CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek naar de consequenties Omgevingswet

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Rekenkamerrapport Omgevingswet20.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Invoering omgevingswet in de gemeente Landsmeer Definitief rapport d.d. 16-02-2023)

Rekenkamer gemeente Landsmeer

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Doel en vraagstelling van het onderzoek ........................................................................... 7 Hoofdstuk 3 Onderzoeksverantwoording ............................................................................................... 8 3.1 Opzet van het onderzoek en gevolgde procedures................................................................... 8 3.2 Normenkader ............................................................................................................................ 9 Hoofdstuk 4 Beleid en aanpak van de invoering van de omgevingswet in Landsmeer: beschrijving ... 10 4.1 Ontwikkelingen tot aan het plan van aanpak implementatie Omgevingswet: 2016-2018..... 10 4.2 Ambitiedocument .................................................................................................................... 11 4.3 Implementatieplan Omgevingswet: 2019 ............................................................................... 12 4.4 Omgevingsvisie: Plan van Aanpak en Participatieplan ............................................................

14 Hoofdstuk 5 Toetsing van de minimale acties op basis van de VNG leidraad (versie augustus 2021) 18 5.1 Inleiding ................................................................................................................................... 18 5.2 Stand van zaken ten aanzien van de minimale acties op basis van de VNG leidraad ............. 18 5.3 Conclusies ................................................................................................................................ 31 Hoofdstuk 6 De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad bij de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet ........................................................................................................... 32 6.1 Inleiding ................................................................................................................................... 32 6.2. De praktijk .............................................................................................................................. 32 6.3 Beoordeling proces.................................................................................................................. 35 Hoofdstuk 7 De rol van de raad bij afwijkingen van het omgevingsplan ..............................................

37 7.1 Inleiding ................................................................................................................................... 37 7.2 Inventarisatie aanvragen in afwijking van het bestemmingsplan ........................................... 38 7.3. Casus Omgevingsvergunning Den Ilp 180 B: 6 appartementen ............................................. 39 7.4 Casus Omgevingsvergunning Dorpsstraat 60: 32 woningen ................................................... 40 7.5 Conclusies ................................................................................................................................ 41 Hoofdstuk 8 Leerpunten: vergelijking Landsmeer met invoering Omgevingswet in andere gemeenten ............................................................................................................................................................... 42 8.1 Inleiding ................................................................................................................................... 42 8.2 Invoering Omgevingswet in de gemeente Bloemendaal ........................................................ 42 8.3 Invoering Omgevingswet in de gemeente Stichtse Vecht....................................................... 44 8.4 Invoering Omgevingswet in de gemeente Zoetermeer ..........................................................

46 8.5 Invoering Omgevingswet in de gemeente Kerkrade ............................................................... 48 1

8.6 Invoering Omgevingswet in de gemeente Nijmegen .............................................................. 50 8.7 Invoering Omgevingswet in vijf Brabantse gemeenten .......................................................... 51 Hoofdstuk 9 Samenvatting en conclusies............................................................................................. 54 Hoofdstuk 10 Aanbevelingen ................................................................................................................ 56

2

Hoofdstuk 1 Inleiding De Omgevingswet, waarvan de invoering vijf keer is uitgesteld, is beoogd op 1 januari 2023 in werking te treden. De uitvoering van deze wet wordt ook wel beschouwd als de grootste decentralisatie opgave voor gemeenten na die van het sociale domein in 2015. Doel van de Wet is om verbeteringen te realiseren op 4 terreinen: 1) inzichtelijker maken van het omgevingsrecht door bundeling van wetten en regels, 2) aan te sluiten bij de fysieke leefomgeving, waarbij integrale afwegingen moeten worden gemaakt, 3) meer ruimte voor lokaal maatwerk, door lokale overheden meer keuzemogelijkheden te geven 4) snellere besluitvorming. Doordat in een vroeg stadium partijen bij de besluitvorming moeten worden betrokken, hebben veel vergunningaanvragen een beslistermijn van 8 weken. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Hierdoor moet het makkelijker worden om bijvoorbeeld woningbouw op oude bedrijventerreinen of windmolenparken mogelijk te maken. Onder de huidige Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) zijn overheden en ontwikkelaars niet verplicht belanghebbenden actief te betrekken bij besluitvorming.

Dit wijzigt onder de Omgevingswet: hierbij wordt ingezet op participatie van burgers en bedrijven in het voortraject om daarmee meer draagvlak te verkrijgen voor genomen besluiten, waarbij verschillende belangen ook meer integraal worden afgewogen en sneller kan worden beslist. De Omgevingswet bundelt 26 separate wetten in het fysieke domein (w.o. de Wet ruimtelijke ordening, Wet Milieubeheer, Woningwet, Wabo etc.), 60 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) worden omgezet in 4 AMvB's en 75 ministeriële regelingen worden omgezet in één ministeriële regeling. Bovendien biedt de Omgevingswet handvaten en verplichtingen om burgers en bedrijven bij de ruimtelijke ontwikkeling en leefomgeving te betrekken. Tot slot wordt één Omgevingsloket (website) ontwikkeld, het zogeheten Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waardoor initiatiefnemers, zoals aannemers/ondernemers, overheden en burgers, snel kunnen zien of hun initiatief aansluit bij de in de lokale omgevingsvisie vastgestelde gebiedswaarden en of het initiatief wel of niet vergunningplichtig is. In dit digitaal loket kunnen burgers eenvoudig zien welke regelgeving op een bepaalde locatie van toepassing is. Verder kunnen burgers via dit loket vergunningen aanvragen, meldingen doen, geldende regelgeving opzoeken en informatie vinden over kwaliteit van de leefomgeving.

Het DSO vervangt de bestaande loketten ruimtelijkeplannen.nl, Omgevingsloket online en Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Het biedt dus één online platform waarop de belangrijkste regelgeving van verschillende overheden (Rijk, provincies en gemeenten) te raadplegen is. De invoering van de Omgevingswet is meermalen uitgesteld vanwege problemen met de software binnen het DSO. Provincies en gemeenten krijgen met de Omgevingswet meer ruimte voor lokale afwegingen onder het motto: ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. De (invoering van de) Omgevingswet stelt Rijk, provincies en gemeenten voor een aantal opgaven ten aanzien van de juridische invoering, het aansluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), maar ook ten aanzien van een andere manier van werken. Aan de gemeenten wordt vervolgens een

3

aantal minimale eisen gesteld (zie o.a. handreiking NVRR, 2018)1, met specifieke en onderscheiden bevoegdheden voor college en gemeenteraad. De (4) verplichte – onderling samenhangende onderdelen betreffen: 1. Omgevingsvisie: Dit betreft een integrale (strategische) langetermijnvisie op de leefomgeving. Deze gaat over thema’s als ruimtelijke ontwikkeling, natuur, water, verkeer en vervoer, milieu, gezondheid etc. De gemeenteraad stelt deze vast. Deze is vervolgens zelfbindend/kaderstellend voor de gemeenteraad en andere bestuurslagen en belanghebbenden die moeten worden betrokken. Gemeenten zijn verplicht vanaf 1 januari 2024 een gebiedsdekkende omgevingsvisie te hebben vastgesteld. 2. Programma: Bij dreigende overschrijding van omgevingswaarden, voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit en omgevingslawaai, zijn gemeenten verplicht programma's opstellen. Het College stelt de programma’s vast, andere bestuurslagen en belanghebbenden worden betrokken, de gemeenteraad controleert het college op de uitvoering. Overigens kan de gemeente ook op eigen initiatief programma's opstellen indien de fysieke leefomgeving onder druk staat. Voor zover bekend doen zich in de gemeente Landsmeer geen dreigende overschrijding van omgevingswaarden voor, waardoor Landsmeer geen verplichting ten aanzien van programma's heeft.

