CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2 Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel - Toelichting (VG01)

Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel21.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De nieuwe woningen worden op passende afstand van de historische lijn geplaatst en zullen deel uit gaan maken van het bebouwingslint aan de dijk. 4.9.2. Archeologie Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 51 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: -

archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren; in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen.

Het verdrag is geïmplementeerd door inwerkingtreding van thans de Erfgoedwet per 1 juli 2016. Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Om deze belangenafweging op adequate en verantwoorde wijze te kunnen maken, heeft de gemeente Krimpenerwaard een archeologische beleidskaart opgesteld voor haar grondgebied. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente (zie figuur 4.3) geldt voor het plangebied de ‘WA7’, waarbij voor werkzaamheden dieper dan 3 meter onder maaiveld en een plangebied wat groter is dan 10.000 m2 een onderzoeksverplichting geldt. Aangezien het plangebied niet groter is dan 10.000 m2 meter is een archeologische onderzoeksverplichting niet aan de orde.

Figuur 4.3: Plangebied indicatief in het blauw weergegeven. (Bron: Archeologische beleidskaart Krimpenerwaard 2017, bewerkt)

Er dient altijd rekening te worden gehouden met zogenaamde toevalsvondsten bij eventuele werkzaamheden in het plangebied, ook buiten de zones waarvoor een verwachtingswaarde geldt.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 52 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Wanneer tijdens werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan zijn deze meldingplichtig conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Dit kan in de gegeven omstandigheden als afdoende restbescherming worden beschouwd. 4.10. Ecologie 4.10.1. Juridisch kader Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming is onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). 4.10.2. Gebiedsbescherming - natuurgebieden In Natura 2000-gebieden geldt een vergunningplicht voor activiteiten die belastend kunnen zijn voor de natuur. Het plangebied ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied, of in een Natuurnetwerk Nederland gebied.

Het plangebied bevindt zich wel in de directe nabijheid van een Natuurnetwerk Nederland gebied. Dit gebied grenst direct aan de noordzijde van het plangebied en betreft een gedeelte van de oostelijke oever van de Hollandsche IJssel. Het NNN-gebied ligt op een deel van het kadastrale perceel van initiatiefnemer, maar buiten de grenzen van het plangebied.

Figuur 4.5: Natuurnetwerk Nederland, plangebied indicatief in het blauw omlijnd. (Bron: Omgevingsverordening).

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 53 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

De stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is onderzocht22. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurgebied is de Biesbosch op 16 km van het plangebied. Als gevolg van het bouwplan treedt er een depositie op van 0,00 mol/ha/jaar voor de gebruiksfase. Hiermee is aangetoond dat er geen mogelijke significante effecten vanwege de stikstofemissies van het plan op het natuurgebied zullen zijn. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden staat de realisatie van het bouwplan niet in de weg. Het initiatief ziet toe op het bouwen van appartementengebouwen voor 42 woningen op het braakliggende perceel. De ontwikkeling zal niet plaatsvinden binnen of op de grens van het Natuurnetwerk Nederland gebied. De invloed van de ontwikkeling op de nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland-gebieden kan echter als verwaarloosbaar worden beschouwd. De ontwikkeling is op voldoende afstand gelegen van het Natura 2000-gebied om hier geen invloed op te hebben. 4.10.3. Soortenbescherming Eveneens staat de bescherming van dier- en plantsoorten vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Naast een algemene zorgplicht is hier ook de bescherming van aangewezen zeldzame of bedreigde inheemse diersoorten in vastgelegd. Mits dergelijke soorten aanwezig zijn op een bepaalde locatie kan dit gevolgen hebben voor de uitvoering van activiteiten.

