CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20211117 Nota van beantwoording en wijziging Omgevingsvisie Buitengebied (geanonimiseerde versie).pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 17 november 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie (buitengebied)33.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Sinds de aanleg van de N615 (Hoofakker) is het noordelijke gedeelte van de bebouwingsconcentratie doorontwikkeld tot een kleinschalig bedrijventerrein tussen het kanaal en de N615. De bebouwing bestaat dus veelal uit eenvoudige loodsen en heeft geen historisch karakter. De vorm van het weiland van de Deense Hoek 23 is tevens ontstaan door de aanleg van de N615. Het weiland heeft dan ook geen historische relatie met de bebouwingsconcentratie. De begrenzing voor de bebouwingsconcentratie Deense Hoek is dus met name gebaseerd op de oorspronkelijke noord-zuid verbinding die tegenwoordig doorkruist wordt door de N615. Tevens doen reclamanten het voorstel om de panden Sluisweg 1 en 3 bij de bebouwingsconcentratie Achterbosch te voegen en om het omringende groene gebied te betrekken. Voor de begrenzing van de bebouwingsconcentratie Achterbosch is dezelfde systematiek gebruikt als die voor de bebouwingsconcentratie Deense Hoek. Het buurtschap Achterbosch is ontstaan rondom de hoeve ‘Het Achterbosch’ en behoorde lang tot de abdij van Floreffe. De hoeve werd in de 9de eeuw uitgegeven door de heer van het domein van Lieshout. Het bebouwingscluster heeft zich gevormd rond een open ruimte tussen de hoge akkers ten noorden van de duinen van de Molenheide. De begrenzing is daarom onder andere gebaseerd op de historische oorsprong en de beleving van een aaneengesloten bebouwingsconcentratie.

Sluisweg 1 en 3 behoren daarom niet tot de bebouwingsconcentratie Achterbosch. Van het fijnmazige kampenlandschap rondom de bebouwingsconcentratie Achterbosch is momenteel weinig herkenbaar door de grootschalige akkers. Daarom zijn deze buiten beschouwing gelaten. Bovenstaande criteria zijn ook van toepassing op het voorstel van reclamanten om de kanaalzone als historische bebouwingsconcentratie op te nemen in de Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek. Zoals aangegeven is het vertrekpunt de gehuchten uit de ‘Catalogus Cultuurhistorische inventarisatie erfgoedkaart gemeente Laarbeek (2012)’ gehanteerd. In dit document zijn gehuchten getypeerd naar de toestand op de eerste peildatum. De verschillende typen gehuchten zijn: groot dorp, klein dorp, groot gehucht, klein gehucht, huizengroep, verspreide bewoning aan straat, compact aan straat en verspreid. Zowel in de catalogus als de erfgoedkaart wordt de kanaalzone niet genoemd NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

32

M.

N.

O. P.

Q.

R.

S.

als een gehucht. Daarbij is de kanaalzone ook niet onder de definitie van de provincie voor een bebouwingsconcentratie te scharen, het betreft namelijk geen bebouwingslint of -cluster. De genoemde panden in de zienswijze van reclamant vormen immers geen eenheid die als één aangesloten bebouwingsconcentratie te benaderen is. In het erfgoedbeleid 2021-2026 is het voornemen opgenomen om watergerelateerd erfgoed mee te nemen in de herziening van de erfgoedkaart. Het sluiscomplex aan het Achterbosch is recent voorbeschermd als gemeentelijk monument. De grote complexen van bolle akkers genieten bescherming op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart en het bestemmingsplan buitengebied. In de omgevingsvisie staat het voornemen om ook de overige bolle akkers in het omgevingsplan aan te duiden. Het behouden van zandpaden is belangrijk voor de authentieke uitstraling van het buitengebied. Dit wordt ook onderschreven in het nieuwe erfgoedbeleid. Het sluiscomplex aan het Achterbosch is nu voorbeschermd als gemeentelijk monument. Via deze wegen zijn de aanwezige waarden al beschermd en als waardevol opgenomen in het gemeentelijke beleid. Een functiewijziging dient te allen tijde te passen binnen het lokale en regionale beleid. Dit betekent veelal maatwerk per locatie aangezien in historische bebouwingsconcentraties over het merendeel gewoond wordt.

Het verkeerslichtmodel in de Omgevingsvisie geeft in één oogopslag diverse mogelijkheden aan voor het betreffende landschap. Het naar schaal en aard vastleggen van functiewijziging is een opgave die in de vertaling van de omgevingsvisie naar het omgevingsplan plaats zal vinden. Bovendien is in de uitvoeringsagenda van deze omgevingsvisie opgenomen dat een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld voor het buitengebied en in het bijzonder voor historische bebouwingsconcentraties. Zo wordt de beeldkwaliteit van historische bebouwingsconcentraties beschermd. De gemeente is het met reclamant eens. Daarom staat - eveneens op pagina 66 - ook de tekst ‘maar altijd met inachtneming van de bestaande natuurwaarden’. De zandpaden hebben inderdaad een belangrijke functie op het gebied van landschappelijke waarden en biodiversiteit. Daarnaast zijn de zandpaden ook bedoeld voor ontsluiting van vooral agrarische percelen en recreatief medegebruik. Afsluiten van zandpaden is daarom veelal niet wenselijk. Het ‘off road’ rijden is een hardnekkig probleem dat ook niet zomaar op te lossen is met het afsluiten van zandpaden. De motoren weten zich bijna altijd wel een weg te banen langs afsluitingen. Dit is vooral een handhavingsprobleem. De omgevingsvisie is niet het instrument om dat op te lossen.

Binnen historische bebouwingsconcentraties is enkel nog bebouwing mogelijk binnen de bestaande bouwvlakken. Verdere uitbreiding van bouwvlakken is dus niet mogelijk. De toevoeging van een ruimte-voor-ruimte woning is bespreekbaar indien hiermee aantoonbaar een planologisch of landschappelijk vraagstuk kan worden opgelost. Dit zou ook binnen een historische bebouwingsconcentraties - bijvoorbeeld ten behoeve van de sanering van een agrarisch bedrijf met geurproblematiek - verlichting kunnen bieden. De enige 30 km/uur wegen in het buitengebied zijn gesitueerd in woonbos Molenheide. De gemeente is hier - behoudens de aansluitingen op de N615 - niet bekend met verkeersonveiligheid. Reclamanten hebben altijd de mogelijkheid om een verkeersonveilige situatie aan te dragen voor behandeling in de gemeentelijke Verkeerswerkgroep. Hierin is ook de dorpsraad van Lieshout vertegenwoordigd. De omgevingsdialoog is vormvrij. Dit betekent dat de gemeente geen eisen kan stellen aan vorm en inhoud van de dialoog. In de omgevingsvisie is in paragraaf 11.2 een voorzet gegeven voor een zorgvuldige dialoog. In het kader van de implementatie van de omgevingswet wordt op dit moment door de gemeente gewerkt aan een lijst van ontwikkelingen waarbij de Bewoners Effect Rapportage (BER) als ‘indieningseis’ verplicht wordt gesteld. Maar dit zegt nog niets over de kwaliteit van de dialoog.

Zoals gezegd biedt de Omgevingswet de gemeente (nog) geen handvat om een vergunning te weigeren op basis van een ontoereikende omgevingsdialoog.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

33

20.

Croyse Loop BV / KVV Vastgoed BV / Beheermaatschappij VerschureVogelsangs BV / Pieter Verschure en Maria Verschure-Vogelsangs, Bosscheweg 110 te Aarle-Rixtel

Zienswijze A. De visie is van invloed op de bestaans- en ontwikkelingsmogelijkheden van de agrarische bedrijven. Reclamant en de gemeente staan samen voor een duurzaam toekomstperspectief voor agrarische ondernemers. Zonder ruimte om te bewegen is er geen toekomstperspectief. Veel bedrijven moeten een schaalsprong maken om investeringen mogelijk te maken. Ook door regelgeving worden ondernemers gedwongen om investeringen te doen. B. De gemeente heeft twee toekomstbestendige agrarische ontwikkelgebieden aangewezen waar zij mogelijkheden biedt voor schaalvergroting. De gemeente beperkt daarmee de bewegingsruimte voor ondernemers en daarmee de mogelijkheid om keuzes te maken. De gemeente geeft aan bestaande rechten worden gerespecteerd, maar daarnaast staat ‘grootschalige landbouw’ in het verkeerslichtmodel in zes gebieden op rood. Wat bedoeld te gemeente daarmee? Wat wordt verstaan onder grootschalige landbouw. C. Ondernemers staan de komende jaren voor de opgave om hun stallen aan te passen. Om deze investering te kunnen doen, is ontwikkelruimte nodig. Is die mogelijkheid er nog in de zes gebieden. Natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw staan nog in de kinderschoenen. Het is voor veel ondernemers nog een grote uitdaging om hier een passend verdienmodel onder te leggen.

