CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b: TAM-omgevingsplan Noordse Weide Stolwijk, motivering en regels

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) TAM-omgevingsplan Noordse Weide, Stolwijk32.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur 11: Links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de Cultuur- en Natuurlandschappen' en rechts kaart 'Laag van de stedelijke occupatie'. Op de Kaart van de Cultuurhistorie is het plangebied niet specifiek aangeduid. Het gebied ten westen van de N207 maakt onderdeel uit van het Kroonjuweel middengebied Krimpenerwaard. Het plangebied ligt ruim buiten dit kroonjuweel. Toetsing aan kwaliteitskaarten Dit TAM-omgevingsplan maakt woningbouw mogelijk in de dorpsrand. In bestaand stedelijk gebied zijn

34

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

onvoldoende mogelijkheden om alle woningen voor de Krimpenerwaard te kunnen realiseren. Bij de stedenbouwkundige opzet wordt rekening gehouden met de bestaande kavelstructuur door positionering van de woningen en het behoud van de poldersloten in en aan de randen van het plangebied. De bebouwing is qua bouwhoogte passend en vormt een nieuw fraai entree naar Stolwijk vanaf de noordzijde van de Bilwijkerweg. De planontwikkeling houdt voldoende rekening met de richtpunten. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het plan maakt het oprichten van 94 woningen mogelijk. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de ambitie sterke steden en dorpen in Zuid-Holland, omdat er een tekort is aan woningbouwlocaties. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek zijn. De woningen worden aansluitend op de dorpskern (deels in de dorpsrand) gerealiseerd. De behoefte voorziet in passende en betaalbare woningen voor starters, doorstromers en senioren. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. De locatie Noordse Weide (circa 2,1 ha) is inmiddels opgenomen in het regionale woningbouwprogramma onder de categorie 'ja onder voorwaarden'. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van het provinciale omgevingsbeleid.

4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 december 2021 de 'Zuid-Hollandse Omgevingsverordening' vastgesteld. Op 1 juli 2025 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Omgevingswet opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 7.45 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in te gaan op de motivering in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. In dat geval is de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit TAM-omgevingsplan maakt 94 woningen mogelijk, deels in de dorpsrand, aansluitend op bestaand dorpsgebied. Binnen de kern is Stolwijk geen ruimte voor een woningbouw met 94 woningen. De planlocatie Noordse Weide is onder categorie 'ja onder voorwaarden' opgenomen in het Regionaal Woningbouwprogramma Midden-Holland 2024 (per 1-1-2025). Hierbij is eerder aandacht gevraagd voor oplossingen ten aanzien van de slechte bodem en verkeersontsluiting. De oplossingen hiervoor zijn toegelicht in paragraaf 3.2 (bodem en water) en paragraaf 3.4.1 (verkeersontsluiting). Hiermee is aangetoond dat de planontwikkeling vanuit wonen, bodem en verkeersontsluiting uitvoerbaar is. Hiermee is de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De woningbouw draagt bij aan het zorgvuldig omgaan met grondgebruik, waardoor tevens meerdere doelgroepen van beleid (starters, doorstromers en senioren) kunnen worden bediend. Wonen In artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) is opgenomen dat een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen rekening houdt met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en bijdraagt aan een goede woon- en leefomgeving. In lid 2 is opgenomen dat het omgevingsplan, bedoeld in het eerst lid, de mogelijkheden betrekt voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw.

Op basis van artikel 7.47a dient een (omgevings)plan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of

Motivering

35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

meer mogelijk maakt, te voorzien in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan 1/3 sociale huurwoningen dan wel wat hierover is vastgelegd in een mede door Gedeputeerde Staten vastgestelde afgestemde regionale woningbouwprogrammering in het kader van de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44. Artikel 7.47b, lid 1 bepaalt verder dat een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt in voldoende betaalbare woningbouw voorziet. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan 2/3 betaalbare woningbouw of wat hierover is vastgelegd in een mede door gedeputeerde staten vastgestelde afgestemde regionale woningbouwprogrammering in het kader van de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44. Toetsing aan Wonen Dit plan voorziet in het toevoegen van 94 woningen in verschillende financieringscategorieën, waaronder 30% in de sociale huursector, 37% betaalbare koop en 33% dure koop. Er is sprake van 2/3 betaalbare woningbouw in het plan. Het tekort van vier woningen in de sociale huursector om te komen tot 1/3 (34%) van het woonprogramma wordt opgevangen door in totaal 67% in de betaalbare sector te realiseren. Aan de voorgenomen woningdifferentiatie is voldoende behoefte zoals toegelicht in paragraaf 4.3.1 (Regionale Agenda Wonen).

Het plan draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving, waarbij rekening wordt gehouden met een zo hoog mogelijke woningdichtheid. Met deze kanttekening wordt voldaan aan de uitgangspunten van de instructieregels voor wonen. Ruimtelijke kwaliteit De regels voor ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd in paragraaf 7.3.7. Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen. Op grond van artikel 7.43c van de Omgevingsverordening (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) kan een omgevingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Artikel 7.43d (motivering locatiekeuze bij aanpassen en transformeren), stelt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, deze eenzorgvuldige afweging bevat over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken enwaarden van de locatie en de effecten van de ontwikkeling daarop. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie) ligt het zuidelijke deel in de dorpsrand, grenzend aan de dorpskern van Stolwijk. Woningbouw is hier passend, omdat er onvoldoende ruimte beschikbaar is in de woonkernen om de woningbehoefte voor de Krimpenerwaard te kunnen realiseren. De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling valt onder de noemer transformeren. De richtlijnen voor ruimtelijke kwaliteit zijn niet in geding zoals dat is aangetoond in paragraaf 4.2.1, onderdeel omgevingskwaliteit. Een zorgvuldige afweging over de locatie is gemaakt in de voorbereiding van de planontwikkeling. In paragraaf 3.3.1 is motivering uitgebreid met een motivering van de locatiekeuze.

De ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling wordt gewaarborgd door een integraal ontwerp zoals toegelicht in de paragrafen 3.3 en 3.3.4). Daarin is behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Er is geen strijd met de instructieregels.

36

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Beschermingscategorie 3 'Buitengebied' Het plangebied ligt op grond van artikel 7.42, lid 3 in het buitengebied in beschermingscategorie 3 (figuur 12). Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de kenmerkende maat, schaal en het groene karakter van het landschap; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Toetsing plan aan beschermingscategorie 3 In het plangebied wordt een woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt met 94 woningen. In de paragrafen 3.3 en 3.3.4 is toegelicht dat rekening is gehouden met bovengenoemde aandachtspunten. Hiermee is voldoende aangetoond dat woningbouw hier passend is. Er is geen strijd met dit artikel van de Omgevingsverordening.

Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden In artikel 7.79b is opgenomen dat een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houdt met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk, waarvan de laats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 27 in bijlage II. Het plangebied ligt ten westen van het hoofdfietsnetwerk (figuur 12). Toetsing aan hoofdfietsnetwerk Ter plaatse van het plangebied wordt de Bilwijkerweg verbreed, zodat er naast het autoverkeer meer ruimte ontstaat voor fietsers. Het oostelijke gelegen recreatief fietsnetwerk van de Bilwijkerweg wordt hierdoor verbeterd. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.

Figuur 12: Links uitsnede kaart 16 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën' en rechts kaart 26 'hoofdfietsnetwerk en lange wandelpaden' van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Kansen voor biodiversiteit In artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) is opgenomen dat de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit wordt betrokken wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. In paragraaf 4.4.4.3 (Biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen) wordt nader ingegaan op welke wijze hiermee rekening wordt gehouden.

Motivering

37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 7.3.6a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 7.41a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met de Regio Midden-Holland. De planontwikkeling is opgenomen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw (zie hiervoor paragraaf 4.3.1). Voldaan wordt aan de instructieregels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 7.45 van de Omgevingsverordening (ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 7.47a van de Omgevingsverordening (wonen); het plan in overeenstemming is met artikel 7.43c, lid 3 (transformeren) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plan in overeenstemming is met artikel 7.42, lid 6 van de Omgevingsverordening (beschermingscategorie 3 buitengebied); het plangebied naast de geometrische begrenzing van het hoofdfietsnetwerk, zoals genoemd in artikel 7.79b van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ligt. Het hoofdfietsnetwerk wordt ter plaatse verbeterd middels verbreding van de Bilwijkerweg. Het plan is in overeenstemming met de instructieregels van de provincie. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.

Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Landschappelijke eenheden Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. Het middendeel van de Krimpenerwaard heeft een gevarieerd en kleinschalig landschapsbeeld door de aanwezigheid van linten met wegbeplantingen, eendenkooien en pestbosjes. De zone aan weerskanten van de Vlist kenmerkt zich door het sterke contrast van kleinschalig lint en open veenweide dwars op de overheersende oostwest oriëntatie in de Krimpener- en Lopikerwaard. Karakteristiek voor de Krimpenerwaard is het contrast tussen dichtbebouwde linten en de onbebouwde polderwegen.

De laatste jaren zijn er hier en daar tussen de historische boerderijen en woonhuizen in de linten nieuwe woningen gebouwd als uitkomst van de Ruimte-voor ruimte-regeling. Hierbij behorende hoofdambities zijn onder andere: De verschillende karakteristieken per dorp en lint behouden en versterken; maatwerk per locatie. Het contrast tussen onbebouwde wegen en verdichte linten bewaren.

38

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Bij verdichting in de linten versterken van de verschillen tussen een symmetrische of een asymmetrische opbouw van het lint. Vanuit het lint doorzichten op het landschap openhouden. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel Op de gebiedsprofielkaart 'Herkenbaar waterrijk veen(weide)' maakt het plangebied onderdeel uit van 'veenweide met rivierinvloed'. De veenweidepolders lopen door tot aan de rivierdijken. Het hoogteverschil is geleidelijk en er is geen duidelijke oeverwal te onderscheiden. Wel is door de directe invloed vanuit de rivier hier meer klei in de bodem aanwezig en liggen de gronden hierdoor iets hoger. Hier is het landschap kleinschaliger en ‘verdicht’ met boomgaarden en moestuinen. Op de kaart 'Weg door stad en land' is de Bilwijkerweg aangeduid als een lokale weg (noord-zuid). Voor recreatieve routes en het landbouwverkeer, maar ook voor het landschapsbeeld, zijn de, voor de Krimpenerwaard karakteristieke, tiendwegen van belang. Daarnaast maakt de weg onderdeel uit van het fietsnetwerk. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard Het plangebied ligt aan de noordzijde van de woonkern van Stolwijk. De zichtlijnen vanaf de Bilwijkerweg worden aangetast als gevolg van de woningbouw. De poldersloten blijven behouden. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte voor de Krimpenerwaard is woningbouw aan de randen van de kern noodzakelijk.

