CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2 Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel - Toelichting (VG01)

Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel21.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het woningbouwprogramma is een flexibel instrument dat bij gewijzigde marktomstandigheden bijgesteld kan worden.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 28 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Toetsing Dit plan sluit aan bij de Regionale Agenda Wonen aangezien het plan voorziet in de vraag naar woningen in het midden en hogere segment en aansluit bij de vraag in de woningmarkt. Het plan is daarnaast opgenomen in de Regionale Projectlijst Wonen en past daarmee in de Regionale Agenda Wonen. 3.4.2. Woonvisie Krimpenerwaard Voorjaar 2017 is de nieuwe woonvisie van de gemeente Krimpenerwaard vastgesteld: ‘Woonvisie Krimpenerwaard; Kerngericht!’. Deze nieuwe visie is opgesteld om na het samenvoegen van de verschillende gemeenten tot de nieuwe gemeente Krimpenerwaard in 2015, te komen tot een duidelijke visie op het gebied van wonen. De woonvisie heeft betrekking op de periode 2017 – 2030, waarbij het uitvoeringsprogramma een kortere periode betreft (2017 – 2020) om telkens in te kunnen spelen op actuele kwesties en behoeften. Met behulp van de nieuwe woonvisie wil de gemeente anticiperen op een toenemende en veranderende woonbehoefte. Hierbij is het van belang dat voorzien wordt in een divers woningaanbod. Eveneens wenst de gemeente vitaliteit van de kernen te behouden door bijvoorbeeld ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren en tegelijkertijd te zorgen voor een duurzame verbinding met het landschap. Ook wil de gemeente de doorstroming bevorderen, zodat meer inwoners in een voor hen geschikte woning terecht kunnen.

Dit geldt voor bijzondere doelgroepen, maar ook voor jongeren. Jongeren zijn belangrijk voor het behoud van vitale kernen, waardoor de gemeente graag wil voorzien in een passend woningaanbod om jongeren in de regio te behouden. Waar veel landelijke regio’s in Nederland te maken hebben met een dalend aantal inwoners, ervaart de Krimpenerwaard echter een groeiende vraag naar woningen. Deze vraag kan voornamelijk toegeschreven worden aan de woningdruk in Randstad, wat veel mensen er toe aanzet te kiezen voor een omgeving met meer ruimte en rust. Om te kunnen voldoen aan de groeiende woningvraag heeft de gemeente de doelstelling om tot 2030 3.000 woningen toe te voegen, verdeeld over de 11 kernen. Door het bouwen van energie neutrale woningen te stimuleren kan de nieuwbouw bijdragen aan verduurzaming van de woningvoorraad. De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energie- en CO2-neutraal te zijn. Bovengenoemde opgaven heeft de gemeente gebundeld in een gezamenlijke koers, die is uitgewerkt aan de hand van vijf centrale thema’s: -

Positionering in de regio; Betaalbaar en beschikbaar; Duurzame gebouwde omgeving; Wonen-welzijn-zorg; Bouwen aan vitale kernen.

Positionering in regio Gelegen in het groene hart van de Randstad is de gemeente Krimpenerwaard een gebied met een open landelijk karakter, wat een aantrekkingskracht heeft op onder andere jonge gezinnen. Door te kiezen voor kleinschalige bouwontwikkelingen die aansluiten in de groene omgeving, wil Krimpenerwaard het Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 29 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

unieke karakter van het gebied waarborgen. Tegelijkertijd is het van groot belang dat samen met deze groei de bereikbaarheid van het gebied verbeterd wordt, door bijvoorbeeld te voorzien in een betere ontsluiting van de gemeente met het openbaar vervoer, maar ook door bijvoorbeeld thuiswerken maximaal te faciliteren met snel internet. Dit type woningen draagt naar verwachting optimaal bij aan doorstroming op de lokale woningmarkt, bijvoorbeeld omdat senioren nu de gelegenheid hebben om kleiner en gelijkvloers te gaan wonen, maar daarvoor niet behoeven uit te wijken naar andere gemeenten die meer aanbod hebben qua appartementen. Hierdoor komen grondgebonden woningen vrij voor bijvoorbeeld jonge gezinnen. Betaalbaar & beschikbaar Om er voor te zorgen dat er voor alle inwoners een betaalbare woning beschikbaar is, wil de gemeente zorgen voor eerlijke kansen voor de verschillende doelgroepen op de markt. Het huisvesten van bijzondere doelgroepen die urgentie hebben moet niet ten koste gaan van het vestigen van de reguliere doelgroep. Om hier grip op te krijgen wil de gemeente de zoektijden voor een woning monitoren. Tevens is het van belang dat er voldoende doorstroming is, zodat scheefwonen wordt beperkt. Door een divers aanbod van nieuwbouw woningen te realiseren kan de doorstroming op de markt worden gestimuleerd.

Duurzame gebouwde omgeving Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente als doel in 2030 50% minder energie te verbruiken dan in 2015. Om dit te bereiken wordt er veel aandacht besteed aan bewustwording en advies vanuit de gemeente door middel van het Duurzaam Bouwloket. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht voor energiebesparing in bestaande woningen en stimuleert de gemeente energie neutrale en gasloze woningbouw. Wonen-welzijn-zorg De landelijke trend dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen is eveneens aanwezig in de Krimpenerwaard. Op het moment dat er meer zorg nodig is, wil de gemeente een geschikte woning in de eigen kern of naastgelegen kern kunnen aanbieden. Ze wil dit faciliteren door de doorstroming te bevorderen. Daarbij wil de gemeente mantelzorgverleners in de nabijheid van zorgvragers ondersteunen en mogelijkheden tot ontmoetingen faciliteren om eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan. Bouwen aan vitale kernen De kernen van de gemeente vormen met hun unieke kenmerken het karakter van de gemeente. De gemeente wil deze afzonderlijke kernen behouden en vitaliseren door te zorgen voor nieuwe woningen in het gebied. De komst van nieuwe bewoners draagt bij aan het gemeenschapsleven en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

Om er voor te zorgen dat dit proces goed ingepast wordt in de ruimtelijke omgeving en het landelijke karakter behouden blijft, wil de gemeente vraaggericht woningen toevoegen voor een divers publiek. Ook wil de gemeente binnen bestaande bebouwing inbreiding en transformatie toestaan wanneer dit kan zorgen voor een opwaardering van de ruimtelijke kwaliteit en niet ten koste gaat van de kracht van de kernen. Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 30 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Toetsing De gewenste ontwikkeling sluit aan bij de ambities van de gemeente. Dit door te voorzien in een deel van de benodigde nieuwe woningen, maar ook omdat het een transformatie is van een braakliggend gebied gelegen aan het bestaande bebouwingslint. Hierdoor kan een bijdrage geleverd worden aan de ruimtelijke kwaliteit, blijft het bebouwde gebied vitaal en worden er woningen gerealiseerd die de doorstroom op de woningmarkt kunnen bevorderen. Ook sluit het voorliggende plan aan op de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente, door de woningen gasloos uit te voeren. Tevens worden zonnepanelen op de daken aangebracht. Daarnaast wordt leeftijdsbestendig gebouwd zodat de ouderen hier langer zelfstandig zullen kunnen blijven wonen. 3.4.3. Notitie Uitwerking woonvisie naar kernen (29 maart 2019) De woonvisie van de gemeente Krimpenerwaard bevat de ambitie om in de periode 2015-2030 3.000 woningen toe te voegen. Bij de vaststelling van de woonvisie is afgesproken om deze ambitie uit te werken naar de woonkernen. Deze notitie geeft antwoord op de vraag op welke manier de 3.000 woningen kunnen worden verdeeld over de 11 kernen. Per kern is het aantal woningen bepaald. De woningen buiten de kernen zijn hierbij toegedeeld aan de nabijgelegen kern.

