BIJL 2e Bijlage 5 - Nader bodemonderzoek Bolderkade 201224
Tekst van het document
18
Project 16590
van het verplicht dragen van adembescherming bij werkzaamheden in de ontgraving. Er hebben zich verder geen gevaarlijke situaties voorgedaan. Tijdens de sanering zijn omgevingsmetingen uitgevoerd door de aannemer. Het betreft luchtmetingen (maand- en weekmetingen met badges) rondom de saneringslocatie, in vier windrichtingen. Tevens zijn op momenten van piekbelasting kortdurende luchtmetingen uitgevoerd (24-uurs meting met badge). Daarbij zijn geen gehalten aangetoond boven de geldende TCL (Toegestane Concentratie Lucht). De resultaten zijn tijdens de sanering gecommuniceerd met opdrachtgever, Omgevingsdienst, GGD en omwonenden. In de eerste periode van sanering zijn diverse klachten geuit over stankoverlast door omwonenden. In overleg tussen opdrachtgever, GGD en aannemer zijn aanvullende afspraken gemaakt over het afdekken van de tussentijdse depots en ontgravingen. Daarnaast zijn de diverse luchtmetingen uitgevoerd als bovengenoemd weergegeven. Ook is aan omwonenden die dit wensten, voor de duur van de actieve sanering een mobiele luchtzuivering van het merk Winix, type Wacu450 ter beschikking gesteld. Op basis van de is er geen sprake geweest van gezondheidsrisico’s voor de omgeving. 4.7
Resultaten effluent Ten tijde van de sanering is door middel van bronbemaling grondwater onttrokken. Het onttrokken grondwater is via zuiveringsinstallatie geloosd op het oppervlaktewater. De zuiveringsinstallatie heeft bestaan uit een olie-waterafscheider, beluchtingsfilter, zandfilter en plaatbeluchter. In totaal is 6.559 m³ water na zuivering geloosd op het oppervlaktewater. Het effluent (bemalingswater) is periodiek bemonsterd door Dordrecht Research BV. De resultaten zijn opgenomen in tabel 4.5. De officiële analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IX. Tabel 4.5 Analyseresultaten lozingswater in μg/liter monster
metalen
aromaten
VOCl
olie
Effluent 8-10
-
-
-
-
Effluent 9-10
6,0 (Cu)
-
-
-
Effluent 16-10
-
-
-
-
Effluent 23-10
-
-
-
-
Effluent 30-10
-
-
-
-
Effluent 6-11
6,5 (Cu), 4,2 (Ni)
-
-
-
Effluent 27-11
12 (Pb), 10 (Ni)
-
-
-
Effluent 28-11
@
X1 28-11
#
Effluent 15-12
blanco getal @ #
OCB
23 (Cu), 16 (Ni), 47 (Pb), 110 (Zn)
-
-
@
: niet geanalyseerd : de concentratie is kleiner dan of gelijk aan de lozingsnorm en/of detectielimiet : de concentratie overschrijdt de lozingsnorm : in het effluent zijn sterke verhogingen aan som drins gemeten (getoetst aan streef- en interventiewaarden); voor drins is geen lozingseis opgenomen. : dit betreft een monster van het ongezuiverde (grond)water in de ontgraving, genomen op 28-11. Hierin zijn sterke verhogingen aan OCB’s gemeten.
Tijdens de sanering is een aantal maal de lozingseis voor metalen overschreden (Besluit Lozen buiten inrichtingen, in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam).
19
Project 16590
Op 28-11 is het (grond)water bemonsterd als aanwezig in de ontgravingsput. Het monster X1 betreft ongefilterd grondwater, dat aan de oppervlakte staat in de ontgraving. In het monster zijn sterke verhogingen aangetoond aan som DDD/DDE/DDT, som drins en som chloordaan. Naar verwachting zijn de gehalten aan bestrijdingsmiddelen als aangetoond in het water in de ontgravingsput verhoogd als gevolg van herschikking en een verstoord bodemevenwicht, waarbij relatief veel zwevende delen in het monster aanwezig zijn. Drins staan bekend als slecht oplosbaar en weinig mobiel. Naar aanleiding van het aantreffen van verhogingen aan drins in het grond- en lozingswater zijn evenwel aanvullende veiligheidsmaatregelen getroffen (zie paragrafen 4.3 en 4.6). In het effluent van 28-11 en 15-12 zijn sterke verhogingen aan drins aangetoond. Omdat de aangetroffen concentraties lager zijn dan de gemiddelde concentratie drins in het oppervlaktewater van de Hollandse IJssel (Brondocument Waterlichaam Hollandse IJssel, Rijkswaterstaat, herziene versie 2012) is dit niet gemeld aan het bevoegd gezag Waterwet.
20
5
MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING
5.1
Processturing
Project 16590
De processturing van de bodemsanering is uitgevoerd door Dordrecht Research BV. Alle bevindingen en dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot de grondsanering zijn vastgelegd in het logboek. Dit logboek is aanwezig in het archief van Grondslag BV. Op basis van het logboek is een procesverslag opgesteld door Dordrecht Research BV. Dit verslag is opgenomen in bijlage III. 5.2
Verificatie De verificatie van de bodemsanering is uitgevoerd door Grondslag BV. De verificatiewerkzaamheden hebben bestaan uit het nemen van eindmonsters van de putbodem en de putwanden, het plaatsen en bemonsteren van controlepeilbuizen (inclusief drijflaagdetectie) en het opstellen van onderhavig evaluatierapport. Het veldwerk en de monstername van zowel grond als grondwater is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000.
5.2.1 Controle grond Na verwijdering van het met puur product verontreinigde stortmateriaal zijn controlemonsters genomen van de putwanden en putbodem. Bemonstering heeft zo veel mogelijk plaatsgevonden conform de richtlijnen in het SIKB protocol 6001. In overleg met het bevoegd gezag is voor het tweede deel van de sanering, waarbij dieper is ontgraven dan gepland (zie paragraaf 4.3), de uitkeuring van de putbodem opgeschaald (zie paragraaf 4.4). De situatie ter plaatse van de oever is verder in kaart gebracht door middel van onderzoek (hoofdstuk 6). De locatie van de controlemonsters is weergegeven op de ontgravingskaart in bijlage IV. In de tabellen 5.1a t/m 5.1c zijn de analyseresultaten van de grondmonsters weergegeven. De analysecertificaten met toetsingen zijn opgenomen in bijlage X. Tabel 5.1a: Analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Monster (m-mv)
E/T
X (3,0-4,0) E/T getal getal* getal**
T
Omschrijving
wandmonster zuidoost
Waarnemingen
stort, vermoeden bestrijdingsmiddelen
VAK B
T
E
X
N
1,0*
0,38
8,4
5
2,2
: Eindmonster / Tussenmonster : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of detectielimiet : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde : het gehalte overschrijdt de T-waarde : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde
VOCl
OCB
-
380**
21
Project 16590
Tabel 5.1b: Analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Monster (m-mv)
E/T
Omschrijving
Grondsoort
Waarnemingen
Olie
PW 1 C-zuid (0,1-1,1)
E
C zuid
@
@
-
PW 2 C-zuid (1,1-2,1)
E
C zuid
@
@
-
PW 3 C-zuid (2,1-3,1)
E
C zuid
@
@
8.700**
PW C-zuid (2,1-3,1)
E
C zuid
@
@
1.300
W1 (0,0-0,8)
E
C noord
zand
matig puinhoudend
310
W2 (0,8-1,8)
E
C noord
zand
matig puinhoudend
-
W3 (1,8-2,7)
E
C noord
klei
matig puinhoudend, matig slakhoudend
2.300
Verificatie - putwanden
W4 (0,0-1,0)
E
oost dijklichaam
zand
W5 (1,0-2,0)
E
oost dijklichaam
klei
matig puinhoudend, zwak houthoudend
28.000**
1.400
W6 (2,0-3,0)
E
oost dijklichaam
klei
matig slakhoudend, zwak puinhoudend
48.000**
W7 (3,0-4,0)
E
oost dijklichaam
klei
matig slakhoudend, zwak puinhoudend
9.200**
W8 (4,0-5,0)
T
wand noord
klei
zwak slakhoudend, sporen puin
24.000**
W9 (2,2-3,2)
T
wand
klei
matig grindhoudend, zwak puinhoudend
23.000**
W10 (3,2-4,2)
T
wand
klei, zwak zandig
zwak puinhoudend, zwak slakhoudend
7.400**
W11 (0,0-1,0)
E
wand oost
zand
600
W12 (1,0-2,0)
E
wand oost
klei
stort
330.000**
W13 (2,0-3,0)
E
wand oos t
klei
stort
74.000**
W14 (3,0-4,0)
E
wand oost
klei
stort
71.000**
W15 (4,0-5,0)
E
wand oost
klei/veen
stortmateriaal
98.000**
W16 (5,0-6,0)
E
wand oost
klei/veen
stortmateriaal
23.000**
W17 (0,0-1,0)
E
wand oost
zand
W18 (1,0-2,0)
E
wand oost
klei
sporen puin
18.000**
W19 (2,0-3,0)
E
wand oost
klei
sporen puin, sporen slakken
34.000**
550
W20 (3,0-4,0)
E
wand oost
klei
zwak houthoudend, sporen puin
61.000**
