BIJL - toelichting BP Winveld Rodenhuis.pdf
Tekst van het document
Bij de herinrichting komen er 15 bestaande putten te vervallen. Dit zijn de oudste putten die aan het einde van hun levensduur zijn. Op de nieuwe winpercelen ten noorden van het huidige winveld worden 15 nieuwe winputten geplaatst. Het totale aantal winputten (35) en de totale wincapaciteit (15 miljoen m³/jaar)
Toekomstige situatie winveld (bron: Atron Engineering) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
27
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
van de locatie blijft daarmee gelijk. Er is alleen sprake van een verschuiving van de capaciteit. Op het bestaande winveld zal na de herinrichting circa 60% van de wincapaciteit overblijven. Ongeveer 6,4 miljoen m³/jaar wordt verschoven naar de nieuwe winpercelen. Zowel in de huidige als toekomstige situatie kan er per winput maximaal 80 m³ water per uur worden onttrokken. In de bovenstaande figuur is de ligging van de nieuwe en bestaande winputten aangeven. Ook is aangeven welke putten komen te vervallen. Een winput bestaat uit een pomp en een lange kunststof buis die diep in de grond zit. Onderin de buis zitten kleine gleufjes waar het grondwater naar binnen stroomt, het filter. De filters in de winputten op winveld Rodenhuis bevinden zich op dieptes tussen 15 tot 40 m -mv. Deze filters staan in een zandpakket van grof zand en grind. Een circa 11 meter dikke laag met klei, leem en veenlagen sluit dit zandpakket aan de bovenzijde af. Op een diepte van circa NAP -50 meter ligt de bovenkant van een slecht doorlatende kleilaag. Deze kleilaag begrenst het goed doorlatende zandpakket waaruit onttrokken wordt aan de onderzijde. De bijgaande tabel laat de bodemopbouw ter plaatse van winveld Rodenhuis zien. De onttrekking vindt plaats uit het eerste watervoerende pakket, de filterstelling is eveneens schematisch weergegeven in de tabel.
De filters van de nieuwe winputten worden op dezelfde diepte geplaatst als in de huidige situatie het geval is, de diepte van de winning verandert daarmee niet.
Bodemopbouw met globale filterstelling winputten winveld Rodenhuis (bron: Witteveen+Bos)
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
28
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Toekomstige inrichting winveld De nieuwe winputten op de nieuwe winpercelen ten noorden van het huidige winveld, zullen evenals de bestaande winputten, worden voorzien van groene puthuisjes. Deze huisjes hebben een oppervlakte van circa 2 m² en hoogte van circa 1,5 meter, waarmee deze zeer beperkt van omvang zijn. De huisjes zijn nodig om de winputten te beschermen. Naar de winputten wordt ondergrondse infrastructuur aangelegd in de vorm van kabels en leidingen voor de energievoorziening van de putten en de afvoer van het opgepompte water. Om de betrouwbaarheid van de winputten te vergroten, is een onafhankelijke energievoorziening voor de putten nodig. In de toekomst worden daarom op het winveld mogelijk ook 2 kleine transformatorhuisjes opgericht (oppervlakte max. 20 m²/hoogte max. 3,5 meter). De winputten zullen worden ontsloten door middel van een halfverhard onderhoudspad. Door de halfverharding zal het pad zoveel mogelijk opgaan in het omringende groene landschap. Daar waar het onderhoudspad een watergang kruist, zal een dam, al dan niet met een duiker, worden geplaatst. De duikers zijn zo gepositioneerd dat sprake blijft van een doorgaande waterstructuur.
Vanuit verkeersveiligheid (niet meer direct afslaan op de N210) en efficiency (het maken van één aansluitende onderhoudsronde) is het wenselijk dat de twee delen van het winveld, het deel ten westen van de Bergweg en het deel ten oosten van deze weg, middels één doorgaand onderhoudspad met elkaar verbonden zijn. Het pad kruist daarom ook de Bergweg en de watergangen
Toekomstige inrichting winveld Rodenhuis (bron: Atron Engineering)
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
29
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
langs deze weg. Aan de westzijde van de weg gebeurt dit middels een brug vanwege de hier aanwezige ecologische verbindingszone (zie onder) en aan de oostzijde middels een dam met duiker. Het geldende bestemmingsplan maakt binnen de bestemming ‘Water’ die aan de westzijde van de weg aanwezig is reeds bruggen mogelijk. Om deze reden en omdat de gronden van de watergang niet in eigendom zijn van Oasen, maken deze gronden geen deel uit van het plangebied. Vanuit veiligheidsoverwegingen ter bescherming van de openbare drinkwatervoorziening dient het winveld afgesloten te zijn van de omgeving. Voor de afscherming van het winveld aan de noordzijde kan gekozen worden voor een hekwerk van west naar oost, of een watergang van west naar oost. Gekozen is voor een watergang. Een watergang heeft namelijk een veel kleinere impact op landschappelijke en cultuurhistorische waarden dan een hekwerk. Een hekwerk zou gezien de benodigde lengte, hoogte en dichtheid deze waarden, waaronder de openheid, fors aantasten. Ten noorden van de rij met nieuwe winputten wordt daarom een nieuwe watergang gegraven. De nieuwe watergang zal vanaf de provinciale weg nauwelijks zichtbaar zijn en het langgerekte verkavelingspatroon zal nog steeds worden ervaren, aangezien dit patroon op het winveld behouden blijft. Al met al is de landschappelijke impact van de herinrichting van het winveld beperkt.
De winputten zullen in het landschap slechts zichtbaar zijn als kleine groene ‘doppen’ van 1,5 meter hoogte, waarvan het aantal niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Hierdoor blijft de openheid behouden. Het onderhoudspad zal door de toepassing van halfverharding zoveel mogelijk opgaan in het landschap. Het karakteristieke verkavelingspatroon van langgerekte percelen en sloten blijft op het winveld intact en op het winveld blijft grasland aanwezig. Kortom, het karakter/de uitstraling van het veenweidegebied blijft behouden.