Overheden kunnen inzetten op schaalverkleining, maar de vraag vanuit de markt en de mogelijkheid om een verdienmodel te creëren zijn uiteindelijk doorslaggevend. Reclamant vraagt de gemeente om deze ondernemers die verder willen met hun bedrijf de ruimte te bieden om te kunnen bewegen. D. Reclamant onderschrijft de doelstelling van de gemeente om middels een brede plattelandsbestemming de omschakelmogelijkheden van bedrijven naar een andere activiteit makkelijker te maken. Het wordt de uitdaging voor de gemeente om de brede plattelandsbestemming actueel te houden. Dit is mogelijk om niet de exacte bedrijfsactiviteit, maar de randvoorwaarden te omschrijven waar de activiteit aan moet voldoen, bijvoorbeeld verkeersaantrekkende werking, inpassing en invloed op de omliggende bedrijven. E. Worden de zaken die ‘groen’ zijn in het verkeerslichtmodel opgenomen in de gebiedsspecifieke brede plattelandsbestemming. F. De brede plattelandsbestemming kan bijdragen aan oplossingsrichtingen voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. Maar het is ook belangrijk om gebouwen te durven slopen en te verplaatsen naar de kernrandzone. Via de sloopprikkel die nog ontwikkeld wordt kan de gemeente hier invulling aan geven. G.

Reclamant vraagt gemeente een actieve ondersteuning bij de realisatie (vergunningverlening, bestemmingsplannen) van mestbewerkingslocaties op boerenerven, goede plekken in het buitengebied en industrieterreinen. Men voorziet een toenemende vraag vanuit akker- en tuinbouwbedrijven naar circulaire en groene meststoffen. Vanuit de dierlijke sectoren zal meer gestuurd worden op afzet van mest via mestbewerkers. H. Men voorziet een toenemende behoefte aan het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen (TOV’s). En bovendien neemt het areaal tuinbouwgrond in de regio toe. Ook in Laarbeek zijn verschillende ondernemers actief die gebruik maken van hoge en lage teeltondersteunende voorzieningen. Denk aan zachtfruit, boomteelt, heesters, vaste planten en bloemen. De gemeente wil TOV’s niet verbieden, maar hoge TOV’s (> 1,5 meter) in bepaalde gebieden wel uitsluiten. Dit laatste zal betekenen dat bepaalde teelten alsnog uitgesloten worden in bepaalde gebieden. Dat is niet acceptabel. TOV’s moeten goed ingepast in het landschap, mogelijk gemaakt worden in de bedrijfsvoering van een moderne tuinder. ZLTO gaat graag met de gemeente in gesprek om tot een werkbaar beleid voor TOV’s te komen. I. Reclamant vindt dat er verschillende typen huisvesting voor arbeidsmigranten aangeboden moeten kunnen worden. Denk aan huisvesting op de bedrijfslocatie, NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

34

J.

K.

agrarische bedrijfswoningen en woningen in de dorpskernen. Dit moet de gemeente faciliteren in haar beleid. Reclamant ervaart in Laarbeek toenemende overlast van wilde zwijnen hetgeen tot schade en risico’s leidt (denk aan Afrikaanse Varkenspest). Een goede wildbeheersing is van belang. Naast de provincie heeft ook de gemeente daarin een rol. Gemeenten dienen in hun regelgeving voldoende ruimte bieden voor hoge, brede en tijdelijke afrasteringen. Denk aan afscherming tegen wolven waarbij de omheining een minimale hoogte van 1.20 m moet hebben. De gemeente wordt gevraagd om andere bewoordingen te kiezen in het kader van de toenemende maatschappelijke druk op de agrarische sector. Door de woordkeuze draagt de omgevingsvisie bij aan de negatieve beeldvorming. Dit is zeer ongewenst. De agrarische sector spant zich in om kennis over te dragen en aan positieve beeldvorming.

Reactie A. De gemeente is zich bewust van de moeilijke positie van agrarisch ondernemers. Vandaar dat in de omgevingsvisie twee sporen worden bewandeld. Ten eerste wordt ingezet op een Brede Plattelandsbestemming waarbij meer transformatie-mogelijkheden ontstaan met een directe titel op het agrarisch perceel. Ten tweede probeert de gemeente een balans te vinden tussen economisch perspectief in de twee noordelijke deelgebieden en tegelijkertijd in de overige deelgebieden de wissel om te zetten naar alternatieve vormen van landbouw. Hierbij wordt aangetekend dat de bestaande rechten van agrarisch ondernemers - zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het bestemmingsplan - worden geëerbiedigd. B. Zie ook de reactie A. Grootschalige landbouw ‘op rood’ wil zeggen dat de gemeente in deze deelgebieden geen medewerking verleent aan de verdere groei van het bedrijf, daar waar dit de bestaande rechten overstijgt. Soms is het te overwegen om verplaatsing naar één van de twee perspectiefrijke gebieden te onderzoeken. De bestaande situatie kan problematisch zijn in de omschakeling. Er is helaas geen definitie beschikbaar van grootschalige landbouw. Dit begrip zal in de vertaling naar het omgevingsplan nader geduid moeten worden (mocht dit al mogelijk zijn). Voor nu is het begrip derhalve alleen gevoelsmatig en per geval specifiek in te vullen.

Dit staat de vaststelling van een omgevingsvisie op hoofdlijnen niet in de weg. C. Zie de reactie bij A en B. De gemeente is zich bewust van het feit dat het verdienmodel voor alternatieve landbouw nog beperkt is. Het komt hier dus aan op ondernemerschap. Maar de gemeente beweegt mee in de omslag die de agrarische sector dient te maken. Deze omslag gaat niet slagen indien de wissel niet wordt omgezet. D. De Brede Plattelandsbestemming zal samen met de provincie Noord-Brabant worden uitgewerkt. De provincie heeft immers nog steeds een sturende rol in het buitengebied. Onder de Omgevingswet ontstaan inderdaad nieuwe mogelijkheden om functies (bestemmingen) redactioneel te omschrijven, bijvoorbeeld door het benoemen van doelen en/of randvoorwaarden. Indien hiermee de brede plattelandsbestemming actueel kan worden gehouden - met inachtneming van de rechtszekerheid van omwonenden dan zullen deze mogelijkheden worden bekeken. E. Dat is wel onze intentie. Zoals onder D omschreven wordt de Brede Plattelandsbestemming door de gemeente samen met de provincie uitgewerkt. De provincie heeft in haar zienswijze aangegeven de brede plattelandsbestemming te ondersteunen, daarbij wel zoveel mogelijk rekening houdende met de Verordening Ruimte. F. Voor de gemeente is ontstening van het buitengebied een belangrijk uitgangspunt.

Vandaar dat de nog te ontwikkelen sloopprikkel als actiepunt A10 in de omgevingsagenda van de visie is opgenomen. G. Voor wat betreft de grootschalige mestverwerkingsinstallaties conformeert de gemeente zich in dezen aan het provinciaal MER-traject dat nu loopt (Plan MER zoekgebieden voor mestbewerking) waarbij wordt gekeken naar de inpasbaarheid in de omgeving, de milieueffecten, de veiligheid en de volksgezondheid. Mestbewerking op bedrijfsniveau met eigen geproduceerde mest moet mogelijk blijven.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

35

H.

I. J.

K.

