Kwaliteitsmonitor concept SD 2022 en 2023 (bijlage bijeenkomst 3 december 2024)
Tekst van het document
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 21
6 zorgen voor een naaste met psychische kwetsbaarheid. Het kleine netwerk van deze kwetsbare doelgroep wordt steeds vaker belast. Samenwerking tussen het Steunpunt Mantelzorg Krimpenerwaard, GGZ Rivierduinen en Stichting Kernkracht heeft geresulteerd in gerichte voorlichtingsbijeenkomsten en lotgenotencontacten.
Vrijwilligerswerk is aan verandering onderhevig Mensen die zich vrijwillig inzetten bij clubs, verenigingen en welzijnsorganisaties zijn een ware schatkamer voor onze maatschappelijke voorzieningen. Vergrijzing zorgt voor een groot potentieel aan kennis en ervaring. De huidige gecommitteerde vrijwilliger die zich op structurele basis inzet wordt echter opgevolgd door een ander type vrijwilliger. De manier waarop en in welke mate vrijwilligers willen bijdragen verandert. Liever zetten mensen zich vaker kortdurend en flexibel in dan langdurig en structureel. In Krimpenerwaard doen nog altijd veel inwoners vrijwilligerswerk en zijn betrokken bij lokale organisaties en verenigingen. Uit het jaarbeeld Sociaal Preventieteam 2023: “Als Sociaal Preventieteam hebben wij ruim 400 vrijwilligers. Dit is niet alleen voor ons van groot belang, maar ook voor de vrijwilligers zelf van enorme waarde. Onderzoek heeft aangetoond dat vrijwilligerswerk kan leiden tot persoonlijke voldoening en welzijn, verbondenheid en sociale integratie, ontwikkeling van vaardigheden, loopbaanontwikkeling, gezondheidsvoordelen en maatschappelijke betrokkenheid. Veel vrijwilligers hebben inmiddels de seniore leeftijd bereikt. Het bijdragen aan de samenleving, iets betekenen voor een ander en nog steeds van waarde zijn, is belangrijk voor hen.
Wij zien senioren als mensen met een groot potentieel aan kennis en ervaring. Of het nu gaat om vrijwilligers die in hun werkzame leven een financiële achtergrond hadden en nu werken in het Geldpunt, oud mediators en advocaten die zich vrijwillig inzetten als buurtbemiddelaar of vrijwilligers die hun kennis benutten in de studiekring of hun talent graag overbrengen tijdens cursussen.”
Figuur 12 Overbelasting mantelzorger (geen cijfers voor 2023 beschikbaar)
Sociale veiligheid Sociale veiligheid gaat over beschermd zijn en je beschermd voelen tegen gevaar dat wordt veroorzaakt door het gedrag van iemand anders in een sociale setting. Dit kan plaatsvinden in gezin, wijk, school, werk of elders. Een gevoel van verbondenheid, elkaar kennen, draagt bij aan het gevoel van veiligheid in de buurt. Maar wanneer inwoners (sociale) onveiligheid ervaren, is het noodzakelijk dat er bescherming, hulp en ondersteuning geboden wordt. Door de ambulantisering wonen ook steeds vaker mensen met een psychische kwetsbaarheid zelfstandig, in de wijk. Wanneer er daarbij sprake is van verward of onbegrepen gedrag, heeft dat invloed op het gevoel van sociale veiligheid. Politie, Veilig Thuis en andere maatschappelijke organisaties spelen hierin een belangrijke rol. Armoede en financiële problemen zijn bovendien risicofactoren voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
Veilig Thuis
Figuur 13 Percentage inwoners dat mantelzorg geeft (geen cijfers voor 2023 beschikbaar)
In 2023 is een daling te zien van het totaal aantal meldingen (van 437 in 2019 naar 384 in 2023) en een stijging in gestarte adviezen (van 221 in 2019 naar 259 in 2023). Een adviesaanvraag is laagdrempeliger dan een melding. Na een adviesvraag wordt Veilig Thuis niet actief betrokken, tenzij men na een adviesgesprek besluit een melding te doen. Met het juiste advies kan Veilig Thuis helpen om de situatie te verbeteren, zodat erger kan worden voorkomen.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 22
6 Naast de toename in aantallen neemt de complexiteit van casussen toe, en is er meer acute inzet nodig. Hierop wordt geanticipeerd door een multidisciplinaire aanpak vanuit het bovenregionale Zorg- en Veiligheidshuis (Veilig Thuis, Hecht, Meldpunt Zorg en Overlast) in samenwerking met preventieve partners (zoals Kwadraad, Kwintes en MEE Plus). In de afgelopen periode is de aanpak van huiselijk geweld in de gemeente Krimpenerwaard met name gebaseerd op de regionale aanpak ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’. Zo hebben we onder andere afspraken gemaakt met Veilig Thuis, waarbij een maatschappelijk werker wekelijks 4 uur aansluit bij ons team van jeugdconsulenten. Casussen – waarbij de veiligheid in het geding is – worden gezamenlijk besproken en daardoor efficiënter en sneller opgepakt. De afstemming en samenwerking tussen gemeente en Veilig Thuis is hierdoor verbeterd. De professionals kennen elkaar en hebben goed zicht op elkaars (on)mogelijkheden. De gemeente heeft deelgenomen aan de jaarlijkse campagne Orange The World door het aanlichten van lokale gebouwen om aandacht te vragen voor geweld tegen meisjes en vrouwen. De gemeente heeft ingezet op het terugbrengen van complexe scheidingen door de inzet van een lokale aanbieder die werkt met de SCHIP-aanpak.
Deze aanpak is gericht op ouders die in een complexe scheiding zitten en niet in partnerschap, maar in ouderschap uit elkaar willen gaan met als doel om de kinderen zo min mogelijk te belasten en om allerlei hulptrajecten als gevolg van een complexe scheiding te voorkomen. Daarnaast heeft de gemeente samen met Kwadraad, het Loket Samenleving & Zorg en Veilig Thuis een alliantie ‘Financieel veilig ouder worden’ opgericht om signalen in kaart te brengen rondom financieel misbruik bij ouderen en breed aandacht te vragen voor dit onderwerp. De alliantie is gericht op een betere samenwerking, met als doel om complexe casussen integraal, sneller en efficiënter op te pakken. Ook zijn de samenwerkingsafspraken met Veilig Thuis herijkt en een nieuw ondertekend exemplaar geborgd.
Uit de Praktijk: Alliantie Financieel Veilig Ouder Worden Steeds meer ouderen worden slachtoffer van financieel misbruik. Ouderen zijn – mede door de digitalisering – vaak afhankelijk van anderen om hun financiën op orde te houden. En daar wordt door familieleden, buren, professionals of mantelzorgers in toenemende mate misbruik van gemaakt. Reden voor de gemeente om in 2023 samen met andere partijen de Alliantie Financieel Veilig Ouder Worden te ondertekenen. Met tien partijen, waaronder welzijnspartijen, ouderenbonden, thuiszorg, maar ook de lokale Rabobank en een lokaal notariskantoor, is afgesproken om met elkaar de handen ineen te slaan. We kunnen dit als gemeente namelijk niet alleen. Het zijn de medewerkers van de welzijnspartijen en thuiszorg die bij de inwoners thuis komen en signalen opvangen. De banken en notarissen die verdachte transacties of bepalingen in testamenten kunnen ondervangen en ouderenbonden die voorlichting kunnen geven. Met elkaar delen we kennis en ervaringen om het financieel misbruik onder ouderen terug te dringen. Deze samenwerking is nog te pril om al daadwerkelijk effecten te zien. We gaan dit de komende periode monitoren.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 23
7 Beleidsrad Fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving van onze inwoners speelt een belangrijke rol in het ervaren van een positieve gezondheid. Daarvoor kijken we naar of iemand prettig woont, de beschikbaarheid van voorzieningen in de buurt en hoe de publieke ruimte is ingericht.
