CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek naar de consequenties Omgevingswet

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Rekenkamerrapport Omgevingswet20.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente moet zich hier een beeld van vormen.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de nieuwe processen van toezicht en handhaving zijn ingericht in de software van het programma 'open wave' met de OD IJmond. De gemeente heeft zich hiervan een beeld gevormd. 9. Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb De gemeente dient de toezichts-en handhavingsprocessen bij bouwactiviteiten aan te passen aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. Leidraad VNG: Per 1-1-2023 dient de gemeente de toezichts- en handhavingsprocessen bij bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. De Wet kwaliteitsborging betekent een groot aantal veranderingen bij toezicht en handhaving inzake bouwactiviteiten. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en blijft het bevoegd gezag. Bouwtoezicht voor categorie 1 bouwwerken wordt echter primair belegd bij private kwaliteitsborgers. De (technische) toets op het bouwplan vooraf wordt vervangen door (technische) toetsing op het bouwwerk zoals gebouwd.

De gemeente toetst niet meer inhoudelijk aan bouwtechnische voorschriften, maar controleert of de opdrachtgever werkt met een toegelaten, geschikt instrument en een onafhankelijke kwaliteitsborger. De Wkb voert daarbij ook verschillende aanpassingen door in het Burgerlijk Wetboek om de positie van de opdrachtgever te versterken. Dit alles vraagt een 25

aanzienlijk aantal wijzigingen in processen, competenties en informatievoorziening die de gemeente dient te implementeren.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de inpassing van de Wkb nog dient plaats te vinden (zie ook hiervoor).

10. Kunnen wijzigen van het omgevingsplan De gemeente moet wijzigingsbesluiten (en de daaraan voorafgaande voorbereidingsbesluiten) volgens de nieuwe standaard aan de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar (LVBB) kunnen aanbieden. De gemeente ontvangt van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het wijzigen hiervan moet gebeuren volgens de regels van de Omgevingswet. De wijzigingsbesluiten (en de daaraan voorafgaande voorbereidingsbesluiten) moeten volgens de nieuwe standaard aan de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar (LVBB) worden aangeboden. Wat betreft aansluiting moet een correct werkende beveiligde technische verbinding tussen het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) en de ICT-omgeving van de overheidsorganisatie worden gerealiseerd. Wat betreft openbaarmaking moet een aangesloten overheidsorganisatie een omgevingswetbesluit publiceren in de LVVB. Leidraad VNG: Als een gemeente een omgevingsplan wil wijzigen, dan stelt de gemeente deze wijziging per 1-12023 vast conform de eisen van de Omgevingswet. Het gewijzigde deel van het plan voldoet aan de provinciale instructieregels en aan de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De wijziging wordt met behulp van de geldende standaard ontsloten via LVBB/ DSOLV. (Deze eis is maakt als nummer 4 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst).

Gemeenten beschikken op 1-1-2023 over een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege. Het wijzigen hiervan moet volgens de regels van de Omgevingswet. Dit betekent dat wijzigingen moeten voldoen aan de instructieregels van rijk en provincie, maar ook aan andere kaders vanuit wet- en regelgeving. Denk aan: wat mag in het omgevingsplan, welke omgevingswaarden mag de gemeente zelf stellen, waar is maatwerk op rijksregels mogelijk etc. Bij het maken van een omgevingsplan nieuwe stijl krijgen gemeenten te maken met een aantal beleidsvernieuwingen rond bijvoorbeeld geluid en externe veiligheid. Zo zullen de huidige geluidproductieplafonds van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterrein in omgevingswaarden in het omgevingsplan moeten worden opgenomen en zijn de rekenregels aangepast. Ook de systematiek voor externe veiligheid verandert: in het nieuwe omgevingsplan komen o.a. zogenoemde aandachtsgebieden. De wijzigingsbesluiten (en de eventueel daaraan voorafgaande voorbereidingsbesluiten) moeten volgens de nieuwe standaard (STOP/TP) aan de LVBB (en daarmee indirect aan DSO-LV) worden aangeboden. Dit vraagt nieuwe ICT-systemen. 26

Ook dienen gemeenten na te denken hoe ze de eventuele samenwerking met stedenbouwkundige bureaus inhoudelijk vormgeven en hoe ze het omgevingsplan gaan onderhouden en beheren. Het is van belang dat gemeenten zich hierop voorbereiden voor 1-1-2023.

Stand van zaken: Volgens de aansluitmonitor heeft Landsmeer wel een aansluiting, maar zijn nog geen documenten gepubliceerd. Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de aansluiting op de LVBB volledig klaar is (Tercera). Een test kan evenwel niet uitgevoerd worden, vanwege problemen met en bij de landelijke organisatie van DSO.

11. Kunnen werken met het tijdelijke omgevingsplan De eis is dat de gemeente zich heeft verdiept in de 'bruidsschat', het overgangsrecht en de wijze waarop het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO-LV. Elke gemeente ontvangt van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan: de verzamelde bestaande ruimtelijke plannen, aangevuld met de bruidsschat (regels die van het Rijk overgaan naar gemeenten). Om hiermee goed te kunnen werken moet de gemeente de inhoud van de bruidsschat doornemen en oefenen met het nieuwe omgevingsloket, waarin de bruidsschat en de ruimtelijke plannen naast elkaar getoond worden. Leidraad VNG: Per 1-1-2023 is de gemeente in staat om te kunnen werken met het tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege). De gemeente heeft zich hiervoor verdiept in de bruidsschat, het overgangsrecht en de wijze waarop het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO-LV. Daarnaast heeft de gemeente de bestaande 'planvoorraad' opgeschoond en –voor zover nodig geacht- de oude bestemmingsplannen geactualiseerd in ruimtelijkeplannen.nl. Elke gemeente krijgt van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan: de verzamelde bestaande ruimtelijke plannen aangevuld met de bruidsschat -regels die van het Rijk overgaan naar gemeenten.

Om hiermee goed te kunnen werken moet de gemeente de inhoud van de bruidsschat doornemen en oefenen met het nieuwe omgevingsloket, waarin de bruidsschatten ruimtelijke plannen naast elkaar getoond worden. Gemeenten kunnen de bruidsschat nog even ongemoeid laten, maar kunnen ook besluiten om die, vanaf 1-1-2023, te vervangen door eigen regels in het nieuwe omgevingsplan. Het advies is om daar over na te denken. Daarnaast raden we aan om voor inwerkingtreding van de Omgevingswet de bestemmingsplannen 'op te schonen'. Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de bruidsschat inmiddels aan Landsmeer is overgedragen en in de software is opgenomen. In het nieuwe omgevingsloket kan hiermee nog niet worden geoefend. Het opschonen van de bestaande 'planvoorraad' is in 2022 in Landsmeer ter hand genomen. De verwachting is dat dit eind 2022 klaar is. Landsmeer heeft geen transitieplan vastgesteld, zoals bijvoorbeeld de gemeente Bloemendaal wel heeft opgesteld en waarin is opgenomen welke regels 27

de gemeente Bloemendaal de komende 8 jaar wil handhaven en welke ze wil afschaffen (bijvoorbeeld regels over varkenshouderij). De gemeente Landsmeer heeft ervoor gekozen om 'beleidsneutraal' over te gaan.

12. Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente afspraken gemaakt over de overdracht van bodemtaken en is in staat om de overgedragen taken uit te (laten) voeren. Leidraad VNG: Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken. Per 1-1-2023 heeft de gemeente afspraken gemaakt over de overdracht van bodemtaken, de regels en de bijbehorende middelen vanuit de provincie en is in staat om de overgedragen taken uit te (laten) voeren. Als gevolg van de aanvullingswet bodem gaat een aantal bodemtaken over van de provincie naar de gemeente (29 gemeenten voeren deze taken nu al uit). Dit betreft onder meer onderzoek en regelgeving van bodemsanering De gemeente dient afspraken te maken met de provincie over de overdracht van deze taken en de bijbehorende middelen en zich voor te bereiden op de uitvoering ervan. Hierin dienen ook de betreffende uitvoeringsorganisaties te worden betrokken.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat Landsmeer de bodemtaken vroeger, nu en in de toekomst door OD IJmond laat uitvoeren. Overigens heeft Landsmeer een beperkt aantal inrichtingen: een gemeentewerf en autosloperij.

13. Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen De gemeente kan de procedurele wijzigingen van het voorkeursrecht toepassen, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Het wetsvoorstel regelt de integratie in de Omgevingswet van een aantal instrumenten van het grondbeleid, te weten voorkeursrecht, onteigening, landinrichting en kavelruil in het landelijk gebied. Leidraad VNG: Per 1-1-2023 kan de gemeente de procedurele wijzigingen van het voorkeursrecht toepassen, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Als een gemeente vanaf 1-1-2023 een voorkeursrecht wil vestigen moeten procedurele en juridische wijzigingen zijn doorgevoerd. Dit betreft onder meer de van toepassing zijnde grondslagen, termijnen, etc. Hetzelfde geldt voor onteigeningen. Beide wijzigingen maken deel uit van de Aanvullingswet grondeigendom. Deze nieuwe regels moeten worden toegepast vanaf 1-1-2023; de gemeente moet zich daarop voorbereiden.

28

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat Landsmeer deze instrumenten niet gebruikt, omdat het niet beschikt over een vastgestelde ruimtelijke structuurvisie. Deze is noodzakelijk om dergelijke juridische instrumenten te kunnen gebruiken. De gemeente Landsmeer heeft bewust hiervoor gekozen. Met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan kan deze keuze in beginsel worden heroverwogen. 14. Kunnen toepassen procedures en regels 'kostenverhaal' Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente de procedures en (reken)methoden voor kostenaspecten geïmplementeerd, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Leidraad VNG: Per 1-1-2023 heeft de gemeente de procedures en (reken)methoden voor kostenverhaal geïmplementeerd, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. De Omgevingswet (aanvullingswet grondeigendom) betekent aanzienlijke wijzigingen voor kostenverhaal. Dit wordt gekoppeld aan nieuwe instrumenten. Daarnaast veranderen de grondslagen, de kostensoortentabel en de procedurele vereisten en termijnen. Zeer belangrijk is tenslotte dat verandert welke kosten de gemeente kan verhalen. De nieuwe regels moeten worden toegepast vanaf 1-7-2022; de gemeente moet zich daarop voorbereiden.

Ook is het verstandig om bij trajecten die nu in voorbereiding zijn te kiezen of de gemeente kostenverhaal wil inzetten onder het oude regime of juist onder het nieuwe.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat Landsmeer, gelet op de complexiteit en de daarvoor benodigde capaciteit en expertise, geen exploitatieplannen opstelt (deze moeten jaarlijks geactualiseerd worden). Wel maakt de gemeente Landsmeer gebruik van zogeheten anterieure exploitatieovereenkomsten, waarin bijvoorbeeld kosten voor infrastructuur kunnen worden geregeld. Het fenomeen van 'bovenplanse' verevening speelt in Landsmeer eigenlijk niet. De conclusie is dat daarmee geen bijzondere aanpassingen behoeven plaats te vinden ten aanzien van procedures en regels 'kostenverhaal'. 15. Legesverordening, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast De gemeente heeft haar legesmodel, de mandaatregelingen en de procedureverordening planschade aangepast.

29

Leidraad VNG: De gemeente heeft haar legesmodel, de mandaatregelingen en de procedureverordening planschade aangepast op de situatie per 1-1-2023. Aanpassingen door de stelselwijziging per 1-1-2023 moeten in het legesmodel worden verwerkt. (Dit is een reguliere periodieke activiteit voor het team dat de legesverordening beheert.) Hierbij moet in ieder geval worden gekeken naar de milieubelastende activiteit, het bijbehorend bouwwerk, brandveilig gebruik, de gevolgen van de Wkb en (in een latere fase) de gevolgen van al dan niet dereguleren. Ook de mandaatregelingen dienen te worden aangepast, zoals dit algemeen gebruikelijk is bij de invoering van nieuwe wetgeving. Tenslotte moet worden bezien of en hoe de procedureverordening planschade wordt geactualiseerd (nadeelcompensatie onder de Omgevingswet). Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de genoemde aanpassingen zullen plaatsvinden en ter besluitvorming in het 4e kwartaal van 2022 aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het betreft 1) een planschade en nadeelcompensatie verordening, 2) een aanpassing van de huidige mandaatregeling en 3) een nieuwe legesverordening, waarin zo mogelijk rekening wordt gehouden met de effecten van de Wkb op de toezichtkosten en de verwachting van een minder groot aantal vergunningaanvragen.

16. Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien De gemeente heeft de financiële arrangementen met haar uitvoeringsdiensten herzien. Leidraad VNG: De gemeente heeft de financiële arrangementen met haar uitvoeringsdiensten herzien. Het takenpakket van uitvoeringsdiensten verandert in veel gevallen per 1-1-2023. De dienstverleningsovereenkomsten, samenwerkingsafspraken en financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten moeten hierop voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aangepast. Belangrijke aandachts- en bespreekpunten in dit kader zijn o.a.:  Herintroductie van de milieuleges (misschien gaat de OD die heffen namens de gemeente);  Wijzigingen omtrent de kleine bouw[FdK1]; Wijzigingen in vermindering van gebruiksvergunningen / meldingen / informatieplicht, ook omtrent brandveiligheid;  Wijzigingen in het basistakenpakket;  Wijzigingen op basis van beleidskeuzes van de gemeente (ambities aangaande dienstverlening, deregulering, of juist lokaal maatwerk, bijvoorbeeld vanuit de bruidsschat).

30

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gemeente Bloemendaal, Landsmeer geen aanpassing van de financiële arrangementen met OD IJmond verwacht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

17. Verstrekken van informatie over de Omgevingswet De gemeente kan burgers en bedrijven voorzien van correcte en begrijpelijke informatie over de Omgevingswet. Leidraad VNG: De gemeente (en uitvoeringsorganisatie) kan burgers en bedrijven voorzien van correcte en begrijpelijke informatie over de Omgevingswet. Voorafgaand aan de invoering van de wet dienen burgers en bedrijven te worden geïnformeerd over de aanstaande wijzigingen. Gemeenten hebben hierin taken, aanvullend op een geplande campagne van het Rijk. Daarnaast verstrekken gemeenten (en hun uitvoeringsorganisaties) via uiteenlopende kanalen informatie aan burgers en bedrijven over de procedures verbonden aan de wet, over de eisen die wet- en regelgeving stellen aan initiatieven, etc. Dit gebeurt zowel door middel van algemene voorlichting als in reactie op vragen. Alle communicatie uitingen (website, brochures, formulieren, standaardbrieven etc.) dienen per 1-1-2023 te zijn aangepast. Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat voorlopig niet is voorzien in een afzonderlijk communicatie- of informatieplan richting burgers en bedrijven over de Omgevingswet vanuit de gemeente. Niet uitgesloten wordt dat deze communicatie wel door het Rijk wordt georganiseerd.

5.3 Conclusies De Rekenkamer concludeert dat het niet eenvoudig is om de stand van zaken van de invoering van de Omgevingswet in Landsmeer vast te stellen ten opzichte van de minimale eisen zoals deze door de VNG zijn vastgesteld, maar ook niet ten opzichte van het eigen Implementatieplan, omdat voortgangsrapportages hierover ontbreken. Op grond van documentenstudie en interviews bij ambtelijke betrokkenen blijkt de gemeente Landsmeer een groot aantal vereiste acties voor invoering van de Omgevingswet te hebben uitgevoerd of zijn acties in Landsmeer niet van toepassing of noodzakelijk. Enkele acties moeten in Landsmeer nog in 2022 worden uitgevoerd, waaronder een aantal belangrijke besluiten van de gemeenteraad. Deze zijn voorzien in het laatste kwartaal van 2022.

