CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b: TAM-omgevingsplan Noordse Weide Stolwijk, motivering en regels

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) TAM-omgevingsplan Noordse Weide, Stolwijk32.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22E, NOORDSE WEIDE, STOLWIJK Gemeente Krimpenerwaard

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

1 april 2026

IMRO IDN:

NL.IMRO.1931.TAM2510DK047-VG01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Stolwijds Ontwikkeling B.V. Nijverheidsweg 30 2821 AW Stolwijk

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM

VERSIE

9 december 2025 1 april 2026

1e versie 1e versie

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Motivering

Motivering

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

4

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Inhoudsopgave Motivering

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Leeswijzer

9 9 9 10 11

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie

13 13

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Landschap 3.2 Bodem en water 3.3 Stedenbouwkundig plan 3.4 Verkeer en parkeren

17 17 17 19 23

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

29 29 32 39 41

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader Rijk en provincie 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding

51 51 51 52 53

Hoofdstuk6 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

57 57 70 73 76

Hoofdstuk7 Juridisch kader TAM-omgevingsplan 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels

77 77 77 77

Hoofdstuk8 Participatie 8.1 Participatie omgeving 8.2 Bestuurlijk vooroverleg 8.3 Vaststellingsprocedure 8.4 Beroep

81 81 81 81 81

Hoofdstuk9 Financiële haalbaarheid 9.1 Kostenverhaal

83 83

Motivering

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

9.2

Nadeelcompensatie

Hoofdstuk10

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)

Regels

83 85

87

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Algemene regels Begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod

88 88 89 93 94 95 96

Hoofdstuk2 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Functies en activiteiten Groen Tuin Verkeer Water Wonen

97 97 98 99 100 101

Hoofdstuk3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene binnenplanse omgevingsplanactiviteiten Overige regels

103 103 104 105 106

Hoofdstuk4 Artikel 16

Overgangsregels Overgangsrecht

107 107

Bijlagen bij TAM-omgevingsplan Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling Noordse Weide

Bijlage 3

Plan-mer-beoordeling Noordse Weide

Bijlage 4

Geuronderzoek AWZI Stolwijk

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 6

Bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Voortoets effecten stikstofdepositie

Bijlage 9

Ecologisch onderzoek

Bijlage 10

Samenvatting participatieproject haalbaarheidsonderzoek

Bijlage bij regels Bijlage 1

6

Beeldkwaliteitsplan Noordse Weide

Inhoudsopgave

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Inhoudsopgave

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

8

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Woonvisie Krimpenerwaard 2023-2028 zet in op het versterken van de vitale kernen doordat iedereen beschikt over een passende woning en prettige en passende woon- en leefomgeving. Het toevoegen van woningen voor diverse doelgroepen is hiervan een belangrijk onderdeel. Om dit te bereiken is onder andere vastgesteld om tot 2040 in de gemeente 4.000 woningen te realiseren. Omdat inbreidingslocaties schaars zijn en de gemeente ook binnen de kernen wil blijven zorgen voor voldoende groen, ontkomt zij er niet aan om ook langs de randen van de kernen te bouwen. Na vaststelling van de Woonvisie heeft projectontwikkelaar Stolwijds Ontwikkeling B.V. zich gemeld met een locatie aan de noordzijde van Stolwijk die mogelijk potentie heeft voor woningbouw. Op 11 januari 2024 is een intentieovereenkomst tussen gemeente en de initiatiefnemer getekend om de haalbaarheid van woningbouw op deze locatie te onderzoeken. Hierbij zijn vanuit de gemeente kaders meegegeven aan de initiatiefnemer, gebaseerd op vastgesteld gemeentelijk beleid. In de intentieovereenkomst is onder andere vastgelegd dat in deze haalbaarheidsfase wordt toegewerkt naar een stedenbouwkundige schets en een Nota van Uitgangspunten.

Op 18 november 2025 heeft de gemeenteraad de 'Nota van Uitgangspunten Woningbouwontwikkeling Noordse Weide, Stolwijk' vastgesteld met de hierbij behorende stedenbouwkundige schets om 94 woningen te realiseren voor verschillende doelgroepen van beleid, waaronder tenminste 30% in de sociale huursector. Er zijn vanuit oogpunt van de fysieke leefomgeving geen beletselen om hier woningbouw mogelijk te maken, omdat er een groot tekort is aan woningen in met name de sociale huursector en middeldure koopsector. Om de beoogde woningbouw juridisch-planologisch mogelijk te maken is een TAMomgevingsplan opgesteld, waarin wordt aangetoond dat de uitbreidingswijk met 94 woningen vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inpasbaar is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van de bestaande kern Stolwijk en ten westen van de Bilwijkerweg. Het gebied heeft een omvang van circa 2,1 hectare en bestaat momenteel uit grasland en een aantal poldersloten. Aan de westzijde liggen graslanden met verderop de Goudseweg met lintbebouwing, parallel aan de N207. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Bilwijkerweg waarop de ontsluiting van de nieuwe woonwijk wordt gerealiseerd. Verderop naar het oosten ligt een rioolwaterzuivering van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Aan de noordzijde ligt het veenweidegebied. In figuur 1 is de ligging van het plangebied met omgeving weergegeven.

Motivering

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omkaderd) en omgeving.