Reclamant geeft zelf aan dat hogere TOV’s goed ingepast moeten worden in het landschap. Maar hier wringt nu juist de schoen. Regelmatig betrapt de gemeente agrarisch ondernemers die het met deze inpassing niet al te serieus nemen. De gemeente zal met ZLTO in gesprek gaan in het kader van het op te stellen beleid voor TOV’s (zie actiepunt F4 in de Omgevingsagenda). Voor nu blijft de in de omgevingsvisie gekozen insteek intact. Dit betekent dat TOV’s hoger dan 1,5 meter slechts overweegbaar zijn in de beide ‘toekomstbestendige agrarische ontwikkelgebieden’ Pionierslandschap en Aalandschap. In de overige gebieden zijn hogere TOV’s in verband met de kleinschalige of historische uitstraling van het gebied, niet overweegbaar. De wens om niet alleen het buitengebied aan te wijzen voor huisvesting van arbeidsmigranten, zal in de nieuwe beleidslijn worden meegenomen. Deze beleidsvisie voor de huisvesting van arbeidsmigranten is thans onder constructie. De gemeente erkent de problematiek, met name bij natuurgebieden. De maximale hoogte van afrasteringen in het buitengebied is 1.00 meter. Om hiervan af te kunnen wijken is voor dit doel een lokale beleidsregel nodig. Voorgesteld wordt om deze keuze te betrekken bij het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied. Dit actiepunt is als F10 opgenomen in de Omgevingsagenda.

De gemeente heeft in de tekst op pagina 35 juist nuancering proberen aan te brengen in de negatieve publiciteit. Letterlijk staat er: ‘In deze discussie is de nuance soms ver te zoeken. Veel Nederlanders beseffen niet aan hoeveel regels en verplichtingen boeren moeten voldoen’. En het is dus beslist niet de bedoeling om een bijdrage te leveren aan de negatieve beeldvorming. De volgende zin wordt daarom verwijderd: ‘Denk aan de ophef over plofkippen, megastallen, mestzaken, gifeieren, hennepkwekerijen en melkveefraude.

21. Mevrouw Thea Ceelen, Deense Hoek 15 te Lieshout Zienswijze A. Op pagina 70 van de omgevingsvisie wordt gesteld dat inwoners van het buitengebied zelf hebben gekozen om met stankoverlast geconfronteerd te worden. Deze discriminerende opmerking moet worden rechtgezet. Dorpelingen in het buitengebied dienen dezelfde rechten en bescherming te krijgen als anderen. B. Laarbeek ligt in een groot risicogebied voor wat betreft de zeer grote concentraties vee met de grootste varkens en kippendichtheid van heel Europa. Gezondheidsbevordering staat in de omgevingsvisie als belangrijk doel vermeld. Het gebruik van pesticiden, meermalen verneveld over de akkers met monocultuur, wordt niet genoemd. Juist deze zeer schadelijke stoffen zijn een bedreiging voor de gezondheid en hebben een levenloze bodem tot gevolg. Pesticiden veroorzaken Parkinson en ondermijnen rechtstreeks het afweersysteem van dier en mens. De trend voor andere, duurzame voedselbronnen is in opmars. Laarbeek zou zich op de kaart kunnen zetten met een generatie-overstijgende visie die recht doet aan de inzichten van deze tijd. C. Om de klimaatdoelen te halen is er bij onze regering al geopperd om veel belastinggeld uit te trekken om veehouderijen uit te gaan kopen. Als Laarbeek blijft staan voor de intensieve landbouw gaat dit straks meer geld kosten. D.

Decennia lang bestond een gedoogbeleid waarbij het beeld van het platteland op sommige plekken veranderde in een allegaartje van bedrijvigheden die geen enkele correlatie hadden met het oorspronkelijke karakter. Door het toestaan van allerlei bedrijvigheid categorie 1-2 lijkt het risico te vergroten op nog meer afbreuk van het plattelandsbeeld. E. Het is positief dat er een voornemen is om de historische bebouwingsconcentraties te beschermen. Deze lijken echter losgekoppeld te zijn van de zo kenmerkende aangrenzende landelijke omgeving, bijvoorbeeld het kleine weiland behorende bij Deensehoek 23. De ommelanden van Achterbosch en Deensehoek zouden daarom onbebouwd moeten blijven. F. Het zou goed zijn om in de visie ook de handhaving van criminaliteit en te ruim bouwen etc. op te nemen. Op diverse plaatsen is sprake van buitensporige zichtbepalende NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

36

gebouwen, lichtreclames en lichtvervuiling. In de visie wordt niet duidelijk of voor deze uitwassen bepalingen komen, zodat er ook aan herstel van het beeld van het buitengebied gewerkt wordt. Reactie A. Deze passage in de omgevingsvisie is te ongenuanceerd. De passage wordt verwijderd. B. Laarbeek hoopt zich op de kaart te zetten met de uitwerking van een Brede Plattelandsbestemming. De gemeente heeft noch de capaciteit noch de kennis om te controleren op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze controle is in Nederland in handen van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). Zij voeren fysieke en administratieve controles uit en nemen eventueel monsters van gewas en grond. Indien misstanden worden waargenomen is het zaak dit te melden bij deze instantie. Het NVWA is op de hoogte welke gewasbeschermingsmiddelen door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) zijn toegelaten en gecertificeerd. Zonder deze kennis is de kans aanwezig dat een buitenstaander voorbarige conclusies trekt. Niet elk gewasbeschermingsmiddel is immers slecht voor de volksgezondheid of de natuur. C. De alternatieve vormen van landbouw bieden nog geen afdoende verdienmodel om de agrarische transformatie te kunnen dragen. Deze vormen steunen nog teveel op het doorzettingsvermogen en de passie van enkele pioniers.

Hierin komt langzaam verandering, maar de hervorming heeft tijd nodig. De gemeente vindt het daarom niet verantwoord om het economisch perspectief voor de traditionele vormen van landbouw voor het gehele grondgebied te blokkeren. Er is daarom gekozen voor een mengvorm. Blokkeren waar het moet en ruimte bieden waar het kan. Overigens, het uitgroeien boven de vigerende vergunningsrechten vereist ten gevolge van strenge regelgeving heden ten dage aantoonbare resultaten dat het woon- en leefklimaat in de omgeving aanvaardbaar blijft. Bovendien laat provinciale regelgeving nieuwe intensieve veehouderijen niet meer toe. In tegenstelling tot wat reclamant beweert staat de gemeente niet voor de intensieve veehouderij. De noodzakelijke agrarische hervorming wordt in de omgevingsvisie ingezet en ondersteund, maar wel met realiteitszin en gezond verstand. D. Ook het toestaan van categorie 1-2 bedrijven past in de noodzakelijke transformatie van het landelijk gebied, waarbij economisch perspectief wordt geboden aan stoppende of afbouwende agrariërs. In de vertaling van de visie naar het omgevingsplan zal een nadere selectie plaatsvinden van de toegestane categorie 1-2 bedrijven, bijvoorbeeld in Staat van Bedrijfsactiviteiten. E. Goed om te lezen dat reclamant onderschrijft dat het positief is om de historische bebouwingsconcentraties te beschermen.

Vooropgesteld moet worden dat nieuwe bebouwing in het buitengebied nooit zondermeer mogelijk is. Zowel de provincie Noord-Brabant als de gemeente zelf voeren hiervoor een streng regime. In de omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek is daarom onder hoofdstuk 5 historische en niet historische bebouwingsconcentraties een bebouwingsregime opgenomen. Hierin is te lezen dat er alleen bebouwing mogelijk is binnen de bestaande bouwvlakken in het overige buitengebied. Dit betekent dat gronden aangrenzend aan een bebouwingsconcentratie alleen bebouwd kunnen worden wanneer op deze gronden een bouwvlak aanwezig is in het huidige bestemmingsplan Buitengebied. Daarom ziet de gemeente ook geen aanleiding om de begrenzingen van historische bebouwingsconcentraties op basis van argumenten van reclamant aan te passen. F. In 2021 is een nieuwe beleidslijn vastgesteld die handvatten biedt om handhavend op te treden tegen reclame-objecten in het buitengebied. Het gaat om de beleidsregel ‘Reclame in de openbare ruimte gemeente Laarbeek 2021’. Volgens deze notitie mag een reclameuiting geen overlast (fysiek en visueel) veroorzaken voor de omgeving en derden, mag het verkeer niet in gevaar worden gebracht en moet er een rechtstreeks verband zijn tussen de uiting en de locatie. Deze beleidslijn zal met toelichting worden toegevoegd aan paragraaf 9.5 (‘Algemene omgevingskwaliteit’) van de Omgevingsvisie.

