CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL Toelichting bestplan NVK Opperduit 78 nav ABRS 12-05-2021.pdf

Oordeelsvorming R&F (RZ) 29 juni 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Opnieuw vaststelling bestemmingsplan Natuurgebieden inzake het perceel Opperduit 78, Lekkerkerk (5 min)33.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard

Gemeente Krimpenerwaard Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling

IDN: Status: Versie: Datum:

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld 5 maart 2019 Opnieuw vastgesteld ……… 2021 voor wat betreft het perceel Opperduit 78, Lekkerkerk, n.a.v. tussenuitspraak ABRS d.d. 12-05-2021 10 mei 2021

TOELICHTING

BESTEMMINGSPLAN

Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard GEMEENTE KRIMPENERWAARD

Opdrachtnummer

: 90.09

IDnr.

: NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02

Datum

: mei 2021

Versie

: v10

Auteurs

: mRO b.v.

Vastgesteld d.d.

: 5 maart 2019

Opnieuw vastgesteld d.d.

: …………….2021 voor wat betreft het perceel Opperduit 78, Lekkerkerk, n.a.v. tussenuitspraak ABRS d.d. 12-05-2021

mRO b.v. b.v. • • Leeuwenveldseweg Leeuwenveldseweg 16H 16H • • 1382 1382 LX LX • • Weesp Weesp • • 033 033 461 461 43 43 42 42 • • info@mro.nl info@mro.nl • • www.mro.nl www.mro.nl mRO

1

INLEIDING

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van 2.250 hectare natuur als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) mogelijk in combinatie met een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en maatregelen om bodemdaling tegen te gaan. Tegen dit besluit is door 15 appellanten beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Op 12 mei 2021 heeft de Afdeling uitspraak gedaan over de ingestelde beroepen (zaaknummer 201903001/1/R3 en ECLI:NL:RVS:2021:1012). Voor 14 beroepen is dit een einduitspraak en voor 1 beroep, van appellant 2, een tussenuitspraak. De uitspraak is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting. De Afdeling heeft de 14 beroepen waarvoor einduitspraak is gedaan ongegrond verklaard. Voor deze beroepen is een einde gekomen aan de beroepsprocedure. Dit betekent dat het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ voor het overgrote deel onherroepelijk geworden is. Tegen dit deel van het plan is beroep bij de Afdeling niet meer mogelijk. Het plandeel waarop de tussenuitspraak van de Afdeling ziet, is echter nog niet onherroepelijk en hiervoor is de beroepsprocedure nog niet beëindigd.

Dit betreft een deel van een perceel (circa 1,4 ha) aan de Opperduit 78 te Lekkerkerk, kadastraal bekend, gemeente Lekkerkerk, sectie C, nummer 8309. De ligging en begrenzing van dit perceel is in onderstaande figuren weergegeven.

Ligging en begrenzing perceel Opperduit 78 Lekkerkerk op topografische kaart (bron: PDOK) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

3 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Ligging en begrenzing perceel Opperduit 78 Lekkerkerk op de luchtfoto (bron: PDOK)

In de tussenuitspraak draagt de ABRS de raad van de gemeente Krimpenerwaard op om binnen 20 weken na de verzending van de uitspraak:  met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen het gebrek in het besluit van 5 maart 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ met betrekking tot het perceel Opperduit 78 te herstellen, en  de Afdeling en appellant 2 de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Hieronder komt aan de orde op welke wijze gevolg is gegeven aan deze opdracht van de Afdeling, oftewel hoe het genoemde gebrek is hersteld. Om helder te krijgen wat het gebrek is en welke herstelmogelijkheden er zijn, wordt echter eerst ingegaan op de inhoud van het beroep van appellant 2 en de beoordeling daarvan door de Afdeling.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

4 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

2

BEROEP EN OORDEEL AFDELING

Beroep Appellant 2 is eigenaar van een perceel aan de Opperduit 78 te Lekkerkerk in het deelgebied Den Hoek. Zij woont op dit perceel en gebruikt het achtergelegen weiland hobbymatig voor het houden van maximaal 6 paarden en 10 tot 15 schapen. Aan een deel van deze gronden met een oppervlakte van ongeveer 1,4 ha is de bestemming "Natuur" toegekend. Zij kan zich niet met deze bestemming verenigen. Zij voert daartoe het volgende aan.

Perceel Opperduit 78 met de bestemming ‘Natuur’ in het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ zoals vastgesteld op 5 maart 2019

Natuurbestemming Appellant 2 betoogt dat ten onrechte aan een deel van haar gronden een natuurbestemming is toegekend, omdat daardoor het huidige gebruik niet meer mogelijk is terwijl deze bestemming niet noodzakelijk is. Zij voert aan dat de doelstelling zonder haar gronden kan worden bereikt. Het door de raad verrichte onderzoek is onzorgvuldig tot stand gekomen en niet deugdelijk. Anders dan waarvan in dat onderzoek is uitgegaan, is het maken van een

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

5 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

ecologische verbinding richting de Lek geen doelstelling van het NNN Krimpenerwaard en als die doelstelling er al is, dan moet een verbinding niet bij haar perceel in het westen van het deelgebied worden gerealiseerd, maar in het oosten. Het zogenoemde ontgrenzen van haar perceel zal geen negatief effect hebben op de robuustheid van het NNN Den Hoek. Appellant 2 wijst daarbij op de second opinion van 2 mei 2019 van Econsultancy (hierna: notitie Econsultancy) en de reactie van 11 maart 2020 van Econsultancy (hierna: reactie Econsultancy). Ook zonder haar perceel zal nog aan de taakstelling van 2.250 ha natuurontwikkeling worden voldaan, omdat 1% afwijking mogelijk is. De raad stelt zich op het standpunt dat het NNN zoals dat door de provincie is bepaald in het bestemmingsplan moet worden overgenomen, tenzij aan de criteria voor ontgrenzing is voldaan. Onder verwijzing naar het Memo ecologische beoordeling van 27 februari 2019 van Tom van den BroekEcologie (hierna: het Memo) heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat het perceel van appellant 2 nodig is om een robuuste ecologische verbinding te realiseren en dat dit daarmee een essentieel onderdeel is van het NNN, zodat niet aan de criteria is voldaan. Oordeel Afdeling Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan was de begrenzing van het NNN nog niet definitief vastgesteld.

Niet in geschil is dat het college van gedeputeerde staten onder voorwaarden kan instemmen met het aanpassen van de NNN-begrenzing. In geschil is of voldaan wordt aan het criterium voor ontgrenzing dat de NNN-doelstellingen ook zonder de bewuste gronden kunnen worden gehaald. De raad heeft naar aanleiding van de zienswijze van appellant 2 onderzoek laten doen of voor haar perceel aan het hiervoor genoemde ontgrenzingscriterium werd voldaan. De uitkomst van dit onderzoek is neergelegd in het Memo (…), welke memo blijkens de datering - 27 februari 2019- zes dagen voor de vaststelling van het bestemmingsplan op 5 maart 2019 tot stand is gekomen. Dit stuk was van aanmerkelijk belang voor het ten aanzien van het perceel van appellant 2 te nemen besluit. Uit een oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding had de raad hierin aanleiding moeten zien appellant 2 een reële mogelijkheid te bieden om op het Memo te reageren voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Het besluit is op dit punt in strijd met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Omdat appellant 2 inmiddels, onder andere met de notitie Econsultancy, op het Memo heeft gereageerd, zal de Afdeling in het kader van een definitieve geschilbeslechting de beroepsgrond over het Memo inhoudelijk beoordelen.

