CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente landsmeerBij agendapunt: Begroting 202227.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Beleidsindicatoren

60

Indicator Absoluut verzuim

Eenheid

Periode

Aantal per 1.000 leerlingen

Bron 2019

Waarde DUO

Benchmark 1,8

Waarde

Nederland

2,4

Hiervan is sprake als een leerplichtige jongere tussen de 5 en 16 jaar of een jongere van 16 of 17 jaar die valt onder de kwalificatieplicht niet is ingeschreven op een school en ook niet vrijgesteld is van de inschrijvingsplicht. Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

2019

DUO/Ingrado

47

Nederland

26

Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is. Vroegtijdig schoolverlaters totaal (VO + MBO)

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

2019

DUO/Ingrado

1,2

Nederland

1,7

Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder de startkwalificatie, het onderwijs verlaat

Voldoende bewegen

%

Gezondheids-monitor volwassenen (en 2020 ouderen), GGD’en, CBS en RIVM

52 en (38)

Nederland

50 en (36)

Het percentage t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Banen

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

2020

LISA

449

Nederland

679

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 65 jaar. Jongeren met een delict voor de rechter

% 12 t/m 21 jarigen

2019

CBS Jeugd

1

Het percentage jongeren (12 - 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen

61

Nederland

1

Kinderen in armoede

% kinderen tot 18 jaar

2019

CBS Jeugd

4

Nederland

6

68,4

Nederland

68,4

Nederland

466,5

Het percentage kinderen tot 18 jaar in een uitkeringsgezin Netto arbeidsparticipatie

%

2020

CBS Arbeidsdeelname

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking Personen met een bijstandsuitkering

Per 1.000 inwoners 18 jaar en ouder

2020 CBS - Participatiewet

164,4

Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Re-integratie voorzieningen

per 10.000 inw.1565jr

2020 CBS - Participatiewet

4,7

Nederland

13

Nederland

10,3

Het aantal re-integratievoorzieningen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2020

CBS Beleidsinformatie Jeugd

8,2

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2020

CBS Beleidsinformatie Jeugd

8

Nederland

11

Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar Wmo-cliënten met een maatwerk arrangement

Per 10.000 inwoners

1e halfjaar 2020

CBS - Monitor Sociaal Domein WMO

550

Nederland

650

Aantal per 1.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerk-arrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentie-gemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeente 62

63

Beleidsstukken

Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken: ·

Meerjarenbeleidplan sociaal domein (2019-2023)

·

Nota Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzalen (2017)

·

Subsidiebeleidskader Sociaal Domein (2016)

·

Beleidsplan armoedebestrijding en schuldhulp (2021-2024)

·

Uitvoering Participatiewet Landsmeer (2016)

Verordeningen participatie: ·

Re-integratieverordening/gewijzigde re-integratieverordening (2018)

·

Verordening individuele studietoeslag (2015)

·

Verordening individuele inkomenstoeslag (2015)

·

Verordening tegenprestatie (2015)

·

Verordening loonkostensubsidie (2018)

·

Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening (2019)

Verordeningen jeugd & onderwijs: ·

Verordening leerlingenvervoer (2014)

·

Verordening onderwijshuisvesting (2017)

·

Verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer (2022)

Verordeningen WMO: ·

Verordening maatschappelijke ondersteuning (2019)

Overige verordeningen: ·

Algemene Subsidieverordening gemeente Landsmeer (2016)

·

Verordening adviesraad sociaal domein (2018)

64

Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Bedragen * € 1.000 Naam verbonden partij

GGD Zaanstreek-Waterland

Vestigingsplaats

Zaandam

Website

www.ggdzw.nl

Bestuurlijk belang

Jaarlijkse bijdrage en gemeentelijke vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur in het kader van primaire ziektepreventie, jeugd en ouderenzorg en infectieziekten. Primaire Ziektepreventie en leveren van een bijdrage aan de publieke gezondheidszorg. De GGD werkt meer samen met de gemeentes om invulling te geven aan haar taken. Als zich in de regio calamiteiten voordoen, die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld uitbraak infectieziekte) of in het kader van de rampenbestrijding inzet vragen van de GGD, zullen hieruit kosten voortvloeien.

Doel openbaar belang Ontwikkelingen Risico's

Gemeentelijke bijdrage

476

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2022

860

31-12-2022

868

Vreemd vermogen

1-1-2022

7.151

31-12-2022

7.195

Financieel resultaat endvbend

65

Financiën Portefeuillehouder Wethouder E. Heinrich

Missie

Het programma financiën en algemene dekkingsmiddelen is het laatste programma van de programmabegroting. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Naast de algemene dekkingsmiddelen worden in dit programma baten en lasten verantwoord welke niet zijn onder te brengen in andere programma's. Voor het grootste deel bestaat dit programma uit belastingen (lokale heffingen) waarvan de besteding niet gebonden is, uitkering uit het gemeentefonds en overige baten en lasten. Naast 'Treasury' wordt in dit programma ook het door het BBV verplicht onderdeel 'Overhead' verantwoord. Onder overhead wordt dat deel van de personeelsbegroting verstaan wat aan door BBV gedefinieerde overheadtaken toe moet worden gerekend.

Wat mag het kosten?

66

Bedragen * € 1.000 Financiën 5.01 Overhead

Rekening

Begroting

begroting voor

Mutatie

Begroting

2020

2021

2022

2022

2022

Meerjarenraming 2023

-4.401

-3.983

-4.059

-896

-4.955

5.02 Algemene uitkering

0

0

0

0

0

5.03 Onroerendezaakbelastingen 5.04 Overige belastingen

-132

-134

-133

-3

-136

39

0

0

0

0

5.05 Overige uitgaven en inkomsten 5.06 Treasury

-153

7

-94

-191

-285

2

-41

-45

0

Totaal lasten 5.01 Overhead

-4.645 49

-4.152 35

-4.330 35

5.02 Algemene uitkering

14.199

15.600

5.03 Onroerendezaakbelastingen 5.04 Overige belastingen

1.995

2024 -4.775

-4.831

0

0

-137

-137

0

0

-270

-385

-386

-45

-45

-45

-45

-1.090 0

-5.420 35

-5.250 36

-5.342 36

-5.400 36

14.668

1.347

16.015

15.822

16.079

16.501

2.390

2.896

196

3.093

3.127

3.127

3.127

17

41

97

8

105

105

105

105

5.05 Overige uitgaven en inkomsten 5.06 Treasury

256

294

71

145

216

31

31

31

160

94

97

0

97

97

97

97

Totaal baten

16.676

18.454

17.864

1.696

19.561

19.218

19.475

19.897

Saldo Toevoeging reserves

12.031 -773

14.302 -160

13.534 0

606 0

14.140 0

13.969 -27

14.133 0

14.498 0

Onttrekking reserves

1.713

819

7

0

7

7

54

63

940

659

7

0

7

-20

54

63

12.971

14.961

0

0

14.147

13.949

14.187

14.561

Saldo reserves Saldo na mutaties reserves

67

-4.798

2025

-136

68

Bedragen * € 1.000 Omschrijving 5.01

2022

2023

2024

2025

Overhead

Bestaand beleid -Onderhoud kapitaalgoederen (gemeentelijke gebouwen)

