CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025-2028

Oordeelsvorming gezamenlijk 23 oktober 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2025-202833.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2024

2025

WOZ-waarde

€378.000

€394.000

OZB

€330,00

€358,00

Afvalstoffenheffing

€341,05

€341,05

Rioolheffing

€268,80

€275,00

€939,85

€974,05

Huurder woning

2024

2025

Afvalstoffenheffing

€341,05

€341,05

Rioolheffing

€268,80

€275,00

€609,85

€616,05

De woonlasten van de omliggende gemeenten voor 2025 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken, worden daarom de woonlasten 2024 vergeleken afgerond op euro's. Deze woonlasten zijn berekend met behulp van de Lokale Lasten Calculator 2024 van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Bij de berekening is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde, een tweepersoonshuishouden met een gemiddelde hoeveelheid afval en bij de rioolheffing, indien het tarief bepaald wordt door het waterverbruik, een gemiddeld waterverbruik. Gemeente

OZB

afvalstoffenheffing

rioolheffing

Krimpenerwaard

€ 409

€ 291

€ 269

€ 969

Bodegraven-Reeuwijk

€ 598

€ 344

€ 308

€ 1.250

Gouda

€ 428

€ 386

€ 530

€ 1.344

Krimpen aan den IJssel

€ 400

€ 421

€ 259

€ 1.080

Molenlanden

€ 369

€ 425

€ 225

€ 1.019

Oudewater

€ 559

€ 303

€ 382

€ 1.244

Waddinxveen

€ 410

€ 367

€ 222

€ 999

Zuidplas

€ 477

€ 317

€ 197

€ 991

Landelijk gemiddelde

€ 454

€ 346

€ 225

€ 1.025

66

woonlasten

11. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid bepaalt de belastingen waarvan kwijtschelding mogelijk is en de voorwaarden waaronder kwijtschelding plaatsvindt. Inwoners met een inkomen tot ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen voor kwijtschelding in aanmerking komen. Dit geldt ook voor kleine zelfstandigen voor hun privé-belastingschulden. Alleen op enkele kleine onderdelen kan (binnen wettelijke grenzen) afgeweken worden van de landelijke regeling. In de Verordening kwijtschelding 2025 is opgenomen dat bij de kosten van bestaan uitgegaan wordt van 100% van de bijstandsnorm. Een hoger percentage dan 100% is wettelijk niet toegestaan. Het rijk gaat in de landelijke regeling uit van 90% van de bijstandsnorm. Kwijtschelding kan verleend worden voor aanslagen OZB, afvalstoffenheffing (vast tarief en een gemaximeerd aantal ledigingen en/of ontgrendelingen) en rioolheffing. Het SVHW behandelt de kwijtscheldingsverzoeken. In het eerste verzoek om kwijtschelding kan de aanvrager toestemming verlenen voor geautomatiseerde kwijtschelding. Dan hoeft, bij gelijkblijvende omstandigheden, niet jaarlijks een kwijtscheldingsverzoek ingediend te worden. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen.

67

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Daarnaast zijn ook een aantal kengetallen voorgeschreven, evenals een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De risico-inventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement 2016 vastgelegd dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle restrisico’s groter dan € 50.000.

Risico's (x € 1.000)

Bedrag

Geïnventariseerde risico’s

7.223

Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeenteraad heeft er bij de vaststelling van de Nota risicomanagement 2016 voor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% van de geïnventariseerde risico’s. Hetgeen neerkomt op: 

50% van de geïnventariseerde risico’s af te dekken, 50% van € 7.223.000 = € 3.611.500.

