CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2 Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel - Toelichting (VG01)

Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel21.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel Bestemmingsplan

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel Bestemmingsplan

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Projectnummer: Versie: Status: Versiedatum:

R201920/2100 h Vastgesteld 10-5-2022

Auteur:

S. Zonneveld

Geaccordeerd:

J. Wildschut

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Inhoudsopgave 1.1.

Aanleiding ................................................................................................................................ 5

1.2.

Ligging plangebied ................................................................................................................... 5

1.3.

Geldend bestemmingsplan...................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer ................................................................................................................................ 7

2.1.

Bestaande situatie plangebied en omgeving .......................................................................... 8

2.2.

Nieuwe situatie........................................................................................................................ 9

3.1.

Rijksbeleid.............................................................................................................................. 11

3.2.

Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................................................. 17

3.3.

Provinciaal beleid: Zuid-Holland ............................................................................................ 18

3.4.

Regionaal en gemeentelijk beleid ......................................................................................... 28

4.1.

Beoordeling Besluit milieueffectrapportage ......................................................................... 34

4.2.

Bedrijfs- en milieuzonering.................................................................................................... 35

4.3.

Geluid .................................................................................................................................... 36

4.4.

Geur ....................................................................................................................................... 39

4.5.

Bodem ................................................................................................................................... 40

4.6.

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 42

4.7.

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 44

4.8.

Waterparagraaf ..................................................................................................................... 45

4.9.

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 50

4.10. Ecologie ................................................................................................................................. 53 4.11. Externe veiligheid .................................................................................................................. 54 4.12. Explosieven ............................................................................................................................ 57 4.13. Schaduwwerking ................................................................................................................... 58 5.1.

Algemeen............................................................................................................................... 59

5.2.

Juridische planopzet .............................................................................................................. 59

6.1.

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 62

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 63

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 3 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Bijlage 1 – Beoordeling milieueffectrapportage (ontwerp) .............................................................. 64 Bijlage 2 – Besluit hogere waarden wegverkeerslawaai (ontwerp) .................................................. 64 Bijlage 3 – Risicoanalyse Scheepvaart ............................................................................................... 64 Bijlage 4 – Rapportage oplevering sanering ...................................................................................... 64 Bijlage 5 – Nader bodemonderzoek functiewijziging ........................................................................ 64 Bijlage 6 – Geluidonderzoek wegverkeerslawaai .............................................................................. 64 Bijlage 7 – Geluidonderzoek industrielawaai en scheepvaart .......................................................... 64 Bijlage 8 – Stikstofdepositieonderzoek ............................................................................................. 64 Bijlage 9 – Ecologische quick-scan..................................................................................................... 64 Bijlage 10 – Rapportage parkeernorm ..............................................................................................

64 Bijlage 11 – Verslag informatiebijeenkomst...................................................................................... 64 Bijlage 12 – Beeldkwaliteitsplan ........................................................................................................ 64 Bijlage 13 – Advies Veiligheidsregio .................................................................................................. 64 Bijlage 14 – Bezonningsstudie ........................................................................................................... 64 Bijlage 15 – Aanvullende bezonningsstudie ...................................................................................... 64 Bijlage 16 – Besluit goedkeuring evaluatie sanering fase 2 .............................................................. 64 Bijlage 17 – Notitie funderingstechnieken ........................................................................................ 64 Bijlage 18 – Studie verkeersafwikkeling ............................................................................................ 64 Bijlage 19 – Oplegnotitie verkeer ...................................................................................................... 64 Bijlage 20 – Nota van beantwoording vooroverleg ........................................................................... 64

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 4 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Inleiding 1.1. Aanleiding Het perceel aan de IJsseldijk-Noord 55b ligt momenteel braak. Het betreft een buitendijks gelegen perceel dat een bedrijfsmatig gebruik kende en er rust een (uit te werken) bedrijfsbestemming op het perceel. Er bestaan plannen de locatie te gaan gebruiken ten behoeve van de woningbouw. Het is de bedoeling dat er in drie verschillende gebouwen tot 42 appartementen worden gerealiseerd. Hoofdzakelijk bestemd voor koop en voor een klein deel bestemd voor middenhuur. De appartementengebouwen zullen over maximaal 5 bouwlagen beschikken. In relatie tot de locatie en het voormalige gebruik is gekozen voor een industrieel ontwerp. De stedenbouwkundige opzet herinnert aan het bedrijfsmatige verleden van het perceel. De hoogste bebouwing zal centraal op het perceel worden gesitueerd, waarbij de bebouwing afloopt naar de zijdelingse perceelgrenzen en zo aansluiting vindt bij de bebouwing op de naburige percelen. De begane grond van de gebouwen wordt gebruikt als parkeergelegenheid. De buitenruimte wordt ingericht met groen en (bezoekers) parkeerplaatsen. Uit overleg met de gemeente Krimpenerwaard is gebleken dat de gemeente in beginsel wil meewerken aan dit (bouw)plan. Er is hiertoe een intentieovereenkomst gesloten. De raad heeft onder voorwaarden ingestemd met het nieuwe stedenbouwkundige kader.