-100

-100

-100

-100

-Terugdraaien oude personeelsbegroting 2021-2024

1.913

2.070

2.230

2.395

-Aanschaf/implementatie Mobile Device Managementsysteem (MDM)

-30

-15

-15

-15

-Inzet programma ‘Verhoging digitale weerbaarheid’

-15

-10

-10

-10

-Jaarlijks ICT infrastructuur in kaart brengen (configuratiemanagement) -Aanbesteding/implementatie Zaaksysteem

-10

-10

-10

-10

-65

-105

-15

-15

-Verlagen budget inhuur calamiteiten automatisering

16

16

16

16

-Bezuiniging Bedrijfsvoering

26

0

0

0

-2.249

-2.303

-2.359

-2.416

-Toepassen continuïteits-en crisismanagement

-12

-12

-12

-12

-Realisatie DPIA’s (Data Protection Impact Assessments) en risicoanalyses

-17

-17

-17

-17

-Personeel en Organisatie

-241

-398

-558

-723

-Opzeggen van het abonnement met Naris

11

11

11

11

-Heroverweging Management formatie vanaf 2022 inzetten

107

107

107

107

-Buffer van circa 1% van de begroting van Landsmeer

-230

0

0

0

Totaal

-896

-767

-732

-789

-Verwerking mei-circulaire

144

-97

-163

220

-Verwerking september-circulaire

633

508

536

610

Totaal

777

411

373

830

-Extra rijksbijdrage jeugdhulp

570

475

445

410

Totaal

570

475

445

410

-Actualisatie berekening OZB + indexering OZB opgelopen naar 5,3%

196

196

196

196

-Terugdraaien oude personeelsbegroting 2021-2024

22

22

22

22

-Nieuwe personeelsbegroting 2022-2025

-24

-25

-26

-26

-Nieuwe personeelsbegroting 2022-2025

5.02

Algemene uitkering

Autonome ontwikkelingen

Bestaand beleid

5.03

Onroerende-zaakbelastingen

Bestaand beleid

69

Totaal

193

193

192

192

-Vervallen precariobelasting op kabels en leidingen

-12

-12

-12

-12

Totaal

-12

-12

-12

-12

-Precario voor boten (her)invoeren

20

20

20

20

Totaal

20

20

20

20

-Extra grondverkoop

145

0

0

0

-Stelpost Loon- & prijsstijgingen - Storting stelpost

-153

-153

-153

-153

-Stelpost oninbare vorderingen OZB

-43

-43

-43

-43

-Terugdraaien oude personeelsbegroting 2021-2024

39

39

39

39

-Nieuwe personeelsbegroting 2022-2025

-35

-36

-36

-37

Totaal

-46

-192

-193

-194

5.04

Overige belastingen

Autonome ontwikkelingen

Nieuw beleid

5.05

Overige uitgaven en inkomsten

Bestaand beleid

5.01

Overhead

Bestaand beleid Aanschaf/implementatie Mobile Device Managementsysteem (MDM) Om ‘mobile devices’ die door de medewerkers gebruikt worden bij het thuiswerken veilig te beheren en op afstand te configureren is het noodzakelijk om een Mobile Device Management (MDM) systeem aan te schaffen. Hiermee wordt het o.a. mogelijk om ‘op afstand’ software op bijvoorbeeld laptops, mobiele telefoons en iPads te beheren. Dit zorgt, in geval van thuiswerken, voor een efficiëntere ondersteuning van de medewerkers en verhoogt de efficiëntie van de IT infrastructuur. Dit omdat er niet voor elk mobiel apparaat individueel een softwarepakket geüpdatet hoeft te worden. Toepassen continuïteits-en crisismanagement Continuïteits-en crisismanagement zijn essentieel voor de digitale veiligheid van de organisatie. Een organisatie moet weten hoe te handelen tijdens een crisissituatie. Dit kan middels de opstelling van een continuïteitsstrategie en de uitvoering van crisisscenario’s. Inzet programma ‘Verhoging digitale weerbaarheid’ Er wordt meegewerkt aan het landelijke programma ‘Verhogen digitale weerbaarheid’ van de VNG en de daaruit voorvloeiende (deel)projecten. Een digitaal weerbare gemeente kan potentiële incidenten vroegtijdig signaleren en de gevolgen ervan beperken, omdat de juiste maatregelen zijn getroffen.

Als de basis mede door de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) op orde is, verhoogt dit de digitale weerbaarheid van de gemeente. De VNG heeft een programma opgesteld voor gemeenten en deelprojecten uiteengezet om hen zodoende hierbij te helpen en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) aldus verder te implementeren. De BIO is het landelijke normenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidsinstanties en is ook een onderdeel van de ENSIA audit. De implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid is een wettelijke verplichting vanuit het Rijk en daar moet de gemeente Landsmeer zoals alle andere overheidsinstanties aan voldoen. Eén van de VNG deelprojecten van dit programma is een dienst (SIEM/SOC oplossing) van het programma GGI veilig. GGI heeft de doelstelling om de digitale weerbaarheid en de ICT 70

infrastructuur van de gemeenten veilig te maken. De gemeente Landsmeer heeft zich hiervoor in augustus 2018 bij de VNG aangemeld maar geen uitvoering aan gegeven. Realisatie DPIA’s (Data Protection Impact Assessments) en risicoanalyses Het uitvoeren van DPIA’s en risicoanalyses is essentieel voor de waarborging van een veilige informatievoorziening en om de werkprocessen en/of systemen zo compliant en beveiligd mogelijk in te richten. De uitvoering van risicoanalyses blijft een verantwoordelijkheid van de proceseigenaren en is vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zelfs verplicht bij risicovolle werkprocessen. Er zijn ongeveer dertig werkprocessen waar de uitvoering van risicoanalyses nodig zijn. Het advies van de Functionaris Gegevensbescherming is om ongeveer zeven DPIA’s per jaar uit te voeren. De uitvoering van risicoanalyses is arbeidsintensief en vraagt om ondersteuning, bijvoorbeeld door een externe partij. Jaarlijks ICT infrastructuur in kaart brengen (configuratiemanagement) Configuratiemanagement is een randvoorwaarde om goed ICT beheer uit te kunnen blijven voeren. Als het inzicht/overzicht ontbreekt in hardware en software in de organisatie kan ‘schaduw-IT’ ontstaan.

Dat betekent dat apparatuur en programmatuur zonder expliciete organisatorische goedkeuring kan worden gebruikt, waardoor onbekende personen, apparaten of kwetsbaarheden schade kunnen aanrichten binnen het netwerk en de gemeentelijke organisatie. Om dit te vermijden moet er inzicht/overzicht zijn in hardware en software van de organisatie. Op basis van een ‘foto’ van de ICT infrastructuur kunnen kwetsbaarheden en risico’s van de gemeente worden bepaald. De Informatiebeveiligingsdienst (IBD) adviseert om zo’n ICT foto periodiek te maken zodat er door hen advies kan worden geleverd over mogelijke kwetsbaarheden en risico’s. Onderhoud kapitaalgoederen (gemeentelijke gebouwen) In juli 2021 heeft een externe partij visuele inspecties met betrekking tot de staat van het onderhoud uitgevoerd op alle gemeentelijke objecten. De vorige keer dat dit gebeurde was in 2016. Op basis van deze inspecties is er op 17 augustus j.l. per object een MJOP aangeleverd voor de periode 2022 en verder. De MJOP geeft specifiek aan wat de huidige staat van het onderhoud is en welke kosten aan reparaties of herstel verbonden zijn. Op het ogenblik worden de conclusies in de MJOP’s vergeleken met de huidige onderhoudsvoorzieningen om het juiste beeld te krijgen. Op basis van de vergelijkingen kunnen keuzes gaan worden gemaakt.

