6 20260312 Rekenkameronderzoek Inwonersparticipatie Laarbeek (definitief) 4 maart 2026
Tekst van het document
Verder wordt in het inwerkprogramma van nieuwe medewerkers benadrukt dat Laarbeek het belangrijk vindt dat inwoners en andere belanghebbenden worden betrokken bij het gemeentelijk beleid.
pagina 22/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
In de gesprekken geven medewerkers aan meerwaarde te zien in participatie. Er passeren dan aandachtspunten die wellicht anders gemist waren. Ook leidt het tot meer draagvlak. Maar in de praktijk zien medewerkers toch ook wel beperkingen. Zo wordt genoemd dat aan bijeenkomsten die worden belegd in het kader van participatie vaak personen deelnemen die ook al op andere wijzen – bijvoorbeeld via de dorpsraden – in contact staan met de gemeente. In dat verband wordt wel genoemd dat de opkomst wordt gekenmerkt door veel ‘usual suspects’. In die situatie zijn er wel twijfels of de inspanningen die moeten worden gedaan om de participatie te laten plaatsvinden wel opwegen tegen de opbrengsten. In paragraaf 3.1 is genoemd dat er een formulier is ontwikkeld als ondersteuning voor de evaluatie van participatieprojecten. Dit formulier bevat onder meer enkele aandachtspunten die betrekking hebben op de inbreng van belanghebbenden. Maar de typering en beoordeling van deze inbreng kunnen door de betrokken medewerkers zelfs worden gedaan. De ervaringen van de belanghebbenden zelf worden niet geïnventariseerd. In de praktijk blijkt overigens dat zo’n formulier zelden tot nooit wordt ingevuld, ook omdat menige medewerker onbekend is met het bestaan van dit formulier.
Meer in algemeen betekent dit dat ervaringen met participatie, behoudens in de bijeenkomsten van de ambassadeurs, niet structureel worden geïnventariseerd. Ook is er geen sprake van een vast proces om op basis van de ervaringen te leren en te verbeteren. Als het gaat om het betrekken van inwoners bij het beleid is ook het bestaan van een inwonerspanel relevant. Inwoners vanaf zestien jaar kunnen zich aanmelden om met enige regelmaat vragen over relevante maatschappelijke thema’s te beantwoorden. Eerdere samenwerking met een toenmalig uitvoerend bureau is enkele jaren terug beëindigd. Sinds 1,5 jaar geeft een nieuw bureau invulling aan dit panel.17 Momenteel is er een campagne om meer jongeren in de gemeente te motiveren deel te nemen aan het inwonerspanel.
3.3
Tussenbalans
Er is beleid met betrekking tot participatie in Laarbeek vastgelegd. Dit beleid, waarover in 2021 besluitvorming heeft plaatsgevonden, is opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Deze wet kent de verplichting om dergelijk beleid te formuleren en vast te leggen. Daarmee was dit beleid oorspronkelijk vooral verbonden met het ruimtelijk domein. Tegenwoordig kent het een organisatiebrede toepassing. Bij het gros van de medewerkers is niet tot nauwelijks bekend dat er participatiebeleid bestaat en welke spelregels daarin zijn opgenomen. Zelfs de aanwezigheid van een projectgroep en een groep van ambassadeurs voor participatie leveren nauwelijks een bijdrage aan de bekendheid van dit beleid. Vanwege personele veranderingen hebben beide groepen momenteel ook een zeer bescheiden omvang. Volgens directbetrokkenen bij het participatiebeleid zijn vastgelegde uitgangspunten en procedures niet essentieel. Zij benadrukken dat de medewerkers als vanzelfsprekend bereid moeten zijn om inwoners en andere belanghebbenden te betrekken bij voorgenomen beleid. Naar hun mening is dat ook de algemene houding van de medewerkers van Laarbeek. Deze cultuur wordt bevorderd door het mogelijk te maken dat medewerkers deelnemen aan Factor C, een communicatietraining om de interactie met de inwoners te stimuleren.
Bovendien wordt gesteld dat het college van B&W altijd zal informeren of bewoners in de gelegenheid zijn gesteld hun mening te geven. Verder is genoemd dat
17
Zie www.laarbeek.nl/inwonerspanel
pagina 23/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
het bestaande beleid met betrekking tot participatie aan de orde komt tijdens het inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers. Ook is dit beleid verwerkt in de handleiding voor projectmatig werken. Er bestaan wel ambities om het participatiebeleid verder te ontwikkelen, maar de personele capaciteit om dat mogelijk te maken is momenteel beperkt.
pagina 24/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
4.
Participatie in de praktijk
4.1
Inleiding
In het vorige hoofdstuk zijn de ambities van Laarbeek met participatie en de uitwerking daarvan beschreven. Op zichzelf bieden het formuleren en uitwerken van beleid geen garantie dat dit in de praktijk positief wordt ervaren door inwoners en maatschappelijke organisaties. Om die reden is in het onderzoek op verschillende manieren aandacht besteed aan die praktijk. Allereerst zijn voor twaalf recente participatieprojecten de deelnemers – voor zover hun gegevens bekend waren – benaderd met het verzoek een vragenlijst in te vullen. In deze vragenlijst is geïnformeerd naar hun ervaringen met en beoordeling van het participatieproces. Voor een diepgaander inzicht in de gerapporteerde ervaringen is de gang van zaken bij een aantal projecten nader verkend. Naast participatieprojecten vervullen de dorpsraden en de adviesraden een belangrijke rol in de interactie tussen gemeente en lokale gemeenschap. Daarom hebben gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van deze dorps- en adviesraden. Een bijzondere en actuele vorm van participatie betreft de omgevingsdialogen. In de nieuwe Omgevingswet is vastgelegd dat bij aanpassingen van de openbare ruimte de initiatiefnemen verplicht is om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen om inspraak te hebben.
Bij de behandeling van de aangevraagde vergunning dient de gemeenteraad in de gelegenheid te zijn gesteld om kennis te nemen van de gevoerde dialoog. In het kader van het onderzoek is vastgesteld hoe de gemeente Laarbeek bewaakt dat deze dialogen plaatsvinden en of deze van voldoende kwaliteit zijn. Als laatste heeft de raad een essentiële rol in het participatiebeleid. Niet alleen dient de raad betrokken te zijn bij het vaststellen van de kader voor participatie, de raad moet in de gelegenheid zijn om vast te stellen of de participatie conform de uitgangspunten plaatsvindt. Ten behoeve van het onderzoek is geïnventariseerd hoe de positie van de raad is geborgd in het beleid. Bovendien is met de raad het gesprek gevoerd over de gewenste kaders, de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over participatie en de mogelijkheden om de controlerende rol waar te maken. In paragraaf 4.2 zijn de bevindingen met betrekking tot de ervaringen van participanten vermeld. In paragraaf 4.3 staan de opvattingen van (bestuurs-)leden van de dorps- en adviesraden centraal. Paragraaf 4.4 heeft betrekking op de omgevingsdialogen. In paragraaf 4.5 is de positie van de raad beschreven.
4.2
Ervaringen van participanten
4.2.1
Werkwijze
In het kader van dit rekenkameronderzoek zijn ervaringen en opvattingen van inwoners die betrokken zijn geweest bij participatietrajecten binnen de gemeente geïnventariseerd. Daartoe is eerst een vragenlijst uitgezet onder de deelnemers van elf projecten. 18 Het betreft projecten die relevant zijn
18
De benadering van deelnemers is met het oog op relevante privacywetgeving door de gemeente gedaan. PBLQ had geen toegang tot persoonsgegevens, tenzij deelnemers vrijwillig hun e-mailadres achterlieten aan het einde van de vragenlijst. De vragenlijst is anoniem beantwoord. Overigens beschikte de gemeente niet altijd over een volledig overzicht van deelnemers.
pagina 25/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
voor uiteenlopende beleidsterreinen (fysiek, sociaal en economisch domein). Geen van de onderzochte projecten heeft betrekking op een initiatief vanuit de gemeenschap. Daarnaast zijn ook de leden van de Adviesraad Sociaal Domein benaderd. De projecten waarvoor de vragenlijst is uitgezet betreffen: #
Projectnaam
Startjaar
Aantal deelnemers
Verzonden aan
Respons
1
Haalbaarheidsonderzoek Gulden Energie
2022
10 werk-/klankbordgroep leden
Alle werk/klankbordgroep leden (10)
2
2
Ontwikkelplan Warmtenet
2023
10 werk-/klankbordgroep leden
Alle werk/klankbordgroep leden (10)
3
3
Herstraten en bomen vervangen wijk Opstal
2022
50 digitale respondenten
Alle digitale respondenten (50)
17
4
Vaststellen Programma Toerisme en Recreatie 20232027
2023
Niet helder hoeveel mensen er hebben deelgenomen aan het volledige participatietraject.