Aangezien de beoogde ontwikkeling op het perceel in de huidige planologische situatie niet mogelijk is, wordt er voorzien in een nieuw bestemmingsplan. Voor het opstellen van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever verstrekte informatie, foto´s en kadastrale ondergronden. De in deze toelichting vernoemde tekeningen, onderzoeksrapporten en overige documenten zijn als bijlagen toegevoegd en kunnen als integraal onderdeel daarvan worden beschouwd. 1.2. Ligging plangebied Ouderkerk aan den IJssel is gelegen in de provincie Zuid-Holland en maakt deel uit van de gemeente Krimpenerwaard. Het perceel is gelegen ten noorden van de kern Ouderkerk aan den IJssel en bevindt zich tussen de Hollandsche IJssel en de IJsseldijk. De locatie is gelegen buiten de (verkeerskundige) bebouwde kom in het dijklint. Van oudsher was de bedrijvigheid buitendijks gesitueerd, terwijl de binnendijkse bebouwing voornamelijk agrarisch van aard was. Thans heeft de lintbebouwing langs de dijk voornamelijk een woonkarakter verkregen. Veel bedrijfspercelen hebben plaats gemaakt voor wonen, terwijl de agrarische bedrijvigheid meer achter de dijk is gevestigd. Het onderstaande figuur geeft een impressie van de situering van het plangebied in de omgeving.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 5 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 1.1: Plangebied indicatief in rood weergegeven. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3. Geldend bestemmingsplan Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’, op 13 december 2007 vastgesteld door de voormalige gemeente Ouderkerk en goedgekeurd dor Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 8 juli 2008. De locatie is aangeduid voor ‘Bedrijfsdoeleinden uit te werken ex artikel 11 W.R.O.’. Op grond hiervan is bedrijfsmatig gebruik direct toegelaten, maar (nieuw)bouw kan pas na vaststelling van een uitwerkingsplan plaatsvinden/worden vergund in de milieucategorieën 1 en/of 2. Verder heeft de locatie de aanduidingen ‘waterkeringsdoeleinden’ en ‘waterstaatsdoeleinden buitendijks gebied’, gezien de ligging aan de Hollandsche IJssel. Ook geldt deels de dubbelbestemming ‘archeologisch onderzoeksgebied’ en grenst de westzijde van het plangebied aan de ‘oeverzone’ van de Hollandsche IJssel. Blijkens de aanduidingen in het water is tevens een aanlegplaats / ligplaats voor de beroepsvaart toegestaan. De eerstvolgende figuur (1.2) betreft een uitsnede van de verbeelding. Voor planlocatie geldt tevens het ‘Parapluplan parkeren Krimpenerwaard’, vastgesteld op 29 januari 2019 door de gemeente Krimpenerwaard.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 6 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

1.4. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven en is een planbeschrijving opgenomen van de beoogde situatie. In hoofdstuk 3 is het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat diverse milieuaspecten als bodem, water en ecologie. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische opzet van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod.

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplankaart (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 7 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Planbeschrijving 2.1. Bestaande situatie plangebied en omgeving Het perceel is gelegen buiten de bebouwde kom op circa 450 meter ten noorden van de kern van Ouderkerk aan den IJssel. Het omliggende gebied bestaat uit agrarisch gebied, agrarische bedrijven, woningen en enige bedrijvigheid. Het perceel is gelegen tussen de Hollandsche IJssel en de doorgaande weg IJsseldijk-Noord en heeft een oppervlakte van 6.205 m². Langs de IJsseldijk-Noord is een bebouwingslint ontstaan. Kenmerkend voor de linten zijn de doorzichten vanaf de dijk naar het open, achterliggende veenweidegebied.

Figuur 2.1: Ligging plangebied

Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de IJsseldijk-Noord, welke tevens de ontsluiting vormt van het plangebied. Aan de overzijde van de IJsseldijk-Noord bevinden zich woningen met daarachter een agrarisch bedrijf. Ten zuiden van het perceel bevindt zich een bedrijfsverzamelgebouw. De westzijde van het perceel grenst direct aan de Hollandsche IJssel en aan de noordzijde van het perceel zijn woningen gelegen. In de huidige situatie ligt het plangebied braak. Het plangebied betreft het terrein van een voormalige brandstoffenoverslag. In onderstaande figuur is het plangebied in de directe omgeving weergegeven.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 8 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 2.2: Omgeving plangebied, plangebied indicatief in het blauw omlijnd (Bron: provincie Zuid-Holland).

2.2. Nieuwe situatie Op de locatie worden drie gebouwen geplaatst waarin 42 appartementen worden gerealiseerd. Deze zijn hoofdzakelijk bestemd voor koop en voor een klein deel bestemd voor middenhuur. De appartementengebouwen zullen bestaan uit 3, 4 en 5 bouwlagen, waarbij de hoogte afloopt richting de bestaande bebouwing. De gebouwen worden dwars op het perceel gesitueerd, om aan te sluiten bij de oriëntatie van de omliggende bebouwing. Er is een bezonningsstudie voorhanden waarbij de zogenaamde TNO norm is gehanteerd1. Tevens worden de gebouwen meer in het midden van het perceel gecentreerd zodat zo veel mogelijk zicht op de Hollandsche IJssel vanaf de dijk behouden blijft. De appartementen zullen zowel aan de zijde van de Hollandsche IJssel als aan de zijde van de dijk, dus richting de polder, worden voorzien van balkons. Onder de gebouwen, op de begane grond, wordt geparkeerd. Rondom de gebouwen is ruimte voor een gemeenschappelijke buitenruimte/tuin en (bezoekers)parkeren. Voor wat betreft de bouwstijl wordt gekozen voor traditionele materialen met een degelijke en industriële uitstraling die aansluit bij de omliggende bedrijfsgebouwen en -loodsen en het oorspronkelijke gebruik van de zelling. De appartementen zullen zonder gasaansluiting worden uitgevoerd.

Daarnaast worden op de daken van de gebouwen zonnepanelen geplaatst, zodat zelf voorzien kan worden in (een deel van) de benodigde energie. Warmteopwekking zal plaatsvinden middels warmtepompen. 1

Van der Padt en partners, bezonningsstudie 20, juli 2020, bijlage 14

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 9 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 2.3: Impressies toekomstige bebouwing waterzijde. (Bron: Van der Padt & Partners Architecten, 2020).

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 10 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Beleidskader In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1. Rijksbeleid Het rijksbeleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte (AMvB Ruimte) wordt in de eerste paragrafen beschreven. Voor het provinciaal beleid wordt gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. In het algemeen wordt het landelijk ruimtelijk beleidskader vertegenwoordigd door: − Nationale omgevingsvisie (hierna ook NOVI); − Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna ook Barro). 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is toegeschreven op een aantal dringende maatschappelijke opgaven waar Nederland zich voor gesteld ziet. Dit betreft de gevolgen van de klimaatverandering (wateroverlast/droogte, opwarming en zeespiegelstijging), de energietransitie naar duurzame opslag en opwekking, de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, het bereikbaar houden van stedelijk gebied en de inpassing van nieuwe distributiecentra. Verder betreft dit de gelijktijdige versterking van de natuur en de biodiversiteit en het behoud van landbouw en agrarisch landschap.

