BIJL - Nota Ruimtelijke Kwaliteit - 1053997.pdf
Tekst van het document
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 81
HOOFDSTUK 6 Afwijkende plannen
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 84
Hoofdstuk 6
AFWIJKENDE PLANNEN De criteria voor gebieden en objecten gaan uit van de aanwezige kwaliteit en geven richtlijnen voor veranderingen, die redelijkerwijs passen in hun omgeving. Het kan voorkomen, dat een bouwwerk of een plan afwijkt van zijn omgeving. In dat geval kan er gebruik worden gemaakt van de algemene criteria of van de criteria voor excessen. Ook is een toelichting op de omgang met grote bouwplannen die afwijken van de gangbare structuur opgenomen. Algemene criteria De algemene welstandscriteria richten zich op het vakmanschap. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan zijn als een bouwplan past binnen de criteria voor objecten of gebieden en toch duidelijk onder de maat blijft of als het afwijkt van de omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet. • Vorm, gebruik en constructie Een goed ontwerp heeft een vormgeving, die past bij het beoogd gebruik van het bouwwerk en de mogelijkheden om met beschikbare materialen en technieken een doelmatige constructie te maken. Dit neemt niet weg, dat de vormgeving ook zijn eigen waarde heeft. Deze heeft een samenhang en logica, die (naar verwachting) op de lange termijn begrijpbaar zijn.
• Bouwwerk en omgeving Van een ontwerp voor een bouwwerk mag redelijkerwijs worden verwacht, dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare ruimte en geen onredelijke aantasting is van het zicht vanaf belendende percelen. Een bouwwerk staat niet op zichzelf, maar heeft een relatie met andere bouwwerken en een landschappelijke of stedenbouwkundige context. Een passend ontwerp sluit voldoende aan bij de omgeving om deze relaties tot hun recht te laten komen. Bij het wegen van de relatie tussen bouwwerk en omgeving zijn de verwachtingen hoger naarmate de betekenis voor de openbare ruimte groter is. • Vorm, betekenis en stijl Van een ontwerp voor een bouwwerk mag redelijkerwijs worden verwacht, dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Bij nieuw- of verbouw moet duidelijk zijn wat authentiek is en wat is toegevoegd. Een eigentijds ontwerp mag geïnspireerd zijn door een bepaalde tijdsperiode, maar is hier geen imitatie van. • Evenwicht, helderheid en complexiteit Een heldere structuur en passende verhouding tussen de gebouwelementen maken een bouwwerk begrijpbaar. Ritmiek, symmetrie, schaal en samenhang in de massaopbouw en vlakverdeling zijn van belang voor de beleving van een bouwwerk.
Een bouwwerk moet niet rommelig ogen, maar het ontwerp moet ook niet omslaan naar saaiheid en een te simpele vormgeving. In een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in een evenwichtige en spanningsvolle relatie. Een bouwwerk kan toegevoegde elementen of verbijzonderingen nodig hebben om voldoende interessant en boeiend te zijn. Een goed ontwerp heeft een vormgeving, die een evenwicht weet te vinden tussen helderheid en complexiteit. • Verhouding, schaal en maat Van een ontwerp voor een bouwwerk daarvan mag redelijkerwijs worden verwacht, dat het wat betreft verhoudingen en maat en schaal past in zijn omgeNota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 85
ving. Ook op zichzelf moeten een bouwwerk en de onderdelen daarvan in maat en schaal evenwichtige verhoudingen hebben. Daarbij gaat het ook om meer abstracte verhoudingen zoals tussen open en dicht, die van invloed zijn op onder meer zichtlijnen en lichtval. De verhoudingen van het bouwwerk op zichzelf en in relatie tot de context zijn (onbewust) van belang voor de kwaliteit van een ontwerp en de belevingswaarde van het bouwwerk. • Materiaal, kleur en detail Van een ontwerp voor een bouwwerk daarvan mag redelijkerwijs worden verwacht, dat materiaal, kleur en detail passen bij het karakter van het bouwwerk en in de de omgeving. Een zorgvuldige keuze van en samenhang in materialen en kleuren versterkt het architectonische ontwerp. Hiermee krijgt een bouwwerk zeggingskracht en wordt het visueel aantrekkelijk. Aandacht aan detaillering van overgangen en randen draagt hier eveneens aan bij. Ook de uitwerking van de afwerking moet passen bij de aard en ontstaansperiode van het gebouw en moet daarnaast goed zijn afgestemd op de directe omgeving. Excessen Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving. Plannen mogen niet excessief in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. De burger heeft vrijheid binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied.
