CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting op herziening Reglement van Orde (voorheen ‘consultatieversie’)

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Herziening Reglement van Orde19.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

n.v.t. Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

32

Artikel 29. Termijnen Artikel 29. Termijnen Algemeen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad of raadscommissie anders beslist. 2. In beeldvormende commissievergaderingen wordt niet gewerkt met termijnen. Eerste termijn: vragenronde 3. De eerste termijn is de vragenronde. In deze ronde kunnen fracties politieke vragen stellen aan het college over het onderwerp. 4. Interrupties zijn niet toegestaan in de eerste termijn. 5. Raads- en commissieleden mogen verduidelijkende vragen stellen gedurende de beantwoording door de portefeuillehouder. Tweede termijn: debatronde 6. De tweede termijn is de debatronde. In deze termijn kunnen fracties met elkaar in debat gaan over het onderwerp of voorstel. 7. Het college en de burgemeester nemen niet deel aan de debatronde, tenzij dit naar oordeel van de voorzitter nodig is of de raad(scommissie) gedurende de beraadslagingen anders besluit.

Toelichting Toelichting -

huidige artikelnummers

Dit artikel bevat de opbouw van en spelregels voor reguliere beraadslagingen in de commissievergaderingen en raadsvergaderingen. Zie ook het kader onder aan de pagina voor een verdere toelichting.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

Reglement van Orde

15

-

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Nieuw opgenomen is dat interrupties tussen de fracties in de eerste termijn – in principe – niet zijn toegestaan. Dit om te markeren dat de eerste termijn bedoeld is om vragen te stellen aan het college. Nieuw opgenomen is dat het college – in principe – niet deelneemt aan de tweede termijn. Dit om te markeren dat de tweede termijn bedoeld is voor het onderlinge debat tussen de fracties.

Verordening op raadscommissies

16 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

BOB-evaluatie

De raad heeft uitgesproken meer onderling debat en een kleinere rol voor het college te willen tijdens oordeelsvormende commissievergaderingen en raadsvergaderingen. Conform de (eerdere) conclusies van de BOB-evaluatie is nu in het reglement vastgelegd dat interrupties niet zijn toegestaan in de eerste termijn (om te voorkomen dat hierdoor debat ontstaat) en dat het college geen tweede termijn heeft. De eerste termijn is expliciet een 'vragenronde', bedoeld om politieke vragen te stellen aan het college. De tweede termijn is de 'debatronde', waarbij het onderlinge debat tussen de fracties centraal staat. Het college heeft in de tweede termijn geen standaard mogelijkheid meer om te reageren (tenzij de situatie daarom vraagt). Het formaliseren van de vergaderstructuur en termijnen helpt de raad om serieus aan de slag te gaan met deze behoeften.

33

Artikel 30. Spreektijden Artikel 30. Spreektijden 1. In de raadsvergaderingen en oordeelsvormende commissievergaderingen wordt gewerkt met spreektijden. Iedere fractie heeft per vergadering in totaal de beschikking over 15 minuten spreektijd. Op voorstel van de voorzitter kan hiervan worden afgeweken. 2. Indien de spreektijd van een fractie, zoals bedoeld onder het eerste lid, op is, kan nog steeds het woord gevoerd worden over: a. het doen van een ordevoorstel, zoals bedoeld in artikel 33 van dit reglement; b. het aanvragen van een schorsing, zoals bedoeld in artikel 34 van dit reglement; c. het maken van een persoonlijk feit, zoals bedoeld in artikel 35 van dit reglement; d. het afgeven van een stemverklaring, zoals bedoeld in artikel 42 van dit reglement; 3. De vastgestelde spreektijd per fractie is niet van toepassing wanneer een raadslid het woord voert voor het verdedigen van een eigen initiatiefvoorstel, zoals bedoeld in 54 van dit reglement. 4. De voorzitter van de raad leest het dictum voor van (sub)amendementen en moties ingediend door een fractie die geen spreektijd meer heeft. 5. In het geval dat een vergadering wordt voortgezet op een uitloopavond, wordt standaard 5 minuten extra spreektijd aan fracties toegekend bovenop de overgebleven spreektijd, zoals door de voorzitter vastgesteld aan het einde van de eerste vergaderavond.

In uitzonderlijke gevallen kan de raad(scommissie), op voorstel van de voorzitter, beslissen om tot maximaal 15 minuten extra spreektijd toe te kennen.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

- Elke fractie heeft – conform de huidige spelregels – per vergadering een totale spreektijd van 15 minuten. In het nieuwe reglement worden de afspraken rondom verlengde vergaderingen

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk omschreven in het artikel, waarin deze voorheen in de toelichting stonden (onder -

meer in de toelichting op artikel 15a van het Reglement van Orde). Fracties krijgen standaard 5 minuten spreektijd extra op een uitloopavond en de voorzitter kan, in bijzondere gevallen, beslissen om tot 15 minuten extra spreektijd toe te kennen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er nog veel inhoudelijke agendapunten moeten worden behandeld. De griffie heeft in het verleden weleens de vraag gekregen of het dictum van een motie of amendement nog kan worden voorgelezen wanneer de spreektijd van een fractie op is. Conform het huidige reglement, valt het voorlezen van een dictum niet onder de uitzonderingen van de spelregel omtrent de maximale spreektijd per fractie. Indien dit aan de orde is, zal de voorzitter van de raad het dictum voorlezen.

Reglement van Orde

15a Verordening op raadscommissies

16, 16a Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Nieuw opgenomen is dat ook het verdedigen van een initiatiefvoorstel niet wordt meegerekend tot de spreektijd van een fractie.

34

Artikel 31. Woordvoering en bijdrage Artikel 31. Woordvoering en bijdrage 1. Bij raadsvergaderingen en oordeelsvormende commissievergaderingen geldt dat één vertegenwoordiger van elke fractie per agendapunt het woord mag voeren, tenzij anders besloten door de voorzitter. 2. Een raadslid of commissielid dat zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet dient te onthouden van deelname aan de beraadslagingen over een voorstel, laat dit voorafgaand aan de vergadering weten aan de griffier. Hiervan wordt een aantekening gemaakt in de besluitenlijst. 3. Een spreker voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Een spreker voert het woord vanaf zijn plaats of vanachter de katheder en richt zich tot de voorzitter. 4. Een spreker voert in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij anders besloten door de voorzitter. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een spreker over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt het plegen van een interruptie of doen van een ordevoorstel of persoonlijk feit niet meegerekend. 6. Een spreker levert een beknopte bijdrage en valt niet in herhaling. 7.

