CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 20240822 Toelichting bestemmingsplan Kapelstraat 5-7 Beek en Donk

Raadsvergadering 22 augustus 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Kapelstraat 5-7 (’t Huukske) Beek en Donk20.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er zijn geen belemmeringen vanuit het Provinciaal beleid voor de afwijking van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

3.3

Blad 29 van 74 april 2024 vastgesteld

Gemeentelijk beleid

In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de ruimtelijke kaders die het gemeentelijk beleid stelt aan het voorliggende plan. 3.3.1 Structuurvisie Laarbeek 2010 - 2020 In de structuurvisie ‘groei in balans’ is de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Laarbeek voor de periode 2010-2020 vastgelegd. In deze visie wordt teruggegaan naar de intrinsieke kernkwaliteiten van de gemeente. Deze vormen samen met de toekomstvisie van de raad, de beleidsinventarisatie en de trendbeschrijving, het vertrekpunt voor de visie op hoofdlijnen. De visie geldt als basis voor het verhalen van kosten bij ontwikkelende partijen. Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven uit de bijbehorende visiekaart.

Afbeelding: Uitsnede visiekaart ‘Structuurvisie Laarbeek 2010 – 2020 | Groei in balans’ De planlocatie is daarop globaal weergegeven door middel van een rode pijl. De locatie is niet in een aangemerkt gebied gelegen. Wel ligt het tegen een gebied aangeduid als ‘reserveringsgebied waterberging' aan.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 30 van 74 april 2024 vastgesteld

Volkshuisvesting De woningmarkt is onder het juk van de huidige economische situatie nog nauwelijks in beweging. Voor de komende jaren bestaat in Laarbeek de volkshuisvestelijke opgave met name uit de volgende toevoegingen: ➢ Sociale huurwoningen voor starters. ➢ Sociale koopwoningen voor starters ➢ Appartementen voor één- en tweepersoonshuishoudens ➢ Vrijstaande woningen (bij voorkeur zelfbouwkavels) Dit betekent niet dat de woningbouwopgave kan worden beperkt tot deze toevoegingen. Differentiatie blijft nadrukkelijk noodzakelijk om een verhuisketen (doorstroming) tot stand te kunnen brengen. Daarnaast streeft de gemeente ernaar om het groene wonen in een landelijke omgeving centraal te laten staan in Beek en Donk. Dit zorgt ervoor dat het dorp aantrekkelijk is om in te wonen. Er dienen zich op het gebied van volkshuisvesting de komende jaren een prangende vraag aan hoe te anticiperen op de dubbele vergrijzingsgolf. De woningmarkt voor senioren is bij uitstek een vraaggestuurde markt. Ontwikkelende partijen zijn nog even in de veronderstelling geweest dat grondgebonden seniorenwoningen onder invloed van de vergrijzing als ‘warme broodjes’ over de toonbank zouden gaan, maar dit is niet zo. Senioren zijn kritisch op de woonomgeving, de woonplattegrond en de verkoopprijs/huurprijs.

Na verkoop van de oorspronkelijke woning dient in elk geval voldoende geld te resteren om ‘leuk te kunnen leven’ en voor de schenking aan kinderen. Er lijkt zich dan ook een psychologische koopgrens af te tekenen van maximaal € 320.000,-. Toch is en blijft de vraag wanneer de omslag komt naar een manifestere behoefte aan geschikt, beschermd en verzorgd wonen. Uit de demografische analyse blijkt dat in 2040 Laarbeek 2.815 vijfenzestigplussers meer telt dan in 2008. De gemeente wacht dus een serieuze opgave. Ten gevolge van de dubbele vergrijzing zal de behoefte aan somatische en psycho-geriatrische verpleeghuisplaatsen de komende jaren drastisch toenemen. Hierbij dient aanvullend in ogenschouw te worden genomen dat de oriëntatie op de eigen kern toeneemt - veelal om sociaalmaatschappelijke redenen - naarmate men ouder is. Deze oriëntatie is de laatste decennia bij zorgverleners onvoldoende onderkend. Daarom zal de gemeente zich inspannen om in elke kern voldoende ‘verzorgde en beschermde’ wooneenheden te realiseren. Ten aanzien van het plan Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 18 zorgwoningen ten behoeve van de primaire doelgroep senioren met zorgindicatie en 3 grondgebonden woningen. Hiermee draagt het bij aan de volkshuisvestelijke opgave zoals beschreven in de structuurvisie.

Tevens is er een landschappelijke inpassing opgesteld ten aanzien van onderhavige ontwikkeling waardoor er invulling wordt gegeven aan de wens van de gemeente om wonen in een landelijke en groene omgeving centraal te stellen. Deze landschappelijke inpassing is opgenomen als bijlage 10. Onderhavig plan is passend in de structuurvisie Laarbeek 2010 – 2020.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 31 van 74 april 2024 vastgesteld

3.3.2 Bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ De planlocatie is geregeld in het volgende bestemmingsplan: ➢ Kom Beek en Donk, vastgesteld d.d. 12 december 2012 en onherroepelijk; ➢ Parkeernormen Laarbeek, vastgesteld d.d. 7 juni 2018 en onherroepelijk; ➢ Parapluplan Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek, vastgesteld d.d. 29 september 2022. Bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ De planlocatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ van de gemeente Laarbeek. Het doel van het plan is het bieden van een juridisch-planologisch kader voor de kom van ‘Beek en Donk’, gericht op beheer en ontwikkeling. Navolgend is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan. Hierin is de planlocatie blauw omlijnd.

Afbeelding: Uitsnede bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ De gronden van de planlocatie zijn bestemd als ‘Groen’, ‘Wonen’ en ‘Dienstverlening’. De gronden met de bestemming ‘Dienstverlening’ dragen tevens de functieaanduiding ‘Horeca van categorie 2’. Daarnaast heeft een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 32 van 74 april 2024 vastgesteld

Paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen Laarbeek’ Het parapluplan ‘Parkeernormen Laarbeek’ ziet op het realiseren van voldoende parkeergelegenheid bij het bouwen, uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden. Met de parapluherziening is de Parkeerbeleidsnota 2014 en diens rechtsopvolger(s) in de geldende bestemmingsplannen ingepast. Dit paraplubestemmingsplan is van toepassing op onderhavig plan. In paragraaf 4.11 wordt het aspect parkeren nader toegelicht. Paraplubestemmingsplan ‘Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek’ In het parapluplan ‘Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek’ is een groot deel van het plangebied bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn bestemd voor instandhouding en bescherming van de op of in de grond aanwezige archeologische waarden. In paragraaf 4.8.1 wordt het aspect archeologie nader toegelicht. Ten aanzien van het plan Het is niet toegestaan om op de gronden die bestemd zijn als ‘Groen’ en ‘Dienstverlening’ met een functieaanduiding ‘Horeca van categorie 2’ woningen te bouwen en te gebruiken. In het bestemmingsplan is geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van onderhavig plan. Onderhavig plan is niet passend in het vigerende bestemmingsplan.

