het ineens op en de wethouder is verrast. Ze noemt zelf de datum 2012. Maar misschien zijn er wel meer zaken, die we gemist hebben. De technische vragen gingen over de beachvolleybalvelden bij de Weidevogels. Daar krijg ik als antwoord: daar wisten we niets van. Ik heb een mailtje in mijn mailbox, ik ga er verder geen misbruik van maken, dat daar al op 15 december 2016 om 18.53 uur overleg is geweest met een gemeenteambtenaar over het realiseren van beachvolleybalvelden bij de Weidevogels. Dat dat bij een ambtenaar verdwijnt, maar zo zijn er misschien nog wel meer dingen. Ik vind het lastig, omdat ik dan ook niet weet of we alles in kaart hebben gebracht. De voorzitter: Uw netto spreektijd is voorbij. De heer Hoppenbrouwer: Het is voor mij zeker geen hamerstuk. Ik heb amendementen en moties in mijn hoofd, maar ik heb 2 weken de tijd om het de revue te laten passeren. Voor mij is er nog steeds geen aanleiding om een amendement in te dienen om het uit te stellen.

De heer Lieverse: Alleen maar als het mogelijk is om een correctie aan te brengen. Meneer Hoppenbrouwer bedoelde, toen hij het had over de verenigingen op het Hoge Land, HBR en niet HBV. Dat zei hij abusievelijk verkeerd. Iemand die de webcast nu volgt, die attendeert mij erop. De voorzitter: Hij zei zelfs HVB. De heer Hoppenbrouwer: Ik dank beide heren voor het recht zetten van deze verspreking. Mevrouw Draak, VVD: Ik heb in mijn eerste termijn geprobeerd uit teveel details te blijven, maar ik voel nu behoefte om twee dingen recht te zetten. Meneer Hoek had het erover, dat ik sprak over kannibalisme bij de hockey. Ik heb dat niet met zoveel woorden gezegd, sterker nog, wat ik niet heb gezegd, maar zoals wij er bij de VVD over denken, specifiek over de hockey, denken wij dat juist

13/35

cijfermatig is aangetoond, dat wij met de 40/75 regel een extra hockeyveld nodig zullen hebben in Lansingerland op de langere termijn. Juist HBR heeft ook aan de gemeente heel goede cijfers aangeleverd, die dat ondersteunen. Wat ik wel heb gezegd, is dat er voor de lange termijn meer moet worden geoptimaliseerd over de hele gemeente heen. De heer Hoek noemde iets over kinderen die toch gehaald en gebracht moeten worden, de kleintjes, daar ben ik het sowieso mee eens. Dan wil ik ook iets recht zetten wat meneer Lieverse zei. De VVD heeft gezegd: wij aarzelen, als we dit plan vast stellen, dat we dat wel doen op de juiste gronden. De VVD heeft niet gezegd, dat wij sportinvesteringen niet belangrijk vinden. Dat brengt mij dan op de beantwoording van de wethouder. Wij hebben niet gehoord, dat ben ik het met meneer Hoppenbrouwer eens, hoe erg het nu is om uit te stellen en hoeveel veranderruimte we straks als we het wel hebben vast gesteld daadwerkelijk hebben. Dat is waarom de VVD op twee gedachten hinkt. Als we nu niet vast stellen en ook geen reserveringen doen, dan komen op lange termijn misschien de investeringen in het gedrang. Dat zou ik niet willen, want je wilt wel investeren in sport.

Aan de andere kant: als je het hebt vast gesteld, doe je ook een soort van toezegging en als je dan als raad op je schreden wilt terug komen en nieuwe besluiten wilt nemen, dan weten we ook heus wel dat de rapen gaar zijn, laten we het zo maar zeggen. Dus daar zit onze aarzeling in. Dan het tweede punt. Ik ben wel heel blij, dat de wethouder de hand in eigen boezem steekt voor wat betreft het niet erg zichtbaar zijn voor de sportverenigingen. Ik wil haar daar tenslotte toch nog een belangrijke suggestie in mee geven. Ik weet niet of de wethouder onze koningin heeft gezien in het interview maandagavond, maar de koningin zei, ze gaf een inkijkje in de werkwijze: als ik partijen bij elkaar breng, dan bereid ik mijn bezoek lang van tevoren voor, ik geef het bezoek momenten, zodat als ik kom er al veel werk is verricht. Als de koningin komt, willen mensen niet voor aap staan, omdat er nog niets is gedaan. De oplossing ontstaat dus al voordat ik ben geweest. Dat is onze kracht. Ik realiseer me heel goed, dat onze wethouder niet de koningin is, maar zij is toch een vooraanstaand persoon in Lansingerland. Ik zou haar echt op het hart willen drukken om van die rol meer gebruik te maken. Natuurlijk is het zeker in de beginfase van corona voor ons allemaal zoeken geweest hoe je daarmee om gaat, maar tegenwoordig beleggen we net zo makkelijk een koffiemoment of een lunchmeeting via Teams.

Wethouder, breng alstublieft verenigingen bij elkaar. Want ze zeggen allemaal tegen mij, dat ze het moeilijk vinden om met elkaar samen te werken, omdat de belangen verschillen. Juist u zou het belang van de hele gemeente moeten dienen. Ik wil u deze suggestie toch echt graag mee geven tenslotte. Als helemaal tenslotte. De voorzitter: Uw spreektijd is voorbij. Mevrouw Draak: Het is geen hamerstuk voor ons. Wij broeden net als meneer Hoppenbrouwer op een motie of een amendement. Dank u. De voorzitter: Een onrustige avond dreigt. Mevrouw Bouman, CDA: Dank aan de wethouder voor de beantwoording van een aantal vragen mijnerzijds over HVB. Ik beluister dat dat opgepakt gaat worden. Het moet me echt van het hart, dat dit al jaren bekend is bij ons en mijns inziens ook op het gemeentehuis. Maar goed, de handdoek is opgepakt en we gaan het volgen en we gaan kijken welk resultaat het met zich meebrengt. Het optimaliseren van het gebruik van de accommodaties, daar heb ik ook beluisterd dat Lansingerland als totaalgemeente voorop staat en dat er dus niet alleen gekeken wordt naar of het nou het Hoge Land is, maar ook dat er gekeken wordt naar bijvoorbeeld Bergschenhoek en Bleiswijk en dat het niet ondenkbaar is dat er dan verschuivingen zouden kunnen plaats vinden t.a.v. de hockey of de voetbal. Dat is mooi, we gaan het resultaat daarvan dan ook hopelijk zien.