In de huidige situatie is het plangebied al geruime tijd braakliggend. Het is begroeid geraakt met gras en pioniersgewassen zoals distel, paardenstaart en kruiskruid. Binnen het plangebied heeft een quickscan ecologie plaatsgevonden23. Deze is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de planlocatie geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Overeenkomstig de Wet natuurbescherming zullen algemene voorzorgsmaatregelen getroffen worden vanuit de algemene zorgplicht. 4.11. Externe veiligheid 4.11.1. Algemeen juridisch kader Doel van het externe veiligheidsbeleid is om de kans op overlijden van mensen in de omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, binnen aanvaardbare grenzen te houden. Deze risicobenadering kent een tweetal begrippen om het risiconiveau weer te geven, het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde

22

Adromi B.V., Notitie N-depositie Bouwplan IJsseldijk-Noord 55b te Ouderkerk aan den IJssel, 23 februari 2022, bijlage 8 23 Blom Ecologie B.V., Quickscan Wet natuurbescherming IJsseldijk-Noord 55b te Ouderkerk aan den IJssel, 21 oktober 2020, revisie 21 september 2021, bijlage 9

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 54 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

geografische plaats in de omgeving van een transportroute of industriële risicobron overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op deze transportroute, er van uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. Anders gezegd, het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het plaatsgebonden risico kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Dergelijke contouren zijn van belang bij de beoordeling of een risicovolle activiteit of een risicovolle bestemming op een bepaalde plaats kan worden toegelaten. Voor het plaatsgebonden risico is door de rijksoverheid voor nieuwe situaties een grenswaarde vastgesteld van 10-6 per jaar. (De norm van 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen de 10-6 begrenzing/plek = 1:1.000.000, 10-5 = kans van 1:100.000). Het groepsrisico drukt de kans uit per jaar dat een groep mensen van minimale omvang overlijdt als direct gevolg van één ongeval op de transportroute waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het groepsrisico is te beschouwen als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een incident.

Dit risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Hoe meer personen per hectare in het schadegebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het groepsrisico is in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico een oriënterende waarde. Voor wat betreft het groepsrisico spelen ook andere aspecten een rol, zoals de afstand van de ontwikkeling tot aan de risicobron, de snelheid waarmee een calamiteit zich kan ontwikkelen alsook de duur van een calamiteit, de toename van het groepsrisico t.o.v. de bestaande situatie, het nut en de noodzaak van de beoogde ontwikkeling, de aanwezigheid van bouwwerken welke kunnen worden gebruikt om te schuilen, de voorhanden of te realiseren infrastructuur welke dienst kan doen als vluchtroute en de mate waarin de aanwezige personen zelfredzaam zijn (in staat om zichzelf en anderen te helpen en te (helpen) vluchten). 4.11.2. Risicobronnen, kabels en leidingen en transportroutes De nieuwe woningen dienen te worden aangemerkt als nieuwe kwetsbare objecten in het kader van de externe veiligheid. Het toekomstige bouwplan zelf heeft geen betrekking op een risicovolle inrichting of andere risicovolle functie.