W21 (4,0-5,0)
E
wand oost
klei
stort
39.000**
W22 (0,0-1,0)
E
wand oost
zand
sintels, puin
4.000*
W23 (1,0-2,0)
E
wand oost
zand
sporen puin
-
W24 (2,0-3,0)
E
wand oost
klei
sporen puin
-
W25 (0,0-1,0)
E
wand noord
zand
sintels, puin
2.200
W26 (1,0-2,0)
E
wand noord
zand/klei
puin
10.000**
W27 (2,0-3,0)
E
wand noord
klei
sporen puin
-
W28 (0,0-1,0)
E
wand oost/zuid
zand
40.000**
W29 (1,0-2,0)
E
wand oost/zuid
zand/klei
38.000**
W30 (2,0-3,0)
E
wand oost/zuid
klei
stort
30.000**
W31 (3,0-4,0)
E
wand oost/zuid
klei
stort
6.800**
W32 (4,0-5,0)
E
wand oost/zuid
klei
stort
3.300*
W33 (4,0-5,0)
E
wand zuid
klei
@ E/T getal getal* getal**
: monsters genomen door Dordrecht Research BV, gegevens niet genoteerd : Eindmonster / Tussenmonster : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of detectielimiet : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde : het gehalte overschrijdt de T-waarde : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde
860
22
Project 16590
Tabel 5.1c: Analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Monster (m-mv)
E/T
Omschrijving
Grondsoort
Waarnemingen
Olie
PB1 C zuid
T
C zuid
@
@
107.800**
PB C-zuid (2,4-2,9)
E
C zuid
@
@
22.200**
P1 (2,8-3,0)
E
C noord
zand/klei
olie
10.000**
P2 (2,8-3,0)
E
C noord
zand
olie
17.000**
P3 (4,1-4,3)
E
putbodem
klei, zwak humeus
zwak slakhoudend, zwak grindhoudend
1.000
P4 (4,9-5,1)
T
putbodem
klei, matig zandig
matig slakhoudend
33.000**
P5 (4,2-4,4)
T
putbodem
klei, matig zandig
slakken, puin, hout
28.000**
P6 (4,4-4,6)
T
putbodem
klei
slakken, puin, hout
31.000**
P7 (4,0-4,2)
T
putbodem
klei
slakken, puin, hout
140.000**
P8 (4,0-4,2)
T
putbodem
klei
slakken, puin, metaal
66.000**
P9 (3,8-4,0)
T
putbodem
klei/veen
slakken, puin, metaal, hout
43.000**
P10 (3,8-4,0)
T
putbodem
klei
slakken, puin, metaal, hout
17.000**
P11 (4,1-4,3)
T
putbodem
stort
stort
45.000**
P12 (4,1-4,3)
T
putbodem
stort
stort
32.000**
Verificatie - putbodems
P13 (6,5-6,7)
E
putbodem
klei
stortmateriaal
17.000**
P14 (3,1-3,3)
E
C noord
klei
sporen puin
-
P15 (3,1-3,3)
E
C noord
klei
sporen puin
-
P16 (3,1-3,3)
E
C noord
klei
680
P17 (5,1-5,3)
E
putbodem
klei
660
P18 (5,1-5,3)
E
putbodem
klei
P19 (5,1-5,3)
E
putbodem
klei
1.800*
P20 (5,1-5,3)
E
putbodem
klei
1.900*
sporen puin
4.000*
P21 (5,1-5,3)
E
putbodem
klei
13.000**
P22 (6,1-6,3)
E
putbodem
klei
490
P23 (6,1-6,3)
E
Putbodem west
klei
900
P24 (6,1-6,3)
E
putbodem west
klei
190
P25 (6,1-6,3)
E
putbodem west
klei
200
P26 (6,6)
E
putbodem
klei/veen
-
P27 (6,6)
E
putbodem
klei/veen
-
P28 (6,6)
E
putbodem
klei/veen
-
P29 (6,8)
E
putbodem
klei/veen
210
P30 (6,0)
E
putbodem
veen/klei
430
P31 (6,0)
E
putbodem
klei
380
P32 (6,0)
E
putbodem
klei/veen
-
P33 (6,5)
E
putbodem
klei/veen
500
P34 (6,5)
E
putbodem
klei/veen
980
P35 (6,4)
E
putbodem
veen, zwak kleiig
-
P36 (6,4)
E
putbodem
veen, zwak kleiig
-
@ E/T getal getal* getal**
: monsters genomen door Dordrecht Research BV, gegevens niet genoteerd : Eindmonster / Tussenmonster : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde en/of detectielimiet : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde : het gehalte overschrijdt de T-waarde : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde
23
Project 16590
Processturing Tijdens de sanering heeft de milieukundig verificator een wandmonster ingezet op OCB’s en een screening op chloorkoolwaterstoffen, in verband met zintuiglijke waarnemingen. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1a. In het monster is het gehalte aan som drins sterk verhoogd, is het gehalte aan benzeen matig verhoogd en zijn diverse lichte verhogingen van andere vluchtige aromatische koolwaterstoffen aangetoond. De analyseresultaten zijn doorgegeven aan alle betrokken partijen, waarop het veiligheidsregime is aangepast (zie paragrafen 4.3 en 4.6. De sterke verhogingen aan drins zijn niet uitzonderlijk in vergelijking met andere zellingen. Verificatie Putwanden Aan de noordzijde van de ontgraving (W1, W2, W3, W25, W26 en W27) is plaatselijk nog een sterke restverontreiniging met olie in de ondergrond achtergebleven (W26, 1,0-2,0 m-mv). Dit betreft de noordoostelijke zijde van deze wand, in de richting van het dijklichaam. Verder zijn in de noordelijke putwanden hooguit lichte verhogingen aan olie achtergebleven. Aan de zuidzijde van de ontgraving zijn wandmonsters genomen door Dordrecht Research BV, na de ontgraving van het zuidelijk deel van vak C-zuid. Langs de zuidelijke perceelgrens, met IJsseldijk-Noord 55a zijn in de bovengrond tot 2,1 m-mv geen verhogingen aan olie aangetoond. In de ondergrond van 2,1 m-mv is de bodem sterk verontreinigd met olie.
In de wand langs het transformatorhuisje is een lichte verhoging aan olie aangetoond. De zuidelijke grens van de ontgraving van de stort met puur product betreft wand W33, op een diepte van 4,0-5,0 m-mv. Hierin is hooguit een lichte verhoging aan olie aangetoond. Langs het dijklichaam zijn de wandmonsters W4 t/m W7, W11 t/m W24 en W28 t/m W32 genomen. In de bovenste meter van de grond zijn lichte verhogingen aan olie aangetoond, behalve bij W22 (matig verhoogd) en W28 (sterk verhoogd). W28 betreft de wand in de zuidoostelijke hoek van het terrein. Vanaf 1 m-mv tot minimaal 5 m-mv zijn (zeer) sterke verhogingen aan olie aangetoond in de wand langs het dijklichaam. Uitzonderingen hierop zijn de wanden W23 en W24 (in de noordoostelijke hoek) en W32 (in de zuidoostelijke hoek). De sterke restverontreiniging in de (ondergrond) langs het dijklichaam is afgeschermd met een folie. Putbodems Naar aanleiding van de (zeer) sterke verhoging aan olie in de putbodems P1 t/m P12 en de zintuiglijke waarneming van olienesten dieper in de stort, is de stort ter plaatse dieper ontgraven (paragraaf 4.3), tot op de oorspronkelijke klei/veenbodem. Daarin (P29, P30 en P31) zijn hooguit lichte verhogingen aan olie aangetoond. Ten noorden van de keerwand (P1 en P2) is niet verder ontgraven, hier was in de uitgangssituatie geen drijflaag aanwezig en zijn met de ontgraving geen olienesten aangetroffen.
De putbodems P13 t/m P17 t/m P28 en P33 t/m P36 zijn doorgegraven tot onderkant stort. Ter plaatse van P13 is als gevolg van de aanwezigheid van stortresten op de putbodem een sterke verhoging aan olie aangetoond. De overige putbodems betreffen de oorspronkelijke bodem (klei/veen), over het algemeen niet tot licht verontreinigd met olie. Plaatselijk zijn matige verhogingen aan olie aangetoond (P18, P19 en P20) of een sterke verhoging (P21).
24
Project 16590
Na het doorgraven van de stort c.q. het verwijderen van de olienesten en de uitkeuringen is de ontgraving aangevuld met stortmateriaal. Dit stortmateriaal is sterk verontreinigd met olie, aromaten, zware metalen, PAK en bestrijdingsmiddelen, maar bevat geen puur product. De uitkeuringen van de putbodems geven daarmee geen representatief beeld van de restverontreiniging in de ondergrond, maar geven de kwaliteit weer van de oorspronkelijke bodem onder de stort voor wat betreft minerale olie en zijn genomen ter bevestiging dat het puur product in voldoende mate is verwijderd. Oever Aan de zijde van de IJssel zijn geen wand- of putbodemmonsters genomen. De restverontreiniging ter plaatse wordt besproken in hoofdstuk 6. 5.2.2 Controle grondwater Veldwerk Na aanvulling van de ontgraving zijn twaalf controlepeilbuizen geplaatst binnen de saneringslocatie, CP01 t/m CPB12. Voor de werkwijze wordt verwezen naar het SIKB protocol 6001. Conform de afspraak met het bevoegd gezag (paragraaf 4.4) zijn de filters van de controlepeilbuizen in het freatisch grondwater gezet. Om de trefkans te vergroten, zijn filters gebruikt met een lengte van 2 meter. De locatie van de controlepeilbuizen is weergegeven op de ontgravingskaart in bijlage IV. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage XI.