Uitstel corona, dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. Ik heb het gisterenavond ook op de tv gehoord, ik heb het net ook gezegd: landelijk hebben daar vele verenigingen last van. Dan heeft het zeker consequenties. Als ik dan ook kijk naar blz.53 van het accommodatieplan, waarin iets staat over de ruimtelijke inpassing en over de uitvoeringsorganisatie, de uitvoeringscapaciteit, waar aangegeven wordt, dat pas na de eerste mogelijkheid van investering voor de MIP ligt in de jaarschijf 2024. Als ik ook kijk naar de huidige begroting tot 2023, waar al rekening gehouden wordt met een aantal velden voor HBR, SVB en de HVB, dan verbaast het mij, dat dit toch niet uitgesteld zou kunnen worden. Rekening houdend met: wat zijn de consequenties, waar lopen we allemaal tegenaan? Met andere woorden: daar zit ik net als mijn twee voorgangers nog wel even op te broeden, of het niet verstandig is om het e.e.a. toch nog 1 à 2 jaar uit te stellen. Dat vierde sportpark, dat zit me toch nog wel even dwars, want daar moet in mijn optiek wel even rekening mee gehouden worden, los van het feit, dat er allerlei ontwikkelingen zijn. Maar als je het niet reserveert op voorhand, dan kan je straks achterom kijken en denken: hé, wat hebben wij allemaal gemist? Met andere woorden: dank. Ik broed ook verder met mijn collega’s over een amendement en een motie. Met andere woorden: geen hamerstuk.

Nog dank aan de heer Wezenberg van CVV t.a.v. zijn opmerkingen t.a.v. alle ontwikkelingen waar verenigingen zeker de komende tijd nog mee te maken hebben. Dank u. De heer Hoek, WIJ: Ik wil toch nog een keer herhalen: weet je, ik ben nu toch wel nieuwsgierig wat CVV, TOGB, HBR nu precies willen. Ze willen uitstel van 1,5 jaar, dat betekent dat 2 grote investeringen in ieder geval niet door gaan de eerstkomende 1,5 jaar. Ik vind het nobel van deze verenigingen als ze

14/35

zeggen: het zou zomaar kunnen zijn, dat wij door corona die extra velden niet nodig hebben. Dan vind ik het echt verenigingen die mee denken, want het is toch gemeenschapsgeld. Dus ik ben wel nieuwsgierig hoe de verenigingen daar nu in zitten. Ik vind het echt een mooie geste om te zeggen: gezien de coronagevolgen is het helemaal niet zeker of wij een hockeyveld nodig hebben of dat we een voetbalveld om moeten bouwen. De beachvolleybal is al gerealiseerd, daar hebben we al een besluit over genomen. De heer Hoppenbrouwer: U moet het ook breder zien. Corona is nu wat hot i.v.m. de actualiteiten, wat mevrouw Bouman terecht aangeeft. Maar de opmerkingen, we zijn al een tijdje met de sportverenigingen in gesprek, maar het heeft vooral te maken met de lange termijnvisie. Het feit dat nu al de capaciteit in ieder geval bij de voetbal tekort is, op die wetravelden kan vanwege de regen niet gesport worden, dus het gaat ook om de capaciteit, die ze nu nodig hebben om de overcapaciteit, die er nu al is, te veel kids, om die op te kunnen vangen. Dat wil niet zeggen dat ze nu op de korte termijn zeggen: die investering moet niet klaar. Uw eigen suggestie: stel beslissingen uit als het gaat om het zesde veld, want dat hebben we nu nog niet nodig. Maar werk dan wel aan die capaciteit.

Dus uw eigen suggestie, kijk eens naar een stukje maatwerk, waarvan ik zei dat ik daar best over wil nadenken, dat is wat u wil. U moet het niet te eng maken. De heer Hoek: Dat was niet mijn bedoeling, om het eng te maken. Maar ik hoor de heer Wezenberg ook zeggen: met name die jonge kids vallen nu af als lid zijnde. Dus we hebben het aan de ene kant over terugval van leden en aan de andere kant over druk op velden, die er kennelijk niet is. Dan vind ik het lastig worden. Mevrouw Bouman: Ik heb het e.e.a. nog even in dat prachtige plan bekeken. Als ik lees t.a.v. de wensen van HBR, u heeft me er net ook al iets over horen zeggen, over het jaar 2024, dan vraagt HBR een extra veld in 2024, het past nu binnen de beschikbare uitvoeringscapaciteit. Voetbal, daarvan wordt gemeld, dat het pas nodig is in 2024 voor veld 1 en veld 2 in 2026. Er wordt dus door de wethouder aangegeven: dat wordt dus pas in 2023 voorgelegd aan de raad. Met andere woorden: een aantal zaken staat al gewoon op termijn. Dan denk ik: waarom moeten we nu al ‘ja’ tegen een aantal zaken zeggen, los van corona, vandaar dat ik zeg: er is al doorgeschoven en er staat al het nodige voor de begroting ten opzichte van 2021/22/23 tot 2024. Er staat al het e.e.a. Met andere woorden: laten we daar eens naar kijken. De heer Hoek: Ik ben het met u eens, mevrouw Bouman.

Dat pleit er alleen maar voor om het plan, zoals het hier ligt, door te laten gaan, omdat die investeringsdata toch al op een andere datum staan. Dus dat is prima. Dus daarom zie ik geen reden tot het weer op de lange baan schuiven van het hele plan. Daarnaast. De heer Hoppenbrouwer: Waar het uiteindelijk om gaat en volgens mij zei mevrouw Draak dat ook: op het moment dat je nu een besluit neemt over ‘we gaan dat en dat en dat doen’ en je gaat het dan op een X-moment weer terug draaien, dan zijn de rapen gaar. En dat is wat je wilt voorkomen. De heer Hoek: Je gaat niets terugdraaien. Mevrouw Bouman zegt in haar bijdrage dat de uitbreiding van velden over 2 jaar nog een keer aan de orde komt. Als dat aan de orde is, kan het plan gewoon doorgaan, want dan zijn er binnen de range van nu tot 2030 nog een aantal beslismomenten, waar we alsnog ja of nee tegen kunnen zeggen. Dus dat is alleen maar goed, daarvoor zou ik niet het plan voor in de vuilnisbak vegen, want dan doe je verenigingen in mijn optiek tekort. Ik wil nog een aantal dingen zeggen. De breedtesport en de topsport: ik vind dat we daar niet in al te rigide zin mee om moeten gaan. Het gaat niet alleen om geld.