1.3

Vigerend omgevingsplan

Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen een overgangsperiode om hun omgevingsplan om te vormen naar een volwaardig omgevingsplan. Deze periode loopt tot 1 januari 2032. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan is ontstaan na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit wordt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ of ‘tijdelijk deel’ genoemd. Feitelijk gaat het om dezelfde bestemmingsplannen die dan één omgevingsplan vormen. Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan Raadsbesluit “Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist" 15 december 2015 "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard" 29 januari 2019

Uitspraak Raad van State 25 januari 2017 n.v.t.

Het plangebied ligt in het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)', waarin het plangebied is bestemd voor 'Agrarisch met waarden'. Woningbouw is uitgesloten. In de noordoosthoek ligt een klein gedeelte van het plangebied in de gebiedsaanduiding 'overige zone - beschermingszone eendenkooi'. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan onherroepelijk van kracht geworden. Om aan deze gebiedsontwikkeling medewerking te verlenen is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet geschikt. In verband hiermede is een TAM-omgevingsplan (Tijdelijke Alternatieve Maatregel (afgekort TAM) nodig. (De TAM is bedoeld om een gebiedsontwikkeling te kunnen faciliteren die niet via een BOPA kan worden verleend.)

10

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)'. Plangebied geel omkaderd.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit TAMomgevingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 is de Waterparagraaf opgenomen. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 7 gaat in op het juridisch kader van het TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 9 is gewijd aan de financiële haalbaarheid. In hoofdstuk 10 is op basis van de voorgaande hoofdstukken gemotiveerd dat er met de nieuwe regeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Motivering

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

12

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Bestaande situatie

2.1.1 Historische ontwikkeling Stolwijk is een dorp gelegen in de gemeente Krimpenerwaard. De ontwikkeling van Stolwijk is nauw verbonden met de geschiedenis van het veenweidegebied waarin het ligt en heeft door de eeuwen heen meerdere fases doorgemaakt. Stolwijk ontstond in de middeleeuwen als een typisch lintdorp in het veenweidegebied. De naam Stolwijk wordt voor het eerst genoemd in de 13e eeuw. Het dorp ontwikkelde zich langs een veenstroompje en kreeg een langgerekte structuur, zoals gebruikelijk was in dit soort gebieden. De bewoners hielden zich vooral bezig met landbouw, veeteelt en turfwinning. Tussen de 16e en 18e eeuw groeide het dorp gestaag, mede door de ontginning van het veengebied. De kerk speelde een centrale rol in het dorp, zowel religieus als sociaal. De hervormde kerk van Stolwijk stamt oorspronkelijk uit de 15e eeuw, al is deze later meerdere keren verbouwd. De agrarische sector bleef de economische ruggengraat. In de 19e eeuw werd Stolwijk een zelfstandige gemeente. De bevolking groeide langzaam, het dorp bleef landelijk en kleinschalig. Er werden voorzieningen gebouwd zoals een school en een gemeentehuis. Ook de infrastructuur verbeterde geleidelijk. In de 20e eeuw maakte Stolwijk meer modernisering mee. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal woningen door grote uitbreidingen met name ten noorden van de Bovenkerkseweg.

Er kwam een bescheiden industriegebied en betere verbindingen met omliggende plaatsen, zoals Gouda. Vandaag de dag is Stolwijk een levendig dorp met een mix van oude boerderijen, nieuwbouwwijken en een dorpskern met winkels en voorzieningen. Het dorp trekt mensen aan die de rust van het platteland zoeken, maar toch dichtbij steden als Gouda willen wonen. De omgeving blijft gekenmerkt door veenweiden, sloten en typische Hollandse landschappen.

Figuur 3: Fragmenten Topotijdreis.

Motivering

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

2.1.2 Ruimtelijke en functionele structuur Veenweide Het grondgebied van Stolwijk ligt in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten met bruggetjes en knotwilgen en die van de ruimte met sloten en weilanden daarachter. De meeste beplanting is te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs dijkwegen, langs de Lek, langs de kavelgrenzen en de tiendwegen. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. Tevens zijn er een aantal min of meer geïsoleerde elementen in het landschap aanwezig, zoals de eendenkooi van Van der Marck (“Vlistse kooi”) tussen de Schenkelkade en de Bilwijkerweg. Een eendenkooi is een stuk land en water, ingericht om wilde eenden te vangen. Het is voorzien van een stelsel van bochtige en nauwe sloten, door een haag of omheining omgeven, waarin een aantal roep- of kwaakeenden als lokvogel dient. Aan het einde van de sloten bevindt zich een fuik.

Rond 1900 was het landschap in het weidegebied nog gevarieerder met meer houtwallen, hennepteelt, eendenkooien en dergelijke. Bebouwingslinten De bebouwing in het buitengebied bevindt zich in een aantal bebouwingslinten die over het gehele grondgebied te vinden zijn en die min of meer buurtschappen vormen. De bebouwingslinten kennen een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar. Kenmerkend zijn de doorzichten van de kleinschalige bebouwingslinten naar het open veenweidegebied. Stolwijk is ontstaan bij de kruising van twee linten: het lint Goudseweg (en Bilwijkerweg) - Tentweg en het lint Bovenkerkseweg - Benedenkerkseweg. Later is de provinciale weg N207 (de Schoonhovenseweg) ten westen van de Goudseweg-Tentweg aangelegd. Woonuitbreidingen zijn ontstaan in noordelijke, oostelijke en zuidelijke richting. Het dorp is nu vooral langgerekt in noord-zuidrichting. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dorp Stolwijk. Bestaande situatie omgeving plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de kern van Stolwijk. Aan deze rand staan vrijstaande woningen aan de Korenbloemstraat. Aan de westzijde liggen graslanden met verderop de Goudseweg met lintbebouwing, parallel aan de N207. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Bilwijkerweg waarop de ontsluiting van de nieuwe woonwijk wordt gerealiseerd.

