CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20241107 Begroting 2025

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van de Begroting 2025 gemeente Laarbeek30.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

WOZ waarde

Tarief

Tarief 2024

Verschil

Onbenutte

begin 2024

2024

art. 12 status

tarief

capaciteit

4.036 524 449

0,10% 0,26% 0,22%

0,16% 0,16% 0,16%

0,07% -0,10% -0,06%

2.642 -529 -280 1.832

52

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulaties voortvloeit (zie paragraaf 2.3 risico's) is € 1,9 miljoen + het risico voor de grondexploitaties van € 2,91 miljoen is in totaal aan benodigde weerstandscapaciteit van € 4,81 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 24,601 miljoen. Hierdoor wordt de ratio weerstandsvermogen:

Ratio weerstandsvermogen beschikbare weerstandscapaciteit = = benodigde weerstandscapaciteit

24.601 4.810

=

5,1

Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen NAR (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld. Deze ratio wordt voorafgaand aan de raadsbehandeling berekend. Hier is de onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van het negatieve begrotingsresultaat 2025 (€ 1,292 mln) en het negatieve begrotingssaldo 2024 (€ 2.431 mln) nog niet inbegrepen. Wanneer hiermee wel rekening wordt gehouden bedraagt de ratio 4,3.

Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

De ratio bedraagt eind 2025: 5,1. Dit betekent dat de ratio uitkomt op een waardering A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Toekomstige ontwikkeling van het weerstandsvermogen Bovenstaand ratio weerstandsvermogen is gebaseerd op de actuele situatie van de beschikbare weerstandscapaciteit. Als we naar de verwachte ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit kijken dan is de inschatting dat de algemene reserve gaat dalen door de begrote incidentele tekorten in 2024 (jaarrekening resultaat) als verwachte tekorten voor de begrotingsjaren 2026 t/m 2028. Tevens zijn er nog diverse financiële risico's in het grondbedrijf voor toekomstige risico's waar de financiële impact nog niet van bekend zijn bij het opstellen van de begroting maar wel te verwachten zijn. Denk hierbij o.a. aan de ontwikkeling omtrent De Heuvel in Lieshout. In de risico reserve grondexploitaties is hier wel al zoveel als mogelijk rekening mee gehouden. Maar de werkelijke kosten kunnen tegen vallen en die kunnen het ratio verslechteren. Hierbij moet opgemerkt worden dat in deze cijfers de grondnota 2024 (voor het jaar 2025) nog niet verwerkt is. Wanneer de raad instemt met de voorstellen uit de grondnota 2024 in relatie tot de reserve grondexploitatie zal dit effect hebben op (het verloop van) de algemene reserve en daarvan afgeleid de weerstandsratio.

Daarnaast is er nog veel onzekerheid over de rijksfinanciering voor de jaren 2026 t/m 2028. Dit kan mogelijk ook een effect hebben op de algemene reserve en daarmee het weerstandsvermogen. 53

De ratio zal des al niet te min naar verwachting in 2028 nog steeds uitkomen op een A waardering. Het geprognosticeerd verloop van de algemene reserve zal na verwerking van alle voorstellen in deze begroting 2025 (exclusief voorstellen uit de grondnota 2024) als volgt eruitzien (zie tabel hieronder). Let op dit is wel exclusief het negatieve resultaat per boekjaar. Dit kan namelijk nog niet verwerkt worden. Dus de algemene reserves zullen dalen met het resultaat per jaar. Waarbij het negatieve resultaat voor 2026 tot en met 2028 nu nog een sterk vertekend beeld geven want dit gaat niet het werkelijke resultaat worden omdat hier nog een gat in zit door de rijksfinanciering. Mochten er geen middelen van het rijk komen dan zullen er maatregelen moeten worden genomen om tot een structureel sluitende (meerjaren)begroting te komen. 2024

2025

2026

2027

2028

Algemene reserves

16.854

16.889

16.924

16.959

16.994

Bestemmingsreserves

17.734

20.079

20.683

20.688

20.693

Afschrijvingsreserves

23.208

22.526

21.831

21.111

20.401

bedragen x € 1.000

Risico's Belangrijkste financiële risico’s Gemeente Laarbeek Op basis van een risicoanalyse zijn de belangrijkste financiële risico's voor de gemeente Laarbeek geïnventariseerd. In totaal zijn er 37 risico's bepaald. In onderstaand overzicht zijn de tien risico’s gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit.

Risico

Kans

Invloed

70%

Gevolg x € 1.000 500

1

Uitkering gemeentefonds

2

Extra uitvoerings- of programma kosten verbonden partij -ODZOB Mogelijk niet realiseren maatregelen

80%

250

9%

40%

500

7%

30%

600

7%

5

Onvoorziene beheerskosten gemeentelijke voorzieningen Informatiebeveiliging / cyberrisico

50%

350

6%

6

Zorgkosten sociaal domein Wmo, jeugdhulp en schuldhulp

50%

300

6%

7

Uitvoerings- en financieringskosten GR Senzer

60%

241

5%

8

Hogere inhuurkosten

60%

200

4%

9

Hogere kosten door bovenmatige inflatie

30%

400

4%

40%

300

4%

3 4

10 Personeelskosten Totaal grote risico's (maximaal gevolg)

3.641

Overige risico's (maximaal gevolg)

3.257

Totaal alle risico's (maximaal gevolg)

6.898

12%

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 6,9 miljoen) ongewenst is. De risico’s zullen zich immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang manifesteren.

54

Toelichting: In de tabel wordt de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit aangegeven, verbonden aan de mate van betrouwbaarheid van de simulatie. De grafiek toont de verdeling van de kansen en totale financiële gevolgen. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1,9 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Risico's grondexploitatie Voor de risico-inventarisatie van de grondexploitaties is een separate risicoanalyse opgesteld (Monte Carlo risicoanalyse grondexploitaties 28 augustus 2024). Uit deze analyse volgt dat om de risico’s voor de grondexploitaties te kunnen opvangen een reserve benodigd is van € 2,91 miljoen om met een zekerheidsmarge van 90% de geïnventariseerde risico’s af te kunnen dekken. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat actuele risico's uit de grondnota 2024 hierbij nog niet in verwerkt zijn. Daarnaast is de verwachting dat een aantal toekomstige projecten en eventuele grondexploitaties verlieslatende zullen zijn en hierdoor het risico verder zal toenemen. Deze zijn echter nog geen concrete projecten waardoor een financiële risico inschatting nu nog moeilijk te maken is en een risico op hoofdlijn is onderdeel van de Monte Carlo risicoanalyse.

Kengetallen financiële positie In het streven naar meer transparantie, verbetering van het inzicht in de financiële positie en voor de vergelijking met andere gemeenten worden zowel in de begroting als jaarrekening een set van financiële kengetallen opgenomen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of balans. De kengetallen zijn het uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente Laarbeek. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art.11 lid 2d) bepaalt dat gemeenten een set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in deze paragraaf. De op te nemen kengetallen zijn: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.

