BIJL - Programma Riolering Klimaatadaptatie Krimpenerwaard 2023-2027 - 1001518
Tekst van het document
3.2.1 Samenwerking met de waterschappen
Bijna onze gehele gemeente behoort tot het beheergebied van HHSK. In afbeelding 3-5 is de gemeente Krimpenerwaard uitgelicht met de grenzen van de beheergebieden van de waterschappen.
Onze zorgplicht beperkt zich tot het treffen van maatregelen in openbaar gebied. Belangrijk is dat het een inspanningsverplichting is, geen resultaatsverplichting. We nemen alleen maatregelen als er een structureel te hoge of te lage grondwaterstand in het openbare gebied is én er sprake is van nadelige gevolgen. Zonder nadelige gevolgen nemen we in principe geen maatregelen. Eventuele maatregelen nemen we zoveel mogelijk in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte zodat we doelmatig te werk gaan. De verantwoordelijkheid voor het grondwater op particuliere perceel en het waterdicht en vochtvrij houden van het pand ligt primair bij de perceeleigenaar. Vochtoverlast binnenshuis kan bijvoorbeeld ontstaan door bouwkundige gebreken, de inrichting van percelen, slechte ventilatie, alsmede kapotte regenpijpen, waterleidingen of rioolaansluitingen van gebouwen. Bij nieuwbouw dient de ontwikkelaar te zorgen dat het gebied voldoet aan de geldende droogleggingseisen en ontwateringsnormen, zodat grondwaterproblemen in de beheerfase worden voorkomen.
Afbeelding 3-5. Gemeente Krimpenerwaard met beheergrenzen waterschappen
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 18
3 Goede afstemming met de waterschappen is belangrijk in het kader van waterkwaliteit en het functioneren van de afvalwaterketen. Samen kunnen we andere partijen stimuleren om mede zorg te dragen voor de kwaliteit van de afvalwaterketen en het watersysteem. Bijvoorbeeld door met elkaar samen te werken bij de beoordeling van ruimtelijke plannen. In de praktijk vindt regulier overleg plaats met HHSK en is er goed contact met de andere waterschappen.
3.2.2 Samenwerking met inwoners, bedrijven, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties
Met afvalwaterlozingen kunnen ongewenste stoffen in het riool terecht komen die de doelmatige werking van het riool kunnen belemmeren, bijvoorbeeld vet. Daarnaast kan hemelwater en grondwater verontreinigd raken door bewust of onbewust verkeerd gebruik van riolering en materialen.
In samenwerking met HHSK optimaliseren we de werking van de afvalwaterketen, zodat de vuilemissie op oppervlaktewater vanuit riooloverstorten en de RWZI zoveel mogelijk wordt beperkt en voldoet aan de normen. Dit doen we door samen invulling te geven aan de conclusies en aanbevelingen uit de in de afgelopen planperiode uitgevoerde verkennende optimalisatiestudies voor de zuiveringskringen binnen onze gemeente. Afspraken over afvoer van afvalwater naar het transport- en zuiveringssysteem van het hoogheemraadschap leggen we vast in afvalwaterakkoorden. Door samen de werking van de afvalwaterketen te monitoren, ontstaat inzicht in het functioneren wat van belang is voor het uitvoeren van betrouwbare optimalisatiestudies. Daarnaast kunnen we afwijkingen van het verwachte functioneren tijdig constateren en indien nodig maatregelen nemen. Een overstorting kan leiden tot (tijdelijke) waterkwaliteitsproblemen, vooral na een warme periode, wat vaker voorkomt ten gevolge van de klimaatverandering. Door eerder genomen maatregelen conform de landelijke basisinspanning voor gemengde stelsels stort onze riolering niet te vaak en niet te veel over. Overstorten sluiten doen we niet zomaar, omdat dit de kans op wateroverlast vergroot.
Als er problemen ervaren worden met de waterkwaliteit, bekijken we in overleg met het waterschap welke maatregelen mogelijk zijn om het effect op de waterkwaliteit te beperken zonder dat het leidt tot ontoelaatbare toename van de kans op wateroverlast. Zo zijn er in het verleden op meerdere plekken maatregelen genomen in het kader van het waterkwaliteitsspoor, zoals het realiseren van doorspoelsystemen. In bijlage 8 is per kern een kaart opgenomen met de locaties van de overstorten en hoogtes conform het GRP 2017-2021. De overstorten worden opnieuw ingemeten in de komende planperiode en door middel van metingen en modelberekeningen willen we actueel inzicht krijgen in de overstortvolumes en -frequenties. Met de waterschappen willen we in een algemene beleidslijn uitwerken onder welke omstandigheden rechtstreekse lozing van hemelwater op oppervlaktewater vanuit oogpunt van waterkwaliteit- en kwantiteit kan en mag. Eerste uitgangspunt hiervoor is het afkoppelschema van HDSR, dat is opgenomen in bijlage 3. Ook stemmen we met de waterschappen af bij de aanpak van de resterende ongerioleerde lozingen en bij de opstelling van lozingsregels voor het Omgevingsplan.
Afbeelding 3-6. Verstopping van een pomp door doekjes
We zorgen voor een goede communicatie over afval-, hemel- en grondwater en het functioneren van onze en particuliere systemen. Dit beperkt bijvoorbeeld de lozing van vet, doekjes en medicijnresten, maar ook van hemelwater en grondwater op ons riool en zorgt er voor dat het gehele systeem zo goed mogelijk blijft functioneren en bijdraagt aan een goede waterkwaliteit. In het kader van reconstructies hebben we afstemming met bewoners en bedrijven over aanpassingen aan de riolering en over het nemen van maatregelen om een gebied, inclusief particuliere percelen, klimaatbestendiger te maken. Bij woningbouwprojecten toetsen we de plannen ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel in de plan-, ontwerp- als realisatiefase. Dit beperkt verkeerde lozingen van bijvoorbeeld afvalwater op hemelwaterstelsels en andersom. Door op tijd af te stemmen met de ontwikkelaar en het waterschap worden onze zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater geborgd.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 19
3 Met woningbouwcorporaties wordt afgestemd welke riool en klimaatadaptatie gerelateerde zaken moeten worden vastgelegd in de prestatieafspraken. Ambtelijk hebben we met hen periodiek afstemming over de invulling van wijkreconstructies en nieuwbouwprojecten. We stimuleren het gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen.
3.2.3 Samenwerking in de werkregio
3.3 Klimaatadaptieve inrichting in de kernen Het weer wordt extremer. Meer regen in korte tijd, langere droge perioden en langduriger, hogere temperaturen. Hierdoor wordt het warmer in de kernen (hittestress), kan bij veel regen het water voor overlast zorgen en veroorzaakt droogte meer zetting van de bodem.
We continueren de samenwerking met (professionele) gebiedspartners om kennis te delen en te vergroten, onder andere via de Werkregio Midden Holland (De werkregio Midden-Holland bestaat uit de gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas, Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, waterschappen, provincie, omgevingsdienst, GGD en Veiligheidsregio). Ook zal worden ingezet op het vergroten en delen van kennis, door bijvoorbeeld de inzet van experts, het opleiden van eigen personeel en deelname in netwerken. Een mooi resultaat van samenwerking in de regio is de Samenwerkingsovereenkomst Reversed Osmose Schuwacht. In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd tussen het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Oasen, gemeente Krimpenerwaard en gemeente Krimpen aan den IJssel om bij het drinkwaterbereidingsproces van Oasen, ter plaatse van productielocatie Schuwacht bij Krimpen aan de Lek, het vrijkomende concentraat op de RWZI “De Groote Zaag” te kunnen zuiveren. Dit concentraat mag niet zonder zuivering worden geloosd op het oppervlaktewater. Door de concentraatstroom via het afvalwatertransportsysteem van Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek af te voeren naar de RWZI wordt gebruik gemaakt van nog beschikbare overcapaciteit bij de RWZI.