Deze opgaven moeten volgens de NOVI in samenhang bekeken worden, waarbij de versterking van de omgevingskwaliteit centraal staat. In de NOVI worden daarvoor drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwenteling op toekomstige generaties of op andere gebieden wordt voorkomen. Toetsing De voor deze ontwikkeling relevante beleidsaspecten uit de Novi zijn in ieder geval: - Het realiseren van een goede omgevingskwaliteit; Hieraan beoogt onderhavige ontwikkeling invulling te geven, mede door een specifieke beeldkwaliteit als ambitie te stellen. - Het waarborgen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Gelet op de uitkomst van de verschillende milieuonderzoeken alsook de door te voeren technische maatregelen kan hier worden voorzien in een gezond en veilig woonmilieu. - De zorg voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Het plan voorziet in een aanwezige behoefte. - Het realiseren van een circulaire economie;

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 11 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

-

Er wordt gekozen voor hergebruikte en eenvoudig her te gebruiken bouwstoffen en gebouwonderdelen. Verder wordt via de te realiseren energievoorzieningen gestreefd naar maximale energiebesparing. Het waarborgen van waterveiligheid en klimaatbestendigheid. Het bouwplan komt op voldoende peilhoogte. Verwezen wordt naar paragraaf 4.8..

3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en sinds die tijd enkele malen herzien. In de geconsolideerde versie van het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a) Rijksvaarwegen; b) Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c) Kustfundament; d) Grote rivieren; e) Waddenzee en waddengebied; f) Defensie; g) Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h) Elektriciteitsvoorziening; i) Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j) Natuurnetwerk Nederland; k) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l) IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; n) Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Toetsing Omdat het plangebied gelegen is aan de oever van de Hollandsche IJssel (tussen kilometerraai 12 en 13) is het plangebied opgenomen op de kaart ‘grote rivieren’ en aangeduid als ‘rivierbed’. Ten aanzien van de gewenste ontwikkeling op het perceel dienen zodoende de regels van het Barro te worden gevolgd.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 12 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 3.1: Barro – ‘rivierbed’

Hierin is opgenomen (artikel 2.4.3) dat alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed kunnen worden opgenomen in geval er sprake is van: a. b. c. d.

een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.

In geval van een nieuwe bestemming worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. Tevens dient in het bestemmingsplan te worden vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Toetsing De appartementengebouwen worden gerealiseerd op een perceel wat momenteel braakliggend bedrijfsterrein is. Het terrein is vrijwel gelegen op dijkniveau en wordt niet verder uitgebreid. De beoogde bebouwing op het perceel leidt niet tot effecten op de riviercapaciteit. De beoogde bestemming voorziet niet in een bestemming waar activiteiten worden uitgevoerd die een bedreiging kunnen zijn voor de ecologische toestand van het oppervlaktewater. Voor wat betreft de bruikbaarheid en de veiligheid is het volgende van belang. Op grond van artikel 2.3.2, lid 2 onder c van het Barro dient een vrijwaringszone te worden aangehouden van 25 meter uit de vaarweg welke als zodanig is aangegeven in de Legger rijkswaterstaatswerken voor de Hollandse IJssel, die geschikt is voor schepen uit maximaal CEMT klasse Vb.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 13 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Mede vanwege de inkassing welke ter plaatse van het plangebied aanwezig is en vanwege de omstandigheid dat de vaargeul ter plaatse zich meer aan de westzijde van de rivier bevindt, is het plangebied op meer dan 25 meter uit de vaarweg gelegen, zodat op het perceel geen sprake is van een vrijwaringszone.

Figuur 3.2: Inkassing (bron: https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/waterveiligheid/primaire/technischeleidraden/zoeken-technische/@193686/uitvullen-beheer-onderhoud/)

Rijkswaterstaat is vaarwegbeheerder voor de Hollandsche IJssel en heeft ingebracht veiligheidsrisico’s te zien vanwege de mogelijkheid dat de nieuwe huizen aangevaren kunnen worden door schepen. Bovendien ligt het plan binnen de vrijwaringszone in het Barro. Voor wat betreft het aspect aanvaring wordt verwezen naar hetgeen is opgenomen in de bijlage2 behorende tot dit plan. In deze notitie wordt ingegaan op de aannemelijkheid van dit scenario, alsmede een inschatting van de mogelijke effecten en risico’s. De vaarweg blijft in geval van een calamiteit toegankelijk voor hulpdiensten aangezien er sprake is van een vrije ruimte van circa 10 meter. Vanuit het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens Rijkswaterstaat om advies gevraagd ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Rijkswaterstaat heeft het plan getoetst en heeft akkoord gegeven op 7 november 2019.

2

AA Planadvies, Aanvaringsrisico’s langs de Hollandsche IJssel, Bouwplan IJsseldijk-Noord 55b, Ouderkerk a/d IJssel, 26 november 2018, bijlage 3

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 14 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 3.3: Legger rijkswaterstaatswerken- vaargeul

Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan geen negatieve invloed heeft op de rivier of het functioneren daarvan. Zo reikt het plan niet tot in de rivier, worden de zichtlijnen van de schepen niet belemmerd (de locatie is niet gelegen in een rivierbocht). Door Rijkswaterstaat is daarbij evenmin negatief geadviseerd vanwege nadelige radareffecten (reflecties e.d.). 3.1.3. Waterwet De Waterwet heeft de volgende doelen. • voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met: o bescherming en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en o vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Toetsing Zoals uit voorgaande al is gebleken heeft de beoogde ontwikkeling geen effect op de rivier. Hierdoor is geen sprake van een verhoogd risico op overstromingen, wateroverlast of waterschaarste. Ook wordt de chemische en ecologische kwaliteit van de rivier niet nadelig beïnvloed.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 15 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