Verder is in paragraaf 9.4 ingegaan op de handhavingsactiviteiten in het buitengebied van Laarbeek. De gemeente doet haar best, maar de samenleving is nu eenmaal niet

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

37

maakbaar. Door middel van een beeldkwaliteitplan (actiepunt F10) probeert de gemeente het buitengebied nog wat authentieker en mooier te maken. 22.

De heer Michel en mevrouw Tanja van de Ven - Vogels, Lagedijk 5 te Beek en Donk

Zienswijze A. Reclamant zou graag een aanpassing zien met betrekking tot de mogelijkheden die er voor bestaande landbouwbedrijven worden geboden in het lintenlandschap. Het betreft de straat Lagedijk in Beek en Donk. Er is in deze straat een aantal bedrijven gevestigd die men als ‘grootschalig’ kan betitelen. Deze bedrijven staan er allen al meerdere generaties en ze kunnen blijven moderniseren naar de eisen van de huidige tijd. Om deze bedrijven perspectief te kunnen blijven bieden zou het gebied als grootschalig pionierslandschap of als overgangsgebied tussen lintenlandschap en grootschalig gekwalificeerd moeten worden, waarbij grootschalige landbouw mogelijk blijft. Reactie A. Het verzoek van reclamant lijkt meer bedoeld om de beleidsconsequenties van beide gebieden te kunnen verschuiven. Ontstaansgeschiedenis en landschappelijke uitstraling zijn echter niet met een ‘andere stempel’ weg te poetsen. Lintenlandschap blijft lintenlandschap. De gemeente herkent en erkent echter de openheid van het lintenlandschap en de concentratie van toekomstbestendige agrarische bedrijven aan de noordoostzijde van het gebied. Anderzijds is het ook zaak om de noodzakelijke hervormingen in de agrarische sector in te zetten. Een dilemma dus. Zie verder reactie 24 F. 23. De heer Bert Lemmens, Phaffstraat 28 te Aarle-Rixtel Zienswijze A.

Om ook de gemiddelde burger te bereiken lijkt het reclamant zinvol om de afbeelding op bladzijde 60 en 61 van de visie (de visiekaart) als een losbladig blad aan de Mooi Laarbeek Krant toe te voegen. B. In hoofdstuk 3 van de visie (kernkwaliteiten en identiteit van Laarbeek) zijn zeer globaal de landschapskwaliteiten beschreven. Voor velen te globaal om een beeld te kunnen vormen. Reclamant adviseert een (bijgevoegde) tabel op te nemen in de visie waardoor beeldvorming voor de burger mogelijk gemakkelijker wordt. C. Er zou meer aandacht moeten zijn voor erfbeplanting en meer groen rond zonneweides. Bij voorbaat zou een bepaald percentage van de te ontwikkelen oppervlakte aan groen moeten worden toegewezen in plaats van alleen de reststroken en overhoeken. D. Er dient uiterst terughoudend te worden omgegaan met het rooien van bomenrijen en het toevoegen van verharding. Het behouden van zandpaden of oneigenlijk afgesloten landwegen (Croy) zou meer aandacht mogen hebben. Klimaatverandering vraagt om meer groen. Reactie A. Het enkel toevoegen van de losbladige visiekaart aan de Mooi Laarbeek Krant kan zonder toelichting tot veel vragen leiden. Maar de suggestie zal binnen het gemeentelijk team communicatie worden besproken. Dank voor de suggestie. B. De omschrijving van de kernkwaliteiten in hoofdstuk 3 betreft een beschrijving op hoofdlijnen.

Dit hoofdstuk beoogt niet ‘de diepte in te gaan’ met een uitgebreide analyse. De aangeboden tabel heeft een te hoog detailniveau om van toegevoegde waarde te zijn voor het doel van hoofdstuk 3: een beschrijving op hoofdlijnen. C. Bij een aanvraag voor een zonnepark wordt zorgvuldig gekeken naar erfbeplanting en groen, dit gaat verder dan alleen reststroken en overhoeken maar betreft bijvoorbeeld visuele inpassing door hoger groenblijvend struweel, of natuurstroken met inheemse NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

38

D.

planten, keverbanken, en/of een habitat voor lokaal aanwezige diersoorten. Dit punt wordt in de Omgevingsvisie erg kort samengevat, maar in de Visie Grootschalige Opwek (hoofdstuk 4) in detail beschreven. De gemeente is het met reclamant eens dat dit aandacht verdient. De gemeente houdt zich niet aan een vast percentage, omdat het erg afhangt van bijvoorbeeld de aard van het landschap, de vorm van het park en de lokale doelen voor natuurontwikkeling. De eventuele verbreding van (landbouw)wegen kan enkel aan de orde zijn in een tweetal deelgebieden (Pionierslandschap, Aa-landschap). Echter, dat zal altijd onder voorwaarden zijn. het weghalen van bomenrijen kan zondermeer niet ‘zomaar’ aan de orde zijn. Al was het maar omdat de meeste bomenrijen op de Groene Kaart staan. Ook met het toevoegen van verhardingen is de gemeente met het oog op klimaat/duurzaamheid erg terughoudend. Het probleem van de oneigenlijk afgesloten zandwegen is een terechte opmerking, maar dit is vooral een handhavingskwestie. Niettemin kan dit in de omgevingsvisie als actiepunt benoemd worden. In hoofdstuk 10 wordt in de omgevingsagenda de tekst onder I1 verbreed’ naar ‘Het handhaven van LIR-afspraken uit het verleden en de instandhouding van groen, landschapselementen en zandpaden’. De opmerking over klimaatverandering en groen wordt van harte onderschreven.

Dat vertaalt zich met name in de Laarbeekse duurzaamheidsagenda.

24. Sneijers Boomkwekerij BV, Lagedijk 3A te Beek en Donk Zienswijze A. De Lagedijk in Beek en Donk kan men moeilijk als lintbebouwing bestempelen door de aanwezigheid van vier grootschalige landbouwbedrijven op een rij. Om perspectief voor deze bedrijven te blijven behouden zou het logisch zijn om de Lagedijk te kwalificeren als grootschalig Pionierslandschap of op z’n minst als overgangsgebied tussen Lintenlandschap en Pionierslandschap waarbij grootschalige landbouw mogelijk blijft. B. In het Lintenlandschap zijn tussen Herendijk, Donkersvoort, Lagedijk en Karstraat sinds jaar en dag een aantal boom- en vaste plantenkwekerijen gevestigd. Deze bedrijven willen niet beperkt worden in hun bedrijfsvoering. Bovendien liggen er in dit boomteeltgebied nog een aantal bouwvlakken met bestemming glastuinbouw, dus ruimtelijk gezien liggen hier nog altijd mogelijkheden voor bestaande of nieuwe ondernemingen. C. Teeltondersteunende voorzieningen (TOV’s) hoger dan 1,5 meter zouden juist in een boomteeltgebied als vanzelfsprekend mogelijk moeten zijn. Graag dit in het groene kader plaatsen in het stoplichtmodel. Verder pleit reclamant ervoor om het mogelijk te houden containervelden buiten het bouwblok te blijven realiseren en zonder archeologisch onderzoek. D. Wat wordt verstaan onder grootschalige landbouw met betrekking tot boomteelt? E.

Op pagina 49 wordt aangegeven dat grootschalige ontwikkelingen in principe mogelijk zijn. Betekent dit dat in en om het boomteeltgebied ruimte blijft voor de aanleg van containervelden en bouw van kassen, tunnels en loodsen? F. Reclamant zou ‘grootschalige landbouw ten behoeve van boomteelt’ ook in het Lintenlandschap in het oranje kader willen plaatsen. En bovendien boomteelt als relevante sector en economische drager in dit gebied benoemd zien worden. Reactie A. Zie reactie F. B. Zie reactie F. C. In het verleden is aan het perceel van reclamant en omgeving de status ‘reconstructiewetzone - boomteelt’ toegekend. Deze status is bovendien vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Gemeente is het met reclamant eens dat een restrictief beleid ten aanzien van TOV’s binnen dit gebied niet consequent zou zijn. Vandaar dat gemeente ervoor kiest om TOV’s hoger dan 1,5 meter binnen de voormalige reconstructiewetzone toe te staan, uitgezonderd de historische en niethistorische bebouwingsconcentraties binnen de reconstructiewetzone. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

39

D.