3.2.4 Samenwerking met de Omgevingsdienst
De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) voert voor ons controles uit op bedrijfsmatige lozingen. Zij is bevoegd tot handhaving en kan direct optreden bij onregelmatigheden. Het is belangrijk om samen met HHSK goede afspraken met hen te hebben, zodat de controles doelmatig uitgevoerd worden. Met ODMH en HHSK stemmen we de regels af omtrent de lozingen op ons rioolsysteem. Daarnaast voert ODMH voor ons advieswerkzaamheden uit op het gebied van klimaatadaptatie en bodemdaling.
3.2.5 Samenwerking met het Ingenieursbureau Krimpenerwaard
Het Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW), is al 75 jaar een Gemeenschappelijke Regeling van de gemeenten Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel. Het is dus een bureau ván en vóór de gemeenten. Als gemeente werken we nauw samen met het IBKW. Zij doen voor de gemeente de civieltechnische voorbereiding van reconstructieprojecten. Daaronder valt ook het opstellen van de riolerings- en waterhuishoudingsplannen en het adviseren ten aanzien van klimaatadaptatie binnen deze projecten. Ook bij nieuwbouwprojecten ondersteunt het IBKW de gemeente in de planbeoordeling. Daarnaast ondersteunt het IBKW de gemeente zowel in het rioleringsbeheer als bij het uitvoeren van studies en het opstellen van beleid ten aanzien van de watertaken. Tijdens uitvoering van projecten voert het IBKW namens de gemeente toezicht en directie.
Afbeelding 3-7. Thema’s klimaatadaptatie
In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (onderdeel van het nationale deltaprogramma) hebben het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen afspraken gemaakt hoe klimaatadaptatie versneld kan worden opgepakt. Op basis van deze afspraken stelden wij de Klimaatadaptatiestrategie Krimpenerwaard op, die de gemeenteraad op 21 december 2021 vaststelde. De ambities hierin zijn: • In 2050 bestand zijn tegen extreme neerslag, langdurige droogte, hitte en overstromingen, ofwel klimaatbestendig zijn; • Klimaatadaptatie samen met andere gemeentelijke opgaven zo integraal mogelijk aanpakken en dit zien als onderdeel van de gehele transitie naar een duurzame samenleving in de Krimpenerwaard; • We maken zo snel mogelijk een start met het nemen van meer maatregelen, omdat langer wachten op termijn leidt tot hogere kosten door toenemende schade.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 20
3 De vastgestelde Klimaatadaptatiestrategie bevat de aanpak voor de komende 5 jaar. De gemeenteraad koos daarbij voor het scenario 3 “Versneld aan de slag”. Meekoppelkansen worden benut om klimaatadaptief te worden. Via onderzoek krijgen we meer inzicht in welke maatregelen effectief zijn. Naast aandacht voor droogte en wateroverlast, wordt met andere partners gewerkt aan het thema overstromingen. Ten aanzien van hittestress wordt een hitteplan opgesteld en is er budget voor hittebeperkende maatregelen. Via communicatie en stimulerende maatregelen wordt de bewustwording en actiebereidheid onder bewoners en bedrijven vergroot. De komende jaren wordt de voortgang van klimaatadaptatie gemonitord. Aan het eind van de planperiode van dit Programma bekijken we waar we dan staan. Hiertoe voeren we dan nieuwe stresstesten en risicodialogen uit met de gebiedspartners. Welke klimaateffecten zien en verwachten we, wat hebben we al bereikt met de maatregelen en wat is er nog meer nodig? Dit sluit aan bij de zesjarige cyclus van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, omdat in 2021 de klimaatadaptatiestrategie is vastgesteld. Zo geven we stap voor stap invulling aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Krimpenerwaard, waarin klimaatadaptief handelen het nieuwe normaal is.
Afbeelding 3-8. Verdroging van de bodem
Concreet betekent deze ambitie dat we: • in alle (ruimtelijke) plannen rekening houden met de mogelijke gevolgen van klimaatverandering. Een klimaat toets moet vast onderdeel worden van de planvorming; • vanwege de gevoeligheid voor droogte en bodemdaling, het waterbergend vermogen van de bodem binnen de dorpskernen zo optimaal mogelijk gaan benutten; • samenwerken met gebiedspartners (de waterschappen, de Veiligheidsregio, GGD, Provincie Zuid-Holland etc.) om de ambitie te realiseren; • klimaatadaptief handelen en inrichten verankeren in ons beleid en plannen. Het programma van eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (exclusief de zettingseis) wordt gehanteerd als standaard; • zoveel mogelijk meekoppelkansen benutten om klimaatadaptieve maatregelen te realiseren; • een klimaatadviseur aanstellen die specifieke kennis levert ten aanzien van klimaatadaptatie en klimaat adaptieve projecten aanjaagt; • onze bewoners en bedrijven stimuleren en activeren. Het aanpassen aan klimaatverandering is een gezamenlijke opgave. Heldere communicatie, voorlichting, als voorbeeld fungeren en aanvullende stimuleringsmaatregelen zijn daarbij essentieel.
Afbeelding 3-9. Wateroverlast
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 21
4
Bij de beschrijving van de maatregelen hebben we onderscheid gemaakt in de maatregelen ten aanzien van de riolering en maatregelen ten aanzien van klimaatadaptatie. Veel maatregelen dienen meerdere speerpunten, zie tabel 4-1. Behalve aan de speerpunten uit tabel 4-1 dragen vooral maatregelen voor klimaatadaptatie, ook nog bij aan de volgende speerpunten, namelijk: • Biodiversiteit vergroten • Ruimte voor vitale, toekomstbestendige bedrijvigheid • Toekomstbestendige winkelgebieden • Water vasthouden in het buitengebied Dit hoofdstuk bevat ook een afzonderlijke subparagraaf met een terugkoppeling op de evaluatie van de maatregelen uit het GRP 2017-2021.
* Speerpunten uit de Omgevingsvisie: - Gezond en veilig : Gezond en veilig woon- en leefklimaat - Samenwerken
: amenwerken aan goede waterkwaliteit
- Klimaat
: Klimaatadaptieve inrichting van de kernen
- Bodemdaling
: egengaan van bodemdaling
- Energiebesparing : Energiebesparing
Energiebesparing
Maatregelen en paragraafnummer Maatregelen riolering Opstellen beheerplan en projectenboek 4.1.1 Ongerioleerde lozingen aansluiten 4.1.2 Verharding afkoppelen 4.1.3 Verbeterd gescheiden ombouwen 4.1.4 Reinigen kolken 4.1.5 Foutaansluitingen beperken 4.1.6 Beheren gemalen 4.1.7 Reinigen en inspecteren riool 4.1.8 Beheren van de hoofdpersleidingen 4.1.9 Vervangen en renoveren riool 4.1.10 Vervangen huisaansluitingen 4.1.11 Beheerdata goed in beeld 4.1.12 Adequaat reageren op incidenten 4.1.13 Monitoring systeem 4.1.14 Uitvoeren modelberekeningen 4.1.15 Optimaliseren systeem 4.1.16 Vervullen grondwaterzorgplicht 4.1.17 Afvalwaterakkoord afsluiten 4.1.18 Heroverwegen Schuwacht 4.1.19 Opstellen communicatieplannen 4.1.20 Toetsen ruimtelijke plannen 4.1.21 Evalueren samenwerking met ODMH 4.1.22 Opstellen lozingsregels 4.1.23 Maatregelen Klimaatadaptatie Informeren 4.2.1 Stimuleren 4.2.2 Verankeren 4.2.3 Verplichten 4.2.4 Meekoppelen 4.2.5 Onderzoeken 4.2.6
Bodemdaling
Klimaat
Samenwerken
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de maatregelen die we in de komende planperiode nemen om invulling te geven aan onze speerpunten en ons uitvoeringsbeleid ten aanzien van riolering en klimaatadaptatie.