55

Signaleringswaarden De provincie hanteert, voor het verkrijgen van een goed en uniform beeld, signaleringswaarden die afkomstig zijn uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. Daarbij moet benadrukt worden dat door de provincie aan deze categorieën geen kwalificatie is gegeven, omdat normering in eerste instantie aan de gemeente zelf is. Gemeente Laarbeek heeft geen eigen normering bepaald en hanteert hiervoor de onderstaande tabel. In de tabel hieronder is te zien tot welke signaleringswaarden gehanteerd worden en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a

Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

1b

Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

2

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

4

Structurele exploitatieruimte

Begroting >0%

Begroting 0%

Begroting <0%

5

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Uitkomsten Laarbeek In onderstaande tabel zijn de uitkomsten voor Laarbeek afgezet tegen de signaleringswaarden zoals de provincie die hanteert. Onderaan deze paragraaf wordt een relatie gelegd tussen de kengetallen en worden opvallende zaken toegelicht.

Kengetal Netto schuldquote zonder 1a correctie doorgeleende gelden Netto schuldquote met correctie 1b doorgeleende gelden

Rekening

Begroting

Meerjarenbegroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

8%

1%

-3%

10%

13%

13%

8%

1%

-3%

10%

13%

13%

2

Solvabiliteitsratio

61%

69%

77%

76%

74%

74%

3

Grondexploitatie

15%

14%

2%

-1%

1%

2%

4

Structurele exploitatieruimte

5%

8%

-1%

-6%

-6%

-6%

5

Belastingcapaciteit

86%

94%

94%

94%

94%

94%

Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Waar is het voor? Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. Hoe lager het percentage is, hoe gunstiger de financiële positie. Hoe werkt het? De netto schuldquote wordt volgens een vaste formule berekend: De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (conform artikel 46 BBV) B Netto vlottende schuld (conform artikel 48 BBV) C Overlopende passiva (conform artikel 49 BBV) D Financiële activa (conform artikel 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (conform artikel 39 BBV) F Liquide middelen (conform artikel 40 BBV) G Overlopende activa (conform artikel 40a BBV) H Totale baten (conform artikel 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves)) 56

De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). Toelichting op ratio ontwikkeling De twee kengetallen laten een verslechtering zien, ook meerjarig (nog steeds in categorie A). De schulden stijgen (voornamelijk de vlottende schuld neemt toe) maar ook de totale baten dalen door de afname van de rijksfinanciering. Hierdoor verslechteren de ratio's.

Solvabiliteitsratio Waar is het voor? De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met andere woorden: of ze alles kan betalen en of er voldoende geld beschikbaar is. Hoe lager de solvabiliteit, hoe minder eigen vermogen de organisatie heeft om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. Hoe werkt het? Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves: zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves. Ook het resultaat uit het overzicht van baten en lasten (het rekeningresultaat) is hier onderdeel van. A Eigen vermogen (volgens artikel 42 BBV) B Balanstotaal Solvabiliteit (A/B) x 100%. Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal daalt de komende jaren ligt. Dit komt door een lichte daling van de bestemmingsreserves maar voornamelijk door het verwachte jaarlijkse tekort vanaf begroting 2026 tot en met 2028 wegens het tekort aan rijksfinanciering. De ratio blijft in categorie A meerjarig.

Grondexploitatie Waar is het voor? De grondexploitatie kan een hoge impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige woningbouwproject) hebben wij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Hoe werkt het? Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Als een formule: A Niet in exploitatie genomen gronden B Bouwgrond in exploitatie C Totale baten De grondexploitatie ((A+B)/C) x 100% 57

Toelichting op ratio ontwikkeling Het kengetal ontwikkelt zich positief. Het aantal exploitaties gaat in de toekomst afnemen waarbij er naar verwachting een piek is in de verkopen in 2025 en 2026. Met de verkopen daalt de boekwaarde van de ‘gronden in exploitatie’. Dit is uiteraard voor verwerking van de grondnota 2024 die een effect op deze ratio kan hebben. Daarnaast worden in de toekomst ook weer grondexploitaties toegevoegd die langer doorlopen dan 2028 waardoor de ratio zal veranderen.

Structurele exploitatieruimte Waar is het voor? Een begroting waarvan de vaste inkomsten en de vaste uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Bijvoorbeeld doordat er in het ene jaar inkomsten uit een verkoop zijn en er het jaar daarna niet. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. Dit kengetal geeft hierdoor aan welke structurele exploitatieruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe werkt het? Om het structurele exploitatieoverschot te kunnen berekenen, wordt gekeken naar het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves en deze worden vergeleken met (gedeeld door) de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Over het algemeen geldt dus als richtlijn: hoeveel hoger het kengetal structurele exploitatieruimte, hoeveel gunstiger dit is voor de gemeente. Als streefwaarde geldt voor gemeente Laarbeek voor dit kengetal een waarde >=0.

Als een formule: A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten De structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% Toelichting op ratio ontwikkeling De structurele exploitatieruimte laat een verslechtering zien door de begrote tekorten en de daling van de totale baten door het tekort aan rijksfinanciering. Hierdoor verslechtert het ratio wel. Afhankelijk van de financiering van het rijk wordt dit ratio mogelijk weer aangepast. Het ratio ontwikkelt hierdoor naar categorie C omdat meerjarig de structurele lasten hoger zijn dan de baten. Dit is ook de uitdaging voor de kadernota 2026 om tot een structureel sluitende begroting te komen. Daarmee herstelt het ratio.

Belastingcapaciteit Waar is het voor? Deze indicator geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten (belastingdruk) in de gemeente Laarbeek die vergeleken wordt met het landelijke gemiddelde. Zo kan vergeleken worden met eerdere jaren en andere gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het is de bevoegdheid van uw raad met welke omvang de belastingen worden verhoogd. 58

Hoe werkt het? Onder de woonlasten wordt verstaan het totaal van:  OZB;  rioolheffing;  reinigingsheffing. Hiervoor wordt een referentiewoning gekozen met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C Afvalstoffenheffing voor een gezin D Eventuele heffingskorting E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%. Toelichting op de ratio ontwikkeling Het kengetal verbeterd naar categorie A waarna deze meerjarig stabiel blijft. De stabiliteit komt ook omdat er geen toekomstig meerjarig beeld is van de gemiddelde woonlasten. Het kengetal bedraagt meerjarig 94% Hiermee kan geconcludeerd worden dat de totale woonlasten voor een gezin met een woning met gemiddelde WOZ-waarde in gemeente Laarbeek in 2025 lager zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde T-1 (het ijkpunt voor het maximaal te heffen belastingtarief).

59

4.3 Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: wegenbeleid bruggen en vlonders bermen en sloten openbare verlichting riolering waterbeheer groenbeleids- en groenstructuurplannen bomen natuurterreinen, landschapsinrichting en bossen speelplekken gemeentelijke gebouwen Van bovengenoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven: a het beleidskader b ontwikkelingen c de vertaling van financiële consequenties voor in de begroting

Beleidskader Voor de instandhouding van kapitaalgoederen wordt veelal gewerkt met beheerplannen. In de beheerplannen wordt het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële middelen vastgelegd. De volgende beheerplannen gelden nu: Beheerplan

Jaar vaststelling

Gebouwen Beheerplan bruggen en vlonders 2020 gemeente Laarbeek

2020

Onderhoud gemeentelijke gebouwen

2020

Groen Bomenbeleidsplan Laarbeek (2013) en bomenvervangingsplan Laarbeek (2020)

2013

Groenbeheerplan

2023

Beheerplan natuurterreinen, Beheerplan landschapselementen en Bosbeheerplan

2016

Speelplekkenplan

2021

Riool & water Beheerplan bermen en sloten

2010

Gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023.

