8 20221110 Programmabegroting 2023 Laarbeek - raad.pdf
Tekst van het document
1.4 Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen te verlenen. Door de gemeenteraad is besloten dat voor de volgende belastingen een verzoek om kwijtschelding kan worden ingediend: 1. Rioolheffing; 2. Afvalstoffenheffing; 3. Onroerende-zaakbelasting, gebruikersbelasting. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. Deze uitvoeringsregeling is met 2 punten beperkt door gemeentelijk beleid: 1. Bij kwijtschelding van de afvalstoffenheffing wordt maximaal een bedrag terugbetaald van € 270,98 (hoogte bedrag in 2022). Dit maximumbedrag is opgenomen om te voorkomen dat belastingplichtigen die in aanmerking komen voor kwijtschelding hun containers onnodig laten ledigen en te stimuleren om door te gaan met het scheiden van afvalstoffen. 2. Er wordt alleen kwijtschelding verleend aan natuurlijke personen.
71
2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe de financiële positie van de gemeente zich verhoudt tot de risico's. Oftewel het vermogen van de gemeente Laarbeek om ook in ongunstige tijden de incidentele financiële risico’s op te kunnen vangen om zo haar taken ongewijzigd te kunnen voortzetten en hierdoor niet de continuïteit van de gemeente in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de ingeschatte risico’s die worden gelopen. Om het benodigde weerstandsvermogen te kunnen beoordelen geven we inzicht in de risico's. Onder een risico verstaan we het gevaar voor financiële schade of verlies als gevolg van interne en/of externe omstandigheden. Het risico heeft dan betrekking op het samenvallen van die bepaalde omstandigheden (de kans) en de negatieve gevolgen (de schade / bedrag). Tot slot wordt in deze paragraaf vijf financiële kengetallen gepresenteerd die vanuit de BBV gepresenteerd moeten worden, zijnde: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.
2.1 Beleidsuitgangspunten Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Jaarlijks inventariseren wij de risico’s die van invloed kunnen zijn op de bedrijfsvoering om deze (zo veel mogelijk) te beperken en de vermogenspositie te kunnen beoordelen. De belangrijkste risico’s qua financiële impact worden in kaart gebracht door middel van een korte scan van de organisatie. Uit de inventarisatie zijn in totaal 41 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande paragraaf zijn de risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het benodigde weerstandsvermogen uit de risico's zetten we vervolgens af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Om de ratio weerstandsvermogen te bepalen wordt het benodigde weerstandsvermogen in relatie gebracht tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit geeft de conclusie in hoever wij als gemeente Laarbeek in staat zijn potentiële risico's financieel op te vangen. Visueel ziet dat er als volgt uit:
72
2.2 Weerstandscapaciteit Zoals in het Besluit Begroting en Verantwoording is aangegeven, bestaat de weerstandscapaciteit uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken (artikel 11-1a). De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Dit bedrag moet in verhouding zijn met de benodigde weerstandscapaciteit. Dit laatste bedrag komt voort uit het risicoprofiel van een onderneming. De benodigde weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel vermogen een onderneming beschikbaar moet hebben om calamiteiten financieel aan te kunnen. De opbouw van onze beschikbare weerstandscapaciteit in duizendtallen ziet er als volgt uit:
. • Algemene reserve • Reserve grondexploitatie • Onvoorzien incidenteel • Onbenutte belastingcapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit
bedragen x € 1.000
11.320 4.483 60 1.343 17.206
Vrij aanwendbaar deel reserves (algemene reserve) In de raadsvergadering van 20 juni 2019 is de “Nota reserves en voorzieningen" vastgesteld. In deze nota wordt aangegeven aan welke criteria de diverse reserves en voorzieningen dienen te voldoen. De algemene reserve kan vrij over beschikt worden en kan worden aangewend voor het opvangen van eenmalige nadelen. Hierdoor kan de algemene reserve worden meegenomen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2023 € 11,32 miljoen. 73
Reserve grondexploitatierisico’s Speciaal voor de risico’s die te maken hebben met grondexploitatie is een risicoreserve grondbedrijf gevormd. Deze reserve is onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. De stand van deze reserve bedraagt maximaal € 4,9 miljoen (volgens de grondnota). Dit is opgebouwd uit de risico's uit de Monte Carlo risico analyse voor grondexploitatie ter hoogte van € 2,6 miljoen plus een ophoging van een buffer van € 2 miljoen en 0,3 miljoen aan toekomstige claims. Indien de reserve hoger wordt dan het maximale bedrag dan valt het overtollige deel vrij ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor bedraagt de reserve € 4,9 miljoen bij het opstellen van de begroting. De grondnota is echter nog niet verwerkt in deze begroting (besluitvorming vindt tegelijk plaats) hierdoor is er gerekend met de stand van de reserve zoals bekend bij de jaarrekening 2021. Stille reserves Van stille reserves is sprake als bedrijfsmiddelen meer waard zijn dan uit de boekhouding blijkt. De stille reserves zijn een onderdeel van de bedrijfsmiddelen die de gemeente gebruikt. Het is niet mogelijk om de middelen direct beschikbaar te maken en daarom nemen we dit onderdeel niet mee. Onvoorzien incidenteel Het is mogelijk om voor incidentele zaken een bedrag op te nemen in de begroting. Met dit bedrag kunnen incidentele nadelen opgevangen worden.
Het gaat dan om zaken die bij het maken van de begroting nog niet bekend zijn, maar door bijvoorbeeld wetswijziging wel kosten voor de gemeente met zich meebrengen. In Laarbeek is voor 2023 een raming opgenomen van € 60.000,-. Onbenutte belastingcapaciteit Bij onbenutte belastingcapaciteit wordt uitsluitend gekeken naar de OZB-heffing. Wettelijk is namelijk bepaald dat de tarieven voor de overige heffingen maximaal 100%-kostendekkend mogen zijn. Bij afvalstoffenheffing en de rioolheffing is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Om de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB te berekenen, maken we gebruik van de norm die het rijk stelt aan de zogenaamde ‘artikel 12-status’. Zodra een gemeente in financiële problemen komt, houdt het Rijk rekening met een minimaal OZB-tarief (voor het jaar 2022) van 0,1719% (bron: Meicirculaire gemeentefonds 2022, p.143). Voor de WOZ-waarde zijn de inschattingen van BSOB vanuit hun systeem Qlikview. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000
Onroerendezaakbelasting Eigenaar Woningen Eigenaar Niet-woningen Gebruikers Niet-woningen Saldo onbenutte belastingcapaciteit
WOZ waarde begin 2022 2.915.612 484.101 413.198 .
Tarief 2022 0,13% 0,23% 0,19%
Tarief 2022 art. 12 status 0,18% 0,18% 0,18%
Verschil tarief 0,05% -0,04% 0,00%
Onbenutte capaciteit 1.575 -216 -17
.
.
.
1.343
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare weerstandscapaciteit.
74
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulaties voortvloeit (zie paragraaf 2.3 risico's) is € 1,6 miljoen + het risico voor de grondexploitaties van € 2,6 miljoen is in totaal aan benodigde weerstandscapaciteit van € 4,2 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 17,2 miljoen. Hierdoor wordt de ratio weerstandsvermogen:
Ratio weerstandsvermogen
beschikbare weerstandscapaciteit = = benodigde weerstandscapaciteit
17.206 4.200
= 4,1
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen NAR (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld.
Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De ratio bedraagt eind 2022: 4,1. Dit betekent dat de ratio uitkomt op een waardering A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Toekomstige ontwikkeling van het weerstandsvermogen Bovenstaand ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op de actuele situatie van de beschikbare weerstandscapaciteit. Als we naar de verwachte ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit kijken dan is de inschatting dat de algemene reserve stabiel blijft waarbij er verwachte positieve resultaten vanuit het grondbedrijf in 2024 en 2025 zullen zijn. Dit zal de ratio verbeteren. Hierbij moet opgemerkt worden dat in deze cijfers de grondnota 2022 (voor het jaar 2023) nog niet verwerkt is. Wanneer de raad instemt met de voorstellen uit de grondnota 2022 in relatie tot de reserve grondexploitatie zal dit effect hebben op (het verloop van) de algemene reserve en daarvan afgeleid de weerstandsratio. De ratio zal naar verwachting in 2026 onder gelijke omstandigheden nog steeds ruim op waardering A uitkomen. Het geprognosticeerd verloop van de algemene reserve zal na verwerking van alle voorstellen in deze begroting 2023 (exclusief voorstellen uit de grondnota 2022) als volgt eruit zien: bedragen x € 1.000
Algemene reserves
2022
2023
2024
2025
2026
11.320
10.855
10.390
10.425
10.460
75
2.3 Risico's Belangrijkste financiële risico’s Gemeente Laarbeek Op basis van een risico analyse zijn de belangrijkste financiële risico's voor de gemeente Laarbeek geïnventariseerd. In totaal zijn er 41 risico's bepaald. In onderstaand overzicht zijn de tien risico’s gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit.
Risico
Kans
1
Hogere kosten door extreme inflatie
Gevolg x € 1.000 80% 500
2
Personeelsbezetting
50%
650
14%
3
80%
300
10%
4
Hogere uitgaven door actualisatie besteksramingen grondexploitaties Informatiebeveiliging / cyberrisico
50%
350
7%
5
Fiscaal risico
60%
250
6%
6
Extra uitvoerings- of programmakosten ODZOB
70%
150
4%
7
Zorgkosten sociaal domein Wmo Jeugdhulp en BMS
50%
200
4%
8
Uitvoerings- en financieringskosten Senzer
40%
200
3%
9
Lagere bouwleges dan begroot
30%
200
3%
30%
200
3%
10 Uitkering gemeentefonds
Invloed 17%
.
Totaal grote risico's (maximaal gevolg)
.
2.800
.
.
Overige risico's (maximaal gevolg)
.
2.700
.
.
Totaal alle risico's (maximaal gevolg)
.
5.500
.
Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 5,5 miljoen) ongewenst is. De risico’s zullen zich immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang manifesteren.
76
Toelichting: In de tabel wordt de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit aangegeven, verbonden aan de mate van betrouwbaarheid van de simulatie. De grafiek toont de verdeling van de kansen en totale financiële gevolgen. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1,6 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Risico's grondexploitatie Voor de risico-inventarisatie van de grondexploitaties is een separate risico analyse opgesteld (Monte Carlo risicoanalyse grondexploitaties 16 september 2022). Uit deze analyse volgt dat om de risico’s voor de grondexploitaties te kunnen opvangen een reserve benodigd is van € 2,6 miljoen om met een zekerheidsmarge van 90% de geïnventariseerde risico’s af te kunnen dekken.
2.4 Kengetallen financiële positie In het streven naar meer transparantie, verbetering van het inzicht in de financiële positie en voor de vergelijking met andere gemeenten worden zowel in de begroting als jaarrekening een set van financiële kengetallen opgenomen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of balans. De kengetallen zijn het uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente Laarbeek. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art.11 lid 2d) bepaalt dat gemeenten een set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in deze paragraaf. De op te nemen kengetallen zijn: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Signaleringswaarden De provincie hanteert, voor het verkrijgen van een goed en uniform beeld, signaleringswaarden die afkomstig zijn uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. Daarbij moet benadrukt worden dat door de provincie aan deze categorieën geen kwalificatie is gegeven, omdat normering in eerste instantie aan de gemeente zelf is. Gemeente Laarbeek heeft geen eigen normering bepaald en hanteert hiervoor de onderstaande tabel. In de tabel hieronder is te zien tot welke signaleringswaarden gehanteerd worden en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Kengetal 1
Netto schuldquot e
a. zonder correctie doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden
Categorie A
Categorie B
Categorie C
<90%
90-130%
>130%
<90%
90-130%
>130%
2
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
3
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
Begroting >0%
Begroting 0%
Begroting <0%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
4 5
Uitkomsten Laarbeek In onderstaande tabel zijn de uitkomsten voor Laarbeek afgezet tegen de signaleringswaarden zoals de provincie die hanteert. Cellen zijn groen als Laarbeek in categorie A valt (minst risicovol), blauw voor categorie B en oranje bij categorie C (meest risicovol). Onderaan deze paragraaf wordt een relatie gelegd tussen de kengetallen en worden opvallende zaken toegelicht. 77
Begroting
Meerjarenbegroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
13%
20%
2%
-6%
-13%
-17%
Solvabiliteitsratio
13% 57%
20% 37%
2% 40%
-6% 47%
-13% 55%
-17% 56%
Structurele exploitatieruimte
11%
0%
2%
7%
7%
1%
Grondexploitatie
26%
14%
-3%
-5%
-6%
-6%
Belastingcapaciteit
95%
88%
90%
90%
90%
90%
Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Rekening
Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Waar is het voor? Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. Hoe lager het percentage is, hoe gunstiger de financiële positie. Hoe werkt het? De netto schuldquote wordt volgens een vaste formule berekend: De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (conform artikel 46 BBV) B Netto vlottende schuld (conform artikel 48 BBV) C Overlopende passiva (conform artikel 49 BBV) D Financiële activa (conform artikel 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (conform artikel 39 BBV) F Liquide middelen (conform artikel 40 BBV) G Overlopende activa (conform artikel 40a BBV) H Totale baten (conform artikel 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves)) De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). Toelichting op ratio ontwikkeling De twee kengetallen laten een verbetering zien, ook meerjarig. De schulden dalen en de activa stijgt of blijft gelijk.
Hierdoor verbeteren de ratio's, die al in de A categorie zaten en dus ook meerjarig blijven.
Solvabiliteitsratio Waar is het voor? De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met andere woorden: of ze alles kan betalen en of er voldoende geld beschikbaar is. Hoe lager de solvabiliteit, hoe minder eigen vermogen de organisatie heeft om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren.
78
Hoe werkt het? Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves: zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves. Ook het resultaat uit het overzicht van baten en lasten (het rekeningresultaat) is hier onderdeel van. A Eigen vermogen (volgens artikel 42 BBV) B Balanstotaal Solvabiliteit (A/B) x 100%. Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal ontwikkelt positief en laat meerjarig een verbetering van de solvabiliteitsratio zien. Deze ratio valt voor begroting 2023 en 2024 nog in categorie B maar vanaf 2025 verbeterd deze naar de A categorie. Dit komt vooral doordat het eigen vermogen stijgt (om specifiek te zijn de bestemmingsreserves) en de totale passiva meerjarig daalt. Hierdoor verbeterd de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal (groter deel van het balans totaal bestaat uit eigen vermogen).
