B1. Regionale Detailhandelsvisie Zaanstreek-Waterland
Tekst van het document
hier alle ballen op te richten als regionaal PDV-cluster. De ambities hoeven hiervoor niet te bescheiden te zijn, mede omdat er kansen liggen om de positie van Zuiderhout binnen de huidige vierkante meters detailhandel als meubelboulevard te versterken, gezien de overloop vanuit Amsterdam en transformatie van de Beverwijkse woonboulevard.
3 Voor meer informatie hierover zie het rapport ‘Hart van Suburbia’ 2019 dat Bureau Stedelijke Planning in
samenwerking met Syntrus Achmea en AM heeft opgesteld.
34
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
PDV-cluster Baanstee-West in Purmerend kan verder versterkt worden door PDVfuncties vanuit andere delen in Purmerend naar Baanstee-West te verplaatsen. Hiermee wordt verspreid aanbod gereduceerd, die voor eventuele woningverdichting kan worden gebruikt, en wordt de positie van Baanstee versterkt als het PDV-cluster van Purmerend en regio. Mogelijke PDV-functies die verplaatst kunnen worden naar Baanstee-West zijn de functies op de Wagenweg (o.a. Leen Bakker en Kwantum), maar ook functies op de Van IJsendijkstraat (o.a. Praxis en Jumper). Naast versterking door verplaatsing van PDV-functies vanuit elders in Purmerend, zal ingezet moeten worden op clustering van het gebied zodat meer samenhang ontstaat. Op deze manier kan Baanstee-West als een volwaardig en toekomstbestendig PDV-cluster gaan functioneren. Deze initiatieven zullen overigens wel in samenhang en in overleg met buurtgemeente EdamVolendam moeten worden ontwikkeld, omdat deze gemeente mogelijkheden onderzoekt om een nieuw bedrijventerrein in de Purmer te ontwikkelen, aangrenzend aan Baanstee-Noord in Purmerend. Voor Noorderveld geldt consolidatie van de huidige omvang. Dit PDV-cluster geldt als minder toekomstbestendig winkelgebied in de Monitor Detailhandel Provincie Noord-Holland (2020), en komt op de langere termijn (na 2030) mogelijk onder druk te staan van woningbouw in het gebied.
Ook voor cluster Julianaweg in Volendam geldt behoud van de huidige functie, en eventuele kwalitatieve versterking van het gebied. WAGENWEG ALS BIJZONDER WINKELGEBIED IN DE REGIO
Het winkelgebied aan de Wagenweg is historisch gegroeid tot zijn huidige vorm. Het winkelgebied is onderdeel van een binnenstedelijk bedrijventerrein dat transformeert naar woningbouw, met aanbod dat verspreid over de Wagenweg en Burg. D. Kooimanweg is gevestigd. Het aanbod bestaat allereerst uit reguliere detailhandel waarvan twee nagenoeg solitaire supermarkten (Deen en Lidl) en een Albert Heijn XL in het overdekte Mirocenter waar ook winkels als Blokker en Action gevestigd zijn. Daarnaast is er enig PDV-aanbod gevestigd (onder meer Kwantum en Leen Bakker). Het winkelgebied is zowel complementair aan het nabij gelegen centrum van Purmerend als aan de ondersteunende omliggende winkelgebieden (waaronder Makado en Wormerplein). Hierdoor heeft de Wagenweg een bijzondere status binnen de detailhandelsstructuur van Purmerend.
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
35
MIROCENTER MET ALBERT HEIJN XL ALS ONDERDEEL VAN HET CLUSTER AAN DE WAGENWEG IN PURMEREND
Het winkelgebied Wagenweg is een bijzonder (en ook bijzonder groot) winkelgebied binnen de ondersteunende centra. Dit betekent dat initiatieven op de Wagenweg kritisch beoordeeld moeten worden op hun impact op zowel het functioneren van het centrum van Purmerend als de ondersteunende structuur in Purmerend. Daarnaast is het gewenst om, zoals eerder aangegeven, de PDVfuncties te verplaatsen naar PDV-cluster Baanstee om op die manier meer ruimte voor transformatie naar woningbouw mogelijk te maken in dit gebied. Dit laatste geldt met het oog op de ontwikkelingen rondom het Waterlandkwartier en woningverdichting op de Wagenweg ook voor de hier gevestigde supermarkten. Zoals eerder aangegeven in paragraaf 1.2 dient nog grondig onderzocht te worden wat alternatieve (wenselijke) locaties zijn voor de te verplaatsen supermarkt(en) op de Wagenweg. OVERZICHTSTABEL MET FUNCTIES BIJ TYPE WINKELGEBIEDEN
In tabel 3 is op basis van het voorgaande weergegeven hoe dat zich vertaalt naar beoordeling per type initiatief en per type winkelgebied. Met andere woorden: welke functies en voorzieningen passen wel, niet of onder voorwaarden bij de verschillende winkelgebiedstyperingen? Voor de goede orde: het gaat hier om een indicatieve typering die een richting aangeeft. In werkelijkheid vraagt de beoordeling van elk initiatief om maatwerk. Volumineus aanbod is in de onderstaande tabel opgedeeld in twee typeringen, namelijk bouwmarkt/tuincentrum en overig PDV. Het verschil in deze twee typeringen zit in de vestigingsmogelijkheden buiten de hoofdstructuur. Buiten de hoofdstructuur is overig PDV namelijk niet toegestaan, omdat nieuwe initiatieven in PDV-clusters dienen te landen. Bouwmarkten en tuincentra kunnen door hun afwijkende vestigingspatroon ten opzichte van de overige PDV functies zoals woonwinkels onder voorwaarden (zoals in de legenda aangegeven) buiten de
36
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
hoofdwinkelstructuur worden toegestaan. Bouwmarkten zijn in hun spreidingspatroon namelijk meer verwant met bijvoorbeeld supermarkten dan woonwinkels. Ze zitten dichter op de consument en zijn minder afhankelijk van concentratie met ander volumineus aanbod. Voor tuincentra geldt dat deze bedrijven de voorkeur hebben zich te vestigen op locaties in groenzones aan de rand van het stedelijk gebied.
VOLUMINEUS AANBOD (OVERIG PDV)
V
N.v.t
N.v.t
Bovenlokale centra
V
V
N.v.t
N.v.t
Dorpscentra
V
V
N.v.t
N.v.t
Ondersteunende centra
V
V
N.v.t
N.v.t
PDV-clusters
X
X
V
V
X
X
~
X
DETAILHANDEL4
V
REGULIERE NIETDAGELIJKSE
Centrum Zaandam en Purmerend
DAGELIJKSE VERZORGING
VOLUMINEUS AANBOD BOUWMARKT/ TUINCENTRUM
Voor volumineus aanbod (bouwmarkten/tuincentra en overig PDV) geldt dat dit aanbod formeel gezien wel is toegestaan in reguliere winkelgebieden, maar dat vestiging hier door zowel maatvoering als randvoorwaarden (goede autobereikbaarheid, parkeermogelijkheden en logistiek) niet logisch en vaak ook niet wenselijk is. Kleinschalige varianten zoals Praxis City en stadswinkels van Kwantum zijn door hun beperkte maatvoering en aangepaste randvoorwaarden meer verwant met reguliere niet-dagelijkse detailhandel en kunnen daarom ook in de reguliere winkelgebieden landen.
BINNEN HOOFDWINKELSTRUCTUUR
BUITEN HOOFDWINKELSTRUCTUUR
LEGENDA = Niet toegestaan, tenzij voldaan aan voorwaarden:
V = Toegestaan
~
initiatief beantwoordt aan behoefte, past in het ruimtelijk patroon in de regio en heeft geen
X
= Niet toegestaan
negatieve ruimtelijk-economische effecten. TABEL 3 FUNCTIES EN VOORZIENINGEN PASSEND BIJ TYPE CENTRUM
4 Regulier niet-dagelijks aanbod bestaat uit bijvoorbeeld kledingwinkels, winkels in huishoudelijke artikelen,
speelgoedzaken en bloemenzaken.
