XZ20250630 Eindrapportage rekenkameronderzoek Ouder worden in Laarbeek (totaal)
Tekst van het document
Wmo De gemeente Laarbeek heeft de afgelopen periode verbeteringen doorgevoerd in de toegang tot Wmo, waarbij beter wordt geluisterd en naar de behoefte van hulpbehoevende wordt gekeken. De gemeente zet in op een vriendelijke en coachende aanpak, waarbij inwoners worden geadviseerd en begeleid in plaats van enkel een “ja/nee”-antwoord te krijgen op aanvragen. Deze rol, gekoppeld aan het betrekken van casemanagers en zorgprofessionals, dient te zorgen voor een integralere en cliëntgerichtere benadering. Respondenten geven aan dat initiatieven zoals dorpsondersteuners, casemanagers dementie en Parkinson, en het stimuleren van collectieve voorzieningen (zoals deel-scootmobielen) bijdragen aan preventie. Mobiliteit, vervoer en toegankelijkheid Naar voren komen bevorderende factoren op het gebied van mobiliteit. De gemeente werkt aan het ontwikkelen van snelfietsroutes en het verbeteren van verkeersveiligheid, initiatieven die niet alleen jongere bewoners maar ook senioren ten goede komen. Ouderen zijn vaak actief betrokken bij verkeersveiligheid door het doen van meldingen en via deelname aan dorpsraden en de werkgroep verkeer. Deze groepen, die veelal bestaan uit gepensioneerden, leveren waardevolle input en signaleren belangrijke verbeterpunten zoals onveilige rotondes of ontbrekende zebrapaden.
De gemeente zet daarnaast stappen om het gebruik van het OV laagdrempeliger te maken, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van eenvoudige en flexibele vervoersdiensten. Uit ambtelijke gesprekken komt de ambitie naar voren om een ideale situatie te creëren waarin ouderen mobiel kunnen blijven, zowel lopend en fietsend als met het OV, met aanvullende aandacht voor sociale verbondenheid en toegankelijkheid.
52
Sociale participatie, preventie, sport en bewegen De gemeente Laarbeek beschikt over een breed aanbod aan voorzieningen en initiatieven gericht op ouderen, zoals beweegtuinen, buurtsportcoaches, en dagopvang voor mensen met dementie. Deze initiatieven bevorderen niet alleen fysieke en mentale vitaliteit, maar ook sociale cohesie door ontmoeting te stimuleren. Uit gesprekken met zowel inwoners als professionals heeft een sterke gemeenschapszin, dankzij de vier kleine kernen, waar mensen van nature omzien naar elkaar. Initiatieven zoals woonzorgcirkels en projecten bevorderen samenleven en onderlinge ondersteuning tussen ouderen met diverse zorgbehoeften. Vrijwilligersinitiatieven zoals gemeenschapskracht en LEV dragen bij aan het versterken van gemeenschappen in buurten. Het mantelzorgbeleid en samenwerkingen met welzijnsorganisaties, seniorenverenigingen en zorginstellingen tonen een duidelijke betrokkenheid bij het ondersteunen van ouderen. Daarnaast wordt, bijvoorbeeld bij de uitvoeringsagenda sociaal domein en mantelzorgondersteuning, jaarlijks geëvalueerd en verbeterd, wat de basis legt voor toekomstige verbeteringen. Bron: interviews
Het project gemeenschapskracht in Laarbeek inspireert om je in te zetten voor een hechtere gemeenschap. Iedere kern heeft een eigen aanpak om de gemeenschapskracht te bevorderen. Via bijeenkomsten tussen de kernen worden ervaringen en ideeën uitgewisseld. Ook organisaties worden betrokken om zo steeds meer mensen te betrekken bij de huidige initiatieven. Door huisbezoeken wordt in kaart gebracht welke behoeften er zijn en wie een waardevolle bijdrage kan leveren, zoals de buurman die wekelijks de zware boodschappen voor een oudere inwoner doet. Daarnaast worden workshops georganiseerd om mensen met elkaar te verbinden en betrokken te houden. Er is een duidelijke noodzaak om de leefbaarheid in dorpen te verbeteren door onderling zorg en aandacht voor elkaar, en het bewustzijn te vergroten over het belang van omzien naar de medemens. De gemeente faciliteert initiatieven om inclusiviteit en zelfredzaamheid te stimuleren. Projecten zoals de huiskamer bieden laagdrempelige ontmoetingsplaatsen waar inwoners terecht kunnen met vragen en elkaar kunnen ondersteunen, wat bijdraagt aan sociale cohesie en preventie van eenzaamheid. De bibliotheek speelt een rol bij het ondersteunen van senioren op het gebied van digitale vaardigheden en laaggeletterdheid, wat hun zelfredzaamheid vergroot. Bron: interviews
Het promoten van inclusiviteit, bijvoorbeeld door gebouwen toegankelijk te maken voor minder valide inwoners, draagt bij aan een inclusieve samenleving. Daarnaast spelen burgerinitiatieven en samenwerkingen met partners zoals woCom en sociale werkvoorzieningen een belangrijke rol in het versterken van gemeenschapszin en het vergroten van zelfredzaamheid. Door een nadruk te leggen op preventie en collectieve oplossingen, wordt geprobeerd hogere zorgkosten op de lange termijn te voorkomen. De focus op samenwerking met eerstelijns zorgprofessionals en lokale netwerken zoals dorpsraden en de KBO versterkt de sociale cohesie en maakt een proactieve aanpak mogelijk. Valpreventie staat hoog op de agenda, en door informatiemomenten en cursussen via fysiotherapeuten worden ouderen betrokken bij hun eigen gezondheid. “De samenwerking tussen dorpsondersteuners, verenigingen en inwoners groeit.” Bron: interviews
53
Sociale en fysieke veiligheid Bijna 9 op de 10 (86%) deelnemers voelt zich veilig op straat. Ruim de helft (56%) voelt zich meestal veilig en drie op de tien (30%) voelt zich altijd veilig. Digitalisering Ouderen maken steeds vaker gebruik van technologie, hierdoor liggen er kansen voor apps of platforms om ontmoeting en welzijn te bevorderen. Ook worden er cursussen, workshops en voorlichtingen georganiseerd om beter met digitalisering om te kunnen gaan voor senioren. Deze worden georganiseerd bij bijvoorbeeld de KBO en de bibliotheek.
Grafiek 8: Voelt u zich ’s avonds veilig op straat? Woon(situatie) In de gemeente Laarbeek is er een doorstroomregeling voor senioren van 65 jaar en ouder die momenteel in een huurwoning wonen met drie slaapkamers. Senioren kunnen zich hiervoor aanmelden en krijgen vervolgens voorrang bij het toewijzen van een seniorenwoning. De regeling wordt onder de aandacht gebracht via onder andere de LEV-groep en de gemeente. Daarnaast zijn er appartementencomplexen met gemeenschappelijke ontmoetingsruimtes. 2.4.3 SAMENVATTING We hebben de straatinterviews (n = 28), interviews (n = 26) met stakeholders en enquête (n = 343) geanalyseerd. Respondenten noemen de volgende factoren. Domein Gezondheid en eerste lijn
Wmo
Belemmerend Parttime werkende huisartsen. Overbelasting van spoedeisende hulp. Tekort aan zorgvoorzieningen. Tekort aan zorg- en verpleeginstellingen.
Bevorderend • Goede bereikbaarheid van huisartsenzorg • Snelle toegankelijkheid bij klachten • Goede onderlinge afstemming tussen huisartsen
•
•
• • • •
• •
Geen overzicht van afgewezen telefonische Wmo-aanvragen. Keukentafelgesprekken zorgen voor herhaling en onrust bij cliënten. Tekort aan huishoudelijke hulp en hulpmiddelen.
54
• • •
Vriendelijke en coachende aanpak door gemeente Inzet van casemanagers en zorgprofessionals voor integrale ondersteuning Initiatieven zoals dorpsondersteuners en casemanagers dementie/Parkinson Stimuleren van collectieve voorzieningen
• Mobiliteit, vervoer en toegankelijkheid
• • • •
Sociale participatie, preventie, sport en bewegen
• • • •
Moeilijk toegankelijke en bureaucratische Wmo-procedures. Openbaar vervoer is beperkt en sluit niet aan op behoeften van ouderen. Onbekendheid met Wmo-vervoer en OVdiensten onder senioren. Slechte infrastructuur. Gebrek aan vervoer bemoeilijkt mantelzorg en sociale activiteiten.
