BIJL Toelichting bestplan NVK Opperduit 78 nav ABRS 12-05-2021.pdf
Tekst van het document
Waterbeheer speelt in de Krimpenerwaard om twee redenen een centrale rol. Ten eerste is de mate van drooglegging belangrijk voor de diverse functies (landbouw, natuur, bebouwing). Ten tweede bestaat er een relatie tussen waterbeheer, bodemdaling en kwel/infiltratie. Het waterkwantiteitsbeheer in de Krimpenerwaard is tot nu toe uitgegaan van het principe ‘peil volgt functie’. Dit heeft geleid tot het ontstaan van vele peilvakken die van elkaar gescheiden zijn door kunstwerken. Op deze manier kunnen de peilen optimaal aansluiten bij de diverse functies. De drooglegging in de Krimpenerwaard varieert grofweg tussen de 0,4 - 0,6 m-mv. De bijpassende grondwatertrap is II met een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van <40 cm beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van 80-120 cm beneden maaiveld. Het plangebied ligt in zones met een drooglegging van 0,3-0,5 m met uitschieters naar 0 en 0,7 m. De Krimpenerwaard en daarmee het plangebied is grotendeels een inzijggebied. Plaatselijk komen kwelzones voor, zoals in de deelgebieden Den Hoek en een deel van Bilwijk. In het grootste deel van het plangebied zijgt het grondwater weg naar het Pleistocene zandpakket, vanwaar het in noordwestelijke richting de diepere Zuidplaspolder stroomt (NAP - 6 m).
De doorgaande bodemdaling heeft onder meer tot gevolg dat de peilverschillen tussen polder en boezemwater steeds groter worden. Dit leidt tot hogere bemalingskosten en een kwetsbaarder watersysteem. Verder treedt een ‘verschil in bodemdaling’ in waardoor steeds meer verschillende peilvlakken ontstaan, wat een versnippering van het waterbeheer tot gevolg heeft. Door klimaatverandering zal in de komende jaren de zeespiegel stijgen en de neerslag in Nederland toenemen. Door de bodemdaling komen de rivierdijken relatief steeds hoger te liggen en neemt het overstromingsgevaar en de kans
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
19 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
op wateroverlast toe. Het waterbeleid is daarmee een belangrijke factor voor de toekomst van het gebied. 2.6
Functionele structuur
Landbouw Het overgrote deel van de gronden in het plangebied is in gebruik als landbouwgrond. Na het in cultuur brengen van de Krimpenerwaard zijn er duidelijke verschillen in gebruik ontstaan. Het land op korte afstand van de boerderijen werd intensiever gebruikt en beter bemest dan het verder weg gelegen polderland. Het land veraf in de polder, dat extensief gebruikt werd, ontwikkelde zich tot schraallanden. In het verleden vond ook hennepteelt plaats. Hennep leverde de grondstof voor touw en zeildoek. Vroeger werd het veenweidegebied gekenmerkt door het gemengde bedrijf. Thans wordt het gedomineerd door de melkveehouderij. Het merendeel van de landbouwgronden in het plangebied wordt dan ook gebruikt ten behoeve van de melkveehouderij. De melkveehouderij in het gebied heeft te maken met niet optimale productiemogelijkheden als gevolg van het cultuurhistorisch verkavelingspatroon, de bodemgesteldheid en de waterhuishouding. In het deelgebied Middelblok bij Gouderak is 9 ha grond ingericht voor de teelt van cranberry’s. Dit betreft een voorbeeld van een innovatieve manier om natuurontwikkeling en agrarische bedrijfsvoering met elkaar te combineren. Cranberry’s kunnen goed tegen natte grond. Het gaat om bedrijfsmatige teelt onder natuurlijke, biologische omstandigheden, waarbij derhalve geen sprake is van het gebruik van bestrijdingsmiddelen of bemesting.
In het plangebied is slechts één agrarisch bedrijfskavel gelegen, aan de Gouderakse Tiendweg. De overige agrarische bedrijfskavels bevinden zich buiten het plangebied. In het plangebied komen wel een aantal voormalige agrarische bedrijfspercelen voor waar de agrarische bedrijfsvoering al enige jaren geleden is beëindigd. Deze percelen zijn in gebruik genomen voor burgerwonen. Natuur De meeste natuurwaarden in het plangebied komen voor langs de oevers van sloten, de tiendwegen, landscheidingen en aanwezige landschapselementen als blokboezems, plasjes, moerasjes, pestbosjes en eendenkooien. Deze elementen vormen als het ware kleine natuurgebiedjes. De natuurwaarden van de landschapselementen sluiten aan bij de cultuurhistorie en het agrarische gebruik zoals dat tot minstens een halve eeuw geleden werd uitgeoefend. De elementen vormen waardevolle biotoop voor karakteristieke soorten van de Krimpenerwaard. Veel landschapselementen zijn in de loop der tijd verdwenen. Langs de tiendwegen staan op veel plaatsen knotwilgen. De landscheidingen zijn veelal bezet met elzen en essenhakhout, de zogenoemde geriefhoutbosjes. De Nespolder (deelgebied Bergambacht-West) is reeds ingericht voor natuurontwikkeling. Aan de oostzijde van Gouda ligt het waardevolle groengebied het Steinse Groen.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
20 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
De Krimpenerwaard wordt gekenmerkt door een grote rust en openheid en is daardoor een belangrijk weidevogelgebied. Zo komen de grutto, de tureluur en de kievit in het gebied voor. Wonen In het plangebied is een beperkt aantal burgerwoningen gesitueerd. Deze zijn gelegen aan de Oudelandseweg en de Gouderakse Tiendweg. Ter plaatse is sprake van kleine bebouwingslinten. In een aantal gevallen gaat het om voormalige boerderijen die verbouwd zijn tot woning of om voormalige agrarische bedrijfswoningen die een woonfunctie hebben gekregen omdat het bedrijf beëindigd is. Het betreft vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen. Recreatie Het plangebied maakt deel uit van hét Groene Hart: het oer-Hollandse landschap met onder andere molens, kaasboerderijen en bebouwingslinten in een weids polderlandschap. Voor recreanten valt er daarom veel te genieten. Het gebied wordt met name gebruikt voor extensieve recreatie, zoals wandelen en fietsen. Het plangebied heeft een grofmazig recreatief netwerk. De toegankelijkheid van het gebied is over het algemeen beperkt, omdat het landschap met name in gebruik is bij de agrariërs. Wel is er een wandelknooppuntennetwerk aanwezig. Met dit netwerk kunnen wandelaars zelf hun route bepalen. Het plangebied wordt ook doorsneden door de lange afstand wandelpad Grote Rivierenpad. Voor fietsers is met name het aanwezige fietsknooppuntennetwerk van belang.