Wel kan Landsmeer op eigen initiatief programma's opstellen, indien voor de fysieke omgeving geen normering bestaat. Het gaat dan om zelf vastgestelde lokale doelen. Bij de wetsvoorbereiding zijn een aantal voorbeelden genoemd: een fietsactieplan, gemeentelijk rioleringsprogramma en inrichtingsprogramma. 3. Omgevingsplan: Dit is de juridische vertaling van de omgevingsvisie. Het omgevingsplan bevat regels voor de fysieke omgeving, functies voor locaties en regels voor activiteiten. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Dit is bindend voor alle activiteiten in de gemeente en bij het opstellen ervan moeten andere overheden en belanghebbenden worden betrokken. Gemeenten zijn verplicht om vanaf 1 januari 2030 over een omgevingsplan te beschikken. Met de start van de Omgevingswet, dus vanaf 1 januari 2023, wordt de gemeente geacht met een tijdelijk omgevingsplan te kunnen werken. Het tijdelijk omgevingsplan bevat de verzameling bestaande ruimtelijke plannen (w.o. de bestaande bestemmingsplannen)2 en de zogeheten 'bruidsschat'; dit zijn de regels die overgaan van het Rijk naar de gemeente. Het is de bedoeling dat het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO.

4. Omgevingsvergunning: Deze regelt alle activiteiten die afwijken van het omgevingsplan. Het college verleent de omgevingsvergunning op basis van een aanvraag (van burgers en/of bedrijven) en maakt daarbij zelf een afweging indien de vergunning afwijkt van het omgevingsplan3. Op basis van

1

NVRR, Handreiking De Omgevingswet voor Rekenkamer(commissie)s, juli 2018 Onder de Omgevingswet is de verplichting om bestemmingsplannen elke 10 jaar te actualiseren vervallen. 3 Het college dient dit besluit, vatbaar voor bezwaar en beroep, te onderbouwen. 2

4

vooraf vastgestelde 'gevallen' van buitenplanse afwijkingen, geeft de gemeenteraad een bindend advies dat het college niet naast zich neer kan leggen. 4

Het stelsel van de omgevingswet is in onderstaande figuur weergegeven (BRO-website, omgevingswet, de 4 kerninstrumenten):

De rol van de gemeenteraad bij initiatieven in de fysieke leefomgeving wijzigt op grond van de Omgevingswet ten opzichte van de huidige situatie5. In de huidige praktijk moet de gemeenteraad voor vergunningaanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan een ‘verklaring van geen bedenkingen’ afgeven voordat het college beslist op de vergunningaanvraag of a) het college maakt gebruik van de zogeheten 'kruimellijst' die bij AMvB door het Rijk is vastgesteld6 of b) de gemeenteraad wijst (categorieën van) gevallen aan waarin deze verklaring niet noodzakelijk is. In de Omgevingswet is de situatie omgekeerd: dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin een bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is om af te wijken van het omgevingsplan. Indien de gemeenteraad geen lijst van gevallen voor bindend advies aanwijst en - indien zij deze lijst wel vaststelt - voor de niet-aangewezen gevallen, is het college derhalve alleen aan zet. Daarnaast moet de gemeenteraad vaststellen in welke gevallen bij vergunningsaanvragen participatie verplicht is. Dit vraagt zodoende het een en ander van de gemeenteraad in de aanloop naar het vaststellen van het omgevingsplan: Welke projecten zijn politiek gevoelig? Waarover wil de gemeenteraad

4

Overigens vindt hierover een juridische discussie plaats. In de huidige situatie, voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, moet het college de gemeenteraad betrekken bij aanvragen voor vergunningen met een (grote) afwijking ten opzichte van het bestemmingplan, via de procedure van 'verklaring van geen bedenkingen', tenzij de gemeenteraad een lijst heeft vastgesteld van gevallen waarin het College zelfstandig kan beslissen (dus zonder verklaring van geen bezwaar van de gemeenteraad). . 5 Zie VNG, Handreiking Adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het Omgevingsplan. 6 In bijlage II, artikel 4 van het Besluit Omgevingsrecht zijn de 'kruimelgevallen' opgenomen: het gaat dan bijvoorbeeld om dakkapellen, bijgebouwen, nutsvoorzieningen en antenne-installaties.

5

adviseren? Hoe wordt dat in de procedure ingepast? Hoe wordt hierover met initiatiefnemers gecommuniceerd? Wat is de meest effectieve procedure bezien vanuit participatie vooraf en rechtsbescherming achteraf?

6

Hoofdstuk 2 Doel en vraagstelling van het onderzoek Het onderzoek is er met name op gericht om na te gaan of de gemeente Landsmeer voldoende is voorbereid op de invoering en het van kracht worden van de Omgevingswet, in het bijzonder voor wat betreft het adviesrecht van de gemeenteraad bij afwijkingen van het omgevingsplan. Daartoe wordt eerst in beeld gebracht of de gemeente Landsmeer op schema ligt om te voldoen aan de vereisten van de Omgevingswet, zoals geformuleerd door de VNG7. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeenteraad bij de voorbereiding is betrokken en daarbij haar kaderstellende en controlerende rol heeft uitgevoerd. Vervolgens worden aanknopingspunten geboden (‘lessons learned’) voor de discussie over het adviesrecht van de gemeenteraad bij afwijkingen van het omgevingsplan aan de hand van casussen uit het verleden waarin aanvragen werden gedaan voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan. In welke gevallen heeft de gemeenteraad ‘een verklaring van geen bedenking’ afgegeven of onthouden? Ook zal worden nagegaan hoe de voorbereiding in Landsmeer zich verhoudt tot die in andere gemeenten. Over dit onderwerp zijn recentelijk en reeds enige jaren geleden een aantal onderzoeken door lokale rekenkamers en lokale rekenkamercommissie uitgevoerd8.

Dit leidt tot de volgende centrale vraagstelling en deelvragen: De centrale vraagstelling voor het onderzoek kan als volgt worden geformuleerd. Hoe ver is de gemeente Landsmeer met de voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet en welke lessen kunnen worden geleerd t.b.v. de discussie en besluitvorming over de adviserende rol van de gemeenteraad bij afwijkingen van het omgevingsplan?

Deze centrale vraag zal aan de hand van de volgende deelvragen worden beantwoord: -

Welk beleid heeft de gemeente Landsmeer ter voorbereiding op de Omgevingswet geformuleerd? Op welke manier heeft de gemeente Landsmeer zich voorbereid op een nieuwe manier van samenwerken en een nieuwe integrale aanpak? In hoeverre voldoet het implementatieplan van de gemeente Landsmeer aan de minimale vereisten zoals deze door de VNG zijn geformuleerd? Op welke wijze is de gemeenteraad bij de voorbereiding en implementatie van de Omgevingswet betrokken? Welke lessen kunnen worden getrokken uit de besluitvorming van de gemeenteraad (en het college) over afwijkingen van het bestemmingsplan in het recente verleden als ‘bouwsteen’ voor de inrichting en vaststelling van het omgevingsplan en het adviesrecht van de gemeenteraad bij initiatieven om hiervan af te wijken.

