Rekenkameronderzoek naar de consequenties Omgevingswet
Tekst van het document
De raad kan zijn invloed uitoefenen door uitspraken te doen over de thema's waarvoor een programma opgesteld dient te worden en die geschikt zijn voor een programmatische aanpak. c. Omgevingsplan De raad is verplicht een Omgevingsplan vast te stellen. Het vaststellen van delen ervan kan gedelegeerd worden aan het college. Voorafgaand aan het vaststellen van het omgevingsplan kan de raad invloed uitoefenen door uitspraken te doen over het proces van opstellen en participatie van bewoners en organisaties, het vormgeven van het Omgevingsplan en de inhoudelijk invulling van het plan. Het Omgevingsplan is niet gebonden aan termijnen, zoals wel bij bestemmingsplannen, en kan regelmatig geactualiseerd worden. De raad dient uitspraken te doen over het proces van actualisatie, de inzet van zijn adviesrecht bij initiatieven die afwijken van het Omgevingsplan en de manier van monitoring na het vaststellen ervan. d. Anders werken De raad kan invloed uitoefenen op het 'anders werken' door uitspraken te doen over: - de wijze van samenwerking, op lokaal en regionaal niveau 48
- de organisatie van participatie bij initiatieven - de mate van flexibiliteit t.o.v. regels - de mate van integraliteit van gebieds- tot thema-gericht. De Rekenkamercommissie constateert dat - indien de planning wordt gerealiseerd- in 2023 een Omgevingsvisie en in 2029 een Omgevingsplan zal worden vastgesteld. Op 1 januari 2021 worden de huidige bestemmingsplannen formeel (van rechtswege) omgezet in Omgevingsplannen en wordt de bestaande structuurvisie een Omgevingsvisie. De Rekenkamercommissie concludeert dat de gemeenteraad op verschillende momenten informatie heeft gevraagd over de voorbereidingen van de invoering van de wet. Het College heeft de raad hierover in algemene termen geïnformeerd, maar de gemeenteraad is niet actief geïnformeerd over veranderingen van aanpak en planning die begin 2019 zijn doorgevoerd. De houding van de gemeenteraad is reactief: de gemeenteraad heeft zelf geen initiatieven genomen met betrekking tot de Omgevingswet en heeft geen ambities uitgesproken over de eigen rol. Uit interviews met raadsleden ten behoeve van het onderzoek is naar voren gekomen dat raadsleden voor zichzelf wel een belangrijke rol zien weggelegd in het proces van opstellen van kerninstrumenten en het uitspreken van inhoudelijke ambities.
De Rekenkamercommissie Kerkrade heeft een aantal aanbevelingen gedaan voor de periode van de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. De aanbevelingen voor de gemeenteraad zijn erop gericht dat de gemeenteraad richtinggevende uitspraken doet die verder vorm en inhoud geven aan de implementatie van de wet. De gewenste uitspraken hebben betrekking op: - de rol van de raad en de afbakening van rollen tussen raad en college - de burgerparticipatie bij de voorbereiding van de omgevingswet - thema's die moeten worden opgenomen in de toekomstige Omgevingsvisie - de wijze waarop de raad geïnformeerd wil worden over de voortgang van de invoering. Voor het college heeft de Rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen: - Het periodiek informeren van de raad, bijvoorbeeld maandelijks, over de voortgang van de voorbereiding en de implementatie zelf. - Neem deel aan de raadswerkgroep en leg een raadsvoorstel voor waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen de raad en het college bij implementatie van de wet. Ga daarbij expliciet in op het adviesrecht van de raad bij planafwijkingen na invoering. - Leg een raadsvoorstel voor waarin de consequenties van de 'bruidsschat' zijn opgenomen en de wijze waarop de gemeente Kerkrade hiermee zou moeten omgaan.