Cijfers: Hoe staat het er voor in de Krimpenerwaard? Fysieke leefomgeving
goede milieukwaliteit, klimaatbestendigheid en een goede toegang tot en passend aanbod van voorzieningen. We kunnen met de inrichting van de fysieke leefomgeving gezonder gedrag beïnvloeden en met gerichte woningbouw invloed uitoefenen op onder andere bevolkingssamenstelling, sociale veiligheid, sociale samenhang en het aanbod van voorzieningen. Ondanks dat we niet alles kunnen oplossen en de wereld niet maakbaar is, kunnen we als gemeente wel sturen op samenhang op de langere termijn. Kortom ontwikkeling van ruimtelijk domein en sociaal domein moet hand in hand gaan om opgaven als bestaanszekerheid, kansengelijkheid en het creëren van een sterke sociale basis, het hoofd te bieden.
Publieke ruimte Kijken we naar de cijfers dan zien we dat de fysieke leefomgevingskwaliteit in 2022 iets gedaald is t.o.v. 2019. Wat bij kan dragen aan de (iets) minder positieve beleving van de leefomgeving is het ervaren van onveilige verkeerssituaties, voldoende groen en het onderhoud van perken en plantsoenen (Burgerpeiling 2022). De verschillen zijn echter minimaal. Ook onvoldoende openbaar vervoer wordt door inwoners genoemd als gemiste voorziening. Openbaar vervoer is essentieel voor de toegankelijkheid van voorzieningen en leefbaarheid in en tussen de kernen. Zo moeten voorzieningen zoals scholen, winkel- en werklocaties goed verbonden zijn met het openbaar vervoer. De verantwoordelijkheid ten aanzien van het openbaar vervoer ligt bij het Rijk en de Provincie. De invloed van gemeente is beperkt. Wel zijn we als gemeente verantwoordelijk voor veel vormen van doelgroepenvervoer. De afgelopen periode hebben we binnen de ambtelijke organisatie stevig ingezet op een integrale aanpak van ruimtelijke vraagstukken. Een gezonde uitnodigende fysieke leefomgeving heeft een nadrukkelijke plek in gebiedsontwikkeling. Het ruimtelijk domein heeft de instrumenten in handen om de fysieke leefomgeving gezond in te richten. Het sociaal domein kan het ruimtelijk domein helpen met het integraal kijken naar de leefomgeving en aangeven wat er nodig is vanuit onze inwoners.
Steeds vaker werken we vanuit de vraag: “Wat kunnen we vanuit het ruimtelijk domein bijdragen aan een prettig en gezonde leefomgeving?” Denk hierbij aan het vergroenen van de buitenruimte. Deze ontwikkeling wordt gedreven door wetenschappelijk onderzoek, waarin steeds meer het belang van de leefomgeving wordt bevestigd in relatie tot het welbevinden van inwoners. Onze gemeente is deelnemer/lid van Steenbreek: een landelijke kennis- en netwerkorganisatie die ondersteuning biedt bij het duurzaam vergroenen van onze leefomgeving. Ook wordt er meer gekeken naar de behoefte van inwoners bij het beheer van de openbare ruimte. Sinds 2023 is er de mogelijkheid voor inwoners om een geveltuintje aan te leggen. Ook bij Qua Wonen is meer aandacht voor de fysieke leefomgeving.
Figuur 14 Fysieke leefomgeving
Krimpenerwaard wil nu en in de toekomst een vitaal leefbaar gebied zijn, waar we in goede gezondheid en met plezier wonen, werken en genieten van de unieke omgeving. Een gezonde fysieke leefomgeving draagt daaraan bij. Dit is een omgeving die inwoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes makkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. De fysieke leefomgeving omvat onderwerpen die het sociaal domein overstijgen. Het gaat over een omgeving die uitnodigt tot bewegen, elkaar ontmoeten, ontspannen, een
De waardering van inwoners voor de beweegvriendelijkheid van de omgeving is toegenomen. In 2022 zijn in Schoonhoven en Stolwijk QR-routes geplaatst. De QR-route is een route met paaltjes en QR-codes. Door de code te scannen krijgt de deelnemer een oefening op maat. In totaal hebben 100 inwoners gezamenlijk 795 keer gebruik gemaakt van de routes, waarbij in Schoonhoven het gebruik hoger is (72 inwoners, 637 gebruikt) dan in Stolwijk (28 inwoners, 158 keer gebruikt). Bij Krimpenerhout zijn in 2022, in samenwerking met Team Sportservice, beweegtoestellen geplaatst.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 24
7 Maatschappelijke ontwikkelopgaven in beeld
Behoefte aan goede huisvesting voor specifieke doelgroepen
Het voorzieningenniveau wordt in 2022 (6,48) iets lager gewaardeerd dan in 2019 (6,72) (Burgerpeiling, 2022). Kijken we naar het voorzieningenniveau in de buurt, dan zien we dat het aanbod van basisscholen, winkels voor de dagelijkse boodschappen, (gezondheid) zorgvoorzieningen, sportvoorzieningen en de aanwezigheid van groen, goed wordt gewaardeerd. Over de parkeergelegenheid is men minder tevreden. Twee derde van onze inwoners is tevreden over de speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar. Over het aanbod van openbaar vervoer zijn onze inwoners, zoals al eerder vermeld, minder tevreden (54% is tevreden). Ook het aanbod van welzijnsvoorzieningen vraagt volgens onderzoek in de burgerpeiling aandacht (49% is tevreden).
In de vorige monitor beschreven we al de trend in de afgelopen jaren van extramuralisering (fysiek scheiden van wonen en zorg, waarbij zorg zoveel als mogelijk in de ‘thuissituatie’ wordt geboden). Deze trend zal de komende jaren doorzetten. Hierdoor is er behoefte aan huisvesting voor mensen met een psychische stoornis of psychosociale problematiek. Zowel deze doelgroep als jongeren met en zonder zorgvraag zijn vaak afhankelijk van kleine woningen in de sociale huur. Dat vraagt dus betaalbare en in uitzonderlijke gevallen om hele specifieke huisvesting, zoals Maatwerkwoningen. Tegelijkertijd zijn er steeds minder huizen beschikbaar. In 2022 hebben we een woonzorganalyse opgesteld, waaruit blijkt hoe groot de doelgroepen met zowel een zorg- als een huisvestingsvraag zijn en in de toekomst worden, en is de input hieruit verwerkt in de woon(zorg)visie. De doorstroom is laag. Dit is een landelijke trend. Daarnaast is er sprake van een dubbele vergrijzing. Onze groep ouderen groeit niet alleen, onze ouderen worden ook steeds ouder. Op basis van autonome huishoudensprognoses verwachten we in 2040 zo’n 2500 extra alleenstaanden en stellen van 75 jaar of ouder. Doordat het beleid vanuit het Rijk gericht is op ‘langer thuis’ worden steeds meer mensen oud in een zelfstandige woning.
Hierdoor ontstaat een grotere vraag naar levensloopbestendige woningen in de nabijheid van voorzieningen, ondersteuning, mantelzorg en soms ook dagbesteding. We zien dat ook terug in CBS cijfers, waaruit blijkt dat een steeds iets groter wordende groep van 70 jaar en ouder zelfstandig wonend is. Een deel van deze vraag kan opgevangen worden in nieuwbouw, maar een nog veel groter deel betreft een aanpassingsopgave in de bestaande voorraad en leefomgeving. De doorontwikkeling van de integrale samenwerking tussen ruimtelijk en sociaal domein is hierbij dan ook van groot belang.
In 2023 is de gemeente gestart met een participatietraject om te komen tot het Omgevingsprogramma ‘Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen’. Maatschappelijke voorzieningen spelen een belangrijke rol in een sterke sociale basis, die weer bijdragen aan de vitaliteit van de kernen. Door te beschrijven wat de huidige situatie is en te beschrijven wat de gewenste basisinfrastructuur voor maatschappelijke voorzieningen is, heeft het college inzicht voor welke ontwikkelopgaven de gemeente de komende jaren staat, en waar we mee aan de slag gaan.