Het woongebied wordt landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van de poldersloten, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie De planontwikkeling aan de noordelijke dorpsrand van Stolwijk is noodzakelijk om te kunnen voorzien in voldoende woningen voor de Krimpenerwaard. De woningbouwlocatie wordt landschappelijk ingepast zoals toegelicht in paragraaf 3.3.4 (Beeldkwaliteitsplan). Met inachtneming hiervan worden de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard voldoende gerespecteerd.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.

Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat

Motivering

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Krimpenerwaard De Krimpenerwaard ligt tussen de Hollandsche IJssel en de Lek en is op een aantal punten fysiek bereikbaar vanuit de omliggende gemeenten in Midden-Holland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. Het heeft een groen karakter en wordt gekenmerkt door een vooral dorps en landelijk woonmilieu.

Regionale afstemming Als uitwerking van de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland geeft de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) inzicht in de actuele woningbouwplannen met 10 en meer nieuwbouwwoningen van de gemeenten in de regio Midden-Holland. In de regio moet afstemming plaatsvinden over de projecten in de RPW. Daarna dient de RPW te worden aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. Na akkoord door de provincie is voor de plannen die zijn opgenomen in de RPW de eerste stap van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. GS-besluit over het Regionaal Woningbouwprogramma regio Midden-Holland 2024 Bij GS-brief van 4 maart 2025 aan de Bestuurlijke Tafel Wonen regio Midden-Holland hebben Gedeputeerde Staten een besluit genomen over het Regionaal Woningbouwprogramma regio Midden-Holland 2024. Wijze van beoordeling Regionaal woningbouwprogramma Gedeputeerde Staten hebben op verschillende manieren een pre-toets uitgevoerd op de plannen. De pre-toets bestaat uit een QuickScan Ruimtelijk Beleid uitgevoerd op basis van het provinciale Omgevingsbeleid. Verder wordt gekeken naar 'bouwen naar kwantitatieve behoefte' (aantal) en 'bouwen naar kwalitatieve behoefte' (voldoende sociale en betaalbare woningen).

Belangrijk om te benadrukken is dat de provincie een woningbouwplan altijd opnieuw en volledig toetst bij het aanleveren van omgevingsplannen/ BOPA's aan het op dat moment geldende provinciaal Omgevingsbeleid. Voor de beoordeling is uitgegaan van alle door de gemeenten in de regio zelf opgevoerde plannen in de Planregistratie Wonen per 1-1-2025 met 'categorie planlijst' 1 (plannen in uitvoering of kansrijke plannen). De plannen met 'categorie planlijst' 2 (reserveplannen) blijven buiten beschouwing van dit besluit. Op basis van bovenstaande beoordeling zijn alle woningbouwplannen onderverdeeld in 5 categorieën: 1. ‘Ja’. Dit zijn plannen met een vastgesteld bestemmings-/omgevingsplan/vergunde BOPA. 2. ‘Ja onder voorwaarden’. Er heeft een toets plaatsgevonden en het plan lijkt kansrijk binnen het huidige provinciale Omgevingsbeleid of bevat voldoende elementen om na afstemming en aanpassing daarbinnen te kunnen gaan passen. (Dit zijn alle plannen in de planlijst zonder vastgesteld bestemmings-/omgevingsplan/vergunde BOPA.) 3. ‘Locaties buiten Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD)’. Dit zijn plannen met locaties ‘groter dan 3 ha (en niet opgenomen op 3 ha kaart)’ en ‘in strijd met kaders Provinciale Staten ten aanzien van ‘straatje erbij en ertussen’’. 4. ‘Onvolledig plan’.

Hieronder vallen plannen waarover onvoldoende informatie beschikbaar is in de Planregistratie Wonen waardoor geen toets plaats kon vinden. 5. ‘Nee’. Het plan in deze vorm is in strijd met het huidige provinciale Omgevingsbeleid en er zijn geen mogelijkheden om door aanpassing van het plan het passend te maken.

40

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Alleen plannen in categorie 1 en 2, 'ja' en 'ja onder voorwaarden' vormen het vastgestelde regionale woningbouwprogramma. De categorie per individueel plan is te vinden in de Planregistratie Wonen in het veld 'Regionale Planlijst'. Uitkomst beoordeling regionaal woningbouwprogramma In bijlage 1 van de brief is opgenomen dat de locatie Noordse Weide (circa 2,1 ha, 80 woningen buiten de BSD) is opgenomen in het regionale woningbouwprogramma onder de categorie 'ja onder voorwaarden' valt. Hierbij is eerder aandacht gevraagd voor oplossingen ten aanzien van de verkeersontsluiting en de slechte bodem. De oplossingen hiervoor zijn toegelicht in paragraaf 3.2 (bodem en water) en paragraaf 3.4.1 (verkeersontsluiting). Hiermee is aangetoond dat de planontwikkeling vanuit wonen uitvoerbaar is. Eind 2025 wordt de nieuwe, geactualiseerde 'RPW 2026' aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. Hierin wordt het aantal woningen verhoogd met 15 wooneenheden tot 95 woningen voor Noordse Weide in Stolwijk met het verzoek om aanvaarding van het verhoogde woningbouwprogramma.