In verband met achterstallig onderhoud en werkzaamheden die direct in 2022 opgepakt dienen te worden hebben we € 100.000 geraamd om veilige situaties binnen het MJOP te garanderen. Er zal bij een aantal gebouwen nog nader onderzoek moeten plaatsvinden waarbij we deze op dit moment financieel nog niet kunnen kwantificeren. Aanbesteding/implementatie Zaaksysteem Door een koerswijziging van Dimpact en het aflopen van de overeenkomst van Dimpact met leverancier Atos voor het zaaksysteem e-Suite komt er per 2023 een einde aan de ondersteuning van de software door Dimpact. Het zaaksysteem zal dan opnieuw moeten worden aanbesteed om tijdig te gaan worden vervangen. Voor de aanbesteding, aanschaf en implementatie van het zaaksysteem moet budget in de begroting worden opgenomen. Het bestaande budget blijft gedurende de aanbesteding en implementatie nodig om het huidige zaaksysteem te bekostigen. Het is belangrijk om tijdig met dit traject te starten in verband met de aanbestedingsduur, selectie en keuze, aanschaf, implementatie, inrichting, testen en medewerkers opleiden etc. Over de jaren 2022 t/m 2025 is er reeds € 138.000 structureel in de begroting opgenomen. Personeel en Organisatie Personeel en Organisatie: terug naar de werkelijkheid. In de afgelopen periode zijn alle kosten van de personeelsformatie in beeld gebracht en geanalyseerd.

In het verleden werd begroot op basis van de werkelijke personeelskosten (loonsom). Enkele jaren geleden is vanwege bezuinigingsvraagstukken deze systematiek noodgedwongen verlaten. Uiteindelijk is voor 2021 nog maar 93% geraamd van de maximale loonkosten. De gedachte hierbij was dat als vacatures niet direct worden ingevuld, de onder71

uitputting ingezet kan worden voor de dekking van de werkelijke loonkosten. Gebleken is dat deze systematiek niet houdbaar is omdat het budget benodigd is voor inhuur om de continuïteit van de bedrijfsvoering zoveel mogelijk te waarborgen. In deze contouren begroting 2022 zijn we daarom uitgegaan een realistische begroting met een raming op basis van 98% van de maximale loonkosten. Hierbij is ook rekening gehouden met een structurele indexatie van 2,2% en een incidentele pensioenpremie verhoging van 0,6%.In het meerjarig perspectief stijgen de personeelslasten t.o.v. 2021, terwijl de formatie met bijna 6 fte is gedaald. De stijging wordt veroorzaakt doordat de loonkosten op 98% zijn begroot en doordat de jaarlijkse loonkostenstijging, vanuit de Cao-Gemeenten en de werkgeverspremies, structureel meerjarig zijn opgenomen. Verlagen budget inhuur calamiteiten automatisering Bij nader onderzoek op de besteding van de afgelopen 3 jaar is gebleken dat het budget inhuur bij calamiteiten op het gebied van automatisering structureel verlaagd kan worden. Bezuiniging Bedrijfsvoering In totaal is er op de bedrijfsvoering nog een bezuiniging gerealiseerd van € 26.000. Terugdraaien oude personeelsbegroting 2021-2024 Op basis van nieuwe berekeningen van de personeelsbegroting vindt er een bijstelling plaats.

De nieuwe systematiek van toerekening vindt per programma en product plaats en de subsaldi zijn hierdoor doorgerekend. De nieuwe reeks vervangt de oude reeks. Dit betreft de meerjarige uitwerking, vanaf 2022. Nieuwe personeelsbegroting 2022-2025 Op basis van nieuwe berekeningen van de personeelsbegroting vindt er een bijstelling plaats. De nieuwe systematiek van toerekening vindt per programma en product plaats en de subsaldi zijn hierdoor doorgerekend. De nieuwe reeks vervangt de oude reeks. Dit betreft de meerjarige uitwerking, vanaf 2022. Opzeggen van het abonnement met Naris Opzeggen van het abonnement met Naris en zelf de risico analyse uitvoeren. Jaarlijkse abonnement ad € 9.050,- en de verdiepende sessie met het MT ad € 1.550,- (totaal 10.500,- structureel). De afdeling financiën kan voortborduren op de kennis die is opgedaan de afgelopen jaren en daarmee zelf een risico-analyse uitvoeren binnen de eigen middelen. Heroverweging Management formatie vanaf 2022 inzetten Heroverweging Management formatie ad € 107.000,- structureel vanaf 2022 inzetten. Door het management anders in te richten is het verantwoord om een formatieplaats te laten vervallen vanaf 2022. Buffer van circa 1% van de begroting van Landsmeer Met de financiele onzekerheden in het achterhoofd stellen wij voor in de begroting 2022 een buffer op te nemen voor een bedrag van EUR 230.000 zijnde ca.

1% van de begroting van Landsmeer. De buffer maakt de begroting robuuster doordat het de gemeente in staat stelt eventuele negatieve bijstellingen van de algemene uitkering in de loop van 2022 op te vangen zonder dat tussentijds het beleid moet worden aangepast of dat de algemene reserve verder zal worden uitgehold. Deze buffer is niet bedoeld om “gewone” bijstellingen te dekken, die zullen conform het door uw raad vastgestelde begrotingsbeleid, gedekt moeten worden binnen het betrokken begrotingsprogramma.

72

5.02

Algemene uitkering

Autonome ontwikkelingen Verwerking mei-circulaire De mei-circulaire is meerjarig verwerkt. Net na het bekend worden van de circulaire is er tussen de VNG en het Rijk een akkoord gesloten over financiële compensatie voor de tekorten op jeugdzorg vanaf 2022. Dit betreft een macro bedrag van € 1.314 miljoen voor alle gemeenten en wordt bij de septembercirculaire verwerkt. Aan de compensatie is tevens een hervormingsagenda met beheersmaatregelen gekoppeld. Deze agenda wordt in 2021 opgeleverd. Medio juni worden gesprekken gevoerd tussen VNG, BZK en het Interprovinciaal Overleg (IPO) om een pragmatische oplossing te vinden hoe het financieel structureel perspectief invulling kan krijgen. Op het moment dat er een nieuw regeerakkoord tot stand komt, komt er definitief uitsluitsel over het structurele perspectief. De volgende bedragen voor beleidsuitvoering zijn opgenomen in afwachting van beleidsvoorstellen en besluitvorming op basis van extra gelden in de circulaire: Thema/jaar 2022 2023 2024 2025 Inburgering 7 3 2 1 Combinatiefunct. 0 55 55 55 Wet Open Overheid 90 100 110 121 Verwerking september-circulaire Op basis van de septembercirculaire 2021 is de hoogte van de algemene uitkering berekend voor de jaren 2022 tot en met 2025.