Figuur 15 Waardering voorzieningenniveau (geen cijfers voor 2023 beschikbaar)
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 25
7 Uit de Praktijk: Huur en Buur Begin 2022 is dit initiatief als pilot gestart in Krimpenerwaard en Gouda. Huur en Buur koppelt (kwetsbare) jongeren die op zichzelf willen wonen aan verhuurders die een woonruimte beschikbaar stellen. De jongere ontvangt tegelijkertijd ambulante begeleiding en kan voor praktische steun terecht bij de verhuurder. Huur en Buur heeft als doel kwetsbare jongeren tussen de 18 en 27 jaar met een woon- en ondersteuningsbehoefte te begeleiden bij de overgang naar volwassenheid en het groeien naar zelfstandigheid. In 2022 en 2023 waren er veel aanmeldingen voor de pilot Huur en Buur en zijn er in Gouda en in de Krimpenerwaard in totaal 9 succesvolle matches gerealiseerd. De jongeren van deze matches zijn positief over de verkregen woonplek en de ontvangen formele en informele ondersteuning. Daarnaast komt ruim 70% van de jongeren uit een jeugdhulpvoorziening. Het aantal te realiseren succesvolle matches was bij de start van de pilot in 2022 hoger ingeschat (10 matches op jaarbasis). Volgens Huur en Buur is dit aantal door diverse oorzaken niet gehaald. Zo zijn in de pilotperiode ook Oekraïners door particuliere verhuurders in Gouda en de Krimpenerwaard opgevangen. Het aantal aanmeldingen doet vermoeden dat er voldoende vraag is en meer kwetsbare jongeren uit de Krimpenerwaard geholpen kunnen worden bij het op eigen benen gaan staan.
Om deze reden is de pilot met een jaar verlengd. Een extra pilotjaar biedt de mogelijkheid te onderzoeken of Huur en Buur structureel een waardevolle aanvulling is op het zorglandschap van formele en informele zorg voor kwetsbare jongeren bij de overgang naar volwassenheid.
Uit de praktijk: Integrale kijk op de inrichting publieke ruimte blijkt succesvol Sociaal Domein zit structureel aan de intaketafel, waarbij initiatieven van inwoners, ondernemers en organisaties integraal besproken, gewogen en besloten worden. In 2022 en 2023 hebben er verschillende samenwerkingen plaatsgevonden tussen Sociaal en Ruimtelijk domein. Er is vanuit Sociaal domein meegedacht bij een project betreffende de inrichting van woonwijk in Schoonhoven. De betrokken projectleider Ruimtelijk domein zegt hierover “Ik ben me meer bewust geworden van de diversiteit aan gebruikers in de buitenruimte. Wat ik er ook uit gehaald heb, is dat er gelukkig al (bewust en onbewust) aan veel zaken wordt gewerkt tijdens een herinrichting van een wijk zoals toegankelijkheid, het aankleden d.m.v. groen/beplanting, (verkeers)veiligheid, etc.” De projectleider vraagt zich af of het uiteindelijke resultaat in verhouding staat tot de moeite die het heeft gekost, al merkt hij op dat het een pilot was en “dat de juiste modus nog gevonden moet worden, waarbij verkennen en aftasten nou eenmaal tijd kost. Advies vanuit Team Sportservice was zonder betrokkenheid van SD niet gebeurd, en dat had meerwaarde. Het meekijken in een project aan de voorkant is iets wat in mijn beleving gedaan moet blijven worden. Als blijkt dat de kansen niet zo groot zijn, is dat ook een conclusie.
Zaken die wellicht nog aandacht verdienen in de samenwerking Projecten/SD kunnen zijn: dekking van eventuele (meer)kosten als er aanvullende zaken in de buitenruimte gewenst worden, kansrijkheid bepalen van projecten vooraf en a.d.h.v. deze inschatting de samenwerking opzetten.”
Ervaring van een huurder: “Ik verhuisde van verblijf bij een jeugdhulpaanbieder naar het huis van Huur en Buur waar ik met nog 2 meiden kon wonen. De ambulant hulpverlener van Agathos kwam wekelijks langs voor begeleidingsgesprekken. De frequentie werd na een tijdje steeds minder, omdat het goed ging. Wel kon ik haar altijd bellen of appen als er iets was. Dit gaf mij veel vrijheid, maar tegelijkertijd kon ik wel op iemand terugvallen. Bij de verhuurder kon ik terecht met mijn praktische vragen, zoals het ophangen van een schilderijtje in de woonkamer. Al met al heb ik anderhalf jaar met plezier in dit huis gewoond.” Op de vraag hoe het nu met deze jonge dame gaat, vertelt ze enthousiast: “Ik ben inmiddels gelukkig getrouwd samen met mijn man en we wonen in een prachtig dorpje. Ik raad het zeker aan om via Huur en Buur geholpen te worden bij deze stap naar zelfstandigheid. Ik kijk er heel positief op terug!”
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 26
8 Beleidsrad Sociaal economische status In de Krimpenerwaard streven we er naar dat meer inwoners duurzaam betaald werk hebben of participeren naar vermogen. We vinden het belangrijk dat zo min mogelijk inwoners financiële belemmeringen ervaren. Daarvoor is het beheersen van basisvaardigheden en kennis hebben van de Nederlandse taal belangrijk. Ontwikkelingen in de economie en op de arbeidsmarkt zijn sterk van invloed op het bereiken van deze doelen.
Cijfers: Hoe staat het er voor in de Krimpenerwaard?
De complexiteit van de samenleving, hogere vaste lasten, en hogere prijzen hebben ertoe geleid dat mensen, ondanks steeds meer uren te werken, moeilijker kunnen rondkomen. Steeds meer mensen met een inkomen boven het minimum vragen financiële hulp. Onrust op mondiaal niveau, het gevoel dat publieke diensten tekortschieten en de veelheid aan veranderingen op technologisch, ecologisch, sociaal en economisch gebied zorgen ervoor dat mensen minder grip ervaren op het leven, werk en inkomen. De arbeidsmarkt van de toekomst staat onder druk door grote maatschappelijke opgaven, demografische veranderingen, digitalisering, robotisering en verduurzaming. De toekomstige arbeidsmarkt brengt voor mensen onzekerheden. Banen zullen verdwijnen en verschijnen. De vergrijzing en de arbeidsmarktkrapte zetten de kwaliteit van het werk, de arbeidsomstandigheden en het verdienvermogen onder druk, maar ook de combinatie van werk met andere taken zoals leren, zorgen, vrijwilligerswerk en maatschappelijke participatie.
Armoede in beeld Uit het KWIZ-Armoede onderzoek van 2022 blijkt dat in Krimpenerwaard naar schatting 1608 huishoudens leven met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm), wat overeenkomt met 6,5% van alle huishoudens in de gemeente. Per 1 november 2022 heeft de gemeente Krimpenerwaard 1356 van deze huishoudens in beeld. De overige 252 huishoudens zijn (nog) niet geregistreerd, omdat zij geen gebruik maken van minimaregelingen of geen uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet. Bijna de helft (44%) van de huishoudens die leven met een inkomen tot 120% van het Wsm (597 huishoudens), ontvangt een uitkering vanuit de Participatiewet. Eén op de vijf van deze huishoudens ontvangt een AOW-uitkering, en 37% (497 huishoudens) heeft een ander soort inkomen, zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering of inkomen uit werk. De Rekenkamer is in 2023 een onderzoek gestart, waarbij in het najaar van 2023 een eerste verkenning is gepresenteerd aan de raad. De resultaten van deze verkenning hebben een aantal onderzoeksvragen opgeleverd met betrekking tot de doeltreffendheid en doelmatigheid van het huidige armoedebeleid en de huidige maatregelen om armoede te voorkomen of te verminderen. Eind 2023 waren er nog geen uitkomsten en eventuele aanbevelingen bekend. Figuur 16 Sociaal economische status
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 27
8 Doorverwijzing naar wettelijke schuldhulpsanering (Wsnp) nam voor het eerst sinds jaren toe Minstens 10 jaar lang daalde het aantal doorverwijzingen naar de Wsnp, maar nu zien we een trendbreuk. Dit is te verklaren door meer aanmeldingen voor hulp en de nauwere samenwerking tussen onze gemeentelijk schulphulpverlener en Wsnp. De gemeentelijk schuldhulpverlener ondersteunt inwoners met schulden bij het treffen van individuele regelingen met schuldeisers (ook wel Minnelijke schuldhulpsanering (Msnp) genoemd), terwijl bij wettelijke schuldsanering de schulden bij elkaar op worden geteld en één regeling wordt getroffen. Wettelijke schuldsanering volgt altijd na een rechterlijke uitspraak. Nieuwe wetgeving zorgt ervoor dat deze trajecten beter op elkaar aansluiten. De standaard looptijd van de Wsnp is sinds 1 juli 2023 teruggebracht van drie jaar naar anderhalf jaar. Dit betekent dat mensen met schulden voor een veel kortere periode een deel van het inkomen afdragen aan schuldeisers. Rechtbanken kunnen deze termijn overigens nog steeds verlengen tot maximaal vijf jaar. Eind 2023 kunnen we nog weinig zeggen over de impact van deze wetswijziging.
