Jaarrekening 2024 (oud)
Tekst van het document
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt is dat de tarieven op totaalniveau kostendekkend zijn. Deze heffing bestaat uit een vast deel en een variabel deel. Voor het restafval wordt een tariefdifferentiatie (diftar) toegepast; per inworp in de ondergrondse container en per lediging van een restafvalcontainer. Dit jaar is er een voordeel ontstaan op het taakveld afval. Er zijn meer inkomsten van de materialen die gerecycled worden en er zijn lagere kapitaalslasten en ook lagere kosten voor beheer en onderhoud door Cyclus. Het voordeel van circa € 700.000 wordt, conform bestaand beleid, gestort in de egalisatievoorziening afval.
72
4. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting voor personen die hier overnachten tegen een vergoeding. De opbrengst is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, waardoor de opbrengst per jaar varieert. We verantwoorden in de jaarrekening 2024 de te verwachte opbrengst over 2024 plus de afrekening over 2022 en 2023. De opbrengst 2024 is nog niet gerealiseerd, omdat de aanslagen pas verstuurd kunnen worden na afloop van het jaar. De inkomst in 2024 wordt geschat op € 272.000. De afrekening over 2023 viel circa € 27.000 positief uit. De totale inkomst in 2024 bedraagt daardoor ruim € 299.000. 5. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor verleende diensten in verband met de begraafplaatsen. Er hebben dit jaar meer begrafenissen plaatsgevonden dan begroot waardoor de inkomsten hoger uitvallen. De inkomsten voor de aankoop van een particulier graf worden gestort in de daarvoor bestemde reserve. In 2024 betrof dit ruim € 316.000. Dit valt niet in het saldo van de jaarrekening. De afkoop van het onderhoud valt ook niet in het saldo en wordt gestort in de voorziening, omdat het gelden van derden zijn. Jaarlijks valt hiervan een deel vrij voor het onderhoud van de begraafplaatsen. 6.
Leges Voor een gemeentelijke taak die in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven afgenomen wordt, wordt leges betaald. Door de diversiteit van diensten is de legesverordening onderverdeeld in 3 hoofdstukken. Hoofdstuk 1: De legesinkomsten zijn hoger dan de primitieve begroting. De kostendekkendheid wordt hoger. Hoofdstuk 2: De inkomsten van de omgevingsvergunningen (bouwleges) zijn lager uitgevallen dan de primitieve begroting. Dit is ook vermeld in de tweede tussenrapportage 2024. De kostendekkendheid komt nu uit op 54,6%. Er zijn dit jaar extra kosten gemaakt om de aanvragen van 2023 volledig weg te werken. De kostendekkendheid wordt 81,9% door een onttrekking aan de egalisatievoorziening. Het saldo van de egalisatievoorziening is daardoor nihil. Hoofdstuk 3: De legesinkomsten zijn lager uitgevallen, onder andere bij de evenementen. Ook vallen steeds meer aanvragen onder de legesvrijstelling. Het aantal standplaatsen (verkooppunten buiten de marktdagen) is afgenomen. 7. Marktgelden Voor het innemen van een standplaats op de markt worden marktgelden geheven. De inkomsten zijn conform de begroting. De kosten vallen dit jaar hoger uit door hogere energiekosten waardoor de kostendekkendheid afneemt. 8. Havengelden Havengelden worden geheven van vaartuigen die gebruik maken van de havens in Schoonhoven en Ouderkerk aan den IJssel.
Daarnaast worden er vergoedingen gevraagd voor het gebruik van energie en water. Vanaf 2024 vindt de heffing en inning van de havengelden plaats via de app ShipAssist. De afname van energie en water wordt geïnd door SAB. De opbrengsten zijn lager dan begroot en er zijn meer kosten gemaakt in 2024. De opbrengst voor het reserveren van een ligplaats in de haven in Schoonhoven is afgenomen. Het tarief voor het reserveren in 2024 voor een ligplaats in 2025 en volgende jaren is verdisconteerd in de tarieven havengelden Schoonhoven 2025 en volgende jaren. 73
Daarentegen zijn er meer inkomsten als gevolg van verhuur vastgoed. 9. Kwijtschelding Mensen met een minimuminkomen en geen of weinig vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van diverse lokale heffingen. Er is dit jaar iets meer kwijtschelding verleend dan was begroot (3,2%). 10. Bedrijveninvesteringszone-heffingen (BIZ-heffing) Een bedrijveninvesteringszone is een afgebakend gebied zoals een winkelgebied of een bedrijventerrein waarbinnen ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Voor de BIZ-heffing treedt de gemeente op als dienstverlener. De opbrengst wordt uitgekeerd aan de BIZstichtingen en is daarom niet opgenomen bij het overzicht van de totale inkomsten. Deze stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan. Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Bergambacht, een BIZ-heffing voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht en een BIZ-heffing voor het centrum van Schoonhoven. 11. Woonlasten De woonlasten bestaan uit de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de onderstaande tabel is de lastendruk in de gemeente Krimpenerwaard in 2024 weergegeven, voor zowel eigenaar-gebruikers als voor huurders. Het uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden.
Krimpenerwaard Koopwoning
Huurwoning
Meerpersoonshuishouden
Meerpersoonshuishouden
2023
2024
2023
OZB*
€313,00
€330,00
n.v.t.
n.v.t.
Afval**
€301,00
€341,05
€301,00
€341,05
Riool*
€268,80
€268,80
€268,80
€268,80
€882,80
€939,85
€569,80
€609,85
*
Er is uitgegaan van een WOZ-waarde van € 365.000 in 2023 en € 378.000 in 2024.
** Er is uitgegaan van 9,6 ledigingen in 2024.
74
2024
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op: •
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
•
een inventarisatie van de risico’s
•
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.
Daarnaast zijn ook een aantal kengetallen voorgeschreven, evenals een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De risico-inventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement 2016 vastgelegd dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle restrisico’s groter dan € 50.000. In 2025 wordt de nota Risicobeheersing en Weerstandsvermogen ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Totaal geïnventariseerde risico's: Risico's (x € 1.000)
Bedrag
Geïnventariseerde risico’s
7.188
Totaal
7.188
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeenteraad heeft er bij de vaststelling van de Nota risicomanagement 2016 voor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% van de geïnventariseerde risico’s. Hetgeen neerkomt op: • 50% van de geïnventariseerde risico’s af te dekken, 50% van € 7.188.000 = € 3.594.000 Vanaf 2024 is er geen afzonderlijke reserve weerstandsvermogen meer. De benodigde weerstandscapaciteit maakt onderdeel uit van de algemene reserve. In activa besloten stille reserves staan als zodanig niet op de balans. Voor het weerstandsvermogen kunnen ze echter wel een rol spelen. Met name activa met stille reserves die op korte termijn liquide gemaakt kunnen worden (verkoop) zijn van belang omdat deze in voorkomende gevallen kunnen bijdragen aan het oplossen van financiële problemen. Stille reserves kunnen ontstaan wanneer de bezittingen van de gemeente niet (geheel) worden gewaardeerd of niet tegen de economische waarde worden gewaardeerd of door wijziging van een bestemming van bijvoorbeeld gronden of panden.