Aan de oostzijde van de Bilwijkerweg ligt een rioolwaterzuivering van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Aan de noordzijde ligt het veenweidegebied met verderop aan de Bilwijkerweg een bebouwingslint met vrijstaande woningen.

14

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Bebouwingslint aan Bilwijkerweg.

Rioolzuivering gezien vanaf Bilwijkerweg.

Veenweidegebied.

Achterzijde woningen aan Korenbloemstraat.

Plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de kern Stolwijk direct ten westen van de Bilwijkerweg. Het exploitatiegebied heeft een omvang van circa 2,1 hectare en bestaat momenteel uit grasland en een aantal poldersloten. Een luchtfoto van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 4.

Motivering

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Figuur 4: Luchtfoto plangebied en omgeving.

Plangebied vanaf noordoostzijde.

Plangebied vanaf noordzijde met te behouden poldersloot in midden van het plangebied.

Zuidzijde van het plangebied.

Plangebied gezien vanaf de dorpskern.

16

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Landschap

Het plangebied ligt in de polder Laag Bilwijk. Deze polder strekt zich uit vanaf de kern van Stolwijk tot aan de Schenkel ten noorden van deze polder die de verbinding maakt met de Boezem van Bergambacht. Het polderlandschap ter plaatse bestaat uit een slagenpatroon in noord-zuidrichting met enkele sloten dwars hierop die de afwatering van het gebied verzorgen. De volledige polder is in gebruik als agrarisch grondgebied met een enkel agrarisch bedrijf langs de Bilwijkerweg en de Goudseweg. Het noordelijk deel van deze polder behoort tot NatuurNetwerk Nederland. Ten noordoosten van het plangebied, op circa 750 meter afstand, is een eendenkooi gelegen. Deze heeft een beschermde status als groen erfgoed. Daarnaast heeft de eendenkooi een beschermingszone van 750 meter (afpalingsrecht).

3.2

Bodem en water

3.2.1 Bodem Het plangebied maakt onderdeel uit van de zogenaamde koopveengronden op zeggeveen. Kenmerkend voor deze gebieden is de opstrekkende cope-verkaveling, met een dichtpatroon van parallelle sloten met hoge waterstanden. De tussenliggende kavels hebben dikwijls een hol profiel als gevolg een sterkere oxidatie en bodemdaling ten opzichte van de naast liggende slootranden. Het veen is soms met een dunne laag klei of zand bedekt, waarvan de herkomst niet altijd te achterhalen valt. Veengronden hebben last van bodemdaling en zijn gevoelig voor veenoxidatie doordat de bovenste kleilaag heel dun is. Droogte als gevolg van klimaatverandering zal de oxidatie doen toenemen. De veengronden in het plangebied worden nu voornamelijk als grasland voor de veeteelt gebruikt. Een uitsnede van de bodemkaart is opgenomen in figuur 5.

Figuur 5: Uitsnede bodemkaart. Door de bodemsamenstelling is de draagkracht van de grond niet optimaal. Voor een klein deel van het plangebied, het zuidelijk deel, is de draagkracht van de bodem slecht (figuur 6). Bij de planontwikkeling

Motivering

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

wordt hiermee rekening gehouden voor wat betreft de inrichting, planopzet en de wijze van funderen en voorbelasten.

Figuur 6: Uitsnede draagkracht. 3.2.2 Water Binnen het plangebied zijn diverse poldersloten aanwezig. Ten noorden van het plangebied loopt een primaire watergang die voor een belangrijk deel bijdraagt aan de afwatering van de polder Laag-Bilwijk waarin het plangebied is gelegen. De breedte van deze watergang wijkt af van de overige poldersloten. Direct langs en in het plangebied is een aantal poldersloten gelegen. Deze vormen aan alle zijden de natuurlijke begrenzingen van het gebied. Verder komt een aantal bruggen en dammen voor in en direct aan het plangebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van twee peilgebieden. Dat betreft het vaste waterpeil van het stedelijk gebied van Stolwijk, dat een peil heeft van -2,18 NAP, en het waterpeil van het buitengebied dat een fluctuerend waterpeil heeft tussen de -2,25 en -2,20 NAP. In figuur 7 zijn de peilgebieden aangeduid. Door het plangebied te betrekken bij het stedelijk gebied van Stolwijk met het vaste waterpeil wordt voorkomen dat er in de toekomst forse zettingen optreden.

18

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Figuur 7: Landschapsstructuur en grens waterpeil van buitengebied en stedelijk gebied.