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
37
3 BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
3.1 BELEIDSKADER De regio Zaanstreek-Waterland is het meest gebaat bij een goed functionerende en aantrekkelijke detailhandelsstructuur. Om deze te bewerkstelligen of te behouden moeten er keuzes gemaakt worden. In een regionale visie ligt het accent op een sterke hoofdstructuur. Als deze hoofdstructuur naar behoren functioneert draagt dit niet enkel bij aan de (dagelijkse) verzorging van de inwoners uit de regio, maar biedt het ook rechtszekerheid aan ondernemers en initiatiefnemers. Het zorgt voor een gelijk speelveld binnen de regio. BELEIDSKADER
In het regionale detailhandelsbeleid is de hoofdstructuur zoals deze is geschetst in het voorgaande hoofdstuk altijd leidend. Bij de beoordeling van initiatieven geldt de volgende driedeling: 1. In de centra van Zaandam en Purmerend als regionale hoofdcentra kan een ruime mix van detailhandel en andere functies een plek krijgen. Het aanbod is aantrekkelijk voor recreatief gebruik. Nieuwe initiatieven die bijdragen aan de versterking van de centra van Zaandam en Purmerend kunnen daarom worden gehonoreerd, mits ze geen afbreuk doen aan de opgave het centrum niet alleen sterker, maar ook compacter te maken. 2. De bovenlokale centra, dorpscentra en ondersteunende clusters hebben een beperkter bereik. De clusters voorzien dan ook in grotere mate in de dagelijkse boodschappen en andere frequente aankopen. Voor de bovenlokale centra is een uitgebreider aanbod mogelijk dan de dorpscentra. Al deze centra zullen echter primair moeten inzetten op een kwalitatieve, ruimtelijkfunctionele versterking. Dit betekent enerzijds het compacter maken van het winkelgebied en anderzijds het diversifiëren van het type aanbod (niet enkel detailhandel, maar ook horeca, andere commerciële voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen). Op deze manier worden de centra het multifunctionele hart van de wijk/dorp.
Mochten nieuwe detailhandelsinitiatieven (zowel dagelijks als niet-dagelijks) zich in deze centra aanbieden is dit, zoals weergegeven in tabel 3, wel mogelijk. Dit moet echter wel passend zijn bij de centra en geen functiesprong voor het verzorgingsgebied van het centrum bewerkstelligen. Naast het compacter maken en diversifiëren van het aanbod zal voor de verouderde centra ook ingezet moeten worden op versterking van de verblijfskwaliteit (openbare ruimte) en vastgoedkwaliteit. Zo wordt de uitstraling en leefbaarheid sterk verbeterd en wordt de ontmoetingsfunctie gestimuleerd.
38
3.
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
Volumineuze aankopen kunnen geclusterd gedaan worden in de vier PDVclusters die de regio kent. Initiatieven in het volumineuze aanbod dienen dan ook hier te landen. Brancheverruiming in deze clusters dient te worden voorkomen.
Binnen de hierboven genoemde centra kunnen initiatieven gehonoreerd worden, mits ze passend zijn in de beoogde functie van het winkelgebied, en passend zijn binnen de positie die het winkelgebied in de hoofdstructuur vervult. In het voorgaande hoofdstuk zijn de contouren hiervan in het schema van tabel 3 opgenomen. Het hoofdprincipe luidt dat er geen medewerking verleend wordt aan initiatieven tot nieuwe clusters van detailhandel buiten de hoofdstructuur . Ook nieuwe solitaire ontwikkelingen zijn niet gewenst. Winkelontwikkelingen dienen immers bij te dragen aan (een versterking van) de gewenste structuur. Dit betekent ook dat winkels buiten de (hoofd)structuur (en daarbij horen ook initiatieven voor solitair gevestigde supermarkten) in de regio niet mogelijk zijn. Een uitzondering op het voorgenoemde hoofdprincipe kan echter worden gemaakt voor initiatieven tot compacte clusters van dagelijkse verzorging voor de nieuwe bewoners in de grotere nieuwbouwgebieden, zoals onder meer de Achtersluispolder in Zaandam en het Waterlandkwartier en het golfterrein (BurgGolf) in Purmerend. Wanneer de ontwikkeling past bij de omvang van de wijk en geen afbreuk doet aan de hoofdstructuur, kunnen dergelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.
De finale beoordeling zal door de betrokken gemeente moeten worden gemaakt, maar in de uitkomst hiervan zullen de uitgangspunten in de regionale visie dienen te worden gerespecteerd. Een uitzondering op de ban van nieuwe solitaire ontwikkelingen wordt ook gemaakt voor een basisvoorziening in de kleinste kernen, die vaak nog de enige (en daarmee solitaire) voorziening zijn in deze kernen. In de regio is ook uitbreiding van verspreide bewinkeling niet gewenst. Dit geldt voor reguliere detailhandel (waaronder supermarkten), maar ook voor PDV. Uitbreiding van een reeds solitair gevestigde bouwmarkt of tuincentrum is alleen aanvaardbaar als de uitbreiding qua maatvoering past bij de functie van de vestiging. Nieuwvestiging van bijvoorbeeld supermarkten, fietsenwinkels en bouwmarkten en tuincentra is op solitaire locaties niet geoorloofd, specifieke uitzonderingen voor bouwmarkten en tuincentra daargelaten (zie volgende alinea). Binnen de regio Zaanstreek-Waterland onderscheiden we vier PDV-clusters. PDV initiatieven moeten zoveel mogelijk worden geleid naar deze vier PDV-clusters. Deze clusters behoren ook tot de hoofdstructuur. Voorkomen moet worden dat de overige gebieden in de regio waar PDV is toegestaan uitgroeien tot nieuwe PDVclusters die in functie met elkaar gaan concurreren.
Wel kunnen andere locaties voorzien in de behoefte aan vestigingsmogelijkheden voor de zogenaamde ABCgoederen (auto’s, boten en caravans) en mogelijk voor de vestiging van bouwmarkten en tuincentra. Voor bouwmarkten en tuincentra (die veelal solitair
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
39
zijn gevestigd) geldt dat behoud van een gelijkmatige spreiding voorop staat. Wel geldt dat eerst een locatie binnen de hoofdstructuur onderzocht moet worden en dat vestiging buiten de hoofdstructuur enkel mogelijk is als aan verschillende voorwaarden wordt voldaan (zie paragraaf 2.2, tabel 3). Ten aanzien van branchevervaging in clusters met volumineus aanbod of op verspreide locaties geldt dat dit dient te worden tegengegaan. Op deze locaties is alleen detailhandel in volumineuze branches toegestaan. Voorkomen moet worden dat deze winkelgebieden verkleuren naar reguliere winkelgebieden. Alleen in ondergeschikte vorm is de verkoop van niet-volumineuze artikelen aanvaardbaar. Dit dient door gemeenten te worden vastgelegd in het bestemmingsplan, bijvoorbeeld door een maximum percentage van het totale oppervlak, met een bepaald maximum in meters. Dit werkt alleen als de betrokken gemeente ook daadwerkelijk toeziet op handhaving hiervan. ONGEWENSTE DETAILHANDELSBESTEMMINGEN TERUGDRINGEN
(Verborgen) plancapaciteit op plekken waar geen detailhandel gewenst is zal terug gedrongen moeten worden door de detailhandelsbestemming te wijzigen naar niet-detailhandelsfuncties. Als deze plekken nu niet in gebruik zijn als detailhandel kan de bestemming zonder risico op planschade worden gewijzigd, als hier een redelijke termijn aan wordt gekoppeld (voorzienbaarheid creëren). Bijvoorbeeld door detailhandel te wijzigen naar niet-detailhandel als op een bestemming waar geen sprake is van voort te zetten gebruik of waar feitelijk nooit detailhandel in heeft gezeten (in de afgelopen 10 jaar). Daarnaast dienen solitaire winkels bij voorkeur verplaatst te worden naar de hoofdstructuur. WONEN VOOR WINKELS
Verschillende winkelgebieden in de provincie Noord-Holland en ook in de regio Zaanstreek-Waterland kampen met toenemende structurele winkelleegstand. Tegelijkertijd hebben de gemeenten waar deze leegstand plaatsvindt een forse woningbouwopgave. De provincie Noord-Holland wil deze twee opgaven samentrekken door transformatie van leegstaande winkelpanden in centrumgebieden naar woningen te stimuleren. De provincie heeft hiertoe een onderzoek laten uitvoeren naar centrumgebieden in Noord-Holland die in aanmerking komen voor transformatie van leegstand naar woningen5. Op de prioriteitenlijst voor transformatie staan tevens centrumgebieden in de regio Zaanstreek-Waterland: de centra van Purmerend, Zaandam en Wormerveer en Makado Purmerend. De provincie Noord-Holland stelt voor deze transformatie van winkels naar wonen subsidies beschikbaar.
