CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20211117 Nota van beantwoording en wijziging Omgevingsvisie Buitengebied (geanonimiseerde versie).pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 17 november 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie (buitengebied)33.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De door reclamant geschetste problematiek (met name onveiligheid door het ontbreken van een vrijliggend fietspad) doet zich voor binnen de bebouwde kom. Dit neemt niet weg dat de zorgen ter sprake zullen worden gebracht in de gemeentelijke verkeerswerkgroep. Hierbij is ook de dorpsraad Beek en Donk aangesloten. Mocht het op dat moment nog wenselijk of noodzakelijk zijn, dan zal dit verzoek ook worden meegenomen in de omgevingsvisie voor de vier kernen (binnen de bebouwde kom) die in 2022 wordt opgepakt. 30. J.L.H. Bekx, Sluisweg 3 te Lieshout Zienswijze A. In hoofdstuk zeven van de visie dat in het Mozaïeklandschap in de toekomst geen grootschalige landbouw meer mogelijk is. Het agrarisch bedrijf van reclamant ligt in dit gebied. Hier is dus sprake van een toekomstige belemmering voor zijn bedrijf. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

47

B.

Toekomstige plannen voor uitbreiding van het bedrijf worden gesaboteerd. Elk bedrijf moet immers de mogelijkheid hebben om in de toekomst te kunnen uitbreiden. De voorwaarden voor het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een zogenaamde plattelandswoning zijn te streng. Er zal dan ook maar weinig gebruik van worden gemaakt. De bedrijfswoning kan nooit verkocht worden aan derden (geen agrariërs) zonder eerst de stallen te moeten slopen. Dit ziet reclamant als kapitaalvernietiging van het bedrijf. Het zou een vrije keuze moeten zijn aan wie men de woning verkoopt. Bij eventuele verkoop aan derden mag dit geen belemmering veroorzaken voor andere agrarische bedrijven. Dit laatste is terecht.

Reactie A. Vooropgesteld, de bestaande rechten van een agrarisch bedrijf zoals vastgelegd in het geldende bestemmingsplan worden te allen tijde geëerbiedigd. Indien de bestaande rechten al een bepaalde mate van grootschalige doorgroei mogelijk maken, dan zal gemeente hierin geen wijzigingen aanbrengen. Het doorgroeien boven de bestaande rechten uit - iets wat in de praktijk overigens aan diverse zware randvoorwaarden is gebonden - behoort binnen het lintenlandschap niet meer tot de mogelijkheden. De gemeente wil nu de transformatie naar alternatieve vormen van landbouw (kringlooplandbouw, natuur-inclusieve landbouw, multi-functionele landbouw) al inzetten. Het is in dat licht daarom niet verstandig om alle agrarische bedrijven doorgroeimogelijkheden te blijven bieden. De noodzakelijke afbouw van de ‘traditionele’ landbouw wordt dan op termijn alleen maar lastiger en duurder. B. De omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar een plattelandswoning is grotendeels vastgelegd in landelijke regelgeving (Wet plattelandswoningen uit 2013). De gemeente heeft hierop derhalve geen invloed. Bij deze regelgeving is rekening gehouden met jurisprudentie zoals die in de loop der jaren op dit vlak al is ontstaan. Juist door de mogelijkheid van een ‘bestemming plattelandswoning’ te creëren, is een opening ontstaan in de milieu-regelgeving die muurvast zat.

Overigens, de bedrijfswoning zou ook gebruikt kunnen worden als niet-agrarische bedrijfswoning. 31. TenneT, Utrechtseweg 310 te Arnhem Zienswijze A. Binnen de gemeente Laarbeek bevinden zich langs de oostgrens twee hoogspanningsverbindingen en één hoogspanningsstation die deel uitmaken van het landelijk hoogspanningsnet en die in beheer en eigendom zijn van TenneT. Het landelijk hoogspanningsnet is aangewezen als vitale infrastructuur. TenneT is verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net. Tennet verzoekt de gemeente om op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur. B. Deze ruimtelijke functie is niet doorvertaald op de verbeelding van de omgevingsvisie. TenneT verzoekt toevoeging van deze functie op de verbeelding te overwegen, zodat een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt. C. Ontwikkelingen met betrekking tot het Biezenlandschap (hoofdstuk 7.4), het Aalandschap (hoofdstuk 7.6), het Ontwikkellandschap (hoofdstuk 7.7), hoofdstuk 9.7 en hoofdstuk 10 kunnen invloed hebben op een ongestoorde werking van de hoogspanningsinfrastructuur. Met name het (wellicht vergunningvrij) toestaan van kleinschalige windturbines is voor TenneT niet wenselijk. Eveneens kan de beekdalontwikkeling en reservering waterberging een mogelijke ontwikkeling zijn waarover afstemming gewenst is.

Indien gewenste ontwikkelingen zich in de nabijheid van de assets of binnen de belemmeringsstrook van de hoogspanningsverbinding bevinden, dan verzoekt TenneT om vroegtijdige afstemming. D. Ook TenneT nodigt de gemeente uit om mee te denken over het op een duurzame wijze opnemen van het hoogspanningsnet in omgevingsplannen. Tevens is een mailadres opgenomen om de plannen voor vooroverleg naartoe te sturen.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

48

Reactie A. De gemeente is zich bewust van het belang van het hoogspanningsnet als vitale infrastructuur voor onze stroomvoorziening en onze taak om zorg te dragen voor een onverstoorde werking van dit net. Uiteraard blijft zij daar rekening mee houden bij toekomstige ontwikkelingen. B. De hoogspanningsverbinding langs de oostgrens van de gemeente is zichtbaar op de afbeelding met leidingen en buizen op pagina 72 van de visie. C. Het is niet de bedoeling van de gemeente om vergunningsvrij kleinschalige windturbines toe te staan. Mochten er in de toekomst vergunningen worden overwogen voor windturbines (kleinschalig of grootschalig) dan zal uiteraard in een vroeg stadium overleg plaatsvinden met TenneT en Enexis, waarbij de onverstoorde werking van het elektriciteitsnet een voorwaarde is voor het overwegen van een vergunning. D. De gemeente dankt TenneT voor het aanbod. 32.

