BIJL 2e Bijlage 5 - Nader bodemonderzoek Bolderkade 201224
Tekst van het document
ARNICON B.V. Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel Appingedam: Capelle a/d IJssel
Telefoon: 059 6693 600 010 2582 300
Internet:
www.arnicon.nl
Lambrane Ontwikkeling T.a.v. dhr. A. Buitelaar Cypresbaan 36 2908 LT Capelle aan den IJssel
Uw kenmerk: Ons kenmerk: C20-425-O/EB
Opgesteld door: E-mailadres:
Ed Brouwer brouwer@arnicon.nl
Capelle a/d IJssel, 24-12-2020
Betreft: bodemkwaliteit leeflaag IJsseldijk Noord 55B Ouderkerk aan den IJssel Geachte heer Buitelaar, Op 1 december heb ik uw notitie met vragen rond bovengenoemd project ontvangen. Deze vragen beantwoorden wij graag aan u. Onderstaand is deze beantwoording puntsgewijs weergegeven. Tevens ontvangt u bijgaand een aantal documenten ter onderbouwing van deze beantwoording: -
Evaluatierapport bodemsanering fase 1 grondsanering, zelling Avia, IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk a/d IJssel, Grondslag, project 16590, 13 oktober 2015.
-
Resultaten grondonderzoek uit onderzoek ter plaatse van de IJsseldijk Noord 55b te Ouderkerk aan de IJssel door Arnicon B.V. met kenmerk C19-243-O d.d. 23 mei 2019 alsmede de detailtekening, analysecertificaten grond en toetsing
-
Feitenrelaas Bodemsanering Avia-terrein IJsseldijk Noord 56 in Ouderkerk aan den IJssel (gemeente Krimpenerwaard) door ODMH, 8 oktober 2020
Vragen en beantwoording Vraag 1
De deelsanering heeft inmiddels bestaan uit twee saneringen. Zowel in 2015 als in 2020. Betekent dit dat de saneringen niet succesvol zijn?
Antwoord
De grondsanering is in 2015 succesvol uitgevoerd. De beperking van de olievlekking op het oppervlaktewater nog niet. Daarom is in 2020 een aanvullende sanering uitgevoerd. Daarmee is het ontstaan van olievlekken op het oppervlaktewater grotendeels bereikt. Dat blijkt ook uit het feitenrelaas dat Omgevingsdienst Midden-Holland heeft opgesteld (bijgevoegd als bijlage 3). Tijdens de sanering in 2015 is de gehele ontgraving van IJsseldijk Noord 55b aangevuld met een leeflaag van zand en grond. De kwaliteitscertificaten van deze leeflaag zijn in het saneringsverslag opgenomen. De leeflaag voldoet aan klasse achtergrondwaarde en klasse wonen. Daarmee voldoet de aangebrachte leeflaag aan de normen die worden gesteld aan een terrein met woonfunctie. Met de leeflaag is de achtergebleven bodemverontreiniging in de diepere ondergrond afgedekt.
Brief met kenmerk C20-425-O / IJsseldijk Noord 55B Ouderkerk aan den IJssel / 24-12-20
1
ARNICON B.V. Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel Appingedam: Capelle a/d IJssel
Telefoon: 059 6693 600 010 2582 300
Internet:
www.arnicon.nl
De resultaten van het verkennend bodemonderzoek uit 2019 vormen een bevestiging van hetgeen dat uit de certificaten van 2015 blijkt. De leeflaagdikte is daarnaast ook veel groter dan het minimum (1 meter dikte) dat in de Circulaire bodemsanering 2013, bijlage 4, paragraaf 2.3 is vastgelegd. De grondsanering is daarmee succesvol afgerond. Uittreding van olie naar het oppervlaktewater is door deze sanering onvoldoende beperkt. Het ontstaan van olie vlekken duidt erop dat verspreiding van achtergebleven olieverontreinigingen in de ondergrond nog niet afdoende is beperkt. In 2020 is daarom langs de oever aanvullend gesaneerd ten einde verspreiding van olie naar het oppervlakte water verder te beperken, ten einde beter aan de doelstelling van de sanering te voldoen. Het evaluatieverslag daarvan is nog niet beschikbaar en/of goedgekeurd door het bevoegde gezag. Het saneringstraject is daarmee nog niet afgerond. Het ontstaan van olie vlekken op het oppervlaktewater levert geen belemmering op om op dit perceel of de omliggende percelen te wonen. Vraag 2
Klopt het dat het doel van de sanering in hoofdzaak uit twee delen bestaat? Een stabiele situatie in de zelling en het stoppen van de uittreding van olie in de Hollandse IJssel.
Antwoord
In 2015 is de bodem van het terrein gesaneerd. Daartoe is een saneringsplan opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. De saneringsaanpak is gericht geweest op (1) het wegnemen van verspreidingsrisico’s en (2) een stabiele situatie in de zelling te bereiken. (3) Ten behoeve van de toekomstige woonfunctie is deze aanpak er daarnaast op gericht de contactzone (leeflaag) daarvoor geschikt te maken.
Vraag 3
Heeft de grond die in 2019 door Arnicon is onderzocht in opdracht van Lambrane Ontwikkeling de kwaliteit die het evaluatieverslag uit 2015 ook aangeeft dat aanwezig is?
Antwoord
Op 23 mei 2019 is een verkennend onderzoek (verificatie onderzoek ter plaatse van de IJsseldijk Noord 55b te Ouderkerk aan de IJssel door Arnicon B.V. met kenmerk C19-243-O d.d. 23 mei 2019) conform NEN 5740 verricht. Met dit onderzoek is de kwaliteit van de leeflaag gecontroleerd. De onderzoeksresultaten bevestigen de aanwezigheid van een schone leeflaag van circa 1 à 1,5 m met daaronder klasse industrie grond. Op basis hiervan is de locatie zowel geschikt voor de huidige (bedrijven) als toekomstige (wonen) bestemming.
Brief met kenmerk C20-425-O / IJsseldijk Noord 55B Ouderkerk aan den IJssel / 24-12-20
2
ARNICON B.V. Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel Appingedam: Capelle a/d IJssel
Telefoon: 059 6693 600 010 2582 300
Internet:
www.arnicon.nl
Vraag 4
Is de huidige situatie op de zelling, het bouwen op de leeflaag, op dit moment geschikt voor het realiseren van appartementen?
Antwoord
De bodemkwaliteit op de locatie is door de aanleg van de leeflaag geschikt voor de toekomstige woonbestemming.
Vraag 5
Is de huidige situatie van uittredende olie van invloed op het realiseren van appartementen op de zelling (conform het huidige ontwerp)?
Antwoord
De uittredende olie naar het oppervlaktewater levert geen belemmeringen op voor de woonfunctie van het perceel. Contact met deze oliedruppels is niet mogelijk. Daarnaast komen de apartementen ten minste 10 meter van de oever af te staan.
Vraag 6 Is er nog andere informatie die in de ogen van Arnicon van belang is voor de juiste duiding en beeldvorming? Antwoord
Er is geen andere informatie die van belang is voor de beeldvorming. De bovenstaande beantwoording geeft voldoende duidelijkheid over de gebruiksmogelijkheden van de gesaneerde zelling. Zowel de milieukundige begeleider als Omgevingsdienst Midden-Holland concluderen dat de sanering van het terrein afdoende is uitgevoerd voor de toekomstige woonbestemming. Dit is door de resultaten van het verificatie onderzoek uit 2019 bevestigd.
Wij vertrouwen erop u hiermee duidelijkheid te hebben gegeven. Hoogachtend,
Arnicon B.V. F.H.J. Wouters Bijlagen: -
Evaluatierapport bodemsanering fase 1 grondsanering, zelling Avia, IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk a/d IJssel, Grondslag, project 16590, 13 oktober 2015.
-
Resultaten grondonderzoek uit onderzoek ter plaatse van de IJsseldijk Noord 55b te Ouderkerk aan de IJssel door Arnicon B.V. met kenmerk C19-243-O d.d. 23 mei 2019 alsmede de detailtekening, analysecertificaten grond en toetsing
-
Feitenrelaas Bodemsanering Avia-terrein IJsseldijk Noord 56 in Ouderkerk aan den IJssel (gemeente Krimpenerwaard) door ODMH, 8 oktober 2020
Brief met kenmerk C20-425-O / IJsseldijk Noord 55B Ouderkerk aan den IJssel / 24-12-20
3
ARNICON B.V. Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel Appingedam: Capelle a/d IJssel
Telefoon: 059 6693 600 010 2582 300
Internet:
www.arnicon.nl
Bijlage 1 Evaluatierapport bodemsanering fase 1 grondsanering, zelling Avia, IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk a/d IJssel, Grondslag, project 16590, 13 oktober 2015.