Moeilijk te bereiken kwetsbare ouderen, vooral bij eenzaamheid. Tekort aan vrijwilligers en opvolging van initiatieven. Informatieversnippering over sociale activiteiten. Gebrek aan/ bekendheid met- ontmoetingsplekken en gezamenlijke woonvoorzieningen.
• • • • • • • • • • • • • •
Sociale en fysieke veiligheid
• • • •
Digitalisering
• • •
(Woon)situatie
• • • •
Gebrek aan zichtbare politie en handhaving. Slecht onderhoud van stoepen en straatverlichting. Angst voor criminaliteit en oplichting. Geen centraal meldpunt/-structuur voor veiligheidsproblemen. Ouderen missen kennis en vaardigheden. Weinig fysieke alternatieven voor digitale diensten. Minder persoonlijk contact door digitalisering vergroot eenzaamheid.
•
Tekort aan levensloopbestendige en betaalbare woningen. Hoge kosten en gebrek aan doorstroommogelijkheden voor senioren. Senioren blijven vaak te lang in grote woningen zonder alternatief. Gebrek aan woonzorgvoorzieningen en mantelzorgondersteuning.
•
Tabel 5: Belemmerende en bevorderende factoren
55
• • • • •
• • •
Ontwikkeling van snelfietsroutes en verbeterde verkeersveiligheid Actieve betrokkenheid van ouderen bij verkeersveiligheid en meldingen Werkgroepen verkeer en dorpsraden Stimuleren van laagdrempelige en flexibele OV-oplossingen Focus op sociale verbondenheid en toegankelijkheid Beweegtuinen, buurtsportcoaches en dagopvang voor ouderen Sterke gemeenschapszin Initiatieven zoals woonzorgcirkels en Zonnetij voor onderlinge ondersteuning Vrijwilligersinitiatieven versterken de gemeenschap Mantelzorgbeleid en samenwerkingen met welzijnsorganisaties en seniorenverenigingen Inspirerende bewonersinitiatieven Huisbezoeken en workshops Laagdrempelige ontmoetingsplaatsen Projecten gericht op digitale vaardigheden en laaggeletterdheid Hoog veiligheidsgevoel onder inwoners (86% voelt zich veilig) Sterke samenwerking tussen dorpsondersteuners, verenigingen en inwoners Kennisdeling en uitwisseling op lokaal niveau
Toenemende technologiegebruik Cursussen en workshops voor digitale vaardigheden Gebruik van apps en platforms om ontmoeting en welzijn te bevorderen Doorstroomregeling voor 65-plussers naar seniorenwoningen Prioriteit voor senioren bij woningtoewijzing Promotie van regeling via LEV-groep en gemeente Appartementencomplexen met gemeenschappelijke ontmoetingsruimtes om eenzaamheid te voorkomen
2.5 WENSEN EN BEHOEFTEN VAN SENIOREN IN DE TOEKOMST Wat voor wensen en behoeften zouden senioren over 20 jaar kunnen hebben? 2.5.1 TOEKOMSTBESTENDIGE GEMEENTE VOOR SENIOREN Hieronder worden de belangrijkste thema’s en wensen voor de toekomst besproken. De basis voor deze analyse wordt gevormd door de enquête (n = 343). Wat geven inwoners aan als ze gevraagd wordt naar de toekomst? Wonen Wonen is het meest genoemde thema. Dit onderwerp kom in veel reacties terug en wordt als cruciaal ervaren voor een toekomstbestendige gemeente. Er is een sterke behoefte aan meer geschikte woonvormen. “Meer woningen voor senioren die nu eigenlijk in een te groot huis wonen maar graag zelfstandig willen wonen in een kleiner (levensbestendig huis) met voldoende ruimte en privacy.” Bron: enquête
Een groot deel van de senioren geeft aan dat er meer geschikte woonvormen nodig zijn. Er is een sterke behoefte aan seniorenwoningen en mantelzorgwoningen, zowel in de kernen als in de buitengebieden. Ook wordt gepleit voor de bouw van nieuwe wooncomplexen, zoals appartementencomplexen met gezamenlijke voorzieningen. Daarnaast is het belangrijk dat woningen levensloopbestendig zijn, zodat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Snelle en efficiënte bouwprocessen worden als essentieel gezien om aan deze groeiende vraag te voldoen. Verder wordt aandacht gevraagd voor de betaalbaarheid van woningen. Er wordt ook gesproken over gemengde woonwijken, waar jong en oud samenleven en elkaar kunnen ondersteunen. Dit bevordert de sociale cohesie en vermindert eenzaamheid onder ouderen. Initiatieven zoals gemeenschappelijke woonvormen en knarrenhofjes worden als mogelijke oplossingen genoemd. Zorg De behoefte aan meer toegankelijke en kwalitatieve zorgvoorzieningen is groot. Senioren geven aan dat er meer verzorgingshuizen nodig zijn en dat ondersteuning aan mantelzorgers verbeterd moet worden. Thuiszorg moet goed beschikbaar blijven. Ook wordt het belang van preventieve zorg en sociale binding benoemd, zodat ouderen niet eenzaam worden en tijdig de juiste zorg ontvangen. “Senioren die eraan toe zijn te laten samenwonen met voorzieningen op zorg, eten en het samen zijn.
Is veilig voor diegene die dit nodig heeft en tegen vereenzaming en zorg dicht in de beurt zorgt voor vertrouwen.” Bron: enquête
Daarnaast wordt gewezen op de noodzaak van digitale toegankelijkheid in de zorg. Veel ouderen ervaren problemen bij het gebruik van onlinezorgdiensten en digitale afspraken. Er moet meer ondersteuning en begeleiding komen om senioren vertrouwd te maken met digitale hulpmiddelen. Mobiliteit Veel senioren ervaren mobiliteit als een uitdaging. Er is behoefte aan veilige, verkeersluwe dorpskernen en betere openbaar vervoer verbindingen tussen de verschillende dorpen. Daarnaast wordt gepleit voor goed onderhouden trottoirs en veilige oversteekplaatsen. Parkeerbeleid moet seniorvriendelijk zijn, met voldoende parkeerplekken dicht bij belangrijke voorzieningen. “Zorgen voor een betere toegankelijkheid; denk aan het verbeteren van de stoepen/voetpaden, maar ook het openbaar vervoer.” Bron: enquête
56
Daarnaast wordt benadrukt dat de frequentie van het openbaar vervoer verbeterd moeten worden. Sommige senioren geven aan dat ze afhankelijk zijn van de bus, maar dat routes en dienstregelingen niet altijd aansluiten op hun behoeften. Ook de toegankelijkheid van openbaar vervoer wordt als belangrijk punt genoemd. Veel senioren hebben moeite met het instappen in bussen of treinen, vooral wanneer haltes niet goed bereikbaar zijn. Voorzieningen Om de gemeente aantrekkelijk en leefbaar te houden voor senioren, is een breed aanbod van voorzieningen noodzakelijk. Er wordt specifiek gevraagd om voldoende supermarkten en winkels op loopafstand, maar ook om sociale ontmoetingsplekken en recreatieve activiteiten. Senioren willen een omgeving waarin ze actief kunnen blijven, bijvoorbeeld door toegankelijke sportfaciliteiten en culturele activiteiten. Voorzieningen centraliseren zodat senioren maar korte afstanden hoeven af te leggen als ze in het centrum willen verblijven en makkelijk bij elkaar op bezoek kunnen gaan. Ook wordt het belang van sociale activiteiten benadrukt. Senioren willen graag actief blijven deelnemen aan het gemeenschapsleven, maar missen soms geschikte activiteiten of een plek om samen te komen. Er wordt gepleit voor meer initiatieven die senioren met elkaar verbinden, zoals buurthuizen en ontmoetingscentra.
