CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 - versie college 17 mei 2022

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Jaarstukken 202127.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

59

Intreding van de nieuwe wet op de Inburgering is door het Rijk uitgesteld van 2020 naar 2022 aangezien er problemen bij DUO waren rondom de ICT voorziening en zij dit niet tijdig konden oplossen. Desondanks zijn er voorbereidingen in regionaal verband gestart op het gebied van inkoop van onderwijs. Daarnaast heeft Landsmeer samen met de gemeenten Waterland en Edam-Volendam en Vluchtelingenwerk meegedaan aan de landelijke ministeriële pilot ontzorgen. Hierdoor hebben we al kunnen werken met- en leren van- een groep nieuwkomers volgens de nieuwe wettelijke opdracht. Ook hebben wij al voorbereidingen getroffen door Inburgering op te nemen in de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Waterland en Landsmeer zodat er vanaf 2022 aan het lokale beleid uitvoering en begeleiding gegeven kan worden. Concluderend: het ontwikkelen van het beleid is al langere tijd gaande. Inmiddels is in januari 2022 het nieuwe beleid door uw raad aangenomen.

Toegang en maatwerkvoorzieningen Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

In het kernteam jeugd spreken we maandelijks met de belangrijkste partners die doorverwijzen naar de specialistische jeugdhulp over de voortgang en effecten van de hulp. Toelichting: De gesprekken vinden plaats en maken deel uit van de reguliere werkprocessen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

Om de kosten van de jeugdhulp te beteugelen zijn er voor 2020 in de regio Zaanstreek Waterland regionale budgetten per aanbieder afgesproken. Samen met contractmanagement wordt op deze budgetten gestuurd. Toelichting: De regionale budgetten hebben ons geholpen om samen met de aanbieders kritisch te kijken naar de instroom van nieuwe cliënten en om een plek te vinden voor een jeugdige. De mate van sturing was wel beperkt: passende en tijdige zorg voor de jeugdigen is altijd het uitgangspunt geweest. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

Voor iedere jeugdige die op indicatie van de gemeente hoog gespecialiseerde zorg (C segment) krijgt, stellen we samen met de ouders en de jeugdige een plan op waarin de doelen van de hulp worden afgesproken. Toelichting: Het perspectiefplan is van de jeugdige en zijn ouders. Zij stellen het op (al dan niet) in samenspraak met de betrokken professional(s) van het lokale team en eventueel ook anderen uit het sociale netwerk van de jeugdige en ouders. Wij vinden het belangrijk om een perspectiefplan te maken, omdat het goed is om de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp in samenhang met de gezinssituatie te bekijken. Wat wilden we bereiken? De inwoners van Landsmeer weten bij een (hulp)vraag of zorgbehoefte waar en wanneer ze terecht kunnen. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

60

In de werkgroep wordt eerst in kaart gebracht wat de verantwoordelijkheden en grenzen zijn van de dienstverlening van het Middelpunt. Vervolgens geven we invulling aan de doorontwikkeling van de informatie- en adviesfunctie. Toelichting: Er is inmiddels een folder over het hulpaanbod van het Middelpunt uitgebracht en verspreid. Verantwoordelijkheden en grenzen zijn inmiddels in kaart gebracht. We merken dat er steeds meer casussen binnen komen die vragen om een bredere kijk en betrokkenheid van meerdere partners. Daar leren we als MIddelpunt veel van. Die kennis kunnen we dan weer gebruiken bij een volgende soortgelijke casus. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

We blijven het breed netwerkoverleg op het Middelpunt verder uitbreiden en innoveren. Toelichting: Wegens personele wisselingen en corona vond in 2021 het overleg 2 keer (digitaal) plaats. In 2022 vindt wordt de frequentie opgevoerd (minimaal 1 keer per kwartaal) en komen de deelnemers weer fysiek bij elkaar. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

We zijn in overleg met de beheerder van het pand om aanpassingen in of om het gebouw van het Middelpunt te verwezenlijken zodat het Middelpunt een nog meer toegankelijke, laagdrempelige uitstraling krijgt. Toelichting: Nieuwe bestickering op de ramen heeft er voor gezorgd dat het Middelpunt letterlijk beter zichtbaar is. Verder is in samenwerking met de andere gebruikers de bewegwijzering aangepast. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

We zorgen dat de informatievoorziening op de geactualiseerde website van de gemeente Landsmeer up to date blijft. Een communicatieplan is in ontwikkeling om de bekendheid van het Middelpunt bij zowel de inwoners als de partners te vergoten. Toelichting: Er wordt door middel van verschillende communicatiemiddelen gewerkt aan de (blijvende) bekendheid van het Middelpunt. In met name de nieuwsbrief van de gemeente Landsmeer wordt regelmatig aandacht besteed aan onderwerpen uit het Sociaal Domein. Wat wilden we bereiken? Inwoners ondersteuning op maat bieden als het niet meer zelf of met het netwerk lukt, zodat een inwoner nog zoveel mogelijk kan meedoen aan de samenleving. Wat hebben we daarvoor gedaan? Voortgang Afhankelijk van de besluitvorming over het wetsvoorstel resultaatgericht beschikken, onderzoeken we in samenwerking met de regio welke aanpassingen noodzakelijk zijn om de rechtszekerheid te waarborgen en wat hiervan de (financiële) gevolgen en risico’s zijn. Toelichting: Er is nog steeds geen besluitvorming over dit wetsvoorstel. Samen met de regio en het contractmanagement van Zaanstad wordt gekeken hoe dit verder opgepakt kan worden. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

61

In de begroting wordt rekening gehouden met stijgende uitgaven voor de inzet van o.a. hulp bij huishouden, als gevolg van de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Samen met de regio-gemeenten onderzoeken wij welke mogelijkheden voor bezuinigingen er zijn binnen de kaders van de wet. Toelichting: Dit is samen met de regiogemeenten onderzocht maar er blijken binnen wettelijke grenzen geen mogelijkheden tot bezuinigen realiseerbaar. Wellicht heeft u dit al via diverse media vernomen. We volgen uiteraard de ontwikkelingen in het land.