E. F.

Er is helaas geen definitie beschikbaar van grootschalige landbouw. Dit begrip zal in de vertaling naar het omgevingsplan nader geduid moeten worden (mocht dit al mogelijk zijn). Voor nu is het begrip derhalve alleen gevoelsmatig en per geval specifiek in te vullen. Dit staat de vaststelling van een omgevingsvisie op hoofdlijnen niet in de weg. De term ‘grootschalige ontwikkelingen’ op pagina 49 heeft uitsluitend betrekking op de grootschalige opwek van duurzame energie. Dit zal in de tekst nader worden toegelicht. De gemeente herkent en herkent de openheid van het lintenlandschap en de concentratie van toekomstbestendige agrarische bedrijven aan de noordoostzijde van het gebied. Anderzijds is het ook zaak om de noodzakelijke hervormingen in de agrarische sector in te zetten. Een dilemma dus. De gemeente wil daarom het verkeerslichtmodel voor het lintenlandschap aanpassen door ‘grootschalige landbouw’ van rood naar oranje te verschuiven. Dit betekent dat grootschalige landbouw binnen dit gebied overweegbaar is indien uit advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen en/of de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) blijkt dat uitbreiding noodzakelijk is en met respect voor mens, natuur, milieu en dier kan worden uitgevoerd.

De BZV toetst de thema's: gezondheid, dierenwelzijn, brandpreventie, energie, fosfaatefficiëntie, geur, fijnstof, endotoxines, ammoniak, biodiversiteit, mineralenkringlopen en verbinding met de omgeving. Uitzondering hierop zijn de historische bebouwingsconcentraties binnen het lintenlandschap: grootschalige landbouw blijft binnen deze gebieden op rood.

25. Missiezusters van het kostbaar bloed, Kloosterdreef 7 te Aarle-Rixtel Zienswijze A. In de ontwerp-omgevingsvisie is het Missieklooster Heilig Bloed genoemd als belangrijk voor de beleving en de identiteit (‘icoon’) van het gebied. Het klooster is gesitueerd binnen het Biezenlandschap waarvoor als ontwikkelrichting ‘toerisme en recreatie’ is opgenomen. De missiezusters beseffen dat de omgevingsvisie geen maatwerk op perceelsniveau biedt. Maar de visie vormt wel het kader voor toekomstige omgevingsplannen. De toekomstige herbestemmingsmogelijkheden zouden daarom in de omgevingsvisie al aan de orde moeten komen. Dat is niet alleen noodzakelijk voor de toekomstbestendigheid van het kloostercomplex, maar ook om recht te doen aan de functies die het klooster in het verleden al heeft vervuld. B. De ontwerp-Omgevingsvisie is te beperkend voor de toekomstige herontwikkeling en herbestemming van het klooster. Om te voorkomen dat er een tunnelvisie ontstaat waarbij de toekomstige mogelijkheden enkel worden gezocht binnen de ontwikkelrichting ‘toerisme en recreatie’, is het zaak nu al een zo groot mogelijk aantal functies te benoemen. Hierbij wordt gedacht aan: wonen, werken, sociaalmaatschappelijk, zorg, onderwijs én recreatie. Met andere woorden: een multifunctionele bestemming.

De ervaring leert dat het nagenoeg onmogelijk is om een positieve business case te maken waarbij de instandhouding van het gebouw gewaarborgd is, als geen multi-functionele bestemming wordt toegestaan. In zijn algemeenheid erkent de gemeente dit ook met het streven naar ‘brede plattelandsbestemmingen’ in het buitengebied. In de praktijk wordt bij erfgoedcomplexen vaak een functie ‘wonen’ gecreëerd, al dan niet voor bepaalde doelgroepen, zodat er een verdienmodel ontstaat, om ook te kunnen investeren in het behoud van het cultureel erfgoed. C. Ook de passage over de intrekking van de Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Laarbeek behoeft aanpassing. Dit is logisch in de context van de ontwikkeling op voormalige agrarische locaties, maar kan zeer negatief uitpakken voor de instandhouding van het kloostercomplex. Het zou goed zijn als daarover ook in de omgevingsvisie al een opmerking wordt gemaakt dat dat niet de bedoeling is. D. In de ontwerp-omgevingsvisie wordt voorwaardelijk ruimte geboden voor nieuwe woonvormen, maar dan alleen in de kernrand. Dit vanwege de grote afstand tot de dagelijkse voorzieningen. Als dat consequent doorgevoerd wordt op het kloostercomplex heeft dat een zeer beperkend effect op de toekomstige ontwikkeling van het klooster. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

40

E.

In de zienswijze worden tal van historische en actuele voorbeelden genoemd van woon, onderwijs en zorgfuncties waarvoor het klooster zich leent of heeft geleend. Het klooster heeft een multi-functionele bestemming nodig om het kloostercomplex en haar cultuurhistorische waarde te kunnen behouden.

Reactie A. Aan het Biezenlandschap is gezien de natuurlijke uitstraling van het gebied inderdaad de algemene ontwikkelingsrichting ‘toerisme en recreatie’ verbonden. Dit betekent niet dat toerisme en recreatie de maat der dingen is. In het verkeerslichtmodel zijn diverse functies benoemd die in de geest van het hoofdthema binnen dit gebied voorstelbaar zijn. De gemeente is er zich echter van bewust dat in verband met de toekomstbestendigheid van het klooster, meer flexibiliteit geboden is. B. Het missieklooster en omgeving maken onderdeel uit van het Biezenlandschap, maar zijn dermate landschappelijk en cultuur-historisch waardevol voor Laarbeek, dat behoud en versterking hiervan een speciale behandeling rechtvaardigen. Het klooster is een iconisch baken in een open landschap. Deze afwijkende behandeling is ook in de maak voor twee andere Laarbeekse sieraden: kasteel Croy en landgoed Eyckenlust. ‘Behoud door ontwikkeling’ is een belangrijk uitgangspunt bij een duurzame instandhouding van het missieklooster. De gemeente gaat daarom graag het gesprek aan over de passendheid, nut en noodzaak van bepaalde ondersteunende ontwikkelingen. In de visie zal deze status aparte van missieklooster Heilig Bloed en de noodzaak om een multifunctionele bestemming mogelijk te maken, in paragraaf 7.4 en het bijbehorende verkeerslichtmodel worden benoemd.

Uitwerking volgt dan bij de vertaling van visie naar omgevingsplan. C. In deze visie zijn diverse historische en niet-historische gehuchten bestudeerd op mogelijkheden om extra woningen toe te voegen (verdichting). De open plekken zijn gescreend op basis van zichtlijnen en landschappelijke kwaliteiten. De gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties heeft geen betrekking op het missieklooster. D. Zie reactie bij B. E. De lijst van door de jaren heen geboden vormen van naastenliefde en educatie is indrukwekkend. 26. Zorg om het Dorp Mariahout, Ginderdoor 23 te Mariahout Zienswijze A. Het bestuur van Zorg om het Dorp (ZOD) heeft het op prijs gesteld dat de OntwerpOmgevingsvisie langer ter visie is gelegd. Daarnaast, de dorpsraad heeft pas na enig aandringen een fysiek exemplaar ontvangen. Ook is met teleurstelling geconstateerd dat in alle dorpen de gelegenheid is geboden om de visie in te zien, behalve in Het Buurthuis. B. ZOD kan in grote hoofdlijnen instemmen met de gepresenteerde gebiedsindeling, maar wil deze indeling niet strikt, maar genuanceerd toepassen. C. De bebouwingsvrije zone tussen de kernen is niet aanwezig bij de kern Mariahout. Dit maakt dat bouwen van woningen langs de kernranden ten oosten en ten zuiden van Mariahout mogelijk zou moeten zijn. Dit draagt bij aan de leefbaarheid van de kern Mariahout. D.

Het verbod op alternatieve woonvormen in het pionierslandschap legt beperkingen op voor innovatieve oplossingen aangaande mantelzorgwoningen, tiny houses enz. De landschappelijke uitstraling wordt hier sowieso aangetast (zonneparken, windmolens, TOV’s). De alternatieve woonvormen vormen hierdoor geen storende factor. Realisatie van alternatieve woonvormen moet derhalve bespreekbaar blijven. E. In het kader van de samenwerkingsovereenkomst met ontwikkelingsovereenkomst Ruimte-voor-Ruimte wordt erop aangedrongen om snel te starten met een ruimte-voorruimte project in Mariahout. Dit zou gekoppeld moeten worden aan de huidige problematiek horeca/wonen. ZOD ziet deze koppeling als vergelijkbaar met de afspraken die in Lieshout zijn gemaakt rond de inrichting van de Heuvel. Ook dient een NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

41

F. G. H.

I.

