CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL - Nota Ruimtelijke Kwaliteit - 1053997.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Beleidsnota zon op dak beschermd gezicht29.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn: - gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte - vrijstaande woningen, appartementencomplexen en gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen en kerken kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de schaal van het dorp of de wijk, bezien vanuit de openbare ruimte en het landschap: - uitbreidingen indien zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa - vrijstaande woningen, appartementencomplexen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, vorm en uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en afgestemd op de belendingen: - bij rijen en blokken aan voorkanten de herhaling behouden - wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in

samenhang met de rij of het cluster

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 59

Gebied 1E

Bedrijventerreinen Beschrijving De Krimpenerwaard heeft diverse bedrijventerreinen. Het zijn gebieden met bedrijfshallen van verschillende formaten, enkele kantoren en gebouwen voor grootschalige detailhandel. Te onderscheiden zijn traditionele en moderne bedrijventerreinen. Traditioneel bedrijventerrein Mercurius in Lekkerkerk, IJsseldijk Noord in Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven Noord en Stolwijk Zuid zijn voorbeelden van traditionele bedrijventerreinen. Deze terreinen hebben een eenvoudige hoofdstructuur met dicht op elkaar staande individuele gebouwen, waarvan de rooilijnen verspringen. De gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg en soms op het water. De inrichting van de openbare ruimte is doelmatig en eenvoudig op het sobere af. Opslag in het zicht is geen uitzondering. Langs de Hollandsche IJssel en de Lek staan buitendijks enkele oudere fabrieken met onder meer silo’s en productiegebouwen. Deze gebouwen en objecten weerspiegelen hun functies en kennen weinig opsmuk. De functionele bebouwing is eenvoudig van opzet en in uitwerking. Loodsen en hallen bestaan veelal uit twee tot drie lagen met een plat dak of flauw hellend zadeldak. Kantoren en entreepartijen vormen accenten in overwegend gesloten gevels. De detaillering is veelal sober en functioneel, materialen traditioneel. Gevels zijn van plaatmateriaal, bak- of betonsteen.

Kleuren zijn rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten overheersen. Op diverse terreinen staan enkele bedrijfswoningen. Deze woningen hebben in de regel een individueel karakter en eenvoudige uitwerking. Modern bedrijventerrein Zijdepark in Ouderkerk aan den IJssel en Zevender Noord in Schoonhoven zijn voorbeelden van terreinen met een modernere uitstraling. Het beeld is meer samenhangend met overwegend representatieve bedrijfsbebouwing. Deze gebieden zijn meestal tot stand gekomen op basis van een stedenbouwkundig plan of beeldkwaliteitsplan, waarin gestuurd is op de ruimtelijk kwaliteit. De inrichting van de openbare ruimte is in deze gebieden zorgvuldig, doelmatig en hier en daar representatief. Groenelementen als bomen en groenstroken komen voor en versterken de representativiteit. Parkeren vindt hoofdzakelijk plaats op eigen terrein. De gebouwen zijn vrijstaand en met de voorgevel georiënteerd op de weg. Representatieve ruimten en kantoren liggen in het algemeen aan de voorzijde. De bebouwing is in principe individueel en heeft een eenvoudige massa. De opbouw bestaat uit één tot twee lagen met een plat dak of flauw hellende kap. De panden bestaan uit loodsachtige volumes, waarbij entreepartijen, showrooms en kantoorgedeelten veelal zijn vormgegeven als accent of zelfstandig volume. De bebouwing heeft een grote variatie in maat en schaal.

Gevels zijn representatief en hebben een heldere opzet en eenvoudige detaillering. Het materiaalgebruik is overwegend modern en duurzaam. Gevels van plaatmateriaal en gevouwen staalplaat komen veel voor, net als glaspuien en baksteen. Kleuren zijn terughoudend en per cluster in samenhang. Aanvullend kwaliteitsbeleid Voor diverse bedrijventerreinen is aanvullend kwaliteitsbeleid vastgesteld. Uitbreiding De Wetering Bergambacht Bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht wordt naar het oosten uitgebreid. Ingezet wordt op een hoogwaardige inrichting, dat zowel respectvol is ten opzichte van de maat en schaal van het dorp als de kwaliteit van het omliggende slagenlandschap. In het zuidoostelijke deel van het gebied is een extra uitbreiding voorzien waarvoor een apart plan is opgesteld (De Wetering-Kruiswijk).

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 60

Gebied 1E

Bedrijventerreinen Zevender Noord Schoonhoven In Schoonhoven wordt bedrijventerrein Zevender uitgebreid naar het noorden. Het beeldkwaliteitsplan gaat onder meer in op samenhang in straatbeeld en bouwmassa’s met behoud van de verscheidenheid per gebouw. De nadruk ligt allereerst op het beeld langs de provinciale weg en daarna op het beeld langs de dwarswegen. Uitgangspunten De bedrijventerreinen hebben een soepel welstandsniveau. Hier wordt alle nieuwbouw en reclame getoetst. In verband met de gevolgen voor de omgeving worden aan de gebiedsranden en langs provinciale wegen ook verbouwplannen getoetst. Voor de overige plannen zijn alleen de criteria voor excessen van toepassing. De waarde van de bedrijventerreinen is in ieder geval gelegen in de functionaliteit van de overwegend eenvoudige bebouwing en de heldere opzet van de terreinen. Op de moderne terreinen is daarnaast de ruime stedenbouwkundige opzet en de verschijningsvorm van de bebouwing waardevol. Het beleid is in de regel gericht op het beheer van de rust in het straatbeeld en het aanzien vanuit de omringende gebieden. Het uitgangspunt is dat bouwplannen de kwaliteit op hoofdlijnen respecteren en geen afbreuk doen aan het stads- of dorpsbeeld. Voor bestaande bedrijfsgebouwen en eventuele (bedrijfs)woningen in gebied met een soepel niveau is het voorkomen van excessen de basis voor de toets op ruimtelijke kwaliteit.

