BIJL - Programma Riolering Klimaatadaptatie Krimpenerwaard 2023-2027 - 1001518
Tekst van het document
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 Gemeente Krimpenerwaard
Inhoudsopgave 0. Bestuurlijke samenvatting 0.1 Aanleiding 0.2 Evaluatie GRP 2017-2021 0.3 Uitwerking speerpunten Omgevingsvisie 0.4 Maatregelen 0.5 Personeel en financiën 0.6 Kamerbrief water en bodem sturend
3
1. Inleiding op het Programma Riolering en Klimaatadaptatie
7
2. Evaluatie GRP Krimpenerwaard 2017-2021 2.1 Beleid 2.2 Realisatie onderzoeken 2.3 Realisatie maatregelen 2.4 Functioneren systeem 2.5 Financieel
8
3. Uitwerking speerpunten Omgevingsvisie 3.1 Een gezond en veilig woon- en leefklimaat 3.1.1 Inzameling en transport van afvalwater 3.1.2 Inzameling en verwerking van hemelwater 3.1.3 Beperken nadelige gevolgen van de grondwaterstand
12
3.2 Samenwerken aan een goede waterkwaliteit 3.2.1 Samenwerking met de waterschappen 3.2.2 Samenwerking met inwoners, bedrijven, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties 3.2.3 Samenwerking in de werkregio 3.2.4 Samenwerking met de Omgevingsdienst 3.2.5 Samenwerking met het Ingenieursbureau Krimpenerwaard
18 18 19
3 3 4 4 5 6
8 8 9 11 11
12 12 15 17
4.1.2 Ongerioleerde lozingen aansluiten mits doelmatig 4.1.3 Verharding afkoppelen 4.1.4 Verbeterd gescheiden stelsels ombouwen naar gescheiden stelsels 4.1.5 Reinigen van kolken en straten 4.1.6 Foutaansluitingen beperken 4.1.7 Beheren van de rioolgemalen 4.1.8 Reinigen en inspecteren van het riool 4.1.9 Beheren van de hoofdpersleidingen 4.1.10 Vervangen en renoveren van het riool 4.1.11 Vervangen van huisaansluitingen 4.1.12 Beheerdata goed in beeld brengen 4.1.13 Oefenen en actualiseren incidentenplan 4.1.14 Monitoring van het systeem 4.1.15 Uitvoeren van modelberekeningen 4.1.16 Optimaliseren van het systeem 4.1.17 Vervullen van de grondwaterzorgplicht 4.1.18 Afvalwaterakkoord afsluiten 4.1.19 Heroverwegen overeenkomst Reversed Osmose Schuwacht 4.1.20 Opstellen van communicatieplannen 4.1.21 Toetsen van ruimtelijke plannen 4.1.22 Evalueren van de samenwerking met ODMH 4.1.23 Opstellen van lozingsregels voor het Omgevingsplan
3.3 Klimaatadaptieve inrichting in de kernen
20
4.2 Maatregelen klimaatadaptatiestrategie 4.2.1 Informeren 4.2.2 Stimuleren 4.2.3 Verankeren 4.2.4 Verplichten 4.2.5 Meekoppelen 4.2.6 Onderzoeken
4. Maatregelen 4.1 Maatregelen riolering 4.1.1 Opstellen beheerplan en projectenboek
22
4.3 Terugkoppeling met evaluatie GRP 2017-2021
20 20 20
23 23 23 23 23 23 24 24 24 25 25 25 26 26 26 26 27 27 27 27 27 27 27 28 28 28 28 28 28 29
5. Personeel en financiën 5.1 Personele capaciteit 5.1.1 Riolering 5.1.2 Klimaatadaptatie 5.2 Exploitatiekosten 5.2.1 Riolering 5.2.2 Klimaatadaptatie 5.2.3 Totaal
30
5.3 Investeringen 5.3.1 Riolering 5.3.2 Klimaatadaptatie 5.3.3 Totaal
31 31 31 31
5.4 Kostendekking
32
30 30 30 30 30 30 31
BIJLAGEN Bijlage 1. Begrippenlijst Bijlage 2. Toelichting composietbuien Bijlage 3. Afkoppelschema HDSR Bijlage 4. Uitvoeringsagenda klimaatadaptatiestrategie Bijlage 5. Locaties ongerioleerde lozingen Bijlage 6. Typen riolering per kern Bijlage 7. Leeftijd riolering per kern Bijlage 8. Locaties overstorten per kern Bijlage 9. Levensduurverwachting vrijvervalriolering Bijlage 10. Huidige verbeterd gescheiden stelsels Bijlage 11. Exploitatiekosten Bijlage 12. Vervangingskosten Bijlage 13. Uitgangspunten kostendekkingsberekeningen Bijlage 14. Kostendekkingsberekeningen
23 23
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 2
0 Bestuurlijke samenvatting Riolering speelt een uitermate belangrijke rol in de bescherming van de volksgezondheid, de natuur en het milieu. Klimaatverandering heeft een grote impact op het functioneren van de riolering en onze leefomgeving. Het weer wordt extremer, met bijvoorbeeld hittestress en wateroverlast tot gevolg. Het is belangrijk om onze riolering en onze leefomgeving aan te passen aan het verwachte klimaat en de effecten daarvan, dit heet klimaatadaptatie.
Ruim 80% van de geplande maatregelen en onderzoeken voerden we (deels) uit. Daarnaast voerden we extra onderzoeken uit, zoals het proces rondom klimaatadaptatie met het uitvoeren van stresstesten, risicodialogen en het opstellen van de klimaatadaptatiestrategie. Ook besteedden we veel tijd aan uitbreidingsplannen en merken we dat inwoners meer uitleg en onderbouwing vereisen bij de afhandeling van vragen en verzoeken. Mede hierdoor hebben we een deel van de onderzoeken en maatregelen niet (geheel) kunnen uitvoeren.
0.1 Aanleiding
Hoewel er in de afgelopen periode enkele flinke buien zijn gevallen is het aantal overlastmeldingen beperkt gebleven. Dit wijst erop dat onze rioolstelsels tijdens regenweer goed functioneren. Door proactief te handelen heeft onze buitendienst een belangrijke rol in het beperken van het aantal meldingen over de riolering. Bovendien heeft de gebiedskennis van de buitendienst een belangrijke meerwaarde bij het dagelijks beheer. Doordat de medewerkers dagelijks het functioneren van de circa 2.400 gemalen via het telemetriesysteem beoordelen en afwijkend gedrag signaleren, worden veel problemen voorkomen. Dit vergt tijd aan de voorzijde, maar voorkomt meldingen, overlast en kosten achteraf.
De looptijd van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (GRP 2017-2021) is gepasseerd. Hoewel een GRP onder de nieuwe omgevingswet niet langer verplicht is willen we toch ons beleid ten aanzien van onze watertaken formeel vastleggen en vaststellen. We hebben de opvolger van het GRP daarom in de vorm van een Omgevingsprogramma opgesteld. Dit programma ligt voor u. Omdat de gemeenteraad de in december 2021 vastgestelde Klimaatadaptatiestrategie onderdeel wil laten uitmaken van het programma heeft dit programma de titel Programma Riolering en Klimaatadaptatie (PR&K) 2023-2027 gekregen. Het PR&K 2023-2027 hangt onder de omgevingsvisie die in 2021 door gemeenteraad is vastgesteld. Voor de speerpunten uit de Omgevingsvisie die betrekking hebben op water en klimaatadaptatie is in het Programma uitvoeringsbeleid opgesteld. De al bestaande zorgplichten voor afval-, grond- en hemelwater (artikel 2.16 Omgevingswet) die blijven gelden hebben we daarbij verweven met de Speerpunten. In dit programma zijn tevens de maatregelen aangegeven waarmee we onze beleidsdoelstellingen willen bereiken. Dit Programma is alleen zelfbindend, het bindt inwoners en bedrijven niet.