J. K.

L. M.

N.

O. P.

Q. R.

S.

ruimte-voor-ruimte project te worden gestart in relatie tot het opheffen van een stankcirkel van een agrarisch bedrijf aan de Heieindseweg. Zoals ook bij de realisatie van mogelijke zonneparken en windparken moet bij teeltondersteunende voorzieningen compensatie plaatsvinden voor de leefomgeving. Denk aan landschapsverfraaiing en recreatiemogelijkheden. In dit verband wordt gevraagd om de compensatie in verband met zonneparken, windparken en teeltondersteunende voorzieningen af te stemmen met buurgemeente Meierijstad. Sluipverkeer en drukke verbindingswegen tussen de kernen hebben invloed op de veiligheid van fietsers en wandelaars. Er zal naar veilige alternatieven gezocht moeten worden. Specifiek geldt dit voor schoolgaande fietsers vanuit Mariahout naar scholen in Beek en Donk en verder. Snelfietspaden horen thuis bij verkeer en veiligheid en pas in tweede instantie bij toerisme en recreatie. Er moet een samenhangend plan komen hoe onze inwoners vanuit de kern veilig de snelfietspaden kunnen bereiken. ZOD is van mening dat het buitengebied van Mariahout in enkele richtingen de juiste infrastructuur mist om de veiligheid te kunnen garanderen. De verkeersrisico-analyse van november 2020 bevestigt de noodzaak van een fietspad langs de Sonseweg. Al in september 2018 heeft ZOD hiervoor samen met inwoners van Lieshout gepleit.

Fietspaden zijn tevens wandelpaden voor minder mobiele inwoners die zich in het buitengebied veilig willen verplaatsen. Deze paden liggen nu alleen langs doorgaande wegen en daardoor in de huidige vorm een beperkende factor voor gezondheid. ZOD is het dan ook oneens met de conclusie dat er voldoende zijn. Het verzoek van ZLTO voor de verbreding van landbouwwegen kan goed samengaan met aanpassingen ervan voor fietsers en wandelaars. ZOD onderschrijft - met inachtneming van de natuurwaarden - het speerpunt om het buitengebied bewegingsstimulerend in te willen richten. ZOD plaatst een vraagteken bij de constatering dat Laarbeek over een uitgebreid netwerk en fiets- en wandelpaden beschikt. Het feitelijke fietsnetwerk is vooral gelegen langs verbindingswegen en draagt minder bij aan natuurbeleving en gezondheidsbevordering. In Laarbeek is meer behoefte aan de aanwezigheid van (wandel)fietspaden, gericht op recreatie en natuurbeleving, ook voor minder mobiele wandelaars. Het huidige fietsroutenetwerk gaat te vaak uit van fietsen over bestaande binnenwegen. Deze zijn soms onveilig door druk verkeer en sluipverkeer. Fietsroutes zijn nodig door of langs de rand van de Lieshoutse bossen en om de getransformeerde, voormalige agrarische bedrijven te kunnen bereiken. In dit verband wordt verwezen naar het conceptplan ‘Optimalisatie ZOD-wandelroutenetwerk Mariahout 2021’.

De stelling dat het buitengebied van Laarbeek volledig is voorzien van glasvezel, is niet correct. Dit ontbreekt in elk geval in het gebied Ginderdoor. Het is ZOD niet duidelijk geworden welke (on)mogelijkheden er in het buitengebied zijn voor opslag van materialen of vestiging van zzp-ers voor opslag en verkoop en hoe zich dit verhoudt tot bedrijvigheid op industrie- en bedrijventerreinen. De visie moet hierin duidelijkheid verschaffen. ZOD kan instemmen met de doelstelling om het Laarbeekse beleidskader huisvesting arbeidsmigranten te moderniseren, zowel voor de grote als de kleine werkgever. De overschrijding van de normtijd in het kader van de brandveiligheid bij drie logiesgebouwen aan de noordzijde van Mariahout is niet aanvaardbaar. Vervolgens wordt aangegeven dat de opkomsttijd waarschijnlijk beter zal zijn door de samenvoeging van meldkamers. ZOD wil graag de een bevestiging dat de opkomsttijd niet waarschijnlijk beter is, maar zéker binnen de vastgestelde maximale opkomsttijd van 18 minuten. ZOD gaat ervan uit dat zij in een vroeg stadium wordt betrokken bij eventuele nieuwe ontwikkelingen ter plaatse van het MOB-complex.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

42

Reactie A. Uitgangspunt in de communicatie was het digitaal toegankelijk maken van de ontwerpomgevingsvisie. Deze keuze is ook ingegeven op basis van duurzaamheid (onnodig papierverbruik voorkomen). Er zijn bovendien een animatiefilm en een samenvatting aan de gemeentelijke website toegevoegd om de toegankelijkheid van het document verder te vergroten. Vervolgens is in verband met de grote belangstelling voor een papieren exemplaar, alsnog besloten de gedrukte versies te verstrekken. Daarbij heeft reclamant de papieren versie gelijktijdig met de overige belanghebbenden ontvangen. De gemeente zal nog een standpunt bepalen hoe in de toekomst hiermee om te gaan, alsmede hoe om te gaan met het aanbieden van informatie in de vier dorpshuizen. B. De gebiedsindeling wordt streng gehanteerd. Het gemotiveerd afwijken van de gebiedsindeling leidt op termijn tot precedenten op een glibberig pad dat niet meer kan worden hersteld. De gemeente kent de praktijk. C. De bebouwingsvrije zone speelt in Mariahout inderdaad geen rol in verband met de vrije ligging van deze kern. De gemeente doet in een openbaar stuk geen uitspraken over afweegbare gebieden voor woningbouw. D. De keuze is gemaakt om het Pionierslandschap en het Aa-landschap aan te merken als ‘toekomstbestendige agrarische ontwikkelgebieden’.

Binnen deze gebieden heeft grootschalige landbouw op basis van vaste regelgeving geen vrij spel, maar deze keuze impliceert wel dat er niet actief wringende functies - zoals alternatieve woonvormen worden toegevoegd. E. Reclamant refereert aan de samenwerkingsovereenkomst die door de gemeente is aangegaan met de ontwikkelingsorganisatie ruimte-voor-ruimte. Hierbij zijn in de overeenkomst expliciet de bestedingsdoelen van de ruimte-voor-ruimte gelden opgenomen. De ontwikkelingsorganisatie (de provincie Noord-Brabant) dient met deze doelen in te stemmen en heeft ingestemd met de besteding aan de herontwikkeling van de Heuvel in Lieshout. Het is derhalve zonder het openbreken van de overeenkomst niet mogelijk om de gelden aan andere doelen te besteden (bijvoorbeeld de problematiek horeca/wonen in Mariahout). F. Aan de vergunning die noodzakelijk is voor het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen, wordt al de eis opgenomen om de voorzieningen landschappelijk in te passen. G. Er wordt een Omgevingsfonds opgericht waarin afdrachten worden gestort vanuit de vergunde zonneparken. Mocht er ooit een windpark vergund worden dan zal een dergelijke afdracht worden geëist. De spelregels voor uitgaven uit het fonds zijn nog niet vastgesteld, een plan hiervoor zal begin 2022 in de raad worden behandeld.