10
3
5
Mobiliteitsvisie
2024
Circa 100 deelnemers.
Niet bekend.
1
6
Verkeersveiligheid (i.s.m. de dorpsraden)
Doorlopend
Circa 10 deelnemers (werkgroep verkeer)
10
2
7
Windmolens
-
Omgevingsdialoog: 31. Aanmeldingen nieuwsbrief: 22. Expert organisaties: 4.
53 (Omgevingsdialoog + nieuwsbrief)
4
8
Snelfietsroute/-paden
-
Naar schatting circa 200300 deelnemers in het gehele proces.
Niet bekend.
3
9
Uitbreiding winkelplein in Beek en Donk
2022
Niet bekend.
0
0
10
Ontwikkeling ontmoetingscentrum Beek en Donk
2023
•
Werkgroep: 18.
5
•
Structurele gebruikers
34 (werkgroep + structurele gebruikers die niet in de werkgroep zitten)
3
2
9
5
die niet in de werkgroep zitten: 16. •
Enquête: ingevuld door 104 personen, maar daar zijn geen gegevens van beschikbaar.
11
Beleid regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie
2023
12
Adviesraad Sociaal Domein
Doorlopend
Buiten de 3 aanbieders van educatie, niet bekend of er verdere deelnemers zijn.
TOTAAL
pagina 26/52
47
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
In totaal hebben 50 respondenten de vragenlijst ingevuld. Drie van deze respondenten hebben de vragenlijst ingevuld voor een “project” dat geen deel uitmaakte van de voorselectie, namelijk de Cliëntenraad (Participatiewet). De grootste groep respondenten bevindt zich in de leeftijdscategorie 61-70 jaar (42%), gevolgd door de leeftijdscategorie van 70 jaar en ouder (34%). Daaruit is af te leiden dat ongeveer een kwart van degenen die gereageerd hebben 60 jaar of jonger is. Een deel van de respondenten heeft deelgenomen aan meer dan één van de bovenstaande participatietrajecten. Om die reden is in de vragenlijst nader uitgevraagd op welk traject hun antwoorden betrekking hadden. De respons per project varieerde sterk. Voor het project Herstraten en bomen vervangen wijk Opstal (2022) was de respons het grootst: zeventien respondenten vulden voor dit project de vragenlijst in. Voor het project Beleid voor regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie was de respons het laagst: slechts twee respondenten gaven aan dit traject te hebben deelgenomen. In veel gevallen bleek de gemeente slechts van een beperkt deel van de deelnemers contactgegevens te hebben. De resultaten zijn daarmee niet representatief voor de afzonderlijke projecten. Maar dat was ook niet de intentie van deze activiteit.
Het voornaamste doel van de vragenlijsten was om een algemeen beeld te krijgen van ervaringen van deelnemers in verschillende participatietrajecten.
4.2.2
Inzichten uit de enquêtes
De meest voorkomende vormen van participatie zijn: • Deelname aan een informatieavond. • Deelname aan een gesprek met planmakers (zoals ronde tafelgesprekken of klankbordgroepen). • Ontvangen van informatie via de gemeente (bijvoorbeeld via brief of e-mail). Deelname was vaak niet beperkt tot één manier. Veel respondenten namen op meerdere manieren deel aan het participatietraject. Zij werden via diverse kanalen door de gemeente op de hoogte gesteld van participatietrajecten. E-mail werd hierbij het vaakst genoemd, gevolgd door fysieke communicatie zoals flyers en brieven. Ook lokale media, zoals MooiLaarbeek, speelden een rol. Uit de eerste figuur blijkt dat de voornaamste reden om deel te nemen ligt in de overtuiging dat inwoners een stem moeten hebben in het gemeentelijk beleid. Daarnaast werd het belang van het onderwerp zelf veel genoemd en de wens om bij te dragen aan de gemeente. Aanmoediging vanuit de omgeving of sociale druk speelde geen grote rol. In de open antwoorden werd daarnaast leefbaarheid van de directe omgeving als aanvullende motivatie genoemd.
pagina 27/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Belangrijke redenen voor deelnemers om te participeren Ik werd aangemoedigd door mijn omgeving Ik was nieuwsgierig Ik wilde iets bijdragen aan mijn gemeente Ik vond het onderwerp van het participatietraject belangrijk Ik was ontevreden met de situatie Ik vind het belangrijk dat inwoners een stem hebben 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Zeer eens
Eens
Oneens
Zeer oneens
Figuur 1 Belangrijke redenen voor deelnemers om te participeren
De meeste respondenten (80%) waren over het algemeen tevreden over hun deelname aan het participatietraject. De communicatie over de voortgang werd veelal als positief beoordeeld. Deelname vereiste doorgaans een beperkte tijdsinvestering, met uitzondering van doorlopende en structurele trajecten zoals de Adviesraad, Cliëntenraad en werkgroep rond verkeersveiligheid.
pagina 28/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Ervaringen van deelnemers aan participatietrajecten Ik ben tevreden met hoe het proces is verlopen Ik ben tevreden met mijn deelname De initiatiefnemer hield me tijdens het proces goed op de hoogte van de voortgang Ik heb veel inspanning geleverd tijdens het participatietraject Deelname aan het traject kostte me veel tijd De gehanteerde werkvormen/communicatiemiddelen werkten goed De ontvangen informatie hielp mij bij het leveren van een goede inbreng Ik voelde me gehoord Ik voelde me respectvol behandeld Ik wist van tevoren op welke punten ik invloed kon uitoefenen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100% Zeer eens
Eens
Oneens
Zeer oneens
Figuur 2 Ervaringen van deelnemers
Uit de ervaringen blijkt dat het voor de deelnemers niet altijd van tevoren al duidelijk was op welke punten zij invloed konden uitoefenen. De terugkoppeling over de uitkomsten vond voornamelijk plaats via e-mail. 48% van de respondenten beoordeelde de terugkoppeling als (zeer) goed, terwijl 32% neutraal was en 20% (matig tot) ontevreden. De belangrijkste reden voor ontevredenheid betrof het gebrek aan consistentie in de communicatie. Met name in latere fasen van het traject nam de helderheid en hoeveelheid van informatie af, terwijl deze in het begin als duidelijk en voldoende werd ervaren. Ondanks deze kanttekeningen zijn de meeste deelnemers (74%) tevreden over het resultaat van het participatieproces. Wel wordt genoemd dat het uiteindelijke resultaat van het project niet beter is dan men vooraf had verwacht. Bovendien zijn er zorgen over de manier waarop de inbreng van inwoners wordt meegewogen. Een groot deel van de respondenten onderschrijft de stelling dat niet alle inbreng zorgvuldig wordt meegenomen in de besluitvorming. Ondanks de gemengde ervaringen en kritische noten over invloed en terugkoppeling, geeft de meerderheid van de respondenten (64%) aan in de toekomst opnieuw te willen deelnemen aan een participatietraject.