31

Hoofdstuk 6 De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad bij de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet 6.1 Inleiding De gemeenteraad heeft in de Omgevingswet formeel de volgende rollen: • Kaders stellen door het vaststellen van de omgevingsvisie; • Regels stellen door het vaststellen van het omgevingsplan; • Adviseren over omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het vastgestelde omgevingsplan in vooraf bepaalde specifieke situaties; • Controleren of de beleidscyclus functioneert en hierin eventueel ingrijpen; • Bewaken of besluiten met voldoende participatie tot stand komen. Daarnaast is het gewenst dat de raad - vanuit zijn kaderstellende rol - voor een aantal onderwerpen (zoals het niveau van dienstverlening of de wijze van participatie), bepaalt hoe beperkt of ambitieus de gemeente invulling geeft aan het werken met de Omgevingswet. 6.2. De praktijk De gemeenteraad van Landsmeer is op verschillende momenten door het college over de voorbereiding op de Omgevingswet geïnformeerd en, via workshops en werksessies en het nemen van besluiten ten aanzien van documenten, betrokken en 'in stelling gebracht'. Een bijzondere rol is daarbij tijdelijk vervuld door de klankbordgroep Omgevingswet (verder: klankbordgroep) vanuit de raad. Deze heeft gefunctioneerd van november 2019 tot juni 2021.

De rol van de klankbordgroep was (zie verslag 21 november 2019) om het college te helpen bij de voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet en vooraf te reageren op voorstellen die naar de raad gaan. Volgens geïnterviewden die deelnamen aan de klankbordgroep was de gedachte dat de klankbordgroep 'neutraal' bij proces en inhoud van de invoering van de Omgevingswet zou zijn betrokken. Dit zou, naar zeggen, aanvankelijk goed zijn geslaagd, maar naarmate de discussie binnen de klankbordgroep ook werd gevoerd over de inhoud van de Omgevingsvisie, werd deze in de ogen van sommige raadsleden 'politieker'. Niet geheel helder is waarom de klankbordgroep medio 2021 is opgehouden te bestaan. In hoofdstuk 4 is beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is geweest. De hoofdlijnen daarvan zijn als volgt: 2017: In 2017 heeft de gemeenteraad, gezamenlijk met het college, gesproken over de werkzaamheden die in het kader van de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet moeten worden verricht. Hierbij is gezamenlijk geoefend met een casus waarin een integrale oplossing moet worden gevonden voor een vraagstuk.

32

In juli 2017 wordt de gemeenteraad in een workshop 'meegenomen' in de stappen die het college voornemens is te zetten in het kader van de voorbereiding op de Omgevingswet. Ook wordt het principe van 'de onbekende toekomst' uit bestemmingsplan Het Lint, waarmee vooruitgelopen wordt op de uitgangspunten van de Omgevingswet, besproken. 2018: Het college legt de contouren van een Implementatieplan voor voorbereiding op de omgevingswet aan de gemeenteraad voor. In de zomer van 2018 organiseert het college twee workshops met de gemeenteraad, waarin: a. Gesproken wordt over de verschillende rollen die de gemeente kan aannemen bij de Omgevingswet (gekozen wordt voor minder sturen, meer faciliteren). b. Gesproken wordt over sturen op doelen bij de Omgevingswet, mede aan de hand van fictieve initiatieven ('botsproeven'). Daarnaast volgt in november 2018 een BOT-sessie (Benen op tafel sessie) waarin een startnotitie voor het Ambitiedocument wordt besproken. 2019: De gemeenteraad ontvangt ter kennisname : a. Het ambitiedocument: "Landsmeer geeft ruimte aan haar omgeving" (BO-sessie, 21 maart 2019). b. Het implementatieplan voor de Omgevingswet (raadsinformatiebrief 2019-31).

In september 2019 wordt een motie ingediend door D66 om het beleidsplan Participatie, ten behoeve van het ontwikkelen van de Omgevingsvisie, alsnog begin 2020 te agenderen, in ieder geval voor het traject Omgevingsvisie van start gaat. Portefeuillehouder Straat zegt toe in het eerste kwartaal van 2020 een BO-sessie te organiseren over participatie, waarin het traject rond de invoering van de Omgevingswet wordt betrokken. Tevens zal de klankbordgroep Omgevingswet bijeenkomen. Als gevolg hiervan wordt de motie ingetrokken. In de vergadering van 19 december 2019 wordt een motie ingediend (D66) m.b.t. bevoegdheden van college en raad inzake wijzigingen van het bestemmingsplan met betrekking tot parkeerterrein Van Beekstraat 16-18. Deze motie wordt aangenomen. Naar aanleiding hiervan, maar ook naar aanleiding van behandelingen van andere dossiers (Twiske, Gouwe 17, PN+PB2020, het wijkpark en terras aan de Breek) dient de D'66 fractie een motie van treurnis in tegen wethouder Quakernaat, die door de raad unaniem wordt aangenomen.

33

2020: Tijdens een BOT-sessie op 27 januari 2020 worden bouwstenen 'thema's', 'inhoud' en 'abstractieniveau' voor de Omgevingsvisie met de gemeenteraad besproken. Bedoeling van het college is dat de gemeenteraad uitgangspunten vaststelt op grond waarvan een adviesbureau kan worden geselecteerd. Vooralsnog levert de gemeenteraad daardoor geen input op de bouwsteen 'participatie'. De bedoeling is dat deze betrokkenheid later tot uitdrukking komt bij het vaststellen van een Plan van Aanpak voor de Omgevingsvisie (Uit: raadsvergadering 28 mei 2020). In de raadsvergadering van 28 mei worden de uitgangspunten voor de selectie van een adviesbureau dat de Omgevingsvisie zal opstellen door de gemeenteraad vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in "Startnotitie Omgevingsvisie". De gemeenteraad besluit zonder verdere beraadslaging tot het Plan van Aanpak voor de Omgevingsvisie en een Participatieplan voor de Omgevingsvisie (raadsvergadering 24 september 2020 respectievelijk 29 november 2020). Daarnaast wordt in december 2020 een BOT-sessie (Benen op tafel sessie) georganiseerd over de Omgevingswet. Hierin wordt, door externen begeleid, met de gemeenteraad gesproken over keuzemogelijkheden voor lokaal beleid. Het gaat dan om o.a. de volgende mogelijkheden: - Het verplicht stellen van participatie door een initiatiefnemer van een vergunningaanvraag.

Moet er participatiebeleid bij vergunningaanvragen worden vastgesteld? - Het aanwijzen van gevallen waarin de raad de bevoegdheid heeft (bindend) te adviseren over vergunningaanvragen. - het aanwijzen van gevallen waarin de uitgebreide procedure van 26 weken gevolgd moet worden in plaats van de wettelijke standaardprocedure van 8 weken.