2018

Waterbeheerplan

2021

Wegen & openbare verlichting Beleidsplan: Licht in de openbare ruimte 2018

2017

Wegenbeleid gemeente Laarbeek 2024.

2024

60

Wegenbeleid Beleidskader Het 'Wegenbeleid gemeente Laarbeek 2024' werd op 12 oktober 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit beleid vormt de basis voor de wijze waarop het verhardingenbeheer in de gemeente Laarbeek wordt uitgevoerd. Bij het vastgestelde kwaliteitsniveau B (Basis) worden de wegen ‘heel en veilig’ onderhouden, conform de landelijke standaard. Gelijktijdig werden de financiële middelen beschikbaar gesteld om de verhardingen op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden.

Ontwikkelingen In oktober 2023, bij vaststelling van het 'Wegenbeleid Laarbeek 2024' besloot de gemeenteraad het budget ‘incidenteel onderhoud wegen’ structureel te verhogen met € 216.325 tot een totaal van € 270.000. Gezien de noodzaak tot structurele financiële ombuigingen werd in de Kadernota 2025 vastgelegd dat het budget ‘incidenteel onderhoud wegen’ weer structureel wordt verlaagd met € 70.000. Dit heeft consequenties voor de snelheid waarmee klachten worden afgehandeld en de snelheid waarmee reparaties worden uitgevoerd.

Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

Exploitatie

1.798

1.990

2.090

2.190

2.290

Mutatie voorzieningen

-694

1.035

97

24

306

Bruggen en vlonders Beleidskader Beheerplan bruggen en vlonders 2020 gemeente Laarbeek

Ontwikkelingen In 2025 worden activiteiten in het kader van beheer en onderhoud uitgevoerd en zal worden gestart met de voorbereiding van de vervanging van een verkeersbrug tussen Lekerstraat en Peeleindseweg in Beek en Donk.

Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

13

42

42

43

43

Bermen en sloten Beleidskader In 2010 werd het beleidsplan bermen en sloten door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid is vervolgens vertaald in een beheerplan. Door het onderhoud van bermen en sloten te combineren is een efficiencyvoordeel behaald. Bovendien kunnen er voor minder geld meer bermen ecologisch worden beheerd. Voor het slotenonderhoud geldt een maaifrequentie van één keer per jaar onder de voorwaarde dat de andere aangelande (eigenaar met grond langs de sloot) het slootmaaisel ontvangt en zorgt voor verwerking.

61

Ontwikkelingen In 2024 werd het onderhoud aan bermen en sloten aanbesteed voor een periode van 2 jaar, met 2× een verlengingsoptie van 1 jaar. Dit biedt de mogelijkheid om in 2025 te bezien of aanpassingen in het beheer óf in het beleid met betrekking tot bermen en sloten gewenst zijn.

Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

231

224

224

224

224

Openbare verlichting Beleidskader Het plan belicht de totale openbare ruimte, niet alleen de openbare verlichting maar ook de verlichting van bedrijven, monumenten en dergelijke. Gekozen is om de openbare verlichting binnen een planperiode van 12 jaar te verduurzamen en daarmee uiting te geven aan de ambities die Laarbeek heeft op het gebied van duurzaamheid. Elk jaar wordt een investeringsplan opgesteld en wordt krediet aan de raad gevraagd.

Ontwikkelingen Ook in 2025 zal een deel van de bestaande openbare verlichting worden vervangen door LED.

Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

349

381

429

441

453

Riolering Beleidskader Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023 is in december 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Naast de wijze waarop de gemeente Laarbeek invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten vermeldt het GRP ook op welke wijze Laarbeek streeft naar een duurzame en klimaatbestendige waterketen en een klimaatbestendig watersysteem. Om de kosten en baten op elkaar af te stemmen is een doorrekening gemaakt voor een periode van 80 jaar. Uit deze doorberekening blijkt, dat een jaarlijkse tariefstijging van de rioolheffing nodig is van 3,6% aangevuld met een compensatie voor de inflatie.

Ontwikkelingen Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van de opvolger van het GRP 2019-2023: het 'Water- en Rioleringsprogramma Laarbeek 2025-2029', dat naar verwachting in het tweede kwartaal van 2025 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. In dat Water- en Rioleringsprogramma beschrijven we hoe wij als gemeente omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt ingegaan op de zorg voor het oppervlaktewater met een functie in de waterketen en de invloed van klimaatverandering op de waterketen en hoe we daarmee omgaan. Gelijktijdig met het vaststellen van het Water- en Rioleringsprogramma is worden ook de hoogte en de ontwikkeling van de 'Water- en rioleringsheffing' vastgesteld. De inhoudelijke werkingsduur van het huidige GRP 2019-2023 wordt verlengd tot het moment van vaststellen van het 'Water- en Rioleringsprogramma Laarbeek 2025-2029'. In 2025 zal nog de tariefstijging van de rioolheffing volgens GRP 2019-2023 worden doorgevoerd. Met ingang van 2026 worden de hoogte en de ontwikkeling van de 'Water- en rioleringsheffing' bepaald op basis van het 'Water- en Rioleringsprogramma Laarbeek 20252029'. 62

Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

Exploitatie

1.642

1.478

1.470

1.471

1.473

Mutatie voorzieningen

-317

147

220

210

210

Waterbeheer Beleidskader Zorg dragen voor een veilig en duurzaam waterbeheer en overlastsituaties tot een minimum te beperken.

Ontwikkelingen In 2025 wordt een start gemaakt met de uitvoering van het baggerbeheerplan.

Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

Exploitatie

45

180

181

181

181

Mutatie voorzieningen

-33

-163

138

-163

137

Groenbeleids- en groenstructuurplan Beleidskader De gemeenteraad heeft in 2023 het Groenbeheerplan vastgesteld. In het groenbeheerplan is vastgelegd hoe de omvorming van het openbaar groen ter verhoging van de biodiversiteit, de leefbaarheid en het klimaatadaptiever maken van de openbare ruimte vormgegeven wordt. Er wordt gewerkt met een viertal groentypen met elk hun eigen onderhoudsniveau. Het groenbeheerplan 2023 bevat daarnaast ook een aantal beleidswijzigingen ten opzichte van het Groenbeleids- en groenstructuurplan uit 2011. Dat plan is nog steeds van toepassing met inachtneming van de wijzigingen uit het Groenbeheerplan 2023.

Ontwikkelingen Voor het groenonderhoud is er een overeenkomst met Senzer. Zowel Senzer als de gemeente Laarbeek lopen tegen een aantal knelpunten aan m.b.t. het groenonderhoud en de gemaakte afspraken. Hierover wordt het gesprek gevoerd.

Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

63

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

1.252

1.398

1.437

1.467

1.498

Bomen Beleidskader In 2013 heeft u het Bomenbeleidsplan vastgesteld. In het Bomenbeleidsplan zijn de belangrijkste bomenstructuren in onze gemeente benoemd en wat het beleid daarvoor is. Er zijn spelregels opgenomen hoe wij in onze gemeente omgaan met het kappen van bomen en hoe er gecompenseerd moet worden. Ook wordt op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke bomen ingegaan. Dit voeren wij planmatig en gestructureerd uit waardoor wij op een goede wijze invulling geven aan de wettelijke zorgplicht. In 2020 heeft u het bomenvervangingsplan vastgesteld. Dit plan voorziet in het structureel en planmatig vervangen van bomen. In 2023 heeft u het Groenbeheerplan 2023 vastgesteld. Hierin zijn ook enkele beleidswijzigingen voor het bomenbeleid en -beheer meegenomen. Het Bomenbeleidsplan blijft onverkort van kracht, maar is op onderdelen herzien via het Groenbeheerplan 2023.

