6 20241107 Begroting 2025
Tekst van het document
Cultureel erfgoed Economische promotie Media Milieubeheer
23
127
1.096
1.796
Musea
1
1
1
1
1
1
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
76
69
63
63
63
63
Ruimte en leefomgeving
489
313
107
107
107
107
Verkeer en vervoer
61
203
215
215
215
215
Wonen en bouwen
586
763
543
543
543
543
Saldo van baten en lasten
-8.470
-13.256
-10.051
-9.825
-10.021
-10.174
Stortingen in reserves
-4.016
-5.761
-1.590
-90
-90
-90
Onttrekkingen aan reserves
4.041
5.334
687
181
230
220
Resultaat
-8.445
-13.684
-10.955
-9.735
-9.880
-10.044
24
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de begrotingssaldi weer. Begroting bedragen x € 1.000
Meerjarenbegroting
2025
2026
-11.239
-9.871
Raad 21 december 2023
264
246
228
210
Kadernota 2025
168
161
212
163
Raad 4 juli 2024
-15
-24
-34
-43
Financiële rapportage 2024
435
294
230
242
-10.387
-9.195
-9.347
-9.564
Bestaand beleid
87
87
87
87
Kapitaallasten
30
48
54
83
Overige mutaties
-576
-579
-579
-554
Loon- & prijsontwikkeling
-109
-96
-96
-96
-10.955
-9.735
-9.880
-10.044
Primitieve begroting 2024-2027
Startpositie Meerjarenbegroting 2025-2028
Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028
2027
2028
-9.984 -10.135
Toelichting financiële mutaties Onderstaande tabel laat de mutaties uit de Programmabegroting 2025 zien. Begroting bedragen x € 1.000
Actualisatie Legesverordening 2025 - Hoofdstuk 2 Baten
Meerjarenbegroting
2025
2026
2027
2028
46
46
46
46
46
46
46
46
De inschattingen voor diverse onderdelen in de Legesverordening zijn geactualiseerd. Daarnaast vindt een verhoging van de tarieven plaats van 5%. Op basis van de huidige ervaringen met de Omgevingswet hebben we verbeteringen aangebracht in onze producten en de onderbouwing hiervan. Omdat er nog geen volledig jaar is doorlopen, is de beschikbare data op dit moment nog beperkt. Samen met de Omgevingsdienst gaan we hier het komende jaar verdere verbeteringen in aanbrengen.
Meeropbrengst leges leggen van kabels en leidingen en de daarbij behorende degeneratiekosten Baten
55
55
55
55
55
55
55
55
Sinds het gebruik (2e kwartaal 2023) van de software "Moor" ontvangen we meer leges voor het leggen van kabels en leidingen en de daarbij behorende degeneratiekosten. Dit zijn kosten die de gemeente moet maken nadat kabels en leidingen gelegd zijn en het straatwerk nog niet perfect ligt op die locaties.
25
Verwerking financiële bijstelling Subsidiestaat 2025 Lasten
-15
-15
-15
-15
-15
-15
-15
-15
Bij de vaststelling van de Begroting 2025 wordt tevens de Subsidiestaat 2025 vastgesteld. Dit leidt tot diverse budgettaire bijstellingen als gevolg van gewijzigde hoeveelheden als ook het toepassen van indexering. Deze begrotingswijziging heeft betrekking op programma 2, 3 en 5.
Beleidsindicatoren
Beleidsindicator
verplicht volgens meet eenheid actualiteit BBV j/n
gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
Laarbeek
Gemiddelde WOZ-waarde
Ja
x € 1.000
2023
394
394
Nieuw gebouwde woningen
Ja
per 1.000 woningen
2023
7,8
7,5
Demografische druk
Ja
%
2024
80,4
81,1
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Ja
€
2024
910
947
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Ja
€
2024
970
1.037
Investeringen Onderstaande tabel geeft inzicht in de investeringen binnen dit programma voor het begrotingsjaar 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028. Conform het financieel beleid en de bijbehorende financiële verordening worden de voorgestelde investeringsbudgetten (kredieten) voor het nieuwe begrotingsjaar 2025 direct door de raad beschikbaar gesteld in 2025 bij vaststelling van de begroting. De financiële ruimte voor de kapitaallasten van investeringen is in de kadernota 2025 opgenomen en zijn dus al verwerkt in het gepresenteerde saldo van de kadernota 2025. Daarnaast zijn de toekomstige investeringsbudgetten van 2026 tot en met 2028 weergegeven. De hiervoor noodzakelijke financiële ruimte is wel in het meerjarig saldo verwerkt, maar deze investeringsbudgetten worden nu nog niet vastgesteld. Wat betreft de investeringsbudgetten voor de jaarschijf 2025, behorend bij wegenbeheersplan, worden afzonderlijke voorstellen per plan voorgelegd aan de raad.
26
bedragen x € 1.000 Omschrijving
Jaar investering
Bruto investerings budget
Kapitaal lasten 2025
Bijdrage in kosten afwaarderen Bakelseweg naar 60 km/uur
2025
60
0
2
2
2
Speelvoorzieningen 2025 (cf. speelruimteplan)
2025
61
0
4
4
4
Verduurzaming groen openbare ruimte 2025
2025
300
0
10
10
10
Verv. openbare verlichting cfm beleidsplan 2025
2025
384
0
11
11
11
Speelvoorzieningen 2026 (cf. speelruimteplan)
2026
61
0
0
4
4
Verduurzaming groen openbare ruimte 2026
2026
300
0
0
10
10
Verv. openbare verlichting cfm beleidsplan 2026
2026
399
0
0
12
12
Bijdrage snelfietsroutes Gemert - Helmond
2027
1.000
0
0
0
26
Speelvoorzieningen 2027 (cf. speelruimteplan)
2027
61
0
0
0
4
Verduurzaming groen openbare ruimte 2027
2027
300
0
0
0
10
Verv. openbare verlichting cfm beleidsplan 2027
2027
415
0
0
0
12
Speelvoorzieningen 2028 (cf. speelruimteplan)
2028
61
0
0
0
0
Verduurzaming groen openbare ruimte 2028
2028
300
0
0
0
0
Verv. openbare verlichting cfm beleidsplan 2028
2028
432
0
0
0
0
Verv. openbare verlichting cfm beleidsplan 2029
2029
449
0
0
0
0
Vervangen Openbare verlichting 2030
2030
467
0
0
0
0
27
Kapitaal Kapitaal Kapitaal lasten lasten lasten 2026 2027 2028
4. Economie en werkgelegenheid Portefeuillehouders Wethouder Briels Wethouder Slaets-Sonneveldt Wethouder Van den Berkmortel
Ontwikkelingen Regionale opgaven De economische dynamiek in Zuidoost Brabant zorgt (naast de druk op woningen en voorzieningen) niet alleen voor een forse groei van de werkgelegenheid, maar stelt Brainport Eindhoven ook voor forse opgaven op het gebied van economische infrastructuur. Zowel de HTSM-sector (hightech systemen en materialen) als hun toeleveranciers groeien hard, wat een forse vraag aan nieuwe werklocaties oplevert. Laarbeek heeft zich ingespannen om het Regionaal Bedrijventerrein Brainport een stapje dichterbij te brengen. Inmiddels is de locatie keuze voor het RBT bekend. Komend jaar wordt dit plan in regioverband uitgewerkt zodat het regionaal bedrijfsleven weer uit de voeten kan. Binnen Laarbeek gaan we op zoek naar een nieuwe locatie voor onze lokale behoefte. Onze inzet op het punt van bereikbaarheid (o.a. N279, Beekse Brug en snelfietspaden) is ook voor het Laarbeekse bedrijfsleven van belang. Deze en onze inzet op het gebied van bijvoorbeeld Recreatie en Toerisme en Centrumplan Lieshout vindt u terug in programma 3.
Ambities A. Er zijn voldoende bedrijfskavels beschikbaar in Laarbeek en in de regio. B. We nemen een actieve houding aan in het versterken van de winkelcentra en het tegengaan van leegstand van centrumpanden. C. Arbeidsmigranten worden op een menswaardige manier gehuisvest.