Vanwege de verwachte groei van het aantal huishoudens en de verdere daling van de gemiddelde huishoudensgrootte zijn er nieuwe woningen nodig. Om het huidige aantal inwoners (23.510 in 2018) in 2030 te kunnen huisvesten, zijn alleen al vanwege het kleiner worden van de huishoudens in 2030 850 meer woningen nodig dan er nu staan. Om de ambitie van voldoende woningbouw en het versterken van de dorpen samen te laten gaan met de ambitie om het landelijk karakter in de Krimpenerwaard te behouden, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Uitgangspunt 1: Woningbouw wordt gezocht binnen de bestaande kernen. - Uitgangspunt 2:De behoefte/vraag van de inwoners is leidend. Als in een kern geen ruimte is, kan worden gebouwd aansluitend aan deze kern. Landschappelijke inpassing is daarbij een voorwaarde. - Uitgangspunt 3:Woningbouw in het buitengebied is onder voorwaarden mogelijk. De conclusie van de notitie is dat: o Voldoende bouwplannen zijn in de kernen Bergambacht, Haastrecht, Krimpen aan de Lek, Schoonhoven en Stolwijk; o aanvullende bouwlocaties nodig zijn in de kernen Ammerstol, Berkenwoude, Gouderak, Lekkerkerk, Ouderkerk aan den IJssel en Vlist. Toetsing Kern Ouderkerk aan den IJssel heeft een woningbouwtekort van 105 woningen. Voorliggende ontwikkeling maakt aanspraak op ‘Uitgangspunt 3’.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 31 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Uitgangspunt 3 Woningbouw in het buitengebied is mogelijk. Gedacht kan worden aan: o voormalige agrarische bedrijfscomplexen (toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte); o uitbreidingen voor de behoefte aansluitend aan de kernen (zoals omschreven in Uitgangspunt 2); o nieuwe (passende, mogelijk creatieve) woonvormen, die aansluiten op de sfeer, de openheid en de kwaliteiten van het buitengebied. Uit de notitie blijkt dus dat binnen de kern Ouderkerk aan den IJssel meer bouwlocaties nodig zijn om de vraag naar woningen te kunnen beantwoorden. Tevens blijkt binnen de kern Ouderkerk aan den IJssel behoefte te zijn aan appartementen (met lift). Het plangebied ligt aan het lint, zeer nabij de kern Ouderkerk. Daarnaast wordt met het ontwerp rekening gehouden met de sfeer die rondom het perceel heerst door een industrieel karakter aan te houden. Gezien bovenstaande past de beoogde ontwikkeling goed binnen de Notitie Uitwerking woonvisie naar kernen, die dus tegelijkertijd ook het beleid van het basisdocument uitlegt. 3.4.4. Nota ruimtelijke kwaliteit 2017 Sinds 1 januari 2017 geldt de Nota ruimtelijke kwaliteit 2017 als de welstandsnota van de gemeente Krimpenerwaard. Het lint langs de Hollandsche IJssel wordt in deze nota onder een bijzonder welstandsregime gebracht, mede vanwege de combinatie van oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing langs de dijk.

Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeid bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Toetsing Met de in het plangebied te realiseren bebouwing zal invulling worden gegeven aan de door de welstandsnota beoogde beeldkwaliteit door te kiezen voor een bedrijfsmatige vormgeving van de appartementengebouwen, waarbij sprake zal zijn van een zorgvuldig afgewogen, terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Dit kan als passend worden beschouwd gelet op de oorspronkelijke bedrijfsmatige bestemming van het plangebied. De benodigde gevelisolatie aan de zijde van de dijk zal hierbij een belangrijk element vormen dat bijdraagt aan het bedrijfsmatige aanzicht van de nieuwe bebouwing. In lijn met deze uitgangspunten is een beeldkwaliteitsplan opgesteld4. Dit beeldkwaliteitsplan zal worden gebruikt als toetsingskader voor aanvragen voor wabo-omgevingsvergunning. Voor wat betreft de te realiseren bouwhoogten wordt in dit bestemmingsplan gekozen voor een toegelaten bouwhoogte die aan weerszijden afloopt, zoals ook beschreven in het beeldkwaliteitsplan. Verder worden de appartementen ondergebracht in drie afzonderlijke individuele hoofdmassa’s die qua positionering en rooilijn de weg volgen.

4

Van den Heuvel, Beeldkwaliteitsplan Nieuwbouwproject ‘Bolderkade’, 11 november 2021, bijlage 12

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 32 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

3.4.5. Omgevingsvisie Krimpenerwaard Wat is de impact van toekomstige ontwikkelingen op onze leefomgeving? De gemeente vindt het van belang om richting te geven aan deze ontwikkelingen. Daarom is deze visie voor het hele grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard opgesteld. Het opstellen van een Omgevingsvisie wordt bovendien verplicht als de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt. De Omgevingsvisie geeft in hoofdlijnen aan hoe de gemeente in samenspraak met de gemeenschap de toekomst van de gemeente Krimpenerwaard ziet. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de nu nog geldende structuurvisies. De Omgevingsvisie is vastgesteld op 14 juni 2021. Toetsing Om te weten wat bij de gemeente Krimpenerwaard past is het nodig de eigen identiteit en waarden van de Krimpenerwaard te kennen. Dit gaat zowel om de ruimtelijke kwaliteiten en kenmerken als de sociale kwaliteiten en kenmerken. Voorliggende ontwikkeling valt binnen het gebied ‘De IJsselstreek’. Waarden IJsselstreek • Eén lang woon- en werklint langs de IJssel met lange, smalle kavels vanaf de rivierdijk; • Kleinschalige, slingerende rivier met hechte gemeenschappen; • Vanaf de dijk uitzicht over het landschap. Langs de Hollandsche IJssel ligt tussen Gouda en Krimpen aan den IJssel een vrijwel aaneengesloten lint van woningen, boerderijen, bedrijfsgebouwen en bedrijventerreinen.