De heer Mark van Zutphen, De Hei 55 te Mariahout

Zienswijze A. De Hei is een gehucht met een oorspronkelijk boerenlandschap waarin burgers en boeren in goede harmonie wonen en werken. Het kenmerkende cultuurhistorische karakter van de Hei is waardevol en dient behouden te worden. En vormt tevens de basis voor een grote onderlinge betrokkenheid van de buurt en de buren en een sterke en levendige buurtvereniging. De grens tussen het Lintenlandschap en het grootschalig Pionierslandschap wordt gelegd op de Hei. B. De kenmerken van de Hei passen veel beter binnen de kenmerken van het Lintenlandschap dan bij het grootschalig Pionierslandschap. En dit geldt tevens voor de ontwikkelingsrichting van beide gebieden. Plaatsing binnen het Pionierslandschap is een directe bedreiging voor buurtschap de Hei. Reclamant pleit daarom voor het herzien van de grens tussen het Pionierslandschap en het Lintenlandschap en het starten van een dialoog over het behoud en het verbeteren van de cultuurhistorische waarde van het gehucht. Reactie A. Ter plekke doet zich inderdaad de bijzondere situatie voor dat het gebied ten noorden van De Hei zich landschappelijk aanzienlijk anders toont dan het gebied ten zuiden van De Hei. Vandaar ook dat De Hei als snijlijn fungeert tussen het Lintenlandschap en het Pionierslandschap.

De beleidsmatige gevolgen hiervan doen zich in Laarbeek in geen enkele andere bebouwingsconcentratie zo opmerkelijk voor dan aan De Hei. Dit is echter geen reden om te marchanderen en te schuiven met deze deelgebieden. De ontstaansgeschiedenis en visueel-ruimtelijke uitstraling is wat het is. Toch meent de gemeente de beleidsmatige gevolgen te moeten verzachten door enkele aanpassingen door te voeren in het verkeerslichtmodel. Binnen het Pionierslandschap blijft ‘grootschalige landbouw’ op ‘groen’, uitgezonderd de historische en niet-historische bebouwingsconcentraties. Binnen de aangewezen bebouwingsconcentraties verschuift het perspectief voor grootschalige landbouw naar ‘oranje’, waardoor afhankelijk van de situatie ter plekke altijd een nadere afweging noodzakelijk is (maatwerk). Deze gewijzigde denklijn heeft dan uit oogpunt van consistentie dezelfde gevolgen voor het andere ‘toekomstbestendig agrarisch ontwikkelgebied’: het Aa-landschap. Aan de zuidzijde van De Hei (‘het Lintenlandschap’) verschuift grootschalige landbouw om een andere reden van ‘rood’ naar ‘oranje’ (zie de reactie bij 24F). Enkel de historische bebouwingsconcentraties komen voor wat betreft ‘grootschalige landbouw’ ‘op rood’. De gemeente realiseert zich dat deze cryptische omschrijving veel eenvoudiger leesbaar is na de vertaling in het verkeerslichtmodel.

Het komt er voor De Hei in elk geval op neer dat voor de volledige bebouwingsconcentratie (ten noorden en zuiden van De Hei) code oranje geldt bij een aanvraag voor grootschalige landbouw. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

49

B.

Oftewel, de plaatselijke situatie en omstandigheden (‘woon- en leefklimaat’) zijn volledig bepalend voor het al of niet meewerken aan grootschalige landbouw. Daarmee hoopt de gemeente - met instandhouding van het grote plaatje - de nadelige consequenties voor De Hei te reduceren. Zie reactie A.

33. M.P. Vesters, De Hei 49 te Mariahout Zienswijze A. Volgens de ontwerp-omgevingsvisie treedt de Omgevingswet in werking op 1 januari 2022. De wet treedt echter in werking op 1 juli 2022. De nieuwe invoeringsdatum was in mei 2022 bekend. B. De gemeente kiest ervoor om de omgevingsvisie niet te onderwerpen aan een MERproces. Een plan-MER is echter verplicht omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor m.e.r. (beoordelings)-plichtige besluiten. C. In diverse kennisgevingen is gesproken van een ontwerp-omgevingsvisie en van een concept-omgevingsvisie. Waar kunnen mensen nu een zienswijze over indienen, het ontwerp of het concept? D. In de ontwerp-omgevingsvisie worden meerdere gebieden aangewezen voor mogelijke opwekking van duurzame energie. Maar alleen het pionierslandschap is meegenomen bij de Regionale Energiestrategie (RES) van de Metropoolregio Eindhoven. De andere gebieden zijn hier niet in meegenomen. En alleen op het gebied ten noorden van Mariahout is een voorkeursrecht opgelegd. Blijkbaar heeft de gemeente al een keuze gemaakt. E. Voor zonne-energie wil men landbouwgebieden gebruiken waardoor kans bestaat op aantasting van de biodiversiteit, waardoor langdurige schade ontstaat aan landbouwgrond. Zonnepanelen dienen boven verhard oppervlak worden geplaatst (daken, parkeerplaatsen, pleinen). F. De voorkeur is om windenergie offshore te halen in plaats van op land. G.