3.3

Stedenbouwkundig plan

3.3.1 Motivering locatiekeuze De ligging in beschermingscategorie 3 'buitengebied' is gemotiveerd conform artikel 7.43h van de Omgevingsverordening, met aandacht voor de kenmerkende maat, schaal, het groene landschapskarakter, de relatie tussen dorp en buitengebied en ontstaansgeschiedenis. Belangrijkste argument bij de locatiekeuze van onderhavig plan is dat binnen de kern van Stolwijk nauwelijks nog ontwikkelruimte aanwezig is, terwijl wel behoefte bestaat aan woningbouw voor de lokale vraag. Uitbreiding aansluitend aan de kern is daarom noodzakelijk om in die behoefte te kunnen voorzien. Juist deze locatie is daarvoor passend, omdat zij direct aansluit op het bestaand stedelijk gebied en daarmee een logische afronding van de dorpsrand mogelijk maakt. Uitbreiding aan de westzijde van Stolwijk is ruimtelijk minder wenselijk en nauwelijks mogelijk, omdat daar het provinciaal beschermde Kroonjuweel van de Krimpenerwaard en de bijbehorende landschappelijke en cultuurhistorische waarden een sterke beperking vormen. Ook uitbreiding aan de oostzijde van Stolwijk is gelet op de landschapskenmerken in mindere mate wenselijk. Aan de zuidzijde van Stolwijk is veel zware bedrijvigheid aanwezig, die een belemmering oplevert voor het realiseren van een goed woon- en leefklimaat.

Noordse Weide biedt daardoor, in vergelijking met andere richtingen, de meest aanvaardbare mogelijkheid voor uitbreiding van de kern. De locatie kent landschappelijke en cultuurhistorische waarden, waaronder de openheid van het veenweidelandschap en de herkenbare slagenverkaveling. Deze waarden vragen om een integraal ontwerp en zorgvuldige inpassing, maar staan woningbouw op zichzelf niet in de weg. De beoogde stedenbouwkundige opzet laat een integraal ontwerp zien voor een woningbouwontwikkeling die aansluit op de kern, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de landschappelijke structuur, zichtlijnen, watergangen en de overgang naar het omliggende landschap. De ontwikkeling heeft onvermijdelijk invloed op de huidige openheid van de locatie. Daar staat tegenover

Motivering

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

dat deze effecten ruimtelijk aanvaardbaar kunnen worden beperkt door de compacte vorm van de uitbreiding en het feit dat de aanwezige landschappelijke structuren als uitgangspunt voor het plan genomen zijn. 3.3.2 Toelichting stedenbouwkundig plan De basis van het stedenbouwkundig plan is het huidige landschap als uitgangspunt te nemen. Alle bestaande poldersloten blijven gehandhaafd en worden waar mogelijk verbreed. Zo vormen ze de landschappelijke onderlegger en daarmee de hoofdstructuur van het plan. Binnen het plangebied blijven de twee noord-zuid gerichte 'polderslagen' en drie poldersloten behouden. Daarnaast sluiten de bestaande poldersloten aan de zuid- en noordzijde op het plangebied aan. Daarmee is het gebied volledig omsloten door water. Met de toekomstige bebouwing wordt hierop ingespeeld ter waarborging van het behoud van de genoemde 'polderslagen' en poldersloten. Het plangebied is opgedeeld in een drietal woonvelden. Het noordelijke woonveld vormt met haar open en dorpse bebouwingsrand, die uit tweekappers en vrijstaande woningen bestaat van twee lagen met een kap, een passende overgang naar het open polderlandschap. De noordelijk gelegen primaire watergang welke hieraan grenst wordt verbreed en voorzien van natuurvriendelijke oevers en passende boombeplanting en vormt zo samen met de voorgestelde bebouwingsrand een aantrekkelijke geheel.

Daarbij is tevens rekening gehouden met de aanwezige beschermingscontour van het paalrecht van de nabijgelegen eendenkooi door zo min mogelijk bebouwing binnen deze contour te realiseren. Het centraal gelegen woonveld voorziet in een tweetal appartementencomplexen aan de westzijde van het plangebied. Bij de positionering van deze complexen is rekening gehouden met de afstand tot de bestaande woonbebouwing in de omgeving (ca. 75 meter). Het zuidelijk gelegen appartementengebouw ten behoeve van de sociale huursector bestaat uit vier bouwlagen. Het appartementengebouw in de koopsector krijgt vijf bouwlagen. De vijfde bouwlaag krijgt een terugliggende verdieping ten opzichte van het vlak van de voorgevel (setback). Hiermee wordt het gebouw stedenbouwkundig en landschappelijk 'verzacht' als massa en goed ingepast in de omgeving. Beide wooncomplexen staan in een groene setting. Aan de noordoostzijde is het parkeren voorzien. Aan de oostzijde van dit centrale woonveld zijn grondgebonden woningen voorzien van twee lagen met een kap. Deze staan haaks op de Bilwijkerweg. Binnen de geurcontour van de rioolwaterzuivering is woonbebouwing niet toegestaan. Hier is een deel van het parkeren opgelost en is de ontsluiting vanaf de Bilwijkerweg voor een deel van het plangebied voorzien ondersteund door groen.

In het zuidelijke woonveld is mede naar aanleiding van de resultaten van de inspraak in het huidige plan een woonhofje opgenomen. Het woonhofje staat parallel aan de Bilwijkerweg en bestaat uit één bouwlaag met een kap. Door de positie van dit woonhofje en de groen- en waterrijke inrichting van het plangebied aan deze zijde ontstaat niet alleen een passende overgang naar de bestaande woonomgeving maar wordt ook een ruime afstand gecreëerd (circa 40 meter).

Voorbeeld appartementengebouw in vijf bouwlagen met setback.

20

Woonzorgcentrum 'Wilgenhoven' aan Kievitslaan 1 in Stolwijk met vijf bouwlagen, waarvan de vijfde bouwlaag terugliggend.