Dit bebouwingslint heeft grotendeels een kleinschalig, landelijk en agrarisch karakter. Tussen de woonlinten liggen werkgebieden met een grootschaliger karakter. Een van de kansen voor de IJsselstreek is: Het bebouwingslint benutten als bijzonder woonmilieu. Voorliggende ontwikkeling speelt in op deze kans. Het plangebied en omliggende percelen langs de Hollandsche IJssel hebben een overwegend industrieel karakter. Maar het perceel is al jaren niet als bedrijfsbestemming tot ontwikkeling gebracht en ligt braak. Door het plangebied te transformeren tot wonen met oog voor het industriële karakter door hier met het ontwerp rekening mee te houden, maakt dit tot een bijzondere woonlocatie.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 33 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Milieu- en omgevingsaspecten 4.1. Beoordeling Besluit milieueffectrapportage Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten dient te worden beoordeeld of voor de betreffende ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. De bijlage van het Besluit m.e.r. bevat diverse activiteiten/ontwikkelingen en drempelwaarden voor die activiteiten/ontwikkelingen welke dient als leidraad bij de beoordeling of een milieueffectrapportage benodigd is of niet. Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen activiteiten welke zijn opgenomen in onderdeel C en activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Voor activiteiten die genoemd zijn in onderdeel C en waarvoor de drempelwaarde wordt overschreden geldt een m.e.r.plicht. In onderdeel D zijn activiteiten opgenomen waarvoor een zogenaamde aanmeldnotitie moet worden opgesteld op het moment dat de drempelwaarde wordt overschreden. In situaties dat de drempelwaarden voor een wel in het Besluit m.e.r. genoemde activiteit niet wordt overschreden, dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er voor de betreffende activiteiten een milieueffectrapport moet worden opgesteld. De beoogde ontwikkeling valt onder bijlage D categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit heeft betrekking op het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject.

Echter hoe dan ook blijft het initiatief plan ruim onder de drempelwaarde van 200.000 m2 b.v.o. of 100 hectare of 2.000 woningen, zodat een beoordeling noodzakelijk is. Blijkens de considerans van de Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling (2011/92/EU, OJ L 26, 28.1.2012, pp. 1-26 hierna ook: de Richtlijn) van bepaalde openbare en particuliere projecten is de richtlijn bedoeld voor openbare en particuliere projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Voor dergelijke projecten dient alleen een vergunning te worden verleend na een beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten die deze projecten kunnen hebben, mede de specifieke kwetsbaarheid van het milieu in de omgeving van het beoogde project in aanmerking genomen.

Blijkens de richtlijn zijn in het kader van een beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van een bepaalde ontwikkeling voornamelijk de volgende aspecten relevant: - Een hoog beschermingsniveau van het milieu en de menselijke gezondheid; - Efficiënt gebruik van hulpbronnen, waaronder zo veel mogelijk beperking van het grondgebruik; en beperking van het ruimtebeslag; - Duurzame groei in de Unie waartoe de voorziene procedures moeten worden vereenvoudigd en moeten worden geharmoniseerd; - Bescherming van biodiversiteit en ecosysteemdiensten, waaronder het mariene milieu; - Het voorkomen en tegengaan van klimaatverandering, waaronder bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering; - Preventie en beheersing van rampen en voorkomen van kwetsbaarheid bij rampen. Het bevoegd gezag dient blijkens de considerans de directe en indirecte aanzienlijke milieueffecten van een project volledig te beoordelen en af te wegen. Hiertoe moet het bevoegd gezag een analyse uitvoeren door de inhoud van de door de initiatiefnemer verstrekte informatie en de via raadplegingen

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 34 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

ontvangen informatie te onderzoeken, alsmede in voorkomend geval door aanvullende zelfstandig verzamelde informatie in overweging te nemen. De beslissing op de aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. 4.2. Bedrijfs- en milieuzonering Voor de inpassing van hindergevoelige functies zoals woningen nabij potentieel hinderlijke functies kan gebruik worden gemaakt van de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (16 april 2009). In deze VNG brochure worden gangbare vormen van bedrijvigheid ingedeeld in (milieu)categorieën van bedrijfsactiviteiten, waarbij per activiteit wordt aangegeven met welke indicatieve afstanden rekening dient te worden gehouden voor wat betreft de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Daarnaast wordt een indicatie gegeven van de overige invloed die de activiteit kan hebben op de omgeving als het gaat om de aspecten verkeersaantrekkende werking, continu bedrijfsproces, visueel en gevolgen voor de luchtkwaliteit. Het realiseren van een milieugevoelige functie buiten de betrokken afstanden is in principe acceptabel. Indien een milieugevoelige functie binnen een afstand moet worden gerealiseerd is maatwerk nodig waarbij gericht kwantitatief onderzoek noodzakelijk kan zijn om beter te kunnen beoordelen of sprake zal zijn van een ruimtelijk aanvaardbare situatie.

De normafstanden uit de VNG brochure zijn gebaseerd op de afstand van bedrijvigheid (terreingrens) tot een rustige woonwijk (gevel van een woning). In geval sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kan op grond van de VNG richtlijnen een kortere afstand worden aangehouden voor de aspecten geur en geluid. Onder ‘gemengd gebied’ wordt gebied verstaan, waar naast woningen ook winkels, horeca- en bedrijven aanwezig zijn (of zullen worden toegelaten). Gebieden die direct langs hoofdinfrastructuur liggen, worden ook tot dit omgevingstype gerekend vanwege de verhoogde geluidbelasting5. Aangezien in het gebied diverse functies aanwezig zijn, is hier sprake van een gemengd gebied en kunnen de kortere normafstanden worden aangehouden voor deze locatie. Tot slot hanteert de VNG een afzonderlijke categorisering voor functiemenging. Een benadering op grond van deze categorisering kan worden gehanteerd in stads- en dorpscentra waar veel verschillende functies op korte afstand van elkaar aanwezig zijn, soms zelfs in hetzelfde gebouw. Op de betreffende locatie wordt in lijn hiermee de uitoefening van een beroep of een bedrijf aan huis toegelaten. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van deze afstanden in relatie tot de categorisering. Tabel 1: Afstanden milieucategorie Milieucategorie Normafstand rustige woonwijk 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

5

10 30 50 100 200 300

Normafstand gemengd gebied (alleen voor de aspecten geur en geluid) 0 10 30 50 100 200

Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Bedrijven en milieuzonering, 16 april 2009, pagina 30 bovenaan.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 35 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel 5.1 5.2 5.3 6

500 700 1.000 1.500

300 500 700 1.000

In de directe nabijheid van het plangebied zijn onderstaande bedrijven aanwezig. Tabel 2: Nabijgelegen bedrijven Bedrijf Afstand tot plangebied (m) Bedrijfsverzamelgebouw 0 Bedrijfsverzamelgebouw/ Garage Bed & breakfast

20

Aannemersbedrijf

115

Melkveehouderij

70

Transformator <10 MVA

0

23

Adres

Milieucategorie

Maatgevende afstand (m)

Tussengelegen woonbebouwing

Voldoet

IJsseldijk-Noord 55a IJsseldijk-Noord 52A IJsseldijk-Noord 55 Groenendijk 100 IJsseldijk-Noord 56 IJsseldijk-Noord 55b