5 Bron: ‘Wonen voor winkels’ in Noord-Hollandse winkelgebieden (2021)
40
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
INTERNETHANDEL
De voorliggende detailhandelsvisie richt zich op versterking van de hoofdstructuur, waarbij op geleide wijze ruimte wordt geboden aan nieuwe initiatieven op locaties binnen de hoofdstructuur. Bij internethandel gaat het veelal om het bedrijfsmatig tonen/verkopen en/of leveren van producten aan consumenten. Wanneer het gaat om het bedrijfsmatig tonen en verkopen van producten, dus zowel een webshop die een fysieke winkel opent of een webshop met showroom, geldt dat dit een vorm is van detailhandel. Voor deze functies is het daarom gewenst aansluiting te zoeken bij de gewenste detailhandelsstructuur. Daarbij hoort ook het onderscheid tussen reguliere winkelgebieden en gebieden voor volumineuze detailhandel. Voor vormen van internethandel waarbij alleen sprake is van afhalen (zonder showroom of fysieke winkel) geldt dat het hier om een logistieke functie gaat. Voorbeeld hiervan zijn pick-up locaties van bijvoorbeeld boodschappen of goederen. Vestiging hiervan in de gewenste detailhandelsstructuur is voor deze vormen niet vereist, maar wel gewenst. Solitaire ontwikkeling van afhaalpunten op bedrijventerreinen dient te worden voorkomen. Ze leveren immers geen bijdrage aan versterking van de bestaande winkelgebieden, en zorgen ook niet voor bundeling van vervoersstromen (noch van leveranciers noch van consumenten).
Gebundelde ontwikkelingen op bedrijventerreinen zijn altijd te prefereren boven solitaire ontwikkelingen. Daarnaast dient aansluiting te worden gezocht op bestaande knooppunten, bijvoorbeeld in centra met volumineus aanbod. Voor zowel internethandel met fysieke winkel/showroom alsmede internethandel zonder fysieke winkel/showroom (pick-up locaties) geldt dat beleid omtrent deze functies in gemeentelijk beleid verder uitgewerkt kant worden. Naast internethandel in de vorm van bedrijfsmatig tonen, verkopen en/of leveren van producten aan consumenten zijn er ook functies voor het afhalen en de bezorging van bereide maaltijden en zogenoemde ‘dark kitchens’, waarbij bereide maaltijden alleen bezorgd kunnen worden. Deze functies vallen officieel onder horeca, en zijn niet meegenomen in deze regionale visie. Beleid met betrekking tot horeca inclusief deze functies kunnen in gemeentelijk beleid verder uitgewerkt worden.
Flitsbezorgers In Nederland zijn in het afgelopen jaar de zogenoemde flitsbezorgers in een fors tempo toegenomen in de grootste steden. Flitsbezorging is een nieuwe vorm van boodschappenservice, waarbij men tegen een kleine vergoeding binnen 10 minuten boodschappen thuisbezorgt. Dit doen de aanbieders vanuit kleine distributiehubs in de steden, zogenoemde ‘dark stores’. Deze hubs hebben enkel een logistieke functie en omvatten geen fysieke winkel of showroom. Binnen de regio Zaanstreek-Waterland is op dit moment nog geen
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
41
flitsbezorging actief. Met het expansietempo van de huidige flitsbezorgers in de grote steden, kan dat echter in de nabije toekomst veranderen. Op dit moment kunnen flitsbezorgers zowel in winkelgebieden als op bedrijventerreinen landen, afhankelijk van het ter plekke vigerende bestemmingsplan. Omdat de distributiehubs enkel een logistieke functie hebben, bieden zij geen meerwaarde voor winkelgebieden. Zij dienen daarom in essentie te landen op bedrijventerreinen. Er wordt in de regio ZaanstreekWaterland aangeraden om beleid met betrekking tot flitsbezorging in gemeentelijk beleid uit te werken, en hiermee voorbereid te zijn op toekomstige ontwikkelingen.
MARKTEN EN STANDPLAATSEN
In de regio Zaanstreek-Waterland zijn er in de meeste kernen wekelijkse warenmarkten. Deze warenmarkten zijn een uniek sterk element van de regio en dragen bij aan de leefbaarheid van het gebied, maar ook de aantrekkingskracht van de regio. Daarnaast zijn er in de regio Zaanstreek-Waterland verschillende plekken aangewezen waar kramen een (vaste) standplaats hebben. Zij verkopen vaak eten als oliebollen, vis of loempia’s, en in sommige gevallen gaat het om een bloemenkraam. De verschillende gemeenten in de regio dienen zelf standplaatsenbeleid te formuleren ten aanzien van de markten en standplaatsen in hun gemeente. DETAILHANDEL ALS ONDERGESCHIKTE NEVENACTIVITEIT
Nieuwe detailhandelsinitiatieven worden buiten de winkelgebieden niet toegestaan. Een uitzondering daarop geldt voor kleinschalige detailhandel, als ondergeschikte gemaksfunctie bij een andere hoofdactiviteit (benzinestations, op scholen en in OV-knooppunten) of als ondergeschikte functie bij een verwante hoofdactiviteit (boerderij- of fabriekswinkels). Voorwaarde is dat deze vormen van detailhandel ondersteunend en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie en/of dat ze een gemaksfunctie hebben voor de bezoekers van de betreffende voorziening. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat van het detailhandelsaanbod op genoemde locaties een autonome attractie uitgaat op consumenten. Om deze reden is het gewenst een maximum metrage per vestiging te hanteren. Bovendien moet de initiatiefnemer kunnen aantonen dat de detailhandel puur een functie heeft voor de bezoekers van de voorziening en niet een autonome attractie uitoefent.
42
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
3.2 AFSTEMMING EN TOETSINGSKADER NIEUWVESTIGING EN INITIATIEVEN De gemeenten in Zaanstreek-Waterland zullen met de beleidskaders uit deze regionale visie rekening moeten houden bij het uitwerken van nieuwe gemeentelijke visies, lokaal beleid en actieplannen voor winkelgebieden die behoren tot de hoofdstructuur. De kaders dienen vooral ook om richting te geven aan de toetsing van nieuwe initiatieven, niet alleen door de individuele gemeenten, maar ook door de Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid (ADZ) en de provincie. WANNEER (BOVEN)REGIONALE AFSTEMMING?
Volgens het detailhandelsbeleid van de provincie Noord-Holland is bovenregionale afstemming (middels ADZ-voorlegging) verplicht bij initiatieven groter dan 1.500 m² wvo, en voor enkele grotere centrumgebieden bij initiatieven groter dan 3.000 m² wvo. Voor de regio Zaanstreek-Waterland geldt dit laatste voor de centra van Zaandam en Purmerend. Wanneer we deze richtlijnen (opgesteld in 2015) langs de voorgaande visie leggen, komen we voor Zaanstreek-Waterland tot het volgende afstemmingsschema (figuur 6).
FIGUUR 6 WANNEER IS ER REGIONALE AFSTEMMING EN ADZ VOORLEGGING NODIG? Bron: Bureau Stedelijke Planning
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
•
•
43
Voor de regionale centra van Zaandam en Purmerend houden we vast aan het beginsel in het provinciale beleid dat de gemeente initiatieven tot 3.000 m² wvo niet hoeft af te stemmen in een ADZ-voorlegging. Voor bovenlokale centra, lokale centra, ondersteunende centra en PDV-clusters geldt dat initiatieven tot 1.500 m² wvo niet afgestemd hoeven te worden in een ADZvoorlegging (reguliere vereisten). Alle initiatieven met een detailhandelscomponent die dit metrage overstijgt, dienen derhalve te worden voorgelegd aan de ADZ. Deze commissie brengt advies uit over het initiatief aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Voor deze initiatieven, aangevuld met elk ander initiatief binnen de hoofdstructuur met een detailhandelscomponent dat bestemmingsplanwijziging vereist, adviseren wij dat deze (eerst) regionaal worden afgestemd. Deze initiatieven worden ingebracht in het overleg met de portefeuillehouders Economische Zaken van de regio. Bij akkoord ligt de weg open naar bestemmingsplanwijziging, al dan niet voorafgegaan door een adviesaanvraag bij de ADZ. Zonder positieve beoordeling van het initiatief in het bestuurlijk overleg in de regio dient het initiatief aan de ADZ te worden voorgelegd. Als er geen sprake is van verplichte advisering door de ADZ is de Omgevingsverordening NH2020 kaderstellend voor ruimtelijke plannen van gemeenten.