De opmerking dat Meierijstad hierbij betrokken moet worden (en/of de inwoners die in Meierijstad nabij een Laarbeeks project wonen), wordt daar zeker in meegenomen. H. Met de Ginderdoor / Provinciale weg / Herendijk / Lieshoutseweg zijn twee prima en veilige hoofdroutes beschikbaar voor de schoolgaande jeugd en overige fietsers. De keuze is dan ook aan de jongeren zelf (en de ouders). I. Zie reactie H. J. Er wordt op dit moment naar aanleiding van de Bereikbaarheidsagenda onderzoek verricht naar de haalbaarheid van een snelfietspad aan de noordzijde van het Wilhelminakanaal. Dit fietspad zou de potentie kunnen hebben als alternatief voor de Sonseweg. In afwachting van de onderzoeksresultaten worden initiatieven voor de Sonseweg geparkeerd. K. De fietspaden liggen met name langs drukke wegen, omdat er meer weggebruikers zijn op deze wegen. Door een fietspad te realiseren, zijn gemotoriseerd en niet gemotoriseerd verkeer gescheiden. Uitgangspunt bij andere wegen is dat de verschillende gebruikers op een gezamenlijke manier gebruik kunnen maken van de wegen, omdat ze minder druk zijn. Wat betreft de bestaande fietsroutestructuur: deze bevindt zich deels langs verbindingswegen, omdat het fietsroutenetwerk gemeentegrensoverschrijdend is en juist de bedoeling heeft de verschillende dorpen in de regio aan elkaar te verbinden.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

43

L.

M.

N.

O. P.

Q. R. S.

27.

De gemeente gaat met betrekking tot wandelpaden voor minder mobiele inwoners nog met reclamant verder in gesprek in het kader van het conceptplan ‘Optimalisatie ZODwandelroutenetwerk Mariahout 2021’. Nu verbreding van landbouwwegen om meerdere redenen niet tot de mogelijkheden behoort (beschikbaarheid ruimte, eigendomssituaties, robuuste en karakteristieke laanbeplanting), wil de gemeente landbouwpasseerstroken onderzoeken. Dit betekent dat de landbouwwegen zich nog steeds niet zullen lenen voor veilig verkeer van fietsers en wandelaars. De fiets- en wandelmogelijkheden in Laarbeek beperken zich niet tot het knooppuntennetwerk. Zo zijn er ook losse routes zoals de Waterpoort fietsroute en de ‘ommetjes’ van Zorg om het Dorp. Dit alles maakt ons inziens dat er een uitgebreid netwerk is van wandel- en fietsmogelijkheden. Wat betreft het knooppuntennetwerk voor fietsers in Laarbeek: dit netwerk is Laarbeek dekkend. Een belangrijk aspect is de verbinding de buurtgemeentes. Een gemiddelde fietstocht is immers langer dan het doorkruisen van één gemeente. Daarom wordt er ook gebruik gemaakt van verbindingswegen. Gezien de te overbruggen afstanden is het fietsnetwerk minder fijnmazig dan het wandelnetwerk. Lokale routes kunnen echter bijdragen om het diverse aanbod van Laarbeek te laten zien. Ook kan hierin een afwisseling aangeboden worden wat betreft ondergrond van de paden.

Het conceptplan ‘Optimalisatie ZOD-wandelroutenetwerk Mariahout 2021’ is bij de gemeente bekend. Gemeente heeft aangegeven hierover met reclamant verder in gesprek te gaan en de verschillende belangen tegen elkaar af te wegen. Zoals onder antwoord M. omschreven is Laarbeek gebaat bij een divers aanbod aan routes. Dit impliceert ook dat niet elke pad voor iedereen toegankelijk moet zijn. Op basis van een KLIC-melding constateert de gemeente dat aan de Ginderdoor in elk geval E-Quest en Reggefiber voor een aansluiting op glasvezel beschikbaar zijn. In het bestemmingsplan buitengebied is nu een wijzigingsmogelijkheid opgenomen voor statische binnenopslag tot 1.000 m2, mits het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd. Bij sloop kan de oppervlakte worden uitgebreid tot 2.000 m2. Detailhandel is niet toegestaan. In het kader van de Brede Plattelandsbestemming zal deze bepaling nader worden bestudeerd. Het beleidskader huisvesting arbeidsmigranten wordt momenteel aangepast en gemoderniseerd. In het nieuwe dekkingsplan voor Laarbeek van de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost zal de consequentie van de samenvoeging van de meldkamers Eindhoven en ’sHertogenbosch worden doorgerekend. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen het MOB-complex wordt ZOD in een vroeg stadium betrokken. Op dit moment is hiervan nog geen sprake. IVN Laarbeek, Ribbiusstraat 1 te Lieshout

Zienswijze A. Voor de visie zou een totaalkaart met de bestaande groenstructuren boven op de kaart met de verschillende deelgebieden veel inzicht geven in wat voor natuur mogelijk/noodzakelijk is. Hierbij moet ook aandacht zijn voor structuren net buiten Laarbeek. B. Een aantrekkelijk buitengebied is een gebied met variatie. In vijf van de acht deelgebieden staat het voedselbos op oranje. Juist deze elementen in het buitengebied kunnen erg interessant zijn voor de biodiversiteit. Verpaupering van vervallen schuren of stallen kunnen ook waarde hebben voor diversiteit. C. Het opwekken van duurzame energie wordt nu ingezet op landbouwgronden. Het is jammer dat niet meer wordt ingezet op bestaande en nieuwe dakoppervlakken, conform de zonneladder. D. Het gebouw van het IVN - De Bimd - en omgeving leent zich goed voor het opzetten van een natuurschool. Een samenwerkingsverband zou onder verantwoordelijkheid van

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

44

E.

F. G.

H. I.

een portefeuillehouder een dergelijke doelstelling kunnen verwezenlijken. IVN vraagt het college een onderzoek te doen naar de mogelijkheden. Van de zes weidevogelgebieden die Laarbeek rijk is, zijn er twee ook aangewezen voor grootschalige energie-opwek. Het gaat om de blauwe poort en het gebied in Mariahout tussen de Vossenberg, de Rooijseweg de Heidedreef en de Veghelsedijk. Bij ontwikkelingen in deze gebieden zou sprake moeten zijn van het voorzorgprincipe waarbij ontwikkelingen niet leiden tot een verdere afname van de vogels. Hernieuwde aandacht voor poelen lijkt op zijn plaats. Een aantal jaren geleden is een 110-tal poelen in Laarbeek in kaart gebracht. Meer aandacht voor behoud en beheer van zandpaden is op zijn plaats. Ook bomen langs verharde binnenwegen dragen bij aan natuur en milieu. Het zomaar ruimen om verkeerstechnische redenen is geen goed signaal voor een gemeente die voorstaat een groene gemeente te zijn. De blauwe poort zou in het Natuur Netwerk Brabant opgenomen moeten worden. In het woonbos Molenheide worden steeds meer percelen met hoge hekken afgezet, ook voor hondenuitlaat. Dit maakt het voor migratie van dieren moeilijker. Kunnen de drie betrokken gemeenten werken aan een gezamenlijk plan.

Reactie A. Een kaart met bestaande groenstructuren zou voor de herkenbaarheid een meerwaarde kunnen hebben. Dat geldt echter ook voor wegen en gebouwen. Het kaartje op pagina 41 en 60/61 heeft een ondergrond in grijstinten. Die sluiten niet altijd op de feitelijke situatie m.b.t. bos/natuur aan. B. Wanneer het voedselbos op oranje staat, betekent dit dat het nog steeds mogelijk is. Oranje betekent alleen dat er een nadere afweging gemaakt wordt en dat er voorwaarden gesteld kunnen worden. In alle deelgebieden zijn voedselbossen mogelijk, maar niet op elke plek. Er zijn landschappelijke situaties waar aanplant niet wenselijk is (bijvoorbeeld op oude akkercomplexen). De oranje kleur geeft de gemeente de mogelijkheid om die nadere afweging te kunnen maken en beargumenteerd te kunnen onderbouwen waarom een voedselbos op een bepaalde locatie wel of niet wenselijk is. C. De gemeente zet zeker in op zon op bestaande en nieuwe dakoppervlakken, hierover zal een opmerking worden toegevoegd in de Omgevingsvisie. De zonneladder wordt genoemd in de Visie Grootschalige Opwek (vastgesteld in 2019) en in de Regionale Energie Strategie (vast te stellen in 2021) en ligt daarmee aan de basis van onze lokale duurzame energiestrategie. Een verwijzing hiernaar wordt in de Omgevingsvisie toegevoegd. D. De gemeente staat positief tegenover deze ontwikkeling.