7

VNG, Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten, versie 4.0, 26 augustus 2021 Zie o.a. (1) Goede raad voor de Omgevingswet: een vergelijkend onderzoek van 5 Brabantse rekenkamer(commissie)s naar de implementatie van de Omgevingswet, maart 2018. (2) Rekenkamer Nijmegen, Rekenkamerbrief voorbereiding Omgevingswet, 30 april 2020, (3) PBLQ i.o.v. Rekenkamer Stichtse Vecht, Invoering van de Omgevingswet in de gemeente Stichtse Vecht, 23 februari 2021. 8

7

Hoofdstuk 3 Onderzoeksverantwoording

3.1 Opzet van het onderzoek en gevolgde procedures Het onderzoeksvoorstel voor het onderhavige onderzoek is besproken in de vergadering van de Rekenkamer en daar goedgekeurd. Het voorstel is ter kennisneming aan de raad toegestuurd. In de vergadering van de Rekenkamer is een lid aangewezen als uitvoerder van dit onderzoek en is één lid aangewezen als klankbord en reviewer.

De onderzoeker is begonnen met desk research naar de vereisten die samenhangen met de invoering van de Omgevingswet bij gemeenten. Daarnaast is schriftelijke informatie over de voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet bij de ambtelijke organisatie opgevraagd. Hierop zijn stukken overhandigd over de ontwikkeling en uitvoering van het Implementatieplan Omgevingswet en de ontwikkeling en aanbesteding van de Omgevingsvisie, inclusief Participatieplan. Vragen over realisatie van het Implementatieplan en de vereisten van de voorbereiding, zoals geformuleerd door de VNG, zijn aan de ambtelijke organisatie voorgelegd en zijn (afdoende) mondeling en schriftelijk beantwoord. Verder zijn raadsstukken vanaf de start van de voorbereiding in 2016 doorgenomen.

Voor de discussie over het adviesrecht van de gemeenteraad bij afwijkingen van het omgevingsplan aan de hand van casussen uit het verleden is eerst een lijst van de aanvragen sinds 2016 voor omgevingsvergunningen leidend tot het vaststellen van een (ontwerp)bestemmingsplan of een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen opgevraagd. Aan de hand hiervan zijn 2 cases voor nader onderzoek geselecteerd: 1) Omgevingsvergunning Den Ilp 180b een 2) Omgevingsvergunning 32 woningen Dorpsstraat 60. Van de behandeling en besluitvorming van deze aanvragen zijn stukken opgevraagd en bestudeerd. Op 28 juni 2022 hebben de onderzoekers gesproken met de leden auditcommissie van de gemeenteraad over hun ervaringen met de invoering van de Omgevingswet.

Tenslotte heeft de onderzoeker aanvullend deskresearch uitgevoerd naar Rekenkameronderzoeken naar de invoering van de Omgevingswet in andere gemeenten. Hiertoe zijn de volgende Rekenkamerrapporten bestudeerd:

- Goede raad voor de omgevingswet. Een vergelijkend onderzoek van vijf Brabantse Rekenkamer(commissie)s naar de implementatie van de Omgevingswet: Eindhoven, Tilburg, Den Bosch, Breda, Oss; 2018. - Invoering van de Omgevingswet in de gemeente Stichtse Vecht. PBLQ i.o.v. Rekenkamercommissie Stichtse Vecht; 2021. - Voorbereiding invoering Omgevingswet. Rekenkamer Nijmegen. 2020. - De Raad en de Omgevingswet. Rekenkamercommissie Kerkrade i.s.m. K+V. 2020. - Quickscan invoering Omgevingswet. Rekenkamercommissie Zoetermeer. 2021. 8

- Invoering van de Omgevingswet; is Bloemendaal voldoende voorbereid? Rekenkamercommissie Bloemendaal. 2021

3.2 Normenkader In eerste instantie houdt de Rekenkamer als normenkader de acties en processtappen aan die de gemeente zelf heeft vastgelegd in het kader van de voorbereiding op de Omgevingswet en de wijze waarop de gemeente zich verantwoordt over de voortgang ervan: - collegebericht Landsmeer 2018-3: Proces invoering Omgevingswet. 16 januari 2018. - Ambitiedocument: Landsmeer geeft ruimte aan haar omgeving. april 2019. - Implementatieplan Omgevingswet. 17 september 2019. - Plan van aanpak Omgevingsvisie. 24 september 2020. - Koersdocument Omgevingsvisie. april 2021. Daarnaast is gebruik gemaakt van de verplichtingen in het kader van de voorbereiding op de Omgevingswet, zoals die geformuleerd zijn door de VNG: "Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten" en de wijze waarop de gemeente zich verantwoordt over de voortgang ervan. De vergelijking van de stand van zaken van de voorbereiding op de Omgevingswet in andere gemeenten levert niet zozeer een harde toetsnorm op voor beoordeling van de stand van zaken in Landsmeer, maar geeft wel de mogelijkheid om deze stand in een 'vergelijkend perspectief'' te zetten.

9

Hoofdstuk 4 Beleid en aanpak van de invoering van de omgevingswet in Landsmeer: beschrijving 4.1 Ontwikkelingen tot aan het plan van aanpak implementatie Omgevingswet: 20162018 Tijdens de behandeling van de Perspectiefnota, in de raadsvergadering van 7 juli 2016, is een motie van D66 aangenomen waarin het college wordt verzocht om (a) in samenspraak met de gemeenteraad en inwoners een proces te bespreken hoe de Omgevingsvisie het best tot stand kan worden gebracht, (b) een inventarisatie te maken van onderwerpen die in de Omgevingsvisie opgenomen moeten worden en (c) een overzicht op te stellen van reeds beschikbaar zijnde plannen, nota's en andere documenten ten behoeve van het opstellen van een Omgevingsvisie. Op 3 mei 2017 geeft een vertegenwoordiger van de VNG tijdens een raadssessie een toelichting op de Omgevingswet en verzoekt de raad of het college wil ingaan op de stand van zaken van de voorbereiding. In juli 2017 bespreekt het College de voortgang van werkzaamheden om te komen tot een Omgevingsvisie, doet een voorzet voor een aantal vormen van participatie en inventariseert welke onderwerpen in de Omgevingsvisie moeten worden opgenomen. Daarnaast oefenen het college en de raad in juli 2017 met een casus, waarin vanuit verschillende belangen een integraal, gedragen oplossing gezocht moet worden voor een (ruimtelijk) vraagstuk.

De instrumenten van de wet worden hierbij besproken, waarbij de gemeenteraad een beeld op de omgevingsvisie verkent. Tevens worden de toekomstvisie, woonvisie en mobiliteitsvisie besproken en wordt geconstateerd dat de verschillende participatieve processen die hierbij zijn gebruikt, niet ver afwijken van de verwachtingen die hierover rond de Omgevingswet zijn beschreven. lnhoudelijk vindt de gemeenteraad de toekomstvisie een goede beschrijving op hoofdlijnen van het huidige beeld van Landsmeer en de richting waarin Landsmeer zich dient te ontwikkelen. In januari 2018 legt het College de eerste contouren van een Implementatieplan voor de invoering van de Omgevingswet aan de gemeenteraad voor. In 2018, met een doorloop in 2019, moet volgens dit Implementatieplan worden gewerkt aan een traject in de volgende 3 fasen: 1. Bewustwording, zowel ten aanzien van de doelen van de Omgevingswet (cultuurverandering) als ten aanzien van het instrumentarium. 2. Ambitiebepaling. De raad dient de gemaakte keuzes vast te leggen in een Ambitiedocument. 3. Het toepassen van de ambities in de documenten. Schematisch leidt dit tot de volgende planning van activiteiten en momenten waarop de gemeenteraad hierin wordt betrokken.