Als HBR de gelegenheid heeft om door te groeien en straks op een heel mooi niveau te kunnen spelen, dan zeg je toch als vereniging niet: joh, het loopt allemaal zo goed, maar we trekken onze keutel in, we gaan vrijwillig degraderen, wat overigens ook kan, om hoger spelen te voorkomen, dat doet geen enkele vereniging. Als dat aan de orde is, dan moet je toch met een vereniging rond de tafel gaan zitten, hoe je op onderdelen, en dat is niet met een vrachtwagen vol met geld, maar hoe je een vereniging dan kan faciliteren. Vraag me niet hoe dat eruit moet zien, maar juist om te kijken wat er wel mogelijk is. Dat is toch juist mooi. M.b.t. de sportiefste gemeente van Lansingerland, dat is niet ambitieus, want dat zijn we al. Als ik lees dat we in de doelgroep 20-29-jarigen en 45-64-jarigen 30% vaker lid zijn van een vereniging en dat we ook nog veel meer jongeren hebben, die lid zijn van een vereniging, dan geloof ik echt dat we dat al aangetikt hebben. Mevrouw Bouman: Meneer Hoek had het over prestatiesport. Als u het plan goed gelezen heeft, dan wordt er alleen door HBR verwezen naar de prestatiesport. Maar heeft u ook gekeken hoeveel dat kost? € 270.000. De heer Hoek: Mevrouw Bouman, u heeft niet goed geluisterd. Ik heb niet gezegd, dat dat met een vrachtwagen geld gepaard gaat. Maar ik vind niet dat je een ambitie moet tegenwerken.

Op het moment dat je nu zegt: we zijn tegen topsport. Dan is er niets meer mogelijk. Op het moment dat je zegt: dat is prima mogelijk, alleen wordt er van de vereniging zelf een behoorlijke financiële bijdrage verwacht, dan sluit je het niet uit en dan is er altijd nog een moment dat je samen kan kijken wat er wel mogelijk is. Niet uitsluiten. Mevrouw Bouman: Laat onverlet dat het veel geld kost. De heer Hoek: Dat weet ik niet. GL zegt: waarom hebben we de Eneco-gelden niet hiervoor uitgegeven. Dan denk ik: GL kan ieder moment een motie indienen om Eneco-gelden voor sport te bestemmen, maar dat is niet gebeurd. Dus weet je, ik snap de opmerking niet zo. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik houd het bij een aantal opmerkingen. Om tijd te sparen is het ook niet nodig om meer te zeggen. We zijn tevreden met de reactie van de wethouder op het idee van uitstellen van dit plan. Wij vinden het namelijk geen goed idee en we zijn blij dat de wethouder het ook geen goed idee vindt. De manier waarop meneer er zojuist over reflecteerde, kunnen wij geheel nazeggen. Natuurlijk

15/35

zijn er beslismomenten in de komende tijd. We stoppen niet met nadenken tot 2030. Op een aantal punten heeft de wethouder welwillend gereageerd, maar naar onze smaak te zuinig. Dat betrof o.a. het idee van HVB om de baan over te kunnen doen aan de gemeente. In gesprek blijven vinden we te zuinig. Dat geldt ook voor het plan van de Kieviten om een plek in de buitenruimte te gaan hebben, interessant om te kijken vinden we te zuinig. Ik heb gehoord hoe mevrouw Verhoef erover sprak. Ik kan me heel goed voorstellen, dat we de samenwerking zoeken om een amendement te ontwerpen. Tot slot. Wat de prestatiesport betreft, wat meneer Hoek erover zei, dat heeft onze instemming. Mevrouw Heijblom, D66: Ik wil de wethouder bedanken voor haar uitgebreide beantwoording. Ik heb haar niet meer gehoord, of ik heb het gemist, over de prestatiesport. Daar ben ik het heel erg eens met meneer Hoek. Volgens mij moeten we dat echt niet uitsluiten, want volgens mij ontwikkelt de gemeente Lansingerland ook steeds meer naar een gemeente die dat soort dingen ook leuk en belangrijk vindt. Zeker voor onze jeugd. Misschien mag het ook best wel wat kosten, dat weet ik niet, maar dar kunnen we nog naar kijken. Ik moet zeggen, dat ik een beetje verbaasd ben over hoe over de periode na corona praten.

Het zou best kunnen zijn, dat als we straks allemaal gevaccineerd zijn we razendsnel weer in de situatie zitten als dat we voor corona hadden. Dus ik ben eigenlijk helemaal niet zo bang, dat al die sportverenigingen waanzinnig gaan leeglopen. Misschien nu tijdelijk, maar op de lange duur geloof ik dat niet zo. Ik zie nu alleen maar wachtlijsten en dat merk ik ook bij mijn eigen kinderen. Mevrouw Draak: Ik zou graag via de voorzitter aan mevrouw Heijblom willen vragen over de prestatiesport: als je naar het afwegingskader kijkt in het accommodatieplan, waarvan juist de VVD heeft gezegd: wij vinden dat afwegingskader juist heel goed. Dan wordt prestatiesport toch helemaal niet uitgesloten? Het enige wat het afwegingskader zegt, is dat de vereniging daar zelf de kosten voor moet dragen. Wat vindt u daar dan van? Mevrouw Heijblom: Ik weet niet of ze de totale kosten zelf moeten dragen, maar ik denk dat ze een deel daarvan zeker zelf moeten betalen. Daar kan ik wel in komen, ja. Misschien staat het er op die manier al voldoende. Als laatste is het voor ons wel een hamerstuk, want ik dat het de gemeente helpt als we dit stuk wel goed keuren. De voorzitter: Dat wordt een heel klein hamertje. Mevrouw Gabin, GL: Ik wil eerst nog even stil staan bij de afgelopen beeldvorming.

