B1. Regionale Detailhandelsvisie Zaanstreek-Waterland
Tekst van het document
REGIONALE DETAILHANDELSVISIE ZAANSTREEK-WATERLAND 28 FEBRUARI 2022
REGIONALE DETAILHANDELSVISIE ZAANSTREEK-WATERLAND 28 FEBRUARI 2022
Status: Definitief Datum: 28 februari 2022 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam 1E 1013 AL Amsterdam 020 - 625 42 67 www.stedplan.nl BSP-Amsterdam@sweco.nl Team Winkelen Dr. Aart Jan van Duren Jeffrey Meinders MSc Voor meer informatie:
In opdracht van: Regio Zaanstreek-Waterland
De in dit document verstrekte informatie mag uitsluitend worden gebruikt in het kader van de opdracht waarvoor deze is opgesteld. Elk ander gebruik behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van Bureau Stedelijke Planning BV©. Projectnummer: 20200307 Referentie: 20200307 Zaanstreek-Waterland Regionale Detailhandelsvisie
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
7
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
9
DEEL A VISIE EN BELEID
16
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S ................................................................... 17 1.1 ONTWIKKELINGEN VAN INVLOED OP DE REGIO 1.2 DILEMMA’S IN DE REGIO 1.3 AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN
2
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN ...................................... 27 2.1 DE GEWENSTE HOOFDWINKELSTRUCTUUR 2.2 INVULLING EN FUNCTIE WINKELGEBIEDSTYPES IN DE HOOFDSTRUCTUUR
3
BELEIDS- EN TOETSINGSKADER.......................................................................... 37 3.1 BELEIDSKADER 3.2 AFSTEMMING EN TOETSINGSKADER NIEUWVESTIGING EN INITIATIEVEN 3.3 MONITORING LEEGSTAND EN PLANVOORRAAD 3.4 ACTIEPROGRAMMA
DEEL B CONTEXT EN ANALYSE 4
47
LOKALE EN GENERIEKE ONTWIKKELINGEN ....................................................... 48 4.1 DRAAGVLAK EN ONTWIKKELING VRAAG ZAANSTREEK-WATERLAND 4.2 DETAILHANDELSSTRUCTUUR EN ONTWIKKELINGEN 4.3 BELEIDSKADER IN ZAANSTREEK-WATERLAND 4.4 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN DETAILHANDEL
5
FUNCTIONEREN DETAILHANDEL IN DE REGIO .................................................. 68 5.1 HUIDIG FUNCTIONEREN DETAILHANDEL IN DE REGIO 5.2 TOEKOMSTIGE MARKTRUIMTE 5.3 DE SITUATIE IN ZAANSTREEK-WATERLAND
BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST BIJLAGE 2 DEMOGRAFISCHE KENMERKEN REGIO BIJLAGE 3 DETAILHANDELSAANBOD PER WINKELGEBIED PER GEMEENTE BIJLAGE 4 OVERZICHT PLANVOORRAAD BIJLAGE 5 KOOPSTROMEN
INLEIDING
7
INLEIDING
Eind 2020 eindigde de 5 jaarstermijn van het regionale detailhandelsbeleid van de Stadsregio Amsterdam (nu opgegaan in de Metropoolregio Amsterdam). De provincie Noord-Holland vraagt nu om een regionale detailhandelsvisie, waarvan het opstellen nu aan de verschillende deelregio’s wordt overgelaten. Bovendien zijn er in de afgelopen periode diverse (detailhandels) ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het (functioneren van het) detailhandelsaanbod. Zo nemen de online detailhandelsbestedingen toe, greep de coronacrisis om zich heen met directe gevolgen voor het functioneren van de detailhandel, en staan verschillende winkelgebieden onder druk, met name de binnensteden en centrumgebieden. Daarnaast staat de regio voor een grote woningbouwopgave. Dit tezamen stelt de regio Zaanstreek-Waterland voor de opgave een regionale detailhandelsvisie op te stellen, een visie die ook door de provincie verplicht wordt gesteld. De regio heeft aan Bureau Stedelijke Planning gevraagd deze visie op te stellen welke een looptijd zal hebben van 5 jaar met een evaluatiemoment over 2 jaar.
In de nieuwe detailhandelsvisie die voor u ligt: • beschouwen we bestaande ambities en beleidsuitgangspunten uit de gemeentelijke visies en provinciale visie als vertrekpunt, behalve wanneer nieuwe inzichten aanleiding geven tot wijziging of aanvulling; • laten we zien waar we als regio sterk in zijn, wat we willen behouden en versterken; • zijn keuzes gemaakt en wordt handelingsperspectief geboden voor alle stakeholders in de regio (gemeenten, eigenaren, retailers), ook in het licht van de impact die de coronacrisis heeft op de al in gang gezette transitie van de sector; • zijn afwegingskaders en -procedures (stroomschema’s) opgenomen, die voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn (en de vereisten vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en de Omgevingswet).
VERSCHILLENDE SOORTEN WINKELGEBIEDEN ZAANSTREEK-WATERLAND (V.L.N.R.): MAKADO PURMEREND, WORMERVEER EN MIDDENBEEMSTER
In de voorliggende visie wordt bovendien voldaan aan de eisen die de provincie stelt aan een regionale detailhandelsvisie. Een visie waarin binnen de regio een
8
INLEIDING
gelijk speelveld wordt gecreëerd voor initiatiefnemers en waarin richting wordt gegeven in bovengemeentelijke kwesties. Een visie die duidelijkheid schept over de positionering van verschillende winkelgebieden. En een visie die ingaat op de manier waarop de gemeenten in de regio samen moeten werken als het gaat om de beoordeling van initiatieven, het wegbestemmen van plancapaciteit en het tegengaan van leegstand. Uitdrukkelijk geldt dat de gemeenten, en niet de regio, het bevoegd gezag zijn als het gaat om opstellen en uitvoeren van detailhandelsbeleid. Omdat de provincie een hogere bestuurslaag betreft, geldt dit bevoegd gezag wel binnen de door de provincie opgestelde kaders en regels. In deze visie zullen we ons daarom primair richten op ontwikkelingen en initiatieven met een bovengemeentelijke impact en op het creëren van een eenduidig speelveld als het gaat om beleidsuitgangspunten. Dit wordt zodanig gedaan dat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat tussen gemeenten onderling. Nadere uitwerking van het regionale beleid zal op gemeentelijk niveau plaats moeten vinden, binnen de contouren van het provinciale en regionale beleid. Dit betekent dat gemeenten, binnen de regelgeving en kaders van de provincie en daarmee deze regionale detailhandelsvisie, een zekere flexibiliteit in hun detailhandelsbeleid voor hun steden en dorpen hebben.
Tevens zijn per 1 januari 2022 de gemeenten Beemster en Purmerend zijn gefuseerd tot de gemeente Purmerend. Ten tijden van het opstellen van deze regionale detailhandelsvisie was de gemeente Beemster nog een zelfstandige gemeente. Binnen deze regionale detailhandelsvisie wordt de gemeente Beemster daarom nog als zelfstandige gemeente behandeld.
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
Als regio onder de rook van Amsterdam is Zaanstreek-Waterland een regio met twee gezichten. Enerzijds omvat de regio stedelijk gebied, anderzijds omvat de regio ook waardevol plattelandsgebied met kleine kernen in het groen. Die gebieden (stad en platteland) zijn geografisch ook nog eens nauw met elkaar verweven. In de gehele regio speelt een grote woningbouwopgave, in het stedelijk gebied voorop. In de huidige winkelstructuur weerspiegelen zich die twee gezichten ook. Er zijn grote verschillen in de omvang en functie van de winkelgebieden in de regio. Het grootste centrumgebied (Zaandam-Centrum) is bijna twee keer zo groot als het tweede centrum in de regio (Purmerend), dat op zijn beurt weer twee keer groter is dan de centrumgebieden van Volendam, Krommenie en Wormerveer. De grootste gemeenten (Zaanstad en Purmerend) kennen ondersteunend aan die centrumgebieden een uitgebreid netwerk aan boodschappengebieden. Daarnaast kent de regio met Woonboulevard Zuiderhout het grootste volumineuze cluster van de gehele provincie. Niet al het aanbod en alle winkelgebieden in de regio presteren optimaal. Met name de branche Mode & Luxe en de winkelgebieden waar die branche vooral gevestigd is (de middelgrote centra, die van Zaandam en Purmerend voorop) staan onder druk. Die druk is met de coronacrisis nog eens versterkt.