Ingevolge artikel 6, lid 6.4.1, aanhef en onder a, van de planregels wordt ter plaatse van de gronden waaraan de bestemming "Natuur" is toegekend, agrarisch (mede)gebruik tot strijdig gebruik gerekend. Het perceelsgedeelte met de bestemming "Natuur" ligt aan de westrand van het deelgebied Den Hoek, heeft een breedte van 40 m en een lengte van 350 m.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

6 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

De Afdeling stelt vast dat geen ecologische verbindingszone is aangegeven op kaart 7 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland en evenmin op de afbeelding in de plantoelichting waarop de beoogde inrichting van het deelgebied Den Hoek is weergegeven ter hoogte van het perceel van appellant 2. Dit betekent naar het oordeel van de Afdeling nog niet dat het deelgebied Den Hoek, als onderdeel van het NNN Krimpenerwaard, daar niet ook als doel heeft een ecologische verbinding te vormen met daarbuiten gelegen natuurgebieden. Het maakt immers onderdeel uit van het NNN. Op kaart 7 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn gronden aan de overzijde van de Lek in de Alblasserwaard aangewezen voor het NNN. Volgens het Memo is met het oog op een robuuste verbinding bij knelpunten als de dijk en de Lek, het perceelsgedeelte van appellant 2 van groot belang vanwege de goede ligging ten opzichte van de relatieve openheid richting de dijk en de aanwezigheid van een buitendijks gebied in verband met migratieroutes. Zonder het perceelsgedeelte wordt de afstand tot de open zone vergroot waardoor de functionaliteit van de route wordt aangetast. In verband met de belemmeringen langs de dijk is een robuuste zone nodig, aldus het Memo. De Afdeling begrijpt uit de namens de raad op zitting gegeven toelichting door A. Bijlmer, werkzaam als ecoloog bij de provincie Zuid-Holland, het volgende.

Het belang van een verbindingszone is onder meer gelegen in een genetische uitwisseling van doelsoorten in de verschillende gebieden. Dit is niet in geschil. Ter hoogte van het perceel van appellant 2 ligt een buitendijkse structuur, een zogenoemde gors. Via deze gors kunnen doelsoorten, zoals de Ringslang en de Groene Glazenmaker, vanuit het NNN Krimpenerwaard de Lek oversteken naar een vergelijkbaar leefgebied dat onderdeel is van het NNN Alblasserwaard. Appellant 2, op zitting vertegenwoordigd door A.N. de Keijzer, werkzaam als ecoloog bij Econsultancy, heeft niet betwist dat genoemde doelsoorten van deze oversteek gebruik kunnen maken. Voorzover appellant 2 op de zitting heeft gewezen op de mogelijkheid dat genetische uitwisseling door een oost-west verbinding kan plaatsvinden, heeft zij daarmee niet aannemelijk gemaakt dat dit een geschikt alternatief is. Gelet op de ligging van het perceel van appellant 2 ten opzichte van de gors en de noodzaak van een robuuste verbinding om de belemmeringen langs de dijk te kunnen passeren, heeft de raad het perceel van appellant 2 terecht als noodzakelijk onderdeel van een migratieroute voor doelsoorten tussen het NNN Krimpenerwaard en het NNN Alblasserwaard beschouwd en daarom als noodzakelijk aangemerkt om de doelstellingen van het NNN te behalen.

Dat de raad aan percelen dichtbij de Lek wel een agrarische bestemming heeft toegekend en niet aan gronden van appellant 2 die verder van de Lek liggen vindt de Afdeling niet inconsistent. De door appellant 2 bedoelde gronden zijn ingericht met paardenbakken en grenzen aan woonpercelen langs de dijk, zodat deze minder geschikt zijn voor de verbindingszone. Gelet op wat hiervoor is overwogen, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid aan het perceel van appellant 2 een natuurbestemming kan toekennen. Beroep Extensief agrarisch medegebruik Appellant 2 betoogt dat de raad ten onrechte niet de mogelijkheden heeft

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

7 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

onderzocht om, uitgaande van een natuurbestemming, aan haar gronden de bestemming "Natuur- Extensief agrarische medegebruik" toe te kennen, zodat zij het bestaande gebruik kan voortzetten. Oordeel Afdeling De raad heeft niet gemotiveerd waarom dergelijk extensief agrarisch medegebruik voor de gronden van appellant 2 niet mogelijk is. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is in zoverre niet deugdelijk gemotiveerd. Het betoog slaagt. Conclusie Afdeling In wat appellant 2 heeft aangevoerd, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Natuur" ter plaatse van het perceel aan de Opperduit 78 te Lekkerkerk, is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling een zogenoemde bestuurlijke lus toepassen. Voor het beroep van appellant 2 is deze uitspraak een tussenuitspraak. Dit betekent dat de procedure voor haar nog niet is beëindigd. Het ten aanzien van het Memo geconstateerde gebrek behoeft geen herstel meer, omdat appellant 2 inmiddels op het Memo heeft gereageerd. De raad krijgt wel de opdracht het door de Afdeling geconstateerde gebrek omtrent de niet deugdelijke motivatie met betrekking tot het niet mogelijk zijn van extensief agrarisch medegebruik te herstellen. Appellant 2 zal hier op mogen reageren.

Daarna zal de Afdeling einduitspraak doen over het beroep van appellant 2. De raad zal alsnog toereikend moeten motiveren waarom binnen een natuurbestemming de bestemming "Natuur extensief agrarisch medegebruik" voor het hiervoor genoemd plandeel niet mogelijk is of voor dit plandeel een gewijzigd besluit moeten nemen. Resumé Samengevat is naar het oordeel van de Afdeling:  Het perceel Opperduit 78 terecht in het NNN opgenomen. De Afdeling geeft in dit opzicht aan dat het perceel terecht als noodzakelijk onderdeel van een migratieroute voor doelsoorten tussen het NNN Krimpenerwaard en het NNN Alblasserwaard is beschouwd en daarom als noodzakelijk is aangemerkt om de doelstellingen van het NNN te behalen.  Niet deugdelijk gemotiveerd waarom het niet mogelijk is aan het perceel Opperduit 78 de bestemming 'Natuur-Extensief agrarisch medegebruik' toe te kennen. Er zal alsnog toereikend moeten worden gemotiveerd waarom binnen een natuurbestemming de bestemming ‘Natuur - Extensief agrarisch medegebruik’ voor dit perceel niet mogelijk is of voor dit perceel een gewijzigd besluit moeten worden genomen.