2021: In februari 2021 wordt de gemeenteraad via een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen rondom de Omgevingsvisie op het gebied van participatie, de resultaten die dit heeft opgeleverd en de planning van het Koersdocument en de (100%-versie) Omgevingsvisie. De gemeenteraad wordt geïnformeerd dat naar verwachting de Omgevingsvisie pas in januari 2022 kan worden vastgesteld, in plaats van september 2021. In april 2021 wordt het Koersdocument door het college vastgesteld en wordt de gemeenteraad op de hoogte gesteld van de resultaten van de online enquête (waaraan 291 inwoners hebben deelgenomen) en het Koersdocument (Commissie Vergadering 10 mei 2021`). In het Koersdocument worden de volgende (5) uitdagingen/dilemma's voor Landsmeer voorzien, waartoe in de Omgevingsvisie keuzen moeten worden gemaakt: - Doorstroming versus uitbreiding van de woningvoorraad 34

- Uitbreiding van de woningvoorraad versus verkeerskundige ontsluiting - Woningbouw versus groen karakter - Verkeer versus openbare ruimte - Recreatie versus rust In de Commissievergadering van 10 mei 2021 concludeert de gemeenteraad dat het Koersdocument10 te algemeen is verwoord, onvoldoende scherp is en onvoldoende keuzes, (beleids)lijnen en (beleids)kaders bevat voor vaststelling in de gemeenteraad. In dat licht wordt het Koersdocument niet door de gemeenteraad vastgesteld. In de raadsvergadering van 28 oktober 2021 wordt de '40%-versie Omgevingsvisie Landsmeer' ter vaststelling door het College aangeboden aan de gemeenteraad. De gemeenteraad stelt de '40%Omgevingsvisie' niet vast, maar roept het college via moties op de Omgevingsvisie te wijzigen (zie hoofdstuk 4). 2022: In de raadsvergadering van februari 2022 vraagt het college de raad in te stemmen met de 'Ontwikkelingsrichting notitie omgevingsvisie Landsmeer'. Dit document, bevattende de ontwikkelingsrichting ('stip aan de horizon/Landsmeer in 2040') , moet worden beschouwd als een volgende stap in de richting van een Omgevingsvisie. Opnieuw besluit de gemeenteraad niet tot vaststelling, maar neemt de ontwikkelingsrichting voor kennisgeving aan. Feitelijk wenst de gemeenteraad de besluitvorming over de Omgevingsvisie over laten aan de nieuwe raad en het nieuwe College.

Door het nieuwe College en de nieuwe gemeenteraad is het dossier van de Omgevingswet verder nog niet behandeld (stand september 2022).

6.3 Beoordeling proces Uit de documenten komt het beeld naar voren dat de gemeenteraad wel betrokken is bij het vaststellen van documenten die bepalend zijn voor de werkzaamheden die verricht moeten worden in het kader van de voorbereiding op de Omgevingswet. Maar adequate voortgangsinformatie naar de gemeenteraad over de vorderingen van deze werkzaamheden en het in de pas lopen bij de planning ontbreken evenwel. Dit geldt bijvoorbeeld de voortgangsinformatie over de werkzaamheden die opgenomen zijn in het Implementatieplan Omgevingswet. Maar ook een integrale planning van werkzaamheden en een agenda van momenten waarop de raad om besluitvorming wordt gevraagd ontbreken. Hierdoor is het voor de gemeenteraad moeilijk om het overzicht te houden. Specifiek ten aanzien van de ontwikkeling van de Omgevingsvisie schuift de gemeenteraad de besluitvorming over uitdagingen en dilemma's voor zich uit. Het college spant zich in om de 10

Het Koersdocument wordt in deze vergadering door de portefeuillehouder Straat aangeduid als de 10%versie van de Omgevingsvisie.

35

gemeenteraad aan het ontwikkelingsproces om te komen tot een Omgevingsplan te binden, maar slaagt hierin nauwelijks. De instelling van een klankbordgroep heeft hieraan in beperkte mate bijgedragen en de gemeenteraad heeft sinds medio 2021 niet langer gebruik gemaakt van dit instrument. In de gesprekken met de auditcommissie kwam bovendien naar voren dat, mede door het uitstel van de invoering van de Omgevingswet door het Rijk, de invoering van de Omgevingswet in de gemeente Landsmeer geen hoge prioriteit heeft gekregen.

36

Hoofdstuk 7 De rol van de raad bij afwijkingen van het omgevingsplan

7.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt nagegaan hoe de gemeenteraad van Landsmeer betrokken is bij aanvragen voor een omgevingsvergunning die in strijd zijn met het bestemmingsplan (na invoering van de Omgevingswet: Omgevingsplan). In de praktijk komt het immers voor dat een aanvraag wordt gedaan voor de bouw van een hogere schuur dan toegestaan volgens het bestemmingsplan of een aanvraag wordt gedaan voor het gebruik van een voormalig kantoorpand voor woningen. In de huidige situatie, voorafgaande aan de invoering van de Omgevingswet, zijn er verschillende mogelijkheden voor het college van B&W om in te stemmen met een aanvraag die in strijd is met het bestemmingsplan11. Het college kan: 1. Gebruik maken van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, voor zover de gemeenteraad bij het opstellen van het bestemmingsplan heeft aangegeven welke afwijkingen mogelijk zijn via zogeheten 'afwijkingsregels'. Het gaat in de regel om beperkte afwijkingen van het plan en mag niet leiden tot bestemmingswijzigingen12. Het college is niet verplicht om in te stemmen met een aanvraag die voldoet aan de afwijkingsregels; zij kan een eigen afweging maken, maar moet die wel onderbouwen. . 2. Gebruik maken van de zogeheten 'kruimelregeling' (art. artikel 4, bijlage II Besluit Omgevingsrecht).

In deze kruimelregeling zijn 11 uiteenlopende categorieën opgenomen, waarvan 5 in de praktijk het meest worden toegepast: 1) aanbouw met een functie die passend is bij het hoofdgebouw 2) niet op de grond gelegen aanbouw, zoals dakkappelen 3) realiseren van een weg cq niet-ingrijpende herinrichting openbaar gebied 4) afwijkend gebruik van een pand, zoals de omzetting van bedrijfs- of kantoorfunctie naar wonen. Hiervoor zijn beperkte afwijkingsmogelijkheden buiten de bebouwde kom, maar ruimere afwijkingsmogelijkheden binnen de bebouwde kom 5) bebouwing van tijdelijke aard. Naast deze 5 meest in de praktijk voorkomende gevallen kan het ook gaan om bijvoorbeeld het in gebruik nemen van een recreatiewoning als woning en het realiseren van een antenne-installatie. Kruimelgevallen kunnen via de reguliere procedure voor een omgevingsvergunning (8 weken) worden verleend. 3. De procedure van 'verklaring van geen bedenkingen (vvgb)' af te geven door de gemeenteraad (artikel 2.27 Wabo). Indien het college niet gebruik kan maken van opties 1 (binnenplanse afwijkingsbevoegdheid) of (2) de kruimelregeling, moet het college de procedure van de vvgb volgen. In de praktijk is de gemeenteraad als volgt betrokken bij de besluitvorming in deze procedure.

Het college bereid de voorbereiding en publicatie van de ontwerp- vvgb voor , waarna het college het plan ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorlegt in de vorm van een 'besluit tot het verlenen van een voorlopige vvgb'. Daarna wordt het plan ter inzage gelegd voor het indienen van zienswijzen 11

Met het wijzigen van het bestemmingsplan kan ook tegemoet worden gekomen aan het verlenen van een vergunning, maar dit is een tijdrovende procedure. 12 Het gaat dan bijvoorbeeld om bij bestemming 'bedrijf' een andere bedrijfscategorie toe te staan.

37

(6 weken). Indien geen zienswijzen worden ingediend, wordt de voorlopige vvgb 'automatisch' omgezet in een definitieve vvgb. Indien wel zienswijzen worden ingediend, bereidt het college een nota van reactie op de zienswijzen voor en legt een definitieve vvgb ter besluitvorming aan de raad voor. Met de invoering van de Omgevingswet wijzigt de rol van het college en de gemeenteraad bij aanvragen die in strijd zijn met het Omgevingsplan en - in de 'interim-periode' tot aan de vaststelling van het Omgevingsplan - de huidige bestemmingsplannen. De gemeenteraad kan vooraf gevallen aanwijzen waarover de raad het college bindend adviseert (artikel 4.21 Omgevingsbesluit). Als de gemeenteraad negatief adviseert, dan zal het college de vergunning moeten weigeren. Als de gemeenteraad vooraf geen 'lijst' vaststelt van gevallen c.q. niets regelt, dan hoeft het college de gemeenteraad niet om advies te vragen. Met de invoering van de Omgevingswet verdwijnen zowel de kruimelregeling als de verklaring van geen bedenkingen. Daarmee is het voor de raad van belang goed stil te staan wat de adviesrol van de gemeenteraad in de praktijk gaat inhouden. De VNG13 adviseert gemeenteraden hiertoe na te gaan hoe de huidige procedure voor afwijkingen van het bestemmingsplan is geregeld en te inventariseren hoe vaak initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan door de gemeenteraad worden behandeld.