Een bestemmingsplan of omgevingsvergunning dient te voldoen aan de regels van de Omgevingsverordening NH2020.
HOE OM TE GAAN MET INITIATIEVEN BUITEN DE HOOFDSTRUCTUUR?
Zeker ook bij initiatieven buiten de hoofdstructuur is regionale afstemming nodig. Voor initiatieven met een detailhandelscomponent die nopen tot wijziging van het bestemmingsplan, en die groter zijn dan 500 m² bvo6 adviseren wij dat deze (eerst) regionaal worden afgestemd in het portefeuillehoudersoverleg. Dit geldt vooral voor initiatieven die een (mogelijke) bovengemeentelijke impact hebben, en initiatieven die niet passen in de voorliggende visie. Voor de beoordeling van initiatieven buiten de hoofdstructuur geldt globaal het volgende afwegingsschema. Op basis van dit schema kunnen initiatieven op solitaire locaties voor (bijvoorbeeld) het realiseren van supermarkten naar alternatieve locaties geleid worden. Indien het om bijzondere initiatieven gaat (zoals ondergeschikte detailhandel bij een ander type hoofdfunctie) biedt dit schema minder soelaas. Maatwerk, passend in de geest van de voorliggende visie, is in dat soort gevallen nodig.
6 Door de regel van 500 m² bvo aan te houden bij initiatieven buiten de hoofdstructuur, wordt eenzelfde lijn
aangehouden als voor de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (LDV). De LDV vereist vanuit rijksbeleid voor nieuwe detailhandelsinitiatieven in stedelijk gebied die groter zijn dan 500 m² bvo een motivatieplicht van de behoefte en effecten. Met deze grens hoeven kleine nieuwe initiatieven, die een relatief beperkte impact zullen hebben, niet te worden afgestemd in het portefeuillehoudersoverleg.
44
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
FIGUUR 7 AANPAK INITIATIEVEN BUITEN HOOFDSTRUCTUUR Bron: Bureau Stedelijke Planning
3.3 MONITORING LEEGSTAND EN PLANVOORRAAD De regionale detailhandelsvisie heeft een meerledig doel. De visie schetst allereerst een gewenste hoofdstructuur voor de detailhandel in de regio ZaanstreekWaterland. Daarnaast biedt de visie de gemeenten ook een (toetsings)kader waarmee nieuwe initiatieven per winkelgebiedstype kunnen worden beoordeeld. Hiermee kan samen met de stakeholders aan een vitaal, ondernemende regio worden gewerkt. Regionale samenwerking speelt daarin een belangrijke rol. Die samenwerking tussen gemeenten is niet alleen van belang bij het toetsen van initiatieven, maar ook bij het monitoren van plannen, en bij het monitoren van leegstand in de regio. Door zowel de planvoorraad als leegstand op een continue basis te monitoren kan het evenwicht tussen vraag en aanbod in de regio in de gaten gehouden worden, zodat er geen ongewenste initiatieven, met negatieve invloed op de regio, doorheen komen. De provincie Noord-Holland heeft zowel ten aanzien van de monitoring van de leegstand als van de planvoorraad de regierol op zich genomen.7 Het is aan de regio om op basis hiervan het gesprek met elkaar aan te (blijven) gaan en alert te zijn op grote mutaties, zowel in planvoorraad als in leegstand.
7 Dit komt tot uitdrukking in de jaarlijkse monitor detailhandel, waarvan de meest recente die van 2021 is, met
peildatum januari 2021.
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
3.4 ACTIEPROGRAMMA De regionale visie en het beleidskader vormen een belangrijke basis waarop de gemeenten hun actieplannen kunnen formuleren. In deze actieplannen kunnen gemeenten concrete acties formuleren voor winkelgebieden die behoren tot de hoofdstructuur. Dit kunnen acties zijn die tot doel hebben de positie van het winkelgebied te versterken. Daarbij hoort een gerichte afbakening van het winkelgebied, een antwoord op de vraag hoe om te gaan met branchevervaging, hoe om te gaan met nieuwe initiatieven binnen en buiten de winkelstructuur en hoe om te gaan met het compacter maken van centrumgebieden. Ook kan in het actieplan worden aangegeven hoe de kwaliteiten van het winkelgebied verder verbeterd kunnen worden en op welke wijze het winkelgebied het beste aan de man kan worden gebracht. Ofschoon het opstellen en uitvoering geven van de actieplannen een gemeentelijke aangelegenheid is, zijn samenwerking en kennisdeling sleutelwoorden als het gaat om de regionale component van deze actieplannen.
Hoe verwezenlijkt de regio Zaanstreek-Waterland zijn ambities? De regio Zaanstreek-Waterland heeft de ambitie om een regio te zijn waar inwoners en bezoekers alles kunnen vinden in een fijnmazige winkelstructuur, zowel de centrumgebieden als de kwaliteit in kleine kernen versterkt, waar men de lokale producten profileert en meer profiteert van het toerisme in de regio. Om dit te bereiken wil men de regionale samenwerking sterk verbeteren. Dit wil men bereiken door: • •
•
•
Het onderwerp detailhandel toe te voegen aan de economische agenda en jaarplannen van Zaanstreek-Waterland. De bestaande ambtelijke en bestuurlijke reguliere overleggen Economie Zaanstreek-Waterland te benutten om detailhandel beter op de agenda te krijgen. Eén keer per kwartaal een ambtelijk overleg te laten plaatsvinden voorafgaand aan de ADZ-overleggen. Zo kan het standpunt vanuit Zaanstreek-Waterland over kwesties in de grotere regio goed worden ingebracht. Ca. 2x per jaar een bestuurlijk overleg plaats te laten vinden, afhankelijk van het jaarplan en initiatieven.
De samenwerking dient voornamelijk te verbeteren op drie vlakken. Allereerst het afstemmen van initiatieven: dit is verplicht bij grote nieuwe initiatieven zoals in beleidsplan, maar ook aan te bevelen bij kleinere initiatieven die regionaal invloed kunnen hebben en nieuwe concepten zoals pick-up points of flitsbezorgers. Ten tweede wil de regio de samenwerking verbeteren omtrent monitoring en onderzoek. Hieronder vallen zowel het bespreken van de jaarlijkse Monitor Detailhandel van de provincie Noord-Holland alsmede het gezamenlijk
45
46
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
benutten van informatie uit het Koopstromenonderzoek Randstad en Marktruimteonderzoek Noord-Holland. Ten derde wil men het delen van kennis verbeteren en ‘best practices’ van elkaar overnemen. Hierbij kan gedacht worden aan thema’s als aanpak van leegstand, instrumenten om tot aantrekkelijke centra te komen (zowel Purmerend als Zaanstad zijn bezig met een centrumplan), aantrekken nieuwe ondernemers, toerismebeleid, samenwerking met ondernemers en beleid m.b.t. warenmarkten en standplaatsen in detailhandel.
DOEN EN NIET DOEN IN LOKALE ACTIEPROGRAMMA’S
Elke gemeente en elk winkelgebied in de regio Zaanstreek-Waterland heeft andere kenmerken en uitdagingen. Eén actieprogramma voor alle gemeenten en winkelclusters in de gemeente is alleen al om deze reden niet mogelijk en wenselijk. Daarbij zou het niet tot het gewenste resultaat leiden. De verschillende handreikingen/toolkits van de Retailagenda kunnen gemeenten helpen in hun instrumentarium. Daarbij geven we hieronder enkele handvatten wat de gemeenten wel en niet moeten doen in hun lokale actieprogramma’s/plannen/centrumvisies:
•
Lokale detailhandelsvisie/-notitie opstellen.
•
Clusteren: Duidelijke afbakeningen centrumgebieden
ongewenst. Deze initiatieven dienen
vaststellen. Hierbinnen worden initiatieven indien deze
geen medewerking te krijgen.
een versterking betekenen gehonoreerd. Daarbuiten •
•
•
Detailhandel op solitaire locaties is
Geen brancheverruiming op de PDV-locaties.
niet, vindt omzet naar andere functies plaats.