3

AFWEGING EXTENSIEF AGRARISCH MEDEGEBRUIK

Bij de realisatie van de natuur in de Krimpenerwaard is er sprake van een zekere spanning tussen natuur- en waterdoelen, de mogelijkheden voor agrarisch medegebruik, de te treffen maatregelen en de beschikbare middelen. Daarom is binnen het NNN-gebied een prioriteitsstelling aangebracht voor de te bereiken doelen. Deze prioriteitsstelling is gericht op:

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

8 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

1. Waar en in welke gebieden primair wordt ingezet op realisatie van de KRW-doelen; 2. Waar andere natuurdoelen (bijvoorbeeld weidevogelgrasland of botanisch grasland) het primaat hebben, en 3. Waar agrarisch medegebruik mogelijk is en wellicht beperkingen kan stellen aan de te bereiken natuur- en waterdoelen. De prioriteitsstelling heeft er toe geleid dat in de Krimpenerwaard binnen het NNN verschillende gebieden zijn onderscheiden, waaronder de zogenoemde blauwe en gele gebieden:  In de blauwe gebieden hebben de KRW-doelen het primaat. Dit betreft een kernzone langs de aanvoerroutes voor schoon water. Het primaat bij de KRW betekent dat ambities van het gebied erop zijn gericht om 100% doelbereik voor de KRW te realiseren, waarbij wordt geschat dat het doelbereik voor andere natuurdoelen, zoals weidevogelnatuur of botanisch grasland 80-90% zal zijn. (hoge natuurdoelen)  In de gele gebieden wordt uitdrukkelijk ingezet op natuurbeheer door inzet van agrarisch medegebruik. Het KRW- en natuurdoelbereik wordt afgestemd op de mogelijkheden van het agrarisch medegebruik. Daarom is hier sprake van lager doelbereik. Zowel het KRW-doelbereik als het natuurdoelbereik wordt geschat op 60-80%. (lage natuurdoelen) In het bestemmingsplan hebben de blauwe gebieden de bestemming ‘Natuur’ gekregen en de gele gebieden de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’.

Dit vanwege het verschil in zwaarte van de natuurdoelen tussen deze gebieden en de daarmee samenhangende mogelijkheden voor zelfrealisatie met agrarisch medegebruik. Zoals de naam al aangeeft, is in de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’ extensief agrarisch medegebruik mogelijk en in de bestemming ‘Natuur’ niet. Het perceel Opperduit 78 maakt deel uit van het deelgebied Den Hoek. Dit gebied is aangemerkt als een blauw gebied en derhalve heeft het perceel in het bestemmingsplan de bestemming ‘Natuur’ gekregen. Gezien de tussenuitspraak van de Afdeling zal er alsnog moeten worden gemotiveerd waarom het perceel niet de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’ kan krijgen in plaats van de bestemming ‘Natuur’. Oftewel, waarom het perceel niet als geel gebied kan worden aangemerkt in plaats van blauw gebied. Hiervoor is het noodzakelijk om te bezien wat de consequenties zijn voor de ecologische en waterdoelen indien het perceel wijzigt van blauw naar geel gebied. In dit kader wordt het volgende overwogen. Consequenties voor ecologische doelen Bij de consequenties voor de ecologische doelen gaat het om de gevolgen voor het beoogde natuurbeheertype en de ecologische verbindingszone.

Natuurbeheertype De gemeenteraad heeft de beleidsregels 'mesttoepassing kleine particuliere zelfrealisatoren' en 'stripbeweiding kleine particuliere zelfrealisatoren' vastgesteld. Dit betekent dat door kleine particuliere zelfrealisatoren in de bestemming 'Natuur' bemesting kan plaatsvinden (8 ton ruige stalmest per ha per jaar) en een iets hogere beweidingsdruk (2 Grootvee-eenheid (GVE) in plaats van 1,5 GVE) is toegestaan. Het perceel Opperduit 78 komt in de bestemming

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

9 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

'Natuur' hiervoor in aanmerking en dus is hier al sprake is van mesttoepassing en een hogere beweidingsdruk. In het Inrichtingsplan Krimpenerwaard is aan het perceel Opperduit 78 het beheertype (doel) ‘kruiden- en faunarijk grasland’ toegekend. Het verschil in maximale bemesting en veebezetting tussen de genoemde beleidsregel en het inrichtingsplan voor ‘geel gebied’, is niet zó groot dat het beheertype kruidenen grasland niet te verwezenlijken is als extensief agrarisch medegebruik mogelijk wordt gemaakt op het perceel. Wèl zou er een verschil in kwaliteit kunnen optreden doordat er een meer voedselrijk type van kruiden- en faunarijk grasland wordt gerealiseerd. Aangezien het hier om een perceelgrootte gaat van 1,4 ha binnen de NNN, is dat op het totale oppervlak van kruiden- en faunarijk grasland in deelgebied Den Hoek (58 ha) aanvaardbaar in het kader van doelrealisatie. Hierbij moet ook in acht worden genomen dat het perceel ‘op de rand’ van het blok met NNN-percelen in Den Hoek ligt, grenzend aan agrarisch gebied, en verwacht kan worden dat de hoogste natuurwaarden wat verder van de rand behaald zullen worden.

Perceel Opperduit 78 met natuurbeheertype kruiden- en faunarijk grasland in het Inrichtingsplan

Het functioneren van deelgebied Den Hoek als verbindingszone Conform de uitspraak van de Afdeling is het perceel Opperduit 78 terecht als noodzakelijk onderdeel van een migratieroute voor doelsoorten tussen het NNN Krimpenerwaard en het NNN Alblasserwaard beschouwd en daarom als noodzakelijk aangemerkt om de doelstellingen van (dit traject van) het NNN te behalen. Een wijziging van het perceel van blauw naar geel gebied met extensief agrarisch medegebruik mag de functie van het perceel als verbindingszone dan ook niet relevant verminderen. Dit is niet het geval. Het gaat bij deze verbinding om de doelsoorten groene glazenmaker, kamsalamander, ringslang, rugstreeppad, dwergmuis, waterspitsmuis, noordse woelmuis en

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

10 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

bever. Dit zijn soorten die dikwijls de slootkanten zullen volgen. Aangezien er direct langs slootkanten sowieso niet bemest mag worden (ook niet in geel gebied) zal de wijziging van het perceel van blauw naar geel gebied voor de vegetatie direct langs de slootkant weinig verschil maken. Een iets hogere veebezetting kan wel verschil maken in de mate van ’dekking’ langs de slootkant, maar aangezien het verschil in maximale veebezetting maar 0,5 GVE/ha betreft, wordt niet verwacht dat het verschil ‘wezenlijk’ zal zijn in termen van effectiviteit van het functioneren van de verbindingszone. Consequenties voor de waterdoelen Het wijzigen van het perceel van blauw naar geel gebied, heeft geen consequenties voor de waterdoelen. Aangezien het om het meest (zuid)westelijke perceel gaat van het blok NNN-percelen in Polder Den Hoek, zal het perceel als ‘peilscheiding’ gaan functioneren tussen het natuurgebied en het agrarisch gebied. De sloot aan de oostzijde van het perceel zal deel uitmaken van het gebied onder natuurpeil. Het waterdoel voor deze sloot is volgens het Inrichtingsplan ‘uniform submers’. Dit zijn sloten met ondergedoken waterplanten zoals hoornblad of waterpest die in een lage soortendiversiteit de hele waterkolom vullen. Dit type is vooral te vinden in relatief smalle en ondiepe sloten en watergangen met een voedselrijke bodem nabij landbouwpercelen.