Speerpunten Wat willen we bereiken? 4.01
De gemeente ondersteunt de realisatie van een regionaal bedrijventerrein in de regio en zet tevens in op uitbreiding van bedrijventerrein Bemmer ten behoeve van de lokale behoefte.
4.02
De bestaande Retailnota wordt op actualiteit ververst.
4.03
In ons vestigingsbeleid wordt het bieden van (meer) werkgelegenheid als toewijzingscriterium gehanteerd.
4.04
De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid waar het gaat om de huisvesting van arbeidsmigranten, conform recent vastgesteld beleid.
28
Wat gaan we daar voor doen? 4.01
De gemeente ondersteunt de realisatie van een regionaal bedrijventerrein in de regio en zet tevens in op uitbreiding van bedrijventerrein Bemmer ten behoeve van de lokale behoefte. Toekomstige vestigingslocaties Om ook in de toekomst voldoende vestigingsmogelijkheden voor (lokale) bedrijven te hebben onderzoeken we de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een nieuw lokaal bedrijventerrein.
Planning 12 - 2025
Samenwerkingsovereenkomst Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost Het realiseren van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost is een langdurig proces dat stap voor stap wordt doorlopen. De beoogde locatie is in beeld en de eerste benodigde besluiten hiervoor zijn genomen. In 2025 moeten afspraken worden gemaakt over de juridische structuur en financiën. Deze landen in een samenwerkingsovereenkomst.
Planning 12 - 2025
Financiën Rekening bedragen x € 1.000
Begroting
Meerjarenbegroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
-7.960
-4.359
-3.494
-3.548
-2.617
-1.023
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
-53
-59
-46
-46
-46
-46
Beheer overige gebouwen en gronden
-17
-25
-21
-21
-21
-21
Economische ontwikkeling
-551
-633
-551
-451
-451
-451
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
-3.788
-1.043
-766
-364
-48
-48
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
-3.550
-2.538
-2.049
-2.666
-2.051
-457
-60
-60
7.723
4.600
4.359
3.752
2.223
629
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
73
60
60
60
60
60
Beheer overige gebouwen en gronden
32
45
45
45
45
45
Economische ontwikkeling
23
Lasten
Vennootschapsbelasting (VpB) Baten
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
4.818
1.382
1.234
805
83
83
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
2.777
3.113
3.020
2.842
2.035
441
Saldo van baten en lasten
-237
242
866
204
-394
-394
Stortingen in reserves
-1.639
-885
-1.420
-599
Onttrekkingen aan reserves
1.444
90
60
Resultaat
-432
-554
-495
-394
-394
-394
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de begrotingssaldi weer. Begroting
Meerjarenbegroting
bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Primitieve begroting 2024-2027
-576
-476
-476
-476
Kadernota 2025
13
13
13
13
Financiële rapportage 2024
19
19
19
19
-544
-444
-444
-444
Kapitaallasten
17
17
17
17
Overige mutaties
39
39
39
39
Loon- & prijsontwikkeling
-6
-6
-6
-6
-495
-394
-394
-394
Startpositie Meerjarenbegroting 2025-2028
Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028
29
Toelichting financiële mutaties Onderstaande tabel laat de mutaties uit de Programmabegroting 2025 zien. Begroting bedragen x € 1.000
2025
Meerjarenbegroting 2026
2027
2028
Er zijn geen mutaties die voor nadere toelichting in aanmerking komen.
Beleidsindicatoren De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Deze is hieronder weergegeven als indicator. Beleidsindicator
verplicht volgens meet eenheid actualiteit BBV j/n
Laarbeek
gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
Vestigingen (van bedrijven)
Ja
per 1.000 inwoners 15 t/m 64 jr
2023
206,3
202,7
Functiemenging
Ja
%
2023
47,9
49,8
30
5. Gezondheid, welzijn, zorg en onderwijs Portefeuillehouders Wethouder Briels Wethouder Slaets-Sonneveldt
Ontwikkelingen Nederland heeft een hoogontwikkelde gezondheidszorg en een hoog niveau van sociale voorzieningen, zo ook Laarbeek. Echter staan de kwaliteit en de toegankelijkheid van onze zorg en ondersteuning onder druk. De vraag naar zorg neemt toe, vooral door vergrijzing. Tegelijkertijd zijn er grenzen aan de beschikbaarheid van zorg, mede door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De groeiende zorgvraag zorgt bovendien voor een uitdaging bij het betaalbaar houden van de zorg en ondersteuning. Als we doorgaan op de huidige weg loopt de zorgketen vast en kan niet meer iedereen rekenen op goede en tijdige zorg en ondersteuning. Daarom werken we aan verbetering. Ook in Laarbeek moeten we hier mee aan de slag, we zien dezelfde uitdagingen. Om verbeteringen te realiseren zijn er landelijk een aantal ontwikkelingen in gang gezet die invloed (gaan) hebben op de inrichting van het sociaal domein in Laarbeek: Integraal zorgakkoord (IZA) In het najaar van 2022 is het Integraal Zorgakkoord ondertekend door partijen uit zorg, ondersteuning en Welzijn (bijv. Federatie van ziekenhuizen), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Samen werken deze partijen toe naar passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op gezondheid.
Er wordt gewerkt aan een beweging van ‘zorg naar gezondheid’. Waar relevant worden ook de langdurige zorg, publieke gezondheid en het sociaal domein betrokken. Uitgangspunt is passende zorg: ‘in 2040 draagt de zorg optimaal bij aan het gezond (samen)leven van alle mensen in Nederland, in het besef dat daarvoor niet meer mensen en middelen beschikbaar zijn dan nu en dat dit gepaard moet gaan met de laagst mogelijke impact op klimaat en milieu.’ Hiervoor is een werkagenda opgesteld, gericht op onder andere passende zorg, regionale samenwerking, versterking organisatie eerstelijnszorg, samenwerking tussen sociaal domein, huisartsen en GGZ, gezond leven en preventie, arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals. Daarnaast stellen gemeenten samen met andere partijen een werkprogramma op, waarin ze uitwerken hoe de gemeenten de afspraken concreet in gaan vullen. We doen dit in de Peelregio gezamenlijk vanuit het netwerk 'Peel Duurzaam Gezond'. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) bouwen we aan het fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Hiervoor maken we afspraken vanuit een gezamenlijke basis als rijksoverheid, gemeenten en zorgverzekeraars.
We doorbreken schotten en werken domeinoverstijgend vanuit samenhang om zo bij te dragen aan de beweging naar de ‘voorkant’ waarin een gezonde samenleving centraal staat. Ook al is er sprake van gezondheidsproblemen, er is niet altijd (alleen) een medisch antwoord gewenst. We werken aan een beweging richting beter passende zorg en ondersteuning. We willen terug naar de nabijheid en de menselijke maat vanuit de lokale sociale basis of de sociale infrastructuur, in samenspraak met de inwoners. Het gaat om omzien naar elkaar. De overheid heeft een grote rol bij het bevorderen van gezond gedrag in een gezonde leefomgeving, waarbij inzet gedifferentieerd ingezet wordt en een aparte en toegespitste aanpak vergt voor kwetsbare groepen, waarin de grootste stijging van gezondheidswinst te behalen is.
31
Dat vraagt gericht investeren: ongelijk investeren voor meer gelijke kansen. Voor de financiering van activiteiten om dit te realiseren is er vanaf 2023 één brede specifieke uitkering (SPUK) beschikbaar voor gemeenten. Om deze doelen te behalen, staan de volgende thema’s centraal, die lokaal en in de regio worden uitgewerkt: Het terugdringen van gezondheidsachterstanden Het bevorderen van de inrichting van een gezonde sociale en fysieke leefomgeving Het versterken van de sociale basis in wijken en buurten Het bevorderen van een gezonde leefstijl Het versterken van de mentale gezondheid van de inwoners Het ondersteunen van inwoners bij het vitaal ouder worden Hervormingsagenda jeugd (HVAJ) Het huidige jeugdstelsel is niet houdbaar. Daarom hebben het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en VNG samen de hervormingsagenda opgesteld. De Hervormingsagenda Jeugd heeft twee doelen: 1. Betere en tijdige zorg en ondersteuning op de juiste plek en wanneer dit nodig is 2. Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. De Hervormingsagenda Jeugd kent een transformatiedoelstelling; een inhoudelijke vernieuwing die de kwaliteit van de jeugdzorg verhoogt. Dit doen we niet alleen, maar in de samenwerking in regio Peel / 10vdJeugd.