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Centraal in het plangebied blijft de bestaande noord-zuid gelegen poldersloot gehandhaafd. Deze wordt voorzien van een groene inrichting met een wandelpad erlangs. Zo wordt een aantrekkelijk ommetje door het plangebied mogelijk dat aansluit op de bestaande wijk. Daarnaast krijgt het plan aan de noordzijde een groenstructuur die een passende aansluiting krijgt met het water en de polder. Daar waar mogelijk (en in ieder geval aan de noord- en zuidzijde van het plan) worden de watergangen voorzien van natuurvriendelijke oevers. Verder komen er in het plan verblijfsplekken en wordt er, in overleg met de gemeente, een speelplek gerealiseerd. Het streven is om gebiedseigen bomen en overige beplanting toe te passen waaronder knotwilgen en elzen. Een vereenvoudigde weergave van het stedenbouwkundig plan is opgenomen in figuur 8. Een vogelvluchttekening is opgenomen in figuur 9. Het volledige stedenbouwkundig plan is opgenomen in Bijlage 1. Het plaatsen en ontwerpen van de appartementencomplexen en andere woningen vraagt bijzondere aandacht bij de architectonische en kwalitatieve uitwerking. In verband hiermede is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In paragraaf 3.3.4 wordt hierop nader ingegaan.

Figuur 8: Stedenbouwkundig plan.

Motivering

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Figuur 9: Vogelvluchttekening stedenbouwkundig plan (indicatief). 3.3.3 Woningbouwprogramma De stedenbouwkundige schets maakt in de huidige opzet totaal 94 woningen mogelijk. (Bij uitwerking wordt voorlopig rekening gehouden met een bandbreedte van 85 tot 95 woningen.) Dit plan maakt 28 sociale huurwoningen mogelijk (30%) en 35 betaalbare koopwoningen (37%). Met dit programma kunnen 60% nultredenwoningen worden gerealiseerd. Op basis van het stedenbouwkundig plan kan het volgende woonprogramma worden gerealiseerd (prijspeil 2025): Tabel 3.1: Woningbouwprogramma Noordse Weide. Categorie prijsklasse* huur, sociale huur € 900,07 per maand koop, betaalbaar 1 < € 315.000 koop, betaalbaar 2 € 315.000 -€ 405.000 koop, duur > € 405.000 Totaal * Prijspeil 2025.

aantal 28 10 25 31 93

percentage 30% 10,5% 26,5% 33% 100%

Dit programma is in lijn met het uitvoeringsprogramma van de gemeentelijke Woonvisie, de update van de Woonvisie en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Dit programma is al opgenomen met 80 woningen in de Regionale Projectenlijst Woningbouw 2024 (RPW) van Midden-Holland. De resterende woningen worden opgenomen in de actualisatie van de 'RPW 2026'.

22

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

3.3.4 Beeldkwaliteitsplan Buro SRO heeft een beeldkwaliteitsplan opgesteld in verband met de beoogde woningbouwontwikkeling. Daarmee wordt een aanvulling gedaan op de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Krimpenerwaard. Het doel is daarbij een goede ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en inrichting van de (openbare) buitenruimte te realiseren. Daarbij is het van belang voor de aanstaande planontwikkeling en toekomstige wijzigingen een kader vast te leggen. Dit biedt zekerheid aan de gemeente, omwonenden en andere betrokken partijen over de beoogde ruimtelijke kwaliteit. De in het rapport opgenomen referentiebeelden en renders dienen ter inspiratie. Het beeldkwaliteitsplan is afgestemd met de gemeentelijke stedenbouwkundige en heeft goedkeuring verkregen van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Krimpenerwaard. Het beeldkwaliteitsplan van 1 april 2026 is opgenomen in Bijlage 1 van de regels. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad apart van het TAM-omgevingsplan vastgesteld als beleid in de zin van artikel 4.19 Omgevingswet.

3.4

Verkeer en parkeren

3.4.1 Verkeer Het plangebied wordt ontsloten op de Bilwijkerweg. In noordelijke richting is Haastrecht bereikbaar. De dorpskern van Stolwijk ligt in zuidelijke richting. Het centrum is bereikbaar via de Hortensialaan/ Goudseweg of via Kievitslaan, Bovenkerkseweg/Dorpsplein. Via de Populierenlaan is de N207 aan te rijden richting Gouda en Bergambacht. Momenteel worden gesprekken gevoerd om het beheer van de Bilwijkerweg ter plaatse van het plangebied over te dragen van het Hoogheemraadschap naar de gemeente. De weg zal ter plaatse van het plangebied worden verbreed om een duurzame verkeerskundig veilige ontsluiting van het plangebied mogelijk te maken. Dit over een lengte van circa 235 meter. De snelheid wordt verlaagd van 60 km/uur naar 30 km/uur en ingericht als erftoegangsweg. Vanaf de Bilwijkerweg ontsluiten drie woonstraten het gehele gebied. Tussen de twee noordelijk gelegen woonstraten is tevens een calamiteitenontsluiting voorzien voor nood- en hulpdiensten. Parallel aan de Bilwijkerweg wordt een vrijliggend voetpad voorgesteld dat van noord naar zuid loopt en aansluit op de bestaande voetpaden in de kern van Stolwijk. Bilwijkerweg ter hoogte van het plangebied.

Hortensialaan.

Goudseweg.

Dorpsplein/Goudseweg.

Populierenlaan.

Rotonde N207 Stolwijk.