In de Nota reserves en voorzieningen 2023 is opgenomen dat we jaarlijks een globale inventarisatie maken van de stille reserves en de materieel relevante stille reserves vermelden in deze paragraaf van de begroting en de jaarstukken. Op grond van het criterium dat een betreffend kapitaalgoed op korte termijn liquide gemaakt moeten kunnen worden, leidt een eerste inventarisatie tot de volgende stille reserve: Gemeentegronden (snippergroen) In totaal is sprake van ca. 60.000 m2 snippergroen dat niet op de balans staat en die verkocht of verhuurd kan worden aan derden, die de grond veelal al in gebruik hebben. De komende periode zal verder
75
onderzoek uitgevoerd worden naar de mogelijke waarde van deze stille reserve en de kosten om deze waarde te kunnen activeren.
Weerstandscapaciteit (x €1.000)
(x € 1.000)
De algemene reserve incl. claim weerstandsvermogen
25.776
Materiële stille reserves
PM
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
25.776
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 26 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 7,2 miljoen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 3,6. Ratio
Waardering
Boven 2,0
uitstekend
Tussen 1,4 en 2,0
ruim voldoende
Tussen 0,8 en 1,4
matig
Tussen 0,6 en 0,8
onvoldoende
Onder 0,6
ruim onvoldoende
Het kengetal van 3,6 geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als uitstekend. Dit kengetal is gelijk aan het kengetal in de jaarrekening 2023. In de begroting 2024 was het kengetal 2,6. In de begroting 2025 was het kengetal 3. De schommelingen in dit kengetal worden met name veroorzaakt door de peildatum waarop de algemene reserve meegewogen wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's In de Nota risicomanagement 2016 worden de volgende doelstellingen genoemd: 1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als nietfinanciële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit.
Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting- en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in januari en februari 2025 geactualiseerd.
76
Inventarisatie van de risico's Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert.
Klasse
Kans
Risico
1
Minder of 1 x per 10 jaar
10%
2
1 x per 5 - 10 jaar
30%
3
1 x per 2 - 5 jaar
50%
4
1 x per 1 - 2 jaar
70%
5
1 x per jaar of vaker
90%
Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Hieronder een overzicht van de restrisico’s groter dan € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg.
Risico's ≥ € 50.000 1 Risico's gerelateerd aan Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur
1.500
2 Risico's gerelateerd aan de open einde regelingen in het Sociaal Domein
1.350
3 Risico's gerelateerd aan uitvoering van projecten
1.310
4 Risico's op hogere kosten gerelateerd aan arbeidsmarktkrapte
750
5 Risico's in relatie tot de invoering Omgevingswet/WKB
400
6 Risico's op financiële verplichtingen t.a.v. sport- en maatschappelijke voorzieningen
314
7 Risico's inzake weerstandsvermogen bij gemeenschappelijke regelingen
223
8 Risico's gerelateerd aan vertraging IBOR-projecten door werkzaamheden netbeheerder
200
9 Risico's inzake informatiebeveiliging
148
10 Risico's op actieve grondexploitaties
102
11 Risico's gerelateerd aan niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming
53
12 Impact (Oekraïense) vluchtelingenstroom
PM
13 Overige risico's Totaal
838 7.188
De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 7,2 miljoen. Bij de jaarrekening 2023 was dit € 6,1 miljoen en bij de begroting 2025 was dit € 7,2 miljoen. Het totaal aan risico’s is dus gelijk aan het risicobedrag van de begroting 2025. Alle risico’s zijn geactualiseerd. We zien over het algemeen geen grote nieuwe risico's ontstaan of eerder genoemde risico's vervallen. De onzekerheid met betrekking tot de financiële risico's inzake de opvang van vluchtelingen blijft nog voortduren, mede gezien de landelijke onduidelijkheid over de Spreidingswet en de oorlog in Oekraïne. Hieronder volgt een toelichting op de restrisico’s groter dan € 50.000. 1 - Risico's gerelateerd aan Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project. Bij een overschrijding van het
77
budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. 2 - Risico's gerelateerd aan de open einde regelingen in het Sociaal Domein Jeugd en Wmo Voor het zo reëel mogelijk begroten van de kosten Jeugd en Wmo wordt gebruik gemaakt van een systematiek die trapsgewijs zowel de prijswijziging als ook de wijzigingen in zorggebruik meeweegt. Over de afgelopen jaren hebben we gezien dat er sprake lijkt te zijn van een afvlakking van de stijging van het volume bij zowel Jeugdzorg als ook Wmo. Voor 2024 is voor zowel Jeugdzorg als ook de Wmo weer sprake van een stijging van de kosten. Naast het volumedeel is ook het prijsdeel relevant voor de impact op de totale zorgkosten. Het hanteren van reële tarieven (verplichting op basis van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)) zoals besloten bij het regionale inkoopplan Jeugd en Wmo 2025 heeft een kostenverhogend effect. Hiermee is een goede prijs en kwaliteitsverhouding gewaarborgd. Het maximale financiële risico voor gemeente Krimpenerwaard is € 2,2 miljoen uitgaande van zorggebruik 2022 en zonder differentiatie naar specialistische zorggroepen.
Hiervan is al € 1,2 miljoen opgenomen voor 2025 via de eerste tussentijdse rapportage 2024. De verwachting is dat mede door de integrale toegang en de andere maatregelen uit de hervormingsagenda de trend van afvlakking zich na een lichte stijging in 2024 zal voortzetten. Daarbij gaan we er ook vanuit dat de extra formatieve inzet die door de raad is vastgesteld zich op termijn deels terug zal verdienen in lagere zorgkosten Het is echter complex om het werkelijke financiële effect vooraf te prognosticeren. We gaan vooralsnog uit van de maximaal mogelijke impact en blijven de zorgkosten monitoren. Indien van toepassing worden de budgetten bij de begroting en/of de tussenrapportage bijgesteld. Het totale risico schatten we in op € 1 miljoen gezien het risico van de nieuwe inkooptarieven, de ingeschatte inverdieneffecten van de additionele formatie en het feit dat deze open einde regelingen maken dat er geen slot op de aanvragen gezet kan worden. Minimabeleid Eind 2023 heeft de gemeenteraad het minimabeleid vastgesteld. Bij de herijking van het beleid is ook een budgettaire bijstelling gedaan op basis van een gemiddeld bereik van 35% van de minimadoelgroep. Het minimabeleid heeft met name op het gebied van de OV-meedoenpas geleid tot stijgende aanvragen, maar nog binnen het daartoe beschikbaar gestelde budget.