In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de samenhang op hoofdlijnen in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur, waarbij de nadruk ligt op de gebiedsranden en belangrijkste openbare ruimten. Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: • gebouwen in beginsel oriënteren op de weg: - representatieve en openbare functies bij voorkeur naar de straat richten - aan de randen rekening houden met de invloed op aangrenzende gebieden, waaronder de overgang naar het landschap - rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar - opslag staat in beginsel uit het zicht • gebouwen zijn in beginsel individueel en afwisselend: - gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan in beginsel uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa - entrees en kantoorgedeelten vormgeven als accent of zelfstandige volume • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in beginsel evenwichtig en afgestemd op de omringende bebouwing: - de vormgeving is degelijk en verzorgd - accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk - wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op hoofdvolume - woningen hebben een individuele uitstraling en een bescheiden architectuur • materialen en

kleuren afstemmen op omgeving: - grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat - kleuren zijn in beginsel terughoudend en in onderlinge samenhang met hier en daar een accent

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 61

Gebied 1F

Groen en parken Beschrijving Groen en parken zijn gebieden met een groen en enigszins besloten karakter, waarin voor de bebouwing een bescheiden rol is weggelegd. Te onderscheiden zijn sport- en recreatieterreinen, campings en begraafplaatsen. Deze gebieden liggen in de regel aan de randen van de kernen. Sport en recreatie Iedere kern heeft een of meer sportterreinen. Daarnaast zijn er diverse jachthavens, ijsbanen en volkstuincomplexen. De terreinen zijn verschillend van grootte. Ook de bijbehorende bebouwing is verschillend in grootte en vormgeving. In het algemeen bestaat de veelal geclusterde bebouwing van deze terreinen uit een hoofdgebouw met meerdere bijgebouwen, die meestal vrij op het maaiveld staan en waarbij het hoofdgebouw gericht is op de belangrijkste openbare ruimte of het hoofd sportveld. De entree is gericht op de weg en veelal vormgegeven als accent. Bij de entree van volkstuincomplexen staat soms een hoofdgebouw. Op de tuinen zelf staan kleine gebouwtjes als kassen en schuurtjes. De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm vaak helder en de architectuur eenvoudig. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of plaatmateriaal. Kleuren zijn terughoudend.

De gevels van de sporthallen zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Campings Campings zoals De Nes in Bergambacht, De Kooi in Stolwijk en Streefland in Haastrecht zijn op zichzelf gelegen en naar binnen gekeerd gebieden op enige afstand van de kernen. Ze hebben een planmatige opzet met eenvoudige en vrijstaande bebouwing zoals douchegebouwen en stacaravans in een relatief hoge dichtheid. De gebieden zijn door middel van een bomenhaag in meer of mindere mate afgezonderd van het omringende polderlandschap. De bebouwing wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en al dan niet herhaalde vrijstaande caravans langs een heldere structuur. De uitstraling is veelal eenvoudig. De bebouwing heeft in de regel een eenvoudige hoofdvorm van één bouwlaag met een plat dak of flauw hellend zadeldak. De detaillering is eenvoudig. Materialen en kleuren variëren. Zowel baksteen en dakpannen als kunststof delen en beplating met een structuur komen voor. Begraafplaatsen De begraafplaatsen van de Krimpenerwaard liggen in de regel iets verhoogd in het landschap, soms op enige afstand van de kernen. De bebouwing op begraafplaatsen is verzorgd, waarbij hoofdgebouwen in de regel representatieve gevels en een zorgvuldig detaillering hebben. Recent voorbeeld is de aula op de begraafplaats in Lageweg. Daarnaast hebben enkele begraafplaatsen een monumentale aanleg.

Uitzonderingen Op deze groene terreinen komen enkele gebouwen met complexe, samengestelde bouwmassa’s voor, zoals overdekte zwembaden.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 62

Gebied 1F

Groen en parken Uitgangspunten Groen en parken zijn gebieden met een soepel welstandsniveau. Dit betekent dat bouwplannen in principe geen afbreuk mogen doen aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte en het terrein. In deze gebieden worden zowel verbouw- als nieuwbouwplannen voorafgaand aan de vergunningverlening getoetst of besproken. De waarde van groen en parken is vooral gelegen in het groene karakter waarbij de bebouwing een ondergeschikte rol speelt. De gebieden hebben veelal een heldere, eenvoudige opzet en bebouwing. De architectuur is terughoudend. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Het uitgangspunt is dat bouwplannen de kwaliteit op hoofdlijnen respecteren en geen afbreuk doen aan het stads- of dorpsbeeld. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan het behoud van de in beginsel terughoudende architectuur en een goede landschappelijke inpassing, waarbij de nadruk ligt op de gebiedsranden en belangrijkste openbare ruimten.

Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: • per terrein is er één vrijstaande en individuele hoofdmassa: - het individuele gebouw binnen een cluster is deel van het geheel - het hoofdgebouw in een bebouwingslint richten op de weg - bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm: - gebouwen hebben per cluster samenhang - geledingen in massa zijn wenselijk - aanbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie • er is ontwerpaandacht voor alle details: - accenten en geledingen zijn wenselijk - er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat - wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume - bijgebouw eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als hoofdmassa • gevels zijn in beginsel van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen: - grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur - kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 63

Landschap

Gebied 2A

Vlist Beschrijving De linten langs de Vlist hebben gevarieerde bebouwing uit diverse periodes met als basis het individuele pand met een landelijk karakter. De linten bestaan uit de nederzettingen Vlist en Bonrepas, die een structurele eenheid vormen. De bebouwing langs de hoofdontsluitingswegen aan een of beide oevers van de Vlist staat in de regel vrij op ruime kavels, iets teruggelegen van de weg. Enkele objecten staan op de gronden tussen Vlist en weg. De Vlist is in het noordelijke deel aan twee zijden bebouwd. In Bonrepas liggen de boerderijen alleen aan de oostzijde van de Vlist. Kavels strekken diep landinwaarts en worden vaak ontsloten door bruggen. Doorzichten op het achterland zijn kenmerkend in het beeld. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op weg of water. De oudste boerderijen staan op de oeverwal of op verhogingen in het landschap, recentere bebouwing staat veelal verder van de oever op het lager gelegen land. Rooilijnen volgen verkaveling van het slagenlandschap en bij uitzondering de weg en verspringen onderling. Bedrijfsgebouwen liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfgedeelte is vaak verhard. De bebouwing is in de regel individueel en afwisselend.

In de verdichte delen staan enkele korte rijen met samenhangende woningen in het lint. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één en soms anderhalve of twee lagen met flinke kap. Boerderijen hebben in de regel een langgerekte hoofdvorm met daarbinnen de woning inclusief aangebouwde stal, waarbinnen het voorhuis een kap kan hebben. Typerend zijn lage goten en (al dan niet symmetrische) hoge kappen. Diverse kappen zijn voorzien van een wolfseind. Op- en aanbouwen komen veel voor en zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Kenmerkend zijn daarnaast de drieledige engelenvensters in topgevels van boerderijen. Panden hebben in de regel een zorgvuldige detaillering. Grote gevelopeningen zijn staand, waarbij de vensters veelal zijn onderverdeeld. Gevels van met name oudere panden zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, windveren en makelaars. Materialen zijn traditioneel. Gevels zijn gemetseld in gele danwel rode baksteen en incidenteel gepleisterd of gekeimd in een lichte tint. Bijgebouwen zijn ook wel uitgevoerd in gepotdekselde donkere houten planken, al dan niet voorzien van een gemetselde onderbouw. De meeste daken zijn gedekt met rode of gesmoorde pannen of riet.

De gebruikte kleuren zijn terughoudend en in het algemeen traditioneel. Moderne (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen. Een teruggelegen ligging in combinatie met terughoudende materialen en gedekte kleuren zorgen ervoor dat bedrijfsgebouwen onnadrukkelijk in het landschap liggen en minder de aandacht trekken dan de woonbebouwing.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 66

Gebied 2A

Vlist Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn gebouwen en objecten met andere functies zoals enkele horecagelegenheden in de verdichte delen van het lint. Deze gebouwen vormen accenten door de afwijkende massa’s en uitwerking. Aanvullend kwaliteitsbeleid Voor de volgende locatie is aanvullend kwaliteitsbeleid vastgesteld. Kruiswijk Oost Vlisterdijk 28a-32 Bedrijf Kruiswijk verhuist naar een bedrijventerrein. De grootschalige bedrijfsbebouwing op deze locatie zal gesloopt worden. De bestaande woning blijft, het kantoor wordt in principe verbouwd tot tweekapper en er is ruimte voor een extra woning in het lint. Tussen de gebouwen en over de sloten is er zicht op het achterland. De nieuwe woning staat vooraan de kavel, waarbij de rooilijn de dijk volgt. Het hoofdgebouw moet opgaan in het historische lint, overige bebouwing en bouwwerken staan op enkele meters achter de voorgevellijn en bij voorkeur geheel achter de woning. Binnen het beeld van het beschermd dorpsgezicht kunnen ook moderne architectuuroplossingen worden ingezet, mits deze gebaseerd zijn op eigenschappen die in de omgeving gebruikelijk zijn, zoals een traditionele hoofdvorm waarbij de nok haaks op de weg staat, een overwegend symmetrische voorgevel met staande ramen en een terughoudende kleurstelling. De achterterrreinen krijgen een groene invulling, aansluitend op het polderlandschap.

Uitgangspunten De linten langs de Vlist hebben een bijzonder welstandsniveau. Het gebied is door het Rijk grotendeels aangewezen als beschermd gezicht vanwege zijn schoonheid in combinatie met de ruimtelijke en structurele samenhang. De waarde is in ieder geval gelegen in het goed behouden historische karakter met als basis de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing. Het historische dorpsbeeld wordt volledig bepaald door de veelal monumentale boerderijen langs de dijken. De verkaveling met dicht op elkaar gelegen sloten leidt tot langwerpige kavels met tussen de kavels doorzichten. De bebouwing is gelijnd aan de verkaveling, waarbij boerderijen een woning aan de straatkant hebben en de stal hier in de regel direct achter is gelegen. Deze wijze van inrichting is kenmerkend voor het gebied en zorgt voor doorzichten over de erven. Diverse objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeide bebouwingspatroon, de cultuurhistorische bebouwing en de sterke ruimtelijk-functionele relatie met het open buitengebied. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 67

Gebied 2A

Vlist Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het landelijke of dorpse karakter van de lintbebouwing behouden • hoofdgebouwen staan aan de voorzijde van kavels en zijn met de voorgevel op de straat gericht, tweedelijns bebouwing is ondergeschikt en is geordend zoals gebruikelijk op traditionele erven • rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen onderling en volgen de verkaveling • de rooilijnen zijn per bouwmassa of rij in samenhang • doorzichten naar het achterland behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • ondergeschikte bouwwerken zoals voorzieningen voor paarden in beginsel op het achtererf plaatsen en uitvoeren in terughoudende kleuren Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op historische bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • de individuele woning in rij of ensemble is deel van het geheel • woningen hebben in beginsel één tot anderhalve laag met een flinke kap