3.3.3 Beleidskader Wonen 2023 | Visie op Wonen in Laarbeek – horizon 2030 Het Beleidskader Wonen 2023 vormt een verdiepende uitwerking van de voorgaande woonvisies uit 2017 en 2022. De doelstellingen zijn niet wezenlijk veranderd: • Een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen dat aansluit op de vraag; • Voldoende aanbod betaalbare koopwoningen, sociale en middel dure huurwoningen; • Verduurzaming van de woningvoorraad; • Het toegankelijk en betaalbaar houden van de woningmarkt in Laarbeek; • Aandacht voor vergrijzing en wonen met zorg; • Het dorpse karakter behouden, zodat het goed wonen blijft in een groen en vitaal Laarbeek. In oktober 2023 heeft de gemeente Laarbeek het Beleidskader Wonen 2023 vastgesteld. Dit betreft een aanscherping van de Woonvisie, waarbij de eerdere onderverdeling van woningcategorieën is losgelaten en aansluiting is gezocht bij de landelijke kaders conform de Nationale Woon- en Bouwagenda en de regionale afspraken uit de Woondeal Zuidoost-Brabant. De basisafspraak is daarbij dat bij ontwikkelingen met meer dan 14 woningen een verdeling wordt aangehouden van 30% sociale woningbouw, 37% betaalbare koopwoningen en middeldure huur- en koopwoningen en maximaal 33% dure koopwoningen. Tegelijkertijd geeft de gemeente aan dat de woningbouwopgave dynamisch is en er soms locatie- of projectafhankelijk keuzes gemaakt moeten worden.

De differentiatie moet realistische planvorming daarbij niet in de weg staan en leiden tot onhaalbare projecten.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 33 van 74 april 2024 vastgesteld

Daarbij zijn er concreet ook uitzonderingen op deze basisafspraak benoemd, waarbij een andere differentiatie mogelijk is: 1. Wanneer sprake is van een getekende intentieverklaring, samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst, bij projecten waarbij de gemeente facilitair optreedt; 2. Wanneer sprake is van een bestemmingsplanprocedure die in voorbereiding is, bij projecten waarbij de gemeente actief optreedt; 3. Wanneer er een raadsbesluit is genomen over het woonprogramma, voordat het Beleidskader Wonen 2023 door de raad is vastgesteld. Naast de kwantitatieve taakstelling is er vooral een kwalitatieve woonopgave: de kwaliteit van de woon- en leefomgeving staat hoog in het vaandel. Navolgend worden belangrijke pijlers toegelicht die relevant zijn voor onderhavig plan. Pijler 1: Bouwen naar behoeften Er is een toenemende behoefte aan betaalbare woningen voor kleine huishoudens. Deze behoefte leeft onder jongeren en starters, maar vooral onder ouderen. Zo blijkt uit het Woonbehoefteonderzoek en uit de Woonzorganalyse van de Metropoolregio Eindhoven. In de gemeente is er sprake van een dubbele vergrijzing en dat, mede daardoor, de zorgbehoeften van inwoners de komende tien jaar flink zal stijgen. Er wordt een toename verwacht van +165 Wet langdurige zorg-cliënten en +345 huishoudens (met minimaal één Wet maatschappelijke ondersteuning-cliënt).

Daarnaast geldt ook het principe van langer thuis wonen en wordt het aantal verpleegplaatsen niet meer uitgebreid. De vraag naar (zorg)geschikte woningen neemt dus toe. De gemeente zal in de woningbouwopgave er zoveel mogelijk rekening mee moeten houden dat deze vraag ook kan worden geaccommodeerd. Vanuit de Woonzorganalyse betekent dit feitelijk gezien dat van de nieuwbouwopgave van 735 woningen er ongeveer 530 geschikt moeten zijn om zorg in op te vangen. Dit zijn bijvoorbeeld geclusterde woningen (zoals hofjes en woon-zorgcomplexen), nultredenwoningen (zoals appartementen of grondgebonden seniorenwoningen), en aangepaste/Wet langdurige zorg-geschikte woningen. 460 daarvan moeten ook rolstoeltoegankelijk zijn. Ook het Woonbehoefteonderzoek onderschrijft dat het aantal ouderen en de zorgvraag dusdanig toeneemt, dat er vooral behoefte bestaat aan extra appartementen en nultredenwoningen in hoofdzakelijk het betaalbare segment. Om te kunnen acteren op deze opgave is er een Visie op Wonen, Welzijn en Zorg opgesteld. De opgave voor alle aandachtsgroepen en ouderen (waarvan ouderen van 75+ de grootste groep is) daar waar het gaat over huisvesting, zorg en ondersteuning is hiermee in kaart gebracht. Deze visie loopt als een rode draad door dit Beleidskader Wonen.

Onder ouderen en aandachtsgroepen wordt verstaan: ouderen (75+), inwoners met een sociale en/of medische urgentie en uitstroom van inwoners uit een intramurale instelling. Voor de huisvesting van ouderen, inwoners met een sociale- en/of medische urgentie en uitstroom van inwoners uit een intramurale instelling geldt hoge prioriteit om zoveel mogelijk betaalbare, levensloopbestendige – en voor zorg geschikte woningen te realiseren.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 34 van 74 april 2024 vastgesteld

Door dit type woning te bouwen, wordt tevens doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd. Het bouwen van geschikte woningen voor ouderen draagt bij aan langere verhuisketens dan bouwen voor bijvoorbeeld starters. Als ouderen doorstromen uit een grote, vrijstaande koopwoning, kunnen gezinnen uit een rijtjeswoning hierin doorstromen, waardoor de rijtjeswoning vrijkomt voor een jong stel. Die laten weer een appartement achter voor jonge, alleenstaande starters. Bouwen voor bijvoorbeeld starters zorgt er alleen voor dat er één (of twee) starters het ouderlijk huis kunnen verlaten. Bovendien zijn levensloopbestendige woningen breed inzetbaar. Pijler 2: Leefbaarheid Laarbeek is een vitale en toekomstbestendige gemeente. Om de veerkracht van de gemeenschap te behouden is er belang bij goede leefbaarheid. Dit gaat over een gezonde leefomgeving waar het prettig wonen en werken is. Op fysiek vlak, bijvoorbeeld door hoogwaardige, groene openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeting; en de aanwezigheid van gemengd woonaanbod en voldoende voorzieningen. Maar ook op sociaal vlak, door een mix van diverse buurtbewoners die naar elkaar omkijken. Er wordt goed burgerschap en gemeenschapskracht verwacht. Een belangrijk speerpunt in de Visie op Wonen, Welzijn en Zorg is het stimuleren van onze inwoners om meer naar elkaar om te kijken en voor elkaar te zorgen.