De hervormingsagenda richt zich primair op de beschikbaarheid, organisatie en houdbaarheid van de jeugdhulp en het jeugdhulpstelsel zelf. Secundair is de hervormingsagenda bedoeld als een breed maatschappelijke agenda, waarin waar nodig ook verbindingen gelegd worden met andere ontwikkelingen. De Hervormingsagenda Jeugd kent een achttal ontwikkellijnen: 1. De Jeugdwet helder positioneren in de bredere context van het sociaal domein en het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht 2. De lokale toegang met stevige lokale teams versterken 3. Afbouw residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk 4. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren 5. Verbeteren regionale samenwerking en landelijke contractering specialistische zorg 6. Eenvoudiger uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten van marktwerking 7. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring 8. Afspraken over financieel bestuurlijke verhoudingen en een meerjarig financieel kader Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Naar verwachting wordt het in 2025 voor gemeenten verplicht om een meerjarig Integraal Huisvestingsplan te ontwikkelen. Hierbij dient in gelijkwaardigheid te worden samengewerkt met schoolbesturen. Gemeenten en scholen leggen het IHP vast voor vier jaren, met een doorkijk naar de verdere 12 jaren.
Het IHP moet leiden tot goede schoolgebouwen, met inzicht in de kwaliteit van de schoolgebouwenportefeuille, met duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en geldstromen en het leidt tot meer zekerheid voor schoolbesturen en gemeenten. Laarbeek is gestart met de ontwikkeling van het IHP en streeft naar een vaststelling in de raad in het 3de kwartaal van 2025. We willen hierbij vanuit een te ontwikkelen visie gaan werken waarbij we de belangen van de doelgroep maximaal behartigen met onderstaande items: Inclusief onderwijs en passend onderwijs; Thuisnabij onderwijs, zoals vastgelegd in het samenwerkingsverband (SWV), benadrukt dat passend onderwijs voor alle kinderen in de gemeente beschikbaar moet zijn. Dit houdt in dat kinderen zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs in hun eigen omgeving worden opgevangen; Doorlopende ontwikkellijn;
32
Laarbeek richt zich op het creëren van een geïntegreerde en samenhangende omgeving voor kinderen van 0 tot 12 jaar. In de ogen van de betrokken partijen is het vormen van een (I)KC eerder een must dan een wens; Kerngericht onderwijs voor het Primair Onderwijs (PO); Dit betekend dat ieder dorp binnen de gemeente haar eigen school voor PO heeft. Maar dit houdt ook in dat er naar vergaande samenwerking moet worden gekeken bij twee scholen in één gebouw; Scholen op 1 locatie; Dit zorgt voor een betere verbinding binnen het schoolteam. Daarnaast is de schoolveiligheid beter te garanderen. Ook is het praktischer voor ouders, zij kunnen immers niet op 2 plekken tegelijk zijn. Hiermee krijgen we als gemeente en schoolbesturen gezamenlijk meer grip op toekomstige ontwikkelingen en de bestaande portefeuille. Regionale samenwerking Om op een goede manier vorm en inhoud te geven aan bovengenoemde ontwikkelingen zijn we als gemeente Laarbeek afhankelijk van onze regionale samenwerkingen.
Zo kennen we een samenwerking op het niveau van 21 gemeenten in samenwerking met GR GGD in de uitwerking van het GALA, kennen we de samenwerking Peel Duurzaam Gezond waarin gemeenten en zorgorganisaties samen sterk staan in de uitvoering van het IZA, wensen we een samenwerking op het niveau van 11 gemeenten in samenwerking met GR Peelgemeenten in de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en werken we strategisch samen in regio Peel met zes eigenstandige organisaties in de Koersagenda. We zijn actief werkzaam in deze samenwerkingen om met onze partners gezamenlijk strategie te bepalen en dit te vertalen naar lokaal beleid en uitvoering. Deze ontwikkelingen zijn tevens inputgevend voor de ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijk vastgoed, zodat het maatschappelijk vastgoed ook dienend is aan de sociale en duurzame doelstellingen.
Ambities A. We willen een bijdrage leveren aan het tegengaan van de toenemende sociale en culturele tweedeling in de maatschappij. B. We werken toe naar een sociaal domein zonder schotten met minder regels, met als doelstelling om goede zorg betaalbaar te houden. C. We richten ons op de bestrijding van de (verborgen) armoede. D. We zetten ons in voor een eenzaamheidsaanpak (voor jong en oud). E. Vanwege het belang voor de samenleving blijven we verenigingen en vrijwilligers actief ondersteunen. F. We blijven inzetten op een bredere kijk op (positieve) gezondheid. G. We willen overbelasting van mantelzorgers voorkomen. H. Voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden laagdrempelige voorzieningen gecreëerd, gericht op participatie (inclusiviteit). I. De participatie van jeugd in de samenleving wordt bevorderd. J. We onderschrijven het belang van algemeen toegankelijke voorzieningen. K. We zorgen ervoor dat de functionaliteit en het beheer van onze accommodaties op orde blijven.
Speerpunten Wat willen we bereiken? 5.01
De komende raadsperiode wordt gewerkt aan een nieuw Beleidsplan sociaal domein met als centrale thema’s integraliteit, maatwerk, inclusiviteit, toegankelijkheid (in brede zin) en vindbaarheid.
5.02
We rollen vroegsignalering breder uit over het sociaal domein.
5.03
We blijven inzetten op activerend huisbezoek. 33
5.04
Het minimabeleid krijgt een stevige impuls met extra aandacht voor vroegsignalering.
5.05
We ontwikkelen de huiskamerprojecten door.
5.06
Laarbeek blijft inzetten op een ‘dementie-vriendelijke gemeente’.
5.07
De mantelzorger wordt ondersteund en ontlast.
5.08
Schulddienstverlening wordt verder uitgebouwd.
5.09
We zijn ruimhartig in de opvang van statushouders en vluchtelingen.
5.10
We zetten in op maatwerk door samenwerking met alle partners die nodig zijn om mensen te helpen volwaardig deel te nemen aan de arbeidsmarkt en kijken daarbij over de grenzen van de bestaande regels en kaders heen.
5.11
Er vindt een herijking plaats van het accommodatiebeleid, waarbij tevens wordt gestudeerd op de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van omni-verenigingen.
5.12
We zetten in op het toekomstbestendig maken van het Ontmoetingscentrum Beek en Donk.
5.13
De energieneutraliteit van gemeentelijke gebouwen wordt aangepakt, hetgeen een forse investering tot gevolg kan hebben. Hierbij wordt niet alleen naar de kosten, maar ook naar de opbrengsten en vervangingsinvesteringen gekeken. De gemeente streeft naar een 55% reductie van de CO2-voetafdruk van haar gemeentelijke gebouwen in 2030 (ten opzichte van 1990). Maatregelen worden bij voorkeur uitgevoerd tijdens natuurlijke vervangingsmomenten.
5.14
Afspraken toegevoegd die niet in het raadsprogramma waren opgenomen.
Wat gaan we daar voor doen? 5.01
De komende raadsperiode wordt gewerkt aan een nieuw Beleidsplan sociaal domein met als centrale thema’s integraliteit, maatwerk, inclusiviteit, toegankelijkheid (in brede zin) en vindbaarheid. Burgerparticipatie inbedden in structuur sociaal domein Planning We willen inwoners vooraf betrekken als we nieuwe zaken op gaan 12 - 2026 starten. Ook willen we graag dat inwoners zelf aangeven waar prioriteiten moeten liggen. Met het opstellen van het nieuwe beleidsplan creëren we hier expliciet ruimte voor. Burgerparticipatie wordt een standaard onderdeel van onze werkwijze gedurende de looptijd van het beleidsplan. Hierbij besteden we daarnaast ook specifieke aandacht aan jeugdparticipatie (Bestuursakkoord, stimuleren jeugdparticipatie). Om deze werkwijze in te bedden is een extra impuls nodig, waar we de komende jaren actief mee aan de slag gaan. We willen inwoners vooraf betrekken als we nieuwe zaken op gaan starten. Ook willen we graag dat inwoners zelf aangeven waar prioriteiten moeten liggen. Met het opstellen van het nieuwe beleidsplan creëren we hier expliciet ruimte voor. Burgerparticipatie wordt een standaard onderdeel van onze werkwijze gedurende de looptijd van het beleidsplan. Hierbij besteden we daarnaast ook specifieke aandacht aan jeugdparticipatie (Bestuursakkoord, stimuleren jeugdparticipatie).