Hiermee wordt tegemoetgekomen aan artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarin is opgenomen dat een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen rekening houdt met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en bijdraagt aan een goede woon- en leefomgeving. Conclusie In het plangebied worden 94 woningen gerealiseerd, waaronder 30% in de sociale huursector. De nieuwbouw levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in de Krimpenerwaard voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. De locatie Noordse Weide maakt onderdeel uit van de woningbouwopgave om tot 2040 in de gemeente 4.000 woningen te realiseren. De woningbouwlocatie is één van de gemeentelijke projecten in de bijlagen bij de RAW, wat inhoudt dat er in regionaal verband behoefte is aan deze woningen. Het plan met 80 woningen is al opgenomen in de RAW/RPW en aanvaard door Gedeputeerde Staten. Na aanvaarding van de geactualiseerde 'RPW 2026' door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland met het toevoegen van 15 woningen is de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Hiermee past het plan binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruitziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.

De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard

Motivering

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Waarden per gebied De Krimpenerwaard ligt tussen drie rivieren, dicht bij stedelijke gebieden en is onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard is op de ene plek agrarisch, op de andere meer natuur en op een ander deel is er veel bedrijvigheid of toerisme. Er is goed onderscheid te maken tussen de verschillende deelgebieden met elk hun eigen waarden. Nieuwe ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten op de waarden in het gebied en deze waar mogelijk te versterken. Om inspiratie te geven zijn voor ieder deelgebied kansen benoemd. Voor een verdieping van de identiteit en waarden van de kernen wordt verwezen naar het rapport 'Koers en kader Krimpenerwaard'. Het plangebied ligt in het land van linten en het middengebied. De gemeente ziet kansen voor nieuwe bijzondere woonmilieus die passen bij het rustige, landelijke karakter.

Verder dient aandacht te worden gegeven aan groen in de wijken om het landelijke karakter ook in de kernen herkenbaar te maken. Speerpunt: toename woningen in relatie tot behoefte De gemeente wil per kern ruimte bieden aan woningbouw, zodat voorzien kan worden in de eigen behoefte. De nieuwe woningen komen in en bij de kernen. Er is behoefte aan extra woningen in de Krimpenerwaard. Dit komt doordat huishoudens steeds kleiner worden (huishoudensverdunning). Hierdoor is voor hetzelfde aantal inwoners een toename van het aantal woningen nodig. Ook groeit de bevolking van de Krimpenerwaard tot 2030. De gemeente wil graag dat mensen in de Krimpenerwaard kunnen (blijven) wonen en willen voorzien in de behoefte aan passende woningen. De gemeente zet in op: Woningbouwontwikkelingen die voorzien in de behoefte en die kwaliteiten van de kernen versterken. Voor de behoefte vormt de woonvisie het kader; Versnelling van de realisatie van de woningbouwopgave; De meeste nieuwe woningen worden gebouwd in of nabij de kernen. In de linten is op kleine schaal toevoeging van woningen mogelijk. Kansen om woningen te realiseren door herontwikkeling, transformatie en herbestemming in bestaand bebouwd gebied hebben de voorkeur. Ontwikkeling in bestaand gebied gaat voor kansen in het buitengebied.

Voorbeelden hiervan zijn de (gedeeltelijke) transformatie van bedrijventerrein Galgoord Haastrecht en bedrijventerrein Schoonhoven Noord. Speerpunt: een diverser woningaanbod De gemeente streeft naar een divers aanbod van woonruimte, aansluitend op de woonwensen en behoeften van de verschillende doelgroepen. Wonen in de Krimpenerwaard betekent wonen in een groene, rustige en gezonde omgeving. Daarvoor heeft de gemeente voldoende woningen nodig die passen bij de behoefte. Woningen voor alle generaties en doelgroepen, nu en in de toekomst. Gedacht moet worden aan passende woningen voor zowel jongeren, gezinnen, ouderen, alleenstaanden als voor groepen met speciale woonbehoeften. Dit vraagt een kwalitatief, divers en flexibel woningaanbod met aandacht voor betaalbaarheid, zorg en bereikbaarheid van voorzieningen. De gemeente geeft ruimte aan eigen wooninitiatieven en staan open voor nieuwe, onderscheidende en creatieve woonvormen. Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waar ontwikkelingen op perceelsniveau niet zijn beschreven. In de nadien vastgestelde Update Woonvisie Krimpenerwaard 2023-2028 (zie paragraaf 4.4.2) is vastgelegd dat de gemeente tot 2040 totaal 4.000 woningen wil realiseren.

Hiervoor is het noodzakelijk om ook aan de randen van de kernen te bouwen, omdat inbreidingslocaties schaars zijn en de gemeente ook binnen de kernen wil blijven zorgen voor voldoende groen. Eén van deze locaties is Noordse Weide aan de noordkant van Stolwijk waar 94 woningen kunnen worden gerealiseerd, waarvan 30% sociale huurwoningen, 43% betaalbare koopwoningen en 27% dure koopwoningen. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 18 november 2025 hiermee ingestemd middels het

42

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

vaststellen van de Nota van Uitgangpunten. De planontwikkeling levert een bijdrage aan het tekort aan woningen. Gesteld kan worden dat het toevoegen van 95 woningen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. In de eerstvolgende actualisatie zal deze locatie worden meegenomen. 4.4.2 Update Woonvisie Krimpenerwaard 2023-2028 In juli 2023 is de Woonvisie Krimpenerwaard 2023-2028 vastgesteld door de gemeenteraad. Het is belangrijk de woonvisie actueel houden. Door ontwikkelingen op landelijk en provinciaal niveau en door de werkpraktijk is besloten een kleine update uit te voeren op de woonvisie. De update bevat 2 aspecten: De nadere onderbouwing van onze opgave ten opzichte van de prognose: hoe kan de gemeente inwoners nog beter uitleggen waarom we 4.000 gaan bouwen? Het aanpassen van de woningbouwsegmentering op de praktijk. In de door de gemeenteraad op 30 september 2025 vastgestelde update van de woonvisie is deze nadere onderbouwing gegeven door actuele cijfers te bekijken rondom de prognose en behoefte en vervolgens een vitaliteitstoets uit te voeren waarin de relatie wordt gelegd met het Omgevingsprogramma Sociale Basis en Maatschappelijke Voorzieningen.