Dit wordt bereikt door onder andere met het woonbeleid in te zetten op gemengde buurten en wijken met betrekking tot doelgroepen, woningtypen en prijscategorieën. Bovenstaande pijlers wegen zwaar op centrumgebieden en bestaande wijken, waar onderhavig plan zich bevindt. Navolgend worden deze locatieprofielen globaal geschetst. In de Omgevingsvisie Kernen, die naar verwachting begin 2025 wordt vastgesteld, worden de locatieprofielen nader geduid en ingevuld. Centrumgebieden kenmerken zich door een hogere bebouwingsdichtheid. Het is er levendig door ontmoetingsmogelijkheden en de nabijheid van voorzieningen. Woningen die op dit soort locaties worden gebouwd, passen bij zowel jongeren als ouderen. Het type bebouwing sluit aan bij – en gaat op in de bestaande gebouwde omgeving. De ruimte op dit soort locaties is vaak schaars. Dit vraagt om zorgvuldig ruimtegebruik. Een gestapeld programma past hier daarom goed. Projecten in centrumgebieden scoren relatief hoog op de pijler ‘bouwen naar behoeften’. Bestaande wijken kenmerken zich door ruimere structuren voor groen en om veilig te kunnen spelen. De bebouwing bestaat vaak uit grondgebonden eengezinswoningen. Er liggen kansen voor projecten in bestaande wijken om woningen te vervangen of toe te voegen voor doelgroepen waarvoor nu onvoldoende aanbod is, bijvoorbeeld levensloopbestendige woningen voor ouderen.

Zo kunnen ouderen in dezelfde wijk blijven wonen, wordt doorstroming gestimuleerd en ontstaat op wijkniveau meer diversiteit. Projecten in bestaande wijken scoren daarmee relatief hoog op de pijlers ‘bouwen naar behoeften’ en ‘leefbaarheid’. De gemeente wil dat elke inwoner gelijke toegang heeft tot de voorzieningen. Daarom wordt er ingezet op het realiseren van bereikbare voorzieningenclusters. Een voorzieningencluster is een locatie waar alle voorzieningen binnen 10 minuten fietsend te bereiken zijn.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 35 van 74 april 2024 vastgesteld

De voorzieningen die in zo'n voorzieningencluster horen zijn een huisarts, apotheek, fysiotherapeut, supermarkt, bushalte, horeca, een park(je), een plek om te bewegen en een plek om te ontmoeten. Inwoners wonen niet altijd dicht bij een voorzieningencluster. Daarom is er hulp van vrijwilligers mogelijk om toegang te krijgen tot de voorzieningen. Bijvoorbeeld via Laarbeek voor elkaar. Ook zijn veel voorzieningen tegenwoordig digitaal toegankelijk. Een voorziening die niet digitaal toegankelijk is, is een plek om te ontmoeten. Of het nu gaat om een buurthuis, een bankje in het park of het café om de hoek, mensen willen elkaar (fysiek) blijven ontmoeten. Daarbij is het belangrijk dat de voorzieningen dit faciliteren. De gemeente zet zich in op het realiseren van toegankelijke ontmoetingsplaatsen voor de inwoners. Ten aanzien van het plan Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 18 zorgwoningen ten behoeve van de primaire doelgroep senioren met zorgindicatie en 3 grondgebonden woningen. De 3 grondgebonden woningen zijn reeds gerenoveerd waarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Deze woningen worden in dit bestemmingsplan positief bestemd en daarmee komt de dienstverleningbestemming te vervallen. Voor onderhavige plan geldt dat sprake is van de eerste uitzondering voor wat betreft het afwijken van de differentiatienorm, zoals opgenomen in het Beleidskader Wonen 2023.

De woningtypologie is reeds eerder vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Laarbeek en de initiatiefnemer. Daarnaast is onderhavig plan in overeenstemming met de kwalitatieve taakstelling zoals omschreven in het Beleidskader Wonen 2023. Door zorgappartementen te realiseren in een centrumgebied en een bestaande wijk draagt onderhavig plan bij aan de behoefte en leefbaarheid. Bovendien zijn er voldoende voorzieningen in de buurt van het plangebied aanwezig. Zo zijn onder andere Huisartsenpraktijk Coenen, tandartsenpraktijk Beek en Donk en diverse voorzieningen aan het Piet van Thielplein binnen 10 minuten per fiets bereikbaar. Ook is de bushalte aan het Piet van Thielplein op korte afstand gelegen van het plangebied. Onderhavig plan is in overeenstemming met het Beleidskader Wonen 2023. 3.3.4 Groenbeleids- en groenstructuurplan Laarbeek 2011 Met het groenbeleids- en groenstructuurplan Laarbeek 2011 heeft de gemeente Laarbeek het belang van groen vastgelegd, waarbij een heldere koers en visie worden geboden voor de toekomst. In het groenbeleidsplan is vastgesteld welk groen van belang is voor de uitstraling van Laarbeek en welke kwaliteiten en functies de structuren hebben. Ten aanzien van het plan Het belangrijkste onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Beek en Donk is de Groene Long.

De Kapelstraat, waar het plangebied door wordt ontsloten, ligt om deze hoofdgroenstructuur heen en vormt derhalve een belangrijke lijnstructuur.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 36 van 74 april 2024 vastgesteld

In bijlage 2 bij het groenbeleids- en structuurplan Laarbeek 2011 is de groenstructuurkaart voor Beek en Donk opgenomen. Navolgend is een uitsnede van de groenstructuurkaart weergegeven waarbij de planlocatie met een gele cirkel is weergegeven.

Afbeelding: Uitsnede groenstructuurkaart Het plangebied is gelegen in een gebied met de aanduiding ‘Wegen hoofdgroenstructuur’. Bij de hoofdgroenstructuur gaat het om groen dat op het schaalniveau van het totale dorp het aanzien, de uitstraling en het karakter bepaald. De hoofdgroenstructuur bestaat uit groenvlakken (parken en plantsoenen) en lijnstructuren (wegen en beplanting). De Kapelstraat heeft de aanduiding ‘Wegen hoofdgroenstructuur’, dit maakt dat het plangebied tevens deel uitmaakt van een lijnstructuur. Voor de lijnstructuren geldt dat ze met een eenduidige boombeplanting in de vorm van bomenrijen en/of bomengroepen geaccentueerd dienen te worden. Ook de onderbeplanting zal een eenduidig en rustig beeld moeten geven. Een veelheid aan beplantingssoorten moet worden voorkomen omdat daarmee de eenheid in het beeld verstoord wordt. Groen dat deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur moet duurzaam zijn en voor een langere periode de functie kunnen vervullen. Bovendien is het plan gedeeltelijk gelegen in een gebied aangeduid als ‘Groenvlakken wijkgroen’. Dit groen is niet direct van belang in de totale uitstraling van het dorp, maar heeft wel een belangrijke functie op wijkof buurtniveau. Ook hier geldt dat rust en eenduidigheid in de beplanting en de boomsoorten beter bijdragen aan het gewenste beeld.