Vanaf 2024 is er geen afzonderlijke reserve weerstandsvermogen meer. De benodigde weerstandscapaciteit maakt onderdeel uit van de algemene reserve. Artikel 11, lid 2 BBV geeft aan dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een inventarisatie bevat van de weerstandscapaciteit van de gemeente. De gemeentelijke reservepositie speelt hierbij nadrukkelijk een rol. In activa besloten stille reserves staan als zodanig niet op de balans. Voor het weerstandsvermogen kunnen ze echter wel een rol spelen. Met name activa met stille reserves die op korte termijn liquide gemaakt kunnen worden (verkoop) zijn van belang omdat deze in voorkomende gevallen kunnen bijdragen aan het oplossen van financiële problemen. Stille reserves kunnen ontstaan wanneer de bezittingen van de gemeente niet (geheel) worden gewaardeerd of niet tegen de economische waarde worden gewaardeerd of door wijziging van een bestemming van bijvoorbeeld gronden of panden. In de Nota reserves en voorzieningen 2023 is opgenomen dat we jaarlijks een globale inventarisatie maken van de stille reserves en de materieel relevante stille reserves vermelden in deze paragraaf van de begroting en de jaarstukken.

Op grond van het criterium dat een betreffend kapitaalgoed op korte termijn liquide gemaakt moeten kunnen worden, leidt een eerste inventarisatie tot de volgende stille reserve: Gemeentegronden (snippergroen) In totaal is sprake van ca. 60.000 m2 snippergroen dat niet op de balans staat en die verkocht of verhuurd kan worden aan derden, die de grond veelal al in gebruik hebben. De komende periode zal verder onderzoek uitgevoerd worden naar de mogelijke waarde van deze stille reserve en de kosten om deze waarde te kunnen activeren.

68

Weerstandscapaciteit (x € 1.000)

Bedrag

De algemene reserve

21.601

Stille reserve (snippergroen)

PM

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

21.601

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 21,6 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 7,2 miljoen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 3. Ratio

Waardering

Boven 2,0

Uitstekend

Tussen 1,4 en 2,0

Ruim voldoende

Tussen 0,8 en 1,4

Matig

Tussen 0,6 en 0,8 Onder 0,6

Onvoldoende Ruim onvoldoende

Het kengetal van 3 geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als uitstekend. Ten opzichte van de jaarrekening 2023, waar dit kengetal 3,5 was, is er sprake van een lichte daling. In de begroting 2024 was het kengetal 2,6. De schommelingen in dit kengetal worden met name veroorzaakt door de peildatum waarop de algemene reserve meegewogen wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit. Voor deze begroting is de peildatum van de algemene reserve 1-1-2025. In het totaal van de risico's is er sprake van een stijging van € 1,1 miljoen ten opzichte van de jaarrekening 2023. Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de Nota risicomanagement 2016 worden de volgende doelstellingen genoemd: 

Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als nietfinanciële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen.

Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur.

Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen.

Voldoen aan wet- en regelgeving (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten).

Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting- en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in juli en augustus 2024 geactualiseerd. Inventarisatie van de risico’s Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert.

69

Klasse 1 2 3 4 5

Norm Minder of 1 x per 10 jaar 1 x per 5 - 10 jaar 1 x per 2 - 5 jaar 1 x per 1 - 2 jaar 1 x per jaar of vaker

Risico 10% 30% 50% 70% 90%

Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Hieronder een overzicht van de restrisico’s groter dan € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg. Risico's met impact op weerstandsvermogen > € 50.000 1 Risico's gerelateerd aan Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur

(x € 1.000) 1.500

2 Risico's gerelateerd aan de uitvoering van projecten

850

3 Risico's gerelateerd aan de open einde regelingen in het Sociaal Domein

850

4 Risico's op hogere personele kosten gerelateerd aan de arbeidsmarktkrapte

750

5 Risico's op financiële verplichtingen t.a.v. sport - en maatschappelijke voorzieningen

450

6 Risico's in relatie tot de invoering Omgevingswet/WKB

400

7 Risico's op actieve grondexploitaties

345

8 Risico's inzake informatiebeveiliging

288

9 Risico's inzake weerstandsvermogen bij gemeenschappelijke regelingen

223

10 Risico's onvoldoende georganiseerde en geëquipeerde crisisbeheersingsorganisatie

150

11 Risico's gerelateerd aan kosten herstel Steinsedijk in Haastrecht

112

12 Risico's gerelateerd aan vertraging IBOR-projecten door werkzaamheden netbeheerder

100

13 Risico's gerelateerd aan niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming

75

14 Risico's inzake onjuiste/onterechte uitvoering bestuurlijke aanpak (Opiumwet, Wet Victoria, Wet Victor, APV, etc.)

75

15 Risico's gerelateerd aan de opvang vluchtelingen

p.m.