Grondexploitatie Waar is het voor? De grondexploitatie kan een hoge impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige woningbouwproject) hebben wij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Hoe werkt het? Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten 2020 (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Als een formule: A Niet in exploitatie genomen gronden B Bouwgrond in exploitatie C Totale baten De grondexploitatie ((A+B)/E) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal ontwikkelt zich positief. Het aantal exploitaties gaat in de toekomst afnemen waarbij er naar verwachting een piek is in de verkopen in 2024 en 2025.
Met de verkopen daalt de boekwaarde van de ‘gronden in exploitatie’. Dit is uiteraard voor verwerking van de grondnota 2022 die een effect op deze ratio kan hebben.
Structurele exploitatieruimte Waar is het voor? Een begroting waarvan de vaste inkomsten en de vaste uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting 79
waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Bijvoorbeeld doordat er in het ene jaar inkomsten uit een verkoop zijn en er het jaar daarna niet. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. Dit kengetal geeft hierdoor aan welke structurele exploitatieruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe werkt het? Om het structurele exploitatieoverschot te kunnen berekenen, wordt gekeken naar het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves en deze worden vergeleken met (gedeeld door) de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Over het algemeen geldt dus als richtlijn: hoeveel hoger het kengetal structurele exploitatieruimte, hoeveel gunstiger dit is voor de gemeente. Als streefwaarde geldt voor gemeente Laarbeek voor dit kengetal een waarde >=0.
Als een formule: A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten De structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling De structurele exploitatieruimte laat een verbetering zien waarbij het ratio uit de B categorie gaat (0 procent) en naar de A categorie gaat (boven de 0 procent). Deze ratio geeft daardoor een verbeterd en positief beeld weer en geeft aan dat de gemeente niet afhankelijk is van diverse eenmalige zaken.
Belastingcapaciteit Waar is het voor? Deze indicator geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten (belastingdruk) in de gemeente Laarbeek die vergeleken wordt met het landelijke gemiddelde. Zo kan vergeleken worden met eerdere jaren en andere gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het is de bevoegdheid van uw raad met welke omvang de belastingen worden verhoogd. Hoe werkt het? Onder de woonlasten wordt verstaan het totaal van: • OZB; • rioolheffing; • reinigingsheffing. Hiervoor wordt een referentiewoning gekozen met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. 80
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C Afvalstoffenheffing voor een gezin D Eventuele heffingskorting E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%. Toelichting op de ratio ontwikkeling Het kengetal verbeterd, waarna deze meerjarig stabiel blijft. De stabiliteit komt ook omdat er geen toekomstig meerjarig beeld is van de gemiddelde woonlasten. Het kengetal bedraagt meerjarig 90% Hiermee kan geconcludeerd worden dat de totale woonlasten voor een gezin met een woning met gemiddelde WOZ-waarde in gemeente Laarbeek in 2023 en verder lager zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde T-1 (het ijkpunt voor het maximaal te heffen belastingtarief).
81
3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Algemeen De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: verhardingenbeheer; bruggen en vlonders; bermen en sloten; openbare verlichting; riolering; waterbeheer; groenbeleids- en groenstuctuurplannen; bomen; natuurterreinen, landschapsinrichting en bossen; speelplekken; gemeentelijke gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven: a het beleidskader; b ontwikkelingen; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
3.2 Beleidskader Voor de instandhouding van kapitaalgoederen wordt veelal gewerkt met beheerplannen. In de beheerplannen wordt het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële middelen vastgelegd. De volgende beheerplannen gelden nu: Beheerplan
Jaar vaststelling
Gebouwen Meerjarenplanning onderhoud gemeentelijke gebouwen 20192028
2020
Groen Bomenbeleidsplan Laarbeek (2013) en bomenvervangingsplan Laarbeek (2020)
2013
Groenbeleids- en groenstructuurplan (2011)
2011
Beheerplan natuurterreinen, Beheerplan landschapselementen en Bosbeheerplan
2016
Speelplekkenplan
2021
Riool & water Bermen en sloten
2010
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023
2018
Beheerplan bruggen en vlonders 2020 gemeente Laarbeek
2020
Waterbeheerplan
2021
Wegen Beleidsplan verhardingenbeheer 2018.
2017
Beleidsplan Licht in de openbare ruimte 2018
2017
82
3.3 Verhardingenbeheer Beleidskader Beleidsplan verhardingenbeheer 2018. Het beleidsplan wordt periodiek opgesteld om nieuwe ontwikkelingen, het gewenste kwaliteitsniveau en de beschikbare middelen te verwerken met als doel het in stand houden van de wegenstructuur. Het beleidsplan is gebaseerd op de CROW-systematiek voor wegbeheer. Elk jaar wordt een onderhoudsplanning opgesteld waarbij kredieten worden gevraagd om de wegen op te knappen die aan onderhoud toe zijn. Ontwikkelingen Het wordt steeds duidelijker dat gemeente én inwoners zich maximaal moeten inspannen om te komen tot een klimaatbestendiger inrichting. Wegverhardingen zijn noodzakelijk, maar ze leiden tot versnelde afvoer van regenwater, waardoor elders wateroverlast kan ontstaan. Bovendien draagt verharding bij aan hitte(stress), onder andere omdat asfalt, klinkers en tegels tijdens hete dagen warmte opnemen en die ’s-nachts weer uitstralen. Bij grootschalig onderhoud aan de verhardingen ruimte zoeken we naar kansen om te komen tot een klimaatbestendiger inrichting door overbodige verharding te verwijderen, door waterdoorlatende verharding toe te passen en door meer ruimte te maken voor groen.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
1.806
1.645
Mutatie voorzieningen
-699
-1.616
3.4 Bruggen en vlonders Beleidskader Beheerplan bruggen en vlonders 2020 gemeente Laarbeek. Ontwikkelingen De daadwerkelijke vervanging van de brug aan de Stapweg (Beek en Donk) zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023 plaatsvinden.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
44
49
Mutatie voorzieningen
3.5 Bermen en sloten Beleidskader In 2010 is het beleidsplan bermen en sloten vastgesteld en vertaald in een beheerplan. Door het onderhoud van bermen en sloten te combineren kan er voor minder geld meer berm ecologisch worden beheerd. Voor het slotenonderhoud geldt een maaifrequentie van één keer per jaar onder de voorwaarde dat de andere aangelande (eigenaar met grond langs de sloot) het slootmaaisel ontvangt en zorgt voor verwerking. Een goed berm en sloten beheer zorgt voor evenwichtige afvoer van hemelwater en verhoogt de ecologische waarde.