Om deze werkwijze in te bedden is een extra impuls nodig, waar we de komende jaren actief mee aan de slag gaan.
34
5.12
Uitvoeringsagenda beleidsplan Sociaal Domein 2023-2026 Planning We gaan samen met onze maatschappelijke partners en onze inwoners 12 - 2026 concrete invulling geven aan de uitvoeringsagenda van het beleidsplan Sociaal Domein. Hiervoor worden bijeenkomsten georganiseerd waarbij we per ontwikkellijn (Bevlogen samenwerking/integraliteit, normaliseren, inclusiviteit en zakelijke samenwerking rondom de inwoner) gaan ophalen hoe we datgene kunnen bereiken wat we willen bereiken, wat welke prioriteit heeft, wie welke rol daarin heeft met een bijbehorende planning. De eerste uitvoeringsagenda heeft een looptijd van twee jaar. We zetten in op het toekomstbestendig maken van het Ontmoetingscentrum Beek en Donk. Toekomstbestendig Ontmoetingscentrum Beek en Donk Planning Begin 2025 wordt aan de raad de keuze voorgelegd tussen twee 12 - 2025 scenario’s voor het Ontmoetingscentrum. Nadat de raad een besluit genomen heeft, wordt een architect geselecteerd voor het ontwerp van het gebouw. Tijdens de ontwerpfase wordt ook het planologisch traject parallel daaraan doorlopen. Vervolgens wordt de realisatiefase voorbereid en een plan gemaakt voor het tijdelijk huisvesten van de gebruikers ten tijde van de realisatie. We verwachten eind 2025 de klaar te zijn met de voorbereiding zodat in 2026 gestart kan worden met de realisatie.
5.13
De energieneutraliteit van gemeentelijke gebouwen wordt aangepakt, hetgeen een forse investering tot gevolg kan hebben. Hierbij wordt niet alleen naar de kosten, maar ook naar de opbrengsten en vervangingsinvesteringen gekeken. De gemeente streeft naar een 55% reductie van de CO2-voetafdruk van haar gemeentelijke gebouwen in 2030 (ten opzichte van 1990). Maatregelen worden bij voorkeur uitgevoerd tijdens natuurlijke vervangingsmomenten. Uitvoeringsprogramma routekaart Verduurzaming maatschappelijk Planning vastgoed Het uitvoeringsprogramma van de vastgestelde Routekaart (februari 12 - 2025 2023) verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed is in volle gang. Dit doen we in samenwerking met het Ontzorgingsloket van de Provincie Noord-Brabant, we hebben 3 accommodaties toe kunnen voegen aan het programma, waar we nu dus 7 panden op hebben staan. Voor 2025 staan de volgende 3 projecten klaar om uit te voeren, er is aanbesteed voor de projecten Sporthal Den Ekker, Sportpark De Hut en OBS 't Klokhuis, de voorlopige gunning is uit en ook voor deze projecten is DUMAVA-subsidie toegekend, de uitvoering van deze projecten zal samen de besturen van betreffende verenigingen, huurders/gebruikers gepland gaan worden. De verwachting is dat 2 projecten zeker in 2025 gestart gaan worden, te weten: sportpark De Hut Aarle-Rixtel en Sporthal Den Ekker.
5.14
Afspraken toegevoegd die niet in het raadsprogramma waren opgenomen. Pilot toekomstbestendige bibliotheek Planning In 2024 en 2025 gaan we middels een pilot onderzoeken wat een 12 - 2025 toekomstbestendige bibliotheek in gemeente Laarbeek is. Hiervoor hebben we drie vormen van bibliotheken in de kernen. In Aarle-Rixtel hebben we een mini-servicepunt, in Lieshout een bibliotheek met kleinere collectie en in Beek en Donk een volwaardige bibliotheek. Tussentijds monitoren we middels het format, tijdens de kwartaalgesprekken bespreken we deze. Na afloop van de pilot weten we hoe een toekomstbestendige bibliotheek in gemeente Laarbeek eruit moet zien.
35
Financiën Rekening bedragen x € 1.000
Begroting
Meerjarenbegroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
-28.133
-35.078
-32.030
-31.424
-31.496
-31.636
Arbeidsparticipatie
-215
-91
-122
-122
-122
-122
Begeleiding (WMO)
-525
-503
-561
-561
-561
-561
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
-174
-200
-196
-196
-196
-196
Dagbesteding (WMO)
-203
-168
-186
-166
-166
-166
Lasten
Geëscaleerde zorg 18Huishoudelijke hulp (WMO)
-50 -1.227
-1.329
-1.437
-1.437
-1.437
-1.437
-937
-1.265
-1.285
-1.285
-1.285
-1.285
Inkomensregelingen
-7.290
-7.402
-7.708
-7.743
-7.815
-7.888
Jeugdbescherming
-324
-399
-419
-419
-419
-419
Jeugdhulp ambulant landelijk
-543
-1.265
-741
-741
-741
-741
Jeugdhulp ambulant regionaal
-2.955
-2.668
-2.724
-2.224
-2.224
-2.324
Jeugdhulp met verblijf regionaal
-1.032
-1.134
-1.852
-1.852
-1.852
-1.852
-27
-29
-30
-30
-30
-30
-1.038
-1.261
-1.176
-1.191
-1.191
-1.191
Onderwijshuisvesting
-360
-330
-290
-289
-295
-278
PGB Jeugd
-173
-184
-193
-193
-193
-193
PGB WMO
-88
-64
-111
-111
-111
-111
Samenkracht en burgerparticipatie
-4.750
-7.618
-3.889
-3.889
-4.048
-4.047
Sportaccommodaties
-1.155
-1.086
-1.224
-1.229
-1.236
-1.261
-574
-529
-611
-526
-526
-526
Hulpmiddelen en diensten (WMO)
Jeugdreclassering Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Sportbeleid en activering Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal
-43
-502
-404
-404
-404
-404
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
-1.964
-2.138
-2.168
-2.193
-2.193
-2.193
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO
-953
-1.182
-1.182
-1.182
-1.182
-1.182
Volksgezondheid
-968
-1.025
-1.048
-1.048
-1.048
-1.048
WSW en beschut werk
-615
-2.655
-2.474
-2.393
-2.222
-2.182
Baten
8.739
10.046
5.800
5.906
5.923
5.923
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
12
12
14
14
14
14
Geëscaleerde zorg 18-
536
935 180
180
180
Huishoudelijke hulp (WMO) Hulpmiddelen en diensten (WMO)
53
93
3
3
3
3
3.618
4.068
4.228
4.239
4.257
4.257
253
256
140
140
140
140
3.287
3.911
747
747
747
747
Sportaccommodaties
216
197
192
192
192
192
Sportbeleid en activering
764
529
475
390
390
390
-26.231
-25.518
-25.573
-25.712
Inkomensregelingen Onderwijsbeleid en leerlingzaken Onderwijshuisvesting Samenkracht en burgerparticipatie
Volksgezondheid Saldo van baten en lasten
42 -19.395
-25.032
Stortingen in reserves
-541
-456
Onttrekkingen aan reserves
1.866
1.406
428
428
428
428
-18.069
-24.083
-25.803
-25.090
-25.145
-25.285
Resultaat
36
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de begrotingssaldi weer. Begroting bedragen x € 1.000
2025
Primitieve begroting 2024-2027
-22.237
Kadernota 2025
Meerjarenbegroting 2026
2027
2028
-22.079 -22.399 -22.514
-1.259
-1.275
-1.280
-1.372
Raad 13 juni 2024
-18
-18
-18
-17
Raad 22 augustus 2024
-20
-20
-20
-20
Financiële rapportage 2024
-2.298
-1.728
-1.492
-1.426
Startpositie Meerjarenbegroting 2025-2028
-25.832
-25.119
-25.209
-25.348
Bestaand beleid
62
62
62
62
Kapitaallasten
92
91
124
123
Overige mutaties
-71
-71
-69
-69
Loon- & prijsontwikkeling
-54
-53
-53
-53
-25.803
-25.090
-25.145
-25.285
Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028
Toelichting financiële mutaties Onderstaande tabel laat de mutaties uit de Programmabegroting 2025 zien. Begroting bedragen x € 1.000
Verwerking financiële bijstelling Subsidiestaat 2025 Lasten
Meerjarenbegroting
2025
2026
2027
2028
62
62
62
62
62
62
62
62
Bij de vaststelling van de Begroting 2025 wordt tevens de Subsidiestaat 2025 vastgesteld. Dit leidt tot diverse budgettaire bijstellingen als gevolg van gewijzigde hoeveelheden als ook het toepassen van indexering. Deze begrotingswijziging heeft betrekking op programma 2, 3 en 5.