Behalve de drijflaagdetectie en bemonstering van de peilbuizen is tevens aandacht besteed aan de grondwaterstand in de peilbuizen. Tijdens de ontgraving bleek de put nagenoeg geen invloed te ondervinden van het omgevingswater (Hollandse IJssel en/of grondwater vanuit noordelijk en zuidelijk gelegen percelen) in die zin dat de put niet volliep met (grond)water. Om het herstel van de grondwaterstand binnen de zelling na de sanering te beoordelen, is de grondwaterstand op diverse data gemeten. In tabel 5.1 zijn de veldwerkzaamheden en de betreffende veldwerker weergegeven, betreffende het plaatsen van de controlepeilbuizen en de watermonstername. Tabel 5.1 Uitvoer veldwerk Veldwerk
Datum
Persoon
Protocol
Plaatsen controlepeilbuizen CPB01 t/m CPB05
7 april 2015
Dhr. P. van der Werf
2001
Watermonstername CPB01 t/m CPB05 – ronde 1
20 april 2015
Dhr. P. van der Werf
2002
Plaatsen controlepeilbuizen CPB06 t/m CPB12
8 mei 2015
Dhr. P. van der Werf
2001
Watermonstername CPB01 t/m CPB05 – ronde 2 CPB06 t/m CPB12 – ronde 1
29 mei 2015
Dhr. F. Droogers
2002
Watermonstername CPB06 t/m CPB12 – ronde 2
10 juni 2015
Dhr. P. van der Werf
2002
In tabel 5.2 zijn de veldwerkgegevens weergegeven zoals verzameld tijdens de watermonstername.
25
Project 16590
Tabel 5.2: Veldwerkgegevens grondwater Peilbuis
filterstelling (m-mv)
datum
grondwaterstand pH (m-mv)
EC (mS/cm)
Troebelheid (NTU)
CPB01
1,4-3,4
20 april 2015
1,85
7,46
44,4
213
29 mei 2015
1,73
7,7
35,0
11,96
20 april 2015
1,35
7,6
77,8
289
29 mei 2015
1,29
7,5
54,5
63
20 april 2015
0,05
7,43
24,8
77,2
29 mei 2015
0,31
7,27
1,93
13,82
20 april 2015
+0,55 #
7,35
0,02
96,8
29 mei 2015
+0,60 #
7,5
26,9
28,38
20 april 2015
1,98
7,9
29,4
105,2
29 mei 2015
2,03
7,2
38,2
12,62
29 mei 2015
1,84
7,5
36,9
18,26
10 juni 2015
1,98
7,71
40,9
98
29 mei 2015
+0,40 #
7,4
28,7
17,25
10 juni 2015
+0,40 #
7,78
39,9
95
29 mei 2015
0,40
7,3
2,73
18,36
10 juni 2015
0,67
8,45
30,8
88
29 mei 2015
0,84
7,6
27,9
8,62
10 juni 2015
0,99
7,78
40,4
145
29 mei 2015
1,26
7,4
26,4
11,63
10 juni 2015
1,40
7,95
30,4
77
29 mei 2015
0,88
7,3
28,2
28,58
10 juni 2015
1,08
7,24
31,6
116
29 mei 2015
1,30
7,6
28,3
9,15
10 juni 2015
1,22
8,74
35,4
64
CPB02
CPB03
CPB04
CPB05
CPB06
CPB07
CPB08
CPB09
CPB10
CPB11
CPB12
#
1,2-3,2
0,5-2,5
1,5-3,5
0,5-2,5
1,2-3,2
1,5-3,5
1,3-3,3
1,8-3,8
1,6-3,6
0,7-2,7
1,8-3,8
Tijdens grondwatermonstername was er sprake van kwel vanuit de peilbuis
Tijdens de grondwatermonstername is geen drijflaag op het grondwater in de peilbuizen aangetroffen. Alleen aan het grondwater afkomstig uit peilbuis CB05 is een lichte brandstofgeur waargenomen. Grondwaterstanden Voorafgaand aan de sanering was sprake van een opbollende waterstand van circa 1 à 1,5 m+NAP (circa 1,8 à 2,3 m-mv). Na afloop van de sanering, tijdens de bemonstering van de controlepeilbuizen varieerde de waterstand tussen 0,05 en 2,03 m-mv. De waterstand is gemiddeld dus hoger en de variatie sterker. De variatie doet zich zowel plaatselijk voor, als in de tijd, en is vermoedelijk het gevolg van zettingen. Ter plaatse van de peilbuizen CPB04 en CPB07 trad tijdens de verschillende bemonsteringen kwel op. Het water dat uit de buizen loopt is helder. Vermoedelijk is ook deze kwel het gevolg van zettingen in de stort/aanvulling onder de kleilaag, waardoor plaatselijk waterspanning ontstaat.
26
Project 16590
Op basis van de huidige gegevens bestaat nog geen duidelijk inzicht in het herstel c.q. de ontwikkeling van de grondwaterstand binnen de saneringslocatie na afloop van de sanering. Als het vermoeden van zettingen als oorzaak klopt, zullen de variatie in grondwaterstanden en kwel in de loop van de tijd afnemen. Met de monitoring van de restverontreiniging in het grondwater zal hier tevens aandacht aan worden besteed. Voorafgaand aan, tijdens de sanering en na afloop van de aanvullingen is de grondwaterstand gemeten van de peilbuizen A01 en A02. Deze peilbuizen zijn gesitueerd op het noordelijk gelegen buurperceel IJsseldijk-Noord 63. In tabel 5.3 zijn de resultaten weergegeven. Tabel 5.3: Verloop grondwaterstand direct buiten saneringslocatie Peilbuis
filterstelling (m-mv)
datum
periode
grondwaterstand (m-mv)
A01
0,7-1,7
7 december 2011
tijdens voorgaand onderzoek
1,16
5 december 2014
tijdens sanering
1,20
7 december 2011
tijdens voorgaand onderzoek
2,42
5 december 2014
tijdens sanering
2,00
7 april 2015
na aanvulling
2,56
20 april 2015
na aanvulling
2,60
A02
1,5-3,5
De invloed van de sanering (met aanzienlijke grondwaterstandverlaging in ontgravingsput) op het grondwaterniveau in de omgeving lijkt gering. Resultaten Het grondwater uit de controlepeilbuizen is geanalyseerd op minerale olie en aromaten. In tabel 5.4 zijn de analyseresultaten van de grondwatermonsters weergegeven. De analysecertificaten met toetsing zijn opgenomen in de bijlage XII.
27
Project 16590
Tabel 5.4: Analyseresultaten grondwater in µg/l (controlepeilbuizen) Peilbuis
Filterstelling
CPB01
1,4-3,4
CPB02
1,2-3,2
CPB03
CPB04
0,5-2,5
1,5-3,5
datum
minerale olie
aromaten styreen
benzeen
tolueen
ethylbenzeen
xylenen (som)
naftaleen
20 april 2015
-
-
8,9
-
-
-
0,4
29 mei 2015
-
-
3,4
-
-
1
-
20 april 2015
-
-
-
-
-
-
0,25
29 mei 2015
-
-
-
-
-
-
0,1
20 april 2015
-
-
0,3
-
-
-
0,17
29 mei 2015
-
-
0,4
-
-
-
0,33
20 april 2015
-
-
-
-
-
-
-
29 mei 2015
-
-
-
-
-
-
0,06
8.000**
-
20*
-
-
4,4
12
CPB05
0,5-2,5
20 april 2015 29 mei 2015
7.900**
-
10
-
-
2,8
4
CPB06
1,2-3,2
29 mei 2015
130
-
66**
-
-
2
1,6
10 juni 2015
-
-
10
-
-
2
0,83
CPB07
CPB08
1,5-3,5
1,3-3,3
CPB09
1,8-3,8
CPB10
1,6-3,6
CPB11
CPB12
getal getal* getal**
0,7-2,7
1,8-3,8
29 mei 2015
82
-
13
-
-
0,7
1,3
10 juni 2015
-
-
4,5
-
-
1
0,5
29 mei 2015
-
-
8,3
-
-
1
1,1
10 juni 2015
-
-
10
-
-
1
1,7
29 mei 2015
-
-
0,3
-
-
-
0,16
10 juni 2015
-
-
-
-
-
-
0,1
29 mei 2015
-
-
-
-
-
-
0,03
10 juni 2015
-
-
-
-
-
-
0,03
29 mei 2015
-
-
-
-
-
-
0,07
10 juni 2015
110
-
-
-
-
-
0,03
29 mei 2015
-
-
-
-
-
-
0,04
10 juni 2015
-
-
-
-
-
-
0,03
: de concentratie is kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde (of detectielimiet) : de concentratie overschrijdt de streefwaarde : de concentratie overschrijdt de T-waarde : de concentratie overschrijdt de interventiewaarde
In het grondwater uit peilbuis CPB05 zijn bij beide bemonsteringen sterke verhogingen aan minerale olie aangetoond, naast lichte tot matige verhogingen aan benzeen en lichte verhogingen aan xylenen en naftaleen. In de grondwatermonsters van de overige controlepeilbuizen zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond aan aromaten en plaatselijk olie. De gemeten gehalten duiden niet op de aanwezigheid van een drijflaag c.q. puur product in/op het grondwater. Zintuiglijk is ook geen drijflaag waargenomen tijdens de bemonstering.