Dit Programma is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: Evaluatie van het GRP 2017-2021 Hoofdstuk 3: Uitwerking Speerpunten Omgevingsvisie in uitvoeringsbeleid Hoofdstuk 4: Maatregelen die we in de planperiode nemen om de Speerpunten te realiseren Hoofdstuk 5: Benodigde personele en financiële middelen inclusief rioolheffing
0.2 Evaluatie GRP 2017-2021 Het beleid uit het GRP 2017-2021 was in de praktijk goed toepasbaar.
Het GRP 2017-2021 voorzag een forse stijging van de rioolheffing binnen de planperiode. De heffing diende € 20,-per jaar te stijgen. In de praktijk is het tarief in 2022 echter gelijk aan het tarief in 2016. Belangrijkste redenen voor het verschil zijn: • In 2016 bestond de gemeente Krimpenerwaard net een jaar, na de herindeling met de gemeente Nederlek, Ouderkerk, Vlist, Bergambacht en Schoonhoven. De afgelopen jaren hebben we de exploitatie scherper gesteld, mede door efficiënter te werken en kritisch te blijven op de uitgaven. • Het GRP 2017-2021 was ambitieus op het gebied van vervanging en relinen. Door een juiste afstemming met het wegenplan zijn een aantal investeringen naar een later tijdstip verplaatst. Daaruit blijkt dat de werkelijke levensduur soms afwijkt van de verwachte levensduur. Uiteraard wordt het rioolstelsel wel goed gemonitord om problemen te voorkomen. • De rente is in de planperiode fors verlaagd. In 2016 was de rente 2,8%, nu is deze 0,8%. Dit scheelt jaarlijks bijna een miljoen Euro op de kapitaallasten. • In het GRP was in het kostendekkingsplan een te hoge BTW-component meegenomen. In werkelijkheid berekenen we de BTW over de kapitaallasten en niet over de investeringen om de BTW-component geleidelijk op te laten lopen.
Ondanks dat het GRP 2017-2021 een hogere stijging van de rioolheffing voorzag dan benodigd, hebben onze inwoners niet meer betaald dan nodig was.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 3
0 0.3 Uitwerking speerpunten Omgevingsvisie In het Programma zijn de speerpunten uit de Omgevingsvisie vertaald in uitvoeringsbeleid voor riolering en klimaatadaptatie. Niet alle speerpunten komen aan bod, alleen de speerpunten waar vanuit riolering en klimaatadaptatie specifiek uitvoeringsbeleid voor is. Dit betreft de speerpunten: 1. Een gezond en veilig woon- en leefklimaat 2. Samenwerken aan een goede waterkwaliteit 3. Klimaatadaptieve inrichting in de kernen Het speerpunt “gezond en veilig woon- en leefklimaat” is gerelateerd aan de drie gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afval-, hemel- en grondwater, welke onder de Omgevingswet “taken” worden genoemd. In hoofdlijnen wijzigt ons beleid op deze punten niet of nauwelijks ten opzichte van het GRP 2017-2021. In grote lijnen blijft het beleid op de volgende punten gelijk: - We beperken het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater zoveel mogelijk. Percelen waar afvalwater vrijkomt, sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool. In de huidige situatie is circa 99,5% van de percelen waarafvalwater vrijkomt, aangesloten op riolering. We zorgen ervoor dat ons riool geschikt is voor de hoeveelheid afvalwater en de samenstelling daarvan. Hemelwater van openbaar en particulier terrein zamelen we alleen in als dat doelmatig is, bij de verwerking is het streven overlast te voorkomen.
- We beperken de nadelige gevolgen van de grondwaterstand, die zich kunnen uiten in de vorm van grond wateroverlast en -onderlast. Dit is een inspanningsverplichting voor ons openbaar gebied. Bij meldingen van inwoners nemen we de regierol op ons. - Voor het speerpunt “Samenwerken aan een goede waterkwaliteit”, maar ook voor andere speerpunten, werken we samen de waterschappen, de werkregio en de Omgevingsdienst Midden-Holland. Daarnaast is een goede communicatie met inwoners, bedrijven, ontwikkelaars en woningbouwverenigingen belangrijk en toetsen we hun plannen.
- Hemelwaterzorgplicht: De afgelopen planperiode was er weinig wateroverlast, maar vanwege klimaatverande ring willen we in de toekomst wel voldoen aan een nieuwe zwaardere normbui door hier rekening mee te houden bij rioolreconstructies. Bij nieuwbouw moet meteen met deze nieuwe normbui gerekend worden. - Vervangen van huisaansluitingen: Bij vervanging van het hoofdriool blijven we op onze kosten ook de huisaansluiting op het particuliere terrein vervangen tot een maximale lengte van 7 meter. Dit heeft voor- en nadelen, in de planperiode willen we dit evalueren en heroverwegen. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie kent een zesjarige cyclus. Aan het eind van de planperiode voeren we daarom nieuwe stresstesten en risicodialogen uit in samenwerking met onze gebiedspartners. Op die manier kunnen we in het volgende Programma bijsturen indien onverhoopt blijkt dat we niet op koers liggen om in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn.
0.4 Maatregelen We gaan in de komende periode maatregelen uitvoeren gerelateerd aan onze watertaken en daarnaast maatregelen gerelateerd aan klimaatadaptatie. Per maatregel is dit aangegeven in tabel 0-1. Veel maatregelen dienen niet alleen de drie voornoemde speerpunten, maar hebben ook raakvlakken met andere speerpunten uit de Omgevingsvisie, zoals het tegengaan van bodemdaling en besparing van energie.
Wijzigingen en nieuwe punten in het beleid betreffen: - Klimaatadaptatie: De invulling van het speerpunt “Klimaatadaptieve inrichting in de kernen” is gebaseerd op de in december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Klimaatadaptatiestrategie. Het doel is in 2050 bestand te zijn tegen extreme neerslag, langdurige droogte, hitte en overstromingen door klimaatadaptatie samen met andere gemeentelijke opgaven zo integraal mogelijk aan te pakken. De gemeenteraad koos daarbij voor het scenario “Versneld aan de slag”. Daarbij wordt de focus verbreed naar particulier grondgebied, naast het openbaar grondgebied. In dat kader gaan we inwoners en bedrijven stimuleren om te vergroenen en anders om te gaan met hemelwater. Daarbij gaan we in de planperiode afwegen of we inwoners aan willen bieden om de regenpijp aan de voorzijde van het pand gratis aan te laten sluiten op een gemeentelijk hemelwaterriool op het moment dat we dat aanleggen.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 4
0 0.5 Personeel en financiën
Maatregelen en paragraafnummer Maatregelen riolering Opstellen beheerplan en projectenboek 4.1.1 Ongerioleerde lozingen aansluiten 4.1.2 Verharding afkoppelen 4.1.3 Verbeterd gescheiden ombouwen 4.1.4 Reinigen kolken 4.1.5 Foutaansluitingen beperken 4.1.6 Beheren gemalen 4.1.7 Reinigen en inspecteren riool 4.1.8 Beheren van de hoofdpersleidingen 4.1.9 Vervangen en renoveren riool 4.1.10 Vervangen huisaansluitingen 4.1.11 Beheerdata goed in beeld 4.1.12 Adequaat reageren op incidenten 4.1.13 Monitoring systeem 4.1.14 Uitvoeren modelberekeningen 4.1.15 Optimaliseren systeem 4.1.16 Vervullen grondwaterzorgplicht 4.1.17 Afvalwaterakkoord afsluiten 4.1.18 Heroverwegen Schuwacht 4.1.19 Opstellen communicatieplannen 4.1.20 Toetsen ruimtelijke plannen 4.1.21 Evalueren samenwerking met ODMH 4.1.22 Opstellen lozingsregels 4.1.23 Maatregelen Klimaatadaptatie Informeren 4.2.1 Stimuleren 4.2.2 Verankeren 4.2.3 Verplichten 4.2.4 Meekoppelen 4.2.5 Onderzoeken 4.2.6
Energiebesparing
Bodemdaling
Klimaat
Samenwerken
Speerpunten Omgevingsvisie
Gezond en veilig
Tabel 0-1. Maatregelen en bijdrage aan speerpunten
De benodigde personele en financiële middelen zijn uitgesplitst voor riolering en voor klimaatadaptatie. Voor riolering is er behoefte aan één extra FTE capaciteit voor team Uitvoering Openbare Ruimte om goede invulling te geven aan de ambities uit het Programma en voor een goede administratieve afhandeling van alle taken. Voor de binnendienst was in de vastgestelde Klimaatadaptatiestrategie al aangegeven dat er behoefte is aan één extra FTE voor een klimaatadviseur. Voor riolering verwachten we in de planperiode circa € 7.500.000 per jaar te investeren aan vervanging, verbeteren en afkoppelen. De exploitatiekosten bedragen circa € 3.160.000 per jaar. De investeringen en kosten voor klimaatadaptatie zijn overgenomen uit de vastgestelde klimaatadaptatiestrategie conform het scenario “versneld aan de slag”. In het GRP 2017-2021 werd in het scenario “Een duurzame toekomst” reeds rekening gehouden met klimaatadaptatie door budget op te nemen voor afkoppelen en het aanleggen van drainage-transport riolen. We deden en doen dus al veel aan klimaatadaptatie, waardoor de extra kosten voor klimaatadaptatie meevallen. De klimaatadaptatiekosten worden opgenomen in de begroting 2024. De kosten die eventueel al in 2023 gemaakt worden, worden gedekt uit de voorziening. Voor 2023 gaan we alleen uit van indexatie van de heffing met 3%.