De initiatiefnemer zal redelijkerwijs moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van een buurt of straat dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces bij cultureel erfgoed, waaronder de beschermde gezichten. Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen op excessen in de welstandsnota zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: • Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving De plaatsing van een schuur of hoge schutting voor de voorgevel of het dichttimmeren van gevelopeningen kan het zicht op een bouwwerk hinderen. Dit geldt ook voor het plaatsen van een (dominant) bijgebouw naast een kerk of boerderij.
• Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met redelijke eisen van welstand. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het bestaande of historische karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk. Hetzelfde geldt voor gedeeltelijke sloop of (ver)bouw. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. • Armoedig materiaalgebruik Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente op basis van welstand verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt.
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 86
• Felle of contrasterende kleuren Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom welstandshalve ongewenst. • Te opdringerige reclames Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Dat geldt niet alleen voor extern aangebrachte reclames, maar ook voor intern aangebrachte reclames die het uiterlijk van een gebouw beïnvloeden zoals beplakte glazen puien. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging en de omvang van het gebouw. • Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen te veel uit de toon vallen. Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is. Op een grotere schaal is openheid een van de hoofdkenmerken van het weidelandschap in de Krimpenerwaard. Een teveel aan bebouwing of beplanting kan hier een grove inbreuk op vormen. an de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat A redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de gebieden met een soepel welstandsniveau zijn deze criteria wat grover gesteld en in de gebieden met een bijzonder niveau juist wat preciezer.
Dit laatste is ook van toepassing op de aandachtsplekken, zoals de randen en hoofdroutes, binnen de gebieden met een soepel niveau. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden. Grotere projecten Ook nieuwbouwplannen en herontwikkelingsprojecten vereisen een bijzondere inzet. De welstandsnota bevat echter geen welstandscriteria voor grotere (her) ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart uit hoofdstuk 3, zoals bijvoorbeeld nieuwe woon- en werkgebieden in agrarisch gebied, waarbij de gebiedsgerichte welstandscriteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling. Dergelijke welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan, bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, aan ten grondslag ligt. Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel zijn van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden in dat geval opgesteld door de gemeente of in overleg met de commissie.
De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota, waarbij de inspraak gekoppeld kan worden aan de inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De gemeente maakt daarnaast gebruik van stedenbouwkundige plannen of beeldkwaliteitsplannen om sturing te geven aan veranderingen. In de bijlage is een standaatdopzet voor beeldkwaliteitsplannen opgenomen. Momenteel geldt er aanvullend ruimtelijk beleid voor diverse gebieden, waaronder de Nieuwe Wetering in Bergambacht, Tiendhoek in Lekkerkerk en Zevender in Schoonhoven. In de betreffende gebieden is een verwijzing naar deze plannen opgenomen. Tijdens de (her)ontwikkeling van het betreffende gebied zijn deze ruimtelijke beleidsstukken aanvullend van toepassing op de nota ruimtelijke kwaliteit. Na oplevering vervalt het beeldkwaliteitsplan of stedenbouwkundig plan en gelden de relevante criteria uit de nota ruimtelijke kwaliteit.