Voor het inrichten van de adviesrol van de gemeenteraad denkt de VNG aan een procedure die vergelijkbaar is met die van de 'wensen en bedenkingen' procedure (ook wel 'voorhang' procedure, artikel 169 van de Gemeentewet; niet te verwarren met de vvgb-procedure), waarbij de raad bij ingrijpende besluiten - ook al zijn dit besluiten waartoe het college is bevoegd zijn wensen en bedenkingen kan uiten. Anderen adviseren de raad om de lijst met gevallen waarvoor het bindend adviesrecht geldt mede te baseren op de huidige 'kruimellijst'. 7.2 Inventarisatie aanvragen in afwijking van het bestemmingsplan Tegen bovenstaande achtergrond is onderzocht hoe vaak en in welke gevallen de gemeenteraad van Landsmeer recentelijk, sinds 2016, geconfronteerd is met aanvragen in strijd met het bestemmingsplan en welke procedures hierbij zijn gevolgd. Op verzoek de Rekenkamer is ambtelijk bijgaand overzicht opgesteld van deze aanvragen en welke procedure hierbij is gevolgd. In de praktijk blijkt het sinds 2016 te gaan om 27 aanvragen (circa 4-5 aanvragen per jaar), die ofwel via de procedure van wijziging van een bestemmingsplan ofwel via de vvgb-procedure worden behandeld. Het gaat daarbij om 20 locaties, waarvan 20 binnen en 8 buiten de bebouwde kom. In alle gevallen gaat het om de bouw of verbouw van woningen of bedrijfsgebouwen. In alle (27) gevallen is er conform het voorstel van B&W besloten.

Voor 2 cases waarin een aanvraag wordt gedaan voor relatief een groot aantal woningen (Den Ilp 180B 6 appartementen en Dorpsstraat 60: 32 woningen) is nader onderzocht op welke wijze deze door de gemeenteraad zijn behandeld, waarvan 1 casus waarbij een zienswijze is ingediend.

13

VNG, Handreiking voor gemeenteraden, Rol gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan, september 2017.

38

7.3. Casus Omgevingsvergunning Den Ilp 180 B: 6 appartementen

Beschrijving van deze casus is mede gebaseerd op het verslag van de raadsvergadering van 28 mei 2020 en van de raadsvergadering van 28 januari 2021. Voor perceel Den Ilp 180B is herontwikkeling gepland van gedeeltelijke verbouw en sloop van bestaande bedrijfsgebouwen naar 6 appartementen. B&W heeft in 2019 reeds aan de ontwikkelaar positief bericht in het kader van deze beoogde anterieure overeenkomst. B&W informeert de raad dat strikt genomen geen mogelijkheid tot wensen en bedenken behoeft te worden gegeven bij deze overeenkomst, omdat dit geen ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. Wel moet de gemeenteraad worden geïnformeerd . Het College vraagt een besluit aan de gemeenteraad (ex artikel 160 en 169 van de Gemeentewet) m.b.t. het onthouden van wensen en bedenkingen. In een later stadium zal de gemeenteraad wel worden betrokken bij bestemmingsplanprocedures. De gemeenteraad besluit geen wensen en bedenkingen te uiten bij het sluiten van deze anterieure overeenkomst. Op 2 oktober 2020 is een aanvraag omgevingsvergunning binnengekomen voor het realiseren van 6 huurappartementen in een voormalig bedrijfsgebouw van een poeliersbedrijf, Den Ilp 180b. De aanvraag is in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'het Lint'. In dat geval dient de vergunning te worden afgegeven op basis van een buitenplanse afwijkingsprocedure.

Op de gronden berust de bestemming 'bedrijfsbestemming', waardoor het niet mogelijk is hierop woningen te vergunnen. De aanvrager heeft overleg gevoerd met omwonenden, waarvan één bezwaar had tegen de plannen. Hierop zijn de plannen aangepast (o.a. smallere ramen in de zijgevel, kleinere schuifpuien in de zijgevel en het schrappen van een terras). Hiermee zijn de bezwaren weggenomen. De raad wordt gevraagd een ontwerp-vvgb te verlenen, waarna het plan 6 weken ter inzage ligt voor mogelijke zienswijzen. Vervolgens kan de raad een definitieve vvgb verlenen, tenzij geen zienswijzen worden ingediend. De raad besluit, zonder beraadslaging en zonder stemming, conform het collegevoorstel een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van 6 huurappartementen. (zie besluitenlijst vergadering 28-01-2021). Naar aanleiding van de ter inzagelegging worden er door 1 persoon zienswijzen ingediend. In dat kader heeft het college een nota beantwoording zienswijzen vastgesteld en wordt de gemeenteraad gevraagd, mede aan de hand hiervan, een definitieve verklaring van geen bedenkingen te verlenen. De persoon maakt bezwaar tegen de volgende zaken: 1. Binnen de bestemmingsplannen 'Het Lint 2015' en 'Landelijk Gebied' is beide sprake van lintbebouwing. Bouwplannen binnen deze 2 bestemmingsplannen worden niet eenduidig beoordeeld, hetgeen rechtsongelijkheid met zich meebrengt.

In het - nog op te stellen Omgevingsplan - zouden de ruimtelijke regelingen van beide bestemmingsplannen eenduidig moeten worden opgenomen. 2. Het perceel bevat een bedrijf met bedrijfswoning. Het bestemmingsplan had hierop al eerder moeten worden aangepast. 39

3. Er is voorzien in 8 parkeerplaatsen, waarbij onvoldoende rekening is gehouden met bewoners over 2 auto's beschikkingen en de verkeersintensiteit ontoelaatbaar zal toenemen. 4. Het plan houdt onvoldoende rekening met de omgevingsvisie NH2050, waarbij natuurcompensatie geacht wordt plaats te vinden. 5. Het perceel is vrijwel geheel bebouwd en dat is niet gewenst. Het college antwoord hierop als volgt (zie nota beantwoording zienswijzen, raadsvergadering 25 november 2021) : ad 1. Het perceel Den Ilp 180b en de lintbebouwing daaromheen ligt in een ander provinciaal werkingsgebied dan percelen binnen het bestemmingsplan "Landelijk Gebied". Daardoor worden plannen in het Lint en in het landelijk gebied op een andere wijze beoordeeld. Bovendien passen de plannen in de door de gemeente gewenste ontwikkeling om van een zware categorie bedrijfsfunctie een functieverandering naar wonen te realiseren, houdt het plan rekening met de woonvisie van Landsmeer ("Goed wonen in Landsmeer 2016-2024"), is het plan getoetst aan omgevings- en milieuaspecten en zorgt het plan voor 'ruimtelijke verbetering'. ad 2. In tegenstelling tot de indiener van de zienswijze stelt, heeft het plan geen betrekking op de bedrijfswoning en is het bestemmingsplan hierop destijds ook niet aangepast. ad 3.

Er is geen sprake van een parkeerruimte-tekort, omdat volgens de CROW-normen 8,4 parkeerplaatsen nodig zijn en het plan uitgaat van 8 parkeerplaatsen en de mogelijkheid om één auto in de openbare ruimte te parkeren. ad. 4. Volgens de ruimtelijke onderbouwing die onderdeel uitmaakt van het plan is er geen negatieve invloed op de luchtkwaliteit. In de nieuwe situatie (wonen) is sprake van minder stikstofuitstoot dan in de oude situatie (bedrijf). ad 5. Het plan is voorgelegd aan de welstandscommissie en die is positief over het plan. Met een positieve stemverklaring van Lokaal Landsmeer wordt het voorstel zonder verdere beraadslaging met algemene stemmen aangenomen en verleend de gemeenteraad een definitieve vvgb .