Daar kwam ter sprake dat heer De Jong van Vechtclub Martial Fit hard op zoek is naar een eigen locatie, waar hij les kan geven. Momenteel huurt hij gymzalen van de gemeente. Vechtsport is een snel groeiende sport, die zeker een eigen plek verdient in de gemeente. Wat kan de wethouder betekenen voor nieuwe, snel groeiende sporten binnen Lansingerland, waar niet op voorhand rekening mee is gehouden? Dan over de beantwoording van de wethouder. Allereerst dank. De wethouder geeft aan, dat de sportverenigingen initiatieven zelf moeten bekostigen. Normaal gesproken is dat vanzelfsprekend. Maar in dit geval is het wel een contradictie met haar ambitie om Lansingerland de meest sportieve gemeente te maken, want sportverenigingen verkeren in financiële moeilijkheden en kunnen vaak niet een initiatief of een uitbreiding bekostigen zelf. Daar is een steuntje in de rug nodig van de gemeente, vinden wij. Dan over de coronagevolgen. We moeten niet te lichtzinnig daarover zijn, over de coronagevolgen. Er is echt een omdenken aan de gang onder sporters. Je ziet dat sporters steeds minder gebruik maken van hun traditionele vaste lidmaatschap, maar dat er gebruik wordt gemaakt van buitenruimten. Daar kan de voorzitter van CVV Berkel over meepraten. Ik heb de wethouder ook in haar beantwoording iets daarover horen zeggen. Of dit een blijvende trend is, kan ik niet overzien.

Dit zal onderzocht moeten worden door de gemeente. Ik kan het me goed voorstellen, dat een nieuwe koers moete worden bepaald voor sportverenigingen, dus daar zou uitstel weleens goed van pas kunnen komen. Maar wij zitten ook heel erg te twijfelen. De wethouder zou veel twijfels weg kunnen werken, indien zij wat nauwkeuriger is in het schetsen van de gevolgen van een uitstel van het accommodatieplan en wat zo’n uitstel daadwerkelijk betekent voor overige sportverenigingen, die niet om uitstel vragen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik dank de wethouder voor haar toelichting en beantwoording van de vragen. De wethouder heeft bevestigd, dat na 2030 een vierde sportpark zeer waarschijnlijk nodig zal zijn, omdat we dan verder groeien als gemeente richting 80.000 tot 90.000 inwoners. Zoals ik al zei zullen wij een motie indienen om nu al bij de planologische studies voor na 2030 daarmee rekening te houden qua reservering van ruimte. Dat wordt dan misschien een motie vreemd aan de orde, omdat het niet specifiek over de sportaccommodatieplannen gaat, maar dat zien we. Dus iedereen die daar aan mee wil denken en doen, die nodigen we van harte uit, zeker het CDA die dat ook nadrukkelijk aangaf. De heer Hoppenbrouwer: Ik vind het een interessante gedachtegang. Volgens mij hebben wij als eerste partij vragen gesteld over het vierde sportpark.

Waar zou u die eigenlijk willen hebben? U praat erover dat het naar 80.000 of 90.000 inwoners gaat, maar waar gaat dat dan gebeuren? We kunnen er wel een motie over indienen, maar als alle vierkante meters al bezet zijn, dan wordt het een beetje lastig, denk ik. Hoe realistisch is het? Mevrouw Verhoef: Ik hoorde u een gek woord zeggen. Zei u nou, dat ik erover braakte? Of dat ik erover beraadde? Wat zei u nou? Ik hoorde iets geks. De heer Hoppenbrouwer slaat de spijker op de kop en mevrouw Bouman zei het ook al. Je moet nu al anticiperen op het feit, dat je ooit een gemeente zult zijn van die omvang, dus bij de plannen die je maakt voor je ruimte, of het nou

16/35

Wilderszijde is of Bleizo of andere gebieden: kijk waar we die plek zouden willen reserveren voor een eventueel sportpark. De motie roept op om dat te doen, om die mindset te hebben, niet om dat sportpark meteen uit te rollen. Maar ik ben blij, dat u toen die vragen heeft gesteld en dat we er nadrukkelijk aandacht voor hebben gehad ook in de commissie. U bent ook van harte uitgenodigd om mee te denken en te doen. Ik ga even verder anders krijg ik ruzie met de voorzitter. Dat was het eerste punt, een motie vreemd aan de orde of wat het dan ook voor motie wordt. De wethouder hoor ik ook nadrukkelijk zeggen: stel dit plan nu niet uit, het vast stellen daarvan. Dat drukt ze ons op het hart. De heer Hoek zei ook, en daar ben ik het ook mee eens: dit is een bredere visie en een afwegingskader, dat je vast stelt. Tussendoor kun je nog bijstellen, er komen meerdere beslismomenten. Het is niet in het voordeel van alle sportverenigingen om het nu helemaal met 1,5 tot 2 jaar uit te stellen. Waar ik eigenlijk van baal: ik hoor o.a. VVD en L3B ook zeggen dat ze vinden dat er niet de juiste getallen ten grondslag liggen aan het tot stand komen van deze nota. Dat gaat dan, denk ik, over aantallen of in ieder geval onderzoek dat is gedaan, dat dat een reden is waarom het nu nog niet rijp is. De heer Hoppenbrouwer: Laat ik het even over de cijfers hebben.

het zijn allemaal aannames, die gedaan worden. Ik heb technische vragen gesteld op basis van landelijke ontwikkelingen: kunt u zo’n plaatje ook voor de gemeente Lansingerland maken? Dan herhaal ik voor de derde keer: dat inzicht heeft het college niet. Dus hoe kan je dan zeggen, dat je op basis van reële cijfers deze nota kan vast stellen? Ik hoor alleen maar: Hoge Land zit vol en blijft vol. De wethouder zegt: het is niet vol, welnee joh. Dat zijn toch twee werelden die niet kloppen? Mevrouw Verhoef: We hebben inmiddels het voorleggen en vast stellen van het sportaccommodatieplan bij de raad met een jaar uitgesteld. De wethouder en haar ambtenaren hebben uitgebreid onderzoek gedaan. Het verbaast mij dus dat u dit soort dingen niet tijdig heeft aangekaart in uw coalitieoverleg en dat u nu de wethouder en ook een groot gedeelte van de raad overvalt met: het is niet rijp en de getallen kloppen niet. Ik vind dat niet de plek en ook niet het moment om dat nu nog te doen. Ik vind dat eigenlijk heel vervelend. Ik ben blij met de toezegging van de wethouder, dat ze in gesprek wil blijven of gaat met hockeyvereniging Bleiswijk. Maar zoals de heer Lieverse zegt: ik heb dat liever zwart op wit met een paar regels netjes in het plan, dat er een businesscase gemaakt zal worden. Volgens mij kan dat er zo in gefietst worden.