Verder zijn er een tweetal recreatieve voorzieningen in het gebied gelegen. In het deelgebied Kadijk-West bevindt zich een klein volkstuinencomplex. Aan de oostzijde van Gouda ligt het Steinse Groen, een recreatie-/groengebied, dat met name functioneert als uitloopgebied voor de Goudse wijk Goverwelle. In het Steinse Groen is ook een natuurspeelplaats gesitueerd.
Wandelknooppuntennetwerk Krimpenerwaard (bron: Natuur- en recreatieschap Krimpenerwaard) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
21 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
Maatschappelijke voorzieningen In het plangebied is één bijzonder maatschappelijke voorziening gesitueerd. Dit betreft een kattenpension aan de Gouderakse Tiendweg. Hier worden katten opgevangen die nergens meer terecht kunnen. Deze dieren kunnen niet herplaatst worden en mogen hier de rest van hun leven blijven. Infrastructuur Wegverkeer In het plangebied zijn een aantal (delen van) wegen gelegen. Het betreft vooral wegen met een lokale functie, zoals een deel van de Oudelandseweg en Lekkerkerkse Kerkweg. Tevens bevindt zich een klein deel van de provinciale weg N207 (Schoonhovenseweg) binnen het plangebied. Dit wegdeel scheidt de deelgebieden Veerstalblok en Bilwijk van elkaar. De N207 vervult binnen de Krimpenerwaard een belangrijke functie voor het doorgaand verkeer tussen Gouda en Bergambacht. Daarnaast bevinden zich in het plangebied enkele wegen die alleen toegankelijk zijn voor landbouwverkeer en fietsers, zoals de Lange Tiendweg. Deze zijn met name van belang voor de ontsluiting van landbouwgronden en spelen een rol binnen het fietsnetwerk.
Provinciale weg N207 ter hoogte van het plangebied
Spoor- en waterverkeer In het plangebied liggen geen spoor- en vaarwegen. Hoogspanningsverbindingen Door het plangebied lopen twee hoogspanningsverbindingen: Een 150 kv-verbinding vanuit Rotterdam naar het transformatorstation bij Gouda; Een 380 kv-verbinding vanuit Krimpen aan den IJssel naar Diemen. Ondergrondse infrastructuur De ondergrondse infrastructuur in het plangebied bestaat uit de volgende hoofdleidingen: Aardgastransportleidingen, welke door de deelgebieden Kattendijksblok en Den Hoek lopen; Een brandstofleiding van defensie, welke het deelgebied Bilwijk doorkruist; Hoofdwaterleidingen, welke door de deelgebieden Den Hoek, Kadijk-West, Kattendijksblok, Middelblok, Veerstalblok en Bilwijk lopen. Rioolpersleidingen, welke door de deelgebieden Middelblok en Veerstalblok lopen.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
22 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
3
BELEIDSKADER
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen nieuwe ontwikkelingen plaats dienen te vinden. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en heeft als credo "Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig". De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Deze nationale belangen hebben onder andere betrekking op ruimte voor het behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. Hiermee wordt de ruimtelijke ordening in toenemende mate neergelegd bij gemeenten en provincies. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en keuzes van burgers en bedrijven.
Relatie met het plangebied Voor de ontwikkelingen in het plangebied, de realisatie van natuur, zijn met name de volgende belangen relevant: 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren. Topsectoren zijn aanwezig in heel Nederland, maar concentreren zich vooral in stedelijke regio’s van de mainports. Het plangebied is gelegen in de stedelijke regio van de mainport Haven van Rotterdam. Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in een stedelijke regio is het niet alleen nodig om te beschikken over een voldoende voorraad woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen, maar ook over
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
23 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
natuur, hoogwaardige landschappen en recreatieve voorzieningen. De ontwikkeling van natuur in het plangebied sluit hierop aan. 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten geven identiteit aan een gebied. Bovendien zijn culturele voorzieningen en cultureel erfgoed van belang voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en daarmee voor de concurrentiekracht van Nederland. Op basis van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten heeft het rijk in het verleden een selectie gemaakt van twintig ‘Nationale landschappen’, waaronder het nationaal landschap Groene Hart, waarin het plangebied gelegen is. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het Rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap, om zo meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. De natuurontwikkeling in het plangebied gaat gepaard met het behoud en de ontwikkeling van het cultuurhistorisch waardevolle landschap. De natuurontwikkeling wordt dus afgestemd op de landschappelijke kwaliteiten. 11.
Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke, water en milieucondities voor kenmerkende (eco)systemen van (inter)nationaal belang. Dit provincie en landgrensoverschrijdende netwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). De natuur die in het plangebied wordt gerealiseerd maakt onderdeel uit van het NNN. De natuurontwikkeling past derhalve binnen het rijksbeleid. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ten behoeve van de bescherming van de in de SVIR genoemde nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. In het Barro worden de kaderstellende uitspraken uit de SVIR bevestigd. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken, danwel te beschermen.
Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
24 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
Relatie met het plangebied Van de bovengenoemde onderwerpen is met name het ‘Natuurnetwerk Nederland’ van belang voor het onderhavige plan. In het Barro is opgenomen dat bij provinciale verordening de gebieden worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De gronden in het plangebied waar natuur wordt ontwikkeld, maken deel uit van het Natuurnetwerk dat door de provincie Zuid-Holland in de provinciale Verordening Ruimte is begrensd. De natuurontwikkeling die door het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is verder niet strijdig met andere nationale ruimtelijke belangen die neergelegd zijn in het Barro. 3.2.3
Waterbeleid
Kaderrichtlijn water Een ander belangrijk onderwerp in het rijksbeleid is duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), die sinds 2000 van kracht is, speelt hierbij een belangrijke rol. Deze richtlijn schrijft voor dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2027 aan bepaalde eisen moet voldoen. De richtlijn gaat uit van stroomgebieden. Voor Nederland gaat het om het stroomgebied van respectievelijk Schelde, Maas, Rijn en Eems. De richtlijn bepaalt dat de EU-lidstaten voor elk stroomgebied gezamenlijk actieprogramma's moeten opstellen waarin alle aspecten van water aan de orde moeten komen. In beginsel moet in 2027 een ‘goede chemische toestand en een goed ecologisch potentieel of een goede ecologische toestand' zijn bereikt. De natuurontwikkeling die in het plangebied is beoogd, wordt gecombineerd met een wateropgave voor de verbetering van de chemische en ecologische waterkwaliteit die voortvloeit uit de KRW. De KRW-opgave is daarmee onderdeel van de natuuropgave. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie.
Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: Integraal waterbeheer. Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet)water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen. Afwenteling voorkomen. Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteitsen waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
25 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
afwenteling te voorkomen gelden ook de tritsen: vasthouden-bergenafvoeren en schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Ruimte en water verbinden. Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten. De natuurontwikkeling in het plangebied sluit aan op dit principe, aangezien deze gecombineerd wordt met de realisatie van een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water.
3.2.4 Wettelijk kader Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, Besluit externe veiligheid, Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 5 nader worden ingegaan. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Visie Ruimte en Mobiliteit De ‘Visie ruimte en mobiliteit’ (VRM), door Provinciale Staten vastgesteld op 9 juli 2014 en op 1 augustus 2014 in werking getreden, geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. De VRM bestaat uit verschillende documenten, de Visie ruimte en mobiliteit, de Verordening ruimte 2014 (zie ook volgende paragraaf), het Programma ruimte en het Programma mobiliteit. De Visie is sinds 2014 enkele malen gedeeltelijk herzien. De Visie ruimte en mobiliteit biedt geen vastomlijnd ruimtelijk eindbeeld, maar wel een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van Zuid-Holland als geheel. De visie geeft zekerheid over een mobiliteitsnetwerk dat op orde is en de reiziger en de vervoerder keuzevrijheid biedt, en bevat voldoende flexibiliteit om in de ruimtelijke ontwikkeling te reageren op maatschappelijke initiatieven. Dat geeft houvast voor andere ruimtelijke plannen en voor investeringen in ruimte en netwerk. Het geeft ook duidelijkheid over de randvoorwaarden die de provincie daaraan stelt. Vier rode draden geven richting aan de gewenste ontwikkeling: 1. beter benutten en opwaarderen van wat er is, 2. vergroten van de agglomeratiekracht, 3. verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, 4. bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving.
Kwaliteit van landschap, groen en erfgoed Het plangebied is gelegen in de groene ruimte. Het sturen op ruimtelijke kwaliteit vormt een rode draad in het beleid van de provincie in de groene ruimte. Deze rode draad bepaalt in hoge mate de keuzes in de groene ruimte. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Deze vinden hun grondslag in de drie door de provincie onderscheiden deltalandschappen, waaronder het veenlandschap van de Krimpenerwaard.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
26 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
Zuid-Holland kent een aantal bijzondere kwaliteiten op het gebied van de biodiversiteit, het cultureel erfgoed, recreatie en het contrast tussen bebouwd en open gebied. Het behoud en de versterking van deze kwaliteiten staat centraal in het provinciaal beleid voor de groene ruimte. De provincie wil samen met haar partners een kwaliteitsslag maken in de groene ruimte binnen en buiten de stad, zodanig dat de intrinsieke waarden worden beschermd en versterkt, en dat de groene ruimte aansluit bij de vraag van de gebruikers en bewoners, toekomstbestendig is en bijdraagt aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. Ruimtelijke kwaliteit in de groene ruimte Ruimtelijke kwaliteit en verweving van functies in de groene ruimte krijgen pas betekenis bij gebiedsgerichte toepassing. Ieder gebied heeft daarin een eigen opgave. De basis daarvoor ligt in de drie deltalandschappen die de provincie onderscheidt. Het veenlandschap van het Groene Hart, waartoe het plangebied behoort, is er daar één van. Het veenlandschap van het Groene Hart Belangrijke opgaven in het veenlandschap zijn de aanpak van bodemdaling, behoud van de karakteristieken van het veenweidelandschap, verbetering van de waterkwaliteit en instandhouding en ontwikkeling van bijzondere natuurwaarden. De beoogde natuurontwikkeling in het plangebied, die samen gaat met een wateropgave, komt tegemoet aan deze opgaven.
Beschermingscategorieën De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, waardeert de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën. Het plangebied is gelegen in categorie 1 gebied: gebieden met bijzondere kwaliteit. Gebieden met bijzondere kwaliteit (categorie 1) Een relatief beperkt aantal gebieden is zo bijzonder, waardevol en kwetsbaar, dat de instandhouding en mogelijk verdere ontwikkeling van de waarden die ze vertegenwoordigen voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen. De gebieden met bijzondere kwaliteit dragen in hoge mate bij aan de identiteit, beleving en biodiversiteit van Zuid-Holland. Ze leveren een substantiële bijdrage aan het toeristisch profiel en het leef- en vestigingsklimaat in de provincie. Ruimtelijke ontwikkelingen in en direct grenzend aan de categorie ‘gebieden met bijzondere kwaliteit’ zijn alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan deze kwaliteit. Het gaat om gebieden met de volgende kwaliteiten: Hoge en specifieke natuurwaarden in Zuid-Holland, gebundeld in het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000, die met elkaar een substantiële bijdrage leveren aan de Europese biodiversiteit. Het plangebied behoort tot het Natuurnetwerk. Cultuurhistorische kroonjuwelen.