Hulpacceptatie bij huishoudens met betaalachterstanden nog beperkt
Figuur 17 Percentage laaggeletterdheid (geen cijfers voor 2023 beschikbaar)
Sinds 2021 is gemeente Krimpenerwaard gestart met het vroegtijdig opsporen van financiële problemen door het signaleren van betaalachterstanden in de vaste lasten. Het aantal signalen over betaalachterstanden is relatief stabiel gebleven. Terwijl het aantal signalen dat gemeenten op landelijk niveau kregen van verhuurders, zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven met een kwart omhoog ging. In Krimpenerwaard weten we met een kleine 1/3 deel van de inwoners die het betreft, contact te leggen. Bij 7% accepteert de inwoner vervolgens ook het hulpaanbod. Zowel op landelijk niveau als binnen de gemeente Krimpenerwaard worden effectieve strategieën onderzocht om de bereidheid tot het accepteren van hulp te vergroten. Uit een onderzoek van de Ombudsman is gebleken dat herhaling hierin een cruciale rol speelt. De gemeente heeft in 2023 onderzocht hoe de aanbevelingen geïmplementeerd kunnen worden.
Laaggeletterdheid Een op de tien Nederlanders heeft moeite met lezen en schrijven. Op basis van die cijfers gaan we er vanuit dat in Krimpenerwaard dit meer dan vijfduizend inwoners betreft. Als inwoners over voldoende basisvaardigheden beschikken, vergroot dat hun perspectieven richting arbeids- en maatschappelijke participatie. Beheersing van basisvaardigheden draagt bij aan zelfredzaamheid en welzijn van inwoners. Taalhuis Krimpenerwaard biedt diverse activiteiten en programma’s aan om de basisvaardigheden van inwoners te vergroten.
Figuur 18 Taaltrajecten Taalhuis
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 28
8 Uit de praktijk; Gemeentelijke gezinsaanpak geletterdheid Gemeente Krimpenerwaard is één van de 31 deelnemende gemeenten in de pilot Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid. Deze aanpak richt zich op het ondersteunen van gezinnen, wanneer ouders moeite hebben een taalrijke thuisomgeving te bieden. De basis van taalvaardigheid wordt gelegd in de vroege kindertijd. De gemeente werkt in dit project samen met de Bibliotheek Krimpenerwaard.
laat een stijgende lijn zien. Veelal worden inwoners met een garantiebaan geplaatst bij lokale ondernemers. Indien een inwoner dusdanig veel begeleiding nodig heeft dat deze niet van een reguliere werkgever verwacht mag worden, komt de inwoner in aanmerking voor een beschutte werkplek. Jaarlijks legt het Rijk aan elke gemeente een taakstelling op voor het realiseren van een aantal beschutte werkplekken. Deze taakstelling is ook in 2022 en 2023 behaald. Inwoners die een beschutte werkplek nodig hebben, gaan meestal in een vast dienstverband werken bij sociaal ontwikkelbedrijf Promen. Daar krijgen ze ondersteuning en aangepast werk. Denk daarbij aan werken in de groenvoorziening, schoonmaak of verpakken van producten.
Gedurende een periode van zes maanden werken gemeenten samen met de bibliotheek, Stichting Lezen en Schrijven, onderwijs, kinderopvang, GGD, Alert4You en het Sociaal Preventieteam, om een geïntegreerde gezinsaanpak te realiseren. We zijn gestart met een startbijeenkomst met diverse maatschappelijke partners, waar is ingezet op bewustwording. Het gaat over het signaleren en bereiken van laaggeletterde ouders en aansluiten met duidelijke communicatie. De volgende stap is het oprichten van een kernteam en bouwen aan een duurzaam netwerk.
Implementatie nieuwe Wet inburgering Sinds de Wet inburgering 2021 (Wi2021) heeft de gemeente de regie gekregen over de inburgering. Inburgering is verplicht voor iedereen vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, afkomstig uit een land buiten de Europese Unie en wanneer hij/zij zich voor langere tijd in Nederland vestigt. Het doel van het inburgeringstraject is om de inburgeraar zo snel mogelijk naar eigen kunnen en volwaardig mee te laten doen in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. Figuur 19 Aantal gerealiseerde garantiebanen
Binnen de Wi2021 krijgt iedere inburgeraar een traject op maat aangeboden. Dit gebeurt aan de hand van een brede intake en een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Daarmee wordt de inburgeraar begeleid naar een passende leerroute. De inburgeraar heeft drie jaar de tijd om in te burgeren en sluit de inburgering, afhankelijke van de leerroute, af met een certificaat of een diploma. Over de afgelopen jaren beschikken we lokaal over onvoldoende betrouwbare data. De implementatie van de nieuwe wet nam tijd in beslag om applicaties aan te passen en data te registreren. Daarnaast leverde de opstart van de nieuwe wet ook voor DUO uitvoeringsproblemen op, hetgeen stagnatie voor onze uitvoering met zich meebracht. Dit is een landelijk beeld. Lokaal speelde ook tijdelijke ondercapaciteit bij onze uitvoering een rol.
Taakstelling voor het aantal beschutte werkplekken is behaald Wanneer een inwoner vanwege een arbeidsbeperking begeleiding nodig heeft op een werkplek, dan kan hij/zij een indicatie krijgen voor een garantiebaan of een beschutte werkplek. Bij een garantiebaan werkt de inwoner bij een reguliere werkgever en biedt de gemeente jobcoaching en loonkostensubsidie aan. Het aantal garantiebanen
Figuur 20 Aantal gerealiseerde beschutte werkplekken
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 29
8 Afbouw Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo-regeling)
Landelijk is het aantal ondernemers dat een beroep doet op hulp bij schulden de afgelopen jaren fors gestegen. Tijdens de coronacrisis bood de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) steun aan zelfstandige ondernemers om financiële problemen te voorkomen. In Krimpenerwaard hebben 1166 inwoners hiervan gebruikgemaakt en vrijwel al deze ondernemers konden daarmee de schulden bij de belastingdienst aflossen. Vijf ondernemers zijn als vervolg op de TOZO onder het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) gaan vallen. Om de overgang naar het Bbz- (uitgevoerd door het Regionaal Bureau Zelfstandigen) te vergemakkelijken, werd besloten om (tijdelijk) geen vermogenstoets uit te voeren en ondernemers toe te staan met maximaal twee maanden terugwerkende kracht een Bbz-uitkering aan te vragen. Inmiddels zit het aantal ondernemers met een hulpvraag op dit vlak weer op het niveau van vóór Corona.
Steun aan slachtoffers toeslagenaffaire De kinderopvangtoeslagen-affaire heeft grote gevolgen gehad voor mensen die onterecht door de Belastingdienst zijn bestempeld als fraudeur en vanwege etnische profilering. Het gevolg voor veel slachtoffers waren schulden, stress, verlies van huis, baan of geliefden. Door het Rijk wordt in samenwerking met gemeenten gewerkt aan het financieel herstel van de problemen met de kinderopvangtoeslag op de leefgebieden huisvesting, inkomen, financiën, zorg en gezin. Het Rijk heeft binnen Krimpenerwaard 114 gezinnen gecompenseerd (geregistreerd gedupeerden). De gemeente heeft deze 114 gezinnen een brief gestuurd, waarin de mogelijkheid voor aanvullende ondersteuning wordt geboden. Een grote groep heeft aangegeven geen aanvullende ondersteuning vanuit de gemeente nodig te hebben. Eind 2023 was de gemeente nog actief betrokken bij 14 gezinnen. Voor 9 andere gezinnen is het traject reeds positief afgesloten. Er is voor deze gezinnen een plan van aanpak op maat opgesteld om daarmee een positief vooruitzicht in voor de toekomst te creëren.
