8 20211111 Programmabegroting 2022 - Schrijfversie 13102021 publicatie.pdf
Tekst van het document
-23
-23
-23
-23
Lasten
-311
-23
-23
-23
Baten
288
0
0
0
Het budget 'flexibele beloning' voor het personeel wordt gewijzigd conform voorstel Ondernemingsraad (OR). Hiermee wordt het Vitaliteitsbudget ingevoerd (totaal geraamd € 27.500) welke gedekt wordt door verlaging van het bestaande budget flexibel belonen. Daarbij wordt tevens voorgesteld om de bestemmingsreserve 'flexibele beloning' per 1-1-
51
2022 op te heffen waarbij het restant hiervan toe te voegen aan de algemene reserve. Ook een vergoeding voor de Thuiswerkplek ten behoeve van het personeel wordt ingevoerd. Hiervoor wordt met ingang van 2022 € 7.500 aan jaarlijkse structurele meerkosten geraamd. Daarnaast stijgt het budget Werkkostenregeling (WKR) in verband met een hogere geraamde eindheffing met een bedrag van structureel € 15.000. Per saldo betekent dit € 22.500 aan ongedekte structurele meerkosten. Realisatie verdiepingsvloer gemeentewerf Lasten
-20
0
0
0
-20
0
0
0
In verband met de groeiende vraag naar opslag en het plotseling wegvallen van een extra opslagmogelijkheid in de voormalige loods van de firma Penninx in Beek en Donk (deze zou 3 jaar ter beschikking zijn van de buitendienst/Facilitaire zaken) en het voormalige RWS-werfje aan de kanaaldijk in Aarle-Rixtel op afzienbare termijn komen we in de problemen met onze ruimte. Door de plotselinge sloop van de voormalige panden van Penninx is hierop ook niet kunnen anticiperen bij de Kadernota 2022. Vandaar dat nu een eenmalig beroep wordt gedaan op de begroting 2022. Voorstel is om een entresolvloer te realiseren in de loods van de gemeentewerf. Dit levert een opslag oppervlakte op van ca. 90 m2. Kosten voor deze vloer zijn geraamd op € 20.000 waarvoor eenmalige middelen worden gevraagd. Bestaand beleid
-259
-259
-299
-299
0
0
0
0
Lasten
-45
-40
0
0
Baten
45
40
0
0
Aanpassing terugstorting Algemene Reserve uit voorziening gebouwen
In de raad van 30 januari 2020 is besloten dat we vanwege het meerjarig (nadelige) saldo van de voorziening onderhoud gebouwen in totaal een bedrag van € 335.000 onttrekken uit de algemene reserve omdat een voorziening geen negatieve stand mag hebben. Om deze zogenaamde tijdelijke voorfinanciering ongedaan te maken, is in hetzelfde raadsbesluit bepaald dat in drie jaren het totale bedrag weer teruggestort zou worden in de algemene reserve (vanuit genoemde voorziening). En wel in 2021 € 135.000, 2022 € 100.000 en 2023 € 100.000. Voorgesteld wordt om genoemde fasering aan te passen als gevolg van de geactualiseerde stand van de voorziening onderhoud gebouwen, voortvloeiende uit de jaarrekening 2020, en in 2021 € 50.000, 2022 € 145.000 en in 2023 € 140.000 terug te storten in de algemene reserve. Alleen de mutatie over 2022 en 2023 worden in deze begroting verwerkt. De aangepaste storting voor 2021 wordt verwerkt in de tussenrapportage 2021. In totaal blijft de terugstorting van € 335.000 hetzelfde en in lijn met het raadsbesluit. Het betreft enkel een andere verdeling over de drie jaren. Actualisatie contributie 2022 VNG Lasten
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-1
Tijdens de algemene ledenvergadering van de VNG dd 19 mei 2021 zijn de contributiebedragen 2022 vastgesteld. Rekening houdende met het reeds beschikbare budget betekent dit een marginale bijstelling. Actualisatie verzekeringspremies 2022 e.v. Lasten
52
-3
-3
-3
-3
-3
-3
-3
-3
De actuele premies van de huidige verzekeringsportefeuille zijn tegen het licht gehouden. Dit leidt tot diverse noodzakelijke bijstellingen, zowel positief als negatief; per saldo een budgettair nadeel ter grootte van € 14.368. Deze structurele bijstelling voor 2022 en verder wordt, verdeeld over diverse programma's, opgenomen in de begroting 2022. Bijstellen bijdragen GR MRE Lasten
-4
-4
-4
-4
-4
-4
-4
-4
Bijstellingen conform de vastgestelde meerjarenbegroting 2022 GR Metropool Regio Eindhoven (besluit AB 30 juni 2021). Bijstelling bijdrage GR BSOB Lasten
0
0
-40
-40
0
0
-40
-40
Bijstelling conform de vastgestelde begroting 2022 GR BSOB (besluit AB 24 juni 2021). In de kadernota 2022 is toegelicht dat de meerjarenraming vanaf 2023 wordt geactualiseerd na uitwerking van de business case. Nu de business case nog onderhanden is, wordt vooralsnog aangesloten bij meerjarenraming uit de begroting 2022 van BSOB. In de begroting 2021 van Laarbeek is een tijdelijke verhoging van de deelnemersbijdrage van € 50.000 opgevoerd tot en met 2023, onder andere vanwege de kosten door No Cure No Pay bureaus. Op basis van de huidige informatie is de verwachting dat de kosten rond dat niveau stabiliseren en daarom is het plausibel om de deelnemersbijdrage structureel bij te stellen met € 40.000 vanaf 2024. Het meerjarige beeld zal nogmaals worden geactualiseerd nadat de effecten van de business case volledig zijn uitgewerkt. Formatie uitbreiding financieel beleid met 0,4 fte Lasten
-34
-34
-34
-34
-34
-34
-34
-34
Voorgesteld wordt de formatie van de financieel beleidsadviseurs te verhogen met 0,4 fte. In de Kadernota 2022 was al besloten tot uitbreiding met 0,6 fte, zodat tezamen 1 fte kan worden ingevuld in 2022 voor een nieuwe financieel adviseur. In eerste instantie werd gedacht dat 0,6 fte toereikend zou zijn voor extra ondersteuning, omdat een aantal (financiële) taken mogelijk ook anders konden worden belegd. Echter de complexiteit en omvang van de ondersteuning vanuit het eigen team Financiën is dusdanig dat het noodzakelijk maakt om in totaal met 1 fte uit te breiden (en dus nu een aanvullende uitbreiding van 0,4 fte voor te stellen). Het (financieel en bestuurlijk) aandeel van Laarbeek in de gemeenschappelijke regelingen, ontwikkelingen rondom het gemeentefonds, nieuwe wet- en regelgeving en financiële ondersteuning van beleidsmedewerkers spelen hierin een grote rol. Personele inzet op complexe (multi-disciplinaire) vraagstukken Lasten
-85
-85
-85
-85
-85
-85
-85
-85
De maatschappelijke opgaven en wettelijke taken van de gemeentelijke organisatie worden steeds complexer. Hiervoor is regelmatig inhuur nodig bij grotere (multidisciplinaire) projecten. Ook moeten we als gemeente steeds vaker proactief en creatief anticiperen bij krapte op de arbeidsmarkt en groeiende opgaven. Dit zal soms betekenen dat we de gevraagde middelen inzetten voor inhuur, soms voor tijdelijke formatie of voor andere oplossingen, die de wendbaarheid van onze kleine organisatie in stand houden en/of vergroten.