Impressie puthuisjes; de openheid van het veenweidelandschap blijft behouden (bron: Witteveen+Bos)
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
30
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Het winveld zal daar waar mogelijk natuurvriendelijk worden ingericht en beheerd. Ten westen van het fietspad Bergweg loopt een ecologische verbinding van het Natuurnetwerk Nederland door het winveld. Deze verbinding wordt geïntegreerd in de inrichting van het winveld. Hiervoor wordt langs de watergang ten westen van de Bergweg een natuurvriendelijke oever aangelegd en de gronden ter plaatse van de verbinding zullen een meer ecologische inrichting krijgen dan met het huidige landbouwgebruik het geval is. Voorts zal het winveld beheerd worden als weidevogelgebied. De gronden van het winveld kunnen met restricties die vanuit de waterwinning en het natuurvriendelijk beheer gelden, worden aangewend voor agrarisch medegebruik. De landschappelijk-ecologische inrichting van het winveld is nader uitgewerkt in een landschappelijk-ecologisch inpassingsplan1. Dit inpassingsplan is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Voor een gedetailleerdere beschrijving van de landschappelijk-ecologische inrichting van het winveld wordt derhalve verwezen naar dit inpassingsplan. De ontsluiting van het winveld zal geschieden via een nieuwe ontsluiting op de rotonde in de N210. Deze ontsluitingsweg zal een vierde poot op de rotonde gaan vormen. Voor de ontsluiting wordt een brug over de Buitenwetering aangelegd. Het onderhoudspad op het winveld sluit direct aan op deze nieuwe ontsluiting.
Middels de nieuwe ontsluiting zal de verkeersveiligheid sterk verbeteren. Direct afslaan op de N210 is immers niet meer nodig. De huidige bruggen over de Buitenwetering zullen zoveel mogelijk worden verwijderd. Dit komt de kwaliteit van het landschap ten goede, aangezien hiermee ook de hekwerken op de bruggen verdwijnen. Enkele bruggen zullen behouden moeten blijven als calamiteitenontsluiting. Daarvoor is het noodzakelijk om te beschikken over meerdere toegangen tot het winveld. De herinrichting van het winveld zal geen extra verkeer opleveren. Het winveld genereert alleen verkeer voor beheer en onderhoud. Dit verkeer is er nu ook al en zal omdat het aantal winputten gelijk blijft niet toenemen. Op het winveld is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte voor beheer en onderhoud.
4.2
Vertaling naar bestemmingsplan
De herinrichting van winveld Rodenhuis is vastgelegd in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Daartoe hebben de gronden in het plangebied de bestemmingen ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ en ‘Verkeer’ gekregen. Het winveld is voorzien van de bestemming ‘Bedrijf–Nutsvoorziening’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – waterwinbedrijf’. Binnen deze bestemming zijn waterwinwerken mogelijk, alsmede hierbij behorende voorzieningen, zoals onderhoudspaden. Daarnaast mogen deze gronden worden gebruikt voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden van het veenweidelandschap en voor watergangen, (natuurvriendelijke) oevers, dammen en 1
Bui-TeGewoon groenprojecten, ‘Landschappelijk – ecologische inpassing herinrichting winveld Rodenhuis’, juni 2021
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
31
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
bruggen. De gronden van de ecologische verbinding van het Natuurnetwerk Nederland zijn specifiek op de verbeelding aangeduid als ‘ecologische verbindingszone’. Hierdoor is hier de ontwikkeling en instandhouding van een ecologische verbindingszone mogelijk. Binnen de bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Dit maakt de bouw van puthuisjes mogelijk. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel mogen er maximaal 2 kleine transformatorhuisjes worden opgericht. De nieuwe ontsluiting van het winveld op de rotonde in de N210 heeft de bestemming ‘Verkeer’ gekregen. Deze bestemming maakt wegen en bruggen mogelijk, waardoor hier de nieuwe ontsluiting kan worden aangelegd.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
32
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
5
5.1
RANDVOORWAARDEN – MILIEUASPECTEN
Inleiding
In dit hoofdstuk komen een aantal milieuaspecten aan de orde die van belang (kunnen) zijn voor de ontwikkelingen in het plangebied.
5.2
Geluid
5.2.1 Beleid en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De Wgh kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn er geen belemmeringen vanuit de Wgh voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen (objecten). Onder geluidgevoelige objecten worden in dit kader woningen, woonwagenstandplaatsen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, en speciaal benoemde gezondheidszorggebouwen verstaan. Daarnaast is er in de Wgh een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een ‘hogere waarde’ genoemd (‘hoger’ in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Er wordt een onderscheid gemaakt in geluidbelasting ten gevolge van (spoor)wegverkeer en ten gevolge van industrie.
5.2.2 Relatie met het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herinrichting van winveld Rodenhuis mogelijk. Een winveld is geen geluidsgevoelig object in de zin van de Wgh. Een akoestisch onderzoek en toetsing aan de grenswaarden van de Wgh is daarom niet nodig. 5.2.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect geluid.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1 Beleid en regelgeving In 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met deze wet zijn luchtkwaliteitseisen verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Er is vastgelegd dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
33
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/m³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/m³. In de Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16 van de Wet milieubeheer) is aangegeven in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmeringen vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen: 1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde ; 2. een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 3. een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.
In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. 5.3.2 Relatie met het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herinrichting van winveld Rodenhuis mogelijk. Het plan leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De winputten waarmee grondwater wordt onttrokken zijn voorzien van elektrische pompen. Het winveld genereert daardoor geen fijn stof of stikstofdioxide emissies. Het enige verkeer dat het winveld oplevert is verkeer voor beheer en onderhoud. Dit verkeer is er nu ook al en zal na de herinrichting niet toenemen. Het aantal winputten blijft immers gelijk.
Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is gekeken naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen in het plangebied. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten van het RIVM (peiljaar 2020) blijkt dat de
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
34
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
achtergrondconcentratie voor NO2 ter hoogte van het plangebied lager is dan 15 μg/m³. Voor PM10 is de achtergrondconcentratie lager dan 17 μg/m³ en voor PM2,5 lager dan 9 μg/m³. Deze concentraties zijn daarmee ruim lager dan de grenswaarden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening bestaan er daarom geen belemmeringen voor het plan. Het Besluit gevoelige bestemmingen is voor het bestemmingsplan niet van toepassing, omdat een winveld in dit besluit niet wordt aangemerkt als gevoelige bestemming. 5.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect luchtkwaliteit.
5.4
Externe Veiligheid
5.4.1 Beleid en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Wettelijk kader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden.
Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
35
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
5.4.2 Relatie met het plangebied Op basis van de risicokaart van de provincie Zuid-Holland is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt.
Uitsnede risicokaart met ligging plangebied en risicobronnen (bron: www.risicokaart.nl)
Risicovolle inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat in het plangebied of de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Op ruime afstand van het plangebied, aan de Tussenlanen, zijn wel een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig. Dit betreffen propaantanks met een inhoud kleiner dan 13 m³. Deze vallen daardoor niet onder het Bevi. Het plangebied ligt buiten het PR en invloedsgebied voor het GR van de propaantanks. Transport van gevaarlijke stoffen Nabij het plangebied vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats over het water en het spoor. Wel vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats over de weg. Transport van gevaarlijke stoffen over de weg gebeurt over de provinciale weg N210, die direct ten zuiden van het plangebied ligt. De plaatsgebonden risicocontour van deze transportroute komt niet buiten de weg. Het plangebied ligt derhalve niet binnen de PR contour. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van het GR. Door de herinrichting van het winveld zal de personendichtheid in dit gebied niet toenemen. Daarmee zal ook het GR niet toenemen. Op het winveld zullen alleen personen aanwezig zijn voor beheer en onderhoud. Dat is in de huidige situatie ook
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
36
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
al het geval. Dit personenaantal zal niet wijzigen aangezien het aantal winputten gelijk blijft. In de huidige situatie wordt bij de N210 de oriëntatiewaarde voor het GR niet overschreden. Op grond van artikel 8, lid 2, sub b, van het Besluit externe veiligheid transportroutes kan indien het GR met niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden volstaan worden met een beperkte verantwoording van het GR. Een winveld betreft geen (beperkt) kwetsbaar object. Indien er geen (beperkt) kwetsbaar object wordt gerealiseerd hoeft in deze verantwoording, alleen ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de weg. Daaromtrent kan het volgende worden vermeld. Voor bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit dient het plangebied en de omgeving voldoende bereikbaar te zijn, te zijn voorzien van voldoende blusmiddelen en opstelplaatsen voor hulpdiensten. Er kan vanuit gegaan worden dat dit voor het plangebied het geval is. Het plangebied kan zowel vanuit westelijke, oostelijke, zuidelijke (Broekselaantje) richting vanaf de weg worden bereikt. Ook vanuit noordelijke richting is dit eventueel mogelijk over het fietspad Bergweg. In de directe nabijheid is oppervlaktewater aanwezig dat kan worden gebruikt als bluswater.
Er zijn naar verwachting voldoende opstelplaatsen voor hulpdiensten aanwezig, onder meer op inritten en erven. Buisleidingen Uit de risicokaart komt naar voren dat in of in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen zijn gelegen, waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. 5.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect externe veiligheid.
5.5
Bodem
5.5.1 Beleid en regelgeving De bodemkwaliteit is in het kader van de Wro van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. Voor locaties waar ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde ontwikkeling met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan. Mocht er een verontreiniging zijn, dan dient inzichtelijk gemaakt te worden dat de bodem geschikt kan worden gemaakt. 5.5.2 Relatie met het plangebied De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) heeft voor de regio MiddenHolland de ‘Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021’ opgesteld. De gemeente Krimpenerwaard behoort tot deze regio. Onderdeel van de nota is een bodemkwaliteitskaart. Op de bodemkwaliteitskaart zijn zones met een bepaalde gemiddelde bodemkwaliteit aangegeven. Binnen een
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
37
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
zone is de kwaliteit min of meer gelijk, terwijl de zones onderling juist van kwaliteit verschillen. Er zijn 24 bodemkwaliteitszones. Iedere zone heeft een bepaalde kwaliteit, die consequenties heeft voor het toegestane grondverzet en hergebruik van grond en bagger. De ontgravingskaart doet een uitspraak over de kwaliteit van vrijkomende grond. Er is een ontgravingskaart voor de bovengrond (0 –0,5 meter beneden mv) en een ontgravingskaart voor de ondergrond (0,5 tot 2 meter beneden mv). Het plangebied behoort tot de bodemkwaliteitzone ‘buitengebied – veenweide’. De ontgravingskwaliteit van de bovengrond is ‘wonen’ en van de ondergrond ‘landbouw/natuur’. De kwaliteit van de bovengrond is daardoor minder dan die van de ondergrond. Echter, zowel de bodemkwaliteit van de boven- als de ondergrond is geschikt voor een winveld. De bodemkwaliteitskaart doet een uitspraak over de diffuse bodemkwaliteit: deze is voornamelijk bepaald door het gebruik van de bodem, ophogingen in het verleden en atmosferische depositie. De kaart geeft dus een verwachting van de gemiddelde kwaliteit van een zone; op een willekeurige andere locatie in de zone kan de kwaliteit beter of juist minder goed zijn. In dit kader is van belang dat de gronden in het plangebied deels al sinds 1968 in gebruik zijn als winveld en deels in gebruik zijn als agrarische (weide)grond.