3.2

50

Nee

Nee

3.1

30

Nee

Nee

1

0

Nee

Ja

3.1

30

Nee

Ja

3.2

50

Ja

Ja

2

10

Nee

Nee

Op het naastgelegen perceel zijn bedrijven uit ten hoogste categorie 3 toegestaan, mits opgenomen in de bij het bestemmingsplan opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. De betrokken niet-agrarische bedrijvigheid (zie tabel 2) valt ten hoogste onder milieucategorie 3.2 als opgenomen in de VNG-brochure, met een maatgevende afstand van maximaal 50 meter voor een gemengd gebied. Zoals uit de tabel blijkt, is deze bedrijvigheid gelegen op voldoende afstand tot de beoogde woonbestemmingen, met uitzondering van de bedrijvigheid aan de IJsseldijk-Noord 55a en IJsseldijk-Noord 52A. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is echter ook geluidonderzoek uitgevoerd naar industrielawaai. Dit aspect wordt verder behandeld in paragraaf 4.3. Voor wat betreft het agrarische bedrijf is ook relevant dat sprake is van tussengelegen woonbestemmingen aan de IJsseldijk-Noord 52, 53, 54, 55, 60 en 62. Op dit vlak wordt verwezen naar 4.4. Voor wat betreft het transformatorgebouw geldt dat van de transformator geen overlast behoeft te worden verwacht, mede gelet op het feit dat deze transformator een capaciteit heeft van minder dan 10 MVA en in een gesloten gebouw is ondergebracht. 4.3. Geluid De nieuw te bouwen woningen zijn geluidgevoelige objecten.

Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel wegverkeerslawaai, industrielawaai, railverkeerslawaai op de geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In dat kader dient tevens de cumulatie van geluid uit verschillende bronnen te worden beoordeeld alsook geluid uit andere bron, zoals scheepvaartverkeerslawaai. Voor de planlocatie zijn de aspecten wegverkeerslawaai, industrielawaai en scheepvaartverkeerslawaai aan de orde.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 36 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

4.3.1. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (artikel 74) zijn onder andere voor wegen binnen de bebouwde kom formele zones met betrekking tot geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai opgenomen. Wanneer sprake is van ligging binnen 200 meter van een weg met een of twee rijstroken en binnen 300 meter van een weg met drie of meer rijstroken. De Wet geluidhinder is niet van toepassing voor wegen waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur of minder. Het plangebied (IJsseldijk-Noord 55b) is gelegen buiten de bebouwde kom. Ter plaatse geldt een snelheidslimiet van 60 km/uur. De weg is de ontsluitingsweg voor de aangelegen functies richting de kern van Ouderkerk aan den IJssel en Krimpen aan de IJssel richting het zuiden. Richting het noorden biedt de weg ontsluiting richting Nieuwekerk aan den IJssel en Gouda. Gezien de relatief hoge verkeersintensiteit van de IJsseldijk-Noord en de korte afstand tot aan het plangebied is geluidonderzoek uitgevoerd6. Uit het geluidonderzoek blijkt dat rekening dient te worden gehouden met een geluidbelasting van 60 dB, dat is 7 dB meer dan de ontheffingswaarde voor buitenstedelijk gebied (53 dB). Gelet hierop zal in het ontwerp van de nieuwe appartementen worden voorzien in diverse geluidisolerende maatregelen. Voor het bouwplan wordt binnen die context een hogere waarde wegverkeerslawaai verleend7.

In het geluidrapport zijn de geluidsbelastingen ter plaatse van het bouwplan vanwege wegverkeer inclusief verkeersgeneratie van het bouwplan zelf gegeven. In deze context is ook de invloed van het bouwplan zelf op het wegverkeerslawaai beschouwd voor de geluidbelasting vanwege de IJsseldijk Noord. Volgens het ontvangen verkeersmodel van de ODMH bedraagt de verkeersintensiteit op de IJsseldijkNoord in het betreffende toetsjaar 4.565 mvt/etm (hier na ook: de referentie-intensiteit). Inclusief verkeersgeneratie van de beoogde appartementen komt dit neer op 4.834 mvt/etm. Om inzichtelijk te maken wat de invloed van deze verkeerstoename kan zijn, is bij wijze van representatieve steekproef bij vier nabij het bouwplan gelegen woningen de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer berekend. Daarbij is de verkeersgeneratie van de nieuwe appartementen zowel in noordelijke als in zuidelijke richting ten opzichte van de referentie-verkeersintensiteit toegevoegd (worst case benadering). Onderstaande tabel 3 toont de berekende geluidsbelasting met- en zonder verkeersgeneratie waarbij de ‘referentie’ de geluidsbelasting zonder verkeersgeneratie is en ‘waarde’ de geluidsbelasting inclusief verkeersgeneratie is. Op de berekende geluidsbelastingen is de aftrek ex artikel 110g Wgh niet toegepast.

6

Adromi B.V., IJsseldijk - Noord 55b Ouderkerk aan den IJssel, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 29 september 2021, bijlage 6 7 Bijlage 2

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 37 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Tabel 3: overzicht invloed verkeerstoename op referentie geluidbelasting

Uit bovenstaande tabel 3 volgt dat de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer als gevolg van de verkeersgeneratie vanwege het bouwplan met maximaal 0,3 dB zal toenemen. Deze toename is dermate klein dat deze akoestisch gezien als verwaarloosbaar kan worden beschouwd. Gelet op de uitkomsten van het onderzoek en voorgestelde maatregelen kan voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gerealiseerd voor de nieuw te bouwen woningen. 4.3.2. Industrielawaai Eén van de hinderaspecten die kan worden veroorzaakt door bedrijvigheid is industrielawaai. Situaties waarbij geluidgevoelige functies en bedrijvigheid in de directe omgeving samenkomen moeten worden beoordeeld. De nieuw te bouwen woningen betreffen geluidgevoelige objecten, ten aanzien waarvan de geluidbelasting vanwege bedrijvigheid in de omgeving dient te worden beoordeeld. Uitgaande van de aanwezige bedrijven in de omgeving als beschreven in paragraaf 4.2, kan gezien de korte afstand tot de bedrijven (onevenredige) geluidhinder vanwege de bedrijfsactiviteiten niet worden uitgesloten. Om die reden is er een geluidonderzoek uitgevoerd8. Gelet op de uitkomsten van het onderzoek behoeft geen rekening te worden gehouden met de noodzaak om extra geluidisolerende maatregelen te treffen aan de nieuwe appartementen om een

8

Adromi B.V., IJsseldijk - Noord 55b Ouderkerk aan den IJssel, Akoestisch onderzoek industrielawaai 29 september 2021, bijlage 7

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 38 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

goed woon- en leefklimaat te garanderen. De gebruiksmogelijkheden van de aanwezige bedrijvigheid zal niet worden beperkt. Door middel van voorschriften wordt geborgd dat bedoelde maatregelen daadwerkelijk zullen worden getroffen. Gelet op de uitkomsten van het onderzoek en de te treffen maatregelen kan voor wat betreft het aspect industrielawaai een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gerealiseerd voor de nieuw te bouwen woningen. 4.3.3. Scheepvaartverkeerlawaai en cumulatie geluid Hoewel voor scheepvaartlawaai geen wettelijke normen gelden, is vanwege de ligging van de planlocatie aan de Hollandsche IJssel tevens aandacht besteed aan scheepvaartverkeerlawaai. Ondanks dat de Hollandsche IJssel geen deel uitmaakt van het basisnet water, maken diverse bedrijven in de gemeente gebruik van deze vaarroute en daarnaast vormt de Hollandse IJssel ook de ontsluiting van de bedrijvigheid in Gouda. In het geluidonderzoek is daarom tevens rekening gehouden met scheepvaartlawaai. Ten aanzien van scheepvaartlawaai wordt geconcludeerd dat geen sprake is van onevenredige geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen. In het kader van de geluidcumulatie blijkt uit het onderzoek dat middels het treffen van de voorgestelde maatregelen voor het aspect geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd voor de nieuw te bouwen woningen. 4.4.