Regelgeving & beleid Een aantal respondenten geeft aan duidelijke communicatie te willen voor een seniorvriendelijke gemeente. Er wordt gevraagd om meer inspraak in beslissingen en heldere communicatie over nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast willen inwoners dat de gemeente ene proactieve rol speelt in het faciliteren van woningbouw, zorg en mobiliteit. “Vooral samen optrekken, waarbij de gemeente ten dienste staat van zijn burgers” Bron: enquête
Verder wordt er gewezen op een meer integrale aanpak; seniorenbeleid moet niet los worden gezien, maar als deel van het geheel worden beschouwd. Maatregelen in verschillende 2.5.2 SAMENVATTING Op basis van het brede veldonderzoek kan een collectieve wens voor de komende 20 jaar vanuit de senioren van Laarbeek worden afgeleid. Senioren willen in de toekomst een gemeente met voldoende geschikte en betaalbare woningen, goede zorgvoorzieningen en veilige mobiliteit. Er is behoefte aan levensloopbestendige woningen, adequate ondersteuning voor mantelzorgers en toegankelijk openbaar vervoer of praktische ondersteuning bij mobiliteit. Sociale voorzieningen zoals supermarkten, ontmoetingsplekken en activiteiten zijn belangrijk om actief en verbonden te blijven. Daarnaast wordt gevraagd om duidelijke communicatie, inspraak in beleid en een proactieve rol van de gemeente in het faciliteren van wonen, zorg en mobiliteit.
57
2.6 UITKOMSTEN ONDERZOEK EN HET GEMEENTELIJK BELEID NADER BEZIEN Welke relatie ligt er met het gemeentelijk beleid of voorzieningen? 2.6.1 ALGEMEEN In dit hoofdstuk plaatsen we de belemmerende en bevorderende factoren, wensen en behoeften van senioren naast het beleid van de gemeente. Wat sluit goed aan en waar is nog mogelijke ruimte voor versterking van beleid?
Figuur 5: Thema’s analyse
Binnen de gemeente Laarbeek is brede aandacht voor de ouder wordende inwoner. Uit het onderzoek, het klankbordgesprek en het bestuurlijke gesprek blijkt dat senioren over het algemeen vitaal zijn en actief deelnemen aan de samenleving. Een groeiende groep senioren heeft te maken met gezondheidsproblemen, eenzaamheid en uitdagingen op het gebied van wonen, zorg en participatie. De gemeente benoemt dit ook en besteed o.a. met activerend huisbezoek en door de inzet van LEV en aandacht aan deze groep. Tegelijkertijd is het zicht op de omvang en behoeften van deze groep nog beperkt. Op regionaal niveau wordt met veel partijen gewerkt aan vervolgstappen om het Regioplan De Peel Duurzaam Gezond uit te gaan voeren. Er wordt gewerkt aan concretisering. Alle projecten zitten in een andere projectfase. Sommige nog in de initiatiefase, andere al in de uitvoering. Uitgangspunt is klein beginnen in een wijk of
58
dorp en daarna verbreden. Het gaat niet snel en het is soms stroperig, maar het gaat vooruit, zo wordt aangegeven vanuit de gemeente. Letterlijk: “verschillende partijen leren elkaar kennen en beter begrijpen.” Eenmaal per jaar is er een Peelcongres gebaseerd op het geheel en de 4 thema’s voor een nog breder publiek. Op 5 september 2025 is er een werkconferentie met alle regionale partners. Wat betekent het plan voor Laarbeek? In Laarbeek wordt dit zichtbaar door: • •
Leerwerkplek formeel - informeel: georganiseerde bijeenkomsten tussen formele en informele partijen in de wijk om samen te komen tot meer eigen regie en zelf- redzaamheid. Stimuleren gezond gedrag (gecombineerd met GALA): ketenaanpakken valpreventie, kansrijke start en Kind naar Gezonder Gewicht (KNGG).
Duurzaam Gezond in regio Helmond- de Peel is al een transformatie op zich. Sinds het regiobeeld/plan zitten gemeenten, verzekeraar, GGD, zorgpartijen, koepel inwonersparticipatie, huisartsen en ziekenhuis gelijkwaardig aan tafel. Er zijn afspraken over governance en leidende principes er zijn 4 thema’s vastgesteld waar al deze partijen zich aan gecommitteerd hebben en waar inmiddels plannen van aanpak op geformuleerd zijn of worden. De impact voor Laarbeek is nog beperkt en in ontwikkeling via projecten. Met financiering van IZA SPUK (en in de toekomst ZONMW) worden vijf leer/werkplekken opgezet waar burgerinitiatieven gaan samenwerken met betrokken partijen. Een plek is in Laarbeek. De begroting van de gemeente Laarbeek is opgebouwd uit programma’s. Begrotingsposten die gericht zijn op senioren zijn niet direct te identificeren. Ze maken integraal onderdeel uit van de programma’s. De gemeente geeft aan een beperkte financiële ruimte te zien met het oog op de ontwikkelingen in het gemeentefonds. In 2026 ontstaat er een gat in gemeentelijke inkomsten, omdat het bestaande financieringssysteem (het Gemeentefonds) eind 2025 afloopt en het nieuwe systeem pas in 2027 ingaat. Landelijk werd vanuit gemeenten gewezen op het jaar 2026, betiteld als het ravijnjaar.
Inmiddels heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld en zijn in Laarbeek bezuinigingen voorgesteld in de Kadernota 2026 waardoor het tekort met name in 2028 en 2029 stevige extra uitdagingen zal betekenen. De gemeente verwacht financiële uitdagingen. Gekoppeld aan de toenemende vergrijzing zal dit ervoor zorgen dat het beschikbare Wmo-budget steeds sneller uitgeput raakt. Bestuurlijk wordt dit als volgt verwoord: “Het is een grote uitdaging om binnen deze context de ondersteuning terecht te laten komen bij de mensen die de ondersteuning het hardst nodig hebben, terwijl er tegelijkertijd gezocht moet worden naar aanvullende middelen om de tekorten te compenseren. “ De wens en behoeften van senioren vragen om een samenhangende sturing de komende jaren. De wens en behoefte zoals samengevat in paragraaf 5.2 vraagt hier om. De gemeente zet in op integrale benaderingen waarbij wonen, welzijn, gezondheid en veiligheid nauw met elkaar verbonden zijn. Op de diverse beleidsterreinen wordt de opgave ten gevolge van de ouder wordende samenleving ook benoemd of is een prominent onderdeel (denk aan uitvoeringsagenda sociaal domein). De gemeente kijkt bij projecten, zowel in het fysieke domein (zoals openbare ruimte) als het sociale domein ook naar de doelgroep senioren. Dit is een bestaande werkwijze, zo wordt aangegeven. Er is (nog) geen expliciete overkoepelende beleidsagenda.
Het meest “nabij” aan een overkoepelende beleidsagenda is Laarbeek dementievriendelijk wat zich erop richt om inwoners met beginnende dementie zo zelfstandig mogelijk te laten thuis wonen. De gemeente kiest voor algemeen beleid waarin behoefte van verschillende doelgroepen landt. Sociale inclusie is een belangrijk thema in het beleidsplan Sociaal Domein; hierbij gaat de gemeente ervan uit dat iedereen (ongeacht leeftijd, afkomst en inkomen) zoveel als mogelijk mee kan doen en voorzieningen toegankelijk zijn.
59
De wens en behoeften van senioren vragen om een samenhangende sturing de komende jaren. De gemeente kiest voor algemeen beleid waarin behoefte van verschillende doelgroepen landt. Interessant is dat landelijk wordt gewerkt aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Een akkoord als aanvulling op het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het IZA blijft met vierhonderd afspraken met een looptijd tot en met 2026 bestaan. Parallel aan AZWA wordt ook gewerkt aan het Hoofdlijnenakkoord Ouderen. Het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg gaat met name over de zorg die wordt verleend vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar het raakt het ook de wijkverpleging (vanuit de Zorgverzekeringswet) doordat mensen langer thuis wonen. Zo wordt steeds meer ouderenzorg geleverd vanuit verschillende wetgeving. 2.6.2 GEZONDHEID EN EERSTE LIJN De ervaring met de huidige zorg is over het algemeen positief, mede dankzij de korte lijnen in dorpen, waar mensen elkaar kennen. Dit komt naar voren uit de enquête. De aanwezigheid van praktijkondersteuners en huisartsen bij lokale activiteiten zorgt voor laagdrempelig contact. Uit dit onderzoek komt de toegankelijkheid en beschikbaarheid van huisartsenzorg en eerstelijnszorg zowel als belemmerend als bevorderend naar voren.