Zorg en Veiligheid Wat wilden we bereiken? De decentralisaties in het sociaal domein hebben tot doel te zorgen voor ondersteuning van de inwoners volgens het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

Regionaal bundelen we de krachten om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken gedurende het project Geweld hoort nergens thuis. Toelichting: We hebben flinke stappen gezet in de (regionale) aanpak rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is er echter nadrukkelijk een van de lange adem. We blijven inzetten op het training van onze medewerkers en de (intensieve) samenwerking met onze partners. Daarnaast ligt er een belangrijke opgave voor de samenleving in volle breedte om het geweld onder ogen te zien en bespreekbaar te maken voor zowel slachtoffers, plegers, omstanders en professionals vanuit het besef dat onmacht veelal de achtergrond ervan vormt. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

Samen met het veiligheidsdomein werken wij aan lokale en regionale netwerkaanpak van zorg en veiligheid onder de titel ‘Allen voor één'. Toelichting: Met het veiligheidsdomein werken we intensief samen om de meest complexe problematiek van gezinnen of huishoudens te kunnen aanpakken. Het project ‘Allen voor één' heeft ervoor gezorgd dat er elkaar eerder en beter weten te vinden. De samenwerking is op uitvoerend, ambtelijk en bestuurlijk niveau geïntensiveerd. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

We gaan de aanpak op de nieuwe wet Verplichte GGZ regionaal door ontwikkelen. Toelichting: Samen met de andere gemeenten in de regio en de betrokken partners (Politie, GGZ-instellingen) werken we samen om invulling te geven aan deze wet. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

We intensiveren ons opdrachtgeverschap richting Veilig Thuis en werken aan een aanpak om nog hogere wachtlijsten te voorkomen. Toelichting:

62

Door de stijging van het aantal meldingen en adviezen was de formatie van Veilig thuis niet meer afdoende. Na onderzoek is gebleken dat er een structureel tekort op de formatie is van plusminus 30-40%. Dit tekort heeft tot gevolg dat Veilig Thuis de afgelopen jaren, ondanks incidentele regionale budgettoevoegingen voor tijdelijke FTE’s, structureel met wachtlijsten kampt. Betrokken inwoners in een kwetsbare positie worden hierdoor niet tijdig geholpen. Om extra personeel aan te nemen is een verhoging van de gemeentelijke bijdrage nodig. Dit wordt meegenomen in de eerste bestuursrapportage. Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voortgang

Wij blijven lokaal en regionaal investeren in de keten(s) uit het zorg- en veiligheidsdomein. Toelichting: Deze ketens zoals de samenwerking rondom Veilig thuis en het Zorg- en veiligheidshuis zijn sterk geïntensiveerd. We maken in een casus afspraken over wie de procesregie heeft, zodat we werken volgens het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’.

Wat heeft het gekost? Bedragen * €1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging -12.092

Rekening

Verschil

Lasten

Begroting primair -11.022

-11.820

272

Baten

2.341

3.100

4.322

1.223

Saldo voor mutaties reserves Toevoeging reserves

-8.681 0

-8.992 0

-7.497 0

1.495 0

Onttrekking reserves

165

165

129

-36

Saldo reserves

165

165

129

-36

-8.516

-8.827

-7.369

1.459

Saldo na mutaties reserves

Toelichting verschillen Bij de verantwoording van de afwijkingen wordt een tolerantiegrens gehanteerd van circa € 25.000. SOCIAAL DOMEIN Lasten x € 1.000

Bedrag

Toelichting

Salaris

265 Lagere salarislasten met name door gefaseerde invulling van vacatures ivm de krappe arbeidsmarkt en door niet ingevulde vacatures na uitdiensttreding van werknemers door de financiële situatie van de gemeente.

WWB

101 Onderuitputting door een daling van het aantal cliënten

IOAW/IOAZ

86 Onderuitputting door een daling van het aantal cliënten

Zelfstandigen

-392 Hogere uitgaven TOZO (zie ook baten)

Minimabeleid signalering schulden

-27 Hierop zijn de kosten geboekt ten behoeve van de nieuwe gemeentelijke taak vroegsignalering

63

Minimabeleid uitkeringen gem. regelingen

-52 Hier is sprake van een open einde regeling. De toename van de € 50.000 t.o.v. 2020 wordt vooral veroorzaakt door: - Kosten van inrichting + 1e huur en overbruggingstoeslag bij statushouders - Meer woonkostentoeslag - Meer vergoedingen voor bewindvoering - Tonk (ondersteuning voor woonlasten van ondernemers tijdens de coronacrisis).

Minimabeleid Coronakosten

42 De extra middelen die we hebben gekregen i.v.m. covid zijn niet geheel nodig gebleken om aan de vraag naar ondersteuning te voldoen.

Jongerenwerk overige uitgaven

36 Er zijn geen uitgaven op deze post. De gemaakte kosten voor jeugd-en jongerwerk hebben we elders kunnen boeken (budget meerjarenbeleidsplan)

Sportakkoord

19 Wegens de COVID-19 pandemie is de uitvoering van het sportakkoord niet volledig uitgevoerd. De besteding van het uitvoeringsbudget vindt in 2022 plaats.

Jeugd regionale trajecten

-35 Hogere inzet van specialistische jeugdhulp. Het gaat om verschil van 2,5% ten opzichte van de begroting. Vergeleken met 2020 hebben we ± € 400.000,- minder uitgegeven.

Jeugd inkooptrajecten

45 Minder lokale inkooptrajecten

Jeugdreclassering

-58 Meer trajecten bij Jeugdbescherming

WMO begeleiding

-71 Meer inzet begeleiding en huishoudelijke hulp

Woningaanpassingen

-39 Duurdere woningaanpassingen. Doorstroom naar een meer geschikte woning is zo goed als onmogelijk.

WMO vervoer/rolstoelen/PGB

65 Minder voorzieningen nodig

Binnensport-onderhoud

58 In verband met het ontbreken van een geldend MJOP voor het jaar 2021 mochten de begrote stortingen niet meer worden gedaan. Om diezelfde reden mochten de rechtstreeks ten laste van de onderhoudsvoorzieningen te boeken kosten voor onderhoud daar niet meer worden onttrokken. De onderhoudskosten komen hiermee rechtstreeks ten laste van de exploitatie. Het hier toegelichte verschil is het saldo van de begrote storting en de werkelijke kosten. De begrote storting in de voorziening is om de voorziening meerjarig op peil te houden en heeft dus geen relatie met de werkelijk gemaakte kosten.

64

Kinderopvang-onderhoud

-77 In verband met het ontbreken van een geldend MJOP voor het jaar 2021 mochten de begrote stortingen niet meer worden gedaan. Om diezelfde reden mochten de rechtstreeks ten laste van de onderhoudsvoorzieningen te boeken kosten voor onderhoud daar niet meer worden onttrokken. De onderhoudskosten komen hiermee rechtstreeks ten laste van de exploitatie. Het hier toegelichte verschil is het saldo van de begrote storting en de werkelijke kosten. De begrote storting in de voorziening is om de voorziening meerjarig op peil te houden en heeft dus geen relatie met de werkelijk gemaakte kosten.

Zwembad de Breek

42 In verband met het ontbreken van een geldend MJOP voor het jaar 2021 mochten de begrote stortingen niet meer worden gedaan. Om diezelfde reden mochten de rechtstreeks ten laste van de onderhoudsvoorzieningen te boeken kosten voor onderhoud daar niet meer worden onttrokken. De onderhoudskosten komen hiermee rechtstreeks ten laste van de exploitatie. Het hier toegelichte verschil is het saldo van de begrote storting en de werkelijke kosten. De begrote storting in de voorziening is om de voorziening meerjarig op peil te houden en heeft dus geen relatie met de werkelijk gemaakte kosten.