Onderhavig plan voorziet in de bouw van 18 zorgwoningen ter plaatste van het plantsoen. Dit brengt in principe een afname van het groen met zich mee. Met het plan wordt echter gestreefd naar zoveel mogelijk behoud van groen in de omgeving. Met de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de waarden van het groen binnen het gebied (paragraaf 2.7). De keuze voor de te planten bomen binnen het plangebied zijn drachtbomen. Dit zijn bomen die dracht produceren, het voedsel voor bijen in de vorm van stuifmeel en nectar, interessant voor bijen. Daarnaast betreffen dit bomen die bloeien in het voorjaar en voedsel geven

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 37 van 74 april 2024 vastgesteld

aan vogels zoals de Malus/ sierappel. Verder worden rondom de zorgwoningen borders met vaste planten gecreëerd. Deze borders bestaan uit grassen en bloeiende vaste planten zodat de eenheid van het groen geborgd blijft. Er worden geen erfafscheidingen of privétuinen gerealiseerd, zodat het gebouw direct grenst aan de (semi) openbare ruimte. Het terrein wordt gekoppeld aan de bestaande loop- en verkeersroutes in het dorp. De achterkantpositie van de huidige situatie wordt opgeheven en opgewaardeerd naar een zichtlocatie. Het bestaande plantsoen met daarbij de monumentale villa en de monumentale treurwilg, wordt zodoende vergroot en opgewaardeerd. Verder worden er geen bomen gekapt. Het plantsoen wordt in de verbeelding opgenomen met de bestemming ‘Groen’. Aan de zijde van de Baron van Leefdaelstraat drijft het gebouw als het ware op het groene maaiveld. 3.3.5 Bomenverordening Laarbeek 2021 en Groene Kaart Op grond van de Bomenverordening Laarbeek 2021 is het verboden om waardevolle bomen, zoals aangeduid op de Groene Kaart, te vellen of te doen vellen (artikel 3). Door Burgemeester en Wethouders is de Groene Kaart opgesteld waarin beschermde houtopstanden zijn opgenomen. Ten aanzien van het plan Uit de Groene Kaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied een aantal waardevolle bomen zijn gelegen.

Navolgend is een uitsnede van de Groene Kaart weergegeven, waarbij de planlocatie (globaal) blauw is omcirkeld.

Afbeelding: uitsnede Groene Kaart gemeente Laarbeek

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 38 van 74 april 2024 vastgesteld

De waardevolle bomen rondom het plangebied zullen met onderhavige ontwikkeling niet worden aangetast. Daarnaast is ten behoeve van de treurbeuk aan de Kapelstraat 3 de dubbelbestemming ‘Waarde – Waardevolle bomen’ opgenomen in de verbeelding en in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Hiermee wordt het behoud van de waardevolle boom verder gewaarborgd. 3.3.6 Conclusie Qua functie past de realisatie van onderhavig plan niet binnen het bestemmingsplan. Wel past het binnen de structuurvisie en de woonvisie aangezien het bijdraagt aan de volkshuisvestingopgave en geen afbreuk doet aan de ruimtelijke opzet van de omgeving.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

4

OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Inleiding

Blad 39 van 74 april 2024 vastgesteld

Ruimtelijke ordening en milieubeleid hebben de zorg voor de kwaliteit van de leefomgeving als gemeenschappelijke doelstelling. Alleen in een zorgvuldig afwegingsproces kan een optimale afstemming plaatsvinden tussen aan gebieden toegekende functies en het veiligstellen van een beschermingsniveau van het leefmilieu. Bestaande en nieuwe bestemmingen in een gebied zijn niet altijd op voorhand verenigbaar. Milieudoelstellingen en randvoorwaarden worden derhalve integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het ruimtelijke planvormingsproces meegewogen, zodat het gebruik van de schaars beschikbare ruimte niet leidt tot conflictsituaties. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.

4.2

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland is wettelijk vastgelegd wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet, door middel van geluidsnormen. Ten aanzien van het plan Onderzoek Wegverkeerslawaai Door adviesbureau De Roever is akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot wegverkeerslawaai. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage 2. Navolgend zijn de belangrijkste conclusies uit het rapport weergegeven. Hogere waarden Een hogere waarde is niet nodig omdat alle berekende geluidsniveaus komende van de omliggende gezoneerde wegen onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bij het appartementencomplex bedraagt ten hoogste 51 dB ter plaatse van de noordoostelijke gevel (2e etage). De vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt dan 20 dB. Dit is de minimale gevelwering die het bouwbesluit vereist. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is niet nodig. De gecumuleerde geluidbelasting bij de woningen bedraagt ten hoogste 62 dB ter plaatse van de voorgevel. De vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt dan maximaal 62 – 33 = 29 dB.

Het bevoegd gezag zal bepalen of er nader onderzoek naar de gevelwering dient te worden gedaan.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 40 van 74 april 2024 vastgesteld

Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt bij de appartementen wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’ tot ‘Redelijk’. Het woonen verblijfsklimaat ter plaatse van de appartementen wordt als acceptabel aangemerkt. De milieukwaliteit bij de woningen wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’ tot ‘Slecht’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen kan evenwel als acceptabel worden aangemerkt. Op basis van de toelichting in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar wonen verblijfsklimaat niet in de weg staat, mits de karakteristieke geluidwering van de gevels toereikend is. Onderzoek geluidwering gevels Op 23 augustus 2023 is door de Roever een onderzoek geluidwering gevels uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is terug te vinden als bijlage 12. Ter plaatse van het appartementencomplex zijn de geluidbelastingen dusdanig laag dat een geluidwering gevels onderzoek niet nodig is. Het onderzoek richt zich dus enkel op de drie woningen aan de Kapelstraat 5-7. In het onderzoek zijn de minimaal benodigde materialen en voorzieningen bepaald waarmee de vereiste karakteristieke geluidwering (Ga;k) wordt bereikt. De materialen en voorzieningen die zijn toegepast in de berekening zijn toegelicht in onderstaande tabel.

