CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 3 Bijlagen bij Plantoelichting Bestemmingsplan Bredeweg 3 Haastrecht

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan Bredeweg 3, Haastrecht24.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1,70 0,87 2,64 1,71 1,20

1,68 0,87 2,61 1,70 1,19

------

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

30 30 30 30 30

104,12 98,89 102,77 99,87 104,71

100,06 95,03 98,71 96,11 100,67

94,39 89,26 92,96 90,34 95,00

Bredeweg Bredeweg Bredeweg

4,76 4,76 1,27

4,71 4,71 1,26

----

1,45 1,45 2,23

1,70 1,70 2,64

1,68 1,68 2,61

----

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

30 30 30

104,12 106,82 105,23

100,06 102,84 101,26

94,39 97,17 95,49

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:00:32

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht

Bijlage 4: Rekenresultaten

Adromi B.V.

S202138

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Lden - Bredeweg, incl. aftrek ex art. 110g van 5 dB Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Adromi b.v.

Resultatentabel Bouwplan Bredeweg 3 - v00 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Bredeweg Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

TK-O-02_B TK-O-02_A TK-Z-02_B TK-N-02_B TK-Z-02_A

Twee-onder-één-kapwoning 2, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel

113173,47 113173,47 113171,80 113168,51 113171,80

445653,12 445653,12 445648,83 445656,89 445648,83

4,50 1,50 4,50 4,50 1,50

49,3 48,0 45,3 45,2 44,7

45,2 44,0 41,2 41,1 40,7

39,5 38,3 35,5 35,5 35,0

49,5 48,3 45,5 45,5 45,0

TK-Z-04_B TK-N-02_A TK-Z-03_B TK-Z-06_A TK-Z-01_B

Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel

113166,09 113168,51 113162,82 113167,02 113158,00

445646,60 445656,89 445645,38 445644,37 445643,62

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

43,9 43,8 43,1 42,1 41,5

39,8 39,7 39,0 38,0 37,4

34,2 34,0 33,3 32,3 31,8

44,2 44,0 43,3 42,3 41,8

TK-N-01_B TK-Z-05_A HBW-N-02_B HBW-O-02_B TK-N-03_B

Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Hooiberg-woning 2, noordgevel Hooiberg-woning 2, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel

113154,92 113163,90 113126,69 113131,17 113161,32

445651,81 445643,20 445663,06 445657,88 445650,46

4,50 1,50 4,50 4,50 4,50

41,1 41,0 39,3 39,3 39,1

37,0 37,0 35,3 35,3 35,0

31,4 31,3 29,7 29,7 29,4

41,3 41,3 39,6 39,6 39,3

HBW-N-02_A APP-O-05_B TK-N-01_A HBW-N-01_B APP-Z-05_B

Hooiberg-woning 2, noordgevel Schuurappartement 5, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel Hooiberg-woning 1, noordgevel Schuurappartement 5, zuidgevel

113126,69 113141,16 113154,92 113120,20 113140,01

445663,06 445638,11 445651,81 445660,63 445632,82

1,50 4,50 1,50 4,50 4,50

39,0 38,9 38,8 37,9 37,2

35,0 34,8 34,7 33,9 33,1

29,3 29,1 29,1 28,2 27,4

39,3 39,1 39,1 38,2 37,4

HBW-O-02_A APP-Z-04_B APP-O-05_A APP-N-05_B APP-N-04_B

Hooiberg-woning 2, oostgevel Schuurappartement 4, zuidgevel Schuurappartement 5, oostgevel Schuurappartement 5, noordgevel Schuurappartement 4, noordgevel

113131,17 113134,53 113141,16 113136,53 113131,66

445657,88 445630,77 445638,11 445641,34 445639,52

1,50 4,50 1,50 4,50 4,50

37,0 36,7 36,6 36,6 36,3

33,0 32,6 32,6 32,5 32,3

27,3 27,0 26,9 26,9 26,6

37,3 37,0 36,9 36,8 36,6

APP-N-03_B TK-Z-01_A APP-Z-03_B APP-Z-02_B APP-Z-05_A

Schuurappartement 3, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Schuurappartement 3, zuidgevel Schuurappartement 2, zuidgevel Schuurappartement 5, zuidgevel

113126,67 113158,00 113129,10 113124,35 113140,01

445637,65 445643,62 445628,74 445626,97 445632,82

4,50 1,50 4,50 4,50 1,50

36,3 35,9 35,7 35,7 35,6

32,3 31,8 31,7 31,6 31,5

26,6 26,2 26,0 26,0 25,9

36,6 36,1 36,0 36,0 35,9

APP-Z-04_A HBW-Z-02_B APP-Z-01_B TK-N-04_B APP-N-03_A

Schuurappartement 4, zuidgevel Hooiberg-woning 2, zuidgevel Schuurappartement 1, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Schuurappartement 3, noordgevel

113134,53 113130,97 113120,00 113164,36 113126,67

445630,77 445651,84 445625,34 445651,60 445637,65

1,50 4,50 4,50 4,50 1,50

35,3 35,2 34,9 34,6 34,5

31,3 31,1 30,9 30,5 30,5

25,6 25,5 25,2 24,9 24,8

35,6 35,4 35,2 34,8 34,8

APP-Z-02_A APP-Z-03_A APP-N-02_B APP-N-04_A APP-N-05_A

Schuurappartement 2, zuidgevel Schuurappartement 3, zuidgevel Schuurappartement 2, noordgevel Schuurappartement 4, noordgevel Schuurappartement 5, noordgevel