Algemeen maatschappelijke voorzieningen

82 We hebben niet alle binnengekomen middelen vanuit het Rijk voor de corona-ondersteuning kunnen besteden. We hebben gedaan wat nodig was en/of kunnen financieren vanuit de reguliere budgetten. In 2021 hadden we ook geld gereserveerd voor het respijthuis. Dit is in 2022 gestart. Vandaar dat er elders in de jaarrekening wordt voorgesteld om dit budget over te hevelen naar 2022.

Gemeens.baten/lasten onderwijs

32 Voor de doorlopende leerlijn is budget uit de Corona middelen ingezet. Daarnaast zijn de activiteiten niet zoals gepland door kunnen gaan i.v.m. de Coronabeperkingen

Integratie nieuwkomers

52 In 2021 hebben we vanuit het Rijk middelen ontvangen die gekoppeld waren aan de invoering van de nieuwe Wet Inburgering in 2021. Uiteindelijk is deze wet per 1 januari 2022 ingegaan en zijn de middelen in 2021 niet ingezet. Vandaar dat er elders in de jaarstukken wordt voorgesteld om dit budget over te hevelen naar 2022.

Peuterspeelzalen

34 Het overschot is tgv minder aanmeldingen van (VVE)kinderen bij de kinderopvangorganisaties dan vooraf werd verwacht

Overige verschillen

64 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd

65

Saldo lasten

272 Voordelig

Saldo

272 Voordelig

Baten x € 1.000 Tozo

392 Hogere baten TOZO (zie ook lasten)

Transformatieplan

48 Het betreft regiogelden voor Zaanstreek/Waterland die niet zijn ingezet. De regiogemeenten hebben gezamenlijk besloten deze naar rato te verdelen over de betrokken gemeenten.

Gemeentelijke gebouwen

740 Vrijval voorziening onderhoud

Overige verschillen

43 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd

Saldo baten

1.223 Voordelig

Saldo

1.495 Voordelig

Reserves Op het programma Sociaal domein zijn de bestemmingsreserves Sociaal Domein MJB en Inburgering van toepassing. Onttrekkingen: -111.000:

Sociaal Domein MJB

- 18.000:

Inburgering

Beleidsindicatoren

66

Indicator Absoluut verzuim

Eenheid

Periode

Aantal per 1.000 leerlingen

Bron 2017

Waarde DUO

Benchmark 1,76

Waarde

Nederland

1,82

Hiervan is sprake als een leerplichtige jongere tussen de 5 en 16 jaar of een jongere van 16 of 17 jaar die valt onder de kwalificatieplicht niet is ingeschreven op een school en ook niet vrijgesteld is van de inschrijvingsplicht. Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2017

DUO/Ingrado

46,33

Nederland

26,58

Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is. Vroegtijdig schoolverlaters totaal (VO + MBO)

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

2016-2017

DUO/Ingrado

1,6

Nederland

1,9

Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder de startkwalificatie, het onderwijs verlaat

Niet-sporters

%

Gezondheids-monitor volwassenen (en 2016 ouderen), GGD’en, CBS en RIVM

47,2

Nederland

48,7

Het percentage t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Banen

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

2018

LISA

494,7

Nederland

774

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 65 jaar. Jongeren met een delict voor de rechter

% 12 t/m 21 jarigen

2015

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

1,38

Het percentage jongeren (12 - 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen

67

Nederland

1,45

Kinderen in armoede

% kinderen tot 18 jaar

2015

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

2,75

Nederland

6,58

69

Nederland

67,8

Nederland

39

Het percentage kinderen tot 18 jaar in een uitkeringsgezin Netto arbeidsparticipatie

%

2018

CBS Arbeidsdeelname

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking Personen met een bijstandsuitkering

Per 1.000 inwoners 18 jaar en ouder

2e halfjaar 2018 CBS - Participatiewet

17,7

Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Re-integratie voorzieningen

per 1.000 inw.15-65jr

eerste halfjaar 2018 CBS - Participatiewet

14

Nederland

30,5

Nederland

10,4

Het aantal re-integratievoorzieningen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

1e halfjaar 2018

CBS Beleidsinformatie Jeugd

7,2

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2e halfjaar 2018

CBS Beleidsinformatie Jeugd

0,6

Nederland

1,1

Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar Wmo-cliënten met een maatwerk arrangement

Per 1.000 inwoners

2e halfjaar 2018

CBS - Monitor Sociaal Domein WMO

50

Nederland

60

Aantal per 1.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerk-arrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentie-gemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeente 68

69

Beleidsstukken Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken:

•

Meerjarenbeleidplan sociaal domein (2019-2023)

•

Nota Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzalen (2017)

•

Subsidiebeleidskader Sociaal Domein (2016)

•

Armoedebeleid en schuldhulpverlening (2021)

•

Uitvoering Participatiewet Landsmeer (2016)

•

Verordeningen participatie: Re-integratieverordening/gewijzigde re-integratieverordening (2018) Verordening individuele studietoeslag (2015) Verordening individuele inkomenstoeslag (2015) Verordening tegenprestatie (2015) Verordening loonkostensubsidie (2018) Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening (2019)

•

Verordeningen jeugd & onderwijs: Verordening leerlingenvervoer (2014) Verordening onderwijshuisvesting (2017) Verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer (2018)

•

Verordeningen WMO: Verordening maatschappelijke ondersteuning (2020)

•

Overige verordeningen: Algemene Subsidieverordening gemeente Landsmeer (2021) Verordening adviesraad sociaal domein (2018)

70

Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Naam verbonden partij GGD Zaanstreek-Waterland Vestigingsplaats

Zaandam

Website

www.ggdzw.nl

Bestuurlijk belang

Jaarlijkse bijdrage en gemeentelijke vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur in het kader van primaire ziektepreventie, jeugd en ouderenzorg en infectieziekten. Primaire Ziektepreventie en leveren van een bijdrage aan de publieke gezondheidszorg. De GGD werkt meer samen met de gemeentes om invulling te geven aan haar taken. Als zich in de regio calamiteiten voordoen, die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld uitbraak infectieziekte) of in het kader van de rampenbestrijding inzet vragen van de GGD, zullen hieruit kosten voortvloeien.

Doel openbaar belang Ontwikkelingen Risico's

Gemeentelijke bijdrage

476

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2021

1.012

31-12-2021

926

Vreemd vermogen

1-1-2021

10.668

31-12-2021

7.084

Financieel resultaat

0

endvbend

71

Financiën Portefeuillehouder Wethouder E. Heinrich

Missie Het programma financiën en algemene dekkingsmiddelen is het laatste programma van de programmabegroting. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Naast de algemene dekkingsmiddelen worden in dit programma baten en lasten verantwoord welke niet zijn onder te brengen in andere programma's. Voor het grootste deel bestaat dit programma uit belastingen (lokale heffingen) waarvan de besteding niet gebonden is, uitkering uit het gemeentefonds en overige baten en lasten. Naast 'Treasury' wordt in dit programma ook het door het BBV verplicht onderdeel 'Overhead' verantwoord. Onder overhead wordt dat deel van de personeelsbegroting verstaan wat aan door BBV gedefinieerde overheadtaken toe moet worden gerekend.