3.1.4. Beleidslijn Grote Rivieren De Beleidslijn bevat een afwegingskader waaraan nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren moeten voldoen. De toepassing van het afwegingskader waarborgt de veiligheid in het achterland; de ruimte die de rivier nodig heeft bij een hoogwatersituatie blijft hiermee behouden. Het plangebied is buitendijks gelegen en maakt deel uit van het oppervlaktewater van de Hollandsche IJssel, in beheer bij Rijkswaterstaat. Ingevolge de Waterwet is er vergunning nodig voor het oprichten van bebouwing (‘gebruiken rijkswaterstaatswerk’). Een goede doorwerking van het beleid vereist een adequate coördinatie tussen de ruimtelijke ordening en waterveiligheid. De Beleidslijn is het instrument dat hierin voorziet. De verwachte, toenemende rivierafvoeren op de lange termijn vragen meer (buitendijkse) ruimte, waar deze nu reeds schaars is. Dit vraagt om terughoudendheid bij het toestaan van nieuwe ontwikkelingen, ook om 'riviergebonden activiteiten' te kunnen toestaan en om ruimte beschikbaar te houden voor compensatie van de effecten van die activiteiten. Toetsing Plangebied is gelegen binnen het bergend regime. Hier zegt de Beleidslijn Groter Rivieren over: Artikel 4.

Activiteiten bergend regime Voor activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het bergend regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, tweede lid, toestemming gegeven. Artikel 7. Algemene voorwaarden 1. De toestemming, bedoeld in artikel 3, wordt alleen gegeven indien: a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. en er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is. 2. De toestemming, bedoeld in artikel 4, 5 en 6, aanhef en onder a, b en c, wordt alleen gegeven indien: a. voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid; en b. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.

Het terrein is vrijwel opgehoogd tot dijkniveau, zodat het perceel geen rol speelt ten aanzien van waterberging, mede rekening houdend met een gebruik van het terrein voor bijvoorbeeld bedrijfsmatige buitenopslag overeenkomstig de nu geldende bestemming. Ter plaatse van het perceel is sprake van een inkassing in de rivier (tussen kilometerraai 12 en 13), zodat de rivier ter plaatse een

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 16 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

ruime profielbreedte heeft. Ter plaatse zijn geen maatregelen voorstelbaar met het oog op rivierverruiming, eventuele bottlenecks bevinden zich elders. Aan de gestelde leden van de Beleidslijn Grote Rivieren kan dus worden voldaan. Zoals aangegeven is er vanuit het kader van een goede ruimtelijke ordening advies gevraagd aan Rijkswaterstaat ten aanzien van de beoogde ontwikkeling en is Rijkswaterstaat akkoord ten aanzien van het plan. De waterstaatkundige belangen van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zijn beschreven in de waterparagraaf (paragraaf 4.8). Conclusie Het plan heeft geen gevolgen voor de ruimtelijke belangen welke in het rijksbeleid zijn benoemd. Er is geen sprake van watergerelateerde aspecten die in de weg staan aan de realisering van het plan. 3.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking (ook wel duurzaamheidsladder) als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regeling is laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2017. De duurzaamheidsladder gaat uit van een drietal stappen om te komen tot een zorgvuldige afweging van iedere stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling dient te voorzien in een behoefte.

Als hiervan sprake is moet worden bezien in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door middel van benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Als blijkt dat dit geen mogelijkheid is, moet er worden afgewogen of het gebied passend is ontsloten of als zodanig kan worden ontwikkeld. Zoals is overwogen in diverse uitspraken van de Afdeling3, dient bij de beantwoording van de vraag of sprake is van bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1, onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening beoordeeld te worden of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakte, en of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorend geheel van openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Toetsing Hoewel het perceel momenteel braak ligt, is het in het verleden reeds bebouwd en verhard geweest ten behoeve van de tankopslag en overslaglocatie. Er rust ook een (uit te werken) bedrijfsbestemming op het perceel. Binnen het plangebied is dus al jaren geleden een (voortgezette) bedrijfslocatie beoogd.

Het perceel is tevens gelegen in het bebouwingslint langs de IJsseldijk-Noord en ligt ingeklemd tussen bedrijvigheid en woningbouw. Zodoende kan hier gesproken worden van een herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied.

3

ARRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, alsook ARRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1340 (Veghel) en ARRvS 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1581 (Papendrecht)

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 17 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Dit betekent dat enkel de behoefte aan de nieuwe woningen een punt van aandacht vormt in de context van de ladder van duurzame verstedelijking. Dit omdat het plan toeziet op het toevoegen van meer dan 11 woningen. In de regio Midden-Holland, waar Krimpenerwaard deel van uitmaakt, zal de groei van het aantal huishoudens vanaf 2020 de natuurlijke groei overstijgen. De gemeente Krimpenerwaard heeft de ambitie om in de regio op basis van de ruimte en onderscheidende kwaliteiten in te zetten op een toename van het aantal huishoudens dat sterker is dan de huidige prognoses. Om te kunnen voldoen aan de groeiende woningvraag heeft de gemeente de doelstelling om tot 2030 3.000 woningen toe te voegen, verdeeld over de 11 kernen. De gemeente heeft tevens de ambitie om in 2050 energie- en CO2neutraal te zijn. Het toevoegen van 42 appartementen (voornamelijk koop en beperkt middenhuur) voorziet in de vraag naar woningen binnen de gemeente Krimpenerwaard. Daarnaast draagt het bouwplan bij aan de ambities van de gemeente ten aanzien van groei. Daarnaast worden de woningen verwarmd door middel van warmtepompen, wat weer bijdraagt aan de ambitie van de gemeente om in 2050 CO2neutraal te zijn. Zie ook paragraaf 3.4.1. en 3.4.2. voor het regionale en gemeentelijke woonbeleid. Ook gaat het niet ten koste van de vraag naar bedrijfsterrein.

Ten oosten van Ouderkerk is namelijk voorzien in bedrijfsterrein (Zijdepark). 3.3. Provinciaal beleid: Zuid-Holland De provincie wil haar beleid eenvoudiger, transparanter en toegankelijker maken voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Daarom heeft de provincie de Omgevingsvisie opgesteld, geconsolideerd op 1 april 2019. 3.3.1. Omgevingsvisie Met de Omgevingsvisie anticipeert de provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd: − de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); − het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); − het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); − het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; − de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af.