Ontwikkelingen Onderdeel van de beleidswijzigingen die opgenomen zijn in het Groenbeheerplan 2023 is het aanwijzen van toekomstbomen. Dit moet nog gebeuren.

Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

Exploitatie

434

352

357

361

366

Mutatie voorzieningen

48

Natuurterreinen, landschapselementen en bossen Beleidskader Voor de diverse groengebieden in het buitengebied van onze gemeente zijn een aantal beheerplannen opgesteld. Voor de gemeentelijke bosgebieden geldt het bosbeheerplan (2016), voor de overige natuurterreinen is het beheerplan natuurterreinen Laarbeek (2022) van toepassing. In het beheerplan landschapselementen (2016) worden de eindbeelden en onderhoudsmaatregelen voor een 75-tal landschapselementen omschreven. Het gaat dan om houtwallen, zandpaden, poelen en dergelijke. Voor de uitvoering van de diverse werkzaamheden hebben wij in 2022 een zesjarige beheerovereenkomst met Bosgroep ZuidNederland afgesloten.

Ontwikkelingen -

Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

226

284

294

304

314

Speelplekken Beleidskader Het speelplekkenplan ziet toe op het structureel aanpassen en vervangen van speelplekken in Laarbeek binnen een tijdsbestek van 20 jaar.

64

Ontwikkelingen In 2023 is een plan uitgewerkt voor de renovatie van de speelplek van de Orchideestraat. Conform raadsbesluit zullen hier nog aanvullende fondsen voor worden geworven om aan het deel cofinanciering te voldoen. Dit proces wordt conform verwachting afgerond, waarbij € 22.500 is opgehaald. Daaropvolgend is de speelplek in de eerste maanden van 2024 gerealiseerd. In 2024 staat de renovatie van het speelveld op de Ratel in Beek en Donk op de agenda. Hiervoor is al een conceptplan opgesteld, in samenwerking met een werkgroep uit de wijk. Momenteel wordt dit conceptplan verder uitgewerkt zodat de fondsenwerving opgestart kan worden. Uitvoering wordt verwacht in het najaar van 2024. Stichting Speelplezier Aarle-Rixtel is ook gestart met de voorbereiding op een nieuwe locatie. Voor 2025 staat de renovatie van de speelplek op de Julianalaan in de planning. Hier is inmiddels een werkgroep geformeerd bestaande uit wijkbewoners. Zij gaan een concept uitwerken, wat vervolgens uitgewerkt zal worden richting realisatie in 2025.

Financiën Onderdeel

Rekening

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

Exploitatie

78

85

94

99

104

Mutatie voorzieningen

-34

-3

-3

-3

-3

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader Op 30 januari 2020 heeft de gemeenteraad de "Meerjarenplanning onderhoud gemeentelijke gebouwen Laarbeek 2019-2028" vastgesteld. De gemeente heeft een groot aantal gebouwen in eigendom voor vele functies in het maatschappelijk verkeer. Gedacht kan worden aan het gemeentehuis, gemeenschapshuizen, sporthallen, brandweerkazernes, de gemeentewerf, hertenkampen, kiosken en monumenten. Al deze gebouwen zijn opgenomen in de onderhoudsplanning, die een periode van 10 jaar bestrijkt. De planning wordt jaarlijks geactualiseerd. Het lopende onderhoudsplan (2019-2028) is nog steeds geldend. Volgens de financiële regelingen (BBV) dienen wij als gemeente iedere 4 jaar een nieuw geactualiseerd onderhoudsplan voor te leggen aan de gemeenteraad. Het nieuwe plan staat voor begin volgend jaar (2025) gepland

65

Ontwikkelingen Het lopende onderhoudsplan (2019-2028) is nog steeds leidend. We storten hiervoor jaarlijks € 316.000 in de voorziening. Volgens de financiële regelingen (BBV) dienen wij als gemeente iedere 4 jaar een nieuw geactualiseerd onderhoudsplan voor te leggen aan de gemeenteraad. Dit staat voor begin volgend jaar gepland. Het nieuwe plan is technisch concept-gereed. Op dit moment zijn we nog bezig met de doorrekening van onderhoudskosten voor de komende 10 jaar, inclusief vervangingsinvesteringen. De verwachting is dat het nieuwe onderhoudsplan leidt tot een verhoging van de jaarlijkse storting in de voorziening. Dit komt met name door het gestegen prijspeil. In het huidige en nieuwe MJOP zitten nu nog grote vervangingen. We willen voorstellen om: a. de onderhoudsvoorziening uitsluitend te gebruiken voor het in stand houden van ons vastgoed. Hieronder valt gepland onderhoud, contractonderhoud en klachtenonderhoud. b. vervangingsinvesteringen te activeren, waarbij de kapitaallasten (rente- en afschrijvingskosten) ten laste van de exploitatie worden gebracht. Overwegingen om de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen te herzien: 1. Voldoen aan de regelgeving BBV. 2. Duidelijke scheiding tussen onderhoud en vervangingsinvesteringen. 3.

Er wordt recht gedaan aan het continuïteitsprincipe: vervangingsinvesteringen zijn na afloop van de economische levensduur gewaarborgd. 4. In lijn met de systematiek van andere onderhoudsvoorzieningen binnen de gemeente.

Financiën Onderdeel

Rekening

Exploitatie Mutatie voorzieningen

66

Meerjarenbegroting

2023

2025

2026

2027

2028

1.547

1.518

1.503

1.672

1.692

211

-95

-184

65

-72

4.4 Financiering Algemeen De paragraaf 'financiering' bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte (BBV, artikel 13).

Risicobeheer Om de financiële risico's zo goed mogelijk te beheersen, is het belangrijk om aandacht te schenken aan de kwalitatieve ontwikkeling van de treasuryfunctie. Als gevolg van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) hebben gemeenten twee instrumenten ingevoerd: 1. Treasurystatuut; 2. Paragraaf financiering. Treasurystatuut Hierin wordt een nadere invulling gegeven aan het wettelijk kader. Het statuut bevat de beleidsuitgangspunten voor het uitvoeren van de treasuryfunctie. De volgende regelgeving heeft betrekking op de financieringsfunctie van de gemeente:  Wet financiering decentrale overheden (Wet fido).  Ministeriële regeling ‘Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’ (Ruddo).  Financieringsregeling huisvesting ambtenaren.  Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).  Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Paragraaf financiering Deze paragraaf wordt opgenomen in zowel de begroting als de rekening en biedt hiermee informatie over de uitvoering van treasurytaken. Het rijk heeft de kasgeldlimiet, renterisiconorm en een drempelbedrag schatkistbankieren ingesteld om risico’s die te maken hebben met herfinanciering van leningen in te perken. Deze drie elementen worden in de volgende alinea’s nader toegelicht.