Geur Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. In de Wgv is bepaald dat bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere afstand van toepassing is dan de afstand, met dien verstande dat deze: • ten minste 50 meter bedraagt indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en • ten minste 25 meter bedraagt indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Toetsing De gemeente Krimpenerwaard heeft een eigen geurverordening, zie onderstaand. Daarnaast wordt voldaan aan de genoemde afstanden. Verordening geurhinder en veehouderij, gemeente Krimpenerwaard 2017 De algemene doelstelling die ten grondslag ligt aan het geurbeleid is enerzijds het behoud en versterking van de grondgebonden veehouderij als drager van het landschap in het Groene Hart en anderzijds het behoud van het buitengebied als aantrekkelijk woon- en leefgebied en de cultuur-historische lintbebouwing.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 39 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

De afstand tussen een agrarische inrichting waar dieren zonder geuremissiefactor worden gehouden, en de gevel van een geurgevoelig object bedraagt: • ten minste 50 meter vanaf de dichtstbijzijnde gevel van de stal indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; • ten minste 25 meter vanaf de dichtstbijzijnde gevel van de stal indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Toetsing De afstand tussen het plangebied en de meest nabijgelegen veehouderij bedraagt 70 meter. Er wordt dus voldaan aan de genoemde afstanden uit de Verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente Krimpenerwaard. Daarnaast is sprake van tussengelegen geurgevoelige objecten die bepalend zijn voor eventuele geuremissies. Activiteitenbesluit Bij een functiewijziging dient rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijen. Sinds 1 januari 2013 geldt het Activiteitenbesluit voor de meeste agrarische bedrijven. Voor wat betreft geurhinder wordt in het Activiteitenbesluit een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten. Op grond van artikel 3.118 Activiteitenbesluit blijft de mogelijkheid in stand van gemeentelijk geurbeleid.

Op grond van de Verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente Krimpenerwaard mogen de afstanden op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor agrarische bedrijvigheid in situaties als de onderhavige in principe worden gehalveerd. Bij het toelaten van nieuwe geurgevoelige objecten in het kader van de ruimtelijke ordening dient evenwel te worden uitgegaan van de standaard normering van het Activiteitenbesluit. Toetsing In de directe omgeving rond het plangebied bevindt zich een agrarisch bedrijf aan de IJsseldijk-Noord 56. De afstand van dit bedrijf tot het plangebied bedraagt 70 meter. Voor dit bedrijf zijn tussengelegen woningen aan de IJsseldijk-Noord reeds bepalend voor wat betreft eventuele geuremissies. In die zin behoeft niet te worden gevreesd voor een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aanwezige agrarische bedrijvigheid en/of een vanuit oogpunt van geurhinder onacceptabel woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen. 4.5. Bodem Mede op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak die in de weg zou kunnen staan aan de realiseerbaarheid van het plan.

In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen te worden gerealiseerd op Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 40 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

bodem die daarvoor op basis van in het kader van de Wet bodembescherming vastgestelde normen geschikt is (of daarvoor geschikt gemaakt kan worden). De nieuwe woningen worden gebouwd op de locatie van een voormalig brandstoffenoverslagstation. Er heeft in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) heeft in 2015, 2020 en 2021 sanering op het perceel plaatsgevonden. Het terrein is onder andere ontgraven, waarna aanvulling heeft plaatsgevonden met schone grond (leeflaag). In het kader van dit plan is onderzoek9 uitgevoerd en opgenomen in de bijlagen behorende tot dit bestemmingsplan. Het bodemonderzoek is beoordeeld door de ODMH. Uit de beoordeling blijkt dat de locatie voldoende is onderzocht en is gesaneerd10. De locatie is geschikt voor de toekomstige bestemming en het gebruik wonen met tuin. Vanwege het feit dat het een saneringslocatie betreft (bekend bij het bevoegd gezag onder ZH-code ZH064400003) gelden er beperkingen die zijn vastgelegd in het besluit met kenmerk 2015283409 en datum 3 december 2015, dat naar aanleiding van de sanering in 2015 is genomen.

Het gaat hierbij om de volgende beperkingen: - Wijzigingen in bodemgebruik en grondwerkzaamheden dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag; - Voor het oppompen van verontreinigd grondwater dient vooraf toestemming te worden verleend door het bevoegd gezag; - De aangebrachte grondaanvullingen, afscheidingsdoek en folie dienen te worden gehandhaafd, evenals de monitoringspeilbuizen. Bij een transactie dienen de gebruiksbeperkingen te worden gemeld aan de volgende eigenaar en dienen afspraken te worden gemaakt over de lopende sanering (monitoring) en nazorg De aanvullende saneringen in 2020 en 2021 vonden plaats in de oeverstrook van het perceel. Deze zogenaamde tweede fase van de sanering betrof het aantonen dat sprake is van een stabiele eindsituatie. Deze bestaat uit: - het afwezig zijn van ontoelaatbare verspreiding (trede 3 landelijke saneringsladder); - de afwezigheid van een drijflaag die binnen de saneringslocatie is ontstaan; - het zoveel mogelijk voorkomen van verontreiniging naar het oppervlaktewater (olievlekking), - zodanig dat er geen risico’s zijn of kunnen ontstaan. Op basis van deze saneringen is een evaluatieverslag opgesteld en ingediend bij het bevoegd gezag. Op 15 maart 2022 heeft de Provincie Zuid-Holland het evaluatieverslag van deze sanering goedgekeurd9.

Een aantal gebruiksbeperkingen blijven conform dit besluit in het kader van de Wbb van kracht en waarborgen onder andere controle en instandhouding van de aangebrachte leeflaag. Bij de bouw van de nieuwe woningen dient overeenkomstig de Wbb en de Arbeidsomstandighedenwet aandacht te worden geschonken aan de aanwezige restverontreinigingen. Vanwege de aard van de hier aanwezige verontreinigingen is daarbij met name van belang dat verontreiniging niet in diepere grondlagen kan verspreiden door het aanbrengen van funderingspalen. Op dit punt is reeds een plan 9

Provincie Zuid-Holland, Beschikking evaluatieverslag fase 2 deelsanering locatie Zelling Avia te Gouderak in de gemeente Krimpenerwaard, 2022006801, 15 maart 2022, bijlage 16

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 41 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

van aanpak opgesteld waarin met dit aspect rekening is gehouden10. Hieruit blijkt dat, mits de juiste techniek wordt toegepast bij het aanbrengen van funderingspalen, dit veilig mogelijk is en geen afbreuk doet aan de behaalde saneringsresultaten. Bij de concrete uitwerking en uitvoering (bouwen) van het plan zal in het kader van de gebruiksbeperkingen dit nog worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Op basis van onderzoek, de uitgevoerde saneringen en de besluiten in het kader van de Wbb is de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem geschikt voor het beoogde doel (wonen met tuin), mits daarbij de genoemde beperkingen in acht worden genomen. 4.6. Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Met deze reden moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Van belang hierbij is de invloed van het bouwplan op de plaatselijke luchtkwaliteit alsook de invloed van kwaliteit van de omgevingslucht op het bouwplan. Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien: 1. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; 2.

de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of gelijk blijft; 3. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde (1,2 µg/m3 PM10 of NO2 en 0,75 µg/m3 PM2.5 jaargemiddeld); 4. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). (Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen.) Sinds 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 in werking. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Gevolgen van bouwplan voor luchtkwaliteit Het voorliggende plan is zodanig kleinschalig dat hierop het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit) van toepassing is (hierna ook: NIBM). De grens op grond van dit besluit is immers meer dan 1.500 woningen14. In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen is vastgelegd in welke situaties sprake is van een ontwikkeling van zodanig geringe omvang dat kan worden aangenomen dat geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is.