10

4.2 Ambitiedocument De verkenning van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, heeft in april 2019 een ambitiedocument opgeleverd: “Landsmeer geeft ruimte aan haar omgeving!”. Hierbij is gekozen om dit een gezamenlijk document te laten zijn van college, raad en ambtelijke organisatie. Tevens is afgesproken de samenleving hierbij nog niet te betrekken, gelet op de abstractheid van de discussies en keuzen. Deze samenleving zal wel worden betrokken bij de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Uitgangspunt is dat wordt voortgebouwd op zaken die al goed gaan en veranderd wordt wat beter kan. Kern van het ambitiedocument is dat meer ruimte wordt geboden aan initiatieven vanuit de samenleving, door middel van deregulering, zo mogelijk met kortere procedures en meer inbreng vanuit inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de kwaliteit van de leefomgeving en de mensen die er wonen, werken en verblijven. Er worden 3 speerpunten benoemd om die ruimte voor initiatieven vanuit de samenleving te maken: 1. Sturen of loslaten? Hieronder wordt onder meer verstaan dat helder wordt vastgelegd wat bereikt moet worden, maar ook positief wordt gestaan tegenover initiatieven die bijdragen aan deze doelen. 2.

Participatie: (Omgevings)plannen dienen in gezamenlijkheid, via participatie én co-creatie te worden gemaakt, waarvoor overigens wel spelregels moeten worden opgesteld. 3. Samenhangende benadering: Initiatieven worden door een 'breed' team beoordeeld. Binnen de gemeente worden ervaringen gedeeld en er wordt gezorgd dat alle relevante partijen worden betrokken. Als het gaat om initiatieven met maatschappelijke meerwaarde is er een faciliterende rol voor de gemeente, in andere gevallen is de gemeente alleen procesbewaker. In sommige gevallen moet de gemeente, partijen gehoord hebbend, knopen doorhakken en een besluit nemen. De uitgangspunten van dit ambitiedocument worden gebruikt voor het opstellen van (a) het plan van aanpak voor en de inhoud van de Omgevingsvisie en (b) voor de toekomstige manier van werken. De 11

ambtelijke organisatie ondersteunt en draagt deze uitgangspunten, in het bijzonder de teams (1) fysiek beleid en projecten, (2) klantcontacten, vergunningen en handhaving (3) bedrijfsvoering, met name communicatie en (4) sociaal domein beleid. 4.3 Implementatieplan Omgevingswet: 2019 De gemeenteraad stelt in 2019, op voordracht van het college, het Implementatieplan Omgevingswet vast. In dit Implementatieplan is onderzocht (‘impact-analyse’) wat de gevolgen van de Omgevingswet zijn voor de gemeente Landsmeer, gebaseerd op het landelijk programma 'Aan de slag met de Omgevingswet'. Er zijn 7 projecten geïdentificeerd waaraan vanaf 2019 wordt gewerkt, deels voorafgaande aan de invoering van de Omgevingswet, deels ook daarna. Het betreft de volgende 7 projecten: 1. Analyse huidige regelgeving Geconstateerd wordt dat van de huidige regelgeving (4 bestemmingsplannen en tal van verordeningen) een overzicht ontbreekt welk deel daarvan betrekking heeft op de fysieke omgeving. Er is geen zicht op de lokale afwegingsruimte en de inhoud van de 'bruidsschat' is onbekend. In de gewenste situatie, eind 2021, moet het volgende zijn bereikt: - Toegankelijke omgevingsregels, die uitlegbaar worden geschreven. - Een overzicht van gemaakte keuzen met betrekking tot de bestuurlijke afwegingsruimte en de bruidsschat. Een opdracht hiertoe wordt uitgezet bij de Omgevingsdienst IJmond.

- Een adequate behandeling van aanvragen rond de inwerkingtreding van de Omgevingswet via een analyse van het overgangsrecht. 2. Omgevingsvisie Beoogd is dat in 2019 wordt gestart met het opstellen van een Omgevingsvisie en deze visie in 2021 wordt vastgesteld. Doel is om bij deze Omgevingsvisie - conform het ambitiedocument - aan te sluiten bij de reeds in 2013 vastgestelde 'Toekomstvisie 2025 Landsmeer' en de reeds vastgestelde woon-, mobiliteit- en duurzaamheidsvisie. Deze zijn al door middel van participatie tot stand gekomen. Omdat voor dit specifieke project de eigen ambtelijke capaciteit, kennis en deskundigheid als onvoldoende wordt ervaren, wordt dit project extern uitbesteed. 3. Omgevingsplan Doel is te komen tot een Omgevingsplan, waarin de ambities, zoals die ten aanzien van participatie, uitnodigingsplanologie, kaderstelling, communicatie en processen, zijn verwerkt. Dit Omgevingsplan moet digitaal kunnen worden ontsloten via DSO en de ontwikkeling moet worden gebruikt voor professionalisering en organisatieontwikkeling van de gemeente Landsmeer. Met het geven van ruimte aan initiatieven van bewoners en bedrijven in een bestemmingsplan wordt in 2019 al geoefend met bestemmingsplan "Het Lint" en het project ter vervanging van de riolering in de wijk Havezathe.

Bedoeling is dit project 'Omgevingsplan' ook extern aan te besteden, maar pas nadat de Omgevingsvisie is vastgesteld (beoogd 2021). 12

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de (bestaande) bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat beschouwd als tijdelijk Omgevingsplan, totdat het nieuwe Omgevingsplan (uiterlijk per 1/1/2030 vast te stellen) van kracht wordt. 4. Anders werken Van dit project is het belangrijkste doel om integraal denken, samenwerken binnen de ambtelijke organisatie en ketensamenwerking met externe organisaties te stimuleren. In dat kader wordt onder meer ingezet op opleiding en training van de medewerkers van de gemeente Landsmeer, een stakeholderanalyse van de meest relevante partijen die bij de instrumenten van de Omgevingswet moeten worden betrokken en het organiseren van periodiek afstemmingsoverleg met ketenpartners. 5. Participatie Doel van dit project is het vergroten van kennis in de ambtelijke organisatie over participatie in de Omgevingswet, het opstellen van een communicatieplan met een 'toolkit' voor burgerparticipatie en een handreiking 'omgevingsdialoog', zodat initiatiefnemers en aanvragers weten wat er van hen wordt verwacht onder de Omgevingswet. 6. Digitaal stelsel en werkprocessen De uitgangssituatie voor Landsmeer is goed, zo wordt geconstateerd in het Implementatieplan. Landsmeer geeft jaarlijks circa 100 vergunningen tijdig af. De interne en externe afstemming verloopt al goed, zo wordt geconstateerd.

Er zijn op in 2019 integrale overleggen met betrekking tot vergunningverlening, er is bouwplanoverleg (2 wekelijks) waarin alle relevante zaken (zoals bouwvergunningen) worden besproken, een handhavingsoverleg (3 wekelijks) en een extern overleg met OD IJmond, politie, het waterschap en GGD (4 wekelijks). Deze overleggen en de integrale controles lopen goed. Het vooroverleg ten behoeve van bouwvergunningen en ruimtelijke initiatieven worden in 2019 gedaan bij initiatieven aan het Lint. Doel van dit project is (1) de dienstverlening te verbeteren door snelle en goede processen en integrale besluitvorming (2) de werkprocessen voor de fysieke leefomgeving 'Omgevingswet-proof maken (3) het ontwikkelen en vaststellen van goede digitale procesbeschrijvingen en werkafspraken en (4) het vaststellen van een programma van eisen voor benodigde software voor het proces van Vergunningverlening, Handhaving en Toezicht (VHT) en voor het opstellen en wijzigen van omgevingsdocumenten. Concreet moet het volgende worden bereikt: - Het bepalen van dienstverleningsniveaus per (werk)proces. - Het (her)schrijven van werkprocessen, bijvoorbeeld als gevolg van een kortere doorlooptijd van de behandeling van vergunningaanvragen, maar ook door de digitalisering ervan. - Voor de toepasbare regels dient Landsmeer zelf vragenbomen te maken in het nieuwe DSO-LV omgevingsloket.