Financiering Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan wat het maximale bedrag is dat de gemeente aan kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mag aantrekken. De kasgeldlimiet 2025 bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal, dus 8,5% van ±€ 70,4 miljoen is ±€ 6,0 miljoen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft aan welk deel van de langlopende leningen (looptijd langer dan 1 jaar) afgelost mag worden. De renterisiconorm 2025 bedraagt 20% van het begrotingstotaal, dus 20% van ±€ 70,4 miljoen is ±€ 14,1 miljoen. Drempelbedrag schatkistbankieren Om de staatsschuld te beperken moeten gemeenten tijdelijk overtollige, liquide middelen aanhouden in de schatkist bij het Rijk of uitzetten bij medeoverheden. Om het cashmanagement van de gemeenten niet te verstoren mogen de gemeenten een relatief beperkt positief saldo op de bankrekeningen aanhouden. Gemiddeld per kwartaal mag dit saldo niet meer zijn dan een vastgesteld drempelbedrag. Het drempelbedrag schatkistbankieren 2025 bedraagt 2% van het begrotingstotaal, dus 2% van ±€ 70,4 miljoen is ±€ 1,4 miljoen. 67

Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte 2025 is een afgeleide van de liquiditeitsprognose. In het verleden werd deze prognose incidenteel gemaakt. Op het moment dat sprake was van het aantrekken van een langlopende geldlening werd de noodzaak gezien van een liquiditeitsbegroting omdat uit een dergelijke begroting af te lezen is: 1. wat de omvang van de lening zou moeten zijn, en 2. wat de looptijd van de lening zou moeten zijn. Met de verplichting om in begroting en jaarrekening te rapporteren over de financieringsbehoefte zal meer structurele aandacht gegeven worden aan het samenstellen van een liquiditeitsbegroting.

Rente(toerekening) Bij het berekenen van het renteresultaat van het taakveld ‘Treasury’ in de begroting 2025 is rekening gehouden met de volgende componenten: Begroting 2025 bedragen x € 1.000

Externe rentelasten en -baten -/- Rente aan de grondexploitatie

Lasten

Baten

Saldo

-131

76

-55

27

Saldo rentelasten en -baten

27 -28

Rente over voorzieningen

-52

-52

Saldo bespaarde rente

-52

Aan taakvelden toe te rekenen rente

-80

Aan taakvelden toegerekende rente

77

77

Aan taakvelden toegerekende rente

77

Aan taakvelden toegerekende rente

77

Saldo taakveld Treasury

-3

68

Overzicht omslagrente Onderstaand volgt een overzicht van de berekening van de omslagrente voor de begroting 2025.

Berekening Omslagrente a

Begroting 2025

externe rentelasten over de korte en lange financiering - korte financiering (tot 1 jaar) financieringstekort (rekening courant)

0

- lange financiering (vanaf 1 jaar) leningen o/g b

131

externe rentebaten - korte financiering (tot 1 jaar)

c

-76

- lange financiering (vanaf 1 jaar)

0

totaal door te rekenen externe rente

55

rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend rentekosten grondexploitatie

-27

restant nog door te rekenen externe rente

28

d1 rente dotatie eigen vermogen

0

d2 rente dotatie voorzieningen

0

contante voorziening wachtgeld voorm.bestuurders

52

door te rekenen interne rente

80

e

werkelijk aan taakvelden doorgerekende rente

77

f

renteresultaat taakveld Treasury (+ = voordeel / - = nadeel)

-3

Omslagrente begroting 2025

0,13%

Overzicht gewogen gemiddelde rentepercentage Grondexploitatie Onderstaand een overzicht van de berekening van het gewogen gemiddelde rentepercentage voor de Grondexploitatie begroting 2025.

Berekening gewogen gemiddelde rentepercentage tbv Begroting 2025 Grondexploitatie Totaal Vermogen (Balanstotaal)

76.835

Vreemd Vermogen

19.039 24,78%

Saldo leningenportefeuille - langlopend

10.000

Saldo leningenportefeuille - kortlopend Rentelasten leningenportefeuille langlopend Rentelasten leningenportefeuille kortlopend

0 131 0 1,31%

Berekening rentepercentage Grondexploitatie begroting 2025

69

0,32%

4.5 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling De wereld om ons heen verandert doorlopend. Opgaven komen in steeds hoger tempo op ons af, al dan niet in de vorm van nieuwe ontwikkelingen en opgaven die adequaat handelen en snel anticiperen van de gemeente, onze inwoners en (maatschappelijke) partners vragen. Verandering is daarbij de enige constante. Om de balans hierin te bewaken, moeten we keuzes maken, prioriteren en vooruitkijken in goed samenspel tussen raad, college en gemeentelijke organisatie. Het is noodzaak dat de organisatie is toegerust om opgaven en ambities op te kunnen pakken in het licht van toekomstbestendigheid. In 2023 is flink ingezet op een nieuwe organisatiestructuur, op het stimuleren van de interne doorstroming, het uitbreiden van formatie en op het anders positioneren van medewerkers. 2024 stond in het teken van doorvertellen van ons verhaal, de basis op orde brengen en grip krijgen op onze werkvoorraad. In 2025 borduren we hier op voort. We gaan ons organisatieverhaal doorleven en waar mogelijk al (verder) doorvertalen. In de verdieping maken we duidelijk wat we van iedereen verwachten in die dynamische omgeving. Nu moet iedere medewerker verantwoordelijkheid nemen: van “praten over” naar “ik laat zien hoe ik het verschil maak” (eigenaarschap). Daarvoor gaan we de volgende activiteiten uitvoeren. Doorleven en doorvertalen.

 De managers/coördinatoren gaan met de teams aan de slag onder andere aan de hand van de nieuwe gesprekscyclus.  Om te weten of we op de goede weg zijn monitoren we de voortgang. Leren en ontwikkelen.  We zetten in op de individuele ontwikkeling en teamontwikkeling.  Daarnaast gaan we aan de slag met teamontwikkeling. We brengen elk team in kaart wat duidelijkheid geeft over de ontwikkelmogelijkheden en welke gerichte acties en interventies daarbij effectief zijn.  We werken verder aan een sterke positionering van de Peelregio op de arbeidsmarkt met als specifieke aandachtspunten talentontwikkeling, regionale onboarding en het vinden van medewerkers voor moeilijk invulbare vacatures.  We gaan de Laarbeek academie sterker positioneren als leerplatform. Sterk samenspel / balans ambitie en capaciteit  We gaan door met het verbeteren van het samenspel tussen bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Een sterk samenspel bevorderen we bijvoorbeeld door heisessies tussen college / MT en MT / coördinatoren met aandacht voor rolzuiverheid, verwachtingenmanagement en onderlinge werkafspraken.  In 2025 hebben we specifiek aandacht voor het verbeteren van onze adviesvaardigheden. Duidelijke adviesnota’s, startnotities en projectplannen met goede (prioriterings)voorstellen helpen ons grip te blijven houden op onze werkvoorraad.

Moderne bedrijfsvoering  Een continu aandachtspunt blijft dat de basis op orde is waarbij we een accent aanbrengen dat deze eenvoudig is. We beperken waar mogelijk het aantal afspraken maar gaan daar ook echt op sturen. De basis hiervoor wordt gelegd in een visie op interne dienstverlening en een visie op dienstverlening.  In 2025 implementeren we de nieuwe versie van Key2Fiancien waarbij we de bijhorende werkprocessen tegen het licht houden.  De komende jaren vervangen we ons zaaksysteem, de e-Suite, door PodiumD. In 2025 zetten we de eerste stappen in deze vervanging.

