CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL - Nota Ruimtelijke Kwaliteit - 1053997.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Beleidsnota zon op dak beschermd gezicht29.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Enkelzijdige nokverhoging aan achterkanten van zadeldaken

2,00-2,50 m

v

0,90-1,20 m

a

Enkelzijdige nokverhoging (langskapverhoging) aan achterkant plaatsen

≤ 3,00 m ≥ 1,00 m

v

a

Opbouw op plat dak, terugliggend vanaf de voorgevel

0,90-1,20 m

2,00-2,50 m

v

v

a

a ≤ 3,00 m

Beoordeling Een dakopbouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan, is er sprake van een monument of bestaat er twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria. Criteria Dakopbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Algemeen • de opbouw is gelijk in plaatsing, oriëntatie, vorm en uitwerking aan eerder geplaatste dakopbouwen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits deze een positieve welstandsbeoordeling hebben gehad • het hoofdgebouw heeft minstens twee bouwlagen en is voorzien van een plat dak of een zadeldak (symmetrisch of a-symmetrisch) met een helling van hoogstens 35 graden • direct op hoofdmassa plaatsen en regelmatig rangschikken op horizontale lijn • één dakopbouw per woning Nokverhoging • uitgangspunt zijn enkelzijdige nokverhogingen aan achterkanten van samenhangende rijwoningen met kap • over de gehele breedte van de woning aanbrengen of bij tussenwoningen op minstens 0,50 m uit de grenslijn tussen de woningen en bij hoekwoningen op minstens 1,00 m van de zijkanten van het dakvlak • gemetselde schoorstenen respecteren • de nok is evenwijdig aan de

voorgevel • hellingshoek nokverhoging is gelijk aan het bestaande dak • onderkant kozijn bij nokverhoging direct aansluiten op het dakvlak • de stahoogte in de bestaande ruimte is tussen de 2,00 m en de 2,50 m • de goot van de nokverhoging is gelijk aan de daknok of lager • kozijn tussen 0,90 en 1,20 m hoog • enkelzijdige nokverhoging in stijl en afwerking gelijk aan het hoofdgebouw • kozijn grotendeels invullen met glas, zijwanden zijn dicht Opbouw op plat dak • plaatsen op een dak van een samenhangende rijwoning of vrijstaande woning • totale hoogte van de opbouw is maximaal 3,00 m • opbouw met plat dak terugleggen van de voorgevel met nieuwe gootlijn evenwijdig aan de voorgevel (eventuele terrashekwerken ook terugleggen van de gevel) • opbouw met (bescheiden) kap in de voorgevellijn plaatsen, met de kap bij voorkeur haaks op de gevel • dakopbouw in stijl, afwerking en kleur afstemmen op het hoofdgebouw • doorgaande elementen als dakgoten en daklijsten behouden

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 34

Object 6

Erfafscheiding  en erfafscheiding is bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de E openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare ruimte zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op wat betreft de hoogte. Beoordeling Een erfafscheiding voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan, is er sprake van een monument of bestaat er twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Erfafscheidingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • voor de voorgevellijn en op minder dan 1,00 m afstand van openbaar toegankelijk water maximaal 1,00 m hoog • in overige gevallen maximaal 2,00 m hoog • eenduidige vormgeving (geen combinatie van diverse vormen en materialen) • materialen als te begroeien draadstaal, gaas of spijlen, danwel metselwerk of hout gebruiken • terughoudend in kleur, zoals groen, bruin of naturel Aanvullende criteria Voor gebied met gewoon of bijzonder welstandsniveau gelden de volgende aanvullingen: • vorm en maat afstemmen op afscheiding naastgelegen perceel mits deze voldoet aan de objectcriteria voor erfafscheidingen • ijzeren toegangshekken zijn hoogstens 8,00 m breed en eventueel voorzien van gemetselde penanten met een hoogte van maximaal 1,80 m • in de beschermde gezichten: - erfafscheiding die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en geen onderdeel vormen van een gesloten straatwand zijn deels transparant, met zowel een horizontale als een verticale geleding - uitvoeren in hout of ijzerwerk schilderen in een donkere en gedekte tint (bijvoorbeeld zwartgroen) eventueel met witte accenten

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 35

Object 7

Installatie Installaties voor bijvoorbeeld airconditioning, afvoerkanalen en antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of op of aan een bouwwerk worden aangebracht. Andere installaties zijn energiebesparende maatregelen als zonnepanelen en -collectoren. Dit zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en in veel gevallen vergunningvrij zijn. Kleine windmolens worden veelal op een gebouw geplaatst. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Beoordeling Een installatie voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan, is er sprake van een monument of bestaat er twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Basiscriteria Installaties worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • meerdere installaties per pand clusteren (eventueel afschermen), zonnepanelen en -collectoren regelmatig rangschikken op een raster • achter de voorgevellijn plaatsen en bij voorkeur op daken of aan de achtergevel bevestigen • zonnepanelen en -collectoren aan gebouwen alleen op daken plaatsen (en op schuine daken vlak aanbrengen) • hoogte relateren aan nabijgelegen bebouwing • indien zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied slank vormgeven • materialen en kleuren onopvallend (zoals gegalvaniseerd, antraciet, grijs en dakdoorvoeren in de kleur van het dakvlak) Aanvullende criteria Voor gebied met bijzonder welstandsniveau gelden de volgende aanvullingen: • installatie en bijbehorende voorzieningen, zoals afvoerpijpen en bevestigingsconstructie, als één geheel vormgeven • schotelantennes: - alleen aan achterkanten - doorsnede maximaal 2,00 m • installatie aan het gebouw is maximaal 0,50 m hoog en 1,00 m breed • afvoerkanalen steken hoogstens 0,50 m boven het naastgelegen dakvlak • binnen de context van cultureel erfgoed plaatsen: - onzichtbaar vanuit de openbare ruimte - met behoud van het historische materiaal, karakter en aanzicht

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 36

Object 8

Rolluik  olluiken zijn voorzieningen om glazen puien van gebouwen te beschermen. Deze R voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig of opgesloten aanzien geven. Het plaatsen van rolluiken aan de binnenzijde van een pui is in veel gevallen vergunningvrij.