37
Beleidsindicatoren
Beleidsindicator
verplicht volgens meet eenheid actualiteit BBV j/n
gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
Laarbeek
Relatief verzuim
Ja
per 1.000 leerlingen
2023
8
21
Absoluut verzuim
Ja
per 1.000 leerlingen
2023
6,1
6,1
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers)
Ja
%
2023
2,3
1,9
Niet sporters
Ja
%
2022
45,2
47,9
Banen
Ja
per 1.000 inwoners 1564 jr
2023
636,4
708,1
Jongeren met een delict voor de rechter
Ja
%
2022
1
1
Kinderen uit uitkeringsgezinnen
Ja
%
2022
3
3
Netto arbeidsparticipatie
Ja
%
2023
74,3
73,7
Werkloze jongeren
Ja
%
2022
onbekend
1
Personen met een bijstandsuitkering
Ja
per 10.000 inwoners
2023
147,4
173,7
Lopende reintegratievoorzieningen
Ja
per 10.000 inwoners 1564 jr
2023
76,9
146,7
Jongeren met jeugdhulp
Ja
% van alle jongeren tot 18 jr
2023
10,8
12,5
Jongeren met jeugdbescherming
Ja
%
2023
0,8
onbekend
Jongeren met jeugdreclassering
Ja
%
nvt
onbekend
onbekend
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Ja
per 10.000 inwoners
2023
600
653
Omvang huishoudelijk restafval
Ja
kg per inwoner
2022
49
108
Hernieuwbare elektriciteit
Ja
%
2022
30,6
onbekend
38
Investeringen Onderstaande tabel geeft inzicht in de investeringen binnen dit programma voor het begrotingsjaar 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028. Conform het financieel beleid en de bijbehorende financiële verordening worden de voorgestelde investeringsbudgetten (kredieten) voor het nieuwe begrotingsjaar 2025 direct door de raad beschikbaar gesteld in 2025 bij vaststelling van de begroting. De financiële ruimte voor de kapitaallasten van investeringen is in de kadernota 2025 opgenomen en zijn dus al verwerkt in het gepresenteerde saldo van de kadernota 2025. Daarnaast zijn de toekomstige investeringsbudgetten van 2026 tot en met 2028 weergegeven. De hiervoor noodzakelijke financiële ruimte is wel in het meerjarig saldo verwerkt, maar deze investeringsbudgetten worden nu nog niet vastgesteld. bedragen x € 1.000 Omschrijving
Jaar investering
Bruto investerings budget
Kapitaal lasten 2025
Sportacc de Heibunders-Overige verduurzaming (routekaart)
2025
70
0
2
2
2
Sportacc de Heibunders-Zonnepanelen (routekaart)
2025
59
0
2
2
2
MFA de Dreef - Overige verduurzaming (routekaart)
2026
677
0
0
18
18
MFA de Dreef - zonnepanelen (routekaart)
2026
123
0
0
5
5
Nieuwbouw ontmoetingscentrum BD
2026
9.000
0
0
192
191
OBS Het Klokhuis - Zonnepanelen (routekaart)
2026
148
0
0
6
6
Sporthal de Klumper-Overige verduurzamingen (routekaart)
2027
616
0
0
0
16
Sporthal de Klumper-Zonnepanelen (routekaart)
2027
202
0
0
0
8
39
Kapitaal Kapitaal Kapitaal lasten lasten lasten 2026 2027 2028
6. Financiën en bedrijfsvoering Portefeuillehouders Burgemeester De Boer Wethouder Briels
Ontwikkelingen Financieel perspectief Voor 2025 hebben we een sluitend structureel resultaat en een gezonde financiële vermogenspositie. Voor de jaren daarna blijft het financieel perspectief onzeker. De forse terugval in financiële middelen voor gemeenten vanaf 2026, het ravijnjaar, blijft bestaan. Hierdoor zijn ambities, taken en middelen naar de toekomst toe uit balans gebracht. Na afronding van deze begroting blijven we deze ontwikkelingen scherp volgen. In aanloop naar de kadernota 2026 volgen we twee sporen: het financiële spoor en het spoor van de fundamentele beleidskeuzes. Het financiële spoor gaat bijvoorbeeld over de actualisatie van kaders (nota Reserves en voorzieningen, nota Activa inclusief afschrijvingstabel). Daarbij kijken we of er op basis van realistische uitgangspunten structurele meevallers te behalen zijn voor het begrotingssaldo. Ook kijken we kritisch naar de bestaande budgetten en financiële verplichtingen van de gemeente. Niet alle uitgaven zijn in beton gegoten. We onderzoeken aan welke knoppen er gedraaid kan worden om de bezuinigingsopgave zo beperkt mogelijk te houden. Inkomsten verhogen maakt hier ook een onderdeel vanuit. Daarnaast zullen er fundamentele beleidskeuzes gemaakt moeten worden.
Ambities A. We streven ernaar om de goede financiële situatie te behouden dan wel te verbeteren. B. Het personeelsbestand van de gemeente is kwalitatief en kwantitatief in overeenstemming met haar taken. C. De gemeentelijke systemen voor Informatisering & Automatisering zijn robuust, dataveilig en toekomstbestendig.
Speerpunten Wat willen we bereiken? 6.01
We zijn terughoudend met het verhogen van de lasten voor onze inwoners.
6.02
We blijven investeren in het behoud van ons hoge voorzieningenniveau, met een realistische blik op mogelijkheden, onmogelijkheden en goed uit te leggen overwegingen. Onroerend Zaak Belasting is niet bij voorbaat sluitpost van de begroting. Er dient een balans te zijn tussen opbrengsten, kosten en het voorzieningenniveau in onze kernen.
6.03
De gemeente investeert - aangetoond door een goede onderbouwing - in het personeelsbestand en de bedrijfsvoering, zodat die in evenwicht zijn met de maatschappelijke opgaven en taken van deze tijd.
6.04
We sturen actief op het grondbedrijf vanuit een brede totaalblik (niet per project), met een goede balans tussen beleidsdoelstellingen en financiële positie.
6.05
We zetten in op verantwoord actief grondbeleid.
6.06
We streven naar meer kostendekkende heffingen en retributies.
6.07
De invoering van verblijfsbelasting wordt versneld ingevoerd per 2024.
40
6.08
We zoeken naar mogelijkheden om een herstructureringsfonds of een vereveningsfonds in het leven te roepen voor het realiseren van sociale woningbouw.
6.09
Er wordt gekeken naar de financiële en praktische mogelijkheden om rioolheffing te baseren op werkelijk waterverbruik.