pagina 29/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Terugblik op het participatieproces Het participatieproces heeft bijgedragen aan het wederzijds vertrouwen tussen gemeente en inwoners De inbreng van alle inwoners is zorgvuldig meegewogen/meegenomen in het uiteindelijke plan Het participatieproces heeft geleid tot een betere uitkomst dan ik van tevoren had gedacht Ik zie (een deel van) mijn inbreng terug in het uiteindelijke plan Ik ben al met al tevreden over het resultaat van het participatieproces 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Zeer eens
Eens
Oneens
Zeer oneens
Figuur 3 Terugblik op het participatieproces
4.2.3
Verdieping van de inzichten
Aanvullend aan deze enquête is nadere aandacht besteed aan de gang van zaken in een aantal projecten. Het betreft de volgende projecten: Herstraten en bomen vervangen wijk Opstal, Ontmoetingscentrum in Beek en Donk, Uitbreiding Piet van Thielplein en Verkeersveiligheid in samenwerking met de dorpsraden. Er is zowel met deelnemers gesproken als met medewerkers van de gemeente.19 In deze projecten werd het belang van inbreng van belanghebbenden binnen de organisatie erkend. Het valt op dat in enkele gevallen betrekkelijk ad hoc invulling is gegeven aan een proces om ruimte te creëren voor die inbreng. De effecten van dat ad hoc karakter van de participatie zijn zichtbaar in de ervaringen van zowel deelnemers als medewerkers van de gemeente. Zo werd de gemeente verrast door het grote aantal mensen dat inbreng wilde hebben in de herinrichting van de wijk Opstal (inclusief het realiseren van nieuwe groenvoorzieningen). Bij de gedachtevorming over het verduurzamen van het ontmoetingscentrum in Beek en Donk is wel meer gestructureerd invulling gegeven aan het participatieproces. 20 Bij de verschillende participatieprocessen geven deelnemers aan dat niet altijd duidelijk was wat hun rol was en welke inbreng zij nu precies konden hebben.
Hoewel de gemeente voor de meeste projecten een website en/of nieuwsbrieven inzette om inwoners te informeren en ruimte te bieden voor digitale inbreng, bleken sommige deelnemers moeite te hebben met deze digitale vormen van participatie. Intern ervaren medewerkers dat de documenten over hoe participatie vorm te geven niet altijd praktisch toepasbaar zijn, waardoor zij zoekende zijn naar een werkbare aanpak in de praktijk. Wel zijn de deelnemers overwegend tevreden over het proces en de opbrengsten, al signaleren ze tegelijkertijd dat zij soms beperkt geïnformeerd zijn over de voortgang van het proces. Medewerkers en deelnemers noemen bovendien dat vertragingen in de uitvoering funest zijn voor het vertrouwen 19 20
Deze bevindingen zijn uitgebreider beschreven in bijlage D. Zie hiervoor eveneens bijlage D.
pagina 30/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
van inwoners. Ook noemen deelnemers dat aan het einde van het proces er niet altijd sprake is van een evaluatie. Uit gevoerde gesprekken met medewerkers blijkt dat tijdgebrek hier vaker een belangrijke rol in speelt. Waar evaluaties wel aan bod kwamen, gebeurde dat meestal op informele wijze in de wandelgangen, maar nooit via het opgestelde evaluatieformulier. De gemeente doet haar best om een brede doelgroep te bereiken, onder meer door informatiebijeenkomsten niet alleen overdag, maar ook in de avond te plannen en door andere vormen van evenementen te organiseren, zoals het geval was bij het project Uitbreiding Piet van Thielplein. Tegelijkertijd is in dit onderzoek gebleken dat de gemeente niet altijd een overzicht heeft van alle deelnemers. Hierdoor is het niet mogelijk om de opbrengsten van het proces te delen met de deelnemers, of om de deelnemers te betrekken bij een evaluatie.
4.3
Ervaringen vanuit de dorps- en adviesraden
4.3.1
Over de dorpsraden
In het beleid van de gemeente spelen de dorpsraden een belangrijke rol. Dorpsraden worden gezien als vertegenwoordigers van het desbetreffende dorp. Tegelijkertijd hebben zij ook een informerende rol naar hun medebewoners. Zij kunnen aangeven wat inwoners belangrijk vinden voor de leefbaarheid en welke problemen de gemeente moet aanpakken. Omgekeerd kan de gemeente (voorgenomen) beleid toetsen door het aan de dorpsraden voor te leggen. Binnen de organisatie is er een medewerker die de vaste contactfunctionaris is voor de dorpsraden. Op die manier kunnen de door dorpsraden aangekaarte zaken ‘warm’ worden overgedragen binnen de organisatie. Er zijn in Laarbeek vier dorpsraden actief, namelijk in Aarle-Rixtel, Lieshout, Beek en Donk en Mariahout. In 2021 heeft de gemeente het convenant voor de samenwerking met de dorpsraden geactualiseerd op basis van de evaluatie van het convenant uit 2011. In de inleiding van het actuele convenant van 2021 wordt vermeld dat in november 2009 het toenmalige college heeft ingestemd met een voorstel tot het opzetten van dorpsraden in de gemeente. In 2011 zijn de dorpsraden actief geworden. Het huidige convenant bevat bepalingen over de taken van de dorpsraden, het functioneren en de samenstelling van deze raden, de ondersteuning en de inrichting van het overleg met de gemeente.
Tevens wordt vermeld dat de dorpsraden jaarlijks een subsidie ontvangen. Deze subsidie wordt toegekend op basis van het aantal inwoners per kern. Daarnaast kunnen dorpsraden voor specifieke projecten een bijdrage vragen aan de gemeente. In Artikel 2 van dit convenant is de doelstelling van de instelling van de dorpsraden opgenomen. Een eerste doelstelling is dat in onderlinge samenwerking tussen de dorpsraden en de gemeente de leefbaarheid in de dorpen wordt bevorderd. Ook wil de gemeente de communicatie tussen gemeente en inwoners versterken, waardoor, zo staat in dit artikel, “een grotere betrokkenheid ontstaat van inwoners met het gemeentelijk beleid en andersom.” Dorpsraden worden in het convenant omschreven als de “ogen en oren voor het college. Zij kunnen aangeven wat inwoners van belang vinden in hun directe omgeving. Omgekeerd kan de gemeente (voorgenomen) beleid toetsen door het voor te leggen aan de dorpsraden.” Benadrukt wordt dat dorpsraden geen aparte bestuurslaag zijn. “Een dorpsraad kent geen politieke kleur, staat open voor iedereen, voor alle stromingen. Een dorpsraad is in die zin opinievormend, dat zij het maatschappelijk debat kan initiëren en organiseren.”
pagina 31/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Binnen de gemeentelijke organisatie is er een vast aanspreekpunt voor de dorpsraden. Deze wordt aangeduid als aandachtsfunctionaris. Ook zijn er dorpsondersteuners beschikbaar, die de dorpsraden kunnen bijstaan in de wisselwerking met de inwoners. Het convenant bevat tevens de bepaling (Artikel 6) dat door de dorpsraden jaarlijks een speerpuntenlijst wordt opgesteld, waarin aangegeven wordt welke onderwerpen de dorpsraden wensen te behandelen en in welke mate zij hierbij betrokken willen zijn. Dit artikel wordt afgesloten met de volgende bepaling: “Na afloop van een jaar wordt er een evaluatie uitgevoerd in de vorm van een jaarverslag waarin de vooraf besproken speerpunten als uitgangspunt dienen.” In de slotbepaling is opgenomen dat het convenant in 2023 geëvalueerd zal worden. De aandachtsfunctionaris van de gemeente noemt dat inderdaad elke twee jaar de samenwerking in een gezamenlijk gesprek wordt geëvalueerd. Daarvan zijn echter geen verslagen beschikbaar. Met bestuursleden van drie dorpsraden heeft in het kader van het onderzoek een gesprek plaatsgevonden.21 Bestuursleden van de dorpsraden zijn positief over de interactie met de gemeente. Zij stellen dat ze makkelijk in contact kunnen komen met zowel de aandachtsfunctionaris als met leden van het college van B&W. Wel noemt een enkel bestuurslid dat de raad minder wordt bereikt.