Waterstof heeft volgens diverse wetenschappers meer potentieel dan elektra. De Gasunie is op dit moment bezig om aardgasleidingen gereed te maken voor waterstoftransport. Planning 2030 operationeel. Deze leiding loopt door Gemert-Bakel. Laarbeek kan daarop aansluiten. H. Ter verfijning van de hoofdstructuur van beken en waterlopen en bos- en natuurgebieden is er een viertal groene dwarsverbindingen beoogd. Dat lijkt reclamanten dan niet de juiste plek voor zonneparken of windmolens. I. In hoofdstuk 5 wordt een trend gesignaleerd dat de consument meer behoefte heeft aan zingeving, waarbinnen authenticiteit, puurheid, rust en ruimte en een onbedorven, natuurlijke omgeving hun plaats krijgen. Zonneparken of windmolens passen niet in deze omgeving. J. De visie van de gemeente om de bebouwing authentiek te houden komt niet overeen met het plaatsen van wind of zonne-energie. K. In het gebied komen beschermde diersoorten voor. L. De ligging in mooi landelijk gebied bepaald mede de waarde van de woning. Als er windmolens worden geplaatst kan de waarde van de woning dalen tot wel 50%. Reactie A. Dit is uiteraard bekend bij de gemeente. Voor de gemeente is de datum van inwerkingtreding immers een belangrijke deadline om diverse zaken op orde te krijgen. En deze verschuiving in tijd wordt daarom op de voet gevolgd. De ontwerpomgevingsvisie is echter over een langere periode geschreven.

De eerste hoofdstukken met daarin de onjuiste datum van inwerkingtreding is ingehaald door de tijd. In een laatste controle van het document is deze foutieve datum over het hoofd gezien. De datum wordt aangepast. B. De beleidsvisie grootschalige opwek van duurzame energie gaat uit van één windmolenpark bestaande uit 3-5 windmolens. Daarmee zou de visie enkel onder vigeur NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

50

C. D.

E.

F.

G.

H.

I.

J.

van het nieuwe Omgevingsbesluit MER-beoordelingsplichtig worden. Dit omgevingsbesluit treedt echter niet eerder dan (vooralsnog) 1 juli 2022. Het lijkt de gemeente ook veel logischer en effectiever om het verzoek voor een concreet project aan een MER-beoordelingstraject te onderwerpen. Locatie en impact zijn dan bekend. De termen ontwerp en concept worden in de volksmond door elkaar gebruikt. Het gaat in dit geval om hetzelfde. De formele benaming is ontwerp-omgevingsvisie. De zienswijze is in goede orde ontvangen, dus veel onduidelijkheid zal er niet zijn geweest. Het is belangrijk om hier de volgorde van het beleid te begrijpen. De Visie Grootschalige Opwek is vastgesteld in 2019. Daaruit komen de kaarten die ook in de Omgevingsvisie zitten. De RES bestond toen nog niet. Onder andere naar aanleiding van die kaarten zijn in de RES zoekgebieden in Laarbeek geïdentificeerd. Dat zijn er twee: een voor zon en wind (ten noorden van Mariahout) en een voor zon in combinatie met natuur (rondom de Blauwe Poort). Voor beide zet de gemeente zich in: in het gebied ten noorden van Mariahout is voorkeursrecht gevestigd juist om de regie bij de gemeente te houden, en is een Omgevingsdialoog gaande. In het gebied rondom de Blauwe Poort zijn twee zonneparken vergund. De gemeente voldoet daarmee aan de eisen en prioriteiten uit de RES.

Ondertussen blijven de bredere zoekkaders zoals ze in de Omgevingsvisie staan nog altijd relevant voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen. De gemeente heeft dus nog geen keuze gemaakt, maar volgen de prioritering van de RES terwijl de gemeente zelf een breder kader blijft hanteren, ook in de Omgevingsvisie. De gemeente zet zeker in op zon op bestaande en nieuwe dakoppervlakken, hierover zal een opmerking worden toegevoegd in de Omgevingsvisie. De zonneladder wordt genoemd in de Visie Grootschalige Opwek (vastgesteld in 2019) en in de Regionale Energie Strategie (vast te stellen in 2021) en ligt daarmee aan de basis van onze lokale duurzame energiestrategie. Toch redden Nederland en Laarbeek het niet om met alleen zon op daken en verharde oppervlakken onze energiebehoefte te verduurzamen. Bij het vergunnen van zonneparken worden wel eisen gesteld aan het behoud van biodiversiteit, dit is te vinden in de Visie Grootschalige Opwek (hoofdstuk 4). In het Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie is vastgelegd dat alle gemeenten een bijdrage leveren aan de opwek van grootschalige duurzame energie, ook Laarbeek neemt daarin haar verantwoordelijkheid: alleen verwijzen naar wind op zee is niet voldoende. De gemeente probeert dat wel op een zorgvuldige manier te doen, bijvoorbeeld door gebieden bij voorbaat uit te sluiten.

Zij erkent dat windmolens mogelijk nadelen met zich meebrengen zoals verandering in de horizon, geluidsoverlast of nadelige effecten op de natuur. De Omgevingsvisie en Visie Grootschalige Opwek dienen juist om een zorgvuldig toetsingskader te maken waarin deze nadelen afgewogen kunnen worden tegen het voordeel van duurzame energie opwek en het invullen van onze verplichting. Voor het maken van waterstof zijn grote hoeveelheden (groene) stroom nodig. Een duurzaam energiesysteem gebaseerd op waterstof is zeker interessant, ook mogelijk voor Laarbeek, en de gemeente laat zich daar goed over informeren. Maar onderdeel van zo’n systeem is altijd het opwekken van elektriciteit door bijvoorbeeld zon of windenergie. Grootschalige energie kan soms hand in hand gaan met natuurontwikkeling, een voorbeeld is het voorgenomen zonnepark De Liesvelden waar zon wordt gecombineerd met beekherstel. De gemeente is het met reclamant eens dat in deze gebieden extra strikt getoetst moet worden op meerwaarde voor de (natte) natuuropgave in het gebied. In het buitengebied concurreren veel functies om ruimte, zoals wonen, rust en In het landgebruik in het buitengebied moet een balans worden gevonden tussen agrarisch gebruik en andere functies, zoals grootschalige energie.

Door een goede inpassing probeert de gemeente deze belangrijke nieuwe functies in het landschap te integreren met zo min mogelijk verstoring. De gemeente streeft ernaar om ons gebied zo authentiek mogelijk te houden, maar tegelijk zien we dat nieuwe functies zoals grootschalige agrarische bedrijvigheid en duurzame energie een plaats moeten krijgen. Zij probeert die functies wel zo zorgvuldig mogelijk in te passen, zodat ze de omgeving zo min mogelijk verstoren. Hoe de

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

51

K.