Door nalevering vanaf de percelen door bemesting is het oppervlaktewater en de waterbodem (baggerlaag) eutroof. Uniform submers is een laag ambitieniveau dat ook in gele gebieden haalbaar is. Een omzetting van het perceel van blauw naar geel gebied (met extensief agrarisch medegebruik en bijbehorend bemestingsniveau) staat het bereiken van dit doel niet in de weg. Verder is in dit kader van belang dat vanuit de waterhuishouding in het deel van Den Hoek, gelegen tussen de dijk en de Tiendweg, een aangepast waterpeil (afgestemd op andere functies in het gebied, waaronder met name de bebouwing) noodzakelijk is gebleken. Om deze reden is in het peilbesluit dat door het waterschap genomen is Den Hoek gesplitst in twee peilgebieden:  Den Hoek-buiten, het deel ten noorden van de Tiendweg;  Den Hoek-binnen, het deel gelegen ten zuiden van de Tiendweg. Dit houdt in dat in Den Hoek-binnen, waar het perceel Opperduit 78 gelegen is, reeds sprake is van een grotere drooglegging dan in Den Hoek-buiten, en in Den Hoek-binnen door deze omstandigheid het behalen van de natuur- en waterdoelen binnen de bestemming 'Natuur' minder optimaal is.

Het perceel Opperduit 78 valt binnen de natuurbestemming en is, zoals eerder reeds is aangegeven, een noodzakelijk onderdeel van de migratieroute voor doelsoorten tussen het NNN Krimpenerwaard en het NNN Alblasserwaard, en daarom noodzakelijk om de doelstelling van het NNN te behalen. Het peilbesluit moet deze functie faciliteren. Dit betekent dat het vastgestelde peilbesluit ten behoeve van de natuurdoelen (verbinding) op het perceel kan worden gehandhaafd. Conclusie Gezien de bovengenoemde consequenties voor de ecologische en waterdoelen is onvoldoende toereikend te onderbouwen waarom op het perceel Opperduit 78 niet enige vorm van extensief agrarisch medegebruik toelaatbaar is. Er zijn geen gevolgen voor waterdoelen, de functie van het perceel als verbindingszone vermindert niet relevant en het natuurbeheertype kruiden- en faunarijk grasland is ook te verwezenlijken met extensief agrarisch medegebruik. De

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

11 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

ligging van het perceel, aan de zuidwestrand van het NNN-gebied Den Hoek op de grens met het agrarische gebied, is hiervoor mede bepalend. Dit alles betekent dat het perceel kan worden gewijzigd van blauw naar geel gebied. Oftewel, dat de bestemming ‘Natuur’ kan worden omgezet in de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’.

4

GEVOLGEN VOOR HET BESTEMMINGSPLAN

In de tussenuitspraak geeft de Afdeling aan dat een nieuw of gewijzigd besluit voor het perceel Opperduit 78 te Lekkerkerk moet worden genomen. Nu uit bovenstaande afweging blijkt dat de bestemming ‘Natuur’ op het perceel kan worden omgezet naar ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’, betekent dit dat het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ voor wat betreft het perceel Opperduit 78 opnieuw dient te worden vastgesteld, waarbij op het perceel de bestemming wordt gewijzigd in ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’. Op de verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 heeft het perceel daartoe de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’ gekregen. De regels uit het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ die bij deze bestemming behoren worden daardoor ook van toepassing op dit perceel. Deze regels wijzigen op zichzelf inhoudelijk niet,

Het perceel Opperduit 78 heeft op de verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’ gekregen Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

12 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

maar maken uiteraard wel extensief agrarisch medegebruik mogelijk op het perceel. Aan de toelichting is de onderhavige ‘oplegnotitie’ toegevoegd, waarin is onderbouwd waarom de bestemming ‘Natuur-Extensief agrarisch medegebruik’ in de specifieke situatie van het perceel Opperduit 78 niet onaanvaardbaar is. Het Inrichtingsplan hoeft niet te worden aangepast omdat het natuurbeheertype kruiden- en faunarijk grasland niet wijzigt en de bestemming bepalend is voor het feit of er extensief agrarisch medegebruik mogelijk is.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v10 / mei 2021

13 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG02 Vastgesteld d.d.

Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard

Gemeente Krimpenerwaard Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling

IDN: Status: Versie: Datum:

NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld 5 maart 2019 9 maart 2019

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

2 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

TOELICHTING

BESTEMMINGSPLAN

Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard GEMEENTE KRIMPENERWAARD

Opdrachtnummer

: 90.09

IDnr.

: NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01

Datum

: maart 2019

Versie

: v9

Auteurs

: mRO b.v.

Vastgesteld d.d.

: 5 maart 2019

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

4 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

INHOUD VAN DE TOELICHTING 1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3

INLEIDING ............................................................................... 7 Aanleiding en doel ...................................................................... 7 Ligging en begrenzing plangebied ................................................. 9 Vigerende bestemmingsplannen ..................................................11 Opzet van de toelichting.............................................................11 HUIDIGE SITUATIE ................................................................. 13 Inleiding...................................................................................13 Kenschets ................................................................................13 Cultuurhistorie .......................................................................... 13 Landschap ................................................................................16 Bodem en water ........................................................................ 17 Functionele structuur ................................................................. 20 BELEIDSKADER ....................................................................... 23

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding...................................................................................23 Rijksbeleid................................................................................23 Provinciaal beleid ...................................................................... 26 Regionaal beleid ........................................................................ 32 Gemeentelijk beleid ................................................................... 34 4 PLANBESCHRIJVING ............................................................... 37 4.1 Inleiding...................................................................................37 4.2 Natuurontwikkeling Krimpenerwaard............................................ 37 4.3 Voorgenomen inrichting .............................................................41 4.4 Vertaling naar het bestemmingsplan ............................................ 79 4.5 Steinse Groen ........................................................................... 84 5 RANDVOORWAARDEN – MILIEUASPECTEN ............................. 89 5.1 Inleiding...................................................................................89 5.2 Geluid ......................................................................................89 5.3 Luchtkwaliteit ...........................................................................