Vervolgens zijn de resultaten vergeleken met de ramingen voor de jaren 2022-2025, welke zijn gebaseerd op de meicirculaire 2021 met een eventuele bijstelling van de beginstand. De algemene uitkering kent mutaties waar uitgavenbudgetten tegenover staan en het vrij besteedbare deel. Deze mutatie is het vrij besteedbare deel. In het overzicht in de “Samenvatting “ van deze begroting zijn de belangrijkste oorzaken van deze mutatie inzichtelijk gemaakt. Bestaand beleid Extra rijksbijdrage jeugdhulp Er is meer duidelijk geworden over de extra middelen die beschikbaar worden gesteld met betrekking tot de jeugdhulp. Tussen het Rijk, IPO en de VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming, voor de jaarschijven 2023 tot en met 2025, rekening mogen houden met 75% van de bedragen, die structureel nodig zijn volgens de Commissie van Wijzen. Het nieuwe kabinet zal met definitieve cijfers komen. 5.03

Onroerende-zaakbelastingen

Bestaand beleid Actualisatie berekening OZB + indexering OZB opgelopen naar 5,3% Op basis van de prijsindexcijfers van lonen en materialen blijkt dat vanaf 2018 structureel een te lage indexering van de opbrengsten OZB is toegepast c.q. niet is verwerkt in de tarieven. Dit loopt op van 1,1% in 2018 tot cumulatief 5,3% in 2022. De daarmee samenhangende opbrengsten voor onroerendezaakbelasting zijn daardoor te laag berekent en er is daarom onvoldoende ruimte in de begroting om loon- en prijsstijgingen te dekken. Het college stelt daarom voor om in de tarieven OZB 2022 met terugwerkende kracht vanaf 2018 de niet verwerkte indexering alsnog te verwerken en vanaf 2022 het berekent samengesteld prijsindexcijfer uit de septembercirculaire te hanteren. Terugdraaien oude personeelsbegroting 2021-2024 Op basis van nieuwe berekeningen van de personeelsbegroting vindt er een bijstelling plaats. De nieuwe systematiek van toerekening vindt per programma en product plaats en de subsaldi zijn hierdoor doorgerekend. De nieuwe reeks vervangt de oude reeks. Dit betreft de meerjarige uitwerking, vanaf 2022.

73

Nieuwe personeelsbegroting 2022-2025 Op basis van nieuwe berekeningen van de personeelsbegroting vindt er een bijstelling plaats. De nieuwe systematiek van toerekening vindt per programma en product plaats en de subsaldi zijn hierdoor doorgerekend. De nieuwe reeks vervangt de oude reeks. Dit betreft de meerjarige uitwerking, vanaf 2022. 5.04

Overige belastingen

Autonome ontwikkelingen Vervallen precariobelasting op kabels en leidingen Met ingang van 1 januari 2022 vervalt de mogelijkheid om precario op kabels en leidingen te heffen. Dit is op basis van regelgeving vanuit het Rijk. Hiermee vervalt een jaarlijkse opbrengst van € 12.000. Nieuw beleid Precario voor boten (her)invoeren In 2022 wordt het terugdringen van gevaar en overlast van te hard varende boten een nieuw speerpunt. De handhaving van de regels voor het varen vergt een projectmatige aanpak. Met de politie worden gecoördineerde acties voorbereid. Registratie van boten is noodzakelijk om op te kunnen treden. Hierin moet tijd geïnvesteerd worden om het overzicht op te bouwen. Ook overlast van bootwrakken kan aangepakt worden wanneer registratie plaatsvindt. Er is een extra budget geraamd om de noodzakelijke externe kosten te dekken, hiermee kan op piekmomenten extra inzet van toezichthouders worden georganiseerd. Om de kosten te dekken, wordt precario voor het gebruik van gemeentewater (her)ingevoerd. 5.05

Overige uitgaven en inkomsten

Bestaand beleid Extra grondverkoop We ontvangen verzoeken voor het aankopen van strookjes gemeentegroen, die op basis van het geldende groenbeleid niet kunnen worden toegestaan. De groenkaart en groenbeleid worden bij vaststelling in 2021 zo voorgesteld dat verkoop wel mogelijk wordt. Gezien de opbrengst in 2020 en2021 van circa € 100.000 extra, ramen we in 2022 een iets hoger bedrag. Stelpost Loon- & prijsstijgingen - Storting stelpost De actualisatie berekening van de OZB levert een baat op van € 196K (zie bovenstaande tabel en uitleg). Het college stelt voor om dit bedrag te verdelen in 2 stelposten, om zo toekomstige loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. € 153K wordt in de stelpost loon- en prijsstijgingen gestort en € 43K wordt opgenomen voor compensatie van vermindering en oninbaarheid (stelpost oninbare vorderingen OZB). Stelpost oninbare vorderingen OZB Op basis van nacalculatie stelt het college voor om met ingang van 2022 de vermindering/oninbaarheid in het tarief op te nemen van het gemiddelde van de laatst bekende voorcalculaties van drie voorgaande jaren. Dat betekent een bedrag van € 43.272 welke wordt opgenomen voor compensatie van vermindering en oninbaarheid. Terugdraaien oude personeelsbegroting 2021-2024 Op basis van nieuwe berekeningen van de personeelsbegroting vindt er een bijstelling plaats.

De nieuwe systematiek van toerekening vindt per programma en product plaats en de subsaldi zijn hierdoor doorgerekend. De nieuwe reeks vervangt de oude reeks. Dit betreft de meerjarige uitwerking, vanaf 2022.

74

Nieuwe personeelsbegroting 2022-2025 Op basis van nieuwe berekeningen van de personeelsbegroting vindt er een bijstelling plaats. De nieuwe systematiek van toerekening vindt per programma en product plaats en de subsaldi zijn hierdoor doorgerekend. De nieuwe reeks vervangt de oude reeks. Dit betreft de meerjarige uitwerking, vanaf 2022.

Beleidsindicatoren

75

Indicator Gemiddelde WOZ waarde

Eenheid

Periode

Duizend euro

Bron

Waarde

CBS - Statistiek 2021 Waarde Onroerende Zaken

Benchmark

Waarde

455

Nederland

290

7

Nederland

9,2

82

Nederland

70,1

De gemiddelde WOZ waarde van woningen Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2019

Basisregistratie adressen en gebouwen

Het aantal nieuw gebouwde woningen, per 1.000 woningen Demografische druk

%

2021

CBS - bevolkingsstatistiek

De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In Euro’s

2021

COELO

870

Nederland

733

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

In Euro’s

2021

COELO

962

Nederland

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

76

810

Beleidsstukken

Bij het programma financiën behoren geen geldende beleidsstukken of verordeningen.

Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Bedragen * € 1.000 Naam verbonden partij

Ombudsman metropoolregio

Vestigingsplaats

Amsterdam

Website

https://www.ombudsmanmetropool.nl/

Bestuurlijk belang

Deze gemeenschappelijke regeling is van overeenkomstige toepassing op gedragingen van organen van privaatrechtelijke rechtspersonen, die een voorheen gemeentelijke taak vervullen of mede vervullen. Het daartoe bevoegde bestuursorgaan moet een daartoe strekkend besluit hebben genomen. Deze regeling is aangegaan om op een effectieve en efficiënte wijze vorm en inhoud te geven aan de door de Gemeentewet aan de raad gegeven mogelijkheid om voor de behandeling van verzoekschriften een gezamenlijke ombudsman in te stellen. Wanneer inwoners niet tevreden zijn met de dienstverlening van (een van) de gemeenten die bij ons zijn aangesloten – bijvoorbeeld omdat ook na bezwaar een boete gehandhaafd blijft, een uitkering wordt stop gezet of omdat niet naar een inwoner wordt geluisterd – dan kan de inwoner een klacht indienen. De ombudsman voert ten minste jaarlijks overleg met een vertegenwoordiging van de raden en daarnaast ten minste jaarlijks met het voltallige presidium van de Gemeenteraad van Amsterdam van de Gemeenteraad van Amsterdam. Eventuele financiële consequenties worden in onderling overleg tussen de verzoekende deelnemer en de ombudsman vastgesteld en komen alleen voor rekening van de deelnemer.