L.

34.

gemeente dat doet voor zonne- en windenergie is te lezen in de gemeentelijke Visie Grootschalige Opwek (2019: hoofdstuk 3 en 4). Bij het afgeven van een vergunning voor grootschalige energie zal altijd worden gekeken naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten. Door goede locatiekeuze en inpassing wordt schade aan de flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen. In de praktijk blijkt dat een goede inrichting rondom een installatie zelfs kan zorgen voor een beter leefklimaat voor (beschermde) dieren en planten. De regels rondom planschade zijn anders dan reclamant beschrijft. De omgevingsvisie maakt de plaatsing van de windmolens zelf niet direct mogelijk. Bij een concreet project zal altijd een procedure volgen, en pas dan kan er formeel sprake zijn van planschade. Het bepalen van planschade is maatwerk: een onafhankelijke deskundige bepaalt de waardevermindering van de woning als gevolg van een windproject. Van de waardedaling is een deel voor rekening van de woningeigenaar: dit heet het maatschappelijk risico. Dit is zo’n 2 tot 5% van de waarde van het object. Alle waardedaling daarboven die wordt veroorzaakt door het windproject wordt gecompenseerd door de projectontwikkelaar. Hiervan kan een deel worden gecompenseerd in natura, bijvoorbeeld door erfbeplanting of geluidsschermen. De overige waardedaling wordt uitbetaald aan de woningeigenaar.

In het geval dat een woning bijvoorbeeld 12% in waarde daalt en in aanmerking komt voor planschade, valt 2% tot 5% tot het eigen normaal maatschappelijke risico. Dat wil dan zeggen dat de uit te keren schade dan 7% tot 10% van de getaxeerde waarde van de woning is. Deze verplichting om planschade uit te keren wordt vastgelegd in een planschadeovereenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente, als onderdeel van de vergunning. A. van Zandvoort - Van den Boogaard / René Billekens / John van de Hurk / Frank van Esch / Willy van Lankveld, De Hei 21 / De Hei 25 / De Hei 23 / De Hei 35 / De Hei 19 te Mariahout

Zienswijze A. Volgens de ontwerp-omgevingsvisie treedt de Omgevingswet in werking op 1 januari 2022. De wet treedt echter in werking op 1 juli 2022. De nieuwe invoeringsdatum was in mei 2022 bekend. B. De gemeente kiest ervoor om de omgevingsvisie niet te onderwerpen aan een MERproces. Een plan-MER is echter verplicht omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor m.e.r. (beoordelings)-plichtige besluiten. C. In diverse kennisgevingen is gesproken van een ontwerp-omgevingsvisie en van een concept-omgevingsvisie. Waar kunnen mensen nu een zienswijze over indienen, het ontwerp of het concept? D. Het is/was niet duidelijk hoe lang de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage ligt en tot welke datum er zienswijzen ingediend kunnen worden. Is dat 12 of 19 september? E. Alleen bij de kennisgeving van 1 juli staat vermeld dat een zienswijze ingediend kan worden welk gericht moet worden aan de gemeenteraad. Bij de kennisgevingen van 29 juli, 5 augustus ontbreekt deze informatie. Op de gemeentepagina staat dat bezwaarschriften gericht moeten worden aan het college van burgemeester en wethouders. Bij de ontwerp-omgevingsvisie kun je zienswijzen indienen bij de gemeenteraad. F. Volgens de kennisgevingen is er een informatie-avond op 8 september. In de brieven staat dat de informatie-avond plaatsvindt op 7 september. Is de informatie-avond op 7 of 8 september? G.

In de ontwerp-omgevingsvisie worden meerdere gebieden aangewezen voor mogelijke opwekking van duurzame energie. Maar alleen het pionierslandschap is meegenomen bij de Regionale Energiestrategie (RES) van de Metropoolregio Eindhoven. De andere gebieden zijn hier niet in meegenomen. En alleen op het gebied ten noorden van Mariahout is een voorkeursrecht opgelegd. Blijkbaar heeft de gemeente al een keuze gemaakt. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

52

H. I.

J. K. L. M. N. O. P.

Ter verfijning van de hoofdstructuur van beken en waterlopen en bos- en natuurgebieden is er een viertal groene dwarsverbindingen beoogd. Dat lijkt reclamanten dan niet de juiste plek voor zonneparken of windmolens. In hoofdstuk 5 wordt een trend gesignaleerd dat de consument meer behoefte heeft aan zingeving, waarbinnen authenticiteit, puurheid, rust en ruimte en een onbedorven, natuurlijke omgeving hun plaats krijgen. Zonneparken of windmolens passen niet in deze omgeving. Ook in gebieden die belangrijk zijn voor toerisme vanwege natuurbeleving of de authentieke uitstraling van een landschap, zijn zonneparken niet passend. Als een zonnepark al niet past vanwege de uitstraling, dan passen windmolens al helemaal niet. Windmolens veroorzaken geluidsoverlast en het lage bromgeluid verjaagt dieren uit het gebied. Het geluid is ontzettend storend en irritant waarvan mensen ziek kunnen worden. In het gebied komen beschermde diersoorten voor. Als er windmolens worden geplaatst kan de waarde van een woning dalen tot wel 50%. Eventuele planschadevergoeding is slechts 2% over de waarde van de woning. Windmolens hebben een slagschaduw. Dit heeft het effect van een knipperende lamp. De knipperende witte (bij daglicht) en rode (bij nacht) lamp gaat een negatief effect hebben op de nachtdieren. De Hei ligt tussen twee vliegvelden in.

Het plaatsen van windturbines op deze locatie is gevaarlijk voor het vliegverkeer.