Voor minstens 70% bestaand uit glasheldere openingen

Beoordeling Een rolluik voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan, is er sprake van een monument of bestaat er twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria. Basiscriteria Rolluiken worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • op de begane grond aan de naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte gevel mits voor minstens 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen • rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel inpassen • kleuren zijn terughoudend of afgestemd op de gevel Aanvullende criteria Voor gebied met bijzonder welstandsniveau gelden de volgende aanvullingen: • alleen aan de binnenzijde van de pui plaatsen • in de beschermde gezichten zonwering alleen in de vorm van markiezen

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 37

Object 9

Reclame Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames, spandoeken en vlaggen bepalen in hoge mate de beleving van de openbare ruimte. Reclames in gebieden met commerciële functies kunnen op zijn plaats zijn en de visuele aantrekkingskracht van de omgeving verhogen, maar kunnen daar qua vormgeving, omvang en hoeveelheid ook afbreuk aan doen. In andere gebieden zijn (bepaalde) reclames ongewenst. Voor constructies waar reclame op wordt aangebracht, is in veel gevallen een vergunning nodig. Beoordeling Een reclame voldoet aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op welstandshalve goedgekeurde bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke panden in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan, is er sprake van een monument of bestaat er twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Criteria Reclames worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Algemeen • alleen reclame voor diensten of producten die in het pand of op het perceel plaatsvinden respectievelijk worden verkocht • reclame plaatsen met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte (voorkom hinder voor voetgangers en ander verkeer) • reclame is ondergeschikt aan het gebouw • gevelreclame: - plaatsen loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel op bouwlagen met winkel- of bedrijfsbestemming (voorkom hinder voor woningen in de omgeving) - hoogstens twee reclames per gevel of gebruiker - afstemmen op hoofdgebouw en architectuur van de gevel (aanwezige samenhang en gevelritmiek behouden) - als zelfstandig element vormgeven in aansluiting op de architectuur van het pand (plaatsen in de structuur van gevel of pui en in beginsel integreren in de architectuur) - in beginsel naamsvermelding van losse letters, kleuren zijn ingetogen (geen bewegende elementen toevoegen) - lichtreclame beperken in lichtintensiteit en ingetogen uitvoeren, zonder bewegende delen, wisselende beelden en reflecterend materiaal • vrijstaande reclame: - plaatsen bij de entree van het erf of op een parkeerterrein - hoogstens één losse reclame en drie geclusterde vlaggenmasten per pand of erf - zorgvuldig vormgeven met losse letters of borden, eventueel aangelicht

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 38

Object 9

Reclame Aanvulling beschermde gezichten Schoonhoven, Haastrecht en Lekkerkerk • reclame vlak tegen de gevel: - afstemmen op de gevelindeling - plaatsen binnen de maten van de onderliggende gevelopeningen (in beginsel tot 70% van de gevelbreedte) - een bescheiden hoogte (in beginsel tot 0,50 m hoog) - aanbrengen boven pui begane grond en onder raamdorpels verdieping • reclame haaks op de gevel: - hoogstens één per winkel en uitvoeren als bord of banier - hoogstens 0,50 bij 0,70 m • in beginsel geen vrijstaande reclame en vlaggen plaatsen • bescheiden en ingetogen reclame passend in het gevelbeeld (met inbegrip van kleur), ondergeschikt aan het straatbeeld en geïntegreerd in de architectuur van het pand Aanvulling winkelgebieden en overige dorpskernen • reclame vlak tegen de gevel: - horizontaal tot 70% van de gevelbreedte en maximaal 0,75 m hoog - aanbrengen boven pui begane grond en onder raamdorpels verdieping • reclame haaks op de gevel: - hoogstens 1,00 m2 en onder de ramen van de verdieping en uitvoeren als bord of banier - hoogstens één vlag per 4,00 m gevel - onder de scheiding van begane grond en verdieping (voorkom hinder voor voetgangers en verkeer) • bescheiden lichtreclame mogelijk (voorkom hinder voor woningen) • meerdere reclames aan een gevel eenduidig vormgeven Aanvulling bedrijventerreinen • gevelreclame: - lichtbakken of felle kleuren mogelijk in het

binnengebied (niet aan de randen) - reclames op bedrijfsverzamelgebouwen clusteren bij de gebouwentree - reclame vlak tegen de gevel tot 70% van de gevelbreedte en maximaal 0,75 m hoog - reclame haaks op de gevel hoogstens 1,00 bij 1,00 bij 0,25 m - losse letters bovendaks mogelijk • vrijstaande reclame: - gezamenlijke verwijzingsborden aan invalswegen en bij bedrijfsverzamelgebouwen - maximaal 3,50 m hoog, reclamezuilen gelijk aan of lager dan het hoofdgebouw met een maximum van 6,00 m • afhankelijk van de ligging en omvang van het pand is meer reclame denkbaar

(Zie verder op de volgende pagina.) Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 39