De regio is het meest gebaat bij een goed functionerende en aantrekkelijke detailhandelsstructuur. Om deze te bewerkstelligen c.q. te behouden moeten er keuzes gemaakt worden. De volgende keuzes zijn gemaakt: • Het benoemen van een regionale hoofdwinkelstructuur voor ZaanstreekWaterland. Initiatieven in de regio dienen bij voorkeur bij te dragen aan versterking van deze hoofdstructuur. Opgemerkt dient te worden dat versterking van winkelgebieden in de hoofdstructuur vooral voorziet in het versterken van de aantrekkelijkheid, wat ook kan betekenen dat het winkelaanbod feitelijk wordt gereduceerd. Dit laatste speelt vooral in de flanken van de grotere centrumgebieden. • Er wordt in beginsel geen medewerking verleend aan initiatieven tot nieuwe clusters van detailhandel buiten de hoofdstructuur. Een uitzondering wordt gemaakt voor initiatieven voor clusters van dagelijkse verzorging voor de bewoners van nieuwe woongebieden die een zodanig bevolkingsdraagvlak kennen dat een nieuwe voorziening gerechtvaardigd is. Voorwaarde is dat de ontwikkeling past bij de omvang van het nieuwbouwgebied en geen afbreuk doet aan de hoofdstructuur. Hierbij dient ook gelet te worden op loop- en/of fietsafstanden, zodat inwoners van de regio op aanvaardbare afstand toegang hebben tot dagelijks aanbod.
9
10
•
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
Initiatieven die voorzien in de nieuwvestiging of uitbreiding van verspreid (of solitair) gevestigde detailhandel zijn niet mogelijk. Uitzonderingen worden gemaakt voor detailhandel die gericht is op de dagelijkse verzorging van kern of wijk, daar waar het draagvlak onvoldoende groot is om naast een supermarkt ook aanvullende detailhandel te ondersteunen.
De regionale hoofdstructuur voor Zaanstreek-Waterland ziet er als volgt uit: WINKELGEBIEDSTYPES
WINKELGEBIEDEN
Regionaal centrum
Centrum Purmerend
Centrum Zaandam
Bovenlokaal centrum
Centrum Krommenie
Centrum Volendam
Centrum Wormerveer Lokaal centrum
Centrum Assendelft
Centrum Edam
Centrum Koog a/d Zaan
Centrum Oosthuizen
Centrum Oostzaan
Centrum Landsmeer
Centrum Middenbeemster
Centrum Monnickendam
Centrum Wormer Ondersteunend
Burg. Van Baarstraat (Volendam) De Gors (Purmerend) Saendelft (Assendelft)
De Stient (Volendam)
Gibraltar (Zaandam)
Gildeplein (Purmerend)
Gorselaar (Purmerend)
Makado (Purmerend)
Meerland (Purmerend)
Overwhere (Purmerend)
Rosariumplein (Krommenie)
’t Kalf (Zaandam)
’t Spil (Monnickendam)
Vermiljoenweg (Zaandam)
Weidevenne (Purmerend)
Westerkoog (Koog a/d Zaan)
Westerwatering (Zaandam)
Wormerplein (Purmerend)
Zorgboulevard (Zaandam) Bijzonder ondersteunend Wagenweg (Purmerend) PDV-Clusters
Baanstee (Purmerend)
Julianaweg (Volendam)
Noorderveld (Wormerveer)
Zuiderhout (Zaandam)
TABEL 1 DE INDELING VAN DE GEWENSTE HOOFDWINKELSTRUCTUUR IN ZAANSTREEK-WATERLAND
Bij de keuze voor deze hoofdstructuur spelen de volgende criteria een rol: • Toekomstbestendigheid. De centra zijn voldoende robuust om nu en in de toekomst minimaal een toekomstbestendig basispakket aan winkelvoorzieningen te kunnen bieden, voor ofwel reguliere aankopen (dagelijks en recreatief) ofwel niet-reguliere, doelgerichte aankopen (volumineus aanbod).
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
•
11
Fijnmazigheid. Het overgrote deel van de bewoners van de regio beschikt op
een aanvaardbare afstand over minimaal een basispakket aan dagelijkse voorzieningen.
FIGUUR 1 DE GEWENSTE HOOFDWINKELSTRUCTUUR IN DE REGIO ZAANSTREEK-WATERLAND Bron: Bureau Stedelijke Planning
Binnen bovenstaande centra kunnen initiatieven gehonoreerd worden, mits ze passend zijn in de beoogde functie van het winkelgebied, en passend zijn binnen de positie die het winkelgebied in de hoofdstructuur vervult. Initiatieven dienen beoordeeld te worden op hun bijdrage aan het toekomstbestendig maken of houden van het betreffende winkelgebied. Uitbreiding van aanbod mag geen doel op zich zijn, reductie van winkelaanbod ligt immers in de meeste gevallen meer voor de hand dan uitbreiding van winkelaanbod. Voor de overige clusters, veelal de centra van kleine dorpen en de kleinste ondersteunende wijk en buurtcentra, geldt dat deze zich moeten richten op de dagelijkse verzorging van de inwoners in hun verzorgingsgebied (dorp of buurt/wijk). Dit zijn de volgende clusters: de dorpskernen van Broek in Waterland, Ilpendam en Marken in de gemeente Waterland, de ondersteunende clusters Klaverweide in de gemeente Oostzaan en Plein 13, Rooswijk, Centrum Zaandijk, Dorpsstraat-Communicatieweg Assendelft, Centrum Westzaan, Westzijde, Zilverschoonplein en Lobeliusstraat in de gemeente Zaanstad. Voor een deel van
12
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
deze centra is het op den duur vragelijk of ze voldoende kritische massa hebben om toekomstbestendig te zijn. De oplossing is per centrumgebied verschillend, soms is clustering met andere centra nodig om perspectiefrijk te blijven en soms is dit niet nodig en volstaat inzetten op behoud van huidige centra.
Waar wil de regio Zaanstreek-Waterland heen? Zaanstreek-Waterland heeft vijf kernpunten waar men zich op het gebied van detailhandel in de toekomst op wil focussen. Dit betreffen de volgende zaken: 1. In Zaanstreek-Waterland is alles te koop. Men wil zich als regio richten op een compleet en fijnmazig winkelaanbod waar inwoners en bezoekers alles kunnen vinden, zowel dagelijks als niet-dagelijks. Dit betekent niet alleen een goed voorzieningenniveau binnen de grotere kernen met gezellige centrumgebieden in de grotere centra Purmerend en Zaandam, maar ook binnen de kleinere (dorps)kernen. Naast het sterke voorzieningenaanbod in de kernen biedt het ook een compleet PDV-aanbod in vier verschillende clusters, waarbij meubels voornamelijk in Zuiderhout, met enkele grote regionale trekkers (zoals Hornbach en Loods5) en Julianaweg in Volendam (zoals Taase en Veerman) aanwezig zijn. Tevens wil men een winkelaanbod in verschillende segmentaties, aansluitend bij de sociaal-economische bevolkingsopbouw in de kernen. 2. Versterking van de centrumgebieden. De aandacht ligt hier op versterking van de twee centrumgebieden Purmerend en Zaandam, mede doordat men voor funshoppen vaak naar locaties buiten de regio gaat (Amsterdam, Haarlem). Beide centrumgebieden verschillen in sfeer en dienen geen concurrenten van elkaar te zijn maar elkaar aan te vullen.