Verantwoording Dit programma heeft geen speerpunten.

Wat heeft het gekost? Bedragen * €1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging -4.097

Rekening

Verschil

Lasten

Begroting primair -3.983

-4.410

-313

Baten

17.232

18.454

19.277

824

Saldo voor mutaties reserves Toevoeging reserves

13.250 0

14.357 -160

14.867 -296

510 -136

Onttrekking reserves

749

819

812

-7

Saldo reserves

749

659

516

-143

13.998

15.016

15.383

367

Saldo na mutaties reserves

Toelichting verschillen Bij de verantwoording van de afwijkingen wordt een tolerantiegrens gehanteerd van circa € 25.000. FINANCIËN Lasten x € 1.000 Inhuur

Inhuur vacaturegelden

Bedrag

Toelichting

-151 Deze inhuur wordt gecompenseerd door de onderuitputting in de personeelsbegroting over alle programma's heen. Daarnaast is voor de afdeling bedrijfsvoering ingehuurd op financiën. 38 Dit betreft een overschot op de 68K beschikbaar gesteld voor optimalisatie P&C-cyclus. Elders in de jaarstukken wordt voorgesteld om hiervan 30K over te hevelen naar 2022

72

Geldleningen

36 Lagere lasten door negatieve rente

Onderhoud software algemeen

78 Er is minder uitgegeven door de inzet op contractmanagement van algemene ICT contracten.

Overige personele kosten

-185 op deze post zijn 170K van de taakstelling 250K personeelslasten geboekt, hiervoor is de dekking gevonden in de onderuitputting in de personeelslasten. Deze dekking is in de 1e Berap en 2e Berap (Monitor Bezuinigingen) ook aangegeven.

Overige personele kosten

-77 Door een aantal langdurig zieken en werknemers uit dienst die geen werk konden vinden heeft de gemeente, als eigen risico drager, dit moeten betalen. -52 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd (waaronder 15K van de post Onvoorzien).

Overige verschillen Saldo lasten

-313 Nadelig

Baten x € 1.000 Automatisering

91 De hardware binnen de gemeente Landsmeer wordt middels een sale- en leaseback gefaciliteerd. De gemeente Landsmeer schaft de hardware aan en de sale-en leaseback partij vergoed dit aankoopbedrag aan de gemeente. Het aankoopbedrag van de hardware wordt door de betreffende partij naar de gemeente overgemaakt, zodat dit bedrag gebruikt wordt om de leasebedragen te kunnen voldoen.

Gemeentelijke gebouwen

685 Vrijval onderhoudsvoorzieningen

Algemene uitkering

100 Hogere algemene uitkering

Overige verschillen

-53 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd

Saldo baten

823 Voordelig

Saldo

510 Voordelig

Reserves Op het programma Financiën zijn de reserves weerstandsvermogen en dekking kapitaallasten led verlichting gemeentehuis van toepassing. Toevoegingen: 135.000: Hogere toevoeging Reserve weerstandsvermogen, i.v.m. benodigde dekking weerstandsvermogen (zie ook weerstandsparagraaf) Onttrekkingen: -7.000: Lagere onttrekking Algemene Reserve

Beleidsindicatoren

73

Indicator Gemiddelde WOZ waarde

Eenheid

Periode

Duizend euro

Bron

Waarde

CBS - Statistiek 2021 Waarde Onroerende Zaken

Benchmark

Waarde

455

Nederland

290

7

Nederland

9,2

82

Nederland

70,1

De gemiddelde WOZ waarde van woningen Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2019

Basisregistratie adressen en gebouwen

Het aantal nieuw gebouwde woningen, per 1.000 woningen Demografische druk

%

2021

CBS - bevolkingsstatistiek

De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In Euro’s

2021

COELO

870

Nederland

733

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

In Euro’s

2021

COELO

962

Nederland

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

74

810

Beleidsstukken Bij het programma financiën behoren geen geldende beleidsstukken of verordeningen.

Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Naam verbonden partij Ombudsman metropoolregio Vestigingsplaats

Amsterdam

Website

https://www.ombudsmanmetropool.nl/

Bestuurlijk belang

Deze gemeenschappelijke regeling is van overeenkomstige toepassing op gedragingen van organen van privaatrechtelijke rechtspersonen, die een voorheen gemeentelijke taak vervullen of mede vervullen. Het daartoe bevoegde bestuursorgaan moet een daartoe strekkend besluit hebben genomen. Deze regeling is aangegaan om op een effectieve en efficiënte wijze vorm en inhoud te geven aan de door de Gemeentewet aan de raad gegeven mogelijkheid om voor de behandeling van verzoekschriften een gezamenlijke ombudsman in te stellen. Wanneer inwoners niet tevreden zijn met de dienstverlening van (een van) de gemeenten die bij ons zijn aangesloten – bijvoorbeeld omdat ook na bezwaar een boete gehandhaafd blijft, een uitkering wordt stop gezet of omdat niet naar een inwoner wordt geluisterd – dan kan de inwoner een klacht indienen. De ombudsman voert ten minste jaarlijks overleg met een vertegenwoordiging van de raden en daarnaast ten minste jaarlijks met het voltallige presidium van de Gemeenteraad van Amsterdam van de Gemeenteraad van Amsterdam. Eventuele financiële consequenties worden in onderling overleg tussen de verzoekende deelnemer en de ombudsman vastgesteld en komen alleen voor rekening van de deelnemer.

Doel openbaar belang

Ontwikkelingen

Risico's

Gemeentelijke bijdrage

18

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2021

227

31-12-2021

204

Vreemd vermogen

1-1-2021

329

31-12-2021

449

Financieel resultaat

-23

endvbend Vennootschappen en coöperaties Naam verbonden partij BNG Vestigingsplaats

Den Haag

Website

www.bngbank.nl

75

Bestuurlijk belang

Doel openbaar belang

Ontwikkelingen

Risico's

De gemeente Landsmeer heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de 24.453 aandelen die zij bezit (een stem per aandeel van nominaal € 2,50) op het totaal van 55.690.720 geplaatste aandelen (aandeel gemeente Landsmeer: 0,04%). BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De bank ondersteunt overheidsbeleid en draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Er wordt krediet verstrekt tegen lage tarieven aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Gedurende het begrotingsjaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank. (Hierbij is het gevolg van een eventuele gemeentelijke samenvoeging buiten beschouwing gelaten.) Gezien de onvoorspelbare bewegingen op de financiële markten en de doorwerking van Corona kan het resultaat fluctueren en zijn prognoses en outlooks minder zeker. Over 2020 werd tov 2019 evenwel meer winst gemaakt: respectievelijk 221 miljoen in 2020 tov 163 miljoen in 2019.