Brief met kenmerk C20-425-O / IJsseldijk Noord 55B Ouderkerk aan den IJssel / 24-12-20
4
PROJECT 16590 EVALUATIERAPPORT BODEMSANERING FASE 1 GRONDSANERING, ZELLING AVIA, IJSSELDIJK-NOORD 56 TE OUDERKERK A/D IJSSEL VNG-code: ZH064400003
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek I saneringsbegeleiding I partijkeuringen I waterbodemonderzoek I arbo/veiligheid I wegenbouwadvies
Project 16590
Titel
Evaluatierapport bodemsanering fase 1 grondsanering, Zelling Avia, IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk a/d IJssel
Projectleider
Mevr. drs. L.E.M. van Schagen
Datum rapport
29 juni 2015 – concept 13 oktober 2015 – definitief
Opdrachtgever
Stichting Bodemcentrum Loodsboot 12 Postbus 554 3990 GJ Houten
Contactpersoon
De heer V.J.M. Breij
Telefoon
030-2567381
De sanering is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 6000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1. van de BRL SIKB 6000.
Project 16590
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
1
2
SITUATIE VOORAFGAAND AAN SANERING 2.1 Algemene gegevens 2.2 Historische gegevens 2.3 Bodemopbouw en geohydrologie 2.4 Verontreinigingssituatie 2.5 Status van de verontreinigingen
2 2 3 4 5 7
3
SANERINGSDOELSTELLING- EN AANPAK 3.1 Saneringsdoelstelling 3.2 Saneringsaanpak 3.3 Te realiseren eindsituatie 3.4 Terugsaneerwaarden
9 9 9 9 11
4
UITVOERING VAN DE SANERING 4.1 Betrokken partijen 4.2 Uitvoering 4.3 Wijzigingen ten opzichte van het saneringsplan 4.4 Meldingen en correspondentie met bevoegd gezag 4.5 Materiaalstromen 4.6 Veiligheid/arbeidshygiëne en omgeving 4.7 Resultaten effluent
12 12 12 14 15 16 17 18
5
MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING 5.1 Processturing 5.2 Verificatie 5.2.1 Controle grond 5.2.2 Controle grondwater
20 20 20 20 24
6
RESTVERONTREINIGING OEVER 6.1 Veldwerk 6.2 Resultaten 6.3 Conclusie
28 28 29 31
7
CONCLUSIE GRONDSANERING 7.1 Saneringsresultaat 7.2 Toetsing resultaat aan doelstelling
32 32 32
8
MONITORING EN NAZORG 8.1 Monitoring 8.2 Gebruiksbeperkingen
34 34 36
Project 16590
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV
: Overzichtskaart en kadastrale gegevens : Vlekkenkaarten en dwarsprofiel voorafgaand aan sanering : Procesverslag Dordrecht Research BV : Ontgravingskaart en tekeningen eindsituatie (dwarsprofiel en restverontreiniging grond/isolatie) BIJLAGE V : Relevante meldingen BIJLAGE VI : Overzicht af- en aanvoer + transportbonnen (1 per deelstroom) BIJLAGE VII : Gegevens tanksaneringen BIJLAGE VIII : Certificaten aanvulzand en klei + keuringsrapporten aanvulgrond, inclusief meldingen BIJLAGE IX : Analysecertificaten effluent BIJLAGE X : Analysecertificaten grondmonsters BIJLAGE XI : Boorstaten controlepeilbuizen BIJLAGE XII : Analysecertificaten grondwatermonsters BIJLAGE XIII : Resultaten onderzoek oever
1
1
Project 16590
INLEIDING Dit evaluatierapport is opgesteld naar aanleiding van de uitgevoerde eerste fase van de bodemsanering op de locatie ‘zelling Avia’ op het perceel IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk aan de IJssel. Het betreft de uitvoer van de grondsanering. Opdrachtgever van de sanering is Stichting Bodemcentrum. Het Avia-terrein betreft een buitendijkse zelling. In het verleden is het terrein opgehoogd met verontreinigd materiaal. Later is het terrein in gebruik geweest als olieopslagplaats. Als gevolg van de stort en de voormalige bedrijfsactiviteiten is de bodem verontreinigd geraakt met metalen, PAK, asbest, olie, aromaten en VOCl. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering spoedeisend is. Voorafgaand aan de sanering heeft Grondslag BV een saneringsplan opgesteld (Deelsaneringsplan Zelling Avia, IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk aan den IJssel, projectnummer 16590 d.d. 3 juli 2013). De Omgevingsdienst Midden-Holland heeft namens de provincie Zuid-Holland ingestemd met het saneringsplan en een beschikking afgegeven (kenmerk 2014033307 d.d. 4 juni 2014). De locatiecode betreft ZH064400003. De eerste fase van de sanering, de grondsanering, betreft de feitelijke sanering van de bodem waarbij het puur product wordt verwijderd en de risico’s van de bodemverontreiniging ongedaan worden gemaakt.
De tweede, volgende fase van de sanering, betreft enkel een monitoringsfase met als doel vast te stellen dat er sprake is van een stabiele eindsituatie. De grondsanering heeft plaatsgevonden in de periode september 2014 t/m juni 2015 en is uitgevoerd door Sita Ecoservice BV onder de BRL 7001. De sanering is milieukundig begeleid onder de BRL 6001, waarbij de processturing is uitgevoerd door Dordrecht Research BV en de verificatie is uitgevoerd door Grondslag BV. Bijkomende activiteiten, zoals het uitvoeren van handboringen, het nemen, verpakken en conserveren van monsters, zijn uitgevoerd conform de BRL 2000, protocol 2001 en 2002. In dit evaluatierapport worden de resultaten van de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de grondsanering beschreven. Het rapport heeft de volgende opbouw: Hoofdstuk 2 geeft achtergrondinformatie met betrekking tot de geschiedenis van het terrein, de verontreinigingssituatie en de status van het geval van bodemverontreiniging. Hoofdstuk 3 gaat in op het saneringsplan, en de daarin beschreven saneringsdoelstelling en randvoorwaarden. In hoofdstuk 4 is de uitvoering van de sanering beschreven, aan de hand van het door Dordrecht Research BV opgestelde procesverslag en de door Sita Ecoservice BV verstrekte gegevens.
In dit hoofdstuk wordt ook een overzicht gegeven van de inkomende en uitgaande grond- en materiaalstromen en informatie over het geloosde grondwater. Ook de wijzigingen ten opzichte van het saneringsplan worden besproken. Hoofdstuk 5 behandelt de milieukundige begeleiding, waarnemingen en besluiten, alsmede de analytische uitkeuring van de ontgraven terreindelen en de controle van het grondwater. Hoofdstuk 6 behandelt het onderzoek van de restverontreiniging, als achtergebleven aan de zijde van de oever. In hoofdstuk 7 wordt het saneringsresultaat getoetst aan de saneringsdoelstelling. Hoofdstuk 8 beschrijft de benodigde nazorg en het monitoringsplan voor het vaststellen van de stabiele eindsituatie.
2
2
SITUATIE VOORAFGAAND AAN SANERING
2.1
Algemene gegevens
Project 16590
De regionale ligging van de locatie en de kadastrale gegevens zijn weergegeven in bijlage I. In onderstaande tabel zijn de terreingegevens samengevat. Omschrijving
Locatiekenmerken
Naam (sanerings)locatie
Zelling Avia
Straat met huisnummer
IJsseldijk-Noord 56
Postcode
2935 BH
Plaats/ gemeente
Ouderkerk aan den IJssel
Terreineigenaar
Argos NSG
Code
WBB: ZH/456/003/301 / VNG: ZH064400003
Land en/of waterbodem
Landbodem
Topografie
X- coördinaat = 103.415 Y- coördinaat = 439.419
Kadastrale gemeente
Gemeente Ouderkerk aan den IJssel
Kadastraal perceel
Sectie B, nummer 3260
Oppervlakte
6.250 m2
Huidige gebruik locatie
(voormalige) bedrijfslocatie
Toekomstig gebruik locatie
bedrijfslocatie (nog nader te bepalen)
Locatie in grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
Locatie in waterwingebied?
Nee
Locatie in bodembeschermingsgebied?
Nee
Locatie Wm- vergunningplichtige inrichting ?