Doel openbaar belang

Ontwikkelingen

Risico's

Gemeentelijke bijdrage

1

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2019

227

31-12-2019

204

Vreemd vermogen

1-1-2019

329

31-12-2019

449

Financieel resultaat

-23

endvbend Vennootschappen en coöperaties Bedragen * € 1.000 Naam verbonden partij

BNG

Vestigingsplaats

Den Haag

Website

www.bngbank.nl

77

Bestuurlijk belang

Doel openbaar belang

Ontwikkelingen

Risico's

De gemeente Landsmeer heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de 24.453 aandelen die zij bezit (een stem per aandeel van nominaal € 2,50) op het totaal van 55.690.720 geplaatste aandelen (aandeel gemeente Landsmeer: 0,04%). BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De bank ondersteunt overheidsbeleid en draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Er wordt krediet verstrekt tegen lage tarieven aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Gedurende het begrotingsjaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank. (Hierbij is het gevolg van een eventuele gemeentelijke samenvoeging buiten beschouwing gelaten.) Gezien de onvoorspelbare bewegingen op de financiële markten en de doorwerking van Corona kan het resultaat fluctueren en zijn prognoses en outlooks minder zeker. Over 2020 werd tov 2019 evenwel meer winst gemaakt: respectievelijk 221 miljoen in 2020 tov 163 miljoen in 2019.

Gemeentelijke bijdrage

0

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2020

4.887.000

31-12-2020

5.097.000

Vreemd vermogen

1-1-2020

144.802.000

31-12-2020

160.359.000

Financieel resultaat

221.000

endvbend

78

Paragrafen Lokale heffingen Algemeen

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden als waarvan de besteding ongebonden is. De belangrijkste heffingen van de gemeente zijn onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De lokale heffingen, die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen), zijn de roerende en onroerende zaakbelastingen (OZB). Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen (gebonden heffingen). De belangrijkste daarvan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Geraamde inkomsten

Onderstaand wordt een totaaloverzicht gegeven van de geraamde opbrengsten heffingen en leges in 2022 t/m 2025. Bedragen x €1.000 Totaal programma

2022

2023

2024

2025

Afvalstoffenheffing

1.863

1.862

1.912

1.963

Leges burgerzaken

151

152

152

152

Leges omgevingsvergunningen

252

174

174

174

Marktgelden

10

10

10

10

3.089

3.123

3.123

3.123

29

29

29

29

1.171

1.188

1.188

1.188

Roerende zaakbelasting

3

3

3

3

Toeristenbelasting

71

72

72

72

6.640

6.613

6.663

6.714

Onroerende zaakbelasting Precariobelasting Rioolheffing

Saldo baten

Kostendekkendheid

Uitgangspunten tarievenbeleid Het streven is om tot 100% kostendekkendheid voor alle leges en heffingen te komen. Dit met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten en marktgelden, waarbij de raad heeft aangegeven niet te streven naar 100% kostendekkendheid. Het uitgangspunt voor de overige heffingen is dat deze trendmatig worden opgehoogd.

79

Afvalstoffenheffing

Begroting 2022

Opbrengsten

1.863.007

Onttrekking voorziening

-

Uitgaven

1.301.854

Storting voorziening

100.000

Compensabele BTW

229.291

Toegerekende overhead

230.315

Dekkingspercentage

100%

Uitgangspunt bij de bepaling van de afvalstoffenheffing is dat deze 100% kostendekkend moet zijn. De laatste jaarcijfers laten zien dat de uitgaven en opbrengsten op dit vlak niet meer in evenwicht zijn. Ultimo 2019 is de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing leeg. In 2021 is er eer stijging te zien van uitgaven met betrekking tot inzameling en verwerking van afval welke deels is toe te rekenen aan Covid-19. Deze stijging kan niet door de egalisatievoorziening worden opgevangen. Door een verdere stijging van de kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en toerekening van de personele lasten is een stijging van het tarief met 24% nodig om deze met ingang van 2022 100% kostendekkend te laten zijn. In 2022 en verder leidt dit tot een overschot op de heffing met dito storting in de egalisatievoorziening om schommelingen in het tarief te voorkomen.

Rioolheffing

Begroting 2022

Opbrengsten

1.194.879

Onttrekking voorziening

-

Uitgaven

784.679

Storting voorziening

89.525

Compensabele BTW

299.252

Toegerekende overhead

21.423

Dekkingspercentage

100%

Voor de rioolheffing hanteert de gemeente het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De totale baten rioolrecht. De overheadkosten worden toegerekend aan de totale lasten van de overhead te delen door de totale lasten (exclusief overhead) van de begroting). De uitkomst hiervan is het percentage aan overheadkosten dat aan de directe kosten wordt toegerekend.

80

Lijkbezorgingsrechten

Begroting 2022

Opbrengsten

151.110

Onttrekking voorziening

-

Uitgaven

133.552

Storting voorziening

1.375

Toegerekende overhead

25.973

Dekkingspercentage

94%

De lijkbezorgingsrechten is één van de heffingen waarvan de raad aangeeft dat hier het principe van 100% kostendekkendheid niet gehanteerd wordt. De overheadkosten worden toegerekend aan de totale lasten van de overhead te delen door de totale lasten (exclusief overhead) van de begroting). De uitkomst hiervan is het percentage aan overheadkosten dat aan de directe kosten wordt toegerekend. Begroting 2022

Dienstverlening vallend onder de fysieke leef/omgevingsvergunning Opbrengsten

279.939

Uitgaven

582.189

Toegerekende overhead

112.071

Dekkingspercentage

40%

De lasten die in de begroting worden gepresenteerd onder taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening en 8.3 Wonen en bouwen worden voor 99% toegerekend aan de leges dienstverlening vallend onder de fysieke leef-/ omgevingsvergunning. De dienstverlening heeft betrekking op de omgevingsvergunningen. De overheadkosten worden toegerekend door de totale lasten van de overhead te delen door de totale lasten (exclusief overhead) van de begroting. De uitkomst hiervan is het percentage aan overheadkosten dat aan de directe kosten wordt toegerekend. Begroting 2022

Dienstverlening vallend onder de fysieke leef/omgevingsvergunning Opbrengsten

279.939

Uitgaven

582.189

Toegerekende overhead

112.071

Dekkingspercentage

40%

De lasten die in de begroting worden gepresenteerd onder taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening en 8.3 Wonen en bouwen worden voor 1% toegerekend aan de leges dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. De dienstverlening heeft betrekking op de omgevingsvergunningen. De dienstverlening heeft betrekking op vergunningen voor de drank- en horecawet, evenementen e.d. De overheadkosten worden toegerekend door de totale lasten van de overhead te delen door de totale lasten (exclusief overhead) van de begroting. De uitkomst hiervan is het percentage aan overheadkosten dat aan de directe kosten wordt toegerekend. 81