49
Leerpunten voor de gemeente Landsmeer: De stand van zaken is in de gemeente Kerkrade reeds in 2019 in beeld gebracht. Op onderdelen is de gemeente Landsmeer, in 2022, verder met invoering van maatregelen. Het onderzoek in de gemeente Kerkrade biedt geen specifieke nieuwe leerpunten voor de gemeente Landsmeer. 8.6 Invoering Omgevingswet in de gemeente Nijmegen
De Rekenkamer Nijmegen heeft in april 2020 een zogeheten 'rekenkamerbrief' gepubliceerd. Aanleiding hiervoor vormde signalen over financiële en organisatorische problemen bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Daarbij werd de voorbereiding op de Omgevingswet als punt van zorg genoemd; zowel bij de ODRN zelf, als bij de gemeenten. Ook constateerde de Rekenkamer dat in de 2 voorafgaande jaren nauwelijks voorstellen aan de gemeenteraad zijn gedaan over de Omgevingswet en op de lange termijn agenda van de Raad dit onderwerp ook niet is opgenomen. De Rekenkamer wil met deze 'brief' de gemeenteraad informeren over zijn rol bij de Omgevingswet in het algemeen, de minimale eisen waaraan de gemeente moet voldoen op moment dat de wet van kracht wordt, de rol van de raad bij deze minimale eisen en de consequenties indien niet aan deze eisen wordt voldaan. De (27) minimale eisen (van de VNG) betreffen juridische of bedrijfsmatige eisen. Veel daarvan hebben betrekking op de uitvoering en zijn daarmee verantwoordelijkheid van het college. De Rekenkamer constateert daarbij dat het voor de Raad wel nodig is zicht te hebben op de aanpak van het College, de stand van zaken van de uitvoering en eventuele (financiële) dilemma's daarbij. Op basis van voortgangsinformatie moet de Raad tijdig kunnen bijsturen.
Voorts constateert de Rekenkamer dat de rol van de Raad de volgende is: • Kaders stellen door het vaststellen van de omgevingsvisie (uiterlijk op 1/1/2024) • Regels stellen door het vaststellen van het omgevingsplan (uiterlijk op 1/1/2029) • Adviseren over omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het vastgestelde omgevingsplan in vooraf - door de raad bepaalde - specifieke situaties • Controleren of de beleidscyclus functioneert en hierin eventueel op ingrijpen • Bewaken of besluiten met voldoende participatie tot stand komen. Daarnaast acht de Rekenkamer het gewenst dat de gemeenteraad bepaalt hoe beperkt of hoe ambitieus de gemeente invulling geeft aan de Omgevingswet, bijvoorbeeld het niveau van dienstverlening of de wijze van participatie. De Rekenkamer constateert dat het College in 2016 weliswaar een startdocument met vragen om het ambitieniveau te bepalen aan de raad heeft voorgelegd, deze ook met de raad is besproken en door het college toezeggingen zijn gedaan, maar dat over de voortgang ervan niet is gerapporteerd. Ook heeft de Rekenkamer geen stukken over de planning van de voorbereiding aangetroffen.
50
Vervolgens geeft de Rekenkamer weer wat de inhoud en betekenis is van de 27 minimale eisen en adviezen waaraan de gemeente Nijmegen is gehouden te voldoen voorafgaand aan de invoering van de wet en welke verantwoordelijkheden en rol het college en de raad hierbij hebben. De Rekenkamer Nijmegen doet de volgende aanbevelingen: 1. De Raad dient het College te vragen om een actueel Programmaplan waarin duidelijk wordt welk deel van de 27 minimale eisen en adviezen al is uitgevoerd en wat de concrete aanpak is voor die eisen en adviezen die nog uitgevoerd moeten worden. Tevens dient hierbij het gesprek tussen raad en college te worden aangegaan over de ambities met de Omgevingswet. 2. De Raad dient periodiek geïnformeerd te worden over de voortgang van het Programmaplan. 3. Er dient één centrale vindplaats ingesteld te worden waar alle relevante informatie over de Omgevingswet is opgenomen.
Leerpunten voor de gemeente Landsmeer: Wat betreft de periodieke informatievoorziening en voortgangsrapportages aan de raad zijn er overeenkomsten tussen de situatie in Nijmegen en Landsmeer. Voor de gemeente Landsmeer is ook te overwegen om één centrale vindplaats in te stellen waar alle relevante informatie over de Omgevingswet is opgenomen.