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 87
BIJLAGEN
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 90
Bijlage 1
BEGRIPPENLIJST Aanbouwen grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw (een aangebouwd bijbehorend bouwwerk) Achterkant de bebouwing en het erf in zoverre niet duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter Beschermd dorps- of stadsgezicht gebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuurhistorische waarde is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de wet of op grond van een verordening Beschot afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen Bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd Bestrating verharding zoals straatstenen of tegels Bijgebouw gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage (een vrijstaand bijbehorend bouwwerk) Blinde muur of gevel gevel of muur zonder raam, deur of andere opening Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal Boerderij een traditioneel agrarisch
bebouwingstype, waarbij woon-, bedrijfs- en opslagfuncties vaak zijn geïntegreerd in een langgerekt hoofdvolume op een landelijk erf (te onderscheiden van een modern agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en gewoonlijk een vrijstaande stal) Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt Bouwlaag de begane grond of een verdieping van een gebouw Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 91
Buurtschap verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning Context de omgeving waarin objecten en structuren in onderlinge relatie betekenis hebben Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak of het plaatsen van een volume op een plat dak, waardoor het silhouet van het bestaande dak verandert Dakraam raam in een hellend dak Deelplan een stedenbouwkundig plan, waarin een stuk van een wijk of stad gedetailleerd is uitgewerkt Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden) Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden Erf onbebouwd stuk grond behorende bij een gebouw Erker kleine toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en
glas Exces als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving Flat groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 92
Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel) Gootklos in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot Groengebied gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen In beginsel het uitgangspunt tenzij er goede redenen zijn om af te wijken Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw Industriebebouwing gebouwen met een industriële bestemming Industriegebied gebied bestemd voor de vestiging van industrie Kavel grondstuk, kadastrale eenheid Kern centrum van een dorp of stad Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw Laag zie bouwlaag Laagbouw gebouwen van één of twee lagen Lak afwerklaag van schilderwerk Landelijk gebied zie buitengebied Latei draagbalk boven gevelopening Lessenaarsdak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel Lint langgerekte weg met daarlangs bebouwing Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur Maaiveld bovenzijde van het
terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 93
Massa volume van een gebouw of bouwdeel Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk Middelhoogbouw gebouwen van drie of vier lagen
Middenstijl vertikaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn. Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak Ondergeschikt voert niet de boventoon Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw Openbaar toegankelijk gebied de weg alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is (met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer) Openbare ruimte zie openbaar toegankelijk gebied Oriëntatie de richting van een gebouw Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bestaat uit een dak en minimaal aan twee zijden open Overstek bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel) Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw Portiek gemeenschappelijk trappenhuis Piramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een
punt ontmoeten Rabatdelen planken met duidelijk duidelijke groeven Reclame een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst Renovatie vernieuwing van een gebouw Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 94
Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand Rooilijn lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden Sanering herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving Speklaag doorlopende horizontale laag in een contrasterende kleur en/of materiaal Stads- en dorpsvernieuwing maatregelen voor de verbetering of vervanging van bebouwing en de openbare ruimte daaromheen Strookramen horizontaal raam met onderverdeling, veelal net zo breed als de gevel Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk) Uitbouw aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk Voorkant de bebouwing en het erf in zoverre duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen Zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 95
Bijlage 2
BEELDKWALITEITSPLANNEN De nota ruimtelijke kwaliteit bevat geen welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten die niet passen in het ruimtelijk beleid. Dergelijke welstandscriteria maken onderdeel uit van een planningsproces en hangen samen met andere ruimtelijke overwegingen. Welstandscriteria ontwikkelingen De richtlijnen worden per locatie bepaald. Voor ontwikkelingslocaties werkt de gemeente daarom in beginsel met beleid op maat, waarin overwegingen ten aanzien van de gewenste omgevingskwaliteit en welstandscriteria zijn opgenomen. Welstand in een beeldkwaliteitsparagraaf Voor plannen met meer invloed op het aanzien van de omgeving of waarvoor de uitwerking minder eenduidig is een beeldkwaliteitsparagraaf een mogelijkheid. Een dergelijke paragraaf is een beoordelingskader met een beschrijving van de gewenste inpassing, uitgangspunten voor de beoordeling, referentiebeelden en criteria die richting geven aan de uitwerking. Welstand in een beeldkwaliteitsplan Voor ingrijpende plannen is een beeldkwaliteitsplan geschikt om beleidsregels met betrekking tot welstand vast te leggen. Een dergelijk plan is een uitgebreid beoordelingskader met een beschrijving van het plan op hoofdlijnen, eventuele uitwerkingsscenario’s voor deelgebieden, referentiebeelden, uitgangspunten voor de beoordeling en criteria die richting geven aan de uitwerking.