Aanvulling woongebieden • aan of bij woningen met praktijk aan huis in hoogstens 0,20 m2 reclame in terughoudende kleuren, bestaande uit naam- en beroepsaanduiding • hoogte van vrijstaande reclame, inclusief onderconstructie, is maximaal 1,20 m • aan of bij winkels en bedrijven in woongebieden: - hoogstens 1,00 m2 per 10 m gevel onder de verdiepingsramen - bij gevels vanaf 15 m en op hoeken zijn eventueel meerdere reclames mogelijk - hoogte afhankelijk van situatie tot een maximum van 2,25 m - plaatsing, vormgeving en kleur afstemmen op omgeving (beperkt lichtgebruik) - naam en aard bedrijf aanduiden of eventueel merkreclame voor één product Aanvulling groen en parken • gevelreclame: - reclame beperkt toepassen (hoogstens 1,00 m2 lichtreclame per clubgebouw) - hoogte maximaal 1,20 m • vrijstaande reclame op sportvelden: - plaatsen op borden rondom (en gericht op) hoofdspeelveld met een hoogte van maximaal 1,20 m, met uitzondering van scoreborden - reclame is onverlicht en onbeweeglijk • per sportcomplex als gezamenlijke presentatie bij hoofdentree of langs toegangsweg maximaal vijf vlaggenmasten met een hoogte van maximaal 6,00 m Aanvulling landelijk gebied, dijk- en polderlinten (inclusief Vlist) • hoogstens twee reclames in de vorm van product- of naamsvermelding • aanbrengen aan de voorgevel van een bedrijfsgebouw en/of bij de erftoegang • reclame aan de gevel heeft

een oppervlak van hoogstens 5% van de betreffende gevel (afhankelijk van de situatie is bescheiden lichtreclame mogelijk) • hoogstens twee vrijstaande reclames per bedrijf: - per object hoogstens 1,00 m2, maximaal 2,00 m breed en tot 2,50 m boven het maaiveld - in beginsel geen reclame op onbebouwde percelen • onverlicht en terughoudend van kleur (bij voorkeur donker bord, lichte letters) • in de beschermde gezichten bescheiden van maat en in uitvoering

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 40

HOOFDSTUK 5 Criteria gebieden

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 42

Hoofdstuk 5

CRITERIA GEBIEDEN Een belangrijke pijler van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen. Een toelichting op de te volgen procedure voor grotere plannen is te vinden in hoofdstuk 6. De gebiedsbeschrijvingen ondersteunen de verschillende welstandsniveaus. Afhankelijk van het gevraagde niveau van welstand zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. Per gebied is naast een beschrijving een aantal toetsingscriteria opgenomen. Deze gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. De welstandscriteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Op basis van de gebiedscriteria kan binnen de grenzen van het bestemmingsplan een gewogen oordeel gevormd worden over bouwplannen. In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven. Gebruiksregel Voor objecten en ensembles met van het gebied afwijkende bouwstijlen kan voor de bespreking verwezen worden naar andere gebieden die beter aansluiten op de karakteristiek van deze bebouwing.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 43

Kernen

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 45

Gebied 1A

Stedelijke kernen Beschrijving De beschermde stadsgezichten van Haastrecht en Schoonhoven bestaan uit stenige straten met een kleinstedelijk karakter en bebouwing uit diverse periodes. Een groot deel van de bebouwing draagt bij aan het historische karakter van de kernen. De vestingwerken in Schoonhoven hebben een meer groene uitstraling. De straten in de stedelijke kernen zijn stenig met aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. Voortuinen komen weinig voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. De stedelijke kernen bevatten diverse functies. Woningen worden afgewisseld met andere functies als winkels, bedrijven, kerken en scholen. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen en variërende kappen. De traditionele stadshuizen zijn relatief smal en diep en bestaat uit twee woonlagen met een kap waarvan de nok haaks op de straat staat. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld.

De bebouwing heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige veelal rijke detaillering. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Historische gevels hebben veel accenten terwijl de detaillering van nieuwere panden vaak sober is. Bijgebouwen zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen in aardtinten, soms van natuursteen of in een lichte tint gepleisterd. Kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Schoonhoven De binnenstad van Schoonhoven is ontstaan aan de Lek bij een dam in veenstroom de Zevender, op de grens van Graafschap Holland en het Sticht van Utrecht. Schoonhoven is een voorbeeld het een origineel Nederlands type van stedevorming met een rivierhaven als centrum. De Haven, inclusief de Oude Haven, is het belangrijkste structuurelement in de stadsplattegrond. Ten westen hiervan is de structuur helder met evenwijdig aan de voormalige havens lopende straten en vrijwel rechthoekige bouwblokken. Aan de oostzijde is het patroon complexer met onder meer een diagonale richting als gevolg van oude uitvalswegen en een verdwenen waterloop.

Het huidige stratenpatroon is al in de 15e eeuw vastgelegd, net als de ligging van bijzondere objecten als de Waag, het stadhuis en de kerk. De ligging en massa van de bebouwing stamt ook uit deze tijd, terwijl de vormgeving van de meeste objecten later is gewijzigd. De basis voor de Oude Hollandse Waterlinie werd gelegd in de 16e eeuw met onder andere vestingwerken aan de oostzijde van Schoonhoven. De afronding en modernisering van de vesting vond echter pas eind 17e eeuw plaats. Aan het begin van de 19e eeuw verloor Schoonhoven zijn functie als vestingstad, waarop de vestingwallen werden geëgaliseerd en een nieuwe functie kregen. Aan de westzijde werd de gracht gedempt en ingevuld met woningbouw. In de 20e eeuw zijn op diverse plekken enkele rijen en complexen seriematige woningen gebouwd, zoals aan het noordelijke deel van de Havenstraat en Havenstraatsewal. Bij enkele van deze rijen zijn verspringende rooilijnen, nokken haaks op de straat en variatie in kleur baksteen toegepast, die in enige mate refereren aan de historische pandsgewijze bebouwing.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 46

Gebied 1A

Stedelijke kernen Opmerkelijk binnen het beschermd gezicht van Schoonhoven zijn de voormalige vestingwerken aan de oostzijde van de stad, die tegenwoordig hoofdzakelijk zijn ingevuld met relatief grootschalige bebouwing in een relatief groene omgeving. De structuur van de oude vesting is door deze invullingen op meerdere plekken gewijzigd, waardoor de maat en schaal van het individuele, kleinschalige pand niet overal meer herkenbaar is. Nog wel goed herkenbaar is het Springerpark, dat van oudsher in de noordoosthoek van de vesting ligt. Naast de inrichting van het gebied met een begraafplaats en een park is relatief grootschalige bebouwing met verschillende functies toegevoegd. De gebouwen zijn (semi)geschakeld en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte waarbij de rooilijnen ten opzichte van elkaar enigszins verspringen. De plattegrond varieert van eenvoudig tot complex. De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd, maar ook beperkte herhaling komt voor. De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van meerdere lagen met een plat dak of kap. De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Materialen zijn ook hier overwegend traditioneel, kleuren veelal rustig en sober met hier en daar een accentkleur. Haastrecht Haastrecht ligt aan beide zijden van de Hollandsche IJssel.