Mevrouw Draak: Ik wilde alleen heel even kort toelichten aan mevrouw Verhoef, dat de VVD het niet heeft over de cijfers op de manier zoals de heer Hoppenbrouwer ze bedoelt. Wij hebben vooral gezegd, dat de trend door corona, de sporttrend door corona, mogelijk op langere termijn zodanig permanent veranderd kan zijn, dat je dan nu op basis van verkeerde cijfers aannames zou doen. Dat is hoe wij het hebben bedoeld. De heer Hoppenbrouwer: Mevrouw Verhoef heeft me nu echt een beetje pissig gemaakt, want nu doet het voorkomen alsof wij ruim van tevoren weten wat het accommodatieplan is. U heeft zelf uw beeldvorming gehad. Ik heb twee keer een extra beeldvorming gevraagd en we hebben regelmatig gezegd en ik hoor meneer Hoek het nog zeggen: hoe kunnen wij nu een oordeel vellen, hoe kunnen wij in gesprek gaan met de sportverenigingen als wij de nota zelf niet hebben. Het feit, dat wij een dualisme hebben, wij hebben dezelfde informatie als u, dus we hebben helemaal niets in coalitieverband gedaan. We hebben nu, in het kader van dualisme, het overleg. Dus uw opmerking was niet gepast. Mevrouw Verhoef: Dat heb ik genoteerd. Blijft het feit, dat we het gewoon een jaar lang hebben uitgesteld omdat de wethouder bezig was om het allemaal nog zorgvuldiger te doen ook op uw verzoek, dus u had de vinger aan de pols kunnen houden, want dat mag wel in een dualistisch systeem.

Ik ga toch nog even verder. De voorzitter: Rond u af. Mevrouw Verhoef: Dat ga ik zeker doen. HVB in gesprek, niet genoeg, dat zouden we graag zwart op wit erin schrijven. Ook rondom het verhaal van de Kieviten, die sprintstrip, dat is tijdens de overlegavond op 14 april is dat een 100 meterbaan genoemd, maar er zijn dus allerlei variaties. Ook dat zouden we graag met een paar zinnen expliciet opnemen in de nota met een amendement. Nog heel even mevrouw Gabin. Buitensport wordt het helemaal, nieuwe koers. Ik geloof er helemaal niets van. Ik denk dat kinderen, jonge mensen nog steeds zullen blijven sporten in teamverband, omdat wedstrijden spelen nou eenmaal heel erg leuk is. Dank u wel. Beantwoording tweede termijn college Wethouder Van Tatenhove: Ik ga alle leden even langs om in elk geval te voorkomen, dat ik er één vergeet. Nog maar even herhalen: we hebben in dit sportaccommodatieplan gerekend met de groei en de ontwikkeling en de trends, die we op dit moment kennen. Daar hebben we cijfers voor gebruikt, die wij hebben, die de sportclubs hebben aangeleverd, die de bonden hebben laten zien. Die hebben we niet in een figuurtje gezet, waar meneer Hoppenbrouwer in vraag 5.b om heeft gevraagd in zijn technische vraag. We hebben weldegelijk met realistische cijfers gerekend, want we wilden vooruit kijken tot 2030.

Beslissingen die we nu nemen in het plan zijn beslissingen die in dit plan staan, dat zijn de voorstellen om ervoor te zorgen dat tot 2030 er voldoende sportcapaciteit is voor de buitensport georganiseerd en voor de binnensport georganiseerd. Die houden geen rekening met alle coronasporters, die op dit moment in de buitenruimte gewoon individueel of in kleine groepjes actief zijn. Wat wij hebben afgesproken is, dat de investeringen die daarmee gepaard gaan en een plekje krijgen in het MIP en dus landen in onze begroting. Wat we tijdens de laatste begroting ook hebben afgesproken met uw raad, is

17/35

dat voordat een investering wordt gedaan we u daarover apart in kennis stellen, zodat u daar nog een zienswijze op kunt geven of u het daar wel of niet mee eens bent. Wat we bovendien bij sport gewend zijn om te doen, ook bij vervangingsinvesteringen, is om op het moment dat het aan de orde is af te wegen wat de beste vervanging of de beste investering is en of die perse noodzakelijk is. We gaan niet een extra hockeyveld aanleggen, omdat het nou eenmaal in 2024 gepland stond in dit sportaccommodatieplan. Als we het sportaccommodatieplan vast stellen, dan voorzien we erin dat er een extra hockeyveld moet worden aangelegd en dan voorzien we erin, dat de spelcapaciteit bij de voetbal uitgebreid wordt door de vervanging van een grasveld door een kunstgrasveld. Maar als op het moment, dat het gepland staat het nog niet nodig is omdat het veld nog niet aan vervanging toe is, dat er nog langer op gespeeld kan worden of dat de capaciteitsuitbreiding nog niet nodig is, dan doen we dat op dat moment nog niet. Dus in die zin legt u nu vooral iets in de begroting vast en geeft u zekerheid aan de verenigingen dat ze bij een ontwikkeling, zoals we die nu voorzien, aanspraak kunnen maken op voldoende sportcapaciteit voor de leden, die we nu verwachten. Maar als het niet nodig is, dan doen we natuurlijk die investering op dat moment nog niet. Die afweging kunt u dan nog maken.

Dus dat zou echt mijn pleidooi zijn om het accommodatieplan wel vast te stellen, zodat het die vertaling van de trends die we zien vast legt in het plan. De heer Hoppenbrouwer: Wethouder, u zegt dat als we dit gaan vast stellen, dan bieden wij zekerheid aan de vereniging. En daar zit precies mijn punt. Mijn punt is: op het moment dat u zegt dat daar een hockeyveld gaat komen, dan is het onomkeerbaar. Dan kunt u echt niet meer van goeden huize komen en zeggen: nee, we maken er een handbalveld van. Dat is gewoon geen realiteit, dat is niet de werkelijkheid, zoals we er de afgelopen jaren mee omgegaan zijn. Dus ik vind het risico echt veel te groot. Wethouder Van Tatenhove: Meneer Hoppenbrouwer, met alle respect, ik geloof dat u er nu een karikatuur van maakt, want het veld waar het over gaat is de ruimte die er nog is op het sportpark Hoge Land. Daar is voorzien dat daar of voetbal nodig is of hockey. De cijfers laten zien dat er voor voetbal niet tot 2030 een extra ruimte verwacht wordt voor gebruik van het veld en dat de cijfers voor de hockey in Lansingerland totaal, mevrouw Draak refereerde daar nog aan, volgens die 40/75 regel dat er dan voor de hockey wel sprake is van een groei, die een extra veld rechtvaardigt. Dat zetten we in dit plan.