53
Voorgesteld wordt om € 85.000 beschikbaar te stellen voor de personele inzet op dit soort vraagstukken en ruimte te scheppen voor de instandhouding van de kwaliteit van het menselijk kapitaal in onze gemeente. Uitbreiding formatie 0,25 fte gegevensbeheerder GBI Lasten
-23
-23
-23
-23
-23
-23
-23
-23
GBI is een applicatie waar de beheerders hun gegevens moeten invoeren/inventariseren en op basis waarvan zij het beheer kunnen vormgeven (onder andere opstellen van bestekken). Dit is een taak die zij naast de reguliere werkzaamheden moeten doen en daardoor soms noodgedwongen achter blijft. Eerder is gevraagd (begroting 2020) om 0,5 fte om het applicatiebeheer vorm te geven en uiteindelijk 0,25 fte toegekend. De praktijk leert dat 0,25 fte in de praktijk vooral ingezet wordt om op ad hoc basis ondersteuningsvragen weg te zetten bij een adviesbureau. Uitbreiding naar 0,5 fte biedt meer mogelijkheden om het applicatiebeheer GBI in de Laarbeekse organisatie te verankeren. Uitbreiding formatie 0,5 fte intergemeentelijk team P&O Lasten
-20
-20
-20
-20
-20
-20
-20
-20
Met een krapper wordende arbeidsmarkt en een groeiende organisatie qua omvang en complexiteit van de vraagstukken is de druk op het intergemeentelijk team Personeel en Organisatie de afgelopen periode gegroeid. Om naar de toekomst toe de taken goed te kunnen uitvoeren en als werkgever de medewerkers goed te kunnen faciliteren en het management te faciliteren, is uitbreiding nodig. Voorgesteld wordt om de formatie van P&O met 0,5 fte uit te breiden, waarvan een deel (60%) door Gemert-Bakel bekostigd wordt en het restant (40%) ad € 21.000 door Laarbeek. Uitbreiding formatie 1 fte juridisch adviseur Lasten
-87
-87
-87
-87
-87
-87
-87
-87
In Laarbeek is bij veel van de beleidsfuncties vanuit het verleden gekozen voor een meer ‘allround’ aanpak. Met name bij de functies op het vlak van de ruimtelijke ordening is voor de ‘inclusieve’ functieprofielen gekozen. Juridisch specialistische werkzaamheden, zoals het schrijven van verweer en beroepschriften en het vertegenwoordigen van de gemeente bij de Rechtbank/Raad van State maken daar onderdeel uit van het takenpakket. De praktijk wijst uit dat in de huidige complexiteit van zaken het steeds lastiger wordt om binnen 1 functie alle aspecten op een adequaat niveau te beheersen. Hier wordt ook tegen aan gelopen bij de invulling van nieuwe vacatures. Dit leidt er toe dat er steeds vaker een beroep moet worden gedaan op het Intergemeentelijk team Juridische Zaken en de huisadvocaat. Uitvraag waarin feitelijk niet is voorzien. Daarnaast geldt, dat de landelijke ‘kwaliteitscriteria’ VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) insteken op een splitsing van taken in verband met het benodigde kennisniveau, onafhankelijkheid, objectiviteit en het maken van voldoende ‘vlieguren’. Vervanging openbare verlichting cfm beleidsplan Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
Conform de vastgestelde nota 'Licht in de openbare ruimte' wordt een investering voor 2022 geraamd van € 280.000.
54
De dekking van de kapitaallasten vindt binnen hetzelfde programma plaats ten laste van het beschikbare budget vervangingsinvesteringen tbv openbare verlichting. Vervangingsinvestering diverse vervoermiddelen tbv BOA/personeel Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
De geraamde investering voor de aanschaf van diverse vervoermiddelen tbv BOA/personeel bedraagt € 125.000. Dekking vindt binnen hetzelfde programma plaats ten laste van het beschikbare budget vervangingsinvesteringen. Vervangingsinvestering hardware 2022 Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
In 2022 is conform I&A plan 2021-2023 een investering voor hardware geraamd van totaal € 117.500, waarvan € 79.615 reeds beschikbaar is in de restantkredieten van voorgaande jaren. In totaal betekent dit een investeringsaanvraag hardware 2022 van € 38.000 (afgerond). Dit bedrag is onder andere nodig voor de aanschaf van laptops en de ipads voor de nieuwe raadsleden welke in 2022 zullen aantreden. Dekking van de kapitaallasten vindt plaats binnen hetzelfde programma ten laste van het beschikbaar gestelde budget I&A. Vervangingsinvestering inrichting binnenterrein gemeentehuis Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
De noodzakelijke vervangingsinvestering bedraagt € 25.000. Dekking vindt binnen hetzelfde programma plaats ten laste van het beschikbare budget vervangingsinvesteringen. Vervangingsinvestering kantoormeubilair 2022 Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
De noodzakelijke vervangingsinvestering bedraagt € 60.000. Dekking vindt binnen hetzelfde programma plaats ten laste van het beschikbare budget vervangingsinvesteringen. Vervangingsinvestering software 2022 Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
In 2022 is conform I&A plan 2021-2023 een investering voor software geraamd van totaal € 227.492, waarvan € 42.881 al beschikbaar is binnen de restantkredieten van voorgaande jaren. Daarnaast komt er € 10.000 beschikbaar via overige beschikbare budgetten/rijksgelden. In totaal betekent dit een investeringsaanvraag software 2022 van € 175.000 (afgerond). Dit bedrag is onder andere nodig voor inburgering, dimpacttransitie, diverse koppelingen, Oraclemigratie, uitbreiding zoekfunctionaliteiten, cloudtelefonie, nieuwe applicatie financiën, BOR-applicatie (weg-groen en riool) en de licenties van Citrix/Ivanti. Dekking van de kapitaallasten vindt plaats binnen hetzelfde programma ten laste van het beschikbaar gestelde budget I&A.