De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit, waarbij Zuid-Holland slimmer, groener en sterker dient te worden.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 18 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

De visie geeft aan dat de economie van Zuid-Holland is gebaseerd op fossiele brandstoffen. De provincie zet in op verduurzaming van energieopwekking uit hernieuwbare bronnen. De visie geeft daarnaast aan dat de provincie moet inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering, niet in de laatste plaats de te verwachten stijging van de zeespiegel. Daarnaast staat de provincie de komende decennia ook voor de vergrijzing als (tijdelijke) demografische verandering. De provincie wil daarbij ontwikkelingen samen met andere partijen oppakken, waarbij de volgende sturingsprincipes worden gehanteerd: Gebiedsgericht: De provincie komt met elk gebied tot een aanpak op maat. Zuid-Holland bestaat uit verschillende gebieden met elk hun eigen opgaven. Specifieke opgaven ontstaan in interactie met de omgeving. Die specifieke opgaven vragen elk om hun eigen vorm van sturing. Uitgaan van passend schaalniveau: De provincie vormt allianties op het schaalniveau van de specifieke opgave. Allianties op verschillende niveaus zijn nodig. De provincie werkt met partners op lokaal, regionaal, provinciaal en landsdeelniveau en kijkt waar nodig ook over landsgrenzen heen. Ruimte voor differentiatie: Waar mogelijk gaan integrale maatwerkoplossingen boven generieke regels. Dat gebeurt alleen als per saldo sprake is van voldoende positieve ontwikkeling.

De provincie wil ruimte laten voor verschil, experimenten toelaten, maatwerkoplossingen zoeken en omgaan met onzekerheid. In de visie worden daarbij de volgende richtinggevende ambities geformuleerd: -

Naar een klimaatbestendige delta De provincie wil de fysieke leefomgeving klimaatbestendig inrichten. Dit houdt in dat ook extreme weersomstandigheden niet mogen leiden tot onnodige schade. Dit dient onder meer te worden bereikt door meer ruimte te creëren voor water, het voornomen van hittestress, het tegengaan van bodemdaling in veengebieden en het optimaal benutten van voorhanden zoetwater.

-

Naar een nieuwe economie: the next level De economie van de provincie Zuid-Holland wordt met name gedragen door Rotterdam als het grootste haven-industriële complex van Europa en het Westland als grootste glastuinbouwcluster van de wereld. De provincie geeft aan dat de industriële sectoren zich bevinden aan het einde van een levenscyclus. De provincie wenst een transformatie naar een digitale en schone economie: Vaneen fossiele economie naar een circulaire economie.

-

Naar een levendige meerkernige metropool Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal woningen te realiseren en tegelijkertijd dient de bestaande woningvoorraad te worden verduurzaamd. De woningbouwopgave dient evenwel gestalte te krijgen in combinatie met de verbetering bereikbaarheid, woonkwaliteit en leefklimaat. Het leef- en vestigingsklimaat kan ook versterkt

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 19 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

worden door stad en land goed te verbinden, waarbij het aan steden grenzende landelijk gebied kan dienen als proeftuin voor nieuwe oplossingen op terreinen als klimaat, energie en voedsel. -

Energievernieuwing Vanwege de aanwezige bedrijvigheid is Zuid-Holland een van de meest energie intensieve regio’s van Europa. De provincie streeft naar een energietransitie waarbij energie uit hernieuwbare bronnen wordt gewonnen en energie optimaal wordt benut, zoals door toepassing van restwarmte van industriële bedrijvigheid in woningen en de glastuinbouw. De provincie biedt hierbij ruimte aan lokale initiatieven, maar zal in principe niet zelf het voortouw nemen.

-

Best bereikbare provincie Er is sprake van de nodige druk op de infrastructuur, zowel wat betreft goederenverkeer als woon-werk verplaatsingen. Een verbetering van de bereikbaarheid is evenwel nodig met het oog op het behoud van de concurrentiepositie. Tegelijkertijd dient de mobiliteitssector schoner te worden om de nationale doelstellingen voor klimaat en luchtkwaliteit te halen. De provincie zet ook in op de versterking van het openbaar vervoer, vervoer over het water en gebruik van de fiets.

-

Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Het landschap en de biodiversiteit staan onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en de klimaatverandering. Ook de beschikbare ruimte staat onder druk door de behoefte aan meer woningen en ruimte voor bedrijvigheid. Behoud van een aantrekkelijk landelijk gebied vormt ook een belangrijke factor voor bewoners, bedrijven en toeristen. Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl. De provincie ZuidHolland wil de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Aantrekkelijke landschappen reiken tot in de stad en het stedelijk gebied reikt tot in de landschappen. De provincie streeft naar een zachte overgang van het stedelijk naar het landelijk gebied (kernrandzone).

-

Verbeteren omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Het gaat het hier om zowel ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) als milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).

Naast diverse aandachtspunten die voor de gehele provincie van toepassing zijn zoals het beheer van recreatievoorzieningen en behoud en versterking van de biodiversiteit, versterking van de ruimtelijke kwaliteit en het werken aan duurzame energie in de vorm van windmolens en zonne-energie, zijn er nog enkele uitgangspunten opgenomen in de omgevingsvisie welke specifiek van toepassing zijn voor de regio waarin de planlocatie gelegen is. Enkele relevante uitgangspunten zijn:

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 20 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

-

Behoud en versterken landschappen De provincie wil de verschillende functies in de groene ruimte beter verweven en een betere relatie creëren tussen stad en land, zodat de gebruiks-, toekomst- en belevingswaarde van de verschillende landschappen kan worden behouden en worden versterkt. Door de kwaliteit van de groene ruimte te versterken, sluit de ruimte aan op de vraag van bewoners en gebruikers en kan het landschap een bijdrage leveren aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Een integrale benadering en gebiedsgerichte aanpak komt zowel de economische vitaliteit als de ruimtelijke kwaliteit ten goede. Gezien de ligging in het landelijk gebied is het behoud en versterken van het landschap een relevant punt voor het plangebied.