70

Dienstverlening Laarbeek is een betrouwbare, moderne dienstverlenende gemeente. De ontwikkelingen van dienstverlening, zowel op digitaal gebied (o.a. Cloud, AI, robotisering) als op wettelijk gebied (o.a. Wet Open Overheid, Wet digitale overheid, Wet digitale toegankelijkheid), gaan onverminderd snel vooruit. We zetten alle zeilen bij om als gemeente in deze ontwikkelingen mee te kunnen en gaan. We zijn daarin slimme volgers en leren graag van wat grotere gemeenten en de VNG ontwikkelen en innoveren op het gebied van dienstverlening. Begin 2025 stellen we een 'Visie op Dienstverlening 2025-2028' vast. Een visie die ons richting geeft in wat we willen bereiken op het gebied van externe en interne dienstverlening en hoe we meer gebruik kunnen maken van verdergaande digitalisering. Omdat we vanuit verschillende samenwerkingsverbanden werken voor onze inwoners, vertalen we de visie ook door in de keten en naar onze samenwerkingspartners. Aspecten als toegankelijkheid, eenvoud, digitaal en vooral vanuit de opvatting 'onze inwoners staan centraal' krijgen een prominente plek in de visie. Aan de hand van de 'Visie op Dienstverlening' maken we in 2025 een uitvoeringsprogramma waarin projecten en activiteiten uitgewerkt zijn waar we de komende jaren aan werken.

We moeten, om het binnen onze organisatie daadwerkelijk mogelijk te maken qua formatie, prioriteren en over meerdere jaren uitsmeren. Zeker omdat dienstverlening iedereen in onze organisatie aangaat en iedereen een belangrijke rol en verantwoordelijkheid heeft in het leveren van een betrouwbare en moderne dienstverlening aan onze inwoners.

Informatisering & automatisering Informatievoorziening Een goede informatievoorziening is van belang om een gedegen en continu niveau van dienstverlening te bieden. Er zijn steeds veranderende wetgevingen en trends of ontwikkelingen volgen elkaar in een sneltreinvaart op. Deze zijn van invloed op onze (digitale) informatievoorziening. In het informatiebeleid zijn hiervoor beleidsregels en uitgangspunten geformuleerd en welke ambitie hierbij wordt gehanteerd. Hierin speelt onze dienstverlening een hoofdrol. In 2024 is het informatiebeleid geactualiseerd en zijn ambities opnieuw vastgesteld. Met vijf ontwikkellijnen werken we aan een toekomstgerichte ICT-dienstverlening. 1. Servicedesk. We zetten in op een verdere professionaliseringsslag van onze dienstverlening waarbij serviceverlening aan de gebruiker hoog in het vaandel staat. 2. Beheer van systeem- en netwerkbeheer (hosting). We werken aan een aanpassing van het ICT-landschap waardoor het beheer eenvoudiger wordt, dit betreft een langere termijn ontwikkeling. 3. Ontwikkelen informatiemanagement. We werken aan het vergroten van kennis over informatiemanagement. Dit doen we door goed samen te werken met de teams/afdelingen binnen de gemeentes en kennis te delen. 4. Ontwikkelen functioneel beheer. Functioneel beheer is een belangrijke spil tussen het team/de afdeling en ICT.

De rol van functioneel beheerder en de plaats binnen de organisatie zal verder vormgeven moeten worden met als doel om (nog) beter te kunnen anticiperen op de wensen en behoeftes van de gebruikers. 5. Ontwikkelen digitale vaardigheden organisatie. We spelen graag in op de behoefte voor ondersteuning op het gebied van ICT. Zo zijn er vanuit ieder team/afdeling collega’s (keyusers) aangesteld waar gebruikers terecht kunt voor ondersteuning voor bijvoorbeeld MS-Teams. Daarnaast zijn er vaste momenten waarop medewerkers van de servicedesk langskomen voor alle vragen

71

Resultaten  Eind 2024 is het informatiebeleid geactualiseerd en zijn ambities opnieuw vastgesteld.  In 2025 maken we gebruik van cloud telefonie waarbij we onafhankelijker zijn van plaats en nieuwe functionaliteiten tot onze beschikking hebben.  In 2024/2025 zal verder ingezet worden op de 5 ontwikkellijnen voor een toekomstgerichte ICT dienstverlening. o Eind 2025 zal het systeem en netwerkbeheer uitbesteed worden. Hiervoor zal het ICT landschap in 2024 en 2025 verder versimpeld/aangepast worden. o In 2024 zal een advies worden uitgebracht voor de ontwikkeling van functioneel beheer. Dit advies zal in 2025 geïmplementeerd worden. o Eind 2024 zal het advies voor de inrichting van de servicedesk voor de langere termijn herzien worden.

Informatiebeveiliging en privacy Eind 2024 zullen we het strategisch en tactisch beleid actualiseren op basis van de eisen en wensen vanuit informatiebeveiliging en privacy en de volwassenheid van de organisatie. Gevolg hiervan is dat er ook nieuwe procedures zullen volgen. Dit is een meerjarige opgave. De focus voor het komende jaar ligt voor ons op o.a. de volgende onderwerpen:  Bewustzijn creëren voor het belang van informatiebeveiliging en privacy.  Business continuïteitsplan: Dit plan zal ervoor zorgen dat we (in hoofdlijnen) kunnen blijven opereren, zelfs in het geval van onvoorziene gebeurtenissen.  Beheersmaatregelen voor mobiele apparaten (MDM): Om de beveiliging van mobiele apparaten te versterken, zullen we specifieke beheersmaatregelen opstellen voor Mobile Device Management (MDM). Hiermee kunnen we ervoor zorgen dat mobiele apparaten veilig en compliant zijn met onze informatiebeveiligingsnormen.  ISMS: we gaan starten met het gebruik van een ISMS (cybermanager). Deze tool zal ons in staat stellen om de effectiviteit van onze maatregelen nauwkeurig te volgen en te evalueren.  Netwerksegmentatie: Dit is grotendeels door Automatisering al gerealiseerd in 2024 maar wordt in 2025 verder doorgezet op basis van het samenvoegen van meerdere netwerk gerelateerde projecten om de infrastructuur naar het volgend niveau te krijgen.

 Voor de DigiD audit worden de beheersmaatregelen verder geformaliseerd die de afgelopen jaren al geïmplementeerd zouden moeten zijn. Hierin maken we als organisatie een volwassenheidsslag.  Voor de Wet politiegegevens audit hebben we de interne audit uitgevoerd over 2022 en 2023 met een voorbereiding op 2024 en 2025 om de interne organisatie ook mee te helpen de werkdruk zo veel mogelijk te beperken.  Voorbereiding voor de NIS2 wetgeving door het uitvoeren van een risicoanalyse, het realiseren van een ISMS en het uitzetten van beheersmaatregelen om de geïdentificeerde risico’s zo veel mogelijk te beperken.  Mede door de NIS2 zal ook meer naar BIO2.0 audits worden gekeken voor inzichten te verkrijgen over de informatiebeveiliging en privacy binnen informatiesystemen die betrokken zijn in kritische processen.  Op privacy gebied zijn al enkele zaken opgeleverd zoals een datalek procedure, vernieuwen van het privacystatement op de website en een Wpg implementatieplan wat nog verder geformaliseerd moet worden. Naast de gerealiseerde zaken zal de volwassenheid op privacy gebied nog verder moeten worden verhoogd en zal nog gekeken worden naar de procedures rondom AVG/Wpg verzoeken.