Nee
Bevoegd gezag Wet Bodembescherming
Provincie Zuid-Holland, Uitvoerende instantie Omgevingsdienst Midden-Holland
Bevoegd gezag Waterwet
Rijkswaterstaat, in samenloop met Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard
Bijzonderheden
Droog oevergebied, onderdeel primaire waterkering (IJsseldijk)
Het terrein is voorafgaand aan de sanering braakliggend. De opstallen zijn eerder gesloopt tot aan maaiveld, de funderingen van de opslagtanks en de verhardingen (beton, stelconplaten, klinkers) zijn nog aanwezig. Op de locatie is een transformatorhuisje aanwezig, in de zuidoostelijke hoek van het perceel. De voormalige tankkuil is onverhard, waarbij de betonnen funderingen van de voormalige bovengrondse opslagtanks nog wel aanwezig zijn. Ten noorden van de tankkuil is een betonnen scheidingswand in de ondergrond aanwezig. Tussen het Avia-terrein en de noordelijk gelegen woonpercelen (nrs 63/64) is een betonnen scheidingswand aanwezig. Langs de zuidelijke erfgrens is een staalplaat van 100 cm aangebracht als erfafscheiding. De oeverbeschoeiing aan de westzijde bestaat uit een stenen bestorting (basaltblokken). Onder de bestorting is een kleilaag aanwezig. Ter plaatse van het aan de zuidzijde grenzende perceel (nr. 55A) bestaat de oeverbeschoeiing uit een ijzeren damwand met daarachter een betonnen bestorting.
3
2.2
Project 16590
Historische gegevens In 2012 is een uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd door Grondslag BV (nader onderzoek april 2012, zie paragraaf 2.4). In onderstaande paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de historische gegevens. Voor een uitgebreid overzicht wordt verwezen naar het rapport van het nader onderzoek. Zelling Avia In het verleden is het terrein jarenlang opgehoogd met materiaal waarvan de aard en herkomst niet altijd bekend is. Het stortpakket is ingegraven in de oorspronkelijke uiterwaarden. In 1964 is het terrein aangekocht door Jongste BV. Het terrein is ingericht voor de opslag van olie. Op het terrein hebben in totaal negen bovengrondse opslagtanks voor benzine en aardolieproducten gestaan, binnen een omwalling (tankkuil). De omwalling bestaat uit geprefabriceerde betonnen keerwanden (gedeeltelijk nog aanwezig). De tanks zijn gefundeerd op betonplaten, met betonpalen tot in het watervoerend pakket. Daarnaast zijn drie bovengrondse tanks (additieven, diesel en afgewerkte olie) en vijf ondergrondse tanks (afgewerkte olie, benzine, superbenzine, diesel en proteïneschuim) in gebruik geweest. Tevens waren een olie-afscheider en een slibvangput aanwezig. De olie werd vanuit schepen naar de tanks gepompt. Voor het laden van de vrachtauto’s zijn acht pompen (laadbordessen) in gebruik geweest.
Ter plaatse van de opstelplaats voor vrachtauto’s is een vloeistofdichte verharding aangebracht. De meeste ondergrondse tanks zijn in de loop van de tijd vervangen door bovengrondse tanks. Voor zover bekend zijn nu nog drie ondergrondse tanks aanwezig: tank T-10, 6.000 liter afgewerkte olie, in gebruik tussen 1980 en 1998. Niet gesaneerd in verband met de diepte (5 m-mv). Voor zover bekend wel afgevuld. tank T-13, 10.000 liter diesel, in gebruik tussen 1984 en 1987. In 1992 gesaneerd (gereinigd en afgevuld). Niet verwijderd in verband met het aantreffen van aanzienlijke bodemverontreiniging. tank T-14, 1.100 liter proteïneschuim (blusmiddel). Het is niet bekend in welk jaar deze tank is geplaatst. Vanuit een keuringsrapport uit 1990 blijkt dat de tank niet voldoet en nog 500 liter schuim bevat. Voor zover bekend is deze tank in het verleden afgevuld, het jaartal is niet bekend. In de correspondentie van 1992 betreffende de tanksanering is sprake van het schoonmaken en volstorten van een onbekende tank midden in het bedrijfsterrein, mogelijk betreft dit tank T-14. Volgens het milieudossier zijn de bedrijfsactiviteiten per 1 december 2002 gestaakt. Het tankenpark is ontmanteld en verwijderd in 2002.
Vanuit de gegevens met betrekking tot de sloop blijkt dat tot het maaiveld is gesloopt: de negen bovengrondse opslagtanks zijn tot aan de betonvloer verwijderd, het leidingwerk binnen het terrein en ter plaatse van de steiger is verwijderd, de keerwanden zijn gesloopt tot maaiveldhoogte en het controlehuisje is tot de betonvloer verwijderd. Tijdens een locatiebezoek in oktober 2011 zijn afgedopte leidingen waargenomen binnen de tankkuil, vermoedelijk is (een deel van) het ondergrondse leidingwerk nog aanwezig. In 2006 is het terrein gebruikt voor de tijdelijke opslag van grond, in opdracht van Technisch Bureau Krimpenerwaard. Het betreft schone grond en bestratingsmateriaal. In augustus 2007 zijn de grond en bestratingsmaterialen van de locatie verwijderd.
4
Project 16590
Buurpercelen Op de percelen ten noorden van het Avia-terrein, nummers 63, 64, 66, hebben voor zover bekend geen bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden. Dit gedeelte van de locatie is altijd in gebruik geweest als woonlocatie. De woonhuizen zijn gebouwd op de oorspronkelijke uiterwaarden en de percelen zijn hooguit weinig opgehoogd met onbekend materiaal. Op het noordelijker gelegen perceel IJsseldijk-Noord 67 is gedurende circa 70 jaar een scheepswerf met scheepshelling gevestigd geweest. Volgens omwonenden is de bijbehorende inham tussen 1961 en 1979 gedempt met zand. Op IJsseldijk-Noord 67 heeft in het verleden een bodemsanering plaatsgevonden. De percelen aan de zuidzijde van het Avia-terrein zijn in het verleden ook opgehoogd, met scheepswerfvuil en stads- en huisvuil. Op het perceel nr. 55A is in het verleden een kleine scheepshelling gevestigd geweest. Het terrein zou later zijn opgehoogd met zand tot het huidige niveau en in gebruik zijn geweest door een kolenboer. Het zuidelijker gelegen perceel nr. 52a is in gebruik geweest als scheepswerf, kolenhandel en opslagplaats voor autowrakken. Het terrein is opgehoogd met zand. De locatie is in 1997 gesaneerd, waarna een woning is gebouwd. De locatie maakt onderdeel uit van het dijklichaam IJsseldijk-Noord. Het stortmateriaal is langs de dijk vermoedelijk tegen het dijklichaam aangestort.
Hierbij is het oorspronkelijke dijkprofiel intact gebleven, alleen de oorspronkelijke steenzetting is vermoedelijk verwijderd. Vermoedelijk bestaat het dijklichaam uit klei. Ten oosten van de dijk ligt de binnendijks gelegen polder Kromme, Geer en Zijde. Het gebruik van deze polder is agrarisch. Tegen de dijk zijn woningen gesitueerd. 2.3
Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw De gemiddelde maaiveldhoogte op de onderzoekslocatie bevindt zich op circa 3,3 m+NAP. Binnendijks van de zelling ligt het maaiveld op circa 1,5 m-NAP. De bodem ter plaatse van het Avia-terrein bestaat tot 6,5 m-mv (3,2 m-NAP) uit stortmateriaal (puin, huisvuil, mijnsteen, slakken, sintels, glas, metaalresten, kolenresten, textiel, rubber en plastic). Op het zuidelijk deel is het stortpakket minder dik (2,5 tot 4 meter). Plaatselijk is een kleiige tot zandige afdeklaag aanwezig. Onder de stort is een Holocene deklaag aanwezig tot circa 10 m-NAP, bestaande uit klei, veen en zavel. Onder de deklaag is het eerste watervoerende pakket aanwezig, bestaande uit matig kleiig zand overgaand in matig grof zand. Geohydrologie Het grondwater in de stortplaats is aangetroffen op circa 1 à 1,5 m+NAP (circa 1,8 à 2,3 mmv). Uit peilgegevens uit september 1992 kan een westelijke freatische grondwaterstroming worden afgeleid. Als gevolg van de getijwerking treedt er op de Hollandse IJssel en in het grondwater van het eerste watervoerend pakket in de directe omgeving van de rivier een getijbeweging op. In juli 1985 is nabij de onderzoekslocatie een complete tijdsregistratie Hollandse IJssel en het eerste watervoerend pakket uitgevoerd. De getijverschillen bedragen in de Hollandse IJssel 1,5 tot 2,0 meter.