113124,35 113129,10 113121,48 113131,66 113136,53

445626,97 445628,74 445635,71 445639,52 445641,34

1,50 1,50 4,50 1,50 1,50

34,6 34,5 34,2 34,1 34,1

30,5 30,4 30,2 30,1 30,1

24,8 24,7 24,5 24,5 24,4

34,8 34,7 34,5 34,4 34,4

APP-Z-01_A HBW-Z-02_A HBW-Z-01_B APP-N-01_B APP-N-02_A

Schuurappartement 1, zuidgevel Hooiberg-woning 2, zuidgevel Hooiberg-woning 1, zuidgevel Schuurappartement 1, noordgevel Schuurappartement 2, noordgevel

113120,00 113130,97 113125,62 113116,78 113121,48

445625,34 445651,84 445649,84 445633,96 445635,71

1,50 1,50 4,50 4,50 1,50

33,8 33,8 33,2 32,4 32,2

29,8 29,8 29,2 28,4 28,2

24,1 24,1 23,5 22,8 22,5

34,1 34,1 33,5 32,7 32,5

HBW-Z-01_A TK-W-01_B APP-N-01_A TK-W-01_A HBW-N-01_A

Hooiberg-woning 1, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, westgevel Schuurappartement 1, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, westgevel Hooiberg-woning 1, noordgevel

113125,62 113153,52 113116,78 113153,52 113120,20

445649,84 445645,84 445633,96 445645,84 445660,63

1,50 4,50 1,50 1,50 1,50

31,4 31,4 30,9 28,6 27,7

27,3 27,3 26,8 24,6 23,7

21,7 21,7 21,2 18,9 18,0

31,7 31,6 31,2 28,9 28,0

HBW-W-01_B

Hooiberg-woning 1, westgevel

113120,03

445653,42

4,50

25,0

21,0

15,3

25,3

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:01:52

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Lden - Bredeweg, incl. aftrek ex art. 110g van 5 dB Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Adromi b.v.

Resultatentabel Bouwplan Bredeweg 3 - v00 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Bredeweg Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

HBW-W-01_A APP-W-01_B APP-W-01_A

Hooiberg-woning 1, westgevel Schuurappartement 1, westgevel Schuurappartement 1, westgevel

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

113120,03 113115,87 113115,87

445653,42 445628,05 445628,05

1,50 4,50 1,50

24,5 23,0 22,1

20,5 19,0 18,1

14,8 13,4 12,4

24,8 23,3 22,4

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:01:52

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Lden - Jan van Arkelstraat, incl. aftrek ex art. 110g van 5 dB Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Adromi b.v.

Resultatentabel Bouwplan Bredeweg 3 - v00 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Jan van Arkelstraat Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

HBW-N-01_B APP-N-04_B HBW-N-02_B APP-N-03_B APP-N-05_B

Hooiberg-woning 1, noordgevel Schuurappartement 4, noordgevel Hooiberg-woning 2, noordgevel Schuurappartement 3, noordgevel Schuurappartement 5, noordgevel

113120,20 113131,66 113126,69 113126,67 113136,53

445660,63 445639,52 445663,06 445637,65 445641,34

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

23,8 22,6 22,1 21,6 21,5

19,9 18,7 18,2 17,6 17,6

14,4 13,2 12,8 12,2 12,1

24,2 23,0 22,6 22,0 21,9

HBW-N-01_A HBW-O-02_B HBW-W-01_B APP-N-04_A TK-N-02_B

Hooiberg-woning 1, noordgevel Hooiberg-woning 2, oostgevel Hooiberg-woning 1, westgevel Schuurappartement 4, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel

113120,20 113131,17 113120,03 113131,66 113168,51

445660,63 445657,88 445653,42 445639,52 445656,89

1,50 4,50 4,50 1,50 4,50

21,1 20,8 20,7 20,4 20,0

17,2 16,9 16,7 16,4 16,1

11,7 11,5 11,3 11,0 10,7

21,5 21,3 21,1 20,8 20,4

APP-N-01_B HBW-N-02_A TK-O-02_B APP-N-03_A APP-N-02_B

Schuurappartement 1, noordgevel Hooiberg-woning 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, oostgevel Schuurappartement 3, noordgevel Schuurappartement 2, noordgevel

113116,78 113126,69 113173,47 113126,67 113121,48

445633,96 445663,06 445653,12 445637,65 445635,71

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

19,7 19,6 19,6 19,5 18,9

15,8 15,7 15,7 15,6 15,0

10,3 10,3 10,2 10,1 9,5

20,1 20,0 20,0 19,9 19,3

APP-N-05_A TK-N-01_B TK-N-02_A TK-O-02_A HBW-O-02_A

Schuurappartement 5, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, oostgevel Hooiberg-woning 2, oostgevel

113136,53 113154,92 113168,51 113173,47 113131,17

445641,34 445651,81 445656,89 445653,12 445657,88

1,50 4,50 1,50 1,50 1,50

18,6 18,4 18,3 18,2 18,1

14,6 14,5 14,3 14,3 14,2

9,2 9,1 8,9 8,8 8,7

19,0 18,9 18,7 18,6 18,5

APP-W-01_B TK-N-04_B HBW-W-01_A APP-N-02_A TK-N-03_B

Schuurappartement 1, westgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Hooiberg-woning 1, westgevel Schuurappartement 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel

113115,87 113164,36 113120,03 113121,48 113161,32

445628,05 445651,60 445653,42 445635,71 445650,46

4,50 4,50 1,50 1,50 4,50

16,6 16,0 15,9 15,8 15,8

12,7 12,2 12,1 11,9 11,9

7,2 6,7 6,6 6,5 6,5

17,0 16,5 16,4 16,3 16,2

APP-N-01_A TK-W-01_B TK-N-01_A HBW-Z-01_B APP-O-05_B

Schuurappartement 1, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, westgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel Hooiberg-woning 1, zuidgevel Schuurappartement 5, oostgevel