Indien gebruik wordt gemaakt van deze materialen en voorzieningen, ofwel materialen en voorzieningen met een gelijkwaardige geluidswering, wordt bij elk geveldeel van het beoogde plan de vereiste karakteristieke geluidwering (Ga;k) bereikt.

Tabel: Materialen en voorzieningen Industrielawaai, parkeerplaats aan Kapelstraat 5 Door De Roever Omgevingsadvies is een akoestisch onderzoek industrielawaai met betrekking tot de nieuwe parkeerplaats opgesteld. Hierin zijn de geluidniveaus afkomstig van de gewenste parkeerplaats op de bestaande woningen in de omgeving van Kapelstraat 5 in Beek en Donk berekend. Getoetst is of ter plaatse van de bestaande woningen in de omgeving sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen in de omgeving. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage 11. Navolgend zijn de belangrijkste conclusies uit het rapport weergegeven.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 41 van 74 april 2024 vastgesteld

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Uit het onderzoek is gebleken dat aan de richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering wordt voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving. Maximaal geluidniveau Uit het onderzoek is gebleken dat ter plaatse van in totaal 35 beoordelingspunten niet aan de richtwaarde uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering wordt voldaan. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt wel aan de richtwaarde uit stap 3 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering voldaan. In hoofdstuk 5 (maatregelen) zijn mogelijke maatregelen beschouwd. Daarbij is geconcludeerd dat maatregelen niet doelmatig worden geacht. Een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat binnen in de bestaande en nieuw te realiseren woningen komt door het realiseren van de parkeerplaats niet in gevaar. Indirecte hinder Uit het onderzoek is gebleken dat aan de richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering wordt voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving. Cumulatie De gecumuleerde geluidsbelastingen van de parkeerplaats en wegverkeerslawaai op de te realiseren woningen variëren van 39 t/m 62 dB.

Gelet op het bovenstaande zijn er wat betreft geluid geen knelpunten voor het vestigen van de gewenste parkeerplaats op de locatie Kapelstraat 5 in Beek en Donk. Conclusie Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de omgevingsvergunning. De in de wet beschreven minimale vereiste afstanden betreffen afstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object, zoals een woonhuis. Buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter, binnen de bebouwde kom is dat 100 meter. Daarnaast dient een minimale afstand tot de gevels van dierenverblijven te worden gerespecteerd. Deze afstand is 25 meter buiten de bebouwde kom en 50 meter binnen de bebouwde kom.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 42 van 74 april 2024 vastgesteld

Ten aanzien van het plan Het plangebied ligt in een gebied waarvoor de gemeente Laarbeek in haar Verordening geurhinder en veehouderij 2008 een geurnorm heeft van 1,5 ouE/m3. Er wordt in deze verordening niet afgeweken van de standaard afstandseisen zoals vastgesteld in de wet geurhinder en veehouderij. De te realiseren (zorg)woningen zijn geurgevoelige objecten. De veehouderijen in de omgeving en de totale geuremissies per veehouderij zijn weergegeven op navolgende afbeelding.

Afbeelding: Veehouderijen en geuremissies omgeving plangebied Binnen 800 meter van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen. Aan de afstandseis wordt voldaan. Naar verwachting is het maatgevende bedrijf qua geur de varkenshouderij aan de Karstraat 5. Gezien de geuremissie van dit bedrijf in relatie tot de afstand tot het plangebied verwachten wij dat ook aan de geurnorm van 1,5 ouE/m3 zal worden voldaan. Daarom is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien liggen er bestaande woningen tussen de veehouderijen en het plangebied. Daarom worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad. Gezien de ligging en de afstand tot overige veehouderijen in de omgeving wordt er ook geen knelpunt verwacht als het gaat om achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting). Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

4.4

Blad 43 van 74 april 2024 vastgesteld

Externe veiligheid

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft aan hoe met de risico’s van de stationaire inrichtingen dient te worden omgegaan. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen beschrijft de aanpak van de ruimtelijke besluitvorming waarbij transportrisico’s aan de orde zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Risicokaart Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. Het plangebied is aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. De locatie is aangegeven door middel van een blauwe pijl.

Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart Inrichtingen In de omgeving van het plangebied liggen geen inrichtingen met een veiligheidsrisico.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 44 van 74 april 2024 vastgesteld

Wegen In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Spoorwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen spoorwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Waterwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen waterwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ondergrondse (gas)leidingen Ten noorden van het plangebied ligt een hogedruk aardgasleiding van Gasunie. Deze leiding met het kenmerk Z-542-21 heeft een uitwendige diameter van 114 mm en een maximale werkdruk van 4000 kPa. Uit het ‘Handboek buisleiding in bestemmingsplannen’ volgt bij deze parameters een invloedsgebied van 45 meter. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de buisleiding. Hoogspanningslijnen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones.

Afbeelding 4.2: Uitsnede Netkaart

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 45 van 74 april 2024 vastgesteld

Op basis van de informatie uit onder andere de Netkaart blijkt dat er ten Oosten van het plangebied hoogspanningslijnen zijn gelegen. Het plangebied is gelegen op ruim 2,2 kilometer afstand tot de buitenzijde van de hoogspanningslijnen. Gelet op de afstand is er geen belemmering ten aanzien van de geplande ontwikkeling. Conclusie Er zijn geen belemmeringen op het gebied externe veiligheid voor onderhavig plan.

4.5

Luchtkwaliteit

Tussen de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening is een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor een aantal luchtvervuilende stoffen. Wetgevend kader Wet milieubeheer Voor luchtkwaliteit is de Wet luchtkwaliteit van toepassing. Deze wet, onderdeel van de Wet milieubeheer, is onder meer verder uitgewerkt in het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate. In het Besluit niet in betekenende mate is vastgelegd dat wanneer een ontwikkeling niet meer bijdraagt dan 3% aan de grenswaarde, deze niet hoeft getoetst te worden aan de wettelijke grenswaarden. Doorvertaald betekent dit dat meer dan 1,2 microgram per m3 wordt aangemerkt als in betekenende mate. In de Regeling niet in betekenende mate is dit vertaald naar bijvoorbeeld de bouw van 1.500 woningen. Wet ruimtelijke ordening Ruimtelijke plannen die procedures doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening dienen te voldoen aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. De definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: ‘het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk’.

Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de situatie van de luchtkwaliteit en te bepalen of de mate van blootstelling acceptabel is. Het luchtkwaliteitsonderzoek dient te zijn uitgevoerd zijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan waarin onderhavige ontwikkeling is opgenomen.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 46 van 74 april 2024 vastgesteld

Tabel: Grenswaarden hoofdstuk 5, titel luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer Doorwerking in het plan Door de realisatie van 18 zorgwoningen ten behoeve van de primaire doelgroep senioren en 3 grondgebonden woningen is er in beperkte mate sprake van een extra verkeer aantrekkende werking. Afgezet tegen het toevoegen van 1.500 woningen is er geen sprake van een in betekenende mate bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderhavig plan voldoet dus aan de normen voor luchtkwaliteit. Het verdient de voorkeur voor het betreffende plan om inzicht te geven in de luchtkwaliteit in het kader van een goede ruimtelijk ordening. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken het rijk, provincies en gemeenten samen om de gezondheidsschade voor burgers als gevolg van luchtverontreiniging te verminderen. Het huidige NSL loopt tot 1 augustus 2014 en is verlengd tot het moment waarop de Omgevingswet in werking treedt (Bron: Staatscourant, d.d. 7 december 2016, Besluit tweede verlenging NSL). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieronder zijn afbeeldingen weergegeven uit de bijbehorende kaarten voor PM-10 (fijnstof) en NO2 (stikstof).

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Afbeelding 4.3: Kaart NSL-monitoring NO2-concentratie, 2020

Afbeelding 4.4: Kaart NSL-monitoring PM10-concentratie, 2020

Blad 47 van 74 april 2024 vastgesteld

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 48 van 74 april 2024 vastgesteld

De dichtstbijzijnde meetlocaties zijn in bovenstaande afbeeldingen weergegeven in het turquoiseblauw. De planlocatie is globaal met een blauwe pijl aangeduid. Uit de metingen ter plaatse blijkt dat in 2020, het jaar waarin de meting heeft plaatsgevonden, de jaargemiddelde concentratie van fijnstof en stikstof onder de grenswaarden van de wetgeving zit. Conclusie Voor fijnstof (PM10) en stikstof (NO2) blijft de jaargemiddelde concentratie onder de 35 µg/ m3. De ontwikkeling van het plangebied is derhalve in het kader van fijnstof en stikstof geen bezwaar. Het plan draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse om op dat punt een goede ruimtelijke ordening te waarborgen.

4.6

Bodem

Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem en de gebruikers ervan. Een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Doorwerking in het plan Op de planlocatie is door M&A Bodem & Asbest BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is in zijn geheel opgenomen in bijlage 3. Navolgend zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek opgenomen. Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan dient de hypothese "onverdachte locatie" te worden verworpen, gezien de verhogingen in de bovengrond met PAK en/of minerale olie. Een nieuw onderzoek is echter niet noodzakelijk, omdat met de toegepaste onderzoeksstrategie voldoende informatie is verkregen over de chemische bodemgesteldheid. De verhogingen met zware metalen in de bovengrond zijn te relateren aan de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem. De lichte verhogingen met PAK en minerale olie kunnen te maken hebben met een enkel puindeeltje in de grondmonsters. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige bouwactiviteiten, kunnen, indicatief gezien, als geschikt voor de bodemfunctieklasse wonen worden beschouwd.

Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Laarbeek. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn uit oogpunt van chemische bodemgesteldheid tegen de voorgenomen ontwikkeling van het perceel voor woningen.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

4.7

Blad 49 van 74 april 2024 vastgesteld

Watertoets

In deze paragraaf komen de regels aan bod die gelden voor wat betreft de waterhuishouding ter plaatse. De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht voor bestemmingsplannen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het vooroverleg, op grond van artikel 3.1.1. Bro, met het waterschap geregeld. Ook heeft het besluit een verplichte waterparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan geregeld. Het doel hiervan is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde is dat het zorgt voor een vroegtijdige en systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze waterparagraaf is tot stand gekomen met een werkwijze volgens de Handreiking Watertoets. Nationaal Waterplan 2022 - 2027 Op 18 maart 2022 is het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 20222027 is de opvolger van het nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Hierin zijn maatregelen opgenomen om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden.

Het Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie, en is bindend voor het Rijk. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer. Om deze strategische doelen te kunnen bereiken. Net NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het PMWP staat niet op zichzelf. Er is een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Beleid Waterschap Aa en Maas Het beleid van Waterschap Aa en Maas is neergelegd in het Waterbeheerplan 2022-2027. Daarbij zijn watertoets-uitgangspunten voor integraal waterbeheer vastgelegd.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 50 van 74 april 2024 vastgesteld

Het waterschap vraagt daarbij aandacht voor de navolgende punten: ➢ Ontwikkelen op een hoge en droge locatie; als dit niet lukt dienen aanvullende maatregelen te worden genomen waarmee wateroverlast voldoende wordt tegengegaan ➢ Gescheiden houden van afvalwater en schoon hemelwater ➢

Voorkomen van watervervuiling

➢ Voor schoon hemelwater gelden de afwegingsstappen: hergebruik > infiltratie > bufferingafvoer ➢ Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO), een ontwikkeling mag niet leiden tot een hydrologische achteruitgang in en buiten het plangebied, ook mag het geen knelpunt vormen voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties. ➢ Water positief laten bijdragen aan de belevingswaarde van de omgeving ➢ Water onderdeel laten zijn van meervoudig ruimtegebruik om schaarse ruimte efficiënt te kunnen benutten ➢ Ruimteclaims voor watergerelateerde onderwerpen in ruimtelijke plannen verwerken Keur De keur is een verordening met regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en kunstwerken. De Keurregels voor het afvoeren van hemelwater, bevatten richtlijnen voor het waterhuishoudkundige onderzoek. In de keur is te zien dat het plangebied niet ligt in, of direct grenst aan, een beschermde zone. In navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van de keur, waarop het plangebied in het rood is omcirkeld.

Afbeelding 4.8: Uitsnede keur Waterschap Aa en Maas

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 51 van 74 april 2024 vastgesteld

Te zien is dat het plangebied niet is gelegen in een beschermd gebied. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Plannen met een toename van maximaal 500 m2 onder de nieuwe keur vrijgesteld van compensatie. Vanuit het watersysteem geredeneerd bestaat er geen aanleiding om onder deze oppervlaktemaat compenserende maatregelen te eisen. In de keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van de verharde oppervlakte of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: - Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; - de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; - de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; - De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: - De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; - De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; - Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Gemeentelijk rioleringsplan 2019 - 2023 De gemeente Laarbeek heeft een eigen waterbeleid genaamd ‘GRP 2019-2023 Onweerstaanbaar Laarbeek’. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van de gemeente Laarbeek geldt voor de planperiode 2019 tot en met 2023. Het GRP is een goed en wettelijk verplicht planinstrument om mee te kunnen bewegen met de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Zo is er bijvoorbeeld sprake van meer extreme neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en burgers en verandering in wetgeving.