De gemeten hoog- en laagwaterstanden bedragen in de Hollandse IJssel 1,4 m+NAP
5
Project 16590
tot 0,2 à 0,4 m-NAP. De invloed van de getijde-invloed op de grondwaterstanden is relatief gering: in het eerste watervoerend pakket maximaal 0,25 meter en in de zelling en de slecht doorlatende holocene deklaag meestal onmeetbaar. De stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket is gemeten op 3 à 3,5 mNAP (1992). Op basis van het stijghoogteverschil in het eerste watervoerend pakket en het freatisch grondwaterpeil kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een infiltratiesituatie. De verticale infiltratie van het stortpakket wordt geschat op 0,1 à 0,2 mm/dag. Globaal is de grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket noordwestelijk. Op basis van hoog peilverschil (1993) tussen geplaatste peilbuizen rond de IJsseldijk en in het stortpakket wordt geconcludeerd dat weinig grondwater vanuit de stort naar de oostelijk gelegen polder stroomt. Een deel van deze stroming zal door de binnendijkse sloten worden afgevoerd. Het merendeel van het infiltrerende water verplaatst zich in horizontale richting naar de Hollandse IJssel. Op basis van een infiltratie van 0,2 mm/dag en een oppervlakte van 4.000 m2 is een infiltratievolume van 300 m3 per jaar naar het eerste watervoerend pakket berekend. De gemeten stijghoogte van het freatisch grondwater in het stortpakket vertoont een opbolling met een hoogste waarde van 1,5 m+NAP.
Wanneer op de locatie sprake is van een neerslagoverschot van 250 mm per jaar kan een jaarlijkse hoeveelheid neerslagoverschot worden berekend van 1.000 m3 per jaar. Met een infiltratievolume van 300 m3 per jaar naar het eerste watervoerend pakket kan een afstroming naar de Hollandse IJssel worden berekend van 700 m3 per jaar. Op basis van bovenstaande is geconcludeerd dat het merendeel van het neerslagoverschot (70%) wordt afgevoerd door de Hollandse IJssel. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.4
Verontreinigingssituatie Van de locatie zijn de volgende gegevens bekend: Stand van zaken bodemonderzoek opslagterrein Avia te Ouderkerk aan den IJssel (nader onderzoek fase 1), Grontmij, project 43956 d.d. april 1985; Integrale studie Hollandsche IJssel, deel rapport 1a: verontreinigingssituatie landlocaties, Grontmij d.d. november 1989 (niet aanwezig in dossier Grondslag B.V.); Nader onderzoek naar bodemverontreiniging Zelling Avia Ouderkerk aan den IJssel, fase 2, Grontmij, project 1991000644/309 d.d. januari 1993; Saneringsonderzoek fase I en fase II Zelling Avia te Ouderkerk aan den IJssel, Tauw BV, project 3831515 d.d. september 2000 en oktober 2000; Beschikking ernst en urgentie, provincie Zuid-Holland, kenmerk DGWM/2003/13473 d.d. 13 november 2003; Saneringsonderzoek- en plan Avia-Zelling Ouderkerk aan den IJssel, Tauw BV, project 4369634 d.d. 27 september 2005; Nader bodem- en asbestonderzoek Zelling Avia, IJsseldijk-Noord 56 te Ouderkerk aan den IJssel, Grondslag BV, project 16590 d.d. 2 april 2012. De vlekkenkaarten van grond, grondwater en het voorkomen van de drijflaag alsmede de dwarsdoorsnede voorafgaand aan de sanering zijn opgenomen in bijlage II. Grond Het grootste deel van het terrein is afgedekt met een laag zand of zandige klei, die over het algemeen licht verontreinigd is met metalen, PAK en/of PCB’s. In één mengmonster van de
6
Project 16590
bovengrond is een matige verhoging aan olie (diesel) aangetoond. De dikte van de afdeklaag (inclusief eventuele verharding) varieert tussen 0,6 en 1,2 meter. Daaronder is een stortpakket aanwezig. Met name in het centrumdeel van de locatie bestaat deze voornamelijk uit bodemvreemd materiaal (puin, hout, ijzer, baksteen, glas, slakken, plastic). Het stortpakket is sterk verontreinigd met minerale olie en aromaten (benzeen en xylenen) en metalen (koper, lood en zink). De oliechromatogrammen duiden op een combinatie van zware olie (motorolie) en lichtere oliesoorten (kerosine/petroleum, diesel). Plaatselijk bestaat het ‘stortpakket’ uit grond met bijmenging aan puin, baksteen en grind. Plaatselijk zijn zowel in het stortpakket als in de puinhoudende ondergrond asbesthoudende materialen aangetroffen. Ook in de fijne fractie is asbest aangetoond. Het gehalte aan asbest overschrijdt de interventiewaarde. Drie mengmonsters van de stort zijn geanalyseerd op een zeefkromme. De grondfractie betreft kleiig of zandig veen, het percentage puin varieert tussen 6,6 en 25,2%. Hierbij dient te worden opgemerkt dat alleen de fijne fractie van het stortmateriaal is bemonsterd en het werkelijk percentage bodemvreemd materiaal in de stort veel hoger is. Ter plaatse van de sleuven SL7 en SL8 (noordelijk terreindeel) bestaat de bodem tot circa 3 m-mv uit hooguit licht verontreinigd zand.
Dit betreft vermoedelijk het zand dat als ophoging is aangebracht na de sloop van de woningen ter plaatse. Hieronder is puinhoudende grond aangetroffen, vermoedelijk qua kwaliteit vergelijkbaar met de hierboven beschreven puinhoudende grond. Grondwater Het ondiepe grondwater is sterk verontreinigd met minerale olie en benzeen. De oliechromatogrammen duiden op een combinatie van zware olie (motorolie) en lichtere oliesoorten (kerosine/petroleum, diesel, PAK). Plaatselijk zijn tevens sterke verhogingen aan xylenen, naftaleen en VOCl (vinylchloride en som C+T dichlooretheen) aangetoond. Tijdens het actualisatie onderzoek (sleuven SL01 t/m SL15) is in bijna alle sleuven een drijflaag aangetroffen. De dikte van de drijflaag is aanzienlijk, maar varieert binnen de onderzoekslocatie van 5 tot meer dan 120 centimeter. Van het freatisch grondwater zijn de standen opgemeten, voor zover mogelijk in verband met de aanwezigheid van de drijflaag. De grondwaterstroming is (zuid-)westelijk gericht. Afperking olie in grond en grondwater De sterke olieverontreiniging in grond en grondwater is in horizontale richting grotendeels afgeperkt. In noordelijke richting wordt de contour beïnvloed door de aanwezigheid van een betonnen keerwand in de ondergrond. De sterke verontreiniging is niet perceelsoverschrijdend in noordelijke richting.