83
Ontwikkelingen De staat van onderhoud van de bermen en sloten in het buiten gebied (de haarvaten in het waterstelsel) wordt geïnventariseerd. Aan de hand van de resultaten wordt onderzocht of het mogelijk is om de (berm)sloten effectiever te benutten om de gevolgen van klimaatverandering af te vlakken. Daarbij kan met name gedacht worden aan het vasthouden van water ten tijde van droge perioden.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
185
138
3.6 Openbare verlichting Beleidskader Beleidsplan Licht in de openbare ruimte 2018. Dit plan belicht de totale openbare ruimte, niet alleen de openbare verlichting maar ook de verlichting van bedrijven, monumenten en dergelijke. Gekozen is om de openbare verlichting binnen een planperiode van 12 jaar te verduurzamen en daarmee uiting te geven aan de ambities die Laarbeek heeft op het gebied van duurzaamheid. Ontwikkelingen Woonwijken worden voor een groot deel verlicht met compacte fluorescentielampen (spaarlampen). Dit is een zeer energiezuinige verlichtingssoort en aangezien we ons in eerste instantie vooral richtten op onzuinige lampen, werd tot nu toe nauwelijks fluorescentieverlichting omgebouwd naar LED. In het voorjaar 2022 kwam de melding dat -als gevolg van een EU-richtlijn- de productie van fluorescentielampen op zeer korte termijn moet worden beëindigd, omdat deze -een zeer kleine hoeveelheid- kwik bevatten. Verlichtingsfabrikanten mogen vanaf maart 2023 geen bestellingen voor deze lampen meer in behandeling nemen. Het is niet mogelijk op zeer korte termijn over te gaan tot vervanging van alle armaturen met fluorescentielampen, maar de verlichting in de woonwijken moet wel worden gegarandeerd.
Daarom wordt voor fluorescentielampen de vervangingsstrategie enigszins aan-gepast: oudere armaturen worden op korte termijn vervangen door LED en in relatief jonge armaturen wordt een LED-unit ingebouwd. Voor de tussencategorie -1475 armaturen die nog 5 tot 9 jaar meegaan- bestellen we voor 1 maart 2023 nieuwe fluorescentielampen met een lange levensduur. Daarmee overbruggen we de periode tot het vervangingsmoment van de armaturen.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
324
348
3.7 Riolering Beleidskader Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Naast de wijze waarop de gemeente Laarbeek invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten vermeldt het GRP ook op welke wijze Laarbeek streeft naar een duurzame en klimaatbestendige waterketen en een klimaatbestendig watersysteem. Om de kosten en baten op elkaar af te stemmen is een doorrekening gemaakt voor een periode van 80 jaar. Uit deze doorberekening blijkt, dat een jaarlijkse tariefstijging van de rioolheffing nodig is van 3,6% aangevuld met een compensatie voor de inflatie.
84
Ontwikkelingen Riolering zal nooit in staat zijn om extreme klimaatbuien volledig af te voeren. Bovendien kan snelle afvoer elders wateroverlast veroorzaken. Het is daarom van belang het rioleringssysteem te ontlasten door daar waar mogelijk de openbare ruimte zodanig in te richten dat er ruimte ontstaat voor het tijdelijk vasthouden van regenwater zonder dat dit overlast veroorzaakt.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
1.546
1.288
148
-3.505
Mutatie voorzieningen
3.8 Waterbeheer Beleidskader Zorg dragen voor een veilig en duurzaam waterbeheer en overlast situaties tot een minimum te beperken. Ontwikkelingen Er is een breed gedragen visie ontwikkelt voor de herontwikkeling van de groen long. Het doel is het gebied klimaatbestendiger en meer circulair in te richten met ruimte en mogelijkheden voor de verschillende gebruikers/doelgroepen. Het verbeteren van de waterkwaliteit door een betere doorstroming te bewerkstelligen en de waterpartijen te baggeren maakt onderdeel uit van de aanpak. Voor de uitvoering is in het kader van klimaatadaptatie een subsidie aangevraagd en toegekend. De werkzaamheden zijn in 2022 voorbereid en worden in 2023 uitgevoerd.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
21
305
Mutatie voorzieningen
162
-302
3.9 Groenbeleids- en groenstructuurplan Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2011 het Groenbeleids- en groenstructuurplan vastgesteld. In dit plan zijn de beleidskaders geschetst voor het gebruik en het onderhoud van het openbaar groen in de dorpskernen. De belangrijkste groenstructuren zijn benoemd en er is een differentiatie in het onderhoudsniveau aangebracht. Ook zijn in het plan keuzes gemaakt om beplantingen om te vormen en meer aan te laten sluiten bij het gewenste onderhoudsniveau. Deze omvormingen zijn inmiddels afgerond. Het omvormingsbudget wordt nu gebruikt om het groen klimaatadaptiever in te richten met meer oog voor biodiversiteit. Ontwikkelingen Het Groenbeleids- en groenstructuurplan uit 2011 wordt op onderdelen herzien. Deze herziening richt zich met name op het beter borgen van duurzaamheidsdoelstellingen als klimaatadaptatie en verhogen van de biodiversiteit. Dit vraagt ook aanpassingen in de inrichting en het beheer en onderhoud van het openbaar groen. In 2023 zullen gemaakte keuzes worden uitgewerkt en wordt gestart met de noodzakelijke omvormingen. Om de onzekerheden en jaarlijkse schommelingen in de beheer- en onderhoudskosten beter op te kunnen vangen wordt er een beheerplan gemaakt en een onderhoudsvoorziening ingesteld. 85
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
1.526
1.020
3.10 Bomen Beleidskader In 2013 heeft de gemeenteraad het bomenbeleidsplan vastgesteld. In het bomenbeleidsplan zijn de belangrijkste bomenstructuren in Laarbeek benoemd en wat het beleid daarvoor is. Er zijn spelregels opgenomen hoe in Laarbeek omgegaan wordt met het kappen van bomen en hoe er gecompenseerd moet worden. Ook wordt op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke bomen ingegaan. Dit wordt planmatig en gestructureerd uitgevoerd waardoor op een goede wijze invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplicht. In 2020 heeft de gemeenteraad het bomenvervangingsplan vastgesteld. Dit plan voorziet in het structureel en planmatig vervangen van bomen. Ontwikkelingen Het Bomenbeleidsplan uit 2013 wordt op onderdelen herzien. Deze herziening richt zich met name op het beter borgen van duurzaamheidsdoelstellingen als klimaatadaptatie en verhogen van de biodiversiteit. Voorgesteld wordt om toekomstbomen aan te wijzen, waarin extra geïnvesteerd zal worden. Dit zal met name consequenties hebben voor de benodigde financiële middelen voor boomvervanging. De mogelijkheden worden in 2023 in beeld gebracht, waarna keuzes gemaakt moeten worden.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
379
343
Mutatie voorzieningen
-370
3.11 Natuurterreinen, landschapselementen en bossen Beleidskader Voor de diverse groengebieden in het buitengebied van Laarbeek zijn een aantal beheerplannen opgesteld. Voor de gemeentelijke bosgebieden geldt het bosbeheerplan (2016), voor de overige natuurterreinen is het beheerplan natuurterreinen Laarbeek (2022) van toepassing. In het beheerplan landschapselementen (2016) worden de eindbeelden en onderhoudsmaatregelen voor een 75-tal landschapselementen omschreven. Het gaat dan om houtwallen, zandpaden, poelen en dergelijke. Voor de uitvoering van de diverse werkzaamheden is in 2022 een zesjarige beheerovereenkomst met Bosgroep Zuid-Nederland afgesloten. Ontwikkelingen Alle beheerplannen zijn actueel. In de tussentijd wordt nieuw aangelegde natuur bij een eerstvolgende herziening van de beheerplannen en de beheerovereenkomst meegenomen. Het onderhoud wordt tot die tijd als meerwerk uitgevoerd.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
260
214
86
3.12 Speelplekken Beleidskader Het speelplekkenplan ziet toe op het structureel aanpassen en vervangen van speelplekken in Laarbeek binnen een tijdsbestek van 20 jaar. Ontwikkelingen In 2023 staat de renovatie van de speelplek op de Ratel in Beek en Donk op de planning. Samen met betrokken omwonenden zal hier voor een passende invulling van de locatie worden gezorgd. Een en ander conform de uitgangspunten in het speelruimteplan.