Een aantal gebieden in de provincie heeft landschappelijk en cultuurhistorisch een dusdanig uniek karakter dat de bescherming en versterking van deze kwaliteiten centraal staat. Een deel daarvan is zo kwetsbaar dat uiterst zorgvuldig moet worden gekeken naar
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
27 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
de inpasbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen. Een deel van het plangebied is aangemerkt als Cultuurhistorisch Kroonjuweel. Veel van gebieden in deze categorie zijn van betekenis voor de recreatie en het toerisme. De provincie vindt het belangrijk dat overheden en particulieren verder investeren in deze locaties, waar overheden ook in het verleden al in hebben geïnvesteerd, om de belevingswaarde en herkenbaarheid te vergroten. Behouden en vergroten van biodiversiteit Het provinciale beleid is gericht op het behouden, herstellen en op langere termijn vergroten van de biodiversiteit in Zuid-Holland. Daarmee wordt niet alleen een belangrijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de Europese en mondiale biodiversiteit, maar ook aan andere maatschappelijke doelen. Zo zijn koppelingen mogelijk met een aantrekkelijk en klimaatbestendig woon- en vestigingsklimaat, waterveiligheid en waterkwaliteit, recreatie en het tegengaan van bodemdaling. Om dit doel te bereiken zet de provincie onder meer in op duurzaam beheer, bescherming en voltooiing van het Natuurnetwerk Nederland. Natuurnetwerk Nederland Onder meer de natuurgebieden in het veenweidegebied zijn de grote dragers van de biodiversiteit in Zuid-Holland. Het belangrijkste instrument om de biodiversiteitsdoelen te bereiken is de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De ontwikkeling van nieuwe natuur in het plangebied maakt onderdeel uit van het NNN. De provincie heeft de ambitie om het NNN in de Krimpenerwaard uiterlijk in 2021 gerealiseerd te hebben. Het NNN bestaat uit een robuust, kwalitatief hoogwaardig en samenhangend netwerk van bestaande bossen natuurgebieden, landgoederen, nieuwe natuurgebieden, ecologische verbindingen, de grote rijkswateren en de Noordzee. Het NNN valt onder categorie 1 (gebieden met bijzondere kwaliteit, zie hierboven). Bij het ontwikkelen van nieuwe natuurgebieden is prioriteit gegeven aan gebieden die substantieel bijdragen aan de internationale natuur- en waterdoelen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) en de Kaderrichtlijn Water. Bij
Natuurnetwerk Nederland, Visie Ruimte en Mobiliteit (bron: Provincie Zuid-Holland) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
28 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
de natuurontwikkeling in het plangebied is dat het geval, aangezien deze gecombineerd wordt met een wateropgave in het kader van de Kaderrichtlijn. Instandhouding en versterking van het cultureel erfgoed Het cultureel erfgoed van Zuid-Holland is een belangrijke drager van ruimtelijke kwaliteit. Deze toegevoegde waarde van erfgoed bevordert de provincie op diverse manieren: behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles die van bijzonder provinciaal belang zijn, via bescherming én passende ruimtelijke ontwikkeling, cultureel erfgoed vormt een integraal onderdeel van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid via de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. De cultuurhistorische en archeologische waarden zijn gebundeld in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), die de basis vormt voor het provinciaal erfgoedbeleid. Het beschermende ruimtelijk beleid richt zich met name op een selectie van de CHS, waaronder: cultuurhistorische kroonjuwelen molenbiotopen. Kroonjuwelen Cultuurhistorische kroonjuwelen zijn unieke, zeer karakteristieke en gave erfgoedensembles in Zuid-Holland. Een deel van de Krimpenerwaard en het plangebied wordt gerekend tot de kroonjuwelen. Dit betreft het zogenoemde Middengebied. Het middengebied van de Krimpenerwaard wordt begrensd door landscheidingskaden, vaarten en vlieten.
De oude opstrekkende verkaveling en het watersysteem zijn nog grotendeels intact en bepalend voor het regelmatige en de oost-west georiënteerde nederzettingsstructuur. Erfbeplanting, rijen knotwilgen en het opgaand groen van kades en eendenkooien en geriefbosjes zijn accenten in het vlakke en waterrijke veenweidelandschap. De lange bebouwingslinten zijn rijk aan historische boerderijen en hebben door de vele open ruimtes tussen de bebouwing een sterke relatie met het landschap. De natuurontwikkeling in het plangebied is afgestemd op het cultuurhistorisch waardevolle landschap en kent een sterke cultuurhistorische component, aangezien deze mede gericht is op het terugbrengen van natuurwaarden die
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
29 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
Cultureel erfgoed, Visie Ruimte en Mobiliteit (bron: provincie Zuid-Holland)
van oudsher in het gebied voorkwamen en die samenhingen met het cultuurhistorisch gebruik van de gronden. De realisatie van natuur gaat ook samen met het behoud en versterking van het cultuurhistorisch waardevolle landschap doordat kenmerkende landschapselementen, de openheid en het verkavelingspatroon behouden blijven en bestaande cultuurhistorische structuren worden benadrukt. Molenbiotopen Naast de historische structuren en cultuurlandschappen richt de provincie zich in haar beleid ook op twee bijzondere typen monumenten, waaronder molens. Molens vormen een kenmerkende combinatie van cultuurhistorie, natuur en landschap. Daarbij gaat het niet alleen om het monument op zich maar ook om zijn omgeving en ensemblewaarde. Hiervoor worden in de Verordening Ruimte planologische beschermingszones (zogenoemde molenbiotopen) opgenomen. In het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan komen twee biotopen voor van molens die buiten het plangebied liggen. Deze biotopen zijn planologisch verankerd middels de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ op de verbeelding en een beschermingsregeling in de regels. 3.3.2 Verordening ruimte 2014 Tegelijkertijd met de ‘Visie Ruimte en mobiliteit’ hebben Provinciale Staten de ‘Verordening ruimte 2014’ vastgesteld. Sindsdien is de verordening diverse malen partieel herzien.
De Verordening vormt een juridische vertaling van het beleid uit de genoemde Visie en bevat daartoe regels over de inhoud van bestemmingsplannen. Natuurnetwerk Nederland In de Verordening Ruimte 2014 is het NNN in Zuid-Holland begrensd. Dit geeft invulling aan de verplichting uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) om de bescherming van het NNN vorm te geven bij provinciale verordening.
Natuurnetwerk Nederland, Verordening Ruimte 2014 (bron: Provincie Zuid-Holland) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
30 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
De gronden waar het bestemmingsplan natuurontwikkeling mogelijk maakt zijn in de Verordening begrensd als Natuurnetwerk Nederland (NNN) met de nadere specificering 'bestaande en nieuwe natuur' en ‘ecologische verbinding’ in het deelgebied Bilwijk. In de Verordening is bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het NNN, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur en ecologische verbinding, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet hieraan, aangezien dit erop gericht is om de ontwikkeling van natuur in het kader van het NNN mogelijk te maken. Beschermingscategorieën In de Verordening zijn gebieden ingedeeld in twee beschermingscategorieën. Het plangebied is gelegen in categorie 1 gebied vanwege de ligging in het NNN en omdat het deels in de Verordening is aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. Deze gebieden zijn zo bijzonder, waardevol of kwetsbaar, dat de instandhouding en mogelijk verdere ontwikkeling van de waarden die ze vertegenwoordigen, voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen.
In de Verordening is bepaald dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, niet kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een ontwikkeling met een zwaarwegend algemeen belang. In het plangebied is sprake van natuurontwikkeling. Voorts is in de Verordening bepaald dat als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, deze uitsluitend is toegestaan indien de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft door een zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving. De beoogde natuurontwikkeling in het plangebied is hiermee in overeenstemming. De natuurontwikkeling zorgt voor een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit en wordt zorgvuldig ingebed in de omgeving, onder meer door afstemming op het bestaande historische verkavelings- en ontginningspatroon en bestaande waterlopen. Molenbiotoop In de Verordening zijn molenbiotopen voor traditionele windmolens aangegeven. Twee molenbiotopen overlappen deels het plangebied. Een molenbiotoop heeft een omvang van 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen. In de Verordening is bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen een molenbiotoop in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen moet garanderen.