Uit de praktijk Stichting Urgente Noden Krimpenerwaard (SUN Krimpenerwaard) verleent assistentie aan huishoudens in acute financiële nood binnen de gemeente Krimpenerwaard. Het hoofddoel van de stichting is het verlichten of verzachten van financiële problemen van individuen of gezinnen, vooral in situaties waarin bestaande wettelijke voorzieningen ontoereikend zijn of niet tijdig beschikbaar. In 2023 is het aantal hulpaanvragen gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, met in totaal 80 verwerkte aanvragen. De meeste aanvragen in 2023 waren voor volwassen alleenstaanden, al dan niet met kinderen. In veel van die situaties speelt echtscheiding een rol. Daarnaast is in praktisch alle gevallen sprake van psychosociale of psychiatrische problematiek of verslaving. De grootste groep aanvragers betrof ook in 2023 inwoners met een bijstandsuitkering of met een ziekte gerelateerde uitkering. Wanneer er sprake is van inkomen uit arbeid gaat het meestal om laagbetaalde parttimebanen, banen met een wisselend aantal uren of ZZP-ers die (tijdelijk) niet rond kunnen komen. Er zijn ook situaties waar tijdelijk helemaal geen geld is. Meestal is dat, omdat er nog een uitkering aangevraagd moet worden of er is een conflict met de levenspartner of werkgever, waardoor er tijdelijk geen geld is.
Veel van de huishoudens waarvoor aangevraagd wordt, hebben naast een laag inkomen ook nog te maken met schulden. In al deze situaties biedt de – relatief kleine - financiële gift of een sociale lening een oplossing om de negatieve spiraal waarin de inwoner zit om te buigen, een patstelling te doorbreken of bij te dragen aan een structurele oplossing van de financiële problematiek.
Een gezin bestaande uit een man, vrouw en twee jonge kinderen, raakte in financiële problemen toen de man in april op staande voet werd ontslagen na een bedrijfsongeval. Zonder inkomen of reserves vroeg het gezin hulp via Stichting Budgethulp Krimpenerwaard. SUN Krimpenerwaard bood directe ondersteuning met supermarktbonnen en een eenmalige gift voor huur, energie en zorgpremies. Vervolgens werd een Sociale Lening van € 2500 aangevraagd. De man leende tussentijds geld van vrienden, dat later werd terugbetaald uit de lening. De zaak onderstreept de noodzaak van snelle hulp.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 30
9 Beleidsrad Lichamelijke gezondheid Bij lichamelijke gezondheid gaat het om het kunnen uitvoeren van algemene dagelijkse activiteiten. Onder andere het gebruik van de basisgezondheidszorg, het ervaren van lichamelijke belemmeringen en de vaccinatiegraad vertellen ons iets over de lichamelijke gezondheid van inwoners in de Krimpenerwaard.
Cijfers: Hoe staat het ervoor in de Krimpenerwaard?
Als gevolg van de vergrijzing krijgen steeds meer mensen te maken met (chronische) lichamelijke klachten. Daarnaast zien we dat overgewicht een ‘stille pandemie’ aan het worden is. Duidelijk is dat leefstijl, sociale leefomgeving, sociaal economische status, mentale gezondheid en lichamelijke gezondheid met elkaar samenhangen.
Ervaren gezondheid in Krimpenerwaard hoger dan landelijk gemiddelde De ervaren gezondheid is een maat voor zowel de lichamelijke, geestelijke als sociale gezondheid van mensen. Het percentage inwoners dat ernstige lichamelijk belemmering ervaart is daaraan gerelateerd. Cijfers maken zichtbaar dat het aantal inwoners dat ernstige lichamelijke belemmeringen ervaart, iets is afgenomen. Het percentage inwoners van 18 jaar en ouder met een als goed ervaren gezondheid ligt in onze gemeente en in onze regio hoger dan het landelijk gemiddeld. In Krimpenerwaard ervaarde 71,9% van de volwassen inwoners in 2022 een goede gezondheid. Voor jongeren (klas 2 en 4 voortgezet onderwijs) geldt dit voor 85,4%. Voor jongvolwassenen zijn er geen lokale cijfers beschikbaar. Op regionaal niveau Hollands Midden scoren jongvolwassenen lager dan de andere leeftijdsgroepen. Met het ouder worden neemt het aandeel mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid af, met name vanaf 75 jaar.
Toename van langdurige aandoeningen Figuur 21 Lichamelijke gezondheid
De gezondheid van mensen is voor een deel het gevolg van eigen leefstijl en gedrag, maar ook de situatie en omgeving waarin mensen leven, hebben gevolgen voor hun gezondheid. In buurten waar mensen zich veilig voelen, voelen meer mensen zich gezond dan in buurten waar mensen zich onveilig voelen. Meer sociale cohesie in een buurt hangt samen met meer bewegen en een gezond gewicht. Wanneer inwoners zekerheid ervaren en kansen hebben om deel te nemen aan de maatschappij, des te meer geld en ruimte zij hebben voor een gezond en gelukkig leven.
In Krimpenerwaard heeft 27% van de volwassenen en 44% van de senioren in 2022 één of meer langdurige ziekten of aandoeningen. Ten opzichte van voorgaande jaren is dit een lichte stijging. In toenemende mate voelen mensen zich hierdoor belemmerd.
Druk in huisartsenpraktijken neemt toe De basisgezondheidszorg is de zorg die vrij toegankelijk en goed bereikbaar is. Het gaat onder andere om de huisartsenzorg. Er zijn over 2022 en 2023 geen nieuwe cijfers beschikbaar over het gebruik eerstelijnszorg van de
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 31
9 huisarts. Wat we echter landelijk én lokaal zien, is dat de werkdruk in de huisartsenpraktijk blijft toenemen. Ziekenhuizen richten zich meer op risicovolle en acute zorg, huisartsenzorg breidt zich uit met complexe ouderenzorg, chronische zorg, GGZ, oncologische nazorg en palliatieve zorg. Patiënten zijn steeds meer geïnformeerd en zelfredzaam. De meeste mensen zijn digitaal vaardig en verwachten een actieve rol in hun gezondheidsbeheer. Het aanpassen van diensten en communicatie aan deze realiteit wordt essentieel. Dit vraagt om een verschuiving naar preventie en zelfzorg, ondersteund door digitale oplossingen zoals online afspraken en herhaalmedicatie. In september 2022 zijn er belangrijke afspraken gemaakt over de Nederlandse gezondheidszorg, gericht op toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) richt zich op curatieve en langdurige zorg, evenals gemeentelijk en sociaal werk, met als doel passende zorg voor iedereen te bieden. Het tekort aan huisartsen en de toenemende vraag naar zorg vereisen intensievere samenwerking binnen de eerstelijnszorg. In regio Midden-Holland krijgt dit vorm in Gedeelde Zorg. Hierbij richten we ons op het voorkomen van zorg, netwerkzorg dichtbij de inwoner en de integrale organisatie van de acute zorg.
Om de samenwerking tussen sociaal en medisch domein te versterken, zijn er lokaal in de afgelopen periode twee trajecten van start gegaan: Jeugdondersteuner huisartsen (zie praktijkvoorbeeld binnen rad mentale gezondheid) en WelZijn op Recept. Inwoners die bij de huisarts komen met klachten, waarvoor geen medische oorzaak is, kunnen via één van deze routes passende zorg krijgen. Daarbij gaat het vaak om psychosociale problemen. Met deze interventies hopen we in een vroeg stadium de juiste zorg in te zetten, en daarmee zwaardere zorg te voorkomen. Hierbij wordt ook gekeken naar leefstijl, mentale gezondheid en sociale omgeving (positieve gezondheid). Tegelijkertijd is de verwachting dat - met de inzet van deze twee projecten - de druk op de huisartsenzorg op termijn stabiliseert/afneemt.
Uit de Praktijk: Welzijn op recept Met Welzijn op Recept (WoR) kunnen huisartsen patiënten met mentale problemen, zonder medische oorzaak, doorverwijzen voor een oplossing buiten het medisch domein. De welzijnsmedewerker gaat samen met de inwoner in gesprek om te kijken wat de hulpvraag is en zoekt vervolgens samen met de inwoner naar passende ondersteuning. Dit kunnen welzijnsactiviteiten zijn, maar ook hulp van een vrijwilliger. Als meer ondersteuning nodig is, kunnen de partners van het Sociaal Preventie Team ondersteuning bieden.
ingezet en 8 inwoners zijn doorverwezen naar andere partners voor psychosociale ondersteuning. Welzijn op Recept is inmiddels uitgebreid naar 5 huisartsenpraktijken.