Bij beraadslagingen in raadsvergaderingen over voorstellen die, naar aanleiding van de behandeling in een oordeelsvormende commissievergadering, als bespreekstuk door de raad zijn geagendeerd, worden enkel de aspecten behandeld die: a. overeenkomstig artikel 14, lid 4, van dit reglement tijdens de commissievergadering zijn genoemd als nadere bespreekpunten; b. bij het vaststellen van de agenda in de raadsvergadering aanvullend door de fracties zijn aangedragen; c. onderdeel vormen van amendementen en moties die bij het betreffende voorstel zijn ingediend; d. naar het goedbevinden van de voorzitter van de raad aanvullend aan de orde worden gesteld tijdens de beraadslagingen. 8. Het is in de regel niet mogelijk om te interrumperen op een interruptie. De voorzitter kan hiervan afwijken.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is in lijn met de huidige spelregels.

Nieuw opgenomen is de verwijzing naar artikel 28 van de Gemeentewet. Deze bepaling markeert onder t.o.v. meer dat raads-praktijk en commissieleden niet het woord mogen Inhoudelijke wijziging huidige - voeren over voorstellen waarbij zij een persoonlijk belang hebben (hetgeen ook is verankerd in de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur). In het nieuwe reglement is duidelijker opgenomen dat het debat in de besluitvormende raad in principe dient te worden beperkt tot de in de oordeelsvormende commissie geadviseerde bespreekpunten. Deze afspraak stond in de toelichting (van artikel 15 van het oude Reglement van Orde) en is nu opgenomen als bepaling.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

15 Verordening op raadscommissies

16 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Nieuw opgenomen is dat het in principe niet is toegestaan om te interrumperen op een interruptie. Een interruptie is een vraag gericht aan de huidige spreker, bedoeld om een directe reactie of debat te krijgen. Het interrumperen op een interruptie leidt tot een minder gestructureerd debat. Wel kan de voorzitter van deze spelregel afwijken en blijft het toegestaan om bijvoorbeeld een persoonlijk feit of voorstel van orde te doen tijdens de interruptie van een andere deelnemer.

35

Artikel 32. Handhaving van orde Artikel 32. Handhaving van orde 1. De voorzitter handhaaft de orde. 2. De voorzitter bepaalt wie op welk moment het woord voert en kan sprekers het woord ontnemen. 3. Indien een spreker zich, ter beoordeling aan de voorzitter, beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de beraadslaging over dat onderwerp het woord ontnemen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. 5. De voorzitter kan de raad of raadscommissie voorstellen om aan een raadslid of commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat het raadslid of commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. 6.

Na herhaling van de in het vijfde lid bedoelde gedragingen kan het raadslid of commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. De raad neemt hierover een besluit op voorstel van de voorzitter van de raad en na afstemming in het presidium. In de raadsvergadering wordt niet over het voorstel beraadslaagd.

Toelichting Toelichting -

Waar mensen willen scoren, moet ook een scheidsrechter zijn. Dit artikel gaat over een van de basiselementen van het voorzitterschap: het handhaven van de orde.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

17

-

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk In dit artikel is in lid 6 verduidelijkt dat alleen de voorzitter van de raad (lees: de burgemeester) een voorstel kan doen aan de raad om een commissielid dat herhaaldelijk de orde verstoort voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De betreffende bepaling in de huidige Verordening op de raadscommissies is zo geformuleerd dat het lijkt of de commissievoorzitter of de raadscommissie hierover kunnen beslissen, maar een dergelijk zware beslissing past niet bij de raadscommissie en dient genomen te worden in een raadsvergadering. Wel blijft het mogelijk om op voorstel van de commissievoorzitter een lid dat de orde verstoort uit de lopende vergadering te laten verwijderen.

Verordening op raadscommissies

20 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

De bepaling dat een commissielid (of raadslid) bij het herhaaldelijk vertonen van verstorend gedrag voor drie maanden de toegang tot de vergadering kan worden ontzegd, volgt uit artikel 26 van de Gemeentewet.

36

Artikel 33. Ordevoorstel Artikel 33. Ordevoorstel 1. Raads- en commissieleden die deelnemen aan de vergadering kunnen tijdens de vergadering mondeling een ordevoorstel betreffende de vergadering doen. 2. De raad of raadscommissie beslist terstond over ordevoorstellen. Bij het staken van de stemmen is het ordevoorstel verworpen.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is in lijn met de huidige spelregels.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

19 Verordening op raadscommissies

21 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

37

Artikel 34. Schorsingen Artikel 34. Schorsingen Op voorstel van de voorzitter of op verzoek van een lid van de raad of raadscommissie kan worden besloten om een vergadering voor een door de voorzitter vast te stellen tijd te schorsen.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

In de huidige documenten vallen schorsingen onder ‘voorstellen van orde’ en worden deze alleen benoemd in de toelichting (onder meer in de toelichting op artikel 19 van het oude Reglement van Orde). In het nieuwe reglement hebben schorsingen een Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk eigen artikel gekregen. -

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

Reglement van Orde

19 Verordening op raadscommissies

21 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

38

Artikel 35. Persoonlijk feit Artikel 35. Persoonlijk feit 1. De voorzitter stelt een lid van de raad, de raadscommissie of het college, dat het woord voor een persoonlijk feit verlangt, in de gelegenheid een beknopte aanduiding van dat feit te geven. 2. Een persoonlijk feit moet betrekking hebben op een bejegening van een lid tijdens de vergadering, die als kwetsend of schadelijk wordt ervaren. 3. De beslissing of iets een persoonlijk feit is, wordt door de voorzitter genomen.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

In het kader van een goed verloop van het debat, waarin de inhoud centraal staat, kunnen deelnemers een persoonlijk feit maken. Bij een persoonlijk feit valt te denken aan opmerkingen die als t.o.v. beledigend of aantijgingen Inhoudelijke wijziging huidige praktijk die als onterecht worden ervaren. -

Reglement van Orde

15b Verordening op raadscommissies

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk In de huidige documenten staat dat een persoonlijk feit in ten hoogste twee termijnen wordt behandeld. Dat suggereert dat er discussie kan worden gevoerd over een persoonlijk feit. Dat is echter niet wenselijk. Het is aan de voorzitter om te beslissen of iets een persoonlijk feit vormt en dient de verdere orde te handhaven, zodat zo snel mogelijk door kan worden gegaan met de beraadslagingen.