13

7. Aansluiting op DSO De gemeente Lansmeer wil met dit project voorbereid zijn op 'werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet' voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De dienstverlening moet zijn verbeterd door digitale ontsluiting van documenten en processen en de instrumenten van de Omgevingswet (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingsvergunning en bijbehorende processen) moeten digitaal zijn gepubliceerd. Organisatie en kosten Voor de uitvoering van het Implementatieplan is een programmaorganisatie ingericht, waarvan de burgermeester bestuurlijk opdrachtgever is. Verder bestaat de organisatie voor uitvoering van de Omgevingswet uit een stuurgroep (waaraan ook de burgemeester deelneemt), een programmamanager, een projectteam (bestaande uit onder meer projectleiders voor elk van de bovenbeschreven projecten) en een klankbordgroep. Het budget voor de uitvoering is geraamd op € 550.000, verdeeld over Omgevingsvisie (€ 120.000,-), Omgevingsplan (€ 200.000,-), externe advisering (€ 100.000,-) en opleiding (€ 30.000,-). 4.4 Omgevingsvisie: Plan van Aanpak en Participatieplan In september 2020 heeft de gemeenteraad, op voordracht van het college, een plan van aanpak voor de - per 1/1/2024 verplichte - Omgevingsvisie vastgesteld. Dit plan van aanpak is, na aanbesteding, opgesteld door Witteveen en Bos.

Ook bij deze aanbesteding is de gemeenteraad betrokken, doordat in de raadsvergadering van 28 mei 2020 de gemeenteraad heeft ingestemd met de uitgangspunten waarmee richting is gegeven aan de selectie van een externe partij die de Omgevingsvisie voor de gemeente Landsmeer zal opstellen. Belangrijk onderdeel van het plan van aanpak om te komen tot een Omgevingsvisie is het afzonderlijk opstellen en vervolgens vaststellen van een Participatieplan. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke vereiste dat bij het vaststellen van de Omgevingsvisie wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, bestuursorganen en maatschappelijke organisaties hierbij zijn betrokken. Beoogd is dat de Omgevingsvisie eind 2021 kan worden vastgesteld. De planning hiervan is als volgt in het plan van aanpak opgenomen:

14

In het kort wordt de omgevingsvisie opgesteld conform de volgende stappen: 1. Inventarisatie van huidig beleid aan de hand van onder andere de toekomstvisie, woonvisie, mobiliteitsvisie, duurzaamheidsvisie, etc. 2. Analyse van trends en ontwikkelingen in Landsmeer aan de hand van werksessies met de ambtelijke organisatie. 3. Bepalen van ambities en kernwaarden door middel van 2 participatie momenten (straat-enquêtes en een digitale peiling) onder burgers en bedrijven. 4. Het bepalen van thema's in (deel)gebieden door middel van 2 participatiemomenten (generatiegesprekken en thematafel bijeenkomsten). Waar liggen mogelijk tegenstrijdige ruimtelijke belangen? 5. Vaststellen van een Koersdocument waarin gebiedsgericht, thematisch en integraal de hoofdopgaven voor de Omgevingsvisie zijn ondergebracht. 6. Vaststellen van verschillende versies van de Omgevingsvisie. In deze versies (bijvoorbeeld de '50%' en de '90%'-versie) wordt in verschillende stadia toegewerkt naar de uiteindelijke definitieve versie van de Omgevingsvisie. 15

In de praktijk is deze planning om te komen tot een Omgevingsvisie evenwel anders verlopen. In respectievelijk september 2020 en oktober 2020 stemt de raad in met het plan van aanpak voor een Omgevingsvisie en die voor een Participatieplan voor de Omgevingsvisie. In het plan van aanpak voor een Participatieplan voor de Omgevingsvisie is onder meer uitgewerkt hoe de werksessie met de ambtelijke organisatie dient te verlopen, maar ook uitgewerkt hoe de participatiemomenten met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden vorm moeten krijgen. In februari 2021 wordt de gemeenteraad via een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld van (a) de ontwikkelingen rondom de Omgevingsvisie op het gebied van participatie en de resultaten die dit heeft opgeleverd en (b) de planning van het Koersdocument en de definitieve (100%-versie) Omgevingsvisie. De gemeenteraad wordt geïnformeerd dat de definitieve Omgevingsvisie naar verwachting pas in januari 2022 kan worden vastgesteld, in plaats van september 2021 zoals eerder was voorzien. In april 2021 wordt het Koersdocument door het college vastgesteld en wordt de gemeenteraad op de hoogte gesteld van de resultaten van de online enquête (waaraan 291 inwoners hebben deelgenomen) en het Koersdocument (Commissie Vergadering 10 mei 2021).

In het Koersdocument worden de volgende (5) uitdagingen en dilemma's voor Landsmeer voorzien, waarvoor in de Omgevingsvisie keuzen moeten worden gemaakt: - Doorstroming versus uitbreiding van de woningvoorraad. - Uitbreiding van de woningvoorraad versus verkeerskundige ontsluiting. - Woningbouw versus groen karakter. - Verkeer versus openbare ruimte. - Recreatie versus rust. In de Commissievergadering van 10 mei 2021 concludeert de gemeenteraad dat het Koersdocument9 te algemeen is verwoord, onvoldoende scherp is en onvoldoende keuzes, (beleids)lijnen en (beleids)kaders bevat voor vaststelling in de gemeenteraad. In dat licht wordt het Koersdocument niet voor vaststelling in de gemeenteraad geagendeerd. De portefeuillehouder (dhr. Straat) wordt opgeroepen om de inzichten uit het Koersdocument te gebruiken voor het opstellen van de 40%versie van de Omgevingsvisie. In de raadsvergadering van 28 oktober 2021 wordt de '40%-versie Omgevingsvisie Landsmeer' ter vaststelling door het College aangeboden aan de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt evenwel een motie (nr. 38) en amendement aan (beide VVD) met 8 stemmen voor en 6 stemmen tegen om de 40%-versie Omgevingsvisie niet vast te stellen, maar voor kennisgeving aan te nemen (zie besluitenlijst raadsvergadering 28 oktober 201).

Bovendien roept de motie op om de toekomstbeelden, trends en ontwikkelingen, ambities en lange termijnbeleid zo te verwoorden dat 9

Het Koersdocument wordt in deze vergadering door de portefeuillehouder Straat aangeduid als de 10%-versie van de Omgevingsvisie.

16

ruimte ontstaat voor initiatieven en toekomstige politieke keuzes met betrekking tot invulling en locaties. In de Omgevingsvisie moet verder opgenomen worden dat Landsmeer de eigen regie voert over zijn grondgebied. Daarnaast moet vooraf duidelijker worden waaraan participatie moet voldoen en wanneer participatie geslaagd is. Bovendien moeten alleen 'verwoordingen' van de resultaten van participatie worden opgenomen voor zover deze representatief zijn. De gemeenteraad constateert een gemis dat er nog geen participatiebeleid is vastgesteld. In de raadsvergadering van februari 2022 wordt gevraagd in te stemmen met de 'Ontwikkelingsrichting notitie Omgevingsvisie Landsmeer'. Dit document, bevattende de ontwikkelingsrichting ('stip aan de horizon/Landsmeer in 2040') , moet worden beschouwd als een volgende stap in de richting van een Omgevingsvisie. In dit document is in een aantal thema's uitgewerkt hoe Landsmeer er in 2040 uit moet zien, te weten: Wonen, het Landsmeerderveld, Werken, Toerisme en recreatie, Voorzieningen, Vervoer, Duurzaamheid, Landschap en de 3 kernen (Landsmeerderveld, Den Ilp en Purmerland). Deze ontwikkelingsrichting is mede gebaseerd op 12 participatie-momenten (ambtelijk, met bewoners, lokale organisaties en ketenpartners).