Welke invloed heeft de autonome groei (die de prognose voorspelt op basis van het verleden) op het voorzieningenniveau en welke invloed heeft het toevoegen van 4.000 woningen hierop. Uit de vitaliteitstoets blijkt dat als wordt uitgegaan van de autonome behoefte de vitaliteit van de gemeente in het geding komt, omdat de groep jongeren en gezinnen kleiner worden. Dit heeft een negatief effect op het arbeidspotentieel en het draagvlak voor diverse voorzieningen. Als de gemeente 2.700 woningen bouwt, wordt gebouwd voor vergrijzing en ontgroening, waardoor voorzieningen onder druk komen te staan met sluiting als gevolg. Door meer woningen te bouwen en in te zetten op doorstroming, kan de gemeente meer jongeren en gezinnen behouden en naar de Krimpenerwaard trekken waardoor voorzieningen behouden en daarmee de vitaliteit geborgd kan worden. De woningbouwsegmentering is op een paar kleine punten aangepast. Aangesloten wordt bij de betaalbaarheidseisen van het Rijk en het hanteren een flexibelere schil binnen de categorie betaalbaar en duur. Bij grote uitbreidingslocaties komt de gemeente tegemoet aan de voorwaarden van de provincie om 34% sociale huur te hanteren. Dit sluit ook aan bij de vraag naar sociale huurwoningen. Bij inbreidingslocaties blijft de gemeente 30% sociale huur hanteren vanwege de schaal van deze projecten.

Het aandeel gevraagde grondgebonden en nultredenwoningen (40-60 procent) blijft gehandhaafd. Ook de afwijkingsgronden blijven gelijk. In tabel 4.1 is de woningbouwsegmentering per plan opgenomen. Tabel 4.1: Woningbouwsegmentering per plan Segment Uitbreidingslocaties Inbreidingslocaties Sociale huur (tot € 900,07) 34% 30% Betaalbare koop/ middenhuur 33% 37% (tot € 1.184,82)* … waarvan goedkope koop (tot 16,5%** 18,5%** € 315.000*) … waarvan overig betaalbaar 16,5%** 18,5%** (€ 315.000 tot € 405.000) Dure huur/ koop (vanaf 33% 33% € 1.184,82 of € 405.000) * De prijsgrens voor betaalbare koop volgt de definitie van het Rijk. De prijsgrens voor goedkope koop wordt vanaf eind 2026 jaarlijks geüpdatet op basis van wat huishoudens met een inkomen van 1,5 keer modaal kunnen lenen aan hypotheek. ** Wanneer geen middenhuur wordt gerealiseerd. Als er wel middenhuur gerealiseerd wordt, wordt samen besproken welke verdeling binnen het betaalbare koopsegment gewenst is. Doel: inzet op de bouw van 4.000 woningen in de periode 2023-2040

Motivering

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Op basis van autonome huishoudensprognoses mag de gemeente tot 2040 een huishoudensgroei van 2.650 huishoudens verwachten (bron: ABF Research). De woningbouwambities liggen hoger. Om de kernen leefbaar, vitaal en toekomstbestendig te houden kiest de gemeente er bewust voor in te zetten op de realisatie van 4.000 woningen in de periode 2023-2040. Zij heeft hier twee redenen voor: Allereerst is het realiseren van gerichte nieuwbouw een belangrijke randvoorwaarde voor vitaliteit. De bevolking van de gemeente vergrijst in rap tempo en met nieuw en aanvullend aanbod worden jongeren behouden en trekt de gemeente extra jongeren aan. Hiermee verbetert de gemeente de vitaliteit en neemt het draagvlak voor voorzieningen en het verenigingsleven toe. Bovendien is de woningmarkt in de regio (Midden-Holland) gemiddeld zo'n 15 tot 20% te krap. Met de woningbouwambitie draagt de gemeente daarmee niet alleen bij aan het terugdringen van het woningtekort in de eigen gemeente, maar draagt zij steentje bij aan de regionale opgave. Daarnaast realiseert de gemeente met een woningbouwprogramma van 4.000 woningen een groot aantal betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). Zij zet daarmee nadrukkelijk in op starters en middeninkomens. Ook voorziet de gemeente hiermee in de groeiende vraag die ontstaat vanuit de huishoudensverdunning.

Hierdoor moeten er in de toekomst meer huishoudens gehuisvest worden. Ook verlaagt de gemeente hiermee het aantal scheefwoners (doordat doorstroming wordt gerealiseerd). Dit heeft een positief effect op de huidige (te hoge) druk op het sociale huursegment. Laatstgenoemde is belangrijk. De gemeente verwacht richting de toekomst namelijk een nog grotere vraag naar geschikte en betaalbare woningen. Deze vraag komt bijvoorbeeld vanuit Oekraïense vluchtelingen en statushouders die ervoor kiezen in Nederland te blijven wonen. Hoe groot deze vraag exact zal zijn is nog onbekend. Toetsing planinitiatief aan update Woonvisie Krimpenerwaard 2023-2028 Om tot 2040 in de gemeente 4.000 woningen te realiseren is het noodzakelijk om ook aan de randen van de kernen te bouwen, omdat inbreidingslocaties schaars zijn en de gemeente ook binnen de kernen wil blijven zorgen voor voldoende groen. Eén van deze locaties is Noordse Weide aan de noordkant van Stolwijk waar 94 woningen kunnen worden gerealiseerd. Het toevoegen hiervan draagt bij aan het in stand houden van het sociale netwerk, gemeenschapsleven, identiteit van een dorp, ruimtelijke kwaliteit en aan een levendig verenigingsleven.