Lokale lastendruk

De onroerende zaakbelasting behoort, tezamen met de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tot de gemeentelijke woonlasten. Bij de berekening van de gemiddelde woonlasten is als uitgangspunt gehanteerd een woning met een WOZ-waarde van € 500.000,- en bewoond door een huishouden van 3 of meer personen. De stijging van de OZB komt neer op een totale stijging van 24% vanaf 2022. Hierin is de in te lopen indexering van afgelopen jaren ter hoogte van 5,3 % opgenomen. Voor woningen met een gemiddelde WOZ-waarde van € 300.000 komt de OZB in 2022 op € 298,31 en voor een woningen met een gemiddelde waarde van € 500.000 vanaf 2022 ongeveer op € 400,95. Bij de OZB-tarieven wordt een voorbehoud gemaakt ten aanzien de werkelijke stijging van de WOZ waarden. De definitieve opgave van de WOZ waarden door de uitvoerder is immers van invloed op de totstandkoming van het tarief. Uitgangspunt bij de bepaling van de afvalstoffenheffing is dat deze 100% kostendekkend moet zijn. De laatste jaarcijfers laten zien dat de uitgaven en opbrengsten op dit vlak niet meer in evenwicht zijn. In deze begroting zijn de uitgaven en inkomsten met betrekking tot het door u raad nieuw vastgesteld afvalbeleidsplan opgenomen. Ten opzichte van 2021 stijgt het tarief van deze heffing met 25,5%.

Naast het feit dat deze stijging wordt veroorzaakt door de landelijke trend van stijgende kosten van afvalinzameling en verwerking wordt de stijging veroorzaakt door de kapitaallasten met betrekking tot de te realiseren investeringen, verwerken van kwijtschelding en oninbaarheid en een toevoeging aan de egalisatiereserve. De tariefstijging voor de rioolheffing bedraagt ten opzichte van 2021 1,8%, conform het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2018-2023. Woonlasten per huishouden Omschrijving

2021

2022

Gemiddelde woningwaarde

500.000

500.000

OZB eigenaren

400,95

497,18

Afvalstoffenheffing

367,95

461,78

Rioolheffing

230,23

234,37

Totaal

999,13

1193,33

Kwijtscheldingsbeleid

Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de Invorderingswet is voldaan. Kwijtschelding

Begroting 2022

Gemeentelijke belastingen

50.750

82

Weerstandsvermogen Algemeen

Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden tot een risicomanagementbeleid waarin de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit een rol spelen. De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. De belangrijkste bron voor beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het resterend risico. Dat is het risico waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog is blootgesteld en dat redelijkerwijs niet in de programmabegrotingen kan worden opgevangen. Voor het resterend risico moet binnen de gemeentebegroting dekking aanwezig zijn. De hoogte van de dekking komt tot uiting in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen:  De beschikbare weerstandscapaciteit waarmee de financiële gevolgen van resterende risico’s op het jaarrekeningresultaat gedekt kunnen worden;  De benodigde weerstandscapaciteit voor resterende risico’s waarvoor dekking niet meer redelijkerwijs binnen de programmabegroting is op te nemen. Op grond van het risicomanagementbeleid moet de Algemene Reserve voldoende zijn om negatieve jaarrekeningresultaten als gevolg van resterende risico’s te dekken.

Risicoprofiel Om de risico's van Gemeente Landsmeer in kaart te brengen is in samenwerking met de teammanagers een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een workshop ondersteund door NARIS. In totaal zijn 38 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht vindt u de tien belangrijkste risico’s die de grootste bijdrage leveren aan de berekende benodigde weerstandscapaciteit. Invloed op weerstandsvermogen

Risicogebeurtenis

Kans Maximum optreden financieel gevolg

18,33% Lagere dan geraamde uitkering uit het gemeentefonds

50%

€ 200.000

13,39% juridische procedures

10%

€ 1.000.000

9,13%

Onverwachte (extra) overschrijding van budget voor inhuur, calamiteit

50%

7,39%

Uitvoeren van meer dan geplande werkzaamheden in de openbare ruimte als gevolg van (extreme) weersomstandigheden

40%

83

€ 100.000

€ 100.000

7,37%

Niet (volledig) realiseren van de geraamde grondopbrengsten voor het Breekproject

10%

extra kosten bodemsanering bij uitvoering gemeentelijke 7,36% projecten en projecten derden (nutsvoorzieningen) of waar gemeente verantwoordelijk wordt gesteld

19%

onderhoud en vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte

10%

7,33%

€ 600.000

€ 194.343

€ 400.000

7,13% verkeerd materiaal gebruik bij oeverherstel sportpark

30%

Extra voorzieningen WMO (incidentele grote en dure voorzieningen)

25%

hoger aantal personen jeugdhulpverlening (duurdere 2,72% verblijfstrajecten) dan geraamd

10%

€ 150.000

2,20% extra uitgaven vaststellingsovereenkomsten VSO

30%

€ 40.000

1,85% Niet realiseren geraamde inkomsten bouwleges

20%

€ 50.000

Vertraagde uitvoering van projecten die zijn opgenomen in het 1,84% investeringsschema/beheerprogramma

20%

€ 50.000

Toenemende uitvoeringskosten door vertraging Breekoever fase 1,82% 3 zijn niet meer op te vangen binnen het saldo van het project

40%

€ 25.000

Vertraagde uitvoering van projecten die zijn opgenomen in het 1,82% investeringsschema/beheerprogramma

20%

€ 50.000

4,60%

€ 130.000 € 100.000

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 1,7 mln. - zie tabel 1) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 0,53 mln. (benodigde weerstandscapaciteit). Hoe hoger dit bedrag hoe hoger de dekking in de reserve weerstandsvermogen moet zijn. Daarbij komt dat de dekking van de reserve weerstandsvermogen gefinancierd wordt uit de algemene reserve. Dit zijn communicerende vaten.

84

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

Niet (volledig) realiseren van de geraamde grondopbrengsten voor het Breekproject

50%

€ 600.000

43%

Lagere dan geraamde uitkering uit het gemeentefonds

50%

€ 200.000

11%

Schadeclaim ivm weigering vergunning

10%

€ 1.000.000

8%

Hogere dan geraamde kosten voor realisatie van maatregelen uit het dienstverleningsplan

50%

€ 100.000

5%

Onverwachte overschrijding van budget voor inhuur

50%

€ 100.000

5%

Bodemverontreiniging bij uitvoering projecten in de openbare ruimte waarmee geen rekening is gehouden

20%

€ 200.000

4%

Uitvoeren van meer dan geplande werkzaamheden in de openbare ruimte als gevolg van (extreme) weersomstandigheden

40%

€ 100.000

4%

Verkeerd materiaalgebruik bij oeverherstel

30%

€ 130.000

4%

Extra uitgaven vaststellingsovereenkomsten

30%

€ 75.000

2%

Gemeentelijke bijdrage bij een bodemsanering waarvan de vervuiler niet bekend is.

10%

€ 200.000

2%

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 2,7 mln. - zie tabel 1) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

85

Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 0,84 mln. (benodigde weerstandscapaciteit).