10

Lambrane, Notitie funderingstechnieken, 10 maart 2022, bijlage 17 Bijlage 3a, voorschrift 3A2 van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) – uitgaande van een bepalende ontsluitingsweg. In de overige gevallen, die niet in het Besluit NIBM genoemd worden, zal op een andere manier, bijvoorbeeld door middel van berekeningen, aannemelijk gemaakt moeten worden dat de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. 14

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 42 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

In de context van een goede ruimtelijke ordening dient los daarvan worden nagegaan of een ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Uit de NIBM-tool15 blijkt dat pas vanaf 1.280 motorvoertuigen per dag extra, in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het toevoegen van 42 woningen in het gebied draagt in niet betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Invloed van omgevingslucht op bouwplan Buiten de aanwezige wegenstructuur zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen activiteiten welke de kwaliteit van de buitenlucht als beschreven in de titel 5.2 en bijlage 2 van de Wet milieubeheer significant beïnvloeden. Via de landelijke voorziening NSL-monitoringstool wordt de (geprognosticeerde) luchtkwaliteit in Nederland in beeld gebracht. In de navolgende tabel 4 is hiervan een overzicht gegeven voor de IJsseldijk-Noord. Via de rekentool 2020 kunnen de jaren 2019, 2020 en 2030 in beeld worden gebracht. Andere jaren kunnen niet in beeld worden gebracht met de monitoringstool. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen tot 10 jaar na vaststelling van het planologisch besluit. Hierbij geldt in principe dat voor de toekomst rekening wordt gehouden met een verkeerstoename ten opzichte van het huidige verkeersbeeld.

Tegelijkertijd wordt naar de toekomst toe ook rekening gehouden met een afname van de emissies per voertuig. In de navolgende tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de (geprognosticeerde) luchtkwaliteit op de locatie. Tabel 4: Geprognosticeerde luchtkwaliteit op locatie

Monitoring NSL 2020 Rekenjaar 2020 NO2

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10c

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10d

<35 dagen

<35 dagen/jaar >50 µg/m³

PM2,5

<20 µg/m³

25 µg/m³ jaargemiddelde

EC

<0,75 µg/m³

NO2

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10c

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10d

<35 dagen

<35 dagen/jaar >50 µg/m³

PM2,5

<20 µg/m³

25 µg/m³ jaargemiddelde

EC

<0,75 µg/m³

Rekenjaar 2030

15

https://www.nsl-monitoring.nl/

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 43 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Op basis van de waarden uit de tabel kan geconcludeerd worden dat op de planlocatie en in de nabijheid hiervan geen verhoogde concentraties van verontreinigde stoffen aanwezig zijn en ook in de toekomst niet te verwachten zijn. 4.7. Verkeer en parkeren Verkeersafwikkeling De appartementen zullen middels een tweetal uitwegen ontsluiten op de IJsseldijk Noord. Op de IJsseldijk-Noord geldt een snelheidslimiet van 60 km/uur als bedoeld in de Wegenverkeerswet. De weg bestaat uit één rijbaan met fietssuggestiestroken. Er is geen trottoir aanwezig voor voetgangers. De IJsseldijk-Noord is een Erftoegangsweg type 1 (EWT1) met een maximale capaciteit van tussen de 5.000 en 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Op basis van het regionaal verkeersmodel is op de weg in 2030 sprake van 4.565 Mvt/etmaal. De verkeersgeneratie die valt te verwachten van het plan is beperkt en bedraagt op basis van CROW circa 269 Mvt/etmaal. Die toevoeging is niet dusdanig dat daarmee de maximale wegcapaciteit wordt overschreden. Gelet hierop biedt de IJsseldijk-Noord voldoende capaciteit voor de verkeersafwikkeling. Vanaf het plangebied zijn in zuidelijke richting de kernen Ouderkerk aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel te bereiken. Tevens is ook de provinciale N210 te bereiken die afwikkelt in de richting van Capelle aan den IJssel en Schoonhoven.

Via de IJsseldijk-Noord zijn in noordelijke richting de kernen Nieuwekerk aan den IJssel en Gouda te bereiken. Verkeersgeneratie Bij voorliggende ontwikkeling worden 42 appartementen mogelijk gemaakt. 28 appartementen vallen in het segment koop, middenduur. 12 appartementen vallen binnen het segment koop, duur en twee appartementen vallen in het segment huur, middenduur. Uitgaande van de ligging van het plangebied kan dit ingedeeld worden in ‘buitengebied, matig stedelijk’. Volgens het CROW kunnen hier de volgende verkeersgeneratie aan gebonden worden: CROW kencijfers Huur goedkoop/midden: 3,7 – 4,5 mvt/etmaal Koop midden: 5,6 – 6,4 mvt/etmaal

Gemiddeld 4,1 mvt/etmaal 6 mvt/etmaal

Aantal 2

Totaal 8,2 mvt/etmaal

28

168 mvt/etmaal

Koop duur: 7,0 – 7,8 mvt/etmaal

7,4 mvt/etmaal

12

88,8 mvt/etmaal

De verkeersgeneratie van het totale plan komt op basis van de kencijfers van het CROW gemiddeld op 265 mvt/etmaal.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 44 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

De toename aan verkeersdrukte vanwege het plan is aanvaardbaar en inpasbaar gelet op de capaciteit van de weg en bestaande verkeersdrukte. Aanvullend is via onderzoek door BonoTraffics16 in beeld gebracht dat de doorstroming op de IJsseldijk-Noord niet nadelig wordt beïnvloed door het plan. In dit onderzoek is in het kader van een verkeersveilige ontsluiting ook gekeken naar de beoogde ontsluiting/uitwegen. Op basis hiervan is door initiatiefnemer meer inzicht17 gegeven in de beoogde maatregelen en concrete inrichting van het terrein en beoogd verkeerscirculatie. Op basis daarvan is het mogelijk verkeer veilig en met minimale gevolgen voor de doorstroming de IJsseldijk-Noord kan oprijden of kan afslaan naar het perceel. Voor het veranderen van een bestaande uitweg cq. het maken van een nieuwe uitweg naar de openbare weg moet overigens een melding worden gedaan op basis van de algemene regels bij de wegenverordening van de wegbeheerder, in casu het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Een uitweg moet voldoen aan de eisen voorwaarden die zijn vastgelegd in deze wegenverordening. De IJsseldijk-Noord is niet voorzien van voetpaden. Daar is fysiek ook geen ruimte voor. Voetgangers maken in voorkomend geval gebruik van de weg. Parkeren Voor voorliggende ontwikkeling is een onderzoek18 opgesteld naar de te hanteren parkeernorm en de benodigde parkeerplaatsen.