16b Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

39

Artikel 36. Besluit Artikel 36. Besluit 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over het te nemen besluit.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is overgenomen uit het huidige Reglement van Orde.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

21 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

40

Artikel 37. Stemmingen Artikel 37. Stemmingen 1. Stemming vindt plaats via de elektronische weg, en indien dat niet mogelijk is via handopsteken. 2. Een raadslid dat zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet dient te onthouden van deelname aan een stemming, laat dit voorafgaand aan de vergadering weten aan de griffier. Hiervan wordt een aantekening gemaakt in de besluitenlijst. 3. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 4. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. 5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. 6. Een raadslid dat zich bij stemmen heeft vergist, kan deze vergissing herstellen tot het moment dat de voorzitter aangeeft dat de stemming gesloten wordt en de uitslag is vastgesteld. 7. Als een raadslid zijn vergissing niet tijdig heeft hersteld, kan hij na afloop van de stemming vragen om aantekening dat hij zich heeft vergist. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8. In een oordeelsvormende commissievergadering vinden alleen stemmingen plaats over geheimhouding en ordevoorstellen. 9.

In beeldvormende commissievergaderingen en buiten-BOB-bijeenkomsten vinden geen stemmingen plaats.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is lijn met de huidige spelregels.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

22 Verordening op raadscommissies

15 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

41

Artikel 38. Hoofdelijke stemming Artikel 38. Hoofdelijke stemming 1. Stemmingen vinden hoofdelijk plaats indien een raadslid daarom verzoekt. Dit gebeurt digitaal, waarbij de griffier de uitslag per raadslid op het scherm toont. Indien stemming via de elektronische weg niet mogelijk is, is de procedure zoals beschreven in het tweede, derde en vierde lid van toepassing. 2. Bij een niet-elektronische hoofdelijke stemming worden raadsleden door de griffier hoofdelijk opgeroepen te stemmen. Ieder lid brengt hierbij mondeling zijn stem uit met de woorden ‘voor’ of ‘tegen’. 3. Voor de stemming wordt door het lot beslist bij welk lid op de presentielijst de oproeping begint. 4. Een raadslid dat zich tijdens een hoofdelijke stemming heeft vergist, kan deze vergissing slechts herstellen voordat het volgende raadslid heeft gestemd.

Toelichting Toelichting -

huidige artikelnummers

In artikel 32 van de Gemeentewet is bepaald dat zowel een raadslid als de voorzitter om een hoofdelijke stemming kan vragen. De raad kan hier niet van afwijken.

Reglement van Orde

De omschrijving van de procedure bij eenpraktijk hoofdelijke stemming is aangepast naar de Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige

22

- huidige praktijk. In deze gemeente wordt bij een hoofdelijke stemming eveneens gebruikgemaakt van de stemkastjes en wordt de uitslag op persoonsniveau getoond op het scherm. De klassieke procedure waarbij de griffier raadsleden bij naam oproept om hun stem uit te brengen is eigenlijk niet aan de orde, maar wel als tweede optie beschreven om op terug te kunnen vallen wanneer het elektronische stemsysteem onverwachts niet werkt. De omschrijving van de digitale methode stond al in de toelichting op artikel 22 (waarin de stemmingen worden beschreven), maar is in het nieuwe reglement dus verplaatst naar het artikel en aangemerkt als primaire methode.

Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

42

Artikel 39. Stemmingen over personen Artikel 39. Stemmingen over personen Stemmingen over personen 1. Stemmingen over benoemingen, aanbevelingen en voordrachten van personen vinden schriftelijk plaats. 2. Bij stemmingen over personen benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. Personen die onderwerp van stemming zijn kunnen niet lid zijn van het stembureau. Het stembureau benoemt uit zijn midden een voorzitter. Het stembureau wordt bijgestaan door de griffier. 3. Bij schriftelijke stemmingen is ieder ter vergadering aanwezig raadslid verplicht zijn stem uit te brengen, behoudens de leden die zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet moeten onthouden van deelname aan de stemming. 4. Raadsleden brengen hun stem uit door een stembriefje in te vullen in lijn met de aanwijzingen op het stembriefje. 5. Het stembureau controleert of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat op grond van het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt er een nieuwe stemming gehouden. 6. Als het juiste aantal stembriefjes is ingeleverd, opent de voorzitter van het stembureau de briefjes. Stembriefjes moeten overeenkomstig de aanwijzingen zijn ingevuld.

Niet, verkeerd of onvoldoende duidelijk ingevulde stembriefjes worden aangemerkt als ongeldige stem. 7. Het stembureau stelt de uitslag gezamenlijk vast. De voorzitter van het stembureau doet hiervan mededeling in de vergadering. Na vaststelling van de uitslag worden de stembriefjes onder de zorg van de griffier vernietigd. 8. De raad kan tijdens de vergadering beslissen dat zich bij een stemming een onregelmatigheid heeft voorgedaan die van invloed heeft kunnen zijn op de uitslag. In dat geval is de stemming nietig en vindt onmiddellijk een nieuwe stemming plaats. Herstemming over personen en loting 1. Wanneer bij een meervoudige voordracht niemand bij de eerste stemming een volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt direct een tweede stemming plaats. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, vindt een derde stemming plaats over de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt over welke twee personen de derde stemming plaats zal vinden. 3. Als bij de tussenstemming of de derde stemming de stemmen staken, vindt een loting plaats. 4.

Bij de onder het derde lid bedoelde loting worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben door de voorzitter van het stembureau op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door de andere twee leden van het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembus gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter één briefje uit de stembus. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt is gekozen.

43

Toelichting Toelichting -

huidige artikelnummers

In artikel 31 van de Gemeentewet is bepaald dat stemmingen over personen geheim zijn.