8.7 Invoering Omgevingswet in vijf Brabantse gemeenten
De Rekenkamer(commissie)s van 5 Brabantse gemeenten - Eindhoven, Tilburg, Breda, Den Bosch en Oss- hebben in 2017/2018 door onderzoeksbureau Over Morgen een onderzoek laten uitvoeren naar de invoering van de Omgevingswet in deze 5 gemeenten. Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de stand van zaken rond de implementatie van de Omgevingswet in deze gemeenten. Daarbij is onderzocht welke trajecten bij de gemeenten zijn ingezet in het kader van de voorbereiding, welke verschillen en overeenkomsten zich bij de gemeenten voordoen, wat de rol van de gemeenteraad bij de voorbereiding van de invoering is en welke lessen kunnen worden getrokken. Voor elke van de 5 gemeenten is een analyse gemaakt van de volgende 'beelden': - Strategie: Vormgeving en aanpak van het implementatietraject binnen de gemeente. - Gesprek met de stad: Invulling van participatie in de geest van de Omgevingswet. - Bestuurlijke keten: Invulling van samenwerkingsrelatie met andere overheden en (regionale) partners. - Omgevingsvisie: Voorbereiding en vormgeving van het proces om te komen tot een omgevingsvisie.
51
- Omgevingsplan: Voorbereiding en vormgeving van het proces om te komen tot een omgevingsplan. - Transitieopgave: Voorbereiding vanuit de ambtelijke organisatie op anders en integraal werken en de cultuurverandering die de Omgevingswet vraagt. - Digitalisering: Voorbereiding op het digitaal stelsel vanuit de huidige werkprocessen en informatievoorziening binnen de gemeente. - Waar de raad staat: Wijze waarop de raad betrokken is bij de voorbereiding op de Omgevingswet en al het gesprek voert over de gewenste sturing. De 5 gemeenten verschillen onderling in de wijze waarop zij de voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet ter hand hebben genomen. Overeenkomstig is het samenspel binnen de gemeenten tussen raad, ambtelijke organisatie en college, maar binnen de gemeenten wordt nog gezocht wie wanneer aan zet is. De Rekenkamercommissies komen tot de volgende algemene aandachtspunten voor de 5 gemeenten: 1. Betrokkenheid van de gemeenteraad: Binnen alle 5 de gemeenten is een raadswerkgroep actief. Aandacht wordt gevraagd om de gehele raad bij de invoering te betrekken, om de raad zicht te laten houden op de impact van keuzes rond de sturingsfilosofie, de kerninstrumenten, de integrale afweging in de omgevingsvisie en het -plan en met betrekking tot het gesprek met de stad. 2. Integraal werken.
De omgevingsvisie en het -plan moeten niet eenzijdig vanuit het ruimtelijk domein worden opgesteld, maar thema's als een gezonde stad en de energietransitie moeten hierin ook een plaats krijgen; "Zet de leefomgeving breder aan dan alleen vanuit het perspectief van bouwen en wonen". 3. Digitalisering. Gemeenten hebben de neiging de landelijke ontwikkelingen af te wachten. Zij kunnen evenwel zelf aan de slag met het digitaliseren van hun beleidsdocumenten, het digitaal ondersteunen van processen en zaaksystemen aanpassen aan de voorwaarden van het digitale stelsel. Voor de termijn tot aan de invoering van de Omgevingswet doen de Rekenkamercommissies de volgende aanbevelingen: a. Rol en betrokkenheid van de gemeenteraad: Het college moet de raad expliciet meenemen in ontwikkelingen rond de invoering van de Omgevingswet. Voorgesteld wordt om het programmateam bijvoorbeeld éénmaal per halfjaar alle initiatieven te verzamelen, resultaten zichtbaar te maken en hierover het gesprek met de voltallige gemeenteraad aan te gaan. b. Samenwerking raad met ambtelijke organisatie. De ambtelijke cultuurverandering (integraal werken en het gesprek met de stad) moet gekoppeld worden aan de veranderende rol van de gemeenteraad. Er dient wederzijds begrip te ontstaan voor de dilemma's en keuzen die moeten worden gemaakt.
Daarnaast dient de gemeenteraad de eigen sturingsfilosofie te bepalen: wil de raad controleren of de uitvoering van initiatieven passen binnen de kaders of wil de raad zelf actief nieuwe ideeën inbrengen? Wordt gekozen voor een sturende of faciliterende overheid?
52
Leerpunten voor de gemeente Landsmeer: Het onderzoek naar de invoering van de Omgevingswet in de 5 Brabantse gemeenten is in 2017/2018 uitgevoerd. Mede als gevolg hiervan biedt het onderzoek geen nieuwe leerpunten voor de gemeente Landsmeer in 2022.