28
6
Project 16590
RESTVERONTREINIGING OEVER Na de uitgevoerde ontgravingen en aanvullingen is de eindsituatie ter plaatse van de oever vastgesteld door middel van onderzoek. Daarbij zijn dwars op de oever 5 boorraaien geplaatst met boringen aan de bovenzijde van de oever, boringen halverwege het talud van de oever en boringen onderin het talud van de oever (bij laagwater). Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: - wat zijn de mate en omvang van restverontreiniging ter plaatse van de oever? - in hoeverre kan de restverontreiniging nog leiden tot een verspreidingsrisico? - kan de restverontreiniging in de oever de oorzaak zijn voor het ontstaan van de olievlekking op de Hollandse IJssel?
6.1
Veldwerk Het onderzoek is in fasen uitgevoerd, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6.1 onderzoek oever Veldwerk
Datum
Partij
Protocol
A
12 en 13 februari 2015
Grondslag BV , dhr. P, van der Werf/ Bouten Nederland BV
2001 /
Verrichten mechanische boringen bovenzijde talud - boringen CB01 t/m CB11
2101
B
Verrichten boringen halverwege oever - boringen 01 t/m 05
14 april 2015
Dordrecht Research BV, dhr. P. van Weert
2001
C
Verrichten boringen onderaan talud (laag water) - boringen 01b t/m 05b
20 april 2015
Dordrecht Research BV, dhr. P. van Weert
2001
De locatie van de boringen is weergegeven op de ontgravingskaart in bijlage IV. Het veldwerk is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000 (bodemonderzoek) en BRL SIKB 2100 (mechanische boringen). Alle betrokken uitvoerende partijen zijn hiervoor gecertificeerd en als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Ad A) De sonische boringen zijn verricht door een derde partij. De grond is beschreven en bemonsterd door Grondslag BV. De boringen zijn verricht aan de bovenzijde van de oever. De boringen zijn verricht op een afstand van minimaal 3 meter vanuit bovenzijde oever. Dichterbij het water was dit niet mogelijk in verband met een te onstabiel talud richting de Hollandse IJssel. Er zijn op vijf boorlocaties boringen verricht. Per boorlocatie is een verticale en een schuine boring verricht, tot in de oorspronkelijke bodem onder de stort. Daarbij zijn de boringen doorgezet tot een diepte van circa 8 meter. De schuine boringen zijn verricht onder een hoek van 30 graden, in de richting van de oever. De boringen CB01, CB03, CB06, CB08 en CB10 betreffen de verticale boringen. De boringen CB02, CB04, CB05, CB07 en CB09 betreffen de schuine boringen. In verband met een te onstabiel talud is boring CB04 niet uitgevoerd. In plaats van deze boring is boring CB11 verricht, iets noordelijker.
Ad B) De boringen 01 t/m 05 halverwege de oever (bij laag water) zijn verricht door Dordrecht Research BV. De werkzaamheden zijn bijgewoond door de MKB-er verificatie van Grondslag
29
Project 16590
BV. De boringen zijn handmatig verricht, voor zover mogelijk. De boringen zijn doorgezet tot een diepte variërend tussen 1,6 en 2,6 m-mv. Ad C) De boringen 01b t/m 05b onderaan de oever (bij laag water) zijn eveneens verricht door Dordrecht Research BV. De werkzaamheden zijn bijgewoond door de MKB-er verificatie van Grondslag BV. De boringen zijn handmatig verricht, voor zover mogelijk. De boringen zijn doorgezet tot een diepte variërend tussen 0,6 en 1,0 m-mv. Alle boringen zijn gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. Asbest Tijdens het veldwerk op 14 april 2015 zijn door de milieukundig verificator enkele stukjes asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. De stukjes zijn van de locatie meegenomen. Naar aanleiding hiervan is op 20 april 2015 een volledige maaiveldinspectie uitgevoerd door de milieukundig verificator. Daarbij is geen asbestverdacht materiaal meer aangetroffen op het maaiveld. Tijdens de keuringen van de aanvulgrond is geen asbest waargenomen. Aanvullend onderzoek naar asbest wordt niet noodzakelijk geacht. 6.2
Resultaten De boorstaten en analyseresultaten met toetsingen van het onderzoek ter plaatse van de oever zijn samengevoegd in bijlage XIII. Onderstaand volgt een korte beschrijving en interpretatie van deze gegevens. Zintuiglijke waarnemingen Ter plaatse van de boringen aan de bovenzijde van de oever, CB01 t/m CB11, bestaat de opbouw tot circa 3,8 m-mv uit aanvulgrond (zand/klei). Daaronder is de (herschikte) stortlaag aangetroffen, met een dikte van circa 1,5 tot 2 meter dikte. Ter plaatse van CB05 is de stortlaag dikker, circa 4,5 meter. Onder de stort bestaat de oorspronkelijke bodem uit klei/veen. Aan het stortmateriaal zijn matige tot uiterste olie-waterreacties en oliegeuren waargenomen. Zintuiglijk is in de stort niet duidelijk puur product aangetroffen. Ter plaatse van boring CB05 is tussen 5 en 8 m-mv mogelijk puur product aanwezig (“uiterste olie-water-reactie”, “uiterste oliegeur”). Ter plaatse van de boringen halverwege de oever (gemiddeld hoogwaterniveau), boringen 01 t/m 05, is de opbouw variabel. Ter plaatse van de boringen 01 en 01b bestaat de bodem uit puinhoudend zand. Ter plaatse van boring 05 bestaat de bodem uit puinhoudend zand, op zandige klei en zand. Ter plaatse van de boringen 02, 03 en 04 bestaat de bodem uit klei- en zandige kleilagen.
De boringen onderin de oever (gemiddeld laagwaterniveau), boringen 01b t/m 05b, zijn allemaal gestuit op een ondoordringbare laag, op circa 0,6 tot 1,0 m-mv. Daarboven is zand of zandige klei aanwezig. Zintuiglijk bevatten het zand en de klei in de bovenste meter matige tot sterke puinbijmenging. De bovenste halve meter van de bodem is zintuiglijk (visueel, geur) over het algemeen niet verontreinigd met olie. Alleen in boring 03b is een zwakke oliewaterreactie en zwakke oliegeur waargenomen. Tussen 0,5 en 1,0 m-mv wordt zintuiglijk over het algemeen hooguit een zwakke oliegeur en olie-waterreactie waargenomen. In boring 02b (0,3-1,0 m-mv) worden een sterke olie-waterreactie en matige oliegeur waargenomen. In de boringen 01 (0,7-1,0 m-mv) en 01b (0,5-1,0 m-mv) worden matige olie-waterreacties waargenomen. Dieper dan 1,0 meter wordt over het algemeen zintuiglijk hooguit een zwakke oliegeur en olie-waterreactie waargenomen. In de boringen 01 en 01b wordt dieper een matige olie-waterreactie waargenomen. In boring 04 wordt dieper dan 1,5 m-mv een sterke olie-waterreactie waargenomen, evenals oliedruppels (puur product).