Voor het plan is een inventarisatie uitgevoerd van mogelijke risicobronnen in de omgeving en de effecten. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele propaantanks gelegen. De dichtstbijzijnde tank is gelegen aan de overzijde van de Hollandsche IJssel (Groenendijk 98), op een afstand van circa 115 meter van het plangebied. Met betrekking tot een opslagtank met propaan worden ten opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten de in artikel 3.28 lid 1 van het activiteitenbesluit (Barim) opgenomen afstanden in acht genomen. De maximaal bepaalde externe veiligheidsafstand ten aanzien van propaanopslag is 25 meter. De percelen alwaar sprake is van propaanopslag zijn op een dermate ruime afstand van de locatie gelegen, dat de aanwezigheid van de propaantank geen belemmering vormt voor de uitvoering van de beoogde ontwikkeling.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 55 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Afgezien van de propaantanks is het plangebied niet gelegen in de nabijheid van buisleidingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen of andere inrichtingen. De Hollandsche IJssel is geen onderdeel van het basisnet binnenvaartroutes (gevaarlijke stoffen), omdat deze vaarweg niet wordt genoemd in Bijlage III (Tabel Basisnet water) van de ‘Regeling basisnet’. In het ‘Definitief ontwerp basisnet water’ uit 2008 is de Hollandsche IJssel als ‘groene vaarweg’ aangeduid (minder belangrijke vaarweg). Voor ‘groene vaarwegen’ geldt dat er geen beperkingen zijn voor bebouwing (geen sprake van PR 10-6 contour, geen plasbrandaandachtsgebied en geen groepsrisicoverantwoording nodig). Wel geldt voor alle nieuwbouw waar mensen verblijven dat de mechanische ventilatie met één druk op de knop uitgeschakeld kan worden in geval van een incident in de omgeving. Dit voorkomt dat bij een incident in de omgeving giftige (rook)gassen naar binnen worden gezogen. Dit aspect is geborgd in de planregels (onder de Omgevingswet wordt dit een standaard bouweis (artikel 4.124 lid 4 Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Door de Veiligheidsregio is advies uitgebracht over het plan24. De Veiligheidsregio vraagt de aandacht voor de bereikbaarheid van de Hollandsche IJssel voor de inzet als bluswater.

Op dit vlak is ruimte op eigen terrein om zowel aan de zuidzijde als aan de noordzijde van de toekomstige woningen bluswater op te pompen. Verder vraagt de Veiligheidsregio de aandacht voor de brandveiligheid van de te plaatsen PV systemen op de daken. Dit aspect zal in het detailontwerp van de nieuwe woningen worden betrokken. Vanwege de ligging op waterkeringshoogte geldt voor het plangebied een zeer kleine kans op overstroming. Immers de appartementen zullen zich allemaal boven dijkniveau bevinden. De grondslag van het terrein bestaat hoofdzakelijk uit grond welke is aangebracht ter ophoging van het terrein en aansluitend in het kader van de uitgevoerde saneringen. Er is een zeer beperkt risico op het wegspoelen van dit ophoogmateriaal bij eventueel hoogwater, zeker nadat het terrein is bebouwd en ingericht met verhardingen, vegetatie en dergelijke. In principe kan de IJsseldijk-Noord fungeren als vluchtweg in geval sprake zou zijn van een overstroming. Gelet hierop kan op het vlak van externe veiligheid een ruimtelijk aanvaardbare situatie worden gerealiseerd.

24

Veiligheidsregio Hollands Midden, Concept-bestemmingsplan Bolderkade (nieuwbouw 42 woningen), D202109-002056, 23 september 2021, bijlage 13

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 56 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Figuur 4.6: Ligging planlocatie (indicatief in het blauw) ten opzichte van de propaantanks in de omgeving. (Bron: risicokaart.nl)

4.12. Explosieven In het kader van de nieuwbouw is tevens beoordeeld of sprake is van een risico op de aanwezigheid van niet ontplofte bom(resten) uit de Tweede Wereldoorlog. Deze bevinden zich echter op geruime afstand van het plangebied (zie onderstaande figuur). Zoals aangegeven is de locatie reeds volledig gesaneerd en in het kader daarvan zijn evenmin aanwijzingen voor de aanwezigheid van explosieven gevonden.

Figuur 4.7: Explosievenkaart (bron: Rijkswaterstaat) - plangebied indicatief in het blauw weergegeven.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 57 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