In oostelijke richting zijn de sterke verontreinigingen in grond en grondwater nog aangetoond in boring A10 en boring SL21. Aan de overzijde van het dijklichaam, in de polder, is de olieverontreiniging niet aanwezig. De stort is vermoedelijk tegen het bestaande dijklichaam aan gestort. Tot hoever de interventiewaardecontouren van olie in grond en grondwater doorlopen tot in het oorspronkelijk dijklichaam is niet bekend, wel dat deze niet doorlopen tot in de achterliggende polder. Het oorspronkelijk dijklichaam heeft naar alle waarschijnlijkheid een slechte doorlaatbaarheid (klei). Daarbij ligt de waterscheiding langs het oorspronkelijk dijklichaam en stroomt het grootste deel van het infiltrerende water af richting de Hollandse IJssel. In zuidelijke richting is de sterke
7
Project 16590
olieverontreiniging zowel in grond als grondwater wel perceelsoverschrijdend. Met voorgaande onderzoeken is de verontreiniging op de zuidelijk gelegen percelen afgeperkt. In westelijke richting overlapt de interventiewaardecontour in grond en grondwater de grens tussen land- en waterbodem. In verticale richting is de sterke olieverontreiniging nagenoeg afgeperkt. De sterke olieverontreiniging in grond is aanwezig tot in de stort. De sterke olieverontreiniging in grondwater is aanwezig tot buiten en onder het stortlichaam, tot maximaal circa 7,5 m-mv. De totale omvang van de sterke verontreiniging in grond wordt geraamd op (minimaal) 24.000 m3 (inclusief drijflaag) (6.000 m2 x gemiddeld 4 m). De totale omvang van de sterke verontreiniging in grondwater wordt geraamd op 30.000 m3 (6.000 m2 x gemiddeld 5 m). Drijflaag De drijflaag is in noordelijke en zuidelijke richting niet perceelsoverschrijdend. In oostelijke richting loopt de drijflaag vermoedelijk door tot aan het oorspronkelijk dijklichaam, maar zeker niet tot in de naastgelegen polder. In westelijke richting kruist de drijflaag de grens tussen land- en waterbodem. De dikte van de drijflaag varieert tussen circa 5 cm en 120 centimeter. De gemiddelde, gemeten dikte van de drijflaag in de peilbuizen bedraagt 0,8 meter. Met een oppervlakte van 3.750 m2 wordt de omvang van de drijflaag daarmee geraamd op 3.000 m3.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de dikte van een drijflaag in een peilbuis in de regel wordt overschat als gevolg van ophoping van puur product in de buis. Door de getijdenwerking fluctueert de grondwaterstand, waarmee versmering van de drijflaag plaats vindt. Aan de oostzijde van het terrein is de drijflaag met name boven de grondwaterspiegel aanwezig, aan de westzijde wordt de drijflaag beïnvloed door de getijdenstroming van de Hollandse IJssel. Het verschil in waterstand van de Hollandse IJssel varieert tussen 1,5 tot 2,0 meter. De fluctuatie van het freatisch grondwater in het stortpakket als gevolg van het tijverschil is echter vele malen lager, van niet meetbaar tot maximaal 0,2 meter. De invloed van versmering is niet meegenomen in de bepaling van bovengenoemde omvang van de drijflaag. Tijdens het veldwerk is in diverse sleuven puur product waargenomen. Op basis van de boorstaten varieert de bodemlaag waarin puur product is waargenomen van 0,2 meter tot 2,9 meter. 2.5
Status van de verontreinigingen De verontreinigingen dateren van voor 1987, waardoor er sprake is van een ‘historisch geval van bodemverontreiniging’. Aangezien de omvang van de sterke verontreiniging in grond groter is dan 25 m3 en de omvang van de sterke verontreiniging in het grondwater groter dan 100 m3, is er sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Bevoegd gezag is de provincie Zuid-Holland, uitvoerende instantie Omgevingsdienst MiddenHolland. De locatie, betreffende het gehele buitendijkse terrein, is bekend onder de VNG-code ZH064400003. Het Avia-terrein maakt onderdeel uit van deze locatie en wordt beschouwd als de bronlocatie. In 2003 heeft de provincie Zuid-Holland een beschikking ernst en urgentie afgegeven voor het geval van bodemverontreiniging. Ter plaatse is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de sanering voor 2015 moet zijn opgestart. De saneringsurgentie is gebaseerd op het destijds geldende criterium van een onaanvaardbaar verspreidingsrisico; als gevolg van een jaarlijkse volumetoename van bodem met daarin
8
Project 16590
ernstig verontreinigd grondwater van meer dan 100 m3. De aanwezigheid van een drijflaag was destijds niet bekend. Conform het huidige saneringscriterium is sprake van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging als het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd (aanwezigheid kwetsbare objecten) en/of als er sprake is van een onbeheersbare situatie (drijflaag, zaklaag en/of omvang). Voor onderhavige locatie geldt dat: er geen sprake is van kwetsbare objecten binnen 100 meter vanaf de interventiewaardecontour. Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt derhalve niet bedreigd door de verontreinigingssituatie; er wel sprake is van een onbeheersbare situatie als gevolg van de aanwezigheid van een drijflaag. Vastgesteld is dat de drijflaag uittreedt naar het aangrenzende oppervlaktewater; er geen sprake is van een onbeheersbare situatie als gevolg van de omvang. Er is sprake van een grote grondwaterverontreiniging (> 6.000 m3), maar de verspreiding vanuit de verontreiniging valt binnen het toetsingscriterium (toename 1.000 m3/jaar). Vanuit een vergelijking van de onderzoeksgegevens van april 2012 met de gegevens van de voorgaande onderzoeken vanaf 1985 is het aannemelijk dat er geen sprake is van een jaarlijkse toename van 1.000 m3 sterk verontreinigd grondwater.
Behalve naar de Hollandse IJssel heeft de verontreiniging zich de afgelopen jaren niet duidelijk verspreid, noch horizontaal, noch verticaal. Gezien het gebruik van het terrein en de aanwezigheid van verhardingen en een afdeklaag op de stort, leidt de verontreiniging niet tot onaanvaardbare risico’s voor mens en/of ecosysteem. In de huidige situatie zijn er geen contactmogelijkheden met de verontreinigde grond/stort. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering spoedeisend is. Sanering van de verontreiniging is spoedeisend, in verband met een onaanvaardbaar risico op verspreiding als gevolg van een drijflaag die uittreedt naar het aangrenzende oppervlaktewater.
9
3
SANERINGSDOELSTELLING- EN AANPAK
3.1
Saneringsdoelstelling
Project 16590
Het doel van de sanering is het wegnemen van de actuele onaanvaardbare risico’s als gevolg van de aanwezige bodemverontreiniging. Minimaal dient het verspreidingsrisico naar het oppervlaktewater, en daarmee de spoedige saneringsverplichting in het kader van de Wet Bodembescherming, te worden opgeheven. Daarmee wordt de bodem ter plaatse van het perceel geschikt gemaakt voor het huidige en toekomstige gebruik (minimaal 5 jaar bedrijfsterrein). De toekomstige inrichting is nog niet bekend. Voorafgaand aan de nieuwe herontwikkeling dient te worden beoordeeld in hoeverre aanvullende saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het nieuwe gebruik c.q. de nieuwe inrichting (leeflaag, kelders, bebouwing, etc.). Met de sanering van het Avia-terrein wordt beoogd minimaal te komen tot trede 3 zoals bedoeld in de landelijke saneringsladder en BOBEL (versie 4, 2012). Bij trede 3 is sprake van een stabiele eindsituatie die alleen passieve nazorg behoeft (registratie). Voor het vaststellen van een stabiele eindsituatie schrijft BOBEL (versie 4, 2012) een monitoring voor. 3.2
Saneringsaanpak De drijflaag/puur product wordt voor zover bereikbaar gesaneerd door middel van ontgraving. Alle grond/stort met puur product wordt van de locatie afgevoerd naar een erkende verwerker, waarbij de afvoer via het water plaatsvindt. Vrijkomende grond/stort zonder puur product (maar mogelijk wel sterk verontreinigd) wordt herschikt dan wel hergebruikt binnen de saneringslocatie. Om de stabiliteit van het dijklichaam te waarborgen, wordt uitgegaan van ontgraving in vakken. Vermoedelijk is het civieltechnisch niet mogelijk de bodem/stort met puur product langs de dijk in het geheel te ontgraven en blijft ter plaatse restverontreiniging achter in de vorm van puur product. Eventuele restverontreiniging met puur product dient te worden afgeschermd door middel van een folie. Om de ontgraving in den droge te kunnen uitvoeren wordt grondwater onttrokken door middel van een open bemaling. Het verontreinigde grondwater wordt via een zuiveringsinstallatie geloosd op het oppervlaktewater.
3.3
Te realiseren eindsituatie Grond/drijflaag Na uitvoering van de ontgravingswerkzaamheden (binnen de grenzen van de saneringslocatie) is de volgende situatie gerealiseerd: alle bovengrondse elementen en objecten zijn verwijderd en afgevoerd of hergebruikt: afgevoerd: o verhardingen (klinkers, beton, stelconplaten) o betonplaten voormalige tankfundering hergebruikt (mits passend binnen de nieuwe inrichting): o oeverbekleding (basaltblokken) o hekwerk (gedeeltelijk)
10
Project 16590
het grootste deel van de ondergrondse objecten is verwijderd en afgevoerd: o betonnen keerwanden van de tankkuil o ondergronds leidingwerk o ondergrondse tank 10.000 liter diesel (tank 1) o ondergrondse tank 6.000 liter afgewerkte olie (tank 2, voor zover civieltechnisch bereikbaar) o ondergrondse tank 1.100 liter proteïneschuim (tank 3, indien deze wordt aangetroffen met de ontgraving). een gedeelte van de ondergrondse objecten blijft achter in de bodem: o de funderingspalen van de voormalige tankfundering; o betonnen keerwand direct ten noorden van de tankkuil de drijf- en smeerlaag is voor zover civieltechnisch mogelijk ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker; na het ontgraven van het bodemvolume met puur product is de resterende stort geëgaliseerd; de oorspronkelijke bovengrond (niet tot licht verontreinigd) is teruggeplaatst aan het maaiveld, als afdeklaag. de ontgraving is verder aangevuld met schone grond, tot het niveau dat noodzakelijk is voor de functie van het terrein als onderdeel van de primaire waterkering. Daarnaast is het maaiveld erosiebestendig afgewerkt.