Gemeentelijke bijdrage Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2021

5.097.000

31-12-2021

5.062.000

Vreemd vermogen

1-1-2021

160.359.000

31-12-2021

149.057.000

Financieel resultaat

236.000

endvbend

76

Paragrafen Lokale heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden als waarvan de besteding ongebonden is. De belangrijkste heffingen van de gemeente zijn onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De lokale heffingen, die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen), zijn de roerende en onroerendezaakbelastingen (OZB). Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen (gebonden heffingen). De belangrijkste daarvan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Gerealiseerde inkomsten Bedragen * € 1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging 1.730

Rekening

Verschil

Afvalstoffenheffing

Begroting primair 1.730

1.477

-253

Leges burgerzaken

172

151

160

10

Leges omgevingsvergunningen

250

250

254

4

9

9

10

1

2.659

2.387

2.347

-40

20

20

10

-10

1.155

1.155

1.182

27

Roerende zaakbelasting

3

3

1

-2

Toeristenbelasting

71

16

5

-11

6.069

5.721

5.447

-274

Marktgelden Onroerende zaakbelasting Precariobelasting Rioolheffing

Saldo

77

Kostendekkendheid Uitgangspunten tarievenbeleid Het streven is om tot 100% kostendekkendheid voor alle leges en heffingen te komen. Dit met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten en marktgelden, waarbij de raad heeft aangegeven niet te streven naar 100% kostendekkendheid. Het uitgangspunt voor de overige heffingen is dat deze trendmatig worden opgehoogd. Alle bedragen zijn x € 1.000 Afvalstoffenheffing

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Onttrekking voorziening

1.730 -

1.477

Uitgaven Storting voorziening

1.601 -

1.359

Compensabele BTW Toegerekende overhead Dekkingspercentage

282 308 79%

236 262 80%

De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing zijn € 253K lager dan is begroot. Dit heeft 3 oorzaken: - In de begroting 2021 waren opbrengsten opgenomen uit de jaren 2019 en 2020. Gebleken is dat deze opbrengsten in totaal 92k te hoog waren geraamd; - Hoger dan begrote afboeking van opbrengsten wegens oninbaarheid en vermindering ten bedrage van € 10K; - Lagere opbrengsten uit afvalstromen (Nedvang) als gevolg van een correctie over 2018, 2019 en 2020 ten bedrage van € 151K. Rioolheffing Opbrengsten Uitgaven Storting voorziening Compensabele BTW Toegerekende overhead Dekkingspercentage

Begroting na wijziging 1.155 803 316 22 101%

Rekening 1.182 787 204 168 20 100%

Lijkbezorgingsrechten

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

149 149 16

167 143 14

Dekkingspercentage

91%

106%

78

Leges algemene dienstverlening

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

223 767 148

226 717 138

Dekkingspercentage

24%

26%

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

277 669 129

290 619 119

Dekkingspercentage

35%

39%

Begroting na wijziging

Rekening

3 7 1

3 6 1

35%

39%

Dienstverlening vallend onder de fysieke leef/omgevingsvergunning

Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead Dekkingspercentage

Lokale lastendruk Woonlasten per huishouden Omschrijving Gemiddelde woningwaarde

2020 300.000

2021 300.000

OZB eigenaren Afvalstoffenheffing

225,90 347,10

240,57 367,95

Rioolheffing Totaal

226,83 799,83

230,23 838,75

Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de Invorderingswet is voldaan. 79

Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen

Begroting na wijziging 40.270

Rekening 46.034

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden tot een risicomanagementbeleid waarin de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit een rol spelen. De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. De belangrijkste bron voor beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het resterend risico. Dat is het risico waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog is blootgesteld en dat redelijkerwijs niet in de programmabegrotingen kan worden opgevangen. Voor het resterend risico moet binnen de gemeentebegroting dekking aanwezig zijn. De hoogte van de dekking komt tot uiting in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen: • De beschikbare weerstandscapaciteit waarmee de financiële gevolgen van resterende risico’s op het jaarrekeningresultaat gedekt kunnen worden; • De benodigde weerstandscapaciteit voor resterende risico’s waarvoor dekking niet meer redelijkerwijs binnen de programmabegroting is op te nemen. Op grond van het risicomanagementbeleid moet de Algemene Reserve voldoende zijn om negatieve jaarrekeningresultaten als gevolg van resterende risico’s te dekken.

Risicoprofiel Om de risico's van Gemeente Landsmeer in kaart te brengen is in samenwerking met de teammanagers een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een workshop ondersteund door NARIS. In totaal zijn 38 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht vindt u de tien belangrijkste risico’s die de grootste bijdrage leveren aan de berekende benodigde weerstandscapaciteit. Invloed op weerstandsvermogen

Risicogebeurtenis

Kans Maximum optreden financieel gevolg

47,85% Juridische procedures en aanbestedingsgeschillen

50%

€ 1.000.000

11,46% Lagere dan geraamde uitkering uit het gemeentefonds

50%

€ 200.000

6,93% Extra noodvoorzieningen door uitstel/afstel onderhoud en vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte

15%

€ 400.000

5,71% Onverwachte (extra) overschrijding van budget voor inhuur, calamiteit of andere kortlopende taken die de gemeente krijgt

50%

€ 100.000

80

4,58% Extra kosten bodemsanering bij uitvoering gemeentelijke projecten en projecten derden (nutsvoorzieningen) of waar gemeente verantwoordelijk wordt gesteld

20%

€ 200.000

10%

€ 600.000

25%

€ 100.000

5%

€ 500.000

2,29% Als gevolg van (extreme) weersomstandigheden meer dan de geplande werkzaamheden in de openbare ruimte moeten uitvoeren

40%

€ 50.000

1,69% Hoger aantal personen jeugdhulpverlening (duurdere verblijfstrajecten) dan geraamd

10%

€ 150.000

4,57% Niet (volledig) realiseren van de geraamde grondopbrengsten voor het Breekproject 2,88% Extra voorzieningen WMO (incidentele grote en dure voorzieningen) 2,86% Cybercriminaliteit; hacking en gijzeling

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 875.257 (benodigde weerstandscapaciteit). Hoe hoger dit bedrag hoe hoger de dekking in de reserve weerstandsvermogen moet zijn. Nu de reserve weerstandsvermogen lager is dan de benodigde weerstandscapaciteit, is dit bijgestort in de reserve.