16 Overige risico's

1.055

Totaal risico inventarisatie

7.223

De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 7,2 miljoen. Bij de jaarrekening 2023 was dit € 6,1 miljoen en bij de begroting 2024 was dit € 7,3 miljoen. Het totaal aan risico's is dus gestegen met 1,1 miljoen ten opzichte van de jaarrekening 2023. De belangrijkste oorzaken voor de verhoging van het risicoprofiel zijn het opgenomen risico dat gerelateerd is aan de arbeidsmarktdrukte en de daardoor toenemende inhuurkosten, het verhoogde risico inzake informatiebeveiliging op basis van het nieuwe informatiebeveiligingsbeleid en de aankomende inwerkingtreding van nieuwe wetgeving hieromtrent en het toegenomen risico op de actieve grondexploitatie. Op andere risico's zien we enkele lichte stijgingen en of verschuivingen door de actualisaties. De onzekerheid met betrekking tot de financiële risico's inzake de opvang van vluchtelingen blijft nog voortduren, mede gezien de landelijke onduidelijkheid over de spreidingswet. Hieronder volgt een toelichting op de restrisico’s groter dan € 50.000. 1 - Risico's gerelateerd aan Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever.

In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project. Bij een overschrijding van het

70

budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. 2- Risico's gerelateerd aan de uitvoering van projecten Momenteel zijn er binnen het team Projecten van de gemeenten 65 projecten in behandeling. Deze projecten zijn grofweg in te delen in drie categoriën: civiele (bouw)projecten, medewerking aan bouwprojecten van ontwikkelaars en projecten waarvan de gemeente opdrachtgever is. Voor alle projecten is er sprake van risico's, maar de financiële risico's spelen zich met name af rond de projecten waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Om de voortgang op deze projecten goed te monitoren wordt in de organisatie ingezet op het vergroten van het continue inzicht en overzicht en daarmee de continue actualisatie van het meerjarig investeringsprogramma waardoor ook een beter inzicht bestaat naar de toekomst over de investeringen. Daarnaast speelt er nog immer, ondanks de afvlakking van de prijsstijgingen in de sector een risico op hogere kosten ten opzichte van de ramingen wanneer nieuwe aanbestedingen voor ontwikkelingen zich voordoen. Het totale restrisico bedraagt € 0,8 miljoen.

3 - Risico's gerelateerd aan de open einde regelingen in het Sociaal Domein Voor het zo reeël mogelijk begroten van de kosten Jeugd en Wmo wordt gebruik gemaakt van een systematiek die trapsgewijs zowel de prijswijziging als ook de wijzigingen in zorggebruik meeweegt. Over de afgelopen jaren hebben we gezien dat er sprake lijkt te zijn van een afvlakking van de stijging van het volume bij zowel Jeugdzorg als ook Wmo. Voor 2024 lijkt voor Jeugdzorg weer sprake van een lichte stijging van de kosten waar dit bij de Wmo stabiel blijft. Naast het volumedeel is ook het prijsdeel relevant voor de impact op de totale zorgkosten. Het hanteren van reële tarieven (verplichting op basis van de AMVB) zoals besloten bij het regionale inkoopplan Jeugd en Wmo 2025 heeft een kostenverhogend effect. Hiermee is een goede prijs en kwaliteitsverhouding gewaarborgd. De verwachting is dat mede door de integrale toegang en de andere maatregelen uit de hervormingsagenda dure zorgtrajecten voorkomen kunnen worden en er meer grip op de kostenontwikkeling komt. Met betrekking tot de uitstaande voorfinanciering van één specifieke zorgleverancier zijn er regionale gesprekken gaande met deze instantie om concrete afspraken te maken over de terugbetalingsperiodiek. De eerdere afspraken bleken voor de instantie niet haalbaar.