Gelet hierop is het niet aannemelijk dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor een winveld. Bovendien is een winveld geen ruimte waar mensen gedurende een lange periode zullen verblijven. Gezien het voorgaande is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek voor het bestemmingsplan niet nodig. 5.5.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect bodem. 5.6
Geur
5.6.1 Beleid en regelgeving Veehouderijen kunnen milieuhinder veroorzaken voor milieugevoelige functies. Een belangrijk hinderaspect is geur. De regelgeving die hiervoor van toepassing is, is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste regels waaraan moet worden voldaan om milieuhinder te voorkomen. Wet geurhinder en veehouderij en Activiteitenbesluit De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat een beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Dit beoordelingskader is ook overgenomen in het Activiteitenbesluit. Het beoordelingskader is als volgt: 1. voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) geldt een waarde (maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Meststoffenwet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De gemeente Krimpenerwaard is niet gelegen in een concentratiegebied; 2. voor andere diercategorieën (waarvan geen geuremissie per dier is vastgesteld) geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
38
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
opzichte van geurgevoelige objecten; ook hier is een onderscheid gemaakt tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object dient in alle gevallen tenminste 50 meter te bedragen indien het geurgevoelige object gelegen is binnen de bebouwde kom en 25 meter te bedragen indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Het beoordelingskader voor (intensieve) veehouderij is samengevat in de onderstaande tabel. Concentratiegebied
Binnen bebouwde kom
Diercategorieën Max. 3 ouE/m3 Rgv Andere Min. 100 m t.o.v. diercategorieën geurgevoelig object Buiten Diercategorieën Max. 14 ouE/m3 bebouwde Rgv kom Andere Min. 50 m t.o.v. diercategorieën geurgevoelig object Geldende waarden/afstanden (intensieve) veehouderij
Nietconcentratiegebied
Afstand buitenzijde dierenverblijf tot buitenzijde geurgevoelig object
Max. 2 ouE/m3 Min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object Max. 8 ouE/m3 Min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Min. 50 m
Min. 25 m
De gemeenteraad kan, gelet op lokale omstandigheden, een afwijkende waarde of afstand vaststellen: dit moet gebeuren in een gemeentelijke verordening. De motivering moet te herleiden zijn tot de gewenste ruimtelijke inrichting van het gebied of een afwijkende relatie tussen geurbelasting en geurhinder. Bij gemeentelijke verordening kan tevens worden bepaald hoe wordt omgegaan met geurgevoelige objecten die onderdeel hebben uitgemaakt van een veehouderij (zoals voormalige agrarische bedrijfswoningen, die nu als burgerwoning worden gebruikt). Verordening geurhinder en veehouderij, gemeente Krimpenerwaard 2017 De gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard heeft een geurverordening vastgesteld, waarmee de afstandseisen uit de Wgv zijn gehalveerd. Dit betekent dat: 1. De afstand tussen een agrarische inrichting waar vaste afstanddieren worden gehouden, en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom, tenminste 50 meter bedraagt vanaf de dichtstbijzijnde gevel van de stal; 2. De afstand tussen een agrarische inrichting waar vaste afstanddieren worden gehouden, en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom, tenminste 25 meter bedraagt vanaf de dichtstbijzijnde gevel van de stal. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld in de Rgv blijven de waarden gelden zoals opgenomen in bovenstaande tabel.
5.6.2 Relatie met het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herinrichting van winveld Rodenhuis mogelijk. Een winveld is geen geurgevoelig object. Een winveld betreft immers geen gebouw dat bestemd en geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het bestemmingsplan
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
39
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
maakt de oprichting van dergelijke gebouwen op het winveld ook niet mogelijk. Een geuronderzoek en toetsing aan de geurnormen uit de verordening geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij is daarom niet nodig. Veehouderijen in de omgeving van het winveld worden niet beperkt in hun bedrijfsvoering door het bestemmingsplan. 5.6.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect geur.
5.7
Water
5.7.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundig en ruimtelijk beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. De voor het kwantiteits- en het kwaliteitsbeheer verantwoordelijke waterbeheerder in het plangebied is het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). 5.7.2 Beleid waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's.
Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (NWP); • Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet. Provinciaal • Omgevingsverordening Regionaal Waterbeheerprogramma HHSK 2022-2027
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
40
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Een uitgebreide toelichting op het beleidskader is opgenomen in hoofdstuk 3 van de toelichting van het bestemmingsplan, waarnaar wordt verwezen. 5.7.3 Relatie met het plangebied Huidig watersysteem Bebouwing en terreinverharding Thans bevindt zich in het plangebied bebouwing in de vorm van puthuisjes, in totaal 35 stuks. Er is geen terreinverharding aanwezig. Bodem Het maaiveld in het plangebied ligt op NAP -1,0 à -1,5 m. De bestaande winvelden liggen op een kalkloze drechtvaaggrond (Rv01C). Dit bodemtype bestaat uit een bovenlaag van klei die na 40-80 cm overgaat in een laag van veen. De eerste 11 meter van de bodem bestaat uit een slecht doorlatende deklaag met klei, leem en veenlagen. Onder de deklaag bevindt zich het 1e watervoerend pakket bestaande uit circa 39 meter zeer grof zand. Op een diepte van circa NAP -50 m ligt een scheidende laag van klei. Tussen NAP -60 en -70 meter komt het 2e watervoerend pakket met matig grof zand voor. Daaronder bevindt zich een scheidende laag van klei (Waalre klei 2). Deze laag is niet aaneengesloten aanwezig en ontbreekt rond Bergambacht en ten zuiden van de Lek. Tussen NAP -80 en -120 meter ligt het 3e watervoerend pakket. Op een diepte van NAP -120 meter bevindt zich matig doorlatend zand van de formatie van Maassluis.
Grondwater In de onderstaande afbeelding zijn de metingen van de freatische grondwaterstand ter plaatse van het huidige winveld en in de omgeving opgenomen.
Grondwaterstandverloop in 3 peilbuizen nabij het plangebied (bron: Witteveen+Bos)
Deze zijn gebaseerd op peilbuizen uit de omgeving van het plangebied. Tussen de bestaande winputten is ook een peilbuis (peilbuis RH-W25f1) aanwezig. De freatische grondwaterstand in deze peilbuis is gemiddeld NAP 1,85 m in de meetperiode 2000 tot 2009.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
41
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Het plangebied is gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater en omvat het waterwingebied Rodenhuis en een deel van het daaromheen gelegen grondwaterbeschermingsgebied.