55
Vervangingsinvestering/herinrichting raadszaal/ontvangsthal gemeentehuis Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
De noodzakelijke vervangingsinvestering bedraagt € 85.000. Dekking vindt binnen hetzelfde programma plaats ten laste van het beschikbare budget vervangingsinvesteringen. Gemeentefonds Effect herijking gemeentefonds per 2023 Baten
2.260
1.124
1.055
1.048
0
-343
-343
-343
0
-343
-343
-343
De voorlopige financiële effecten van de herverdeling gemeentefonds zijn inmiddels bekend. Voor Laarbeek betekent dit per saldo een budgettair nadeel van ongeveer € 15 per inwoner vanaf 2023. Deze berekening is nog wel voorlopig en gebaseerd op de cijfers 2019. Richting 2023 zullen deze cijfers, en dus het uiteindelijke financiële effect, nog verder geactualiseerd worden. Voor nu wordt voorgesteld om alvast te anticiperen op het budgettair effect door deze bijstelling nu in de Begroting 2022 op te nemen voor een bedrag van structureel € 343.000 nadelig. Inzet compensatiemiddelen Jeugdzorg Baten
0
776
709
629
0
776
709
629
De compensatiemiddelen Jeugdzorg voor het jaar 2022 worden verrekend bij de verwerking van de septembercirculaire 2021 gemeentefonds. Voor Laarbeek is dit een eenmalig geraamd voordeel van ruim € 1,3 miljoen. Echter de toekenning van de structurele compensatie voor de jaren 2023 en verder wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Om toch voor de begroting 2022 hierop te kunnen anticiperen, zijn in gezamenlijkheid met het Rijk en IPO (Interprovinciaal Overleg) hier afspraken over gemaakt. Concreet betekent dit voor het begrotingsproces 2022 voor het jaar 2023 en volgende jaren dat maximaal 75% ingerekend mag worden van de genoemde bedragen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de reeds eerder door Laarbeek ingerekende extra structurele middelen voor Jeugdzorg van € 315.000. Stelpost voor bijstelling effect herverdeling gemeentefonds of andere schommelingen gemeentefonds Baten
-200
-200
-200
-200
-200
-200
-200
-200
De berekeningen van het effect van de herverdeling van het gemeentefonds hebben de afgelopen periode nogal geschommeld als gevolg van bijstellingen door het Rijk van de parameters van deze herverdeling. Ook de effecten van de circulaires van het Rijk laten over de jaren heen een wisselend (zowel positief als negatief) en grillig financieel beeld zien. Beide elementen hebben een groot effect op de omvang van onze algemene uitkering als belangrijkste inkomstenbron van onze gemeente, en daarmee op ons financieel meerjarenperspectief. In dit licht wordt voorgesteld, nu de septembercirculaire een substantiële positieve bijstelling laat zien, om een stelpost op te nemen voor bijstellingen van het effect van de herverdeling van het gemeentefonds en schommelingen in het gemeentefonds door de circulaires. Wanneer het Rijk namelijk op enig moment moet bezuinigen, zal vanwege de systematiek
56
van ‘samen-trap-op en samen-trap-af’ een nadelige bijstelling plaatsvinden voor alle gemeenten in de mei- en/of de septembercirculaire. Verwerking septembercirculaire 2021 Gemeentefonds
2.460
891
889
962
Lasten
-40
0
0
0
Baten
2.500
891
889
962
De verwerking van de septembercirculaire 2021 gemeentefonds laat over de jaren 2022 t/m 2025, ná diverse opgenomen bijstellingen, over alle jaren een budgettair voordeel zien. Daarbij is rekening is gehouden met bijstellingen op de volgende onderdelen: - Budget coronamiddelen Het beschikbaar budget wordt verhoogd met incidenteel € 40.000 als gevolg van het 5e compensatiepakket. - Budget 'toezicht en handhaving gastouderschap' Dit beschikbaar budget wordt verhoogd met structureel € 5.000 met ingang van 2022. - Budget Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Dit budget wordt opgevoerd met structureel € 4.000 met ingang van 2022. - Budget re-integratiemiddelen Hiervoor is over alle jaren heen een lager budget beschikbaar gekomen waardoor minder middelen te besteden zijn voor re-integratie activiteiten. De diverse budgetbijstellingen leiden tot mutaties in de programma's 4, 5 en 6. Dekkingsplan Bijstelling ozb-opbrengst 2025 Baten
-1.033
-220
-311
-356
0
0
0
-91
0
0
0
-91
De Kadernota 2022 is geamendeerd vastgesteld. Daarbij is besloten om de ozb-opbrengst 2025 te verhogen met alleen een inflatiecorrectie in plaats van de opgenomen 3% stijging. Bij het toepassen van een geraamde inflatiecorrectie van 1,5% in 2025 betekent dit een te verwerken bijstelling van de eerder ingeraamde ozb-opbrengst 2025 met een bedrag van negatief € 91.000 structureel. Invoering verblijfsbelasting verschuiven naar 2024 en koppelen aan implementatie beleid arbeidsmigranten (raming inkomsten vanaf 2025 ipv vanaf 2023)
0
-50
-50
0
Baten
0
-50
-50
0
Met het nieuwe arbeidsmigrantenbeleid proberen we arbeidsmigranten beter in beeld te krijgen en meer slaapplaatsen te creëren. Daarmee komt beter in zicht waar shortstay arbeidsmigranten verblijven die korter dan 3 maanden in Nederland zijn en zijn er meer mogelijkheden voor huisvesting. Op dat moment is een koppeling met de verblijfsbelasting dan ook zinnig. Op dit moment hebben we slechts enkele plekken in beeld. Het nieuwe beleid wordt in 2022 vastgesteld, waarna slaapplekken uitgebreid kunnen worden en bestaande slaapplekken beter in beeld worden gebracht. Hier al opbrengsten te ramen in 2023 en 2024 is relatief vroeg. Storting in algemene reserve Lasten
57
-950
0
0
0
-950
0
0
0
Nu er een substantieel bedrag ontvangen wordt in 2022 vanuit de algemene uitkering, wordt voorgesteld om hiervan het grootste deel, namelijk € 950.000 te storten in de algemene reserve. Enerzijds om de reservepositie onverminderd stevig en solide te houden in het licht van het feit dat we het belangrijk vinden om financieel gezond de toekomst in te gaan. Anderzijds ook om middelen beschikbaar te hebben voor eenmalige extra impulsen voor nieuwe investeringen in de toekomst. Voor 2022, 2023 en 2024 geen stijging ozbopbrengst (alleen inflatiecorrectie) Baten
-83
-170
-261
-265
-83
-170
-261
-265
Voorgesteld wordt om in lijn met het eerder door de raad aangenomen amendement over 2025 de opbrengst van de onroerende zaakbelastingen niet te laten stijgen in de jaren, 2022, 2023 en 2024. Enkel de inflatiecorrectie wordt in alle jaren vanaf 2022 toegepast, en niet langer het stijgingspercentage van 3%, zoals dat in de meerjarenbegroting was opgenomen.
6.3 Beleidsindicatoren gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
verplicht volgens BBV j/n
meet eenheid
actualiteit
Formatie
Ja
Fte per 1.000 inwoners
2022
5,02
onbekend
Bezetting
Ja
Fte per 1.000 inwoners
2022
4,47
onbekend
Apparaatskosten
Ja
Kosten per inwoner
nvt
niet gemeten
onbekend
Externe inhuur
Ja
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
2022
6,17
onbekend
Overhead
Ja
% van totale lasten
2022
11,4
onbekend
Beleidsindicator
Laarbeek
De beleidsindicatoren uit bovenstaande tabel hebben betrekking op 2022 en zijn voor andere gemeenten nog niet in alle gevallen bekend. Om toch een vergelijking te maken, zijn in het navolgende een aantal gegevens gepresenteerd uit de personeelsmonitor 2020 van het A&Ofonds.