-

Erfgoedlijnen ontwikkelen en beleefbaar maken Cultuur en erfgoed zijn belangrijke factoren om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. De provincie wil het unieke erfgoed behouden, beschermen maar ook beleefbaar maken en benutten. De erfgoedlijnen betreffen geografische structuren (trekvaart, kust, eiland) die meerdere monumentale punten verbindt met één gemeenschappelijk historisch verhaal. Voor de planlocatie betreft het de Hollandsche IJssel en de ligging in de Krimpenerwaard.

-

Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Niet alle vraag naar wonen en werken kan worden ingepast binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. In het landelijk gebied kunnen (in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten) stedelijke ontwikkelingen die niet inpasbaar zijn binnen bestaand stadsen dorpsgebied of kleinschalige ontwikkelingen betreffen. Tevens wordt de ladder voor duurzame verstedelijking toegepast.

Toetsing Het plangebied is gelegen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied, maar is gelegen in een bebouwingslint. Een invulling met appartementengebouwen doet recht aan de schaal en omvang van de aanwezige industriële structuren in het buitendijks gebied (op dit punt wordt ook verwezen naar 3.4.3). Er is voldoende behoefte aan de appartementen. Dit is verder behandeld in de paragraaf over de ladder voor duurzame verstedelijking (3.2). Conclusie De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een perceel dat in het verleden reeds bebouwd is geweest en gelegen is binnen het bestaande bebouwingslint aan de IJsseldijk-Noord. Herontwikkeling van het braakliggende perceel komt de concentratie van bebouwing in het gebied en de ruimtelijke kwaliteit ten goede. De beoogde ontwikkeling is niet strijdig met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Kwaliteitskaart Bijlage 1 van de Omgevingsvisie betreft de kwaliteitskaart. Deze kaart is voor de provincie een belangrijk middel om ruimtelijke ontwikkeling te sturen zodat deze een bijdrage kunnen leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt is het verbinden van nieuwe ontwikkeling aan de bestaande gebiedskenmerken, Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 21 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

welke zijn opgenomen in de kwaliteitskaart. Ruimtelijke kwaliteit wordt door de provincie gezien als het fysieke resultaat van menselijk handelen, natuurlijke processen en de wisselwerking daartussen. De kaart is ingedeeld in vier verschillende lagen waarin de waarden en kenmerken zijn opgenomen. 1. 2. 3. 4.

Laag van de ondergrond Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Laag van de stedelijke occupatie Laag van de beleving

De laag van de ondergrond heeft betrekking op de natuurlijke (landschapsvormende) processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen refereert naar het zichtbare landschap, dat is gevormd door eeuwen lang (agrarisch) gebruik van het landschap door de mens. Stedelijke occupatie gaat over de dorpen en steden in het landschap, alsmede het netwerk wat ze verbindt. De laag van de beleving gaat over de identiteit en (recreatieve) beleving. De lagen hebben een relatie met elkaar en voor iedere plek zijn meerdere lagen van toepassing. De belangrijkste kenmerken voor iedere laag zijn opgenomen en verder uitwerkt in richtpunten die meegenomen kunnen worden bij de vormgeving van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 1. Laag van de ondergrond Deze laag bestaat uit de geomorfologische kenmerken, de bodem en het water. Voor de provincie Zuid-Holland is hier een indeling gemaakt voor de drie verschillende type gebieden: kust (stand, duinen, strandwallen en strandvlakten), de natte veengronden en het watergebied van de delta. Water is een belangrijk onderdeel in het bepalen van de landschappelijke identiteit van de provincie Zuid-Holland. Door het water beleefbaar en toegankelijk te maken kan de recreatieve gebruikswaarde van het water worden vergroot.

De locatie is gelegen in het veencomplex, waarvoor de richtpunten betrekking hebben op het zorg dragen voor het behoud van veen en het beperken van de bodemdaling. Aangezien de locatie buitendijks is gelegen en is opgehoogd tot aan dijkniveau, spelen deze aspecten evenwel geen rol. 2. Laag van cultuur- en natuurlandschappen Deze laag heeft betrekking op het zichtbare landschap, waarin het agrarische landschap bepalend is voor het buitengebied in de provincie, zoals het weidse veenweidegebied met de langgerekte percelen als in de Krimpenerwaard. De combinatie van de gebruikswaarde en belevingswaarde staat centraal. Voor het plangebied zijn de richtpunten voor rivierdijken en linten relevant. Rivierdijken De rivierdijken zijn herkenbare, lijnvormige structuren in het landschap die als primaire functie het keren van water hebben. Vooral in het veengebied is dichte lintbebouwing op of aan de dijk aanwezig, zoals aan de IJsseldijk-Noord. Richtpunten voor rivierdijken hebben betrekking op het plaatsen van eventuele nieuwe bebouwing binnen het bestaande dijklint en niet in de Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 22 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

veenweidepolders en het behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Linten Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Onderscheid wordt gemaakt in dijklinten (waarbij de bebouwing op of tegen de dijk staat) en polderlinten (de bebouwing ligt op één niveau met de omgeving), boerenervenlint (lint als kralensnoer van losse boerderijen). In de dijklinten is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Dit maakt herontwikkeling van een perceel gelegen in het dijklint voor nieuwe bebouwing aantrekkelijk. De richtpunten voor deze gebieden streven naar het behouden van de linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. 3. Laag van de stedelijke occupatie Deze laag wordt opgemaakt uit het bebouwde gebied van steden, dorpen en de netwerken van (vaar-, spoor- en motorverkeer-) wegen en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten bij de eigen identiteit van een gebied, zodat de identiteit kan worden behouden of versterkt. Het behouden van het contrast tussen de verschillende gebieden is eveneens van belang. Stads- en dorpsranden zijn de zones van bebouwd gebied en landschap.