Ligging waterwingebied Rodenhuis en aangrenzend grondwaterbeschermingsgebied (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland)
Op winveld Rodenhuis wordt maximaal 15 miljoen m³ water per jaar onttrokken voor de openbare drinkwatervoorziening. Er zijn 35 winputten. De onttrekking vindt plaats uit het eerste watervoerende pakket, met filters op dieptes tussen 15 tot 40 m –mv (zie ook hoofdstuk 2). Oppervlaktewater Het winveld bevindt zich in het peilgebied Bergambacht met een oppervlaktewaterpeil van NAP -1,89 tot -1,84 meter.
Uitsnede legger wateren voor het plangebied en omgeving (bron: Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard)
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
42
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
In en direct rondom het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van watergangen. De watergang ten zuiden van het plangebied en de watergang aan de westzijde van de Bergweg, zijn in de legger wateren van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard aangemerkt als hoofdwatergang. De andere watergangen zijn in de legger aangewezen als overig water. Er zijn geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied aanwezig. Winveld Rodenhuis ligt ten noorden van de Lek. De Lek is een getijderivier met een dagelijks getijdeverschil ter plaatse van Ammerstol van ruim 1 meter. Tussen 1 januari 2003 en 31 december 2012 bedroeg de minimale daggemiddelde waterstand NAP -0,15 meter en de maximale daggemiddelde waterstand NAP +1,2 meter. De gemiddelde dagelijkse waterstand in de periode 2003-2012 is NAP +0,44 meter. De infiltratieweerstand van de bodem van de Lek is zeer heterogeen door zandige afzettingen van donken en riviergeulen, die de weerstand lokaal verlagen. In sommige gevallen reiken erosiekuilen zo diep dat de rivier direct in contact staat met het watervoerend pakket. Het rivierwater van de Lek infiltreert naar het 1e watervoerend pakket en kwelt in de omliggende polders op, waarna het door sloten wordt afgevoerd.
Toekomstig watersysteem Herinrichting winveld Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herinrichting van winveld Rodenhuis mogelijk. De herinrichting voorziet in de verplaatsing van 15 winputten naar gronden ten noorden van het huidige winveld en de aanleg van bijbehorende voorzieningen op het terrein rond de winputten alsmede een nieuwe ontsluiting op de rotonde in de N210. De totale hoeveelheid water die onttrokken wordt, blijft gelijk (15 miljoen m³/jaar). Het totale aantal winputten blijft 35. De capaciteit bedraagt maximaal 80 m³/uur per put. Voor een uitgebreide beschrijving van de toekomstige inrichting van het winveld wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Geohydrologische effecten Voor de herinrichting van winveld Rodenhuis is door Witteveen+Bos2 een geohydrologisch effectrapport opgesteld. Het rapport is opgenomen als bijlage bij de toelichting. In het rapport zijn de geohydrologische effecten als gevolg van de herinrichting van het winveld op de grondwaterstanden, stijghoogten en kwel berekend en zijn afgeleide effecten op ecologie, landbouw, archeologie, maaivelddaling, risico op zettingschade aan bebouwing, verzilting, verplaatsing grondwaterverontreinigingen en overige grondwatergebruikers onderzocht. Uit het geohydrologisch onderzoek blijkt dat er geen negatieve
2
Witteveen+Bos, ‘Geohydrologisch effectrapport wijziging winvergunning ZS Rodenhuis’, 22 juni 2017
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
43
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
effecten op de omgeving zijn te verwachten als gevolg van de voorgenomen herinrichting van het winveld. Watervergunning Voor de herinrichting van het winveld is op grond van de Waterwet een watervergunning nodig. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben deze vergunning op 16 oktober 2017 verleend. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is in de vergunningprocedure betrokken geweest als adviseur. Grondwaterbescherming Het milieubeschermingsgebied voor grondwater en het daarbinnen gelegen waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied waarin het plangebied gelegen is, worden beschermd door de Provinciale Milieuverordening ZuidHolland. In deze gebieden gelden op grond van de verordening verboden op het uitvoeren van diverse activiteiten en handelingen. Deze verboden gelden echter niet voor activiteiten door drinkwaterbedrijven die in direct verband staan met hun zorg voor een voldoende en duurzame uitvoering van de openbare drinkwatervoorziening. Dit betekent dat de herinrichting van winveld Rodenhuis mogelijk is op basis van de verordening. De herinrichting komt immers direct voort uit deze zorg. Het is niet nodig om specifieke beschermende regels voor het waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied op te nemen in het bestemmingsplan, aangezien de Provinciale Milieuverordening hierin reeds voorziet.
Wel heeft het bestemmingsplan in dit kader een signaleringsfunctie. Daartoe is op de verbeelding van het plan de aanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen. In de regels is bepaald dat ter plaatse van deze aanduiding tevens de Provinciale Milieuverordening van toepassing is. Oppervlaktewater De herinrichting van het winveld heeft een wijziging van de huidige oppervlaktewaterstructuur tot gevolg. Aan de noordzijde van het plangebied wordt een nieuwe watergang (overige watergang) aangelegd. Deze nieuwe watergang vormt tevens een afscheiding van het winveld met het omliggende agrarisch gebied. De lengtesloten blijven op het winveld behouden. In deze lengtesloten worden dammen, in aan aantal gevallen met duikers, aangebracht om een doorlopend onderhoudspad te creëren. Over de hoofdwatergang ten westen van de Bergweg zal voor het onderhoudspad een brug worden aangelegd. Ook is een brug voorzien over de hoofdwatergang ten zuiden van het huidige winveld ter hoogte van de rotonde in de N210. Dit ten behoeve van de nieuwe ontsluiting van het winveld op deze rotonde. De bestaande bruggen over deze watergang naar het winveld zullen zoveel mogelijk worden verwijderd. Tot slot wordt er langs de watergang ten westen van de Bergweg een natuurvriendelijke oever aangelegd.