Purmerend als centrum waar van oudsher meer historie zit en meer een winkelrondje gemaakt/gestruind kan worden. Zaanstad als centrum met unieke (Zaanse) uitstraling, vernieuwende stedenbouw, inclusief horeca, voorzieningen en terrassen. 3. Kwaliteit van winkelgebieden in kleine kernen versterken. Hierop blijven we inzetten om in deze gebieden een goed aanbod te hebben en waar nodig deze versterken. Iedere inwoner moet op relatief kleine afstand een compleet voorzieningenaanbod kunnen vinden. Het belang van vitale en kwalitatief hoogwaardige winkelgebieden in kleinere kernen moet daarbij ook zorgen voor een duurzaam voorzieningenniveau. Deze kleine kernen hebben daarnaast een belangrijke maatschappelijke/ontmoetingsfunctie. 4. Sterke profilering van regio als leverancier van lokale producten . De regio is erg sterk in lokale producten en staat hier ook om bekend, zoals Volendammer vis, Edammer- en Beemsterkaas, Zaanse chocolade en mosterd. Verder is ook een verscheidenheid aan landbouwproducten
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
5.
afkomstig uit de regio. Via deze streekproducten uit de dorpen en grote steden in de regio wil men de regio ook economisch met elkaar verbinden. Hiermee kan ingespeeld worden op de trend dat inwoners uit duurzaamheidsoogpunt streekproducten gaan kopen, een trend die supermarkten reeds oppakken. Maar ook kan men zich hiermee nog meer op toeristen richten. Horeca kan tevens geënthousiasmeerd worden om te werken met streekgerechten. Sterke koppeling met toerisme. De regio heeft enkele toeristische iconen zoals de Zaanse Schans, de Dijk van Volendam, moderne architectuur in Zaandam en rustieke oud-Hollandse dorpen met veel groen en water. De koppeling tussen een bezoek aan de winkelgebieden met deze toeristische plekken zorgt ervoor dat de totaalervaring voor toeristen in de regio versterkt kan worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een combinatiebezoek van de stad/platteland met boot of fiets. Daarnaast zetten we in op de regio als culinaire hotspot. Goede horeca en mooie streekproducten zorgen ervoor dat Purmerend daar op toeristisch vlak veel omheen kan bouwen. Zo kan men bijvoorbeeld bezoekers van het Twiske verleiden om naar dorpen en steden te komen om te winkelen, te genieten van streekproducten en gebruik te maken van de lokale horeca.
Manieren om dit te doen zijn bijvoorbeeld gezamenlijk inzetten op ‘regionaal herkenbare winkels’ die lokale streekproducten verkopen, lokale producten en korte ketens of winkels en verkoopstalletjes die je per fiets, boot of auto kan bezoeken.
De visie en beleidslijn die voor de hoofdstructuur wordt gevolgd is: • Het centrum van Zaandam en van Purmerend zijn de hoofdcentra van de regio. Ze kunnen als huiskamer van respectievelijk de Zaanstreek en Waterland worden beschouwd. En ofschoon onderling sterk verschillend in omvang en ambiance dient die positie te worden versterkt. Dit kan door in tijden van een krimpende behoefte aan winkels ruimte te maken voor binnenstedelijk wonen in de flanken/aanloopgebieden en maatschappelijke en commerciële functies (anders dan winkels) met een regionale reikwijdte. Nieuwe initiatieven die bijdragen aan de versterking van beide centra kunnen dan ook worden gehonoreerd, mits ze geen afbreuk doen aan de opgave de centra niet alleen sterker, maar ook compacter te maken. • Ook de bovenlokale centra zullen primair moeten inzetten op een kwalitatieve, ruimtelijk-functionele versterking. Dit betekent enerzijds het compacter maken van het winkelgebied en anderzijds het diversifiëren van het aanbod (niet enkel detailhandel, maar ook horeca – afhankelijk van de marktruimte in een gebied – en maatschappelijke voorzieningen). • De lokale centra en de ondersteunende clusters hebben een beperkter bereik. De clusters voorzien dan ook in grotere mate in de dagelijkse boodschappen en andere frequente aankopen. Het behoud van de functie
13
14
•
•
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
van deze centra staat voorop. Van een functiesprong kan ook in deze centra geen sprake zijn, ook omdat dit de fijnmazigheid van de structuur aan kan tasten. Er is gekeken naar mogelijke clustering van lokale centra en ondersteunende clusters om het aantal winkelmeters te verminderen en om tot sterkere, geclusterde winkelcentra te komen. Er is echter op dit moment in de regio geen aanleiding en mogelijkheid om lokale centra en/of ondersteunende clusters te clusteren. Een bijzondere rol vervult het voor de regio unieke cluster aan de Wagenweg/Burg. Kooimanweg in Purmerend. Dit centrum is in omvang en functie niet als ondersteunend cluster te beschouwen, maar heeft met zijn relatief grootschalige (supermarkt)aanbod een complementaire functie, zowel aan het centrum van Purmerend als aan de onderliggende wijkstructuur. Voor dit cluster geldt dezelfde beleidslijn als voor de andere centra in deze categorie. Concentratie van winkels in volumineus aanbod zo veel als mogelijk in de vier bestaande PDV-clusters (Baanstee, Noorderveld, Julianaweg en Zuiderhout). Van deze centra functioneert alleen Zuiderhout werkelijk bovenregionaal.
Dit centrum zal die functie kunnen versterken, enerzijds geholpen door de omvangrijke woningbouw in de zuidelijke Zaanstreek en de noordwestzijde van Amsterdam (Haven-Stad), anderzijds door de opvang van PDV-bedrijvigheid die in de transformatiegebieden onder druk komt te staan. Overigens dient ook in dit geval dat versterking vooral gezocht moet worden in het verbeteren van de aantrekkelijkheid, en niet primair in de omvang van het aanbod. Brancheverruiming dient in alle PDV-clusters te worden voorkomen. Samenwerking en (boven)regionale afstemming is gewenst bij initiatieven die zich buiten de hoofdstructuur aandienen, op solitaire locaties en in onderdelen van de winkelstructuur die niet tot de hoofdstructuur behoren. Afstemming is ook nodig bij initiatieven met een gemeentegrensoverschrijdende functie en bij initiatieven die (andere) clusters in de hoofdstructuur, binnen of buiten de eigen gemeente, kunnen schaden. Tevens kan bij regionale afstemming gedacht worden aan het delen van kennis tussen de gemeenten, bijvoorbeeld wanneer er aan transformatie van winkels naar andere functies gedaan wordt, bij de aanpak van leegstand, of in het aantrekken van en samenwerking met ondernemers.
Die samenwerking is niet alleen van belang bij het toetsen van initiatieven, maar ook bij het monitoren van die plannen, en bij het monitoren van de leegstand in de regio. Door zowel planvoorraad als leegstand op een continue basis te monitoren kan het evenwicht tussen vraag en aanbod in de regio ook op een continue wijze in de gaten worden gehouden zodat er geen ongewenste initiatieven met negatieve invloed op de regio gerealiseerd worden. Bovengemeentelijke samenwerking en afstemming is niet alleen nodig bij het toetsen en monitoren, maar kan ook aan de orde zijn bij de transformatie van (onderdelen van de) winkelgebieden naar andere functies dan winkels. Dit geldt vooral daar waar de gemeentegrenzen de functionele consumentengebieden
DE NIEUWE VISIE IN EEN NOTENDOP
15
doorkruisen. Zo werken de gemeenten Purmerend en Zaanstad bijvoorbeeld tegelijkertijd aan actieplannen om hun centrumgebied te versterken. Uitwisseling van kennis en afstemming over de koers leidt uiteindelijk tot een sterkere regio.
16 VISIE EN BELEID
DEEL A VISIE EN BELEID
DEEL A
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
17
1 UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
Het zijn turbulente tijden in de detailhandelssector. Het regionale beleid zal daarop moeten anticiperen. De coronapandemie die de wereld sinds februari 2020 in zijn greep heeft, heeft ook zijn weerslag op het detailhandelslandschap. Al eerder ingezette trends, zoals de groei van online winkelen en boodschappen doen, worden versneld. In dit hoofdstuk worden op hoofdlijnen zowel de generieke als specifieke ontwikkelingen die op de regio afkomen gepresenteerd. Die ontwikkelingen leveren dilemma’s op voor de regio. Deze zijn benoemd en zijn vervolgens vertaald naar de ambities en uitgangspunten voor de regio. Deze ambities en uitgangspunten dienen als opstap naar de visie in hoofdstuk 2.
Wat kenmerkt de regio Zaanstreek-Waterland? De regio Zaanstreek-Waterland is een veelzijdige regio onder de rook van Amsterdam. Het kent zowel stad als platteland, en omvat zowel grote kernen als kleine dorpen. Bijzonder is dat de regio met zijn historisch erfgoed en veenweidegebied ook tal van Nederlandse en buitenlandse bezoekers trekt. De acht gemeenten in de regio hebben ieder hun eigen kenmerken en kennen een veelzijdige en fijnmazige winkelstructuur. Zaanstreek-Waterland kent twee grote stedelijke gemeenten, Zaanstad en Purmerend. Beide gemeenten hebben zowel de binnenstad, wijkwinkelcentra en dorpskernen binnen loop- en fietsafstand. Beide gemeenten zijn ook sleutelgebieden binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en voorzien in projecten voor de (boven)regionale woningbouwopgave. Voor deze gebiedsontwikkelingen is samenwerking tussen regio en Rijk nodig om te zorgen voor duurzame en toekomstbestendige verstedelijking. De komende jaren gaat het aantal inwoners fors groeien. Deze groei zorgt waarschijnlijk voor meer draagvlak voor (bestaande en nieuwe) winkels. De grootste winkelgebieden in deze twee gemeenten zijn de binnenstad van Zaandam en die van Purmerend. Centrum Zaandam is sinds de herontwikkeling van 10 jaar geleden een unieke plek met Zaanse uitstraling, waar veel winkelketens in het kernwinkelgebied gesitueerd zijn.