7.4 Casus Omgevingsvergunning Dorpsstraat 60: 32 woningen Beschrijving van deze casus is mede gebaseerd op het verslag van de raadsvergadering 26 september 2019. Op 29 januari 2018 is een aanvraag omgevingsvergunning binnengekomen voor de bouw van 32 appartementen op het perceel Dorpsstraat 60 in Landsmeer. Beoogd is 16 woningen voor starters en 16 woningen voor senioren te realiseren. Op dit perceel was metaalbewerkingsbedrijf Van Acker gevestigd, maar dit bedrijf is al 10 jaar niet meer aanwezig. De aanvraag is in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Het Lint 2015' (een bedrijfs- en geen woonbestemming) en kan alleen worden vergund op basis van de buitenplanse afwijkingsprocedure.

40

Het verlenen van een omgevingsvergunning is een bevoegdheid van B&W, maar mag pas worden verleend als de Raad een verklaring van geen bedenking afgeeft. Er zijn bewonersavonden georganiseerd over de plannen, wat heeft geresulteerd in 6 minder te realiseren parkeerplaatsen dan in de anterieure overeenkomst is voorzien. Tevens is het plan volledig gasloos gemaakt, passend inde Duurzaamheidsvisie. Procedureel besluit de gemeenteraad eerst tot een ontwerp-vvgb. Deze ontwerp-vvgb ligt voor eenieder ter inzage en binnen 6 weken kunnen zienswijzen worden ingediend. De gemeenteraad verleent vervolgens een definitieve vvgb, tenzij geen zienswijzen worden ingediend. Bij behandeling in de raad worden enkele kritische opmerkingen gemaakt (PvdA) bij het plan over de verkeersontsluiting en mogelijk gevaarlijke verkeerssituaties op enkele kruispunten door toename van het verkeer door bewoners. Tevens is kritiek op het verslag van de bewonersparticipatie en inspraak (PvdA). Ook wordt aandacht gevraagd voor het 'groen' in het plan (Groen Links). Het voorstel wordt door de gemeenteraad aangenomen, met een tegenstem van de PvdA (14 stemmen voor en één tegen; zie besluitenlijst raadsvergadering 26 september 2019).

7.5 Conclusies Aanvragen in afwijking van het bestemmingsplan komen in de gemeente Landsmeer betrekkelijk weinig voor. In de periode sinds 2016 tot nu toe betreft het in totaal 27 aanvragen, betrekking hebbend op 20 locaties. Dit is gemiddeld circa 4 tot 5 aanvragen per jaar. Alle aanvragen hebben betrekking op de bouw of verbouw van woningen of bedrijfspanden. In de praktijk wordt de gemeenteraad geconfronteerd met twee procedures om de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan te kunnen verlenen: een wijziging van het bestemmingsplan en de vaker gebruikte procedure van de verklaring van geen bezwaar. In alle gevallen beslist de gemeenteraad conform het voorstel van B&W. In de 2 bestudeerde cases leidt de procedure van de verklaring van geen bezwaar tot relatief weinig discussie in de gemeenteraad. Dit sluit aan bij de bevindingen van de VNG14 die waarneemt dat dergelijke verzoeken 'standaard worden geagendeerd' en waarover als hamerstuk in de raadsvergadering wordt besloten.

14

VNG, Handreiking voor gemeenteraden, Rol gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan, september 2017

41

Hoofdstuk 8 Leerpunten: vergelijking Landsmeer met invoering Omgevingswet in andere gemeenten 8.1 Inleiding Verschillende rekenkamer(commissie)s van gemeenten hebben onderzoek uitgevoerd of laten uitvoeren naar de voorbereiding op de Omgevingswet. In dit hoofdstuk bespreken wij enkele van deze onderzoeken. Wij hebben daarbij gezocht naar rekenkamerrapporten van wat kleinere gemeenten, maar ter vergelijking ook een grote gemeente. Dat heeft de volgende selectie opgeleverd. 1. Gemeente Bloemendaal (aantal inwoners: ± 23.700, oppervlakte: 38,56 km2 ) 2. Gemeente Stichtse Vecht (aantal inwoners: ± 27.000, oppervlakte: 11,58 km2 ) 3. Gemeente Zoetermeer (aantal inwoners: ± 125.000, oppervlakte: 37,06 km2) 4. Gemeente Kerkrade (aantal inwoners: ± 45.000, oppervlakte: 22,15 km2 ) 5. Gemeente Nijmegen (aantal inwoners: ± 179.000, oppervlakte: 57,6 km2 ) 6. Vijf Brabantse gemeenten: Eindhoven, Tilburg, Breda, Den Bosch, Oss. De Rekenkamer Landsmeer is nagegaan of de uitkomsten en aanbevelingen van deze rekenkamerrapporten in andere gemeenten 'leerpunten' kunnen opleveren voor de gemeente Landsmeer. Dit mede tegen de achtergrond van de geconstateerde stand van zaken van invoering van de Omgevingswet in Landsmeer, zoals deze in de vorige hoofdstukken is beschreven.

8.2 Invoering Omgevingswet in de gemeente Bloemendaal

Het onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet is in 2021 door de Rekenkamercommissie van de gemeente Bloemendaal uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is de gemeenteraad inzicht te geven in de stand van zaken rondom de voorbereidingen van de gemeentelijke organisatie en het college van B&W op de invoering van de Omgevingswet, alsook de mate waarin en de wijze waarop de raad in dit proces betrokken wordt. In juni 2016 is de gemeente Bloemendaal gestart met de voorbereiding op de uitvoering van de Omgevingswet. Hiervoor is een implementatieprogramma opgezet om bestuur en ambtelijk apparaat te ondersteunen bij de door te voeren veranderingen. Dit programma omvat zeven projecten. Daarnaast lopen er twee programma’s (Participatie en Communicatie) bij de gemeente Bloemendaal waarbinnen de doelstellingen van de Omgevingswet in dit kader worden opgepakt. Doel van het programma is, om, met voldoende participatie van de gemeenteraad op het daartoe gestelde moment voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De conclusie van het onderzoek is dat de gemeente Bloemendaal technisch in staat zal zijn om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet conform de nieuwe regelgeving te kunnen werken. Tijdens 42

de uitvoering van het onderzoek kon nog niet met zekerheid gesteld worden dat na de invoering van de Omgevingswet de kwaliteit van de uitvoering in voldoende mate geborgd zal zijn. Punten van aandacht in dit kader zijn goed opgeleide en geoefende medewerkers, het bestaan van goed werkende processen en een adequate informatievoorziening naar de inwoners en raadsleden. Geconstateerd is dat raadsleden wel geïnformeerd zijn, maar zich nog niet voldoende verdiepend geïnformeerd achten over de voorliggende complexe materie van de nieuwe Omgevingswet, en daarom nog niet voldoende toegerust zijn om noodzakelijke raadsbeslissingen te kunnen nemen. Wat betreft het voldoen aan de door de VNG gestelde minimale acties constateert de Rekenkamercommissie Bloemendaal dat de gemeentelijke organisatie in 2021 druk bezig was met het treffen van voorbereidingen om tijdig gereed te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Enkele van de ‘minimale’ (noodzakelijke) acties waren reeds afgerond. Dit betreft vooral de aanschaf en implementatie van de nodige software. Zo is de gemeente al in staat om, conform de nieuwe vereisten, aanvragen en meldingen te ontvangen en te verwerken. Van een aantal acties, bijvoorbeeld het kunnen beoordelen van vergunningsaanvragen, is een deel - meestal de eerste fase - gereed.