De dorpskern is door het Rijk aangewezen als beschermd gezicht vanwege de goed herkenbare historische structuur van een dijk- en damnederzetting van middeleeuwse oorsprong in combinatie met de goed bewaarde bebouwing uit met name de 17e tot vroeg 20e eeuw. De Hoogstraat is vrij dicht met overwegend aaneengesloten bebouwingswanden en alleen incidentele doorzichten op IJssel en achterland. Historisch waardevolle elementen zijn onder meer het voormalige raadhuis, de van oorsprong middeleeuwse kerk, de ijzeren ophaalbrug en buitenplaats Bisdom van Vliet met overtuin. Ander bijzonder element is het Hofje aan de Hoogstraat met een façade van twee puntgevels aan weerszijden van het toegangspoortje. Op de binnenplaats staan zes woningen. De oorspronkelijke parcellering is slechts op enkele plekken aangetast. Grote ingrepen zijn de demping van de haven en de omlegging en modernisering van de provinciale weg geweest. Daarnaast doorbreekt het relatief grote woonblok van ruim twee lagen met flauwe kappen aan de oever van de IJssel de structuur. Dit blok ligt op de achtererven van de bebouwing aan de Hoogstraat en vooral goed zichtbaar vanaf de IJssel en de Veerlaan. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn gebouwen met een bijzondere functie, zoals de kerken en het stadhuis en andere historische objecten zoals de stadspoort en restanten van de vestingwerken.

Deze gebouwen vormen accenten door hun ligging in het stedelijk weefsel en de afwijking in massa, opbouw en vorm.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 47

Gebied 1A

Stedelijke kernen Uitgangspunten De stedelijke kernen hebben een bijzonder welstandsniveau. De gebieden hebben een rijke geschiedenis en zijn door het Rijk aangewezen als beschermd gezicht. De waarde van de stedelijke kernen is in ieder geval gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. De waarde van de vestingwerken is vooral gelegen in de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur. Een groot aantal panden en andere bouwwerken is cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud en eventueel herstel van de oorspronkelijk structuurelementen en de cultuurhistorische bebouwing. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de  ruimtelijke kwaliteit van het straatbeeld. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit.

Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (eventueel meerdere voorgevels geven) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen • bijgebouwen staan in beginsel uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn • op de vestingwerken: - staan gebouwen vrij op de kavel - is er per kavel één hoofdmassa, die georiënteerd is op de belangrijkste openbare ruimte (deze hoofdmassa kan meerdere voorgevels hebben)

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 48

Gebied 1A

Stedelijke kernen Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het karakter van het gebied en afgestemd op de historische structuur of bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • panden hebben in beginsel één tot drie lagen met eenduidige kap, afgestemd op de context • de begane grondlaag van het gebouw afstemmen op de geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in beginsel aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben in beginsel een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing • gevelcompositie afstemmen op de bestaande situatie •  begane grondlaag afstemmen op geleding,

ritmiek en stijl van gevel en straatwand • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking zorgvuldig afstemmen op hoofdvolume • op de vestingwerken: - de onderste gebouwlaag van complexen waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) - entreepartijen vormgeven als accenten of zelfstandige volumes - bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren - zijn geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies wenselijk Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen, eventueel aangevuld met andere traditionele materialen danwel in een lichte tint gepleisterd of gekeimd, etalages hebben een gesloten plint • hellende daken dekken met matte, keramische pannen • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn in beginsel traditioneel of afgestemd op de archtitectuur van het pand

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 49

Gebied 1B

Dorpskernen Beschrijving Verspreid over de Krimpenerwaard zijn er diverse historische dorpskernen. Deze verdichtingen in doorgaande linten hebben overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. De gebieden hebben in de regel een vrij stenig karakter. De dorpskernen hebben in de regel smalle straten met (vrijwel) aaneengebouwde panden. De meeste panden hebben in een individueel karakter. De uitlopers worden groener als gevolg van voortuinen en toenemende ruimte tussen de panden. Een deel van de bebouwing bestaat uit (voormalige) boerderijen. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg of het oorspronkelijke polderpatroon en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is in de regel georiënteerd op de weg en staat hier direct aan of heeft een voortuin. Er is sprake van enige functiemenging. De bebouwing is veelal georiënteerd op de weg en heeft een gevarieerd en individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. Door individuele verbouwingen is met name bij oudere rijen de eenheid hier en daar verloren gegaan. Bij- en bedrijfsgebouwen staan veelal achter het hoofdgebouw. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen.

De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw met verticale gevelopeningen. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De kernen hebben een grote diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering van de panden is in de regel zorgvuldig en varieert van sober tot rijk. Met name de oudere gevels hebben veel accenten, zoals siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten, muurankers en kozijnen. Ramen zijn onderverdeeld met stijl en regelwerk. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint. De kap is gedekt met keramische pannen, bij uitzondering met riet. Kozijnen zijn in de regel uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bij rijwoningen is het van oorsprong samenhangend kleurgebruik regelmatig doorbroken als gevolg van individuele wijzigingen. De begane grondlaag van (voormalige) winkels en bedrijven heeft veelal een afwijkende invulling. Ammerstol Aan de Lekdijk ligt Ammerstol. Bebouwing langs de Lek staat op kruinhoogte of onderaan de dijk. Ten westen van de Grote Kerkstraat is de dijk van oudsher tweezijdig bebouwd. Opvallend element is de kerk, die achter de dijk op een plein staat. Bergambacht De dorpskern van Bergambacht ligt meer landinwaarts en heeft alleen via de uitloper Dijklaan contact met de Lek.