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 68

Gebied 2A

Vlist • bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige, schuurachtige vorm • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van landelijke of dorpse bebouwing met individuele panden en bij uitzondering bescheiden ensembles • het accent ligt op de bebouwing aan de weg en bebouwing in de tweede lijn is eenvoudig vormgegeven (met inbegrip van eventuele woningen) • de hoofdmassa heeft een heldere en in de regel verticale geleding en een fijne detaillering die wordt benadrukt in kleine elementen als gootklossen, windveren en baksteenpatronen in de gevel • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • de voorgevel van een bedrijfsgebouw is horizontaal geleed • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, in beginsel traditioneel • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en een enkele keer in een lichte tint gepleisterd of geverfd, kozijnen zijn bij voorkeur van hout • hellende daken in beginsel dekken met (matte) keramische dakpannen of riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of

hebben een duidelijke textuur, zoals baksteen of betimmering • kleuren afstemmen op belendingen • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 69

Gebied 2B

Hollandsche IJssel Beschrijving De linten langs de Hollandsche IJssel hebben een bochtig verloop en gevarieerde bebouwing uit diverse periodes met als basis het individuele pand met een landelijk karakter. Het wegprofiel varieert van smalle dijkweg tot vrij brede provinciale weg. De bebouwing staat in de regel vrij op ruime kavels. Doorzichten op het achterland zijn kenmerkend in het beeld. Het gebied bestaat uit de linten buiten de kernen, waaronder ook de Steinsedijk ten noorden van Haastrecht. Dit laatste deel ligt op enige afstand van de Hollandsche IJssel. In de tussenliggende uiterwaarden staat vrijwel geen bebouwing. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op dijk of staan bij uitzondering haaks hierop. De bebouwing staat op enige afstand van de dijk op het lager gelegen land en soms aan de dijk op kruinhoogte. Enkele panden staan buitendijks. Rooilijnen volgen dijk of verkaveling en verspringen onderling. Bedrijfsgebouwen liggen meestal achter de woongebouwen. Het erf voor het bedrijf is vaak verhard. De bebouwing is in de regel individueel en afwisselend. Uitzondering hierop zijn enkele korte rijen samenhangende woningen, zoals aan de IJssellaan. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap.

Nokken van laaggelegen panden liggen veelal evenwijdig aan de verkaveling, nokken van panden op de kruin van de dijk zijn in de regel gelijnd aan de weg. Boerderijen hebben veelal lage goten en al dan niet symmetrische hoge kappen. Bij de kleinere dijkwoningen ligt de nadruk ook wel op de onderbouw, zoals in het zijaanzicht. Op- en aanbouwen komen veel voor en zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Panden hebben in de regel een zorgvuldige detaillering. Grote gevelopeningen zijn staand, waarbij de vensters veelal zijn onderverdeeld. Kenmerkend zijn daarnaast de drieledige engelenvensters in topgevels van boerderijen. Gevels van met name oudere panden zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, windveren en makelaars. Materialen zijn traditioneel. Gevels zijn gemetseld in gele danwel rode baksteen en incidenteel gepleisterd of gekeimd in een lichte tint. Bijgebouwen zijn ook wel uitgevoerd in gepotdekselde donkere houten planken, al dan niet voorzien van een gemetselde onderbouw. De meeste daken zijn gedekt met rode of gesmoorde pannen of riet. De gebruikte kleuren zijn terughoudend en in het algemeen traditioneel.

Moderne (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen. Een teruggelegen ligging in combinatie met terughoudende materialen en gedekte kleuren zorgen ervoor dat bedrijfsgebouwen onnadrukkelijk in het landschap liggen en minder de aandacht trekken dan de woonbebouwing. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn gebouwen en objecten met (voorheen) andere functies zoals de voormalige kerk nabij Ouderkerk aan den IJssel en de afgeknotte molen nabij Gouderak. Deze gebouwen vormen accenten door afwijkende massa en uitwerking. Uitzondering zijn enkele korte rijen met samenhangende woningen in het lint. Andere uitzondering is buurtschap IJssellaan, een verdicht stukje lint parallel aan de bebouwing langs de IJsseldijk. De sfeer is hier dorps met individuele panden en enkele rijtjes woningen. Een deel van de woningen aan de IJssellaan staat met de achtererven gericht op en in het zicht van de dijk.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 70

Gebied 2B

Hollandsche IJssel Aanvullend kwaliteitsbeleid Voor enkele plekken langs de Hollandsche IJssel is aanvullend kwaliteitsbeleid vastgesteld. Dikke Boom Ouderkerk aan den IJssel Een braakliggend buitendijks terrein wordt ingevuld met veir vrijstaande woningen die in massa en uitwerking aansluiten op de kenmerken van het dijklint. In de uitwerking wordt aangesloten op de in de omgeving gangbare ordening van een hoofdgebouw met enkele bijgebouwen. De hoofdwoning krijgt een tradtioneel uiterlijk, terwijl de overige woningen ogen als bijgebouwen met eenvoudige schuurvormige hoofdmassa’s en een meer eigentijdse en strakke uitwerking. Middelblok Gouderak In het buitendijks gebied aan het Middelblok wordt bedrijfsbebouwing vervangen door zeven vrijstaande woningen. Langs de dijk zijn drie woningen gedacht, de overige woningen liggen hierachter op een woonerf. De vraag is een gevarieerd en levendig beeld met wisselende kaprichtingen, verspringende rooilijnen en diversiteit in architectuur en materiaalgebruik. De openbare ruimte krijgt een hoogwaardige uitstraling, de woningen een zorgvuldige architectonische uitwerking. Extra aandacht gaat uit naar de overgang van land naar water, aangezien dit gebied deel uitmaakt van de provinciale ecologische hoofdstructuur.