Daarnaast zijn er acties die al ‘gereed’ zijn, simpelweg omdat de organisatie al dusdanig is ingericht dat nadere activiteiten niet nodig zijn. De meeste acties verkeerden niettemin nog in het uitvoeringsstadium. De organisatie was bezig met de aanpassing, ontwikkeling en de invoering van de nodige procedures en het maken van afspraken met de andere organisaties. Daarnaast was men bezig met de inventarisatie van het huidige beleid en regelgeving. Wat betreft de informatievoorziening aan de gemeenteraad, zijn raadsleden van mening dat de ontvangen informatie te algemeen is om hierop voldoende te kunnen sturen en controleren. De raad vindt dat ze nog niet voldoende geïnformeerd en gefaciliteerd wordt om haar kaderstellende rol goed te kunnen vervullen. De raad heeft behoefte aan meer informatie over wijzigingen in het kader van de rolverdeling en besluitvorming onder de Omgevingswet. Bovendien is een brede discussie met alle betrokken bestuurders en medewerkers noodzakelijk over te maken strategische keuzes en andere uitdagingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. De raad moet in een korte tijd een aantal belangrijke strategische besluiten nemen, terwijl de raadsleden aangeven daarvoor meer informatie over hun rol en mogelijkheden nodig te hebben. In dat kader is er behoefte aan inhoudelijke gesprekken over de te maken keuzes.

De Rekenkamercommissie Bloemendaal doet de volgende aanbevelingen: - Gebruik het uitstel van de invoering van de Omgevingswet om de voorbereiding van de door de raad te nemen besluiten ('roadmap') in de tijd te spreiden. - Organiseer een brede discussie over de keuzes die gemaakt moeten worden door de raad zowel voor als na de invoering van de Omgevingswet. - Start op tijd met het opleiden van medewerkers conform een opleidingsplan en gebruik het uitstel voor extra training. - Oefen breedschalig in praktijksessies met alle betrokkenen (raad, college, medewerkers, inwoners) door de nieuw ontworpen processen en realistische cases na te spelen. Maak gebruik van ondersteuning door de Regionale Implementatiecoach Omgevingswet (VNG).

43

- Maak per actie een concrete planning met uit te voeren werkzaamheden en monitor de uitvoering; ook voor acties na de invoering va de Omgevingswet. - Monitor en evalueer de werking van de nieuwe processen bijvoorbeeld een jaar na invoering van de Omgevingwet en stel bij eventuele tekortkomingen bij. - Maak als raad concrete afspraken met het College over de informatievoorziening naar de raad, het abstractieniveau, de indicatoren en periodiciteit.

Leerpunten voor Landsmeer: De stand van zaken van de voorbereiding op de Omgevingswet in de gemeente Bloemendaal vertoont op onderdelen gelijkenis met die in de gemeente Landsmeer. Wat betreft de 'technische' voorbereiding lijkt Landsmeer, net als Bloemendaal, op een groot aantal onderdelen (met uitzondering van training van medewerkers, het oefenen met vergunningaanvragen en de landelijke voorziening) goed voorbereid. Wat betreft de informatievoorziening aan de Raad, een 'spoorboekje' van te nemen raadsbesluiten en de keuzen en mogelijkheden in de rolverdeling college-raad zijn ook in de gemeente Landsmeer nog stappen te nemen en verbeteringen mogelijk.

8.3 Invoering Omgevingswet in de gemeente Stichtse Vecht Het onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet is in 2021 door onderzoeksbureau PBLQ in opdracht van de Rekenkamercommissie van de gemeente Stichtse Vecht uitgevoerd. De Rekenkamercommissie constateert dat de gemeente op de 3 belangrijkste aspecten activiteiten heeft uitgevoerd en resultaten heeft weten te behalen. Dit betreft: 1) de juridische invoering van de wet 2) het aansluiten van de gemeente op het Digitaal Stelsel Omgevingswet en 3) een andere manier van werken, De gemeenteraad heeft met de vaststelling van het ambitieniveau voor invoering van de Omgevingswet de inhoudelijke en financiële kaders bepaald. Het college is vervolgens aan de slag gegaan met de voorbereiding van de totstandkoming van de omgevingsvisie. Een uitgebreid participatietraject is hier onderdeel van. Ook hebben operationele activiteiten tot concrete resultaten geleid; er zijn werkprocessen aangepast, zodat men aan de aanvraagtermijnen van omgevingsvergunningen kan voldoen, de gemeente is aangesloten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet en er is een leerprogramma ontwikkeld om anders te gaan werken. Er wordt gewerkt aan de omgevingsvisie en het ontwikkelen van een participatie-aanpak vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet.

Uit de interviews met betrokken ambtenaren en bestuurders lijken de voorbereidingen op de Omgevingswet op schema te liggen; geïnterviewden geven allen aan dat de gemeente de invoeringstermijn van 1 januari 2022 (inmiddels achterhaald) gaat halen. De Rekenkamercommissie plaats wel een aantal kritische kanttekeningen. De gemeente heeft voor de invoering van de Omgevingswet een programma ingericht dat bestaat uit verschillende projecten. Een tweekoppig programmateam stuurt de projectleiders aan op de realisatie van activiteiten die in de routekaart zijn beschreven. Binnen het programma wordt op 44

informele wijze samengewerkt en gestuurd op voortgang. Programmateam en projectleiders overleggen periodiek, maar er worden geen voortgangsverslagen gemaakt. Daarnaast wordt er niet gewerkt met vaste project- en programmaformats. De VNG-lijst met minimumvereisten voor inwerkingtreding wordt door enkele projectleiders gebruikt, maar niet als sturingsinstrument om de voortgang te monitoren. Het instrument wordt niet door de programmamanagers ingezet. Met het (meermaals) uitstel van de invoering van de Omgevingswet zijn de gebruikte planningsdocumenten als de routekaart en de minimumlijst van de VNG, waaraan voldaan moet worden op de invoeringsdatum, niet bijgewerkt. Ook is er voor de overgangstermijn van 2022 tot 2029 geen planning opgesteld. Doordat plannen en voortgangsdocumenten veelal niet gemaakt worden, is het moeilijk zicht krijgen of de gemeente 'in control' is wat betreft de voorbereiding. Vanaf 2018 is de raad geïnformeerd over de inhoud en het proces van de invoering van de Omgevingswet. Dit gebeurt niet alleen via de raadscommissie, maar ook via raadsbrede bijeenkomsten en informatiebrieven. De raadsleden hebben de kaderstellende documenten ('Impactanalyse en ambitie Omgevingswet' en 'kaderstellend koersdocument Omgevingsvisie 1.0') inclusief de bijbehorende financiële middelen vastgesteld. Het meest concreet is gesproken over de omgevingsvisie en over participatie.

De toekomstige rolverdeling tussen college en raad is nog weinig aan bod geweest. Ook de wijze waarop de raad de bevoegdheden vormgeeft die het krijgt onder de Omgevingswet, vraagt meer aandacht. De Rekenkamercommissie van de gemeente Stichtse Vecht doet de volgende 3 aanbevelingen: 1. Versterk de structurele ambtelijke capaciteit voor de invoering van de Omgevingswet. Medewerkers geven aan dat de activiteiten voor de invoering van de Omgevingswet vaak 'in eigen tijd' uitgevoerd moeten worden bovenop het reguliere werkpakket. Dit zorgt voor kwetsbaarheid in de uitvoering, door bijvoorbeeld uitval of een lagere prioriteit. 2. Professionaliseer het project- en programmamanagement. Hierbij dient zorg te worden gedragen dat medewerkers worden opgeleid in methoden die hiervoor te gebruiken zijn en dat over planningen (waaronder de routekaart en de VNG-minimumlijst) heldere voortgangsrapportages worden opgesteld. Ook dient voor de overgangsperiode, van 1 januari 2022 tot 1 januari 2029 een programmaplan met bijbehorende projectplannen te worden opgesteld. Met de uitvoering van deze plannen en het structureel monitoren van de voortgang is de gemeente beter aantoonbaar in control voor de transitieperiode. 3. Faciliteer de gemeenteraad in de kaderstellende en controlerende rol onder de Omgevingswet.