Het profiel van de Raadhuisstraat is statig met aan weerszijden een rij bomen. Aan de Hoofdstraat zijn in de loop der tijd enkele kleinschalige appartementenblokken en relatief grote bedrijfspanden geplaatst. Op deze plekken is de oorspronkelijke parcellering niet altijd meer even goed afleesbaar. De kerk staat duidelijk in het zicht op een groene terp en wordt omringd met kleinschalige bebouwing. Berkenwoude Centraal in de Krimpenerwaard ligt Berkenwoude. De kern bestaat uit de Dorpsstraat en omgeving en is een verdichting in het polderlint West- en Oosteinde en heeft een bescheiden omvang. Bijzondere elementen zijn de kerk en de samengestelde massa van cultureel centrum De Zwaan.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 50

Gebied 1B

Dorpskernen Gouderak Gouderak ligt aan de Hollandsche IJssel tegenover het oudere Moordrecht en is daar met een veerdienst mee verbonden. Het dijklint is tweezijdig bebouwd waarbij vrijwel alle bebouwing op kruinhoogte staat. Enkele panden aan de dijk zijn vervangen door geschakelde panden met een sobere, seriematige uitwerking. De kerk staat direct achter de dijk op het lager gelegen achterland. Krimpen aan de Lek De kern van Krimpen aan de Lek bestaat enerzijds uit het dijklint en anderzijds uit de nieuwe centrumontwikkeling langs de Hoofdstraat. Krimpen aan de Lek heeft relatief veel winkels. Kenmerkend is de combinatie tussen oude en nieuwe bebouwing van vergelijkbare smaak. De middelhoge bebouwing wordt gekenmerkt door schaalverkleining binnen de relatief grote maat van de objecten. Zowel in massa als in uitwerking komen onderbrekingen voor, waaronder verspringende rooilijnen, samengestelde kappen, erkers en poortjes in de gevels en afwisselingen in materialen en kleuren. Op deze wijze is een deel van de nieuwe centrumbebouwing verwant aan de afwisselende, kleine massa’s van de oude dijkwoningen langs de Lek. Lageweg Buurtschap Lageweg is uitgegroeid tot kern met een achterliggend woongebied. De dorpskern ligt verhoogd in het landschap en is relatief groen en open. Aan een zijde van de weg ligt een sloot en de woningen hebben voortuinen.

De woningen aan de slootzijde worden in de regel ontsloten met bruggen. Uitzondering zijn de verharde voorerven van enkele bedrijven in het lint. Bijzonder object is het relatief recente kerkgebouw met een samengestelde massa en vrij moderne uitwerking. Lekkerkerk Tussen Krimpen aan de Lek en Bergambacht ligt Lekkerkerk. Een deel van deze kern is aangewezen als gemeentelijk beschermd gezicht Voorstraat. De buitenruimte in het beschermd gezicht bestaat vooral uit openbare ruimte, hier en daar aangevuld met een privéstoep of ondiepe voortuin. De dijk is ingericht als stenige boulevard met enkelzijdige bebouwing en een wijds zicht over de Lek. De bebouwing is overwegend aaneengesloten, waarbij de rooilijnen de krommingen van de dijk volgen. Hier en daar is er een steeg of weg haaks op het lint met doorzicht naar het achterland. De meeste woningen in het beschermd gezicht hebben twee lagen met een kap. Nokken zijn evenwijdig aan de dijk of staan hier haaks op. Naastgelegen woningen verschillen in de regel niet alleen in uitwerking maar ook in beukmaat, kapvorm en -richting, bouw- en goothoogte. De individualiteit van de panden wordt verder benadrukt door variaties in gevelbeëindiging en de toepassing van ornamenten als uitkragende of juist terugliggende opbouwen, horizontale belijningen, gemetselde lateien en sluitstenen. Kozijnen voor deuren en ramen zijn in de regel staand.

Ramen op de verdieping zijn kleiner dan ramen op de begane grond. Gevels van metselwerk worden afgewisseld met blokbepleistering, stuc- en keimwerk. Daken zijn gedekt met keramische pannen, riet komt bij uitzondering voor. Kozijnen zijn in de regel van hout. In de loop der tijd is een deel van de oorspronkelijke ornamentiek van de gevels verloren gegaan. Ten westen van het beschermd gezicht is de straatwand meer open en aangevuld met enkele buitendijkse panden, waaronder twee flinke appartementencomplexen van vier lagen met plat dak en een langgerekt aaneengesloten blok rijwoningen van drie lagen, met onderbroken en terugliggende kaplaag. Centraal in het gebied, direct achter de Voorstraat, staat de kerk. Achter het dijklint zijn relatief veel winkels, bedrijven en horecagelegenheden te vinden.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 51

Gebied 1B

Dorpskernen Ouderkerk aan den IJssel Het dijklint langs de IJssel is ter hoogte van Ouderkerk aan den IJssel aan twee zijden bebouwd met overwegend aaneengesloten straatwanden en enkele doorzichten op IJssel en achterland. De kerk staat aan de dijk op een ruim kavel en zorgt hiermee voor een doorzicht. Van oudsher gaat er een voetveer van Ouderkerk aan den IJssel naar Groot Hitland. Aan de dijk staan enkele blokken seriematige woningen met een grotere korrel dan de historische bebouwing. De oorspronkelijke parcellering is op deze plekken vrijwel niet meer herkenbaar. Stolwijk Het centrum van Stolwijk bevindt zich rond het Dorpsplein. De waterloop tussen Beneden- en Bovenkerkseweg is ter hoogte van de kern gedempt om ruimte te maken voor het centrum. Hierdoor is de hoofdas relatief breed met ruimte voor groenelementen, trottoirs en voortuinen. De achterliggende straten zijn wel smal met kleinschalige panden en een stenig karakter. De kerk staat vrij en wordt omringd door bebouwing van wisselende kwaliteit. Een knik in de weg ter hoogte van het Dorpsplein zorgt voor duidelijk zicht op de entree van het gemeentehuis. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met andere functies zoals kerken, (voormalige) raad- en gemeentehuizen. Deze elementen wijken af in massa, opbouw en vorm.