De binnenstad van Purmerend is een historisch centrum, waarbij ingezet wordt op een compact historisch centrum met een diversiteit aan winkels, cultuur, een levendig horecaplein op de Koemarkt, lokale helden, en drukbezochte markten.
18
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
Naast de twee centra zijn er tal van andere winkelgebieden in Zaanstad en Purmerend, grotendeels wijk- en kernverzorgende boodschappencentra. Maar Zaanstad kent naast het centrum van Zaandam nog twee hoofdwinkelcentra, Wormerveer en Krommenie, met elk een geheel eigen (deels historisch gewortelde) identiteit. Zaanstad kent daarnaast vele boodschappencentra en twee clusters voor volumineuze detailhandel. Hiervan is PDV Zuiderhout veruit het grootste winkelgebied in de regio is met (boven)regionale aantrekkingskracht. Purmerend kent voornamelijk veel wijkwinkelcentra die gezien worden als sociale ontmoetingsplaatsen. Daarnaast is er een PDV-cluster in Purmerend en het ‘bijzondere winkelgebied’ Wagenweg, dat zich (op korte afstand van de binnenstad) kenmerkt door een groot aanbod (vaak grote) supermarkten en enkele woonwinkels op een binnenstedelijk bedrijventerrein dat langzaam transformeert naar gemengd woonwerkgebied. Naast de twee grootste gemeenten kent de regio ook Edam-Volendam als middelgrote gemeente De winkelstructuur in Edam-Volendam is erg gevarieerd. Zo kent Volendam een hoofdwinkelgebied voor zowel inwoners als voor toeristen (de Dijk), twee wijkwinkelcentra die lokaal gericht zijn, een PDV-locatie met sterk lokale functie en twee dorpscentra (Edam en Oosthuizen). Het centrum van Edam heeft als historisch erfgoed tevens een sterk toeristische functie.
De gemeente wil inzetten op het aantrekken van bezoekers uit de regio en tevens op een compleet winkelaanbod met de kwaliteitsproducten die men nu reeds aanbiedt. De regio kent tevens vijf (in inwoneraantal) kleinere gemeenten: Beemster, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, en Wormerland. Deze gemeenten kennen (uitgezonderd Waterland) slechts één centrumgebied en hebben veelal een lokale functie voor het dorp c.q. de omliggende kernen, gericht op dagelijkse boodschappen. De centrumgebieden in de dorpen kennen alle goed bezochte weekmarkten. Daarnaast zijn de centrumgebieden maatschappelijk gezien van groot belang voor de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen. Niet alleen omdat ze in de primaire behoeften van de inwoners voorzien, maar ook omdat het een sociale ontmoetingsplek is en de centra als een soort ‘hart van de dorpen’ functioneren. Men wil in de dorpscentra dan ook meer inzetten op verbetering van de kwaliteit van het aanbod en de omgeving, maar ook op verrijking met niet-winkelfuncties (maatschappelijke en horecavoorzieningen). Naast de centra van de dorpen kennen deze vijf kleinere gemeenten natuurgebieden en toeristische trekpleisters, waaronder Het Twiske in Oostzaan en Landsmeer, Marken in Waterland en de Beemster dat volledig UNESCO Werelderfgoed is. Deze laatste gemeente is vanaf 1 januari 2022 gefuseerd met de gemeente Purmerend.
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
1.1 ONTWIKKELINGEN VAN INVLOED OP DE REGIO Tal van ontwikkelingen zijn van invloed op de detailhandelsstructuur in de regio Zaanstreek-Waterland. Deze ontwikkelingen zijn op hoofdlijnen als volgt: • Woningbouwopgave. De regio Zaanstreek-Waterland staat voor een grote woningbouwopgave. Met name in de twee grootste gemeenten Zaanstad en Purmerend zal het inwonertal de komende jaren flink toenemen. Deze inwonertoename zorgt voor meer vraag naar commerciële voorzieningen. Op locaties waar de woningbouw substantieel van omvang is rijst de vraag of (en zo ja: in welke mate) er nieuwe (op de dagelijkse verzorging gerichte) winkelvoorzieningen gerealiseerd moeten worden. • Concurrentiedruk van het internet. Veranderend consumentengedrag, mede aangejaagd door het groeiend gemak van online winkelen, is door de coronacrisis in een stroomversnelling geraakt. Ook neemt de groei van het online doen van de dagelijkse boodschappen door de coronacrisis een grote vlucht. Deze ontwikkeling heeft ook zijn weerslag op de detailhandelsstructuur van de regio Zaanstreek-Waterland. Relatief grote winkelgebieden met veel onlinegevoelige (niet-dagelijkse) branches (denk aan de centra van Zaandam en Purmerend) dienen te anticiperen op een afnemend winkelareaal.
Tegelijkertijd groeit juist in deze centra de urgentie om de centrale winkelgebieden te transformeren naar multifunctionele centrumgebieden, die de functie hebben van huiskamer voor de bewoners van stad en regio. Met een mix van voorzieningen, commercieel en maatschappelijk, geflankeerd door een intensivering van de woon- en werkfunctie van deze centra. • Leefbaarheid van dorpen in het geding. De centra van de dorpen bieden niet alleen een centrale locatie voor de (voornamelijk dagelijkse) voorzieningen voor dorpsinwoners, maar vormen vaak ook een belangrijke levendige ontmoetingsplek. Door generieke ontwikkelingen komen deze centra in Zaanstreek-Waterland in de toekomst onder druk te staan. Binnen de supermarktsector, die de trekkers van de dorpscentra vormen, vindt schaalvergroting plaats die niet altijd in de dorpscentra plaats kan vinden. Kleinere dagelijkse en niet-dagelijkse ondernemers voelen steeds meer de druk van online winkelen, concurrentie van grotere winkelgebieden en het schraler wordende draagvlak binnen de dorpen. De uitdaging voor de toekomst is dan ook om de dorpscentra leefbaar te houden en de aanwezige detailhandel vitaal te houden voor de toekomst. Dit kan door de dragers van deze centra (supermarkten, maar ook maatschappelijke functies) voldoende ruimte te bieden om zich te ontplooien en zo relevant te blijven.
• Monofunctionaliteit van ondersteunende winkelgebieden. Waar in de ondersteunende winkelgebieden voorheen voornamelijk detailhandel en horeca gesitueerd was, zien we dat ook zij, in de slipstream van de centrumgebieden, steeds multifunctioneler worden, en zich ontwikkelen tot ‘hart van de wijk’. Ook Zaanstreek-Waterland kent op dit moment nog relatief veel monofunctionele ondersteunende winkelgebieden. Door in te
19
20
•
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
zetten op multifunctionele centra, waar zowel detailhandel als horeca, woon-, werk- en maatschappelijke functies samenkomen ontstaat een levendig en toekomstbestendig centrum voor de wijk. Middelgrote centra steeds meer onder druk. Middelgrote centra, en dat is zeker van toepassing op Zaandam en Purmerend, staan steeds meer onder druk. Voor dit type winkelgebieden is het moeilijker om zich te onderscheiden, noch van de grote binnensteden (in aanbod en verblijfskwaliteit) die net buiten de regio liggen (binnenstad van Amsterdam en Haarlem), noch van de compacte dorpskernen (gemak). Zo bieden de grote binnensteden van de G10 steden in Nederland veel verblijfskwaliteit met een groot aanbod aan horeca, cultuur, winkelen en vermaak. De dorpskernen bieden voornamelijk gemak en een dagelijks verzorgend aanbod. Middelgrote centra moeten zich daardoor nog meer onderscheiden om aantrekkelijk te zijn. Ook winkelketens, waar jarenlang de nadruk op expansie lag, maken nu een pas op de plaats. Zij investeren nu alleen nog primair in een beperkt aantal vestigingen in de grotere winkelgebieden.