De zorg voor riolering draagt bij aan een gezonde leefomgeving en is uitgewerkt in zorgplichten. Volgens deze zorgplichten draagt de gemeente, vanuit het oogpunt van volksgezondheid en veiligheid, zorg voor een doelmatige inzameling, berging, transport en/of lokale zuivering van afvalwater, hemelwater (regenwater) en grondwater.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk

Blad 52 van 74 april 2024

Gemeente Laarbeek

vastgesteld

De kans op overlast dient hierbij te worden beperkt tot maatschappelijk aanvaardbare normen. Deze taakverantwoordelijkheid geldt alleen indien de burger redelijkerwijs niet zelf op eigen terrein het hemel- en grondwater doelmatig kan verwerken. Omgaan met regenwater bij nieuwbouw of herbouw Nieuwbouw kan tot een toename leiden van afvoerend oppervlak en daardoor versnelde afvoer van regenwater. Het risico op wateroverlast neemt hierdoor toe. Bij nieuwbouw is er vaak nog voldoende ruimte en flexibiliteit om water te bergen en de openbare ruimte waterproof in te richten. Er wordt gestreefd naar robuuste watersystemen, waarbij het regenwater bij voorkeur wordt geïnfiltreerd in de bodem. Overtollig hemelwater wordt zichtbaar en bovengronds verwerkt. Op plaatsen waar infiltratie in de bodem mogelijk is, zijn de beleidsregels van de gemeente leidend. Dit geldt zowel voor particulier terrein als de openbare ruimte. Als er sprake is van afvoeren naar oppervlaktewater met een belangrijke functie voor de waterhuishouding zijn de beleidsregels van het waterschap van toepassing. Los van deze beleidsregels wordt altijd getoetst aan een bui die eenmaal per 100 jaar voorkomt, of aan de landelijke toetsbui, zodra deze beschikbaar is. Bij een dergelijke bui mag geen schade optreden aan eigendommen en/of mogen geen essentiële gebruiksfuncties uitvallen.

Dit betreft de nieuwbouw van gebouwen, parkeerplaatsen, trottoirs en andere verhardingen. Bij nieuwbouw en bij herbouw (het oppakken van bestaand verhard oppervlak en weer opnieuw terugplaatsen) bestaat voldoende flexibiliteit om ruimte voor wateropvang te creëren. Om de afvoer naar de riolering en/of het watersysteem te reduceren, dient een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² verhard oppervlak te worden aangebracht op eigen terrein. Deze eis geldt voor elk aan te leggen afvoerend verhard oppervlak ongeacht de lozingssituatie; verhard oppervlak dat voorheen aanwezig was wordt niet in mindering gebracht op deze waterbergingsnorm. Bij toepassing van alternatieve voorzieningen (zoals groene daken) wordt de waterbergingsnorm gereduceerd op basis van de op dat moment geldende inzichten. Voor inbreidingslocaties werkt de gemeente in uitzonderingsgevallen mee aan het elders realiseren van de benodigde waterberging, indien de initiatiefnemer aantoont dat het niet realiseerbaar is om deze in het plangebied aan te leggen. De initiatiefnemer kan de waterberging dan afkopen op basis van een concreet plan en tegen de werkelijke totale projectkosten (grondverwerving, projectvoorbereiding, uitvoeringskosten etc.). Grondwater Nabij het plangebied liggen de volgende peilbuizen. Nummer Locatie 2.22 Kapelstraat (bij de Leonarduskerk) 2.20 Schoolstraat 2 2.30 Schoolstraat 6 2.26 Mgr.

Verhagenstraat Tabel: Peilbuizen met GHG

GHG 13,35 13,35 13,40 13,40

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 53 van 74 april 2024 vastgesteld

Voor onderhavig plan wordt 13,40 mNAP aangehouden. Het maaiveld aan de Kapelstraat 5-7 is 14,25 mNAP. Aan de achterzijde ter plaatse van het groenvlak aan de Baron van Leefdaelstraat is het maaiveld 14,45mNAP. Voor het plan worden infiltratiekratten geplaatst onder de parkeervakken. Er is derhalve een dekking van ca. 80-100 cm boven de GHG. Aangezien er geen verkeer is aan de achterzijde, is een oplossing door middel van kratten passend. Door Hopveld Advies is een infiltratieonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van infiltratiekratten. Het volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage 15. Navolgend worden de belangrijkste conclusies en adviezen toegelicht. Op basis van de huidige bodemopbouw, de te verwachte GHG en meetresultaten is infiltratie van hemelwater op de locatie naar verwachting voor een groot deel van het jaar mogelijk. De locatie wordt daarom in principe geschikt geacht voor de aanleg van infiltratiekratten. Wel worden de onderstaande aanbevelingen en/of opmerkingen geplaatst: • Aanbevolen wordt om de infiltratiekratten niet te diep aan te leggen gezien de GHG. • Aanbevolen wordt om de kratten niet verder richting het grasveld aan te leggen aangezien het maaiveld hier lager ligt. Indien dit toch gewenst is wordt aanbevolen het maaiveld voor de aanleg van de kratten op te hogen.

• Om de infiltratiecapaciteit te vergroten wordt aanbevolen om onder de kratten een deel van de bodem te ontgraven waarnaar goed doorlatend materiaal zoals drainagezand wordt aangebracht. • Bij lange of extreem natte periodes kan de werking van de infiltratiekratten (sterk) afnemen door een hoge grondwaterstand of verzadigde bodem. Daarom is het noodzakelijk om de infiltratiekratten te voorzien van een overloopvoorziening. Het ontwerpen en aanleggen van een infiltratievoorziening moet door een ervaren specialist worden uitgevoerd. Het bepalen of huidige ontwerp van het infiltratiesysteem voldoende functioneert valt buiten de reikwijdte en het doel van onderhavig onderzoek. Watertoets In de oude situatie was er een zaalcomplex in het plangebied aanwezig. Zie navolgende afbeelding voor een satellietfoto uit 2018 waarop de voormalige zaalcomplex is weergegeven.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 54 van 74 april 2024 vastgesteld

Afbeelding: Uitsnede bovenaanzicht zaalcomplex (Bron: Street Smart d.d. 2018) Navolgende afbeeldingen geven het verschil van de verhardingen tussen de bestaande en de gewenste situatie weer.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk

Blad 55 van 74 april 2024

Gemeente Laarbeek

vastgesteld

Afbeelding: Links tekening bestaande situatie, rechts tekening gewenste situatie In navolgende tabel is de verdeling van het verharde en onverharde oppervlakte in de huidige en toekomstige situatie weergegeven. De situatietekeningen van de verharde en onverharde oppervlakte in de huidige en toekomstige situatie zijn opgenomen als bijlage 9.