De gemeenteraad besluit ook deze stap in de ontwikkeling naar een Omgevingsvisie niet vast te stellen, maar neemt het document 'Ontwikkelingsrichting notitie Omgevingsvisie Landsmeer' voor kennisgeving aan. De gemeenteraad is van mening dat zij over te weinig achtergrondinformatie beschikt om standpunten in te kunnen nemen over bepaalde onderwerpen (bijvoorbeeld de aanleg van een metrohalte in Landsmeer) en consequenties van mogelijke beslissingen onvoldoende kan overzien. Er wordt een motie aangenomen om de kernwaarden vast te stellen en de ontwikkelingsrichting nader aan de orde te stellen in thema-avonden en BOT-sessies van de gemeenteraad. De facto kiest de gemeenteraad ervoor om de besluitvorming over de Omgevingsvisie over laten aan de nieuwe raad en het nieuwe college. Door het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad is het dossier van de Omgevingswet nog niet verder in behandeling genomen. De aangenomen motie staat tot op heden (september 2022) als volgt op de lijst van voortgang afhandeling moties:

17

Hoofdstuk 5 Toetsing van de minimale acties op basis van de VNG leidraad (versie augustus 2021) 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de resultaten weergegeven van de toetsing van voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in Landsmeer aan de leidraad die de VNG hiertoe heeft opgesteld. Naast deze minimale (verplichte) acties die gemeenten moeten nemen voorafgaande aan de daadwerkelijke invoering van de Omgevingswet volgens de VNG (zie bijlage), heeft de gemeente Landsmeer zelf een plan van aanpak geformuleerd voor implementatie van de Omgevingswet (17 september 2019). Hierin is voor 3 onderdelen, te weten 1) de Omgevingswet (bestaande uit de instrumenten Omgevingsvisie, programma's, het Omgevingsplan en de omgevingsvergunning), 2) anders werken; integraal, in onderlinge samenhang en 3) aansluiting bij het landelijk DSO, nagegaan middels een beleids- en impactanalyse hoe de situatie op dat oment (2019) is en wat er voor nodig is om in de toekomst aan de gewenste vereisten te voldoen. De tijdshorizon van dit Implementatieplan is tot en met 2024, derhalve een langere periode dan tot aan het van kracht worden van de Omgevingswet per 1 januari 2023. De acties uit het Implementatieplan overlappen deels met de minimale acties van de VNG.

5.2 Stand van zaken ten aanzien van de minimale acties op basis van de VNG leidraad De Rekenkamer constateert allereerst dat voortgangsrapportages naar aanleiding van het Implementatieplan Omgevingswet ontbreken. Ook heeft de gemeente Landsmeer geen voortgangsrapportages opgesteld in hoeverre is voldaan aan de minimale (verplichte) acties volgens de VNG-Leideraad. Hierdoor is het moeilijk gebleken om inzicht te krijgen in hoeverre voorgenomen acties zijn uitgevoerd en in hoeverre de ambtelijke organisatie en het gemeentelijk bestuur zijn voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. De Rekenkamer heeft de stand van zaken voor een belangrijk deel afgeleid uit de bestudeerde documenten en verder informatie verkregen over de voortgang via interviews met ambtelijke verantwoordelijken, inclusief een schriftelijke reactie op ambtelijk niveau. 1. Aanvragen en meldingen kunnen ontvangen vanuit de landelijke voorziening (techniek) Vanaf 1 januari 2022 moet de gemeente aanvragen en meldingen vanuit DSO-LV kunnen ontvangen. Zij moet daarvoor technisch aansluiten op de oefenomgeving van het DSO. De voortgang van deze aansluitingen wordt gemonitord. De monitor wordt wekelijks geactualiseerd, zodat de voortgang upto-date beschikbaar is. Aan de volgende eisen moet worden voldaan: 

Het kunnen ontvangen van een aanvraag of melding

Het kunnen publiceren van omgevingsdocumenten

Het kunnen registreren van vragenbomen.

18

Leidraad VNG: Per 1-1-2023 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) in staat om conform de daarvoor geldende standaard verzoeken (aanvraag, melding, informatieplicht e.a.) (o.a. art. 14.1 Ob) vanuit de landelijke voorziening te kunnen ontvangen. (Deze eis is maakt als nummer 5.1 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst). Voor de continuïteit van de dienstverlening moet de gemeente (en/of de uitvoeringsorganisatie) vanaf 1-1-2023 verzoeken (aanvraag, melding, informatieplicht, e.a.) en aanvullingen vanuit DSOLV kunnen ontvangen. Dit behelst ook verzoeken om ‘omgevingsoverleg’ (zie eis 8). DSO-LV biedt verzoeken aan conform de STAM standaard. De gemeente moet bovendien haar VTH software via een Digikoppeling aansluiten op DSO-LV en via een API verzoeken binnenhalen. Dit is een ander koppelingsmechanisme dan bij het huidige Omgevingsloket Online. Het is niet mogelijk om via het DSO-LV aanvullende gegevens 'op te vragen'. Dit dient via een ander kanaal te verlopen (aanvullingen kunnen wel via DSO-LV ontvangen worden). De gemeente dient de benodigde aanpassingen in de VTH software te hebben gedaan. Daarnaast moeten zaaksystemen zijn ingericht conform Omgevingswet (zaaktypen en processen) en moeten deze overweg kunnen met Omgevingswet activiteiten b.v. milieubelastende activiteit (i.p.v. inrichting) en locatie.

Gemeenten moeten afspraken maken met uitvoeringsorganisaties (bv. omgevingsdienst) over de afhandeling van activiteiten. Voor activiteiten die door uitvoeringsorganisaties worden uitgevoerd, dient de gemeente instellingen in DSO-LV te doen, zodat de verzoeken uit DSO-LV automatisch goed gerouteerd worden. Verder moet de gemeente een verzoek kunnen doorsturen naar een ander bevoegd gezag of naar een andere behandeldienst. Stand van zaken: De Rekenkamer constateert dat volgens de aansluitmonitor DSO (zie: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/voortgang-monitoring/aansluitmonitor/) de gemeente Landsmeer is aangemeld om aan te sluiten. De gemeente Landsmeer kan, in tegenstelling tot een aantal andere Noord-Hollandse gemeenten, evenwel nog geen aanvragen of meldingen ontvangen. Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de software van Tercera (Tercera-GO!) wel al in staat is om aanvragen en meldingen te kunnen ontvangen, omgevingsdocumenten te publiceren en lokale vragenbomen (bijvoorbeeld voor een kapvergunning) te kunnen registreren. Hiermee constateert de Rekenkamer een afwijking tussen de stand van zaken van de landelijke aansluitmonitor DSO en de stand van zaken zoals ambtelijk aangegeven.