Palingdreef Haastrecht In de zuidelijke uiterwaard van de Hollandse IJssel wordt de locatie van een voormalige palingkwekerij ingevuld met zes flinke woonkavels, ontsloten door een weg haaks op het dijklint. Alle kavels krijgen een eigen ligplaats en directe verbinding met de rivier. Het achterste deel van de tuin is vrij van bebouwing (met uitzondering van steigers en terrassen) om zicht vanaf de dijk naar de Hollandsche IJssel te waarborgen. De woningen krijgen een individuele uitwerking, maar zijn wel duideljijk famlilie van elkaar. De architectuur is eigentijds met een landelijk karakter en een sculpturale vormgeving, met een verwijzing naar de agrarische typologie van één tot anderhalve laag met flinke kap en traditioneel materiaalgebruik. Alle objecten op de kavels worden in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen. Tempelhof Haastrecht Direct naast locatie Palingdreef wordt camping Tempelhof in vervangen door zes vrijstaande woningen op flinke kavels, omringd door water. De ambitie is onder meer een kwaliteitsverhoging en een rustig beeld vanaf de IJssel. Bebouwing is ondergeschikt aan het groenblauwe karakter van de omgeving. Het beeldkwaliteitsplan geeft onder meer rooilijnen aan en enkele richtlijnen voor kappen (schilddaken worden bijvoorbeeld uitgesloten). Materialen en kleuren kunnen onderling verschillen, maar zijn per erf in samenhang.

Locatie Vingerling Haastrecht Langs de Hollandsche IJssel is ruimte voor een particuliere ontwikkeling van enkele nieuwe vrijstaande woningen. De ambitie is hoog. Woningen staan evenwijdig aan de zijdelingse perceelsgrenzen. De rooilijn ligt deels vast zodat er zoveel mogelijk vrij zicht naar alle richtingen is. De gevelopbouw is symmetrisch met pannen of asymmetrisch met riet. Gevraagd wordt een degelijke detaillering, traditionele materialen en ‘beheerste’ kleuren. Gestuurd wordt op een aantrekkelijk mix van enkele typen: het romantische woonhuis, het klassieke woonhuis, de landelijk villa of het eigenzinnige woonhuis.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 71

Gebied 2B

Hollandsche IJssel Uitgangspunten De linten langs de Hollandsche IJssel hebben een bijzonder welstandsniveau. De waarde is in ieder geval gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lint- en dijkbebouwing. Het beeld is kleinschalig, met variatie in open en meer besloten delen. Vanaf de dijk is er op veel plekken wijds zicht op rivier en achterland. De zuidrand van de dijk loopt over in de voor de streek kenmerkende verkaveling met dicht op elkaar gelegen sloten, die leidt tot langwerpige kavels met tussen de kavels doorzichten. De bebouwing is gelijnd aan de verkaveling, waarbij boerderijen een woning aan de straatkant hebben en de stal hier in de regel direct achter is gelegen. Deze wijze van erfinrichting is kenmerkend voor het gebied. Bebouwing op kruinhoogte volgt in de regel de dijk en de weg. Diverse objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeid bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het landelijke of dorpse karakter van de lintbebouwing behouden • hoofdgebouwen staan aan de voorzijde van kavels en zijn met de voorgevel op de straat gericht, tweedelijns bebouwing is ondergeschikt en is geordend zoals gebruikelijk op traditionele erven • rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen onderling en volgen de verkaveling • de rooilijnen zijn per bouwmassa of rij in samenhang • doorzichten naar het achterland behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • ondergeschikte bouwwerken zoals voorzieningen voor paarden in beginsel op het achtererf plaatsen en uitvoeren in terughoudende kleuren

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 72

Gebied 2B

Hollandsche IJssel Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • de individuele woning in rij of ensemble is deel van het geheel • woningen hebben in beginsel één tot twee lagen met een kap • bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige, schuurachtige vorm • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van landelijke of dorpse bebouwing met individuele panden en bij uitzondering bescheiden ensembles of rijen • het accent ligt op de bebouwing aan de weg en bebouwing in de tweede lijn is eenvoudig vormgegeven (met inbegrip van eventuele woningen) • de hoofdmassa heeft een heldere en in de regel verticale geleding en een fijne detaillering die wordt benadrukt in kleine elementen als gootklossen, windveren en baksteenpatronen in de gevel • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • de voorgevel van een

bedrijfsgebouw is horizontaal geleed • wijziging en toevoeging in stijl en afwerking zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, in beginsel traditioneel • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en een enkele keer in een lichte tint gepleisterd of geverfd, kozijnen zijn in beginsel van hout • hellende daken in beginsel dekken met (matte) keramische dakpannen of riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur, zoals baksteen of betimmering • kleuren afstemmen op belendingen • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 73

Gebied 2C

Lek Beschrijving De linten langs de Lek hebben gevarieerde bebouwing uit diverse periodes met als basis het individuele pand met een landelijk of dorps karakter. In het lint komen enkele verdichtingen voor, met name rond de kernen en ter hoogte van buurtschappen als Schuwacht en De Noord. Daarnaast is er ruimte voor recreatie in de uiterwaarden en is een enkel boerenerf voorzien van een minicamping. Het dijkprofiel is in de regel vrij breed als gevolg van dijkverzwaringen. De bebouwing staat in de regel vrij op flinke kavels, onderaan de dijk en soms aan de dijk. Doorzichten op het achterland zijn kenmerkend in het beeld. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op dijk of staan bij uitzondering haaks hierop. De bebouwing staat op enige afstand van de dijk op het lager gelegen land en soms op kruinhoogte, aan de dijk of op enige afstand hiervan. Op enkele plekken staan ook (clusters) panden buitendijks. Rooilijnen volgen dijk of verkaveling en verspringen onderling. Bedrijfsgebouwen liggen meestal achter de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De bebouwing is in de regel individueel en afwisselend. Uitzondering hierop zijn enkele korte rijen samenhangende woningen. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap.