Naar zijn indruk is de raad daardoor ook weinig bekend met de dorpsraden en hun inbreng. De in het kader van het onderzoek geraadpleegde bestuursleden zijn van mening dat er over het algemeen door de gemeente naar de dorpsraad wordt geluisterd, al noemt één van de bestuursleden wel: “Uiteindelijk trekt de gemeente toch zijn eigen plan.” Een ander bestuurslid signaleert dat de gemeente niet altijd proactief de dorpsraden informeert over voorgenomen plannen. Ook laat de opvolging van initiatieven van de dorpsraden binnen de gemeentelijke organisatie soms te wensen over. Deze bestuursleden ervaren dat overigens niet als onwil van de gemeente, maar wijzen vooral op een gebrek aan personele capaciteit binnen de organisatie. Alle bestuursleden kunnen voorbeelden noemen van wensen uit het dorp die samen met de gemeente goed zijn opgepakt en tot resultaat hebben geleid. Dat betreft onder meer het onderzoeken van de mogelijkheden voor woningbouw in een dorp. Ook zijn zij positief over de opvolging van signalen over een gebrek aan verkeersveiligheid. De dorpsraden zelf ervaren vooral problemen in het bereiken van alle inwoners van hun dorp. Eén van de dorpsraden noemt dat de inwoners enkele keren per jaar door middel van een vragenlijst worden uitgenodigd om hun mening te geven over een onderwerp, iets waar naar mening van deze dorpsraad redelijk op wordt gereageerd.
Een andere dorpsraad heeft een klankbordgroep ingesteld waar zo’n 30 bewoners in actief zijn. Deze klankbordgroep komt een aantal keren per jaar bijeen. Sommige dorpsraden hebben in hun statuten staan dat de bestuursleden gekozen zouden moeten worden. Maar het animo is zo gering dat iedereen die aangeeft bereid is iets te doen direct kan plaatsnemen in het bestuur of trekker van een werkgroep kan worden. Binnen de gemeentelijke organisatie bevestigen betrokken ambtenaren en de portefeuillehouder dat er directe lijnen zijn met de dorpsraden, waarlangs veel informatie wordt gewisseld. Een enkeling is van mening dat er meer rendement uit de wisselwerking met de dorpsraden te halen zou moeten zijn. Wat deze functionaris betreft zouden de dorpsraden jaarlijks hun ambities kunnen formuleren en zou de gemeente meer geld beschikbaar kunnen stellen. In essentie wordt overigens in artikel 6 van het
21
Het is niet gelukt om in contact te komen met de dorpsraad van Mariahout.
pagina 32/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
convenant vermeld dat dorpsraden jaarlijks een werkprogramma met ambities kunnen opstellen en delen met de gemeente. Vertegenwoordigers van de dorpsraden noch medewerkers van de gemeente hebben genoemd dat aan dit artikel opvolging wordt gegeven. Er is binnen het college een portefeuillehouder voor de dorpsraden. Die heeft tenminste één keer per jaar overleg met elke dorpsraad. Bovendien vindt er eveneens één keer per jaar een bijeenkomst plaats van vertegenwoordigers van alle dorpsraden en het voltallige college van B&W. Dorpsraden hebben tevens de mogelijkheid om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen naar de gemeenteraad.
4.3.2
Over de adviesraden
In Laarbeek bestaat er zowel een Adviesraad Sociaal Domein als een Cliëntenraad. Hun taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in een verordening, vastgesteld in december 2022. 22 Blijkens deze verordening brengen beide raden gevraagd en ongevraagd advies uit over respectievelijk het lokale beleid rond jeugd en maatschappelijke ondersteuning en de daarmee verband houdende beleidsvelden binnen het sociaal domein, en het lokale beleid rond participatie en daarmee verband houdende beleidsvelden binnen het sociaal domein. De doelstellingen van beide raden zijn in de verordening als volgt geformuleerd: Doelstellingen Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad Adviesraad Sociaal Domein
Inwoners uit Laarbeek kunnen bijdragen aan het realiseren van volwaardig burgerschap en het bieden van gelijke mogelijkheden aan alle inwoners van de gemeente, vanuit een onafhankelijke positie, door te adviseren over het lokale beleid rond jeugd en maatschappelijke ondersteuning en de daarmee verband houdende beleidsvelden binnen het sociaal domein.
Cliëntenraad
Het behartigen van de belangen van personen die vallen onder de Participatiewet.
In de verordening is vastgelegd dat de portefeuillehouder minimaal één keer per jaar overlegt met elke raad. Beide raden bestaan ieder uit ten minste zeven en ten hoogste elf personen, inclusief de voorzitter.23 De Adviesraad bestaat uit enkele inwoners uit Laarbeek en streeft een zo breed mogelijk draagvlak voor de Adviesraad na. Daartoe zijn ook de dorpsraden in de Adviesraad vertegenwoordigd. De Cliëntenraad bestaat uit personen die onder de Participatiewet vallen of zich willen inzetten voor alle Laarbeekse inwoners die onder de Participatiewet vallen. Voor beide raden stelt het college jaarlijks budget beschikbaar in beheer van de gemeente. In de praktijk ervaren vertegenwoordigers van zowel de Adviesraad als de cliëntenraad dat zij goede toegang hebben tot de gemeentelijke organisatie en het college van B&W. Er vindt regelmatig overleg plaats. Indien nodig kunnen leden van zowel de Adviesraad als de cliëntenraad zowel ambtenaren als bestuurders snel bereiken. Ondanks het goede overleg hebben vertegenwoordigers van de Adviesraad enige twijfel bij de daadwerkelijke doorwerking van hun adviezen. Zij ervaren dat de gemeente welwillend staat ten aanzien van hun inbreng, maar lang niet altijd daar concrete opvolging aan geeft. Vertegenwoordigers 22 23
Gemeente Laarbeek (2022). Verordening adviesraden sociaal domein gemeente Laarbeek 2022. Gemeente Laarbeek (2022). Verordening adviesraden sociaal domein gemeente Laarbeek 2022 (Artikel 4).
pagina 33/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
van de cliëntenraad zien meer doorwerking. Tegelijkertijd wijzen zij er op dat de uitvoering van de participatiewet grotendeels op regionaal niveau plaatsvindt. Er zijn initiatieven om daarom ook te komen tot een regionale cliëntenraad. Wat dat zou kunnen betekenen voor de inbreng van de cliëntenraad is niet duidelijk.
4.3.3
Over de jongerenadviesraad
In Laarbeek was er tot voor kort ook sprake van een jongerenadviesraad, die naar mening van betrokkenen een goede rol heeft vervuld. Deze raad bestond uit politiek of maatschappelijk betrokkenen jongeren. De oorspronkelijke deelnemers aan deze adviesraad kregen na verloop van tijd andere interesses en bereikten bovendien de leeftijd dat ze niet meer als jongere konden worden getypeerd. Er is geen sprake geweest van opvolging, waardoor de jongerenadviesraad thans niet bestaat. Wel heeft de gemeente het functioneren van de raad geëvalueerd en heeft in dat kader ook nagedacht over andere manieren om jongeren bij de gemeente te betrekken. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe startnotitie, waarin onder de meer de mogelijkheid van ‘pizzaoverleg’ met jongeren is genoemd. Tevens worden de mogelijkheden van meer intensieve samenwerking met het voortgezet onderwijs verkend. Gedacht wordt aan het integreren van burgerschap in het lesprogramma. Het eerste leerjaar zou dan gaan over burgerschap in de algemene zin, en in de leerjaren erna gaat het meer specifiek over weten wat er speelt in de gemeente en de invloed die je hebt als inwoner. Er zijn dus nieuwe initiatieven in ontwikkeling die jongeren in staat stelt om mee te denken op thema’s die hen interesseren. Voorbeelden uit andere gemeenten Voor jongerenparticipatie is het van groot belang dat verwachtingen en kaders duidelijk zijn.