Voor de jaren daarna zijn vier scenario’s voor de rioolheffing doorgerekend. Om alle maatregelen uit te kunnen voeren, is een stijging van de heffing met 3,1% per jaar benodigd. De stijging van de heffing beperken we door de huidige voorziening gecontroleerd te laten dalen van de huidige € 12 miljoen naar circa € 1,8 miljoen rond 2037. Als de voorziening minder daalt tot € 4 miljoen is een stijging van de heffing met 3,5% per jaar benodigd. Niet uitvoeren van de maatregelen uit de Klimaatadaptatiestrategie beperkt de stijging van de heffing met 0,3 procentpunt per jaar. Op lange termijn stijgt de heffing bij alle scenario’s naar ruim € 500,-- exclusief inflatie. In het GRP 2017-2021 was op langere termijn eveneens een heffing van ongeveer € 500,-- voorzien.
0.6 Kamerbrief water en bodem sturend Op het moment dat dit Programma concept gereed was, verstuurde het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer een brief met als onderwerp “Water en Bodem sturend”. De brief heeft vooral gevolgen voor ruimtelijke ordening en de omgang met het veenweidegebied. Vooral de volgende punten uit de brief zijn van belang ten aanzien van het Programma Riolering en Klimaatadaptatie: • We moeten meer rekening gaan houden met weersextremen in ons beleid en aanpak; • Nederland moet van een vergiet weer een spons worden, met voldoende buffer- en afvoercapaciteit; • Beter leefbaar maken van de verstedelijkte omgeving door vermindering van verharde oppervlakken en in te zetten op stedelijk groen;
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 5
0 • Klimaatadaptief bouwen; • We moeten het water en de bodem niet verontreinigen, bij het verbeteren van de waterkwaliteit zetten we bronaanpak voorop. Een eerste analyse leert ons dat dit Programma al goed in lijn is met het in de brief opgenomen beleid. De gevolgen van weersextremen hebben we reeds onderzocht in de uitgevoerde stresstesten en risicodialogen, die als basis dienden voor de klimaatadaptatiestrategie. Deze stresstesten herhalen we periodiek en nemen we ook mee in de op te stellen Systeemoverzichten Stedelijk Water. Om water vast te houden in het gebied, maar ook af te voeren wanneer nodig, speelden we in het GRP 2017-2021 op basis van het scenario ‘Een duurzame toekomst’ al in op de effecten van klimaatverandering en leggen we al jaren DT-riolen (drainage-transport) aan. Hierdoor zijn we minder gevoelig voor verdroging en zetting. In ons nieuwe beleid zetten we al in op een zwaardere normbui. Vergroenen van zowel openbaar als privaat terrein is een belangrijk punt binnen het Programma. We zetten in op klimaatadaptief bouwen door middel van stimuleren, verankeren en verplichten, in lijn met het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
En we hebben oog voor het niet verontreinigen van het water, door samen met de waterschappen na te denken over waar het wel of niet verstandig is, of waar aanvullende maatregelen nodig zijn, om het hemelwater van verharde oppervlakken direct af te voeren naar het oppervlaktewater. Eén van de punten uit de brief is het verhogen van de waterstanden in het veenweidegebied. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor het functioneren van onze riolering en de grondwaterstanden, daar waar er een directe interactie is tussen het waterpeil in het veenweidegebied en de dorpskern. De kans op instroom van oppervlaktewater in het riool en/of wateroverlast kan hierdoor toenemen. In de op te stellen Systeemoverzichten Stedelijk Water zullen we dit meenemen. Eventuele aanvullende financiële middelen vanuit het Rijk in dit kader zullen zo efficiënt mogelijk worden ingezet.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 6
1 Inleiding op het Programma Riolering en Klimaatadaptatie In 2016 stelde de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Krimpenerwaard 2017-2021 (GRP 2017-2021) vast. Hierin staan de doelen en maatregelen beschreven van de gemeente ten aanzien van de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. Een onderdeel van het GRP 2017-2021 was het kostendekkingsplan, waarin het benodigde tarief van de rioolheffing en het verloop daarvan is bepaald. De looptijd van het GRP 2017-2021 is gepasseerd. Wanneer de Omgevingswet in gaat, op moment van schrijven per 1 januari 2023, vervalt de verplichting voor een gemeente om een GRP te hebben. Het nieuwe GRP is daarom opgesteld in de vorm van een facultatief Omgevingsprogramma. Dit wordt in de Omgevingswet in artikel 3.14 ook specifiek benoemd als voorbeeld van een onverplicht programma. Daarnaast is er de behoefte om klimaatadaptatie integraal onderdeel uit te laten maken van het Programma. De gemeenteraad stelde in december 2021 de Klimaatadaptatiestrategie vast. Het nieuwe Programma heeft daarom de titel “Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027”. In 2021 stelde de gemeenteraad de Omgevingsvisie vast, deze dient als kapstok voor het Programma. De Speerpunten uit de Omgevingsvisie zijn uitgewerkt als uitvoeringsbeleid in het Programma.
Daarnaast behouden gemeenten onder de Omgevingswet de al bestaande zorgplichten voor afval-, grond- en hemelwater (artikel 2.16 Omgevingswet). In dit programma zijn deze verweven met de Speerpunten. In het Programma is aangegeven met welke maatregelen we in de komende planperiode invulling geven aan de speerpunten en de zorgplichten.