Voor het graven van de nieuwe watergang en de aanleg van de dammen, duikers, bruggen en een natuurvriendelijke oever geldt een vergunnings- of meldingsplicht op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap. De eisen waaraan deze werken- en werkzaamheden dienen te voldoen zijn vastgelegd in de Keur en daarbij behorende beleidsregels. De initiatiefnemer van het plan, Oasen, zal de benodigde vergunningen en meldingen aanvragen bij het Hoogheemraadschap.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
44
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Keuze watersysteem en watercompensatie De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen wateroverlast op andere tijden of plaatsen veroorzaken. Het plan wordt daarom "waterneutraal" ontwikkeld. Door de herinrichting van het winveld zal de verharding in het plangebied toenemen. Dit is met name het gevolg van het onderhoudspad dat op het winveld wordt aangelegd. Het onderhoudspad zal bestaan uit halfverharding. De oppervlakte aan bebouwing neemt nauwelijks toe. Het aantal puthuisjes blijft immers gelijk en deze worden qua oppervlakte niet vergroot. Er komen mogelijk 2 transformatorhuisjes op het winveld met een oppervlakte van maximaal 20 m² per huisje. Dit zorgt voor een verhardingstoename van 40 m². De exacte verhardingstoename is nog niet bekend, maar duidelijk is wel dat de totale verhardingstoename meer zal bedragen dan 500 m². Volgens de regels van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard dient bij verhardingstoenamen die groter zijn dan 500 m² te worden voorzien in watercompensatie. Deze watercompensatie zal binnen het plangebied worden gerealiseerd. Dit gebeurt door het aanleggen van oppervlaktewater in de vorm van de nieuwe watergang aan de noordzijde van het plangebied. Deze watergang zal niet alleen dienen als compensatie voor verharding, maar dient ook ter compensatie van water dat wordt gedempt voor de aanleg van de dammen voor het onderhoudspad.
De watergang zal bij de civieltechnische uitwerking van het plan zodanig worden gedimensioneerd, dat voorzien wordt in voldoende watercompensatie. Als uitgangspunt gelden hierbij de regels van het Hoogheemraadschap dat 10% van de verhardingsoppervlakte dient te worden gecompenseerd. Hemelwaterafvoer Het hemelwater dat neerkomt op de puthuisjes en onderhoudspaden, kan ter plaatse infiltreren. Dit is mogelijk vanwege de geringe omvang van de huisjes en omdat de onderhoudspaden worden uitgevoerd in halfverharding. Het hemelwater dat neerkomt op de transformatorhuisjes zal worden gescheiden worden afgevoerd naar het oppervlaktewater dat in en rondom het plangebied aanwezig is. Waterkering In het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Wateroverlast en verdroging Door infiltratie van hemelwater en de afvoer het hemelwater naar het oppervlaktewater wordt verdroging voorkomen. Wateroverlast wordt voorkomen door de te realiseren watercompensatie. Waterkwaliteit Er moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met de risico's van mogelijke verontreinigingen van het hemelwater (bijvoorbeeld met olie, PAK's en zware metalen en door uitlogende materialen), waardoor de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater nadelig kan worden beïnvloed. De kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater mag niet verslechteren ten opzichte van de huidige situatie.
Daarom moet bij de herinrichting van het winveld
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
45
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
zoveel mogelijk het gebruik van uitlogende materialen (zoals zink) worden vermeden. Drinkwatertransportleidingen Door het plangebied lopen twee drinkwatertransportleidingen. Het betreft leidingen waarmee Oasen het drinkwater van Zuiveringsstation C. Rodenhuis richting de gebruikers transporteert. Deze leidingen hebben in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Leiding-Water’ gekregen. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor een drinkwatertransportleiding. Langs deze leidingen is een zakelijke rechtstrook aangegeven met een strookbreedte van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Om te voorkomen dat bouwwerken of werken en werkzaamheden gerealiseerd worden die het goede functioneren van de drinkwatertransportleidingen kunnen frustreren, is in de dubbelbestemming ‘Leiding-Water’ een beschermende regeling opgenomen. De dubbelbestemming waarborgt daartoe dat bij werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de leidingen. Er geldt een bouwverbod en een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Een vergunning kan alleen worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de leiding en de leidingbeheerder daarover heeft geadviseerd. Een uitzondering geldt voor werken en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de drinkwatervoorziening of betrekking hebben op de herinrichting van winveld Rodenhuis.
Oasen is immers zelf de beheerder van zowel de leidingen als de initiatiefnemer van deze werkzaamheden. Watertoets Het bestemmingsplan is via het overleg ex artikel 3.1.1. van het Bro voor de watertoets voorgelegd aan het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap is van mening dat de met het waterbeheer verbonden belangen in het plan voldoende zijn gewaarborgd.
5.8
Ecologie
5.8.1 Beleid en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in: Gebiedsbescherming; Soortenbescherming. 5.8.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
46
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Natuurnetwerk Nederland Naast de bescherming van de Wet Natuurbescherming kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden. Zij bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingen. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de begrenzing van het NNN en heeft deze in de Omgevingsverordening vastgelegd. Artikel 6.9e, lid 1 van de verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het NNN geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Belangrijke weidevogelgebieden De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsverordening belangrijke weidevogelgebieden aangewezen. De provincie beschermt deze gebieden vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het ZuidHollandse (veen)weidelandschap bepalen.
In artikel 6.9c, lid 1 van de verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen belangrijk weidevogelgebied slechts kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ontwikkeling geen significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied. 5.8.3 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Op dit punt vervangt de Wnb per 1 januari 2017 de Flora- en faunawet. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogelen Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming.
Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 5.8.4 Gebiedsbescherming in relatie tot het plangebied Natura 2000 In de omgeving van het plangebied liggen twee Natura 2000-gebieden. Het betreft de gebieden Uiterwaarden Lek en Donkse Laagten. De gebieden liggen
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
47
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
beide op meer dan 5 km afstand van het plangebied. Witteveen+Bos3 heeft een natuurtoets uitgevoerd voor de herinrichting van winveld Rodenhuis. Na de opstelling van de natuurtoets is het ontwerp voor de herinrichting echter enigszins gewijzigd. Daarom heeft Witteveen+Bos4 ook een oplegnotitie opgesteld waarin de gevolgen van de wijzigingen zijn beoordeeld. Het rapport van de natuurtoets, alsmede de oplegnotitie zijn opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit de natuurtoets en oplegnotitie blijkt het volgende.
Ligging plangebied (rood) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (geel) Uiterwaarden Lek en Donkse Laagten (bron: Witteveen+Bos)
Als gevolg van de afstand tussen het plangebied en de beide Natura 2000gebieden en de aard van de werkzaamheden tijdens de aanlegfase, zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de beide Natura 2000gebieden tijdens de aanlegfase uit te sluiten. Gedurende de gebruiksfase zijn de effecten van de grondwaterwinning vrijwel gelijk aan die in de huidige situatie. De effecten van de wijzigingen in de winning reiken zeker niet tot binnen de grenzen van de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten in de gebruiksfase zijn zodoende tevens uit te sluiten. Wel dient te worden onderzocht of er sprake is van een stikstofdepositietoename (>0,00 mol/ha/j) ter hoogte van de Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie aanlegfase In de Wet en het Besluit natuurbescherming (Wnb en Bnb) is sinds 1 juli 2021 een partiele vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht opgenomen voor 3 4
Witteveen+Bos, ‘Natuurtoets wijziging grondwaterwinning Rodenhuis’, 24 maart 2017 Witteveen+Bos, ‘Oplegnotitie natuurtoets Rodenhuis’, 21 december 2020
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
48
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het bouwen en slopen van bouwwerken en het aanleggen, veranderen of verwijderen van werken (zoals grond- weg- en waterbouw), inclusief daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Deze vrijstelling betekent dat voor bestemmingsplannen die bouwactiviteiten en/of de aanleg of wijziging van werken mogelijk maken, zoals het onderhavige plan dat de herinrichting van winveld Rodenhuis met daarbij behorende waterwinwerken mogelijk maakt, de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de aanlegfase niet meer in beschouwing hoeven te worden genomen. Een stikstofdepositieberekening is voor de aanlegfase dus niet meer nodig. Er heeft immers al een beoordeling door de wetgever plaatsgevonden die een vrijstelling voor stikstofdepositie in de aanlegfase van een project heeft vastgesteld. Voor een beschouwing/onderbouwing van stikstofdepositie in de aanlegfase, wordt derhalve verwezen naar de toelichting van de Bnb. Stikstofdepositie gebruiksfase Na herinrichting van het winveld, in de gebruiksfase, zal de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Alleen verkeer voor beheer en onderhoud van het winveld zal stikstofemissie veroorzaken. Dit verkeer is er echter in de huidige situatie ook al en de intensiteit hiervan zal niet toenemen.
Bovendien zullen de gronden na herinrichting een extensiever beheer krijgen dan nu het geval is bij agrarisch gebruik waarbij ook geen bemesting meer zal plaatsvinden. Dit laatste zal leiden tot een afname aan stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. Kortom, de gebruiksfase van het winveld heeft geen negatief effect als gevolg van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat het plan niet leidt tot (significante) aantasting van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Nader onderzoek of een vergunning in het kader van de Wnb is niet nodig. Natuurnetwerk Nederland In het plangebied is een ecologische verbinding (EVZ) gelegen die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wezenlijke kenmerken en waarden van de verbindingszone zijn in het document Ecologische verbindingszones in Zuid-Holland beschreven. De verbindingszone is betiteld als Boezem Bergambacht-Buitenlanden Lek. Het streefbeeld voor de zone is een brede moerasstrook langs een doorgaand water en een netwerk van qua vegetatie goed ontwikkelde watergangen. De oever van de moerasverbinding bestaat uit een goed ontwikkelde kruidenrijke moerasvegetatie met rietland, wilgenbosjes en af en toe ondiepe plasjes.
De doelsoorten voor de zone zijn onder meer waterspitsmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, groene glazenmaker en glassnijder. In de huidige situatie is er op deze locatie nog geen sprake is van de aanwezigheid van het natuurbeheertype moeras. Het streefbeeld is nog niet behaald. Hiervoor is het huidige (agrarische) beheer van het plangebied niet toereikend. Ook de ecologische verbinding is zodoende nog niet tot stand gekomen.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
49
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
Ligging ecologische verbinding die deel uitmaakt van het NNN ter hoogte van het plangebied (bron: Witteveen+Bos)
Effecten Door Witteveen+Bos5 is een NNN-toets uitgevoerd naar de effecten van de herinrichting van winveld Rodenhuis op de EVZ. Na de opstelling van de NNNtoets is het ontwerp voor de herinrichting echter enigszins gewijzigd. Witteveen+Bos6 heeft daarom ook een oplegnotitie opgesteld waarin de gevolgen van de wijzigingen zijn beoordeeld. De rapportage van de NNN-toets en de oplegnotitie zijn opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hieruit blijkt het volgende. Eén van de nieuwe winputten wordt aangelegd binnen de begrenzing van de EVZ op ongeveer 100 meter ten noorden van de huidige put. Daarnaast loopt ook het geplande onderhoudspad door de EVZ. Tevens wordt de sloot langs de westgrens van de EVZ ter hoogte van de winput vervangen door een duiker. Over de sloot aan de oostzijde van de EVZ is een brug voorzien (naar de Bergweg). Het gevolg hiervan is dat er een dwarsdoorsnijding van de EVZ plaatsvindt (met het onderhoudspad, duiker en brug). Compensatie Het totale ruimtebeslag binnen de EVZ bedraagt 0,0352 hectare. Op deze 0,0352 hectare kan geen moeras gecreëerd worden. Hiervoor dient compensatie plaats te vinden. Verdere inrichting van dit perceel als EVZ moeras is nog steeds mogelijk.