* Speerpunten Omgevingsvisie
Gezond en veilig
Maatregelen
Tabel 4-1. Maatregelen en bijdrage aan speerpunten
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 22
4 4.1 Maatregelen riolering 4.1.1 Opstellen beheerplan en projectenboek
Op basis van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) stellen we tweejaarlijks, samen met de andere taakvelden, het integrale projectenboek van Openbare Werken op. Daarin bepalen we waar en wanneer we in combinatie met wegbeheer rioolvervanging/renovatie uitvoeren en middelgroot onderhoud plegen of verbetermaatregelen uitvoeren. In de komende planperiode gaan we onze aanpak veranderen en gaan we verder vooruitkijken. Het streven is om voor een periode van 10 jaar al globaal in beeld te brengen in welke gebieden maatregelen aan de riolering worden verwacht. Dat geeft meer ruimte om vooronderzoeken uit te voeren om de noodzaak tot maatregelen en de omvang daarvan nader te bepalen. Daarmee kan de uiteindelijke projectvoorbereiding efficiënter verlopen.
4.1.2 Ongerioleerde lozingen aansluiten mits doelmatig
waterschappen willen we in een algemene beleidslijn uitwerken onder welke omstandigheden rechtstreekse l ozing van hemelwater op oppervlaktewater vanuit oogpunt van waterkwaliteit- en kwantiteit kan en mag, of welke zuiverings- of buffertechniek vereist is. Eerst uitgangspunt hiervoor is het afkoppelschema van HDSR, dat is opgenomen in bijlage 3. Aan de hand hiervan bekijken we ook of nog resterende lamellenfilters gehandhaafd moeten blijven.
4.1.4 Verbeterd gescheiden stelsels ombouwen naar gescheiden stelsels
In het verleden zijn diverse verbeterd gescheiden stelsels aangelegd waarmee op jaarbasis circa 70% van het ingezamelde hemelwater naar de RWZI wordt afgevoerd. We bouwen deze stelsels om tot volledig gescheiden stelsel, zodat geen schoon hemelwater meer naar de zuivering verpompt wordt, mits dit niet leidt tot plaatselijke waterkwaliteitsproblemen. Dit gebeurt in overleg en afstemming met het waterschap. Vooruitlopend op het ombouwen onderzoeken we of er sprake is van foutaansluitingen en lossen we deze op. Ook wegen we eerst de kosten tegen de baten af. In bijlage 10 is een overzicht opgenomen van de huidige verbeterd gescheiden stelsels.
Het huidige aansluitpercentage is minimaal 99,5%. Er zijn 159 objecten waar mogelijk een afvalwaterlozing plaatsvindt en die niet zijn aangesloten op het riool. Bij 71 objecten is het vanaf de buitenkant niet met zekerheid te zeggen of er wel of geen afvalwaterlozing plaatsvindt. In tabel 4-2 is een totaaloverzicht opgenomen. In bijlage 5 is een overzichtskaart opgenomen van de locaties van de ongerioleerde lozingen. In principe zijn deze lozingen voorzien van een individuele zuiveringsvoorziening, dit is een verantwoordelijkheid van de lozer.
4.1.5 Reinigen van kolken en straten
Tabel 4-2. Overzicht ongerioleerde lozingen
4.1.6 Foutaansluitingen beperken
Eénmaal per jaar laten we de kolken reinigen om te voorkomen dat de zandvang vol raakt en het vuil in het riool terecht komt. Op sommige locaties gebeurt dit vaker op basis van ervaring, bijvoorbeeld ten aanzien van de hoeveelheid bladval. Daarnaast vegen we de straten zes keer per jaar om er voor te zorgen dat er minder vuil naar de kolken afspoelt. Het vegen van de straten betalen we daarom voor 25% uit de rioolheffing.
In de planperiode onderzoeken we bij welke niet op riolering aangesloten percelen daadwerkelijk een lozing van stedelijk afvalwater plaatsvindt. De prioriteit ligt hier bij de percelen binnen de bebouwde kom, hier moeten alle percelen waar stedelijk afvalwater vrijkomt op het openbaar vuilwaterriool aangesloten worden. Voor de betreffende percelen buiten de bebouwde kom maken we een doelmatigheidsafweging en sluiten we deze aan indien doelmatig.
Bij gescheiden stelsels bestaat een risico op foutaansluitingen van hemelwater op het vuilwaterriool en andersom. Dit kan alsnog leiden tot vervuiling van het oppervlaktewater door afvalwater, of andere overlast. Op drukriolering mag geen hemelwater aangesloten zijn. Indien op basis van meldingen, metingen of eigen waarnemingen een vermoeden bestaat op foutaansluitingen, voeren we daar onderzoek naar uit. Opgespoorde lozingen van afvalwater op hemelwaterriolering (ongezuiverde lozing) herstellen we. Foute hemelwateraansluitingen op vuilwaterstelsels herstellen we mits doelmatig en redelijkerwijs uitvoerbaar. Bij (ver)bouwplannen is het streven verkeerde aansluitingen te voorkomen door het voorschrijven van verschillend kleurgebruik voor afval- en hemelwaterriolen. In de realisatiefase houdt onze buitendienst toezicht op de aansluitingen. Bij projecten verzorgt het IBKW dit. Indien er toch een foutaansluiting is, heeft de perceeleigenaar hier ook een eigen verantwoordelijkheid in.
4.1.3 Verharding afkoppelen
4.1.7 Beheren van de rioolgemalen
Activiteit Binnen de bebouwde kom Buiten de bebouwde kom
Afvalwaterlozing 5 83
Lozing niet zeker 18 53
Bij reconstructie van de openbare ruimte vervangen we waar mogelijk verharding door groen. Daarnaast richten we de openbare ruimte zo in dat hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks naar oppervlaktewater of naar daarvoor geschikt groen kan afstromen. Gelijktijdig met vervanging van bestaande gemengde riolering leggen we een afzonderlijk hemelwaterriool of een DT/IT-riool aan, mits doelmatig. Daarmee zamelen we het regenwater in dat niet rechtstreeks naar oppervlaktewater of groen kan afvloeien en voeren dat af naar oppervlaktewater. Met de
We hebben circa 2500 gemalen en drukrioleringspompen. Alle hoofdgemalen laten we 1x per jaar reinigen en onderhouden. De drukrioleringspompen onderhoudt onze buitendienst zelf. Dit wordt efficiënt gedaan door dit gedurende het jaar mee te nemen in het lopende werk. Storingen aan gemalen worden binnen 24 uur verholpen. We zorgen ervoor dat onze gemalen en drukrioleringspompen zijn aangesloten op ons telemetriesysteem, zodat we storingen direct kunnen signaleren. Door onze buitendienst wordt het functioneren van de gemalen dagelijks beoordeeld,
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 23
4 zodat we afwijkend gedrag tijdig in beeld hebben en problemen kunnen voorkomen. Voor 2025 dient de communicatie overgeschakeld te worden op 5G, hier is reeds mee gestart. Voor storingen aan gemalen die we zelf niet op kunnen lossen, hebben we nog geen meerjarig contract met een onderhoudsaannemer. In de planperiode wordt dit afgesloten. Op enkele plekken bestaan problemen met de kwaliteit van de voedingskabels van de drukrioleringspompen, waardoor de stroomlevering en daarmee de pompen en alarmering dreigen uit te vallen. In de planperiode doen we hier nader onderzoek naar en stellen een vervangingsplanning inclusief kostenraming op. Grote gemalen renoveren we indien dit op basis van inspectie noodzakelijk blijkt. Bij renovatie vervangen we de elektrisch- en mechanische installatie. De bouwkundige onderdelen (pompput) worden indien mogelijk gehandhaafd of gerenoveerd. Verzakking van het riool vereist soms vervanging van de bouwkundige onderdelen. Drukriolering renoveren we per cluster. Veel drukriolering is in de afgelopen jaren voor de eerste keer sinds aanleg gerenoveerd. Een aantal drukioolgemalen is nog niet gerenoveerd. Deze worden in de komende planperiode aangepakt. Bij rioolvervangingsprojecten plaatsen we wanneer nodig nieuwe gemalen ter verbetering van de afstroming.