Vaccinatiegraad gedaald Vaccinaties beschermen tegen ernstige ziektes én de verspreiding ervan. De vaccinatiegraad neemt in Nederland en in onze regio af. Om verspreiding van ziektes te voorkomen, is een vaccinatiegraad van 90 tot 95% nodig. Voor de mazelen streven we zelfs naar boven 95%. In 2022 is in Krimpenerwaard 82,1% van de tweejarige kinderen volledig gevaccineerd volgens het Rijksvaccinatieprogramma. Hierin is ten opzichte van 2021 sprake van een negatieve trend. De vaccinatiegraad in de Krimpenerwaard ligt van oudsher lager dan zowel landelijk als regionaal. Ook in 2022 is dit verschil duidelijk zichtbaar. Inmiddels zien we ook landelijk een daling van de vaccinatiegraad. Een mogelijke oorzaak is dat ouders minder positief over vaccinaties zijn gaan denken. Dit kan een gevolg zijn van de maatschappelijke discussie over de veiligheid en het nut van de coronavaccins tijdens de coronapandemie. Deze heeft mogelijk twijfel gezaaid onder mensen die daarvoor nog achter vaccins voor kinderen stonden. Sociale media en “health influencers” spelen hierbij ook een rol. Daarnaast is door het succes van het Rijksvaccinatieprogramma minder zichtbaar welke schade de diverse ziekten toebrengen aan de gezondheid. Dit kan ook van invloed zijn op de bereidheid om kinderen te laten vaccineren.
Uit de praktijk: Plan van aanpak verhogen vaccinatiegraad In overleg met Jeugdgezondheidszorg, verloskundigen, GGD en huisartsen is in 2023 een lokaal plan van aanpak geschreven, met als doel het verhogen van de vaccinatiegraad binnen onze gemeente. Hierbij richten we ons op alle inwoners. Het plan bestaat uit drie onderdelen: 1. Het informeren, voorlichten en trainen van professionals; 2. Het informeren van inwoners; 3. Indien nodig het inzetten op specifieke doelgroepen of kernen die extra aandacht behoeven.
In 2023 heeft de pilot Welzijn op Recept positieve effecten bereikt. De twee deelnemende huisartsenpraktijken hebben in totaal 85 verwijzingen gedaan en zijn positief gestemd. Hun patiënten krijgen betere hulp en ervaren een betere gezondheid. Ongeveer de helft van de inwoners is geholpen met activiteiten gericht op activering en ontmoeting. Ongeveer een kwart met praktische ondersteuning. Voor 6 inwoners is mantelzorgondersteuning
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 32
10 Beleidsrad Zorggebruik Wanneer onze inwoners een beperking ervaren in hun gezondheid kan dit leiden tot het gebruik van zorg. Zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet, maar ook zorg op grond van de Jeugdwet en de Wmo, waarvoor we als gemeente verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. Dat zien we terug in het gebruik van gemeentelijke (maatwerk) voorzieningen. Ook voorzieningen op grond van de Participatiewet en de Wet Schulddienstverlening kan in dit kader als (zorg)gebruik worden gezien. Naast een aantal algemene ontwikkelingen en trends worden in de volgende paragrafen de trends en ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg, Wmo, Participatiewet en schulddienstverlening beschreven langs een viertal onderwerpen: 1. Instroom; 2. Kostenontwikkeling; 3. Doorlooptijden; en 4. Effectiviteit. Deze onderwerpen staan periodiek centraal in de kwaliteitsmonitor binnen het beleidsrad ‘Zorggebruik’
Algemene trends en ontwikkelingen Domeinoverstijgende samenwerking in de zorg De vraag naar zorg stijgt, terwijl het aanbod steeds schaarser wordt. In alle sectoren van de zorg, neemt de zorgvraag fors toe door onder andere de vergrijzing en complexiteit van zorgvragen. Door de arbeidsmarktproblematiek kunnen we deze toename niet goed opvangen. Ziekten waar men vroeger aan kwam te overlijden (zoals kanker, hartfalen en nierfalen) zijn vaker chronische ziekten, waar mensen de rest van hun leven voor behandeld moeten worden en/of ondersteuning bij nodig hebben. De zorg heeft een kritisch punt bereikt. Mensen krijgen niet altijd meer de zorg, die zij nodig hebben. De wachtlijsten in de gespecialiseerde GGZ zijn (onverantwoord) lang. Huisartsen krijgen er steeds meer taken bij. Ziekenhuizen kampen met wachtlijsten, nog steeds als gevolg van uitgestelde behandelingen tijdens de coronapandemie. We zien de druk op gemeentelijke voorzieningen (Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet) ook toenemen en de spanning in de eerstelijns zorg, langdurige zorg en medisch specialistische zorg is eveneens voelbaar in het sociaal domein. Gezondheid in plaats van ziekte is nodig voor het kunnen bieden van passende zorg. Preventie heeft daarin een belangrijke plek.
We zien steeds meer preventieve initiatieven ontstaan op het snijvlak van het sociaal domein en het medisch domein, zoals Welzijn op recept, aanpak overgewicht bij kinderen, valpreventie en de stoppen-metrokenzorg.
Met landelijke zorgakkoorden als het IZA (integraal zorgakkoord), GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en Wozo (Wonen Ondersteuning en zorg voor ouderen) wil het Rijk vormgeven aan een nieuwe benadering van gezondheid. Hiermee wordt ingezet op de toekomstbestendigheid van de zorg en het verkleinen van gezondheidsverschillen. In onze regio, Midden-Holland, hebben zorgverzekeraar VGZ, zorgpartijen, de GGD en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas in 2023 één regioplan opgesteld. Een integrale aanpak van zorg en preventie moet mensen helpen gezond te blijven, of gezond te worden. Dat kan alleen door zorg en ondersteuning integraler, dichter bij mensen te organiseren en gemeenschappen en netwerken in wijken en buurten te versterken. Het belang van bestaanszekerheid en een gezonde leefomgeving wordt door het Rijk onderkend en dit vraagt van gemeenten om goede verbindingen te leggen in de uitvoering van andere programma’s en akkoorden als aanpak geldzorgen, armoede en schulden, het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en de Hervormingsagenda Jeugd. Stabiliserende aantallen gebruikers van gemeentelijke voorzieningen en stijgende kosten Het gebruik van (dure) gemeentelijke maatwerkvoorzieningen en de kosten daarvan namen de afgelopen jaren toe.
In de jaren 2022 en 2023 lijkt het aantal inwoners dat gebruik maakt van voorzieningen Wmo en jeugdhulp te stabiliseren. Het gebruik van jeugdhulp is vooral toegenomen, doordat jongeren langer hulp ontvangen. Dat de vraag naar ondersteuning nog meer zal stijgen, is waarschijnlijk als gevolg van vergrijzing. Het aantal alleenwonende 75-plussers, kinderloze ouderen en chronisch zieken zal vermoedelijk stijgen en dit zijn groepen die relatief veel zorg en ondersteuning gebruiken. Bij jeugdhulp is de relatie tussen demografie en gebruik niet zo eenduidig. Hoewel het aantal jeugdigen de afgelopen jaren niet toenam, steeg het gebruik van jeugdhulp in de periode na de decentralisaties wel. Met name de lichtere vormen van jeugdhulp. Vermoedelijk deels als gevolg van een verslechterende psychische gezondheid, Maar dit kan ook komen door medicalisering van problemen en de hoge prestatiedruk en hoge geluksnorm, waardoor de vraag naar professionele zorg groeit als er iets tegen zit. Het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in de bevolking neemt de komende jaren naar verwachting toe. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond maken relatief vaak gebruik van de bijstand of arbeidsre-integratie voorzieningen en ook van een combinatie van de drie decentralisatiewetten. De vraag naar inkomensondersteuning en re-integratie hangt samen met de conjunctuur.