58
6.4 Investeringen Onderstaande tabel geeft de investeringen voor het begrotingsjaar 2022 weer.
Omschrijving Vervanging Iveco bestelbus Vervanging hardware 2022 Vervanging software 2022 Vervanging/herinrichting raadszaal/ontvangsthal gemeentehuis Vervanging kantoormeubilair 2022 Vervanging inrichting binnenterrein gemeentehuis Vervanging diverse vervoermiddelen tbv BOA/personeel
59
Bruto budget 65.000 38.000 175.000 85.000 60.000 25.000 125.000
Bijdrage derden
Nettobudget 65.000 38.000 175.000 85.000 60.000 25.000 125.000
Paragrafen Algemeen De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste (BBV, artikel 10): a de geraamde inkomsten; b het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; d een aanduiding van de lokale lastendruk; e een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De lokale heffingen in de gemeente Laarbeek bestaan uit de volgende belastingen: 1. Onroerendezaakbelastingen 2. Rioolheffing 3. Afvalstoffenheffing 4. Leges 5. Markt- en staangeld 6. Reclamebelasting
Een systeembenadering Bij de systeembenadering wordt in de programmabegroting en –rekening kort ingegaan op de relevante ontwikkelingen. Het beleid is uitgewerkt in specifieke beleidsnota’s. Deze beleidsnota’s worden periodiek door de gemeenteraad vastgesteld.
De beleidskaders opnemen in de begroting Het alternatief is dat geen beleidsnota’s gemaakt worden, maar dat elk jaar in programmabegroting en –rekening het totale beleid integraal wordt opgenomen. Om de begroting te beperken tot hoofdlijnen van beleid is gekozen voor de systeembenadering, waarbij het beleid van Laarbeek wordt vastgesteld door middel van diverse beleidsnota’s: Nota lokale heffingen (paragraaf lokale heffingen) Nota risico-inventarisatie en nota reserves en voorzieningen (paragraaf weerstandsvermogen) Beheerplannen wegen, riolering, groen, openbare verlichting en onderhoud gemeentelijke gebouwen (paragraaf onderhoud kapitaalgoederen) Treasurystatuut gemeente Laarbeek (paragraaf financiering) Grondnota (paragraaf grondbeleid)
60
1 Lokale heffingen Geraamde belastinginkomsten (en overige heffingen) In onderstaande tabel is aangegeven wat de geraamde inkomsten voor het jaar 2022 tot en met 2025 zijn: Begroting
Meerjarenbegroting
bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Leges
1.125
1.042
994
994
Onroerendezaakbelasting
5.733
5.835
5.938
6.044
Afvalstoffenheffing
2.087
2.087
2.087
2.087
Rioolheffing
2.231
2.231
2.231
2.231
27
27
27
27
Reclamebelasting Totaal Lokale heffingen
11.203 11.222 11.276 11.382
1.1 Beleidsuitgangspunten Binnen de gemeente Laarbeek gelden de volgende lokale heffingen: 1. Onroerendezaakbelasting 2. Afvalstoffenheffing 3. Rioolheffing 4. Reclamebelasting 5. Leges De raad stelt de verordeningen jaarlijks vast en de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) zorgt vervolgens voor de uitvoering, zoals het opleggen en innen van de aanslagen. Dat geldt niet voor de leges, de heffing daarvan verloopt rechtstreeks via de gemeente. Een nadere toelichting op het beleid is te vinden in de Nota lokale heffingen. Deze is op 17 september 2015 door de raad vastgesteld. Daarnaast zijn de actuele verordeningen te vinden via www.overheid.nl.
1.2 Overzicht lokale heffingen 1.2.1 Onroerendezaakbelasting Onder de naam ‘Onroerendezaakbelasting’ wordt een belasting geheven van de eigenaren en gebruikers van alle binnen de gemeente gelegen niet-woningen en van de eigenaren van de woningen. Uitgegaan wordt van de waarde welke als gevolg van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) is vastgesteld. Jaarlijks vindt een algehele hertaxatie plaats. Naar de waarde peildatum 1 januari 2021 wordt een nieuwe waarde vastgesteld. Deze waarde geldt voor het heffingsjaar 2022. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de OZB-tarieven:
61
• • • • •
OZB is algemeen dekkingsmiddel, er is geen relatie te leggen met de bijhorende kosten. Tariefdifferentiatie (gebruik bedrijven, eigendom bedrijven en eigendom woningen). Trendmatige opbrengststijging met een jaarlijks inflatiepercentage om voorzieningen in de vier kernen te handhaven. Extra stijging OZB opbrengst alleen als de economische situatie hiertoe aanleiding geeft. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad.
1.2.2 Rioolheffing De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven rioolheffing: • Kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op riolering en watertaken worden gecompenseerd met de rioolheffing. • Tariefdifferentiatie woningen en bedrijven. Tarief bedrijven volgens staffel als drinkwaterafname groter is dan 500 m3 per jaar. • Bij de berekening wordt rekening gehouden met BTW en overheadkosten. • Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. • Trendmatige opbrengsten stijging met 3,61% op basis van het rioleringsplan vGRP+2019-2023. • De tariefstijging in 2022 bedraagt per saldo 5,11% ten opzichte van het tarief rioolheffing 2021. • Voor deze heffing is kwijtschelding mogelijk. • De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing, bedoeld om alle kosten voor noodzakelijk geachte (collectieve) maatregelen ten aanzien van riolering, hemelwater en grondwater te kunnen verhalen. Omdat het een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie tot de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening waarvan de belastingplichtige gebruik maakt. • De rioolheffing wordt geheven op basis van de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in het vGRP+ 2019-2023 (raadsbesluit: 6 december 2018).
Hoofdregel bij het kostenverhaal is dat de kosten via de heffing mogen worden verhaald die worden gemaakt ter nakoming van de zorgplichten.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Begroting
Begroting
Rekening
Rioolheffing
2022
2021
2020
2020
Netto kosten taakveld
1.397
1.195
1.088
1.245
Overhead
587
603
604
604
BTW
247
237
225
225
Totale kosten
2.231
2.035
1.917
2.074
Opbrengst heffingen
2.231
2.034
1.917
2.001
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
97%
Toe te rekenen kosten:
62
1.2.3 Afvalstoffenheffing De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de Afvaltarieven: • Kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op afvalinzameling en verwerking worden gecompenseerd met de afvalstoffenheffing. • Bij de tarief berekening wordt rekening gehouden BTW en overheadkosten. • Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. • Voor deze heffing is een kwijtschelding mogelijk tot een bedrag van € 344,28 (2021).