De compensatie van het ruimtebeslag zal gebeuren met een kwalitatieve compensatie in de vorm van de aanleg van een natuurvriendelijke oever aan de oostzijde van de EVZ, oftewel aan de westzijde van de sloot langs de Bergweg. Met de inrichting van deze oever 5 6
Witteveen+Bos, ‘NNN-toets en Weidevogelgebied-toets’, 24 maart 2017 Witteveen+Bos, ‘Oplegnotitie natuurtoets Rodenhuis’, 21 december 2020
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
50
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
wordt de moerasachtige vegetatie binnen de EVZ bevorderd. Hiermee worden onderdelen van de biotoopeisen van de doelsoorten van de EVZ gerealiseerd, waardoor de verbindingszone in de toekomstige situatie beter geschikt wordt voor de doelsoorten. Naast een beperkte toename in ruimtebeslag is er de genoemde doorsnijding/ versnippering van de noord-zuid georiënteerde EVZ door het onderhoudspad, de duiker ten westen van de EVZ en de brug ten oosten van de EVZ. Gezien het een onverhard pad met een zeer lage verkeersbelasting betreft en er een waterdoorgang onder de brug ten oosten van de EVZ wordt behouden, is het effect van deze doorsnijding op de functionaliteit van de EVZ naar verwachting beperkt. Toch dient deze achteruitgang passend te worden gecompenseerd. Ook deze compensatie zal kwalitatief gebeuren. Dit kan door het voorzien in een doorlopende verbinding onder de genoemde brug die aansluit op de natuurlijke oever (die reeds ter compensatie van het ruimtebeslag wordt ingericht). Deze verbinding kan worden gerealiseerd door een loopstrook aan te brengen onder de brug, die aansluit op de oevers aan weerszijden. Een alternatief is om stapstenen aan te brengen in de vorm van poelen (met een gevarieerde oevervegetatie) aan weerszijden van het pad en het beheer van het perceel af te stemmen op de soorten die gebruik maken van deze ecologische verbinding.
Met bovengenoemde maatregelen (inrichting natuurvriendelijke oever én voorzien loopstrook onder de brug of poelen als stapstenen) wordt geborgd dat de zone langs de sloot ten oosten van de EVZ ook in de toekomstige situatie functioneel blijft als EVZ (en tevens in kwaliteit verbetert) voor de vooropgestelde doelsoorten. Van een significant negatief effect op de kenmerken en waarden van dit onderdeel van het NNN, als gevolg van de ingreep in het puttenveld, is zodoende geen sprake. De EVZ is in het bestemmingsplan planologisch verankerd door middel van de aanduiding ‘ecologische verbindingszone’ op de verbeelding. Ter plaatse van die aanduiding zijn de gronden tevens bestemd voor de ontwikkeling en instandhouding van een ecologische verbindingszone. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bepaalt dat de oostelijke oever ter plaatse van de aanduiding ‘ecologische verbindingszone’ dient te worden ingericht als natuurvriendelijke oever en dat moet worden voorzien in een loopstrook onder de brug of poelen als stapstenen. Hiermee is de aanleg van de natuurvriendelijke oever en de loopstrook of poelen en daarmee de compensatie verzekerd. Belangrijke weidevogelgebieden Een deel van het plangebied ligt in een belangrijk weidevogelgebied. Bij de herinrichting van het winveld komen 10 winputten binnen de begrenzing van het weidevogelgebied te liggen.
De belangrijkste wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied in algemene zin, zijn een gunstige waterhuishouding, het agrarisch graslandgebruik en de openheid. Het plangebied (zowel het nieuwe als bestaande puttenveld) vormt leefgebied voor verschillende weidevogels. Het betreft soorten als scholekster, kievit, grutto en tureluur. Het gebied wordt vooral gebruikt als foerageergebied voor deze soorten. Met name in de ‘natte’ percelen (plasdras) in het westen van
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Winveld Rodenhuis mRO b.v. / TOE / 99.407 / v6 / oktober 2022
51
NL.IMRO.1931.BP2202BG053-VG01 Vast te stellen
het plangebied (ten westen van de Bergweg, buiten de grenzen van het weidevogelgebied) wordt regelmatig gefoerageerd. Wat betreft broedende vogels, zijn er nest-indicerende waarnemingen bekend van scholekster en tureluur direct nabij het plangebied. Het is aannemelijk dat er enkele paartjes scholekster broeden in het gebied. Deze soort stelt echter zeer weinig eisen aan zijn broedbiotoop en komt bijvoorbeeld ook al binnen het stedelijk gebied tot broeden. In de percelen aan de oostrand van de puttenvelden, waar intensief maïsteelt wordt gedaan, wordt door kieviten genesteld. Verder is het gebruik van het plangebied voor broedende weidevogels zeer beperkt.
Belangrijke weidevogelgebieden (groen) ter hoogte van het plangebied (bron: Witteveen+Bos)
Effecten Witteveen+Bos7 heeft een Weidevogelgebied-toets uitgevoerd naar de effecten van de herinrichting van winveld Rodenhuis op het weidevogelgebied. Na de opstelling van de toets is het ontwerp voor de herinrichting echter op een aantal punten gewijzigd. Witteveen+Bos8 heeft daarom ook een oplegnotitie opgesteld waarin de gevolgen van de wijzigingen zijn beoordeeld. De rapportage van de weidevogelgebied-toets en de oplegnotitie zijn opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hieruit komt het volgende naar voren. Uit grondwatermodellen is gebleken dat de nieuwe winputten niet of nauwelijks wijzigingen in de freatische grondwaterstanden tot gevolg hebben. Zodoende wordt de waterhuishouding van het weidevogelgebied niet aangetast. Tevens houdt het beheer van het winveld een agrarisch karakter doordat het maaien van de grasvegetatie op het winveld meerdere keren per 7 8