Financiën Rekening bedragen x € 1.000
Begroting
Meerjarenbegroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten
-14.025
-11.538
-11.511
-11.363
-11.353
-11.401
Overhead
-12.857
-11.419
-11.395
-11.212
-11.073
-11.094
-824
-18
-32
-60
-45
-44
-4
-4
-4
-4
-4
-4
Overige baten en lasten OZB woningen Treasury
-340
-96
-79
-87
-231
-258
Baten
47.336
49.871
50.177
47.697
47.815
48.085
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
39.492
42.950
43.232
40.599
40.642
40.817
26
27
27
27
27
27
1.349
274
178
178
178
178
78
83
OZB niet-woningen
2.304
2.304
2.400
2.436
2.436
2.436
OZB woningen
3.694
4.022
4.223
4.340
4.415
4.510
393
211
117
117
117
117
Saldo van baten en lasten
33.310
38.333
38.667
36.334
36.462
36.684
Stortingen in reserves
-5.071
Onttrekkingen aan reserves
1.393
491
129
127
127
127
Resultaat
29.632
38.824
38.795
36.462
36.589
36.811
Belastingen overig Overhead Overige baten en lasten
Treasury
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de begrotingssaldi weer. Begroting bedragen x € 1.000
Meerjarenbegroting
2025
2026
2027
2028
35.437
32.063
32.171
32.386
Kadernota 2025
393
1.997
2.155
2.246
Raad 13 juni 2024
22
21
21
21
Raad 22 augustus 2024
2
2
2
2
Financiële rapportage 2024
1.929
1.360
1.166
1.094
Startpositie Meerjarenbegroting 2025-2028
37.783
35.444
35.515
35.750
Bestaand beleid
95
155
250
265
Kapitaallasten
80
62
23
26
Overige mutaties
655
631
631
601
Loon- & prijsontwikkeling
183
170
170
170
38.795
36.462
36.589
36.811
Primitieve begroting 2024-2027
Saldo Meerjarenbegroting 2025-2028
41
Toelichting financiële mutaties Onderstaande tabel laat de mutaties uit de Programmabegroting 2025 zien. Begroting bedragen x € 1.000
Bijstelling stelpost vervangingsinvesteringen Lasten
Meerjarenbegroting
2025
2026
2027
2028
50
62
62
77
50
62
62
77
We hebben in de begroting een structurele stelpost opgenomen om de kapitaallasten van vervangingsinvesteringen op te kunnen vangen. Dit budget hebben we bijgesteld naar de laatst bekende cijfers.
Informatiebeveiligingsbeleid Lasten
-35
-35
0
0
-35
-35
0
0
De eisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving van informatiebeveiliging worden steeds scherper. We moeten komende jaren maatregelen gaan treffen om aan de NIS2-richtlijnen te voldoen. De huidige capaciteit is niet voldoende om nieuwe wetgeving zoals de AI-wet te implementeren in onze bedrijfsvoeringprocessen en dit op juiste manier te monitoren. Vooralsnog gaan we ervan uit dat incidentele middelen nodig zijn om tijdig in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.
Invoering PodiumD Lasten
-15
-60
0
0
-15
-60
0
0
Laarbeek staat aan de vooravond om het huidige dienstverleningsplatform eSuite te vervangen. Dit gebeurt in samenwerkingsverband Dimpact. Het nieuwe platform heet PodiumD. De voorbereidingswerkzaamheden zijn in volle gang en kunnen binnen bestaande capaciteit worden uitgevoerd. De start voor de organisatie brede invoering van het component 'zaak van het platform' staat gepland vanaf 2026. Hiervoor is extra capaciteit nodig voor projectleiding. De vernieuwing van een dienstverleningsplatform wordt gemiddeld een keer per acht jaar uitgevoerd. De inzet is dan ook incidenteel. Na afronding van het project worden de werkzaamheden in de lijnorganisatie uitgevoerd.
Opvoering investering Heftruck Lasten
0
0
0
0
0
0
0
0
De huidige heftruck is aan het einde van de levensduur. Reparatie is niet meer rendabel. Deze moet dus worden vervangen. De aanschafprijs is € 25.000. De kapitaallasten die hieruit voortvloeien worden gedekt door de stelpost kapitaallasten vervangingsinvesteringen en is daardoor budgetneutraal voor deze begroting.
Privacy Lasten
-80
0
0
0
-80
0
0
0
Het inbedden van privacywetgeving in de organisatie vergt de komende periode de nodige aandacht. In de afgelopen jaren zijn niet alle benodigde werkzaamheden uitgevoerd en/of afgerond. Voorbeelden hiervan zijn de externe audit voor de Wet Politiegegevens, het updaten van het verwerkingsregister en volgen van DPIA-procedures. De beschikbare 0,5 fte voor een privacy-officer is vooralsnog onvoldoende om het komende jaar onze processen op het gewenste niveau te brengen. Hiervoor zijn incidenteel middelen nodig.
42
Verlaging stelpost nominale prijsstijgingen Lasten
175
188
188
188
175
188
188
188
Vanuit de meicirculaire 2024 gemeentefonds hebben we een bedrag gereserveerd voor nominale prijsstijgingen. In deze begroting 2025 hebben we de indexeringen verwerkt en wordt met dit journaal het restant toegevoegd aan het begrotingssaldo.
Beleidsindicatoren
Beleidsindicator
verplicht volgens meet eenheid actualiteit BBV j/n
gemiddelde gemeente < 25.000 inwoners
Laarbeek
Bezetting
Ja
Fte per 1.000 inwoners
2025
5,99
onbekend
Formatie
Ja
Fte per 1.000 inwoners
2025
6,33
onbekend
Apparaatskosten
Ja
Kosten per inwoner
nvt
niet gemeten
onbekend
Externe inhuur
Ja
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
2025
8,79
onbekend
Overhead
Ja
% van totale lasten
2025
15,5
onbekend
Investeringen Onderstaande tabel geeft inzicht in de investeringen binnen dit programma voor het begrotingsjaar 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028. Conform het financieel beleid en de bijbehorende financiële verordening worden de voorgestelde investeringsbudgetten (kredieten) voor het nieuwe begrotingsjaar 2025 direct door de raad beschikbaar gesteld in 2025 bij vaststelling van de begroting. De financiële ruimte voor de kapitaallasten van investeringen is in de kadernota 2025 opgenomen en zijn dus al verwerkt in het gepresenteerde saldo van de kadernota 2025. Daarnaast zijn de toekomstige investeringsbudgetten van 2026 tot en met 2028 weergegeven. De hiervoor noodzakelijke financiële ruimte is wel in het meerjarig saldo verwerkt, maar deze investeringsbudgetten worden nu nog niet vastgesteld. bedragen x € 1.000 Omschrijving
Jaar investering
Bruto investerings budget
Kapitaal lasten 2025
Gemeentehuis - inrichting/werkplekken
2025
450
0
19
19
19
Gemeentewerf - zonnepanelen (routekaart)
2025
29
0
1
1
1
Heftruck
2025
25
0
3
3
3
43
Kapitaal Kapitaal Kapitaal lasten lasten lasten 2026 2027 2028
4. Paragrafen 4.1 Lokale heffingen Geraamde belastinginkomsten (en overige heffingen) Lokale heffingen stellen de gemeente in staat eigen middelen te verkrijgen. Die middelen worden ingezet voor uitgaven voor de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen vindt plaats door middel van een verordening, die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Ook de tarieven worden vastgesteld door de gemeenteraad. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven bij de ramingen op het gebied van gemeentelijke belastingen. Na een samenvattende tabel volgt een toelichting per belastingsoort, de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid. De onderstaande tabel geeft de meerjarig geraamde inkomsten weer. Begroting
Meerjarenbegroting
bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Leges
1.191
1.191
1.191
1.191
Onroerendezaakbelasting
6.623
6.776
6.851
6.946
Afvalstoffenheffing
2.077
2.077
2.065
2.063
Rioolheffing
2.785
2.785
2.785
2.785
27
27
27
27
12.856 12.918
13.011
Reclamebelasting Totaal Lokale heffingen
12.702
Beleidsuitgangspunten Binnen de gemeente Laarbeek gelden de volgende lokale heffingen: 1. Onroerendezaakbelasting 2. Rioolheffing 3. Afvalstoffenheffing 4. Leges 5. Reclamebelasting 6. Markt- en staangelden De raad stelt de verordeningen jaarlijks vast en de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) zorgt vervolgens voor de uitvoering, zoals het opleggen en innen van de aanslagen. Dat geldt niet voor de leges en markt- en staangelden, de heffing daarvan verloopt rechtstreeks via de gemeente. Een nadere toelichting op het beleid is te vinden in de Nota lokale heffingen. Deze is op 17 september 2015 door de raad vastgesteld. Daarnaast zijn de actuele verordeningen te vinden via www.overheid.nl.