Vaststelling De beoordelingskaders voor welstand gaan inhoudelijk en procedureel veelal gelijk op met de stedenbouwkundige plannen, nieuwe bestemmingsplannen of ruimtelijke onderbouwingen. Ze worden vastgesteld door de gemeenteraad als toevoeging aan de nota ruimtelijke kwaliteit, waarmee onder meer de algemene criteria van toepassing blijven.
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 96
Aandachtspunten inhoud Een beeldkwaliteitsplan of -paragraaf is een beoordelingskader op maat en bevat in ieder geval de volgende onderdelen: Inleiding Met daarin een korte toelichting op de aanleiding en context van het plan. Daarnaast is het van belang de relatie tussen het beeldkwaliteitsplan en de wettelijke plantoetsing te duiden. Wat zegt de nota ruimtelijke kwaliteit en het bestemmingspan over de locatie? Is er provinciaal beleid van invloed? Wettelijke mogelijkheden maken het niet praktisch alles vast te willen leggen in een beeldkwaliteitsplan. Gevraagd wordt de hoofdlijnen van het beeldkwaliteitsplan bestand te maken tegen de vergunningvrije praktijk. Als laatste is het van belang een doorzicht te geven naar de toekomst. Na oplevering van het project vervalt het beeldkwaliteitsplan en worden (verbouw)plannen getoetst aan de criteria in de nota ruimtelijke kwaliteit. Beschrijving Een beschrijving op hoofdlijnen bevat in ieder geval een kaart van de locatie en een schetskaart van het plan met toelichting. Zowel de specifieke kenmerken van de plek, als de eigenschappen van het plan komen hierin naar voren en worden eventueel aangevuld met uitwerkingsscenario’s voor deelgebieden. Richtlijnen De beschrijving wordt gevolgd door uitgangspunten voor de beoordeling en criteria die richting geven aan de uitwerking. Voorwaarde voor de criteria is dat ze toetsbaar zijn.
Daarnaast is het de vraag welke flexibiliteit nodig is om het gewenste beeld te verkrijgen. In aanvulling op de welstandstoets kan een beeldkwaliteitsplan een relatie leggen met landschap en stedenbouw. Om hier recht aan te doen, kan een splitsing gemaakt worden naar landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische richtlijnen, al dan niet aangevuld met enkele algemene uitgangspunten die aan de basis van de ontwikkeling staan. Referentiebeelden Ter illustratie van de criteria worden referentiebeelden gebruikt. De beelden zijn toegespitst op massa, uitwerking, materiaal en kleur en indien nodig op indeling van het erf en beplanting. Uitsplitsing in voornoemde onderdelen zorgt ervoor dat niet ieder beeld op elk onderdeel kloppend hoeft te zijn. Als voldoende helder is waar de referentie voor bedoeld is, kan een foto van een gewenst straatbeeld met daaraan enkele volumes met een minder gewenste uitwerking toch gebruikt worden.
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 97
Bijlage 3
BRONNEN Gemeente Krimpenerwaard, Handleiding voor de omgang met cultureel erfgoed in de Krimpenerwaard, 2016 Provincie Zuid Holland, Gebiedsprofiel Krimpenerwaard, 2014 Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Haastrecht, 2014 Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stadsgezicht Schoonhoven, 1971 Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, Toelichting bij het besluit tot uitbreiding van beschermd dorpsgezicht Vlist, 1987 Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, Zonne-energie in de historische omgeving, 2014 Stenvert, R., et al, Monumenten in Nederland, Zuid-Holland, 2004
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 98
Colofon De nota ruimtelijke kwaliteit werd opgesteld voor de gemeente Krimpenerwaard door Twan Jütte stedenbouw architectuur te Delft. Twan Jütte Stedenbouw en architectuur Mijnbouwstraat 120 2628 RX Delft 015 285 38 58 www.beeldkwaliteit.nl
Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 99
gemeente Krimpenerwaard www.krimpenerwaard.nl
Postbus 51 2820 AB Stolwijk