Uitgangspunten De dorpskernen in de Krimpenerwaard hebben een bijzonder welstandsniveau. De kernen hebben een in rijkheid variërend voorkomen, waarbij een deel van Lekkerkerk vanwege de goede herkenbaarheid van de historische structuur en bijbehorend bebouwingspatroon zijn aangewezen als beschermd gezicht. De waarde is in ieder geval gelegen in het goed behouden historische karakter met als basis de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing. Diverse objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud en in het beschermd gezicht eventueel herstel van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeide bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de  ruimtelijke kwaliteit van het gevarieerde straatbeeld. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft in het beschermd gezicht herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit.

Hierbij kan in ieder geval gedacht worden aan het benadrukken van het individuele, pandsgewijze karakter met verspringende rooilijnen, goot- en nokhoogten, het toepassen van gebiedseigen ornamenten en traditionele materialen en kleuren.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 52

Gebied 1B

Dorpskernen Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van de lintbebouwing behouden • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen volgen weg of slotenpatroon met kleine onderlinge verspringingen • de rooilijnen zijn per bouwmassa of rij in samenhang • doorzichten behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat in beginsel op achterterreinen Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op historische bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • de individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel • aansluiting op maaiveld en gevelbeëindiging zorgvuldig vormgeven • belijningen, horizontale en verticale elementen zijn per pand of ensemble herkenbaar • panden hebben in beginsel uit één, anderhalf of twee lagen met een kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk

van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met individuele panden en bescheiden ensembles • de hoofdmassa heeft een heldere en in de regel verticale geleding • fijne detaillering benadrukken in kleine elementen als gootklossen, windveren, belijning en baksteenpatronen in de gevel • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt •  begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van gevel en straatwand • ramen zijn in beginsel staand of worden (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, in beginsel traditioneel en per rij of ensemble in samenhang • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en soms in een lichte tint gepleisterd of geverfd • hellende daken dekken met keramische pannen • kleuren afstemmen op belendingen

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 53

Gebied 1C

Oude uitbreidingen Beschrijving De oude uitbreidingen van de Krimpenerwaard liggen in het verlengde van of haaks op de dorpskernen en in een schil rond de binnenstad van Schoonhoven. Ze bestaan uit gemengde dorpse lintbebouwing en een kleinstedelijk uitbreiding. De eerste uitlopers van de dorpen hebben overwegend gevarieerde, kleinschalige lintbebouwing uit diverse periodes in een gegroeide structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Ook het gebied direct ten oosten van de binnenstad van Schoonhoven heeft een vergelijkbaar karakter. De oudere delen rond Schoonhoven zijn onder te verdelen in de eerste uitbreiding buiten de vesting aan de westkant van het beschermd gezicht (Oude Singel en omgeving) en het aan de stad vastgegroeide Willige-Langerak. De kleinstedelijke uitbreiding aan en rond de Oude Singel is compacter en steniger dan de overige delen van dit gebied. In de oude uitbreidingen worden vrijstaande dorpsachtige woningen afgewisseld met korte rijen en een enkele boerderij. Er is sprake van enige functiemenging, hoewel in diverse oude uitbreidingen, waaronder de Oude Singel, voornamelijk gewoond wordt. Voortuinen komen veel voor. De omgeving van de Oude Singel heeft een steniger karakter door aaneengesloten straatwanden met aaneengebouwde individuele panden, korte rijen woningen en een enkele vrijstaande woning.

Woningen staan direct aan de straat of zijn voorzien van een stoep. Voortuinen komen hier bij uitzondering voor en zijn ondiep. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komen bedrijven voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op-en aanbouwen voor. De oude uitbreidingen hebben een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, variërend van sober tot rijk. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms (gedeeltelijk) geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn de verspreid in de gebieden voorkomende gebouwen met een bijzondere functie zoals enkele kerken, molens en watertorens.

Deze gebouwen vormen een accent door de afwijkende massa of de ligging in de stedenbouwkundige structuur. Uitgangspunten De oude uitbreidingen hebben een gewoon welstandsniveau. Uitzondering hierop zijn de gebieden in Schoonhoven en enkele korte stukken lint binnen een doorgaande bijzondere structuur, die een bijzonder niveau hebben. (Zie de niveaukaart in hoofdstuk 3.) De waarde is in ieder geval gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en het afwisselende beeld van de kleinschalige en gevarieerde woonbebouwing. Met name in de schil rond de binnenstad van Schoonhoven is het historische karakter goed behouden. Diverse objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeide bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Het uitgangspunt in de gebieden met een gewoon niveau is dat bouwplannen geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. In het gebied met een bijzonder niveau is het uitgangspunt dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van het gevarieerde straatbeeld. In verband Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 54

Gebied 1C

Oude uitbreidingen hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren, afgestemd op de omgeving. In het gebied met een bijzonder welstandsniveau is representativiteit een aandachtspunt bij nieuwbouw. Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse of kleinstedelijke karakter van de lintbebouwing behouden • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen volgen weg of slotenpatroon met kleine onderlinge verspringingen • de rooilijnen zijn per bouwmassa of rij in samenhang • doorzichten behouden • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • per kavel is er één hoofdmassa • de individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel

• aansluiting op maaiveld en gevelbeëindiging zorgvuldig vormgeven • belijningen, horizontale en verticale elementen zijn per pand of ensemble herkenbaar • panden hebben in beginsel uit één, anderhalve of twee lagen met een kap • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met individuele panden en bescheiden ensembles • de hoofdmassa heeft een heldere en in de regel verticale geleding • fijne detaillering benadrukken in kleine elementen als gootklossen, windveren, belijning en baksteenpatronen in de gevel • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt •  begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • ramen zijn in beginsel staand of worden (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend, in beginsel traditioneel en per rij of ensemble in samenhang • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of al dan niet

gedeeltelijk in een lichte tint gepleisterd of geverfd • hellende daken dekken met keramische pannen en bij uitzondering met riet • kleuren afstemmen op belendingen Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 55

Gebied 1D

Woongebieden Beschrijving In de woongebieden van de Krimpenerwaard worden korte rijen woningen  afgewisseld met vrijstaande woningen en enkele appartementenblokken in een hoofdzakelijk sobere baksteenarchitectuur langs overwegend groene straten. Binnen het woongebied is onderscheid te maken tussen dorpse en stedelijke invullingen. De meeste woongebieden in Krimpenerwaard hebben een dorpse omvang en invulling. In dit dorpse woongebied zijn de herhaalde clusters in de regel bescheiden in omvang. Herhaalde woningen worden afgewisseld met individueel vormgegeven woningen. Het beeld is afwisselend op kleine schaal: de bebouwing varieert veelal binnen een straatlengte. In het meer stedelijke woongebied in Schoonhoven Noord is de maat van de herhaalde eenheden in de regel wat groter. Hier staan ook appartementengebouwen en een enkele flat. Binnen de woongebieden worden vier hoofdtypen buurten onderscheiden. Rechte uitbreidingen  e woningbouw in de rechte uitbreidingen heeft een samenhangende compositie D door herhaling van rijen en blokken. Iedere kern heeft dit type uitbreiding, waarbij Schoonhoven Noord de meeste stedelijke invulling heeft. De veelal rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels zijn in principe georiënteerd op de straat. De ruime voortuinen versterken het groene karakter.

De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met kap, waarbij hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen geeft ritme aan het straatbeeld. Appartementenblokken hebben veelal eenvoudige vormen en zijn middelhoog, de onderste laag is soms half verdiept en in gebruik als berging. Ze zijn voorzien van een zadeldak of plat dak. De woningen worden ontsloten door portieken, die samen met andere gevelelementen zorgen voor een sterke ritmiek in het gevelbeeld. Daarnaast staan er in Schoonhoven Noord enkele hogere blokken. De woningen in deze flatgebouwen hebben balkons als buitenruimte en worden in de regel door een galerij ontsloten. Detaillering en materialen zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De gemetselde gevels zijn deels voorzien van houten of kunststof puien. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Meanderbuurten In de planmatig opgezette buurten uit de jaren zeventig en tachtig, zoals aan en in de omgeving van de Pinksterbloem in Haastrecht, Molenwerf in Lekkerkerk en Karekietstraat in Stolwijk, zijn de woningen gegroepeerd in clusters of rijen, waarbinnen hetzelfde woningtype wordt herhaald langs woonerven en een deels meanderend stratenpatroon. Het resultaat zijn diverse kleinschalige en besloten buurten en samenhangende ensembles. Het straatbeeld is vrij groen met bomen, perken en voortuinen.

Binnen een cluster komt over het algemeen één woningtype voor. Door een wisselende oriëntatie van de geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte ontstaat er een gedifferentieerd beeld met verspringende rooi- en noklijnen. De opbouw van de woningen wisselt. Verlengde daken, lessenaarkappen en diverse op- en aanbouwen komen veel voor. De detaillering is ook in deze wijken eenvoudig en seriematig.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 56

Gebied 1D

Woongebieden Individuele uitbreidingen De villa’s aan de Weidebloemstraat in Berkenwoude en de vrijstaande woningen aan de Heemraadsweg in Ouderkerk aan den IJssel zijn voorbeelden van individuele uitbreidingen. Deze uitbreidingen bestaan hoofdzakelijk uit (semi)vrijstaande woningen en/of tweekappers in een groene omgeving. De woningen staan in de regel op ruime kavels. De openbare ruimte is beperkt tot een weg met eventueel een trottoir of een grasstrook. De kavels worden ontsloten door inritten, parkeren vindt veelal plaats op eigen erf. De bebouwing is kleinschalig en varieert van eenvoudige (semi)vrijstaande huizen en tweekappers tot villa’s. Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de weg, waarbij de rooilijn in beperkte mate verspringt. De panden zijn individueel, gedifferentieerd en overwegend representatief. Daarnaast zijn er enkele clusters herhaalde woningen. De massaopbouw varieert van traditioneel tot modern. De huizen bestaan vaak uit één tot twee lagen met plat dak of (samengestelde) kap. De woningen hebben veel meeontworpen op- en aanbouwen waaronder erkers en carports. De architectonische uitwerking varieert van traditioneel tot modern. De detaillering is meestal van gemiddeld niveau, maar er zijn uitschieters naar boven met een zorgvuldige en rijke uitvoering. Materialen zijn vaak traditioneel met eigentijdse accenten en enkele versieringen.

Kleuren zijn terughoudend. Thematische uitbreidingen Recente ontwikkelingen zoals Dijlaan West in Bergambacht, Tiendhoek in  Lekkerkerk en Thiendenland II in Schoonhoven zijn in de regel verzorgd in uitwerking en detaillering. Deze gebieden hebben een heldere stedenbouwkundige structuur en gevarieerde woningen, die in architectuur en materiaal bewust zijn vormgegeven. De bebouwing heeft een thematische samenhang. Per cluster zijn de rooi- en noklijnen in samenhang en verspringen niet. De opbouw van de veelal seriematig gebouwde woningen is gevarieerd en gedifferentieerd. Hoeken van rijen zijn soms geaccentueerd met een extra laag. De woningen hebben meestal een onderbouw van twee tot drie lagen met zadeldak, schilddak, lessenaarkap of plat dak. Dakopbouwen komen met name op woningen van twee lagen met plat dak voor en hebben diverse vormen. De nok is evenwijdig aan de weg of staat hier haaks op. Appartementengebouwen staan in beginsel vrij op de kavel en hebben veelal torenachtige volumes. De architectuur is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld met accenten als uitstekende dakranden en structuur in het materiaal. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen, kerken, instellingen en andere voorzieningen zoals buurtwinkelcentra.