53
Hoofdstuk 9 Samenvatting en conclusies De gemeente Landsmeer heeft sinds 2017 gewerkt aan de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. Belangrijke stappen zijn gezet om 'klaar' te zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Belangrijke bouwstenen daarvoor zijn onder meer: 1. Het in 2019 door het college vastgestelde Implementatieplan Omgevingswet waarin op een 7-tal terreinen (projecten) geïnventariseerd is hoe de huidige situatie er voor staat en wat er voor nodig is om aan de vereisten van de Omgevingswet, zowel voorafgaande aan de inwerkingtreding, als ook daarna, te voldoen. Voor de uitvoering van dit Implementatieplan is een programma-organisatie ingericht met de burgemeester als bestuurlijk opdrachtgever. Voor belangrijke projecten, waarvoor de ambtelijke organisatie van gemeente Landsmeer zelf over onvoldoende kennis en ervaring beschikt, zijn externe partijen ingehuurd (Omgevingsvisie/-plan, Participatie, maar ook ICT). Voor de uitvoering door deze externe partijen is een bedrag van 550.000 euro begroot. Het heeft evenwel ontbroken aan heldere voortgangsrapportages, waarin het college zelf, maar ook de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de voortgang op de 7 terreinen.
Dit is mede van belang omdat deze in het Implementatieplan opgenomen acties overlappen met de minimale acties die volgens de VNG vereist zijn om goed voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet. 2. Het geleidelijk ontwikkelen van een Omgevingsvisie die - conform de wettelijke vereisten - eerst op 1/1/2024 dient te zijn vastgesteld. Het College heeft zich ingespannen om de gemeenteraad zeer geleidelijk mee te nemen in de ontwikkeling van deze Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft nog wel, zonder verdere beraadslaging, ingestemd met het Plan van Aanpak voor een Omgevingsvisie en het Plan van Aanpak voor Participatie de Omgevingsvisie, maar alle tussenproducten (Koersdocument, 40%-Omgevingsvisie, Ontwikkelingsrichting) die daarna door het college ter vaststelling aan de gemeenteraad zijn aangeboden, zijn niet door de gemeenteraad vastgesteld. Daardoor moeten de 'echte' keuzen over de inhoud van de Omgevingsvisie nog worden gemaakt. 3. Het College van B&W heeft de raad 'behoorlijk' geïnformeerd en getracht te betrekken over onder meer de rol van de gemeenteraad bij de Omgevingswet en de planning van activiteiten om goed voorbereid te zijn op de invoering. Voor de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad ontbreken evenwel een aantal belangrijke onderdelen: a. Het vaststellen van participatiebeleid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.
Duidelijk dient te zijn vóór invoering van de Omgevingswet, hoe initiatiefnemers van een omgevingsvergunning belanghebbenden bij het proces dienen te betrekken. b. Het vaststellen van gevallen waarvoor het bindend adviesrecht van de gemeenteraad geldt bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Aangezien de huidige procedure van 'verklaringen van geen bezwaar' en de 'kruimellijst' na invoering van de Omgevingswet niet van toepassing zijn, moet de gemeenteraad hierover een besluit nemen. Indien de gemeenteraad niets (vooraf) regelt, dan hoeft B&W niet naar de raad voor dergelijke aanvragen. 54
4. Een groot deel van de minimale acties die volgens de VNG vereist zijn om goed voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet zijn uitgevoerd, dan wel worden naar verwachting in 2022 nog uitgevoerd. Deze acties zijn voor een belangrijk deel onderdeel van het Implementatieplan 2019. Een aantal onderdelen moeten nog in 2022 worden uitgevoerd door de ambtelijke organisatie. Dit betreft onder meer: - De volledige aansluiting van Landsmeer op de landelijke DSO-LV en het testen van de werking ervan. - Het aanpassen en inrichten van het werkproces 'omgevingstafel' en het opleiden van medewerkers. - Het ontwikkelen en vaststellen van vragenbomen. - het aanpassen van de processen van (a) vergunningverlening en (b) toezicht en handhaving ten aanzien van de Wkb.