FIGUUR 2 MATE VAN WINKELPLEZIER IN GROTE BINNENSTEDEN, MIDDELGROTE CENTRA EN DORPSKERNEN Bron: Bureau Stedelijke Planning
•
Gevolgen van corona voor detailhandel. De coronapandemie drukt zwaar op de
detailhandels- en horecasector. De effecten verschillen echter per branche. Daar waar de dagelijkse sector in 2020 ongekende omzetten boekten, en ook in 2021 goed functioneert, heeft vooral de modische sector en de horeca het zwaar. Daarnaast heeft de coronacrisis ervoor gezorgd dat het online winkelen in een stroomversnelling is geraakt, zowel in de dagelijkse sector als in de niet-dagelijkse sector. De verwachting is dat de dagelijkse sector, ondanks een toenemend aandeel online aankopen, goed zal blijven functioneren. De niet-dagelijkse sector (en daarbinnen vooral de recreatieve branches) zullen steeds verder onder druk komen te staan. De coronapandemie heeft echter ook een positieve werking gehad op de regio. Zo is er meer lokaal uitgegeven en zijn inwoners meer lokale producten gaan kopen
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
21
1.2 DILEMMA’S IN DE REGIO In de regio Zaanstreek-Waterland is een aantal dilemma’s waar te nemen, die voortkomen uit zowel de ontwikkelingen omschreven in de voorgaande paragraaf als uit de specifieke structuur van de regio Zaanstreek-Waterland. Deels zijn deze dilemma’s generiek van aard, deels ook specifiek voor deze regio. De dilemma’s zullen in de hiernavolgende paragraaf vertaald worden naar de ambitie en uitgangspunten van het regionale detailhandelsbeleid, als opstap naar de visie in hoofdstuk 2. • Groei vs. krimp. Enerzijds is er in de regio een teveel aan winkelaanbod, en is de noodzaak groot om het winkelaanbod te reduceren. Niet als doel op zich, maar om sterkere winkelgebieden te realiseren, die appelleren aan de behoeften van zowel bewoners als ondernemers. Anderzijds is er de dynamiek in de regio, met nieuwe woongebieden. Dienen de bewoners van deze nieuwe gebieden zich, ook voor hun dagelijkse behoeften, te richten op de bestaande winkelgebieden, of rechtvaardigt de groei de realisering van nieuwe clusters? • Optimale clustering dagelijkse voorzieningen vs. aanbod voor iedereen dichtbij. In de regio Zaanstreek-Waterland is sprake van een relatief hoge dichtheid aan clusters met een boodschappenfunctie.
Voor het behoud van goed functionerende centra is het belangrijk dat winkelgebieden compacter worden gemaakt, maar zal ook rekening gehouden moeten worden met het feit dat enkele (ondersteunende) clusters op den duur verdwijnen. Hier tegenover is er de wens om een fijnmazige detailhandelsstructuur met dagelijkse winkels op korte afstand van de meeste bewoners in stand te houden. Door een toenemende vergrijzing, ook in de regio, is het belangrijk dat de dagelijkse (ondersteunende) clusters zo veel mogelijk in stand gehouden worden, zodat ook minder mobiele inwoners toegang behouden tot hun boodschappen.
FIGUUR 3 VOOR MINDER MOBIELE INWONERS VAN DE REGIO BELANGRIJK DAT VOORZIENINGEN NABIJ ZIJN Bron: Bureau Stedelijke Planning
22
•
•
•
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
Ontwikkelingen vrij laten aan de markt vs. strikt beleid. De markt (detaillisten)
heeft veelal de ambitie om uit te breiden en te zoeken naar plekken die voor hen zo passend mogelijk zijn. Een goede bereikbaarheid, voldoende oppervlakte en een lage huur zijn de bekende wensen van bijvoorbeeld supermarkten. Door deze markt vrij te laten kunnen de verschillende winkels met elkaar concurreren en blijven de sterksten over (‘survival of the fittest’). De keuzes die de markt maakt zijn echter niet altijd bevorderlijk voor een goede ruimtelijke ordening (zonder clustering geen synergie) en voor de fijnmazige structuur (winkels ver van de woonbebouwing). Er wordt daarom meestal gekozen om beleid te voeren waarin winkels alleen op bepaalde plekken mogen landen. Maar hoe dient te worden voorkomen dat met regulerend beleid innovatie en ondernemerschap in de weg wordt gestaan? Clustering vs. stedelijke plinten. In de nieuwe binnenstedelijke woongebieden is vaak sprake van een ambitie om gemengde, levendige grootstedelijke gebieden te realiseren, met een plint met commerciële functies, waaronder nieuwe mogelijkheden voor detailhandel. Tegelijkertijd is er het steeds breder wordende besef dat er in de bestaande stad een grote opgave ligt om winkelmeters te reduceren, en om winkels zoveel als mogelijk in centra te clusteren.
Hoe verhouden die (stedenbouwkundige) groeiambities zich met de ambities om vooral aanbod te saneren en te transformeren naar andere stedelijke functies? Compactere winkelgebieden vs. ruimte voor starters. Vanuit zowel de trends en ontwikkelingen, als vanuit het gemeentelijke detailhandelsbeleid, is concentratie van detailhandel in compactere winkelgebieden steeds meer gewenst. Winkeliers die nu met hun winkelruimten buiten de compacte centra gelegen zijn, worden gestimuleerd om zich daarbinnen te vestigen. Vaak zijn de huren hier hoger en zijn ze niet altijd voor de startende ondernemer te betalen. Hoe om te gaan met dit dilemma?
Drie grote dilemma’s in de regio Zaanstreek-Waterland Binnen de regio zijn enkele specifieke dilemma’s actueel. Het gaat hierbij om branchevervaging op PDV-locatie Zuiderhout in Zaandam, de druk vanuit woningverdichting in het Wagenweggebied in Purmerend en de mogelijke realisatie van een bedrijventerrein in de Purmer (grondgebied EdamVolendam).
1.
Zaanstad – branchevervaging Zuiderhout
Zuiderhout in Zaandam is van origine een PDV-locatie waar met name grootschalige detailhandel binnen de branchegroep In/Om Huis gevestigd zit. Het betreft daarbij ook veruit de grootste PDV-locatie (en winkelgebied) binnen Zaanstreek-Waterland, die zowel bezoekers trekt vanuit de hele regio als daarbuiten. Vanuit de markt komen steeds meer aanvragen binnen voor vestiging van niet-PDV-functies, of winkels in het “grijze gebied”, waaronder
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
23
fietsenzaken. Het dilemma dat in Zaandam speelt is of en in hoeverre branchevervaging mogelijk is op Zuiderhout. Enerzijds maak je Zuiderhout hiermee aantrekkelijker en veelzijdiger als grootschalig detailhandelscluster, anderzijds kan het nadelige effecten hebben voor de regulieredetailhandelsclusters, alsmede precedentwerking veroorzaken.
2.
Purmerend – druk op de supermarkten in het Wagenweggebied
De vraag naar woningen in de MRA is groot, zo ook in Purmerend. Met name rondom de binnenstad van Purmerend is de druk op de ruimte groot. Er zijn plannen om het gebied tussen de binnenstad en station Purmerend fors met woningen te verdichten (Waterlandkwartier), en in het verlengde daarvan zijn er ook plannen om het aangrenzende Wagenweggebied verder te verdichten met woningen. De Wagenweg vormt als binnenstedelijk bedrijventerrein een bijzonder winkelcluster, met zowel het Miro-Center (o.a. Albert Heijn XL, Action en Blokker) als drie solitair gelegen supermarkten en enig aanbod In/Om Huis (o.a. Leen Bakker en Kwantum). Verplaatsing van een groot deel van de detailhandel zou daarmee door de druk op de ruimte op den duur onvermijdelijk zijn. Dit vraagstuk vormt een groot dilemma voor de gemeente Purmerend. Aan de ene kant de druk op de ruimte door woningbouw, zo dicht op de binnenstad, aan de andere kant de posities van de gevestigde detailhandel in het gebied, waar in het geval van verplaatsing een nieuwe locatie voor gevonden moet worden.
3.
Edam-Volendam – de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Purmer (grondgebied Edam-Volendam)
De gemeente Edam-Volendam onderzoekt op dit moment de mogelijkheid om een nieuw bedrijventerrein in de Purmer, te ontwikkelen. Het is echter de vraag of hier naast bedrijvigheid PDV-functies gepland zijn om te landen, waarmee een vijfde PDV-cluster binnen de regio zou ontstaan. Daarnaast zou mogelijke PDV-bedrijvigheid op deze locatie dicht op de PDV-bedrijvigheid op het huidige bedrijventerrein Baanstee-Noord in Purmerend liggen, waar ook optimalisatie en versterking gewenst is. Voorkomen moet worden dat de PDVkrachten over teveel locaties verdeeld worden, en het resultaat in niemands voordeel is. Regionale afstemming is in deze casus gewenst.