91 5.4 Externe Veiligheid ..................................................................... 93 5.5 Bodem .....................................................................................95 5.6 Water ......................................................................................97 5.7 Ecologie ................................................................................. 102 5.8 Archeologie ............................................................................ 105 5.9 Cultuurhistorie ........................................................................ 108 5.10 Milieueffectrapportage ............................................................. 110 6 6.1 6.2 6.3 6.4 7

JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................ 113 Inleiding................................................................................. 113 Opbouw regels en verbeelding .................................................. 114 Bestemmingen en dubbelbestemmingen .................................... 114 Artikelgewijze toelichting.......................................................... 116 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ...................................... 125

7.1 7.2 7.3

Algemeen ............................................................................... 125 Realisatiestrategie ................................................................... 125 Conclusie ............................................................................... 126 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................. 127

8.1 8.2

Inspraak ................................................................................ 127 Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro.................................................... 127

8

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

5 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

8.3

Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ....................................... 127

Bijlagen 1. Witteveen+Bos, ‘InrichtingsMER natuuropgave Krimpenerwaard’, 2 september 2010; 2. Witteveen+Bos, ‘InrichtingsMER natuuropgave Krimpenerwaard - Aanvulling Grutto en dotter’, 22 juni 2015; 3. Witteveen+Bos, ‘Natuurontwikkeling Krimpenerwaard - Robuustheidanalyse MER’, 15 augustus 2018; 4. Nota van inspraak; 5. Nota van vooroverleg; 6. Nota van zienswijzen.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

6 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Voorgeschiedenis In de Krimpenerwaard wordt al vele jaren gewerkt aan de verbetering van de landbouwstructuur en de aanleg van nieuwe natuur. Deze landinrichting was aanvankelijk vooral gericht op verbetering van de landbouwkundige status. Pas later, begin jaren negentig, werd er een substantiële natuuropgave aan de plannen toegevoegd. In 1999 kwam het Raamplan Landinrichting gereed waarin deze opgave werd gespecificeerd op 2.450 ha nieuw te ontwikkelen natuur in het kader van de te realiseren Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze landinrichting mondde uit in het Veenweidepact Krimpenerwaard dat eind 2005 door dertien overheden en maatschappelijke organisaties uit het gebied werd gesloten. De inhoud en context van de natuuropgave verandert echter met de wijziging van het natuurbeleid in 2010. In het regeerakkoord Rutte II is opgenomen dat de EHS in 2021 herijkt zal zijn gerealiseerd. De veranderde context leidt ertoe dat de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) en de voormalige gemeenten Bergambacht, Ouderkerk, Nederlek, Schoonhoven en Vlist in 2014 de Gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard 2014-2021 afsluiten als opvolger van het Veenweidepact. Er blijft echter sprake van een integrale gebiedsontwikkeling.

Gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard De gebiedsovereenkomst gaat in op drie opgaven voor de Krimpenerwaard: natuur, landbouw en recreatie en toerisme. Daarnaast bestaat er ook een belangrijke wateropgave. Het thema water is verweven met deze opgaven. De gebiedsovereenkomst richt zich primair op de opgave natuur. In 2015 is als uitwerking van en aanvulling op de gebiedsovereenkomst door de provincie, de gemeente Krimpenerwaard en het Hoogheemraadschap de Uitvoeringsovereenkomst Krimpenerwaard 2015-2021 afgesloten. In de gebieds- en uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat de natuuropgave bestaat uit de realisatie van circa 2.250 ha natuur van het NNN, gecombineerd met een bijpassend robuust en duurzaam watersysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het tegengaan van bodemdaling. Hierbij betreft het tegengaan van bodemdaling een meekoppelend belang, het halen van de doelstellingen in het kader van het NNN en de KRW heeft prioriteit. Voor de natuuropgave worden grote zelfstandig functionerende leefgebieden voor (weide)vogels en kwetsbare soorten (flora en fauna) die thuishoren in het veenweidelandschap ontwikkeld. Er worden watermaatregelen getroffen die noodzakelijk zijn voor het behalen van de natuurdoelen en de KRWdoelstellingen. De natuuropgave wordt gerealiseerd in het NNN-gebied dat daarvoor in de provinciale Verordening Ruimte is begrensd.

Dit gebied bestaat uit verschillende deelgebieden: Bergambacht-West, Den Hoek, Oudeland, Berkenwoudse Driehoek, Achterbroek, De Nesse, Kattendijksblok, Middelblok, Veerstalblok, Bilwijk en Kadijk-West.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

7 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

Het gebied waar de gebiedsovereenkomst Krimpenerwaard betrekking op heeft. Het donkergroene gedeelte is de begrenzing van de NNN in de Krimpenerwaard behorende bij de overeenkomst. De rode lijn markeert het gebied waarover in de overeenkomst afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de natuuropgave, inclusief water (bron: Programmabureau Veenweiden)

Ligging en begrenzing deelgebieden natuuropgave (bron: Provincie Zuid-Holland)

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

8 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard De deelgebieden Berkenwoudse Driehoek, De Nesse en het zuidelijk deel van Oudeland zijn reeds ingericht voor natuurontwikkeling (circa 500 ha) en zijn op 22 juni 2017 officieel opgeleverd. Hiervoor zijn door de gemeenteraad van Krimpenerwaard op 15 december 2015 bestemmingsplannen vastgesteld. Ook het deelgebied Bergambacht-West (Nespolder) is reeds ingericht. Het deelgebied Achterbroek is bij de herijking van de EHS grotendeels ontgrensd. Slechts op een beperkt aantal percelen wordt natuur ontwikkeld. Voor dit deelgebied is, voor zover dit niet meer tot het NNN behoort, door de gemeenteraad van Krimpenerwaard op 30 januari 2018 een bestemmingsplan vastgesteld. In de overige (delen van) deelgebieden, te weten Den Hoek, het noordelijk deel van Oudeland, het deel van Achterbroek dat nog tot het NNN behoort, Kattendijksblok, Middelblok, Veerstalblok, Bilwijk en Kadijk-West, zal de inrichting ten behoeve van natuurontwikkeling nog plaats moeten vinden. Op grond van de vigerende bestemmingsplannen is de realisatie van natuur in deze gebieden echter niet mogelijk. De desbetreffende gronden hebben in deze bestemmingplannen namelijk overwegend een agrarische bestemming. Om de natuurontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken is daarom een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Het voorliggende bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ dient hiertoe. Ter voorbereiding op het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ is op 12 december 2017 door de gemeenteraad van Krimpenerwaard een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Deze nota vormt de basis voor het bestemmingsplan. In de nota zijn keuzes gemaakt voor een bestemmingsregeling die erop gericht is om de volledige realisatie van de natuur- en waterdoelen planologisch-juridisch mogelijk te maken. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied van het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ bestaat uit gronden die gelegen zijn in het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard. De ligging en begrenzing is globaal weergegeven in de bijgaande figuur. Het plangebied omvat de deelgebieden van het NNN waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld dat natuurontwikkeling mogelijk maakt. Dit betreft de deelgebieden Den Hoek, het noordelijk deel van Oudeland, het deel van Achterbroek dat nog tot de NNN behoort, Kattendijksblok, Middelblok, Veerstalblok, Bilwijk en Kadijk-West. Eveneens is het deelgebied Bergambacht-West in het plangebied opgenomen om de hier gerealiseerde natuurontwikkeling planologisch te verankeren. Vanwege de natuuropgave hebben de voormalige gemeenten Bergambacht, Vlist, Ouderkerk en Nederlek de genoemde deelgebieden niet meegenomen bij de actualisatie van hun bestemmingsplannen voor het buitengebied/ landelijk gebied. Het zijn ‘witte vlekken’ in deze plannen. Omdat de begrenzing van het NNN in de loop der tijd hier en daar is gewijzigd, waardoor delen zijn ontgrensd, zijn deze ‘witte vlekken’ op een aantal plekken groter dan het huidige NNN. Daarnaast liggen binnen deze ‘witte vlekken’ ook percelen met