Reglement van Orde

Nieuw is dat ook de procedure voor herstemming Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk over personen is beschreven in het

24

- artikel. Deze procedure volgt op hoofdlijnen uit de Gemeentewet (artikel 31) en is in lijn met de gebruikelijke invulling door gemeenten.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

44

Artikel 40. Staken van stemmen Artikel 40. Staken van stemmen 1. Wanneer bij stemmingen, niet zijnde stemmingen over personen, de stemmen staken en de raad is voltallig, is het voorstel niet aangenomen. 2. Is de raad niet voltallig, dan wordt de beslissing over het voorstel uitgesteld naar een volgende vergadering, waarin op voorstel van de voorzitter ook de beraadslagingen mogen worden heropend. 3. Staken de stemmen opnieuw, dan is, ongeacht of de raad voltallig is, het voorstel verworpen. 4. Onder een voltallige raad wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht. 5. Wanneer de stemmen staken in een oordeelsvormende commissievergadering, wordt het voorstel verworpen.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

In het huidige Reglement van Orde staat de procedure voor wanneer de stemmen staken bij stemmingen over reguliere voorstellen enkel summier beschreven in de toelichting op artikel 22. In het nieuwe reglement wordt de procedure toegelicht in Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk een apart artikel. Deze procedure volgt uit de artikel 32 van de Gemeentewet. Tevens is in het reglement opgenomen dat een voorstel wordt verworpen wanneer de stemmen staken in een oordeelsvormende commissievergadering. In deze vergaderingen wordt in principe niet gestemd. Uitzonderingen zijn ordevoorstellen en voorstellen aangaande geheimhouding. Voor stemmingen bij ordevoorstellen is de procedure eveneens geregeld in artikel 33 van het nieuwe reglement.

Reglement van Orde

22 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

n.v.t.

Geen.

45

Artikel 41. Volgorde stemming over amendementen en moties Artikel 41. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. Indien het meest verstrekkende amendement wordt aangenomen, wordt er niet meer over de minderverstrekkende amendementen gestemd. 4. Als meerdere moties over hetzelfde onderwerp zijn ingediend, wordt eerst over de meest verstrekkende motie gestemd. Indien de meest verstrekkende motie wordt aangenomen, wordt er niet meer over de minderverstrekkende motie gestemd. 5. Als bij een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. 6. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

In het nieuwe reglement is opgenomen dat bij moties over hetzelfde onderwerp eerst over de meest verstrekkende motie wordt gestemd. Indien de meest verstrekkende motie wordt aangenomen, wordt er niet meer over de minderverstrekkende motie Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk gestemd. Dit is conform de procedure bij amendementen en de huidige werkwijze. -

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

Reglement van Orde

23 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

46

Artikel 42. Stemverklaring Artikel 42. Stemverklaring 1. Nadat de raad gestemd heeft, kunnen raadsleden hun stemgedrag kort toelichten. 2. Een stemverklaring dient te zijn beperkt tot een korte uitleg over de stem. Een stemverklaring mag niet het karakter hebben van een termijn.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

Dit artikel is in lijn met de huidige spelregels. De omschrijving van een stemverklaring stond in de toelichting op artikel 20 van het oude Reglement van Orde en is nu opgenomen als bepaling.t.o.v. huidige praktijk Inhoudelijke wijziging

Reglement van Orde

20

-

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

47

Artikel 43. Besluitenlijst en toezeggingen Artikel 43. Besluitenlijst en toezeggingen 1. De griffier draagt zorg voor een besluiten- en toezeggingenlijst van de vergaderingen van de raad en het presidium. 2. De commissiegriffiers dragen zorg voor besluiten- en toezeggingenlijst van de oordeelsvormende commissievergaderingen, agendacommissie en auditcommissie. 3. De conceptversie van een besluiten- en toezeggingenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering van het respectievelijke gremium vastgesteld. Na vaststelling wordt de besluiten- en toezeggingenlijst door de voorzitter en griffier ondertekend.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

Dit artikel is beter toegeschreven naar de huidige praktijk. In het huidige Reglement van Orde wordt ook gesproken over een ‘(schriftelijk) verslag’. Conform de huidige werkwijze wordt er enkel t.o.v. een beknopte Inhoudelijke wijziging huidigebesluitenpraktijk en toezeggingenlijst gemaakt. Ook wordt de vergadering opgenomen [zie hiervoor artikel 44]. -

Reglement van Orde

25 Verordening op raadscommissies

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk De bepalingen over (de inhoud van) een schriftelijk verslag zijn geschrapt, omdat in de praktijk niet meer wordt gewerkt met schriftelijke verslagen.

14 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

48

Artikel 44. Audio- en videoverslag en beeldregistraties door derden Artikel 44. Audio-video verslag en beeldregistraties door derden 1. Van openbare raadsvergaderingen, oordeelsvormende commissievergaderingen en in de regel van beeldvormende commissievergaderingen worden geluid- en beeldregistraties gemaakt. Deze vergaderingen worden live uitgezonden en na afloop beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem. 2. Anderen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Toelichting Toelichting -

Openbare vergaderingen van de raadscommissies en gemeenteraden worden live uitgezonden. Anderen die beelden willen maken, dienen dit vooraf te melden bij de voorzitter.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

25, 31

-

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

Verordening op raadscommissies

14, 26 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

49

Artikel 45. Ingekomen stukken Artikel 45. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst voor ingekomen stukken geplaatst voor de eerstvolgende raadsvergadering indien deze: a. direct zijn gericht aan de gemeenteraad van Krimpenerwaard; b. door een herleidbaar persoon zijn ondertekend of toegezonden (inclusief contactgegevens). 2. De raad stelt op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. Over stukken op de lijst van ingekomen stukken vindt in de raadsvergadering geen inhoudelijke bespreking plaats. 4. De griffie ziet toe op de naleving van de vastgestelde afdoening. 5. Indien er vragen zijn of behoefte is aan bespreking van een ingekomen stuk in een raadscommissie dient een fractie hiervoor een verzoek in bij de agendacommissie middels het daarvoor beschikbaar gestelde format.

Toelichting Toelichting -

De gemeenteraad ontvangt de nodige ‘post’. In dit artikel wordt – conform huidige werkwijze – beschreven hoe er wordt omgegaan met ingekomen stukken.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk -

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Nieuw is opgenomen dat ingekomen stukken direct gericht aan de gemeenteraad van Krimpenerwaard en door een herleidbaar persoon ondertekend of verzonden moeten zijn.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

26 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

50

Artikel 46. Toehoorders en pers Artikel 46. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen en commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers gedragen zich naar de aanwijzingen van de voorzitter, geven geen tekenen van goed- of afkeuring en verstoren ook niet op een andere manier de orde. 3. De voorzitter is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. De voorzitter van de raad is bevoegd om toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is in lijn met het huidige Reglement van Orde.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

30 Verordening op raadscommissies

25 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

51

Artikel 47. Spreekrecht inwoners Artikel 47. Spreekrecht inwoners 1. Inwoners kunnen in een raadsvergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Inwoners kunnen in een oordeelsvormende commissievergadering het woord voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen die het beleidsterrein van de raadscommissie betreffen. 3. De voorzitter bepaalt of een inspreker het woord krijgt bij het agendapunt ‘Spreekrecht inwoners’ of dat diens bijdrage wordt behandeld voorafgaand aan de inhoudelijke bespreking van het onderwerp of voorstel waarop diens inspraakreactie betrekking heeft. 4. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten, aanbevelingen of ontslag van personen; c. een klacht die op grond van het Klachtenprotocol dan wel een melding op grond van de Gedragscode kan of kon worden ingediend; d. ingekomen stukken; e. moties vreemd vermeld op de agenda van de raadsvergadering; f. een onderwerp waarover afgelopen 12 maanden al is ingesproken tijdens een vergadering van een raadscommissie of raad en niet van nieuwe feiten of omstandigheden is gebleken, zulks ter beoordeling door de voorzitter op voorspraak van de griffie of ambtelijke organisatie. 5.