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Begroting
Begroting
Rekening
Afvalstoffenheffing
2022
2021
2020
2020
Netto kosten taakveld
1.682
1.832
1.674
1.660
Overhead
82
77
76
76
BTW
323
323
323
323
Totale kosten
2.087
2.232
2.073
2.059
Opbrengst heffingen
2.087
2.231
2.071
1.950
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
95%
Toe te rekenen kosten:
1.2.4 Leges Het beleid is erop gericht om de komende jaren te streven naar verdergaande maximale kostendekking. Bij het toepassen van de verhogingen zullen tevens vergelijkende tarieven in omliggende gemeenten in ogenschouw worden genomen. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de legestarieven: • Jaarlijkse toename van de leges opbrengst. Index op basis van de begroting. • Leges zijn diensten, werkelijke opbrengst is afhankelijk van het aantal gevraagde diensten. • Bij de tariefberekening wordt geen rekening gehouden met BTW en overheadkosten. • Leges worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. • Voor bepaalde leges geldt een wettelijke maximale tariefstelling. Indien het berekende tarief hoger is dan wettelijk is toegestaan, wordt het wettelijke maximumtarief toegepast. • Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk. • Als uitgangspunt geldt dat de bouwleges jaarlijks worden verhoogd met 2% en de overige leges worden jaarlijks verhoogd met 5%, voor zover mogelijk.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Begroting
Begroting
Rekening
Leges
2022
2021
2020
2020
Totale netto kosten
1.829
1.714
1.922
1.524
Opbrengst leges
1.125
1.107
1.055
1.326
Dekkingspercentage
62%
65%
55%
87%
63
1.2.5 Reclamebelasting Reclamebelasting wordt sinds 2015 opgelegd in het winkelgebied Piet van Thielplein. Vanaf 2020 is daar het winkelgebied Heuvelplein aan toegevoegd. De belasting is ingevoerd op verzoek van de ondernemersvereniging. Doel van de heffing is om alle winkeliers mee te laten betalen aan de verdere ontwikkeling van het gebied. Welke maatregelen genomen worden, hangt af van de wensen van de ondernemersvereniging. De volgende beleidsuitgangspunten zijn toegepast bij de berekening van de reclamebelasting: • Het heffingsgebied betreft winkelgebied Piet van Thielplein en Heuvelplein. • 100% doorbetaling van de werkelijke opbrengst. • Bij de tarief berekening wordt geen rekening gehouden met BTW en overheadkosten. • Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad, dit kan ook betekenen dat verordeningen van oude jaren niet geactualiseerd worden. • Voor reclamebelasting is geen kwijtschelding mogelijk.
1.2.6 Markt- en staangelden Markt- en staangelden zijn vergoedingen die de gemeente vraagt voor het in gebruik geven van gemeentegrond voor private doeleinden. De mate van kostendekkendheid speelt geen rol bij deze heffing. Het gaat om beperkte opbrengsten die gerealiseerd worden door het ter beschikking stellen van gemeentegrond voor private doelen. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de markt- & staangeld-tarieven: • Stabiele prijzen, geen indexering om zoveel mogelijk kraamhouders te behouden voor de markt in Laarbeek. • Bij de tarief berekening wordt geen rekening gehouden BTW en overheadkosten. • Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad, dit kan ook betekenen dat verordeningen van oude jaren niet geactualiseerd worden. • Voor markt- & staangeld is geen kwijtschelding mogelijk.
1.3 Lokale lastendruk Aanduiding lokale Belastingdruk per woonruimte In onderstaande tabel wordt een beeld gegeven van de lokale lastendruk per meerpersoonshuishouden in vergelijking tot omliggende gemeenten op basis van gegevens uit 2021. In relatie tot het goede voorzieningenniveau binnen onze gemeente is het positief om te constateren dat de woonlasten op een gemiddeld niveau liggen.
64
Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishoudens omliggende gemeenten
Bron: Coelo 2021 Atlas van de lokale heffingen De gegevens van andere gemeenten over 2022 zijn nog niet bekend, dus een vergelijking op basis van de tarieven 2022 is op het moment van schrijven niet mogelijk.
Berekening lokale belastingdruk
werkelijk 2020 raming 2021 raming 2022
Uitgangspunten:
Gemiddelde WOZ waarde
294.000
306.000
306.000
Grijs 140 ltr
6
4
4
GFT 140 ltr
3
6
6
OZB
373
380
386
Rioolheffing
199
209
220
Afvalstoffenheffing
204
194
200
776
783
806
. Aantal containerledigingen afval:
. Ontwikkeling lastendruk:
.
Saldo
Voor het samenstellen van de bovenstaande tabel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De weergegeven WOZ-waarden zijn de gemiddelde WOZ-waarden voor de gemeente Laarbeek op basis van Waarstaatjegemeente.nl en het CBS. Voor het begrotingsjaar is uitgegaan van dezelfde waarde als het huidige jaar. • De lastenberekening over 2020 en 2021 zijn gebaseerd op de vastgestelde tarieven in de betreffende jaren. De aannames voor de tarifering in 2022 zijn hieronder toegelicht. • Voor het OZB tarief is in het begrotingsjaar een stijging van 1,5% toegepast. De daadwerkelijke tariefsbepaling moet nog plaatsvinden en hangt onder andere af van de bepaling van het totaal aan WOZ-waarden door BSOB. In december 2021 vindt de besluitvorming over de tarieven plaats. Dat geldt ook voor de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing.
65
• •
•
•
Voor de rioolheffing is een stijging van 5,11% toegepast, gebaseerd op GRP 20192023 en de jaarlijkse inflatiecorrectie. Op basis van de meest recente gegevens zijn de lasten en baten binnen het taakveld Afval geactualiseerd. De inschatting is dat ±€ 60.000 extra opbrengst benodigd is om tot een sluitende afvalbegroting te komen. Dat is mogelijk te realiseren met een stijging van het vastrecht van ongeveer € 6. Dat is ter indicatie voor 2022 in de bovenstaande tabel verwerkt. In december vindt de besluitvorming door de raad plaats over de definitieve tariefstelling. Het aantal containerledigingen is voor de jaren 2021 en 2022 aangepast naar het gemiddeld aantal verwachte ledigingen in 2021 van de 140 liter rest en GFT containers. De lokale berekening afvalstoffenheffing wijkt af van de berekening door Coelo. Coelo hanteert cijfers van het CBS over gemiddeld aanbod rest- en gft-afval per inwoner. Deze gegevens zijn twee jaar oud.
1.4 Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen te verlenen. Door de gemeenteraad is besloten dat voor de volgende belastingen een verzoek om kwijtschelding kan worden ingediend: 1. Rioolheffing; 2. Afvalstoffenheffing; 3. Onroerende-zaakbelasting, gebruikersbelasting. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. Deze uitvoeringsregeling is met 2 punten beperkt door gemeentelijk beleid: 1. Bij kwijtschelding van de afvalstoffenheffing wordt maximaal een bedrag terugbetaald van € 344,28 (hoogte bedrag in 2021). Dit maximumbedrag is opgenomen om te voorkomen dat belastingplichtigen die in aanmerking komen voor kwijtschelding hun containers onnodig laten ledigen en te stimuleren om door te gaan met het scheiden van afvalstoffen. 2. Er wordt alleen kwijtschelding verleend aan natuurlijke personen.
66
2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe de financiële positie van de gemeente zich verhoudt tot de risico's. Oftewel het vermogen van de gemeente Laarbeek om ook in ongunstige tijden de incidentele financiële risico’s op te kunnen vangen om zo haar taken ongewijzigd te kunnen voortzetten en hierdoor niet de continuïteit van de gemeente in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de ingeschatte risico’s die worden gelopen. Om het benodigde weerstandsvermogen te kunnen beoordelen geven we inzicht in de risico's. Onder een risico verstaan we het gevaar voor financiële schade of verlies als gevolg van interne en/of externe omstandigheden. Het risico heeft dan betrekking op het samenvallen van die bepaalde omstandigheden (de kans) en de negatieve gevolgen (de schade / bedrag). Tot slot wordt in deze paragraaf vijf financiële kengetallen gepresenteerd die vanuit de BBV gepresenteerd moeten worden, zijnde: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.