4.1.8 Reinigen en inspecteren van het riool
Door middel van de rioolinspecties controleren we of onze vrijvervalriolen nog in goede staat zijn qua waterdichtheid, stabiliteit en afstroming en indien nodig ondernemen of plannen we daar actie op. Zoals bij de evaluatie aangegeven, reinigden en inspecteerden we minder dan gepland conform de strategie in het GRP 2017-2021. We stellen een nieuwe strategie op die rekening houdt met gebieden waarvan nog weinig inspectiegegevens beschikbaar zijn en rekening houdt met de zettingsgevoeligheid van gebieden. Een onderdeel van de strategie is ook het opnieuw bepalen van de waarschuwings- en ingrijpmaaststaven ten aanzien van geconstateerde schadebeelden.
4.1.9 Beheren van de hoofdpersleidingen
De afgelopen planperiode is een eerste onderzoek gedaan naar de risico’s van onze persleidingen. Dit betreft alleen de persleidingen van de gemalen, niet de drukriolering. Hiermee is een eerste beeld verkregen van het risico op persleidingbreuk, bijvoorbeeld ten aanzien van leeftijd, achterliggend gebied en ligging ten opzichte van waterkeringen, natuur, hoofdwatergangen en provinciale wegen. Dit eerste beeld willen we in de planperiode verder detailleren, zodat we een goede beheer- en vervangingsplanning per persleiding kunnen opstellen. Daarbij wordt ook gekeken naar de optimalisatiemogelijkheden per persleiding.
Afbeelding 4-1. Overlast door persleidingbreuk
4.1.10 Vervangen en renoveren van het riool
Op basis van de leeftijd van onze vrijvervalriolen en de zettingsgevoeligheid van het gebied waar de riolering ligt, is een theoretische vervangingsplanning opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 9. De komende planperiode verwachten we ongeveer 5 km riool per jaar te vervangen of te renoveren door middel van relinen. Relinen betekent dat het bestaande riool blijft liggen, maar wel een nieuwe binnenwand krijgt. Afhankelijk van de situatie kan relinen doelmatiger zijn dan vervanging. Uitgangspunt in het GRP 2017-2021 was om 15% van de riolen te relinen in plaats van te vervangen. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is dit verminderd naar 5 tot 10%. De theoretische vervangingsplanning wordt op basis van gerichte inspecties uitgewerkt tot een operationele vervangingsplanning wat onderdeel is van het projectenboek (zie paragraaf 4.1.1) Bij de reconstructie van de riolering werken we toe naar geen hinder door water op straat bij composietbui T=2, klimaatscenario 2030 Hoog bij het aanlegpeil van de weg.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 24
4 Indien daar aanleiding toe is, meten we de (hoogte)ligging van het riool in. Dit geeft inzicht in het verzakken van het riool en deze gegevens zijn nodig om het functioneren van het riool te beoordelen. Op basis van de beheergegevens is in afbeelding 4-3 een overzicht gegeven van de leeftijd van onze riolering.
Afbeelding 4-2. Vervanging van het riool
4.1.11 Vervangen van huisaansluitingen
Bij vervanging van het hoofdriool, vervangen we op onze kosten ook de huisaansluiting op het particulier terrein tot een maximale lengte van circa 7 meter vanaf de erfgrens. Daarbij komt er een erfscheidingsput op de erfgrens, die de beheergrens aangeeft. De bewoners/eigenaren worden hiermee ontzorgd. Tevens beperkt dit de kans op verstoppingen en lekkage van afvalwater naar de bodem. Maar deze werkwijze maakt rioolvervanging duurder en kost ook veel tijd voor afstemming met de bewoners. In de planperiode evalueren we deze werkwijze en bekijken we of aanpassing van de werkwijze wenselijk is.
Afbeelding 4-3. Verdeling leeftijd per type riolering
4.1.12 Beheerdata goed in beeld brengen
Ook de gegevens van de gemalen moeten goed in beeld zijn en centraal opgeslagen worden en toegankelijk zijn. Deze gegevens zijn nu nog verspreid over verschillende bestanden. In de planperiode leggen we deze gegevens vast in een assetmanagementsysteem, waarschijnlijk gecombineerd met het bestaande telemetriesysteem.
De gegevens (ligging, afmetingen, aanlegjaren, inspectiegegevens etc) van onze riolering leggen we vast in een beheersysteem (Obsurv) conform het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW), onder andere om te voldoen aan de WIBON. De maximale termijn ter verwerking van een wijziging in de ligging van het riool bedraagt volgens de WIBON 30 dagen. In de planperiode willen we er voor zorgen dat de gegevens GWSW-proof zijn en digitaal ontsloten worden via de GWSW-server, zodat de gegevens inzichtelijk zijn voor anderen.
Te zien is dat de oudere riolering vooral gemengde riolering is, omdat tegenwoordig in uitbreidingswijken en vaak ook bij rioolvervanging een gescheiden stelsel aangelegd wordt. Mechanische riolering legden we vooral vanaf de jaren ’80 aan om het buitengebied ook op de riolering aan te sluiten. De laatste jaren leggen we veel IT/DT-riolering aan om onze grondwaterstand beter te beheersen.
4.1.13 Oefenen en actualiseren incidentenplan
We hebben een incidentenplan, riolering. Om goed gesteld te staan bij een incident is het nodig periodiek te oefenen en indien nodig het incidentenplan te actualiseren.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 25
4 4.1.14 Monitoring van het systeem
Zoals aangegeven bij de evaluatie is tot en met 2019 een meetplan uitgevoerd, maar daarna niet meer. We stellen een realistisch en doelmatig meetplan op om meer inzicht te verkrijgen in het functioneren van het systeem en het systeem te toetsen aan de theorie. Op basis hiervan wordt een meetnet ingericht. We pakken hierbij één grotere of een paar kleinere kernen gelijktijdig op, zodat de ervaring daarvan voor de volgende kernen te gebruiken is. Het streven is om in de planperiode in alle kernen te monitoren. In het meetplan is aandacht voor: • uitwisseling van meetdata met het waterschap. • meetdata van de gemalen. Alle gemalen, inclusief drukrioolpompen, zijn aangesloten op een telemetriesysteem. Dit systeem geeft niet alleen een melding in geval van pompuitval, maar registreert ook opgetreden waterstanden bij de rioolgemalen en bergbezinkvoorzieningen; • analyse van meldingen uit het meldingensysteem, bijvoorbeeld over wateroverlast; • doelmatige analyse en opstellen relevante rapportages op basis van de meetdata.
4.1.15 Uitvoeren van modelberekeningen
Modelberekeningen (zogenaamde SSW’s, Systeemoverzicht Stedelijk Water) geven meer inzicht in de werking van onze stelsels. De meetdata van de monitoring dient om het model te toetsen aan de praktijk. De planning van de SSW’s volgt dan ook de planning van het monitoren door steeds één grotere of een paar kleinere kernen gelijktijdig op te pakken. De verspreiding van water op straat over het maaiveld en de gevolgen voor overlast en schade maken onderdeel uit van de SSW’s. Tevens wordt de interactie met het oppervlaktewatersysteem meegenomen. De SSW’s brengen in beeld waar het functioneren van de systemen niet voldoet aan gestelde eisen en geven oplossingsrichtingen voor de geconstateerde knelpunten. In 2019 is reeds een herberekening uitgevoerd van de riolering van Gouderak, IJssellaan, Lageweg en Ouderkerk. In de planperiode stellen we SSW’s op van de andere kernen. Vooruitlopend op het opstellen een SSW worden indien nodig inmetingen uitgevoerd, bijvoorbeeld van de overstorten. Uit de nieuwe modelberekeningen volgen dan ook de overstortvolumes en -frequenties van de overstorten. We doen onderzoek naar de restcapaciteit van onze drukrioleringssystemen in het buitengebied. Indien mogelijk combineren we dit met de SSW’s. Door bouwplannen worden deze zwaarder belast.
Op enkele locaties zijn problemen met de capaciteit, wat mede veroorzaakt kan worden door aangesloten hemelwater, waar drukriolering niet voor bedoeld is.