Een inwoner die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk 12:00 uur op de dag van de vergadering aan de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Indien van toepassing, vermeldt hij namens welke organisatie hij wil komen inspreken. 6. De maximumduur van het spreekrecht bedraagt 30 minuten. Elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 8. Insprekers voeren het woord vanaf een door de voorzitter aangewezen plaats. 9. Het is de inspreker niet toegestaan om namen te noemen tijdens zijn spreektijd of op te nemen in een inspreektekst. De inspreker dient zich te beperken tot de inhoud. 10. Na afloop van diens bijdrage krijgen deelnemers van de vergadering de gelegenheid om korte, verhelderende vragen te stellen aan de inspreker. Er vindt geen discussie plaats. 11. In overleg met de inspreker kan diens inspraakreactie na de vergadering schriftelijk op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst. 12. Tegen het afwijzen van het verzoek om in te mogen spreken bestaat geen mogelijkheid van bezwaar. 13.

Tijdens het inspreken is het toegestaan om beeld- en/of geluidsmateriaal te gebruiken. Dit materiaal dient direct bij aanmelding te worden aangeleverd bij de griffie. De voorzitter en griffier toetsen het aangeleverde materiaal op goede zeden en respectvol beeld.

52

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

Het spreekrecht is een instrument om burgers te betrekken bij de lokale politiek en het besluitvormingsproces. De raad heeft, onder meer in de BOB-evaluatie, aangeven de wijziging betrokkenheid vanhuidige burgers praktijk zeer te waarderen. Hoewel het spreekrecht Inhoudelijke t.o.v. geen formeel recht is dat volgt uit de Gemeentewet, is het spreekrecht voor burgers bij commissievergaderingen en raadsvergaderingen een bekende en gewaardeerde participatievorm.

Reglement van Orde

16 Verordening op raadscommissies

18

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Momenteel mogen burgers die gebruikmaken van het spreekrecht maximaal 3 minuten het woord voeren in oordeelsvormende commissievergaderingen en maximaal 5 minuten in raadsvergaderingen. In het voorgestelde verordening is de spreektijd per inspreker gelijkgetrokken en wordt uitgegaan van 5 minuten.

Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

De bepaling over het gebruikmaken van geluid- en beeldmateriaal door insprekers is aangevuld met de opmerking dat dit van tevoren moet worden aangeleverd, zodat het door de griffie en voorzitter gecontroleerd kan worden op goede zeden en respectvol beeld.

Terugkoppeling aangehouden motie M25-021 In de raadsvergadering van 3 juni jl. is door de fractie Pro Krimpenerwaard de motie ‘Inspreken bij beeldvormende commissie moet mogelijk zijn’ ingediend. Deze motie is aangehouden met de toezegging dat deze suggestie mee zou worden genomen bij de herziening van het Reglement van Orde.

Reactie griffie In de recente BOB-evaluatie heeft de raad uitgesproken vaker en meer stakeholders te willen horen bij beeldvormende bijeenkomsten. Aan deze wens wordt inmiddels uitvoering gegeven. Deze aanpak biedt ook kansen om de betrokkenheid van burgers in de beeldvormende fase van het BOB-traject te vergroten. De griffie adviseert echter om het spreekrecht burgers niet te formaliseren voor beeldvormende bijeenkomsten. Indien gebruik zou mogen worden gemaakt van het spreekrecht, zoals dat wordt bedoeld in dit artikel van het Reglement van Orde, moet hiervoor – afhankelijk van over welke onderwerpen er dan mag worden ingesproken – een vast onderdeel worden toegevoegd aan de agenda van beeldvormende bijeenkomsten, waar zo’n 20 minuten voor moeten gereserveerd. Dit is vanuit planningstechnische redenen niet wenselijk: het wordt dan lastiger om meerdere bijeenkomsten op één avond te plannen. Daarnaast is het over het algemeen wenselijk dat eerst het college en de organisatie de kans krijgen om het voorliggende onderwerp toe te lichten, voordat er andere perspectieven worden geboden.

53

Artikel 48. Aanbieden petitie aan gemeenteraad Artikel 48. Aanbieden petitie aan gemeenteraad 1. Inwoners kunnen een schriftelijke petitie aanbieden aan de gemeenteraad. Een petitie kan in ontvangst worden genomen voorafgaand aan een oordeelsvormende vergadering van de raadscommissie, die over het betreffende onderwerp gaat, door de commissievoorzitter of op verzoek door de voorzitter van de raad. 2. Een petitie zoals bedoeld in het eerste lid dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de aanbieder van de petitie is een ingezetene van de gemeente van 14 jaar of ouder; b. de petitie bevat een omschrijving van het onderwerp dat onder de aandacht wordt gebracht; c. de petitie is voorzien van ten minste 30 namen met handtekeningen van ingezetenen die voldoen aan de onder a gestelde voorwaarde; d. de petitie is niet eerder aangeboden aan en in ontvangst genomen door de gemeenteraad in de afgelopen 12 maanden. 3. Een inwoner die een petitie wil aanbieden meldt dit uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffie. De petitie en handtekeningen dienen digitaal te worden aangeleverd onder vermelding van de naam, geboortedatum, het adres en het telefoonnummer van de aanbieder. 4. De commissiegriffier controleert of de petitie voldoet aan de onder het tweede lid genoemde voorwaarden. Indien dat niet het geval is, kan de petitie niet in ontvangst worden genomen.