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

9 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

bebouwing, met name woningen, die ook niet behoren tot het NNN. Voor de gronden die buiten het NNN liggen, geldt geen natuuropgave. Deze gronden zijn echter wel opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan. Dit om ook deze gronden te kunnen voorzien van een actueel juridisch-planologisch kader. Het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan omvat derhalve meer gronden dan alleen het NNN. De plangrens is zoveel mogelijk afgestemd op de plangrens van de geactualiseerde bestemmingsplannen buitengebied/ landelijk gebied. Zo worden de ‘witte vlekken’ opgevuld. Het ontstaan van ‘restgebieden’ met een verouderd bestemmingsplan wordt hiermee zoveel mogelijk voorkomen. Naast de bovengenoemde deelgebieden van het NNN, zijn tevens enkele wijzigingsgebieden die gelegen zijn binnen de deelgebieden Berkenwoudse Driehoek en De Nesse in het plangebied opgenomen. Voor deze wijzigingsgebieden, die ook behoren tot het NNN, geldt op grond van de vigerende bestemmingsplannen een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders om de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ te wijzigen naar ‘Natuur’, ten behoeve van de realisatie van natuurfuncties. Door een wijzigingsplan vast te stellen kan hier dus al de ontwikkeling van natuur mogelijk worden gemaakt.

Om proceseconomische redenen is er echter voor gekozen om voor de wijzigingsgebieden geen wijzigingsplan vast te stellen, maar deze gebieden mee te nemen in het onderhavige bestemmingsplan. Hiermee wordt immers een extra planologische procedure voorkomen en worden alle ontwikkelingen in één plan geconcentreerd.

Globale begrenzing plangebied bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

10 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

Tot slot maakt ook het gebied Steinse Groen, gelegen direct oostelijk van Gouda, deel uit van het plangebied. Het Steinse Groen is een klein recreatie/groengebied, waarvoor ook een opgave geldt die in het verlengde ligt van de NNN-natuuropgave voor de Krimpenerwaard. Het doel is om het Steinse Groen te ontwikkelen tot een ecologische verbinding tussen het deelgebied Bilwijk en de Polder Stein, met behoud van de recreatieve functie van het gebied. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is deze ontwikkeling niet mogelijk. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hier wel in. 1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied valt binnen een groot aantal geldende bestemmingsplannen, die veelal verouderd zijn. Het betreft de volgende plannen: Naam bestemmingsplan

Raad

G.S.

Kroon / RvS

Landelijk gebied Bergambacht

31-03-1998

20-11-1998

13-02-2002

Landelijk gebied 1982 (Lekkerkerk)

28-06-1983

11-09-1984

14-01-1987

Landelijk gebied 1982 (Lekkerkerk) 2e herziening

10-04-1990

28-08-1990

Landelijk gebied 1982 (Lekkerkerk) 3e herziening

15-11-1994

28-03-1995

Landelijk gebied (Gouderak)

02-02-1978

27-03-1979

15-04-1983

Buitengebied (Ouderkerk aan den IJssel)

22-11-1984

18-02-1986

18-11-1988

Snippejager (Gouderak)

18-12-1980

Landelijk gebied Haastrecht

27-01-1992

11-08-1992

Landelijk gebied Haastrecht 1e Partiële herziening

20-12-1993

19-04-1994

Landelijk gebied Haastrecht 2e Partiële herziening

31-10-1994

28-02-1995

Landelijk gebied Haastrecht 3e Partiële herziening

28-05-1996

17-09-1996

Landelijk gebied Stolwijk

30-03-1998

20-11-1998

13-02-2002

Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist) Elf locaties, vier bestemmingsplannen, één beheersverordening (Ouderkerk) Inpassingsplan Zuidwestelijke Randweg-N207

15-12-2015 10-07-2013

n.v.t. n.v.t.

25-01-2017

11-11-2009

n.v.t.

14-12-2011

Middelblok (Ouderkerk)

30-06-2011

n.v.t.

15-08-2012

Kattendijk (Ouderkerk) Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard, deelgebieden De Nesse en Oudeland Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard, deelgebied Berkenwoudse Driehoek

10-07-2008

03-02-2009

18-11-2009

15-12-2015

n.v.t.

14-09-2016

15-12-2015

n.v.t.

Het voorliggende bestemmingsplan vervangt deze plannen voor zover het plangebied samenvalt met deze plannen. Daarnaast zijn in het voorliggende plan verleende vrijstellingen, ontheffingen en omgevingsvergunningen opgenomen. 1.4

Opzet van de toelichting

De toelichting is verder als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Het van toepassing zijnde beleid op zowel rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau wordt in hoofdstuk 3 verwoord. Vervolgens komt in hoofdstuk 4 een beschrijving van het plan aan de orde, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op een aantal relevante milieuaspecten en onderzoeken, ook wel de randvoorwaarden van het plan genoemd. In hoofdstuk 6 ‘Juridische aspecten’ wordt een toelichting op de verbeelding en de planregels gegeven. In hoofdstuk 7 wordt de economische

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

11 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

uitvoerbaarheid van het plan beschreven. Ten slotte zet hoofdstuk 8 de resultaten van de inspraak en het overleg over het plan uiteen.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

12 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

2

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Inleiding

Voor een goed begrip van het plangebied wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan op de karakteristieken van het gebied. Aan de orde komen zowel aspecten uit het verleden als uit het heden, ofwel er wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het plangebied, maar ook op de huidige functies van het plangebied. 2.2

Kenschets

De gronden in het plangebied bestaan thans voor het overgrote deel uit open landbouwgronden die worden gebruikt voor de melkveehouderij. Het betreft lange smalle kavels die van elkaar gescheiden worden door sloten. Hier en daar liggen kleine bestaande natuurgebiedjes, zoals blokboezems, pestbosjes en eendenkooien. Direct ten oosten van Gouda ligt het recreatie-/groengebied het Steinse Groen. In het gebied is weinig bebouwing aanwezig. Deze bestaat overwegend uit verspreid gelegen woningen en is met name gesitueerd langs de Oudelandseweg en Gouderakse Tiendweg. Het plangebied maakt deel uit van de Krimpenerwaard, een uitgestrekt veenweidegebied, gelegen tussen de Hollandsche IJssel, de Lek en het veenriviertje de Vlist. Aan de randen van de waard langs de Hollandsche IJssel en de Lek domineren de zware rivierdijken, waaraan de meeste bebouwing ligt: een vrijwel ononderbroken bewoningslint, op een aantal plaatsen verdicht tot dorpen en enkele kleine steden. Het open vlakke veenweidegebied achter de rivierdijken kenmerkt zich door een gaaf verkavelingspatroon van middeleeuwse ontginningen, met karakteristieke langgerekte percelen en poldersloten, polderkades, weteringen, veenstromen (onder andere de Vlist) en langgerekte bebouwingslinten.