Dit betekent dat beperkingen moeten worden gesteld aan de hoogte van bebouwing en beplanting. Het onderhavige bestemmingsplan voldoet hieraan. Daartoe zijn in het plan de biotopen op de verbeelding aangeduid en is een beschermingsregeling opgenomen in de regels. 3.3.3 Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021 De verbetering van de waterkwaliteit in het algemeen en de aanpak van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) opgave in het bijzonder zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke organisaties. In Waterwet is vastgelegd welke overheid voor welk deel van de KRW-opgave verantwoordelijk is. De
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
31 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
Voortgangsnota KRW geeft invulling aan de specifieke verantwoordelijkheid van de provincie Zuid-Holland op het KRW-dossier, voor de planperiode 20162021. In de Waterwet is vastgelegd dat provincies verantwoordelijk zijn voor: Vaststellen van de ligging en begrenzing van KRW-oppervlaktewaterlichamen en KRW-grondwaterlichamen; Vaststellen van de chemische en ecologisch doelstellingen; Vaststellen van maatregelen voor behoud en verbetering van de kwaliteit van KRW-grondwaterlichamen. Voor de periode 2016-2021 is de provinciale verantwoordelijkheid ingevuld met vaststelling van de Voortgangsnota KRW. Afgesproken is dat voor de periode 2016-2021 wordt vastgehouden aan de ambitie voor de KRW-doelen (Goede Chemische Toestand GCT en Goed Ecologisch Potentieel GEP) die in 2009 zijn vastgelegd. De opgave is de middelen zo in te zetten dat ze maximaal effect sorteren op de waterkwaliteit en daarmee op de kwaliteit van de leefomgeving. Dit zal ertoe leiden dat in 2021 van veel oppervlaktewaterlichamen de ecologische en chemische toestand op één of meerdere kwaliteitsparameters sterk is verbeterd. De inzet blijft erop gericht dat in 2027 alle waterlichamen een volledig een ‘goede toestand’ hebben.
In de Voortgangsnota is opgenomen dat voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in het kader van de te realiseren NNN in de Krimpenerwaard 3 KRW-maatregelen worden uitgevoerd. Deze worden nader uitgewerkt in de gebiedsovereenkomst waarmee het gebied invulling geeft aan de natuuropgave. Door de te concretiseren maatregelen moeten naast natuurdoelen ook de KRW-doelen gerealiseerd worden. 3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Waterbeheerplan Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 ‘Met mensen en water’. In dit plan geeft HHSK zijn visie en ambities op het waterbeheer voor de lange termijn. HHSK zet onder meer in op:
Waterveiligheid: stevige dijken beschermen burgers en bedrijven tegen overstromingen. Het nieuwe Deltaprogramma en de deltabeslissing Waterveiligheid vormen het kader voor de zorg voor de waterveiligheid. Watersysteem: hier ligt de focus op het duurzaam en slim besturen, beheren en onderhouden van het samenhangende systeem van watergangen en kunstwerken. HHSK zorgt voor een optimaal waterpeil bij de gewenste functie, voor voldoende water van goede kwaliteit en voor goed onderhouden sloten, vaarten en plassen. HHSK anticipeert op klimaatverandering, bodemdaling en ruimtelijke ontwikkelingen. Op gebiedsniveau wordt samen met andere partijen aan integrale oplossingen voor de verschillende wateropgaven gewerkt. Afvalwaterketen en emissies: afvalwaterzuiveringsinstallaties verwerken het afvalwater uit het gebied efficiënt en duurzaam. Het transport van afvalwater en het na zuivering lozen van het effluent op sloten en rivieren
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
32 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
gebeurt doelmatig en verantwoord. Met optimalisatie en innovatie van de zuiveringsprocessen zet HHSK in op duurzaamheid: bijvoorbeeld door lozingen te verminderen, grondstoffen terug te winnen en energie te besparen of op te wekken. Voor de periode 2016-2021 zijn in het Waterbeheerplan doelen vastgelegd. Eén van de doelen is het realiseren een duurzaam, robuust en kosteneffectief watersysteem in de Krimpenerwaard, gericht op de functies in het gebied, zoals agrarisch gebruik en in het bijzonder nieuwe natuur. Het accent ligt op de uitvoering van maatregelen die de ontwikkeling van nieuwe functies in het gebied, in het bijzonder nieuwe natuur, mogelijk maakt. Dit draagt ook bij aan de realisatie van de KRW-doelen en gebeurt in nauwe samenwerking met de provincie Zuid-Holland en de gemeente Krimpenerwaard, volgens afspraken in de Gebiedsovereenkomst Krimpenerwaard 2014-2021. 3.4.2
Programmaplan Uitvoering Watergebiedsplan Krimpenerwaard In 2012 is het Uitvoeringsprogramma Watergebiedsplan Krimpenerwaard vastgesteld door Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). De uitvoering loopt gelijk op met de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen in de Krimpenerwaard en heeft daardoor een looptijd tot 2021. Het Watergebiedsplan Krimpenerwaard heeft drie doelen: 1. vernieuwen en verduurzamen van het watersysteem; 2. beperken van de bodemdaling in het gebied; 3. verbeteren van de waterkwaliteit. Het programma watergebiedsplan sluit aan op de doelen uit de Gebiedsovereenkomst. Vanuit deze doelen levert het programma Watergebiedsplan de bouwstenen aan voor de diverse inrichtingsplannen die voor de delen van het natuurgebied worden ontwikkeld. Concreet gaat het onder andere om voorstellen met betrekking tot waterpeilen, peilbeheer en de inrichting van watergangen, waterscheidingen en kunstwerken. Onder het ‘verduurzamen’ van het watersysteem wordt verstaan dat het waterbeheer, de peilen en de waterstructuur passen bij de doelen uit de Gebiedsovereenkomst en dat het watersysteem klimaatbestendig wordt. Om de benodigde veranderingen in de Krimpenerwaard te realiseren, moet in de komende jaren een flink aantal maatregelen worden uitgevoerd. Hiervoor is het Uitvoeringsprogramma Watergebiedsplan Krimpenerwaard opgesteld.
Het programma loopt gelijk op met de inrichting van de deelgebieden van het natuurgebied. Het moet dan ook in 2021 volledig zijn uitgevoerd. Er staan maatregelen in zoals: het vervangen of renoveren van peilregulerende kunstwerken, zoals gemalen, stuwen en inlaten; het aanleggen van nieuwe en bredere hoofdwatergangen; het verwijderen en vervangen van bruggen; de aanleg van natuurvriendelijke oevers; het ophogen van wegen en voorzieningen voor bebouwing ten behoeve van peilopzet; het creëren of verbeteren van mogelijkheden voor de vistrek; het creëren van extra mogelijkheden voor recreatie.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
33 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Gebiedsovereenkomst De provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) en de voormalige gemeenten Bergambacht, Ouderkerk, Nederlek, Schoonhoven en Vlist hebben in 2014 de Gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard 2014-2021 afgesloten als opvolger van het eerder gesloten Veenweidepact. Vanwege de wijziging van het natuurbeleid in 2010 was het nodig om de afspraken uit het verleden te herzien. De gebiedsovereenkomst gaat in op drie opgaven voor de Krimpenerwaard: natuur, landbouw en recreatie en toerisme. Daarnaast bestaat er ook een belangrijke wateropgave. Het thema water is verweven met deze opgaven. De overeenkomst is een uitwerking van het gebiedsvoorstel EHS Krimpenerwaard dat door de partijen uit het gebied was opgesteld en door de provincie is overgenomen. De gebiedsovereenkomst richt zich primair op de opgave natuur. Op grond van de overeenkomst is de provincie opdrachtgever en zijn de gemeente Krimpenerwaard en HHSK opdrachtnemer voor de realisatie van de opgave natuur. In 2015 is als uitwerking van en aanvulling op de gebiedsovereenkomst door de provincie, de gemeente Krimpenerwaard en HHSK de Uitvoeringsovereenkomst Krimpenerwaard 2015-2021 afgesloten.