2. Proces behandeling vergunningaanvragen en meldingen ingericht Onder deze vereiste vallen de volgende onderdelen: - Het ICT systeem dient te zijn aangepast om vergunningen conform de vereisten van de Omgevingswet te kunnen verlenen en meldingen te kunnen ontvangen. - Werkprocessen voor behandeling van vergunningaanvragen en meldingen dienen te zijn aangepast. 19

- Medewerkers dienen te zijn opgeleid om te werken met de nieuwe processen. - Samenwerkingsafspraken dienen te zijn gemaakt met uitvoeringsorganisaties en ketenpartners. - Besluiten van de gemeenteraad inzake 'advies met instemming van de raad' (bij buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten) en 'verplichting tot participatie' dienen in het proces te zijn verwerkt. Leideraad VNG: Per 1-1-2023 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) voorbereid op de gewijzigde vergunningprocedure conform de eisen van de Omgevingswet. Hieronder valt het kunnen verwerken van een enkelvoudige en een meervoudige aanvraag. (Deze eis is maakt als nummer 5.2 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst). De Omgevingswet stelt nieuwe eisen aan het proces van vergunningverlening. Belangrijke veranderingen zijn a) een verkorting van de beslistermijn voor de meeste aanvragen naar 8 weken en b) een integraal besluit van meer sectoren dan nu. In bepaalde gevallen verandert het bevoegd gezag en/of adviesschap van andere bestuurslagen. De kennisgeving van de verleende vergunning vindt op 1-1-2023 naar verwachting nog plaats via DROP1 (let in dit kader ook op de gewijzigde regels als gevolg van de Wet elektronische publicaties en bijzondere aanleververeisten aan DROP voor de kennisgeving van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit).

Gemeenten moeten processen en systemen aanpassen en hun medewerkers opleiden. Hierbij dient oog te zijn voor de coördinatieregeling uit afdeling 3.5 Awb (nieuw) en de verplichte toepassing hiervan op grond van art 16.7 Ow. Samenwerkingsafspraken met uitvoeringsorganisaties en ketenpartners moeten hiertoe mogelijk worden bijgesteld (procesafspraken, taken bij meldings- en vergunningplicht, verkennen initiatief, toezicht en handhaving, adviestaken). De gemeente en haar ketenpartners kunnen ter ondersteuning van de samenwerking hun VTH software aansluiten op de samenwerkvoorziening van DSO-LV (advies). Tenslotte moeten -als dit aan de orde is- de besluiten van de gemeenteraad inzake 'advies met instemming voor de raad' (bij de buitenplanse Omgevingsplanactiviteit) en 'verplichting tot participatie' in het proces worden verwerkt.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de aanpassingen van de werkprocessen gedeeltelijk zijn afgerond. Wel moet het werkproces van de 'omgevingstafel' nog worden ingericht. Medewerkers (totaal 4) zijn gedeeltelijk opgeleid, maar de bedoeling is ze verder op te leiden vlak voor inwerkingtreding van de Omgevingswet (eind 2022). Samenwerkingsafspraken met uitvoeringsorganisaties en ketenpartners (OD IJmond) zijn gemaakt en vastgelegd in het programma 'Open wave'. De beide genoemde besluiten moeten nog door de gemeenteraad worden genomen. Voor het laatste kwartaal van 2022 van de lange termijnagenda van de gemeenteraad zijn besluiten van de gemeenteraad voorzien ten aanzien van a) de lijst van gevallen van vergunningaanvragen in afwijking van het omgevingsplan, waarvoor het bindend advies van de gemeenteraad is vereist en b) in welke gevallen en op welke wijze participatie bij aanvragen voor een omgevingsvergunning is verplicht. 3. Kunnen beoordelen van vergunningaanvragen 20

De minimale eis is dat de gemeente een helder beeld heeft welke aanvragen op welk moment moeten worden getoetst aan welke regels. Leidraad VNG: Per 1-1-2023 is het bevoegde gezag (en/of haar uitvoeringsorganisatie) in staat om aanvragen voor omgevingsvergunningen te beoordelen conform de eisen van de Omgevingswet. (Deze eis is maakt als nummer 5.3 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst). De Omgevingswet brengt nieuwe juridische begrippen en kaders voor vergunningverlening. Er zijn twee grote wijzigingen in de systematiek. In de milieuregelgeving wordt het begrip 'inrichting' losgelaten en komt het begrip 'activiteit' daarvoor in de plaats. Bij een aanvraag moet beoordeeld worden welke activiteiten en regels in het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing zijn. De tweede grote wijziging is het loskoppelen van de technische bouwactiviteit (regels in het besluit bouwwerken leefomgeving) van de ruimtelijke bouwactiviteit (regels in de bruidsschat). Daarnaast komen er nieuwe rekenregels en normen voor geluid en verschuiven er bodemtaken van de provincie naar de gemeente. Bij gemeenten en uitvoeringsdiensten ligt een forse opgave om voor 1-1-2023 kennis en expertise op te bouwen over deze inhoudelijke wijzigingen.

Juist in de overgangsfase is het daarbij heel belangrijk dat de gemeente zich een helder beeld verwerft: wélke aanvragen, gedaan op wélk moment, moeten worden getoetst aan wélke regels (bij zowel vergunningverlening als handhaving)! Immers: er zijn gerelateerde wetten die (nog) niet overgaan in de Omgevingswet. Ook kunnen regels verhuizen als gevolg van de stelselwijziging (van regeling-niveau naar AMvB of bruidsschat) Lokale verordeningen gaan stapsgewijs op in het nieuwe omgevingsplan, geheel of deels. Soms gelden daarbij de lokale aanvraagvereisten, soms zijn deze opgenomen in de bruidsschat, etc. 1 De wijze waarop de kennisgeving voor de buitenplanse OPA in DSO-LV wordt getoond, wordt nog nader uitgewerkt.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de processen zo zijn ingeregeld dat beoordeling van vergunningaanvragen in theorie mogelijk is. Het beeld is helder, maar de inpassing van de vereisten van de Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb) in het proces van vergunningverlening moet nog plaatsvinden. Door de privaatrechtelijke borging van het bouwtechnische gedeelte in de vergunningaanvraag verschuiven taken meer naar toezicht en zal hierdoor naar verwachting meer toezichtcapaciteit zijn vereist met hogere toezichtkosten tot gevolg. Of deze hogere toezichtkosten worden 'doorbelast' in hogere bouwleges moet nog door de gemeenteraad worden beslist. Op ambtelijk niveau wordt bovendien gemeld dat Landsmeer niet over provinciale of rijksinrichtingen beschikt, zoals zware industrie. Wel beschikt Landsmeer over een milieustraat en autosloperij.

4. De gemeente stelt informatie beschikbaar die nodig is om een aanvraagformulier in de landelijke voorziening samen te stellen, waarin ook de gestelde indieningsvereisten zijn opgenomen.

21

Leidraad VNG: Vergunningen en meldingen: Indieningsvereisten: Per 1-1-2023 stellen provincie, waterschap en gemeente de informatie beschikbaar die nodig is om een aanvraagformulier in de landelijke voorziening samen te stellen, waarin ook de door hen gestelde indieningsvereisten zijn meegenomen. (Deze eis is maakt als nummer 5.4 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst). De aanvraagformulieren in het DSO-LV zijn zogenoemde 'dynamische formulieren'. Deze formulieren worden opgebouwd met 'toepasbare regels'. Die zijn gebaseerd op de indieningsvereisten die zijn opgenomen in wet- en regelgeving. Als start wordt het DSO-LV gevuld met de toepasbare regels (de aanvraagformulieren dus) die zijn gebaseerd op de bruidsschat. Daarna dienen gemeenten de gewenste wijzigingen hierin zelf aan te leveren aan DSO-LV volgens de voorschreven standaard (STTR). Gemeenten dienen daarom de hiervoor benodigde kennis op te bouwen en systemen (of diensten) te verwerven. Ook zijn afspraken nodig met de omgevingsdiensten over hun rol bij het opstellen van de indieningsvereisten en (indien gewenst) toepasbare regels. Daarnaast is van belang dat gemeenten vragenbomen opstellen voor díe vergunningchecks en meldingen die niet worden geleverd met de bruidsschat, maar die ze nu wel in OLO hebben (behouden gelijkblijvend dienstenniveau).