Het maximale risico, dat naar aanleiding van de eerdere afspraken en de opvolging daarvan, gemitigeerd leek wordt nu weer opgevoerd in afwachting van nieuwe realistische afspraken. Tenslotte heeft de herijking van het minimabeleid en de aandacht die er is om het bereik van de regelingen te vergroten mogelijk impact op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. Hierbij bestaat het risico dat de budgetten niet tijdig bijgesteld kunnen worden. Het totale restrisico op de verschillende open einde regelingen of daaraan gerelateerde risico’s bedraagt € 0,8 miljoen. 4 - Risico's op hogere personele kosten gerelateerd aan de arbeidsmarktkrapte Op basis van de afgelopen drie jaar zien we helaas een stijging van de inhuurkosten, enerzijds veroorzaakt door langdurig ziekteverzuim en anderzijds veroorzaakt door benodigde specialistische kennis en ervaring voor complexe onderwerpen en vraagstukken. In beide gevallen geldt dat er vervangend en soms ook extra moet worden ingehuurd. De in te vullen vacatures behoren helaas vaak tot de schaarse doelgroepen en zijn om die reden lastig in te vullen, waardoor de gevraagde inhuurtarieven ook vaak hoog zijn. Voor het welbevinden van de medewerkers zijn en worden diverse zaken uitgevoerd. Zo voeren wij een Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E) uit, waarmee de risico's voor gezondheid en veiligheid op de werkplek in kaart gebracht zijn.

Een onderdeel hiervan is ook de Arbometer, waarin de medewerker is gevraagd naar onder meer stress en werkdruk. Ook besteden we met Krimpenerwaard Vooruit aandacht aan een toekomstbestendige, flexibele en wendbare organisatie. Het totale restrisico bedraagt € 0,8 miljoen. 5 - Risico's op financiële verplichtingen t.a.v. sport - en maatschappelijke voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van. enkele maatschappelijke instellingen. Daarnaast zijn een aantal maatschappelijke voorzieningen sinds 2023 een duurzaamheidslening aangegaan waarbij het risico (na toetsing door SVn) voor rekening van de gemeente komt. Bij de jaarrekening en de begroting worden de risico’s voor maatschappelijke

71

voorzieningen geactualiseerd op basis van mutaties in de verplichtingen. Het risico kan worden bijgesteld naar € 0,4 miljoen. 6 - Risico's in relatie tot de invoering Omgevingswet/WKB In de begroting zijn zo goed als mogelijk de baten en lasten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging ingeschat. Landelijk wordt het uitgangspunt gehanteerd dat binnen 20 jaar de Omgevingswet budgetneutraal is ingevoerd. Het gaat hierbij zowel om de effecten in relatie tot de leges en de gevolgen van de invoering van de wet op het proces om te komen tot vergunningverlening, als ook de effecten op de taken en rollen in de samenwerking tussen de betrokken teams. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd die een kostenraming van 10 tot 20% betekenen. Voor gemeenten is daarbij een onzekerheidsmarge opgenomen van 20%. Vooralsnog houden wij rekening met een additioneel risico van € 0,4 miljoen voor deze stijging van kosten als ook daling van opbrengsten. We gaan een onderzoek uitvoeren naar de effecten van de invoering. 7 - Risico's op actieve grondexploitatie(s) In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico’s. Voor deze begroting 2025 zijn deze risico’s opnieuw geactualiseerd. De totale risicowaardering is voor de begroting 2025 circa € 0,3 miljoen.