Zo zijn er gemeenten (Leidschendam-Voorburg, Den Helder, Hengelo) die om deze reden jongeren- of jeugdparticipatie expliciet hebben opgenomen in de participatieverordening24. Er zijn veel verschillende mogelijkheden om jongerenparticipatie in te richten. • In de gemeente Rotterdam kunnen jongeren op vier verschillende manieren participeren in hun gemeente25. Zo is er het Rotterdams Jongerenpanel, de jongerenadviesraad Young010, kunnen ze zich verkiesbaar stellen in hun wijkraad en kunnen ze een financiële bijdrage voor hun ideeën aanvragen middels de Jongeren Bijdrage Regeling. • De gemeente Arnhem kent ‘jongerenconsultants’, deze jongeren adviseren niet enkel de gemeente maar ook verschillende andere organisaties over lokale projecten 26. • In de gemeente Groningen werkte het goed om met jongeren te experimenteren met meerdere vormen van participatie in zogenoemde ‘proeftuinen’. Hierdoor is veel geleerd over wat wel en niet werkt, wat helpt om te bouwen aan een ecosysteem van jongerenparticipatie27. • In Breda worden jongeren actief door de gemeente betrokken middels de ‘Toekomststoel’, waarmee de jeugd - of wel de toekomst - een plek aan tafel krijgt.28
24
25 26 27 28
Lokale Democratie. Handreiking Kinder- en Jongerenparticipatie. April 2025. Geraadpleegd via: Handreiking Kinder- en Jongerenparticipatie Rotterdam: voor elk wat wils | Nederlands Jeugdinstituut Arnhem: jongerenconsultants | Nederlands Jeugdinstituut Groningen: Jongerenparticipatie in alle beleid van de gemeente | Nederlands Jeugdinstituut Breda: niets over ons, zonder ons | Nederlands Jeugdinstituut
pagina 34/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
4.3.4
Over initiatieven uit de gemeenschap
In de inleiding is de mogelijkheid genoemd dat er initiatieven zijn binnen de lokale gemeenschap, waar in het kader van dat initiatief de gemeente wordt uitgenodigd om een bijdrage aan te leveren. Deze vorm van participatie wordt aangeduid als overheidsparticipatie. Veelvoorkomende voorbeelden van overheidsparticipatie zijn als inwoners het beheer van een speel- of groenvoorziening zelf willen invullen, waarbij aan de gemeente wordt gevraagd om dat beheer te faciliteren. In het onderzoek is bij verschillende personen geïnformeerd naar voorbeelden van overheidsparticipatie in Laarbeek. Er zijn echter geen concrete projecten genoemd. In de gesprekken met de dorpsraden is wel gewezen op woningbouwplannen die vanuit de dorpsraden zijn ontwikkeld. De inbreng van de dorpsraden ‘beperkte’ zich dan wel tot louter het opstellen van het plan en dat onder de aandacht brengen van de gemeente. Ook zijn er wel door werkgroepen van de dorpsraden initiatieven genomen voor verkeersmaatregelen. Andere, verdergaande voorbeelden van overheidsparticipatie zijn in het onderzoek niet gepasseerd.
4.4
De omgevingsdialogen
In oktober 2021 heeft de gemeente een visie op participatie in het kader van de Omgevingswet 29 gepubliceerd. In die wet is vastgelegd dat als er sprake is van ingrepen in de openbare ruimte belanghebbenden in de gelegenheid moeten worden gesteld hun mening daarover te verstrekken. Over participatie binnen de Omgevingswet 30 De Omgevingswet verplicht participatie voor een aantal beleidsinstrumenten (kennisgevingsplicht en motiveringsplicht) en gemeenteraden kunnen participatie verplichten voor specifieke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (aanvraagvereiste participatie). Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de al dan niet verplichte participatie. Wanneer de initiatiefnemer bij de gevallen waar participatie verplicht is, niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Maar, onvoldoende participatie is geen reden om een vergunning te weigeren. De participatie is vormvrij, iedere situatie is immers anders en vraagt om maatwerk. Het bevoegd gezag kan wel ‘spelregels’ of handvaten meegeven ter inspiratie of om houvast te bieden. Dit kan bestaan uit verschillende onderdelen zoals het niveau van participatie, de omgeving en belanghebbenden, wijze en tijdstip van participatie en rapportage en terugkoppeling hiervan.
In de visie van de gemeente Laarbeek is aangegeven in welke situaties er sprake moet zijn van participatie. Ook is, afhankelijk van de aard van het initiatief, aangegeven wat de positie en de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente. De gemeente kan immers in de ene situatie de initiatiefnemer zijn, in een andere situatie kan het zijn dat de gemeente één van de belanghebbende partijen is. Voor een bestemmingswijziging of ingreep in de openbare ruimte moet in veel gevallen een vergunning worden verstrekt. In het kader van die toetsing moet, zo staat in de visie, worden vastgesteld of een omgevingsdialoog is toegepast en belanghebbenden in de omgeving zijn meegenomen. Verder wordt in de visie gesteld dat de dorpsraden worden beschouwd als 29 30
Gemeente Laarbeek (2021). Participatiebeleid gemeente Laarbeek – Visie op participatie – Omgevingswet Geraadpleegde bronnen: VNG (2019). Participatie binnen de Omgevingswet: een toelichting voor raadsleden & Informatiepunt Leefomgeving (z.d.). Overzicht regels participatie bij de instrumenten van de Omgevingswet
pagina 35/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
belanghebbende als er sprake is van projecten die in hun dorp plaatsvinden. Dorpsraden zijn daarom in de gelegenheid hun mening te geven. Zoals eerder genoemd heeft de gemeente Laarbeek in 2022 de ‘Handreiking omgevingsdialoog’ gepubliceerd. Ook hier wordt benoemd dat de omgevingsdialoog vormvrij is en de initiatiefnemer zelf bepaalt hoe deze eruit kan zien, maar worden concrete stappen voorgesteld voor het voeren van een omgevingsdialoog. In één van de stappen staan ook concrete richtlijnen voor het verslag benoemd. Omgevingsdialogen in de praktijk In het kader van het onderzoek is gesproken met één van de leden van het team ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeentelijke organisatie. Bovendien is kennis genomen van de gang van zaken in vijf omgevingsdialogen. Een initiatiefnemer voor een ingreep in de openbare ruimte dient hier altijd over de gemeente te informeren. Medewerkers van de gemeente en de verschillende betrokken disciplines toetsen een dergelijk initiatief. De Omgevingsdienst is ook aanwezig en adviseert over de milieuaspecten. Dit overleg wordt aangeduid als ‘de intaketafel’. Na dat overleg laat de gemeente aan de initiatiefnemer weten of de gemeente van mening is dat het initiatief (principeverzoek) past binnen de wettelijke en de door de gemeente gestelde randvoorwaarden, c.q. welke aanpassingen nodig zijn om binnen die randvoorwaarden te blijven.
Als dat het geval is, kan de initiatiefnemer het plan verder uitwerken. Dat plan moet ook aandacht besteden aan de inrichting van een dialoog. Bij grote plannen kan het zijn dat de omgevingsdialoog al onderdeel is van het principeverzoek, maar dit is geen vereiste. Als reactie op een principeverzoek (waarna initiatiefnemer het plan verder kan uitwerken) wordt ook gerefereerd de handreiking Omgevingsdialoog. Deze dialoog moet zijn afgerond voordat de stukken voor de Omgevingstafel worden aangeleverd. Op de Omgevingstafel wordt het uitgewerkte initiatief besproken en getoetst aan inhoudelijke en ruimtelijke aspecten. Na een positief besluit kan de vergunningprocedure worden gestart. De visie uit 2021 bevat allerlei handreikingen en adviezen voor de inrichting van de omgevingsdialoog. Tegelijkertijd benadrukt de gemeente dat er geen verplichtingen worden gesteld aan de vormgeving van een dialoog. Naar mening van de gemeente vertonen aard en omvang van de initiatieven verschillen. Gezien die verschillen worden bewust geen vormvereisten voor een omgevingsdialoog gesteld. Blijkens de visie moet er een verslag worden opgesteld van de opbrengsten van de dialoog.