113116,78 113153,52 113154,92 113125,62 113141,16

445633,96 445645,84 445651,81 445649,84 445638,11

1,50 4,50 1,50 4,50 4,50

15,4 14,6 14,4 14,2 14,0

11,5 10,8 10,6 10,3 10,2

6,0 5,3 5,1 4,8 4,7

15,8 15,1 14,9 14,6 14,5

HBW-Z-01_A TK-W-01_A APP-O-05_A APP-W-01_A TK-Z-03_B

Hooiberg-woning 1, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, westgevel Schuurappartement 5, oostgevel Schuurappartement 1, westgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel

113125,62 113153,52 113141,16 113115,87 113162,82

445649,84 445645,84 445638,11 445628,05 445645,38

1,50 1,50 1,50 1,50 4,50

12,1 11,4 11,2 10,6 9,8

8,2 7,6 7,3 6,7 6,0

2,8 2,1 1,8 1,3 0,5

12,5 11,9 11,6 11,0 10,3

TK-Z-04_B HBW-Z-02_B TK-Z-01_B TK-Z-06_A TK-Z-05_A

Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Hooiberg-woning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel

113166,09 113130,97 113158,00 113167,02 113163,90

445646,60 445651,84 445643,62 445644,37 445643,20

4,50 4,50 4,50 1,50 1,50

9,2 8,5 7,9 7,6 7,3

5,4 4,7 4,0 3,8 3,5

-0,1 -0,8 -1,4 -1,7 -2,0

9,7 9,0 8,3 8,1 7,8

TK-Z-02_B HBW-Z-02_A TK-Z-02_A TK-Z-01_A APP-Z-05_B

Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Hooiberg-woning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Schuurappartement 5, zuidgevel

113171,80 113130,97 113171,80 113158,00 113140,01

445648,83 445651,84 445648,83 445643,62 445632,82

4,50 1,50 1,50 1,50 4,50

7,0 6,0 5,2 5,2 2,2

3,1 2,2 1,3 1,3 -1,6

-2,3 -3,3 -4,1 -4,1 -7,1

7,4 6,5 5,6 5,6 2,7

APP-Z-04_B APP-Z-03_B APP-Z-05_A APP-Z-04_A APP-Z-02_B

Schuurappartement 4, zuidgevel Schuurappartement 3, zuidgevel Schuurappartement 5, zuidgevel Schuurappartement 4, zuidgevel Schuurappartement 2, zuidgevel

113134,53 113129,10 113140,01 113134,53 113124,35

445630,77 445628,74 445632,82 445630,77 445626,97

4,50 4,50 1,50 1,50 4,50

1,8 1,3 1,0 0,7 0,5

-2,0 -2,6 -2,8 -3,1 -3,3

-7,5 -8,0 -8,3 -8,6 -8,8

2,3 1,7 1,5 1,2 1,0

APP-Z-03_A

Schuurappartement 3, zuidgevel

113129,10

445628,74

1,50

0,0

-3,8

-9,3

0,5

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:02:45

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Lden - Jan van Arkelstraat, incl. aftrek ex art. 110g van 5 dB Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Adromi b.v.

Resultatentabel Bouwplan Bredeweg 3 - v00 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Jan van Arkelstraat Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

APP-Z-02_A APP-Z-01_B APP-Z-01_A

Schuurappartement 2, zuidgevel Schuurappartement 1, zuidgevel Schuurappartement 1, zuidgevel

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

113124,35 113120,00 113120,00

445626,97 445625,34 445625,34

1,50 4,50 1,50

-0,4 -0,4 -1,3

-4,2 -4,2 -5,2

-9,7 -9,7 -10,6

0,1 0,1 -0,9

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:02:45

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Lcum - van alle in het onderzoek betrokken wegen, excl. aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Adromi b.v.

Resultatentabel Bouwplan Bredeweg 3 - v00 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

TK-O-02_B TK-O-02_A TK-Z-02_B TK-N-02_B TK-Z-02_A

Twee-onder-één-kapwoning 2, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel

113173,47 113173,47 113171,80 113168,51 113171,80

445653,12 445653,12 445648,83 445656,89 445648,83

4,50 1,50 4,50 4,50 1,50

54,3 53,0 50,3 50,2 49,7

50,2 49,0 46,2 46,2 45,7

44,5 43,3 40,5 40,5 40,0

54,5 53,3 50,5 50,5 50,0

TK-Z-04_B TK-N-02_A TK-Z-03_B TK-Z-06_A TK-Z-01_B

Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, zuidgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel

113166,09 113168,51 113162,82 113167,02 113158,00

445646,60 445656,89 445645,38 445644,37 445643,62

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

48,9 48,8 48,1 47,1 46,5

44,8 44,7 44,0 43,0 42,4

39,2 39,0 38,3 37,3 36,8

49,2 49,0 48,3 47,3 46,8

TK-N-01_B TK-Z-05_A HBW-N-02_B HBW-O-02_B TK-N-03_B

Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Hooiberg-woning 2, noordgevel Hooiberg-woning 2, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel

113154,92 113163,90 113126,69 113131,17 113161,32

445651,81 445643,20 445663,06 445657,88 445650,46

4,50 1,50 4,50 4,50 4,50

46,1 46,0 44,4 44,4 44,1

42,0 42,0 40,4 40,4 40,1

36,4 36,3 34,8 34,7 34,4

46,4 46,3 44,7 44,7 44,4

HBW-N-02_A APP-O-05_B TK-N-01_A HBW-N-01_B APP-Z-05_B

Hooiberg-woning 2, noordgevel Schuurappartement 5, oostgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, noordgevel Hooiberg-woning 1, noordgevel Schuurappartement 5, zuidgevel