Er is nog geen acuut probleem, naar de beschikbaarheid van voldoende huisartsencapaciteit staat wel onder druk. Specifiek wordt daarbij ook de ontwikkeling van nieuwe woonzorgvormen benoemd waarbij de huisarts de behandeling biedt, en dit extra druk op de huisartsenpraktijken betekent. Een onnodige instroom op de eerste hulp van ziekenhuizen kan hiervan een (afgeleide) consequentie zijn. In gemeentelijk beleid komt dit punt nog niet naar voren. De gemeente zet in op preventie (o.a. op gebied van sport en bewegen) en de ketenaanpak valpreventie. Het project Valpreventie in samenwerking met de Peelgemeenten richt zich op het vroeg signaleren van valrisico’s en het aanbieden van interventies dicht bij huis. Praktijkondersteuners en huisartsen zijn actief betrokken bij lokale activiteiten, wat de toegankelijkheid vergroot. De vergrijzing en verschuiving van eerstelijnszorg naar stedelijke gebieden vormen een extra uitdaging voor de beschikbaarheid van zorg in dorpskernen. Dit gaat om zowel voldoende eerstelijnszorg professionals voor de groeiende groep senioren als de reistafstand naar tweedelijnsvoorzieningen zoals ziekenhuizen die groter worden. Een algemene vraag die dit oproept welke afspraken te maken zijn om op het niveau van de dorpskernen toegankelijkheid te blijven bieden.
Respondenten maken zich zorgen over de toekomstige toegankelijkheid (en reisafstand) naar tweedelijnsvoorzieningen. In het onderzoek werd bijvoorbeeld benoemd dat in het verzorgingshuis bloedprikken twee keer week was, in coronatijd dit is gestopt en niet meer is teruggekomen. Senioren moeten naar Helmond om bloed te prikken, aldus de respondent. Het bestaand aanbod van mantelzorgondersteuning in zijn geheel in Laarbeek is in 2024 geëvalueerd. Er zijn gesprekken gevoerd met mantelzorgers en met organisaties die een actieve bijdrage leveren aan mantelzorgondersteuning in Laarbeek. Hierin kwamen zowel het aanbod als de behoefte ter sprake. LEV groep Laarbeek heeft ook een tevredenheidsonderzoek uitgezet onder de geregistreerde mantelzorgers. Uit deze evaluatie is niet naar voren gekomen dat een dagbesteding voor hoger opgeleiden met dementie wordt gemist. De gemeente en partners herkennen dit punt niet. In het huidig aanbod houdt de gemeente rekening met verschillende doelgroepen.
60
2.6.3 WMO EN WELZIJN Binnen het welzijns- en Wmo-beleid ligt de nadruk op preventie, vroegtijdige signalering en het bevorderen van eigen regie. Huisbezoeken en dorpsondersteuners spelen een belangrijke rol in het bereiken van ouderen die moeilijk zelf hulp vragen. Initiatieven zoals huiskamers in alle kernen, activerende huisbezoeken en eetpunten zijn voorbeelden van voorliggende voorzieningen om sociaal isolement tegen te gaan en de vraag naar zware Wmo-voorzieningen te beperken. Het beleid en de uitvoering spelen hier effectief in op de toenemende behoeften. Een belemmerende factor die naar voren komt is de toegang tot de Wmo. Veel inwoners geven aan zich niet gehoord te voelen. De gemeente onderkent dit punt en een verbeterproces is in ontwikkeling. Van gemeentewege is dit punt onderkend wordt gewerkt aan een centrale toegang. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat mensen niet meerdere keren hetzelfde verhaal hoeven te vertellen. Hoewel dit in theorie eenvoudig lijkt, vergt het in de praktijk zorgvuldige organisatie: wie neem je op de lijn en hoe zorg je voor de juiste doorverwijzing? In 2025 is gemeente aangesloten bij het project toegang van de Peelgemeenten, waarin de gemeente geadviseerd worden hoe de Toegang te verbeteren, moderniseren en eventueel te verbreden naar een centrale toegang. De gemeente wil toegankelijk en dienstverlenend zijn aan de inwoner.
Het project Toegang van de Peelgemeenten loopt tot het vierde kwartaal van 2025. Op basis van het advies zal dan een voorstel volgen voor verdere doorontwikkeling en verbetering. Inwoners zijn zich nog niet bewust van de toenemende noodzaak tot ‘zelfzorg’ en het nemen van verantwoordelijkheid vooruitlopend op een situatie waarin jouw behoefte aan zorg en ondersteuning toeneemt. Initiatieven zoals Senioren Zelf Aan Zet dragen hieraan bij. Lokale KBO-afdelingen in Brabant, Limburg, Overijssel en Zeeland willen de samenredzaamheid van senioren vergroten om van daaruit te komen tot woon/zorg-initiatieven die aansluiten op de lokale behoeften en mogelijkheden en uitgaan vanuit het initiatief van de doelgroep zelf onder het motto: ‘Van vergrijzingsangst naar samenredzaamheid.’ Laarbeek heeft een traditie in initiatieven vanuit bewoners. Hierop kan worden voortgebouwd. De gemeente Laarbeek beschikt over beleid voor mantelzorgondersteuning. Mantelzorgondersteuning krijgt aandacht, met initiatieven zoals logeerhuis Plezant en het programma Dementievriendelijk Laarbeek. De gemeente zet zich in om mantelzorgers tijdig te ondersteunen en overbelasting te voorkomen. Er is specifieke aandacht voor dementie. Dementievriendelijk Laarbeek richt zich op het creëren van een samenleving waarin mensen met dementie zo lang mogelijk mee kunnen blijven doen.
Om deze status te behouden, moet aan specifieke voorwaarden worden voldaan, die ook gemeentelijk zijn vastgelegd. Op initiatief van de werkgroep dementievriendelijke Laarbeek is dit voorjaar (2025) een dementiescan afgenomen. De dementiescan richt zich op 8 thema’s: 1. Kennis van omvang dementie in de gemeente. Inzicht in het aantal mensen met dementie nu en over 5 jaar en hoe snel de toename is. Dat is een goede indicator van hoeveel ondersteuning en welke middelen er nodig zijn, nu en in de toekomst. 2. Beleids- en planvorming: dementievriendelijk(er) worden begint met een goed en breed gedragen beleidsen uitvoeringsplan dat geëvalueerd wordt met mensen met dementie en mantelzorgers. 3. Structuur en afstemming: samenwerking en samenhang geeft duidelijkheid voor mensen met dementie en mantelzorgers en zorgt voor een breder draagvlak.
61
4. 5.
6.
7. 8.
Ontwikkeling van een dementievriendelijke gemeenschap: bewustwording en informatie zijn onontbeerlijk om mensen met dementie langer mee te laten doen binnen de gemeenschap. Deskundigheidsbevordering: train de medewerkers van de gemeente hoe dementie te herkennen en er GOED mee om te gaan. Stimuleer verenigingen, train inwoners en andere sectoren zodat mensen met dementie mee blijven doen. Let hierbij ook op inwoners uit andere culturen en met een andere achtergrond. Ondersteuning mantelzorgers: mensen met dementie wonen langer thuis. Dit kan alleen als mantelzorgers praktische en psychosociale ondersteuning krijgen. Ruim de helft van de mantelzorgers voelt zich overbelast. Dagactiviteiten/respijtzorg: voldoende ontmoetingsplekken en dagactiviteiten met én zonder indicatie zijn belangrijk zowel overdag als in de nacht waarbij bereikbaarheid en laagdrempeligheid van groot belang is. Wonen met dementie: inzichtelijk maken of er voldoende aandacht is voor dementievriendelijk wonen en of er een woonzorgvisie is met aandacht voor mensen met dementie.