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
77
97
Mutatie voorzieningen
-1
3.13 Gemeentelijke gebouwen Beleidskader Op 30 januari 2020 heeft uw gemeenteraad de "Meerjarenplanning onderhoud gemeentelijke gebouwen Laarbeek 2019-2028" vastgesteld. De gemeente heeft een groot aantal gebouwen in eigendom voor vele functies in het maatschappelijk verkeer. Gedacht kan worden aan het gemeentehuis, de gemeentewerf, gemeenschapshuizen, sportaccommodaties, dierenparken en monumenten. Al deze gebouwen zijn opgenomen in de onderhoudsplanning, die een periode van 10 jaar bestrijkt. De planning wordt jaarlijks geactualiseerd. Er is dus sprake van een voortschrijdend 10-jarenplan. Voor het onderhoud van de zogenaamde Brede Scholen is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld voor een periode van 10 jaar. Dit plan is de basis voor de planning van het onderhoud aan deze gebouwen. Deze voorziening is ter egalisatie ingesteld om grote schommelingen binnen de exploitatie te voorkomen. Voeding: De voeding geschiedt door een jaarlijkse storting in de voorziening ten laste van de taakvelden in de exploitatie waar de brede scholen onder zijn verantwoord. De gemeente gaat de regierol op zich nemen wat het betreft het gezamenlijk onderhoud van de scholen, de kosten hiervoor zullen met een opslagpercentage worden doorberekend aan de diverse gebruikers, een en ander is in de ingebruikgevingsovereenkomsten en huurovereenkomsten vastgelegd.
De formalisatie van deze voorziening zal later dit jaar plaatsvinden inclusief de vaststelling van het bijbehorende beheerplan. Het betreft de periode van 2022-2031. Ontwikkelingen In 2021 is intensief gewerkt in regionaal en provinciaal verband aan de voorbereidingen van de routekaart maatschappelijk vastgoed. De routekaart maatschappelijk vastgoed Gemeente Laarbeek zal mei 2022 gereed zijn en naar verwachting in november 2022 vastgesteld gaan worden in college en raad, onderdeel hiervan is het uitvoeringsprogramma voor de komende 8 jaar met concrete verduurzamingsdoelen voor die periode, een en ander na afstemming in college en raad. Het huidige MJOP zal worden vervangen door een DuurzaamMJOP voor de periode 2023-2032. Dit zal in het voorjaar 2023 zijn beslag gaan krijgen.
87
Financiën Onderdeel
Begroting 2023
Rekening 2021
Exploitatie
1.405
1.800
5
-122
Mutatie voorzieningen
88
4 Financiering Algemeen De paragraaf 'financiering' bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13).
4.1 Risicobeheer Om de financiële risico's zo goed mogelijk te beheersen, is het belangrijk om aandacht te schenken aan de kwalitatieve ontwikkeling van de treasuryfunctie. Als gevolg van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) hebben gemeenten twee instrumenten ingevoerd: 1. Treasurystatuut; 2. Paragraaf financiering. Treasurystatuut Hierin wordt een nadere invulling gegeven aan het wettelijk kader. Het statuut bevat de beleidsuitgangspunten voor het uitvoeren van de treasuryfunctie. De volgende regelgeving heeft betrekking op de financieringsfunctie van de gemeente: − Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). − Ministeriële regeling ‘Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’ (Ruddo). − Financieringsregeling huisvesting ambtenaren. − Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). − Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Paragraaf financiering Deze paragraaf wordt opgenomen in zowel de begroting als de rekening en biedt hiermee informatie over de uitvoering van treasurytaken. Het rijk heeft de kasgeldlimiet, renterisiconorm en een drempelbedrag schatkistbankieren ingesteld om risico’s die te maken hebben met herfinanciering van leningen in te perken. Deze drie elementen worden in de volgende alinea’s nader toegelicht.
4.2 Financiering Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan wat het maximale bedrag is dat de gemeente aan kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mag aantrekken. De kasgeldlimiet 2023 bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal, dus 8,5% van ±€ 69,4 miljoen is ±€ 5,9 miljoen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft aan welk deel van de langlopende leningen (looptijd langer dan 1 jaar) afgelost mag worden. De renterisiconorm 2023 bedraagt 20% van het begrotingstotaal, dus 20% van ±€ 69,4 miljoen is ±€ 13,9 miljoen. Drempelbedrag schatkistbankieren Om de staatsschuld te beperken moeten gemeenten tijdelijk overtollige, liquide middelen aanhouden in de schatkist bij het Rijk of uitzetten bij medeoverheden. Om het cashmanagement van de gemeenten niet te verstoren mogen de gemeenten een relatief beperkt positief saldo op de bankrekeningen aanhouden. Gemiddeld per kwartaal mag dit saldo niet meer zijn dan een vastgesteld drempelbedrag. 89
Het drempelbedrag schatkistbankieren 2023 bedraagt 2% van het begrotingstotaal, dus 2% van ±€ 69,4 miljoen is ±€ 1,4 miljoen.
4.3 Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte 2023 is een afgeleide van de liquiditeitsprognose. In het verleden werd deze prognose incidenteel gemaakt. Op het moment dat sprake was van het aantrekken van een langlopende geldlening werd de noodzaak gezien van een liquiditeitsbegroting omdat uit een dergelijke begroting af te lezen is: 1. wat de omvang van de lening zou moeten zijn, en 2. wat de looptijd van de lening zou moeten zijn. Met de verplichting om in begroting en jaarrekening te rapporteren over de financieringsbehoefte zal meer structurele aandacht gegeven worden aan het samenstellen van de liquiditeitsbegroting.
4.4 Rente(toerekening) Bij het berekenen van het renteresultaat van het taakveld ‘Treasury’ in de begroting 2023 is rekening gehouden met de volgende componenten: Begroting 2023 bedragen x € 1.000
Externe rentelasten en -baten -/- Rente aan de grondexploitatie
Lasten
Baten
Saldo
-207
29
-178 33
Saldo rentelasten en -baten
-145
Rente over voorzieningen
-68
Saldo bespaarde rente
-68
Aan taakvelden toe te rekenen rente
-213
Aan taakvelden toegerekende rente
212
Aan taakvelden toegerekende rente
212
Aan taakvelden toegerekende rente
212
Saldo taakveld Treasury
-1
90
Overzicht omslagrente Onderstaand volgt een overzicht van de berekening van de omslagrente voor de begroting 2023.