Nokken van laaggelegen panden liggen veelal evenwijdig aan de verkaveling, nokken van panden op de kruin van de dijk zijn in de regel gelijnd aan de weg. Boerderijen hebben veelal lage goten en al dan niet symmetrische hoge kappen. Bij de kleinere dijkwoningen ligt de nadruk ook wel op de onderbouw, zoals in het zijaanzicht. Op- en aanbouwen komen veel voor en zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Panden hebben in de regel een zorgvuldige detaillering. Grote gevelopeningen zijn staand, waarbij de vensters veelal zijn onderverdeeld. Gevels van met name oudere panden zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, windveren en makelaars. Mede als gevolg van dijkverzwaringen is een deel van de historische bebouwing vervangen. Materialen zijn traditioneel. Gevels zijn gemetseld in gele danwel rode baksteen en incidenteel gepleisterd of gekeimd in een lichte tint. Bijgebouwen zijn ook wel uitgevoerd in gepotdekselde donkere houten planken, al dan niet voorzien van een gemetselde onderbouw. De meeste daken zijn gedekt met rode of gesmoorde pannen en soms met riet. De gebruikte kleuren zijn terughoudend en in het algemeen traditioneel.

Moderne (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen. Een teruggelegen ligging in combinatie met terughoudende materialen en gedekte kleuren zorgen ervoor dat bedrijfsgebouwen onnadrukkelijk in het landschap liggen en minder de aandacht trekken dan de woonbebouwing. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn enkele gebouwen en objecten met andere functies zoals de watertoren bij Krimpen aan de Lek en de school in Schuwacht. Deze gebouwen vormen accenten door afwijkende massa en uitwerking. Uitgangspunten De linten langs de Lek hebben een gewoon welstandsniveau. Uitzondering hierop is het deel tussen Krimpen aan de Lek en Bergambacht dat een bijzonder niveau heeft. (Zie de niveaukaart in hoofdstuk 3.) De waarde is in ieder geval gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lint- en dijkbebouwing. Het beeld is overwegend kleinschalig, met variatie in open en meer besloten delen. Vanaf de dijk is er op veel plekken wijds zicht op rivier en achterland. De zuidrand van de dijk loopt over in de voor de streek kenmerkende verkaveling met dicht op elkaar gelegen sloten, die leidt tot langwerpige kavels met tussen de kavels doorzichten.

De bebouwing is gelijnd aan de verkaveling, waarbij boerderijen een woning aan de straatkant hebben en de stal hier in de regel direct Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 74

Gebied 2C

Lek achter is gelegen. Deze wijze van erfinrichting is kenmerkend voor het gebied. Bebouwing op kruinhoogte volgt in de regel de dijk en de weg. Diverse objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeid bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Uitgangspunt in gebieden met een gewoon niveau is dat bouwplannen geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In gebied met een bijzonder niveau is het uitgangspunt dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het landelijke of dorpse karakter van de lintbebouwing behouden • hoofdgebouwen staan aan de voorzijde van kavels en zijn met de voorgevel op de straat gericht, tweedelijns bebouwing is ondergeschikt en is geordend zoals gebruikelijk op traditionele erven • rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen onderling en volgen de verkaveling • de rooilijnen zijn per bouwmassa of rij in samenhang • doorzichten naar het achterland behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • ondergeschikte bouwwerken zoals voorzieningen voor paarden in beginsel op het achtererf plaatsen en uitvoeren in terughoudende kleuren Massa • de bouwmassa is evenwichtig en in harmonie met het gebiedskarakter • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met in de regel een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen hebben één of twee lagen met of zonder kap • bedrijfsgebouwen in het lint hebben een eenvoudige, schuurachtige vorm • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en

ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectuur volgt het beeld van landelijke bebouwing met individuele panden • bebouwing is onnadrukkelijk aanwezig in het landschap • het accent ligt op de bebouwing aan de weg en bebouwing in de tweede lijn is eenvoudig vormgegeven (met inbegrip van eventuele woningen) • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig • de voorgevel van een bedrijfsgebouw is horizontaal geleed • wijziging en toevoeging in stijl en afwerking zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, in beginsel traditioneel • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur, zoals baksteen of betimmering • kleuren afstemmen op belendingen • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 75

Gebied 2D

Polderlinten Beschrijving De polderlinten in de Krimpenerwaard hebben gevarieerde bebouwing uit diverse periodes met als basis het individuele pand met een landelijk karakter. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan onder meer de Achterbroek, Het Beijersche, Benedenen Bovenberg, Beneden- en Bovenkerk, Koolwijk en Schoonouwen, Oost- en Westeinde, Opweg, Tiendweg (Schoonhoven), Tussenlanen en Zuidbroek. De bebouwing is gelegen langs diverse ontsluitingswegen en staat meestal vrij op ruime kavels, iets teruggelegen van de weg. De kavels zijn in de regel smal en diep, een groot deel wordt ontsloten door bruggen of dammen. Enkele linten hebben een dubbele opzet als gevolg van een wetering tussen twee weghelften, zoals de Beijerscheweg en de Beneden- en Bovenkerkseweg. Enkele lage, vaste bruggen verbinden hier de twee weghelften. De linten zijn enkel- of dubbelzijdig bebouwd in variërende dichtheden. Doorzichten op het achterland zijn kenmerkend in het beeld. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen. Enkele boerenerven zijn voorzien van een minicamping. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg of het water. Rooilijnen volgen weg of verkaveling en verspringen onderling.