1.3 AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN De provincie hanteert in zijn ruimtelijk beleid drie hoofddoelstellingen: duurzaam ruimtegebruik, een vitale regionale economie en een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Aan de hand van de gevoerde analyses, een afweging van de hierboven genoemde dilemma’s en de provinciale hoofddoelstellingen zijn de volgende ambities en uitgangspunten voor de detailhandelsstructuur van de regio Zaanstreek-Waterland te formuleren:
24
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
•
Zo veel mogelijk clusteren van detailhandel (en andere maatschappelijke en commerciële voorzieningen). Nieuwe ontwikkelingen worden alleen toegestaan in de perspectiefrijke centra en niet op solitaire locaties. Winkels zijn alleen gevestigd in verstedelijkt of nog te verstedelijken gebied, zowel in winkelgebieden alsook (voor specifiek benoemde vormen van detailhandel) om ruimtelijk relevante redenen op specifiek benoemde locaties op bedrijventerreinen. Solitaire vestigingen buiten en binnen de woongebieden zijn ongewenst. In nieuwe woongebieden met voldoende draagvlak worden gelijksoortige voorzieningen zoveel als mogelijk geclusterd. Het uitgangspunt is dat de inwoners van Zaanstreek-Waterland op aanvaardbare afstand (in de regel maximaal ca. 750 meter) hun dagelijkse boodschappen moeten kunnen doen, en dus gebaat zijn bij een fijnmazige detailhandelsstructuur.
•
Kwalitatieve versterking van de bestaande winkelstructuur gaat boven het
•
•
mogelijk maken van kwantitatieve uitbreiding, tenzij er sprake is van grote nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen. Het beleid is er op gericht om vraag en aanbod meer in evenwicht met elkaar te brengen, wat betekent dat er per saldo reductie van het winkelaanbod in de regio zal moeten plaatsvinden. In 2025 zullen er dus minder leegstaande en in gebruik zijnde winkelmeters moeten zijn dan in 2021. Er kan echter een uitzondering gemaakt worden in het geval van grote nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen, waar het draagvlak zodanig stijgt dat ontwikkeling van extra voorzieningen mogelijk is. Dit vraagt in alle gevallen om maatwerk. Er moet terughoudend worden omgegaan met (grote) nieuwe ontwikkelingen. De centra staan onder druk van de dominante ontwikkelingen in de sector en het aanbod functioneert niet altijd optimaal. Om aantrekkelijke centra te behouden is het essentieel dat er geen grote nieuwe ontwikkelingen buiten de centra worden toegestaan. Er dient juist te worden ingezet op versterking van het bestaande aanbod en waar mogelijk op verdere clustering van de centra (compactere verblijfsgebieden). Die terughoudendheid geldt zeker ook voor de ontwikkelingen buiten de hoofdstructuur.
Vitaliteit en leefbaarheid: belangrijk is een optimale (dagelijkse) verzorging voor alle inwoners van Zaanstreek-Waterland, waarbij met name de dagelijkse voorzieningen voor de kleine kernen en ondersteunende centra in de toekomst geborgd worden. Vaak zijn er slechts enkele dagelijkse voorzieningen binnen de dorpskernen (gedragen door een kleine of minder kleine supermarkt) en maakt vergrijzing bewoners minder mobiel.
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
Dagelijkse voorzieningen moeten daarom zo nabij mogelijk zijn. Naast een plek voor boodschappen vormen dorpskernen en ondersteunende centra ook een ontmoetingsplek. Voor ondersteunende centra geldt dat zij naast ontmoetingsplek ook het ‘visitekaartje’ vormen van de omliggende buurt of wijk en daarom goed onderhouden dienen te worden. De opgave is daarom om vitale en leefbare dorpen en ondersteunende centra in stand te houden of te creëren. Met het naleven van de bovenstaande ambitie in beleidsvorming en omgang met plannen zijn er gezonde vraag-aanbod verhoudingen, een goede ruimtelijke ordening en wordt (onnodige) leegstand voorkomen.
Waar wil de regio Zaanstreek-Waterland heen? Zaanstreek-Waterland heeft vijf kernpunten waar men zich op het gebied van detailhandel in de toekomst op wil focussen. Dit betreffen de volgende zaken: 1. In Zaanstreek-Waterland is alles te koop. Men wil zich als regio richten op een compleet en fijnmazig winkelaanbod waar inwoners en bezoekers alles kunnen vinden, zowel dagelijks als niet-dagelijks. Dit betekent niet alleen een goed voorzieningenniveau binnen de grotere kernen met gezellige centrumgebieden in de grotere centra Purmerend en Zaandam, maar ook binnen de kleinere (dorps)kernen. Naast het sterke voorzieningenaanbod in de kernen biedt het ook een compleet PDV-aanbod in vier verschillende clusters, waarbij meubels voornamelijk in Zuiderhout, met enkele grote regionale trekkers (zoals Hornbach en Loods5) en Julianaweg in Volendam (zoals Taase en Veerman) aanwezig zijn. Tevens wil men een winkelaanbod in verschillende segmentaties, aansluitend bij de sociaal-economische bevolkingsopbouw in de kernen. 2. Versterking van de centrumgebieden. De aandacht ligt hier op versterking van de twee centrumgebieden Purmerend en Zaandam, mede doordat men voor funshoppen vaak naar locaties buiten de regio gaat (Amsterdam, Haarlem). Beide centrumgebieden verschillen in sfeer en dienen geen concurrenten van elkaar te zijn maar elkaar aan te vullen.
Purmerend als centrum waar van oudsher meer historie zit en meer een winkelrondje gemaakt/gestruind kan worden. Zaanstad als centrum met unieke (Zaanse) uitstraling, vernieuwende stedenbouw, inclusief horeca, voorzieningen en terrassen. 3. Kwaliteit van winkelgebieden in kleine kernen versterken . Hierop blijven we inzetten om in deze gebieden een goed aanbod te hebben en waar nodig deze versterken. Iedere inwoner moet op relatief kleine afstand een compleet voorzieningenaanbod kunnen vinden. Het belang van vitale en kwalitatief hoogwaardige winkelgebieden in
25
26
UITGANGSPUNTEN EN DILEMMA’S
4.
5.
kleinere kernen moet daarbij ook zorgen voor een duurzaam voorzieningenniveau. Deze kleine kernen hebben daarnaast een belangrijke maatschappelijke/ontmoetingsfunctie. Sterke profilering van regio als leverancier van lokale producten . De regio is erg sterk in lokale producten en staat hier ook om bekend, zoals Volendammer vis, Edammer- en Beemsterkaas, Zaanse chocolade en mosterd. Verder is ook een verscheidenheid aan landbouwproducten afkomstig uit de regio. Via deze streekproducten uit de dorpen en grote steden in de regio wil men de regio ook economisch met elkaar verbinden. Hiermee kan ingespeeld worden op de trend dat inwoners uit duurzaamheidsoogpunt streekproducten gaan kopen, een trend die supermarkten reeds oppakken. Maar ook kan men zich hiermee nog meer op toeristen richten. Horeca kan tevens geënthousiasmeerd worden om te werken met streekgerechten. Sterke koppeling met toerisme. De regio heeft enkele toeristische iconen zoals de Zaanse Schans, de Dijk van Volendam, moderne architectuur in Zaandam en rustieke oud-Hollandse dorpen met veel groen en water. De koppeling tussen een bezoek aan de winkelgebieden met deze toeristische plekken zorgt ervoor dat de totaalervaring voor toeristen in de regio versterkt kan worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een combinatiebezoek van de stad/platteland met boot of fiets.
Daarnaast zetten we in op de regio als culinaire hotspot. Goede horeca en mooie streekproducten zorgen ervoor dat Purmerend daar op toeristisch vlak veel omheen kan bouwen. Zo kan men bijvoorbeeld bezoekers van het Twiske verleiden om naar dorpen en steden te komen om te winkelen, te genieten van streekproducten en gebruik te maken van de lokale horeca. Manieren om dit te doen zijn bijvoorbeeld gezamenlijk inzetten op ‘regionaal herkenbare winkels’ die lokale streekproducten verkopen, lokale producten en korte ketens of winkels en verkoopstalletjes die je per fiets, boot of auto kan bezoeken.