Bebouwing Terrein verharding Terrein onverhard Terrein halfverharding Totaal

Oude situatie 1.005 m2 421 m2 495 m2 0 m2 1.921 m2

Nieuwe situatie 753 m2 707 m2 174 m2 287 m2 1.921 m2

De nieuwe verharde situatie bedraagt (753 m2 + 707 m2 + 287 m2 =) 1.747 m2. Volgens het GRP van de gemeente wordt verhard oppervlak dat voorheen aanwezig was niet in mindering gebracht op deze waterbergingsnorm. Daarmee dient er een waterbergingsvoorziening te worden gerealiseerd met een minimale bergingscapaciteit van (1.747 m2 x 0,06 m =) 104,82 m3. De waterberging wordt gerealiseerd door middel van infiltratiekratten onder de parkeervakken. Het verhard oppervlak van de drie grondgebonden woningen wordt niet uitgebreid. Volgens de paragraaf ‘Omgaan met regenwater bij aanpassing en uitbreiding van bestaande situaties’ van het GRP geldt er hierdoor geen verplichting om ruimte voor wateropvang te creëren.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 56 van 74 april 2024 vastgesteld

De grondgebonden woningen maken gebruik van bestaande voorzieningen waardoor het hemelwater wordt afgevoerd naar het bestaande gemeenteriool. Conclusie ten aanzien van het plan Ten behoeve van het plan is de digitale watertoets gevoerd. De watertoets is bijgevoegd als bijlage 4. Het plan is in overeenstemming met de belangen van het waterschap. Voor het plan zijn geen planologische belemmeringen te verwachten op dit gebied. Het aspect water vormt geen belemmeringen voor onderhavig plan.

4.8

Cultuurhistorie en archeologie

Op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening (inclusief Bro en Momo) moet er rekening gehouden worden met de cultuurhistorische waarden bij alle ruimtelijke ontwerpen en besluitvorming hierover. Dat wil zeggen dat deze cultuurhistorisch, bouwhistorische, (historisch) stedenbouwkundige/landschappelijke en archeologische waarden onderzocht worden en in hoeverre ze worden ingepast en gerespecteerd bij de planvorming. De cultuurhistorische waarden vormen een inspiratiebron en tevens afwegingskader voor de doorontwikkeling van nieuwe toekomstige ontwikkelingsplannen. Ze mogen niet onevenredig worden aangetast. De cultuurhistorische waarden vallen uiteen in meerdere deelaspecten die betrekking hebben op de ontwikkelingsgeschiedenis van: ➢ Historische (steden)bouwkundige structuur ➢ Archeologie/geomorfologie 4.8.1 Archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De wet is op 1 september 2007 in werking getreden. De wet beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen.

Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wet zijn: - archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; - vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers tot ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodemverstorende ingrepen zal worden om gegaan. Dit houdt in een verplichting tot vooronderzoek bij werkzaamheden die de grond gaan verstoren. De invoering hiervan wordt geregeld via bestemmingsplannen en vrijstellingen, de mer-plichtige activiteiten en ontgrondingen;

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

-

Blad 57 van 74 april 2024 vastgesteld

bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen. De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer tot de bodemverstorende activiteit.

Afbeelding: Archeologische waardenkaart Ten aanzien van het plan Op bovenstaande archeologische waardenkaart is te zien dat het plangebied ligt in een gebied met de aanduiding ‘hoge archeologische verwachting’ en ‘Hoge verwachting – historische kernen en linten’. Om deze reden is er door RAAP in juni 2021 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage 5. Navolgend worden de conclusies van het archeologisch onderzoek toegelicht. Het plangebied is op de geomorfologische- en bodemkundige kaart al niet gekarteerd weergegeven vanwege de ligging binnen het bebouwde gebied. Op basis van archeologisch onderzoek in de omgeving, wordt verwacht dat het in of nabij een beekdal was gelegen. Meer in het algemeen wijst de gevarieerde landschappelijke context in de omgeving van het plangebied, met een afwisseling van dekzandruggen, dekzandwelvingen, dalvormige laagtes en zones met verspoeld dekzand, alsmede de naam Beek en Donk (= zandkop) op een dynamisch overgangsgebied tussen hoog/droog en laag/nat. In het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen bekend. Tegen de zuidgrens van het plangebied is tijdens een opgraving een waterloop/gracht aangetroffen, met in de vulling veel aardewerk uit de periode 1750-1800. In de ruimere omgeving zijn er twee bronzen bijlen uit de Bronstijd en een vuurstenen bijl uit het Neolithicum gevonden.

Dergelijke geïsoleerde bijlen zijn typisch voor natte contexten, en worden in de regel als zogenaamde rituele deposities beschouwd. Ca. 260 m ten noordwesten zijn er resten van een kasteel uit de Late Middeleeuwen aangetroffen.

Bestemmingsplan Kapelstraat 5-7, Beek en Donk Gemeente Laarbeek

Blad 58 van 74 april 2024 vastgesteld

Er geldt een onbekende verwachting voor vindplaatsen van jager -verzamelaars en een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Gezien de aanwezigheid van een waterloop/gracht met aardewerk uit de periode 1750-1800, is er specifiek een hoge verwachting voor bewoning en/of afval uit de Nieuwe tijd. Tevens moet er rekening worden gehouden met resten die typisch zijn voor natte contexten, zoals afvaldumps en rituele deposities. Er zijn verspreid over het plangebied 11 boringen gezet. In het afgegraven/bebouwde/verharde deel van het plangebied (ter hoogte van boringen 1, 2, 3, 5, 6 en 11) is de bodem tot maximaal 140 cm recent verstoord, getuige recent puin. In het zuidelijke, niet afgegraven, deel, dat ca. 40 cm hoger ligt, is de bovengrond ook recent verstoord, maar vanaf ca. 80-100 cm onder het huidige maaiveld zijn er aanwijzingen voor oudere “verstoringen”, in de vorm van donkere humeuze pakketten met oud aandoend puin en ijzerslakken (in boring 10), die heel goed kunnen wijzen op de aanwezigheid van archeologische lagen, sporen en vondsten. Dit doet direct denken aan de Nieuwe tijd vindplaats die in 1994 werd opgegraven door Antoinette Huijbers. Deze grenst direct aan het zuidelijke deel van het plangebied. Het is heel goed mogelijk dat de humeuze oude lagen in boringen 7 tm. 10 samenhangen met de destijds gedocumenteerde waterloop/gracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=aaa7e39b-5e41-4512-b30c-2b10328e2cc1