Tegen het afwijzen van het verzoek om een petitie aan te mogen bieden aan de raad bestaat geen mogelijkheid van bezwaar. 5. De aanbieder van de petitie wordt in de gelegenheid gesteld om deze toe te lichten in de onder het eerste lid bedoelde vergadering. Per petitie kan één inwoner het woord voeren. Daarvoor gelden de bepalingen voor het spreekrecht inwoners, zoals vastgelegd in artikel 47 van dit reglement. 6. De petitie wordt opgenomen op de lijst van ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 45 van dit reglement.

Toelichting Toelichting -

Dit is een nieuw artikel. Het huidige reglement bevat geen bepalingen over het aanbieden van petities door inwoners aan de gemeenteraad.

Het aanbieden van petities is alleen mogelijk bij de oordeelsvormende Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

- raadscommissies. Dit is een bewuste keuze. De inontvangstname van een petitie is minder goed te organiseren voorafgaand aan een raadsvergadering, omdat deze een vollere agenda hebben en meer vragen van de griffie en raad qua voorbereiding. Ook kan een petitie beter worden behandeld in de raadscommissie die inhoudelijke raakvlakken heeft met het onderwerp, vanwege de aanwezigheid van specifieke fractiespecialisten en woordvoerders. Door petities aan te bieden bij de raadscommissies, hebben fracties daarnaast meer tijd om eventueel iets met het signaal van de petitie te doen richting de raadsvergadering (bijvoorbeeld het indienen van een motie).

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

n.v.t. Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

Daar het Reglement van Orde enkel betrekking heeft op de werkzaamheden van de gemeenteraad, bevat dit artikel geen spelregels voor het aanbieden van petities aan de burgemeester of het college.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Zie bovenstaande Toelichting.

54

Artikel 49. Deelname vergaderingen door anderen Artikel 49. Deelname vergaderingen door anderen De raad(scommissie) kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is conform de huidige documenten.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

18 Verordening op raadscommissies

17 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

55

Artikel 50. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Artikel 50. Toepassing reglement op besloten vergaderingen 1. De raad en raadscommissies kunnen met gesloten deuren vergaderen wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 2. Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 3. Mondelinge informatie die in een besloten vergadering van de raad of een (raads)commissie ter kennis van de aanwezigen komt, is geheim, tenzij de raad of raadscommissie anders beslist. 4. Van een besloten vergadering van de raad of een raadscommissie wordt een afzonderlijk audio-video verslag gemaakt.

Toelichting Toelichting -

Dit artikel is in lijn met de huidige documenten.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

27, 28 Verordening op raadscommissies

22 Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

56

Artikel 51. Geheimhouding Artikel 51. Geheimhouding Besloten vergaderingen en geheimhouding bij mondelinge informatie 1. Mondelinge informatie die in een besloten vergadering van de raad of een raadscommissie ter kennis van de aanwezigen komt, is geheim, tenzij de raad of raadscommissie anders beslist. 2. Van een besloten vergadering van de raad en een raadscommissie wordt een afzonderlijk audiovideo verslag gemaakt, met uitzondering van vergaderingen van besloten commissies als het presidium, de agendacommissie, vertrouwenscommissie en werkgeverscommissie. 3. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijke besluiten- en toezeggingenlijst gemaakt. Deze wordt in een vergadering van het respectievelijke gremium vastgesteld. 4. Het audio-video verslag van een besloten vergadering is voor raads- en commissieleden raadpleegbaar via de griffie. De besluiten- en toezeggingenlijst wordt digitaal via een besloten systeem aan raads- en commissieleden ter beschikking gesteld. 5. De raad of de raadscommissie, die de besluiten- en toezeggingenlijst van een besloten vergadering heeft vastgesteld, kan besluiten om de geheimhouding hierop op te heffen en deze openbaar te maken. Geheimhouding bij schriftelijke informatie 1.

De raad, het college, de burgemeester en een (raads)commissie kunnen op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet (artikel 87 t/m 89) een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van schriftelijke informatie die bij dat orgaan berust. 2. Informatie waar geheimhouding is opgelegd, wordt digitaal via een besloten systeem ter beschikking gesteld. 3. Indien het college informatie waarop geheimhouding is opgelegd deelt met individuele raadsleden, dan moet deze informatie beschikbaar komen voor alle raadsleden. Dit geldt niet indien de informatie waarop geheimhouding is gelegd gedeeld wordt in besloten commissies zoals het presidium, de vertrouwenscommissie en de werkgeverscommissie. 4. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waarop geheimhouding is opgelegd, wordt ook verstrekt aan commissieleden, met uitzondering van informatie die betrekking heeft op individuele personen. 5. Informatie waarop geheimhouding is gelegd mag niet worden gedeeld en besproken met steunfractieleden. 6. Indien informatie waarop geheimhouding is opgelegd met de raad is gedeeld, is alleen de raad nog bevoegd de kring van geheimhouders uit te breiden.

De raad geeft het college echter de mogelijkheid om na het verstrekken van informatie waarop geheimhouding is gelegd aan de raad alsnog zelf de kring van geheimhouders uit te breiden als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Het college stelt de raad hiervan dan zo spoedig mogelijk via de griffie op de hoogte. Opheffen geheimhouding bij schriftelijke informatie 1. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad verstrekte informatie vervalt indien de raad de verplichting tot geheimhouding opheft. 2. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan een raadscommissie verstrekte informatie vervalt indien raadscommissie of de raad de verplichting tot geheimhouding opheft. 3. Indien de geheimhouding voor een bepaalde periode is opgelegd, vervalt de geheimhouding zonder verder besluit na de op de informatie vermelde einddatum geheimhouding. 4. Als de raad of raadscommissie voornemens is de geheimhouding van aan de raad of raadscommissie verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 5. Een verzoek tot openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) moet worden doorgeleid naar de raad als het gaat om aan de raad verstrekte informatie waar geheimhouding op ligt.

De raad beslist of de geheimhouding kan worden opgeheven alvorens door het college op het Woo-verzoek wordt beslist.

57

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

Dit artikel heeft een overzichtelijkere opbouw gekregen. In het huidige reglement is het artikel grotendeels uitgewerkt in de toelichting. Deze uitwerking is nu opgenomen in het artikel zelf. Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk - De regels omtrent geheimhouding volgen uit de Gemeentewet.