De uitkomsten van de dementiescan worden weergegeven in een spinnenweb. Deze is onderstaand opgenomen waarbij we deze vergelijken met de landelijke gemiddelden.39
Figuur 6: Uitkomst dementiescan najaar 2024 Laarbeek in relatie tot landelijk gemiddelde (n = 193, 1-1-2024) Laarbeek scoort op de volgende thema’s boven het landelijke gemiddelde: • Thema 1: kennis omvang dementie • Thema 2: beleids- en planvorming • Thema 3: structuur en afstemming • Thema 4: ontwikkeling dementievriendelijke gemeenschap • Thema 8: wonen met dementie
Laarbeek scoort op de thema’s dagactiviteiten/respijtzorg en ondersteuning enigszins onder het landelijk gemiddelde in de dementiescan van Alzheimer Nederland. Het thema ‘deskundigheidsbevordering’ ligt ver beneden het landelijk gemiddelde. Dit gaat over het trainen van medewerkers van de gemeente hoe dementie te
39 Resultaten uit dementiescan van 193 gemeenten (peildatum 1-1-2024). Bron: Alzheimer Nederland.
62
herkennen en er goed mee om te gaan. En het stimuleren van verenigingen, trainen van inwoners en andere sectoren zodat mensen met dementie mee blijven doen. Incluis inwoners uit andere culturen en met een andere achtergrond. De onderwerpen waarop geadviseerd is en de gemeente actiepunten formuleert: • Perspectief van mantelzorgers en/of mensen met dementie in de werkgroep opnemen (inmiddels gerealiseerd) • Aan subsidieverstrekkingen eisen koppelen voor wat betreft de dementievriendelijkheid. • Informatievoorziening regionaal versterken met gegevens op de landelijke website Levenspad. • Inzetten van de bibliotheek als belangrijke ontmoetingsplek en daardoor bij uitstek geschikt om informatie over dementie te verspreiden. • Zowel proactief als vraaggericht werken bij informatie over dementie. • Middels onlinetrainingen medewerkers van de gemeente, diensten, winkels etc. stimuleren meer kennis op te doen van dementie. • Versterken netwerksamenwerking: o Continueren van de netwerklunches (twee keer per jaar) voor de professionals. Dit uitbreiden met de clientondersteuners, de stichting MEE en de WMO-consulenten. o Continueren van de overleggen tussen de WMO-consulenten en de casemanagers dementie. o Onderzoeken in hoeverre iedereen de mogelijkheden van het voorliggend veld voldoende kent. En zo nodig acties uitzetten.
• Fysiek in Laarbeek gesprekstafels organiseren zoals dit ook gebeurt bij het Alzheimer Café (fysiek vinden deze echter plaats in Gemert). • Beschouwen of buurthuizen dementievriendelijk te maken zijn (met hulp Alzheimer Nederland). • De niet pluis fase duurt gemiddeld 2,5 jaar. Dit is een onzekere periode waarin mensen niet goed weten waar ze terecht kunnen, omdat ze niet precies weten wat er aan de hand is en of er wat aan de hand is. Laarbeek organiseert bijeenkomsten valpreventie voor ouderen. Fysiotherapeuten geven aan dat zij in hun praktijk of bij deze bijeenkomsten regelmatig cognitieve problemen signaleren. Het kan interessant zijn om deze bijeenkomsten over valpreventie te gebruiken om eerder met de doelgroep in contact te komen. Dit wordt nader verkend. De gemeente formuleert de acties n.a.v. de dementiescan in overleg met de partners. Deze worden in het najaar van 2025 besproken met de werkgroep en na eventuele aanpassingen omgezet in een plan van aanpak. 2.6.4 SOCIALE PARTICIPATIE, SPORT EN BEWEGEN Senioren zijn actief in het verenigingsleven, sportactiviteiten, wandel- en fietstochten. Laarbeek kent een hecht netwerk aan verenigingen en actieve kernen. Er is veel gemeenschapskracht en er zijn veel activiteiten voor senioren. Initiatieven zoals woonzorgcirkels zijn vernieuwend en bevorderen onderlinge hulp en onderlinge ondersteuning.
Het gemeentelijk beleid ter ondersteuning van initiatieven in de dorpskernen en uitwisselen van ervaringen ondersteunt de versterking van de kracht in de gemeenschap. Participatie van ouderen wordt verder versterkt door betrokkenheid bij maatschappelijke taken, bijvoorbeeld via seniorenverenigingen. De seniorenraad benadrukt dit beeld door te zeggen: “We zijn wel grijs, maar we kunnen nog ontzettend veel.” Het aantal organisaties en het grote aanbod van voorzieningen laat zien dat er in Laarbeek een breed netwerk van zorg- en ondersteuningsmogelijkheden bestaat. Aandachtspunt is het overzicht van wat er kan en mogelijk is, zo komt als belemmering naar voren. Toch blijkt een groot deel van de ouderen, naar schatting 44% - 49%, in eenzaamheid te leven, ondanks het grote aanbod van activiteiten. Op sociaal vlak is er daar sprake van eenzaamheid, ondanks het grote aanbod
63
aan activiteiten via de vier actieve seniorenverenigingen. De gemeente werkt nauw samen met LEV. Via huisbezoeken worden veel signalen opgehaald. Volgens de wethouder ligt hier een grote kracht: het bereiken van mensen die zelf moeite hebben om hulp te vragen. De ouderencoördinator van LEV speelt hierin een belangrijke rol. De dorpsondersteuners fungeren hierbij als de oren en ogen van de gemeenschap. Wanneer zij signalen opvangen, wordt er direct actie ondernomen. Dit helpt aanzienlijk bij het in beeld brengen van mensen die het moeilijk vinden om zelf hulp te vragen. Een groot deel van de ouderen, naar schatting 44% - 49%, leeft in eenzaamheid te leven, ondanks het grote aanbod van activiteiten. De kloof tussen ‘aanbod’ en ‘meedoen’ is nog niet overbrugd. In lijn met het GALA wordt in Laarbeek gewerkt aan preventie. Welzijn op recept is gericht op preventie tegen eenzaamheid. Welzijn op recept is de doorverwijzing van de huisarts naar welzijn. In Laarbeek is dat de doorverwijzing van de huisarts naar de LEV-groep. De huisarts verwijst al langere tijd door naar het welzijnswerk. Dit loopt, de gemeente wil gaan bekijken of dit nog makkelijker kan worden gemaakt voor de huisarts door het welzijnswerk aan te laten sluiten bij Zorgdomein. Sociaal Team Laarbeek is recentelijk aangesloten bij Zorgdomein.
De gemeente gaat dit eerst verder evalueren en daarna bekijken of verder uit te breiden met het welzijnswerk. Valpreventie is eveneens vormgegeven in een ketenaanpak. Binnen het Sportakkoord Laarbeek vormen ouderen een van de drie speerdoelgroepen. De gemeente stimuleert sport en beweging beleidsmatig en via de inzet van buurtsportcoaches, beweegtuinen en laagdrempelige activiteiten. Het beleid voor senioren (specifiek ook met dementie) wordt geïntensiveerd. Voornemen is om het beweegaanbod voor ouderen uit te breiden. De gemeente geeft aan dat dit naast de ondersteuning van beweegtuinen dit het aanbod op gebied van valpreventie betreft. Er worden valpreventiecursussen aangeboden. Op deze wijze probeert de gemeente valincidenten onder senioren te verminderen. Daarnaast dragen de cursussen bij aan bewustwording bij ouderen op het gebied van vitaliteit, zo wordt aangegeven. 2.6.5 WONEN Op dit moment zijn er onvoldoende huizen voor alle leeftijden. Laarbeek kent veel grote woningen en de huidige woningen sluiten niet aan bij de vergrijzing. Deze ontwikkelingen maken dat het Beleidskader wonen in 2023 herijkt is en opnieuw vastgesteld. In het beleidskader zijn levensloopbestendige woningen uitgelicht. Ook is opgenomen dat in alle projecten aandacht moet zijn om levensloopbestendige woningen te bevorderen.
De verwachting is dat de komende jaren de vraag naar Wlz zorg (zorg met verblijf) en er ook veel Wmo huishoudens bijkomen. Een toename van 165 Wlz cliënten en 345 huishoudens met minimaal 1 Wmo client. Volgens de woonzorganalyse moeten er tot 2030 ongeveer 500 levensloopbestendige woningen worden toegevoegd. Er zijn diverse lopende initiatieven op het gebied van wonen om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen: • 13 levensloopbestendige woningen aan het Mimosaplantsoen (gereed). • 14 levensloopbestendige woningen in het sociale segment aan de Baverdestraat in Lieshout. • Sociale huurwoningen met alle voorzieningen gelijkvloers, zoals de 15 woningen aan het Leonardusplein in Beek en Donk (nultredenwoningen) • Kapelstraat in Beek en Don (zorgwoningen) • 10 appartementen aan de Bosscheweg in Aarle-Rixtel. In 2025 worden er 12 levensloopbestendige patiowoningen opgeleverd aan de Heindertweg 1 in Aarle-Rixtel, 22 sociale huurwoningen aan het Michaelplein in Beek en Donk (gereed) en 6 levensloopbestendige appartementen aan de Tapperij in Beek en Donk.