Onder meer zou daarin duidelijk moeten worden gemaakt welke belanghebbenden zijn onderscheiden, hoe die zijn benaderd, welke en hoeveel deelnemers er zijn geweest, wat hun inbreng is geweest en hoe die inbreng doorwerking heeft gehad in de uiteindelijke plannen. Verslagen gevoerde omgevingsdialogen Als gezegd is ten behoeve van het onderzoek kennis genomen van de gang van zaken in enkele recente omgevingsdialogen. Daaruit blijkt dat de beschikbare verslagen van sterk wisselende vorm, inhoud en kwaliteit zijn. In een aantal van de verslagen is duidelijk gerapporteerd wie de aanwezigen en genodigden waren, hoe het gesprek is verlopen en wat de conclusie hiervan was. Soms zijn ook toezeggingen en vervolgstappen vastgelegd. In een enkel geval bestaat het verslag uit niets meer dan een lijst van de deelnemers en is niet bekend hoe de dialoog zelf is verlopen. In de meeste verslagen is niet terug te vinden of en welke aanpassingen naar aanleiding van de gevoerde omgevingsdialoog zijn gedaan. Een volledig overzicht van de onderzochte verslagen is te zien in bijlage F. Hierin staat ook aangegeven welke in de handreiking beschreven onderdelen zijn opgenomen in de verslagen. Naar zeggen van de gemeente is het niet gebruikelijk om tijdens het proces gegevens van de deelnemers te registreren. Daardoor is het niet mogelijk om deze deelnemers te berichten over de pagina 36/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
opbrengsten van het proces, de eventuele aanpassingen die naar aanleiding van de gevoerde dialoog zijn gedaan en het definitieve plan. Ook is het terugkoppelen naar deelnemers een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De gemeente geeft aan dat via de gebruikelijke gemeenteberichten, die onder meer opgenomen zijn in het huis-aan-huis blad, inwoners kennis kunnen nemen de uiteindelijke vergunningverlening en het onderliggende plan. De gemeente hanteert geen vaste set aan criteria om te bepalen of de dialoog van (tenminste) goede kwaliteit is geweest. Toch wordt een goed verslag van de omgevingsdialoog op prijs gesteld, zo is een enkel een lijst met aanwezigen eigenlijk niet voldoende. Het is wel eens voorgekomen dat een aanvraag is afgewezen wegens een onvoldoende omgevingsdialoog. De dialoog dient dan alsnog afgenomen te worden. Voor één van de nader onderzochte dialogen was dit het geval. Het ingediende principeverzoek was om van een bedrijfsperceel een woonfunctie te maken. Aan het verzoek was een omgevingsdialoog toegevoegd. Pas na de positieve beslissing van de gemeente, bij de vergunningaanvraag, bleek dat de verandering van bedrijfsperceel naar huisvesting bedoeld was voor arbeidsmigranten. Naar aanleiding van meerdere bezwaarschriften van de omgeving werd de eerder verleende omgevingsvergunning ingetrokken.
Nadat de initiatiefnemer een deugdelijk omgevingsdialoog heeft gevoerd is dit intrekkingsbesluit weer ingetrokken en de vergunning verleend. 31 In het algemeen geldt dat de gemeente kan toetsen of aan de in de ‘Handreiking omgevingsdialoog’ opgenomen richtlijnen voor het verslag is voldaan. Binnen de gemeentelijke organisatie gebeurt dit niet structureel. Daarbij geldt wel als nuancering dat verschillende verslagen bij de Omgevingsdienst binnenkomen en daar worden beoordeeld. Evaluatie Medewerkers van de gemeente zijn slechts incidenteel aanwezig bij bijeenkomsten die in het kader van een dialoog plaatsvinden. Het is verder niet de gewoonte binnen de gemeente om de processen die leiden tot vergunningverlening, waaronder de dialoog, te evalueren. Indien er veel bezwaren zijn tegen een verleende vergunning kan dat wel aanleiding zijn om terug te kijken op het proces. De Omgevingsvisie en de daarin beschreven werkwijzen en procedures zijn nog niet geëvalueerd.
4.5
De positie van de raad
In veel gevallen neemt de raad besluiten over voorstellen waarbij sprake is geweest van participatie. Dan is het nuttig als de raad ook wordt geïnformeerd over de participatieprocessen en de opbrengsten daarvan. Weliswaar wordt in het vastgelegde beleid herhaaldelijk genoemd dat er verslagen beschikbaar moeten zijn van doorlopen participatieprocessen, er staat niet expliciet dat die verslagen met de raad worden gedeeld. In de praktijk wordt de raad wisselend geïnformeerd. Dat betreft zowel de vraag of de raad wel geïnformeerd wordt en welke informatie dan wordt gedeeld. Er is niet vastgelegd dat in raadsvoorstellen altijd moet worden vermeld of er participatie heeft plaatsgevonden. Maar de portefeuillehouder geeft aan dat dit toch vrijwel altijd gebeurt, mede omdat de verwachting is dat er altijd wel een raadslid naar zal informeren. Tijdens een bijeenkomst die in het kader van het onderzoek met raadsleden is belegd, is bevestigd dat zij over het algemeen geïnteresseerd zijn in zowel de inrichting van de participatie als de 31
Gemeente Laarbeek (2024). Openbare Besluitenlijst Collegevergadering d.d 17 december 2024. Geraadpleegd via: Document Laarbeek - 241217 Openbare Besluitenlijst Collegevergadering d.d 17 december 2024 - iBabs Publieksportaal
pagina 37/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
opbrengsten daarvan. De raadsleden benadrukken het belang van een goed participatieproces. Zo mogelijk willen ze ook hun mening kunnen geven over de inrichting van dat proces. Dat betekent dat er bij aanvang een plan van aanpak moet zijn waarin de verschillende processtappen zijn genoemd. Eveneens moet bij aanvang aan de deelnemers duidelijk worden gemaakt welke inbreng zij hebben (verwachtingsmanagement). In dat verband moet worden genoemd dat de uiteindelijke beslissing altijd aan de raad is. Ook vinden zij het belangrijk dat er een verslag wordt opgesteld van het proces, de achtergronden van de deelnemers en de opbrengsten. Het heeft de voorkeur van deze raadsleden dat zo’n verslag ook wordt gedeeld met de deelnemers aan de participatie en dat die in de gelegenheid worden gesteld om zo nodig aanvullingen te doen. Dat verslag zou vervolgens gedeeld moeten worden met de raad, hetgeen impliceert dat ook andere geïnteresseerden er kennis van kunnen nemen. Van raadsleden kan ook worden verwacht dat zij zelf aanwezig zijn bij participatiebijeenkomsten. Deze raadsleden hebben tegelijkertijd genoemd dat in de huidige praktijk weinig wordt voldaan aan deze uitgangspunten. Verslagen van participatieprocessen worden zelden gedeeld met de raad. De beschikbare verslagen zijn ook van wisselende kwaliteit.
Bovendien noemen deze raadsleden dat hun eigenlijk niet bekend is wat er binnen de gemeente is vastgelegd over participatie. Daardoor kunnen ze niet controleren of voldaan wordt aan de uitgangspunten voor participatie. Als laatste geven de raadsleden aan dat zij kennis willen nemen van de uitkomsten van een participatieproces, maar dat de uiteindelijke besluitvorming altijd de verantwoordelijkheid van de raad is en blijft.
Opvattingen raadsleden over participatie in de gemeente (n=11) De samenwerking tussen college en raad verloopt effectief bij inwonersparticipatie Inwoners worden op tijd en duidelijk geïnformeerd over participatiemogelijkheden
De opbrengsten van participatietrajecten worden goed benut De gemeenteraad wordt voldoende betrokken bij inwonersparticipatie Er wordt in de praktijk overeenkomstig met de gewenste rol gehandeld 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100% Zeer eens
pagina 38/52
Eens
Maart 2026
Oneens
Zeer oneens
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Bijlage A
Onderzoeksvragen en deelvragen
Deelvragen en hun beantwoording A. Met betrekking tot het beleid 1.
Welke kaders, richtlijnen en uitgangspunten hebben raad en college met elkaar afgesproken, of worden ambtelijk toegepast ten aanzien van burgerparticipatie en overheidsparticipatie?
Antw. Er is geen algemeen participatiebeleid vastgelegd. Wel is er tussen raad en college gesproken over participatie in het kader van de omgevingswet. Dit heeft onder meer geleid tot een Afwegingskader Participatie en een Handreiking Omgevingsdialoog. Dit beleid wordt geacht toepasbaar te zijn voor de hele organisatie. De invoering van de Omgevingswet heeft er in 2021 toe geleid dat een nieuwe verordening is vastgesteld door de raad. Bij de totstandkoming van het Afwegingskader is de raad wel betrokken geweest, maar zowel over het Afwegingskader als de Handreiking heeft geen besluitvorming door de raad plaatsgevonden. 2.