Het Programma is alleen zelfbindend, het bindt inwoners en bedrijven niet. Daarvoor moeten we te zijner tijd regels opnemen in het Omgevingsplan. Dit gaat dan bijvoorbeeld om de aansluiting van particulieren op de riolering en de omgang door particulieren met regenwater. Voor de opstelling van de klimaatadaptatiestrategie doorliepen we een uitvoerig participatieproces. Met gebiedspartners organiseerden we stresstesten en risicodialogen in 2019 en 2020. Inwoners betrokken we met een enquête via het burgerpanel. Het Programma Riolering en Klimaatadaptatie wordt na vaststelling ter inzage gelegd voor een ieder. Tijdens de looptijd van het Programma betrekken we inwoners en bedrijven bij de uitwerking van de diverse plannen. Dit Programma is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: Evaluatie van het GRP 2017-2021 Hoofdstuk 3: Uitwerking Speerpunten Omgevingsvisie in uitvoeringsbeleid Hoofdstuk 4: Maatregelen die we in de planperiode nemen om de Speerpunten te realiseren Hoofdstuk 5: Benodigde personele en financiële middelen inclusief rioolheffing
Een belangrijk onderdeel van het Programma is een financiële paragraaf met bijbehorende kostendekkingsberekening. In de Klimaatadaptatiestrategie zijn investeringen en jaarlijkse kosten opgenomen om de gemeente klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. In dit Programma is de invloed hiervan op de rioolheffing beschouwd. De bevoegdheid om rioolheffing te innen wordt straks niet geregeld via de Omgevingswet, maar blijft een bevoegdheid van de gemeenteraad onder de Gemeentewet. Met het uitstel van de Omgevingswet blijft ook het vaststellen van dit Programma Riolering en Klimaatadaptatie nog een bevoegdheid van de Raad.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 7
2 Evaluatie GRP Krimpenerwaard 2017-2021 Het vastgestelde GRP 2017-2021 was het eerste GRP van de gemeente Krimpenerwaard , die in 2015 is ontstaan door de herindeling van de gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. In dit hoofdstuk brengen we in beeld wat de ervaringen zijn uit de planperiode, wat er gerealiseerd is en geven we een financieel overzicht.
2.1 Beleid Gebleken is dat het in het GRP vastgelegde beleid de afgelopen jaren goed toepasbaar was. Hierdoor hoeven we weinig aanpassingen door te voeren in het beleid. Het nieuwe beleid komt aan bod in het volgende hoofdstuk. Bij het vervangen van riolen ontzorgen we onze inwoners door (een deel van) de huisaansluiting op particulier terrein ook te vervangen. Niet veel gemeenten doen dit, omdat particulier terrein de verantwoordelijkheid van de eigenaar is. Deze werkwijze heeft voor- en nadelen en is een aandachtspunt voor de komende planperiode. De laatste jaren leggen we DT (drainage-transport) riolen aan bij vervanging van oude gemengde riolen. Met de DT-riolering kunnen we de grondwaterstand in het openbare gebied beter reguleren. Daarmee beperken we grondwateroverlast in natte perioden. In droge perioden voorkomen we dat de grondwaterstand te laag wordt om bodemdaling tegen te gaan. Daarbij worden vaak de kolken afgekoppeld van het riool en aangesloten op het DT-riool en blijven de woningen aangesloten op het gemengde riool. In het nieuwe Programma is het afkoppelen van de woningen een aandachtspunt.
2.2 Realisatie onderzoeken In het GRP was de ambitie opgenomen om diverse onderzoeken uit te voeren. In tabel 2-1 staat of deze onderzoeken wel of niet zijn uitgevoerd. Ruim 80% van de geplande maatregelen en onderzoeken voerden we (deels) uit. Daarnaast voerden we extra onderzoeken uit, zoals het proces rondom klimaatadaptatie met het uitvoeren van stresstesten, risicodialogen en het opstellen van de klimaatadaptatiestrategie. Ook hebben we tijd geïnvesteerd in het opzetten van risicogestuurd beheer van onze rioolpersleidingen. Daarnaast vergden uitbreidingsplannen ook de nodige tijd van de medewerkers. Het afhandelen van vragen en verzoeken van inwoners kost meer tijd dan voorheen. Men vereist meer uitleg en onderbouwing. Mede hierdoor hebben we een deel van de onderzoeken en maatregelen niet (geheel) kunnen uitvoeren. Revisiegegevens vanuit projecten en reconstructies worden veelal tijdig verwerkt zodat het beheerbestand zo veel mogelijk actueel is. Door beperkte personele capaciteit in combinatie met onvoldoende kwaliteit van de aangeleverde revisies ontstaan tijdelijke achterstanden in de verwerking van de gegevens. Vanuit oogpunt van assetmanagement is het belangrijk hier aandacht aan te besteden, zodat achterstanden in de toekomst zoveel mogelijk worden voorkomen.
Op basis van de ervaringen in de afgelopen periode hebben we besloten dat het niet nodig is een medewerker te specialiseren in monitoring en analyse. De basiskennis hierover is aanwezig binnen de organisatie en voor specialistisch werk worden externe partijen ingehuurd.
Met de DT-riolering kunnen we de grondwaterstand in het openbare gebied beter reguleren. Daarmee voorkomen we zoveel mogeliijk dat in natte perioden grondwateroverlast ontstaat. In droge perioden voorkomen we dat de grondwaterstand te laag wordt wat o.a. helpt om bodemdaling tegen te gaan. We kunnen nog verbeteren in communicatie omtrent riolering. In het Programma komt dit dan ook meer aan bod.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 8
2 Tabel 2-1. Realisatie onderzoeken GRP 2017-2021 Nr Omschrijving O1 Gegevensbeheer O2 Berekeningen O3 Rioolvreemd water O4 GRP O5 Onderzoek grondwater O6 Opstellen beheerplannen O7 Meten en monitoren O8 Functioneren bergbezinkbassins O9 Inmeten bob’s alle kernen O10 Incidentenplan riolering en water O11 Levensduur voedingskabels O12 Optimalisatie afvalwaterketen
Onderdelen Actueel en correct eenduidig beheerbestand realiseren Revisiegegevens snel verwerken Opstellen BRP voormalige gemeente Oudekerk Onderzoek doen naar rioolvreemd water Opstellen nieuw GRP in 2021 Uitbreiden van het aantal peilbuizen Medewerker specialiseren in monitoring en analyse Onderhouden van het meetnet Opstellen beheerplannen riolen, gemalen, oppervlaktewater Meetprogramma uitvoeren en analyseren Analyseren verschil vullingsfrequentie BBB’s Inmeten bob’s alle kernen Analyseren zetting door verschil vorige meting Analyseren afschot Incidentenplan opstellen Onderzoek kwaliteit voedingskabels drukriolering Herstelmaatregelen opstellen en plannen Jaarlijks 1 OAS uitvoeren
Status Toelichting ja deels ja deels De hoeveelheid rioolvreemd water is in beeld gebracht. Oorzaken zijn nog niet onderzocht ja Gedaan in 2022 ja Sinds september 2020 gemeentebreed meetnet actief nee ja Contract afgesloten ja deels Tot 2019 uitgevoerd nee deels Deel van de kernen is ingemeten nee Niet uitgevoerd. Er is geen goede referentiemeting uit het verleden deels Alleen bij reconstructies uitgevoerd ja Afronding in 2022 deels Eén cluster is onderzocht en verbeterd deels ja In 2019-2020 uitgevoerd samen met HHSK
2.3 Realisatie maatregelen In het GRP zijn diverse maatregelen opgenomen. In tabel 2-2 staat of deze maatregelen wel of niet zijn uitgevoerd. Een deel van de maatregelen is niet uitgevoerd, wat deels dezelfde redenen heeft als bij de realisatie van de onderzoeken. Een deel van de maatregelen voeren we alsnog uit in de komende planperiode en komt aan bod in de volgende hoofdstukken. Op basis van het GRP zouden we circa 15 km vrijvervalleidingen per jaar reinigen en inspecteren op basis een vaste reinigings- en inspectiefrequentie. In de praktijk is vooral risicogestuurd beheer gepleegd en is in totaal 25 km gereinigd en geïnspecteerd. Het opzetten van een nieuwe reinigings- en inspectiestrategie is nog niet afgerond.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 9
2 Tabel 2-2. Realisatie maatregelen GRP 2017-2021 Nr Omschrijving Onderdelen M1 Inspecteren riolen Inspecties uitvoeren conform frequentie GRP Uitgebreidere risicobeoordeling opstellen Reparaties/renovaties/vervanging uitvoeren M2 Onderhoud drainage Gebiedsgewijs eens per 10 jaar reinigen M3 Onderhoud gemalen 2x per jaar reinigen en inspecteren Storingsmelding via telemetriesysteem M4 Onderhoud drukriolering 260 minigemalen aansluiten op telemetrie Uitwerken installatie- en werkverantwoordelijke M6 Kolken en straten reinigen Uitvoeren kolkenreiniging M7 Relinen en vervangen riolen 5,7 km per jaar vervangen en 1 km relinen 4,1 km hemelwaterriool per jaar aanleggen M8 Vervangen gemalen, persleidingen M9 Vervangen minigemalen M10 Verbetermaatregelen Alle lamellenfilters verwijderen Overstappen op draadloze communicatie Ombouwen van VGS naar GS Aansluiten van 11 percelen op drukriolering Verzakte overstorten op de juiste hoogte brengen
We hebben geconstateerd dat periodiek reinigen van drainage niet doelmatig is en bovendien kan leiden tot beschadiging van de drainage. We reinigen daarom alleen indien daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld bij meldingen. De afgelopen planperiode waren er weinig meldingen over grondwateroverlast.