Weerstandscapaciteit + ratio Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Landsmeer bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Voor een aantal elementen staat hier dat deze niet van toepassing zijn. Zo zijn bestemmingsreserves waar relevant al verrekend met de risico’s (bijvoorbeeld sociaal domein en diverse vereveningsreserves), is 81

verzilvering van stille reserves niet aan de orde tot het moment dat hier een expliciet raadsbesluit over genomen is en geldt dit laatste ook voor de onbenutte belastingcapaciteit. De financiële verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit: 1. De onroerende zaakbelastingen (OZB) 2. De rioolheffingen; 3. De afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten.

Omdat de rioolheffing en afvalstoffenheffing maximaal kostendekkend zijn, wordt bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen naar de OZB gekeken. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor het jaar 2021 (redelijk peil OZB) is vastgesteld op 0,1809 (bron mei circulaire gemeentefonds 2020).

Totaal WOZ waarde in €

Percentage redelijk peil 2021

Redelijk peil in €

Niet-woningen eigenaren

93.800.000

0,1809%

169.684

Niet-woningen gebruikers

89.600.000

0,1809%

162.086

1.758.000.000

0,1809%

3.180.222

Woningen eigenaren Totaal

3.511.992

Opbrengst OZB 2021

2.347.032

Kwijtschelding 2021

46.034

Onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door het totaal te verminderen met de opbrengsten OZB 2021 en daar de kwijtschelding over 2021 bij op te tellen.

1.210.994

82

Omschrijving Algemene reserve Reserve weerstandvermogen Jaarresultaat Post onvoorzien Onbenutte belastingcapaciteit Totale weerstandscapaciteit

Bedrag 278.731 875.257 2.567.871 50.000 1.210.994 4.982.853

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. 4.982.853 Ratio weerstandsvermogen

=

875.257

=

5,69

De ratio van de gemeente Landsmeer valt in klasse A. Het weerstandsvermogen is met een ratio van 5,69 daarom als “uitstekend” te kwalificeren.

83

Weerstandsnorm Waarderings-cijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

Kengetallen

84

Bedragen * € 1.000 Kengetallen

Rekening 2020

Begroting 2021

Rekening 2021

Netto schuldquote Netto schuldquote voor verstrekte leningen Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte

75% 75% 11% 0%

78% 78% 6% -4%

63% 63% 21% -1%

Grondexploitatie Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)

3% 116%

5% 119%

3% 103%

85

Kengetallen kunnen vooral in onderlinge samenhang informatie geven. Van belang is te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Op basis van de cijfers bij het Jaarverslag 2021 kunnen we concluderen dat de gemeente over 2021 aan de gestelde normen voldoet. Ten opzichte van 2020 laten de schuldquote en solvabiliteit een stijgende trend zien, hetgeen wordt veroorzaakt door een stijging van het eigen vermogen ten opzichte van de schuldpositie van de gemeente.

Netto schuldquote De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2021 is met 63 % volgens de VNG-norm voldoende.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. De solvabiliteitsratio van de gemeente Landsmeer is voor 2021 met 21% afgezet tegen VNG-norm voldoende.

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten waarbij rekening gehouden moet worden met beperkingen en verruimingen van de exploitatie door toevoeging en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke ruimte de gemeente heeft om haar lasten te dragen. Het percentage geeft aan hoeveel de lasten nog kunnen stijgen dan wel de baten kunnen dalen, voordat de gemeente de lasten niet meer volledig kan dragen. Er is geen VNGnorm voor het niveau van dit kengetal, maar een negatief percentage geeft aan dat de begroting of jaarrekening niet sluit. De structurele exploitatieruimte is -1 procent.

Grondexploitatie Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNG-norm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente.

Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde) De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Landsmeer zijn met € 38,92 gestegen van € 799,83 in 2020 naar € 838,75 in 2021. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Nederland zijn in 2021 ten opzichte van 2020 gestegen met € 35,- van €

86

776,- naar € 811,-. Dit betekent dat daar waar we in 2020 circa 16% boven het landelijk gemiddelde zaten qua lastendruk, we in 2021 circa 3% boven het landelijk gemiddelde zitten.

87

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen en de financiële gevolgen van het gevoerde beheerniveau. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we: • •

Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd); Groot onderhoud.

Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Periode Beleidsnota / beheersplan

Vastgesteld Actualisatie door de raad

Riolering

Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2018-2023

21-12-17

2023

Water, oevers & beschoeiingen

Waterplan 2016-2026 Oeverbeheerplan 2008-2018

21-12-16 30-09-08

2026 2019

Openbare verlichting Groen Kunstwerken Gebouwen Spelen Wegen

Beheerplan openbare verlichting 2011-2015 Beleidsplan Groenbeheer Landsmeer 2021 Beheerplan bruggen 2014-2018 Onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2016-2025 Speelbeheerplan Landsmeer 2017-2022 Beheerplan wegen 2018-2022

13-10-10 25-11-21 19-03-15 25-09-16 20-04-17 18-05-17

2020 2031 2020 2021 2022 2022

De gemeente Landsmeer beschikt over beheerprogramma’s voor het onderhoud van riolering, wegen, openbare verlichting, speelplaatsen, bomen, gemeentelijke gebouwen, kunstwerken, water, beschoeiingen en groen. Gegevensbestanden worden doorlopend bijgewerkt met de laatste revisies, inspectiegegevens, beoordelingen en maatregelen om tot goede planningen te komen. De ramingen voor het onderhoud in de begroting zijn gelijk aan de bedragen van de desbetreffende jaarschijf van de onderhoudsplannen. 88

Onderdeel bedragen x € 1.000 Gemeentehuis Gemeentewerf Loket WWZ Kinderdagverblijf Zwembad ICL Diverse openb. Geb.

Toevoeging Onttrekking Raming Werkelijk Verschil Raming Werkelijk Verschil 68 0 68 50 525 -475 33 0 33 43 114 -71 0 0 0 5 46 -41 3 0 3 11 77 -66 70 0 70 43 136 -93 121 0 121 77 527 -451 7 0 7 10 117 -107 302 0 302 238 1.543 -1.304

In 2021 hebben er geen begrote toevoegingen en onttrekkingen aan de onderhoudsvoorzieningen mogen plaatsvinden, vanwege het ontbreken van een geldig MJOP voor het jaar 2021. De volledige onderhoudsvoorzieningen (€ 1.542.662,80) zijn vrijgevallen. De werkelijke onderhoudskosten (€ 234.421,02) zijn ten laste gebracht van de betreffende beheerproducten, nu deze niet ten laste van de onderhoudsvoorzieningen mochten worden gebracht. De werkelijke onderhoudskosten zijn ongeveer € 4K lager dan de hierboven gepresenteerde geraamde onderhoudskosten van € 238k. Het hierboven gepresenteerde verschil (tussen werkelijk en geraamd) bedraagt derhalve ook € 4K lager. Bij de vaststelling van het MJOP (17 februari 2022) is besloten dat het saldo van de voorzieningen minus de werkelijke uitgaven in 2021 (€ 1.308.241,78) in 2022 weer beschikbaar zou moeten komen in de voorziening.