Deze gebouwen en complexen staan veelal vrij op de kavel en wijken af in massa, vorm en uitwerking. Buurtwinkels hebben in de regel een afwijkende gevelinvulling met veel glas. Aanvullend kwaliteitsbeleid Voor diverse plekken is aanvullend kwaliteitsbeleid vastgesteld. De Poort van Stolwijk Deze Poort vormt een ‘nieuwe’ entree en dorpsrand, waarmee Stolwijk zich presenteert aan de provinciale weg. Het beeldkwaliteitsplan beoogt een hoge kwaliteit en bepaalde mate van eenheid binnen het plangebied en geeft voorschriften voor plaatsing, massa, materialen en kleuren tot erfafscheidingen, parkeren en inrichting openbare ruimte.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 57

Gebied 1D

Woongebieden Bovenkerk - Vierde kwadrant Stolwijk In Bovenkerk wordt binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan veel vrijheid in de uitwerking geboden. Het resultaat is een gedifferentieerde buurt, waar bebouwing in de regel een klassieke uitstraling heeft. De toe te passen materialen zijn hoogwaardig, duurzaam en verouderen mooi. Baksteen in aardetinten zetten samen met witte kozijnen de toon. Tiendhoek II Lekkerkerk H ier wordt het woongebied uitgebreid met een kleinschalige woonbuurt.  Uitgangspunt zijn individuele panden in verspringende rooilijn met wisselende nokrichting en goothoogtes. Ieder pand heeft een eigen uitwerking zonder al te grote onderlinge verschillen. Ook op- en aanbouwen variëren en zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Geerestein Ouderkerk aan den IJssel Direct achter het lint, naast Geerestein, wordt een achterterrein met bedrijfsbebouwing getransformeerd tot woongebied. Gestreefd wordt om binnen dit seriematig ontwikkeld woongebied differentiatie aan te brengen in de uitwerking, in lijn met de lintbebouwing in de historische kern. Dit uit zich bijvoorbeeld in variatie in kaprichting, gevelbeëindigingen, metselwerkverbanden en verbijzonderingen als rollagen en gevelbelijningen. Bollocatie Schoonhoven Op dit voormalige militaire terrein in Schoonhoven Noord is woningbouw gedacht.

Het stedenbouwkundig plan houdt rekening met de ligging van de locatie en sluit op het lint aan met vrijstaande woningen en een enkele tweekapper. De uitwerking is in lijn met de architectuurstijl van de Schoonhovense architect Diederik Visse met onder meer grote dakvlakken, accentuering van entreepartijen, horizontale lijnen en met roeden onderverdeelde ramen. Centrum Schoonhoven Noord Voor herontwikkeling van dit wijkwinkelcentrum is een masterplan opgesteld. Doel is het onderling afstemmen van diverse (particuliere) ontwikkelingen tot één sterk wijkwinkelcentrum. Door door te bouwen in ensembles van enkelvoudige bouwvolumes wordt aangesloten op wat in de omgeving gebruikelijk is. Naast dit hoofdprincipe is het overige het centrumgebied een afwijkende bebouwingszone met een eigen verkaveling en uitwerking. De kwaliteitsambitie voor dit centrumgebied ligt hoger dan wat in de directe omgeving gebruikelijk is. Thiendenland II Schoonhoven De wijk krijgt een open en groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en grote groen- en waterelementen. In het ontwerp zijn drie zones onderscheiden met ieder een eigen bebouwingspatroon. Binnen deze zones ligt naast de zorg voor het totstandkomen van samenhang in bebouwing ook de nadruk op het verkrijgen van diversiteit.

De architectuur van de woningen zal gebaseerd worden op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. In het meest noordelijke deel van het gebied is het mogelijk om in afwijking van het beeldkwaliteitsplan in de binnengebieden enkele panden in een lichte tint te keimen.

Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 CONCEPT pagina 58

Gebied 1D

Woongebieden Voor het zuidelijke plandeel van Thiendenland II is een slingerend stratenpatroon gedacht, waarbinnen variatie en onderlinge verschillen tussen de woningen nadrukkelijk aanwezig zijn. De uitwerking van de woningen varieert binnen een jaren ‘30 stijl van klassiek tot landelijk tot modern, met bijbehorende kenmerkende eigenschappen in de uitwerking en het materiaal- en kleurgebruik. Uitgangspunten Het woongebied heeft een soepel welstandsniveau. Hier wordt alle nieuwbouw en reclame getoetst. In verband met de gevolgen voor de omgeving worden aan de gebiedsranden en bij gebouwen met een maatschappelijke functie ook verbouwplannen getoetst. Voor de overige plannen zijn alleen de criteria voor excessen van toepassing. Uitzondering hierop is de uitbreiding ten westen van de binnenstad van Schoonhoven dat een gewoon niveau heeft. (Zie de niveaukaart in hoofdstuk 3.) De waarde van het woongebied is in ieder geval gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig en bij de recentste uitbreidingen verzorgd. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in dit groene straatbeeld en het aanzien vanaf de doorgaande wegen en uit omringende gebieden.

Het uitgangspunt is dat bouwplannen in gebieden met een soepel welstandsniveau de kwaliteit op hoofdlijnen respecteren en geen afbreuk doen aan het dorps- of buurtbeeld. Voor bestaande woningen in gebied met een soepel niveau is het voorkomen van excessen de basis voor de toets op ruimtelijke kwaliteit. In gebieden met een gewoon welstandsniveau is het handhaven van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit het uitgangspunt. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5ef724a5-0c17-4a65-854f-771611f6799c