4.1.16 Optimaliseren van het systeem
We geven samen met de waterschappen invulling aan de conclusies en aanbevelingen uit de uitgevoerde verkenning optimalisatiestudies van de afvalwatersystemen: • onderzoek naar reductie hoeveelheid rioolvreemd water. Rioolvreemd water is bijvoorbeeld intredend grondwater door lekke riolen en oppervlaktewater dat het riool inloopt via riooloverstorten. Zoals aangegeven bij de evaluatie zijn de hoeveelheden rioolvreemd water in beeld gebracht. In de planperiode gaan we
onderzoek doen naar de mogelijke bronnen en een doelmatigheidsafweging maken voor het reduceren van de hoeveelheid rioolvreemd water; • onderzoek naar optimale verdeling capaciteiten rioolgemalen. Op sommige plekken is er een overschot aan capaciteit en op andere plaatsen een tekort. Een andere verdeling en/of slimme sturing kan zorgen voor een hoger rendement bij sommige zuiveringen en/of minder riooloverstortingen, bijvoorbeeld op kwetsbaar opper vlaktewater; • afstemmen over schakelpeilen van de eindgemalen van HHSK. Momenteel ingestelde schakelpeilen van de gemalen wijken af van de in de Afvalwaterakkoorden opgenomen waarden. Hierover gaan we in overleg.
4.1.17 Vervullen van de grondwaterzorgplicht
Voor het openbaar gebied vullen we onze zorgplicht als volgt in: • We houden ons extern beheerd gemeentebreed grondwatermeetnet (sinds september 2020) in stand. De data van de grondwatermetingen zijn openbaar inzichtelijk via https://grondwater.krimpenerwaard.nl/kaart. • In de komende planperiode zullen we de meetdata analyseren om meer inzicht te hebben in de grondwaterstanden in onze gemeente. • Indien nodig, bijvoorbeeld naar aanleiding van meldingen of in het kader van een rioolreconstructie, plaatsen we extra peilbuizen om meer informatie te verzamelen. • Bij rioolvervanging leggen we daar waar doelmatig een DT/IT-riool of drainage aan. In natte perioden voert dit het overtollige grondwater af naar het oppervlaktewater. In droge perioden kan dit andersom oppervlaktewater het gebied invoeren en laten infiltreren in de bodem om zettingen tegen te gaan. Op de grens van twee particuliere percelen realiseren we een uitlegger waar de perceeleigenaren indien gewenst overtollig grondwater op kunnen lozen. • Bij ingrepen in openbaar gebied, bijvoorbeeld een rioolvervanging, informeren we inwoners en bedrijven over de mogelijke gevolgen voor de grondwaterstand.
4.1.18 Afvalwaterakkoord afsluiten
Samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard willen we op basis van het vervolg op de verkenning OAS (4.1.16) een nieuw afvalwaterakkoord sluiten. Eén van de onderdelen in het afvalwaterakkoord is de verdeling van de exploitatiekosten van en investeringen in het transportsysteem tussen de gemeente en HHSK. Met HDSR is in 2014 voor het betreffende deel van Schoonhoven een afvalwaterakkoord gesloten. Actualisatie is vooralsnog niet nodig.
4.1.19 Heroverwegen overeenkomst Reversed Osmose Schuwacht
We heroverwegen de samenwerkingsovereenkomst Reversed Osmose Schuwacht met de betrokken stakeholders. Daarbij gaan we na of er nog voldoende restcapaciteit is om deze afspraken voort te zetten.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 26
4 4.1.20 Opstellen van communicatieplannen
In de komende planperiode stellen we een communicatieplan voor riolering op. Onderdelen van het plan zijn: • het waterloket, https://www.krimpenerwaard.nl/waterloket; • communicatie op scholen; • berichten in de plaatselijke media en op sociale media; • informatie rondom rioolprojecten en bijbehorende inwonersavonden; • deelname aan landelijke campagnes zoals www.nietinhetriool.nl Communicatie beperkt lozingen van bijvoorbeeld vet, doekjes en medicijnresten en stimuleert het gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen. Ook stimuleren we hiermee bijvoorbeeld het niet lozen van hemelwater op drukriolering. Voor klimaatadaptatie stellen we een afzonderlijk communicatieplan op om inwoners en bedrijven te stimuleren om bijvoorbeeld anders om te gaan met hemelwater en de leefomgeving te vergroenen.
4.1.21 Toetsen van ruimtelijke plannen
Ruimtelijke plannen toetsen we ten aanzien van afvalwater, hemelwater, grondwater en klimaatadaptatie. Hierbij is aandacht voor: • compensatie van eventuele toename verhard oppervlak; • wijze van verwerking van hemelwater; • klmaatadaptatie; • aansluiting van de juiste waterstromen op het juiste stelsel; • capaciteit van het bestaande stelsel; • drooglegging en ontwatering; • gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen. In ons Civiel technisch handboek Openbare Werken staan de eisen die we als gemeente stellen aan de civieltechnische uitwerking van ruimtelijke plannen. Dit handboek wordt de komende periode geactualiseerd.
4.1.22 Evalueren van de samenwerking met ODMH
In de planperiode evalueren we samen met HHSK en ODMH de samenwerking op het gebied van controles op indirecte lozingen, zoals bedrijfsmatige afvalwaterlozingen. Het is belangrijk om de krachten te bundelen om elkaar te versterken en samen te zorgen voor een optimaal functionerende afvalwaterketen. Waar nodig leidt de evaluatie tot een aanpassing van de bestaande afspraken en werkwijzen.
4.1.23 Opstellen van lozingsregels voor het Omgevingsplan
Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervallen de landelijke lozingsbesluiten (AMvB’s) en de aansluitregels uit het Bouwbesluit. De regels hieruit worden van rechtswege dan automatisch per direct onderdeel van het gemeentelijke Omgevingsplan en de Waterschapsverordening. Dit is de zogenaamde bruidsschat. Wij en de waterschappen kunnen vervolgens besluiten of en hoe we deze regels willen aanpassen in het Omgevingsplan en de Waterschapsverordeningen. Met de betreffende waterschappen en de ODMH willen we in de planperiode in overleg gaan over de op te nemen regels in het Omgevingsplan en de Waterschapverordening. Deze regels gaan niet alleen over wat aangesloten moet en mag worden op het riool (afval-, hemel- en grondwater/bronneringen) en bij welke afstand tot het bestaande riool, maar ook hoe. Met de ingang van de Omgevingswet is het als gemeente niet meer mogelijk om een afzonderlijke Hemelwaterverordening te hebben. In 2029 vervalt volgens de huidige planning van de Omgevingswet ook de mogelijkheid voor het hebben van een Aansluitverordening. Regels hieromtrent dienen in het Omgevingsplan te worden opgenomen.
4.2 Maatregelen klimaatadaptatiestrategie De klimaatadaptatiestrategie bevat zes pijlers die de kern zijn van de klimaatadaptatiestrategie: • informeren • stimuleren • verankeren • verplichten • meekoppelen • onderzoeken De gemeenteraad koos daarbij voor het scenario 3 “Versneld aan de slag”. De maatregelen die we nemen bij dit scenario heeft de Werkgroep Klimaatadaptatie, een samenwerking van de gemeente, ODMH en IBKW, per pijler uitgewerkt in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Deze is opgenomen in bijlage 4. De overkoepelende inhoud van deze zes pijlers in de Klimaatadaptatiestrategie beschrijven we hieronder.