De historische landschapsstructuren van de Krimpenerwaard zijn niet uniek in Nederland, maar de omvang van het gebied en vooral de gaafheid ervan zijn dat wél. De Krimpenerwaard vormt samen met de Lopikerwaard een van de grootste aaneengesloten veenweidegebieden van Nederland. De herkenbaarheid is groot: behalve de verstedelijking rond Krimpen aan den IJssel (in het uiterste westen van de waard) in de periode na 1960 en de aanleg van het Loetbos in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, zijn er sinds 1600 nauwelijks grootschalige ruimtelijke ingrepen geweest. De gaafheid van de Middeleeuwse landschapsstructuren is een belangrijke onderscheidende factor. 2.3

Cultuurhistorie

2.3.1 Historische geografie De Krimpenerwaard is een groot veeneiland dat wordt omsloten door de rivieren de Hollandse IJssel, de Lek en het veenriviertje de Vlist. Langs de Hollandse IJssel liggen oeverwallen die op enige afstand van de rivier overgaan in de veengebieden. Als gevolg van de bodemopbouw zijn langs de randen stroken met nederzettingen ontstaan die nadrukkelijk op de rivier gericht zijn en daartussen een uitgestrekt middengebied.

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

13 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

De Hollandse IJssel was in de vroege middeleeuwen een open rivier met grillige waterstanden en vele overstromingen. Rond 1100 werden de eerste rivierdijken gebouwd. Door de latere kanalisering ontstond een levende (met getijden) en een dode Hollandse IJssel (zonder getijden). Vanaf de Waaiersluis bij Gouda tot aan de IJsseldam bij IJsselstein is het de gekanaliseerde Hollandse IJssel. In dit boezemwater worden de peilen binnen krappe marges gehandhaafd en wisselt de stromingsrichting. De hoofdfuncties van de gekanaliseerde Hollandse IJssel zijn momenteel wateraan- en -afvoer, scheepvaart en recreatievaart. De bebouwing en de strokenverkaveling zijn gericht op de rivier. De uitgestrekte polders met grasland, het veenweidegebied, was van oorsprong een moerasachtig gebied, dat in de middeleeuwen werd ontgonnen door deze gebieden te ontwateren. In de verkaveling kan men drie vormen van ontginning herkennen: vrije opstrek, cope-ontginning en de restverkavelingen. De eerste fase betrof de ontginning van de randgebieden vanuit de oeverwallen van de IJssel. Dit waren ontginningen met een opstrekkende verkaveling, waarvan geen vaste achtergrens bepaald was. In de tweede fase werden de gebieden langs de Vlist en in het middengebied van de waard ontgonnen met de regelmatige cope-ontginning, waarvan lengte en breedte wel bepaald waren.

Tijdens de laatste fase werden de restgebieden in gebruik genomen. Dit zijn de gebieden met vrij onregelmatige grenzen en een afwijkende verkaveling. Het ontginningspatroon, de slagenverkaveling, is nog zichtbaar en gaaf aanwezig in het landschap. Langs de ontginningsbases zijn transparante lange bebouwingslinten van boerderijen en andere huizen ontstaan. Karakteristiek voor het veenweidegebied zijn de tiendwegen en landscheidingen. De tiendwegen staan dwars op de verkaveling en liggen op enige afstand van de rivierdijken. De tiendwegen worden aan beide zijden geflankeerd door weteringen. De landscheidingen zijn uit veen opgebouwde achterkaden die aangelegd werden op de achtergrens van een ontginningsblok. Het markeert de grens tussen de twee ontginningseenheden. De tiendwegen en veendijken zijn ook vaak houtkaden (zoals de Schenkelkade). Hiervan waren er een eeuw geleden veel meer.

Tiendweg in het plangebied (Lange Tiendweg) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

14 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

De waterbeheersing is van levensbelang voor de Krimpenerwaard en overal duidelijk zichtbaar aanwezig in watergangen, bruggen, molens, gemalen, boezems en waterpeilen. In het gebied staan, bijvoorbeeld langs de Bilwijkerweg, houten elektriciteitsvoorzieningen. Deze zijn uniek omdat elders in Nederland dit bijna niet meer voorkomt. 2.3.2 Beschermd dorpsgezicht Haastrecht Op 20 november 2014 is door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Infrastructuur en Milieu een deel van Haastrecht op grond van de Monumentenwet 1988 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het beschermd gezicht Haastrecht is van bijzonder belang als voorbeeld van een dijk- en damnederzetting van Middeleeuwse oorsprong, met tegenwoordig een vooral 17e- tot vroeg 20-eeuwse bebouwing. Zij is van belang vanwege de nog zeer goed herkenbare historisch-ruimtelijke structuur en het grotendeels gave historische en deels monumentale bebouwingsbeeld. Een extra waarde aan het gezicht wordt gegeven door twee nauw met de kern samenhangende historische structuren. Allereerst de aan de dorpskom grenzende, van oorsprong 15e-eeuwse en in de 19e eeuw aangepaste boezemstructuren, die de kern als het ware omarmen en hier op de IJssel uitwaterden via nog aanwezige gemalen.

Op de tweede plaats de uitzonderlijk gave structuur van de in Landschappelijke Stijl aangelegde buitenplaats met overtuin Bisdom van Vliet. Historische nederzetting, buitenplaats en boezemsystemen vormen met elkaar een uniek en visueel aantrekkelijk ensemble met een hoog ruimtelijk- cultuurtechnisch- en architectuurhistorisch belang. Uit het voorgaande blijkt dat het beschermd dorpsgezicht zowel een deel van de kern Haastrecht omvat als een deel van het landelijk gebied daaromheen. Het beschermd dorpsgezicht overlapt daardoor het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan. Dit betreft gronden aan de zuidwestzijde van de kern Haastrecht, in het deelgebied Bilwijk. Deze gronden behoren tot het beschermd dorpsgezicht vanwege de hier gelegen Boezem van Bergambacht. De relicten van dit boezemsysteem zijn van grote algemeen historische, landschappelijke en ruimtelijk, cultuur- en technisch-historische waarde. Met name de vrij gave structuur van het eerste getrapte boezemsysteem in Nederland, is van grote historische waterstaatkundige betekenis.

Begrenzing beschermd dorpsgezicht Haastrecht (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

15 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

2.4

Landschap

Het veenweidelandschap in het plangebied heeft belangrijke cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat deze waarden gelegen zijn in:  het verkavelings- en slotenpatroon;  de openheid;  karakteristieke landschapselementen. Het verkavelings- en slotenpatroon De Krimpenerwaard is een typisch veenweidegebied met een kenmerkende verkavelingstructuur. Ongeveer 15 % van het gebied is water. De kavels zijn lang en smal en voornamelijk noord-zuid gericht, loodrecht op de rivieren de Lek en de Hollandsche IJssel. De kavels draaien dan ook met de rivieren mee. Dit is typerend voor middeleeuwse veenontginningen. Bijzonder voor de waarden zijn de lange, rechte tiendwegen, parallel lopende sloten met een lange rechte weg of kade er tussenin. Vermoedelijk zijn deze kades aangelegd om een deel van het land in het voorjaar eerder droog (en dus bruikbaar) te maken. De verkavelingstructuur is vrij zeldzaam, maar komt ook voor in andere veenweidegebieden in Nederland. De Nederlandse veenweidegebieden zijn echter wel uniek in Europa. Hoewel in de afgelopen eeuw vele sloten zijn gedempt, is de oorspronkelijke verkavelingstructuur nog goed herkenbaar en van hoge waarde. Er zijn wel enkele doorsnijdingen van infrastructuur, maar er is geen grootschalige infrastructuur en vrijwel geen bebouwing in het plangebied waardoor de structuur nog gaaf te noemen is.