113126,69 113141,16 113154,92 113120,20 113140,01

445663,06 445638,11 445651,81 445660,63 445632,82

1,50 4,50 1,50 4,50 4,50

44,0 43,9 43,8 43,1 42,2

40,0 39,8 39,8 39,1 38,1

34,4 34,2 34,1 33,4 32,4

44,3 44,1 44,1 43,4 42,4

HBW-O-02_A APP-N-05_B APP-Z-04_B APP-O-05_A APP-N-04_B

Hooiberg-woning 2, oostgevel Schuurappartement 5, noordgevel Schuurappartement 4, zuidgevel Schuurappartement 5, oostgevel Schuurappartement 4, noordgevel

113131,17 113136,53 113134,53 113141,16 113131,66

445657,88 445641,34 445630,77 445638,11 445639,52

1,50 4,50 4,50 1,50 4,50

42,1 41,7 41,7 41,7 41,5

38,1 37,7 37,6 37,6 37,5

32,4 32,0 32,0 31,9 31,8

42,4 42,0 42,0 41,9 41,8

APP-N-03_B TK-Z-01_A APP-Z-03_B APP-Z-02_B APP-Z-05_A

Schuurappartement 3, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, zuidgevel Schuurappartement 3, zuidgevel Schuurappartement 2, zuidgevel Schuurappartement 5, zuidgevel

113126,67 113158,00 113129,10 113124,35 113140,01

445637,65 445643,62 445628,74 445626,97 445632,82

4,50 1,50 4,50 4,50 1,50

41,4 40,9 40,7 40,7 40,6

37,4 36,8 36,7 36,6 36,6

31,7 31,2 31,0 31,0 30,9

41,7 41,1 41,0 41,0 40,9

APP-Z-04_A HBW-Z-02_B APP-Z-01_B APP-N-03_A TK-N-04_B

Schuurappartement 4, zuidgevel Hooiberg-woning 2, zuidgevel Schuurappartement 1, zuidgevel Schuurappartement 3, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 2, noordgevel

113134,53 113130,97 113120,00 113126,67 113164,36

445630,77 445651,84 445625,34 445637,65 445651,60

1,50 4,50 4,50 1,50 4,50

40,3 40,2 39,9 39,7 39,6

36,3 36,1 35,9 35,6 35,6

30,6 30,5 30,2 30,0 29,9

40,6 40,5 40,2 39,9 39,9

APP-Z-02_A APP-Z-03_A APP-N-04_A APP-N-02_B APP-N-05_A

Schuurappartement 2, zuidgevel Schuurappartement 3, zuidgevel Schuurappartement 4, noordgevel Schuurappartement 2, noordgevel Schuurappartement 5, noordgevel

113124,35 113129,10 113131,66 113121,48 113136,53

445626,97 445628,74 445639,52 445635,71 445641,34

1,50 1,50 1,50 4,50 1,50

39,6 39,5 39,3 39,3 39,2

35,5 35,4 35,3 35,3 35,2

29,8 29,7 29,6 29,6 29,5

39,8 39,7 39,6 39,6 39,5

HBW-Z-02_A APP-Z-01_A HBW-Z-01_B APP-N-01_B APP-N-02_A

Hooiberg-woning 2, zuidgevel Schuurappartement 1, zuidgevel Hooiberg-woning 1, zuidgevel Schuurappartement 1, noordgevel Schuurappartement 2, noordgevel

113130,97 113120,00 113125,62 113116,78 113121,48

445651,84 445625,34 445649,84 445633,96 445635,71

1,50 1,50 4,50 4,50 1,50

38,9 38,8 38,3 37,7 37,3

34,8 34,8 34,2 33,7 33,3

29,1 29,1 28,6 28,0 27,6

39,1 39,1 38,5 38,0 37,6

TK-W-01_B HBW-Z-01_A APP-N-01_A TK-W-01_A HBW-N-01_A

Twee-onder-één-kapwoning 1, westgevel Hooiberg-woning 1, zuidgevel Schuurappartement 1, noordgevel Twee-onder-één-kapwoning 1, westgevel Hooiberg-woning 1, noordgevel

113153,52 113125,62 113116,78 113153,52 113120,20

445645,84 445649,84 445633,96 445645,84 445660,63

4,50 1,50 1,50 1,50 1,50

36,5 36,5 36,0 33,7 33,5

32,4 32,4 32,0 29,7 29,6

26,8 26,7 26,3 24,0 24,0

36,7 36,7 36,3 34,0 33,9

HBW-W-01_B

Hooiberg-woning 1, westgevel

113120,03

445653,42

4,50

31,3

27,4

21,7

31,7

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:03:16

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Lcum - van alle in het onderzoek betrokken wegen, excl. aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Adromi b.v.

Resultatentabel Bouwplan Bredeweg 3 - v00 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt

Omschrijving

HBW-W-01_A APP-W-01_B APP-W-01_A

Hooiberg-woning 1, westgevel Schuurappartement 1, westgevel Schuurappartement 1, westgevel

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

113120,03 113115,87 113115,87

445653,42 445628,05 445628,05

1,50 4,50 1,50

30,1 28,9 27,4

26,1 24,9 23,4

20,4 19,3 17,7

30,4 29,2 27,7

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:03:16

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Rekeninstellingen Rapport: Model:

Adromi b.v.

Lijst van model eigenschappen Bouwplan Bredeweg 3 - v00

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

Bouwplan Bredeweg 3 - v00 ferdem #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

ferdem op 24-3-2022 ferdem op 4-4-2022 Geomilieu V2021.1

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Zichthoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten --0,50 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:04:47

Bouwplan Bredeweg 3 te Haastrecht Rekeninstellingen

Adromi b.v.