Dit is ongeveer € 0,1 miljoen hoger ten opzichte van de inschatting bij de jaarrekening 2023. De risico’s bij, de enige actieve grondexploitatie, complex Hoflaan Stolwijk zijn hoger geworden, dit komt volledig voor rekening van de inschatting dat de kosten van bouw- en woonrijp maken door de inflatie hoger zullen uitpakken. In paragraaf G – Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen. 8 – Risico’s inzake informatiebeveiliging Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen, en van beveiligingseisen. Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Dit risico gaat ook over het waarborgen dat informatiebeveiliging integraal deel uitmaakt van informatiesystemen in de gehele levenscyclus. Hiertoe behoren ook de eisen voor informatiesystemen die diensten verlenen via openbare netwerken. Het risico is bruto hoog geprioriteerd. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen, waardoor het risico (netto) slechts beperkt drukt op het weerstandsvermogen met € 0,2 miljoen.

9 - Risico's inzake weerstandsvermogen bij gemeenschappelijke regelingen Tijdens het zienswijze traject op de ontwerpbegroting 2025-2028 van een aantal gemeenschappelijke regelingen is reeds geconstateerd dat het weerstandsvermogen van die regelingen onvoldoende is. Aangegeven is toen dat wij, naar evenredigheid van het gemeentelijk aandeel, dit als een gemeentelijk risico opnemen in onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het restrisico voor het weerstandsvermogen wordt ingeschat op € 0,2 miljoen. 10 - Risico's onvoldoende georganiseerde en geëquipeerde crisisbeheersingsorganisatie De gemeente moet voldoende voorbereid zijn om te voldoen aan de geldende wettelijke bepalingen en om adequaat te kunnen handelen indien zich een grootschalig incident (ramp/crisis) voordoet binnen de gemeentegrens. Ondanks de genomen beheers- en preventieve maatregelen is het aannemelijk dat op een moment een incident voordoet in de Krimpenerwaard en/of één van de samenwerkende gemeenten. Dit heeft op dat moment gevolgen voor de personele inzet, regulier bedrijfsprocessen, financiën e.d. Het restrisico voor het weerstandsvermogen wordt ingeschat op € 0,1 miljoen. 11 - Risico's gerelateerd aan kosten herstel Steinsedijk in Haastrecht Door de wijziging in de Waterwet met ingang van 1 januari 2017 heeft de Steinsedijk in Haastrecht haar waterkerende functie verloren.

Dit betekent dat het gehele dijklichaam in beheer en onderhoud door Rijnland aan de gemeente is overgedragen. Dit dijklichaam is in een dermate slechte staat van onderhoud dat een volledig herstel voor de hand ligt. Wij lopen een risico dat de gemeente de volledige kosten voor herstel moet betalen. De kosten worden geschat op € 8,3 miljoen af te schrijven in 80 jaar. Voor deze periode is gekozen omdat het een bijzondere investering betreft die niet voorkomt in onze nota investeren en afschrijven. Het restrisico voor het weerstandsvermogen wordt ingeschat op € 0,1 miljoen.

72

12 - Risico's gerelateerd aan vertraging IBOR-projecten door werkzaamheden netbeheerder Bij bijna ieder IBOR-project worden de aanwezige kabels en leidingen gelicht of vervangen. Dit gebeurt enerzijds om te voldoen aan de toegenomen vraag (laadpalen voor auto’s bijvoorbeeld), maar ook omdat de aanwezige kabels anders te diep komen te liggen. De werkzaamheden die door Stedin worden uitgevoerd (Stedin is in veel gevallen de netbeheerder) vragen een lange voorbereiding. Deze lange voorbereiding heeft negatieve gevolgen voor de planning van onze werkzaamheden. Samen met het IBKW proberen wij de voorbereidingstijd zo kort mogelijk te houden door periodieke gesprekken te organiseren. Door de optredende vertragingen lopen wij een risico dat wij te maken krijgen met extra onvoorziene kosten. Zo moet er door de vertraging extra geïnvesteerd worden om de projectgebieden veilig te houden en worden er extra kosten gemaakt ten behoeve van nieuwe berekeningen als gevolg van extra toe te passen ophoogmateriaal en stijging prijzen. Het risico als gevolg van deze ontwikkelingen kan ingeschat worden op 1% van het jaarlijkse investeringsvolume in de IBOR-projecten. Dit investeringsvolume ligt rond de € 10 miljoen per jaar. Het risico bedraagt € 0,1 miljoen.