Uitgangspunt voor ontwikkelingen in deze gebieden is het contact wat moet bestaan tussen het bebouwde gebied en het landschap, dat verbonden is door doorlopende structuren zoals, in het geval van het plangebied, een dijklint. Voor stads- en dorpsranden is het van belang dat de ontwikkelingen bijdragen aan een passende overgangskwaliteit. Door het perceel opnieuw te ontwikkelen kan nieuwe bebouwing zorgen voor een betere aansluiting in het gebied en bij de omliggende bebouwing. 4. Laag van de beleving Deze laag gaat over het behouden van waardevolle elementen in het landschap en het combineren hiervan om de recreatieve gebruikswaarde van de provincie te vergroten. Het zijn unieke stukjes landschap die vertellen over de historie en ontwikkeling van de provincie en bijdragen aan de identiteit en toeristische kwaliteit. Veel recreatiegebieden bevinden zich op de overgang van het stedelijk en landelijk gebied. De kwaliteit van deze gebieden kan versterkt worden door de continuïteit, beleefbaarheid en robuustheid van deze gebieden te vergroten. Voor wat betreft het plangebied kan de ontwikkeling zorgen voor meer continuïteit in het dijklint, wat tevens een aantrekkelijke recreatieve (fiets)route is. Gebiedsprofiel Via de verschillende gebiedsprofielen is een verdere onderverdeling gemaakt in de linten.

De profielen bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld. Een Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 23 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten, andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tevens als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Landschappelijke eenheden Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. Vooral langs de Lek is het landschap weids en open, met diepe verkaveling vanaf de rivierdijk.

Het gebied tussen Schoonhoven en Bergambacht heeft ook diepe kavels maar door de hogere ligging is het landschap kleinschaliger en 'verdicht' met boomgaarden en moestuinen. Ambitiebeeld Eén van de hoofdambities is het versterken van het contrast tussen de randen langs de rivieren en het middengebied enerzijds, en het contrast tussen buitendijks en binnendijks gebied anderzijds. Het verschil tussen binnen- en buitendijkse gebieden dient herkenbaar te worden gemaakt, vooral langs de Lek. Bevorderen van een water- en energie-efficiënte samenleving De provincie zet in op de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. Door ruimtelijke reserveringen te maken voor de benodigde netwerken en via haar vergunningen- en concessiebeleid, draagt de provincie hieraan bij. Blikvanger is het warmtenet. Restwarmte uit de Rotterdamse mainport kan in de toekomst via een ondergronds leidingstelsel worden getransporteerd naar de Greenport Westland-Oostland. Hier worden kassen mee verwarmd en steden worden voorzien in de warmtebehoefte van bewoners en bedrijven. De provincie staat positief tegenover vergelijkbare projecten. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij onderscheidt de provincie drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen: 1.

Inpassing: Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied, een toevoeging van een woning in een lint of de opknapbeurt van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 24 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de relevante richtpunten. 2.

Aanpassing: Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet zoals bij de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Aanpassing is sterk gericht op het vergroten van de gebruikswaarde van een gebied. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk de invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat, ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

3.

Transformatie: Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied, een nieuwe gebiedsidentiteit, gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en kenmerken. De impact van deze plannen op een gebied is enorm. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is de rol van de provincie groot aangezien er bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding is. De betrokkenheid van de provincie zal gericht zijn op een actieve behartiging van die doelen en op een kwalitatief zo goed mogelijk resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint.

Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Toetsing Er is sprake van transformatie van voormalig bedrijfsterrein naar wonen. Het plangebied heeft jaren braak gelegen. Hieruit blijkt dat op deze locatie geen behoefte meer is aan bedrijvigheid. Met de beoogde ontwikkeling naar woningbouw wordt aan een braakliggend terrein weer invulling gegeven. De transformatie zal samenhangen met een afname van (potentieel) vrachtverkeer dat samenhangt met een bedrijfsbestemming. Ten zuiden van Ouderkerk is inmiddels voorzien in nieuw bedrijfsterrein (Zijdepark) waar bedrijvigheid een betere ontsluiting kan worden geboden dan hier langs de dijk. Nieuwe ontwikkelingen in het lint mogen niet afdoen aan de bestaande structuur. Ook moeten de linten als onderscheidende bebouwingsvorm zichtbaar blijven in het gebied. Het gebiedsprofiel Krimpenerwaard beschrijft en visualiseert de voor het gebied kenmerkende ruimtelijke elementen welke van bovenregionaal belang zijn. Voorbeelden van kenmerkende ruimtelijke elementen zijn: De verkavelings- en waterstructuur, linten, laanbeplantingen, herkenbare dijken en openheid. Het gebiedsprofiel geeft een overzicht van de landschappelijke waarden, waarmee bij Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 25 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

ruimtelijke ingrepen rekening moet worden gehouden. Ze beschrijven tevens ambities die richting geven aan de ontwikkeling van de kenmerken. Van belang voor het plangebied is zorgen voor continuïteit in het dijklint en het herkenbaar houden van het lint. Door de bebouwing aan te laten sluiten bij de bestaande bebouwing in het gebied en de gelijke bouwrichting aan te houden, kan met voorliggend plan een bijdrage worden geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Tevens blijven doorzichten op het lint en op de Hollandsche IJssel behouden door de nieuwbouw aan een bouwvlak te binden. Middels de planregeling in samenhang met het opgestelde Beeldkwaliteitsplan is geborgd dat ter plaatse nieuwe passende ruimtelijke kwaliteit ontstaat. In onderhavige situatie zal worden gekozen voor toepassing van warmtepompen voor de verwarming en koeling van de nieuwbouw. 3.3.2. Omgevingsverordening De visie zelf is alleen bindend voor de provincie. Daarnaast is met de visie ook een provinciale Omgevingsverordening opgesteld, waarvan de inhoud bindend is voor lagere overheden. Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening Zuid-Holland geconsolideerd (1 april 2019). De volgende artikelen uit deze Verordening zijn relevant.