In de gebieds- en uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat de natuuropgave bestaat uit de realisatie van circa 2.250 ha natuur van het NNN, gecombineerd met een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het tegengaan van bodemdaling. Hierbij betreft het tegengaan van bodemdaling een meekoppelend belang, het halen van de doelstellingen in het kader van het NNN en de KRW heeft prioriteit. Voor de natuuropgave worden grote zelfstandig functionerende leefgebieden voor (weide)vogels en kwetsbare soorten (flora en fauna) die thuishoren in het veenweidelandschap ontwikkeld. Er worden watermaatregelen getroffen die noodzakelijk zijn voor het behalen van de natuurdoelen en de KRWdoelstellingen. De natuuropgave is inmiddels deels gerealiseerd door natuurontwikkeling in de deelgebieden Berkenwoudse Driehoek, De Nesse en het zuidelijk deel van Oudeland. Het voorliggende bestemmingsplan beoogt de realisatie van het resterende deel van de natuuropgave planologisch mogelijk te maken en geeft op die wijze uitvoering aan de gebiedsovereenkomst. 3.5.2 Structuurvisie K5 In 2009 hebben de gemeenteraden van de voormalige K5-gemeenten, thans gemeente Krimpenerwaard, de Structuurvisie K5 vastgesteld.
De centrale opgave voor de Krimpenerwaard is het uitzetten van een evenwichtige koers in het spanningsveld tussen behoud/versterken van grote omgevingskwaliteiten en het waarborgen van een vitale en leefbare regio. Het beleid voor het landelijk gebied is enerzijds gericht op het behouden en versterken van de sociaal-economische kwaliteit en anderzijds op het waarborgen van de cultuurhistorische, natuur- en landschapskwaliteiten. Met name het patroon van dijklinten en het waterrijke slagenlandschap zijn kenmerkend voor het landschap. In een groot deel van het gebied blijft de
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
34 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
grondgebonden melkveehouderij de belangrijkste functie. In de gebieden die in de streekplanherziening van 2008 de bestemming natuur hebben gekregen, zal natuur ontwikkeld worden met recreatief medegebruik. In het zuiden van de Krimpenerwaard zijn ook beperkte mogelijkheden voor hervestiging van bedrijven die in het kader van natuurontwikkeling worden uitgekocht. Daarnaast wordt, binnen bestaande opstallen, ruimte geboden aan activiteiten op het vlak van verbrede landbouw en vernieuwend ondernemerschap. De Structuurvisie K5 vormt het kader voor landelijk gebied van de Krimpenerwaard. De voormalige gemeenten betrokken waarin de ontwikkeling van natuur zal plaatsvinden hebben ieder ook hun eigen structuurvisies vastgesteld, waarin de natuurontwikkeling is opgenomen. 3.5.3 Regeling Vernieuwend Ondernemen De doelstelling van de Visie Vernieuwend Ondernemen is om de creativiteit en het vernieuwend ondernemen te bevorderen. De inzet is om daarmee bij te dragen aan het behoud van het karakteristieke landschap van de Krimpenerwaard door een: - Sterkere plattelandseconomie; - Grotere regionale verdiencapaciteit; - Alternatief voor de huidige agrarische bedrijfsvoering waar deze verdwijnt als gevolg van de peilveranderingen en natuurontwikkelingen; - Duurzaam beheer van het karakteristieke veenweidelandschap in het gebied. Vanuit de Visie is de regeling Vernieuwend Ondernemen opgesteld.
Deze maakt het enerzijds voor bestaande agrarische bedrijven mogelijk om naast het agrarische bedrijf andere activiteiten te ontplooien. Anderzijds biedt deze ook ruimte aan (niet-agrarische) ondernemers om in vrijkomende agrarische gebouwen een bedrijf te starten. De regeling Vernieuwend Ondernemen is in het voorliggende bestemmingsplan vertaald, in die zin dat aan de agrarische bedrijven die met hun bedrijfsperceel in het plangebied zijn gelegen, alsmede voormalige agrarische bedrijfspercelen in het plangebied, mogelijkheden worden geboden om nevenactiviteiten te ontplooien.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
35 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
36 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
4
PLANBESCHRIJVING
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de natuuropgave in de Krimpenerwaard. Allereerst komt in paragraaf 4.2 de natuuropgave in zijn algemeenheid aan de orde. Vervolgens wordt in paragraaf 4.3 de voorgenomen inrichting van de natuur per deelgebied beschreven. Daarna wordt in paragraaf 4.4 kort besproken op welke wijze de natuurontwikkeling in het bestemmingsplan vertaald is. Tot slot wordt ingegaan op de inrichting van het Steinse Groen. 4.2
Natuurontwikkeling Krimpenerwaard
Natuurherstel De natuuropgave in de Krimpenerwaard bestaat uit ‘natuurherstel’: het terugbrengen van natuurwaarden die van oudsher in het gebied voorkwamen. Het gaat daarbij om een veenweidenatuur met als kenmerkende groepen weidevogels, natte (schrale) graslanden en kleinschalige opgaande ruigtes en bosschages. De natuuropgave heeft daardoor ook een sterke cultuurhistorische component, aangezien juist de opbouw en het gebruik van het landschap hebben geleid tot het voorkomen van bepaalde natuurwaarden op bepaalde plekken. De belangrijkste bepalende factor van waar welke natuurwaarden voorkwamen, zijn gekoppeld aan de abiotische kenmerken van het gebied (de ondergrond, de bodem en het water). Waar welke natuur ontstaat, is grotendeels afhankelijk van de (grond)waterstand, de bodemsoort en – opbouw, de chemische bodemkwaliteit, de maaiveldhoogte, etc. In het verleden was over de langgerekte kavels in het veenweidegebied een gebruiksgradiënt te herkennen van intensief gebruik naar extensief gebruik. Mede door dit verschil in gebruiksintensiteit was er een grote variatie in soorten te vinden in het gebied. De achteruitgang van de weidevogelstand in Nederland en de zeldzaamheid van vele veenweidesoorten maakt het noodzakelijk om dit samenhangende landschap te herstellen waar deze soorten voorkwamen in een robuust ecosysteem.