30
Project 16590
Analyses grond Ter verificatie van de zintuiglijke waarnemingen zijn diverse grondmonsters geselecteerd voor analyse op minerale olie en/of een volledig NEN-pakket inclusief bestrijdingsmiddelen. De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 6.2. Tabel 6.2: Analyseresultaten grond Monsters (m-mv)
Waarnemingen
Ba@
Cd
Co
Cu
Hg
Pb
Mo
Ni
Zn
Olie
PAK
PCB
mg/kg ds
OCB µg/kg
Dwarsdoorsnede1 CB01 (3,9-4,9)
stort, olie++
52.000**
CB02 (3,7-4,7)
olie-water+++, oliegeur++
5.000*
CB02 (4,8-5,8)
stort, olie-water++++, oliegeur+++
31.000**
01 (0,7-1,2)
olie-water++, oliegeur+
1.120** 1,25
21,8
69,5
0,97
394*
-
48,4
939**
19.200**
44,6**
2.980**
01b (0,5-1,0)
olie-water++, oliegeur+
1.550** 3,88
28,7
117*
1,94
475*
1,7
62,7
1.700**
12.600**
24,9*
309
Dwarsdoorsnede 2 CB03 (4,5-5,5)
stort, olie-water++++, oliegeur+++
9.000**
CB11 (4,0-5,0)
olie-water+++, oliegeur++, resten stort
20.000**
02 (0,3-0,8)
puin++
-
-
19,8
42,7
0,28
109
-
50,3
288
634
2,63
29
02 (2,2-2,7)
stort, olie-water+
-
2,15
23,9
174*
1,85
669**
2,5
70,9*
1.080**
13.100**
18,6
237
7,7
23,6
602,000**
Dwarsdoorsnede 3 CB05 (4,0-5,0)
stort, olie-water++++, oliegeur++++
15.000**
CB05 (7,0-8,0)
stort, olie-water++++, oliegeur++++
12.000**
CB06 (5,0-6,0)
olie-water++, oliegeur++, resten stort
15.000**
03 (0,2-0,7)
puin+++
-
-
-
-
0,20
80,3
-
-
195
417
Dwarsdoorsnede 4 CB07 (4,0-5,0)
stort, olie-water++++, oliegeur+++
16.000**
CB08 (5,5-6,0)
stort, olie-water++++, oliegeur+++
15.000**
04 (0,5-1,0)
puin++
-
1,54
20,3
57,7
0,64
215
-
36,8
694*
2.180
12,4
139
04 (1,5-2,0)
olie-water+++, oliegeur+, oliedruppels in water
-
-
22,1
187*
2,19
145
-
78,8*
575*
64.000**
211**
-
37.700**
Dwarsdoorsnede 5 CB09 (5,0-5,8)
stort, olie-water+++, oliegeur++
3.900*
CB10 (4,0-5,0)
olie-water+++, oliegeur++, resten stort
21.000**
05 (1,0-1,5)
oliegeur+
-
0,68
20,8
47,5
05 (1,9-2,2)
verf+++
-
-
127*
456** 5,86
0,37
74,5
-
6.840** 14
51,2
233
5.560**
3,86
-
415**
1,710**
15.800**
9,15
87,8
13.300**
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) blanco : geen analyse uitgevoerd Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920) : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of detectielimiet) getal : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde getal* : het gehalte overschrijdt de T-waarde getal** : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde
Van alle boringen aan de bovenzijde van de zelling (CB01 t/m CB11) is de zintuiglijk meest verontreinigde laag geanalyseerd op olie, ter bepaling van de mate van verontreiniging. Alle gehalten zijn ruim boven de interventiewaarde, zowel in de verticale boringen als in de schuine
31
Project 16590
boringen. Het gehalte in CB05 (“uiterste olie-water-reactie”, “uiterste oliegeur”) is niet duidelijk hoger dan in de andere boringen. Van de boringen in het talud van de oever is de bovenste 0,5 meter van de bodem hooguit licht verontreinigd met minerale olie. Alleen in boring 02b is een sterke olieverontreiniging gemeten. Niet alle bovengrondmonsters zijn geanalyseerd. Tussen 0,5 en 1,0 m-mv is de bodem analytisch afwisselend licht (02, 03, 03b, 04) en sterk (01, 01b, 02b, 04b) verontreinigd met minerale olie. Het grondmonster uit boring 4b, met daarin oliedruppels, is analytisch het sterkst verontreinigd (64.000 mg/kgds). Behalve met minerale olie is de diepere bodem op diverse plaatsen ook sterk verontreinigd met zware metalen (lood, koper, nikkel, zink, barium), PAK, PCB en drins. 6.3
Conclusie De bodem onder de oever is op diverse plaatsen sterk verontreinigd met minerale olie en met andere verontreinigingen, zoals zware metalen, PAK, PCB en drins. Plaatselijk is in de bodem (mogelijk) puur product aanwezig: in boring 04 vanaf 1,5 meter diepte en in boring CB05 vanaf 5 meter diepte. Aan de bovenzijde van de oever is de verontreiniging geïsoleerd door de leeflaag, bestaande uit klei en zand (zie dwarsdoorsnede bijlage IV). Deze is aanwezig tot het niveau van 1,5 m+NAP, net boven het gemiddeld hoogwaterniveau (1,4 m+NAP). Onder het gemiddeld hoogwaterniveau is de oorspronkelijke stort afgedekt met basalt en stortsteen tot in de Hollandse IJssel. De restverontreiniging in/onder de oever zal zich naar verwachting niet alsnog verspreiden. Mede door het aanbrengen van de kleilaag op de zelling (paragraaf 4.3) wordt het regenwater op het terrein afgevoerd naar de Hollandse IJssel en wordt infiltratie naar de stort geremd. De doorlatendheid van de oever is tijdens de sanering zeer laag gebleken, tijdens de sanering is de ontgraving van vak A en C nagenoeg droog gebleven (paragraaf 4.2). Ook de doorlatendheid van onder af is gering, met de oorspronkelijke slecht doorlatende klei- en veenlagen onder de stort. De verwachting is dat de hoeveelheid water die de stort in- en uitloopt, gering is.
Het is niet aannemelijk dat de olievlekking op de Hollandse IJssel bij laag water wordt veroorzaakt door olieverontreiniging in de oever. Naar verwachting wordt de vlekking veroorzaakt door olieresten in of onder de waterbodem.
32
7
CONCLUSIE GRONDSANERING
7.1
Saneringsresultaat
Project 16590
Op de locatie zelling Avia aan de IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk aan den IJssel is de eerste fase van de bodemsanering uitgevoerd, betreffende de grondsanering. Het uiteindelijke doel van de sanering is het geschikt maken van de bodem, zodanig dat bij het huidige gebruik de aanwezige verontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de mens, het milieu en/of verspreiding. De grondsanering heeft bestaan uit het voor zover civieltechnisch mogelijk verwijderen van het met puur product verontreinigde stortmateriaal. Voorafgaand aan de sanering was de veronderstelling dat dit een drijf- en smeerlaag betrof. Tijdens de sanering bleek dat binnen de stort ook ‘olienesten’ aanwezig waren, tot aan onderzijde stort. In totaal is 12.665,706 ton (circa 7.750 m3) aan met puur product verontreinigd stortmateriaal afgevoerd. Het materiaal is afgevoerd naar twee verschillende locaties: stortplaats Noord en Midden te Nieuwdorp (Vlissingen) onder afvalstroomnummer 09475A002594 en stortplaats Nauerna te Nauerna (Assendelft) onder afvalstroomnummer 070184623026. Daarnaast zijn van het perceel drie ondergrondse tanks verwijderd, alsmede diverse verhardingen en betonfundaties. In de grond en het grondwater is conform de verwachting een sterke restverontreiniging achtergebleven, zoals weergegeven in bijlage IV.
De sterk met olie, PAK, metalen, PCB’s en drins verontreinigde stort is aanwezig in de ondergrond over de gehele locatie. De stort is perceel overschrijdend en loopt door in de landbodem in noordelijke en zuidelijke richting en tot onder de Hollandse IJssel in westelijke richting. Ter plaatse van een gedeelte van het dijklichaam is in het stortpakket puur product achtergebleven. Dit is afgeschermd met een ondoorlatend folie. Onder de zelling (boring CB05) en onder de oever (boring 04) is in de ondergrond mogelijk puur product achtergebleven. De stort is, nadat het puur product zoveel als mogelijk is verwijderd, aangevuld met klasse Industriegrond (waaronder de oorspronkelijke bovengrond. De Industriegrond vervolgens afgedekt met een afscheidingsdoek, waarop een leeflaag is aangebracht. De leeflaag is opgebouwd uit daarvoor geschikte klei, zand en grond van elders (totaal 15.944 m3). De dikte van de leeflaag varieerde bij de aanleg tussen 1,3 en 1,8 meter, waarbij rekening is gehouden met een mogelijke zetting van 0,2 meter. Ter plaatse van het terreindeel dat niet is ontgraven (rondom het transformatorhuisje) is de bestaande verharding (klinkers) gehandhaafd. 7.2
Toetsing resultaat aan doelstelling Geconcludeerd wordt dat met de grondsanering het beoogde doel bereikt is: het verwijderen van het bereikbare, met puur product verontreinigde stortmateriaal. De plaatselijk achtergebleven restverontreiniging met puur product is afgeschermd met een folie (talud dijklichaam) of op dusdanige diepte aanwezig (oever) dat geen onaanvaardbare verspreiding meer wordt verwacht. De doelstelling van de sanering is het behalen van een stabiele eindsituatie, trede 3 van de saneringsladder. De restverontreiniging in grond en grondwater na afloop van de grondsanering is vastgelegd door middel van controlemonsters. Teneinde aan te tonen dat sprake is van een stabiele eindsituatie, wordt een tweede saneringsfase uitgevoerd, welke
33
Project 16590
bestaat uit monitoring van de restverontreiniging in het grondwater. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 8. Aanleiding voor de sanering was de onaanvaardbare verspreiding van de verontreiniging vanuit de stort naar de Hollandse IJssel. Na afloop van de grondsanering is waargenomen dat er op bepaalde momenten nog sprake is van een lichte olievlekking op het oppervlaktewater van de Hollandse IJssel, op een aantal plekken langs de oever van de zelling. Deze vlekking treedt met name op bij laag water, langs de onderzijde van de oever. De olievlekking lijkt te ontstaan vanaf de waterbodem en verdwijnt vervolgens ook weer. Naar verwachting betreft de olievlekking een ‘na-ijleffect’ van de bodemsanering. In aanvulling op de monitoring van het grondwater zal tevens de olievlekking worden gemonitord (zie hoofdstuk 8). In aanvulling op het saneringsplan is een civieltechnische isolatie aangebracht boven de stort. Deze bestaat uit een kleilaag binnen de aanvulgrond, boven het gemiddeld hoogwaterniveau, onder verhang in de richting van de Hollandse IJssel. Doel van de kleilaag is om de infiltratie van regenwater te remmen en dit water direct af te laten stromen naar de Hollandse IJssel. Op deze wijze wordt de verontreinigde stort minder gevoed met water, en de in- en uitstroom van (verontreinigd) grondwater vanuit de stort naar de omgeving zoveel mogelijk beperkt.