Het woonprogramma voorziet in 94 woningen, waarvan 28 woningen in de sociale huursector (30%), 10 woningen in de betaalbare koopsector tot € 315.000 (10,5%) en 25 woningen in de betaalbare koopsector tussen € 315.000 en € 405.000. (26,5%) en 25 woningen in de dure koopsector (33%). Dit programma is gebaseerd op de stedenbouwkundige schets (zie hiervoor paragraaf 3.3.3) en de door de gemeenteraad op 18 november 2025 vastgestelde 'Nota van Uitgangspunten Woningbouwontwikkeling Noordse Weide Stolwijk'. Het tekort aan te bouwen in de goedkope koopwoningen tot € 315.000 wordt gecompenseerd door meer betaalbare koopwoningen te realiseren, te weten totaal 37%. Hierdoor kunnen meer doelgroepen van beleid worden geholpen aan een betaalbare woning dan in de update van de woonvisie is vastgelegd. Om te kunnen voldoen aan het percentage van afgerond 34% van de aangepaste woonvisie 2025 zouden er vier woningen moeten worden toegevoegd. Het tekort is acceptabel, temeer daar in 2025 al twee projecten in Stolwijk zijn opgeleverd met uitsluitend sociale huurwoningen. Ook bij een herontwikkeling van het huidige gemeentehuis in Stolwijk wordt uitsluitend gedacht aan het realiseren van sociale huurwoningen. Tegen deze achtergrond wordt 30% sociale huurwoningen in Noordse Weide acceptabel geacht.

Conclusie De woningen sluiten aan op de woningbehoefte in Stolwijk voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Het tekort aan sociale huurwoningen van drie woningen is acceptabel, temeer daar in de kern Stolwijk onlangs twee projecten zijn gerealiseerd met uitsluitend sociale huurwoningen. Gelet hierop is de afwijking om 30% sociale huur (in plaats van 34% sociale huur) aanvaardbaar. Het kleine tekort aan goedkope koopwoningen tot € 315.000 wordt gecompenseerd door meer betaalbare koopwoningen te realiseren, te weten totaal 37% in plaats van de voorgeschreven 33%. Deze geringe afwijking van de hernieuwde uitgangspunten uit de update van de Woonvisie is aanvaardbaar.

44

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

4.4.3 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017 De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard 2017” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving.

De Bilwijkerweg maakt in de Nota onderdeel uit van een gewoon niveau in het landelijk gebied. Het landelijk gebied en diverse dorpslinten zijn voorbeelden van gebieden met een gewoon niveau. Bouwplannen in gebieden met een gewoon niveau zullen ten opzichte van het soepele gebied met meer aandacht bekeken worden. De lat ligt hoger, gezien de beeldbepalende ligging en bijbehorende uitstraling op bezoekers en passanten. Uitgangspunt in gebieden met een gewoon niveau is het handhaven van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Bouwplannen aan achterkanten kunnen hier veelal eenvoudiger beoordeeld worden dan bouwplannen aan voorkanten. De welstandsnota bevat voor gebieden met een gewoon welstandsniveau een set criteria, die aanstuurt op een inpassing van bouwplannen zonder de kwaliteit van het gebied uit het oog te verliezen. De woordkeuze en bandbreedte van de criteria bieden ten opzichte van het bijzondere niveau meer mogelijkheden om tot een eigen invulling te komen. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven.

De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van het landelijk gebied (gebied 2E). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven. Aanvullend hierop is een beeldkwaliteitsplan opgesteld in verband met de beoogde woningbouwontwikkeling, waarbinnen bebouwing kan plaatsvinden. Het beeldkwaliteitsplan van 26 juni 2025 is opgenomen in Bijlage 1 van de regels. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad apart van het TAM-omgevingsplan vastgesteld als beleid in de zin van artikel 4.19 Omgevingswet. Conclusie De te bouwen woningen zullen voldoen aan het Beeldkwaliteitsplan en aanvullend de in de Nota ruimtelijke kwaliteit vastgelegde gebiedsgerichte criteria. De aanvragen omgevingsvergunning zullen om advies worden voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Krimpenerwaard (GAOK). Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal kunnen worden voldaan.

Motivering

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

4.4.4

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

4.4.4.1 Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. In de waterparagraaf 5.4 wordt hierop ingegaan. Tevens zal hierin aandacht worden besteed aan waterhuishoudelijke aspecten. Duurzame gemeente In de door de gemeenteraad van Krimpenerwaard vastgestelde Omgevingsvisie wil de gemeente de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid. De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo’n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar energieneutrale gebouwen die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden.

Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige woningen en energiebesparing. Ook in de door de gemeenteraad op 4 juli 2023 vastgesteld 'Woonvisie gemeente Krimpenerwaard 20232028' is aandacht voor klimaatverandering en duurzaamheid. De gemeente moet zorgen voor klimaatadaptieve, natuur-inclusieve en duurzame woonwijken. Dit geldt voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande wijken. Doel: duurzame, toekomstbestendige en betaalbare nieuwbouw Voor nieuwbouwprojecten sluit de gemeente aan bij de duurzaamheidseisen zoals deze in (thans) het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn opgenomen. De gemeente legt daarmee geen aanvullende bovenwettelijke duurzaamheidseisen op voor nieuwbouwwoningen. Dit doet zij om de bouwkosten te drukken en nieuwbouwprojecten met betaalbare woningen financieel haalbaar te houden. Conform landelijke wetgeving is nieuwbouw aardgasvrij (= minimaal BENG) en heeft nieuwbouw een milieuprestatie (MPG) van maximaal 1,0. Dit wil daarentegen niet zeggen dat de gemeente ontwikkelende partijen niet stimuleert om hogere duurzaamheidsambities te realiseren. In gesprekken met ontwikkelende partijen wordt gekeken waar ruimte ligt. Toetsing planinitiatief De woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gerealiseerd. De woningen niet meer aangesloten op het aardgasnetwerk.

De woningen krijgen voorts zonnepanelen op het dak. De isolatie-eisen zijn conform eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: warmteopslag in de grond of warmtepomp via de lucht, warmteterugwinning vanuit ventilatie en opvang en recyclen van regenwater. 4.4.4.2 Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan "weten, willen en werken" om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte en e. bodemdaling. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas. Wateroverlast door overvloedige neerslag In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen.

46

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Onderdeel Oordeel en conclusie Waterdiepte bij hevige bui – 70 mm/ 2 uur Lokaal (gedeeltelijk) maximaal 5 tot 15 cm. Oplosbaar, (1:100 jaar) geen belemmering. Waterdiepte bij hevige bui – 140 mm/ 2 uur Lokaal (gedeeltelijk) maximaal 5 tot 15 cm. Oplosbaar, (1:100 jaar) geen belemmering. Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie en scenario 2050 Hoog een gering risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘wateroverlast’. Ter voorkoming van wateroverlast zal het vloerpeil van de bebouwing komen te liggen boven het door het waterschap aan te houden vaste peil. Overstroming In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Plaatsgebonden overstromingskans norm 2050 – Kleine kans (1/300-1/3.000 per jaar) 20 cm Plaatsgebonden overstromingskans huidige Middelgrote kans (1/30-1/300 per jaar) situatie – 20 cm Maximale overstromingsdiepte kaart middelgrote < 0,5 meter (gedeeltelijk) kans Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie een middelgroot risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘overstroming’. In 2050 is dat een kleine kans. Bij een doorbraak van een waterkering kan in dit gebied een waterschijf komen te staan met een hoogte van < 0,5 m. Bij de bouw en inrichting van de woningen zijn maatregelen nodig.

Om het overstromingsrisico in te perken komt het vloerpeil van de bebouwing te liggen boven het door het waterschap aan te houden vaste peil. Bij een overstroming kunnen bewoners van de grondgebonden woningen vluchten naar de tweede verdieping, omdat deze twee verdiepingen krijgen. Bij het ontwerp wordt, waar mogelijk, rekening met mogelijkheid tot vluchten/evacuatie via dakramen. Bij woningen die geen tweede verdieping hebben moet er gevlucht worden naar de appartementen die binnen dit plangebied gerealiseerd worden. Bewoners van appartementen kunnen via brandtrappen vluchten/ evacueren naar hoger gelegen verdiepingen. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Door aanplant van bomen kan verkoeling worden geboden. In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Hittestress door warme nachten 2050 Speelt nu niet; toekomstige toestand afhankelijk van keuzes bij inrichting en beheer. Ligging in stedelijk hitte-eiland Ligging binnen de invloedssfeer van buitengebied. Nu 0,2-0,4 Cc warmer dan het open buitengebied.

Dit kan oplopen afhankelijk van de herinrichting van de omgeving. Het plangebied ligt in het buitengebied. Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie geen sprake is van hittestress bij aanhoudende hitte. Voor de ontwikkeling is er geen risico ten aanzien van het aspect ‘hitte’. Belangrijk is om de woningen warmtewerend te ontwerpen en bouwen. Door aanleg van groene parkeerplaatsen en groene daken op bergingen wordt hittestress enigszins beperkt. Er worden bomen geplant die zorgen voor verkoeling. Er is nu geen of weinig effect op bestaande omgeving te verwachten, want het project is zodanig van omvang dat er geen significant verschil zal zijn op het bestaande stedelijk hitte-eiland. Droogte

Motivering

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Risico droogtestress Laag (jaarlijkse opbrengstderving <10% bij gras bij hoog scenario). Risico verschilzetting 2050 Matig. De bestaande functie is weinig droogtegevoelig. In de nieuwe beoogde ontwikkeling kan ophogen ertoe leiden dat in extreme omstandigheden het grondwater niet meer beschikbaar is voor beplanting. Door droogtemaatregelen te nemen zoals infiltratie van hemelwater in de bodem kunnen risico’s beperkt worden. Bij uitwerking van het plan is infiltratie van hemelwater in de bodem mogelijk, omdat het plangebied niet volledig wordt verhard. Bodemdaling In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas van de provincie Zuid-Holland in beschouwing genomen. Onderdeel Oordeel en conclusie Bodemdaling 2020-2050 Vrij sterk (20-40 cm) Bodemdaling door ophoging 50 -100 cm Uit de analyse blijkt dat er een risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘bodemdaling’. Er wordt een civieltechnisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van het Programma van Eisen, het stedenbouwkundig matenplan, de uitgevoerde onderzoeken, opgestelde adviezen en plannen, de vastgestelde uitgangspunten en de resultaten van de inventarisatie wordt een ontwerp gemaakt om bodemdaling na voorbelasting tegen te gaan.