Status deels nee deels nee ja ja ja ja ja deels deels ja ja deels ja deels deels nee
Toelichting Totaal 25 km geïnspecteerd Deels nog in voorbereiding Veelal niet doelmatig 1x per jaar Alle gemalen zijn aangesloten op telemetrie In 2022 Eerste twee jaar minder, daarna 5,4 km per jaar Eerste twee jaar minder, daarna 3,9 km per jaar Minder nodig dan gepland Minder nodig dan gepland Het merendeel is verwijderd 2021 gestart met 1e cluster 6 percelen aangesloten Dienen opnieuw ingemeten te worden
Door de herindeling was het eenvoudiger om een aantal ongerioleerde lozingen in het buitengebied alsnog aan te sluiten op het riool. Voor de herindeling was het dichtstbijzijnde riool soms van een andere gemeente dan de gemeente van de betreffende lozing.
We investeerden minder dan begroot in het vervangen van gemalen, omdat in de praktijk de levensduur langer is dan we in het GRP hanteerden. Doordat materialen tegenwoordig kwalitatief beter zijn, gaan gemalen langer mee. In het GRP werd uitgegaan van het vervangen van 5,7 km riool per jaar en het relinen van 1 km riool per jaar. De eerste jaren van de afgelopen planperiode is minder lengte riool vervangen dan gepland in het GRP. De afgelopen drie jaar is 5,1 km per jaar vervangen en 0,3 km per jaar gerelined. Deze hoeveelheid sluit goed aan bij de verwachte benodigde hoeveelheid te vervangen riolen per jaar. Verderop in dit Programma komt dit uitgebreider aan bod.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 10
2 2.4 Functioneren systeem Volgens het GRP 2017-2021 moet de afvoercapaciteit 20 mm in 1 uur zijn, zonder water op straat. Met Radartools van Rioned is bekeken bij welke buien in de planperiode meer dan 20 mm regen is gevallen binnen 1 uur. In totaal betreft dit zes buien, die elk in één of meerdere kernen vielen. De zwaarste bui viel op 5 september 2018. Deze beperkte zich tot het oostelijk deel van de gemeente. In afbeelding 2-1 is de totale neerslagsom van de gehele dag weergegeven. Op enkele locaties viel meer dan 80 mm regen in totaal.
Het aantal meldingen van wateroverlast bij deze zes buien was beperkt. Op enkele locaties was wel sprake van enige overlast. In Stolwijk nemen we maatregelen om herhaling van de overlast zoveel mogelijk te voorkomen. Onze buitendienst heeft een belangrijke rol in het beperken van het aantal meldingen over riolering door proactief te handelen en door hun gebiedskennis. Al onze gemalen zijn aangesloten op het telemetriesysteem. Doordat de medewerkers dagelijks het functioneren van de circa 2.400 gemalen via dit systeem beoordelen en afwijkend gedrag signaleren, worden veel problemen voorkomen. Daarnaast hebben we zelf het materieel en de kennis om de drukrioolgemalen te reinigen en te controleren. Dit vergt tijd aan de voorzijde, maar voorkomt meldingen, overlast en kosten achteraf.
2.5 Financieel Het GRP 2017-2021 voorzag een forse stijging van de rioolheffing binnen de planperiode. De heffing voor een meerpersoonshuishouden diende vanaf 2016 met € 20,-- per jaar te stijgen naar een tarief van € 376,56 in 2022. In het begin van de planperiode is de rioolheffing gestegen, maar later is deze weer verlaagd. Het tarief in 2022 bedraagt € 256,50 en is gelijk aan het tarief in 2016. Desondanks is de tariefsegalisatievoorziening gestegen van circa € 7 miljoen naar € 12 miljoen. In de planperiode is hierover al uitleg gegeven aan de gemeenteraad. Belangrijkste redenen voor het verschil zijn: • In 2016 bestond de gemeente Krimpenerwaard net een jaar, na de herindeling met de gemeente Nederlek, Ouderkerk, Vlist, Bergambacht en Schoonhoven. De afgelopen jaren hebben we de exploitatie scherper gesteld, mede door efficiënter te werken en kritisch te blijven op de uitgaven. • Het GRP 2017-2021 was ambitieus op het gebied van vervanging en relinen. Door een juiste afstemming met het wegenplan zijn een aantal investeringen naar een later tijdstip verplaatst. Daaruit blijkt dat de werkelijke levensduur soms afwijkt van de verwachte levensduur. Uiteraard wordt het rioolstelsel wel goed gemonitord om problemen te voorkomen. • De rente is in de planperiode fors verlaagd. In 2016 was de rente 2,8%, nu is deze 0,8%. Dit scheelt jaarlijks bijna een miljoen Euro op de kapitaallasten.
• In het GRP was in het kostendekkingsplan een te hoge BTW-component meegenomen. In werkelijkheid berekenen we de BTW over de kapitaallasten en niet over de investeringen om de BTW-component geleidelijk op te laten lopen. Afbeelding 2-1. Neerslag in millimeters bui 5 september 2018
Ondanks dat het GRP 2017-2021 een hogere stijging van de rioolheffing voorzag dan benodigd, hebben onze inwoners niet meer betaald dan nodig was.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 11
3 Uitwerking speerpunten Omgevingsvisie In dit hoofdstuk vertalen we de speerpunten uit de Omgevingsvisie in uitvoeringsbeleid voor riolering en klimaatadaptatie. Per paragraaf komt één speerpunt uit de Omgevingsvisie aan bod. Niet alle speerpunten komen aan bod, alleen de speerpunten waar ten aanzien van riolering en klimaatadaptatie specifiek uitvoeringsbeleid voor is. Dit betreft de speerpunten: 1. Een gezond en veilig woon- en leefklimaat 2. Samenwerken aan een goede waterkwaliteit 3. Klimaatadaptieve inrichting in de kernen Na de uiteenzetting van de beleidslijn in dit hoofdstuk, komt in het volgende hoofdstuk aan bod hoe we dit vertalen in maatregelen voor de planperiode en welke raakvlakken de maatregelen hebben met andere speerpunten uit de Omgevingsvisie.