Civieltechnisch bleek het niet mogelijk om deze kleilaag ook langs de oever aan te brengen, omdat niet tot op voldoende diepte gegraven kon worden. Met het onderzoek naar de opbouw en verontreinigingssituatie onder de oever is vastgesteld dat onder de oever nog sterk verontreinigd stortmateriaal aanwezig is, met plaatselijk en op diepte, mogelijk ook enig puur product. Gezien de diepte waarop dit materiaal is aangetroffen en de geringe in- en uitstroom van water uit de stort naar de omgeving is er naar verwachting geen sprake van een onaanvaardbare verspreidingsrisico.
34
8
Project 16590
MONITORING EN NAZORG Dat de sterke restverontreiniging in grond en grondwater ter plaatse van de zelling Avia aan de IJsseldijk Noord 56 te Ouderkerk aan den IJssel een stabiele eindsituatie betreft (trede 3), dient door monitoring te worden aangetoond. In onderhavig hoofdstuk is het monitoringsplan voor deze tweede fase uitgewerkt. Daarnaast worden in het kader van de nazorg de gebruiksbeperkingen vastgesteld.
8.1
Monitoring Het doel van de monitoring is het vaststellen of de achtergebleven restverontreiniging stabiel is en er geen sprake is van ontoelaatbare verspreiding (trede 3 landelijke saneringsladder). Op basis van de onderzoeksgegevens voorafgaand aan de sanering is de verwachting dat er geen sprake is van onaanvaardbare verspreiding als gevolg van diffusie. Behalve naar de Hollandse IJssel heeft de verontreiniging zich de afgelopen jaren niet duidelijk verspreid, noch horizontaal, noch verticaal. Naar verwachting kan met een kortdurende monitoring worden aangetoond dat er geen sprake is van ontoelaatbare verspreiding naar de omgeving via diffusie. Voorafgaand aan de sanering was wel sprake van een onbeheersbare situatie als gevolg van de aanwezigheid van een naar het aangrenzende oppervlaktewater uittredende drijflaag. Deze drijf/smeerlaag is met de sanering zoveel als mogelijk verwijderd, evenals de tijdens de sanering aangetroffen ‘olienesten’ door de gehele stort. Daar waar het puur product niet kon worden ontgraven langs het dijktalud is deze afgeschermd met een folie. Onder de oever is ook restverontreiniging met plaatselijk mogelijk enig puur product achtergebleven, deze kon niet worden ontgraven en is niet afgedekt.
Echter, vanuit onderzoek is gebleken dat de in- en uitstroom vanuit de stort naar de omgeving gering is, en er geen sprake is van ontoelaatbare uittreding vanuit de stort naar het oppervlaktewater. De uittreding die voorafgaand aan de sanering plaatsvond, werd vermoedelijk veroorzaakt door uitstroom via (voormalige) leidingdoorvoeren door de oever. Na afloop van de grondsanering en aanvullingen is waargenomen dat op bepaalde momenten nog sprake is van een lichte olievlekking op het oppervlaktewater van de Hollandse IJssel, op een aantal plekken langs de oever van de zelling. Dit betreft naar verwachting een ‘na-ijleffect’ van de bodemsanering. De monitoring richt zich op de controle van het saneringsresultaat: - het (opnieuw) ontstaan van een drijflaag binnen de saneringslocatie; - verspreiding van de verontreiniging naar het oppervlaktewater (olievlekking). Daarnaast dient de monitoring ter controle dat er geen sprake is van verspreiding van sterk verontreinigd grondwater als gevolg van diffusie naar de omgeving. Ook wordt aandacht besteed aan het herstel c.q. de ontwikkeling van het grondwaterniveau in de zelling. In tabel 8.1 is de monitoringsopzet uitgewerkt, met signaal- en actiewaarden. Er wordt uitgegaan van een kortdurende monitoring voor een periode van 5 jaar, van bestaande peilbuizen. In bijlage IV zijn de monitoringspeilbuizen weergegeven op kaart.
35
Project 16590
Tabel 8.1: Opzet monitoring Doel
Peilbuis (filter m-mv)
Parameters
Frequentie
Nulsituatie
Kern, freatisch grondwater / ontstaan drijflaag
CPB05 (0,5-2,5)
drijflaagdetectie + olie/aromaten
>I
CBP08 (1,3-3,3)
drijflaagdetectie + olie/aromaten
>S
CBP09 (1,8-3,8)
drijflaagdetectie + olie/aromaten
>S
CB10 (1,6-3,6)
drijflaagdetectie + olie/aromaten
>S
A02 (1,5-2,5)
olie/aromaten
<S
A03 (0,7-2,7)
olie/aromaten
1 x per jaar
Pluim, freatisch grondwater / diffusie horizontaal
Signaalwaarde
Actiewaarde
toenemende concentraties
aantreffen drijflaag
<S 1 x per jaar
>T toenemende concentraties
A05 (0,0-2,0)
olie/aromaten
<S
A06 (1,6-3,6)
olie/aromaten
>S
Kern, diffusie verticaal
-
Controle van verspreiding in verticale richting wordt niet noodzakelijk geacht. Met de voorgaande onderzoeken is reeds aangetoond dat de verontreiniging zich niet in significante mate heeft verspreidt tot in de oorspronkelijke ondergrond (klei/veen). Vanuit de controlemonsters van de oorspronkelijke ondergrond blijkt ook dat deze hooguit licht is verontreinigd met olie. Op het moment dat tijdens de monitoring van het freatisch grondwater blijkt dat de verontreiniging zich wel in horizontale richting als gevolg van diffusie onaanvaardbaar verspreidt, en aanvullend onderzoek en/of maatregelen noodzakelijk zijn, wordt ook het diepere grondwater onderzocht.
Oever, olievlekking op oppervlaktewater
-
-
@
1 x per jaar
lichte olievlekking bij laag water
>>I @
toenemende mate van vlekking
zichtbare uittreding van verontreiniging vanuit de oever
het perceel aan de zuidzijde van de saneringslocatie valt binnen de contour van het geval van bodemverontreiniging “buitendijkse zelling’, waarvan bekend is dat deze verontreinigd is (waaronder olie). Alleen indien het oliegehalte in peilbuis A06 zeer sterk toeneemt waarbij het vermoeden bestaat dat dit veroorzaakt wordt door de restverontreiniging van het geval ‘Zelling Avia’ betekent dit dat er sprake is van de overschrijding van de actiewaarde. Een en ander in overleg met bevoegd gezag.
Per peilbuis is een signaalwaarde vastgesteld. Een signaalwaarde betekent dat er mogelijk onacceptabele verspreiding plaats vindt van de verontreiniging. De monitoringsfrequentie wordt in dat geval verhoogd: na 3 maanden en na 6 maanden wordt de peilbuis nogmaals bemonsterd. Indien bij deze twee bemonsteringen het gehalte stabiliseert en/of niet meer wordt aangetoond, wordt teruggegaan naar het oorspronkelijke bemonsteringsregime. De actiewaarde betreft het gehalte waarbij de verspreiding onacceptabel wordt geacht. Onacceptabel wordt geacht verspreiding van sterke grondwaterverontreiniging tot buiten de oorspronkelijke contour. Indien de actiewaarde wordt overschreden, wordt 1 maand later een herbemonstering uitgevoerd. Indien met de herbemonstering de verhoging wordt bevestigd, wordt in overleg met het bevoegd gezag bepaald welke actieve nazorgmaatregelen (grondwatersanering en/of actieve beheersmaatregelen) in werking dienen te worden gezet. Afhankelijk van de situatie wordt hiervoor een apart plan van aanpak opgesteld, gericht op het ongedaan maken van de onaanvaardbare verspreiding. Hierbij kan gedacht worden aan het opnieuw onttrekken van grondwater (grondwaterbeheerssysteem), maar ook aan het uitvoeren van een deelsanering (plaatsen foliescherm langs perceelsgrens, eventueel in combinatie met een ontgraving).
Indien uit de monitoring van het grondwater blijkt dat na vijf jaar geen significante verhogingen in meetresultaten aantoonbaar zijn, dan kan worden geconcludeerd dat de restverontreiniging zich niet verder verspreid en dus stabiel is. Op dat moment wordt een
36
Project 16590
(eind)beschikking aangevraagd bij het bevoegd gezag, betreffende deze tweede fase van de sanering (monitoring). De totale sanering wordt dan als afgerond beschouwd. 8.2
Gebruiksbeperkingen Er zijn vooralsnog geen ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de verontreinigingssituatie. Wijzigingen in bodemgebruik en grondwerkzaamheden dienen vooraf te worden gemeld bij het bevoegd gezag en kunnen aanleiding vormen tot een aanvullende (deel)sanering. Voor het oppompen van verontreinigd grondwater dient vooraf toestemming te worden verleend door het bevoegd gezag (onttrekking en/of lozing). De aangebrachte grondaanvullingen, afscheidingsdoek en folie dienen te worden gehandhaafd, evenals de monitoringspeilbuizen. Bij een transactie dienen de gebruiksbeperkingen te worden gemeld aan de volgende eigenaar en dienen afspraken te worden gemaakt over de lopende sanering (monitoring) en nazorg. Wanneer is aangetoond dat de restverontreiniging niet leidt tot onaanvaardbare risico’s, is actieve nazorg niet meer noodzakelijk. De mate van restverontreiniging wordt vastgelegd in het evaluatierapport en geregistreerd (passieve nazorg). Ernstige restverontreiniging wordt met de beschikking op het evaluatierapport kadastraal geregistreerd.