44
Overzicht lokale heffingen Onroerendezaakbelasting Onder de naam ‘Onroerendezaakbelasting’ wordt een belasting geheven van de eigenaren en gebruikers van alle binnen de gemeente gelegen niet-woningen en van de eigenaren van de woningen. Uitgegaan wordt van de waarde welke als gevolg van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) is vastgesteld. Jaarlijks vindt een algehele hertaxatie plaats waarmee de nieuwe WOZ-waarden worden vastgesteld. Voor belastingjaar 2025 is de waardepeildatum voor de WOZ-waarde 1 januari 2024. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de OZB-tarieven: OZB is algemeen dekkingsmiddel, er is geen relatie te leggen met de bijhorende kosten. Tariefdifferentiatie (gebruik bedrijven, eigendom bedrijven en eigendom woningen). Trendmatige opbrengsten stijging om voorzieningen in de vier kernen te handhaven. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. De bijstelling, die al verwerkt is in de kadernota 2025, wordt veroorzaakt door toepassing van de autonome ontwikkelingen volgens de financiële uitgangspunten. De verwachte stijging van het aantal woningen is hier onderdeel van. Daarnaast is het voorstel om, net zoals vorig jaar, de stijging van de ozb-opbrengst 2025 gelijk te laten lopen met de gecombineerde bbp-index van de Voorjaarsnota 2024 van de Rijksoverheid.
Dit heeft tot gevolg dat de eerder geraamde stijging van de ozb-opbrengst 2025 wordt bijgesteld van 1,6% naar 4,45%. De waardering van de onroerende zaak en vervolgens de heffing en inning van de onroerende zaakbelastingen is volledig overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) per 1 januari 2018, zodat deze als gecombineerde aanslag met de waterschapsbelastingen bij de inwoners wordt opgelegd.
Rioolheffing De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de tarieven rioolheffing: Kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op riolering en watertaken worden gecompenseerd met de rioolheffing. Tariefdifferentiatie woningen en bedrijven. Tarief bedrijven volgens staffel als drinkwaterafname groter is dan 500 m3 per jaar. Bij de berekening wordt rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. Trendmatige opbrengsten stijging met 3,61% op basis van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Indexering van 2,2 % conform de Financiële uitgangspunten uit de Kadernota 2025 (pagina 6). De meicirculaire 2024 vanuit het Rijk vormt hiervoor de basis. De tariefstijging in 2024 bedraagt daardoor per saldo 5,81 % ten opzichte van het tarief rioolheffing 2024. Voor deze heffing is kwijtschelding mogelijk. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing, bedoeld om alle kosten voor noodzakelijk geachte (collectieve) maatregelen ten aanzien van riolering, hemelwater en grondwater te kunnen verhalen.
Omdat het een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie tot de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening waarvan de belastingplichtige gebruik maakt. 45
De rioolheffing wordt geheven op basis van de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in het GRP 2019-2023 (raadsbesluit: 6 december 2018). Hoofdregel bij het kostenverhaal is dat de kosten via de heffing mogen worden verhaald die worden gemaakt ter nakoming van de zorgplichten.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Rekening
Rioolheffing
2025
2024
2023
2023
Netto kosten taakveld
1.826
1.647
1.604
1.701
Overhead BTW Kwijtschelding
674
695
582
582
235
231
241
165
50
0
0
0
Totale kosten
2.785
2.573
2.427
2.448
Opbrengst heffingen
2.785
2.573
2.427
2.448
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
Toe te rekenen kosten:
Afvalstoffenheffing De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de afvaltarieven: Kostendekkende heffing, alle uitgaven die betrekking hebben op afvalinzameling en verwerking worden gecompenseerd met de afvalstoffenheffing. Bij de tariefberekening wordt rekening gehouden met BTW, overheadkosten en toerekening van een deel van de lasten van kwijtschelding. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. Voor deze heffing is een kwijtschelding mogelijk tot een bedrag van € 264,86 (2024). Op 4 juli 2024 heeft de raad besloten tot het instellen van een egalisatiereserve afval met als doel om schommelingen in de afvaltarieven te kunnen beperken. Het vaststellen van de tarieven vindt plaats in de raad van december.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Rekening
Afvalstoffenheffing
2025
2024
2023
2023
Netto kosten taakveld
1.591
1.621
1.610
1.434
Overhead BTW Kwijtschelding
118
92
81
81
323
323
323
323
45
0
0
0
Totale kosten
2.077
2.036
2.014
1.838
Opbrengst heffingen
2.077
2.036
2.014
2.018
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
110%
Toe te rekenen kosten:
Verblijfsbelasting De gemeente is voornemens om per 1 januari 2025 verblijfsbelasting in te voeren voor toeristen en huisvesting van arbeidsmigranten. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgesteld in de raadsvergadering van 26 september 2024. Definitieve besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering van 19 december 2024 met het vaststellen van de belastingverordening. De 46
financiële impact (opbrengsten en inningskosten) waren al opgenomen in de Kadernota 2025 en zijn ook meegenomen in deze begroting.
Reclamebelasting Reclamebelasting wordt sinds 2015 opgelegd in het winkelgebied Piet van Thielplein. Sinds 2020 wordt de reclamebelasting ook opgelegd in het gebied Heuvelplein. De belasting is ingevoerd op verzoek van de ondernemersvereniging. Doel van de heffing is om alle winkeliers mee te laten betalen aan de verdere ontwikkeling van het gebied. Welke maatregelen genomen worden, hangt af van de wensen van de ondernemersvereniging. De volgende beleidsuitgangspunten zijn toegepast bij de berekening van de reclamebelasting: Het heffingsgebied betreft winkelgebied Piet van Thielplein en Heuvelplein. 100% doorbetaling van de werkelijke opbrengst. Bij de tariefberekening wordt geen rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad, dit kan ook betekenen dat verordeningen van oude jaren niet geactualiseerd worden. Voor reclamebelasting is geen kwijtschelding mogelijk.
Leges De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de leges-tarieven: Het beleid is erop gericht om de komende jaren te groeien naar verdergaande kostendekking. De leges in 2025 worden daarom verhoogd met 5%, voor zover mogelijk. Voor bepaalde leges geldt een wettelijke maximale tariefstelling. Indien het berekende tarief hoger is dan wettelijk is toegestaan, wordt het wettelijke maximumtarief toegepast. Leges zijn diensten, de werkelijke opbrengst is afhankelijk van het aantal gevraagde diensten. Bij de tariefberekening wordt geen rekening gehouden met BTW en overheadkosten. Leges worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad. Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is hoofdstuk 2 van de tarieventabel in de Legesverordening 2024 volledig aangepast aan de modelverordening van de VNG. Nu de nieuwe wet inmiddels in werking is getreden hebben we op basis van de huidige ervaringen verbeteringen aangebracht in onze producten en de onderbouwing hiervan. Omdat er nog geen volledig jaar is doorlopen is de beschikbare data hiervoor op dit moment nog beperkt. Samen met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant gaan we hier het komende jaar verdere verbeteringen in aanbrengen.
Ter ondersteuning van dit verbeterproces hebben we in 2025 gebruik gemaakt van een andere applicatie en methodiek. De onderstaande tabel geeft voor de jaren 2023 en 2024 nog de data weer op basis van de methodiek die voorheen gebruikt werd. Dat bemoeilijkt op dit moment een goede vergelijking tussen de verschillende jaren, maar de applicatie gaat ons helpen om beter inzicht te geven in de kostendekking van de verschillende onderdelen van de Legesverordening. Dit krijgt een vervolg in de P&C documenten met betrekking tot 2026.