Informatie- en archiefbeheer We blijven werken aan de verbetering van het informatie- en archiefbeheer. Begin 2025 evalueren we het eerste jaar van de invoering van kwaliteitscontroles. We gaan ons ook richten op het informatiebeheer in taakapplicaties. Daarnaast gaan we ons voorbereiden op overgang naar een nieuw zaaksysteem. Dit doen we in samenwerkingsverband Dimpact.

72

Gegevensbeheer We zorgen ervoor dat de gegevens van de registraties BAG, BGT, BRO en WKPB actueel en betrouwbaar zijn. De gegevens zijn op juiste manier gekoppeld met andere registraties zoals WOZ en beheer openbare ruimte. Dit doen we om ervoor te zorgen dat de gegevens juist gebruikt kunnen worden, zowel binnen als buiten onze organisatie. Daarnaast werken we hard aan het verbeteren van het beheer van onze applicaties.

Planning & Control In 2024 is samen met de Auditcommissie en de gemeenteraad gestart met het werken met één financiële rapportage en de verbetering van de kadernota / begroting. Dit is onder andere gedaan om enerzijds de informatiewaarde en sturingsmogelijkheden van de instrumenten te vergroten voor de raad, en anderzijds om de efficiëntie voor de organisatie te vergroten. In 2025 gaan we hiermee door waarbij de financiële rapportage verder gaan verbeteren, de P&C planning verder willen optimaliseren en de kadernota en begroting korter willen maken, met meer relevante informatie en minder ambtelijke belasting Insteek is en blijft dat de planning en controlcycus inzichtelijk (en mogelijk makkelijker) voor raadsleden en inwoners moet zijn én een toegevoegde waarde voor de controlerende en kaderstellende rol van de raad.

Personeel De uitdaging blijft om de organisatie toegerust te houden om opgaven en ambities op te kunnen blijven pakken. Door de krapte op de huidige arbeidsmarkt zijn goed en juist geschoolde medewerkers moeilijk vindbaar. Specialistische functies zijn dan ook moeilijk in te vullen, niet alleen voor een vaste aanstelling maar ook voor tijdelijke invulling. Onze strategische HR-agenda zet in op aantrekkelijk werkgeverschap voor het behouden en aantrekken van medewerkers. Er wordt ingezet op een nieuwe en moderne gespreksstructuur tussen medewerkers en leidinggevende, het uitwerken van de visie op leren en ontwikkelen, arbo- en verzuimbegeleiding, vitaliteit en digitale vaardigheden. Tot slot werken we binnen de Peelgemeenten met een regionale arbeidsmarktstrategie, waarin werving en selectie een belangrijk onderdeel vormen. Binnen de intergemeentelijke samenwerking tussen de gemeenten Laarbeek en Gemert-Bakel is de volgende verdeling van teams gemaakt: - Gemeente Gemert-Bakel: team ICT-I&A en team Personeelsadministratie (PSA) - Gemeente Laarbeek: team Financieel Beheer, team Informatiebeleid en Privacy (IB&P), team HR. Medewerkers van de intergemeentelijke teams werken voor twee gemeenten en zijn in dienst conform de verdeling. Naast de bovenstaande samenwerking zijn werkzaamheden en taken uitbesteed aan verschillende verbonden partijen.

Denk hierbij aan onder andere de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB), de BelastingSamenwerking Oost-Brabant (BSOB) en de Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten.

73

In de onderstaande tabel wordt een overzicht gepresenteerd van de personele formatie die inzicht geeft in de personele bezetting en de bijbehorende personeelslasten per organisatie onderdeel.

Organisatiestructuur

Formatie

Loonsom

Begroting 2025

(fte)

( x € 1.000)

Griffie

1,61

186

Secretaris (gemeentesecretaris)

1,00

145

Afdeling Bedrijfsvoering en Staf

50,23

4.750

Afdeling Leefomgeving

57,45

5.187

Afdeling Samenleving

36,69

3.133

Totaal

146,98

13.401

Rechtmatigheid Op 27 september 2022 heeft besluitvorming door de eerste kamer plaatsgevonden over de wetswijziging Wet versterking decentrale rekenkamers. Onderdeel van deze wetswijziging is de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is voor het eerst toegepast over het verslagjaar 2023. In 2025 wordt ook weer een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen waarbij extra aandacht wordt gevestigd op de adviezen uit de accountantscontrole (interim-controle) en eventuele opmerkingen of verbeteringen vanuit de gemeenteraad. In de jaarrekening over boekjaar 2025 zal de rechtmatigheidsverantwoording van het college opgenomen worden en zal tevens een toelichting hierop plaats vinden in de paragraaf bedrijfsvoering. In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college van B&W aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. De externe accountant geeft een controleverklaring met een oordeel over getrouwheid inclusief getrouwheid over de rechtmatigheidsverantwoording van het college van B&W. Tot slot heeft de gemeenteraad eerder besloten over de rechtmatigheidsverantwoording waaronder de reikwijdte en verantwoordingsgrens (raadsvergadering van 20 mei 2021).

Door de uitstel van de landelijke regelgeving over de rechtmatigheidsverantwoording is het besluit later toegepast. Hierdoor wordt de uitvoering van de rechtmatigheidsverantwoording in 2025 en het eerder genomen besluit van de raad geëvalueerd en eventueel aangescherpt.

74

4.6 Verbonden partijen Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is in artikel 1 lid b BBV als volgt gedefinieerd: ‘Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.‘ Onder bestuurlijk belang wordt verstaan (artikel 1 lid d BBV): ‘Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.’ Onder financieel belang wordt verstaan (artikel 1 lid c BBV): ‘een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.’ Hieronder is weergegeven een overzicht van publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de gemeente Laarbeek participeert, die begrepen kunnen worden onder de noemer verbonden partijen.

Beleidsuitgangspunten Het inzichtelijk maken van de verbonden partijen is om twee redenen van belang. De eerste reden is dat verbonden partijen vaak beleid uitvoeren dat de gemeente in principe ook zelf kan blijven doen. De gemeente geeft een mandaat aan de verbonden partij. De tweede reden betreft de kosten, het budgettaire beslag en de financiële risico’s, die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. Het aangaan van banden met verbonden partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Verbindingen met derden zijn een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren. De huidige verbonden partijen hebben allemaal een historische bestaansgrond. Bij nieuwe deelnemingen zullen we bij de besluitvorming door de raad de publieke taak expliciet aan de orde stellen op grond van visie en doelstellingen van de deelneming. Daarnaast is er in 2024 gestart met de verdere uitwerking van de samenwerkingsagenda met een raadswerkgroep de afronding en uitwerking zal ook in 2025 plaats vinden. De uitkomsten van dit traject kunnen ook van invloed zijn op de manier waarop wij omgaan met de verbonden partijen in onze P&C producten. Indien dit van toepassing is zal dit ook in 2025 worden verbeterd en aangepast in onze P&C producten.