Maar als gevolg van corona of als gevolg van populariteit van een andere sport de hockey niet zo snel groeit, dan gaan we natuurlijk niet dat extra veld aanleggen. Dan blijft die hoek voorlopig een lege hoek. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Wethouder Van Tatenhove: Dan ga ik nog even naar HVB. Voor HVB hebben de heer Lieverse en mevrouw Verhoef nog voor gevraagd: wilt u dat iets stelliger verwoorden? Ik denk dat het inderdaad goed is om met HVB in overleg te gaan en te kijken wat voor businesscase erbij hoort, bij die overdracht. Ook omdat er in het verleden afspraken zijn gemaakt tussen HVB en de voormalige gemeente Bleiswijk, toen ze dat veld in eigendom kregen. Misschien is het nog wel even goed, niet ter zelfrechtvaardiging, maar we hebben wel in december 2020 nog een keer de vraag bij verenigingen gedaan: wat hebben jullie nog nodig en staat alles in het accommodatieplan? Toen is die overdracht echt serieus niet meer aan de orde geweest. Maar ik ga met alle liefde met hen weer daarover in gesprek. Dan nog even over het wetraveld. Het wetraveld wordt nu vooral benaderd vanuit de extra capaciteit in uw bijdrage.

De vervanging van het wetraveld zit, voor zover ik heb begrepen van de sportclubs en ik ben toevallig vanmiddag nog bij TOGB geweest, vooral in het feit dat de kwaliteit van het veld anders is dan dat wij en zij hadden verwacht en dat ze daarom graag willen vervangen, eerder, en dat ze dan de voorkeur hebben voor een kunstgrasveld, maar dat zit eigenlijk niet in de capaciteit en daarom staat het bij ons nog niet op de vervanging, omdat het voor de capaciteitsuitbreiding niet nodig is en voor de levensduur nog niet aan de orde. De heer Hoppenbrouwer: Het gaat nog even over de hockey Bleiswijk, voordat ik me ga verspreken in de 3 letters. Wat doet u nou eigenlijk met de mededeling, dat Bleiswijk nog ruimte heeft voor 150 spelers en we gaan toch een veld aanleggen in Berkel. U zegt: één van de uitgangspunten is dat we niet per kern kijken, maar naar Lansingerland. Ik heb u eigenlijk helemaal niet gehoord hoe u tegen dat vraagstuk van Bleiswijk aankijkt. Waarom? Ik zou zeggen: eerst die 150 vullen en als die gevuld is, dan gaan we pas over een veld nadenken. Hoe zit u daarin? Wethouder Van Tatenhove: We bekijken ook de hockeycapaciteit op het niveau van Lansingerland. Met 150 ruimte is HBR niet voldoende geholpen, want die hebben op termijn een grotere groei dan die 150 in Bleiswijk. Dus op termijn is er dus een extra veld nodig voor de hockey.

Op een veld wordt gerekend met 300 en niet met 150 spelers. Dus op het moment dat er een grotere groei is, dan is er een extra veld nodig en er is ruimte voor een extra veld in Berkel. De vraag komt ook van de vereniging in Berkel. Dus de totale extra vraag die bij HBR bekend is, die kan niet volledig worden opgevangen door het onbenutte potentieel in Bleiswijk. Dat zegt niet dat we niet willen investeren in Bleiswijk. Het zegt iets over de wachtlijst van de ene club en het overschot bij de andere club. De wachtlijst is groter dan het overschot. De voorzitter: Uw antwoord is helder. Mevrouw Verhoef: Sorry, ik ga misschien iets te snel, ik dacht dat de wethouder ging afronden. Maar ik wilde nog heel even vragen of ze nog op de Kieviten terug komt. Wethouder Van Tatenhove: Ik was nog niet klaar, ik was nog maar bij mevrouw Bouman. Zij had iets over de eerste mogelijkheid om te investeren. Daar heb ik al iets over gezegd. Ik hoop dat dat nu duidelijk is. U zegt: de wethouder geeft aan, dat er een vierde sportpark nodig is. Ik heb aangegeven, dat we geen rekening hebben gehouden met groei na 75.000 en dat er dan inderdaad mogelijk een extra sportcapaciteit nodig is, wie weet, misschien wel in een park. Als we daar

18/35

dan planologisch rekening mee moeten houden, dan denk ik dat het heel wijs is om dat te doen bij de uitbreidingsplannen die we na 2030 hebben. Het lijkt mij niet heel logisch, ik weet niet meer wie dat precies zei, ik dacht mevrouw Verhoef, dat het dan in Wilderszijde zou landen, want Wilderszijde is een wijk, die we tot 2030 uitbreiden en voor de uitbreiding tot 2030, tot die 75.000 inwoners, voldoet wat is beschreven in dit plan. Dan kom ik bij meneer Hoek, die had het over de terugval van de leden van CVV. Dat is inderdaad ook wat ik heb gehoord, dat de grotere voetbalclubs op dit moment te maken hebben met een terugloop in leden, die anders is dan voor corona. Ook dan geldt: als we een veld moeten vervangen kijken we wat er nodig is als we de verenigingen zouden knippen, maar ik hoop van ganser harte dat dat zich weer omkeert na corona. En voor de topsport had u nog een vraag en daar kwam mevrouw Heijblom ook op terug en die noemde dat de prestatiesport. Het is niet zo, dat we niet meedenken met verenigingen als zij een stap kunnen zetten. Dat is bijvoorbeeld de aanleiding om bij HBR van een zandveld naar een waterveld mee te gaan, maar dan vragen we wel aan HBR in dit geval om dan zelf te investeren. Dus dan financieren wij het zandveld en de meerkosten zijn door HBR betaald.