4.2.1 Informeren
Door te informeren willen we bij inwoners en bedrijven het bewustzijn van de effecten van een veranderend klimaat vergroten. Een belangrijk deel van de mogelijkheden om klimaatadaptieve maatregelen te realiseren ligt op particulier terrein. Daarom vraagt een groot deel van de knelpunten en uitdagingen, naast inzet vanuit de gemeente, om samenwerking met of inzet van anderen. Het streven is dat zij weten wat ze zelf kunnen doen om de effecten te beperken en verzachten. De gemeente zorgt door communicatie en goede voorlichting er voor dat inwoners en organisaties hun verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 27
4 Voor klimaatadaptatie communiceren we specifiek via: • deelname aan operatie Steenbreek www.steenbreek.nl waarmee we informatie aanbieden aan inwoners over onderwerpen als groene tuinen, leefgebieden voor vogels en insecten en het aanleggen en beheren van ecologische oevers; • via https://www.duurzaambouwloket.nl/gemeente/krimpenerwaard wijzen we inwoners en bedrijven op bestaande subsidieregelingen, zoals de regeling van de provincie voor het verduurzamen van bedrijventerreinen en de subsidieregeling van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard voor het treffen van klimaatadaptieve maatregelen op particuliere terreinen; • informatie op www.duurzaamkrimpenerwaard.nl.
4.2.2 Stimuleren
Zoals hierboven aangegeven liggen veel kansen voor het klimaatadaptief inrichten van een gebied op particulier terrein. Naast informeren gaan we grondeigenaren ook stimuleren in het nemen van maatregelen. Het gaat dan om ontwikkelaars, woningbouwcorporaties, bedrijven en bewoners maar ook ambtenaren van de gemeente. Voorbeelden van eigen initiatief kunnen talrijk zijn. Deze kunnen gaan over het langer vasthouden van water op eigen terrein of bovenop gebouwen, het meewerken aan afkoppelen van hemelwater, het toepassen van minder stenen en meer groen. Een subsidie opstellen of het aanbieden van ontzorging zijn voorbeelden van manieren waarop de gemeente klimaatadaptief inrichten van particuliere percelen kan stimuleren. Ook kan de gemeente zelf het goede voorbeeld geven in het openbare ruimte, bij de plannen voor herbouw/nieuwbouw van het kantoorpand of door het aanleggen van een groen dak. We kunnen als gemeente bij een rioolvervangingsproject, waar we ook een hemelwaterriool aanleggen, de perceeleigenaren stimuleren door hen aan te bieden op kosten van de gemeente de regenpijp aan de voorzijde af te koppelen. Enerzijds heeft dit het voordeel dat er meer afgekoppeld wordt.
Zonder afkoppelen van de regenpijp aan de voorzijde van de woning is circa 60% van het totale afvoerend verhard oppervlak in een woonstraat af te koppelen, waarbij oppervlakkig afstromend particulier verhard oppervlak, zoals opritten en verharding in voortuinen, zijn meegerekend. Met afkoppelen van de regenpijp aan de voorzijde neemt dit toe tot circa 75%. Anderzijds is het beter om hemelwater vast te houden daar waar het valt en perceeleigenaren te stimuleren om anders om te gaan met hemelwater. Als we de regenpijp aan de voorzijde van alle panden die nog niet zijn afgekoppeld willen afkoppelen, dan bedragen de kosten hiervoor naar schatting circa 10 miljoen Euro voor de komende tientallen jaren. Dit betekent op langere termijn een verhoging van de rioolheffing met circa 10 tot 15 Euro. Een andere optie is om een deel van dit geld in te zetten voor het stimuleren van inwoners en bedrijven om anders om te gaan met hemelwater op eigen terrein, bijvoorbeeld door middel van een subsidieregeling. We nemen de keuze voor de wijze van stimuleren mee in de verdere uitwerking van scenario 3. Tot die tijd zetten we in op het stimuleren van inwoners en bedrijven om af te koppelen of te vergroenen en dus niet op het afkoppelen van de regenpijpen.
4.2.3 Verankeren
moet het beleid wat hiervoor nodig is tijdig worden vastgesteld. Kortom, het klimaatbestendig ontwikkelen en inrichten van de gemeente zal worden verankerd in het gemeentelijk beleid zoals het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR), dit omgevingsprogramma, het omgevingsplan en in (bestuurlijke) afspraken met partners in de regio. De uitgangspunten uit het door het college omarmde, Convenant Klimaatadaptief Bouwen worden op- en vastgesteld in beleidsregels voor toekomstige (her)ontwikkelingen.
4.2.4 Verplichten
Klimaatadaptatie is niet altijd vrijwillig en vrijblijvend. De gemeente kan klimaatadaptatie verankeren in beleidsdocumenten en ook handelingen afdwingen via regelgeving. Dit doen we door: • voorwaarden voor klimaatadaptieve inrichting op te nemen in het omgevingsplan; • met woningcorporaties prestatieafspraken te maken over het realiseren van klimaatbestendige bouw. Deze prestatieafspraken willen we baseren op de eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen; • het uitvoeren van een ‘klimaattoets’ bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen; • klimaatadaptatie onderdeel te laten zijn van de ontwikkelovereenkomst met ontwikkelaars. Waarbij we gebruik maken van de eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
4.2.5 Meekoppelen
In de reguliere werkzaamheden van overheden, bedrijven en particulieren liggen kansen om klimaatopgaven slim te integreren. Zoals werkzaamheden aan wegen, het riool, de aanleg van nieuwe kabels en leidingen, onderhoud aan (maatschappelijk) vastgoed en nieuwbouwprojecten. Voor alle geplande en toekomstige projecten nemen we klimaatadaptatie mee in het ontwerpproces. Dit wordt meekoppelen of werk-met-werk-maken genoemd. Zo hoeven er minder aparte projecten opgestart te worden om de gemeente Krimpenerwaard klimaatadaptief te maken. Daarmee worden de kosten beheersbaar gehouden en is er minder overlast voor omwonenden als gevolg van werkzaamheden in het openbare gebied. Waar mogelijk worden maatregelen gekoppeld aan andere thema’s, zoals energietransitie, biodiversiteit, landbouwtransitie, woningbouw, leefomgeving en circulariteit.
4.2.6 Onderzoeken
De stresstesten die zijn uitgevoerd voor de klimaatadaptatiestrategie geven een eerste globaal inzicht in de gevolgen van klimaatverandering (zie Klimaatadaptatie in de Krimpenerwaard : stresstesten, risicodialogen en bewonersenquête. (arcgis.com)). Nader onderzoek, bijvoorbeeld door middel van de modelberekeningen (4.1.15) is nodig om meer in detail te kunnen vaststellen hoe groot de risico’s op bepaalde locaties en in bepaalde gebieden zijn en om na te gaan welke maatregelen meest effectief zijn. De kosten van maatregelen zullen hierbij ook worden meegenomen. De samenwerking met (professionele) gebiedspartners (zoals de waterschappen, provincie en veiligheidsregio) om kennis te delen en te vergroten wordt gecontinueerd, onder andere via de Werkregio Midden Holland. Ook zal worden ingezet op het vergroten en delen van kennis, door bijvoorbeeld de inzet van experts, het opleiden van eigen personeel en deelname in netwerken. Bijvoorbeeld door samen met de waterschappen te onderzoeken of de klimaattoets kan worden gecombineerd met de watertoets.