Uitgangspunt is om alle met puur product verontreinigde bodem te verwijderen. Het kan echter niet worden uitgesloten dat dit civieltechnisch niet overal haalbaar is. Eventuele restverontreiniging met puur product kan worden verwacht rondom het transformatorhuisje binnen de saneringslocatie en langs de dijk. Eventuele restverontreiniging met puur product wordt afgeschermd met een ondoorlatend folie. Uitgangspunt is dat na de sanering minimaal de bovenste meter van het terrein bestaat uit schone grond. Indien dit civieltechnisch niet mogelijk is, wordt het betreffende terreindeel afgedekt met een gesloten verharding. Met het terugplaatsen van de schone tot licht verontreinigde bovengrond en aanvulgrond (en eventueel aanbrengen van gesloten verhardingen) wordt de stort voldoende afgedekt om risico’s voor de mens en het ecosysteem op te heffen (geen contactmogelijkheden). Verdere invulling van de afdeklaag voor de herinrichting van het terrein wordt afhankelijk gesteld aan het nieuwe gebruik en overgelaten aan de nieuwe eigenaar/ontwikkelaar. Als beheersmaatregelen worden gebruiksbeperkingen vastgesteld, die overdraagbaar zijn naar de nieuwe terreineigenaar/ontwikkelaar. Deze worden beschreven in de evaluatierapportage. Grondwater Met de ontgraving van de drijflaag wordt een aanzienlijk deel van de grondwaterverontreiniging ontgraven.
In de stort blijft evenwel een grote restverontreiniging achter, met sterke verhogingen aan minerale olie en aromaten in het grondwater. Na de ontgraving wordt geen aanvullende grondwatersanering uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksgegevens van 2012 in vergelijking met de eerdere onderzoeksgegevens is de verwachting dat na de sanering sprake is van een stabiele milieuhygiënisch acceptabele eindsituatie. Er is reeds aangetoond dat de verontreiniging zich in de huidige situatie niet onacceptabel verspreidt (behalve naar de IJssel). Na uitvoering van de ontgraving wordt de volgende situatie gerealiseerd: de eindconcentraties in het grondwater nemen niet meer toe. Het is hierbij niet van belang of de concentraties hoger of lager zijn dan de interventiewaarde; de restverontreiniging in het grondwater is stationair, dus verspreidt zich niet meer horizontaal of verticaal;
11
Project 16590
de restverontreiniging levert geen risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem meer op. de stabiele eindsituatie dient binnen 30 jaar te zijn bereikt.
Conform BOBEL (versie 4, 2012) dient bij een grote restverontreiniging (trede 3) de stabiliteit te worden aangetoond door na de eindcontrole nog vijf jaar te monitoren. In de evaluatierapportage wordt de monitoring verder uitgewerkt en worden de zorgmaatregelen na afloop van de sanering beschreven. 3.4
Terugsaneerwaarden Grond Voor grond zijn geen terugsaneerwaarden vastgesteld. De realisatie van de gestelde saneringsdoelstelling zal in de praktijk beoordeeld worden aan de hand van visuele waarnemingen (puur product). Daarnaast worden verificatiemonsters genomen om de eindsituatie vast te leggen en de visuele waarnemingen te ondersteunen. Grondwater Voor grondwater zijn ook geen terugsaneerwaarden vastgesteld. Als onderdeel van de grondsanering worden controlepeilbuizen geplaatst in het gesaneerde gebied. De realisatie van de gestelde saneringsdoelstelling zal beoordeeld worden aan de hand van een drijflaagdetectie in deze peilbuizen. Daarnaast worden verificatiemonsters genomen van het grondwater uit deze controlepeilbuizen, om de eindsituatie vast te leggen en de drijflaagdetectie te ondersteunen. Voor de bepaling of sprake is van een stabiele eindsituatie wordt voor de restverontreiniging in het grondwater een monitoringsplan opgesteld.
12
4
UITVOERING VAN DE SANERING
4.1
Betrokken partijen
Project 16590
In onderstaande tabel zijn de partijen die betrokken zijn bij de bodemsanering opgenomen. Tabel 4.1: Direct betrokken partijen bij de sanering
4.2
Instantie
Adres + telefoon
Contactpersoon
Protocol / certificaat
Opdrachtgever: Stichting Bodemcentrum
Postbus 554 3990 GJ Houten 030-2567372
Dhr. V.J.M. Breij
-
Aannemer: Sita Ecoservice BV
Nieuwe Waterwegstraat 23 3115 HE Schiedam 010-2461111
Dhr. E. van Hulst
BRL SIKB 7001 (UB-137/3)
Bevoegd gezag Wet Bodembescherming (vergunningverlening): Provincie Zuid-Holland
Postbus 90602 2509 LP Den Haag
Dhr. N. Paardekooper (ODMH)
-
Bevoegd gezag Wet Bodembescherming (uitvoerend): Omgevingsdienst Midden-Holland
Postbus 45 2800 AA Gouda 088-5450000
Dhr. N. Paardekooper Dhr. T. Hoeberichts
-
Bevoegd gezag Waterwet 1: Rijkswaterstaat, in samenloop met Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard
Postbus 556 3000 AN Rotterdam 088-7971500
Dhr. J. Heeren
-
Bevoegd gezag Waterwet 2: Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard
Postbus 4059 3006 AB Rotterdam 010-4537354
Dhr. R. Hirs
-
Milieukundige begeleiding (processturing): Dordrecht Research BV
Vissersdijk Beneden 70, 3319 GW Dordrecht
Dhr. C. Visser (PL) Dhr. L.E.O. Bornhaupt (MKB)
BRL SIKB 6001 (EC-SIKB-06001)
Milieukundige begeleiding (verificatie): Grondslag BV
Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard 072-5729457
Mevr. L.E.M. van Schagen (PL) Dhr. P. van der Werf (MKB) Dhr. J.C.W. Plomp (MKB)
BRL SIKB 6001 (K25368/10) BRL SIKB 2001/2002 (K23204/07)
Uitvoering Voor de uitgevoerde werkzaamheden wordt verwezen naar het procesverslag van de milieukundige processturing, Dordrecht Research BV. Dit verslag is opgenomen in bijlage III. De ontgravingskaart is opgenomen in bijlage IV. Daarbij is tevens een dwarsprofiel opgenomen van de gerealiseerde eindsituatie. Gestart is met de verwijdering van de aanwezige verhardingen, betonfunderingen en het hekwerk. Het (beton)puin is van de locatie afgevoerd. Het terrein is verder ingericht als saneringslocatie en de tijdelijke damwand is geplaatst in de Hollandse IJssel. Als extra maatregel werd buiten langs de damwand een olieboom gelegd, om verspreiding van verontreiniging tijdens de sanering tegen te gaan.
13
Project 16590
De stort is vaksgewijs ontgraven. De zintuiglijke schone bovengrond en stortlaag zijn apart in depot geplaatst. Alle stort met puur product is per schip afgevoerd. Alle stort zonder puur product (maar wel sterk verontreinigd) is herschikt binnen de ontgraving, binnen het niveau van de oorspronkelijke stort. Ook de bovengrond die niet herbruikbaar was in de toplaag, is herschikt binnen het niveau van de oorspronkelijke stort. Volgens saneringsplan en beschikking werd de ontgraving in oostelijke richting begrensd door het dijklichaam en de openbare weg. De daar achtergebleven restverontreiniging met puur product is afgeschermd met een folie, alvorens het terrein is aangevuld. Het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard is op de hoogte van de restverontreiniging in het dijktalud. Opvallend tijdens de sanering was dat de ontgravingsput nagenoeg droog is gebleven, en dat instroom van omgevingswater (Hollandse IJssel door het restant van de niet ontgraven oever en/of grondwater vanuit noordelijk en zuidelijk aangrenzende percelen) nauwelijks invloed had op de grondwaterstand in de put. Wel is de damwand bij extreem hoogwater tijdens een storm op 11 en 12 december 2014 overstroomd, waarbij de locatie is volgelopen met water.