Wegen Voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijke wegennet is het beheerplan in 2017 geactualiseerd. Voor o.a. het wegbeheer beschikt de gemeente sinds 2014 over beheersysteem Kikker, waarin weg inspecties kunnen worden ingelezen en het beheer kan worden gepland en actueel gehouden. Door 2-jaarlijks inspecties uit te voeren, is er actueel inzicht in de kwaliteit van het areaal. De inspectie van 2020 was een jaar doorgeschoven en is dan ook in 2021 uitgevoerd. De uitkomsten worden verwerkt in een nieuw wegen beheerplan wat in 2022 zal worden vastgesteld. De kunstwerken worden conform het beheerplan kunstwerken onderhouden en beheerd. Alhoewel de looptijd van het beleidsplan inmiddels verstreken is, biedt het voldoende basis voor het uit te voeren onderhoud. Prioriteit heeft het beheerplan wegen gekregen en na afronding zal het beheerplan kunstwerken worden geactualiseerd. Het in 2020 opgestarte, op initiatief van het HHNK, project om de wegen buiten de bebouwde kom over te dragen naar de gemeente Landsmeer heeft in 2021 zijn vervolg gekregen. Het project is regionaal opgepakt en is complex. Voor de openbare verlichting is het in 2020 vastgestelde beleidsplan Openbare verlichting het kader. Belangrijk onderdeel uit dit plan is het verledden. Momenteel wordt verledden samen met een herinrichtingsproject opgepakt.

In het beheerplan wat in 2022 zal worden vastgesteld zal de totale verledding van alle openbare verlichting worden opgenomen.

Riolering 89

In 2021 is de oude riolering in Stoutenburg en omgeving vervangen door een nieuw gescheiden riolering voor hemelwater en afvalwater. Het hemelwater wordt met een drainage-transport riool afgevoerd hetgeen een positief effect heeft op de grondwaterstand. Daar waar mogelijk wordt het hemelwater tijdens hevige neerslag geborgen in het groen en verharding en via de berm afgevoerd richting de sloot. Daarnaast is de riolering in o.a. in de Klaverstraat gereinigd en geïnspecteerd. In Havenzathe is het riool gereinigd en in Landsmeer zijn alle kolken gereinigd. Verder heeft Landsmeer met regio Zaanstreek Waterland het reinigen en inspecteren van vrijvervalriolering en het reinigen van kolken voor de periode 2021-2026 aanbesteed . De Firma Fab-Rioolbeheer heeft de aanbesteding gewonnen en voert de werkzaamheden uit. Eind 2017 is het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2023” voor een beleidsperiode van 6 jaar vastgesteld. In dit plan is geanticipeerd op de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor het rioleringsbeheer van de gemeente. Meer neerslag en zwaardere extreme buien moeten worden verwacht en de gemeente moet zich daarop voorbereiden. Dientengevolge zal in de komende beleidsperiode de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijker worden betrokken bij het rioleringsbeheer.

De inrichting van de openbare ruimte zal, waar nodig, aangepast moeten worden om de gevolgen van de toenemende neerslag in de toekomst het hoofd te bieden. Op grond van het rioleringsplan 2018-2023 is de rioolheffing vastgesteld evenals het riool aansluittarief. In het verbreed GRP 2018-2023 is beschreven wat rioolbeheer in de toekomst gaat betekenen voor Landsmeer en welke kosten te verwachten zijn bij de ambities die in het plan zijn vastgesteld. Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen evenals renovatie- en vervangingsinvesteringen zullen jaarlijks conform de kaders van het GRP plaatsvinden. In het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) worden bedragen opgenomen om het GRP uit te voeren. Elk jaar wordt opnieuw afgewogen welke maatregelen getroffen moeten worden en wat de consequenties zijn van de te maken keuzes. Daar worden investeringen in aanpassingen van de openbare ruimte nadrukkelijk bij betrokken. Samen met de regio Zaanstreek is een regionale uitvoeringsagenda klimaatadaptie Zaanstreek Waterland opgesteld. Deze is samen met de lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie voor de gemeente Landsmeer in april 2021 door de raad vastgesteld. Maatregelen uit de uitvoeringsagenda zijn meegenomen bij de herinrichting van Havenzathe door het benutten van o.a. groen en verharding voor waterberging en het toepassen van drainagetransport-riolering.

Verder is beleid verankerd in de concept-omgevingsvisie en het vastgestelde groenbeleidsplan. Ook is het convenant Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in MRA en NoordHolland in 2021 opgesteld en inmiddels door Landsmeer ondertekend. Dat betekent dat voor alle plannen voor nieuwbouwwoningen een klimaatbestendige inrichting wordt meegenomen als criterium. En dat deze woningen en hun omgeving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme hitte of wateroverlast.

Water 90

In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). Tevens wordt uitgegaan van het oeverbeheerplan 2008-2018. De gemeente moet depotcapaciteit voor bagger beschikbaar stellen of tot nieuwe afspraken komen met het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland voor de afzet van gemeentelijke bagger. Samen met de omliggende gemeenten Zaanstad, Waterland en Oostzaan wordt gekeken naar een geschikte locatie voor een gezamenlijk depot. Op 28 april 2014 is een intentieovereenkomst getekend tussen de gemeente en HHNK voor overname van het beheer van het stedelijke oppervlaktewater. De opgave is met wederzijdse instemming gesplitst in een overeenkomst voor het deel binnen de bebouwde kom en het deel buiten de bebouwde kom. Met HHNK is in 2021 gewerkt aan de definitieve overdracht van het beheer van het stedelijk-oppervlaktewater.

Groen Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente in april 2017 een speelruimtebeleidsplan en het uitvoeringsplan vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Het uitvoeringsplan geeft invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. De vervanging van speeltoestellen loopt waar het kan wel samen met herinrichtingsprojecten. Door de ingestelde kapitaallastenlimiet zijn de herinrichtingsprojecten vertraagd waardoor ook de planning van de vervanging van speeltoestellen is aangepast. In 2021 is het nieuwe Beleidsplan groenbeheer vastgesteld. Dit plan biedt het kader voor het onderhoud van het groenareaal en de groene ambities van de gemeente.

Gebouwen Het MJOP heeft betrekking op het bouwkundige binnen- en buitenonderhoud, het terreinonderhoud en het onderhoud van de gebouw gebonden installaties. Ten behoeve van de planning van het onderhoud wordt een onderscheid gemaakt naar verschillende intensiteiten die elk een eigen frequentie hebben. Daarbij is een bundeling gemaakt van activiteiten die bij elkaar horen om te voorkomen dat er een veelheid van kleine, afzonderlijke activiteiten moet worden uitgevoerd. Beheer en onderhoud worden bij de gemeentelijke objecten uitgevoerd volgens de onderhoudsplanning van het MJOP. Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen heeft de gemeente Landsmeer in december 2021 een Meer Jaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Voor de periode 91

2022-2025 zijn de werkzaamheden bepaald, mede in relatie tot het actuele gebruik en eventuele toekomstige ontwikkelingen. Het nieuw MJOP is op 17 februari 2022 voor 4 jaar door de raad vastgesteld. In het derde kwartaal van 2022 wordt, na een extra onderzoek, de hand gelegd aan een nieuw MJOP voor zwembad De Breek. Doel van dit onderzoek is een goed beeld te vormen van de algehele staat van het beton van het zwembad. De resultaten van het onderzoek worden opgenomen in een inspectierapport met een hersteladvies.