4.13. Schaduwwerking Voor wat betreft het aspect schaduwwerking en bezonning bestaan er in Nederland geen landelijke normen25. De gemeente Krimpenerwaard hanteert beleidsmatig de volgende bezonningsnormen voor nieuwbouw in geval van ruimtelijke ontwikkelingen, ook wel bekend als de zogenaamde TNO norm. Voor de onderhavige ontwikkeling is de schaduwwerking van de nieuwbouw op de omgeving relevant aangezien de nieuwe appartementen zelf de hoogste bebouwing zullen vormen in de omgeving. In de huidige situatie mag hoogstens sprake zijn van bedrijfsmatige opslag en is bebouwing uitgesloten. In de nieuwe situatie komt er bebouwing en ontstaat als gevolg daarvan schaduw. Wat dit betreft heeft onderzoek plaatsgevonden26. Zoals blijkt leidt dit in de zomermaanden geheel niet tot schaduw in de (achter)tuin of op de woning IJsseldijk Noord 63. In het voor- en najaar voor een deel van de dag, waarbij de achtertuin niet steeds geheel in de schaduw ligt. In de wintermaanden is in de middagperiode sprake van schaduwwerking. Dit is ten opzichte van de feitelijk situatie een verslechtering, gelet op de omstandigheid dat er nu geen bebouwing staat. Om hiervan de exacte gevolgen in beeld te brengen is aan de hand van een aanvullende specifieke bezonningsstudie27 in beeld gebracht wat de effecten zijn op de woning aan de hand van de algemeen geaccepteerde TNO-normen.

De effecten op de zuidgevel zijn het grootst, waarbij in de maanden september tot en met maart sprake is van een afname van meer dan 50%. Maar ook dan wordt voldaan aan de TNO-normering.

25

Het Bouwbesluit bevat enkel normen voor daglichttoetreding, zie bijvoorbeeld artikel 3.11 en NEN2057, maar bevat geen normen voor zonlichttoetreding. 26 Van der Padt en Partners, Zonnestudie, 20 juli 2020, bijlage 14 27 Schaduwsimulator, Bezonningsstudie IJsseldijk Noord 55b, Ouderkerk aan den IJssel, 30 maart 2022, S2211264, bijlage 15

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 58 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Juridische opzet 5.1. Algemeen De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Woerden. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de maximale wettelijke geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d.

Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. 5.2. Juridische planopzet De planregels vormen in samenhang met de planverbeelding het juridisch bindende deel van een bestemmingsplan. Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving.

Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 59 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Qua plansystematiek is gekozen voor een bouwlaagbenadering waarbij er rekening wordt gehouden met specifieke ontwerpambities voor dit gebied. Ten aanzien van de planregels kan verder de volgende toelichting worden gegeven. Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. De bestemming Wonen is opgenomen voor de woningen in het plangebied. De 3 appartementen dienen in de aangegeven bouwvlakken te worden opgericht. Naast wonen is het, conform het gemeentelijk beleid ook toegestaan een beroep aan huis uit te oefenen. De bestemming waterkering is opgenomen ter bescherming van de waterkering in het gebied. Binnen deze zone is de bescherming van de waterkerende functie primair. Het talud van de IJssel is beschermd via een dubbelbestemming Waterstaat – Waterstaatkundige doeleinden.

Het aanwezige transformatorgebouw wordt als zodanig bestemd in een specifieke bedrijfsbestemming. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. In dit hoofdstuk is verder voorzien in specifieke bepalingen op het vlak van parkeren en geluid. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene ontheffingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels Middels de algemene wijzigingsregels is voorzien in een mogelijkheid bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen te verschuiven. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 60 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 61 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die concreet mogelijk wordt gemaakt met dit bouwplan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst afgesloten. De ontwikkelaar heeft ervaring met ontwikkelingen als de onderhavige en is in staat om het plan te realiseren. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid voldoende aangetoond. 6.1.1. Grondexploitatie In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan worden besloten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is en er –kort gezegd- ook voor wat betreft fasering of andere bijzonder omstandigheden geen exploitatieplan nodig is. Dit is in de gegeven situatie aan de orde nu er met de eigenaar een anterieure overeenkomst is gesloten voor wat betreft vergoeding van de gemeentelijke exploitatiekosten. 6.1.2.