BIJLAGE I
Omgevingskaart
Klantreferentie: 16590/LS
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object OUDERKERK AAN DEN IJSSEL B 3260 IJsseldijk Noord 55B, 2935 BH OUDERKERK AAN DEN IJSSEL CC-BY Kadaster.
Uw referentie: 16590/LS
Holland
sche IJs
sel
Uittreksel Kadastrale Kaart
31
51
2220
ijk-No
o rd
67
3476
IJsse ld
4048
3490
62
65
63
3258 32 59
64
66
3117
31
61
3484
93
92
sse
l
31
sch
60
e IJ
3477
k-Noord
Hol
land
3965
4163
IJsseldij
3260
3130
55
4139
52
a
56
55
a
4164
4093 4138
4140 4136
53
4141
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 29 juni 2015 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
4137
52
3131 51a 10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
OUDERKERK AAN DEN IJSSEL B 3260
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Kadastraal bericht object
Page 1 of 1
Kadastraal bericht object Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft:
OUDERKERK AAN DEN IJSSEL B 3260
IJsseldijk Noord 55 B 2935 BH OUDERKERK AAN DEN IJSSEL Uw referentie: 16590/LS Toestandsdatum: 26-6-2015
29-62015 12:30:32
Kadastraal object Kadastrale aanduiding: Grootte: Coördinaten: Omschrijving kadastraal object: Locatie:
Ontstaan op:
OUDERKERK AAN DEN IJSSEL B 3260 62 a 5 ca 103451-439419 BEDRIJVIGHEID (NUTSVOORZIENING) TERREIN (INDUSTRIE) IJsseldijk Noord 55 B 2935 BH OUDERKERK AAN DEN IJSSEL IJsseldijk Noord 56 2935 BH OUDERKERK AAN DEN IJSSEL 7-10-1988
Publiekrechtelijke beperkingen KENNISGEVING, VORDERING, BEVEL OF BESCHIKKING, WET BODEMBESCHERMING (ZIE TEKENING) Zie ingeschreven tekening voor ligging Betrokken Provincie Zuid-Holland bestuursorgaan: Ontleend aan: HYP4 57227/70 d.d. 24-9-2009
Gerechtigde EIGENDOM Argos Supply Trading B.V. Waalhaven Z.z. 11 3089 JH ROTTERDAM Zetel: ROTTERDAM Recht ontleend aan: Eerst genoemde object in brondocument: Recht ontleend aan: Eerst genoemde object in brondocument:
HYP4 63982/167 d.d. 19-2-2014 OUDERKERK AAN DEN IJSSEL B 3260 84 ODK04/2704 d.d. 7-10-1988 OUDERKERK AAN DEN IJSSEL B 3260
Nog niet (volledig) verwerkte brondocumenten: HYP4 63982/167 NAAMSWIJZIGING
d.d. 19-2-2014
Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.
https://kadaster-on-line.kadaster.nl/objprod.asp
29-6-2015
BIJLAGE II
N
Overzichtskaart
B (beton) (klinkers)
(beton) (beton)
(beton) (beton)
(beton) (beton)
SL26 (beton)
SL25
A06 (kl
ink
ers
)
A09
VLEKKENKAART GROND Legenda - olie > interventiewaarde in grond - boorpunt / - boorpunt voorgaand onderzoek - boorpunt met peilbuis in stort - boorpunt met peilbuis filter onder stort - proefsleuf A B C
0
- voormalige tankstation (nog 1 ondergrondse tank aanwezig) - slibvangput, obas en ondergrondse tank afgewerkte olie (nog aanwezig) - ondergrondse tank "blusmiddel" (nog aanwezig) 5
10
15
20 m
Schaal: 1:500
Formaat: A3
Opdrachtgever: North Sea Group Project: IJsseldijk - Noord 56 te Oudekerk a/d IJssel Project nummer: 16590, LS
Datum : 20-02-2012
Getekend: B.V.
Bestandsnaam: 16590tek.dwg
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
C
A (klink ers)
)
on) /stelc (beton
(beton)
(beton
vml. t a
nkpla
ats
SL21
N
Overzichtskaart
B (beton) (klinkers)
(beton) (beton)
(beton) (beton)
(beton) (beton)
SL26 (beton)
SL25
A06 (kl
ink
ers
)
A09
VLEKKENKAART GRONDWATER Legenda - olie > interventiewaarde in grondwater - boorpunt / - boorpunt voorgaand onderzoek - boorpunt met peilbuis in stort - boorpunt met peilbuis filter onder stort - proefsleuf A B C
0
- voormalige tankstation (nog 1 ondergrondse tank aanwezig) - slibvangput, obas en ondergrondse tank afgewerkte olie (nog aanwezig) - ondergrondse tank "blusmiddel" (nog aanwezig) 5
10
15
20 m
Schaal: 1:500
Formaat: A3
Opdrachtgever: North Sea Group Project: IJsseldijk - Noord 56 te Oudekerk a/d IJssel Project nummer: 16590, LS
Datum : 20-02-2012
Getekend: B.V.
Bestandsnaam: 16590tek.dwg
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
C
A (klink ers)
)
on) /stelc (beton
(beton)
(beton
vml. t a
nkpla
ats
SL21
Overzichtskaart
N
B (beton) (klinkers)
(beton) (beton)
(beton) (beton)
(beton) (beton)
SL26 (beton)
SL25
A06 (kl
ink
A09
VLEKKENKAART VOORKOMEN DRIJFLAAG Legenda - drijflaag - boorpunt / - boorpunt voorgaand onderzoek - boorpunt met peilbuis in stort - boorpunt met peilbuis filter onder stort - proefsleuf - dikte drijflaag in meters - zintuiglijk puur product tijdens veldwerk A B C
0
- voormalige tankstation (nog 1 ondergrondse tank aanwezig) - slibvangput, obas en ondergrondse tank afgewerkte olie (nog aanwezig) - ondergrondse tank "blusmiddel" (nog aanwezig) 5
10
15
20 m
Schaal: 1:500
Formaat: A3
Opdrachtgever: North Sea Group Project: IJsseldijk - Noord 56 te Oudekerk a/d IJssel Project nummer: 16590, LS
Datum : 20-02-2012
Getekend: B.V.
Bestandsnaam: 16590tek.dwg
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
ers )
C
A (klink ers)
)
on) /stelc (beton
(beton)
(beton
vml. t a
nkpla
ats
SL21
5m
kade (basaltblokken)
keerwand
6m
weg
hek vml tankkuil
4m
3m
dijklichaam, vermoedelijk klei
2m gem. hoogwater 1m
NAP
Hollandse IJssel
NAP
gem. laagwater -1m
polder
-2m
-3m
-4m
-5m
Holocene deklaag tot 10 m-NAP
-6m
DWARSDOORSNEDE VERONTREINIGING
Legenda - stort
- klei/zand met menging - zand - klei in bovengrond / klei en veen in ondergrond - interventiewaardecontour olie in grondwater - drijflaag
0
2,5
5
7,5
10 m
Schaal: 1:250
Formaat: A3
Opdrachtgever: North Sea Group Project: IJsseldijk - Noord 56 te Oudekerk a/d IJssel Project nummer: 16590, LS
Datum : 09-03-2012
Getekend: B.V.
Bestandsnaam: 16590tek.dwg
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
BIJLAGE III
Verslag processturing Projectgegevens Projectnummer Projectnaam Adres Postcode Plaats/Gemeente Code Sectie Perceelnummer Grootte Omschrijving Coordinaten Eigenaar
131139 Zelling Avia IJsseldijk Noord 56 2935 BH Ouderkerk aan den IJssel WBB: ZH/456/003/301 // VNG: ZH/064400003 B 3260 6.250 m² (voormalige) bedrijfsterrein // industrie X = 103.415, Y = 439.419 Argos NSG
Verontreingingssituatie
Ter plaatse is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in grond en grondwater. Op de locatie is een drijflaag aanwezig. De geraamde omvang van de sterke olieverontreiniging in grond bedraagt ca. 24.000 m³. De geraamde omvang van de sterke olieverontreiniging in het grondwater inclusief drijflaag bedraagt ca. 30.000 m³. Sanering van de verontreiniging is spoedeisend in verband met onaanvaardbaar risico op verspreiding van de drijflaag naar het aangrenzend opppervlakte water.
Saneringsaanpak
Om het onaanvaardbaar risico op verspeiding van de drijflaag ongedaan te maken is gekozen voor een saneringsvariant waarbij de drijflaag middels ontgraving als meest betrouwbaar wordt geacht voor een zeker resultaat.
Milieukundige begeleiding
Dordrecht Research B.V. is alleen betrokken als processtuurder in dienst van de uitvoerende partij (aannemer) Sita Ecoservice. De verificatie en eindbemonstering wordt uitgevoerd door Grondslag.