De gemeenteraad zal nog in 2022 een besluit moeten nemen ten aanzien van: - het instellen van een gemeentelijke adviescommissie kwaliteit - de verordening planschade en nadeelcompensatie - een aanpassing van de huidige mandaatregeling - een nieuwe legesverordening, waarin zo mogelijk rekening wordt gehouden met de effecten van de Wkb op de toezichtkosten en de verwachting van een minder groot aantal vergunningaanvragen.
55
Hoofdstuk 10 Aanbevelingen Aanbevelingen aan de gemeenteraad om het college te verzoeken: 1. De (relatief nieuwe) gemeenteraad, voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1/1/2023, inzicht te geven in wat er nu 'echt' verandert met deze inwerkingtreding. Welke processen gaan op welke wijze anders lopen en welke betekenis heeft dit voor de rol van de Raad? 2. De gemeenteraad adequaat te informeren over de voortgang van noodzakelijk werkzaamheden vóór en na de invoering van de Omgevingswet. Betrek hierbij de werkzaamheden van het Implementatieplan, maar ook werkzaamheden die benodigd zijn voor de (verdere) ontwikkeling van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, inclusief de daarin te maken keuzes en de consequenties die zij hebben. 3. De gemeenteraad nog voor de invoering van de Omgevingswet voorstellen voor besluitvorming voor te leggen ten aanzien van: - het participatiebeleid bij aanvragen voor omgevingsvergunningen. - het instellen van een gemeentelijke adviescommissie kwaliteit. - de verordening planschade en nadeelcompensatie. - een aanpassing van de huidige mandaatregeling. - een nieuwe legesverordening, waarin zo mogelijk rekening wordt gehouden met de effecten van de Wkb op de toezichtkosten en de verwachting van een minder groot aantal vergunningaanvragen.
- gevallen waarin het bindend adviesrecht van de gemeenteraad geldt bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplan activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan de lijst van gevallen die in de Handleiding Adviesrecht gemeenteraad bij afwijking van het Omgevingsplan (VNG, p. 5) is opgenomen: a. het bouwen van meer dan [voorbeeld 20] woningen binnen de bebouwde en meer dan (voorbeeld 5) woningen buiten de bebouwde kom; b. het vergroten van als zodanig bestemde (bedrijfs)woningen tot 600 m3; c. een antenne-installatie hoger dan 50 m; d. het gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning; e. een activiteit die leidt tot overschrijding van omgevingswaarde; f. het uitbreiden met maximaal [bijvoorbeeld 20%] van de oppervlakte van sportvelden, recreatieterreinen en begraafplaatsen en de daarop aanwezige bebouwing mits de omvang van de bebouwing na de uitbreiding in overeenstemming is met de aard en de capaciteit van de terreinen; g. het uitbreiden van bestaande niet-agrarische bedrijven met (bijvoorbeeld 15%);
56
h. projecten ten behoeve van extensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen); i. het realiseren van windmolenparken en weiden met zonnepanelen; j. het uitbreiden of oprichten van bebouwing in en nabij natuurgebieden of van een bepaald omvang/inhoud; k. indien de activiteit niet past binnen de doelen van het omgevingsplan; l. indien de activiteit niet past binnen de (overige) door de gemeenteraad gestelde kaders; m. indien de activiteit in strijd is met regel (x, y of z) van het omgevingsplan.
4. De gemeenteraad inzicht te geven in de structurele financiële effecten van de Omgevingswet en de dekking ervan. 5. Eén centrale vindplaats in te richten voor alle documenten die samenhangen met de Omgevingswet.
Aanbevelingen aan de gemeenteraad zelf: 1. Overweeg met de nieuwe raad of het (opnieuw) instellen van een klankbordgroep voor overleg met het college over de (noodzakelijke) maatregelen vóór en na invoering van de Omgevingswet zinvol is.