Om de opgave van de gemeente Krimpenerwaard, klimaatbestendig en waterrobuust in 2050, bijtijds te realiseren
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 28
4 4.3 Terugkoppeling met evaluatie GRP 2017-2021 In de evaluatie van het GRP 2017-2021 in hoofdstuk 2 kwam naar voren dat we een deel van de onderzoeken en maatregelen uit het GRP niet of slechts ten dele uitvoerden. In tabel 4-3 is te zien in welke subparagraaf deze onderzoeken en maatregelen alsnog opgenomen zijn of niet in dit Programma meegenomen worden. Tabel 4-3. Terugkoppeling maatregelen Programma met GRP 2017-2021 Nr Omschrijving O1 Gegevensbeheer O3 rioolvreemd water O5 Onderzoek grondwater O7 Meten en monitoren O8 Functioneren bergbezinkbassins O9 Inmeten bob’s alle kernen O11 Levensduur voedingskabels M1 Inspecteren riolen M2 Onderhoud drainage M7 Relinen en vervangen riolen M10 Verbetermaatregelen
Onderdelen Revisiegegevens snel verwerken Onderzoek doen naar rioolvreemd water Medewerker specialiseren in monitoring en analyse Meetprogramma uitvoeren en analyseren Analyseren verschil vullingsfrequentie BBB’s Inmeten bob’s alle kernen Analyseren zetting door verschil vorige meting Analyseren afschot Onderzoek kwaliteit voedingskabels drukriolering Herstelmaatregelen opstellen en plannen Inspecties uitvoeren conform frequentie GRP Uitgebreidere risicobeoordeling opstellen Reparaties/renovaties/vervanging uitvoeren Gebiedsgewijs eens per 10 jaar reinigen 5,7 km per jaar vervangen en 1 km relinen 4,1 km hemelwaterriool per jaar aanleggen Alle lamellenfilters verwijderen Ombouwen van VGS naar GS Aansluiten van 11 percelen op drukriolering Verzakte overstorten op de juiste hoogte brengen
Status deels deels nee deels nee deels nee deels deels deels deels nee deels nee deels deels deels deels deels nee
Maatregel Programma 4.1.12 4.1.16 niet doelmatig 4.1.14 4.1.14 en 4.1.15 4.1.12 en 4.1.15 4.1.12 4.1.12 en 4.1.15 4.1.7 4.1.7 4.1.8 4.1.8 4.1.10 niet doelmatig 4.1.10 4.1.3 4.1.3 4.1.4 4.1.2 4.1.14 en 4.1.15
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 29
5 Personeel en financiën In de voorgaande hoofdstukken is beschreven wat we de komende jaren willen doen om invulling te geven aan de speerpunten. Dit hoofdstuk beschrijft welke personele en financiële consequenties dit heeft. Hierbij geven we niet alleen inzicht in de kosten, maar ook in de dekking van die kosten.
voor deze FTE rekenen we voor 50% toe aan riolering, omdat deze een belangrijke bijdrage levert aan onze taken voor hemel- en grondwater.
De genoemde kosten zijn exclusief BTW, maar in de kostendekkingsberekening is de BTW-component meegenomen.
5.2 Exploitatiekosten
In overeenstemming met het IBOR en Gebouwbeheer is in dit hoofdstuk een planningshorizon van 15 jaar weergegeven. Op de achtergrond is echter een tariefsberekening uitgevoerd voor een planningshorizon van 60 jaar. Binnen deze periode zijn alle objecten minimaal één maal vervangen. In de bijlagen zijn deze berekeningen opgenomen.
We hebben de in de begroting opgenomen jaarlijkse exploitatiekosten vergeleken met de ambities uit dit Programma Riolering en Klimaatadaptatie. In bijlage 11 is daarvan een overzicht opgenomen. Hieronder wordt aangegeven of onze ambities al dan niet aanpassing van de exploitatiekosten vereisen.
5.1 Personele capaciteit 5.1.1 Riolering
In de huidige situatie wordt in totaal 12,8 FTE toegerekend aan het tarief van riolering. Bij team UOR (Uitvoering Openbare Ruimte) merken we dat de personele capaciteit op het gebied van riolering nu al krap is. Deze krapte neemt naar verwachting door vergrijzing verder toe omdat in de komende planperiode meerdere vakmensen met pensioen gaan. Dit vormt een risico voor het behoud van de gebiedskennis die aanwezig is bij team UOR. Dit team heeft een belangrijke rol in het invullen van de ambities uit dit Programma. Ze handelen alle meldingen af, houden toezicht op onderhouds- en reparatiewerkzaamheden door aannemers, controleren de aanleg van nieuwe huisaansluitingen, voeren zelf onderhoud uit aan onze ruim 2.000 drukrioolpompen en controleren de werking daarvan met behulp van het telemetriesysteem. Onze buitendienst heeft steeds meer administratieve taken, bijvoorbeeld om alle meldingen goed vast te leggen inclusief de afhandeling ervan. Daarnaast is een ambitie uit het programma om de data van onze gemalen centraal en uniform vast te leggen, een taak die ook bij team UOR belegd wordt. Het is ook belangrijk om gebiedskennis niet verloren te laten gaan bij pensionering van werknemers. Om deze redenen willen we een extra FTE aanstellen voor team UOR.
5.1.2 Klimaatadaptatie
In de klimaatadaptatiestrategie is reeds aangegeven dat we een klimaatadviseur (1 FTE) aan willen stellen om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde ambities van scenario 3 uit de klimaatadaptatiestrategie.De kosten
5.2.1 Riolering
De gestegen brandstof- en energieprijzen leiden naar verwachting reeds in 2022 tot € 70.000 extra jaarlijkse exploitatiekosten voor riolering. De kosten van vegen van wegen en baggeren van gemeentelijke watergangen rekenen we beide voor 25% toe aan de riolering. Vegen van wegen draagt bij aan het beperken van de instroom van vuil in kolken en riolen en daarmee ook aan onze taken voor afval- en hemelwater. Baggeren is mede nodig voor de goede afvoer van hemelwater en bagger wordt mede veroorzaakt door slib uit riooloverstorten en hemelwateruitlaten.
5.2.2 Klimaatadaptatie
In de klimaatadaptatiestrategie zijn reeds de verwachte extra kosten aangegeven om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde ambities van scenario 3 uit de klimaatadaptatiestrategie. Deze zijn afzonderlijk benoemd in bijlage 11. De kosten voor het opstellen van het hitteplan worden in de algemene begroting meegenomen. De overige extra kosten rekenen we voor 100% toe aan riolering, omdat deze bijna geheel betrekking hebben op onze taken voor hemelwater- en grondwater, bijvoorbeeld het voorkomen van wateroverlast bij hevige regen en te lage grondwaterstanden in droge perioden. Aangezien het doel is om in 2050 klimaatbestendig te zijn, houden we rekening met deze jaarlijkse extra kosten tot en met 2050. Wel is de extra ondersteuning door ODMH na 2027 beperkt tot € 10.000 per jaar.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 30
5 5.2.3 Totaal
De totale jaarlijkse exploitatiekosten vanaf 2024 zijn weergegeven in afbeelding 5-1.
5.3.1 Riolering
Voor de periode 2023 tot en met 2026 gaan we uit van de investeringen zoals opgenomen in de bestaande Projectenboeken van Openbare Werken. De theoretische vervangingskosten op basis van de verwachte levensduur van de objecten zijn het uitgangspunt voor de jaren na 2026. Dit betreft vervangingskosten voor vrijvervalriolen, persleidingen en mechanisch-elektrische en bouwkundige onderdelen van gemalen en pompunits. Om invulling te geven aan de ambitie om af te koppelen door middel van de aanleg van DT-riolen bij rioolvervanging, is € 300,- extra gerekend per meter te vervangen gemengd riool. De investering voor nieuwe aanleg van riolering in in-/uitbreidingsplannen komt ten laste van de grondexploitatie en/of de ontwikkelaar.
5.3.2 Klimaatadaptatie
In de klimaatadaptatiestrategie is reeds de verwachte extra investering aangegeven om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde ambities van scenario 3 uit de klimaatadaptatiestrategie. Dit betreft een extra investering van € 500.000 voor een cyclusperiode van 5 jaar voor het meekoppelen van klimaatadaptatie bij gemeentelijke projecten. De verwachting is dat deze extra jaarlijkse investering ook na de planperiode doorloopt tot en met 2050, om dan klimaatbestendig te zijn. De kapitaallasten van deze jaarlijkse € 100.000 rekenen we voor 80% toe aan riolering vanwege de grote verbondenheid met onze taken voor hemel- en grondwater. Afbeelding 5-1. Jaarlijkse exploitatiekosten
5.3 Investeringen Investeringen in maatregelen zijn afzonderlijk benoemd, omdat we deze moeten activeren vanwege het economisch nut. Het zijn de maatregelen om de oorspronkelijke toestand te herstellen of te verbeteren. Hiertoe behoren bijvoorbeeld ook het op riolering aansluiten van percelen waar afvalwater vrijkomt en de aanleg van DT/IT-riolen, omdat met deze maatregelen de situatie wordt verbeterd. We rekenen met de investeringen voor de komende 60 jaar, omdat in die periode alle objecten minimaal één keer vervangen worden. In bijlage 12 zijn de berekende investeringen voor vervangings- en verbeteringsmaatregelen opgenomen.