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2
Tekeningen depot's
Foto's
Project: Zelling Avia, Projectnummer: 131139
Verslag processturing Betrokken partijen Opdrachtgever Adres Postcode Plaats Contactpersoon Telefoonnummer
Bodemcentrum Postbus 554 3990 CJ Houten Dhr. V.J.M. Breij 030-2567370
Aannemer Adres Postcode Plaats Contactpersoon Telefoonnummer e-mail
Sita Ecoservice B.V. 6.250 m² 3115 HE Schiedam Dhr. E. van Hulst 010-2461111
Directievoering Adres Postcode Plaats Contactpersoon Telefoonnummer
Bodemcentrum Postbus 554 3990 CJ Houten Dhr. V.J.M. Breij 030-2567370
Milieukundige processturing Adres Postcode Plaats Contactpersoon Telefoonnummer e-mail
Dordrecht Research B.V. Vissersdijk Beneden 70 3319 GW Dordrecht Research B.V. Dhr. L.E.O. Bornhaupt 078-6310466
Bevoegd gezag
Provincie Zuid-Holland Postbus 90602 2509 LP Den Haag Dhr. M.J.M. Daudt
Adres Postcode Plaats Contactpersoon
Milieukundige verificatie Adres Postcode Plaats Contactpersoon Telefoonnummer e-mail Bevoegd Gezag (uitvoerend)
Adres Postcode Plaats Contactpersoon
edmond.vanhulst@sita.nl
ljew@dordrechtresearch.nl
Grondslag B.V. Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard Dhr. P. van der Werf 06-20444891 p.v.d.werf@grondslag.nl Omgevingsdienst Midden-Holland namens Provincie Zuid-Holland Postbus 45 2800 AA Gouda Dhr. N. Paardekooper
Project: Zelling Avia, Projectnummer: 131139
Verslag processturing Overzicht van werkzaamheden Datum van/op tot/met
Plaats
01-09-14
Zelling Voorbereidende werkzaamheden betonfunderingen slopen, puin breken, hekwerken geplaats
17-09-14
17-09-14
23-09-14
24-09-14 25-09-14 26-09-14 29-09-14 30-09-04
30-09-14
Omschrijving
Keten + deco geplaats (positie 1, rechts naast poort) Zelling Kick-Off meeting Keerwanden gesloopt; puin breken; nathouden Stortsteen opgetrokken Ontgraven bovengrond tot 1,5 m.-mv. Zintuiglijk schoon materiaal in depot 2. Ontgraven stortlaag, aanvankelijk tot 2,35 m.-mv. C-zuid Zintuiglijk verontreinigd bodemmateriaal in depot 3. Depot terug aangebracht in C-zuid tot 1,3 m.-mv. Op 1,3 m.-mv. signaleringsdoek aangebracht. Aanvang plaatsen damwand; 'worst' gelegd in IJssel i.v.m. drijflaagvorming vanuit waterbodem 2x tanks gecleaned en afgevoerd C-noord Verwijderen bovengrond (tot ca. 0,7 m.-mv.) Verwijderen Repac Puin breken, loswal aanleggen Damwand gereed.
Hoev. m³
Best.
Zie
depot 1 Tek.1
Foto 5 Tek.1 Foto 1
250
depot 2
480
depot 3
250
ex depot 2 in Czuid
500 150
Depot 4 Tek. 1 Depot 5 Tek. 1
Tek.1
Foto 5 in depot hergebruik afvoer
Verslag processturing Overzicht van werkzaamheden
Datum Plaats van/op tot/met
Omschrijving
Waterzuivering geplaatst; directiekeet + deco 01-10-14 02-102014 verplaatst; materiaalcontainer verplaatst naar C-zuid. C-noord Repac verder verwijderd 1e lading puin (depot 1) per schip afgevoerd 03-10-14 C-zuid Laatste stukje vak C-zuid ontgraven t.b.v. zuivering C-noord 0-2,10 m.-mv. ontgraven tegen dijklichaam 06-10-14 A-noord 0-0,4 m.-mv. ontgraven Bovengrond ontgraven tot 0,5 m.-mv. 07-10-14 Stortlaag ontgraven tot 2,9 m.-mv. C-noord Start onttrekking / zuivering. Debietstand: 110537 08-10-14 Geen saneringswerkzaamheden. Uitsluitend 08-10-14 12-10-14 verplaatsen div. depot's t.b.v. ruimte 13-10-14 A-noord verder ontgraven bovengrond tot ca. 0,8 m.-mv. Smeerlaag' ontgraven (0,7-1,85 m.-mv.). Wordt direct 14-10-14 C-noord per schip afgevoerd. verder ontgraven toplaag tot 0,3 m-mv. 15-10-14 tank gecleaned en verwijderd 16-10-14 Smeerlaag' ontgraven tot ca. 4,3 m.-mv. Uitkomend materiaal direct afgevoerd 17-10-14 Tot ca. 1,3 m.-mv. aangevuld en signaleringsdoek aangebracht Grond omgezet en aanwezige smeerlaag verder ontgraven tussen 2,0 en 4,0 m.-mv. 20-10-14 Grond aangevuld tussen 1,0 en 2,0 m.-mv op signaleringsdoek Bovengrond ontgraven tot ca. 0,7 m.-mv. Zintuiglijk herschikbare grond zone 0,7-2,5 m.-mv. in 21-10-14 depot geplaatst Geen saneringswerkzaamheden (storm) 22-10-14 Smeerlaag verder ontgraven tussen 0,85 en 2,7 m.A-noord mv.
en in schip gedraaid 23-10-14 Ontgraven bovengrond (zonder kwaliteitsgegevens) teruggeplaatst (tot max. 1,3 m.-mv.) Smeerlaag verder ontgraven tussen 0,85 en 2,7 m.24-10-14 mv. en in schip gedraaid Ontgraven bovengrond (zonder kwaliteitsgegevens) teruggeplaatst (tot max. 1,3 m.-mv.) Div. aanvullen (onder signaleringslaag; 2-3 m.-mv.) 27-10-14 Div. aanvullen (onder signaleringslaag; 1,3-2 m.-mv.)
28-10-15
29-10-14 30-10-14 31-10-14
Smeerlaag verder ontgraven tussen 2,7 en 4,2 m.mv. en (met tussendepot) in schip gedraaid Bovengrond tegen dijk ontgraven en in depot geplaatst Aanvulling onder signaleringsdoek C-noord Aanvulling tot max. 1,3 m.-mv. Aanvang ontgraving bovengrond Uitspitten 'nesten' en smeerlaag 2,5-4,1 m.-mv. A-zuid Aanvullen in ontgraving tot 1,3 m.-mv. Verder ontgraven toplaag tot 1,5 m.-mv. Uitspitten 'nesten' en smeerlaag 2,5-4,1 m.-mv.
Hoev. m³
Best.
Zie
Tek. II 80
Depot 5
40 700 200 50 200
depot 3 depot 7 depot 6 depot 9 depot 8
Foto 4 Tek. III
250
depot 10
Tek. IV
500
Vlissingen
Foto 3, 4
150
depot 6
500
Vlissingen
80 50
ex. depot 7 ex. depot 4
Tek. IV Tek. IV Foto 2
150
Foto 7 Tussendepot Tek. VI ex. depot 7 ex/. depot 4 depot 11
250
depot 12
650
Vlissingen
150
ex. depot 11
500
Vlissingen
250
ex. depot 12
200 250 200
ex. depot 3 ex. depot 4 ex. depot 6
200 700
1000 350
Foto 8
Vlissingen depot 28
Tek. VII
80 ex. depot 5 250 ex. depot 10 300 Tek VIII depot 29 500 Vlissingen 300 depot 29 250 Tek. VIII depot 31 500 Vlissingen in depot hergebruik afvoer
Verslag processturing Overzicht van werkzaamheden
Datum van/op tot/met
Plaats Omschrijving
A-zuid Conform werkoverleg d.d. 30-10-'14 dieper ontgraven en spots er uit halen tussen ca. 4 en 6 m.-mv. Aangevuld met Olie/drijflaag wordt afgevangen in geconstrueerde 'skimvijver". Spots uitspitten tussen 4,0 en 6,0 m.-mv. Aanvullen / herschikken (binnen A-zuid 4,0-6,0 m.mv.) Nieuw stukje toplaag ontgaven en tussen 4,0 en 1,3 m.-mv. herverwerkt bovengrond ontgraven tussen 0,7-2,8 m.-mv en in 18-11-14 C-noord tijdelijk depot gedraaid. Folie tegen dijk en buurperceel geplaats en grond terug aangebracht Spots uitspitten tussen 1,0 en 6,0 m.-mv. A-zuid Folie tegen dijk geplaatst 20-11-14 A-noord Spots uitgeriekt en in tussendepot geplaatst Tussendepot afgevoerd Spots uitgeriekt en in tussendepot geplaatst Spots uitgeriekt en in tussendepot geplaatst Schip geladen uit Tussendepot Spots uitgeriekt en in tussendepot geplaatst A-zuid Schip geladen uit Tussendepot en B Drins in monsters aangetroffen. Noodzaak (ged.) adembescherming in ontgravingsput. Spots uitgeriekt (2,0-6,0 m-mv.) en in tussendepot geplaatst Schip geladen uit Tussendepot