Eigenlijk net zoiets als wat we hebben gedaan bij de andere, waar we met een eenmalige bijdrage iets mede mogelijk maken. Maar we gaan niet ijveren om topsport of prestatiesport binnen onze gemeente naar binnen te harken. De heer Lieverse vroeg wat extra duidelijkheid over HVB en over de Kieviten. Over HVB heb ik al wat gezegd. Bij de Kieviten: mevrouw Verhoef gaf aan, dat ze waarschijnlijk met een motie of een amendement komt om daar meer aandacht voor te vragen. Wat mij betreft vraagt u aan mij een toezegging en doe ik de toezegging om daarmee om de tafel te gaan om te kijken wat er in de buitenruimte gerealiseerd kan worden. Wellicht n.a.v. de trends van corona, want dat zien we serieus. Als u het met een amendement wilt bekrachtigen, dan kan ik u daar natuurlijk niet bij tegenhouden, maar wellicht is een toezegging voldoende. Mevrouw Gabin vroeg: wat kunnen we betekenen voor nieuwe snelgroeiende sporten en dan noemde u een vechtsport. De heer Hoek: Over de toezegging richting de Kieviten, prachtig mooi om daarmee in gesprek te gaan en om te kijken wat er uit komt. Ik zou willen mee geven: doe dat dan ook weer in de buurt van een accommodatie. We hebben nu de beachvolleybalvelden, die moeten een accommodatie gaan neerzetten. Het ligt toevallig ook aan de rand van het Bergsche Bos, waar zij graag zitten. Misschien kan je hele mooie combi’s maken dan.

Dat zou mijn voorkeur hebben. Mevrouw Verhoef: Ik wil even doorgaan op het aanbod, dat de wethouder doet: vraagt u mij dan een toezegging. Ik wil de wethouder graag een toezegging vragen om samen met Kieviten te onderzoeken of en hoe het ruimtelijk en financieel haalbaar is om voor de jeugd een zogenoemde sprintstrip ergens in Lansingerland aan te leggen. De heer Hoek deed daar ook een heel mooie suggestie bij. Wethouder Van Tatenhove: Die toezegging wil ik doen. Ik neem de suggestie van meneer Hoek daarbij mee. En ik denk dat het goed is om nu te zeggen, dat in de gesprekken die ik heb met de jeugd, een aantal van die gesprekken doe ik soms ook samen met de burgemeester, daar komt het buitensporten en het voorzien in extra faciliteiten ook regelmatig naar voren en daar past dit ook heel mooi bij, om dit daarin mee te nemen. Dan ga ik naar mevrouw Gabin over de nieuw snelgroeiende sporten. Wat kunnen wij voor deze nieuwe sporten betekenen? Dat is vooral dat we hen erop attenderen dat we verschillende gymzalen en sportzalen hebben en niet alleen maar sporthallen. Die gymzalen en die sportzalen zijn vaker makkelijker te huren dan een complete sporthal. Zij kunnen daar gebruik van maken gewoon via Sportfondsen. Clubs die een eigen accommodatie willen aanschaffen kunnen gewoon op de markt kijken welke ruimte er beschikbaar is.

U had het ook nog over de buitenruimte, daar heb ik het al over gehad. Mevrouw Verhoef vroeg ook naar het vierde sportpark, als dat er zou moeten komen, waar ga je dat dan doen. Daar heb ik net al iets over gezegd. Volgens mij heb ik het dan gehad. Ik hoop dat we een plan kunnen gaan vast stellen, zodat we met de sportclubs in gesprek kunnen blijven over de toekomst na corona. De voorzitter: Dan sluit ik de beraadslagingen over dit onderwerp. Ik ga niet vragen of het een bespreekstuk of een hamerstuk moet worden, want dat is wel duidelijk gezien de aangekondigde wijzigingsvoorstellen. Dus het gaat als bespreekstuk naar de agenda van de volgende raad. 5. Bespreekpunten: 5.a Rol gemeente bij controleren jeugdzorgaanbieders en bij voorrang urgente zorg De heer Lieverse, CU: Dank aan de collega’s in de commissie. Het kan overbodig lijken om over jeugdzorg of jeugdhulp te gaan praten, want we praten er al regelmatig over in de commissie. We doen het n.a.v. jaarrapportages, er is kortgeleden nog een rondvraag gesteld rond een knelpunt, we hebben het over overschrijdingen van het budget, we hebben het er ook weleens over, dat het rijk onvoldoende tegemoet komt in de kosten, dat de decentralisatie ook gepaard is gegaan met bezuinigingen. Maar in de tussentijd, terwijl we het heel vaak over die financiële kanten hebben, hebben we als gemeente een wettelijke taak.

Er zijn bijvoorbeeld urgente gevallen. Er kan over gedacht worden, dat het in onze omgeving wel wat meevalt, maar urgente gevallen zijn stuk voor stuk heel ernstig. Het gaat dan namelijk niet alleen over de jeugdigen, het gaat over hele gezinnen die in nood zijn. Ouders, broertjes, zusjes. Er is reden om te twijfelen aan deskundigheid bij de gemeente, niet zozeer omdat het over onze gemeente

19/35

alleen gaat, maar omdat er in de literatuur over gesproken wordt, dat bij de decentralisatie er heel moeilijke keuzes zijn neergelegd bij de gemeenten, die vaak daar niet voldoende toe in staat zijn, om de aanbesteding te doen, ook al wordt de inkoopprocedure binnenkort vergemakkelijkt, maar ook om toezicht te houden op de zorgaanbieders, die ook heel divers zijn aan deskundigheid, aan omvang en controleerbaarheid. Er zijn allerlei toezichthoudende instanties, er zijn er misschien wel teveel. Maar het vervelende is: die toezichthoudende instanties lijkt een veilig netwerk, maar die treden uiteraard pas op als er een overschrijding is of als er een probleem is ergens. Wat ik graag zou willen is het volgende. Ik zou graag een rondje doen, als het mogelijk is, een soort brainstorm over wat er in de commissie gedacht wordt, wat wij als gemeente kunnen doen op het gebied van de uitvoeringsrichting. Wat kunnen wij doen om ervoor te zorgen, dat de knelpunten die er zijn rond deskundigheid bij de gemeente, maar ook m.b.t. het ervoor zorgen dat de meest ernstige situaties niet buiten beeld raken, dat die aan bod komen voor tijdige en juiste hulp. Ik heb zelf ook wat ideeën, zeker ook n.a.v. de beantwoording van de vragen die in het stuk meegenomen zijn. Maar ik ben eerst benieuwd naar het horen van de collega’s.