Het vermoeden bestaat dat de olievlekking die voorafgaand aan de sanering zo duidelijk op de Hollandse IJssel waarneembaar was, met name is veroorzaakt door lekkage van olie vanuit de stort door de (voormalige) leidingdoorvoeren in de oever naar de Hollandse IJssel, vermoedelijk in combinatie met de afvoer van overtollig regenwater. De in- en uitstroom van grondwater vanuit de stort naar de omliggende omgeving is gering. Nadat de stort is doorgraven en het puur product is verwijderd, is de stort afgedekt met grond klasse Industrie. In afwijking van het saneringsplan is het waterdoorlatende signaleringsdoek niet toegepast tussen de stort en de klasse Industriegrond, maar tussen de klasse Industriegrond en de schone leeflaag. Dit wordt niet als een kritische afwijking beschouwd, gezien de diepte van de scheiding tussen stort en klasse Industriegrond (> 3,7 m-huidig maaiveld) en het duidelijke onderscheid tussen de stort en de Industriegrond. Zoals aangegeven is het signaleringsdoek aangebracht op de Industriegrond. Het signaleringsdoek geeft in de huidige situatie de onderzijde van de leeflaag aan. Aan de zijde van de IJsseldijk bevindt het doek zich op een diepte van 2,5 m+NAP (1,3 m-huidig mv) en aan de zijde van de Hollandse IJssel op een diepte van 1,5 m+NAP (1,8 m-huidig mv). Boven het signaleringsdoek is aangevuld met schone grond.
Aan de basis van de leeflaag, op het doek, is eerst een kleilaag aangebracht als civieltechnische isolatie (zie paragraaf 4.3), met een laagdikte van circa 0,5 meter. Aan de zijde van de dijk, tot 6 strekkende meter uit de weg, bestaat de leeflaag volledig uit klei. De laagdikte van de klei bedraagt aan de zijde van de dijk 1,3 meter, conform de Waterwetvergunning (minimaal 1 meter). De kleilaag aan de basis van de leeflaag is aangebracht onder verhang (circa 1%), om een afstroming van infiltrerend regenwater te bewerkstelligen in de richting van de Hollandse IJssel. Op de kleilaag is vervolgens zand (met een laagdikte variërend van 0,3 tot 0,7 meter) aangebracht. Op het zand is vervolgens 0,2 meter schone grond aangebracht. Het maaiveld is afgewerkt op een hoogte van 3,8 m+NAP aan de zijde van de dijk tot een hoogte van 3,2 m+NAP aan de zijde van de Hollandse IJssel. Daarmee is een overhoogte aangebracht van +0,2 meter, in verband met de verwachte zettingen. De oever is hersteld, door het terugplaatsen van het stortsteen en het terugbrengen van de basaltblokken.
14
Project 16590
Na de sanering is het stortmateriaal aanwezig vanaf een diepte van gemiddeld -0,6 m NAP (circa 3,8 m-mv). Deze diepte varieert als gevolg van de ontgraving (en gedeeltelijk) aanvulling in vakken. 4.3
Wijzigingen ten opzichte van het saneringsplan Ontgravingsdiepte In het saneringsplan is op basis van de onderzoeksresultaten uitgegaan van de aanwezigheid van een drijf- en smeerlaag van olie, op en rond het niveau van de grondwaterstand. De grondwaterstand fluctueert in enige mate onder invloed van de getijdewerking in de aangrenzende Hollandse IJssel. Voor de maximale ontgravingsdiepte is in het saneringsplan uitgegaan van de gemiddeld laagwaterstand van -0,4 m NAP (circa 3,7 m-mv). Tijdens de sanering bleek de olie niet alleen als drijflaag aanwezig te zijn, maar zich ook in de vorm van ‘olienesten’ door de gehele stort te bevinden. In overleg met alle bij de sanering betrokken partijen is besloten om de gehele stort te doorgraven, om zodoende een maximale inspanning te leveren om het puur product te verwijderen (zie paragraaf 4.4). De ontgravingsvakken A en C zijn ontgraven tot een maximale diepte van 6,6 m-mv. Alle stort met daarin puur product is afgevoerd. Alle stort zonder puur product is herschikt binnen de stortcontour. De werkwijze voor het doorgraven van de gehele stort bleek ter plaatse van de strook langs de oever (ontgravingsvak B) niet haalbaar, zie volgende punt. Oever + drins Voorafgaand aan de sanering is een waterdoorlatende damwand geplaatst in de IJssel.
Binnen de damwand is de waterstand licht verlaagd, waardoor water vanuit de Hollandse IJssel richting de saneringslocatie stroomt (lekt). Achter de damwand is een olieboom aangelegd. Op deze wijze is voorkomen dat verontreiniging uitstroomt naar de Hollandse IJssel. Bij het laden van de schepen is deze strook water afgeschermd met een doek, om eventueel gemorste stort op te vangen. Tijdens de sanering bleek, zoals bovenstaand beschreven, de olie dieper in de stort aanwezig te zijn. Daarnaast zijn tijdens het graven afwijkende kleuren en vaatjes waargenomen. Na analyse bleek het stortmateriaal plaatselijk ook sterk verontreinigd met bestrijdingsmiddelen (drins). Om uitwisseling van verontreiniging tussen stort en het oppervlaktewater van de IJssel op te heffen, is in aanvulling op het saneringsplan een civieltechnische isolatie toegepast (Notitie voorstel civieltechnische isolatie, project 16590 Zelling Avia te Ouderkerk aan den IJssel, Grondslag BV, d.d. 7 januari 2015). De isolatie bestaat uit de aanleg van een ondoorlatende kleilaag langs de oever van de Hollandse IJssel, in aansluiting op de kleilaag in de ondergrond van de oever. Daarnaast wordt aan de bovenzijde van de zelling, boven het gemiddeld hoogwaterniveau, een kleilaag aangelegd om het regenwater af te laten vloeien naar de Hollandse IJssel en de infiltratie naar de stort te remmen.
Zowel het bevoegd gezag WBB als het bevoegd gezag Waterwet hebben ingestemd met dit voorstel. Tijdens de sanering bleek het niet mogelijk om strook B dieper dan +1,6 m NAP te ontgraven, in verband met de stabiliteit van de oever en doordat niet in den droge kon worden ontgraven. Hierdoor kon op het talud ook geen klei worden aangebracht. Wel is aan de achterzijde van deze strook, parallel eraan, een sleuf gegraven tot +0,8 m NAP, welke is opgevuld met klei. De toegepaste klei is van een betere kwaliteit (erosieklasse 1) dan noodzakelijk op grond van de Waterwetvergunning (erosieklasse 2 langs dijk) en de notitie (erosieklasse 3 aan bovenzijde
15
Project 16590
zelling). De kleilaag met erosieklasse 1 langs de oever is niet aangebracht, in afwijking van de Waterwetvergunning en notitie. De afwijking is door de aannemer gemeld bij het bevoegd gezag Waterwet. De afwijking is door de opdrachtgever besproken met het bevoegd gezag WBB (zie paragraaf 4.4). Olievlekking Na het aanvullen van de saneringslocatie is op meerdere momenten lichte olievlekking op het oppervlaktewater van de Hollandse IJssel waargenomen op een aantal plekken langs de oever van de zelling. Deze vlekking treedt met name op bij laag water, langs de onderzijde van de oever. De olievlekking lijkt te ontstaan vanaf de waterbodem en verdwijnt vervolgens ook weer. Het is niet aannemelijk dat de vlekking ontstaat door olieverontreiniging in de oever (zie hoofdstuk 6). De olievlekking lijkt te worden veroorzaakt door olieresten op of in de waterbodem. In aanvulling op de monitoring van het grondwater zal tevens de olievlekking worden gemonitord (zie paragraaf 4.4). Tanks Tijdens de sanering zijn drie tanks gesaneerd. In tabel 4.2 is weergegeven welke tanks waren opgenomen in het saneringsplan en welke tanks daadwerkelijk zijn aangetroffen en gesaneerd. Tabel 4.2: Gesaneerde tanks
4.4
Saneringsplan
Daadwerkelijk aangetroffen tank
Certificaat
1 x 6.000 liter afgewerkte olie (T-10)