Wanneer het bereik substantieel hoger wordt dan de 35% en de budgetten daardoor onvoldoende blijken te zijn, zullen wij u hierover informeren via de reguliere P&C cyclus. Momenteel schatten we een risico van € 0,1 miljoen in met betrekking tot een stijgende vraag naar minimaregelingen. Werkkapitaal zorgaanbieders Met betrekking tot de uitstaande voorfinanciering van één specifieke zorgleverancier zijn er bovenregionale gesprekken gaande met deze instantie om concrete afspraken te maken over de terugbetalingsperiodiek. De eerdere afspraken bleken voor de instantie niet haalbaar. Het maximale risico van € 0,3 miljoen, dat naar aanleiding van de eerdere afspraken en de opvolging daarvan, gemitigeerd leek te zijn wordt nu weer opgevoerd in afwachting van nieuwe realistische afspraken. Het totale restrisico op de verschillende open einde regelingen of daaraan gerelateerde risico’s bedraagt € 1,4 miljoen. 3 - Risico's gerelateerd aan de uitvoering van projecten Momenteel zijn er binnen de gemeente circa 80 projecten in behandeling. Deze projecten zijn grofweg in te delen in 3 categorieën te weten: civiele (bouw)projecten waarbij sprake is van grootschalige renovatie van het openbaar gebied in een wijk, medewerking aan bouwprojecten van ontwikkelaars en projecten waarvan de gemeente opdrachtgever is.
Voor alle projecten is er sprake van risico's, maar de financiële risico’s spelen zich met name af rond projecten waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Om de voortgang op deze projecten goed te monitoren wordt in de organisatie ingezet op het continue inzicht en
78
overzicht en daarmee de continue actualisatie van het meerjaren-investeringsprogramma. Hierdoor ontstaat een beter inzicht in de investeringen in de toekomst. Daarnaast speelt er nog immer, ondanks de afvlakking van de prijsstijgingen in de sector een risico op hogere kosten ten opzichte van de ramingen wanneer nieuwe aanbestedingen voor ontwikkelingen zich voordoen. Het totale restrisico bedraagt € 1,3 miljoen. 4 - Risico's op hogere personele kosten gerelateerd aan de arbeidsmarktkrapte Op basis van de afgelopen drie jaar zien we helaas een stijging van de inhuurkosten, enerzijds veroorzaakt door langdurig ziekteverzuim en anderzijds veroorzaakt door benodigde specialistische kennis en ervaring voor complexe onderwerpen en vraagstukken. In beide gevallen geldt dat er vervangend en soms ook extra moet worden ingehuurd. De in te vullen vacatures behoren helaas vaak tot de schaarse doelgroepen en zijn om die reden lastig in te vullen, waardoor de gevraagde inhuurtarieven ook vaak hoog zijn. Voor het welbevinden van de medewerkers zijn en worden diverse zaken uitgevoerd. In 2024 is de RisicoInventarisatie & -Evaluatie (RI&E) uitgevoerd, waarmee de risico's voor gezondheid en veiligheid op de werkplek in kaart gebracht zijn. Een onderdeel hiervan is ook de Arbometer, waarin de medewerker is gevraagd naar onder meer stress en werkdruk. De uitslag van de RI&E was positief.
We gaan een plan van aanpak opstellen om aan de slag te gaan met de aandachtspunten. Ook besteden we met Krimpenerwaard Vooruit aandacht aan een toekomstbestendige, flexibele en wendbare organisatie. Het totale restrisico bedraagt € 0,75 miljoen. 5 - Risico's in relatie tot de invoering Omgevingswet/Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) De Omgevingswet is ingevoerd. Wat dat precies gaat betekenen voor de gemeente is nog steeds onzeker. Met de verdere uitwerking en implementatie van de Omgevingswet krijgen we meer zicht op de definitieve effecten van de Omgevingswet. We nemen hier een restrisico op van € 0,4 miljoen voor het uitvoeren van (incidentele) extra werkzaamheden en/of daling van opbrengsten. 6 - Risico's op financiële verplichtingen t.a.v. sport - en maatschappelijke voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. In het afgelopen jaar heeft een herijking van de inventarisatie, waarbij ondermeer de duurzaamheidsleningen zijn verschoven naar het risico op verstrekte geldleningen, tot effect gehad dat het risico ten opzichte van de begroting 2025 neerwaarts bijgesteld kan worden naar € 0,3 miljoen. Door de overdracht van Sportpark Weydehoeck zal de komende periode geïnventariseerd worden welke financiële risico's daaruit voortvloeien.
7 - Risico's inzake weerstandsvermogen bij gemeenschappelijke regelingen Tijdens het zienswijze traject op de ontwerpbegroting 2025-2028 van een aantal gemeenschappelijke regelingen is geconstateerd dat het weerstandsvermogen van die regelingen onvoldoende is. Aangegeven is toen dat wij, naar evenredigheid van het gemeentelijk aandeel, dit als een gemeentelijk risico opnemen in onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij de begroting 2026 zullen wij op basis van de ontvangen begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen het risicobedrag actualiseren. De nieuwe gemeenschappelijke regeling Jeugd & Wmo wordt hier dan ook in meegenomen. Het restrisico voor het weerstandsvermogen wordt ingeschat op € 0,2 miljoen (gebaseerd op de beschikbare informatie in maart 2025). 8 - Risico's gerelateerd aan vertraging IBOR-projecten door werkzaamheden netbeheerder Bij bijna ieder IBOR-project worden de aanwezige kabels en leidingen gelicht of vervangen. Dit gebeurt enerzijds om te voldoen aan de toegenomen vraag waardoor er overgegaan moet worden op het verzwaren van het netwerk (laadpalen voor auto's bijvoorbeeld), maar ook omdat de aanwezige kabels te diep komen te liggen. De werkzaamheden die door Stedin worden uitgevoerd, gebaseerd op de buurtgerichte aanpak, vragen een lange voorbereiding.
Deze lange voorbereiding heeft negatieve gevolgen voor de planning van onze werkzaamheden. Samen met het IBKW proberen wij de voorbereidingstijd zo kort mogelijk te houden door periodieke gesprekken te organiseren. Door de optredende vertragingen lopen wij een risico dat wij te maken krijgen met extra onvoorziene kosten. Zo moet er door de vertraging extra geïnvesteerd worden om de projectgebieden veilig te houden
79
en worden er extra kosten gemaakt ten behoeve van nieuwe berekeningen als gevolg van extra toe te passen ophoogmateriaal en stijging prijzen. Het risico als gevolg van deze ontwikkelingen kan ingeschat worden op 2% van het jaarlijkse investeringsvolume in de IBOR-projecten. Dit investeringsvolume ligt rond de € 10 miljoen per jaar. Het risico bedraagt € 0,2 miljoen. 9 – Risico’s inzake informatiebeveiliging Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen en van beveiligingseisen. Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Daarnaast gaat ook over het waarborgen dat informatiebeveiliging integraal deel uitmaakt van informatiesystemen in de gehele levenscyclus. Hiertoe behoren ook de eisen voor informatiesystemen die diensten verlenen via openbare netwerken. Het risico is bruto hoog geprioriteerd. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen, waardoor het risico (netto) slechts beperkt drukt op het weerstandsvermogen met € 0,15 miljoen. 10 - Risico's op actieve grondexploitatie(s) In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico's te onderscheiden.
Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico's. Voor de jaarrekening 2024 zijn deze risico's opnieuw geactualiseerd. De totale risicowaardering is voor de jaarrekening 2024 bepaald op circa € 102.332. Dit is ongeveer € 244.000 lager ten opzichte van de inschatting bij de begroting 2025. In paragraaf G Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen. 11 - Risico's gerelateerd aan niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet politiegegevens verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van burgers en haar medewerkers. De Autoriteit Persoonsgegevens kan organisaties die niet aan de Algemene verordening gegevensbescherming voldoen een boete opleggen van maximaal € 20 miljoen of 4% van de jaaromzet. Bij overtreding van de Wet politiegegevens kan de Autoriteit Persoonsgegevens boetes opleggen welke zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van de aard van de overtreding kan een boete oplopen tot wel € 820.000 per overtreding. Op basis van de genomen beheersmaatregelen is het risico bepaald op € 53.000.
12 - Risico's gerelateerd aan de opvang vluchtelingen Oekraïense vluchtelingen De opvang van Oekraïense vluchtelingen in Nederland blijft een grote uitdaging. De instroom van vluchtelingen houdt aan, wat leidt tot een voortdurende druk op de opvangcapaciteit. In de opvanglocaties in Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek is sprake van structurele overbezetting, met nauwelijks doorstroommogelijkheden. Dit komt overeen met het landelijke beeld, waar de druk op opvanglocaties onverminderd hoog blijft. De tijdelijke beschermingsmaatregel is verlengd tot 4 maart 2026. Gezien het aanhoudende conflict in Oekraïne blijft opvang voorlopig noodzakelijk. Per 1 juli 2025 dient onze gemeente 30 extra opvangplekken te realiseren. Om de zelfredzaamheid van vluchtelingen te bevorderen, is per 1 juli 2024 een verplichte eigen bijdrage ingevoerd voor werkende Oekraïense vluchtelingen van 18 jaar en ouder. Zij moeten voortaan meebetalen aan de kosten van hun opvang in de gemeente. Tegelijkertijd zijn de financiële middelen voor gemeenten sinds 1 januari 2025 verder beperkt, doordat het normbedrag per dag per bed is verlaagd van € 61 naar € 44. Overige vluchtelingen Naast de opvang van Oekraïense vluchtelingen speelt ook de Spreidingswet een grote rol in de gemeente.
Voor deze gemeente is het verdeelbesluit uitgekomen op in totaal 296 opvangplaatsen, waarvan 80 voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV). Op dit moment worden 80 AMV-ers opgevangen in het klooster in Haastrecht. Deze 80 plaatsen tellen mee voor de Spreidingswet. De opvanglocatie blijft operationeel tot medio 2026. De regionale opgave voor AMV valt aanzienlijk hoger uit
80
dan aanvankelijk verwacht. De aangekondigde intrekking van de Spreidingswet en de verachte asielwetgeving zorgt voor onzekerheid in dit dossier. De opvang van AMV brengt extra verantwoordelijkheden met zich mee, zoals het leveren van specifieke zorg vanuit de Jeugdwet en het organiseren van onderwijshuisvesting. Dit zorgt voor een zware financiële en organisatorische belasting. In 2024 bedroegen de kosten voor jeugdzorg bijna twintig keer de vergoeding die het Rijk beschikbaar stelde. De verhoogde regionale opgave zet bovendien nog meer druk op de beperkte onderwijscapaciteit van de enige Internationale Schakelklas (ISK) in de regio, gevestigd in Gouda. Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.
In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen.
Kengetallen
Rekening
Begroting
Rekening
2023
2024
2024
Netto schuldquote
16%
76%
33%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
9%
69%
24%
Solvabiliteitsratio
39%
28%
40%
Structurele exploitatieruimte
3,0%
0,1%
1,8%
Grondexploitatie
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
97,7%
96,0%
96,0%
Toelichting per kengetal: Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden. De gemeente Krimpenerwaard bevindt zich met 33% bij de jaarrekening 2024 in het midden van de normale marge en zit iets lager dan het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang (46,2%). Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. De verhouding tussen ons percentage en die van het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang zijn vrijwel identiek als bij de niet gecorrigeerde netto schuldquote. Bij de jaarrekening 2024 zijn de percentages respectievelijk 33% en 24%. Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal.
Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met 40% bij de jaarrekening 2024 midden in categorie B (neutrale score) en scoort in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (36,3%) iets hoger. Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen 81
de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 0% bij de jaarrekening 2024 in de minst risicovolle categorie en loopt ook minder risico dan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (7,1%). Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk. Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 96% bij de jaarrekening 2024 onder het landelijk gemiddelde en ook onder de score van het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (98,2%). De gemeente Krimpenerwaard heeft meer mogelijkheden gekregen om financiële tegenvallers op te vangen. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten. Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. In de jaarrekening 2024 zien we een daling naar 1,8% voor de gemeente Krimpenerwaard.
82
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in standhouden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren, waarbij we opmerken dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën: 1. Gebouwen 2.
Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen; samengevoegd in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) 3. Riolering Op de pagina’s hierna is per categorie het beleidskader aangegeven. Ook is van 2024 de realisatie en van 2025, 2026 en 2027 de begroting weergegeven
1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente beschikt over diverse, openbare en niet-openbare, gebouwen. In de begroting wordt voor deze gebouwen rekening gehouden met klein onderhoud en groot onderhoud. In het kort komt het er op neer dat er geen achterstallig onderhoud mag ontstaan. In 2017 heeft uw raad het ‘Beheerplan gemeentelijk vastgoedbeheer 2017-2031’ vastgesteld. Een beheerplan dat het beleidskader vormt voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed voor de komende jaren. Over het geactualiseerde beheerplan is in 2022 een positief besluit genomen. Dit plan voorziet onder andere in de verduurzaming van sportzalen. In 2023 zijn we hiermee gestart door de mogelijkheden te onderzoeken bij vier gebouwen. De in 2023 opgestarte projecten, zoals het nieuwe gemeentekantoor en de nieuwbouw van scholen (Kiezel en Kei en Schoonhovens College) zijn in 2024 verder tot ontwikkeling gekomen. De gemeente is eigenaar van 122 gebouwen (31-12-2024). Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële middelen die beschikbaar zijn voor openbare gebouwen, zijn gesplitst in dagelijks onderhoud (exploitatie) en een dotatie in een onderhoudsvoorziening.