Planschade Een aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor omwonenden om vergoeding te vragen van schade die volgens artikel 6.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet voor hun rekening dient te blijven. Bij de beoordeling van verzoeken om schadevergoeding ex artikel 6.1 Wro is het van belang om te bezien of er sprake is van een wijziging van een planologisch regime, waardoor een belanghebbende in een nadeliger positie is komen te verkeren, ten gevolge waarvan hij schade lijdt of zal lijden. Plannen die zullen worden gerealiseerd door toepassing te geven aan artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening moeten worden vergeleken met het thans geldende planologische regime. De feitelijke situatie is daarbij niet van belang, maar wat op grond van het geldende bestemmingsplan maximaal kan worden gerealiseerd. Dit ongeacht de vraag of verwezenlijking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of dat verwezenlijking voor de hand heeft gelegen gezien privaatrechtelijke verhoudingen. Als er sprake is van nadelige planologische mutatie, dan kan de daaruit mogelijk voortvloeiende schade per peildatum, in casu, het moment van het in werking treden van het bestemmingsplan, worden vastgesteld.

Aansluitend moet worden beoordeeld of de schade redelijkerwijs geheel of gedeeltelijk ten laste van eventuele aanvragers om planschadevergoeding behoort te blijven. Een planschadeovereenkomst als bedoeld in artikel 6.4a, lid 1 van de Wro vormt onderdeel van de met de eigenaar gesloten anterieure overeenkomst. Op deze wijze is verzekerd dat eventueel planologisch nadeel niet ten laste van de gemeente zal blijven.

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 62 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1. Bijeenkomst Op 5 september 2020 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waar het beoogde plan voorgesteld is aan omwonenden. Daarnaast heeft ook overleg plaatsgevonden met individuele omwonenden. Het verslag van deze bijeenkomst is als bijlage bij deze toelichting gevoegd28. 6.2.2. Vooroverleg Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met Rijks- en Provinciale diensten etc. Een concept van het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijke vooroverleg toegezonden aan overlegpartners. Het verslag van het vooroverleg is opgenomen in bijlage 20 van deze plantoelichting. De ontvangen opmerkingen en voorgestelde aanvullingen zijn in deze toelichting opgenomen. 6.2.3. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vervolgens tezamen met alle bijlagen zes weken ter inzage gelegen. Bekendmaking heeft plaatsgevonden via de Staatscourant en de gemeentelijke website. Eenieder heeft dan binnen deze zes weken de tijd een zienswijzen in te dienen. Het ontwerp plan heeft van 15 december 2021 tot en met 26 januari 2022 ter inzage gelegen. Er zijn 8 zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen in het definitief vastgestelde plan.

Daarnaast zijn er ook een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Voor een overzicht wordt verwezen naar de Nota van beantwoording van zienswijzen.

28

Bijlage 11

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 63 van 64

Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel

Bijlagen Bijlage 1 – Beoordeling milieueffectrapportage (ontwerp) Bijlage 2 – Besluit hogere waarden wegverkeerslawaai (ontwerp) Bijlage 3 – Risicoanalyse Scheepvaart Bijlage 4 – Rapportage oplevering sanering Bijlage 5 – Nader bodemonderzoek functiewijziging Bijlage 6 – Geluidonderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7 – Geluidonderzoek industrielawaai en scheepvaart Bijlage 8 – Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 9 – Ecologische quick-scan Bijlage 10 – Rapportage parkeernorm Bijlage 11 – Verslag informatiebijeenkomst Bijlage 12 – Beeldkwaliteitsplan Bijlage 13 – Advies Veiligheidsregio Bijlage 14 – Bezonningsstudie Bijlage 15 – Aanvullende bezonningsstudie Bijlage 16 – Besluit goedkeuring evaluatie sanering fase 2 Bijlage 17 – Notitie funderingstechnieken Bijlage 18 – Studie verkeersafwikkeling Bijlage 19 – Oplegnotitie verkeer Bijlage 20 – Nota van beantwoording vooroverleg

Adromi B.V.

R201920/2100

Pagina 64 van 64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f83cedbc-580a-4388-a3d9-709800278cc9