Welke ambities, doelen en uitvoeringskaders heeft de gemeente opgesteld?
Antw. Als uitgangspunten hanteert de gemeente dat participatie maatwerk is, dat communicatie en verwachtingen vooraf worden vastgelegd, dat een omgevingsanalyse wordt gemaakt en dat alle relevante groepen bij de participatie worden betrokken. Ook neemt de gemeente zich voor om de uitkomsten van het een participatietraject altijd terug te koppelen aan de deelnemers. De verdere invulling van de participatie is vormvrij. 3.
Biedt het huidige beleidskader voldoende houvast voor de (door-)ontwikkeling die de gemeente nu beoogt te maken?
Antw Het afwegingskader bevat vijf concrete stappen die op zichzelf houvast geven voor de betrokken medewerkers. Voor elke stap is ondersteunende informatie beschikbaar. 4.
Indien ad hoc participatie wordt toegepast, is dat voldoende of is overkoepelend beleid gewenst?
Antw. Van ad hoc participatie is weinig gebleken in het onderzoek. Op zich zou het handelingskader daar voldoende houvast voor bevatten. 5.
Welke (financiële) middelen worden voor inwonersparticipatie beschikbaar gesteld?
Antw. De gemeente kent geen specifiek budget voor participatie. Participatie vindt plaats in projecten die plaatsvinden om (bijvoorbeeld) ruimtelijke plannen te realiseren. De participatie maakt dan onderdeel uit van het totale projectplan en wordt uit de middelen voor dat project gefinancierd. 6.
Op welke beleidstrajecten en in welke fase(n) van de beleidscyclus is het participatiebeleid van toepassing?
Antw. Het handelingskader is zoals gezegd ontworpen voor participatie in het kader van de Omgevingswet maar wordt geacht ook van toepassing te zijn voor andere beleidssectoren. Het handelingskader maakt onderscheid naar verschillende fasen in de beleidscyclus. 7.
Heeft de gemeente in beeld wat de wensen vanuit de samenleving zijn op het gebied van participatie?
Antw. In de voorbereiding op het vaststellen van het participatiebeleid in het kader van de Omgevingswet heeft de gemeente (voor 2021) ook inwoners geraadpleegd. Nadien is geen onderzoek meer gedaan naar de wensen vanuit de samenleving. 8.
pagina 39/52
De gemeente geeft aan dat niet alles in aanmerking komt voor participatie, hoe wordt de afweging gemaakt wanneer wel/niet?
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Antw. Het afwegingskader biedt een aantal criteria of er sprake kan zijn van participatie. Deze zijn of er voldoende (beleids-)ruimte is voor participatie, of het geschikt is voor inwoners om mee te denken, of er voldoende tijd is voor participatie, of er voldoende middelen en ambtelijke capaciteit zijn en als laatste wat de impact is voor belanghebbenden.
B. Met betrekking tot de uitvoering 9.
Welke voorbeelden van participatie zijn er geweest en welke methoden/instrumenten werden gebruikt? En ging het dan om overheids- of burgerparticipatie? Waren deze doelmatig en effectief?
Antw. In het rapport zijn verschillende voorbeelden van participatie beschreven, alsmede de inzet van methoden en instrumenten. In al deze projecten ging het om deelname aan participatie op initiatief en uitnodiging van de gemeente (oftewel, burgerparticipatie). In alle projecten betrof de participatie het informeren en/of raadplegen van belanghebbenden. 10.
Is bij deze voorbeelden ook representativiteit als criterium gehanteerd?
Antw. De gemeente heeft zich bij alle projecten ingespannen om alle belanghebbenden te betrekken. Er is niet door de gemeente actief getoetst of deze doelstelling ook is gerealiseerd. 11.
Op welke wijze is participatie geborgd in de beleids- en uitvoeringsprocessen binnen de gemeentelijke organisatie?
Antw. Er is een richtinggevend afwegingskader voor participatie beschikbaar. In de praktijk wordt door betrokken ambtenaren daar weinig gebruik van gemaakt, mede omdat het geen brede bekendheid in de organisatie geniet. 12.
Hoe is de ambtelijk-organisatorische aanpak ingericht om de participatie-ambitie te realiseren? Is deze doelmatig en effectief gebleken?
Antw. Betrokkenen in de organisatie stellen dat ofwel een portefeuillehouder, of anders de gemeenteraad participatie van belang zullen vinden. Vanuit die aanname nemen zij daarvoor zelf al het initiatief. Ambtenaren zijn van mening dat het uiteindelijk vastgestelde beleid vanwege de participatie beter aansloot bij wensen en opvattingen in de gemeenschap. Ook zijn zij van mening dat het draagvlak voor het beleid dankzij de participatie is toegenomen. 13.
Hoe werken de Adviesraad Sociaal Domein en de dorpsraden op dit moment en wat is hun taak/rol? En hoe worden zij door de gemeente ondersteund? Op welke manier worden zij betrokken en beïnvloeden zij daadwerkelijk het beleid?
Antw. De samenwerking met de dorpsraden is gebaseerd op met deze dorpsraden afgesloten convenanten. Bestuursleden van dorpsraden zijn tevreden over de samenwerking met de gemeente, al zijn ze niet altijd de mening toegedaan dat hun inbreng goede doorwerking heeft in het beleid. De samenwerking met de Adviesraad Sociaal Domein is gebaseerd op een verordening. Dat geldt ook de samenwerking met de Cliëntenraad. Leden van beide raden geven aan geregeld overleg te hebben met de gemeente. Maar ook zij zien niet altijd voldoende doorwerking van hun adviezen. 14.
Op welke manier wordt de participatie van jeugd gestalte gegeven? Wat zijn de ervaringen en wensen van de jeugd zelf? Wat zijn best practices van elders, die kunnen helpen om de jeugdparticipatie te versterken?
Antw. Tot voor kort was er in Laarbeek sprake van een jongerenadviesraad. Betrokken ambtenaren waren tevreden over het functioneren van deze raad. Maar de toenmalige deelnemers aan pagina 40/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
deze raad hebben vanwege hun leeftijd deze raad verlaten en zijn niet opgevolgd. Best practices zijn opgenomen in het rapport. 15.
Leiden de gemeentelijke inspanningen op het gebied van inwonersparticipatie aantoonbaar tot het realiseren van inbreng in gemeentelijke plannen en uitvoering? Antw. Zowel betrokken ambtelijk medewerkers als het College van B&W noemen dat de inbreng van inwoners en andere deelnemers aan participatietrajecten meerwaarde hebben gehad voor het voorgenomen beleid. Echter, omdat verslagen van participatietrajecten vaak ontbreken, is dit niet aantoonbaar te maken.
C. Over de tevredenheid van de inwoners 16.
Welke evaluaties zijn er geweest t.a.v. participatieprojecten en -trajecten? Wat waren de uitkomsten en wat is daarmee gedaan?
Antw. Evaluaties vinden niet structureel plaats. De opbrengsten van informele of ad hoc evaluaties worden niet vastgelegd en hebben daarmee geen doorwerking in het participatiebeleid. 17.
Inzoomend op nader bestudeerde participatieprojecten en -trajecten: zijn deze naar tevredenheid verlopen volgens de participanten en de gemeente? En wat was de tevredenheid met de uitkomsten? Welke lessen zijn te trekken?
Antw. Binnen de bestudeerde participatietrajecten is sprake van wisselende tevredenheid. Over het algemeen zijn deelnemers niet ontevreden, maar zien zij vele onderdelen die beter kunnen. Die betreffen vooral de communicatie over de inzet en het verloop van de participatie en de terugkoppeling over de opbrengsten en de evaluatie. 18.
Specifiek inzoomend op dorpsraden en de ARSD: hoe tevreden zijn de deelnemers over hun mate van meedenken/adviseren/ zeggenschap?