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
27
2 VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
2.1 DE GEWENSTE HOOFDWINKELSTRUCTUUR In onderstaande figuur is de visie op de gewenste hoofdwinkelstructuur in de regio Zaanstreek-Waterland weergegeven. De hoofdstructuur omvat de grootste en belangrijkste winkelgebieden1. Initiatieven worden bij voorkeur geleid naar en ontplooid in deze winkelgebieden.
FIGUUR 4 DE GEWENSTE HOOFDWINKELSTRUCTUUR IN DE REGIO ZAANSTREEK-WATERLAND Bron: Bureau Stedelijke Planning
1 De gewenste hoofdwinkelstructuur voor de regio Zaanstreek-Waterland wijkt beperkt af van die in de
detailhandelsvisie Zaanstad. Zo zijn in tegenstelling tot die visie de winkelgebieden Lobeliusstraat en Oud Zaandijk niet in de regionale visie opgenomen. Dit heeft als reden dat deze winkelgebieden in onze ogen 5 jaar later een te beperkt of gefragmenteerd aanbod hebben en anno 2021 minder toekomstbestendig zijn.
28
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
Er is in de hoofdstructuur onderscheid gemaakt in: • drie verschillende typen centrumgebieden (regionaal, bovenlokaal en lokaal); • de ondersteunende clusters; • een bijzonder cluster; • de clusters met volumineus aanbod (PDV-clusters). WINKELGEBIEDSTYPES
WINKELGEBIEDEN
Regionaal centrum
Centrum Purmerend
Centrum Zaandam
Bovenlokaal centrum
Centrum Krommenie
Centrum Volendam
Centrum Wormerveer Lokaal centrum
Centrum Assendelft
Centrum Edam
Centrum Koog a/d Zaan
Centrum Oosthuizen
Centrum Oostzaan
Centrum Landsmeer
Centrum Middenbeemster
Centrum Monnickendam
Centrum Wormer Ondersteunend
Burg. Van Baarstraat (Volendam) De Gors (Purmerend) Saendelft (Assendelft)
De Stient (Volendam)
Gibraltar (Zaandam)
Gildeplein (Purmerend)
Gorselaar (Purmerend)
Makado (Purmerend)
Meerland (Purmerend)
Overwhere (Purmerend)
Rosariumplein (Krommenie)
’t Kalf (Zaandam)
’t Spil (Monnickendam)
Vermiljoenweg (Zaandam)
Weidevenne (Purmerend)
Westerkoog (Koog a/d Zaan)
Westerwatering (Zaandam)
Wormerplein (Purmerend)
Zorgboulevard (Zaandam) Bijzonder ondersteunend Wagenweg (Purmerend) PDV-Clusters
Baanstee (Purmerend)
Julianaweg (Volendam)
Noorderveld (Wormerveer)
Zuiderhout (Zaandam)
TABEL 2 DE INDELING VAN DE GEWENSTE HOOFDWINKELSTRUCTUUR IN ZAANSTREEK-WATERLAND
Binnen bovenstaande centra kunnen initiatieven gehonoreerd worden, mits ze passend zijn in de beoogde functie van het winkelgebied, en passend zijn binnen de positie die het winkelgebied in de hoofdstructuur vervult. Initiatieven dienen beoordeeld te worden op hun bijdrage aan het toekomstbestendig maken of houden van het betreffende winkelgebied. Uitbreiding van aanbod mag geen doel op zich zijn, reductie van winkelaanbod ligt immers in de meeste gevallen meer voor de hand dan uitbreiding van winkelaanbod.
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
29
Voor de overige clusters, veelal de centra van kleine dorpen en de kleinste ondersteunende wijk en buurtcentra, geldt dat deze zich moeten richten op de dagelijkse verzorging van de inwoners in hun verzorgingsgebied (dorp of buurt/wijk). Dit zijn de volgende clusters: de dorpskernen van Broek in Waterland, Ilpendam en Marken in de gemeente Waterland, de ondersteunende clusters Klaverweide in de gemeente Oostzaan en Plein 13, Rooswijk, Centrum Zaandijk, Dorpsstraat-Communicatieweg Assendelft, Centrum Westzaan, Westzijde, Zilverschoonplein en Lobeliusstraat in de gemeente Zaanstad. Voor een deel van deze centra is het op den duur vragelijk of ze voldoende kritische massa hebben om toekomstbestendig te zijn. De oplossing is per centrumgebied verschillend, soms is clustering met andere centra nodig om perspectiefrijk te blijven en soms is dit niet nodig en volstaat inzetten op behoud van huidige centra.
2.2 INVULLING EN FUNCTIE WINKELGEBIEDSTYPES IN DE HOOFDSTRUCTUUR De volgende invulling en functie is leidend binnen de verschillende winkelgebiedstypes in de hoofdstructuur. REGIONAAL CENTRUM ZAANDAM Centrum Zaandam als multifunctioneel en compact recreatief regionaal centrum van de Zaanstreek. Het centrum2 van Zaandam vormt een belangrijk recreatief winkelhart
binnen de Zaanstreek, met een mix van (inter)nationale winkelketens en zelfstandige ondernemers. Dit centrum heeft te maken met relatief veel leegstand, wat door de coronacrisis in versnelling is geraakt. Zoals ook in de detailhandelsvisie Zaanstad wordt aangegeven dient het kernwinkelgebied compacter gemaakt te worden, waarbij meer ingezet moet worden op een multifunctioneel aanbod. Niet alleen het (kwalitatief) versterken van het huidige aanbod aan winkels en horeca is hierbij van belang maar ook het gedoseerd ruimte maken voor maatschappelijke en culturele voorzieningen, werklocaties en leisurevoorzieningen speelt een rol. Vanuit het kernwinkelgebied dient de samenhang met de Westzijde, maar ook het gebied aan de oostkant van de Zaan (zoals de Peperstraat) meer versterkt te worden. Hierbij wordt ingespeeld op versterking van het centrum als huiskamer van de stad, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op een compacter winkelgebied. Buiten het compacte(re) centrumgebied dient geen medewerking te worden verleend aan winkelinitiatieven. Vanuit het huidige gemeentelijke beleid (Perspectief Centrum Oost) wordt reeds gewerkt aan een betere samenhang tussen het kernwinkelgebied en het centrum aan de oostkant van de Zaan.
Een van de doelen uit het beleid is het versterken van het centrum aan de oostkant van de Zaan, waarbij de cultuurhistorie en identiteit 2 Het centrum van Zaandam dat onder de hoofdwinkelstructuur valt (kernwinkelgebied) betreft het deel ten westen
van de Zaan. Het centrumdeel ten oosten van de Zaan (Oostkant, rondom Zuiddijk en omgeving) is geen onderdeel van de hoofdwinkelstructuur, maar een gemengd en centrumondersteunend gebied.
30
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
versterkt wordt. Het plan is om trekkers in de culturele sector en horeca te laten landen in dit deel van het centrum, ondersteund door enkele op ambacht gerichte detailhandel. Op deze manier worden bezoekers van het kernwinkelgebied in de toekomst aangetrokken naar de oostkant van de Zaan. Hoewel men de samenhang tussen het kernwinkelgebied en het centrum aan de oostkant van de Zaan wilt versterken, is het niet de bedoeling om extra winkelmeters toe te voegen aan het gehele centrumgebied. Een compact kernwinkelgebied/centrum is nog steeds de basis van het beleid. Daarnaast werkt de BIZ Stadshart Zaandam in samenwerking met ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners aan een wervingsvisie om het centrum te versterken. REGIONAAL CENTRUM PURMEREND
Het centrum van Purmerend heeft net als het centrum van Zaandam een regionale functie, met name voor de deelregio-Waterland. Ook voor dit centrum geldt dat ingezet dient te worden op een compacter, multifunctioneel historisch stadscentrum waar het huidige aanbod kwalitatief wordt versterkt. Het multifunctionele karakter kan gecreëerd worden door in te zetten op een mix van culturele, maatschappelijke en werkfuncties, maar ook door het unieke horecaplein de ‘Koemarkt’ te verstevigen. Daarnaast kan het organiseren van onderscheidende markten en seizoensverlenging door het plannen van evenementen hieraan bijdragen. Hiermee wordt de verblijfsduur en het combinatiebezoek van het centrum versterkt. Tegelijkertijd zijn er op dit moment verregaande plannen om het gebied tussen de binnenstad van Purmerend en het station Purmerend (Waterlandkwartier) fors te verdichten met woningen. Dit komt mede voort uit de beleidsambities van de Provincie en MRA voor verdichting met woningen rondom OV-knooppunten. Vanuit de Verstedelijkingsstrategie Purmerend zullen de binnenstad Purmerend en het Waterlandkwartier als één gebied worden gezien in de toekomst. In het in juni 2021 vastgestelde Masterplan voor het Waterlandkwartier wordt een uitbreiding/aanvulling van de binnenstad van Purmerend voorzien.