Verkavelings- en slotenpatroon in het plangebied, met verspreid gelegen landschapselementen

Openheid De visuele openheid en weidsheid van de Krimpenerwaard is een typerend kenmerk van de Krimpenerwaard. Deze weidsheid heeft ook een grote aantrekkingskracht op doortrekkende en overwinterende vogels en weidevogels. De openheid komt mede vooruit uit het gegeven dat de lintbebouwing zich

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

16 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

voornamelijk oost-west heeft georiënteerd. De openheid is zeldzaam, want dit komt in Nederland, zelfs bij andere veenweidegebieden, niet op deze schaal voor. De openheid is nog nauwelijks verstoord en dus nog gaaf. Een belangrijk aspect van de openheid is dat het typerende beeld van de hoge rivierdijk en een lagere polder goed zichtbaar is. Deze visuele relatie wordt als waardevol beschouwd. Op veel locaties is de relatie echter minder zichtbaar door de aanwezigheid van lintbebouwing langs de dijk.

Openheid in het plangebied

Karakteristieke landschapselementen In het plangebied zijn diverse karakteristieke cultuurhistorische landschapselementen aanwezig. Het betreft elementen als blokboezems, plasjes, moerasjes en pestbosjes. Ook komen eendenkooien voor, zoals eendenkooi Van der Marck (“Vlistse kooi”) tussen de Schenkelkade en de Bilwijkerweg. Een eendenkooi is een stuk land en water, ingericht om wilde eenden te vangen. Het is voorzien van een stelsel van bochtige en nauwe sloten, door een haag of omheining omgeven, waarin een aantal roep- of kwaakeenden als lokvogel dient. Aan het einde van de sloten bevindt zich een fuik. De genoemde landschapselementen zijn zeer kenmerkend voor het gebied. Ze zijn niet erg zeldzaam, aangezien deze landschapselementen ook in andere veenweidegebieden gevonden kunnen worden. De staat van de elementen is gaaf. Veel karakteristieke soorten van de Krimpenerwaard vinden hier hun biotoop. Buiten de landschapselementen is er ook opgaande beplanting te vinden rondom de erven, langs kavelgrenzen, tiendwegen en op de achterkaden. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. 2.5

Bodem en water

Bodem De ondergrond in het plangebied bestaat uit pleistocene rivierafzettingen (formatie van Kreftenheye) van grof grindrijk zand, met daarop jongere rivierafzettingen (afzettingen van Gorinchem) van klei, zavel en zand, met in het zuidwesten en noorden van de Krimpenerwaard afzettingen van zeeklei. In de loop der tijd heeft zich hierop een Holoceen pakket ontwikkeld. Dit bestaat uit Hollandveen met naar de randen van het gebied, langs de rivieren, een toenemende, dunne laag van de afzettingen van Tiel (rivierklei) over het Hollandveen. Het Hollandveen is niet homogeen van opbouw en bestaat uit

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

17 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

dunne lagen bosveen, rietveen, klei en zegge-, varen- en veenmosveen die elkaar zowel horizontaal als verticaal afwisselen. Daarnaast komen er plaatselijk kleibanen voor, soms met een zandkern, die de beddingen van vroegere rivierlopen of getijdekreken vormen. In de ondergrond komen ook nog zogenaamde donken voor. Dit zijn fijnzandige duinafzettingen direct op de Formatie van Kreftenheye. De donken zijn in de Krimpenerwaard geheel bedekt door het Holocene pakket. Door de aanwezigheid van klei en veen is de ondergrond in het grootste deel van het gebied zettingsgevoelig. De bodem (niet dieper dan 1,20 meter) vertoont vanaf de randen van de polder naar het midden toe een gradiënt van kleigronden (Eerd- en Vaaggronden) naar veengronden (Eerdveen- en Rauwveengronden). Het kalkgehalte is in de kleigronden vrijwel overal zeer laag. Slechts incidenteel komen kalkrijke gronden voor. Met het veen en klei in de bodem is de ondergrond gevoelig voor maaivelddaling door veenoxidatie, klink en krimp (zie ook hieronder).

Bodemkaart Krimpenerwaard (bron: provincie Zuid-Holland)

Het maaiveld helt van het hogere zuiden naar het lagere noorden met een verhang van 1:10.000. Geologische structuren in de ondergrond, zoals kreekruggen, stroomruggen en donken, veroorzaken natuurlijk reliëf van enkele decimeters tot meters over een afstand van tientallen tot honderden meters. Sloten, klei- en veenputten, afgegraven en opgehoogde percelen, landscheidingen, wegen, dijken en ‘hol’-gelegen percelen zorgen voor kunstmatig reliëf in het plangebied. Water Voor de ontginning was er in de Krimpenerwaard sprake van grote veenkussens tot een hoogte van 3 tot 4 meter boven NAP. Het veenvormingsproces dat tot het ontstaan van de huidige ondergrond heeft geleid, is circa duizend jaar geleden gestopt als gevolg van ontwatering en het tegengaan van inundaties met rivierwater. Ontwatering geschiedde eerst op natuurlijke wijze

Gemeente Krimpenerwaard Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard mRO b.v. / TOE / 90.09 / v9 / maart 2019

18 NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 Vastgesteld d.d. 5 maart 2019

via kreken en kreekjes op de omringende rivieren. De ontwatering heeft geleid tot oxidatie, klink en krimp van het veen. De bodem kwam daardoor steeds lager te liggen en de afwatering stagneerde. Van natuurlijke afwatering werd overgaan op kunstmatige afwatering. Door de bouw van poldermolens slaagde men er in om het land droog te houden, ondanks de lage ligging. De polders die hun water uitsloegen op vrij stromende rivieren, kregen met steeds meer polderwater te maken. Daarom werden op veel plaatsen langs de rivieren boezems aangelegd. In geval van hoogwater op de rivieren, werd het polderwater met behulp van de molens op de boezems gemalen. Als na verloop van tijd de waterstand op de rivier gezakt was, liet men de boezems aflopen. Het veenweidegebied heeft dus een kunstmatige waterhuishouding. De Krimpenerwaard heeft een polderwatersysteem met hoofdwatergangen en een dicht stelsel van greppels en sloten. Circa 15 % van de polder bestaat uit water wat in hoofdzaak afkomstig is van regen- en inlaatwater. Het water wordt aan- en afgevoerd van en naar de Lek, de Hollandsche IJssel en de Vlist met behulp van gemalen. Binnen het gebied zorgen hoofdverbindingen voor het transport van het water binnen de bemalings- en peilgebieden. Door het relatief grote percentage open water en het hierop afgestemde beheer fluctueren de peilen zeer weinig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=658325b3-d997-4e46-8ee7-2bcd353144a3