Openbaar vervoer en langzaam verkeer In de gemeente Krimpenerwaard zijn hoogwaardig openbaar vervoer lijndiensten aanwezig (R-net busverbinding naar Gouda, Schoonhoven en Rotterdam) met bushalten aan de N207. De bushalte

Motivering

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Hortensialaan, Stolwijk ligt op ongeveer 500 meter loopafstand Het gebruik van de fiets wordt bevorderd uit mobiliteits- en milieuoogpunt. Na realisatie van de woningbouw is het mogelijk het winkelcentrum van Stolwijk te bereiken via bestaande fiets- en wandelpaden (op circa 1,2 km fiets- en loopafstand).

Bushalte Dorp, Stolwijk

Bushalte Hortensiastraat, Stolwijk.

Duurzame mobiliteit Laadpalen voor elektrische auto's en fietsen dragen bij aan de stimulering van het gebruik van elektrische vervoer. De overgang naar duurzaam personenvervoer draagt bij aan het doel van de gemeente Krimpenerwaard om in 2050 energieneutraal te zijn en CO2-uitstoot te reduceren. In het plangebied wordt (ondergronds) de infrastructuur aangebracht voor het plaatsen van toekomstige laadpalen in de openbare ruimte. Ook worden er centrale parkeervoorzieningen voor fietsen gerealiseerd bij de twee appartementengebouwen. 3.4.1.1 Verkeerskundig onderzoek In verband met deze planontwikkeling heeft verkeerkundig adviesbureau Mobycon de verkeerskundige impact van de ontwikkeling van 100 woningen op de locatie onderzocht. Berekend is dat de ontwikkeling per saldo 636 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal zal genereren. Dit komt neer op omgerekend 51 pae (personenauto equivalent) tijdens het drukste ochtendspitsuur en 58 pae tijdens het drukste avondspitsuur. Op de erftoegangswegen Bilwijkerweg, Goudseweg en Populierenlaan bestaan in de huidige en toekomstige autonome situatie aandachtspunten. Deze worden door de ontwikkeling versterkt. De rotonde Populierenlaan/N207 heeft in de toekomstige autonome situatie een beginnend doorstromingsknelpunt.

Ook deze wordt door de ontwikkeling versterkt, maar dit valt wel binnen de marge van wat verkeerskundig acceptabel wordt geacht. De geconstateerde knelpunten bestaan al in de huidige en toekomstige, autonome situatie en kunnen redelijkerwijs niet aan de ontwikkeling toegeschreven worden. Toch zijn dit aandachtspunten bij het mogelijk maken van deze woningbouwontwikkeling. Binnen dit woningbouwproject wordt onderzocht welke verkeerskundige maatregelen getroffen kunnen worden om de mate waarin de aandachtspunten vergroot worden te compenseren. Daarbij wordt tevens onderzocht of de maatregelen haalbaar zijn. Dit kan bijvoorbeeld door de wegvakken of kruispunten waarop aandachtspunten bestaan anders in te richten of andere maatregelen te nemen waardoor het verkeer zich anders over het wegennet gaat verdelen. Wanneer deze maatregelen uitvoerbaar zijn en de toename van de aandachtspunten dus redelijkerwijs gecompenseerd worden, staat het aspect 'verkeer' het realiseren van de ontwikkeling van 100 woningen aan de Bilwijkerweg in Stolwijk niet in de weg. Het verkeerskundig onderzoek is opgenomen in Bijlage 2. 3.4.1.2 Aanvullend verkeerskundig onderzoek voor de kern Stolwijk Als vervolg op het onderzoek van Mobycon heeft bureau Bonotraffics een aanvullend 'Verkeersonderzoek Stolwijk' uitgevoerd om eventuele knelpunten binnen de kern van Stolwijk in kaart te brengen.

Hieruit kan het volgende worden afgeleid. Uit het onderzoek blijkt dat de groei van het aantal (auto)verkeersbewegingen tussen 2021 en 2040 vanwege autonome ontwikkeling en vastgestelde plannen met ca. 15% toeneemt op de Provincialeweg

24

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

N207 en met gemiddeld 24% op de invalswegen van Stolwijk. Dit is de referentie-situatie. Deze groei kan verklaard worden door enerzijds de landelijke vuistregel van ca 1% autonome groei van het verkeer per jaar. Daarnaast zijn in de omgeving van Krimpenerwaard woningbouwplannen. Wanneer ook rekening wordt gehouden met nog uit te werken plannen zoals Noordse Weide, wordt een extra groei van het aantal verkeersbewegingen verwacht, wat in verhouding een beperkte extra groei is. Dit is berekend in de plan-situatie. Geconstateerd wordt dat in de referentie-situatie doorstromingsproblematiek ontstaat op de rotonde N207-Populierenlaan. Gevolgen hiervan kunnen zijn dat verkeersveiligheid onder druk komt te staan en dat verkeer andere routes door Stolwijk gaat zoeken. Onderzocht is welke maatregelen wenselijk zijn in een minimaal scenario (1), een optimaal scenario zonder nieuwe infra (2) en een optimaal scenario met nieuwe infra (3). In alle gevallen doet Bonotraffics de aanbeveling om vanwege de autonome groei maatregelen te nemen, hoewel het ook een optie is om de gevolgen te accepteren. De belangrijkste maatregel die wordt aanbevolen is het opwaarderen van de rotonde N207- Populierenlaan. 1. Het minimale scenario bestaat uit het uitsluitend opwaarderen van de rotonde N207-Populierenlaan.