Voor de realisatie van de natuur in de Krimpenerwaard worden de abiotische kenmerken als uitgangspunt genomen voor de te ontwikkelen natuurwaarden. Dit vraagt een combinatie van herstelmaatregelen - om basis voorwaarden voor herstel te krijgen – en het terugbrengen van gebruiksgradiënt, zodat zich weer de biodiversiteit kan ontwikkelen die het gebied ooit kende. Doelstellingen De natuuropgave in de Krimpenerwaard omvat de realisatie van 2.250 ha natuur als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), met als natuurdoelen de ontwikkeling van weidevogelgrasland, botanisch grasland en kleinschalige landschapselementen. Voor het NNN-gebied in de Krimpenerwaard geldt ook een wateropgave voor de verbetering van de chemische en ecologische waterkwaliteit die voortvloeit uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Aangezien in het veenweidegebied land en water sterk met elkaar verweven zijn, is de KRW-opgave onderdeel van de natuuropgave in de Krimpener-
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
37 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
waard. De KRW vormt daarmee de basis voor de natuuropgave. De ligging en begrenzing van het NNN-gebied is vastgelegd in de Verordening Ruimte van de provincie Zuid-Holland. Omdat er sprake is van een zekere spanning tussen natuur- en waterdoelen, de mogelijkheden voor agrarisch medegebruik, de te treffen maatregelen en de beschikbare middelen is binnen het NNN-gebied een prioriteitsstelling aangebracht voor de te bereiken doelen. Deze prioriteitsstelling is gericht op: 1. Waar en in welke gebieden primair wordt ingezet op realisatie van de KRW-doelen; 2. Waar andere natuurdoelen (bijvoorbeeld weidevogelgrasland of botanisch grasland) het primaat hebben, en 3. Waar agrarisch medegebruik mogelijk is en wellicht beperkingen kan stellen aan de te bereiken natuur- en waterdoelen. De prioriteitsstelling heeft er toe geleid dat binnen de NNN-begrenzing in de Krimpenerwaard blauwe, groene, gele en oranje gebieden worden onderscheiden. De onderstaande figuur geeft de indeling van de gebieden naar prioriteit weer.
Indeling gebieden naar prioriteit binnen de NNN-begrenzing (bron: provincie Zuid-Holland)
In de blauw gekleurde gebieden hebben de KRW-doelen het primaat. Dit betreft een kernzone langs de aanvoerroutes voor schoon water. Het primaat bij de KRW betekent dat ambities van het gebied erop zijn gericht om 100% doelbereik voor de KRW te realiseren, waarbij wordt geschat dat het doelbereik voor andere natuurdoelen, zoals weidevogelnatuur of botanisch grasland 80-90% zal zijn. (hoge natuurdoelen) In de groen gekleurde gebieden weegt het KRW-belang iets minder sterk, omdat deze geen onderdeel uitmaken van het wateraanvoercircuit en daardoor minder of geen invloed hebben op de waterkwaliteit in de andere natuurgebieden. Daarom wordt hier het primaat gelegd (100% doelbereik)
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
38 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
bij het natuurdoel met de beste potenties voor dit gebied, te weten weidevogelgrasland. Het KRW-doelbereik wordt geschat op 80-90%. (hoge natuurdoelen) In de groenblauw gekleurde gebieden weegt het KRW-belang iets minder sterk, omdat deze geen onderdeel uitmaken van het wateraanvoercircuit en daardoor minder of geen invloed hebben op de waterkwaliteit in andere natuurgebieden. Daarom wordt hier het primaat gelegd (100% doelbereik) bij het natuurdoel met de beste potenties voor dit gebied, te weten botanisch grasland. Het KRW-doelbereik wordt geschat op 80-90%. (hoge natuurdoelen) In de geel gekleurde gebieden wordt uitdrukkelijk ingezet op natuurbeheer door inzet van agrarisch medegebruik. Het KRW- en natuurdoelbereik wordt afgestemd op de mogelijkheden van het agrarisch medegebruik. Daarom is hier sprake van lager doelbereik. Zowel het KRW-doelbereik als het natuurdoelbereik wordt geschat op 60-80%. (lage natuurdoelen) De oranje gebieden zijn natuurgebieden die vanwege hun ligging en besluitvorming waterstaatkundig onderdeel uitmaken van een gebied waarin de natuur en agrarische functie verweven zijn. Het KRW- en natuurdoelbereik wordt derhalve afgestemd op deze fysieke gesteldheid. Natuur en agrarisch gebruik zijn waterstaatkundig niet te scheiden. (lage natuurdoelen)
De gele gebieden sluiten altijd aan op de blauwe gebieden en er is een relatie tussen de natuurdoelen in de gele en de blauwe gebieden. De gele gebieden zijn namelijk ondersteunend aan de doelen in het blauwe gebied. Ze zijn niet los van elkaar te zien. Peilbeheer Door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is op 28 november 2018 een peilbesluit genomen dat gericht is op het realiseren van de natuur- en waterdoelen. Voor de blauwe en groene gebieden betekent dat opzet van het huidige waterpeil tot een gemiddelde drooglegging van 20 cm en de invoering van een flexibel (neerslag gestuurd) peilbeheer. Voor de gele gebieden betreft dit handhaving van het huidige waterpeil, maar met het achterwege laten van de peilindexatie. Op termijn zal dit gaan leiden tot een gemiddelde drooglegging van 35 centimeter. Het waterpeil volgt de daling van het maaiveld dus niet meer, waardoor de huidige drooglegging van circa 50 cm geleidelijk naar een drooglegging van 35 centimeter toegroeit. In de oranje gebieden zal het peil wel de daling van het maaiveld blijven volgen, omdat deze gebieden onderdeel blijven van een agrarisch peilvak conform de omliggende agrarische gronden. Hoge en lage natuurdoelen Door intensivering en modernisering van het agrarisch bedrijf zijn veel natuurwaarden in de Krimpenerwaard de laatste veertig jaar verdwenen of ernstig uitgedund.
Door middel van (soms vergaande) aanpassingen in de agrarische bedrijfsvoering kunnen veel van deze natuurwaarden weer terugkeren. Met een aangepaste agrarische bedrijfsvoering wordt in dit kader het bedrijfsvoeringsconcept natuurinclusieve landbouw bedoeld. Andere natuurwaarden gaan juist niet samen met een (moderne) agrarische bedrijfsvoering. Voor de natuurdoelen in de Krimpenerwaard wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen hoge en lage natuurdoelen.