Het is daarmee ook de vraag of het centrum van Purmerend binnen zijn huidige contouren toekomstbestendig is, of dat dit met het oog op de ontwikkelingen in het Waterlandkwartier aangepast dient te worden. De gemeente Purmerend bereidt inmiddels een centrumvisie voor waarin ook op deze vraag antwoord zal moeten worden gegeven. DE BOVENLOKALE CENTRA
In de drie bovenlokale centra Krommenie, Volendam en Wormerveer , is meer aanbod dan enkel voor de dagelijkse verzorging van de inwoners nodig is. Omdat de positie van centra van deze omvang als niet-dagelijks winkelgebied echter kwetsbaar is, dient versterking hier vooral in kwalitatieve zin plaats te vinden. Het inzetten op meer compacte, maar ook multifunctionele centra, met verschillende publieke voorzieningen, is ook hier het devies.
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
31
Voor het centrum van Krommenie en Wormerveer dient naast inzet op een compact en multifunctioneel centrum ook meer samenhang gecreëerd te worden tussen de verschillende deelgebieden van het centrum. Voor Krommenie geldt dat voor de Heiligeweg en de Zuiderhoofdstraat en Noorderhoofdstraat. Fysiek is het lastig om een uniform centrumgebied te creëren, maar door middel van sfeer, uitstraling en routing dienen de nu ietwat afzonderlijke deelgebieden meer met elkaar verbonden te worden. Ditzelfde geldt voor Wormerveer voor de deelgebieden Marktplein, Marktstraat en Zaanweg. Meer nog dan in Krommenie hebben de drie onderdelen een geheel eigen sfeer en functie. De gemeente Zaanstad zet met het concept Perspectief Zaanstad Noord en het toerismebeleid in op versterking van de Zaanbocht als verblijfsgebied voor bewoners en bezoekers, met meer groen, meer ruimte voor langzaam verkeer, terrassen en aantrekkelijke, unieke winkels. Voor het centrum van Volendam geldt behoud van het huidige winkelaanbod, waarbij kwalitatieve versterking van de lokale boodschappenfunctie gewenst is. Ook voor het centrum van Volendam is versterking van de samenhang tussen de verschillende deelgebieden binnen het centrum gewenst. Dit geldt zowel voor het (meer toeristische) deel van de dijk als de Zeestraat en de Havenhof, maar ook voor het meer gefragmenteerde aanbod rond de Edammerweg.
FIGUUR 5 VERSCHILLENDE DEELGEBIEDEN VAN CENTRUM VOLENDAM IN DE DETAILHANDELSSTRUCTUURVISIE EDAM-VOLENDAM Bron: Detailhandelsstructuurvisie Edam-Volendam, DTNP 2018
DAGELIJKSE DORPSCENTRA ALS ONTMOETINGSPLEK
Dorpscentra hebben voornamelijk een boodschappenfunctie. Er zijn vaak een of twee supermarkten, ondersteunend dagelijks aanbod in de vorm van een bakker en slager en daarnaast nog enkele niet-dagelijkse winkels. Dit zijn veelal winkels
32
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
met frequent benodigde artikelen zoals de bloemenzaak en winkel met huishoudelijke artikelen. Daarnaast zijn er enkele diensten en mogelijk wat horeca gevestigd. Door dit aanbod, vaak in combinatie met maatschappelijke centrumfuncties, functioneren de centra als ontmoetingsplek voor bewoners van dorp en ommeland.
DORPSCENTRA MET BOODSCHAPPENFUNCTIE (V.L.N.R.): OOSTHUIZEN, EDAM EN OOSTZAAN
In de dorpscentra is inzet op behoud van deze functie aan de orde. De verwachting is dat in de genoemde dorpen ook in de toekomstige situatie nog een bescheiden dagelijkse voorziening kan worden geboden. Dit is belangrijk om de leefbaarheid van deze kernen op peil te houden. Ook omwille van de leefbaarheid van de dorpen is een bovenmatige versterking van de bovenlokaal verzorgende centra niet gewenst. Naast het behoud en waar nodig versterking van het huidige aanbod is ook een versterkingsimpuls van de verblijfskwaliteit en vastgoedkwaliteit van belang. Hiermee kunnen de dorpscentra een sterkere ontmoetingsfunctie en uitstraling creëren, zodat elk dorp over een aantrekkelijk dorpshart beschikt. ONDERSTEUNENDE CENTRA MET BOODSCHAPPENFUNCTIE
Voor de ondersteunende centra is net als voor de lokale centra (dorpscentra) behoud van die functie op zijn plaats. Waar nodig kan beperkte versterking mogelijk worden gemaakt indien dit bijdraagt aan de variatie van het aanbod, maar ook de multifunctionaliteit van het centrum als geheel. Dit geldt vooral voor de centra die nu in opzet en uitstraling gedateerd zijn. Denk aan het Rosariumplein (Krommenie) of winkelcentrum Makado (Purmerend). Het aanbod moet passend zijn bij het draagvlak en dus ondersteunend aan de hoofdcentra. Van een functiesprong kan in deze centra geen sprake zijn, ook omdat dit de fijnmazigheid van de structuur aan kan tasten. Met oog op de grote woningbouwopgave is het mogelijk om op en rond de wijkwinkelcentra te verdichten met woningen. Niet alleen wordt tegemoet gekomen aan de substantiële vraag naar woningen in stedelijke woonmilieus, maar ook vergroot dit het bestedingspotentieel. Realisatie van woningen kan vorm krijgen door herontwikkeling van verouderde winkelcentra die in veel gevallen als laagbouw zijn gerealiseerd. De ontwikkeling van woningen dient bij voorkeur samen te gaan met verdere functiemenging met horeca, leisure, werkunits en
VISIE DETAILHANDELSSTRUCTUUR OP HOOFDLIJNEN
33
maatschappelijke voorzieningen. Met name deze laatste functie versterkt het verzorgende karakter van de wijkcentra voor bewoners van omliggende wijken. Ook bevordert dit de ontmoetingsfunctie en synergie en draagt het bij aan het voortbestaan van diverse winkel- en horecavoorzieningen. Op deze manier kan een multifunctioneel ‘hart van de wijk’ gecreëerd worden3. Tezamen met de woningverdichting en het inzetten op multifunctionele wijkwinkelcentra is het van belang dat de gedateerde wijkcentra een impuls van zowel de openbare ruimte als de vastgoedkwaliteit krijgen. Zo wordt de verblijfskwaliteit voor bewoners en bezoekers versterkt. Een duidelijke visie op deze wijkwinkelcentra als onderdeel van de ondersteunende structuur is daarbij van belang. Dit dient lokaal (op het niveau van de gemeente) uitgewerkt te worden. VOLUMINEUS AANBOD IN PDV-CLUSTERS Concentratie van winkels in volumineus aanbod zoveel als mogelijk in de vier PDV-
clusters. Waar mogelijk inzetten op reductie van het verspreid gelegen aanbod in de regio. Brancheverruiming op de PDV-clusters is niet toegestaan. Wel kan hier de verblijfskwaliteit verbeterd worden door ondersteunende horeca of grootschalige leisurefuncties (niet passend binnen centra) toe te staan. Om aantrekkelijke PDV-clusters te realiseren is samenwerking tussen gemeente, eigenaren en retailers wel noodzakelijk. Als doel van die samenwerking moet onder meer gedacht worden aan de aanpak van het fysieke domein door de kwaliteit en sfeer en uitstraling te verbeteren, met een uitnodigende openbare ruimte. Ook communicatie en marketing kunnen hieraan bijdragen. Een gezamenlijke en uniforme uitstraling, zowel in de fysieke omgeving (vlaggen, banieren, bewegwijzering, (digitaal) welkombord) als online (gezamenlijke website en acties). Het is niet verstandig naast de vier bestaande PDV-clusters een nieuw ‘vijfde’ PDV-cluster in de regio te realiseren. Er is reeds een groot aanbod In/Om Huis aanwezig in de regio en binnen de bestaande vier locaties is voldoende ruimte voor nieuwe initiatieven. Zuiderhout is met afstand de grootste PDV-cluster in de regio en het advies is om