Commentaar

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Adromi b.v.

4-4-2022 10:04:47

Quickscan Wet natuurbescherming Bredeweg 3 te Haastrecht Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon

Status:

Definitief

Project:

2022-0272

Datum:

14 maart 2022, revisie 18 oktober 2022

Samensteller:

ir. ing. D. Bogers

Collegiale toets:

ing. L. Pieterman

Opdrachtgever:

Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V.

Contactpersoon:

G. Kooijman

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Planlocatie

5

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep

6

2 Methode

7

2.1

Uitvoering onderzoek

7

2.2

Soortenbescherming

7

2.3

Gebiedsbescherming

8

2.4

Houtopstanden

10

3 Beoordeling

11

3.1

Soortenbescherming

11

3.2

Gebiedsbescherming

17

3.3

Houtopstanden

19

4 Samenvatting

20

4.1

Soortenbescherming

20

4.2

Gebiedsbescherming

20

4.3

Houtopstanden

20

5 Conclusie

21

5.1

Conclusie

21

5.2

Uitvoerbaarheid

21

5.3

Vervolgstappen

21

5.4

Te treffen maatregelen

21

1 Inleiding Aan de Bredeweg 3 te Haastrecht is een woonperceel met woning en bijgebouwen gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bijgebouwen op de planlocatie te slopen ten behoeve van negen nieuwbouw woningen met bijbehorende parkeergelegenheid. Het bestemmingsplan voorziet in de beoogde ontwikkeling echter dient het bouwvlak te worden aangepast. De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens wordt getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid. Onderzoeksdoelen • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art.

3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden? • Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?

Figuur 1.1

De planlocatie is gelegen te Bredeweg 3 te Haastrecht. De foto weergeeft schuur 3 (zie figuur 1.2). 4

1.1

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Bredeweg 3 te Haastrecht (figuur 1.2) en bestaat onder andere uit een woning (bouwjaar 1924) welke binnen de beoogde ruimtelijke ingreep blijft behouden. De woning is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en twee stormpannen zadeldaken. De volgende opstallen worden binnen de beoogde ruimtelijke ingreep gesloopt: 1.

Garageboxen opgetrokken uit enkelsteens muren (zonder spouw) en golfplaten dakbedekking zonder dakbeschot. 2. Schuur opgetrokken uit houten schroten, damwandplaten en een golfplaten dak zonder dakbeschot. 3. Opslagruimte opgetrokken uit enkelsteens muren, damwandplaten en een stormpannen dak. Een deel van het dak is voorzien van rieten dakbeschot. 4. Rond gebouw opgetrokken uit gestuukte muren en een rieten kegeldak. 5. Kippenhok opgetrokken uit kunststof potdekselplanken en platen en een zadeldak met stormpannen. De planlocatie is grotendeels verhard middels grind. De voorzijde van het perceel (oosten) bestaat deels uit een goed onderhouden gazon en andere beplanting. Aan de achterzijde van het perceel (westen), is een weiland met kort gras aanwezig. Op de planlocatie bevindt zich een kleine vijver. De planlocatie wordt deels omringd door watergangen met beschoeide oevers. In figuur 1.3 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.

Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Bredeweg 3 te Haastrecht. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door de dorpskern van Haastrecht. De dorpskern is een waterrijke omgeving met gemeentelijk groen in de vorm van bomen en onderhouden struiken. Circa 300 m ten noorden van de planlocatie ligt de N228. Circa 280 m ten oosten van de planlocatie stroomt de Vlist.

5

Figuur 1.3 Fotografische indruk van de omgeving van de planlocatie.

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de sloop van meerdere bijgebouwen ten behoeve van negen nieuwbouwwoningen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

Figuur 1.4 Visuele representatie van de beoogde situatie (bron: Eysbrand Tekenbureau B.V.).

6

2 Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Wet natuurbescherming en de provinciale omgevingsverordening.

2.1

Uitvoering onderzoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 9 maart 2022 en is uitgevoerd door ing. L. Pieterman en ir. ing. D. Bogers. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 0/8 bewolkt, 7 Celsius en windkracht 0-1 (Bft). Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.

2.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.5) en Andere soorten (Wnb art. 3.10). Hierin worden rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij overtreding van een verbodsbepaling geldt een ontheffingsplicht. Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn (Wnb art. 3.5) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

7

5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of

bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten (Wnb art. 3.10) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten Wnb art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt dat er sprake is van een algemene zorgplicht (Wnb art. 1.11) . Hierin wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden.

Het uitgangspunt van de algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. In de Omgevingsverordening van Provincie Zuid-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 2.1

Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland.

Vrijgestelde soorten Aardmuis

Gewone bosspitsmuis

Ree

Bastaardkikker

Gewone pad

Rosse woelmuis

Bosmuis

Haas

Veldmuis

Bruine kikker

Hermelijn

Vos

Bunzing

Huisspitsmuis

Wezel

Dwergmuis

Kleine watersalamander

Woelrat

Dwergspitsmuis

Konijn

Egel

Meerkikker

2.3 Gebiedsbescherming In Nederland zijn natuurgebieden aangewezen met een beschermde status. Deze natuurgebieden betreffen hoofdzakelijk Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn.