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
39 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
De hoge natuurdoelen, die voor de blauwe en groene gebieden gelden, stellen hoge eisen aan de inrichting en het beheer, zoals trofiegraad (voedselrijkdom), waterpeil-/fluctuatie en de waterkwaliteit. Hiermee kunnen deze niet samen gaan met een agrarische bedrijfsvoering. Dit bijvoorbeeld als gevolg van het waterpeil dat afgestemd wordt op de natuur- of landschapstypen, zoals nat schraalland, die geen meststoffen kunnen verdragen. Agrarisch medegebruik is in de groene en blauwe gebieden niet mogelijk. Natuurbegrazing, zijnde begrazing door graasdieren ten behoeve van het natuurbeheer, kan wel plaatsvinden. De lage natuurdoelen, die voor de gele en oranje gebieden gelden, stellen minder hoge eisen aan de inrichting en het beheer. Hiermee verhouden deze zich beter met een aangepaste agrarische bedrijfsvoering (natuurinclusieve landbouw). Voor de realisatie van de doelen zijn aanpassingen nodig in het agrarisch gebruik. In de gele en oranje gebieden is het streven er op gericht om natuur zoveel als mogelijk te realiseren door middel van inpassing in de agrarische bedrijfsvoering. Dit vraagt om aanpassing van de agrarische bedrijfsvoering (natuurinclusieve landbouw) en meestal tot omvorming van de bedrijfsvoering tot een meer natuurvriendelijk verdienmodel.
De lage natuurdoelen kunnen worden gerealiseerd door de ontwikkeling van verschillende typen grasland en natuurvriendelijke oevers. Dit betreft bijvoorbeeld de volgende natuurbeheertypen: kruiden- en faunarijk grasland, glanshaverhooiland en weidevogelgrasland. Het spreekt voor zichzelf dat in de gele en oranje gebieden agrarisch medegebruik, zij het met beperkingen, mogelijk blijft. De beperkingen zijn noodzakelijk vanwege het behalen van de KRW- en natuurdoelen. Gebruiksbeperkingen Een belangrijke beperking voor het agrarisch medegebruik in de gele gebieden vloeit voort uit het peilbeheer (zie boven) dat erop gericht is om het peil in het gebied geleidelijk te laten toegroeien naar een gemiddelde drooglegging van 35 centimeter. Met een dergelijk peilbeheer worden in alle delen van de gele gebieden de natuurwaarden verhoogd. Dit peilbeheer heeft uiteraard ook gevolgen voor de agrarische gebruiksmogelijkheden. Zo worden de gronden door de hogere grondwaterstand bijvoorbeeld gevoeliger voor de uitspoeling van mest, hetgeen in de weg kan staan aan de realisatie van de natuurdoelen en de beoogde waterkwaliteit. Mede om die reden zijn beperkingen van het agrarisch medegebruik noodzakelijk.
De gebruiksbeperkingen voor de gele gebieden vanuit het natuur- en waterbeheer (eindbeheer) hebben onder meer betrekking op de volgende onderdelen: Bemesting (type, toepassing en hoeveelheid), bijvoorbeeld: o geen gebruik van meststoffen; o uitsluitend bepaalde soorten mest toepassen. Het waterpeil/peilbeheer: o gestreefd wordt naar een drooglegging. Hiertoe zal het huidige waterpeil gefixeerd worden, waardoor als gevolg van de voortgaande maaivelddaling de huidige drooglegging van circa 50 cm langzaam zal toegroeien naar 35 cm. Maaien (data, frequentie en wijze), bijvoorbeeld: o niet maaien in bepaalde perioden;
Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019
40 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019
o een maximale oppervlakte maaien afhankelijk van de periode o diep uitmaaien in een bepaalde periode. Beweiding (hoeveelheid vee, moment van inscharen), bijvoorbeeld: o een maximale (lagere) veedichtheid per ha.; o oevers uitrasteren en zo nodig veedrinkplaatsen aanleggen. Toepassing gewasbeschermingsmiddelen, bijvoorbeeld: o alleen gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot 1 januari 2024 voor bepaalde storingssoorten. Oeverbeheer (bescherming en onderhoud van natuurvriendelijke oevers), bijvoorbeeld: o geen slootvuil (bagger) op de oevers plaatsen; o oevers uitrasteren bij beweiding; o specifiek maaibeheer; o oevers schonen middels maaikorf of ecoreiniger.
Uiteraard zijn deze beperkingen wel afhankelijk van het natuurbeheertype dat op de desbetreffende gronden wordt nagestreefd. Over het algemeen zullen de beperkingen echter wel een aanpassing van de agrarische bedrijfsvoering in de gele en oranje gebieden vergen. Mozaïek De in de Krimpenerwaard te realiseren natuurbeheertypen staan niet los van elkaar, maar zijn onderdeel van een samenhangend veenweidelandschap. Immers, alleen in een samenhangend landschap kunnen de natuurdoelen worden behaald. Het is voor de gele en oranje gebieden daarom van belang dat bij het inpassen van de natuurdoelen in een agrarisch bedrijf wordt nagedacht over de omgeving en over de samenhang van het landschap. Mozaïekbeheer en inrichten in een landschapsmozaïek zijn hierbij een belangrijke instrumenten. Deze beheers- en inrichtingsvorm zal daarom worden toegepast bij de ontwikkeling van de natuur in het NNN-gebied in de Krimpenerwaard. Mozaïek is een inrichtings- en beheervorm waarbij verschillende typen graslandbeheer op naast elkaar gelegen percelen in een vooraf bepaalde configuratie worden uitgevoerd. Niet alleen het beheer kent een landschapsmozaïek, ook de inrichting van de percelen wordt uitgevoerd in een mozaïek. De combinatie van verschillende typen beheer en inrichting is, wanneer uitgevoerd in de juiste landschappelijke configuratie, gunstig voor de aanwezige weidevogelpopulatie.
Naast weidevogels profiteren ook andere soorten van een dergelijk gedifferentieerd landschap. Door de diversiteit in beheer ontstaat namelijk een meer divers landschap waarin plek is voor verscheidene biotopen. Dit leidt tot een hogere biodiversiteit. In verschillende fases in het seizoen stelt een weidevogelpopulatie verschillende eisen aan de leefomgeving. Dat maakt dat één type beheer of inrichting vaak onvoldoende is voor een duurzame instandhouding van de populatie. Hierbij is maatwerk per perceel noodzakelijk, omdat het mozaïek idealiter wordt afgestemd op de landschappelijke eigenschappen van een gebied. 4.3