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat de 'bruidsschat' (zie eerder) is overgedragen en deze is opgenomen in de software. Met deze software, inclusief de rijksregels zoals opgenomen in de bruidsschat, heeft de ambtelijke organisatie evenwel nog niet geoefend. Er worden geen bijzonderheden verwacht ten aanzien van de inpassing van lokale indieningsvereisten. Lokale regels uit de APV van Landsmeer zijn nu ook al opgenomen in het huidige Omgevingsloket Online (OLO). Het gaat dan specifiek om een inrit- of kapvergunning. Voor zover bekend maakt Landsmeer geen gebruik van vragenbomen van andere gemeenten, maar wel van specifieke eigen regelgeving, zoals de genoemde inrit- of kapvergunning. De software voor het opnemen van de vragenbomen is gereed, maar de vragenbomen zelf moeten nog worden ontwikkeld en vastgesteld.

5. Instellen van een gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit Deze commissie heeft in ieder geval een tot taak te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument.

22

Leidraad VNG: De gemeente heeft een commissie ingesteld die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument (gemeentelijke adviescommissie). Onder de Omgevingswet is een welstandscommissie (of een commissie ruimtelijke kwaliteit) alleen verplicht voor het toetsen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument. Ook andere adviesrollen kunnen bij de commissie belegd worden. Gemeenten moeten zich voor 1-12023 beraden op de gewenste invulling en inrichting van deze commissie.

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat Landsmeer nog geen specifieke gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit heeft ingesteld. Beoogd is dat de welstandscommissie en de monumentencommissie fuseren tot een dergelijke commissie. De verordening hiertoe moet nog door de gemeenteraad worden vastgesteld. De besluitvorming hierover door de gemeenteraad staat gepland voor het 4e kwartaal 2022.

6. Vergunningverlening aangepast aan de Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb) Eis is dat de gemeente Landsmeer de vergunning verlenings- en meldingsprocessen betreffende bouwactiviteiten aangepast heeft aan de Wkb. Hiertoe dienen aanpassingen plaats te vinden in de inrichting van werkprocessen, de legesverordening, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en dient rekening te worden gehouden met juridische en inhoudelijke aspecten. Leidraad VNG: Per 1-1-2023 dient de gemeente de vergunningverlenings- en meldingsprocessen betreffende bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de legesverordening, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. Het proces voor vergunningverlening voor bouwwerken wordt in tweeën opgeknipt: de ruimtelijk component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid) loopt via de gemeente en de bouwtechnische component afhankelijk van de categorie van het bouwwerk via een specifieke bouwtechnische vergunning of Wkb-melding. Hiertoe wordt de papieren (technische) toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd.

De initiatiefnemer wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving toetst en verklaart dat de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Dit alles vraagt een aanzienlijk aantal wijzigingen in processen, legesverordening, competenties en informatievoorziening die de gemeente dient te implementeren.

23

Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat het aanpassen van het proces van de vergunningverlening aan de Wkb nog moet plaatsvinden. De gemeenteraad zal zich ook moeten beraden of de verwachte stijging van het aantal meldingen, een verwachte daling van het aantal vergunningaanvragen en een verwachte toename van de toezichtskosten tot uitdrukking moeten komen in een aanpassing (verwacht is verhoging) van de bouwleges.

7. Inrichten proces 'verkenning initiatief' Het proces 'verkennen initiatief' gaat vooraf aan het indienen van de definitieve vergunningaanvraag. Effectief inrichten van dit proces is noodzakelijk voor het kunnen halen van de 8-wekentermijn bij (complexe) vergunningaanvragen. Hierin moeten alle betrokken stakeholders worden gekend, mogelijkheden en alternatieven worden onderzocht, alle benodigde informatie worden verzameld en een betrouwbare inschatting van de haalbaarheid worden gemaakt. Leidraad VNG: De gemeente heeft het proces 'verkennen initiatief' zodanig ingericht dat een volledig en betrouwbaar beeld wordt verkregen van het initiatief, van het draagvlak bij belanghebbenden en van de mogelijkheden van het bevoegd gezag om de benodigde vergunning(en) hiervoor te verlenen. Het proces 'verkennen initiatief' gaat vooraf aan het indienen van de definitieve vergunningaanvraag. Effectief inrichten van dit proces is noodzakelijk voor het kunnen halen van de 8-weken-termijn bij (complexe) vergunningaanvragen. Hierbij moeten alle betrokken stakeholders worden aangehaakt, mogelijkheden en alternatieven verkend, alle benodigde informatie verzameld en een betrouwbare inschatting van de haalbaarheid zijn gemaakt. Het kunnen verwerken van het omgevingsoverleg uit DSO-LV en de omgevingstafel is een door VNG geadviseerde en in de praktijk beproefde methode om hieraan invulling te geven.

Andere vormen van de voorafstemming met de initiatiefnemer zijn vooroverleg en principeoverleg. Stand van zaken: Op ambtelijk niveau wordt gemeld dat dit proces voor de meeste vergunningen van Landsmeer niet van toepassing is. Het merendeel van de aanvragen betreft relatief weinig complexe vergunningen. De basis voor een dergelijke procedure is praktisch al aanwezig naar ambtelijke mening, namelijk de 'vooroverleg procedure' zoals de gemeenteraad heeft laten opnemen in bestemmingsplan 'Het Lint'. Maar de conclusie is dat dit dus nog niet is geregeld en ingericht en de gemeenteraad zich nog hierovr moet buigen. Beoogd is om in het 4e kwartaal 2022 hiertoe een raadsvoordracht op te stellen.

8.Toezicht en handhaving is ingericht De invoering van de Omgevingswet brengt een aantal wijzigingen in het kader van toezicht en handhaving met zich mee. Een deel van deze wijzigingen zal meteen effect hebben vanaf het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en een deel in de jaren daarna als uitvloeisel 24

van nieuwe (typen van) regels in de Omgevingsverordening en het Omgevingsplan. Dit alles vraagt om aanpassingen van organisatie, processen en systemen van toezicht en handhaving, die in samenwerking met uitvoeringsorganisaties (onder andere OD IJmond) en andere bevoegd gezagen moet worden uitgevoerd. Leidraad VNG: De gemeente heeft toezicht en handhaving afgestemd op de bedoelingen en eisen van de Omgevingswet, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. De Omgevingswet heeft op uiteenlopende wijzen consequenties voor toezicht en handhaving. Zo is er vaker sprake van algemene regels en zorgplichten. Zorgplichten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Een overtreding van een gedoogplicht is onder de Omgevingswet strafbaar te stellen. De mogelijkheden voor de bestuurlijke boete zijn uitgebreid. Prioriteringsbeleid mag een formele reden zijn om niet te handhaven en tenslotte kunnen bevoegdheden worden overgedragen aan een ander bestuursorgaan. Deze veranderingen zullen deels effect hebben vanaf 1-1-2023 - als gevolg van de wet, AMVB's en Regeling- en deels in de jaren daarna door nieuwe toezicht- en handhavings- (typen van) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Dit vraagt aanpassingen van organisatie, processen en systemen, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=7d9b72bb-243f-4ad7-8d4f-294f29857caa