Als het goed gaat met de economie is de werkloosheid laag en de aanspraak op ondersteuning daarmee ook. Werkgevers hebben bij economische voorspoed meer aandacht voor het aannemen van mensen met een arbeidsbeperking en het faciliteren van de combinatie van arbeid en (mantel)zorg. Toekomstige lange termijnontwikkelingen op het terrein van werk en inkomen zijn echter moeilijk te voorspellen.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 33
10 Ondanks de toename van het gebruik van sociaal domein-voorzieningen wordt een deel van de mensen in kwetsbare posities nog niet bereikt. Er zijn ook mensen die de weg naar ondersteuning niet weten te vinden, mogelijk bewust mijden, of tussen wal en schip vallen.
Jeugd Cijfers: hoe staan we ervoor in de Krimpenerwaard?
hebben; Eetstoornissen; Autisme; of Jeugdigen met een auditieve beperking. Voor een toenemend aantal jeugdigen met schooluitval/thuiszitters zetten we ook producten in als begeleiding/behandeling. Voor pleegzorg, gezinshuizen, jeugdbescherming en behandeling met verblijf zien we een daling. We zetten fors in op de afbouw van jeugdhulp met verblijf en daarvoor in de plaats ondersteunen we kinderen ambulant in de thuissituatie. Beschikbare plekken bij gezinshuizen zijn beperkt, wat ook deels een verklaring is voor de afname. De omvorming van verblijf naar ambulante hulp is een zeer gewenste beweging. Het gebruik van verblijfsvoorzieningen kan echter niet altijd voorkomen worden. Voor sommige jeugdigen blijft dit vooralsnog nodig. Goed om te beseffen is dat één of enkele jongeren in een jeugdinstelling met verblijf forse impact heeft op de kosten. Dit zijn veelvuldig dure voorzieningen, waardoor de kosten behoorlijk kunnen fluctueren. Er is sprake van minder jeugdbeschermingsmaatregelen. Met name voogdijmaatregelen nemen af. Vermoedelijk speelt een verschuiving van taken van de jeugdbescherming naar gemeenten hierin een rol. We kijken langer in het vrijwillig kader naar de ondersteuningsmogelijkheden dan voorheen.
Figuur 22 Zorggebruik Jeugd
Instroom jeugd Jeugdhulp met verblijf daalt, ambulante ondersteuning stijgt In 2023 kregen 1375 jongeren jeugdhulp. Dat komt neer op 9,7% van de jongeren in Krimpenerwaard en dat ligt onder het landelijk gemiddelde van 10,8%. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp schommelt enigszins gedurende de jaren. Vanaf 2019 (1326 jeugdigen in jeugdhulp) is een toename zichtbaar naar 1435 jeugdigen in 2022 en in 2023 daalt het aantal weer naar 1375. Binnen de diverse producten is er sprake van grotere afwijkingen. Over vijf jaar is wel een constante stijging zichtbaar van het gemiddeld aantal indicaties per jeugdige (van 2,27 in 2019 naar 2,44 in 2023). Hieruit blijkt dat jeugdigen in toenemende mate van meerdere producten/diensten tegelijk gebruik maken. Begeleiding, behandeling, en jeugdhulp dat landelijk is ingekocht (ook wel Landelijk Transitie Arrangementen (LTA) genoemd), laten een structureel stijgende trendlijn zien. Bij landelijk ingekochte jeugdhulp gaat het bijvoorbeeld om: Verblijf en behandeling van jongeren die gedragsstoornissen hebben en/ of een licht verstandelijke beperking
Figuur 23 Unieke cliënten en indicaties jeugd
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 34
10 Er is ook gekeken naar het aantal jeugdigen dat verwezen is naar jeugdhulp in 2022 en 2023. Hierbij is onderscheid gemaakt in het type verwijzer. Onderstaand figuur laat zien dat de huisarts in 2023 nog steeds het grootste deel van de verwijzingen heeft verzorgd (44%). Dit percentage neemt langzaam iets af, terwijl de verwijzingen door de gemeente over meerdere jaren langzaam toeneemt (37% in 2023). We zien dit als een positieve ontwikkeling, aangezien we, door zelf te verwijzen, meer inzicht en grip op het voorzieningengebruik krijgen. Het aantal verwijzingen door Gecertificeerde instellingen (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) laat de afgelopen jaren een daling zien naar circa 11% van de verwijzingen. Ook is een percentage ‘zelfverwijzer’ zichtbaar in onderstaande tabel. Dit zijn verwijzingen door het onderwijs naar dyslexiezorg, op basis van regionale samenwerkingsafspraken.
Figuur 24 Aantal unieke cliënten per type verwijzer
Kostenontwikkeling jeugdwet De kosten van het zorggebruik op grond van de jeugdwet laat een stijgende trend zien. Ten opzichte van 2019 betreft dat een stijging van ruim 35% in 2023. Om deze kostenstijging te verklaren, kijken we als eerst naar tariefstijgingen/indexering. De afgelopen drie jaar stegen de tarieven jaarlijks met circa 4,6%, ten gevolge van stijgende loonkosten (CAO-gebonden). Het aantal jeugdigen dat gebruik van maakt van de jeugdwet is de afgelopen jaren jaarlijks licht toegenomen, maar in 2023 wat gedaald. Het zorgvolume per jeugdige neemt wel toe. Het zorgvolume betreft de intensiteit en duur van trajecten én de productsoorten die we verstrekken. Op al deze componenten zien we een toename en deze zijn in Krimpenerwaard met name bepalend voor de kostenstijging. Nog steeds hebben veel jeugdigen twee, drie of zelfs meer dan drie lopende voorzieningen tegelijk. Dat geeft blijk van de meervoudigheid van de hulpvragen. De gemiddelde kosten per traject zijn de afgelopen jaren circa 30% gestegen. Figuur 25 Totale- en gemiddelde kosten per cliënt jeugd
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 35
10 Doorlooptijden jeugdwet Met doorlooptijd bedoelen we de tijd dat inwoners in zorg zijn binnen de Wmo of de Jeugdwet. Er wordt nog hard gewerkt aan het in beeld brengen van zorgpaden van cliënten om te zien hoe de zorg zich ontwikkelt gedurende de jaren dat inwoners zorg ontvangen. Inmiddels hebben we wel inzicht in de duur van zorg van jeugdigen die uitstromen. We zien dat de duur in zorg van uitstromende jongeren over de jaren heen varieert tussen de 11 en 15 maanden. Ook weten we dat van de 1011 lopende trajecten van jongeren in 2023 er 71 al gestart zijn in 2015 en wellicht daarvoor al (moment van decentralisatie). We verwachten in de nabije toekomst over meer informatie te beschikken over jeugdigen die al zeer lange tijd in zorg zitten om te zien hoe deze zorg zich heeft ontwikkeld. Daaruit verwachten we meer op te kunnen maken of de duur ook past bij het type zorg die is ingezet en de effectiviteit daarvan. Effectiviteit jeugdhulp Zicht krijgen op de effectiviteit van hulp is van groot belang. Wanneer we de effectiviteit van hulp willen monitoren, dan kijken we het liefst naar cliënttevredenheid, uitval, doelrealisatie en het aantal cliënten dat zonder hulp verder kan. Cliëntervaring binnen de Jeugdwet meten we in continue cliëntervaringsonderzoeken.
Per kwartaal worden jeugdigen en hun ouders bevraagd op hun ervaringen in het contact met onze consulenten van het Loket Samenleving en Zorg en op de kwaliteit en effectiviteit van de ontvangen jeugdhulp. Daarbij geeft 71% van de ondervraagde jongeren aan dat hij of zij zich beter voelt door de hulp. Gemiddelde tevredenheid met de geboden hulp scoort een 7,8 onder de ondervraagde jeugdigen. Ouders zien vaker (81%) dat het beter gaat met hun kind. Er is veel tevredenheid (94%) over de jeugdhulpaanbieder en ruim 80% van de ouders is tevreden over het bereikte resultaat. Aandachtspunten zijn de onbekendheid met de onafhankelijk cliëntondersteuner, het niet weten waar de hulpvraag te stellen en de snelheid waarmee jeugdigen en ouders worden geholpen.