Niet-PDV-branches dienen te landen in
Samenwerking met, tussen en binnen winkelgebieden
centrumgebieden of ondersteunende
faciliteren. Bijvoorbeeld vaste aanspreekpunten en/of
centra. Bij loslaten branchebeperking is
een BIZ kunnen dit ondersteunen.
er sprake van een ongelijk speelveld en
Checken of bestemmingsplannen op orde zijn. Nagaan of er
geen (verborgen) plancapaciteit aanwezig is waardoor
•
•
een bedreiging voor de reguliere centra. •
Geen duidelijke keuzes maken. De
detailhandel op ongewenste plekken kan komen. Indien
centrumgebieden moeten de
nodig bestemmingsplannen aanpassen.
belangrijkste winkelgebieden binnen
Uitwerking bereikbaarheid. Is het winkelcentrum voor de
een gemeente zijn. Dit betekent dat
inwoners van het verzorgingsgebied voldoende
hier meer toegestaan wordt dan in elk
bereikbaar te voet, per fiets, per auto en OV en kan dit
ander cluster.
verder versterkt worden. Daarbij ook analyse parkeren en logistiek (bevoorrading). TABEL 4 DOEN EN NIET DOEN IN ACTIEPRGRAMMA'S
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER
DEEL B CONTEXT EN ANALYSE
47
48
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
4 LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in het huidige draagvlak en het aanbod, maar ook in de ontwikkelingen daarin. Daarnaast komen het beleidskader en de trends en ontwikkelingen aan de orde.
4.1 DRAAGVLAK EN ONTWIKKELING VRAAG ZAANSTREEK-WATERLAND In de acht gemeenten8 in de regio Zaanstreek-Waterland wonen in totaal ca. 340.000 mensen. Zaanstad is met ca. 157.000 inwoners de grootste gemeente.
FIGUUR 8 DE GEMEENTEN IN DE REGIO ZAANSTREEK-WATERLAND MET AANTAL INWONERS EN INKOMENSNIVEAU Bron: PDOK Achtergrondkaart, CBS Statline 2020 (inkomen 2019), bewerking: Bureau Stedelijke Planning
De regio is in vergelijking met Nederland gemiddeld iets ouder, ofwel er zijn in verhouding minder kinderen en 25-45 jarigen en meer 45+-ers woonachtig. Met name de gemeenten Waterland en Wormerland zijn gemiddeld ouder dan landelijk. Het percentage mensen met een niet-westerse achtergrond is in de regio daarnaast relatief hoog in vergelijking met het landelijke beeld, wat voor een groot
8 Sinds 1 januari 2022 is de gemeente Beemster gefuseerd met de gemeente Purmerend, tot de gemeente Purmerend.
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
49
deel voor rekening komt van de gemeenten Purmerend en Zaanstad. Zo is in Zaanstad 22% van niet-westerse afkomst in vergelijking tot 13% landelijk. Het welvaartsniveau in de regio ligt vrijwel gelijk met het landelijk gemiddelde. Tussen de gemeenten onderling zijn daarentegen wel grote verschillen in welvaart te zien. Zo ligt het inkomen in de gemeenten Landsmeer en Waterland respectievelijk 17% en 15% boven het landelijke niveau, waar het in Purmerend en Zaanstad respectievelijk 1% en 5% onder het landelijke welvaartsniveau ligt. Dit heeft tot gevolg dat de koopmotieven tussen gemeenten kunnen verschillen. De inwoners van gemeenten met een hoger gemiddeld inkomen zullen naar waarschijnlijkheid meer geld uitgeven in speciaalzaken/lokale winkels met lokale en duurzame producten, dan inwoners van gemeenten met een lager inkomen. BEVOLKINGSONTWIKKELING ZAANSTREEK-WATERLAND
Voor zowel de regio Zaanstreek-Waterland als geheel als voor de gemeenten apart is de te verwachten bevolkingsontwikkeling tussen 2020 en 2040 onderzocht. De bevolkingsontwikkeling van alle acht gemeenten is gebaseerd op een gemiddelde bevolkingsprognose van zowel de provincie Noord-Holland (2019) als Primos (2020). Dit is gedaan om een consistente vergelijking tussen de gemeenten te tonen. Gemeenten hanteren zelf echter in bepaalde gevallen eigen bevolkingsprognoses die hiervan af kunnen wijken. Hierin zitten vaak woningbouwplannen verwerkt die nu nog zacht zijn en nog niet geheel vast staan, maar in de toekomst naar grote waarschijnlijkheid wel gaan plaatsvinden. Deze woningbouwplannen zijn in figuur 10 weergegeven en de aantallen daarin weergegeven kunnen daarom afwijken van de bevolkingsprognoses in figuur 9. De regio Zaanstreek-Waterland groeit9. In 2025 wonen er naar verwachting ca. 349.400 mensen in de regio, in 2030 zijn dit er ca. 360.700. Dit betekent een groei van respectievelijk 3% en 6%. De grootste relatieve groei vindt plaats in de gemeenten Beemster en Zaanstad, maar ook Landsmeer, Purmerend en Wormerland groeien met ca. 8% tot 2030 relatief hard. In absolute zin is de groei het grootst in de grootste gemeenten Zaanstad en Purmerend.
9 De bevolkingsprognoses van de acht gemeenten in de Regio Zaanstreek-Waterland zijn gebaseerd op een gemiddelde
van de bevolkingsprognoses van de provincie Noord-Holland (2019) en Primos (2020).
50
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
135% 130% 125% 120% 115% 110% 105% 100% 95%
Regio
Beemster
Edam-Volendam
Landsmeer
Oostzaan
Purmerend
Waterland
Wormerland
Zaanstad
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
90%
FIGUUR 9 RELATIEVE BEVOLKINGSPROGNOSE ZAANSTREEK-WATERLAND Bron: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019 en PRIMOS 2020, CBS Statline 2021 (voor de huidige meest recente inwoneraantallen)
In bijna alle gemeenten in Zaanstreek-Waterland wordt tot 2040 een bevolkingsgroei verwacht. Alleen in de gemeente Edam-Volendam zal de bevolking tot 2025/2030 groeien en daarna langzaam afnemen.
FIGUUR 10 GROOTSTE WONINGBOUWLOCATIES TOT 2040 MET INDICATIEVE WONINGAANTALLEN BINNEN DE REGIO ZAANSTREEK-WATERLAND Bron: De Nieuwe Kaart van Nederland, 2021. Bewerking: Bureau Stedelijke Planning
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
51
4.2 DETAILHANDELSSTRUCTUUR EN ONTWIKKELINGEN De regio Zaanstreek-Waterland telt in totaal ca. 800.000 m² winkelvloeroppervlak (wvo)10 aan detailhandel en horeca, verspreid over ca. 3.500 verkooppunten. Opvallend is het relatief hoge aandeel winkelmeters in grootschalige clusters (PDV), wat met name komt door het grote aanbod in Zuiderhout (Zaanstad). Dit grote aandeel drukt vooral het aandeel meters in de centrumgebieden. Daarnaast is het aandeel vloeroppervlak van het type ‘Speciaal winkelgebied’ iets hoger in vergelijking met het landelijke beeld. Dit type winkelgebied komt in de regio volledig voor rekening van de Wagenweg in Purmerend.
Zaanstreek-Waterland Nederland 0%
20%
% Centrumgebieden
40%
% Ondersteunend
60%
% PDV
80%
% Speciaal
100%
% Verspreid
FIGUUR 11 VERDELING M² WVO PER TYPE WINKELGEBIED Bron: Locatus februari 2021 en Retailfacts 2020
WINKELSTRUCTUUR EN -AANBOD PER GEMEENTE •
De regio Zaanstreek-Waterland telt in de huidige situatie 16 centrumgebieden, 4 PDV-clusters, 1 bijzonder cluster en tal van ondersteunende stedelijke winkelstraten, wijk- en buurtcentra. Deze huidige winkelstructuur verschilt met de winkelstructuur in het adviesdeel, waarin in figuur 1 en 4 juist een voorstel voor een nieuwe regionale hoofdstructuur wordt gegeven welke 14 centrumgebieden telt. In het onderstaande zal op de huidige winkelstructuur worden ingegaan.