64
Wat is in planning? Bij de doelgroep senioren hanteert Laarbeek één seniorenwoning-categorie: nultredenwoning. De definitie van levensloopbestendige woningen is als volgt: een zelfstandige woning die geschikt is óf geschikt te maken is als zorgbehoeften toeneemt (zoals ruimte voor traplift of rollatorgebruik) en het dus mogelijk maakt om zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen tot op hogere leeftijd. Een levensloopbestendige woningen voldoet aan de eisen van Woonkeur. Voor senioren gaat het om drie typen40: 1. Geschikt wonen-nultreden (reguliere nultreden-woning), 2. Geschikt wonen-zorg, 3. Beschermd wonen. Onderstaande tabel 6 bevat de planning. Het betreft een overzicht van geschikt wonen, wonen-zorg en beschermd wonen die in de planning staan tot 2030. Opleverjaar
Geschikt wonen
Wonen-zorg
Beschermd wonen
2025
38
-
-
2025
38
-
-
2027
82
15
-
2028
34
10
-
2029
-
-
-
56
-
2030
Tabel 6: Prognose realisatie (10 woningen onbekend) Harde plancapaciteit betreft de plannen waarvan de procedures zijn doorlopen en de bestemmingsplannen gewijzigd, dus de onherroepelijke plannen die op korte termijn uitvoerbaar zijn “als alles meezit”. De zachte plancapaciteit betreft de plannen die in voorbereiding zijn of in een vroege fase, zoals het ondertekenen van een intentieverklaring, het maken van een schetsontwerp of nog niet goedgekeurde bestemmingsplannen. Volgens de Woonzorganalyse moeten er tot 2030 ongeveer 500 levensloopbestendige woningen worden toegevoegd. De opgegeven plancapaciteit bedraagt 283, waarvan 41 woningen ‘hard’ zijn en 242 ‘zacht’. De praktijk van realisatie is dus een grote opgave. Gemeentelijk wordt aangegeven dat de plannen met voornamelijk dure koopwoningen (niet levensloopbestendig) voldoende zijn, terwijl er in het bestand relatief weinig betaalbare en levensloopbestendige woningen zijn in Laarbeek. Plannen die een wat langere aanloop nog vragen betreffen wel meer betaalbare koopwoningen en levensloopbestendige woningen. Er komen steeds meer plannen aan met betaalbare, levensloopbestendige-nultreden-zorggeschikte woningen, maar dit vraagt
40 Daarbij hanteert de gemeente de volgende definities:
•
•
•
Geschikt wonen-nultreden (regulier nultreden) zijn reguliere zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trap te bereiken zijn (intern toegankelijk). Zorggeschikte nultredenwoningen zijn woningen waar goede verpleegzorg geleverd kan worden. Zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin WLZ-zorg (Wet Langdurige Zorg) geleverd wordt voor bewoners. Om deze zorg goed te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel-of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree – in de toiletruimte en in de slaapkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica, zoals een valdetectiesysteem. De beschermd (geclusterde) nultreden-woonvorm gaat over ruimtelijke geclusterde wooneenheden, waar ouderen (55+) permanent en zelfstandig wonen. De bovengenoemde eisen gelden tevens voor deze woonvorm, daarnaast is er een gemeenschappelijke ruimte voor bewoners die gericht is op ontmoeting. Er kan sprake zijn van ingekochte welzijn en zorgarrangementen.
65
doorlooptijd en tijd en capaciteit. De gemeente wijst op een positieve ontwikkeling: er wordt bij contactmomenten met de ontwikkelaars meer gestuurd op het bouwen van levensloopbestendige woningen. Hoewel veel mensen de noodzaak van woningbouw inzien, ontstaat er vaak verzet wanneer plannen direct in hun eigen leefomgeving worden gerealiseerd. Het zogenaamde "not in my backyard"- principe leidt ertoe dat bewoners regelmatig bezwaren indienen, soms tot aan de Raad van State toe. Op papier lijken de plannen haalbaar, maar in de praktijk blijken vooral projecten met inbreiding – zoals het vervangen van een vrijstaand huis met tuin door een appartementencomplex – complex vanwege de reacties van omwonenden. Prestatieafspraken met woningcorporatie woCom richten zich op de bouw van nultredenwoningen en het stimuleren van doorstroming voor ouderen. Toch worden een tekort aan levensloopbestendige woningen en hoge kosten als belangrijke belemmeringen ervaren. Senioren blijven vaak te lang in grote woningen, mede door gebrek aan passende alternatieven. Initiatieven zoals appartementencomplexen met gemeenschappelijke ruimtes en doorstroomregelingen worden als bevorderend genoemd. De gemeente betrekt ouderen actief bij woonbeleid en woonprojecten, zoals via CPO-projecten, om beter aan te sluiten op hun behoeften.
Een voorbeeld van initiatief uit Laarbeek zelf is een CPO-project (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap), waarbij een groep inwoners zich kon inschrijven voor een gezamenlijk woonproject. De gemeente stelde hiervoor grond beschikbaar. In dit project (nieuwbouwproject Kerkakkers) wonen uitsluitend senioren. Belangrijk aspect was dat deelnemers nog in staat moesten zijn om zelf de overstap te maken. Het project is opgezet in een pleinvorm, met veel onderling sociaal contact. De sociale cohesie binnen deze groep bleek een groot pluspunt. Voor de betrokken bewoners is dit een succesvol en passend initiatief gebleken. Promotie van doorstroomregeling kan worden verbeterd, aldus de wethouder wonen. Maatregelen zoals woningsplitsing en mantelzorgwoningen worden benoemd, maar moeten toegankelijker worden gemaakt. Senioren ervaren druk om te verhuizen, terwijl passende alternatieven ontbreken of financieel onaantrekkelijk zijn. Mantelzorgwoningen en mantelwonen: de gemeente wil de toelaatbaarheid van pré-mantelzorgwoningen (vóór een mantelzorgrelatie) en mantelwonen (zonder zorgbehoefte, familierelatie of bepaalde leeftijd) onderzoeken, met aandacht voor nut, noodzaak, parkeerbelasting, regenwaterinfiltratie, administratielast en fraudegevoeligheid. Echter, in de concept omgevingsvisie ‘kernen’ wordt geen specifieke deadline of voltooiingsdatum voor dit onderzoek vermeld.
Dit is onderdeel van de uitwerking. Er is behoefte aan meer bewustwording en vroegtijdige voorbereiding op het ouder worden, zowel onder inwoners als binnen het gemeentelijk beleid. Ook komt er meer focus op gezamenlijke ontmoetingsruimtes bij de ontwikkeling van nieuwbouw. 2.6.6 VEILIGHEID Senioren voelen zich veilig in Laarbeek (86%). Veiligheid en leefbaarheid zijn verankerd in het strategisch integraal veiligheidsbeleid 2024-2026, waarin fysieke en sociale veiligheid samenkomen. Binnen het Regionaal Integraal Veiligheids Overleg Brabant (RIVOB) is veiligheid voor senioren een specifiek speerpunt. Belemmerende factoren die genoemd worden, zijn onder meer het gebrek aan zichtbare politie en handhaving en het ontbreken van een centraal meldpunt voor veiligheidsproblemen. Deze aspecten kunnen een relatie hebben met de behoefte aan nacht- en dag achtervang voor senioren en de wens om iemand te kunnen bellen. Dit aspect komen we nog niet tegen in beleid. In Laarbeek zijn er (gedurende kantoortijden) wel verschillende mogelijkheden om beroep te doen op hulp. In de meeste gevallen zijn de dorpsondersteuners van LEV-groep
66
(aanwezig in elke huiskamer in elke dorpskern) de aangewezen professionals om de inwoner te helpen of te verwijzen. Belemmerende factoren die genoemd worden, zijn het ontbreken van een centraal meldpunt en behoefte om iemand te kunnen bellen (buiten kantoortijden). Dit aspect komen we nog niet tegen in beleid. Dit richt zich op verbetering van samenwerking en achtervang gedurende kantoortijden op het moment dat er vaak al een hulpvraag is. De gemeente is tevens aangesloten bij netwerk Dementie Helmond-de Peel. Dit netwerk is erop gericht de verbinding en samenwerking tussen welzijn en zorg te verbeteren. Daarin zijn werkprocessen van casemanagers, huisartsen, specialisten, Wmo consulenten en welzijnswerkers op elkaar afgestemd waarmee ook vormen van achtervang worden geregeld afhankelijk van de hulpvraag. In het strategisch integraal veiligheidsbeleid 2024-2026 is de samenhang tussen fysieke veiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid opgenomen. In de jaarplannen voor het integraal veiligheidsbeleid worden deze thema’s verder uitgewerkt en geconcretiseerd in specifieke ontwikkelpunten. Alle drie de factoren komen hierin uitgebreid aan bod. Senioren en veiligheid is een speerpunt binnen het RIVOB, waarbij de gemeente aansluit bij verschillende bijeenkomsten.