83
Onderdeel (x € 1.000)
2024 Begroot
Lasten in exploitatie
Realisatie
2025
2026
2027
Begroot
Begroot
Begroot
424
491
417
417
417
Dotatie voorziening Onderhoud gebouwen
1.380
1.373
1.373
1.373
1.373
Onttrekking uit de voorziening *
1.425
2.177
900
1.476
1.058
*Dit betreft de onttrekking conform de vastgestelde programmabegroting 2024. Voor het onderhanden werk verwijzen wij u naar het verloopoverzicht voorzieningen op de balans.
2. IBOR Het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR 2) geeft inzicht in de kwantiteit en kwaliteit van onze arealen en de wijze waarop het beheer en onderhoud worden uitgevoerd, in relatie tot de middelen. Het IBOR 2 heeft een doorlooptijd van vier jaar (tot en met 2025). In 2024 is gestart met de werkzaamheden wat moeten leiden tot IBOR 3. De openbare ruimte is continu in beweging. Ieder jaar vinden diverse inspecties van onze kapitaalgoederen plaats. Hiermee bepalen we de benodigde onderhoudswerkzaamheden en worden ook de beheercijfers geactualiseerd. Hieronder vindt u de actuele arealen.
Onderdeel
Aantallen
Wegen in ha.
210
Civiele kunstwerken
398
Lichtpunten
13.162
Oppervlakte groen in ha.
125
Bomen - binnen bebouwde kom
22.340
Speeltoestellen
905
Oppervlakte water in ha.
742
Oeverlengte in km.
164
Oeverconstructies
86
Duikers
372
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting: De kosten voor het IBOR zijn opgenomen onder Verkeer, vervoer en waterstaat / Onderwijs, sport, cultuur en recreatie / Volksgezondheid en milieu. De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het IBOR zijn gesplitst in dagelijks onderhoud (exploitatie) en een dotatie in een onderhoudsvoorziening. De dotatie aan de voorziening komt overeen met de in het plan vastgestelde bedragen en uitgangspunten.
Onderdeel (x € 1.000)
2024 Begroot
Realisatie
2025
2026
2027
Begroot
Begroot
Begroot
Lasten in exploitatie
3.845
5.634
5.290
5.603
4.847
Dotatie voorziening IBOR
4.503
4.503
4.503
4.503
4.503
Onttrekking uit de voorziening IBOR*
7.146
6.931
7.874
7.269
5.109
*Dit betreft de onttrekking conform de vastgestelde programmabegroting 2024. Voor het onderhanden werk verwijzen wij u naar het verloopoverzicht voorzieningen op de balans.
3. Riolering De kaders voor het beheer van het riool zijn vastgesteld in het Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027. 84
Met de in het plan opgenomen maatregelen, wordt uitvoering gegeven aan het beheer en onderhoud van de bestaande voorzieningen en aan de aanvullende noodzaak rondom klimaatadaptatie. Hierbij valt te denken aan het voorkomen van wateroverlast, verminderen van droogte en tegengaan van hittestress. Hieronder zijn de aantallen weergegeven van het rioolstelsel (peildatum 31-12-2024).
Onderdeel
Actuele cijfers
Gemengd systeem
157,1
Droogweerafvoer (DWA)
63,1
Hemelwaterafvoer (HWA)
78,1
Drainage en duikers
22,5
Gemalen (aantal)
85
Pompunits drukriolering (aantal)
1887
Persleiding
204,9
Bergingsbassin (aantal)
16
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De uitgaven voor de riolering vallen in grote lijnen uiteen in investeringskosten en dagelijkse kosten. De dagelijkse kosten bestaan voor een groot gedeelte uit kapitaallasten (rente en aflossing op investeringen in het riool) en overheadkosten, omdat het rioolstelsel in eigen beheer wordt onderhouden. Deze kosten worden gedekt door de tarieven.
Onderdeel (x € 1.000)
2024 Begroot
Lasten in exploitatie Dotatie voorziening vGRP Onttrekking uit de voorziening vGRP*
Realisatie
2025
2026
2027
Begroot
Begroot
Begroot
1.438
1.739
1.609
1.609
-
-
-
-
1.609 -
653
565
1.091
1.345
1.402
* Voor het onderdeel riolering geldt dat het hier gaat om een egalisatievoorziening. Deze voorziening wordt gebruikt om tegenvallende kosten en/of opbrengsten op te vangen
Projectenboeken 2020-2024 Uw raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken van lopende projecten openbare ruimte en kredieten in de jaarrekening. Het krediet van IBOR bestaat uit: • Renovatie - Renovatie wordt gedekt middels onttrekking uit de Voorziening IBOR. • Vervanging Civiele kunstwerken • Vervanging Openbare verlichting - Vervanging wordt geactiveerd en over een periode van 25 tot 40 jaar afgeschreven. Dit leidt tot een afschrijvings- en rentelasten in de exploitatie. Het krediet van de riolering wordt geactiveerd en over een periode van 25 tot 40 jaar afgeschreven. Ook dit leidt tot een afschrijvings- en rentelasten in de exploitatie. Met deze werkwijze conformeren wij ons aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
85
1 Projectenboek 2020
Begroot
Realisatie
Saldo
18.066
16.328
1.738
Projectenboek 2020 - IBOR
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - IBOR
9.271
7.799
1.472
Projectenboek 2020 Riolering
Deels
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
8.795
8.529
266
Projecten
Afsluiten Toelichting
- 20.4 H Dunantstr/Meidoornstr Bergambacht
Nee
Realisatie civieltechnisch werk en aanplant groen loopt door in 2025.
- 20.5 Weidebloemstraat Berkenwoude
Nee
Het project is bijna gereed. de werkzaamheden zijn zo goed als afgerond behalve het groen, revisies en nazorg. Deze nazorgperiode duurt een jaar.
- 20.6 Tiendweg West Lekkerkerk
Nee
Werk grotendeels gereed behoudens enkele aanpassingen en weersafhankelijke werkzaamheden uit te voeren in 2025.
1 Projectenboek 2021
Begroot
Realisatie
Saldo
14.208
3.516
10.692
Projectenboek 2021 - IBOR
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - IBOR
6.987
1.576
5.411
Projectenboek 2021 Riolering
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
7.221
1.940
5.281
Projecten
Afsluiten Toelichting
- 21.1 Asserlaan Schoonhoven
Nee
Realisatie en daarmee de grote uitgave start naar verwacht in 2025.
- 21.3 Centrum Haastrecht
Nee
Project is in juli aanbesteedt en uitvoering is gestart in oktober.