Wmo
Figuur 26 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Cijfers Wmo: Hoe staan we ervoor in de Krimpenerwaard? Instroom zorg uit Wmo In 2023 maakten 2382 inwoners gebruik van een voorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na een aantal jaren van forse stijging, lijkt het aantal nu te stabiliseren. In 2023 waren er ruim 15% meer unieke Wmo-cliënten die gebruik maakten van een maatwerkvoorziening dan in 2019 en dat groeipercentage ligt boven de gemiddelde landelijke groei van het aantal cliënten (10%). Tot en met 2018 hanteerde Krimpenerwaard (net als de meeste andere gemeenten) een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor het gebruik van een Wmo-maatwerkvoorziening. In 2019 is een abonnementstarief ingevoerd dat voor elke inkomensgroep gelijk is (19 euro per maand). Dat heeft met name bij Hulp bij het huishouden (HBH) geleid tot een forse toename. In januari 2022 is de gemeente gestart met een inkomenstoets voor nieuwe cliënten. Dit is echter op 4 juli 2023 teruggedraaid met de aankondiging vanuit het Rijk dat opnieuw in 2026 gewerkt zal worden met een inkomensafhankelijke bijdrage. Effect van de inkomenstoets op de instroom is dan ook uitgebleven. Het aantal cliënten dat van de voorziening Hulp bij het huishouden gebruik maakt in Krimpenerwaard, was in 2023 26% hoger dan in 2019.
We zien in de ontwikkeling van de afgelopen jaren dat met name cliënten met hogere inkomens in toenemende mate gebruik zijn gaan maken van hulp bij het huishouden na invoering van het abonnementstarief.
1
Een zorgpad beschrijft de stappen die worden genomen om de inwoner te begeleiden en te ondersteunen tijdens hun hulptraject.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 36
10 Het aantal cliënten tussen de 60 en 71 jaar dat gebruik maakt van dagbesteding stijgt ook. Werkende mantelzorgers doen vaker een beroep op dagbesteding voor hun partner om overbelasting te beperken. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van een logeervoorziening is in 2023 voor het eerst gedaald. Deze daling is als gevolg van minder beschikbare plekken. Er is daardoor geen ‘time-out’ voorziening dichtbij beschikbaar voor mensen met psychiatrische problematiek dat ook zijn weerslag heeft op begeleiding specialistisch. Kostenontwikkeling: Kosten stijgen harder dan aantal cliënten In 2022 en 2023 zien we net als voorgaande jaren een toename van het aantal maatwerkvoorzieningen tegen steeds hoger wordende kosten. De kosten voor Wmo als totaal stijgen in 2023 met 42% ten opzichte van 2019. Terwijl het totaal aantal cliënten met 15% stijgt. Deels kan dit worden verklaard door tariefstijgingen van gemiddeld 5,2% per jaar op de producten Wmo. Dat de kosten blijvend harder stijgen dan de aantallen cliënten zien we vooral bij de producten begeleiding, dagbesteding en beschut wonen. Ondanks dat specialistische dagbesteding afneemt en er meer gebruik wordt gemaakt van een reguliere vorm van dagbesteding, wordt deze wel intensiever (meer dagdelen per week). Op grond van de vergrijzing ligt dit voor inwoners van 70 jaar of ouder in de lijn der verwachting.
Een andere verklaring van de afname van specialistische dagbesteding kan liggen in de openstelling van de WLZ in 2021 voor de GGZ doelgroep.
Figuur 27 Aantal cliënten met hulp bij huishouden per inkomenscategorie
De kosten voor de meest intensieve vorm van begeleiding is fors afgenomen. Inwoners die hier gebruik van maakten, wonen veelal in een beschutte woonvorm. Voor beschut wonen als ‘totaalpakket’ was nog geen apart product in 2020 (enkel voor een woontoeslag). In 2021 is dit aanbesteed en zijn aanbieders voor dit totaalproduct beschut wonen gecontracteerd, waardoor een daling zichtbaar is van begeleiding intensief, maar een stijging van beschut wonen. Voor de kosten van beschut wonen wordt gemeente Krimpenerwaard gecompenseerd door centrumgemeente Gouda
Naast Hulp bij het huishouden is de grootste instroom van cliënten zichtbaar binnen het product begeleiding specialistisch. Ten opzichte van 2019 zien we een toename van 60% terwijl de aantallen binnen begeleiding regulier dalen, omdat deze zorg minder vaak door zorgaanbieder beschikbaar is. De cliënten die gebruik maken van begeleiding specialistisch zijn veelal (jong) volwassenen in tegenstelling tot de doelgroep van Hulp bij het huishouden (veelal ouderen). De laatste jaren is de instroom van 36 - 41 jarigen in begeleiding specialistisch het meest opvallend. We zien alsmaar vaker complexe GGZ problematiek als gevolg van wachtlijsten in de GGZ of ambulantisering (zelfstandig thuis wonen met begeleiding). Na opname in de GGZ kunnen deze inwoners alleen naar huis als er ook specialistische begeleiding vanuit de Wmo beschikbaar is. Waar zelfstandig thuis wonen wellicht een tijd voor sommige mensen goed ging, zien we op iets langere termijn dat de zorg er omheen onvoldoende is ingericht. Een toename van meervoudige problematiek als psychiatrie, vervuiling en schulden leidt tot een extra inzet van begeleiding specialistisch en ook een groter beroep op begeleiding in combinatie met budgetbeheer. Dit budgetbeheer wordt vanaf heden steeds vaker in combinatie met ondersteuning vanuit het uitvoeringsteam Werk & Inkomen ingezet.
Als we kijken bij welke aanbieders van begeleiding specialistisch onze inwoners zorg ontvangen, dan zijn dat veelal aanbieders met een eigen specialisatie. Bijvoorbeeld omdat ze ervaring hebben met migranten, gespecialiseerd zijn in problematiek van inwoners met een licht verstandelijke beperking of bijvoorbeeld goed zijn in de begeleiding van inwoners met problemen in het autistisch spectrum.
Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2022-2023 - 37
10 Doorlooptijden binnen de Wmo Met doorlooptijd bedoelen we de tijd dat inwoners zorg ontvangen vanuit de Wmo of de Jeugdwet. Voor Wmo is dit nog in ontwikkeling. Alleen op individueel cliëntniveau hebben we zicht op zorgpaden en de duur dat inwoners gebruik maken van jeugdzorg danwel Wmo. Wel hebben we andere bronnen tot onze beschikking die ons informatie geven over de tijd dat mensen zorg ontvangen. Zo zijn de gemiddelde kosten per cliënt per product een indicator en kijken we naar een gemiddeld aantal indicaties. Gemiddelde Wmo kosten per leeftijd het hoogst onder jongvolwassenen (24 - 29 jaar) Een groeiende groep jongvolwassenen woont met vrij intensieve begeleiding zelfstandig. Dat wil zeggen niet in een intramurale setting. Dit is veelal langdurige ondersteuning. Een verklaring daarvoor is te vinden in de uitstroom uit jeugdzorg, extramuralisering (fysiek scheiden van wonen en zorg waarbij zorg zoveel als mogelijk in de ‘thuissituatie’ wordt geboden) in de GGZ en ambulantisering van beschermd wonen. Vanuit het uitgangspunt dat inwoners zo gewoon mogelijk moeten kunnen wonen en sneller herstellen en participeren is dit een gewenste beleidsbeweging. Daarnaast leiden ook de wachtlijsten in de GGZ tot (tijdelijke) inzet van specialistische begeleiding.
Gemiddeld aantal indicaties per cliënt neemt in 2023 af In relatie tot de doorlooptijd dat inwoners Wmo zorg ontvangen is het gemiddelde aantal indicaties per cliënt ook een interessante indicator. Zie figuur 30 ‘Unieke cliënten en indicaties Wmo’. Een stapeling van indicaties kan een stapeling van producten betekenen, maar ook veelvuldig is er sprake van een verlenging van indicaties. Voor met name de oudere leeftijdscategorieën is dit minder relevant. Voor veel van deze inwoners is het niet de verwachting dat de zorg die zij nu ontvangen, in de toekomst zal afnemen. In 2023 zien we voor het eerst een daling van het gemiddeld aantal indicaties en dat valt te verklaren doordat we met name voor ouderen voor een langere periode een indicatie afgeven. Voor jongvolwassenen en volwassenen geldt dat we het gemiddeld aantal indicaties nog steeds zien toenemen. Het personeelsgebrek in de sector zorg en welzijn is niet bevorderend voor de kwaliteit of continuering van de geboden ondersteuning en daarmee ook uitstroom of het bieden van lichtere zorg.