8

Provinciaal beleid Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de Omgevingsverordening. Natuurnetwerk Nederland Binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuur en ecologische verbindingen, geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het uitgangspunt is dat een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Mocht een ontwikkeling wel negatieve gevolgen hebben op de bovengenoemde aspecten, is deze ontwikkeling alleen mogelijk als er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarde, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Voor dergelijke ontwikkelingen dient tevens een ontheffing voorhanden te zijn. In de provincie Zuid-Holland valt het Natuurnetwerk Nederland onder beschermingscategorie 1. Bescherming van de ruimtelijke kwaliteit Provincie Zuid-Holland heeft gebieden aangewezen met speciale bescherming van de ruimtelijke kwaliteit. Deze bescherming is opgedeeld in beschermingscategorie 1 en beschermingscategorie 2.

Beschermingscategorie 1 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot een wijziging van de bestaande gebiedsidentiteit op structuurniveau, of welke leidt tot het transformeren van de bestaande gebiedsidentiteit, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voort wordt voldaan aan gestelde voorwaarden. De gebieden met betrekking tot natuur binnen beschermingscategorie 1 betreffen Natuurnetwerk Nederland en Beschermd grasland in de Bollenstreek. Beschermingscategorie 2 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot het transformeren van de bestaande gebiedsidentiteit, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voort wordt voldaan aan gestelde voorwaarden. De gebieden met betrekking tot natuur binnen beschermingscategorie 2 betreffen Belangrijk weidevogelgebied en de Groene buffer.

9

2.4 Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft (Wnb art.

4.1): a) houtopstanden binnen de door gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

2.5 Houdbaarheid en toepassing De beoogde ruimtelijke ingreep wordt getoetst aan de actuele wetgeving en provinciale verordening. Over het algemeen heeft een quickscan Wet natuurbescherming een houdbaarheid van 3 jaar, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen.

10

3 Beoordeling 3.1

Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Planten Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde planten niet bekend (NDFF 2012-2022). Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: echt riet, hortensia, klimop en narcis. De planlocatie bestaat uit een goed onderhouden gazon en weiland. Ook is de planlocatie deels verhard middels grind en bestrating. Op de muren van de bebouwing is geen (beschermde) muurvegetatie aangetroffen. Op de planlocatie zijn enkele lage hagen gesitueerd. Er zijn geen bomen aanwezig. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie.

Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bosmuis, bruine rat, bunzing, dwergmuis, egels, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, waterspitsmuis, wezel en woelrat (NDFF 2012-2022). Voor de waterspitsmuis geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De waterspitsmuis leeft in gebieden met schoon, niet te voedselrijk water met een aanzienlijke ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Bodem bedekkende vegetatie is een voorwaarde. Eveneens dienen in de oevers voldoende schuilmogelijkheden aanwezig te zijn. De planlocatie grenst aan een watergang met hoog beschoeide oevers. De overzijde van de watergang heeft steile oevers begroeid met lage vegetatie. Deze oever grenst direct aan een veel gebruikte stoep (verstoring). De omstandigheden op de planlocatie zijn niet geschikt voor de waterspitsmuis. Derhalve is de aanwezigheid van deze soort uitgesloten.

Door vorengenoemde is het uitgesloten dat de planlocatie een essentiële functie bevat voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

11

Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (NDFF 2012-2022). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd (Wnb art. 3.5). Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat. Ongeacht de mogelijke aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kunnen vleermuizen gebruikmaken van de planlocatie tijdens vliegbewegingen en foerageeractiviteiten. Hier dienen in het kader van de algemene zorgplicht mogelijk maatregelen genomen te worden (zie H5.4). Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. De ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen.

Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, scheefliggende dakpannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur. Een dergelijke verblijfplaats moet voldoen aan een geschikt microklimaat, met een constante (lage) temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. De garageboxen (1) zijn opgetrokken uit enkelsteens muren (geen spouw) en golfplaten dakbedekking zonder dakbeschot. De schuur (2) is opgetrokken uit houten schroten, damwandplaten en een golfplaten dak zonder dakbeschot. Het ronde gebouw (4) is opgetrokken uit gestuukte muren (zonder spouw) en een rieten kegeldak zonder dakbeschot. Wegens het ontbreken van een spouw of open dakruimte is het voor vleermuizen onmogelijk om in deze opstallen een geschikte verblijfplaats te vinden. De opslagruimte (3) is opgetrokken uit enkelsteens muren, damwandplaten en een stormpannen dak. Een deel van het dak is voorzien van rieten dakbeschot. Echter is er, wegens het gebruik van stormpannen, niet genoeg ruimte aanwezig tussen de dakpannen en het dakbeschot om te kunnen dienen als vleermuisverblijfplaats. Ook het kippenhok (5) bestaat uit een simpele, lage constructie van kunststof potdekselplanken en een stormpannen dak.

Het is derhalve uit te sluiten dat de te slopen bebouwing op de planlocatie gebruikt wordt door vleermuizen die in bebouwing leven, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. In de opstallen zijn geen sporen aangetroffen van soorten zoals de gewone grootoorvleermuis. Omdat deze soort zeer lichtgevoelig is wordt de aanwezigheid van deze soort op de planlocatie niet verwacht. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot de afname van vleermuisverblijfplaatsen. Binnen de beoogde ruimtelijke ingreep blijft de woning op het perceel behouden. Deze woning is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en twee stormpannen zadeldaken. Onder enkele dakpannen rond de kopgevels is voldoende open ruimte aanwezig om vleermuizen toegang te verlenen tot de open dakruimte van de woning (figuur 3.1). De aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kan in de woning derhalve niet uitgesloten worden.