1 x 6.000 liter afgewerkte olie
140901941.03
1 x 10.000 liter dieselolie (T-13)
1 x 20.000 liter HBO
141001125.02
1 x 1.100 liter proteïneschuim (T-14)
1 x 6.000 liter blusproduct
140901941.04
Meldingen en correspondentie met bevoegd gezag Tijdens de sanering zijn de volgende meldingen verricht c.q. afspraken gemaakt met het bevoegd gezag: 1) mail d.d. 26 augustus 2014: startmelding sloopwerkzaamheden 2) mail d.d. 29 augustus 2014: startmelding bodemsanering 3) mail en controlebezoek d.d. 2 oktober 2014: terugplaatsen oorspronkelijke bovengrond in ontgraving, onder leeflaag 4) overleg d.d. 31 oktober 2014: omtrent wijziging ontgravingsdiepte 5) mail d.d. 26 november 2014 + aanvullende mail d.d. 27 november 2014: melding wijziging saneringsplan, opschaling eindmonsters 6) mail d.d. 30 maart 2015 + aanvullende mail d.d. 31 maart 2015: verzoek om instemming plaatsing snijdende filters controlepeilbuizen 7) overleg d.d. 22 mei 2015: omtrent waargenomen (lichte) olievlekking op water in Hollandse IJssel en verzoek om instemming met beëindiging grondsanering 8) mail d.d. 22 juni 2015: eindmelding bodemsanering Ad 3) Tijdens de controle door de Omgevingsdienst zijn geen tekortkomingen geconstateerd. Het terugplaatsen van de oorspronkelijke bovengrond onder de leeflaag is conform het saneringsplan. De Omgevingsdienst heeft ingestemd per brief op 13 oktober 2014 (kenmerk 2014173364). Ad 5) In het saneringsplan is opgenomen dat de ontgravingsput conform BRL6001 wordt bemonsterd op minerale olie, ter vaststelling van de eindsituatie. Het voorstel betreft het
16
Project 16590
opschalen van de eindmonsters van de putbodem: een eindmonster van de putbodem afhankelijk van het ontgravingsvlak, met een maximale oppervlakte van 300 m2. Het bevoegd gezag heeft, na de geleverde aanvulling op de melding, ingestemd met deze wijziging op 28 november 2014. Ad 6) Betreft overleg omtrent de filterdiepte van de te plaatsen controlepeilbuizen, deze komen in de aanvulgrond te staan. Bepaald dient te worden of en wanneer er sprake is van een stabiel peil, na aanvulling. Ad 7) Uit onderzoek (hoofdstuk 6) blijkt dat de bodem onder de oever op diverse plaatsen sterk is verontreinigd met minerale olie en andere verontreinigingen, zoals zware metalen, PAK, PCB en drins. Plaatselijk is in de bodem enig puur product aanwezig, op diepte. Ten kantore van de Omgevingsdienst Midden-Holland is de gerealiseerde situatie besproken alsmede de lichte olievlekking op het oppervlaktewater van de IJssel langs de oever van de zelling. De geleverde inspanning wordt als ruim voldoende beschouwd. Naar verwachting betreft de olievlekking een ‘na-ijleffect’ van de grondsanering. De grondsanering kan worden beschouwd als afgerond. Overeenkomstig de beschikking op het saneringsplan vindt de komende vijf jaar monitoring plaats. In het kader daarvan zal Grondslag ook de olievlekking in de Hollandse IJssel monitoren (zie hoofdstuk 8).
De correspondentie betreffende deze meldingen is opgenomen in bijlage V. Daarnaast heeft de aannemer voor de toegepaste aanvulgrond van elders de meldingen in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit uitgevoerd (zie paragraaf 4.5). 4.5
Materiaalstromen Afvoer Met betrekking tot de grondsanering is sprake van de volgende afvalstromen: Tabel 4.3 Afgevoerde grond en overige materialen Partij nr.
Soort materiaal
Hoeveelheid
Bestemming (hergebruikslocatie, reiniger, stortplaats)
Afvalstroomnummer
1.
(beton) puin, afkomstig van verhardingen en betonnen tankfundaties
247,70 ton
Sita Overlaad, Alphen aan den Rijn
081020959PUB (#)
1523 ton
Recycling Kombinatie, Vondelingenplaat
08068P130092 (@)
Totaal afgevoerd (beton)puin
1770,7 ton (circa 885 m3)
2.
4.107,614 1.881,59 + 5.989,159 ton
Indaver, stortplaats Noord en Midden te Nieuwdorp (Vlissingen)
09475A002594 (&-1) 09476A002593 (&-2)
6.676,547 ton
Afvalzorg, stortplaats Nauerna te Nauerna (Assendelft)
070184623026
Stortmateriaal met puur product
Totaal afgevoerd stort (#) (@) (&)
12.665,706 ton (circa 7.750 m3)
dit betreft een inzamelafvalstroomnummer van P. van de Sande Exploitatie BV. Op dit nummer kan vanaf meerdere adressen worden afgevoerd naar Alphen aan den Rijn. dit betreft een inzamelafvalstroomnummer van Salka Handel en Transport BV. Op dit nummer kan vanaf meerdere adressen worden afgevoerd naar Vondelingenplaat. naar deze bestemming is onder twee afvalstroomnummers afgevoerd: 1 vast afval van bodemsanering, Eural 19.13.01*c 2 grond met NRV, Eural 17.05.03*c
17
Project 16590
Een overzicht van de tonnages van de afgevoerde materialen is opgenomen in bijlage VI. Van elke materiaalstroom/acceptant is tevens één bon bijgevoegd. De kopieën van alle begeleidingsbrieven en weegbonnen zijn aanwezig in het archief van Grondslag BV. In totaal zijn drie ondergrondse tanks van de locatie verwijderd, zoals weergegeven in tabel 4.2. In bijlage VII zijn de gegevens van de gesaneerde tanks opgenomen. Aanvoer Al het stortmateriaal zonder puur product is teruggeplaatst in de ontgraving van de stort of na het uitrieken van de olienesten achtergebleven. Oorspronkelijke bovengrond zintuiglijk verontreinigd met olie is eveneens herschikt binnen de stort. Verdere aanvulling heeft plaatsgevonden met de oorspronkelijke bovengrond (kwaliteitsklasse industrie), met grond van elders, met schone klei en schoon zand, zoals weergegeven op het dwarsprofiel in bijlage IV. In tabel 4.4 zijn de gegevens van het herschikte materiaal en de van elders aangevoerde grond opgenomen: Tabel 4.4 Aanvoer / hergebruik grond Partij nr.
Soort materiaal
Hoeveelheid
Herkomst (schone of hergebruikgrond, leverancier)
Rapport/ certificaatnummer (melding)*
3.940 m3
stortmateriaal, zonder puur product
-
2.910 m3
oorspronkelijke bovengrond saneringslocatie
-
Herschikt in stort 1
stort
Hergebruikt als industriegrond 2
bovengrond, klasse industrie
Aanvoer van elders 3
schoon zand
2.856 ton (2.040 m3)
Salka Handels- en Transportmaatschappij, Schuurhaven en Rotterdam/Friso
K22016/05 (268138.0)
4
klei achtergrondwaarde
4.897 ton (3.498 m3)
Project Over de Maas, Dreumel/Alphen
K55272 (268138.0)
5a
grond achtergrondwaarde
851,76 ton (608 m3)
Sita Ecoservice, Schiedam
MB4947, lok. 803 (263087.0)
5b
klasse wonen
1.720,78 ton (1.229 m3)
Sita Ecoservice, Schiedam
MB4902, lok. 804 (252308.0) MB4916, lok. 807 (263076.0)
6
industriegrond
943,48 ton (674 m3)
Sita Ecoservice, Schiedam
MB4946, lok 801 (263494.0) MB4901, lok 802 (252299.0)
8.747,44 ton (6.248 m3)
Ippel civiele betonbouw, Alblasserdam
MB5023 (266270.0) MB4901 (252299.0)
2.306 ton (1.647 m3)
Handelsonderneming Gima BV, Rotterdam
14347SOR - rapport partij D4 en D5 -101214 (267274.0)
Totaal aanvoer van elders
15.944 m3
(melding)* refereert aan meldingsnummer toepassen grond in kader van BBK, melding en rapporten zijn bijgevoegd in bijlage VIII
De certificaten van het aanvulzand en de klei en de keuringsrapporten van de aanvulgrond (inclusief meldingen) zijn bijgevoegd in bijlage VIII. 4.6
Veiligheid/arbeidshygiëne en omgeving Tijdens de ontgraving is gewerkt in veiligheidsklasse 3T en is de richtlijn CROW publicatie 132 gehanteerd. In verband met het aantreffen van verontreiniging met bestrijdingsmiddelen in grond/stort en grondwater zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen genomen, in de vorm