Reactie A. Dit is uiteraard bekend bij de gemeente. Voor de gemeente is de datum van inwerkingtreding immers een belangrijke deadline om diverse zaken op orde te krijgen. En deze verschuiving in tijd wordt daarom op de voet gevolgd. De ontwerpomgevingsvisie is echter over een langere periode geschreven. De eerste hoofdstukken met daarin de onjuiste datum van inwerkingtreding is ingehaald door de tijd. In een laatste controle van het document is deze foutieve datum over het hoofd gezien. De datum wordt aangepast. B. De beleidsvisie grootschalige opwek van duurzame energie gaat uit van één windmolenpark bestaande uit 3-5 windmolens. Daarmee zou de visie enkel onder vigeur van het nieuwe Omgevingsbesluit MER-beoordelingsplichtig worden. Dit omgevingsbesluit treedt echter niet eerder dan (vooralsnog) 1 juli 2022. Het lijkt de gemeente ook veel logischer en effectiever om het verzoek voor een concreet project aan een MER-beoordelingstraject te onderwerpen. Locatie en impact zijn dan bekend. C. De termen ontwerp en concept worden in de volksmond door elkaar gebruikt. Het gaat in dit geval om hetzelfde. De formele benaming is ontwerp-omgevingsvisie. De zienswijze is in goede orde ontvangen, dus veel onduidelijkheid zal er niet zijn geweest. D. De visie heeft voor een periode van tien weken (wettelijke termijn is zes weken) ter visie gelegen tot en met 12 september 2021. E.

Een zienswijze is qua wijze van behandeling niet gelijk aan de behandeling van een bezwaarschrift. Inzake de ontwerp-omgevingsvisie kon een zienswijze worden gericht aan de gemeenteraad. F. De informatie-avond heeft plaatsgehad op 8 september 2021 en is duidelijk aangekondigd. In deze periode hebben echter diverse andere informatie-avonden plaatsgehad, w.o. een avond over het zoekgebied windenergie in Mariahout op 7 september 2021. G. Het is belangrijk om hier de volgorde van het beleid te begrijpen. De Visie Grootschalige Opwek is vastgesteld in 2019. Daaruit komen de kaarten die ook in de Omgevingsvisie zitten. De RES bestond toen nog niet. Onder andere naar aanleiding van die kaarten zijn in de RES zoekgebieden in Laarbeek geïdentificeerd. Dat zijn er twee: een voor zon en wind (ten noorden van Mariahout) en een voor zon in combinatie met natuur (rondom de Blauwe Poort). Voor beide zet de gemeente zich in: in het gebied ten noorden van Mariahout is voorkeursrecht gevestigd juist om de regie bij de gemeente te houden, en is een Omgevingsdialoog gaande. In het gebied rondom de Blauwe Poort zijn twee zonneparken vergund. De gemeente voldoet daarmee aan de eisen en prioriteiten uit de NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

53

H.

I.

J.

K.

L.

M.

N.

RES. Ondertussen blijven de bredere zoekkaders zoals ze in de Omgevingsvisie staan nog altijd relevant voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen. De gemeente heeft dus nog geen keuze gemaakt, maar volgen de prioritering van de RES terwijl zij zelf een breder kader blijft hanteren, ook in de Omgevingsvisie. Grootschalige energie kan soms hand in hand gaan met natuurontwikkeling, een voorbeeld is het voorgenomen zonnepark De Liesvelden waar zon wordt gecombineerd met beekherstel. De gemeente is het met reclamant eens dat in deze gebieden extra strikt getoetst moet worden op meerwaarde voor de (natte) natuuropgave in het gebied. In het buitengebied concurreren veel functies om ruimte, zoals wonen, rust, landbouw en duurzaamheid. In het landgebruik in het buitengebied moet een balans worden gevonden tussen agrarisch gebruik en andere functies, zoals grootschalige energie. Door een goede inpassing probeert de gemeente deze belangrijke nieuwe functies in het landschap te integreren met zo min mogelijk verstoring. In de gebieden die in Laarbeek het belangrijkst zijn voor toerisme, zoals het Biezenlandschap en het Historische landschap, zijn zonneparken en windmolens niet toegestaan. Deze zijn alleen overweegbaar in landschappen waar toerisme en recreatie minder prominent is en die anders van karakter zijn.

Natuurlijk komt toerisme en recreatie ook in deze gebieden voor, daarom zijn er uitgebreide regels voor het inpassen van grootschalige opwek. Bij het overwegen van een vergunning voor een windmolen zal zeker rekening gehouden worden met overlast door bijvoorbeeld geluid. Hiervoor toetst de gemeente aan de landelijke normen voor geluidsoverlast, een aanvraag zal daaraan moeten voldoen. In het buitengebied van Laarbeek concurreren verschillende functies om ruimte. Leefklimaat voor bewoners wordt belangrijk gevonden, maar ook andere functies die belangrijk zijn voor de Laarbeekse samenleving moeten worden ingepast, waaronder ook grootschalige energie. De Omgevingsvisie beoogt deze functies zo zorgvuldig mogelijk in te passen, zodat de genoemde nadelen tot een minimum worden beperkt en binnen aanvaardbare grenzen blijven. Bij het afgeven van een vergunning voor grootschalige energie zal altijd worden gekeken naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten. Door goede locatiekeuze en inpassing wordt schade aan de flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen. In de praktijk zien we dat een goede inrichting rondom een installatie zelfs kan zorgen voor een beter leefklimaat voor (beschermde) dieren en planten. De regels rondom planschade zijn anders dan reclamant beschrijft. De omgevingsvisie maakt de plaatsing van de windmolens zelf niet direct mogelijk.