Reglement van Orde

29 Verordening op raadscommissies

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

24

Geen. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

58

Artikel 52. Moties Artikel 52. Moties 1. Raadsleden dienen moties – via de griffier – in bij de voorzitter. Dit gebeurt digitaal met gebruikmaking van het daarvoor opgestelde format. 2. Raadsleden kunnen een motie indienen bij een onderwerp of voorstel dat op de agenda staat. De behandeling ervan vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het betreffende overwerp of voorstel. 3. Een motie over een op de agenda vermeld onderwerp of voorstel wordt alleen in behandeling genomen als: a. deze in principe vóór 16:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering is ingediend; b. er gehoord de beraadslagingen, aanleiding is om een aangepaste of nieuwe motie ter vergadering in te dienen, zulks ter beoordeling van de voorzitter. 4. Raadsleden kunnen een motie indienen over een niet op de agenda opgenomen onderwerp of voorstel. De behandeling van een dergelijke ‘motie vreemd’ vindt in de regel plaats bij het gelijkluidende agendapunt. 5. Een motie vreemd wordt alleen in behandeling genomen als: a. deze vóór 16:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering is ingediend; b. de inhoud ervan betrekking heeft op een actueel onderwerp, waarvan de behandeling niet kan worden uitgesteld tot de raadscommissie en/of waarvoor geen ander instrument bestaat om het aan de orde te stellen, zulks ter beoordeling van de voorzitter. 6.

In afwijking van het onder a van zowel het derde als vijfde lid bepaalde, kunnen moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen ook buiten de genoemde termijn worden ingediend. Moties worden in beginsel direct gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. Dit is niet van toepassing op moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen. Deze worden pas gepubliceerd wanneer deze in de vergadering worden behandeld. 7. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die (mede-)ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en aanwezig zijn. 8. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond. 9. Een motie wordt geacht te zijn vervallen indien deze niet in stemming is gebracht in de eerstvolgende vergadering nadat deze op initiatief van de indiener(s) is aangehouden. 10. Een motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen kan niet worden aangehouden. 11. Een motie waar een stemming over heeft plaatsgevonden kan niet opnieuw worden ingediend, tenzij de stemming meer dan 12 maanden geleden heeft plaatsgevonden of er naar het oordeel van de voorzitter ontwikkelingen of omstandigheden zijn die het indienen van dezelfde motie of een motie van gelijkluidende strekking rechtvaardigen. 12.

Voordat het college of de burgemeester een bestuurlijke reactie geeft op een motie, vraagt de voorzitter eerst een feitelijke technische reactie op de uitvoerbaarheid van de motie.

59

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

De term 'motie' komt niet letterlijk in de Gemeentewet voor. Moties zijn geregeld in het Reglement van Orde van de raad. De gemeenteraad heeft redelijk wat vrijheid om spelregels te hanteren voor moties. Het is niet mogelijk om regels op te nemen Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk waarmee de indiening van moties wordt beperkt of gemaximaliseerd, mede omdat ieder raadslid het recht heeft om voorstellen op de agenda te plaatsen en het grondwettelijke uitgangspunt van vrijheid van beraadslagingen. Wel is het mogelijk om spelregels af te spreken over het tijdig aanleveren van moties en de wijze waarop wordt omgegaan met aangehouden moties.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Nieuw opgenomen is dat moties in principe tot 16:00 uur op de dag voorafgaand aan de vergadering kunnen worden ingediend (met uitzondering van moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen). Dit zodat de fracties en het college zich goed kunnen voorbereiden op de bespreking hiervan.

Reglement van Orde

34 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

Voor een motie vreemd geldt dat deze de dag voorafgaand 16:00 uur moet zijn ingediend om in behandeling te worden genomen. Daarnaast zijn er spelregels opgenomen over het aanhouden van moties en het opnieuw indienen van dezelfde of gelijkluidende moties.

BOB-evaluatie

Bij de recente BOB-evaluatie heeft de raad uitgesproken dat het wenselijk is om moties en amendementen tijdig aan te leveren, zodat de deelnemers van de vergadering zich hier goed op voor kunnen bereiden. Tijdens de evaluatie is ook stilgestaan bij de hoeveelheid moties die worden ingediend. Het gaat dan met name om de moties vreemd. Het is niet mogelijk om regels te stellen om de hoeveelheid moties per vergadering of fractie te maximaliseren. Het is aan fracties zelf om de afweging te maken hoeveel moties zij indienen. Hierbij kan, in het kader van de kwaliteit van de besluitvorming, onder meer rekening worden gehouden met de totale hoeveelheid spreektijd die per fractie beschikbaar is. Ook moties vreemd verdienen een inhoudelijke behandeling, aangezet vanuit de indiener.

60

Artikel 53. Amendementen en subamendementen Artikel 53. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben – via de griffier – in bij de voorzitter. Dit gebeurt digitaal met gebruikmaking van het daarvoor opgestelde format, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Een amendement of subamendement dient naar de vorm geschikt te zijn om direct te worden opgenomen in het conceptbesluit of het amendement, waarop het betrekking heeft. 3. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die (mede-)ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en aanwezig zijn. 4. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond. 5. Voordat het college of de burgemeester een bestuurlijke reactie geeft op een (sub)amendement, vraagt de voorzitter eerst een feitelijke technische reactie op de uitvoerbaarheid van het (sub)amendement.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

- Het recht om als raadslid amendementen in te dienen volgt uit artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel bevat geen inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het huidige reglement of de huidige praktijk: wel is expliciet opgenomen dat een Inhoudelijke wijziging t.o.v.enhuidige praktijkdient te zijn voor het instrument. In (sub)amendement naar vorm inhoud geschikt - de praktijk komt het soms voor dat een ingediend amendement qua strekking meer weg heeft van de motie. De griffie adviseert, zoals u weet, over de inzet van instrumenten en denkt mee over de juiste vorm (en bijpassende formuleringen).

Reglement van Orde

33 Verordening op raadscommissies

n.v.t.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk Geen.

Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

61

Artikel 54. Initiatiefvoorstellen Artikel 54. Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel indienen met gebruikmaking van het daarvoor opgestelde format. 2. Een initiatiefvoorstel bevat in ieder geval: a. een omschrijving van de aanleiding, het doel en de inhoud van het voorstel; b. een of meerdere onderbouwde argumenten en mogelijke kanttekeningen en alternatieven; c. een onderbouwde kostenraming of financiële dekking; d. indien relevant, een participatieverslag; e. een ontwerp-besluit; f. indien relevant, een uitwerking van of richtlijnen voor een vast te stellen verordening, regeling of ander document. 3. Een ontwerp-besluit van een initiatiefvoorstel bevat: a. geen oproep aan het college; b. geen waardeoordeel; c. geen beslispunt waar de raad de afgelopen 12 maanden al een besluit over heeft genomen. 4. De griffier controleert, voordat een initiatiefvoorstel wordt ingediend, of het voldoet aan de onder het tweede en derde lid genoemde voorwaarden en kan advies uitbrengen over de inhoud. 5. Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk – via de griffier – ingediend bij de voorzitter van de raad. De voorzitter controleert binnen 2 weken na ontvangst van het initiatiefvoorstel of het voldoet aan de in dit artikel opgenomen voorwaarden. De voorzitter brengt de initiatiefnemer hier schriftelijk van op de hoogte. 6.