3.1 Een gezond en veilig woon- en leefklimaat Een gezonde bodem en schoon water zijn belangrijk voor onze gezondheid. Riolering draagt hier in grote mate aan bij. Het primaire doel van riolering is het beschermen van de volksgezondheid, natuur en het milieu. Het verontreinigde stadswater met daarin ontlasting en huishoudelijk afval bleek in de 19e eeuw de bron van veel ziekten als cholera en dysenterie. Om dit tegen te gaan, werd ontlasting huis aan huis ingezameld in poepemmers en kregen grote steden gesloten rioolkanalen. In de tweede helft van de twintigste eeuw kregen ook achterbuurten, kleinere steden en dorpen riolering. Riolering heeft een grote bijdrage geleverd aan de stijging van onze gemiddelde levensverwachting door het verminderde contact met afvalwater. Gemeenten hebben sinds 1969 een zorgplicht voor stedelijk afvalwater (artikel 10.33 Wet milieubeheer). Sinds 2008 heeft de gemeente met de invoering van de Waterwet ook een zorgplicht voor hemelwater (artikel 3.5 Waterwet) en grondwater (artikel 3.6 Waterwet). Deze zorgplichten blijven in de Omgevingswet als gemeentelijke taak voor de
fysieke leefomgeving toebedeeld aan de gemeenten (artikel 2.16). Deze zorgplichten dragen bij aan het speerpunt gezond en veilig woon- en leefklimaat. In de volgende paragrafen geven wij aan op welke wijze de gemeente Krimpenerwaard invulling geeft aan deze drie zorgplichten: 1. Inzameling en transport van afvalwater 2. Inzameling en verwerking van hemelwater 3. Nadelige gevolgen van de grondwaterstand beperken
3.1.1 Inzameling en transport van afvalwater
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater ter bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu. Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
Gemeentelijke zorgplicht stedelijk afvalwater (taak onder de Omgevingswet, resultaatsverplichting) Stedelijk afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: • op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool; • op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 12
3 Om goed invulling te geven aan de afvalwatertaak richten we ons op het volgende: a) Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken we zoveel mogelijk. b) Afvalwaterlozingen sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool. c) Ons riool is geschikt voor de hoeveelheid afvalwater en de samenstelling daarvan. a) Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken we zoveel mogelijk De hoeveelheid stedelijk afvalwater wordt groter door bijvoorbeeld de lozing van hemelwater in het riool. Lozing van schoon of licht verontreinigd afvalwater, zogenaamd ‘dun’ water, op een gemengd of vuilwaterriool heeft een aantal nadelige effecten: • Bij flinke regenbuien kan het rioolsysteem niet alle afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) transporteren. Om overlast te voorkomen, stort een gemengd rioolsysteem dan het overtollige water over op het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot (tijdelijke) waterkwaliteitsproblemen, vooral na een warme periode, wat vaker voorkomt ten gevolge van de klimaatverandering. • Verlaging van het zuiveringsrendement van de RWZI. Lagere vuilconcentraties leiden tot een lager zuiveringsrendement. • Zowel bij transport als zuivering zijn de maatschappelijke kosten hoger. Bijvoorbeeld als men kijkt naar de benodigde capaciteit en het energieverbruik van het transport- en zuiveringssysteem.
We willen daarom via ons vuilwaterriool zo min mogelijk water inzamelen en transporteren dat er eigenlijk niet in thuis hoort, zoals hemelwater en grondwater. Dit doen we door bijvoorbeeld lekke riolen waterdicht te vervangen of waterdicht te maken en riooloverstorten op hoogte te houden zodat geen inloop van oppervlaktewater plaatsvindt. Daarnaast zorgen we door voorlichting en handhaving ervoor dat in het afvalwater dat wel in het riool thuis hoort, zo min mogelijk stoffen zitten die daar niet in thuis horen. We volgen hiermee de voorkeursvolgorde voor omgang met afvalwater uit de Wet Milieubeheer, die ook ten grondslag ligt aan het Besluit Activiteiten Leefomgeving onder de Omgevingswet. Op dit moment is ongeveer 54% van de totale lengte van ons vrijvervalstelsel van het type gemengd stelsel (zie afbeelding 3-1), waarin zowel afvalwater als hemelwater ingezameld wordt. De overige 46% van het vrijvervalstelsel is in principe bedoeld voor de gescheiden inzameling van afval- en hemelwater. Daarnaast beheren we nog circa 25 kilometer drainage voor grondwater en 205 km mechanische riolering (drukriolering en persleidingen). In bijlage 6 is per kern een kaart met de typen riolering opgenomen.
Afbeelding 3-1. Verdeling over de verschillende typen riolering met lengte [m]
b) Percelen waar afvalwater vrijkomt, sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool Binnen de bebouwde kom dienen alle percelen waar stedelijk afvalwater vrijkomt op het openbaar vuilwaterriool aangesloten te zijn. Het riool voert het afvalwater af naar de RWZI of een overnamepunt van het waterschap, waar een gemaal het afvalwater afvoert naar de RWZI. Ook buiten de bebouwde kom proberen we zoveel mogelijk percelen waar afvalwater vrijkomt aan te sluiten op het riool. Bij de doelmatigheidsafweging betrekken we het betreffende waterschap. Als richtlijn voor de doelmatigheidsafweging hanteren we een omslagpunt van € 20.000 exclusief BTW voor het wel of niet aansluiten van een ongerioleerd perceel. Een aansluiting kan bij hogere kosten ook nog doelmatig zijn, afhankelijk van het milieubeschermingsbelang, bijvoorbeeld indien het een grotere lozing en/of een lozing op kwetsbaar oppervlaktewater betreft. De perceeleigenaar hoeft geen eigen bijdrage te betalen voor de aanleg van extra gemeentelijke riolering ten behoeve van de aansluiting van een bestaande ongerioleerde lozing op ons riool. Wel dient de perceeleigenaar zelf de kosten te betalen voor aanleg van de particuliere riolering tot het aansluitpunt op de openbare riolering. Het aansluitpunt komt op de perceelgrens of net daar binnen.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 13
3 Indien aanleg van gemeentelijke riolering in het buitengebied niet doelmatig is, dient de lozer zelf een adequate voorziening aan te leggen en te beheren, bijvoorbeeld een zogenaamde IBA (Individuele Behandeling Afvalwater). Als gemeente faciliteren wij niet in de aanleg en/of het beheer van dergelijke systemen. Het waterschap is bevoegd gezag voor het lozen op oppervlaktewater via een voorziening.
Om voldoende responstijd te hebben in geval van een pompstoring, streven we naar 24 uur bergingscapaciteit tijdens droog weer in het gemengde en vuilwaterriool. Vuilwaterstelsels (uitgezonderd drukriolering en kleinschalige stelsels) krijgen een gemaal met twee pompen die elkaars reserve zijn en ieder voldoende capaciteit hebben voor de te verwachten maximale afvalwaterbelasting.
Voor afvalwater van bedrijfsmatige activiteiten, dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, en voor “schoon” afvalwater hebben gemeenten geen zorgplicht. Voorbeelden hiervan zijn lozingen van grondwater en bronneringen, koelwater en afvalwater vanuit bodemsaneringen. Tenzij de lozer dit water niet redelijkerwijs zelf kan zuiveren en terug kan brengen in het milieu staan we lozing op het gemeentelijk vuilwaterriool toe, maar dan onder voorwaarden en mits het ontvangend systeem het afvalwater kan verwerken. Voorwaarden worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of maatwerkvoorschriften. Voor nieuwe lozingen van stedelijk afvalwater zijn de kosten voor aanleg en aansluiting, ongeacht de oplossing, altijd volledig voor de initiatiefnemer. Dit geldt ook voor eventueel benodigde aanpassingen aan het bestaande gemeentelijk riool. Indien een aansluiting onder vrijverval mogelijk is, mag de initiatiefnemer zelf de aansluiting op het gemeentelijk riool verzorgen, met toezicht door onze buitendienst. Indien een aansluiting gerealiseerd moet worden door middel van drukriolering, realiseren we als gemeente de aansluiting na betaling van de kosten door de initiatiefnemer. Bij een verstopte huisaansluiting dient de perceeleigenaar op de perceelgrens te controleren of er sprake is van een verstopping op gemeentegrond of op particuliere grond.
Indien aanwezig kan hiervoor gebruik gemaakt worden van de erfscheidingsput. Als de verstopping zich op gemeentegrond bevindt, dan betaalt de gemeente de kosten van het oplossen van de verstopping. Als de verstopping zich op particuliere grond bevindt, dient de perceeleigenaar deze zelf op te (laten) lossen. Dit geldt ook voor een defecte aansluiting op particuliere grond. Bij een drukrioleringspompput beheert de gemeente de pompput en is het beheer van de huisaansluiting tot de pompput de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. c) Ons vuilwaterriool is geschikt voor de hoeveelheid en samenstelling van het afvalwater Het is belangrijk dat ons vuilwaterriool het ingezamelde afvalwater goed kan verwerken om problemen in de afvoer of overstortingen naar oppervlaktewater te voorkomen. We zorgen er voor dat de capaciteit en kwalitatieve toestand van de verschillende onderdelen van ons rioolstelsel op orde zijn. In sommige kernen is deels oude riolering aanwezig. In afbeelding 3-2 is een voorbeeld opgenomen van de kern Schoonhoven. In bijlage 7 is per kern een kaart opgenomen met de leeftijd van de riolering.