Het, volgens de gemeentelijke norm, benodigd aantal plaatsen bedraagt 72. In het plan worden en moeten ook 72 plaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Gezien de referentieprojecten is het wel de verwachting dat in de praktijk circa 63 parkeerplaatsen voldoende zullen zijn. Conclusie is daarmee dat er voldoende eigen parkeerplaatsen in het plan gerealiseerd worden. De strook langs de IJsseldijk-Noord die door omwonenden in de huidige situatie feitelijk voor parkeren wordt gebruikt maakt onderdeel uit van het plangebied. Deze niet officiële parkeerruimte komt te vervallen. Ter plaatse zijn in de nieuwe inrichting wel enkele van 72 te realiseren parkeerplaatsen voorzien. 4.8. Waterparagraaf 4.8.1. Beleid De Europese Kaderrichtlijn Water heeft als doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlaktewater te verbeteren en grondwatervoorraden veilig te stellen. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. Per 2016 zijn de 2e generatie stroomgebiedsbeheerplannen van kracht. Naast maatregelen om emissies terug te dringen en de inrichting van wateren aan te passen voor de doelsoorten is ook het stand-still beginsel een belangrijk

16

BonoTraffics, Verkeersafwikkeling appartementen IJsseldijk Noord, Oudekerk a.d. IJssel, 1 april 2022,

22.0100/001, Bijlage 18 17

Lambrane, Oplegnotitie verkeer, 19 april 2022, bijlage 19 Kwirkey, Rapportage Parkeernorm ontwikkeling IJsseldijk - Noord 55 / Bolderkade Ouderkerk aan den IJssel, bijlage 10. 18

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 45 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

voortvloeisel uit de richtlijn; ontwikkelingen –en dus ook ruimtelijke ontwikkelingen– mogen niet leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit en ecologie. Nationaal beleid Op dit vlak wordt ook verwezen naar paragraaf 3.1. Het Nationaal waterbeleid is verder vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021. In dit plan staan vijf ambities centraal: - Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door de veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. - Een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics) zodat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoetwater is. - Nederland klimaatbestendig en waterrobuust inrichten. Bijvoorbeeld met verdiepte pleinen in een stad die bij veel regenval volstromen met water. - Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement en –innovaties, ten behoeve van de economie en het verdienvermogen. - Nederlanders leven waterbewust. Schoon, veilig en voldoende water is niet vanzelfsprekend. In 2014 zijn de zogenaamde Deltabeslissingen genomen. Voor het plangebied zijn vooral de Deltabeslissing Waterveiligheid en de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie van belang. De Waterveiligheid wordt voortaan gebaseerd op risicobenadering (kans op overlijden door een overstroming).

Daarbij gaat het niet alleen meer om sterke dijken en kaden om overstroming te voorkomen, maar om het samenspel met het beperken van gevolgen van overstromingen via ruimtelijke inrichting en via rampenbestrijding. Ruimtelijke adaptatie heeft veel met de ruimtelijke inrichting klimaatbestendig en waterrobuustheid te maken. In september 2017 heeft de Deltacommissaris het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie gepresenteerd en gemeenten worden verplicht klimaatstresstests uit te voeren (ook gevolgen van hitte/droogte). Regionaal beleid: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP, vastgesteld door het algemeen bestuur op 29 juni 2016), de Keur van het HHSK, de peilbesluiten en de leggers. Het HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen.

Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van bouwmaterialen welke voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit op het aspect uitloging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het waterbeheerplan van belang. Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van afwaterend oppervlak. Het waterbeheerplan beschrijft hoe HHSK omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemende verharding van het oppervlak. In het algemeen

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 46 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

geldt verder dat voor aanpassingen aan het watersysteem een watervergunning nodig is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, van hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak. Waterberging Het waterbergingsbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect is de versnelde afvoer van neerslag. Het beleid beschrijft op welke wijze het effect van ruimtelijke ontwikkelingen op de waterberging wordt bepaald en hoe ongewenste gevolgen van deze ontwikkelingen kunnen worden gecompenseerd. HHSK maakt onderscheid in drie typen ruimtelijke ontwikkelingen: kleine (tot 500 m 2 verhardingstoename), middelgrote (> 500 m2 verhardingstoename en bruto planoppervlak < 10 ha) en grote (> 10ha bruto planoppervlak). De compensatie eis wordt door HHSK berekend. HHSK beschrijft in het beleid onder andere de volgende toetsingscriteria: - Aanvullende waterberging ter compensatie van verhardingstoename dient voorafgaand - aan het aanbrengen van de verharding te worden gerealiseerd; - Waterberging moet algemeen en te allen tijde beschikbaar zijn; - De voorkeursvolgorde voor realisatie van waterberging is: 1. binnen het plangebied, 2. binnen het peilgebied, 3. benedenstrooms. 4.8.2.

Plangebied Het plangebied is buitendijks gelegen, waardoor afvloeiend hemelwater in principe niet ten laste komt van een poldersysteem. Momenteel is het plangebied niet bebouwd, waardoor met voorliggende ontwikkeling wel een toename in verharding plaats vindt. In het kader van de bodemsanering is de bodem afgegraven, afgedekt en weer grond toegevoegd. Het perceel heeft echter dus al een zeer beperkt waterbergend vermogen. Het hemelwater zal in de toekomstige situatie geloosd worden op de Hollandsche IJssel. Het plangebied is verder gelegen binnen de beschermingszone van de primaire waterkering. Een smalle strook in het oostelijke deel van het plangebied is tevens gelegen binnen de kernzone van de waterkering. Deze beschermingszones zijn tevens opgenomen in dit bestemmingsplan als dubbelbestemmingen ‘Waterstaat-Waterkundige functie en Waterstaat-Waterkering. Ten aanzien van het bouwen in (de beschermingszone van) een waterkering kunnen beperkingen gelden vanuit het waterschap. In figuur 4.2 is een uitsnede van de legger van het waterschap opgenomen. De bebouwing is gelegen in de ‘beschermingszone buitenkant’, waardoor buiten de kernzone van de waterkering zal worden gebouwd en eventueel onderhoud aan de waterkering mogelijk blijft. In het kader van voorliggend plan is de Digitale Watertoets ingevuld.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 47 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt en ingedeeld op basis van de drie waterthema's: veiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit. Waterveiligheid Randvoorwaarden: Er geldt een restrictief bouwbeleid voor waterkeringen. Bouwplannen moeten worden getoetst aan dit beleid en het bebouwingsvrije profiel. Binnen het bebouwingsvrije profiel wordt geen nieuwe bebouwing toegestaan. Buiten dit profiel kan bebouwing onder voorwaarden worden toegestaan. Het plan is afgestemd met het Hoogheemraadschap. Door het Hoogheemraadschap is aangegeven dat de bebouwing minimaal op 5 meter uit de buitenkruinlijn mag worden gebouwd en dan buiten de 1:2 lijn blijft. Dat komt overeen met 6 meter vanaf de kant van het asfalt van de IJsseldijk. Verwezen wordt naar figuur 4.1.