Indien het initiatiefvoorstel naar het oordeel van de voorzitter niet voldoet aan de voorwaarden, kan de initiatiefnemer eenmalig binnen 2 weken een aangepast voorstel indienen. Indien het voorstel vervolgens naar het oordeel van de voorzitter nog steeds niet voldoet aan de voorwaarden, wordt het niet in behandeling genomen. In dat geval kan een initiatiefvoorstel niet opnieuw in behandeling worden genomen in een periode van 12 maanden na ontvangst van de afwijzing. Tegen het afwijzen van het initiatiefvoorstel bestaat geen mogelijkheid van bezwaar. 7. Indien het initiatiefvoorstel naar het oordeel van de voorzitter voldoet aan de voorwaarden, brengt hij de raad en het college zo spoedig mogelijk op de hoogte van het ontvangen initiatiefvoorstel. 8. Het college kan binnen 4 weken na ontvangst van het initiatiefvoorstel een schriftelijk advies hierover uitbrengen aan de raad. 9. Het initiatiefvoorstel wordt in de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie geagendeerd voor behandeling in een reguliere BOB-cyclus.

Toelichting Toelichting

huidige artikelnummers

-

Elk raadslid heeft het recht om een voorstel op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen, bijvoorbeeld voor nieuw beleid of aanpassing van een verordening (artikel 147a Gemeentewet). Eent.o.v. initiatiefvoorstel onderscheidt zich van andere Inhoudelijke wijziging huidige praktijk raadsinstrumenten als een motie of amendement, daar het lijkt op een regulier raadsvoorstel en om een eigen beleidsvormingsproces vraagt. Het initiatiefvoorstel is daarmee een 'zwaarder' instrument dat een langere doorlooptijd kent en om meer ambtelijke ondersteuning vraagt. Het huidige reglement bevat geen kaders om de kwaliteit van initiatiefvoorstellen te waarborgen. In het voorgestelde artikel zijn dan ook meer kaders opgenomen.

Reglement van Orde

35 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

n.v.t.

In het nieuwe reglement is duidelijk opgenomen welke elementen een initiatiefvoorstel dient te bevatten. Daarnaast is er een check door de griffier ingebouwd. Dit om de kwaliteit van initiatiefvoorstellen beter te waarborgen in het Reglement van Orde.

62

Artikel 55. Technische vragen Artikel 55. Technische vragen 1. Raads- en commissieleden kunnen technische vragen stellen aan het college en de burgemeester. 2. Technische vragen worden schriftelijk ingediend bij de griffie via het daarvoor beschikbaar gestelde format. De griffie bepaalt of de vragen naar hun aard en formulering passen bij het instrument. 3. De beantwoording van het college of de burgemeester vindt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 5 werkdagen, na indiening plaats. De beantwoording wordt schriftelijk aangeleverd. 4. Indien de beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de griffier hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt ook de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 5. De griffie brengt de vragen en beantwoording zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad, het college en de burgemeester.

Toelichting Toelichting -

Het karakter van technische vragen is vooral informatief en niet politiek van aard.

In het nieuwe reglement is duidelijker opgenomen dat de griffie bepaalt of de vragen naar hun aardwijziging en formulering bij praktijk het instrument (met andere woorden: of de Inhoudelijke t.o.v.passen huidige vragen technische of schriftelijke vragen betreffen). Dit is conform huidige praktijk. In het artikel is opgenomen dat het college of de burgemeester gemotiveerd moet aangeven wanneer de vragen niet binnen de reguliere termijn beantwoord kunnen worden, waarbij ook moet worden aangegeven binnen welke termijn de beantwoording wél kan plaatsvinden. Dit staat momenteel in de toelichting op artikel 39 van het huidige Reglement van Orde.

Inhoudelijke wijziging t.o.v. huidige praktijk

huidige artikelnummers

Reglement van Orde

39 Verordening op raadscommissies

n.v.t. Reglement van Orde voor het presidium

n.v.t.

Geen.

Niet overgenomen uit oude reglement: inlichtingen (artikel 40) Artikel 40 uit het huidige Reglement van Orde over inlichtingen is niet – letterlijk – overgenomen in dit herziende reglement. Het gaat hier om inlichtingen zoals bedoeld in de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet: raadsleden hebben recht op informatie van het college en de burgemeester, tenzij het openbaar belang zich daar aantoonbaar tegen verzet. Het college dient de raad enerzijds zelf actief te voorzien van alle informatie die de raad nodig heeft voor het uitoefenen van zijn taken en anderzijds hebben raadsleden het recht om zelf informatie op te vragen bij het college. Op dergelijke verzoeken kan het college schriftelijk of mondeling reageren. Er is voor gekozen om dit artikel niet over te nemen, omdat aan het inlichtingenrecht van de raad voldoende invulling wordt gegeven met het bestaande instrumentarium van technische en schriftelijke vragen, het vragenhalfuur en de mogelijkheid tot het voeren van een actualiteiten- of interpellatiedebat. Mochten zich er toch onvoorziene situaties voordoen, geldt vanzelfsprekend de ‘hogere regels’ zoals vastgelegd in de in dit kader genoemde artikelen van de Gemeentewet.

63

Artikel 56. Bestuurlijke vragen Artikel 56. Bestuurlijke vragen 1. Raadsleden kunnen bestuurlijke vragen stellen aan het college en de burgemeester. 2. Bestuurlijke vragen worden ingediend bij de griffie via het daarvoor beschikbaar gestelde format. De griffie bepaalt of de vragen naar hun aard en formulering passen bij het instrument. 3. De beantwoording van het college of de burgemeester vindt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen, na indiening plaats. De beantwoording wordt schriftelijk aangeleverd. 4. Indien de beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de griffier hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt ook de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 5. De griffie brengt de vragen en beantwoording zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad, het college en de burgemeester.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=7ddb0d2f-4273-44c5-b45c-6cd221b3ec11