De nieuwe woningen dalen niet, omdat de palen van beton zijn. Gezien het feit dat er circa 6 mm autonome zetting per jaar optreedt bij volledig grasland, zal dit bij ophogen en gedeeltelijke verharding niet stoppen. Restzettingseis Voor aanleg van infrastructuur, riolering, kabels en/of leidingen dient rekening te worden gehouden met de volgende beheersmaatregelen: Maximaal 20 centimeter maaivelddaling in 30 jaar na oplevering bouwrijp maken voor alle weginfrastructuur, riolering en kabels en leidingen. Maximaal 30 centimeter maaivelddaling in 30 jaar na oplevering bouwrijp maken voor: 1. Uitgeefbare gronden met uitzondering van het gebied met riolering, kabels en leidingen 2. Niet uitgeefbare gronden zonder langdurige infrastructuur, zoals parkeerplekken, parken en private achtertuinen. Op basis van de zettingsanalyse van Adcim (rapport 'zettingsanalys Locatie aan de Bilwijkerweg te Stolwijk' van 14 februari 2025 kan worden geconcludeerd dat voor de geplande ontwerp verhardingsconstructie op de meeste plaatsen wordt voldaan aan de gestelde restzettingseis van 20 cm na 30 jaar na een periode van 15 maanden voorbelasten in combinatie met verticale drainage en voorsleuven. Op basis van de zakbaakanalyse moet worden nagegaan of met de voorbelastingsperiode van 15 maanden kan worden volstaan of dat een langere periode van pakweg 18 maanden nodig is.

4.4.4.3 Biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen Natuur-inclusief bouwen betekent dat er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Hiermee wordt gezorgd voor een betere leefomgeving van mens en dier, bijvoorbeeld door groene daken en gevels, bomen op balkons en wadi’s, maar ook door wat meer alledaagse aanpassingen zoals het planten van bomen en struiken, het bieden van nest- en schuilgelegenheden aan dieren of het aanleggen van natuurlijke vijvers. Initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw te realiseren binnen het plangebied. Het gaat om het oprichten van 94 woningen. Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen.

48

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Toetsing planinitiatief Voor wat betreft biodiversiteit en natuurvriendelijk bouwen wordt onder andere aan de volgende punten gedacht: het behouden en/of realiseren van groen aan de randen van het plangebied en aan weerszijden van de te behouden poldersloot midden in het plangebied. Dit heeft een positieve invloed op gezondheid en welzijn van mensen. Verder kunnen hierdoor er meer diverse planten- en diersoorten leven. parkeervakken in het plangebied grotendeels aanleggen als gras-parkeren; natuurvriendelijke oevers waar mogelijk aanleggen om de biodiversiteit te vergroten (voor waterberging en voor vlinders, bijen en zweefvliegen); nieuwbouw biedt kansen voor natuur-inclusieve bouw. In het ontwerp van de woningen wordt dit meegenomen door de volgende maatregelen te treffen: 1. Voor de Huismus worden neststenen ingemetseld. 2. Voor de Gierzwaluw worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. 3. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Conclusie De woningen worden gebouwd volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De woningen worden niet met gas verwarmd.

In plaats daarvan krijgen de woningen andere voorzieningen zoals warmtepompen en PV-panelen. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: warmteopslag in de grond of warmtepomp via de lucht, warmteterugwinning vanuit ventilatie en vanuit douchewater en opvang en recyclen van regenwater. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening worden gehouden met de gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen, klimaatadaptatie, biodiversiteit en natuur-inclusief bouwen overeenkomstig de hiervoor genoemde maatregelen.

Motivering

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

50

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en de fysieke leefomgeving hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de fysieke leefomgeving en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een weging van het waterbelang geeft aan wat de gevolgen zijn van een plan in de fysieke leefomgeving voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de weging van het waterbelang is de relatie tussen planvorming op het gebied van de fysieke leefomgeving en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleidskader Rijk en provincie

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. 5.2.1 Beleid Rijk Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. 5.2.2 Provincie Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Provinciale Staten hebben op 9 maart 2022 het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft de provincie Zuid-Holland haar waterbeleid. In dit programma staat wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water (verplichte onderdelen).

Het gaat om de volgende richtlijnen: Kaderrichtlijn Water; Grondwaterrichtlijn; Drinkwaterrichtlijn; Richtlijn Overstromingsrisico’s; Zwemwaterrichtlijn. Naast deze verplichte onderdelen bevat het regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 ook niet-verplichte onderwerpen, zoals zoetwatervoorziening, wateroverlast, vaarwegbeheer en waterrecreatie. Hiermee laat provincie Zuid-Holland zien hoe ze samen met haar partners werkt aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma is zelfbindend. Dat betekent dat alleen Gedeputeerde Staten eraan gebonden zijn. Toch heeft het regionaal waterprogramma ook gevolgen voor andere overheden. Die zijn wettelijk verplicht rekening te houden met de verplichte onderdelen van het regionaal waterprogramma. De binding van andere overheden aan de niet-verplichte onderdelen is waar nodig geregeld via de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=700d8f57-d148-4a7b-a00a-d684f5d5752b