De massa’s hebben in de regel een langgerekte hoofdvorm, evenwijdig aan de verkaveling van het slagenlandschap en staan bij uitzondering haaks op de weg. Binnen dit hoofdbeeld kan het voorhuis een kap evenwijdig aan het lint hebben, mits de achterliggende stal direct aan het huis gekoppeld is. Bedrijfsgebouwen liggen in de regel achter en soms naast de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De bebouwing is in de regel individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één en soms anderhalve laag met kap. Typerend zijn lage goten en (al dan niet symmetrische) hoge kappen. Diverse kappen zijn voorzien van een wolfseind. Naast grotere boerderijen staan soms kleine arbeidershuisjes van één bouwlaag met zadeldak. Op- en aanbouwen komen veel voor en zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Panden hebben in de regel een zorgvuldige detaillering. Grote gevelopeningen zijn staand, waarbij de vensters veelal zijn onderverdeeld. Gevels van met name oudere panden zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, windveren en makelaars. Materialen zijn traditioneel.

Gevels zijn in de regel gemetseld in gele danwel rode baksteen en incidenteel gepleisterd of gekeimd in een lichte tint. Bijgebouwen zijn ook wel uitgevoerd in gepotdekselde donkere houten planken, al dan niet voorzien van een gemetselde onderbouw. De meeste daken zijn gedekt met rode of gesmoorde pannen of riet. De gebruikte kleuren zijn terughoudend en in het algemeen traditioneel. Moderne (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen. Een teruggelegen ligging in combinatie met terughoudende materialen en gedekte kleuren zorgen ervoor dat bedrijfsgebouwen onnadrukkelijk in het landschap liggen en minder de aandacht trekken dan de woonbebouwing. Uitgangspunten De polderlinten hebben een bijzonder welstandsniveau. De waarde is in ieder geval gelegen in het goed behouden historische karakter met als basis de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing. De verkaveling met dicht op elkaar gelegen sloten leidt tot langwerpige kavels met tussen de kavels doorzichten op het achterland. De bebouwing is gelijnd aan de verkaveling, waarbij boerderijen een woning aan de straatkant hebben en de stal hier in de regel achter is gelegen. Deze wijze van inrichting is kenmerkend voor het gebied en zorgt voor doorzichten over de erven.

Diverse objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeid bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 76

Gebied 2D

Polderlinten Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het landelijke karakter van de lintbebouwing behouden • hoofdgebouwen staan aan de voorzijde van kavels en zijn met de voorgevel op de straat gericht, tweedelijns bebouwing is ondergeschikt en is geordend zoals gebruikelijk op traditionele erven • rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen onderling en volgen de verkaveling • de rooilijnen zijn per bouwmassa in samenhang • doorzichten naar achterland behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • ondergeschikte bouwwerken zoals voorzieningen voor paarden in beginsel op het achtererf plaatsen en uitvoeren in terughoudende kleuren Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op historische bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn

individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • woningen hebben in beginsel één tot anderhalve laag met een flinke kap • bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige, schuurachtige vorm • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van landelijke bebouwing met individuele panden • het accent ligt op de bebouwing aan de weg en bebouwing in de tweede lijn is eenvoudig vormgegeven (met inbegrip van eventuele woningen) • de hoofdmassa heeft een heldere en in de regel verticale geleding en een fijne detaillering die wordt benadrukt in kleine elementen als gootklossen, windveren en baksteenpatronen in de gevel • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • de voorgevel van een bedrijfsgebouw is horizontaal geleed • wijziging en toevoeging in stijl en afwerking zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, in beginsel traditioneel • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en een enkele keer in een lichte tint gepleisterd of

geverfd, kozijnen zijn in beginsel van hout • hellende daken in beginsel dekken met (matte) keramische dakpannen of riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur, zoals baksteen of betimmering • kleuren afstemmen op belendingen • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 77

Gebied 2E

Landelijk gebied Beschrijving Een groot deel van de Krimpenerwaard bestaat uit open weidelandschap met gevarieerde bebouwing, zoals boerderijen en bedrijfsgebouwen. De bebouwing is gelegen langs diverse ontsluitingswegen en staat vrij op ruime kavels, iets teruggelegen van de weg. De kavels zijn in de regel smal en diep, een groot deel wordt ontsloten door bruggen of dammen. De linten zijn enkel- of dubbelzijdig bebouwd in variërende dichtheden. Doorzichten op het achterland zijn kenmerkend in het beeld. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen. In het gebied komen ook enkele volkstuinen voor met daarop kleine gebouwtjes als kassen en schuurtjes. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg of het water. Rooilijnen volgen weg of verkaveling en verspringen onderling. De massa’s hebben in de regel een langgerekte hoofdvorm, gelijnd aan de verkaveling en bij uitzondering gelijnd aan de weg. Bedrijfsgebouwen liggen in de regel achter en soms naast de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De bebouwing is in de regel individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één en soms anderhalve laag met kap. De noklijn is evenwijdig aan de verkavelingsrichting, hoewel bij woningen ook nokken haaks hierop voorkomen.

Typerend zijn lage goten en hoge kappen. Diverse kappen zijn voorzien van een wolfseind. Op- en aanbouwen komen veel voor en zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Panden hebben in de regel een zorgvuldige detaillering. Grote gevelopeningen zijn staand, waarbij de vensters veelal zijn onderverdeeld. Gevels van met name oudere panden zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, windveren en makelaars. Materialen zijn traditioneel. Gevels zijn in de regel gemetseld in gele danwel rode baksteen en incidenteel gepleisterd of gekeimd in een lichte tint. Bijgebouwen zijn ook wel uitgevoerd in gepotdekselde donkere houten planken, al dan niet voorzien van een gemetselde onderbouw. De meeste daken zijn gedekt met rode of gesmoorde pannen en bij uitzondering met riet. De gebruikte kleuren zijn terughoudend en in het algemeen traditioneel. Moderne (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen. Een teruggelegen ligging in combinatie met terughoudende materialen en gedekte kleuren zorgen ervoor dat bedrijfsgebouwen onnadrukkelijk in het landschap liggen en minder de aandacht trekken dan de woonbebouwing.