Berekening Omslagrente a
Begroting 2023
externe rentelasten over de korte en lange financiering - korte financiering (tot 1 jaar) financieringstekort (rekening courant)
1
- lange financiering (vanaf 1 jaar) leningen o/g b
209
externe rentebaten - korte financiering (tot 1 jaar)
-29
- lange financiering (vanaf 1 jaar)
0
.
totaal door te rekenen externe rente
c
rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend
.
180
rentekosten grondexploitatie
-33
restant nog door te rekenen externe rente
147
d1 rente dotatie eigen vermogen
0
d2 rente dotatie voorzieningen
0
contante voorziening wachtgeld voorm.bestuurders
68
.
door te rekenen interne rente
215
e
215
f
werkelijk aan taakvelden doorgerekende rente renteresultaat taakveld Treasury (+ = voordeel / - = nadeel)
.
Omslagrente begroting 2023:
-1 0,38%
Overzicht gewogen gemiddelde rentepercentage Grondexploitatie Onderstaand een overzicht van de berekening van het gewogen gemiddelde rentepercentage voor de Grondexploitatie begroting 2022.
Berekening gewogen gemiddelde rentepercentage tbv Grondexploitatie
.
Begroting 2023
Totaal Vermogen (Balanstotaal)
70.375
Vreemd Vermogen
25.537
.
36,29%
Saldo leningenportefeuille - langlopend
17.354
Saldo leningenportefeuille - kortlopend
103
Rentelasten leningenportefeuille - langlopend
209
Rentelasten leningenportefeuille - kortlopend
1 1,20%
Berekening rentepercentage Grondexploitatie begroting 2023: 91
0,44%
5 Bedrijfsvoering 5.1 Organisatieontwikkeling Waar gaan we naar toe als organisatie qua ontwikkeling? De afgelopen periode is ons organisatie-ontwikkelingsprogramma 'Werken met een lach' verder verrijkt met een missie en visie-traject. Dit heeft geleid tot het volgende resultaat vanuit college, management en medewerkers als missie en kernwaarden: Het stroomt in Laarbeek, hier kan iedereen fijn leven en meedoen. We doen dit op onze manier: • Wij zijn open • We hebben een 'doeners' mentaliteit • We werken graag samen • We pakken onze verantwoordelijkheid Deze missie en kernwaarden zijn uitgewerkt per thema in een organisatievisie: • Onze medewerkers werken samen met een lach - Wij zijn een aantrekkelijke werkgever - Iedere medewerker is ambassadeur van Laarbeek - Onze bedrijfsvoering is modern •
Wij zijn een organisatie die meestroomt met de samenleving en complexe vraagstukken - Er is een sterk samenspel tussen bestuur, organisatie en samenleving - Wendbaarheid en goedschaligheid zijn leidend - Onze ambities zijn in balans met onze capaciteit én kwaliteit
Deze missie, kernwaarden en organisatievisie is uitgewerkt in de volgende programma's waaraan concrete projecten zijn gekoppeld, die in 2023 en volgende jaren worden uitgewerkt en opgepakt.
92
Als onderdeel van het programma 'Bruggen bouwen' en het thema in onze organisatievisie dat 'Onze ambities in balans zijn met onze capaciteit én kwaliteit' is een onderzoek uitgevoerd naar de formatie en organisatie. Dit om in beeld te krijgen in hoeverre de Laarbeekse organisatie in staat is om formatief invulling (kwantitatief en kwalitatief) te geven aan het bestuursakkoord (1e onderzoeksvraag). En daarnaast in hoeverre de Laarbeekse organisatie voldoende toekomstbestendig is ingericht (2e onderzoeksvraag). Als belangrijkste bevindingen komen naar voren vanuit dit onderzoek: 1. De consequenties van ambities en keuzes die bestuurlijk worden gemaakt worden (vooraf) onvoldoende in beeld gebracht. 2. Er vindt te weinig prioritering plaats op de ambities, doelen en inspanningen. 3. Met de huidige formatie kunnen niet alle ambities worden uitgevoerd. Ook bestaande ambities kunnen niet allemaal worden waargemaakt. 4. De inrichting van de organisatie kan worden verbeterd. Als conclusies uit de 1e onderzoeksvraag 'In hoeverre de Laarbeekse organisatie in staat is om formatief invulling (kwantitatief en kwalitatief) te geven aan het bestuursakkoord 20222026, uitgaande van de bestaande situatie' komt het volgende naar voren: • Met de huidige formatie is de organisatie niet in staat om alle ambities van het bestuursakkoord uit te voeren.
• Ook bestaande ambities uit de begroting en besluitvorming staan onder druk en kunnen niet allemaal worden waargemaakt. • De organisatie heeft kwetsbaarheden waardoor zij niet altijd zorgvuldig haar basisdienstverlening kan uitvoeren. Als conclusie op uit de 2e onderzoeksvraag 'In hoeverre de Laarbeekse organisatie, uitgaande van de bestaande situatie, toereikend is ingericht om de ambities uit het bestuursakkoord te realiseren' kom naar voren: • De inrichting van de organisatie kan worden versterkt om meer te sturen op prioritering
Hoofdconclusie vanuit het onderzoek is dan ook: Alleen formatie toevoegen is niet voldoende. Er is ook verandering van ambtelijk-bestuurlijk samenspel nodig om te bouwen aan een meer bestendige Laarbeekse organisatie. Op basis hiervan worden vanuit het onderzoek de volgende adviezen uitgebracht: 1. Versterk de grootste kwetsbaarheden in de organisatie qua formatie en inrichting op korte termijn 2. Prioriteer de doelen en ambities aan de hand van de driehoek ambities-middelentijd/tempo in een stapsgewijs proces. Neem daarvoor wat meer de tijd. 3. Versterk het ambtelijk-bestuurlijk samenspel om beter te prioriteren en consequenties van keuzes vooraf beter in beeld te brengen. 4. Ga aan de slag met de bevindingen ten aanzien van de inrichting van de organisatie. 93
Het college heeft deze adviezen omarmd en zal hieraan uitvoering geven:
Deze begroting legt de basis voor een toekomstbestendige organisatie door het toevoegen van inhoudelijke formatie (6,02fte; zie nadere uiteenzetting in onderstaande tabel), het versterken van de structuur en inrichting (stelpost € 700.000) en het verbeteren van het ambtelijk-bestuurlijk samenspel (de adviezen 1, 3 en 4). In de begroting is eveneens ruimte voor de vertaling van een aantal ambities uit het Bestuursakkoord 2023-2026. Inhoudelijke formatie Gebouwenbeheer/Accommodatiebeheer Sociaal domein A Sociaal Domein C Automatisering Projectleider vluchtelingen, statushouders, arbeidsmigranten Groene BOA
fte 2 1 0,3 0,72 1
Totaal
6,02
1
Vanuit een bestendige organisatie zal komend voorjaar een dialoog worden gestart over de prioritering van onze bestaande en nieuwe opgaven en ambities in tijd en middelen (advies 2). De resultante hiervan zal als input worden gebruikt voor de integrale afweging bij de totstandkoming van de Kadernota. Die prioritering is overigens geen eenmalige exercitie op basis van de ambities en opgaven voor Laarbeek zoals we die nu kunnen voorzien. De wereld om ons heen verandert doorlopend. Opgaven komen in steeds hoger tempo op ons af, al dan niet in de vorm van nieuwe ontwikkelingen en opgaven die adequaat handelen en snel anticiperen van de gemeente, onze inwoners en (maatschappelijke) partners vragen. Verandering is daarbij de enige constante. Om de balans hierin te bewaken, moeten we keuzes maken, prioriteren en vooruitkijken in goed samenspel tussen raad, college en gemeentelijke organisatie. Het is 94
noodzaak dat de organisatie is toegerust om opgaven en ambities op te kunnen pakken in het licht van toekomstbestendigheid. In deze begroting worden hiervoor ook voorstellen voor investering hierin gedaan. Het gemeentebestuur blijft streven naar kwaliteit en continuïteit van haar dienstverlening en kiest er voor om te blijven investeren in de gemeentelijke organisatie om dit te waarborgen in goed onderling samenspel.