We verwachten in 2023 ook nog subsidie te verkrijgen voor het nemen van klimaatadaptatiemaatregelen. Dit leidt niet tot een besparing van de kosten, maar zorgt er voor dat we extra en/of versneld maatregelen kunnen nemen. Het aanvragen van de subsidie wordt in samenwerking met de Regio Midden-Holland opgepakt. Over het algemeen zullen we waar mogelijk zoveel mogelijk Europese en Rijksmiddelen voor deze doelen inzetten.
5.3.3 Totaal
In afbeelding 5-2 is de totale geraamde jaarlijkse investeringsverwachting weergegeven. De jaarlijkse investering voor klimaatadaptieve maatregelen maakt maar een klein deel uit van het totale investeringsbedrag per jaar. In de praktijk neemt de voorbereiding en uitvoering van een project meerdere jaren in beslag. Het kapitaliseren (afschrijven en rente) start echter pas in het jaar na gereed komen van het project. Daarom zijn de investeringen van projecten uit het Projectenboek weergegeven in het jaar van gereedkomen. De verwachte vervangingsinvesteringen in de jaren daarna hebben we per periode van 10 jaar gemiddeld weergegeven.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 31
5 5.4 Kostendekking Door middel van de rioolheffing dekken we de kosten van onze taken voor afval-, hemel- en grondwater. We handhaven de huidige systematiek met een gebruikerstarief en een onderverdeling in drie tariefsklassen; woning 1 persoon, woning meerpersoons en niet-woningen. De berekeningen presenteren alleen het tarief voor “woning meerpersoons”. Daarbij is een fictief aantal aanslagen gehanteerd, gebaseerd op de totale inkomsten uit rioolheffing in 2022 en het tarief “woning meerpersoons” in 2022. Voor 2023 is rekening gehouden met een indexatie van de kosten en de rioolheffing met 3% conform de meicirculaire van 2022. Voor de jaren daarna is in de kosten en de kostendekkingsberekeningen geen indexatie toegepast. Jaarlijks maken we een afweging om de rioolheffing te indexeren. Een aandachtspunt hierbij is dat de kosten van lopende kapitaallasten niet stijgen ten gevolge van inflatie en dat het aantal aansluitingen licht zal toenemen ten gevolge van bouwplannen. In bijlage 13 zijn de gehanteerde uitgangspunten opgenomen.
In afbeelding 5-3 is het totaal weergegeven.
Er zijn vier scenario’s doorgerekend, zie tabel 5-1. Twee scenario’s inclusief extra kosten voor klimaatadaptatie en twee scenario’s exclusief extra kosten voor klimaatadaptatie. Daarbij hebben we voor beide scenario’s onderscheid gemaakt in subscenario’s met een verschillende gewenste stand van de tariefsegalisatievoorziening riolering. Bij alle scenario’s is een stijging van de heffing benodigd. De aanleg van de meeste riolen is in het verleden betaald uit de grondexploitatie. De rioolvervangingen die we nu uitvoeren, leiden tot extra kapitaallasten, zoals te zien is in afbeelding 5-4.
Afbeelding 5-3. Totale investering in 15 jaar
Afbeelding 5-4. Verloop jaarlijkse kosten in beschouwde periode
Afbeelding 5-2. Jaarlijkse investeringsverwachting
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 32
5 Begin 2022 was de stand van de voorziening € 12 miljoen. Dit is te hoog, de voorziening moet dalen. De voorziening is circa 0,5 miljoen gedaald ten opzichte van begin 2020. De redenen voor de hoge voorziening zijn reeds benoemd in paragraaf 2.5. Het tempo van dalen en de gewenste stand van de voorziening bepalen mede de benodigde stijging van de rioolheffing in de komende jaren. Een voorziening van € 1 miljoen is in principe voldoende. Indien onverwacht grote investeringen benodigd zijn, leidt dat niet tot een forse onttrekking uit de voorziening doordat de investering wordt gekapitaliseerd en over 40 jaar afgeschreven. Tabel 5-1. Scenario’s kostendekkingsberekening Scenario 1a 1b 2a 2b
Klimaat inclusief
In afbeeldingen 5-5 en 5-6 zijn het verloop van de heffing en de voorziening weergegeven. Op termijn van circa 30 jaar stijgt de heffing bij alle scenario’s naar ruim € 500,--. In het GRP 2017-2021 was reeds voor 2029 een heffing van ongeveer € 500,-- voorzien. Het daadwerkelijke tarief wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad, inclusief verdeling over de tariefsklassen. Dit Programma geldt daarbij als leidraad voor de bepaling van de hoogte van het tarief. In 2027 stellen we een nieuw Programma op en herijken dan het benodigde tarief voor de jaren daarna.
Minimale voorziening [EUR] 4 miljoen 1 miljoen 4 miljoen 1 miljoen
Ja Ja Nee Nee
In tabel 5-2 is de benodigde heffing per scenario weergegeven. Hierbij is aangegeven wat de benodigde procentuele jaarlijkse stijging, exclusief indexatie, is in de planperiode van het Programma. Daarnaast is voor diverse jaren van de beschouwde periode de berekende heffing weergegeven. Voor 2023 gaan we alleen uit van indexatie van de heffing met 3%. Om de maatregelen voor klimaatadaptatie uit te kunnen voeren, is daarna een stijging van de heffing met 3,1% per jaar benodigd. Als we de voorziening laten dalen tot 4 miljoen is een stijging van de heffing met 3,5% per jaar benodigd. Niet uitvoeren van de maatregelen uit de Klimaatadaptatiestrategie beperkt de stijging van de heffing met 0,3 procentpunt per jaar. De extra kosten van klimaat- adaptatie zijn te compenseren door de voorziening op termijn te laten dalen naar circa 1 miljoen in plaats van 4 miljoen; scenario 1b versus scenario 2a. Rond 2037 is de heffing ten gevolge van klimaatadaptieve maatregelen circa € 13,- tot € 16,-- meer. Aan het eind van de beschouwde periode van 60 jaar is het verschil geringer, omdat na 2050 geen extra exploitatiekosten voor klimaatadaptatie meegenomen zijn. Er resteren dan alleen nog beperkte kapitaallasten van de extra investeringen voor klimaatadaptatie tot en met 2050.
Afbeelding 5-5. Verloop heffing per scenario
Tabel 5-2. Benodigde stijging rioolheffing per scenario Scenario 1a 1b 2a 2b
Stijging 2024-2027 [% / jaar] 3,50 3,10 3,20 2,80
Heffing [EUR] 2027 303 298 300 295
2037 410 405 397 389 Afbeelding 5-6. Verloop voorziening per scenario
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 33
5 Colofon Titel Programma Riolering en Klimaatadaptatie, 2023 - 2027 Projectcode W22.012
Opdrachtgever
Gemeente Krimpenerwaard
Opgesteld door
Waterfeit Adviseurs
W: www.waterfeit.nl E: info@waterfeit.nl
Datum Auteur(s) ing. H.P.J. Scheepers 30 november 2022 Controleur ir. L.C. Stigter Definitief-concept
30 november 2022
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 34
Bijlagen
1 Bijlage 1. Begrippenlijst AFKORTINGEN
TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater
AMvB BBV BBL BBT BRP Bob GRP DPRA DWA HDSR HHSK HWA IBA IBKW NEN NPR OAS OMDH Rijnland RWA RWZI SSW Team AOR Team UOR Wm Wvo
Aangroei
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
Aansluitvergunning
vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwater zuiveringsinstallatie (RWZI)
Aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
Afkoppelen
het actief scheiden van vuilwater en regenwater met als doel om het regenwater niet meer naar de RWZI te transporteren
Afvalwater
alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daar van ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)
Afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
Afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
Aquathermie
warmte gewonnen uit (oppervlakte)water of proceswater
Basisinspanning