Antw. Zoals al gezegd zijn leden van de Adviesraad Sociaal Domein en leden van dorpsraden niet ontevreden over de communicatie en interactie met de gemeente, maar zien ze niet altijd een mate van doorwerking waarover ze tevreden zijn. 19.
Hoe tevreden zijn de betrokkenen van omgevingsdialogen?
Antw. In het onderzoek zijn deelnemers aan omgevingsdialogen niet bereikt. Er kunnen daarmee geen uitspraken worden gedaan over hun tevredenheid. 20.
Hoe is de rolverdeling tussen college – raad – ambtelijke organisatie bij de keuze/invulling van participatietrajecten, en werkt deze naar tevredenheid volgens betrokkenen?
Antw. De rolverdeling tussen college, raad en ambtelijk organisatie is niet expliciet vastgelegd in het beleid. Raadsleden uiten de behoefte dit beter te willen regelen.
D.
Over de betrokkenheid van de raad.
21.
Welke informatie krijgt de gemeenteraad over de stand van zaken van de voortgang van (de doelen van) participatie?
Antw.
De raad wordt louter in het algemeen geïnformeerd over participatietrajecten en de ontwikkelingen daarin.
pagina 41/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
22.
Is de informatie die de raad krijgt van het college toereikend om de resultaten van het participatiebeleid te kunnen beoordelen rekening houdend met de beleidskaders van dit beleid
Antw.
De informatie die de raad ontvangt is niet toereikend om de resultaten te beoordelen.
E. Over lessen van elders. 23.
Hoe gaan vergelijkbare gemeenten om met de ontwikkelingen die op het gebied van burgerparticipatie spelen?
Antw.
Het antwoord op deze vraag is opgenomen in het bestuurlijk deel van het rapport.
24.
Welke lessen en best practices van andere gemeenten zijn er die voor Gemert-Bakel van betekenis kunnen zijn?
Antw.
Het antwoord op deze vraag is opgenomen in het bestuurlijk deel van het rapport.
pagina 42/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Bijlage B
Geïnterviewde personen
Medewerkers van de gemeente Communicatieadviseur Juridisch adviseur en (ex-)projectleider Omgevingswet Beleidsadviseur sociaal domein Contactpersoon dorpsraden en jongerenraad Wethouder/portefeuillehouder Gemeentesecretaris Projectleider gemeentelijk vastgoed Overige respondenten Bestuursleden dorpsraden Aarle-Rixtel, Beek en Donk en Lieshout Afgevaardigden van de dorpsraden Beek en Donk en Lieshout voor de werkgroep verkeer Voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Voorzitter Cliëntenraad Diverse deelnemers aan participatietrajecten (aantal) Deelnemers raadsbijeenkomst Partij Nieuw Laarbeek (PNL)
6
De Werkgroep
2
Algemeen Belang Laarbeek (ABL)
2
Ouderen Appèl-Hart voor Laarbeek
2
Christen-Democratisch Appèl (CDA)
1
Partij van de Arbeid (PvdA)
1
pagina 43/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Bijlage C
Bestudeerde documentatie
Bron
Datum
Notitie Uitwerking Scenario’s – verduurzaming en herontwikkeling ontmoetingscentrum
Januari 2025
Handboek Ruimtelijke initiatieven in de transitiefase van de Omgevingswet (extern)
Augustus 2024
Openbare Besluitenlijst Collegevergadering d.d. 17 december 2024
December 2024
Handboek ruimtelijke initiatieven intern
December 2024
Praatpapier t.b.v. het onderzoek inwonersparticipatie Laarbeek
December 2024
Verslag bijeenkomst klankbordgroep inwonersparticipatie
December 2024
Nieuwbericht ontwikkeling Ontmoetingscentrum Beek en Donk Februari 2023
Februari 2023
Herinrichting Piet van Thielplein - informatiebijeenkomst
November 2023
Laarbeek bomenplan. Wijk Opstal, Aarle-Rixtel
December 2023
Raadsbesluit Participatie
December 2023
2e tussenrapportage 2022
November 2022
Laarbeek presentatie Opstal [video]
2021
Kadernota 2023
Juni 2022
Projectplan Participatie strategisch frame: Samenwerken aan de Samenleving
2022
Afwegingskader participatie
2022
Verordening adviesraden sociaal domein
2022
Handreiking omgevingsdialoog 2022
2022
Bestuursakkoord 2022-2026: Samen aan zet!
2022
Toekomstvisie ‘Samen daadkrachtig en energiek naar 2030’
Januari 2022
Omgevingsvisie buitengebied Laarbeek
December 2021
Participatiebeleid: Visie op participatie – Omgevingswet
Oktober 2021
Rapportage raadpleging – Participatie in de gemeente Laarbeek
Augustus 2021
Projectinformatie ontwikkeling ontmoetingscentrum Beek en Donk
-
Eindrapport Ontmoetingscentrum Beek en Donk – fase 1 (Spectrum)
-
Organisatie
Bron (extern)
Datum
Vereniging van Rekenkamers
Veel gedaan, genoeg te doen; Metadossier en meta-analyse van 102 rekenkameronderzoeken naar participatie
2025
Mooi Laarbeek
Bomenplan Opstal Aarle-Rixtel
Oktober 2021
pagina 44/52
Maart 2026
Rekenkamer en PBLQ – Participatie in Laarbeek
Bijlage D
Casusbeschrijvingen van projecten
- Herstraten en bomen vervangen wijk Opstal (2022)32,33 In de wijk Opstal waren er klachten over bomen in de wijk. Naar aanleiding van de klachten is de gemeente Laarbeek gestart met het maken van een nieuw bomenplan. Via een digitaal platform konden bewoners aangeven welke veranderingen zij in de wijk met betrekking tot groenvoorziening aangepast, uitgebreid of ongewijzigd wilden laten. In september 2021 heeft de gemeente een bijeenkomst georganiseerd waar de bewoners van de wijk Opstal hun mening mochten geven over het bomenplan. Vanuit de gemeente waren projectleiders aanwezig om een toelichting te geven op de ingediende ideeën en het daaruit ontstane bomenplan voor de wijk Opstal. Met de op- en aanmerkingen is het plan bijgesteld en aangepast. In het najaar van 2022, later dan volgens de originele planning beoogd was, is gewerkt aan de daadwerkelijke uitvoering van het bomenplan. 34 Uit de presentatie van het bomenplan blijkt dat de planning voor het project als volgt was: 35 Datum Activiteit Vóór 11-9
Aanleveren van input van bewoners.
13-9 t/m 24/0
Gemeente maakt conceptplan aan de hand van eigen doelstellingen en de input van bewoners.
25-9
Presentatie conceptplan in buurtbijeenkomst. De gemeente gaat met bewoners in gesprek over het conceptplan.
27-9 t/m 8-10
Gemeente maakt definitief plan en geeft aan hoe met de ingekomen reacties wordt omgegaan.
8-10
Gemeente communiceert het definitieve plan met de bewoners.
Okt-dec 2021
Voorbereiding uitvoering/vergunningen.
Jan-mrt 2022
Uitvoering van het plan (onder voorbehoud vergunningen en het weer).
Perspectief participanten. Het bomenplan werd gepresenteerd tijdens de bijeenkomst. Er kon worden gereageerd op het plan, maar verder hadden de deelnemers voor hun gevoel weinig invloed. De gemeente heeft geen terugkoppeling gegeven aan de deelnemers over de resultaten en/of uitkomsten van de bijeenkomst. Over het uitstellen van het bomen planten zijn de deelnemers niet actief geïnformeerd. De deelnemers zouden het fijn hebben gevonden als de gemeente na afloop van het project langs zou zijn gekomen om te evalueren. Over de mogelijkheid om via het digitale platform input te leveren is een mail gestuurd. Deze manier van input leveren werd door een aantal deelnemers als uitdagend ervaren. Niet iedereen was er bekend mee. De deelnemers zijn over het algemeen tevreden over de terugkoppeling, maar daarbij geven ze aan dat de gemeente meer had mogen communiceren en zichtbaarder had mogen zijn tijdens het proces. In het begin van het traject werden de deelnemers