- 21.5 Wilhelminastraat e.o. - Ouderkerk aan den IJssel
Nee
Realisatie in 2025 (en 2026).
1 Projectenboek 2022
Begroot
Realisatie
10.810
1.265
Saldo 9.545
Projectenboek 2022 - IBOR
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - IBOR
4.943
673
4.270
Projectenboek 2022 Riolering
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
5.867
592
5.275
Projecten
Afsluiten Toelichting
- 22.1 Poolcirkel e.o. Krimpen aan de Lek
Nee
Realisatie start naar verwacht in 2025.
- 22.2 De Ark Schoonhoven
Ja
Nazorgfase van zowel civiel als groen is afgerond, project kan geheel afgesloten worden.
- 22.3 JG StaringlaanBoezemsingel - Gouderak
Nee
Eind 2021 is dit project in het projectenboek 2022 verwerkt. De jaren 2022 en 2023 zijn gebruikt om de projectgrenzen te bepalen en dit verwerken in het schetsontwerp. In 2024 zijn de werkzaamheden weer opgepakt door de nieuwe projectleider wat heeft geleid tot een Voorlopig Ontwerp begin 2025.
- 22.4 ZijdewegAbelenlaan - Ouderkerk aan den IJssel
Nee
Realisatie onderhoudswerkzaamheden aan rijbaan en riolering gereed behoudens enkele weersafhankelijke wegwerkzaamheden (voorjaar 2025).
- 22.5 Capellelaan Ammerstol
Nee
Project is in planvormingsfase, in 2024 is voorlopig ontwerp opgesteld en voorgelegd aan stakeholders. Verwachting is eind 2025 in uitvoering. Voorafgaand hiervoor moet nog bijgeraamd worden.
1 Projectenboek 2023
Begroot
Realisatie
Saldo
14.764
832
13.932
Projectenboek 2023 - IBOR
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - IBOR
7.331
328
7.003
Projectenboek 2023 Riolering
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
7.433
504
6.929
86
1 Projecten
Afsluiten Toelichting
- 23.1 Kerkweg Zuid Weteringsingel Berkenwoude
Nee
Project is nog in initiatieffase. Het al dan niet overnemen van het rioolgemaal van HHSK is leidend voor het rioolontwerp. Rioolonderzoeken hiertoe vinden momenteel plaats.
- 23.2 Talmastraat - Nic Beetsstraat - Lekkerkerk
Nee
Zie paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen.
- 23.3 Tussenlanen Hennepstraat Bergambacht
Nee
Het project is in twee fases opgedeeld. Fase 1 betreft ophogen Marktplein. Fase 1 is in oktober aanbesteedt en is gestart in januari 2025. De planning is dat fase 1 eind maart gereed is. Voor fase 2 (overig plangebied) is de bewonersavond gehouden en het voorlopig ontwerp gereed.
- 23.4 Bergvliet Noord Stolwijk
Ja
Dit project is ingeruild voor het project Bredeweg. Een project dat voor de herindeling al was toegezegd maar nooit daadwerkelijk goed is voorbereid. In 2024 is duidelijk geworden dat Stedin toch overgaat op het vervangen van de kabels en leidingen in de Bredeweg. Aan de hand van deze informatie is de voortgang van dit project erg onzeker geworden. Daarom wordt dit project afgesloten.
- 23.5 Beroepenbuurt Krimpen aan de Lek
Nee
Eind 2022 is dit project in het projectenboek 2023 verwerkt. Het jaar 2023 is gebruikt voor de voorbereiding en de verschillende wensen te verwerken in een Schetsontwerp. In 2023 is er wat vertraging geweest in de voortgang. In 2024 zijn de werkzaamheden weer opgepakt door de nieuwe projectleider wat heeft geleid tot een Voorlopig Ontwerp begin 2025.
1 Projectenboek 2024
Begroot
Realisatie
1.167
77
Saldo 1.090
Projectenboek 2024 - IBOR
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - IBOR
506
41
465
Projectenboek 2024 Riolering
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
661
36
625
Projecten
Afsluiten Toelichting
- 24.1 Zilveras Schoonhoven
Nee
In 2024 is een projectplan opgesteld voor de werkzaamheden die betrekking hebben op de openbare ruimte en is gestart met de planvorming. Deze wordt nader uitgewerkt.
- 24.2 Emmastraat Lekkerkerk
Nee
Het project bevindt zich in initiatieffase
- 24.3 Aelbrecht v Nldwkln - Ouderkerk aan den IJssel
Nee
Het voorlopige ontwerp is zo goed als gereed. Informatieavond zal plaatsvinden in tweede kwartaal 2025.De werkzaamheden van Stedin staan gepland voor begin 2026. Uitvoering project volgt de werkzaamheden van Stedin op.
- 24.4 Lageweg Ouderkerk aan den IJssel
Nee
Dit project hangt nauw samen met project KIJK. Er vindt afstemming plaats met projectleider KIJK
- 24.5 SpoorstraatSchoonhoven
Nee
In 2024 is er een schetsontwerp gemaakt van de werkzaamheden. De uitvoering van dit project hangt nauw samen met de bouwactiviteiten aan het bouwproject Spoorzone. In 2024 is hier gestart met de werkzaamheden.
1 Projectenboek 2025
Begroot
Realisatie
Saldo
286
61
225
Projectenboek 2025 - IBOR Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - IBOR
100
38
62
Projectenboek 2025 Riolering
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
186
23
163
Projecten
Afsluiten Toelichting
I0732 25.1 Bredeweg Haastrecht
Nee
Bredeweg voorbereiding en planvorming volgt in 2025
Middelgroot onderhoud IBOR en VGRP SALDO (x € 1.000) Middelgroot onderhoud IBOR en VGRP
IBOR
VGRP
TOTAAL
3.680
4.649
8.329
Het middelgroot onderhoud aan de openbare ruimte wordt uitgevoerd op basis van een werkbegroting. In deze werkbegroting wordt een inschatting gemaakt van de noodzakelijke werkzaamheden. Jaarlijks wordt er op deze manier middelen beschikbaar gesteld vanuit de voorziening IBOR. De niet bestede middelen zijn beschikbaar voor het komende jaar waardoor er sprake is van een doorlopend krediet.
87
D. Financiering Algemeen Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Krimpenerwaard toegelicht. De toelichting vindt plaats in een onderdeel algemene ontwikkelingen en een onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard. Onder de algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen ten aanzien van de wet- en regelgeving aan de orde. Het onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard richt zich specifiek op de financiering, renteberekening en het voldoen aan wettelijke bepalingen van de gemeente Krimpenerwaard. Belangrijkste conclusies De belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering zijn: •
De gemeente Krimpenerwaard heeft de komende jaren te maken met een sterk oplopende financieringsbehoefte. Voor spreiding van het renterisico zijn in 2021 een tweetal langlopende geldleningen aangetrokken.