De voorzitter: Vindt u dat het handigst, dat we uw eigen ideeën voor het laatst bewaren? De heer Lieverse: Ja. De heer Kampinga, VVD: Allereerst waardering dat de CU de controle op jeugdhulp agendeert, want zo staat het er eigenlijk. Die controle heeft betrekking op de gecontracteerde jeugdzorgaanbieders bij de kwaliteit van de zorg. Ik kom er zo op terug. Maar ook bij het voorrang geven aan de meest urgente zorg. Ik heb, om het een beetje begrijpelijk te maken, het ging over meer dan 200 bladzijden, voor mezelf een korte samenvatting gemaakt. Jeugdhulp gaat van eenvoudig opvoedvragen tot en met jeugd GGZ o.a. gesloten zorg. De laatste tijd zijn er vaak berichten over zogenaamde zorgcowboys, is een mooi woord, mensen die het niet zo nauw nemen met de regeltjes. Het gaat dan om fraude bijvoorbeeld in de zin van slechte zorg leveren. Het is ook een beetje een markt, zoals meneer Lieverse schrijft. Er zijn altijd weer slimmeriken die daar op inspelen. Maar ook zorgaanbieders, die bij verschillende zorgwetten shoppen door bijvoorbeeld zorg te leveren via de wet langdurige zorg nadat ze zijn afgewezen voor de jeugdwet. Meneer Lieverse zal veel van zichzelf hierin herkennen. Verontrustend is dat jeugdigen met psychische problemen, die het meest dringend hulp nodig hebben onderaan de lijst komen.

Dat is namelijk voor de zorgverleners, dan heb je weer die markt en die mensen hebben contracten gesloten en dan zeggen ze: weet je wat: de moeilijkste gevallen doen we helemaal onderaan. We beginnen gewoon met de makkelijke gevallen. Dat levert evenveel geld op als de moeilijke gevallen en dat gaat veel makkelijker. Vanwege de landelijke grote tekorten op de jeugdhulp is extra budget voor gemeenten, ik heb gelezen € 613mln in 2021 toegekend door het rijk voor het oplossen van acute problemen in dit jaar, 2021, dus niet structureel. Is dit waar naar verwezen wordt? Extra geld, zoals meneer Lieverse schrijft, is dat de toezegging van meneer Blokhuis, staatssecretaris, die hij op dat moment nog niet hard kon maken, maar het is nu € 613mln geworden landelijk. Diezelfde Paul Blokhuis, niet te verwarren met Leo, die ik ook graag mag trouwens, Leo Blokhuis, dat is zijn oudere broer, Paul Blokhuis stelt dat gemeenten zelf de zorgcowboys moeten aanpakken. Dat vind ik nogal een stelling, maar ik begrijp het wel vanuit zijn standpunt, probeer ze maar zelf aan te pakken. Ik probeer het nu af te ronden. De bijlagen tellen meer dan 200 pagina’s, onder andere het uitgebreide rapport van Andersson Elffers Felix. Hierin worden analytisch maatregelen beschreven om tot meer efficiency en effectiviteit in de jeugdzorg te komen. De huidige systematiek is daarbij uitgangspunt.

Zo wordt er voor gepleit om de jeugdzorg anders te gaan doen. Moeten die indicering, contractering van zorgverleners en bekostiging eigenlijk niet op de schop? Dat weet ik we, daar kunnen wij niet direct wat aan doen. We zijn een beetje aan het dweilen met de kraan open. Zo wordt er door deskundigen voor gepleit dat de jeugdzorg weer ondergebracht zou moeten worden bij de zorgverzekering en niet bij de WMO. Nu komt het voor, dat hoorde ik toevallig vanmiddag, dat jeugdigen door gebrek aan behandelingsmogelijkheden, gewoon beperkte capaciteit van zorgverleners, op de stapel terecht komen in afwachting van het bereiken van de 18-jarige leeftijd, want dan komen ze weer als volwassene via de zorgverzekering inbeeld voor hulp. De vragen zijn al beantwoord door het college. En ja, voor alle zekerheid, het beeld dat geschetst wordt herkent de VVD zeker. Dank u wel. De heer Buijs, CDA: Kinderen en ouders hebben recht op goede en passende zorg, dat was en is de overtuiging van het CDA. We herkennen en agenderen dus ook al tijden de geschetste problemen, waarvoor de CU nu aandacht vraagt. Dat is een initiatief, waar we als CDA echt oprecht blij mee zijn, dus dank aan de heer Lieverse dat hij dit heeft ingebracht. Dat als antwoord op uw eerste hoofdvraag van vanavond. Dan de controle op de aanbieders en de kwaliteit van dat aanbod.

Die laat, wat het CDA betreft, inderdaad nog steeds te wensen over. Dat is dan ook de reden, dat het CDA een stemverklaring heeft afgegeven bij de laatste raadsvergadering over de regiovisie jeugdzorg, waar we het onlangs over hebben gehad. In die steunverklaring hebben wij nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het monitoren van de steeds hoger oplopende tekorten, maar ook voor het belang van het sturen van aanbod van jeugdzorgaanbieders. Dan kom ik op die 6 subvragen, die de heer Lieverse heeft gesteld. Wat dat betreft zijn onze bespiegelingen als volgt en heel concreet. In aanvulling op het antwoord van het college, de eerste twee vragen. Ja, het CDA zegt: evalueer nu de inkoop en de bekostiging van de jeugdzorg, stel

20/35

strengere kwaliteitseisen aan zorg en aanbieders als gemeente en regio en voorkom dat aanbieders ook diagnoses stellen, waar dat niet strikt noodzakelijk is om hulp te verlenen. Dit werkt tegen het frauderen en/of slecht presterende zorgaanbieders in onze regio blijven binnen komen. Dan in aanvulling op de beantwoording van het college bij vraag 3 en 4. De druk is inderdaad hoog, er zijn veel te weinig medewerkers, teveel hulpbehoevenden en veel te weinig middelen. Werk in gezamenlijkheid die wachtlijsten weg in ruil voor bijvoorbeeld hogere WMO tarieven en langdurige contracten. Haal een stofkam door de vele aanbieders in onze regio door ons voortaan langjarig in te laten met alleen nog aanbieders van zinnige zorg, die kwalitatief goed scoort. Zo wordt het ook eenvoudiger om rust te creëren en strategisch te opereren als gemeente en regio’s. Dan de laatste twee vragen. Die extra middelen, het is natuurlijk fijn als die er komen en belangrijk, maar tegelijkertijd geldt dat meer geld niet altijd de oplossing is. De gemeente heeft een zorgplicht. Het aanbod dient ook zo effectief en zo efficiënt mogelijk te zijn. De gemeente moet leveren uiteindelijk, dus je kunt beter ook aan de aanbodzijde sturen. Het blijven dus druppels op de gloeiende plaat als niet ook de gemeente en de regio zelf bepalen welke zorg waar en hoe geleverd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=325b1bb2-6e39-4a1c-ba9f-967cd00663c3