Het beleid zet wel in op bevorderende initiatieven zoals buurtsportcoaches, dagopvang en ontmoetingsplaatsen die bijdragen aan sociale veiligheid. 2.6.7 OPENBARE RUIMTE EN MOBILITEIT Senioren willen zo lang mogelijk thuisblijven. In het onderzoek zien we dat de huidige woning in veel gevallen daar niet het meest voor geschikt is. Er wordt wel veel belang gehecht aan aanpassing zodat de woning passend kan blijven ook bij verminderde mobiliteit. Dat is de wens van senioren. We behandelden hiervoor al dat senioren te lang in grote woningen (moeten) blijven zonder een eventueel alternatief. De openbare ruimte komt naar voren als belemmerend: smalle trottoirs, beperkte toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers en tekortschietende openbare toiletten belemmeren ouderen in hun mobiliteit en veiligheidsgevoel. De openbare ruimte dient geschikt te zijn voor senioren (o.a. trottoirs, verlichting, loopafstand-bankjes, ruimte die uitnodigt tot ontmoeten, beweegtuinen). De gemeente is op visieniveau bezig met het verbeteren van de seniorvriendelijkheid. De concept-omgevingsvisie kernen is daarvoor het voertuig. Een belangrijk onderdeel hierin is het aanwijzen van Woonvriendelijke Zones voor Ouderen (WVZO's) op de themakaart Ouderenhuisvesting per kern in de concept omgevingsvisie. Naast het aanduiden zullen deze zones ook uitgewerkt worden moeten gaan worden.
Bij Woonvriendelijke Zones voor Ouderen (WVZO’s) gaat het om geschikte loopzones, ontmoetingsplekken, maar vooral ook geschikte woonlocaties: dicht bij voorzieningen. De aanstaande omgevingsvisie introduceert het begrip Woonvriendelijke Zones voor Ouderen (WVZO’s). Dit zijn zones om langer zelfstandig wonen te faciliteren met nabijheid van essentiële voorzieningen. Deze voorzieningen omvatten de supermarkt, dorps- en buurthuizen, openbaar vervoer haltes en de huisartsenpost/apotheek. Rondom deze voorzieningen worden Woonvriendelijke Zones voor Ouderen (WVZO’s) geïntroduceerd, gedefinieerd door een aanvaardbare loopafstand van 500 meter. Binnen deze zones is het wenselijk om bij nieuwbouw of transformatie de realisatie van zorggeschikte woningen verplichtend op te leggen. Deze WVZO’s zijn specifiek aangeduid op de themakaarten per kern en daarbij behorende looproutes. Laarbeek wil seniorenroutes aanwijzen en realiseren, die de belangrijkste wandelverbindingen zijn tussen woonlocaties (clusters van ouderenhuisvesting) en bezoekobjecten (ouderenvoorzieningen). Deze routes
67
moeten voldoende breed, obstakelvrij, overbrugbaar en klimaatbestendig zijn. Langs de seniorenroutes dienen voldoende zitvoorzieningen te komen (minimaal elke 100 meter), die verkeersveilig, schaduwrijk, groen en ergonomisch zijn aangepast voor ouderen (hoger, smaller, bol en met leuning). Ook wordt gekeken naar de toevoeging van toiletvoorzieningen langs de routes. Openbaar vervoer, ondanks initiatieven als buurtbus, wordt als ontoereikend ervaren. Het beleid richt zich nog niet specifiek op vraagstuk van mobiliteit voor senioren, wel op het bieden van (algemeen) openbaar vervoer en aanvullend vervoer. Achttien gemeenten in de MRE-regio (met uitzondering van Gemert-Bakel, Laarbeek en Son en Breugel) en de provincie Brabant hebben in 2019 gezamenlijk het doelgroepenvervoer Wmo ingekocht. Dit vervoer wordt uitgevoerd onder de merknaam Taxbus. Deze contracten eindigen op 28 februari 2026. In september 2024 is door de bestuurders van Taxbus besloten om het aanbestedingstraject Taxbus vervoer en flexibel OV op te starten. Gemeenten Gemert-Bakel en Laarbeek hebben momenteel gezamenlijk het doelgroepenvervoer Wmo ingekocht en hiervoor een contract gesloten met van Helvoort Taxi BV. Dit vervoer wordt uitgevoerd onder de naam Mobitax. Het huidige contract loopt in ieder geval tot 1 maart 2028.
De Provincie stelt in heel Zuidoost-Brabant flexibel vervoer beschikbaar vanaf begin 2026, mits dit gekoppeld wordt aan de aanbesteding van Taxbus. Daarom zijn gemeenten Gemert-Bakel, Son en Breugel en Laarbeek betrokken bij de nieuwe aanbesteding doelgroepenvervoer Wmo en OV flex van Taxbus. Doordat Laarbeek aansluit bij de aanbesteding van Taxbus per 1 maart 2026 komt flexibel OV eerder dan 2028 beschikbaar voor inwoners in Laarbeek, zo wordt aangegeven. 2.6.8 DIGITALISERING Digitale vaardigheid wordt meer en meer gevraagd als basisvaardigheid. Ondermeer om gebruik te kunnen maken van onlinezorgdiensten en apps voor communicatie. Ook digitalisering vormt een groeiende uitdaging: veel senioren ervaren angst of gebrek aan vaardigheden om mee te kunnen komen. Dit leidt tot uitsluiting, ook bij zorginnovaties. Terwijl sommige ouderen dankzij hulp van familie wél meekomen, blijven anderen achter. De behoefte aan begeleiding bij digitale middelen is groot, vooral om drempels te verlagen en zelfstandig gebruik te stimuleren. Ouderen missen kennis en vaardigheden. Binnen de gemeente is er een samenwerking met de bibliotheek om digitale vaardigheden te versterken. Een voorbeeld hiervan is de cursus Klik & Tik, waaraan veel senioren deelnemen. De gemeente heeft in beeld hoeveel inwoners deelnemen aan de cursussen.
Naast de cursussen biedt Bibliotheek de Lage Beemden de cursus digisterker en digivitaler aan. Ook is er in iedere kern een informatiepunt digitale overheid. Daar worden mensen verder geholpen met vragen over bijvoorbeeld huurtoeslag, AOW, werk, uitkering, belasting, studiefinanciering of PGB. Bibliotheekmedewerkers helpen hen ter plekke op weg of verwijzen door naar lokale partners als het gaat om persoonsgebonden informatie. Dit zijn organisaties waarmee de Bibliotheek lokaal samenwerkt zoals sociale raadslieden, welzijnsinstellingen, formulierenbrigade, vluchtelingenwerk, ouderenbonden, de gemeente en het zorgkantoor.
68
2.7 BEST PRACTICES
Welke best practices zijn te herkennen op andere plaatsen of in andere gemeenten? 2.7.1 VOORBEELDEN ELDERS We belichten onderstaand enkele voorbeelden en denkrichtingen die kunnen bijdragen aan het versterken van de seniorvriendelijkheid. Bewustwording en bewustzijn
Een voorbeeld van een succesvolle bewustwordingscampagne is het project 'Versterk uw netwerk' in de gemeente Asten. Het centrale thema van de campagne was het belang van een sterk sociaal netwerk, waarbij de nadruk lag op de vraag: "Durf jij om hulp te vragen?". De campagne stimuleert ouderen om na te denken over hun toekomst en het belang van eigen regie. Initiatiefnemer Annelies Dittner benadrukte dat ouderen voorbereid moeten zijn op wat komt, zodat er niet over hen beslist wordt zonder hun inbreng. Dit sloeg aan bij de deelnemers, zoals een bewoner van een seniorenwoning die vertelde hoe buren elkaar gemakkelijk helpen. Voor veel anderen was het een moment van reflectie, waarin ze zich realiseerden dat hun netwerk versterkt kon worden 41.