•
De stijging van de rente was in 2022 en 2023 fors. De Europese Centrale bank (ECB) is in juni 2024 begonnen met renteverlagingen. Voor 2025 worden verdere rentedalingen verwacht.
•
Het saldo van de langlopende geldleningen bedraagt per 31 december 2024 € 83,2 miljoen. Er zijn in 2024 geen nieuwe leningen afgesloten. De gemiddelde rente voor de totale leningenportefeuille bedraagt per 31 december 2024 0,93%.
•
De overtollige financieringsmiddelen bedragen per 31 december 2024 € 23,9 miljoen. Deze zijn risicovrij geparkeerd bij het ministerie van Financiën (schatkistbankieren).
•
In 2024 is geen rente toegerekend aan de activa. De omslagrente voor 2024 bedraagt door rentevoordelen 0% in plaats van de geraamde 0,9%.
•
Er is voldaan aan de voorschriften vanuit de wet Fido (kasgeldlimiet en renterisiconorm).
•
In de Financiële verordening 2024 is opgenomen dat het college eens in de vier jaar een treasurystatuut vaststelt. Het treasurystatuut Krimpenerwaard is geactualiseerd in het 1e kwartaal 2025.
Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige opgave, zeker op de lange termijn. In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van rente in de periode 2022-2024 weergegeven. Naast de ECB-rente, het algemene Euribor tarief en het tarief van de 10jaars staatslening worden de tarieven van verschillende
88
gemeentelijke financieringsmogelijkheden in de grafiek gepresenteerd.
De rentemarkt wordt vaak opgedeeld in de geldmarkt (geldmarktrente) en de kapitaalmarkt (kapitaalmarktrente). Hierbij wordt onder de geldmarktrente de korte rente verstaan en onder de kapitaalmarktrente de lange rente (met een looptijd vanaf 2 jaar). Euribor is het gemiddelde rentetarief waartegen een groot aantal vooraanstaande Europese banken elkaar leningen in euro's verstrekken en vormt de basis voor andere (kortlopende) rentetarieven. Als maatstaf van de kapitaalmarktrente wordt vaak naar staatsleningen gekeken. De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB heeft in 2024 de rentetarieven (herfinancieringsrente) in totaal met 1,35% verlaagd. Met de diverse rentestappen beoogt de ECB het stagnerende economische herstel in het eurogebied te stimuleren, waarbij de inflatie in september 2024 is gedaald tot onder het streefdoel van 2%. Conform wet- en regelgeving worden overtollige financieringsmiddelen ondergebracht in rekening-courant bij ’s Rijks schatkist. De te ontvangen creditrente in rekening-courant van ’s Rijks schatkist is in 2024 opgelopen van 3,9% per 1 januari 2024 naar 2,9% per 31 december 2024. Wet- en regelgeving De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasury van de gemeenten.
Op grond van artikel 212 Gemeentewet is de gemeente verplicht een financiële verordening vast te stellen. In artikel 21 van de Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2024 is opgenomen dat het college eens per vier jaar een treasurystatuut vaststelt en ter informatie aan de gemeenteraad aanbiedt. Conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient een financieringsparagraaf op te worden genomen in de begroting en het jaarverslag (artikelen 9, 13 en 26).
Ontwikkelingen Krimpenerwaard Beleidsvoornemen treasury In het treasurystatuut heeft het college de kaders voor de treasuryfunctie bepaald. Het beleid van onze gemeente is erop gericht om de financieringsbehoefte zo gunstig mogelijk af te dekken. In de meerjarenbegroting 2024-2027 staat vermeld dat als er een lening moet worden aangetrokken er eerst 89
gebruik wordt gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit omdat de rente op de kortlopende middelen in het algemeen gunstiger zou zijn dan de rente op langlopende middelen. In de periode januari tot en met september 2024 is als gevolg van rente-ontwikkelingen financiering met langlopende middelen gunstiger geweest dan financiering met kortlopende middelen. In de meerjarenbegroting 2024-2027 staat vermeld dat de gemeente Krimpenerwaard werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft. In 2024 heeft de gemeente, conform het beleidsvoornemen, gewerkt met totaalfinanciering. Er heeft in 2024 geen projectfinanciering plaatsgevonden. In de meerjarenbegroting 2024-2027 werd rekening gehouden met het aantrekken van een nieuwe geldlening in 2024 van € 50 miljoen. In 2024 is geen financieringstekort ontstaan door het aantrekken van geldleningen in 2021. Ervaring leert ook dat de werkelijke liquiditeitsbehoefte in de praktijk vaak lager uitvalt dan een begroot financieringstekort. Risicobeheer In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn voor de beheersing van de renterisico’s de kasgeldlimiet en de renterisiconorm opgenomen. Kasgeldlimiet De gemeente mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren (looptijd korter dan 1 jaar).
In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico in zich heeft, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. De kasgeldlimiet is in 2024 ruimschoots binnen de wettelijke norm gebleven.
Berekening kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Grondslag: Begrotingstotaal (primitieve begroting)
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
2024
2024
2024
2024
177.311
177.311
177.311
177.311
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
15.071
€15.071
€15.071
€15.071
Toegestane kasgeldlimiet: - relevant percentage (wettelijk voorgeschreven) In bedrag (1) Liquiditeitspositie 2024: - Kortlopende schuld (negatief betekent schuld)
-36
-17
-16
-6
- Vlottende middelen (positief betekent tegoed)
46.162
38.803
37.618
31.385
Vlottende middelen minus kortlopende schuld (2)
46.126
38.786
37.602
31.379
Ruimte (+) / overschrijding (-) (1+2)
61.197
53.857
52.673
46.450
Bij een dreigende structurele overschrijding van de kasgeldlimiet worden nieuwe langlopende geldleningen aangetrokken. Renterisiconorm Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. De renterisiconorm is gekoppeld aan het begrotingstotaal.
90
Berekening renterisiconorm
Werkelijk (bedragen x € 1.000)
2023
Begroot
2024
2025
2026
2027
Renterisico's (aflossingen op vaste schuld): - renteherziening op vaste schuld
-
-
-
-
-
- aflossingen
7.225
6.725
6.225
8.950
10.700
Renterisico
7.225
6.725
6.225
8.950
10.700
161.775
177.311
199.542
192.396
190.965
20%
20%
20%
20%
20%
32.355
35.462
39.908
38.479
38.193
Renterisiconorm
32.355
35.462
39.908
38.479
38.193
Renterisico
7.225
6.725
6.225
8.950
10.700
Ruimte (+) / overschrijding (-)
25.130
28.737
33.683
29.529
27.493
Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal Bij ministerie vastgesteld percentage Renterisiconorm Toetsing renterisico aan norm:
Uit bovenstaande opstelling blijkt dat het risico dat de gemeente loopt op haar vaste schuld beperkt is en in de periode 2023-2027 ruim binnen de norm blijft. Leningenportefeuille De schuldpositie van de gemeente wordt bepaald door de omvang van de portefeuille opgenomen geldleningen in combinatie met de debetstand op de rekening-courant. Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de schuldpositie over de periode 2023 tot en met 2027.