5.2 Dienstverlening Laarbeek wil een betrouwbare, moderne dienstverlenende gemeente zijn. Elk jaar weer zetten we hier stappen in. En dat moet ook: De wereld om ons heen verandert, verwachtingen van onze burgers en bedrijven - onder andere door ontwikkelingen en ervaringen in andere branches - veranderen en wij willen en moeten als gemeentelijke organisatie daarin mee. Niet voor niets is in het informatiebeleidsplan het thema 'moderne dienstverlening' als eerste thema genoemd. Eerder noemde wij op deze plaats al het nog steeds actuele onderwerp 'klantreis'. Processen inrichten op basis van wat een klant, een burger van te voren voor verwachtingen heeft. De 'medewerkersreis' brengt in beeld wat er in de organisatie allemaal moet gebeuren om aan die klantverwachtingen te voldoen. Die twee reizen gaan we op elkaar aan laten sluiten. Proces voor proces. Wegens onvoldoende formatie hebben we hier nog niet genoeg op kunnen inzetten. Dat willen we wel graag, het is immers goed om te merken dat dit zowel bij klant als medewerker tot een hogere waardering leidt. In 2023 zullen we doorgaan met het herinrichten van klantprocessen via deze werkwijze. Meegaan met de tijd en inspelen op verwachtingen betekent ook het introduceren van nieuwe kanalen.
Voor onze gemeente betekent dat, dat we in de dienstverlening ook een chatfunctionaliteit op de website hebben geïntroduceerd en onze klanten de mogelijkheid bieden om via Whatsapp met de gemeente te communiceren. Eind 2022 zijn we hiermee gestart. In 2023 formuleren we hierbij passende servicenormen en zullen het functioneren van deze nieuwe kanalen evalueren. De servicenormen leveren een belangrijk waarborg voor het onderdeel betrouwbaarheid in de dienstverlening. We willen hier graag op aangesproken worden en sturen hier nadrukkelijk op in de organisatie. Servicenormen gaan over zowel kwantiteit (tijdig reageren) als kwaliteit (inhoud en bejegening). De nakoming van de servicenormen wordt continu gemonitord. Een aantal eerder opgestarte projecten loopt in 2023 nog door. Onder andere onze website en de digitale dienstverlening via dat kanaal is in 2023 een project. Toegankelijkheid is daar een belangrijk onderdeel van. Met een toegankelijke website leveren we ook een bijdrage aan onze inclusiedoelstellingen. Door het aansluiten bij de landelijke berichtenbox van 'mijn overheid' gaan we onze burgers in 2023 ook een nieuwe functionaliteit aanbieden. Voor ons levert het een betrouwbaar portal op om digitaal met onze klanten te communiceren en daarmee onze processen verder te digitaliseren (en efficiënter maken). Privacy speelt in de dienstverlening een steeds grotere rol.
Waar we in het verleden kozen voor een systeem dat alle aanwezige informatie over een klant integraal in beeld bracht om hen zo goed en integraal mogelijk te helpen is daar door de invoering van de AVG een kentering gekomen. Met name in het Sociaal Domein hebben we daar last van. We zijn continu bezig om binnen de grenzen van de AVG daar werkbare oplossingen voor te bedenken. Ons hoofddoel blijft immers dat we onze burgers zo goed mogelijk helpen.
95
5.3 Informatisering & automatisering ICT Op basis van het informatiebeleidsplan 2021-2023 zullen we in 2023 invulling geven aan de thema's die in het beleidsplan genoemd zijn. Dit plan bouwt voort op wat met het vorige beleidsplan is ingezet. Het thema ‘Moderne dienstverlening’ is daarbij het centrale thema. De andere thema’s zijn dienstbaar daaraan. Met ‘Datamanagement’ gaan we mee in een trend die bij gemeenten een steeds grotere rol speelt. Niet alleen om de dienstverlening te verbeteren maar ook betere beleidskeuzes te kunnen maken. Met het thema ‘architectuur’ zorgen we ervoor dat de samenhang tussen applicaties gewaarborgd blijft en we mee kunnen doen aan belangrijke ontwikkelingen als de Common Ground. Met ‘Flexibele Organisatie’ zorgen we ervoor dat we gemakkelijk op nieuwe ontwikkelingen kunnen inspelen, goed en snel kunnen samenwerken, onder andere ook met externen. Dit past bij de ontwikkeling naar een netwerkorganisatie. Bij ‘Regie op beheer’ ten slotte zorgen we ervoor dat de grote hoeveelheid data en applicaties waarmee gewerkt wordt alsmede de uitwisseling van gegevens met externe partijen op een adequate en veilige manier gebeurt. De afgelopen jaren hebben we gezien dat informatiebeveiliging en privacy door alle genoemde thema’s heen een steeds belangrijkere rol geven.
Deze onderwerpen hebben daarom een voorname plaats gekregen op de agenda, en ook ieder een eigen beleids- en uitvoeringsplan. Echter zijn we middels het onderzoek en daaropvolgend programma 'Toekomstbestendig ICT' ook tot de conclusie gekomen dat de schaal van samenwerking op het gebied van systeemen netwerkbeheer onvoldoende is om de kwaliteit en kwetsbaarheid te borgen. In 2023, bij Kadernota 2024, zullen wij met een definitief voorstel voor de herinrichting van onze ICT dienstverlening komen. Dit voorstel is noodzakelijk om de dienstverlening naar onze medewerkers én naar onze inwoners en ondernemers op peil te houden. Een belangrijk ICT-project dat voor 2023 en verder is geagendeerd is de lokale investering in het transitieplan van Dimpact (zie verbonden partijen) waarin stapsgewijs wordt toegewerkt naar gemeentelijke applicaties op basis van de Common Ground. Daarnaast zal in 2023 de ambitie bepaald worden op het gebied van datagedreven werken. Verder zullen de functionaliteiten van Office 365 verder ontwikkeld worden om onder andere veilig en plaatsen tijdonafhankelijk werken te faciliteren. Ook de Omgevingswet vraagt in 2023 nog de nodige aandacht vanuit ICT-perspectief. Voor het uitvoeren van het informatiebeleid 2021-2023 is een projectenportfolio opgesteld.