75

Overzicht verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) Partners Openbaar belang

Bestuurlijke betrokkenheid Eigen Vermogen

bedragen x € 1.000

Waterschap Aa en Maas, gemeente Asten, Bernheze, Boekel, Deurne, Gemert-Bakel, Landerd, Oss, Uden, Sint Anthonis en Someren Binnen het werkveld heffingen en WOZ meerwaarde creëren in termen van kwaliteitsverbetering, verbetering van de dienstverlening aan inwoners, vermindering van kwetsbaarheden en besparing op uitvoeringskosten. Onze gemeente heeft één zetel in het Algemeen Bestuur. 956 (1-1-2023)

1-1-2024 Eigen Vermogen

626 (1-1-2024)

31-12-2024 Vreemd Vermogen

551 (1-1-2023)

1-1-2024 Vreemd Vermogen

746 (1-1-2024)

31-12-2024 Resultaat 2023

-133 (totaal GR)

Bijdrage Laarbeek

476 (begroting 2025)

Risico's

  

Ontwikkeling

 

Toename van WOZ-bezwaren leidt tot een toename van personele inzet en proceskostenvergoedingen Personeel (risico van uitval en risico van onvoldoende beschikbaarheid nieuwe medewerkers) Beschikbaarheid ICT-structuur en voldoende niveau van gegevensbescherming Doorontwikkeling van de organisatie op basis van een meerjarenstrategie Verdere automatisering (o.a. secundaire objectkenmerken)

endvbend

76

Blink Partners Openbaar belang

bedragen x € 1.000

Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Nuenen c.a. en Someren, Son en Breugel en Pre-Zero Het in regionaal verband op professionele wijze zorg dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van de inzameling, sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, de gladheidsbestrijding en de reiniging van de openbare ruimte van de deelnemende gemeenten.

Bestuurlijke betrokkenheid

Onze gemeente heeft één zetel in het Algemeen Bestuur.

Eigen Vermogen

€0

1-1-2024 Eigen Vermogen

Nog niet bekend

31-12-2024 Vreemd Vermogen

€ 5.273

1-1-2024 Vreemd Vermogen

Nog niet bekend

31-12-2024 Resultaat 2023 Bijdrage Laarbeek

€ 1.838

Risico's

De inrichting van Blink maakt dat alle dienstverlening via doorbelasting op de deelnemende gemeenten wordt afgewikkeld. - Benodigde organisatieontwikkeling (strategisch traject Blink) - Verbrandingsbelasting en verwerkingstarieven 2025 nog niet bekend - Het schommelen van opbrengsttarieven - Aanlevering van hoeveelheid tonnages in de huis-aan-huisinzameling en milieustraten - Inzetbaarheid van personeel (krapte op de arbeidsmarkt) - Veroudering materieelpark Blink - Huisvesting Blink

Ontwikkeling

Diverse ontwikkelingen blijven de komende jaren merkbaar van invloed: - Toenemende omvang dienstverlening Blink - Verdere professionalisering van de bedrijfsvoering - Toename kosten voor lonen (marktconform maken van inschaling van uitvoerend personeel om de continuïteit van dienstverlening te borgen) - Inkoop, inhuur en inflatie - Verhoging olie- en brandstofprijzen - Verduurzamen inzamelvoertuigen - Huisvesting Blink

endvbend

77

Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten

bedragen x € 1.000

Partners

Asten, Deurne, Gemert-Bakel en Someren

Openbaar belang Bestuurlijke betrokkenheid

Uitvoering van gemeentelijke taken op het terrein van Wmo, Jeugd en BMS ten behoeve van de deelnemende gemeenten. Onze gemeente levert twee bestuursleden voor het Algemeen Bestuur en één bestuurslid voor het Dagelijks Bestuur.

Eigen Vermogen

€ 1.017 (bron: begroting 2025)

1-1-2024 Eigen Vermogen

€ 677.000 (bron: begroting 2025)

31-12-2024 Vreemd Vermogen

€ 19.597 (bron: begroting 2025)

1-1-2024 Vreemd Vermogen

€ 19.098 (bron: begroting 2025)

31-12-2024 Resultaat 2023

€ 340.000 negatief hetgeen gedekt wordt door een onttrekking uit de reserve

Bijdrage Laarbeek

Bijdrage 2025: 3.471 (€ 3.471.127)

Risico's

De inrichting van GR Peelgemeenten maakt dat alle dienstverlening via doorbelasting op de deelnemende gemeenten wordt afgewikkeld. In de begroting 2025 is een paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” opgenomen. De risico’s van de GR Peelgemeenten beperkt, omdat het een uitvoeringsorganisatie betreft. De voornaamste risico’s die zijn in de risico-inventarisatie opgenomen: ·Ziekteverzuim ·Beveiliging van data/privacy ·Kwetsbaarheid organisatie op gebied van bedrijfsvoeringstaken. ·Juridische risico’s (overschrijden termijnen als gevolg van onvoldoende capaciteit).

Ontwikkeling

De begroting 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Peelgemeenten bouwt voort op de ontwikkelingen die in 2021 zijn gestart met de koersagenda 'Samenwerken door Samen Werken', welke in 2025 een vervolg krijgt in de Koersagenda 2025-2030. Daarbij vormen diverse Rijksakkoorden zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Integraal Zorgakkoord (IZA) en Hervormingsagenda jeugd de kern van samenwerking voor de maatschappelijke uitdagingen in onze regio. In de begroting 2025 van de GR Peelgemeenten worden een aantal ontwikkelingen geschetst. zoals: - Er wordt gestart met het monitoren van de impact van de Koersagenda op de dienstverlening aan onze inwoners. - Er vindt een doorontwikkeling plaats van het programmabureau, waarbij de regionale programma's van de vijf gemeenten en de GR Peelgemeenten worden gefaciliteerd. Hiermee zorgt de GR Peelgemeenten voor een toekomstbestendig programmabureau waarmee ze regionaal de ontwikkelingen naar aanleiding van de IZA, GALA en Hervormingsagenda Jeugd kunnen faciliteren. - Aanbesteding van huishoudelijke ondersteuning volgens de Nieuwe Route.

endvbend

78

GGD Brabant Zuidoost

bedragen x € 1.000

Bestuurlijke betrokkenheid

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Onze gemeente heeft één zetel in het algemeen bestuur en één zetel in het dagelijks bestuur.

Eigen Vermogen

€ 3.935 (bron: begroting 2025)

Partners

Openbaar belang

1-1-2024 Eigen Vermogen

€ 3.915 (bron: begroting 2025)

31-12-2024 Vreemd Vermogen

€ 27.932 (bron: begroting 2025)

1-1-2024 Vreemd Vermogen

€ 27.411 (bron: begroting 2025)

31-12-2024 Resultaat 2023

Nihil

Bijdrage Laarbeek

Totale bijdrage 2025: € 1.027.004

Risico's

GGD heeft actief risicomanagement ontwikkeld, waarbij elk trimester aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling in de risico’s. De belangrijkste risico’s die genoemd worden in de programmabegroting 2025 zijn: - Toenemende arbeidsmarktkrapte - Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen - De Corona-, M-Pox en Oekraïne-crises maken duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=4b5b4b20-7d1e-44a3-9847-0e8d00500d1c