57
Bijlage 1 Lijst van geïnterviewde personen
Naam Peter Küppers N.N. N.N. Maartje van Greunsven André La Fontaine Bert de Ridder Alexander Bakker Frans de Groot
Functie Gemeentesecretaris Teammanager Fysiek Beleid en projecten Medewerker DIV Voorzitter Audit commissie - gemeenteraad Lid Auditcommissie - gemeenteraad Lid Auditcommissie - gemeenteraad Lid Auditcommissie - gemeenteraad Lid Auditcommissie - gemeenteraad
58
Bijlage 2 Lijst van buitenplanse vergunningaanvragen 2016 -2022
Datum Onderwerp RV 2016 23-06-16
Bebouwde Bouwplan Besluit kom betreft
Ontwerp bestemmingsplan Kanaaldijk buiten 106B
1 woning
23-06-16
Aanvraag omgevingsvergunning Burgemeester Postweg 9
De Keern
23-06-16
Aanvraag omgevingsvergunning woonperceel Zuiderzeelaan 142
1 woning
22-09-16
Aanvraag omgevingsvergunning Scheepsbouwersweg
1 woning
22-09-16
Vierde wijziging koopovereenkomst Luijendijk-Zuid
7 woningen
27-10-16
Aanvraag omgevingsvergunning Noordeinde 124
2 woningen
2017 16-02-17
15-06-17
7 woningen
Realisatie 7 woningen Zuiderzeelaan 30 t/m 42 Her- en verbouw van Beekstraat 252
buiten
herbouw boerderij
Het ontwerpbestem mingsplan Kanaaldijk 106B vast te stellen Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven De verklaring van geen bedenkingen (vvgb) verlenen Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven voor het afwijken van het bestemmingspl an Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven Een ontwerp verklaring van 59
geen bedenkingen (vvgb) af te geven Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven voor het oprichten van 32 woningen
20-07-17
Plaatsen overkapping Noordeinde 150F
overkapping bij woning
28-09-17
Overeenkomst 32 woningen Dorpsstraat 60
32 woningen
2018 27-09-18
Omgevingsvergunning Kanaaldijk 102 buiten
27-09-18
Omgevingsvergunning Den Ilp 202
18-10-18
Omgevingsvergunning Scheepsbouwersweg 3
2e Een ontwerp bedrijfswonin verklaring van g geen bedenkingen (vvgb) af te geven bedrijfsgebou Het w agrarisch bestemmingspl bedrijf an Den Ilp 153a e.o. te Den Ilp gewijzigd vast te stellen. uitbreiding Een ontwerp bedrijfsgebou verklaring van w geen bedenkingen (vvgb) af te geven
buiten
2019 26-09-19
32 woningen
Omgevingsvergunning 32 woningen Dorpsstraat 60 2020 24-09-20
Omgevingsvergunning Kanaaldijk 40a buiten
Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afte geven
bedrijfswonin Een g ontwerpverklari ng van geen bedenkingen voor de realisatie van 60
24-09-20
24-09-20
Omgevingsvergunning 32 woningen Dorpsstraat 60 Ontwerp bestemmingsplan Van Beekstraat 249
24-09-20
nov 2020
2021 jan 2021
buiten
buiten
Ontwerp bestemmingsplan Noordeinde 13 Omgevingsvergunning terras aan de Breek
Omgevingsvergunning Den Ilp 180b
buiten
mei 2021 Ontwerp bestemmingsplan Breekover noord
juni 2021
Omgevingsvergunning Kanaaldijk 40a buiten
een nieuwe bedrijfswoning te verlenen 32 woningen De verklaring van geen bedenkingen af te geven bedrijfsgebou Het w ontwerpbestem mingsplan in procedure te brengen en het plan vrij te geven voor het indienen van zienswijzen. het ontwerpbestem mingsplan in procedure te brengen en het plan vrij te geven voor het woning met indienen van b&b zienswijzen. Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen horeca/recre (vvgb) afte atie geven 6 appartement en
Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afte geven 18 woningen Het ontwerpbestem mingsplan in procedure te brengen en het plan vrij te geven voor het indienen van zienswijzen. bedrijfswonin De verklaring g van geen bedenkingen af te geven 61
okt 2021
Omgevingsvergunning Gouwe 17
1 woning
nov 2021
Omgevingsvergunning Noordeinde 160
1 woning
nov 2021
vergunning 6 appartement en Omgevingsvergunning Den Ilp 180b
buiten
2022 feb 2022
Bestemmingsplan Breekover noord
18 woningen
feb 2022
Bestemmingsplan Noordeinde 13
woning met b&b buiten
Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afte geven Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afte geven De verklaring van geen bedenkingen af te geven het bestemmingspl an vast te stellen het bestemmingspl an vast te stellen
62