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit In principe kan een ruimtelijke ontwikkeling worden toegelaten waarmee geen wijzigingen op structuurniveau worden voorzien en de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. In het geval dat er wel wijzigingen plaatsvinden op structuurniveau, worden deze ontwikkelingen alleen toegestaan als er sprake is van zorgvuldige inbedding in de omgeving. Uitzonderingen hierop zijn gebieden waarvoor beschermingscategorieën zijn opgenomen. Toetsing De beoogde ontwikkeling ziet toe op het wijzigingen op structuurniveau door het toevoegen van nieuwe bebouwing op het braakliggende terrein. Het ontwikkelen van het perceel betekent een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit , doordat het terrein een nuttige invulling krijgt en het perceel niet langer in onbruik is. Hierdoor wordt het lege gat in het straatbeeld opgevuld. Voor wat betreft ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling is in het ontwerp rekening gehouden met de materiaalkeuze, de bouwvormen en -stijlen van de omliggende (bedrijfs)gebouwen, waardoor de nieuwe bebouwing past bij het karakter van de deels industriële bebouwing aan de Hollandsche IJssel (Zie hiervoor ook paragraaf 3.4.3). De omstandigheid dat vanuit oogpunt van geluidbelasting dient te worden gekozen voor extra gevelmaatregelen zal bijdragen aan de gewenste industriële uitstraling van de nieuwe appartementen.

Met betrekking tot de beschermingscategorieën is de planlocatie gelegen in de nabijheid van enkele gebieden met een beschermingswaarde. Zo is aangrenzend aan het noorden van de locatie een Natuurnetwerk Nederland-gebied aanwezig. Het plan reikt echter niet tot een van de gebieden met een beschermingswaarde.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 26 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 3.4: Uitsnede omgevingsverordening beschermingscategorieën, plangebied indicatief in het rood weergegeven.

Artikel 6.10 - Stedelijke ontwikkelingen De provincie sluit in dit artikel aan bij de ladder van duurzame verstedelijking zoals vervat in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op dit punt kan dus worden verwezen naar hetgeen al in paragraaf 3.2 van deze toelichting aan de orde is gesteld. Artikel 6.50 - Risico’s van klimaatverandering Op grond van dit artikel wordt verzocht om rekening te houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Klimaatverandering uit zich onder meer door: - Risico’s op wateroverlast/overstroming door overvloedige neerslag; - Hitte en droogte. Toetsing Gelet op de ligging van de nieuwe appartementen boven dijkniveau is er in vergelijking tot het benedendijkse gebied een verwaarloosbaar risico op wateroverlast of overstroming. Hemelwater zal vanaf het perceel direct aflopen op de Hollandse IJssel en draagt dus niet bij aan de belasting van het poldersysteem. De nieuwe woningen zijn beperkt gevoelig voor droogte, gelet op de ligging langs de rivier, het feit dat deze voorzien worden van fundaties op het pleistocene zand en de IJsseldijk is opgebouwd uit klei en niet uit veen. De nieuwe woningen zullen op basis van de laatste eisen van het Bouwbesluit thermisch geïsoleerd worden, hetgeen bescherming biedt tegen opwarming.

Voor zover dit dienstig blijkt, zullen de appartementen kunnen worden voorzien van zonneschermen ter beperking van de opwarming van gevels en gevelopeningen. De zonnepanelen op het dak zullen een extra barrière vormen voor zonnewarmte, waarbij opwarming van de zonnepanelen ook zal zorgen voor convectie waardoor de lucht onder de panelen zal worden gekoeld.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 27 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Voor het overige kunnen geen aanvullende maatregelen worden genomen, gelet op de positie van de woningen binnen de beschermingszone van de waterkering alwaar beperkingen gelden voor het aanplanten van opgaande (en daarmee diepwortelende) vegetatie. Op dit punt wordt ook verwezen naar paragraaf 4.8 en paragraaf 4.11.2. Conclusie Het plangebied is al jaren braakliggend. Hieruit blijkt dat er voor deze locatie geen behoefte is aan bedrijvigheid. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. 3.4. Regionaal en gemeentelijk beleid 3.4.1. Regionale Agenda Wonen De gemeenten Krimpenerwaard, Gouda, Zuidplas, Waddinxveen en Bodegraven-Reeuwijk hebben de krachten gebundeld in het samenwerkingsverband Midden-Holland. In dit verband werken de gemeenten gezamenlijk aan kansen en uitdagingen op diverse thema’s die de gemeentegrenzen overschrijden, zoals wonen, werken, ondernemen en recreëren. Het regionale kader voor het woonbeleid is verwoord in de “Regionale Agenda Wonen Midden-Holland” (2013). De navolgende afspraken zijn richtinggevend voor hoe de gemeente omgaat met haar lokale woningbouwprogramma tot 2020. 1.

Gemeenten zetten in op een regionale woningproductie die past bij de behoefte conform de provinciale WBR 2010 (migratiesaldo nul) en de bovenregionale opvangtaak voor de Zuidvleugel. 2. Elke gemeente voert daarvoor de als maatschappelijk en/of financieel urgent aangemerkte projecten uit haar woningbouwprogramma 2012-2019 uit. 3. Gemeenten kunnen projecten uitwisselen, mits dit past binnen de opgegeven capaciteit van urgente woningproductie 2012-2019 en de projecten een redelijk maatschappelijk belang hebben, zich niet in buitengebied bevinden en geen binnenstedelijk groen doen opheffen. 4. Gemeenten bevorderen lokaal een kansrijke, kwalitatief diverse woningproductie die past bij de vraag in de markt. Zij baseren zich daarvoor op lokale en/of (sub)regionale woonvisies en analyses van de woningmarkt, zoals woningbehoeftenonderzoeken. 5. Gemeenten gaan daarbij uit van een gemeenschappelijke regionale indeling in prijsklassen. Daarnaast hanteren gemeenten een verdeling in eengezinswoningen (grondgebonden) en meergezinswoningen (gestapeld). 6. Gemeenten hanteren daarvoor ook een gemeenschappelijke regionale indeling in woonmilieus, te weten een hoofdindeling in stedelijke-, dorpse- en landelijke woonmilieus. 7. Gemeenten monitoren met elkaar eenmaal per jaar de voortgang en inhoud van de woningproductie en het woningbouwprogramma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f83cedbc-580a-4388-a3d9-709800278cc9