Afbeelding 3-2. Leeftijd riolering Schoonhoven
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 14
3 3.1.2 Inzameling en verwerking van hemelwater
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor afvloeiend hemelwater om overlast te beperken en/of voorkomen.
Gemeentelijke zorgplicht hemelwater (taak onder de Omgevingswet, inspanningsverplichting) De doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan.
Om goed invulling te kunnen geven aan de hemelwatertaak richten we ons op het volgende: a) Hemelwater zamelen we in als dat doelmatig is. b) Bij transport en verwerking van hemelwater proberen we overlast te voorkomen. a) Hemelwater zamelen we in als dat doelmatig is De voorkeursvolgorde die we bij hanteren bij de verwerking van hemelwater is: vasthouden, infiltreren en bergen, afvoeren. Zo willen we beter aansluiten bij de natuurlijke kringloop van het water. Bovendien helpt dit om onze gemeente meer klimaatadaptief te maken. We kunnen op deze manier extreme buien beter opvangen en droogte tegengaan. Tot voor kort zamelden we met riolering veelal al het hemelwater in dat vanaf verhard oppervlak tot afstroming komt; van zowel openbaar als van particulier terrein. Dit heeft echter als nadeel dat dit bij hevige regen kan leiden tot overbelasting van het riool. Daarnaast wordt met riolering hemelwater versneld afgevoerd uit de omgeving waardoor in droge periodes minder hemelwater beschikbaar is om droogte tegen te gaan. Bij reconstructies en nieuwbouw gaan we de openbare ruimte zo inrichten dat hemelwater zoveel mogelijk kan worden vastgehouden daar waar het valt (meer groen) en de bodem kan inzijgen. Door de bodemgesteldheid en hoge grondwaterstanden in onze gemeente moeten we echter wel accepteren dat we geen grote hoeveelheden hemelwater kunnen infiltreren in de bodem.
Hemelwater wat we niet kunnen vasthouden en infiltreren voeren we met openbare hemelwaterriolering, indien mogelijk vertraagd, af naar oppervlaktewater. We leggen geen nieuwe gemengde riolering meer aan. Bij bedrijventerreinen of andere locaties waar verontreiniging van het hemelwater een risico vormt voor de waterkwaliteit, overleggen we met het waterschap of het hemelwater ongezuiverd in het oppervlaktewater geloosd kan worden, of dat een deel van het hemelwater naar de RWZI verpompt moet worden.
Met een andere manier van omgang met hemelwater in het openbare gebied, maar ook met hemelwater van ons gemeentelijk vastgoed, willen we een goed voorbeeld geven voor onze inwoners. Wat betreft de inzameling van hemelwater van particulieren volgen we de landelijke wetgeving. De verantwoordelijkheid voor de verwerking van hemelwater van particuliere percelen, alsmede het voorkomen van overlast en schade, ligt primair bij de eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt. Pas als deze het hemelwater niet redelijkerwijs zelf kan afvoeren, mag het hemelwater geloosd worden op het openbare gebied of in het openbare riool. De perceeleigenaar moet daarvoor zelf de benodigde voorzieningen op het eigen terrein aanleggen (bijvoorbeeld een pomp indien afvoer onder vrijverval niet mogelijk is door een lage ligging van het perceel/pand). Daarnaast moeten eigenaren van lager gelegen erven volgens het Burgerlijk Wetboek het water ontvangen dat van nature van hoger gelegen erven afloopt. Daar waar we het hemelwater van particulieren nu nog inzamelen, blijven we dit doen. Afhankelijk van de situatie (bestaande bouw, herbouw, nieuwbouw) gaan we wel stimuleren of verplichten om hemelwater af te koppelen en/of te vergroenen. In de basis gaan we uit van stimuleren en vrijwilligheid.
Indien dit niet voldoende resultaat oplevert, kunnen we overwegen door middel van regels in het Omgevingsplan voor specifieke gebieden te verplichten hemelwater op particulier terrein op te vangen en niet langer in te zamelen met riolering. Hierbij kijken we altijd of dit redelijkerwijs mogelijk is. Stimuleren en verplichten komt nader aan bod in paragraaf 3.3 “Klimaatadaptieve inrichting in de kernen”. b) Bij transport en verwerking van hemelwater proberen we overlast te voorkomen Als we hemelwater inzamelen, hebben we ook de zorgplicht voor verdere verwerking, inclusief de lozing in de bodem of op het oppervlaktewater. Het is niet te voorkomen dat soms water op straat optreedt ten gevolge van hevige regen, vooral niet met de verandering van het klimaat en de toename van het aantal zware buien. Ten aanzien van water op straat maken we onderscheid in hinder, overlast en schade: • hinder: kortdurend water op straat van enige omvang; • overlast: forse hoeveelheden water op straat en stremming van verkeer; • schade: water op straat van een dusdanige omvang dat er schade aan eigendommen optreedt en/of essentiële gebruiksfuncties uitvallen. We accepteren dat er soms hinder optreedt, beperken overlast en proberen schade te voorkomen. De frequentie en mate van de overlast en eventuele schade bepaalt of en welke maatregelen we nemen.
Van oudsher accepteren we niet vaker dan eens per twee jaar hinder door water op straat vanuit het riool. In het GRP 2017-2021 was dit vertaald in de eis dat het rioolstelsel voldoende afvoercapaciteit heeft om een hoeveelheid
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 15
3 neerslag van 20 mm in 1 uur te kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat. Dit betreft bui08 uit de Kennisbank Stedelijk Water. Bui08 is eind 20e eeuw gebaseerd op neerslagstatistieken van het klimaat van destijds. Door klimaatverandering valt bij een bui met een herhalingstijd van twee jaar tegenwoordig meer neerslag. In de Kennisbank stedelijk water van Stichting Rioned zijn daarom sinds kort nieuwe buien opgenomen, zogenaamde composietbuien. Deze zijn gebaseerd op het hedendaagse klimaat. Een toelichting hierop staat in bijlage 2. Het streven is ons veiligheidsniveau, de kans op hinder door water op straat, te handhaven op eens per twee jaar (T=2). Dit betekent dat we onze riolering moeten gaan dimensioneren op de nieuwe, zwaardere, composietbuien. Hieronder is beschreven hoe we hier rekening mee houden. Deze normen zijn van toepassing op de capaciteit van ons ondergrondse systeem om de kans op hinder onder normale omstandigheden te bepalen. Bij zwaardere buien proberen we overlast en schade te beperken door het klimaatadaptief inrichten van de bovengrondse openbare ruimte. Hierover meer onder paragraaf 3.3 “Klimaatadaptieve inrichting in de kernen”.
Bestaande rioolstelsels moeten bui08 kunnen verwerken Voor bestaande gemengde rioolstelsels en hemelwaterstelsels handhaven we de eis dat het rioolstelsel voldoende afvoercapaciteit heeft om een hoeveelheid neerslag van 20 mm in 1 uur te kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat, uitgaande van het aanlegpeil van de weg. Onze huidige riolering voldoet op de meeste plekken aan deze norm. Dit blijkt ook uit de evaluatie van de afgelopen planperiode, er was weinig hinder door water op straat. Daar waar wel hinder optreedt door water op straat, komt dit vaak door een verzakt openbaar gebied. Daarom wordt verzakt openbaar gebied periodiek opgehoogd op basis van de herstraatcyclus. Ter plaatse van laag gelegen niet-onderheide panden vergt het maatwerk om te proberen overlast te beperken, zowel in openbaar gebied als op particulier terrein. Maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, zoals het op hoogte houden van het perceel en/of pand. Nieuwe rioolstelsels moeten composietbui T=2, klimaatscenario 2030 hoog, kunnen verwerken Nieuwe riolering die wordt aangelegd bij rioolvervanging of nieuwbouw moet composietbui T=2, klimaatscenario 2030 Hoog kunnen verwerken zonder dat dit leidt tot water op straat, uitgaande van het aanlegpeil van de weg.