92

Financiering Algemeen De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Er zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie budgettaire gevolgen verbonden, onder meer afhankelijk van het risicoprofiel. Onder de treasuryfunctie valt niet het (garanderen van) verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. Het beleid van de gemeente Landsmeer voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is in 2019 geactualiseerd. Het statuut is het kader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De belangrijkste punten, naast de voorschriften afkomstig uit de wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), zijn: • Gelden worden alleen uitgezet bij banken met ten minste een zogenoemde A-rating • Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij ten minste drie financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Algemene ontwikkelingen: rentebeleid Na de daling van de rente die begon rond maart 2020, liep de rente gedurende 2021 geleidelijk op of werd minder negatief. De renten zijn bijna op het niveau van voor de crisis.

Mocht de rente nog verder oplopen door mogelijke bovengemiddelde toename van de inflatie, dan zal de ECB haar instrumentarium inzetten om de rentetoename af te laten vlakken. De rente voor een 10-jaars staatslening nam toe van min 0,47% eind 2020 naar min 0,1% eind 2021. In het eerste kwartaal van 2022 zien we de rente stijgen naar 0,6%. Het bruto binnenlands product kende een positieve ontwikkeling van 4.8% in 2021 ten opzichte van 2020. De inflatie in 2021 bedroeg plus 2,7%, waarbij vooral de prijsontwikkeling van energie bij heeft bijgedragen aan de hogere inflatie in 2021. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht voor 2022 een inflatie van 5,2%, dit cijfer gaat gepaard met veel onzekerheid. De situatie in Oekraïne is hier de oorzaak van. Hierdoor is de energieprijs behoorlijk gestegen. Als gevolg van de corona pandemie was de inflatie al hoog en dat wordt door de oorlog extra versterkt. Risicobeheer, de kasgeldlimiet en renterisiconorm De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke kortlopende middelen (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een kasgeldlimiet. Dit is geconcretiseerd in de vorm van een maximum percentage van het begrotingstotaal dat gedurende enig jaar met kortlopende middelen mag worden gefinancierd.

Kasgeldlimiet 93

De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar en de renterisiconorm op geldleningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Het doel van deze normen afkomstig uit de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijke) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s. Het niveau van de korte leningen, de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,5% van het bedrag van de begroting. De rente-risiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De maximale toegestane kortlopende schuld was € 2.087k conform de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). In onderstaande tabel wordt de voor 2021 geldende kasgeldlimiet afgezet tegen de ontwikkeling van de netto vlottende schuld. De actuele kortlopende schulden zijn in de laatste twee kwartalen van 2021 binnen de norm gebleven. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

1e kw 2021

Omvang begroting per 1 januari

2e kw 2021

3e kw 2021

4e kw 2021

24.547

24.547

24.547

24.547

8,5% 2.087

8,5% 2.087

8,5% 2.087

8,5% 2.087

-1.225 -1.225

-286 -286

-344 -344

-299 -299

21 21

85 85

3 3

2 2

2.087 -1.204

2.087 -200

2.087 -341

2.087 -297

883

1.886

1.746

1.790

Opgenomen kasgeld

-2.733

-3.500

-333

-500

Overschrijding limiet

-1.850

-1.614

1.413

1.290

1. Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In bedragen 2. Omvang vlottende schuld Schuld in rekening courant Totaal vlottende schuld 3. Vlottende middelen Omvang liquide middelen Tegoeden in rekening-courant Totaal liquide middelen Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte (+)

Renterisiconorm In de volgende tabel wordt de rente-risiconorm afgezet tegen de feitelijke situatie. Hieruit blijkt dat de gemeente binnen de norm is gebleven. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Rekening 2020

1. Renteherzieningen 2. Aflossingen

0 2.783 94

Begroting 2021 0 3.283

Rekening 2021 0 3.283

3. Renterisico (1+2) 4. Renterisiconorm

2.783 4.730

3.283 4.891

3.283 4.891

5a Ruimte onder risiconorm (als 4 > 3)

1.947

1.608

1.608

0

0

0

Begrotingstotaal Percentage

23.649 20%

24.457 20%

24.457 20%

Renterisiconorm

4.730

4.891

4.891

5b Overschrijding renterisiconorm (als 3>4) Berekening Renterisiconorm

Geldleningen Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Dit overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. Per jaar wordt gekeken welke geldleningen in aanmerking komen voor vervroegde aflossing en aan de hand van de dan geldende kapitaalmarktrente wordt een beslissing genomen. Mutaties in leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)

Bedrag

Stand per 1 januari 2021 -Nieuwe leningen -Reguliere aflossingen -Vervroegde aflossingen -Renteaanpassingen (oud %) -Renteaanpassingen (nieuw %)

19.650 0 -3.283 0

Stand per 31 december 2021

16.367

Gem. Rente 0,02%

Financieringspositie Gemeentefinanciering heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, dan zal er aanvullende financiering benodigd zijn.

Saldo financiering

stand

stand

(bedragen x € 1.000)

01-01-21

31-12-21

Reserves

3.188

5.094

Voorzieningen Opgenomen geldleningen

3.227 19.650

1.490 16.367

A. Totaal financieringsmiddelen

26.065

22.951

95

B. Vaste activa

22.655

22.914

Saldo financiering (A-B)

3.410

37

848

903

2.562

-866

C. Geïnvesteerd in Grondexploitatie Saldo financiering inclusief grondexploitatie

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er een negatief saldo financiering is. Op 17 februari 2022 heeft de raad het MJOP 2022-2025 vastgesteld en is aangegeven dat een bedrag van € 1.308.241 van het jaarrekeningresultaat bij de vaststelling van deze jaarrekening dient te worden gereserveerd om uitvoering aan dit MJOP 2022-2025 te kunnen geven. Dit bedrag zal worden opgenomen in een voorziening. Hiermee doorrekenend is er weer een positief saldo financiering van € 442k (€ 1.308 - € 866).

Renteomslag Het hierna volgend renteschema geeft inzicht in de rentelasten, rente baten en het renteresultaat, alsmede de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte (artikel 13 BBV). Renteomslag 2021 a. b.

c1. c2. c3.

d1. d2.

e.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten

€

-4.775

Saldo rentelasten en rentebaten

€

-4.775

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

0

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=ca061f79-6854-438b-8380-1472126b8a7c