Een natuurschool (of Natuur Educatie Centrum) kan op het gebied van bewustwording, educatie en ontmoeting van enorme betekenis zijn. In het Lokaal preventieakkoord is opgenomen dat de gemeente inzet op een gezonde leefomgeving. Hier horen bijvoorbeeld activiteiten in het groen bij, maar ook educatie hoort bij dit speerpunt. In het beleidsplan 2019-2022 is opgenomen dat we ontmoeting willen faciliteren en de gemeenschap willen versterken en dichter bij elkaar willen brengen (op een manier waarin iedereen mee kan doen op zijn of haar eigen manier: inclusie). De gemeente wil dit initiatief met raad en daad ondersteunen, maar IVN Laarbeek is proceseigenaar en trekker van het initiatief. In paragraaf 9.8 en de omgevingsagenda (hoofdstuk 10) zal het initiatief worden benoemd. E. Weidevogels en grootschalige energie-opwek (met name zonneparken) kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Daarom is de landschappelijke inpassing en een flora- en faunatoets een belangrijk onderdeel van een plan voor een zonnepark. Bij een juiste invulling neemt de biodiversiteit per saldo vaak toe bij de realisatie van een zonnepark op agrarische grond. Om dat te borgen stelt de gemeente duidelijke vergunningvoorschriften op en werkt zij met anterieure overeenkomsten om zaken te borgen.

Het toepassen van een voorzorgbeginsel gaat wat ver omdat niet ondenkbaar is dat niet de aanleg van een zonnepark, maar juist het handhaven van de status-quo (intensief agrarisch gebruik) leidt tot een verdere afname van de vogelstand. Deze trend is immers al jaren duidelijk zichtbaar. Een zonnepark kan dus ook een kans zijn

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

45

F. G.

H.

I.

op een verbetering. Met de juiste voorschriften probeert de gemeente daar op in te zetten. De gemeente onderschrijft deze opmerking. Echter, de omgevingsvisie is niet de plek om hier gedetailleerd op in te gaan. Dit past beter in een beheerplan. Het belang van zandpaden staat niet ter discussie. In paragraaf 9.8 besteedt de visie hieraan uitgebreid aandacht. Het probleem van de oneigenlijk afgesloten zandwegen is een terechte opmerking, maar dit is vooral een handhavingskwestie. Niettemin kan dit in de omgevingsvisie als actiepunt benoemd worden. In hoofdstuk 10 wordt in de omgevingsagenda de tekst onder I1 ‘verbreed’ naar ‘Het handhaven van LIR-afspraken uit het verleden en de instandhouding van groen, landschapselementen en zandpaden’. Het lichtzinnig weghalen van bomen om verkeerstechnische redenen is niet aan de orde. De gemeente is zich bewust van de waarde van deze bomen. De meeste bomen staan op de Groene Kaart en kunnen dus nooit zonder goede reden gerooid worden. Daar zal altijd een vergunning en dus een goede motivatie voor nodig zijn. De gemeente gaat daarbij niet over één nacht ijs. De gemeente gaat niet over de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant. Het is de provincie die daarover beslist.

Er kunnen niet ‘zomaar’ hectares aan het NNB worden toegevoegd, maar het staat appellant vrij om hierover in overleg te gaan met de grondeigenaar (Waterschap Aa en Maas) en een verzoek aan de provincie te richten. De invloed van de gemeente Laarbeek op het gebied Molenheide is nihil. De gemeente heeft ter plaatse geen eigendommen en kan niet bepalen wat er op particuliere gronden gebeurt. De gemeente is het eens met reclamant en zou graag minder hekken zien.

28. De heer Harry van der Heijden, Raadhuisplein 2 te Beek en Donk Zienswijze A. De visie van reclamant is dat er voor iedere bewoner in het buitengebied gelijke mogelijkheden moeten zijn. Gelijkwaardigheid voor iedereen die er woont. Er wordt een aantal vragen gesteld m.b.t. de uitwerking van de Brede Plattelandsbestemming, bijvoorbeeld: zijn de verschillende wijzigingen in bestemmingen/functies mogelijk bij alle bestemmingen? B. Met betrekking tot beeldkwaliteit: is er straks alleen nog maar historiserende architectuur mogelijk in het buitengebied? En geen mogelijkheden tot moderneeigentijdse architectuur? Het moet mogelijk zijn om een moderne vertaling te kunnen geven aan bouwen in het buitengebied, bijvoorbeeld schuurwoningen. Wel moet de schaal en stijl passen in de plattelandsomgeving. Meer sturen met regels op hoogtes van gebouwen en maximale oppervlaktes per gebouw. C. Wie bepaalt straks de beeldkwaliteit? Als je de mensen vraagt met grote interesse voor het historisch aspect, dan zul je ook een beeldkwaliteitsplan krijgen met een historisch karakter. Worden hier ook lokale deskundigen voor benaderd. Reclamant wil best meedenken. D. Er is de laatste decennia willekeur geweest met betrekking tot het behoud van beeldbepalende panden. Dit geldt vooral voor boerderijen.

Reclamant pleit voor meer duidelijkheid voor de eigenaren van deze panden, zodat ze op voorhand weten wat wel en niet kan. Moet een boerderij behouden worden en gerestaureerd of is complete herbouw mogelijk? Er zijn eigenaren die voor restauratie kiezen en eigenaren die voor totale herbouw van de boerderij. In het laatste geval mag je eisen dat herbouw overeenkomstig de oude bebouwing teruggebracht moet worden. E. Op veel plekken schrijft het bestemmingsplan archeologisch onderzoek voor. Waar worden deze gebieden op geselecteerd? Is er op die plekken ook echt iets archeologisch waardevols te verwachten? Kan het onderzoek niet worden geconcentreerd op plekken waar een sprake is van een grote verwachting? Reclamant is er een groot voorstander van om niet onnodig rapporten te laten opstellen. De bijbehorende kosten schrikt initiatiefnemers af om iets te ondernemen.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

46

Reactie A. Dit is nog de grote vraag. Bij voorkeur zou de gemeente de brede plattelandsbestemming ook daadwerkelijk zo breed mogelijk willen inzetten. Echter, de gemeente dient de balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid (voor omwonenden) ook te bewaken. Bovendien is niet bekend hoe ver de provincie als hoeder van het buitengebied de teugels wil laten vieren. B. In historische bebouwingsconcentraties wil de gemeente inderdaad ter wille van de authenticiteit inzetten op historiserende architectuur. Of dit ook het doel is voor het overig buitengebied valt nog te bezien. Bij het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied zullen meerdere scenario’s de revue passeren. C. Fijn dat reclamant wil meedenken in het totstandkomingsproces. De gemeente heeft het aanbod in de oren geknoopt. D. In het erfgoedbeleid 2021-2026 is opgenomen dat de lijst met beeldbepalende en cultuurhistorische panden wordt herzien. Ook de richtlijnen voor omgang met cultuurhistorische panden worden verduidelijkt voor eigenaren. Dit zal vervolgens verwerkt worden in het omgevingsplan. Het huidige uitgangspunt wat betreft beeldbehoudende panden is dat beeldbepalende zijdes en de dakconstructie zo veel mogelijk behouden worden. De oude constructie, de gebruikte materialen en bouwsporen zijn allemaal onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de panden. E.

De archeologische dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op basis van zorgvuldig uitgevoerd archeologisch onderzoek en gebruikte regionale en landelijke verwachtingsmodellen. De gevraagde archeologische rapporten hebben tot doel om vroegtijdig in het planproces te weten of er rekening moet gehouden worden met archeologie in de planvorming en de uitvoering. Indien de gemeente dit niet zou vragen, is de kans groot dat veel bouw- en aanlegwerkzaamheden stilgelegd moeten worden omdat er archeologische resten worden aangetroffen die veiliggesteld moeten worden. 29. J.J.M. van Hout, Lekerstraat 12 te Beek en Donk Zienswijze A. De bewoners van de Lekerstraat wensen de genoemde 60 km/uur-wegen uitgebreid zien met de Lekerstraat, in aansluiting op de Peeleindseweg. Er zijn in de Lekerstraat veel in- en uitritten en meerdere stroken zonder vrij liggend fietspad. Bovendien wordt er nauwelijks rekening gehouden met de toegestane snelheid van maximaal 60 km/uur. Dit leidt met name in de ochtend- en avondspits tot extreem gevaarlijke situaties in verband met de vele fietsende schoolgaande kinderen. De inrichting voldoet niet of beperkt aan de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Reactie A. Deze omgevingsvisie heeft alleen betrekking op het buitengebied. Het buitengebied begint daar waar de komborden staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=07245888-3375-4e59-8f1c-95147088a9ca