Berekening kostendekkendheid
Begroting
Rekening
Leges
2025
2024
2023
2023
Totale netto kosten
1.953
1.772
1.784
1.930
Opbrengst leges
1.183
895
592
866
Dekkingspercentage
61%
51%
33%
45%
47
Markt- en staangelden Markt- en staangelden zijn vergoedingen die de gemeente vraagt voor het in gebruik geven van gemeentegrond voor private doeleinden. De mate van kostendekkendheid speelt geen rol bij deze heffing. Het gaat om beperkte opbrengsten die gerealiseerd worden door het ter beschikking stellen van gemeentegrond voor private doelen. De volgende beleidsuitgangspunten worden toegepast bij de berekening van de markt- & staangeld-tarieven: Stabiele prijzen, geen indexering om zoveel mogelijk kraamhouders te behouden voor de markt in Laarbeek. Bij de tariefberekening wordt geen rekening gehouden BTW en overheadkosten. Belastingtarieven worden voor het begin van het kalenderjaar vastgesteld door de gemeenteraad, dit kan ook betekenen dat verordeningen van oude jaren niet geactualiseerd worden. Voor markt- & staangeld is geen kwijtschelding mogelijk.
Lokale lastendruk Aanduiding lokale Belastingdruk per woonruimte In onderstaande tabel wordt een beeld gegeven van de lokale lastendruk per meerpersoonshuishouden in vergelijking tot omliggende gemeenten op basis van gegevens uit 2024. In relatie tot het goede voorzieningenniveau binnen onze gemeente is het positief om te constateren dat de woonlasten op een gemiddeld niveau liggen. Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishoudens omliggende gemeenten
Bron: Coelo 2024 Atlas van de lokale heffingen
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen te verlenen. Door de gemeenteraad is besloten dat voor de volgende belastingen een verzoek om kwijtschelding kan worden ingediend: 1. Rioolheffing; 2. Afvalstoffenheffing; 3. Onroerende-zaakbelasting, gebruikersbelasting. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. Deze uitvoeringsregeling is met 2 punten beperkt door gemeentelijk beleid: 48
1. Bij kwijtschelding van de afvalstoffenheffing geldt een maximum van € 264,86 (hoogte bedrag in 2024). Dit maximumbedrag is opgenomen om te voorkomen dat belastingplichtigen die in aanmerking komen voor kwijtschelding hun containers onnodig laten ledigen en te stimuleren om door te gaan met het scheiden van afvalstoffen. 2. Er wordt alleen kwijtschelding verleend aan natuurlijke personen.
49
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe de financiële positie van de gemeente zich verhoudt tot de risico's. Oftewel het vermogen van de gemeente Laarbeek om ook in ongunstige tijden de incidentele financiële risico’s op te kunnen vangen om zo haar taken ongewijzigd te kunnen voortzetten en hierdoor niet de continuïteit van de gemeente in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de ingeschatte risico’s die worden gelopen. Om het benodigde weerstandsvermogen te kunnen beoordelen geven we inzicht in de risico's. Onder een risico verstaan we het gevaar voor financiële schade of verlies als gevolg van interne en/of externe omstandigheden. Het risico heeft dan betrekking op het samenvallen van die bepaalde omstandigheden (de kans) en de negatieve gevolgen (de schade / bedrag). Tot slot wordt in deze paragraaf vijf financiële kengetallen gepresenteerd die vanuit de BBV gepresenteerd moeten worden, zijnde: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.
Beleidsuitgangspunten Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Jaarlijks inventariseren wij de risico’s die van invloed kunnen zijn op de bedrijfsvoering om deze (zo veel mogelijk) te beperken en de vermogenspositie te kunnen beoordelen. De belangrijkste risico’s qua financiële impact worden in kaart gebracht door middel van een korte scan van de organisatie. Uit de inventarisatie zijn in totaal 37 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande paragraaf zijn de risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het benodigde weerstandsvermogen uit de risico's zetten we vervolgens af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Om de ratio weerstandsvermogen te bepalen wordt het benodigde weerstandsvermogen in relatie gebracht tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit geeft de conclusie in hoever wij als gemeente Laarbeek in staat zijn potentiële risico's financieel op te vangen.
50
Visueel ziet dat er als volgt uit:
Weerstandscapaciteit Zoals in het Besluit Begroting en Verantwoording is aangegeven, bestaat de weerstandscapaciteit uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken (artikel 11-1a). De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Dit bedrag moet in verhouding zijn met de benodigde weerstandscapaciteit. Dit laatste bedrag komt voort uit het risicoprofiel van een gemeente. De benodigde weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel vermogen een gemeente beschikbaar moet hebben om calamiteiten financieel aan te kunnen. De opbouw van onze beschikbare weerstandscapaciteit ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000
Algemene reserve
16.854
Reserve grondexploitatie
5.855
Onvoorzien incidenteel
60
Onbenutte belastingcapaciteit
1.832
Beschikbare weerstandscapaciteit
24.601
Vrij aanwendbaar deel reserves (algemene reserve) In de raadsvergadering van 20 juni 2019 is de “Nota reserves en voorzieningen" vastgesteld. In deze nota wordt aangegeven aan welke criteria de diverse reserves en voorzieningen dienen te voldoen. De algemene reserve kan vrij over beschikt worden en kan worden aangewend voor het opvangen van eenmalige nadelen. Hierdoor kan de algemene reserve worden meegenomen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit.
51
De algemene reserve bedraagt per 1 januari 2024 (na bestemming resultaat jaarrekening € 2,690 miljoen, besluit gemeenteraad van 4 juli 2024) € 17,403 miljoen. De algemene reserve bedraagt eind 2024 € 16,854 miljoen exclusief onttrekking geprognosticeerde negatief resultaat 2024 (2,431 miljoen). Reserve grondexploitatierisico’s Speciaal voor de risico’s die te maken hebben met grondexploitatie is een risicoreserve grondbedrijf gevormd. Deze reserve is onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. De stand van deze reserve bedraagt maximaal € 4,9 miljoen (volgens de grondnota). Het risico voor de grondexploitaties en strategische gronden uit de uitgevoerde Monte Carlo risicoanalyse (uitgevoerd in 2024) bedraagt € 5,19 miljoen. Er zijn reeds verliesvoorzieningen getroffen voor meerdere grondexploitaties waardoor deze risico's al gedekt zijn. Het bedrag aan reeds genomen verliesvoorzieningen betreft € 2,28 miljoen. Hierdoor bedraagt het risico voor grondexploitaties: € 2,91 miljoen. Indien de reserve hoger wordt dan het maximale bedrag dan valt het overtollige deel vrij ten gunste van de algemene reserve.
Hierbij dient wel vermeld te worden dat dit de stand is voor de verwerking van de grondnota 2024 die nog niet verwerkt is in deze begroting (besluitvorming vindt tegelijk plaats met de begroting) hierdoor is er gerekend met de stand van de reserve zoals bekend bij de jaarrekening 2023 na resultaatbestemming. Stille reserves Van stille reserves is sprake als bedrijfsmiddelen meer waard zijn dan uit de boekhouding blijkt. De stille reserves zijn een onderdeel van de bedrijfsmiddelen die de gemeente gebruikt. Het is niet mogelijk om de middelen direct beschikbaar te maken en daarom nemen we dit onderdeel niet mee. Onvoorzien incidenteel Het is mogelijk om voor incidentele zaken een bedrag op te nemen in de begroting. Met dit bedrag kunnen incidentele nadelen opgevangen worden. Het gaat dan om zaken die bij het maken van de begroting nog niet bekend zijn, maar door bijvoorbeeld wetswijziging wel kosten voor de gemeente met zich meebrengen. In Laarbeek is voor 2025 een raming opgenomen van € 60.000. Onbenutte belastingcapaciteit Bij onbenutte belastingcapaciteit wordt uitsluitend gekeken naar de OZB-heffing. Wettelijk is namelijk bepaald dat de tarieven voor de overige heffingen maximaal 100%-kostendekkend mogen zijn. Bij afvalstoffenheffing en de rioolheffing is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.
Om de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB te berekenen, maken we gebruik van de norm die het rijk stelt aan de zogenaamde ‘artikel 12-status’. Zodra een gemeente in financiële problemen komt, houdt het Rijk rekening met een minimaal OZB-tarief (voor het jaar 2024) van 0,1614% (bron: COELO Atlas van de lokale lasten 2024, pagina 46). Voor de WOZ-waarde zijn de inschattingen van BSOB voor de tariefbepalingen 2024 gehanteerd. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit ziet er als volgt uit: bedragen x € 1.000
Onroerendezaakbelasting Eigenaar Woningen Eigenaar Niet-woningen Gebruikers Niet-woningen Saldo onbenutte belastingcapaciteit