Bij een concreet project zal altijd een procedure volgen, en pas dan kan er formeel sprake zijn van planschade. Het bepalen van planschade is maatwerk: een onafhankelijke deskundige bepaalt de waardevermindering van de woning als gevolg van een windproject. Van de waardedaling is een deel voor rekening van de woningeigenaar: dit heet het maatschappelijk risico. Dit is zo’n 2 tot 5 procent van de waarde van het object. Alle waardedaling daarboven die wordt veroorzaakt door het windproject wordt gecompenseerd door de projectontwikkelaar. Hiervan kan een deel worden gecompenseerd in natura, bijvoorbeeld door erfbeplanting of geluidsschermen. De overige waardedaling wordt uitbetaald aan de woningeigenaar. In het geval dat een woning bijvoorbeeld 12 procent in waarde daalt en in aanmerking komt voor planschade, valt 2 tot 5 procent tot het eigen normaal maatschappelijke risico. Dat wil dan zeggen dat de uit te keren schade dan 7 tot 10 procent van de getaxeerde waarde van de woning is. Deze verplichting om planschade uit te keren wordt vastgelegd in een planschadeovereenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente, als onderdeel van de vergunning. Voor slagschaduw geldt hetzelfde als voor geluidsoverlast: de gemeente toetst of een aanvraag voldoet aan de landelijke normen die hiervoor gelden.

Op die manier zorgt zij dat de overlast tot een minimum beperkt wordt en er geen onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid van omwonenden zullen bestaan. Dit komt echter pas aan de orde bij een concrete projectaanvraag: in de Visie Grootschalige Opwek en de Omgevingsvisie zijn alleen deze toetsingskaders vastgelegd.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

54

O.

P.

35.

Voor overlast voor nachtdieren geldt hetzelfde als voor overlast voor andere (beschermde) flora en fauna: er wordt gekeken hoe groot deze nadelen zijn en of deze aanvaardbaar zijn voor de gemeente. Ook worden er maatregelen genomen, bijvoorbeeld door de locatiekeuze en inpassing, om nadelen tot een minimum te beperken. Ook hiervoor geldt dat hier pas zicht op is bij een concrete aanvraag en dat de Omgevingsvisie, net als de Visie Grootschalige Opwek, de toetsingskaders schetst die ervoor zorgen dat dit soort effecten zorgvuldig wordt getoetst. Binnen een landschapstype waarin grootschalige opwek overweegbaar is, zijn lang niet alle locaties ook geschikt voor grootschalige opwek. De Visie Grootschalige Opwek, waar nadrukkelijk naar wordt verwezen, beschrijft vier stappen in het beoordelen van een locatie. Eerst wordt gekeken of het landschapstype mogelijk geschikt is. Als dat zo is, wordt gekeken naar de kenmerken van de precieze locatie; de inrichting van het plan; en inpassing en meervoudig ruimtegebruik. Locaties die bijvoorbeeld in de radarcirkel van een nabijgelegen vliegbasis vallen, kunnen dus in een landschapstype liggen dat wel overweegbaar is, maar vanwege de precieze locatie toch ongeschikt zijn. Er zal een opmerking in de Omgevingsvisie worden toegevoegd die aangeeft dat ook in overweegbare landschappen lang niet alle locaties geschikt zijn voor grootschalige opwek.

Guus en Elke Tilburgs, Havenweg 6 / M. Barenbrug / Rianne Driessen / Ingrid en Marcel Zijp, Albers Pistoriusstraat 5 / Jeroen Manders / Henraath, Havenweg 12 / J.G. Leimberger, Havenweg 18 / Meinhardt, Havenweg 10 / Meinhardt, Havenweg 16 / Karel Meinhardt, Havenweg 14 / Meinhardt, Havenweg 8 / Henraath, Havenweg 22 / P. Meinhardt, Havenweg 20 / Corno en Jolanda van Lankveld, Albers Pistoriusstraat 10 / E. van de Wijst / Diane Burgers, Albers Pistoriusstraat 8 / Walter Beekmans, Albers Pistoriusstraat 12 / Joost Wijdeven, Albers Pistoriusstraat 24 / Familie van Keulen / Familie Nouwen - Romanesco, Albers Pistoriusstraat 9 / Ellie van Kemenade, Albers Pistoriusstraat 7 / Tim Schaper / Breg, Albers Pistoriusstraat 9A / Piet de Ponti, Albers Pistoriusstraat 1 / Jorg Appelhof, Albers Pistoriusstraat 4 / R. van Melis

Zienswijze A. In het algemeen is er enthousiasme voor de plannen van ‘Het Gulden Land’. Fantastisch om in een gemeente te wonen die durft te kiezen voor natuur. Het gebied moet dan ook vooral natuurgebied blijven. Het aantrekken van grote groepen mensen is daarom ongewenst. B. Maar er zijn ook geruchten en zorgen. Het opengaan van de brug voor pleziervaart zal misschien leiden tot minder sluipverkeer door de Albers Pistoriusstraat. Maar dit zou ook files kunnen veroorzaken in de Albers Pistoriusstraat en gevolgen kunnen hebben voor de eigen reistijden. Mocht de brug toch opengaan voor de pleziervaart, dan zouden de reclamanten in elk geval inspraak willen hebben over de voorwaarden van het openen van de brug. Bijvoorbeeld over hoe vaak open, op welke tijden, een noodbrug tijdens de werkzaamheden en het mogelijk laten wachten van het gemotoriseerd verkeer vóór de Aa en niet tussen de huizen. C. Er zijn geruchten dat er 25 parkeerplaatsen zouden komen achter het kampje. Het verkeer van en naar de parkeerplaatsen gaat problemen opleveren bij de brug, vooral in combinatie met een openende brug. Bovendien hoort gemotoriseerd verkeer niet thuis in een natuurgebied. Men heeft geen problemen met parkeerplaatsen tussen het tuincentrum en het kanaal. D. Ook is het te overwegen om van de Albers Pistoriusstraat een fietsstraat te maken waar de auto’s te gast zijn.