Hoewel er binnen de beoogde ruimtelijke ingreep geen sprake is van het wegnemen van deze potentieel aanwezige vleermuisverblijfplaatsen, dienen er enkele maatregelen getroffen te worden om verstoring van vleermuis(verblijfplaatsen) zowel gedurende de werkzaamheden als in de nieuwe gebruiksfase te voorkomen (zie H5.4): Indien de beoogde sloopwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden zijn deze voor vleermuizen die mogelijk aanwezig zijn in de te behouden woning niet van dermate verstorende aard. Wel dienen de sloopwerkzaamheden voorzichtig uitgevoerd te worden zodat er geen schade ontstaat aan het dak van de woning.

12

Gedurende de werkzaamheden dient de planlocatie bij voorkeur niet extra verlicht te worden in de periode april-oktober. Derhalve dienen de werkzaamheden zo veel mogelijk overdag plaats te vinden. Indien extra verlichting noodzakelijk is, dient lichtverstoring hierbij zo veel mogelijk voorkomen te worden. De verlichting mag derhalve niet omhoog of in de richting van de te behouden woning gericht worden. In de gebruiksfase dient de planlocatie bij voorkeur zo minimaal mogelijk verlicht te worden. De verlichting dient niet direct omhoog of op de woning gericht te worden. Indien het gebruik van verlichting gewenst is dient gebruikt gemaakt te worden van vleermuisvriendelijke verlichting (lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel en eventueel toepassen van amberkleurig licht).

Figuur 3.1 Impressie van potentiële invliegopeningen voor vleermuizen in de woning op de planlocatie. De woning (alsmede de potentieel aanwezige vleermuisverblijfplaatsen) blijft binnen de beoogde ruimtelijke ingreep behouden. Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de te slopen bebouwing op de planlocatie gebruiken als verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. Binnen de beoogde ruimtelijke ingreep worden er geen lijnvormige structuren, houtopstanden met struweel of oppervlaktewateren aangetast. Derhalve is er geen sprake van aantasting van foerageergebieden of vliegroutes. Amfibieën Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kleine watersalamander, meerkikker en rugstreeppad (NDFF 2012-2022). Voor de heikikker en rugstreeppad geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De heikikker maakt gebruik van drie habitattypen (ondiep, relatief zuur, zonbeschenen en voedselarm voortplantingswater; vochtige plekken in schraal, ruig gebied zoals heide, hoogveen, laagveen en natuurlijk grasland voor in de actieve periode; en vochtvrije plaatsen voor overwintering) die op zeer korte afstand tezamen voor dienen te komen.

Op de planlocatie is geen sprake van ruige vegetatie. Ook het oppervlaktewater rond de planlocatie is niet geschikt voor de heikikker wegens steile/beschoeide oevers en de aanwezigheid van vis. Derhalve is de aanwezigheid van de heikikker op de planlocatie uitgesloten. De rugstreeppad is een pionierssoort die vooral voorkomt in zandige gebieden met vergraafbare grond. De soort komt derhalve vaak voor op ruig, onbeschaduwd terrein met lage tot geen vegetatie zoals braakliggende bouwterreinen, zandafgravingen en duingebieden. Het voorplantingswater is ondiep (snelle opwarming) en bevat bij voorkeur geen vegetatie of concurrentie van andere amfibieën (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017; Creemers & Van Delft, 2009). De planlocatie vormt op dit moment, wegens het ontbreken van braakliggende grond, vergraafbaar zand en tijdelijke wateren, geen geschikt leefgebied voor de rugstreeppad. Desalniettemin kan de rugstreeppad de planlocatie koloniseren wanneer zandige terreinen ontstaan tijdens graaf- en bouwwerkzaamheden. Deze soort is in 2020 namelijk op circa 30 m afstand van de planlocatie waargenomen. Derhalve dient het terrein tijdens de bouwfase ongeschikt gehouden te worden voor rugstreeppadden (zie H5.4 en bijlage 2).

13

Amfibieën leven zowel in een aquatische als terrestrische omgeving. Deze omgevingen betreffen voortplantingswater, foerageergebieden en overwinteringsstructuren. Deze habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. De planlocatie wordt omringd door beschoeide waterkanten en wegen met veel verkeer. Het is echter niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Reptielen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de ringslang (NDFF 2012-2022). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. De ringslang komt voor op waterrijke plekken met voldoende structuur en weinig verstoring. Door de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Er is ten aanzien van reptielen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 20122022). De watergangen rond de planlocatie worden binnen de beoogde ruimtelijke ingreep niet aangetast. Er is ten aanzien van vissen derhalve geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de teunisbloempijlstaart en platte schijfhoren (NDFF 2012-2022). De teunisbloempijlstaart komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Waardplanten voor de soort zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Gezien binnen de planlocatie geen geschikte habitatonderdelen of waardplanten voor de soort aanwezig zijn kan de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart worden uitgesloten. De platte schijfhoren heeft als voorkeurshabitat voedselrijk stilstaand water met begroeiing van waterplanten, voornamelijk gele plomp en waterlelie. De watergangen rond de planlocatie worden binnen de beoogde ruimtelijke ingreep niet aangetast. Derhalve zijn negatieve effecten ten aanzien van de platte schijfhoren uitgesloten. Op de planlocatie is geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden.

Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: aalscholver, gaai, grauwe gans, houtduif, huismus, kauw, kokmeeuw, merel, putter, wilde eend en zilvermeeuw. De huismus is niet op de planlocatie zelf waargenomen, maar nabij eengezinswoningen in de omgeving. Gedurende het veldbezoek zijn geen nesten of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 2012-2022).