Beemster Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad 0
Dagelijks
50.000
100.000
Mode & Luxe
FIGUUR 12 AANBOD PER GEMEENTE IN M² WVO Bron: Locatus februari 2021
10 Voor een overzicht van definities zie bijlage 1
150.000
Vrije Tijd
200.000
250.000
In/Om Huis
300.000
Overig
350.000
52
•
•
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
Zaanstad. Van de acht gemeenten in de regio is het aanbod in de grootste
gemeente Zaanstad ook veruit het grootst. Het centrum van Zaandam heeft een regionale functie, met zowel het reguliere detailhandelsaanbod alsmede een ruim (inter)nationaal detailhandelsaanbod, waaronder Primark, H&M en Zara. Ook kent Zaanstad twee centra met bovenlokale functie (Krommenie en Wormer) en een verscheidenheid aan ondersteunende clusters in de verschillende woonkernen en wijken van de gemeente. Hierdoor is het detailhandelsaanbod in de gemeente redelijk fijnmazig. De gemeente Zaanstad kent daarnaast een groot aanbod aan In/Om Huis11 (>160.000 m² wvo), wat met name op PDV locatie Zuiderhout gevestigd is. Hier bevindt zich een groot scala aan interieurwinkels (waaronder Loods 5 als belangrijkste trekker), bouwmarkten (waaronder een Hornbach) en vrijetijdswinkels als een Vrijbuiter, waarmee het een bovenregionale functie heeft. Purmerend. Ook de gemeente Purmerend kent een redelijk groot detailhandelsaanbod (> 100.000 m² wvo). Het centrum van Purmerend heeft net als het centrum van Zaandam een regionale functie, echter wel op een iets kleinere schaal. Daarnaast kent Purmerend met name veel ondersteunende wijkclusters met voornamelijk dagelijks aanbod en heeft het een redelijk aanbod In/Om Huis (ca. 50.000 m² wvo), met name gevestigd op perifere locatie Baanstee.
Door de fusie met de gemeente Beemster op 1 januari 2022 betreft het aanbod In/Om Huis in de gemeente Purmerend ruim 70.000 m² wvo.
11 Onder de branchegroep In/Om Huis vallen volgens de Locatus definitie de hoofdbranches ‘Plant & Dier’ (o.a.
tuincentra, dierenwinkels en bloemenzaken), ‘Bruin & Witgoed’ (o.a. telecom, computer- en witgoedwinkels), ‘Auto & Fiets’ (rijwielhandelaren en automaterialen), ‘Doe-Het-Zelf’ (o.a. bouwmarkten en bouwmaterialen) en ‘Wonen’ (o.a. keuken-, badkamer- en meubelwinkels).
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
FIGUUR 13 HUIDIGE DETAILHANDELSSTRUCTUUR ZAANSTREEK WATERLAND (O.B.V. LOCATUS INDELING) Bron: Locatus februari 2021, bewerking: Bureau Stedelijke Planning
•
•
•
Edam-Volendam. Edam-Volendam heeft naast het hoofdcentrumgebied in
Volendam nog twee kleinere centrumgebieden Edam en Oosthuizen, waar voornamelijk dagelijks aanbod te vinden is. De gemeente kent naar verhouding veel aanbod In/Om Huis (ca. 30.000 m² wvo) wat met name aan de Julianaweg gesitueerd is. Edam-Volendam kent daarnaast twee ondersteunende wijkclusters, De Stient en de Burgemeester van Baarstraat. Beemster, Landsmeer en Wormerland. Alle drie de gemeenten kennen alleen een centrumgebied waar het merendeel van het dagelijkse en regulier nietdagelijkse detailhandelsaanbod gevestigd is. Binnen de centra zijn de supermarkten veelal de dragers. Ondanks dat de voormalige gemeente Beemster weinig detailhandelsaanbod heeft, heeft het een relatief groot aanbod in de branchegroep In/Om Huis. Dit wordt met name veroorzaakt door veel verspreide grootschalige detailhandelsfuncties, waaronder drie tuincentra in Zuidoostbeemster, die een bovenlokale functie vervullen. Oostzaan en Waterland. Beide gemeenten hebben zowel een centrumgebied als een ondersteunend cluster. Het centrumgebied van Monnickendam in Waterland is echter ondergeschikt aan het ondersteunende cluster winkelcentrum ’t Spil. Zo is er op dit moment geen supermarkt gevestigd en bevindt zich er met name gefragmenteerd lokaal aanbod. ’t Spil kent daarentegen een sterk dagelijks aanbod met een functie voor geheel Monnickendam en de dorpen eromheen. Oostzaan kent naast het
53
54
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
centrumgebied in Oostzaan, waar de supermarkt en de Hema de drager zijn, nog een ondersteunende winkelstrip Klaverweide, waar een supermarkt met wat aanvullende functies gevestigd is. KOOPORIËNTATIES
De regio Zaanstreek-Waterland kent verschillende winkelgebieden die ook een functie hebben voor inwoners van buiten de regio. Er is echter ook aanbod buiten de regio die aan de inwoners van de regio trekt. In 2018 is er in de Randstad een grootschalig koopstromenonderzoek uitgevoerd.. Op basis van dit onderzoek is er inzicht in waar de bewoners van de regio hun aankopen doen en wat er van buiten de regio in Zaanstreek-Waterland wordt besteed. Het Koopstromenonderzoek Randstad 2018 (KSO 2018) betreft het meest recente koopstromenonderzoek voor de Randstad. Op moment van schrijven is het Koopstromenonderzoek Randstad en Noord-Brabant 2021 in de afrondende fase. Deze gegevens zullen medio februari 2022 beschikbaar komen.
Dagelijks Mode & Luxe Vrije Tijd In/Om Huis -40% Binding
-20%
0%
Toevloeiing
20%
40%
Afvloeiing online
60%
80%
100%
Afvloeiing fysiek
FIGUUR 14 BALANS KOOPORIËNTATIES REGIO ZAANSTREEK-WATERLAND Bron: KSO 2018, verdieping I&O
Voor de dagelijkse sector geldt in algemene zin vaak een hoge binding aan de eigen gemeente en daarmee ook binnen de regio. Dit is ook het geval in Zaanstreek-Waterland. Ook is de toevloeiing van buiten de regio laag in deze sector. Voor de andere detailhandelsgroepen in de niet-dagelijkse sector geldt dat de centra in de regio moeten concurreren met binnensteden van buiten de regio. Denk aan met name Amsterdam en Alkmaar en in mindere mate ook Hoorn en Haarlem. De afvloeiing naar fysieke winkels buiten de regio is met name in de branchegroepen Mode & Luxe en Vrije Tijd duidelijk hoger dan de toevloeiing naar de regio toe. Daarnaast is er concurrentie met het internet. De afvloeiing naar online is in deze branchegroepen groter dan de fysieke afvloeiing.
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
FIGUUR 15 BINDING, TOEVLOEIING EN AFVLOEIING VOOR MODE & LUXE IN DE REGIO Bron: KSO 2018, verdieping I&O; bewerking: Bureau Stedelijke Planning
Op het niveau van de gemeenten vallen enkele zaken op. Zo is de binding voor Mode & Luxe in Edam-Volendam relatief hoog met 47% terwijl de toevloeiing laag is (9%). Dit wordt verklaard doordat veel inwoners van deze gemeente relatief loyaal zijn aan het winkelaanbod in de eigen gemeente. Daarnaast kennen de kleinere gemeenten Oostzaan, Wormerland en Waterland een relatief hoge toevloeiing voor Mode & Luxe en slechts een lage binding. Voor Oostzaan en Wormerland wordt dit mede verklaard door hun ligging nabij woonkernen in de gemeente Zaanstad, waarvandaan relatief veel toevloeiing komt. Het aanbod in Waterland is relatief beperkt, waardoor de binding laag is. Echter profiteert het aanbod wat er zit van de toeristen die hier in de zomer komen. De Beemster kent een hoge toevloeiing voor In/Om Huis, wat veroorzaakt wordt door het grote aanbod tuincentra in Zuidoostbeemster met een bovenlokale functie.
55
56
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
FIGUUR 16 KOOPSTROMEN: BINDING EN TOEVLOEIING PER BRANCHEGROEP PER GEMEENTE Bron: KSO 2018
Online afvloeiing. De online afvloeiing12 voor de dagelijkse sector ligt in de regio
met 2% onder het landelijk gemiddelde van 3,6%. Voor de niet-dagelijkse sector is het beeld anders. De gemiddelde online afvloeiing voor deze sector is in de regio 25%, terwijl deze landelijk op 24% ligt. De inwoners van de regio doen dus gemiddeld iets meer van deze aankopen online dan landelijk. Uitschieter is Wormerland met 32% afvloeiing. Inwoners van de Beemster kopen gemiddeld de minste niet-dagelijkse artikelen online. Hier is de online afvloeiing slechts 20%.