Voor het kunnen sturen op de veelheid aan deze projecten en in te kunnen spelen op de steeds snel veranderende omgeving op gebied van ICT is een portfolioraad aan zet. Deze portfolioraad wordt vanuit de organisaties van Laarbeek en Gemert-Bakel bemenst om zo gezamenlijk een invulling te geven aan de samenwerking op ICT-gebied. Belangrijke elementen hierin zijn beheersen van kosten, planning en flexibel kunnen inspelen op de veranderingen in beide organisaties. Informatiebeveiliging en Privacy Het huidige informatiebeveiligingsbeleid loopt tot en met 2022. Wegens vele personele wisselingen en enorme krapte op de arbeidsmarkt is het niet gelukt om een nieuw plan te ontwikkelen. Dit betekent dat we het huidige plan met een jaar zullen verlengen en in 2023 vanuit een nieuw ambitieniveau de beleidskaders en het uitvoeringsplan zullen ontwikkelen. Als overheid hebben we een voorbeeldfunctie: Onze informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn. Dat stelt hoge eisen aan de beveiliging. Aan de hand van het informatiebeveiligingsbeleid en het privacybeleid wordt jaarlijks gestructureerd invulling aan 96
gegeven. Door middel van de uitvoering van jaarplannen worden ook in 2023 weer stappen gezet op weg naar een hoger volwassenheidsniveau. Soms worden we ook ingehaald door de actualiteit. Landelijke, of soms zelfs wereldwijde, beveiligingsincidenten leiden er soms toe dat hier direct op moet worden ingespeeld. Wij volgen dergelijke ontwikkelingen op de voet en halen daar de geleerde lessen uit op om die vervolgens naar onze eigen beveiligingspraktijk te vertalen. Voor Laarbeek betekent dit onder andere dat in 2023 een Business Continuïteitsplan wordt opgesteld. Verder zal in dit jaar een belangrijke rol zijn weggelegd voor het bevorderen van de bewustwording in de organisatie. De praktijk laat immers nog vaak zien dat de mens vaak toch de meest kwetsbare schakel blijkt als het om beveiligings- of privacy-incidenten gaat. Datalekken zullen nooit helemaal uitgesloten kunnen worden. Wel is het van belang dat medewerkers overtuigd zijn om datalekken te melden. En net zo belangrijk is het om van deze datalekken te leren; processen hierop aan te passen waar dat mogelijk is en niet tot ernstige inefficiëntie leidt. Voor het uitvoeren van het informatiebeleid 2021-2023 is een projectenportfolio opgesteld. Voor het kunnen sturen op de veelheid aan deze projecten en in te kunnen spelen op de steeds snel veranderende omgeving op gebied van ICT is een portfolioraad aan zet.
Deze portfolioraad wordt vanuit de organisaties van Laarbeek en Gemert-Bakel bemenst om zo gezamenlijk een invulling te geven aan de samenwerking op ICT-gebied. Belangrijke elementen hierin zijn beheersen van kosten, planning en flexibel kunnen inspelen op de veranderingen in beide organisaties.
5.4 Planning & Control In deze nieuwe bestuursperiode zal samen met de Auditcommissie gekeken worden naar slimme keuzen en invulling van de instrumenten van planning en control. Enerzijds om de informatiewaarde en sturingsmogelijkheden van de instrumenten te vergroten voor de raad, en anderzijds om de efficiëntie voor de organisatie te vergroten. Insteek is en blijft dat de planning en controlcycus inzichtelijk (en mogelijk makkelijker) voor raadsleden en inwoners moet zijn én een toegevoegde waarde voor de controlerende en kaderstellende rol van de raad. Het bestuurlijk spoorboekje, de nieuwe vergaderstructuur en alle digitale mogelijkheden van ons planning en controlsysteem zullen hierin steeds een leidraad vormen voor de doorontwikkelingen.
5.5 Personele sterkte & formatie In het navolgende wordt een overzicht gepresenteerd van de personele formatie waarbij inzicht wordt gegeven in zowel de personele sterkte als de bijbehorende personeelslasten. Dit betreft de primitieve begroting 2023, waarin niet de voorstellen voor formatieuitbreidingen voor bestaand én nieuw beleid zijn opgenomen noch de stelpost van € 700.000 voor een toekomstbestendige organisatie. De voorstellen voor uitbreiding in deze begroting 2023 betreffen onder meer accommodatiebeleid/gebouwenbeheer, sociaal domein, automatisering, statushouders/vluchtelingen en de groene bijzondere opsporingsambtenaar (BOA). Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de afzonderlijke programma's.
97
Organisatieeenheid bedragen x € 1.000
Begroting 2022 formatie
Begroting 2023
loonsom
formatie
loonsom
Raadsgriffie
1,61
165
1,61
167
Gemeentesecretaris
1,00
126
1,00
134
Staf
2,00
223
2,00
227
Afdeling Omgevingsbeheer
32,33
2.420
34,11
2.651
Afdeling Samenleving
26,93
2.035
33,17
2.527
Afdeling Bedrijfsvoering
21,96
1.610
23,18
1.737
Afdeling Leefomgeving
28,72
2.411
23,11
2.016
Totaal
114,55
8.990
118,18
9.459
5.6 Rechtmatigheid Op 27 september 2022 heeft besluitvorming door de eerste kamer plaatsgevonden over de wetswijziging Wet versterking decentrale rekenkamers. Onderdeel van deze wetswijziging is de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording zal voor de eerste keer gaan gelden voor het verslagjaar 2023, waarbij de vaststelling van de rechtmatigheidsverantwoording als onderdeel van de jaarrekening zal plaatsvinden in het kalenderjaar 2024. In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft het college van B&W aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Op dit moment verstrekt de externe accountant een controleverklaring met een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van gemeente. De externe accountant geeft in de toekomst alleen nog een controleverklaring af met een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening, waarvan de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel uitmaakt. Deze wijziging markeert allereerst de verantwoordelijkheid van het college voor de rechtmatigheid. Het is vervolgens aan de raad om de rechtmatigheidsverantwoording te bediscussiëren en te beoordelen.
De gemeenteraad is reeds over deze ontwikkeling geïnformeerd en heeft ook reeds besloten over de reikwijdte en verantwoordingsgrens (raadsvergadering van 20 mei 2021) In de jaarrekening over boekjaar 2023 zal voor het eerst de rechtmatigheidsverantwoording van het college opgenomen worden en zal tevens een toelichting hierop plaats vinden in de paragraaf bedrijfsvoering.
98
6 Verbonden partijen Algemeen Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is in artikel 1 lid b BBV als volgt gedefinieerd: ‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.‘ Onder bestuurlijk belang wordt verstaan (artikel 1 lid d BBV): ‘Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.’ Onder financieel belang wordt verstaan (artikel 1 lid c BBV): ‘een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.’ Hieronder is weergegeven een overzicht van publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de gemeente Laarbeek participeert, die begrepen kunnen worden onder de noemer verbonden partijen.