Zekerheids-percentage

Bedrag

10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%

€ 131.823 € 226.493 € 420.615 € 674.048 € 719.691 € 835.140 € 936.418 € 1.248.448

Statistiek Minimum Gemiddeld Standaard deviatie Absolute maximum Trekkingen

Waarde €0 € 464.343 € 283.027 € 1.931.058 100.000

Weerstandscapaciteit

De mate waarin Landsmeer in staat is om deze risico’s op te vangen wordt de ‘beschikbare weerstandscapaciteit’ genoemd. De beschikbare weerstandscapaciteit is in het BBV omschreven als ‘de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken’. De belangrijkste component van de beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. Daarnaast is de ongebruikte belastingcapaciteit een element in de beschikbare weerstandscapaciteit. Wanneer de benodigde weerstandscapaciteit wordt gedeeld door de beschikbare weerstandscapaciteit wordt duidelijk wat de weerstandsratio is. De gemeenteraad heeft in 2019 bepaald dat er gestuurd moet worden op een weerstandsratio aan de bovenkant van de bandbreedte 1.4 - 2.0 met als kwalificatie ruim voldoende." Om die reden is in 2021 bij de eerste bestuursrapportage besloten om het voor de risico's te dekken deel afgezet tegen de ondergrens van de vastgestelde bandbreedte in een apart hiervoor ingesteld reserve weerstandsvermogen te storten. De omvang hiervan bedraagt € 835.000 x factor 1.4 = € 1.169.000. Van het onderstaand bedrag in de algemene reserve ad € 1.256.529 is na aftrek van de reservering voor het weerstandsvermogen een bedrag van € 87.529 vrij beschikbaar.

86

Omschrijving Algemene reserve Stille reserves Jaarresultaat Onvoorziene uitgaven Belastingcapaciteit Totale weerstandscapaciteit

Bedrag 312.000 762.000 -1.539.000 50.000 602.941 187.941

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Rekensom Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

87

=

€ 2,71 mln. = 3,24 € 0,84mln.

Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

De ratio van de gemeente Landsmeer valt in klasse A. Het weerstandsvermogen is met een ratio van 3,24 daarom als “uitstekend” te kwalificeren.

Kengetallen

88

Kengetallen

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

60%

78%

90%

86%

98%

94%

Netto schuldquote voor verstrekte leningen

60%

78%

90%

86%

98%

94%

Solvabiliteitsrisico

30%

6%

5%

4%

5%

5%

Structurele exploitatieruimte

-1%

-4%

0%

2%

2%

0%

Grondexploitatie

3%

5%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

113%

119%

120%

120%

120%

123%

89

Kengetallen kunnen vooral in onderlinge samenhang informatie geven. Van belang is te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Op basis van de cijfers bij de begroting 2022-2025 kunnen we concluderen dat de gemeente in deze begroting met uitzondering van de solvabiliteitsratio aan de gestelde normen voldoet. De netto schuldquote loopt in deze begrotingsperiode op van 90% in 2022 tot 94% in 2025 en blijft daarmee onder de VNG-norm van 100% (kwalificatie voldoende). Netto schuldquote De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2022 is met 90% volgens de VNG-norm voldoende.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. De solvabiliteitsratio van de gemeente Landsmeer is voor 2022 met 5% volgens de VNGnorm onvoldoende. De dalende trend bij de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door enerzijds de afname van de algemene- en bestemmingsreserves en anderzijds de omvang van het investeringsvolume in het MeerJarenInvesteringsplan 2022-2025 waardoor gedurende deze begrotingsperiode extra externe middelen(vreemd vermogen) moeten worden aangetrokken.

Structurele exploitatieruimte

De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten waarbij rekening gehouden moet worden met beperkingen en verruimingen van de exploitatie door toevoeging en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke ruimte de gemeente heeft om haar lasten te dragen. Het percentage geeft aan hoeveel de lasten nog kunnen stijgen dan wel de baten kunnen dalen, voordat de gemeente de lasten niet meer volledig kan dragen. Er is geen VNG- norm voor het niveau van dit kengetal, maar een negatief percentage geeft aan dat de begroting of jaarrekening niet sluit. De structurele exploitatieruimte is 0% negatief.

Grondexploitatie

Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNGnorm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente. Omdat naar verwachting vanaf 2022 er geen grondexploitaties meer zijn is het kengetal hier "0" omdat geen investeringen hoeven worden terugverdiend.

90

Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)

De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden voor OZB, rioolheffing en reinigingsheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Landsmeer stijgen vanaf 2022 ten opzichte van begroting 2021 van € 999,13 naar € 1.193,33. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Nederland bedragen in 2021 € 811. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven.

91

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we: 

Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd);

Groot onderhoud.

Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Beleidsnota

Periode

Riolering Gem.rio.pl. 'Samen water ruimte geven" 2018-2023 Water/beschoeiingen Beheerplan oevers 2008-2018 Waterplan Landsmeer 2016-2026 Openbare verlichting Beleidsplan openbare verlichting 2020-2028 Groen Groenbeleidsplan Landsmeer 2009-2019 Kunstwerken Beheerplan bruggen 2014-2018 Gebouwen Onderhoudspl.gemeentelijke gebouwen 2016-2025 Speelruimteplan Speelbeheerplan Landsmeer 2017-2022 Wegen Beheerplan wegen 2018-2022

Vastgest. Actualis. 21-12-17 30-09-08 21-12-16 18-06-20 31-03-09 19-03-15 10-11-16 20-04-17 18-05-17

2023 2021 2026 2028 2021 2022 2020 2022 2021

Wegen, kunstwerken en openbare verlichting

Voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijke wegennet is het beheerplan in 2017 geactualiseerd. Voor o.a. het wegbeheer beschikt de gemeente sinds 2014 over beheersysteem Kikker, waarin weg inspecties kunnen worden ingelezen en het beheer kan worden gepland en actueel gehouden. Door 2-jaarlijks inspecties uit te voeren, is er actueel inzicht in de kwaliteit van het areaal. Eind 2021 wordt een nieuw beheerplan wegen vastgesteld op basis van de uitgevoerde inspectie. De kunstwerken worden conform het beheerplan kunstwerken onderhouden en beheerd. In 2022 wordt er een nieuw beheerplan opgesteld. In 2020 is het beleidsplan Openbare verlichting geactualiseerd en vastgesteld door de raad d.d.18 juni 2020. Het beleidsplan in combinatie met het beheerplan verschaft inzicht in de maatregelen die worden 92

uitgevoerd om de bestaande openbare verlichting in stand te houden en om voor toekomstige uitbreidingen en renovaties een leidraad (materiaalkeuze) voor inrichting en beheer beschikbaar te hebben. Doel is om binnen 5 jaar alle verlichting te vervangen voor led-verlichting.