Dit is een bui die volgens de statistiek in 2030 eens in de twee jaar optreedt bij het scenario met de grootste klimaatverandering. Het is niet mogelijk om door de reconstructie van enkele rioolstrengen in een bestaand stelsel ineens voor het volledige stelsel te voldoen aan de nieuwe norm. Daarom zal dit stapsgewijs gaan en streven we er naar om door middel van aanpassingen bij reconstructies toe te werken naar het voldoen aan deze norm in de toekomst.
Afbeelding 3-3. Laag gelegen woningen in Schoonhoven
De Kennisbank van Stichting Rioned bevat ook al composietbuien voor 2050 voor de klimaatscenario’s Laag en Hoog. Het doel is in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn, waarom kiezen we dan voor de composietbui T=2 voor het klimaatscenario 2030 Hoog? Deze bui is iets zwaarder dan de buien voor de klimaatscenario’s 2050 Laag T=2 en 2050 Hoog T=1. Als het scenario Laag uitkomt in 2050, voldoen we met onze huidige keuze dus nog steeds aan het huidige veiligheidsniveau van eens per twee jaar hinder door water op straat. Als het scenario Hoog uitkomt in 2050, wordt de kans op hinder door water op straat groter en neemt toe naar eens per één tot twee jaar. Het klimaat verandert ook nog na 2050. Riolen die de komende jaren vervangen worden, gaan tot ver na 2050 mee. Daarom is het van belang om nu ook al verder te kijken dan 2050. Ook de composietbui T=2, klimaatscenario 2085 Laag, is iets minder zwaar dan de gekozen nieuwe normbui. Als het klimaatscenario Laag uitkomt in 2085, blijft ons veiligheidsniveau dus ook gehandhaafd op eens per twee jaar water op straat in 2085. Als het ongunstigste scenario uitkomt in 2085, neemt de kans op hinder door water op straat toe naar circa eens per jaar.
Als we in de loop van de jaren de regenwaterbelasting op de riolering lager maken (vergroenen, water meer vasthouden) dan waar de riolering op is gedimensioneerd, ontstaat overcapaciteit ten opzichte van de norm gestoeld op het scenario 2030 Hoog. Het is dan mogelijk dat de riolering ook in 2050 en 2080 bij het klimaatscenario Hoog in staat is om een bui T=2 te verwerken zonder dat hinder ontstaat door water op straat.
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 16
3 Om er bij uitbreidingsplannen voor te zorgen dat de systemen niet te krap gedimensioneerd wordt, hanteren we bij het ontwerp van uitbreidingsplannen de volgende percentages verhard oppervlak (dak plus overige verharding) voor uitgeefbare grond: Woonwijken: • 80% verhard bij percelen tot 250 m²; • 65% verhard bij percelen tussen 250 en 600 m²; • werkelijk verhard oppervlak met een minimum van 400 m² voor percelen groter dan 600 m². Bedrijventerreinen: • 100% verhard ongeacht kavelgrootte. Deze uitgangspunten borgen we in de overeenkomst met de ontwikkelende partij.
3.1.3 Beperken nadelige gevolgen van de grondwaterstand
We hanteren de volgende definities: • nadelige gevolgen: aantasting van de gebruiksfunctie van het openbare gebied of particuliere percelen; • structureel: de grondwaterstand zoals gemeten in het gemeentelijke grondwatermeetnet is: o structureel te hoog als deze tenminste drie opeenvolgende jaren, langer dan vier opeenvolgende weken per jaar, hoger is dan: • 0,70 m onder de openbare weg en woningen met kruipruimte en 0,50 m onder tuinen en plantsoenen, in gebieden met een drooglegging van meer dan 1,0 m; • 0,25 m boven het streefpeil van het oppervlaktewater, in het openbare gebied in gebieden met een geringe drooglegging; o structureel te laag als deze tenminste drie opeenvolgende jaren, langer dan vier weken (cumulatief ) per jaar, lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Het criterium kan aangepast worden als informatie over de actuele staat van de funderingen bekend is. Als de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt; • doelmatig: dit bezien we per locatie afhankelijk van de omvang van de problemen, de kosten en de effecten van de maatregel, waarbij zoveel mogelijk werk met werk gemaakt wordt om kosteneffectiever te kunnen werken.
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor grondwater. Een te hoge grondwaterstand kan onder andere gevolgen hebben voor de volksgezondheid (te vochtige verblijfsruimten), maar ook leiden tot te natte tuinen, groenvoorzieningen en wegfunderingen. Een te lage grondwaterstand kan leiden tot: • inklinking van de bodem met als risico schade aan openbare infrastructuur en niet-onderheide gebouwen; • verzakking van percelen/tuinen; • droogstand van houten paalfunderingen met risico op funderingsschade; • uitdroging en afsterven van (openbaar) groen; • verdroging van veen met als gevolg extra uitstoot van broeikasgassen CO2, N2O (lachgas) en CH4 (methaan)
Gemeentelijke zorgplicht grondwater (taak onder de Omgevingswet, inspanningsverplichting) Het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.
Indien het waterschap, de provincie of het Rijk geen verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te nemen tegen grondwateroverlast of -onderlast op een bepaalde locatie, dan zijn wij aan zet om te bepalen of er sprake is van structureel nadelige gevolgen die met doelmatige maatregelen in openbaar gebied voorkomen kunnen worden.
Afbeelding 3-4. Voorbeeld verloop grondwaterstanden
Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027 - 17
3 Bij een melding over grondwateroverlast of -onderlast vullen we onze regierol in. We gaan na of er sprake is van structureel nadelige gevolgen en of er maatregelen nodig zijn in het openbare gebied, of dat het waterschap of provincie aan zet is. We delen onze gegevens en kennis met de melder. Bij geconstateerde overlast geven we aan waar de particulier het overtollig grondwater op kan lozen, bijvoorbeeld een gemeentelijk DT/IT-riool, indien de particulier het zelf niet redelijkerwijs kan verwerken. Indien maatregelen op particulier terrein nodig zijn informeren we de perceeleigenaar over mogelijke oplossingsrichtingen of geven we aan waar hij/zij kennis of advies op kan zoeken of vragen, bijvoorbeeld bij de Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). Op ons waterloket www.krimpenerwaard.nl/waterloket staat informatie voor inwoners over grondwater. Ontwerp en aanleg van maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar zelf.
3.2 Samenwerken aan een goede waterkwaliteit
Als we als gemeente aan zet zijn om maatregelen te nemen, dan hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: • vergroten drooglegging en ontwatering door ophoging van openbaar gebied, hierbij streven we een minimale drooglegging van 0,60 m na; • aanleggen van extra oppervlaktewater (vaak alleen mogelijk bij herinrichting of nieuwbouw). • aanleg van drainage of DT/IT-riool in openbaar gebied met afvoer naar oppervlaktewater, eventueel via een hemelwaterriool zonder afvoer naar de RWZI; • pas indien niet anders mogelijk een aansluiting op een bemalen hemelwaterstelsel of in het uiterste geval een gemengd of vuilwaterstelsel.
Binnen onze gemeente werken we samen met drie waterschappen: • hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) • hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) • hoogheemraadschap van Rijnland (Rijnland)
Met het uitvoeringsbeleid zoals beschreven in paragraaf 3.1 zorgen we onder andere voor een goede waterkwaliteit. Samenwerking met andere stakeholders is hierbij noodzakelijk. Het beleid raakt immers veelal het belang van anderen. Naast samenwerking met externe stakeholders is ook interne samenwerking met andere beleidsvelden, zoals Groen, Wegen en Ruimtelijke ordening, van belang om invulling te geven aan de speerpunten.