2.1 Beleidsuitgangspunten Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Jaarlijks inventariseren wij de risico’s die van invloed kunnen zijn op de bedrijfsvoering om deze (zo veel mogelijk) te beperken en de vermogenspositie te kunnen beoordelen. De belangrijkste risico’s qua financiële impact worden in kaart gebracht door middel van een korte scan van de organisatie. Uit de inventarisatie zijn in totaal 35 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande paragraaf zijn de risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het benodigde weerstandsvermogen uit de risico's zetten we vervolgens af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Om de ratio weerstandsvermogen te bepalen wordt het benodigde weerstandsvermogen in relatie gebracht tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit geeft de conclusie in hoever wij als gemeente Laarbeek in staat zijn potentiële risico's financieel op te vangen. Visueel ziet dat er als volgt uit:
67
2.2 Weerstandscapaciteit Zoals in het Besluit Begroting en Verantwoording is aangegeven, bestaat de weerstandscapaciteit uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken (artikel 11-1a). De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Dit bedrag moet in verhouding zijn met de benodigde weerstandscapaciteit. Dit laatste bedrag komt voort uit het risicoprofiel van een onderneming. De benodigde weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel vermogen een onderneming beschikbaar moet hebben om calamiteiten financieel aan te kunnen. De opbouw van onze beschikbare weerstandscapaciteit in duizendtallen ziet er als volgt uit: Algemene reserve
8.222
Reserve grondexploitatie
4.400
Onvoorzien incidenteel Onbenutte belastingcapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit
60 1.238 13.920
Vrij aanwendbaar deel reserves (algemene reserve) In de raadsvergadering van 20 juni 2019 is de “Nota reserves en voorzieningen" vastgesteld. In deze nota wordt aangegeven aan welke criteria de diverse reserves en voorzieningen dienen te voldoen. De algemene reserve kan vrij over beschikt worden en kan worden aangewend voor het opvangen van eenmalige nadelen. Hierdoor kan de algemene reserve worden meegenomen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2021 is € 8.222.000.
68
Reserve grondexploitatierisico’s Speciaal voor de risico’s die te maken hebben met grondexploitatie is een risicoreserve grondbedrijf gevormd. Deze reserve is onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. De stand van deze reserve bedraagt maximaal € 4,4 miljoen (volgens de grondnota). Dit is opgebouwd uit de risico's uit de Monte Carlo risico analyse voor grondexploitatie ter hoogte van € 2,4 miljoen plus een ophoging van € 2 miljoen. Indien de reserve hoger wordt dan het maximale bedrag dan valt het overtollige deel vrij ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor bedraagt de reserve € 4,4 miljoen bij het opstellen van de begroting. Stille reserves Van stille reserves is sprake als bedrijfsmiddelen meer waard zijn dan uit de boekhouding blijkt. De stille reserves zijn een onderdeel van de bedrijfsmiddelen die de gemeente gebruikt. Het is niet mogelijk om de middelen direct beschikbaar te maken en daarom nemen we dit onderdeel niet mee. Onvoorzien incidenteel Het is mogelijk om voor incidentele zaken een bedrag op te nemen in de begroting. Met dit bedrag kunnen incidentele nadelen opgevangen worden. Het gaat dan om zaken die bij het maken van de begroting nog niet bekend zijn, maar door bijvoorbeeld wetswijziging wel kosten voor de gemeente met zich meebrengen. In Laarbeek is voor 2022 een raming opgenomen van € 60.000,-.
Onbenutte belastingcapaciteit Bij onbenutte belastingcapaciteit wordt uitsluitend gekeken naar de OZB-heffing. Wettelijk is namelijk bepaald dat de tarieven voor de overige heffingen maximaal 100%-kostendekkend mogen zijn. Bij afvalstoffenheffing en de rioolheffing is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Om de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB te berekenen, maken we gebruik van de norm die het rijk stelt aan de zogenaamde ‘artikel 12-status’. Zodra een gemeente in financiële problemen komt, houdt het Rijk rekening met een minimaal OZB-tarief (voor het jaar 2022) van 0,1800% (bron: Meicirculaire gemeentefonds 2021, p.100). Voor de WOZ-waarde zijn de inschattingen van BSOB voor de tariefbepalingen 2022 gehanteerd (bron: BSOB stand belastingcapaciteit 2021). De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000
WOZ waarde
Tarief
Onroerendezaakbelasting begin 2021
Tarief 2022 Verschil Onbenutte
2021 art. 12 status
tarief
capaciteit
2.915.611
0,12%
0,18%
0,06%
1.707
Eigenaar Niet-woningen
484.101
0,25%
0,18%
-0,07%
-338
Gebruikers Niet-woningen
413.198
0,21%
0,18%
-0,03%
-132
Eigenaar Woningen
Onbenutte belastingcapaciteit
1.238
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare weerstandscapaciteit.
69
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulaties voortvloeit (zie paragraaf 2.3 risico's) is € 1,1 miljoen + het risico voor de grondexploitaties van € 2,4 miljoen is in totaal aan benodigde weerstandscapaciteit van € 3,5 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 13,9 miljoen. Hierdoor wordt de ratio weerstandsvermogen:
Ratio weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
=
13.920 3.500
=
4,0
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen NAR (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld.
Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
voldoende
D
0,8 < x < 1,0
matig
E
0,6 < x < 0,8
onvoldoende
F
< 0,6
ruim onvoldoende
De ratio bedraagt eind 2021: 4. Dit betekent dat de ratio uitkomt op een waardering A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Toekomstige ontwikkeling van het weerstandsvermogen Bovenstaand ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op de actuele situatie van de beschikbare weerstandscapaciteit. Als we naar de verwachte ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit kijken dan is de inschatting dat de algemene reserve verder zal toenemen door de verwachte resultaten in de jaarrekening en grondbedrijf in 2021 en 2022 (nog niet verwerkt in huidige cijfers begroting). Hierna zal er een daling van de algemene reserve plaats vinden waardoor de ratio licht zal verslechteren. Hierbij moet opgemerkt worden dat in deze cijfers de grondnota 2021 nog niet verwerkt is. Wanneer de raad instemt met de voorstellen uit de grondnota 2021 in relatie tot de reserve grondexploitatie zal dit effect hebben op (het verloop van) de algemene reserve en daarvan afgeleid de weerstandsratio. De ratio zal naar verwachting in 2025 onder gelijke omstandigheden nog steeds ruim op waardering A uitkomen. Het geprognosticeerd verloop van de algemene reserve zal na verwerking van alle voorstellen in deze begroting 2022 (bedragen x € 1.000) (exclusief voorstellen uit de grondnota 2021) als volgt eruit zien: Jaar
Algemene Reserve
2021
8.222
2022
9.021
2023
8.871
2024
8.406
2025
8.441
70
2.3 Risico's Belangrijkste financiële risico’s Gemeente Laarbeek Op basis van een risico analyse zijn de belangrijkste financiële risico's voor de gemeente Laarbeek geïnventariseerd. In totaal zijn er 35 risico's bepaald. In onderstaand overzicht zijn de tien risico’s gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit. Voor de volledigheid indien er risico's verwacht worden met financiële gevolgen ten aanzien van Covid-19 zijn deze meegenomen in de risico analyse.