Vergroten samenkracht met behulp van voorzorgcirkels
Bij een voorzorgcirkel leggen bewoners van een wijk, buurt of wooncomplex een aantal afspraken vast om onderling steun en hulp aan elkaar te verlenen, ‘voor het geval dat’, ‘uit voorzorg’. Bijvoorbeeld dagelijkse dingen, zoals boodschappen, vervoer, gezamenlijk koffiedrinken, een wandeling of wat hulp in de tuin. Lokale ouderenorganisaties KBO en SWO hebben het initiatief genomen voor ‘Sleutel tot langer thuis’. Samen met welzijnsorganisatie Sociom, zorgorganisatie Pantein en woningcorporatie Mooiland worden hiervoor de krachten gebundeld. Zij brengen de beweging van de voorzorgcirkels in Brabant op gang. Zij zorgen ervoor dat de kennis hierover toeneemt en dat initiatieven worden ondersteund. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande initiatieven. Lokaal vindt er afstemming plaats met KBO’s, Stichting Welzijn Ouderen (SWO’s), zorgcoöperaties en dorpsraden.
Investeren in zorgzame gemeenschappen
Stadsdorp Elsrijk. Stadsdorp Elsrijk is een bewonersinitiatief gestart door wijkbewoners. Men is in 2013 met groot enthousiasme en veel initiatieven ’onderaf’ begonnen. Alle ideeën en initiatieven waren welkom. In 2014 is de stichting Stadsdorp Elsrijk opgericht. In de afgelopen 10 jaar is het Elsrijkers gelukt enthousiasme vast te houden en uit te bouwen. De wijk Elsrijk bloeit en groeit. Stadsdorp Elsrijk heeft enkele klassieke overheidstaken overgenomen van de gemeente Amstelveen, waarbij ze gebruik hebben gemaakt van het 'Right to Challenge' (RtC) principe. Dit houdt in dat bewoners taken van de gemeente overnemen omdat zij denken het beter, slimmer of goedkoper te kunnen doen. De belangrijkste overgenomen taken zijn: • Welzijnswerk. Stadsdorp Elsrijk heeft de verantwoordelijkheid voor het welzijnswerk in de wijk overgenomen. Dit omvat: Het in dienst nemen van eigen welzijnswerkers, waaronder een wijkcoach en twee wijkbeheerders. Het uitvoeren van welzijnstaken die voorheen door de welzijnsorganisatie werden gedaan. • Buurtbeheer en -ontwikkeling Het Stadsdorp is actief betrokken bij het beheer en de ontwikkeling van de wijk: Ze beheren en programmeren het Openluchttheater Elsrijk, dat ze samen met de gemeente hebben gerenoveerd. Ze organiseren diverse activiteiten en clubs in de wijk om de sociale cohesie te versterken. • Zorg en ondersteuning.
Stadsdorp Elsrijk heeft initiatieven ontwikkeld die raken aan gemeentelijke zorgtaken: Ze hebben een Voorzorgcentrum opgericht dat mensen helpt met de voorbereiding op het ouder worden3. • Ze werken aan plannen voor geclusterd wonen voor ouderen, vergelijkbaar met 'knarrenhoven
Mobiliteit
Vrijwilligersvervoer in Noord-Holland. Een overzicht van is een waardevol hulpmiddel voor andere gemeenten waar vervoer een knelpunt vormt. Het laat zien hoe flexibel en fijnmazig vrijwilligersvervoer een oplossing kan bieden voor mensen zonder eigen vervoer of met een mobiliteitsbeperking.
41 https://koepelzorgcooperatieszn.nl/goed-voor-elkaar-in-asten-groot-succes/
69
Daarnaast maakt het inzichtelijk welke organisaties actief zijn, hoe ze georganiseerd en gefinancierd worden en wat hun bereik is. Dit helpt beleidsmakers, zorgorganisaties en initiatieven om kennis uit te wisselen, samenwerking te stimuleren en effectieve vervoersoplossingen op te zetten. Met het Kenniscentrum Vrijwilligersvervoer wordt dit verder ondersteund en uitgebreid.42 Eerstelijnszorg, welzijn, sociale participatie
Een voorbeeld van een succesvolle lokale zorgoplossing is het initiatief van huisarts Jan van Dongen in het dorp America. Hij voorzag een afname in het zorgaanbod en riep de hulp van de dorpsbewoners in om dit te voorkomen. Samen met zijn vrouw en de gemeenschap zetten ze zich in voor de realisatie van het 'Laefhoês', een multifunctioneel centrum dat niet alleen voorziet in professionele gezondheidszorg, maar ook ruimte biedt voor sociale activiteiten. Het Laefhoês werd ontworpen in samenwerking met de dorpsbewoners, wat resulteerde in een gebouw dat volledig aansluit bij de behoeften van de gemeente. Het centrum omvat naast medische zorgdiensten ook een woonkamer, ruilbibliotheek, keuken en tuin, waardoor het een centrale ontmoetingsplek is geworden. Dit initiatief toont aan dat door samenwerking en betrokkenheid, een duurzaam en breed gedragen zorgaanbod gerealiseerd kan worden, aangepast aan lokale wensen en behoeften.
Levensloopbestendig bouwen en doorstromen
Een goed praktijkvoorbeeld van levensloopbestendig bouwen en woningdoorstroming is het project "Huis te Zeijen" in Drenthe. Dit initiatief, geleid door sociale ondernemers Bert Pathuis en Marja Takens, illustreert hoe levensloopbestendige woningen kunnen bijdragen aan een betere woningdoorstroming en gemeenschapsvorming. Kenmerken van dit project zijn: • Bouw van 16 levensloopbestendige woningen op het eigen erf van de initiatiefnemers. • Transformatie van een bestaande boerderij tot ontmoetingscentrum. • Realisatie van 8 zorglogies voor tijdelijke zorg. • Creatie van een zorg-steunpunt in de boerderij, toegankelijk voor dorpsbewoners. Dit project laat zien hoe levensloopbestendig bouwen kan worden gecombineerd met gemeenschapsvoorzieningen. Door verschillende woonvormen en zorgfaciliteiten te integreren, bevordert het de doorstroming en biedt het ouderen de mogelijkheid om in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen met de nodige ondersteuning.
Visie: ontwerpen, bouwen voor ouderen
Gemeente Rotterdam. Ontwerpen voor ouderen. Deze brochure is bedoeld voor ontwerpers, ontwikkelaars, projectmanagers, bouwers en bewoners. In deze brochure worden aandachtspunten benoemd voor het ontwerp in de ouderenhuisvesting op drie verschillende schaalniveaus; de woning, het woongebouw en de woonomgeving.43
Sportverenigingen die maatschappelijke ontmoetingsplekken worden44
Ontmoetingspark Rigtersbleek Enschede is een sportpark dat is geworden tot een levendig Ontmoetingspark voor iedereen. Ook voor mensen uit de buurt die er nu niet (meer) kwamen, omdat ze met voetbal gestopt zijn of van wie de kinderen groot zijn. Denk aan de groeiende groep 55+’ers. Het Ontmoetingspark is dé plek om elkaar te ontmoeten, samen buiten te bewegen of te sporten of een kaartje te leggen. Ouderen worden lid van Club Actief. Scholieren en studenten krijgen er les in één van de wijklokalen of doen er allerlei werkervaring op. De verenigingsmanager zorgt met jongeren voor hippe en goedlopende horeca. Na een wandeling over één van de beweegroutes drinken ouderen er samen koffie. Ze worden gezond ouder en leggen nieuwe contacten. Jonge ouders en grootouders drinken er hun cappuccino op het terras, terwijl hun (klein)kinderen samen spelen. Het is er gezellig en druk. Je loopt er zo naartoe. Ook de huisarts en andere zorg- en welzijnsprofessionals in de buurt weten wat er te doen is op het Ontmoetingspark. Vrijwilligers en zorgprofessionals kijken breder naar zorg en delen hun visie op positieve gezondheid. Ze weten elkaar snel te vinden, verwijzen door en werken samen. Mensen leren elkaar kennen op het Ontmoetingspark en bij Club Actief. Ze zien meer naar elkaar om. Een Ontmoetingspark kan zichzelf bedruipen na een aanloopperiode.
Daarmee is het een duurzame vorm van gemeenschapskracht en werkt besparend op de inzet van maatschappelijke- en zorggelden.
Tabel 7: Selectie van best practices
https://kenniscentrumvrijwilligersvervoer.nl/wp-content/uploads/2022/05/Overzicht-Vrijwilligersvervoer-Noord-Holland 2022.pdf 43 https://www.woneninrotterdam.nl/wp-content/uploads/2021/12/Ontwerpen-voor-ouderen-LangerThuisAkkoord-2021.pdf 44 https://www.ontmoetingsparkentwente.nl 42