Schuldpositie
Werkelijk (bedragen x € 1.000)
Begroot
2023
2024
- hoofdsom leningen per 1 januari
97.150
89.925
- aflossingen afgesloten leningen t/m 2023
-7.225
-6.725
2025
2026
2027
83.200
191.975
218.025
-6.225
-6.075
-6.075
- nog af te sluiten lening 2024 (uitgesteld)
50.000
-1.250
-1.250
- nog af te sluiten lening per 01-07-2025
65.000
-1.625
-1.625
Onderhandse geldleningen binnenlandse banken
- nog af te sluiten lening per 01-07-2026
35.000
- nog af te sluiten lening per 01-07-2027 Hoofdsom leningen per 31 december
-1.750 30.000
89.925
83.200
191.975
218.025
237.325
In 2024 zijn geen langlopende geldleningen afgesloten. In bovenstaande tabel zijn de aan te trekken geldleningen 2025-2027 gebaseerd op de liquiditeitsprognose van de meerjarenbegroting 2025-2028. De gemiddelde rente voor de totale leningenportefeuille bedraagt per 31 december 2024 0,93%. In 2020 is vanuit de reserve Enecogelden een bestemmingsreserve “Overrente” gevormd voor een bedrag van € 5,8 miljoen. Deze reserve en inzet veroorzaakt een structureel dekkingsmiddel ter dekking van rentelasten. In 2024 heeft een vrijval plaatsgevonden van afgerond € 0,54 miljoen. Rentemethodiek en Renteresultaat Voor de toerekening van rentelasten aan taakvelden wordt gebruik gemaakt van de renteomslagmethode. Hierbij wordt het totaal van de rentelasten verdeeld over taakvelden op basis van de boekwaarden van de investeringen. De totale rentelasten hebben betrekking op betaalde rente van langlopende geldleningen en worden verminderd met ontvangen rente op uitgezette gelden. Bij deze rentemethodiek wordt het totaal van de rente dus omgeslagen op basis van het totaal van de activa. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat wanneer het saldo van de rentebaten hoger is dan van de rentelasten het renteresultaat op het taakveld Treasury blijft. Er mag geen negatieve omslagrente worden toegerekend aan andere taakvelden.
Onderstaand renteschema geeft inzicht in de geraamde en werkelijke rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
91
Rentetoerekening
Begroot (bedragen x € 1.000)
Werkelijk
2024
2024
a.
Externe rentelasten over korte en lange financiering
1.226
839
b.
Externe rentebaten over korte en lange financiering
-165
-1405
Saldo rentelasten en -baten c1.
Doorberekende rente aan grondexploitaties
c2.
Rente projectfinanciering
c3.
Rentebaten van doorverstrekte leningen
1.061 1 0 -113
-97
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1.
Rente over eigen vermogen
d2.
Rente over voorzieningen
e.
-566 5
-112
-92
949
-658
-
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen
949
-658
De aan taakvelden toegerekende rente
-1465
0
Boekwaarde activa welke integraal wordt gefinancierd (peildatum 01-01-2024, conform mjb. 2024-2027) Voorcalculatorische rentepercentage begroting 2024
162.772
164.043
0,9%
0,0%
Renteresultaat op taakveld Treasury (-/- = voordelig)
-516
-658
In 2024 hebben de overtollige financieringsmiddelen gemiddeld circa € 35 miljoen bedragen. Deze overliquiditeit is in 2024 volledig ondergebracht bij ’s Rijks Schatkist. De overliquiditeit heeft in 2024 circa € 1,3 miljoen aan rentebaten gegenereerd. Als gevolg van de verkregen rentebaten is in 2023 en 2024 de situatie ontstaan dat er meer rente is ontvangen dan is betaald op basis van de bestaande leningenportefeuille. In dat geval leidt bovenstaand renteschema tot een renteomslag 2024 van -0,4%. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft echter voor dat wanneer het saldo van de rentebaten hoger is dan van de rentelasten het renteresultaat op het taakveld Treasury blijft. Er mag geen negatieve omslagrente worden toegerekend aan andere taakvelden. Kredietrisicobeheer op verstrekte geldleningen en garanties en overige uitzettingen In de Wet fido en het Treasurystatuut Gemeente Krimpenerwaard 2020 is als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat leningen of garanties alleen uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. In de in 2020 vastgestelde gemeentelijke Beleidsregels leningen en garantstellingen zijn verdere voorwaarden opgenomen voor het verstrekken van leningen en garanties. Kredietrisicobeheer richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties.
Mede door tussenkomst van waarborgfondsen en/of andere financieringsregelingen loopt de gemeente een zeer beperkt risico bij uitstaande leningen en garanties. Onderstaande tabel geeft inzicht in de verstrekte geldleningen en garantstellingen.
92
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Werkelijk
Werkelijk
31-12-2023
31-12-2024
Verstrekte geldleningen: - Startersleningen SVn
6.603
8.465
- Duurzaamheidsleningen (woningen) SVn
1.122
1.286
- Stimuleringsleningen verduurzaming maatschappelijke accommodaties SVn
382
359
- Leningen aan verenigingen en stichtingen
206
-
5
4
- Waarborgfonds Sociale Woningbouw
125.045
133.348
- Overige gewaarborgde geldleningen
662
321
134.025
143.783
- Leningen aan woningbouwcorporaties Garanties:
Totaal
Overige uitzettingen betreffen overtollige financieringsmiddelen. Deze zijn ultimo 2024, conform wet- en regelgeving, risicovrij geparkeerd bij het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Op 31 december 2024 was een bedrag van circa € 23,9 miljoen aan tijdelijke overliquiditeit geparkeerd. Liquiditeitsrisico Er is in 2024 gewerkt met een liquiditeitsprognose, welke regelmatig werd geactualiseerd. In 2024 was de toegang tot de kapitaalmarkt het gehele jaar gewaarborgd. Als gevolg hiervan waren er voldoende geldmiddelen beschikbaar om aan directe verplichtingen te voldoen. Geldstromenbeheer De geldstromen lopen hoofdzakelijk via de BNG Bank. De saldi van de rekeningen bij de andere banken wordt zoveel als mogelijk overgeboekt naar de rekening bij de BNG Bank. Relatiebeheer De bancaire partijen waarmee de gemeente Krimpenerwaard zaken doet vallen onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. In 2018 is een financieringsovereenkomst met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) afgesloten. Dit raamcontract voor een krediet- en depotarrangement en elektronisch betalingsverkeer wordt periodiek beoordeeld op inhoudelijke bepalingen en concurrerende condities.