Rioleringen

Eind 2017 is het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2023” voor een beleidsperiode van 6 jaar vastgesteld. In dit plan is geanticipeerd op de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor het rioleringsbeheer van de gemeente. Meer neerslag en zwaardere extreme buien moeten worden verwacht en de gemeente moet zich daarop voorbereiden. Dientengevolge wordt de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijker betrokken bij het rioleringsbeheer. De inrichting van de openbare ruimte wordt, waar nodig, aangepast om de gevolgen van de toenemende neerslag in de toekomst het hoofd te bieden. Dit plan is het eerste regionale GRP van de gemeente. Landsmeer is één van de zeven gemeenten die deelnemen binnen het convenant Samenwerking Waterketen Zaanstreek – Waterland met het HHNK. Dit langjarige samenwerkingsverband vloeit voort uit de verplichtingen en opgaven in het vigerende nationale Bestuursakkoord Water 2011. Het nieuwe GRP bevat, naast een regionale visie en strategie, ook gemeentelijke paragrafen, waarin de Landsmeerse opgaven in de riolering zijn beschreven met de financiële consequenties ervan. In het verbreed GRP 2018-2023 is beschreven wat rioolbeheer in de toekomst gaat betekenen voor Landsmeer en welke kosten te verwachten zijn bij de ambities die in het plan zijn vastgesteld.

Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen evenals renovatie- en vervangingsinvesteringen zullen jaarlijks conform de kaders van het GRP plaatsvinden. In het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) worden bedragen opgenomen om het GRP uit te voeren. Elk jaar wordt opnieuw afgewogen welke maatregelen getroffen moeten worden en wat de consequenties zijn van de te maken keuzes. Daar worden investeringen in aanpassingen van de openbare ruimte nadrukkelijk bij betrokken. Door de invoering van de kapitaallastenlimiet voor de jaren 2021-2024 treedt een vertraging op in de uitvoering van de projecten. Bij de vervanging van een riolering komen niet alle kosten voor de herinrichting ten laste van de rioolheffing. Deze vertraging maakt dat het risico op incidentele kosten (bijv. noodreparaties) toeneemt. Net als voor het GRP is in 2021 in Zaanstreek Waterland verband een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld met een lokaal en regionaal deel. Deze uitvoeringsagenda is in 2021 ook vastgesteld en dient de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te versnellen en intensiveren. Gerelateerd aan het GRP en de uitvoeringsagenda wordt het grondwaterbeleidsplan opgesteld.

Water

In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). Op 28 april 2014 is een intentieovereenkomst getekend tussen de gemeente en HHNK voor overname van het beheer van het stedelijke oppervlaktewater. De opgave is met wederzijdse instemming gesplitst in een overeenkomst voor het deel binnen de bebouwde kom en het deel buiten de bebouwde kom. Nadat het vanuit de kant van Hooogheemraadschap een tijd stil is geweest is het proces in 2020 weer 93

opgestart. De planning is dat in 2022 de overdracht van het stedelijk water naar het HHNK wordt afgerond. De gemeente moet depotcapaciteit voor bagger beschikbaar stellen of tot nieuwe afspraken komen met het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland voor de van gemeentelijke bagger. Het Waterplan Landsmeer voorziet op dit moment in een aantal locaties. De bestaande locaties Lombok en nabij de Violierweg en een nieuwe grotere locatie ten zuiden van Luijendijk-Zuid die als weilanddepot via een transportleiding bereikbaar is.

Gebouwen

Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen heeft de gemeente Landsmeer een Meer Jaren Onderhoudsplan (MJOP). Het MJOP heeft betrekking op het bouwkundige binnen- en buitenonderhoud, het terreinonderhoud en het onderhoud van de gebouw gebonden installaties. Jaarlijks worden de onderhoudswerkzaamheden bepaald, mede in relatie tot het actuele gebruik en eventuele toekomstige ontwikkelingen. Er heeft in 2021 een nieuwe fysieke inspectie door een externe partij plaatsgevonden van de onderhoudstoestand van al onze gemeentelijke gebouwen. Aan de hand van die inspectie is voorzien dat er voor de komende jaren extra middelen benodigd zijn om het onderhoudsniveau op een adequaat niveau te houden. Een nadere analyse van het inspectierapport volgt nog en zal met de hiermee gepaard gaande financiële effecten en keuzemogelijkheden aan uw raad worden voorgelegd. Vooruitlopend hierop voorzien wij nu al een onvoldoende dotatie in de voorzieningen.

Openbaar groen en speelvoorzieningen

Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente in april 2017 een speelruimtebeleidsplan en het uitvoeringsplan vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Het uitvoeringsplan geeft invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. Het onderhoudsbudget is gesplitst in en regulier onderhoudsbudget en een investeringsoverzicht voor (groot) onderhoud en vervanging welke onderdeel is van het Meerjaren investeringsprogramma (MIP). In 2009 is het groenbeleidsplan vastgesteld door de raad. Het groenbeleidsplan is een omschrijving van het openbaar groen van de gemeente op het gebied van kwaliteit, beheer en onderhoud. Door middel van kaarten zijn diverse groenstructuren in beeld gebracht. Eind 2021 wordt het nieuwe groenbeleid aan uw raad voorgelegd. Duidelijk is dat de doorgevoerde bezuinigingen negatieve gevolgen hebben voor het kwaliteitsbeeld van het groen. In 2007 is het bomenbeheerplan vastgesteld door de raad. Het bomenbeheerplan is geschreven om het belang van bomen te benadrukken en voorwaarden te stellen aan beheer en onderhoud van de bomen in Landsmeer. Eind 2021 wordt een nieuw beleidsplan groen aan uw raad voorgelegd, bomenbeheer zal hierin integraal worden behandeld.

In aanvulling hierop is een monumentale bomenlijst opgesteld. Deze bomenlijst is als bijlage aan de APV toegevoegd. In het geactualiseerde groenbeleid wordt het groenbeleid alsmede het bomenbeleid geactualiseerd, waardoor er één document ontstaat dat kaderstellend is voor de hele groene buitenruimte. 94

Financiering Algemeen

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Er zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie budgettaire gevolgen verbonden, onder meer afhankelijk van het risicoprofiel. Onder de treasuryfunctie valt niet het (garanderen van) verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. Het beleid van de gemeente Landsmeer voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is in 2019 geactualiseerd. Het statuut is het kader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De belangrijkste punten, naast de voorschriften afkomstig uit de wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), zijn: 

Gelden worden alleen uitgezet bij banken met ten minste een zogenoemde A-rating

Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij ten minste drie financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).

Algemene ontwikkelingen De uitbraak van het coronavirus Covid-19 leidt dit jaar tot een geleidelijk economisch herstel. In de meeste westerse landen lijkt het virus onder controle te zijn. De overheden zijn overgegaan tot een geleidelijke versoepeling van de beperkende maatregelen. Regels met betrekking tot afstand houden en hygiëne blijven evenwel in de meeste landen van kracht. De bedrijvigheid zal in de loop van het jaar aantrekken. Een volledig economisch herstel is echter pas mogelijk, indien iedereen gevaccineerd is. In sectoren als de horeca, het toerisme en de luchtvaart zal de activiteit nog lange tijd op een lager niveau blijven. De verwachting is dat de Nederlandse economie een gematigd herstel van de conjunctuur zal laten zien. Het bbp kan volgend jaar toenemen. De inflatie daalt vooral door het wegvallen van het prijsopdrijvend effect van de indirecte belastingverhogingen. In 2022 loopt de consumptieprijsstijging naar verwachting licht op. De langetermijn rentetarieven zijn laag. De rente voor een 10-jaars staatslening is momenteel, medio september 2021, bedraagt minus 0,37%. De lange rentetarieven blijven op een zeer laag niveau, voor 2022 is de prognose een percentage van minus 0,29%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=f2141467-2199-4f7b-8a24-0edda43e1105