Nr. Risico 1 Programmakosten Sociaal Domein Jeugdzorg, WMO, BMS bij GR Peelgemeenten vallen hoger uit dan geraamd. 2 Uitvoeringskosten Sociaal Domein werkloosheidsuitkeringen, leerwerktrajecten bij GR Senzer vallen hoger uit dan geraamd. 3 Hogere dan geraamde kosten personeelsbezetting door hoger ziekteverzuim, moeilijk invullen van vacatures en hogere kosten voor inhuur personeel. 4 Extra uitvoerings- of programmakosten Blink tariefstelling afvalkosten (incl. verpakkingsbijdrage) levert structureel tekort ten opzicht van uitvoeringskosten 5 Algemene uitkering valt lager uit dan geraamd. 6 Vertrek / wisseling bestuurders 7 Onvoorziene uitgaven investeringen onderhoud kapitaalgoederen (bijvoorbeeld groenonderhoud en onderhoud sportvelden). 8 Informatiebeveiliging 9 Implementatie omgevingswet 10 Juridische procedures
Kans
Gevolg x € 1.000
Invloed
50%
550
19%
60%
300
13%
50%
250
9%
70%
175
8%
50% 50%
200 120
7% 4%
20%
250
4%
50% 50% 10%
100 100 500
4% 3% 3%
Totaal grote risico's (maximaal gevolg)
2.545
Overige risico's (maximaal gevolg)
1.695
Totaal alle risico's (maximaal gevolg)
4.240
Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 4,2 miljoen) ongewenst is. De risico’s zullen zich immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang manifesteren.
71
Toelichting: In de tabel wordt de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit aangegeven, verbonden aan de mate van betrouwbaarheid van de simulatie. De grafiek toont de verdeling van de kansen en totale financiële gevolgen. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1,1 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Risico's grondexploitatie Voor de risico-inventarisatie van de grondexploitaties is een separate risico analyse opgesteld (Monte Carlo risicoanalyse grondexploitaties 8 juli 2020). Uit deze analyse volgt dat een buffer voor de risico’s op de grondexploitaties noodzakelijk is van € 2,4 miljoen om met een zekerheidsmarge van 90% de geïnventariseerde risico’s af te kunnen dekken.
2.4 Kengetallen financiële positie In het streven naar meer transparantie, verbetering van het inzicht in de financiële positie en voor de vergelijking met andere gemeenten worden zowel in de begroting als jaarrekening een set van financiële kengetallen opgenomen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of balans. De kengetallen zijn het uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente Laarbeek. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art.11 lid 2d) bepaalt dat gemeenten een set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in deze paragraaf. De op te nemen kengetallen zijn: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Signaleringswaarden De provincie hanteert, voor het verkrijgen van een goed en uniform beeld, signaleringswaarden die afkomstig zijn uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. Daarbij
72
moet benadrukt worden dat door de provincie aan deze categorieën geen kwalificatie is gegeven, omdat normering in eerste instantie aan de gemeente zelf is. Gemeente Laarbeek heeft geen eigen normering bepaald en hanteert hiervoor de onderstaande tabel. In de tabel hieronder is te zien tot welke signaleringswaarden gehanteerd worden en in welke categorie (A, B of C) deze vallen.
Uitkomsten Laarbeek In onderstaande tabel zijn de uitkomsten voor Laarbeek afgezet tegen de signaleringswaarden zoals de provincie die hanteert. Cellen zijn groen als Laarbeek in categorie A valt (minst risicovol), blauw voor categorie B en oranje bij categorie C (meest risicovol). Onderaan deze paragraaf wordt een relatie gelegd tussen de kengetallen en worden opvallende zaken toegelicht.
Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Waar is het voor? Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. Hoe lager het percentage is, hoe gunstiger de financiële positie. Hoe werkt het? De netto schuldquote wordt volgens een vaste formule berekend: De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves))
73
De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). Toelichting op ratio ontwikkeling De twee kengetallen laten een verbetering zien, ook meerjarig. De schulden dalen en de activa stijgt of blijft gelijk. Hierdoor verbeteren de ratio's, die al in de A categorie zaten en dus ook meerjarig blijven
Solvabiliteitsratio Waar is het voor? De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met andere woorden: of ze alles kan betalen en of er voldoende geld beschikbaar is. Hoe lager de solvabiliteit, hoe minder eigen vermogen de organisatie heeft om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. Hoe werkt het? Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves: zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves. Ook het resultaat uit het overzicht van baten en lasten (het rekeningresultaat) is hier onderdeel van. A Eigen vermogen (volgens artikel 42 BBV) B Balanstotaal Solvabiliteit (A/B) x 100%. Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal ontwikkelt positief en laat meerjarig een verbetering van de solvabiliteitsratio zien. Deze ratio valt nu in de categorie A en is ook meerjarig in de A categorie. Dit komt vooral door een licht dalend eigen vermogen maar meerjarig sterker dalende passiva. Hierdoor verbeterd de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal (groter deel van het balans totaal bestaat uit eigen vermogen).
Grondexploitatie Waar is het voor? De grondexploitatie kan een hoge impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige woningbouwproject) hebben wij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico.Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Hoe werkt het? Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten 2020 (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.
74
Als een formule: A Niet in exploitatie genomen gronden B Bouwgrond in exploitatie C Totale baten De grondexploitatie ((A+B)/E) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal ontwikkelt zich positief. Door een goede verkoop en ontwikkeling van de grondexploitatie, stijgen de opbrengsten en daalt de boekwaarde van de ‘gronden in exploitatie’. Dit is uiteraard voor verwerking van de grondnota 2021 die een effect op deze ratio kan hebben.
Structurele exploitatieruimte Waar is het voor? Een begroting waarvan de vaste inkomsten en de vaste uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Bijvoorbeeld doordat er in het ene jaar inkomsten uit een verkoop zijn en er het jaar daarna niet. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. Dit kengetal geeft hierdoor aan welke structurele exploitatieruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen Hoe werkt het? Om het structurele exploitatieoverschot te kunnen berekenen, wordt gekeken naar het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves en deze worden vergeleken met (gedeeld door) de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Over het algemeen geldt dus als richtlijn: hoeveel hoger het kengetal structurele exploitatieruimte, hoeveel gunstiger dit is voor de gemeente. Als streefwaarde geldt voor gemeente Laarbeek voor dit kengetal een waarde >=0.
Als een formule: A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten De structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling De structurele exploitatieruimte laat een ratio zien die meerjarig rond de 0 procent is. Hierdoor valt deze ratio net in de B categorie maar dit is een stabiel beeld en goed en geeft aan dat de gemeente niet afhankelijk is van diverse eenmalige zaken.
75
Belastingcapaciteit Waar is het voor? Deze indicator geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten (belastingdruk) in de gemeente Laarbeek die vergeleken wordt met het landelijke gemiddelde. Zo kan vergeleken worden met eerdere jaren en andere gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het is de bevoegdheid van uw raad met welke omvang de belastingen worden verhoogd. Hoe werkt het? Onder de woonlasten wordt verstaan het totaal van: • OZB; • rioolheffing; • reinigingsheffing. Hiervoor wordt een referentiewoning gekozen met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C Afvalstoffenheffing voor een gezin D Eventuele heffingskorting E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%.
Toelichting op de ratio ontwikkeling Het kengetal verbeterd naar verwachting licht, waarna het stabiel blijft. Het kengetal bedraagt meerjarig 99% Hiermee kan geconcludeerd worden dat de totale woonlasten voor een gezin met een woning met gemiddelde WOZ-waarde in gemeente Laarbeek in 2022 en verder ongeveer gelijk zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde T-1 (het ijkpunt voor het maximaal te heffen belastingtarief).