12 Online afvloeiing = het percentage van de bestedingen die via internet en niet in een fysieke winkel gedaan worden.
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
57
Regio Beemster Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad Nederland 0%
5%
10%
Dagelijks afvloeiing online
15%
20%
25%
30%
35%
Niet-dagelijks afvloeiing online
FIGUUR 17 AFVLOEIING ONLINE REGIO EN PER GEMEENTE Bron: KSO 2018, verdieping I&O
PLANVOORRAAD •
•
In totaal is er in de regio Zaanstreek-Waterland ruim 35.000 m² wvo aan planvoorraad aanwezig. Dit betreffen zowel harde en zachte plannen alsmede mogelijke toekomstige ontwikkelingslocaties. Van deze laatste groep zijn de metrages onbekend. In figuur 11 zijn alle bekende locaties met (mogelijke) detailhandelsplannen weergegeven. De meeste planvoorraad en mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn aanwezig in de gemeente Zaanstad. Onderdeel van de harde planvoorraad is de Van der Gragt-locatie in Assendelft waar zich een Aldi wil vestigen (ca. 1.200 m² wvo). Daarnaast is binnen Zaandam Centrum nog harde en zachte planvoorraad aanwezig. Er is planologisch nog relatief veel (ca. 27.000 m² wvo) vloeroppervlak mogelijk voor detailhandel op PDV-cluster Zuiderhout. Dit betreft grond die voor de komst van IKEA naar Zuiderhout gepland is. Of deze planvoorraad daadwerkelijk door IKEA ingenomen zal worden is zeer onzeker. In Wormerveer, op het Meneba-terrein (Vlasblomweg), een transformatiegebied met gepaarde woningbouw rond de oude meelfabriek, wordt de vestiging van een supermarkt van ca. 1.500 m² wvo voorbereid. Deze komt in ruil voor herbestemming van twee locaties in WormerveerNoord en Zaandam-Zuid naar woningbouw.
In de toekomstige woonwijk Achtersluispolder onderzoekt men waar en in welke omvang hier (dagelijkse) voorzieningen gerealiseerd kunnen worden, ook in relatie tot Poelenburg-Zuid.
58
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
FIGUUR 18 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE DETAILHANDELSPLANNEN BINNEN DE REGIO ZAANSTREEK-WATERLAND Bron: Inventarisatie Bureau Stedelijke Planning bij gemeenten Zaanstreek-Waterland
•
•
•
Binnen de gemeente Purmerend zijn voornamelijk toekomstplannen zoals de nog te bepalen voorzieningen voor de toekomstige woonwijk op het huidige golfterrein BurgGolf. Voor dit golfterrein zal de gemeente Purmerend onderzoeken hoe deze ontwikkeling aangrenzende wijken en winkelcentra kan gaan versterken. Niet alleen zaken als toekomstige branchering en maatvoering van de voorzieningen, maar ook fietsroutes, busverbindingen en groenvoorziening zullen hierbij onderzocht worden. Daarnaast wordt ook het bedrijven/PDV-terrein Baanstee-Noord uitgebreid, waarbij zowel verplaatsing van huidige PDV-functies als potentieel extra voorzieningen mogelijk zijn. Binnen de voormalige gemeente Beemster is zachte planvoorraad aanwezig: een voorzieningencluster in Zuidoostbeemster. In de komende jaren zal hier het grote woningbouwplan ZOB II aanvangen, waarmee draagvlak ontstaat binnen deze kern voor een eigen dagelijkse voorziening, met enige aanvullende commerciële/publieksfuncties. Precieze metrages zijn nog niet bekend. In de gemeente Waterland speelt als harde planvoorraad de herontwikkeling van Galgeriet aan de haven van Monnickendam. Hier is naast woningbouw een supermarktontwikkeling van ca. 1.200 m² wvo gepland, die een functie voor het gehele centrum van Monnickendam zal vervullen.
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
•
Binnen de gemeente Edam-Volendam speelt als harde planvoorraad een herbouw van een afgebrand pand met detailhandel in Edam (ca. 350 m² bvo). Daarnaast is er een toekomstplan om de Bokkingstraat in Volendam te herstructureren/transformeren met toevoeging van enige detailhandel. Exacte plannen hiervoor zijn nog niet bekend.
4.3 BELEIDSKADER IN ZAANSTREEK-WATERLAND RIJKSBELEID •
•
Ladder voor duurzame verstedelijking. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het
Besluit Ruimtelijke ordening (Bro) dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de drie treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied is een motivering vereist waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uit de jurisprudentie weten we dat een nieuwvestiging of uitbreiding groter dan 500 m² bvo aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gemotiveerd. Retailagenda. De Retailagenda is in 2015 gestart op initiatief van het ministerie van Economische Zaken en betrokken organisaties en marktpartijen die streven naar een gezonde en toekomstbestendige retailsector. Aanleiding voor de Retailagenda zijn de grote structurele veranderingen in de retail die de afgelopen jaren sterk zichtbaar werden met vele faillissementen en leegstand als gevolg.13 De belangrijkste thema’s waar nu op gefocust wordt zijn: − Regionale afstemming − Lokale transformatie − Samen investeren − Human Capital Agenda − Kenniscreatie en innovatie
De Europese dienstenrichtlijn Vooral in de Buitenstad gelden allerlei beperkingen ten aanzien van branchering, aantallen winkels, minimale en maximale maat van de winkels. Tot voor kort konden deze beperkingen worden opgelegd binnen de bestemming detailhandel met een verwijzing naar het beschermen van vitaliteit van binnensteden en centra. De tussenuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 20 juni 2018 inzake branchebeperking voor het Woonplein in Appingedam werpt een
13 https://retailland.nl/retailagenda/
59
60
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
ander licht op de zaak. De Afdeling stelt dat de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is. Brancheringsregels worden hierin niet onmogelijk gemaakt, maar het moet wel noodzakelijk zijn en op een evenredige manier gebeuren. De casus Appingedam – het van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn - zal in ieder geval leiden tot een andere manier van a) detailhandelsonderzoek en onderbouwingen, b) het maken van detailhandelsbeleid en c) het borgen hiervan in bestemmingsplannen. Bureau Stedelijke Planning heeft in samenwerking met Rho adviseurs en Locatus de “Nadere motivering branchebeperking bestemmingsplan Stad Appingedam” (december 2018) verzorgd. In de uitspraak van 24 juli 2019 in deze zaak oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak dat de gemeente met dat onderzoek aannemelijk heeft gemaakt dat de brancheringsregels effectief zijn voor de situatie in Appingedam, en niet verder gaan dan nodig is om te voorkomen dat het stadscentrum minder leefbaar wordt door toenemende leegstand. In oktober 2019 is door de genoemde bureaus een leidraad opgesteld: “Omgaan met de Dienstenrichtlijn in ruimtelijk detailhandelsbeleid” (i.o.v. de Retailagenda en Detailhandel Nederland, met bijdrage van de Stichting Detailhandelsfonds). In deze leidraad is aangegeven wanneer een bestemmingsplan in strijd is met de Dienstenrichtlijn en hoe gemeenten kunnen omgaan met de geconstateerde risico’s.
Bron: Bureau Stedelijke Planning, Rho adviseurs en Locatus.
PROVINCIAAL BELEID NOORD-HOLLAND
Het provinciale beleid van Noord-Holland is neergelegd in ‘Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015 – 2020’. De provincie heeft zich op het standpunt gesteld dat nieuwe detailhandel ontwikkelingen of uitbreidingen niet mogen leiden tot ernstige verstoring en duurzame ontwrichting van de bestaande winkelstructuur in de regio. De verdere ontwikkeling, en daarmee versterking, van de bestaande hoofdwinkelgebieden (de stadscentra, de grootschalige, perifere locaties, en bijzondere kleinere centra) heeft prioriteit. Ook is aangegeven dat detailhandelontwikkelingen groter dan 1.500 m² vloeroppervlak (buiten bestaande centra) en groter dan 5.000 m² vloeroppervlak (binnen bestaande centra) regionaal afgestemd moeten worden. Voor de kleinere centra en de voorzieningen in de wijk- en buurtcentra en de kleinere gemeenten wordt gestreefd naar een goed woon- en leefklimaat met een daarop afgestemd voorzieningenpakket. Daarnaast is er de wens om in te spelen op de dynamiek in de detailhandel. Het gaat hier bijvoorbeeld om ruimte te bieden aan innovatieve concepten. Nieuwe impulsen zijn nodig om te voorkomen dat een winkelgebied juist verpaupert omdat het te statisch is en de winkeliers daardoor onvoldoende in staat zijn in te spelen op veranderende wensen en gedrag van de consument.