Hoewel dit scenario niet in strijd is met normen of wetgeving, wordt het vanuit het aspect verkeersveiligheid en leefbaarheid te minimaal geacht. 2. Scenario 2 benoemt aanvullende maatregelen aan de weginrichting van de Populierenlaan, Goudseweg, Tentweg en Bilwijkerweg, waarmee de verkeersveiligheid voor met name fietsers en voetgangs wordt verbeterd. 3. In scenario 3 zijn als nieuwe infra een extra ontsluitingsweg in zuidelijke richting onderzocht en een extra rotonde aan de noordzijde van Stolwijk in de N207. Bonotraffics concludeert dat een extra zuidelijke ontsluitingsweg in verkeerskundige zin weinig effect heeft. Een extra rotonde op de N207 ter hoogte van de ontwikkeling Noordse Weide kan in combinatie met andere maatregelen, enig positief effect hebben. Dit is een grote en kostbare ingreep. Geadviseerd wordt de maatregelen uit scenario 2 en 3 nader te onderzoeken, behalve de extra ontsluitingsweg in zuidelijke richting. Hoewel een extra rotonde op de N207 een grote, lastige ingreep is en veel kosten met zich meebrengt, wordt het zinvol geacht deze maatregel verder te onderzoeken. De Provincialeweg N207 en Bilwijkerweg vallen onder verantwoordelijkheid van de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Maatregelen aan deze wegen vanwege autonome groei van het verkeer zijn een verantwoordelijkheid van deze partijen.

Het college zal onderzoeken of de bevoegde instanties van deze wegen bereid zijn om verkeerskundige maatregelen te onderzoeken en te nemen. Voor dit onderzoek heeft de raad in zijn vergadering van 18 november 2025 een budget beschikbaar gesteld van €54.920,-. 3.4.1.3 Verkeersgeneratie De beoogde ontwikkeling dient door diens verkeersaantrekkende werking niet te leiden tot verkeerskundige aandachtspunten. In verband hiermede heeft Mobycon in haar verkeerskundig onderzoek de verkeersgeneratie en -afwikkeling van het verkeer van Noordse Weide berekend, waarin het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling is aangegeven, onderverdeeld in de verschillende categorieën woningen. De berekening is opgenomen in tabel 3.2.

Motivering

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Tabel 3.2: Berekening verkeersaantrekkende werking ontwikkeling.

In totaal bedraagt de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde planontwikkeling 636 motorvoertuigbewegingen per werketmaal. De verkeerstoename als gevolg van het plan leidt niet tot extra congestie (filevorming) op het omliggende wegennet. Onderzocht wordt of de toename van de aandachtspunten redelijkerwijs kunnen worden gecompenseerd. Met inachtneming hiervan staat het aspect 'verkeer' het realiseren van de ontwikkeling van 100 woningen aan de Bilwijkerweg in Stolwijk niet in de weg. 3.4.2 Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van thans de richtlijnen van het CROW 2024 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 744). Het plangebied ligt nu nog in het buitengebied, maar wordt na realisatie onderdeel van de kern van Stolwijk. In verband hiermede kan worden uitgegaan van de parkeerkencijfers voor rest bebouwde kom in niet stedelijk gebied. Op basis van een woonprogramma van 94 woningen is de parkeerbehoefte opgenomen in tabel 3.3.

Tabel 3.3: Parkeerbehoefte woningbouwplan Parkeernorm bewoners Aantal Functie wonen en bezoekers (0,15) woningen koop, huis, vrijstaand 2,05 per woning 3 koop, twee-onder-één-kap 1,95 per woning 10 koop, huis tussen/hoek 1,85 per woning 29 koop, appartement > 100 m² bvo 1,85 per woning 2 koop, appartement 75-100 m² bvo 1,45 per woning 0 koop, appartement < 75 m² bvo 1,45 per woning 22

26

Parkeerbehoefte 6,15 19,50 53,65 3,70 0 31,9

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

huur, appartement, sociale huur > 100 m² huur, appartement, sociale huur 75-100 m² bvo huur, appartement, sociale huur < 75 m² bvo Totaal

1,15 per woning 1,05 per woning

0

0,0

0,95 per woning

28

26,6

94

142 pp, waarvan 14 voor bezoekers

De parkeerbehoefte kan volledig binnen het plangebied worden gerealiseerd. Het parkeerplaatsenplan is opgenomen in figuur 10. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In artikel 15.1 van het TAM-omgevingsplan wordt dit geborgd.

Figuur 10: Parkeerplaatsenplan plangebied Noordse Weide (indicatief). Conclusie De verkeersbewegingen van de woningbouwontwikkeling kunnen worden opgevangen binnen de bestaande infrastructuur zoals dat is aangetoond in het verkeersonderzoek van Mobycon. De parkeerbehoefte kan worden opgevangen in het plangebied. De aanleg en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen wordt geborgd in artikel 15.1 van het TAM-omgevingsplan.

Motivering

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

28

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.

Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het Rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot TAM-omgevingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het Rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van de dorpskern met 94 woningen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren in de dorpsrand. Binnen de bestaande dorpskernen is hiervoor onvoldoende

Motivering

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

ruimte om het tekort aan woningen in de Krimpenerwaard te kunnen realiseren. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies is de woningbouwlocatie Noordse Weide passend. 4.1.2 Instructieregels rijk (AMvB's) Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor dit TAM-omgevingsplan is alleen het Bkl van belang.

Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden(§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Toetsing aan instructieregels Dit TAM-omgevingsplan maakt woningbouw mogelijk in de dorpsrand van Stolwijk. Een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vindt plaats in paragraaf 4.1.3. Een beoordeling aan milieu en gezondheid is opgenomen in paragraaf 6.1.

Hier is aangetoond dat deze belangen voldoende zijn beschermd. Verder blijkt uit de resultaten in paragraaf 6.1.6 dat in het plangebied de veiligheid is gewaarborgd. De waterbelangen zijn voldoende meegewogen in paragraaf 5.4. Deze ontwikkeling is niet in strijd met de instructieregels. 4.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt op grond van lid 2 met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is

30

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. In lid 4 is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, die beoordeling alleen tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat in de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede fysieke leefomgeving door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Bkl. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de ladder, zoals deze vanaf 1 januari 2024 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Behoefte Er is sprake van een behoefte aan woningen voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.1. De invulling van het plangebied met 94 woningen voor deze doelgroepen sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij wordt gestreefd naar duurzame wooneenheden aan de rand van de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Bestaand stads- en dorpsgebied De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie zijn lijnen uitgezet voor het begrip stedelijk gebied onder het Bkl.

Stedelijk gebied wordt in bijlage 1, onder A van het Bkl als volgt gedefinieerd als 'op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen'. Het plangebied grenst aan de dorpskern van Stolwijk. Binnen de kern Stolwijk is geen ruimte voor een woningbouwontwikkeling. De invulling van het plangebied met 94 woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op, zoals toegelicht in paragraaf 4.2.2. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over ontwikkelingen van deze omvang. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Bkl. De woningen zijn in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.

Motivering

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 18 februari 2025 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. Bij het maken van ruimtelijke keuzes wil de provincie meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De provincie onderzoekt hoe er kan worden gestuurd op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. Dit betekent dat water en bodem nog meer sturend worden gehanteerd als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. En dit betekent dat er een toekomstbestendige economie wordt nagestreefd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Daarbij wordt voorrang gegeven aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde.

Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit. Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, middenen grootbedrijf, in alle regio's en voor werkgevers en -nemers. Zo wordt ook het belang bewaakt om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn. Dit betekent bovendien dat ruimte beter zal worden beschermd om provinciale ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren. De nieuwe koers zal in samenspraak met medeoverheden en andere stakeholders, zowel thematisch als gebiedsgericht, nog nader worden uitgewerkt. Het is de bedoeling om de resultaten daarvan stapsgewijs in het Omgevingsbeleid van de provincie te verankeren door de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes hierop aan te passen. De ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes zijn: 1. Samenwerken aan Zuid-Holland 2. Bereikbaar Zuid-Holland 3. Schone energie voor iedereen 4. Een welvarend Zuid-Holland 5. Naar vitale balans water, natuur en landbouw 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland 7. Gezond en veilig Zuid-Holland. In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden.

Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op het juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over wat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale Realisatieagenda Midden-Holland Om de druk op de woningmarkt te verminderen, hebben provincie Zuid-Holland en het Rijk in oktober 2022 samenwerkingsafspraken gemaakt over het bouwen van 235.000 woningen in Zuid-Holland in de

32

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

periode 2022 tot en met 2030. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland. Daarin is opgenomen dat in de periode 2022 tot en met 2030 circa 20.000 nieuwbouwwoningen moeten worden toegevoegd. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. In paragraaf 4.3.1 wordt toegelicht dat het plan is opgenomen in het regionale woningbouwprogramma. Het woningbouwplan is hiermede passend. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit.

Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. De Kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland. Bij elk gebiedskenmerk zijn richtpunten geformuleerd, waar rekening mee moet worden gehouden. De Kwaliteitskaart met de bijbehorende richtpunten zijn een middel om vroeg in het planvormingsproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De kaart is opgebouwd uit vier lagen: laag van de ondergrond laag van de natuur- en cultuurlandschappen laag van de stedelijke occupatie laag van de cultuurhistorie Alle lagen hebben een relatie met elkaar.

De laag van de ondergrond gaat over de bodem en de natuurlijke landschapsvormende processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen behandelt de laag van het zichtbare landschap. Deze laag wordt gevormd door eeuwenlang grondgebruik door de mens. De laag van de stedelijke occupatie bestaat uit het stedelijk weefsel van wonen, werken, voorzieningen en de onderlinge netwerken. Tot slot gaat de laag van de cultuurhistorie over de herkenbaarheid van de geschiedenis van Zuid-Holland. Kwaliteitskaart In de kaart van de ondergrond (eerste laag) maakt het plangebied onderdeel uit van rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Als richtpunt wordt aangehouden dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil houden tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. In de kaart van de cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied in een veen(weide)landschap (figuur 11). De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen.

Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het

Motivering

33

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Noordse Weide, Stolwijk

veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Als richtpunten worden onder andere aangehouden: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Op de kaart van de Stedelijke occupatie ligt het zuidelijk deel van het plangebied in de dorpsrand (figuur 11). De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap.

Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen. De structuur die stad en land verbindt, kan een doorlopend kavelpatroon zijn. Stad en ommeland blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. Deze soort overgang is typisch voor dorpen of buitenwijken, waarbij de stedenbouwkundige opzet bijvoorbeeld geënt is op het oorspronkelijke landschappelijke (kavel)patroon. Richtpunt is dat ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=700d8f57-d148-4a7b-a00a-d684f5d5752b