76
3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Algemeen De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen (BBV, artikel 12 lid 1): a wegen; b riolering; c water; d groen; e gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven (BBV, artikel 12 lid 2): a het beleidskader; b de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Bij de indeling van deze paragraaf houden we de volgorde aan van het Besluit Begroting en Verantwoording.
3.2 Beleidskader Voor de instandhouding van kapitaalgoederen wordt veelal gewerkt met beheerplannen. In de beheerplannen wordt het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële middelen vastgelegd. De volgende beheerplannen gelden nu: Beheerplan
Jaar vaststelling
Gebouwen Onderhoud gemeentelijke gebouwen
2020
Groen Bomenbeleidsplan Laarbeek (2013) en bomenvervangingsplan Laarbeek (2020)
2013
Groenbeleids- en groenstructuurplan
2011
Beheerplan natuurterreinen, Beheerplan landschapselementen en Bosbeheerplan
2016
Riool & water Gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023
2018
Wegen Beheerplan bermen en sloten
2010
Beleidsplan verhardingenbeheer 2018
2017
Beleidsplan: Licht in de openbare ruimte 2018
2017
77
3.3 Verhardingenbeheer Beleidskader Het beleidsplan wordt periodiek opgesteld om nieuwe ontwikkelingen, het gewenste kwaliteitsniveau en de beschikbare middelen te verwerken met als doel het in stand houden van de wegenstructuur. Het beleidsplan is gebaseerd op de CROW-systematiek voor wegbeheer. Elk jaar wordt een onderhoudsplanning opgesteld waarbij kredieten worden gevraagd om de wegen op te knappen die aan onderhoud toe zijn. Ontwikkelingen Het wordt steeds duidelijker dat gemeente én inwoners zich maximaal moeten inspannen om te komen tot een klimaatbestendiger inrichting. Wegverhardingen zijn noodzakelijk, maar ze leiden tot versnelde afvoer van regenwater, waardoor elders wateroverlast kan ontstaan. Bovendien draagt verharding bij aan hitte(stress), onder andere omdat asfalt, klinkers en tegels tijdens hete dagen warmte opnemen en die ’s-nachts weer uitstralen. Bij grootschalig onderhoud aan de verhardingen zoeken we naar kansen om te komen tot een klimaatbestendiger inrichting door overbodige verharding te verwijderen, door waterdoorlatende verharding toe te passen en door meer ruimte te maken voor groen. Hierbij speelt de afstemming met de inwoners een steeds grotere rol.
Financiën Onderdeel
Begroting 2022
Rekening 2020
Exploitatie
1.723
1.498
161
-1.309
Mutatie voorzieningen
3.4 Bermen en sloten Beleidskader In 2010 is het beleidsplan bermen en sloten door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid is vervolgens vertaald in een beheerplan. Door het onderhoud van bermen en sloten te combineren is een efficiencyvoordeel behaald. Bovendien kunnen er voor minder geld meer bermen ecologisch worden beheerd. Voor het slotenonderhoud geldt een maaifrequentie van één keer per jaar onder de voorwaarde dat de andere aangelande (eigenaar met grond langs de sloot) het slootmaaisel ontvangt en zorgt voor verwerking. Ontwikkelingen Het waterbeheerplan is vastgesteld. Hierin staat o.a. dat sloten worden geïnventariseerd achterstallig en bekeken wordt of de sloten nog op peil zijn. Dit legt de link tussen het klein onderhoud van waterpartijen (waaronder sloten) en het groot onderhoud van de waterpartijen.
Financiën Onderdeel
Begroting 2022
Rekening 2020
Exploitatie
181
136
78
3.5 Openbare verlichting Beleidskader Het plan belicht de totale openbare ruimte, niet alleen de openbare verlichting maar ook de verlichting van bedrijven, monumenten en dergelijke. Gekozen is om de openbare verlichting binnen een planperiode van 12 jaar te verduurzamen en daarmee uiting te geven aan de ambities die Laarbeek heeft op het gebied van duurzaamheid. Elk jaar wordt een investeringsplan opgesteld en wordt krediet aan de raad gevraagd.
Financiën Onderdeel
Begroting 2022
Rekening 2020
Exploitatie
393
257
3.6 Riolering Beleidskader Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023 is in december 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Naast de wijze waarop de gemeente Laarbeek invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten vermeldt het GRP ook op welke wijze Laarbeek streeft naar een duurzame en klimaatbestendige waterketen en een klimaatbestendig watersysteem. Om de kosten en baten op elkaar af te stemmen is een doorrekening gemaakt voor een periode van 80 jaar. Uit deze doorberekening blijkt, dat een jaarlijkse tariefstijging van de rioolheffing nodig is van 3,6% aangevuld met een compensatie voor de inflatie. Ontwikkelingen Riolering zal nooit in staat zijn om extreme klimaatbuien volledig af te voeren. Bovendien kan snelle afvoer elders wateroverlast veroorzaken. Het is daarom van belang het rioleringssysteem te ontlasten door daar waar mogelijk de openbare ruimte zodanig in te richten dat er ruimte ontstaat voor het tijdelijk vasthouden van regenwater zonder dat dit overlast veroorzaakt.
Financiën Onderdeel
Begroting 2022
Rekening 2020
Exploitatie
1.336
1.182
315
-3.559
Mutatie voorzieningen
3.7 Groenbeleids- en groenstructuurplan Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2011 het Groenbeleids- en groenstructuurplan vastgesteld. In dit plan zijn de beleidskaders geschetst voor het gebruik en het onderhoud van het openbaar groen in de dorpskernen. De belangrijkste groenstructuren zijn benoemd en er is een differentiatie in het onderhoudsniveau aangebracht. Ook zijn in het plan keuzes gemaakt om beplantingen om te vormen en meer aan te laten sluiten bij het gewenste onderhoudsniveau. Deze omvormingen zijn inmiddels afgerond.
79
Ontwikkelingen Het omvormingsbudget wordt de komende jaren gebruikt om het groen klimaatadaptiever in te richten met meer oog voor biodiversiteit. Dat doen we deels in eigen beheer en door aan te haken op geplande renovaties in de openbare ruimte. Maar deels ook door burgerinitiatieven op dit vlak te ondersteunen.
Financiën Onderdeel
Begroting 2022
Rekening 2020
Exploitatie
1.175
886
3.8 Bomen Beleidskader In 2013 heeft de gemeenteraad het bomenbeleidsplan vastgesteld. In het bomenbeleidsplan zijn de belangrijkste bomenstructuren in Laarbeek benoemd en wat het beleid daarvoor is. Er zijn spelregels opgenomen hoe in Laarbeek omgegaan wordt met het kappen van bomen en hoe er gecompenseerd moet worden. Ook wordt op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke bomen ingegaan. Hier is meer structuur in aangebracht waardoor op een goede wijze invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplicht. In 2020 heeft de gemeenteraad het bomenvervangingsplan vastgesteld. Dit plan voorziet in het structureel en planmatig vervangen van bomen. Ontwikkelingen Vanaf najaar 2020 wordt uitvoering gegeven aan het bomenvervangingsplan conform de daarin opgenomen planning.