13 - Risico's gerelateerd aan niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet politiegegevens verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van burgers en haar medewerkers. De Autoriteit Persoonsgegevens kan organisaties die niet aan de Algemene verordening gegevensbescherming voldoen een boete opleggen van maximaal 20 miljoen euro of 4% van de jaaromzet. Bij overtreding van de Wet politiegegevens kan de Autoriteit Persoonsgegevens boetes opleggen welke zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van de aard van de overtreding kan een boete oplopen tot wel € 820.000,00 per overtreding. Op basis van de genomen beheersmaatregelen is het risico bepaald op € 0,1 miljoen. 14 - Risico's inzake onjuiste/onterechte uitvoering bestuurlijke aanpak (Opiumwet, Wet Victoria, Wet Victor, APV, etc.) Bij onjuiste uitvoering van de betreffende processen kan er bezwaar en beroep gemaakt worden. In een enkel geval zou er mogelijk een schadevergoeding gevraagd kunnen worden als blijkt dat de gemeente/burgemeester onterecht gehandeld heeft. Het restrisico voor het weerstandsvermogen wordt ingeschat op € 0,1 miljoen.

15 - Risico's gerelateerd aan de opvang vluchtelingen De opvang van vluchtelingen zal ook in 2025 de benodigde inspanning van de organisatie vragen. De opvang van Oekraïense vluchtelingen loopt nog immer door en mogelijk volgt er gezien de doorlopende instroom nog een additionele taakstelling. Voor de bekostiging van de opvang wordt de gemeente tot op heden afdoende gecompenseerd. In 2025 zal de organisatie van de opvang in de lijnorganisatie belegd worden en zal er ook gewerkt worden aan een toekomstperspectief voor de opvang van deze vluchtelingen. Dit gaat gepaard met de immer voortdurende druk van de opvang van statushouders en asielzoekers waarbij de taakstellingen verder toenemen en er onzekerheid of onduidelijkheid is over de spreidingswet. Een perspectief op de structurele borging en opvang zal ook meer zicht geven op de mogelijke financiële risico's met alle onzekerheden van dien. Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het Sociaal Domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen.

Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.

73

In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen. Additionele informatie over de verhouding van lokale kengetallen tot de kengetallen van vergelijkbare gemeenten verwijzen wij u naar de website www.findo.nl. Daarbij wordt echter wel gebruik gemaakt van verouderde data. Kengetallen

Rekening 2023

Netto schuldquote

Begroting 2024 2025 2026

2027

2028

16% 76% 80% 108% 112% 129%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

9% 69% 72% 100% 104% 122%

Solvabiliteitsratio

39% 28% 26%

Structurele exploitatieruimte

3,0% 0,1% 0,0% -4,7% -4,0% -3,8% 0%

22%

20%

17%

Grondexploitatie

0%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

98% 96% 96%

96%

96%

96%

Toelichting per kengetal: Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden. Vanaf 2025 zien we de netto schuldquote flink toenemen in verband met de voorziene investeringen. Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. Ook de gecorrigeerde netto schuldquote neemt vanaf 2025 toe op basis van de voorziene investeringen. Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol.

Als gevolg van onder andere de grote investeringsopgave in de komende jaren in combinatie met meerjarige verwachte tekorten staat de solvabiliteit onder druk. Een solvabiliteit ≥ 20% is één van de voorwaarden die worden gesteld om10% van het surplus van de Algemene reserve in te mogen zetten als structurele dekking in de begroting. Voor 2025 en 2026 voldoen wij daar aan. Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. Meerjarig komt het kengetal afgerond zelfs op 0% uit. Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk. Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. O.b.v. van de landelijke cijfers zien wij dat dit rond 96% ten opzichte van het landelijk gemiddelde is. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten.

Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. In 2025 is de structurele exploitatieruimte 0%. Vanaf 2026 zien we het ravijnjaar, als gevolg van de eerder benoemde oorzaken, terug in de negatieve kengetallen.

74

C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen planmatig beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in stand houden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren. We merken hierbij op dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën: 1. Gebouwen (beleidskader: Vastgoedbeleid (2021) en de Kadernota Maatschappelijke Voorzieningen(2021)) 2.

Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen (beleidskader: Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2021-2025) 3. Riolering (beleidskader: Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027) Op de pagina’s hierna is per categorie kort het beleidskader aangegeven. Ook is van de jaren 2025-2028 de begroting weergegeven. 1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente Krimpenerwaard is eigenaar van een omvangrijke en gevarieerde vastgoedportefeuille. Vastgoed waarmee we onze sociaal-maatschappelijke doelstellingen mogelijk maken en we laagdrempelige zorg en ondersteuning bieden. Vastgoed waarmee we voorzien in culturele activiteiten en waarmee we de gelegenheid geven elkaar te ontmoeten. Ons vastgoed geeft veel inwoners de gelegenheid om onder andere te sporten en vitaal te blijven. Sommige gebouwen hebben we tijdelijk in bezit, ze zullen op korte termijn plaats maken voor nieuwbouw of voor het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit. Onze gemeentelijke huisvesting en begraafplaatsen dienen het algemeen nut en met het bezit van de voor publiek toegankelijke monumenten dragen we bij aan het behoud van het Krimpenerwaardse erfgoed en aan de uitstraling van onze gemeente. In 2021 zijn het Vastgoedbeleid en de Kadernota maatschappelijke voorzieningen opgesteld.

In het Vastgoedbeleid zijn de kaders gesteld om het gemeentelijk vastgoed op een doeltreffende en efficiënte manier te beheren. De Kadernota maatschappelijke voorzieningen biedt een afwegingskader om eenduidige besluiten te nemen over specifieke huisvestingsvragen voor maatschappelijke activiteiten. De twee beleidsstukken sluiten naadloos op elkaar aan. Areaal De gemeente Krimpenerwaard bezit 118 vastgoedobjecten, met een totaal bruto vloeroppervlakte(BVO) van ruim 53.000 m2. Deze objecten staan verspreid in de verschillende kernen binnen de gemeente. Onderhoudsbudgetten De financiële middelen voor openbare gebouwen zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Toch moet wel het aanwezige risico worden benoemd van onvoorziene omstandigheden en prijsstijgingen. Sinds het opstellen van de huidige meerjarenplanning zijn de prijzen van grondstoffen explosief gestegen. Hoe zich dit verder ontwikkelt en wanneer dit zich stabiliseert is de vraag. De kosten voor het groot onderhoud worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt door het uitvoeren van

75

inspecties aan de gebouwen. Voor de brandweerkazernes geldt dat het klein dagelijks onderhoud ten laste van de Veiligheidsregio komt. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd:

Onderdeel (x € 1.000) Lasten in de exploitatie Dotatie voorziening Onderhoud gebouwen Onttrekking voorziening Onderhoud gebouwen

2025

2026

2027

2028

417

417

417

417

1.373

1.373

1.373

1.373

900

1.476

1.058

1.963

Een meerjarig overzicht met de stand van de voorziening is opgenomen in model 8. Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en/of prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan nemen we hiervoor in de begroting jaarlijks lasten op. 2. IBOR Actueel beleidskader Het beleidsplan IBOR 2 vormt het kader voor de in stand houding en ontwikkeling van de openbare ruimte. Met dit plan laat de gemeente zien hoe zij haar openbare buitenruimte de komende jaren gaat beheren. Het IBOR 2 richt zich in basis op: • We werken kwaliteitsgericht binnen de beschikbare middelen • We spelen in op trends en ontwikkelingen • We dragen zorg voor een veilige openbare ruimte • We kennen de kwantiteit en kwaliteit van ons areaal Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte doen wij volgens de principes van integraal beheer. Hierbij beschouwen wij de onderdelen van de openbare ruimte als een geheel. We hebben het dan over wegen, openbare verlichting, groenvoorzieningen, bomen, water, civiele kunstwerken, speelvoorzieningen en verkeers- en straatmeubilair. Eind 2024 start de herziening van het beleidsplan en in 2025 wordt het nieuwe beleidsplan IBOR 3 (20262030) ter besluitvorming aangeboden. Areaal Onderdeel