Figuur 4.1: Schets ligging bebouwing uit buitenkruinlijn (bron: HHSK)

Verder moet er rekening mee worden gehouden dat de laagste vloer minimaal op dijktafelhoogte moet komen te liggen. Dit zal het geval zijn. Voor alle werken binnen de zones van de waterkering geldt dat ze zonder vergunning niet zijn toegestaan. Voor primaire waterkeringen gelden strengere eisen dan voor overige waterkeringen. Of werkzaamheden toelaatbaar zijn in een bepaalde periode is beleidsmatig geregeld en wordt per geval bekeken. Gelet op een en ander staan de genoemde wateraspecten niet in de weg aan de realisatie van het plan. Watersystemen/Waterkwantiteit Het uitgangspunt voor het watersysteem is het faciliteren van de ruimtelijke functies en belangen in het gebied. Over het algemeen functioneert het watersysteem het best met grote, robuuste eenheden. Het streven is daarbij om bij ontwikkelingen zo groot mogelijk aaneengesloten peilgebieden te creëren en te behouden en lokale afwijkende peilen zoveel mogelijk op te heffen. Uitgangspunt is dat ontwikkelingen geen negatief hebben op de waterhuishouding van de omgeving. Landelijk is dit waterbeleid opgenomen in het Waterbeheer 21e eeuw - WB21 (vasthouden, bergen en

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 48 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

dan pas afvoeren van water) en in het NBW (actueel). Dit houdt in dat waterafvoer uit het gebied niet mag toenemen en het probleem dus niet wordt afgewenteld op andere gebieden. De compensatie van negatieve effecten van een ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit verschillende aspecten. Er worden 3 typen compensatie onderscheiden: • aanvullen van het te dempen wateroppervlak; • compensatie voor het aanbrengen van extra verharding in een gebied; • realiseren van extra waterberging om de wateropgave in het gebied te verminderen. Voor 'toename van verharding bij ruimtelijke ontwikkelingen' heeft Schieland en de Krimpenerwaard beleid vastgesteld. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • • • •

• •

compenserende waterberging wordt in beginsel gerealiseerd door het graven van open water; compensatie vindt in beginsel plaats binnen de grenzen van het plangebied; wanneer compensatie in het plangebied niet mogelijk is, dan wordt de compensatie in ieder geval gerealiseerd in hetzelfde peilgebied. wanneer er geen mogelijkheid is om compenserende waterberging te realiseren binnen het plangebied of het peilgebied kan in overleg met het hoogheemraadschap een andere positie worden bepaald. Tevens zijn onder restricties bepaalde vormen van alternatieve waterberging bespreekbaar. waterberging wordt gerealiseerd vóór uitvoering van het plan. het aanbrengen van >500 m2 verharding is vergunningplichtig op grond van de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard De berging wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan.

Watersystemen/onderhoud en inrichting Bij het ontwerp van een plan moet goed rekening worden gehouden met het onderhoud van het watersysteem. Het oppervlaktewater moet bereikbaar zijn voor het onderhoudsmaterieel (belastingstype landbouwmaterieel). Deze zogeheten onderhoudsstroken' zijn bij hoofdwatergangen tenminste vijf meter. De inrichting van het watersysteem in een nieuwe plan mag niet leiden tot ecologische knelpunten. Uitgangspunt is dat vervuiling van het watersysteem (en het milieu) moet worden voorkomen. Bij ontwikkelingen moeten geen nieuwe vervuilingsbronnen worden geïntroduceerd. Uitlogende metalen, PAK's, bepaalde coatings en andere stoffen kunnen leiden tot belasting van het oppervlakte- en grondwater. Wanneer afstromend water (licht) verontreinigd is, moet het afstromend worden gezuiverd met behulp van zuiveringsvoorzieningen. Binnen het plangebied wordt een gescheiden stelsel aangelegd. De afvalwaterafvoer wordt aangesloten op het bestaande stelsel. De hemelwaterafvoer wordt vertraagd afgevoerd op de Hollandsche IJssel. Waar mogelijk wordt halfverharding toegepast. Verder wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen en stoffen.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 49 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

In het kader van de beoogde nieuwbouw zullen de benodigde vergunningen in het kader van de Waterwet aangevraagd worden. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.3 en 3.1.4. Gelet hierop is geen sprake van geen beletselen vanuit een wateraspect.

Figuur 4.2: Uitsnede legger HHSK, plangebied indicatief in het paars weergegeven.

4.9. Archeologie en cultuurhistorie 4.9.1. Cultuurhistorie Bij een bestemmingsplan dient gekeken te worden naar archeologische en cultuurhistorische aspecten welke eventueel aanwezig zijn in het plangebied. Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zuid-Holland kan worden opgemaakt dat voor het plangebied diverse aanduidingen in kaart zijn gebracht die van belang zijn in het kader van cultuurhistorische aspecten.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 50 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Op de kaart staat aangegeven dat ter plaatse van het noordelijke deel van plangebied sprake is van een historisch landschappelijk vlak met een hoge waarde. De meeste landschapstypen in Zuid-Holland zijn niet bijzonder zeldzaam. Ze scoren daardoor, bij voldoende gaafheid en samenhang, doorgaans niet hoger dan ‘redelijk hoge waarde’.

Figuur 4.2: Historische landschappelijke vlakken. (Bron: Cultuurhistorische waardenkaart Zuid-Holland)

Belangrijk in de waardering van het landschap is de samenhang tussen het historisch landschap ( de polder) en wat zich daarbinnen bevindt (verkaveling). Wanneer dit is aangetast door bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe wegen, industrieterreinen of woonwijken, is aan de gebieden hooguit de waarde ‘redelijk hoog’ toegekend. Voor de gehele polder waarin het plangebied gelegen is, is de hoge waarde opgenomen. Dit in verband met de ligging in de Krimpenerwaard, een waardevol cultuurhistorisch gebied met een gave strokenverkaveling met onder andere veenputten en eendenkooien. Daarnaast is sprake van de aanwezigheid van een historisch landschappelijke lijn, waaraan een ‘redelijk hoge waarde’ is toegekend. Deze lijn betreft de IJsseldijk-Noord. Deze aanduiding kan gezien worden in het kader van het beschermen van de historische lijn in het landschap. Voornamelijk cultuurhistorisch waardevolle lijnelementen als rivieren, watergangen of dijken worden als dusdanig aangemerkt. Het ophogen van een dijk of asfalteren van een onverhard pad zorgt voor een minder hoge waardering, zoals bij de IJsseldijk-Noord het geval is. De IJsseldijk-Noord betreft een dijklint met bebouwing van voor 1850. De bedoelde ontwikkeling voorziet niet in het aanpassen van de kavelstructuur in het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f83cedbc-580a-4388-a3d9-709800278cc9