14

Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijn omgeving kunnen zien. Hierbij moet er in de directe omgeving continu voedsel te vinden zijn in de vorm van zaden van grassen en onkruiden en larven van insecten. Daarnaast moet er beschutting nabij de foerageerlocaties, voldoende jaarrond groene struiken of heesters, plaatsen met stof en grind voor stofbaden en water voor waterbaden aanwezig zijn (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017). De bebouwing die binnen de beoogde ruimtelijke ingreep wordt gesloopt is wegens het ontbreken van dakbeschot (gebouw 1, 2 ,4 en 5) of voldoende ruimte tussen het dak en het dakbeschot (gebouw 3) niet geschikt als nestlocatie voor huismus. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt tot zeer beperkte aantasting van groene delen en resulteert niet in afname van essentieel leefgebied. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. Binnen de beoogde ruimtelijke ingreep blijft de woning op het perceel behouden.

Deze woning is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en twee stormpannen zadeldaken. Wegens het gebruik van stormpannen is er geen sprake van een dakruimte van voldoende grootte voor de aanwezigheid van huismus(nesten). Tevens is de dakvoet van de woning afgesloten met kunststof materiaal (figuur 3.2), waardoor het voor de huismus onmogelijk is om een geschikte nestlocatie te vinden in de woning op de planlocatie. Gezien de aanwezigheid van huismusnesten in de woning uitgesloten kan worden, leiden de beoogde werkzaamheden niet tot verstoring van de huismus. Afgezien van maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht en algemene broedvogels (zie H5.4), dienen derhalve geen specifieke aanvullende maatregelen getroffen te worden ten aanzien van de huismus.

Figuur 3.2 Impressie van het dak van de te behouden woning. Wegens het gebruik van stormpannen (zeer minimale open dakruimte) en de aanwezigheid van kunststof materiaal aan de dakvoet, is uit te sluiten de huismussen in dit gebouw een nestlocatie kunnen vinden.

15

De gierzwaluw heeft als oorspronkelijk rotsbewoner de rotsen ingeruild voor bebouwing. De soort broedt daardoor hoofdzakelijk in stedelijk gebied in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). Doordat de soort niet direct vanuit zijn nest kan opstijgen, moet hij zich naar beneden kunnen laten vallen. Het nest dient hierdoor een vrije aanvliegroute van minimaal 1 meter breed, en minimaal 3 meter onder de nestopening te bevatten. Hierbij dienen zo min mogelijk belemmerende elementen, zoals bomen, aanwezig te zijn. Voedselvluchten kunnen op vele kilometers (tot wel 1000 km) van het nest plaatsvinden, waardoor het foerageergebied niet nader te definiëren is. De te slopen bebouwing op de planlocatie biedt, wegens het ontbreken van spouwruimtes en open dakruimten (met voldoende ruimte) geen geschikte nestlocaties voor gierzwaluw. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluwnesten in de te slopen bebouwing uitgesloten worden. Binnen de beoogde ruimtelijke ingreep blijft de woning op het perceel behouden. Deze woning is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en twee stormpannen zadeldaken. Wegens het gebruik van stormpannen is er geen sprake van een dakruimte van voldoende grootte voor de aanwezigheid van gierzwaluw(nesten).

Derhalve kan de aanwezigheid van gierzwaluw(nesten) in de woning uitgesloten worden. Daarmee kan uitgesloten worden dat de beoogde werkzaamheden leiden tot verstoring van de gierzwaluw. Afgezien van maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht en algemene broedvogels (zie H5.4), dienen derhalve geen specifieke aanvullende maatregelen getroffen te worden ten aanzien van de gierzwaluw. In de bebouwing zijn geen sporen van uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil) aangetroffen. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van essentieel leefgebied van uilen en andere roofvogel soorten. In het nabijgelegen buitengebied is voldoende groene, open ruimte aanwezig als alternatief leefgebied. Er is wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen. Vogels - Algemene broedvogels en cat. 5 De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten.

De struiken en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

16

3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 1,9 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ (figuur 3.3).

Figuur 3.3 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,9 km tot het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ (bron: nationaal Georegister PDOK). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van negen nieuwbouwwoningen. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a).

De juridische status van deze partiële vrijstelling kan in de toekomst wijzigen. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

17

Gezien de relatief korte afstand (1,9 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied, is reeds een AERIUS-berekening uitgevoerd waarmee vastgesteld is of er in de nieuwe gebruikssituatie sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Deze berekening is gerapporteerd in een separate notitie. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer). Op een afstand van circa 330 m ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.) en op een afstand van circa 30 km ligt beschermd grasland in de Bollenstreek (geen kaartweergave). Op een afstand van circa 800 m ligt Belangrijk weidevogelgebied (figuur 3.5) en op een afstand van circa 16 km ligt de Groene buffer (geen kaartweergave). Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

Figuur 3.4 De planlocatie ligt op een afstand van circa 330 m tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl)

18

Figuur 3.5 De planlocatie ligt op een afstand van circa 800 m tot Belangrijk weidevogelgebied (bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl)

3.3 Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.

19

4 Samenvatting 4.1

Soortenbescherming De te slopen bebouwing en het omliggende terrein hebben geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Tabel 4.1

Overzicht van de Soortenbescherming.

Soortgroep

Bescherming Wnb

Soortspecifiek onderzoek

Planten

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Vleermuizen

Nee

Amfibieën

Nee

Reptielen

Nee

Vissen

Nee

Insecten en andere ongewervelden

Nee

Vogels (cat. 1 t/m 4)

Nee

Vogels (Algemeen en cat. 5)

Nee

Mogelijke functie planlocatie

4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Een Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Dit is reeds gedaan middels de AERIUS-Calculator. Deze stikstofberekening is gerapporteerd in een separate notitie. Tabel 4.2

Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.

Gebiedsbescherming

Afstand

Effecten

Nader onderzoek

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Beschermd grassland in de Bollenstreek Belangrijk weidevogelgebied Groene buffer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=0916f353-3b13-4355-bfbb-a4931e4d4edd