Uitgangspunten Het landelijk gebied heeft een gewoon welstandsniveau. Uitzondering hierop is het deel dat in beschermd gezicht Haastrecht ligt en een bijzonder niveau heeft. (Zie de niveaukaart in hoofdstuk 3.) De waarde is in ieder geval gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing. De verkaveling met dicht op elkaar gelegen sloten leidt tot langwerpige kavels met tussen de kavels doorzichten op het achterland. De bebouwing is gelijnd aan de verkaveling, waarbij boerderijen een woning aan de straatkant hebben en de stal hier in de regel achter is gelegen. Deze wijze van erfinrichting is kenmerkend voor het gebied en zorgt voor doorzichten over de erven. Enkele objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeid bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 78

Gebied 2E

Landelijk gebied Het uitgangspunt is dat bouwplannen geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het landelijke karakter van de lintbebouwing behouden • hoofdgebouwen staan aan de voorzijde van kavels en zijn met de voorgevel op de straat gericht, tweedelijns bebouwing is ondergeschikt en is geordend zoals gebruikelijk op traditionele erven • rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen onderling en volgen de verkaveling • de rooilijnen zijn per bouwmassa in samenhang • doorzichten naar achterland behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • ondergeschikte bouwwerken zoals voorzieningen voor paarden in beginsel op het achtererf plaatsen en uitvoeren in terughoudende kleuren Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op historische bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en

afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • woningen hebben in beginsel één tot anderhalve laag met een flinke kap • bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige, schuurachtige vorm • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectuur volgt het beeld van landelijke bebouwing met individuele panden • bebouwing is onnadrukkelijk aanwezig in het landschap • het accent ligt op de bebouwing aan de weg en bebouwing in de tweede lijn is eenvoudig vormgegeven (met inbegrip van eventuele woningen) • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig • de voorgevel van een bedrijfsgebouw is horizontaal geleed • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en in beginsel traditioneel • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur, zoals baksteen of betimmering • kleuren afstemmen op belendingen • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 79

Gebied 2F

Recreatiegebied Beschrijving Langs de provinciale weg tussen Krimpen aan de Lek en Bergambacht liggen twee grote recreatieterreinen: de Krimpenerhout en het Loetbos. Deze gebieden hebben een groen en enigszins besloten karakter, waarin voor de bebouwing een bescheiden rol is weggelegd. Het gebied bestaat onder meer uit enkele bossen, een golfbaan, een recreatieplas met strandje en volkstuinen. Aan de Loet staat gevarieerde lintbebouwing. Hoofdgebouwen zijn hier met de voorzijde gericht op de weg of het water. Rooilijnen volgen weg of verkaveling en verspringen onderling. Bijgebouwen en bedrijfsgebouwen liggen achter en soms naast de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De bebouwing is individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één en soms anderhalve laag met kap. Op- en aanbouwen komen voor en zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen hebben een verticale geleding met staande ramen. Daarnaast zijn er enkele gebouwen die eigenschappen hebben van een paviljoen, zoals het hoofdgebouw op de golfbaan en het restaurant aan de Loet. Naast het hoofdgebouw zijn er enkele bijgebouwen.

Alle gebouwen staan vrij op het maaiveld, waarbij de entree van het hoofdgebouw gericht is op de (toegangs)weg en in de regel is vormgegeven als accent. De gebouwen hebben meerdere voorkanten en een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met kap of plat dak. Hoewel de gebouwen vaak verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm helder. De architectuur eenvoudig of verzorgd. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of plaatmateriaal. Kleuren zijn terughoudend. Op de volkstuinen staan alleen kleine gebouwtjes als kassen en schuurtjes. Uitgangspunten Het recreatiegebied heeft een gewoon welstandsniveau. De waarde is in ieder geval gelegen in het groene karakter waarbij de bebouwing een ondergeschikte rol speelt. De gebieden hebben veelal een heldere, eenvoudige opzet en bebouwing. De architectuur is terughoudend. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Het uitgangspunt is dat bouwplannen geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en het behoud van de in beginsel terughoudende architectuur en een goede landschappelijke inpassing.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 80

Gebied 2F

Recreatiegebied Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het landelijke karakter van het gebied behouden • het hoofdgebouw in een bebouwingslint richten op de weg, andere hoofdgebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen onderling en volgen in het lint de verkaveling • de rooilijnen zijn per bouwmassa in samenhang • bijgebouwen zijn ondergeschikt en staan achter de voorgevellijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • ondergeschikte bouwwerken zoals voorzieningen voor paarden in beginsel op het achtererf plaatsen en uitvoeren in terughoudende kleuren Massa • de bouwmassa is evenwichtig en in harmonie met het gebiedskarakter • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met in de regel een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen hebben één of twee lagen met of zonder kap • bedrijfsgebouwen in het lint hebben een eenvoudige, schuurachtige vorm • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn eenvoudig van vorm en ondergeschikt aan de hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectuur volgt

het beeld van landelijke bebouwing met individuele panden • bebouwing is onnadrukkelijk aanwezig in het landschap • het accent ligt op de bebouwing aan de weg en bebouwing in de tweede lijn is eenvoudig vormgegeven (met inbegrip van eventuele woningen) • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en in beginsel traditioneel • kleuren afstemmen op belendingen • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur, zoals baksteen of betimmering • daken van bedrijfsgebouwen zijn in beginsel grijs

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5ef724a5-0c17-4a65-854f-771611f6799c