Dit zou ook kunnen aansluiten bij de idealen voor een recreatief natuurgebied en een verbetering van de verkeersveiligheid. E. De buurt heeft één contactpersoon aangewezen.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

55

Reactie A. De zienswijze is ingediend inzake een omgevingsvisie die is bedoeld om op hoofdlijnen de ruimtelijke lijnen voor de toekomst van Laarbeek uit te zetten. In de zienwijze worden echter zorgen gedeeld die betrekking hebben op een concreet en zelfstandig project: ’t Gulden Land. De omgevingsvisie is dus niet het document om op detailniveau in te gaan op project ’t Gulden Land. Dit neemt niet weg dat de gemeente blij is om te vernemen dat reclamant enthousiast is over de plannen voor de natuurontwikkeling in ’t Gulden land. B. Er zijn nog geen concrete plannen voor het opengaan van de Aarlese brug voor pleziervaart. In de visie voor ’t Gulden Land is aangegeven dat hier alleen een besluit over genomen kan worden nadat er gedegen verkeerskundig onderzoek wordt uitgevoerd. De buurtbewoners en belanghebbenden worden betrokken in eventueel toekomstige plannen voor het open stellen van de brug. C. Op dit ogenblik zijn er enkel concrete plannen voor het aanleggen van parkeerplaatsen bij het tuincentrum. Deze maken onderdeel uit van het plan voor de natuurontwikkeling. De mogelijkheden voor ontsluiting en parkeren elders in het gebied worden verkend. Deze zijn echter deels afhankelijk van de ontwikkeling bij de kanalensplitsing. Momenteel wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar het concept ‘Gulden Pad’ met horeca. D. Dit voorstel is besproken met reclamant.

Een aantal verkeersremmende ideeën worden voorgelegd aan de gemeentelijke werkgroep verkeer. E. Gemeente heeft contact opgenomen en de ontwikkelingen rondom de gebiedsontwikkeling ‘t Gulden land toegelicht en besproken met een vertegenwoordiging van de buurt.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

56

Nota van wijziging

Overzicht van voorgestelde wijzingen op Ontwerp-Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek (juni 2021) Hoofdstuk 1 Opmaat naar de Omgevingswet: Geen aanpassingen. Hoofdstuk 2 De nationale, provinciale en regionale beleidscontext: Geen aanpassingen. Hoofdstuk 3 Kernkwaliteiten en identiteit van Laarbeek: Geen aanpassingen. Hoofdstuk 4 Toepassing lagenbenadering: Geen aanpassingen. Hoofdstuk 5 Trends en ontwikkelingen: • In de 2e kolom op pagina 34 wordt de passage over plofkippen enz. verwijderd. Hoofdstuk 6 Doelstelling en visie: • De Bio-regeling (‘Buitengebied in Ontwikkeling’) is sinds begin 2017 komen te vervallen en wordt uit de visie verwijderd. Dit is het geval op pagina 39 rechtsonder. Hoofdstuk 7 Gebiedsgerichte benadering: • Aan verkeerslicht Mozaïeklandschap wordt ‘recreatieve ontwikkeling’ toegevoegd (pagina 45 en 58). • In paragraaf 7.5 (Lintenlandschap) wordt het verkeerslichtmodel aangepast. Grootschalige landbouw verschuift van rood naar oranje. Grootschalige landbouw wordt binnen dit gebied overweegbaar indien uit advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen en/of de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) blijkt dat uitbreiding noodzakelijk is en met respect voor mens, natuur, milieu en dier kan worden uitgevoerd.

Uitzondering hierop zijn de historische bebouwingsconcentraties binnen het lintenlandschap: grootschalige landbouw blijft binnen deze gebieden op rood. Dit wordt tevens aangepast in de samenvatting van het verkeerslichtmodel (paragraaf 7.10). • Aan paragraaf 7.2 (‘Pionierslandschap’) wordt toegevoegd dat grootschalige landbouw binnen de historische en niet-historische bebouwingsconcentraties verschuift van groen naar oranje, waardoor afhankelijk van de situatie ter plekke altijd een nadere afweging noodzakelijk is (maatwerk). Dit wordt tevens aangepast in de samenvatting van het verkeerslichtmodel (paragraaf 7.10). • In paragraaf 7.6 (‘Aa-landschap’) wordt opgenomen dat grootschalige landbouw binnen de historische en niet-historische bebouwingsconcentraties verschuift van groen naar oranje, waardoor afhankelijk van de situatie ter plekke altijd een nadere afweging noodzakelijk is (maatwerk). Dit wordt tevens aangepast in de samenvatting van het verkeerslichtmodel (paragraaf 7.10). • Aan paragraaf 7.4 (Biezenlandschap) wordt toegevoegd dat de cultuur-historische waarde van Missieklooster Heilig Bloed een status aparte rechtvaardigt, waarbij op basis van multi-functionaliteit extra ruimte wordt gecreëerd om ‘behoud door ontwikkeling’ gestalte te geven.

• In paragraaf 7.6 (Aa-landschap) wordt opgenomen dat de cultuur-historische waarde van landgoed Eyckenlust een status aparte rechtvaardigt, waarbij op basis van een nog te ontwikkelen Masterplan extra functionele flexibiliteit wordt geboden (‘behoud door ontwikkeling’).

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

57

•

•

Aan paragraaf 7.8 (Historisch landschap) wordt toegevoegd dat de cultuur-historische waarde van landgoed Croy een status aparte rechtvaardigt waarbij indien noodzakelijk, extra functionele flexibiliteit wordt geboden (‘behoud door ontwikkeling’). In het verkeerslichtmodel in paragraaf 7.8 (‘historisch landschap’: pagina 55) worden de functies in ‘oranje’ in overeenstemming gebracht met het overzicht op pagina 59. Het verkeerslichtmodel op pagina 55 is onjuist.