De raad wordt geacht in de toekomst op hoofdlijnen te sturen door de kaders van het omgevingsbeleid vast te stellen en te controleren of het college het beleid binnen deze kaders uitvoert. Om de op korte termijn de kaderstellende rol van de raad bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan op een proactieve wijze in te vullen, bevelen wij aan om de raad hiervoor extra ondersteuning te bieden vanuit de griffie. Leerpunten voor de gemeente Landsmeer:

45

Ten aanzien van het bijwerken van de planning, het beter sturen op voortgang (bijvoorbeeld aan de hand van de VNG-lijst) en de toekomstige rolverdeling tussen college en raad moeten in zowel de gemeente Stichtse Vecht als de gemeente Landsmeer nog de nodige stappen worden gezet. 8.4 Invoering Omgevingswet in de gemeente Zoetermeer Het onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet is in 2021 door Pascale Georgopoulou (voorheen: projectleider invoering Omgevingswet, VNG) uitgevoerd in opdracht van de Rekenkamercommissie Zoetermeer. Het betreft een 'quickscan' onderzoek waarbij een momentopname is gemaakt eind 2020 naar de stand van de voorbereiding. De volgende vragen staan daarbij centraal: 1. Voldoet de voortgang aan de eigen ambities en doelstellingen zoals geformuleerd in de uitgangspunten die door de gemeenteraad (2017) zijn vastgesteld en in het door het College vastgestelde "Programmaplan Implementatie Omgevingswet 2017-2020"? Bij deze toetsing is ook de lijst van minimale acties van de VNG betrokken. 2. De ervaringen ten aanzien van de betrokkenheid en het in positie zijn van de gemeenteraad. 3. Het mogelijk ontbreken van 'puzzelstukjes' bij het beleid en de uitvoering tot versterking van participatie. De Rekenkamercommissie Zoetermeer komt tot de volgende conclusies: a. Er wordt voldoende voortgang in de voorbereiding geconstateerd.

Op onderdelen heeft de gemeente Zoetermeer zelfs vooruit gewerkt. Zo zijn bouwstenen en een plan van aanpak voor een Omgevingsvisie opgesteld en is een start gemaakt met de Omgevingsvisie (2019) zelf (de Omgevingsvisie zelf is pas vanaf 2024 verplicht), is een programma voor een Omgevingsplan opgesteld, is gebruik gemaakt van lopende en geactualiseerde verordeningen en bestemmingsplannen, zijn uitgangspunten voor dienstverlening geformuleerd en vastgesteld, is een samenspraakverordening aangepast, zijn processen digitaal en zaakgericht gemaakt en zijn ICTsystemen aangepast. De Rekenkamercommissie uit echter ook zijn zorgen. Die hebben betrekking op zaken die niet lokaal beïnvloedbaar zijn, zoals een goed functionerend Digitaal Stelsel Omgevingswet en inzicht in de structurele financiële effecten van de Omgevingswet en de financiële dekking ervan. De gemeente Zoetermeer voert actie samen met andere gemeenten om het Gemeentefonds hierop aangepast te krijgen. b. Het programmaplan 'Invoering omgevingswet' biedt een houvast voor B&W en het ambtelijk apparaat voor acties en sturing, maar biedt de gemeenteraad onvoldoende sturingsmogelijkheden. Om de informatievoorziening aan de Raad te verbeteren is een klankbordgroep van de gemeenteraad gevormd, die evenwel het risico heeft dat de Omgevingswet alleen leeft onder de raadsleden die hiervan deel uitmaken.

Wel heeft de gemeenteraad in 2020 een lijst 'buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is' vastgesteld. Wél moet de gemeenteraad nog een besluit nemen over (verplichte) participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In 2020 is de 46

raad een routekaart aangeboden welke voorstellen de raad kan verwachten tot aan de invoering van de Omgevingswet. De Rekenkamercommissie concludeert dat er ten behoeve van de raad wel wordt gewerkt met een lijst van projecten en programma's, maar dat meer algehele strategische kaders ontbreken. Hierdoor is de raad geneigd zich met details bezig te houden in plaats van het toetsen aan kaders. c. Zoetermeer heeft een lange samenspraaktraditie, zo valt de Omgevingswet in de programmabegroting onder 'dienstverlening en samenspraak' en niet onder 'ruimtelijke ordening' zoals bij veel andere gemeenten. Zoetermeer had al beleid (kadernota participatie), een uitvoeringskader (verordening participatie) en instrumenten voor de uitvoering daarvan. Deze moeten nog wel worden aangepast aan de Omgevingswet. De Rekenkamercommissie Zoetermeer doet de volgende aanbevelingen: Aan gemeenteraad en college van B&W: 1. Investeer in tijd om te leren en evalueren van nieuwe ervaringen en inzichten. Maak zo mogelijk gebruik van de Leeragenda van de gemeenteraad in het Sociaal Domein. 2. Handel in het kader van participatie in het kader van de geest van de Omgevingswet: betrekken bij planvorming is wezenlijk anders dan uitgewerkte plannen voorleggen; maak keuzes en dilemma's bespreekbaar. Aan de gemeenteraad: 3.

Zet de implementatie van de Omgevingswet met enige regelmaat en in grotere samenhang op de agenda. 4. Betrek de rest van de gemeenteraad bij discussies die in de klankbordgroep van de gemeenteraad worden gevoerd en zet een Omgevingswet-dossier in iBabs.

Aan het College van B&W: 5. Breng samenhang aan tussen de projecten, programma's en ambities. Trek als verantwoordelijk wethouders gezamenlijk op. 6. Help de gemeenteraad op koers te blijven. Laat de samenhang zien tussen de verschillende projecten en besluiten in relatie tot het grotere geheel.

Leerpunten voor de gemeente Landsmeer: De gemeente Zoetermeer is op onderdelen beter voorbereid dan de gemeente Landsmeer. Dit betreft bijvoorbeeld het vaststellen van de rolverdeling tussen college en raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en het functioneren van een klankbordgroep vanuit de raad. Ook voor de gemeente Landsmeer kan het zinvol zijn om inzicht te hebben in de structurele financiële effecten van de Omgevingswet en de financiële dekking ervan. 47

8.5 Invoering Omgevingswet in de gemeente Kerkrade

De Rekenkamercommissie Kerkrade heeft in 2019 onderzoek laten uitvoeren door K+V naar de invoering van de Omgevingswet en dit onderzoek in mei 2020 gepubliceerd. Centraal staat de vraag hoe de invoering van de Omgevingswet is ingebed in de gemeentelijke visie, organisatie en processen rekening houdend met de positie en rol van de gemeenteraad. Deze vraag wordt beantwoord door in kaart te brengen hoe de rol van de gemeenteraad eruit komt te zien onder de omgevingswet ('Soll-situatie') en hoe het traject van invoering van de wet en de betrokkenheid van de raad tot dan toe (eind 2019) uitziet. Uitgangspunt is dat de raad zijn invloed kan aanwenden voorafgaand aan en tijdens het vormgeven van de instrumenten van de Omgevingswet: a. De Omgevingsvisie. Voorafgaand aan het vaststellen van de omgevingsvisie kan de raad invloed uitoefenen door uitspraken te doen over het proces van opstellen en participatie van bewoners en organisaties, het vormgeven van de Omgevingsvisie en het inhoudelijk opstellen van de visie. Nadat de Omgevingsvisie is vastgesteld kan de raad de Omgevingsvisie gebruiken als toetsingskader. De raad dient uitspraken te doen over het actueel houden, het monitoren ervan en de doorwerking van de visie in plannen, programma's, uitvoering en effecten. b. Omgevingsprogramma's.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=7d9b72bb-243f-4ad7-8d4f-294f29857caa