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
61
DETAILHANDELSBELEID IN DE GEMEENTEN
Binnen de regio Zaanstreek-Waterland hebben alleen de drie grootste gemeenten Zaanstad, Purmerend en Edam-Volendam detailhandelsbeleid opgesteld. Voor Zaanstad en Edam-Volendam is deze gemeentebreed en voor Purmerend specifiek voor de binnenstad en boodschappenstructuur. Het beleid voor de drie gemeenten is onderstaand samengevat. Detailhandelsvisie Zaanstad 2015-2025 Het vigerende detailhandelsbeleid van de gemeente Zaanstad betreft de Detailhandelsvisie Zaanstad 2015-2025. De belangrijkste punten hieruit zijn: • Nieuwe detailhandelsinitiatieven zijn alleen binnen de hoofdstructuur welkom en daarbuiten niet. • Een centrale opgave bij de hoofdwinkelgebieden (centrum Zaandam, centrum Krommenie en centrum Wormerveer) is om deze compacter en daarmee krachtiger te maken. De hoofdwinkelgebieden hebben een duidelijke afbakening. Alles wat daarbuiten valt behoort niet tot de hoofdwinkelstructuur. • Er wordt ingezet op boodschappencentra die sterk en/of kansrijk zijn. Dit verdient voorkeur boven het mogelijk maken van winkelaanbod buiten de bestaande winkelstructuur of in (delen van centra die onvoldoende perspectief hebben. • Er wordt ingezet op optimalisatie van huidige supermarkten, solitaire supermarktontwikkelingen zijn ongewenst. • Zuiderhout en Noorderveld zijn de enige twee PDV-locaties.
Voor Zuiderhout geldt dat hier Mode & Luxe, Elektronica en dagelijks aanbod wordt uitgesloten. Op Noorderveld is enkel PDV-aanbod toegestaan. Op Noorderveld en Zuiderhout-Zuid werkt de gemeente mee aan initiatieven voor transformatie van leegstaande winkelpanden naar andere vormen van bedrijvigheid. • Het Hembrugterrein wordt niet tot een detailhandelslocatie gerekend, maar waar kleinschalige, ondergeschikte of tijdelijke detailhandel het gebied kan versterken wordt ruimte geboden. Vigerend detailhandelsbeleid Purmerend Purmerend kent zowel een detailhandelsvisie Binnenstad, die is opgesteld voor het centrumgebied van Purmerend, als een Visie Boodschappenstructuur. Beide visies zijn enigszins verouderd. Zo stamt de detailhandelsvisie Binnenstad uit 2012 en is de Visie Boodschappenstructuur in 2015 opgesteld. De gemeente Purmerend start binnenkort met het opstellen van een nieuwe centrumvisie voor de binnenstad van Purmerend. Daarnaast is de gemeente Purmerend voornemens om als vervolg op de nieuwe centrumvisie een integraal detailhandelsbeleid op te stellen voor geheel Purmerend.
62
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
Detailhandelsstructuurvisie Edam-Volendam (2018) De vigerende detailhandelsstructuurvisie van Edam-Volendam heeft de volgende belangrijkste punten: • Er wordt ingezet op behoud en versterking van de winkellocaties binnen de huidige winkelstructuur. • Centrum Volendam heeft zowel een (boven)lokaal verzorgende functie als een sterke toeristische functie. • Voor het centrum wordt ingezet op het versterken van de winkelbeleving waardoor er voor lokale, regionale bezoekers en toeristen een kwaliteitsimpuls gegeven kan worden. Daarnaast wordt ook ingezet op het nog sterker verbinden van de verschillende deelgebieden binnen het centrum. • Centrum Edam heeft zowel een lokale wijkfunctie als ook overwegend een functie voor toeristische bezoekers. Voor centrum Edam wordt gericht op behoud en zo mogelijk versterking van de toeristische functie. • Dorpscentrum Oosthuizen heeft een verzorgende functie voor inwoners uit Oosthuizen en uit omliggende kernen. Er wordt ingezet op versterking van de centrumfunctie door (zo mogelijk) clustering van diverse publieksgerichte functies. • Er wordt ingezet op behoud, optimaliseren, clustering en kwalitatieve versterking van de overige centrumgebieden (De Stient en de Burgemeester van Baarstraat). Volumineuze winkels (bouwmartken, tuincentra) vestigen zich bij voorkeur op bedrijventerreinen.
• Het cluster van winkels in de branche woninginrichting aan de Julianaweg heeft een(boven)lokale functie. Uitbreiding van de branchemogelijkheden op deze perifere winkellocaties is niet gewenst en ingezet wordt op clustering en verbetering van uitstraling. • Er wordt ingezet op behoud van de twee op zichzelf staande supermarkten (de Vomar in de Broeckgouw en de Albert Heijn in Edam). Deze twee supermarkten maken geen deel uit van een winkelgebied. Verdere uitbreiding van deze op zichzelf staande locaties is niet gewenst.
4.4 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN DETAILHANDEL De detailhandelssector is sterk aan ontwikkelingen onderhevig. Deze ontwikkelingen worden tevens door de huidige coronacrisis versterkt. Niet alleen voor detailhandel, maar ook voor de horeca- en dienstensector geldt dat trends en ontwikkelingen komen en gaan. Deze branchegroepen hebben een sterke relatie met detailhandel en vaak zijn zij samen geclusterd in winkelgebieden, wat zorgt voor combinatiebezoek. In deze paragaaf zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen weergegeven die van invloed zijn op zowel detailhandel als de horeca- en dienstensector.
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
63
STRUCTURELE LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN
Nederland kent veel goed functionerende (winkel)gebieden, maar de voortgaande groei heeft ook geleid tot gebieden en locaties waar het evenwicht tussen vraag en aanbod is verstoord. De afgelopen vijftien jaar overtrof de groei van het winkelmetrage (12%) de bevolkingsgroei (minder dan 5%) en de stijging van de consumentenbestedingen in de niet-dagelijkse detailhandel. De groei vond hoofdzakelijk plaats in de Buitenstad14, buiten de reguliere winkelgebieden, maar niet alleen daar. Ook in de reguliere winkelstructuur zijn de verhoudingen tussen de ontwikkeling van de vraag en die van het aanbod uit het lood gaan staan. In algemene zin is thans sprake van: • te veel meters; • te versnipperd aanbod; • te veel van hetzelfde (zowel in vorm als aanbod); en • te grote overlap in (of te kleine) verzorgingsgebieden.
FIGUUR 19 DISBALANS IN DE (WINKEL)VOORZIENINGENSTRUCTUUR. Bron: Bureau Stedelijke Planning
De strategie voor een vitale voorzieningenstructuur kan worden samengevat in drie woorden: Minder, Anders en Beter: • Minder. Minder versnippering, door commerciële voorzieningen te concentreren op de kansrijke locaties. Minder (grote) verkooppunten, en minder meters, door transformatie naar andere functies. Dit geldt in het bijzonder voor (niet-dagelijkse) detailhandel en automotive, voor diensten verwachten we een stabilisatie en voor horeca en leisure nog een bescheiden groei.
14 De Buitenstad omvat alle verkooppunten (dus onder andere ook tankstations) die niet in de reguliere
winkelgebieden gevestigd zijn (te weten: verspreide bewinkeling binnen en buiten bebouwde kom en op bedrijventerreinen, grootschalige concentraties (als woonboulevard, retailparken en autoboulevards) en bijzondere winkelgebieden (als de Factory Outlet Centra).
64
•
•
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN
Anders. Belangrijk is in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en
consumentenbehoeften, zoals e-commerce (gekoppeld aan de fysieke winkels), en de combinatie van winkels met andere commerciële- en maatschappelijke functies: hart van de wijk! Beter. Door een aantrekkelijke mix van commerciële voorzieningen op perspectiefrijke locaties (en eventueel andere stedelijke functies) ontstaat een meer aantrekkelijke en een vitale voorzieningenstructuur.
FIGUUR 20 NAAR EEN TOEKOMSTBESTENDIGE VOORZIENINGENSTRUCTUUR MINDER + ANDERS = BETER Bron: Bureau Stedelijke Planning