Hoofdstuk 8 Visiekaart buitengebied: Geen aanpassingen. Hoofdstuk 9 Thematische benadering: • Brabants Groene Maatpak (BGM) toevoegen aan paragraaf 9.8 (‘natuur- en landschappelijke ontwikkeling’). De landschapsplannen van Staatsbosbeheer tijdens de Ruilverkavelingsperiode (1946 - 1976) zijn bepalend geweest voor de inrichting van het landschap. Het landschapsplan voor de Lieshoutsche Beemden en de Beeksche Akker is bewaard gebleven en vormt als het ware ons cultureel erfgoed. Dit prachtig verhaal kwam te laat om nog te verwerken in de ontwerp-omgevingsvisie, maar verdient zeker een plek in de definitieve versie. • Op de afbeelding met overweegbare landschappen windmolens (pagina 75) is de grens Herendijk niet juist weergegeven. Dit wordt aangepast. • Op pagina 49 (linksonder) leidt de term ‘grootschalige ontwikkelingen’ tot verwarring. Deze term heeft enkel betrekking op de grootschalige opwek van duurzame energie. Dit wordt aangepast. • Op pagina 56 (rechtsonder) wekt de term ‘grootschalige energieprojecten’ onbedoeld de indruk dat kleinschalige energieprojecten in het boslandschap wel mogelijk zijn. Dit is niet het geval. Het woord grootschalig wordt verwijderd. • In paragraaf 9.9 (pagina 97) wordt de indruk gewekt dat nieuwe woonvormen in de kernrand uitsluitend bedoeld zijn voor ouderen.

In de aanpassing wordt vermeld dat bij deze woonvormen ook kan worden gedacht aan een combinatie van ouderen en jongeren, zodat de doelgroepen in het dagelijks leven complementair aan elkaar kunnen zijn. Dit wordt tevens aangepast in actiepunt J2 op pagina 102. • Aan paragraaf 9.3 (‘grootschalige opwek van duurzame energie’) wordt een zinsnede toegevoegd waaruit blijkt dat Laarbeek ook andere technologieën (dan zon en wind) voor duurzame stroom en warmte in het lokale energiebeleid overweegt. En dat de beoordeling daarvan altijd maatwerk is. • Aan paragraaf 9.3 (‘grootschalige opwek van duurzame energie’) wordt de opmerking toegevoegd dat ook in overweegbare landschappen lang niet alle locaties geschikt zijn voor grootschalige opwek. • In paragraaf 9.3 (‘grootschalige opwek van duurzame energie’) wordt vermeld dat ook zonnepanelen op daken - conform de zonneladder - een belangrijke pijler is van het Laarbeeks duurzaamheidsbeleid. • In paragraaf 9.3 (‘grootschalige opwek van duurzame energie’) wordt opgenomen dat de gemeente inwoners al stimuleert om hun woningen of bedrijfspanden te verduurzamen en hun eigen energieverbruik op te wekken.

• Aan paragraaf 9.5 (‘Algemene omgevingskwaliteit’) wordt de opmerking toegevoegd dat Laarbeek medewerking verleent aan boerderijsplitsingen, mits sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en een goede omgang met deze waarden wordt gewaarborgd. • Aan paragraaf 9.5 (‘Algemene omgevingskwaliteit’) wordt de recent vastgestelde beleidslijn ‘Reclame in de openbare ruimte gemeente Laarbeek’) toegevoegd en bondig samengevat. • Aan paragraaf 9.5 (‘Algemene omgevingskwaliteit’) wordt toegevoegd dat Teelt ondersteunende voorzieningen hoger dan 1,5 meter worden toegestaan binnen de voormalige reconstructiewetzone boomteelt, uitgezonderd de historische en niethistorische bebouwingsconcentraties binnen deze reconstructiewetzone. Dit wordt tevens aangepast in de samenvatting van het verkeerslichtmodel (paragraaf 7.10).

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

58

• • • •

De passage op pagina 70 (paragraaf 9.1.2 ‘gezondheidsbescherming’) waarin is vermeld dat bewoners in het buitengebied zelf de geurhinder opzoeken, wordt verwijderd. Op de afbeelding op pagina 86 (‘toerisme en recreatie’) worden de ontbrekende verblijfsaccommodaties en de fietsroute over de Schaapsdijk toegevoegd. In paragraaf 9.6 wordt de oorspronkelijke visiekaart (’t Gulden Land’) vervangen door een aantal ontwerpschetsen van de deelgebieden. Aan paragraaf 9.8 (‘Natuur- en landschappelijke ontwikkeling’) wordt het initiatief om te komen tot een natuurschool (‘Natuur Educatie Centrum’) toegevoegd.

Hoofdstuk 10 Omgevingsagenda buitengebied: • Actiepunt J2 op pagina 102 wordt aangepast. Bij de nieuwe woonvormen in de kernrand kan ook sprake zijn van een combinatie van ouderen en jongeren. • De Bio-regeling (‘Buitengebied in Ontwikkeling’) is sinds begin 2017 komen te vervallen en wordt uit de visie verwijderd. Dit is het geval in de omschrijving van actiepunt A10 en in het schema op pagina 102. • Op pagina 102 wordt actiepunt I1 uitgebreid tot ‘Het handhaven van LIR-afspraken uit het verleden en de instandhouding van groen, landschapselementen en zandpaden’. • Op pagina 102 wordt het initiatief voor een natuurschool toegevoegd, met dien verstande dat IVN Laarbeek als proceseigenaar wordt aangewezen. Hoofdstuk 11 Procesmatige uitgangspunten: Geen aanpassingen. Bijlage 1 Procesverantwoording: • Het woord ‘vertegenwoordigers’ van het woonbos wordt vervangen door ‘bewoners’ woonbos (pagina 111). • De visie grootschalige opwek is niet als programma gekoppeld aan de omgevingsvisie. De tekst op pagina 112 wordt aangepast. • Op pagina 112 wordt de termijn van tervisieligging ingevuld (5 juli 2021 - 12 september 2021). Redactionele aanpassingen: • In de voetnoot op de linker pagina’s 2020 vervangen door 2021. • Op de afbeelding op pagina 13 (de boom) is ‘onder het maaiveld’ twee maal mantelzorg opgenomen. Eén maal mantelzorg wordt vervangen door ‘ontmoeting’.

• De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt aangepast. De datum 1 januari 2021 op diverse plekken in de visie vervangen. • In de tabel op pagina 76 ‘buitenland’ vervangen door ‘buitengebied’.

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

59

NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=07245888-3375-4e59-8f1c-95147088a9ca