Aantallen

Wegen in ha.

210

Civiele kunstwerken

398

Lichtpunten

12.580

Oppervlakte groen in ha.

125

Bomen

22.597

Speeltoestellen

905

Oppervlakte water in ha.

742

Oeverlengte in km.

164

Oeverconstructies

86

Duikers

372

Onderhoudsbudgetten De kosten voor het IBOR zijn opgenomen onder programma: - Verkeer, vervoer en waterstaat - Onderwijs, sport, cultuur en recreatie - Volksgezondheid en milieu De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het IBOR zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. 76

Onderhoud groen en bestrijding onkruid op verharding Net als bij gladheidbestrijding is de besteding van de groenbudgetten afhankelijk van de sterk wisselende weersomstandigheden Om toch goed te kunnen anticiperen op het wisselende weer zijn soms extra onderhoudswerkzaamheden nodig. Door deze extra maatregelen kan de besteding van groenbudgetten fluctueren en bij ongunstige omstandigheden worden overschreden. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Lasten in de exploitatie

5.290

5.603

4.847

4.772

Dotatie voorziening IBOR

4.503

4.503

4.503

4.503

Onttrekking uit de voorziening IBOR

7.874

7.269

5.109

4.993

Een meerjarig overzicht met de stand van de voorziening is opgenomen in model 8. Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en/of prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan nemen we hiervoor in de begroting jaarlijks lasten op. 3. Riolering Actueel beleidskader Het beleidskader is gebaseerd op hetgeen is opgenomen in de Wet Milieubeheer en volgt het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Daarin staat opgenomen dat een gemeente verplicht is al het afvalwater dat binnen haar grenzen vrijkomt, in te zamelen. Door de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten ook de zorg voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater. Deze zorgplicht is verankerd in het Programma Riolering & Klimaatadaptatie 2023-2027 (PR&K). Het IBOR 2 en het PR&K zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze integrale projecten. Dit zijn communicerende vaten, omdat aanpassingen bij de één direct van invloed zijn op de ander. Deze twee beleidskaders worden dan ook in nauwe samenhang afgestemd. Door een goed beheer en onderhoud, renovatie en vervanging willen wij het rioleringssysteem zo optimaal mogelijk laten functioneren tegen de laagst mogelijke kosten. Duurzaamheid is hierbij een kernbegrip.

De riolering dient ervoor om de volksgezondheid duurzaam te beschermen, de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden en bodem, grondwater en oppervlaktewater duurzaam te beschermen en wateroverlast te voorkomen. Areaal Onderdeel

Aantallen

Gemengd systeem

157

Droogweerafvoer (DWA)

59

Hemelwaterafvoer (HWA)

76

Drainage

24

Gemalen

79

Pompunits drukriolering

1875

Persleiding

204

Bergingsbassins

16

Onderhoudsbudgetten De uitgaven voor dit onderdeel vallen in grote lijnen uiteen in exploitatielasten en investeringskosten. De exploitatielasten bestaan voor een groot gedeelte uit kapitaallasten (rente en aflossing op investeringen in het riool) en overheadkosten, omdat het rioolstelsel in eigen beheer wordt onderhouden. Deze kosten worden gedekt door de tarieven.

77

De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Lasten in de exploitatie

1.609

1.609

1.609

1.609

Dotatie voorziening vGRP Onttrekking uit de voorziening vGRP

0

0

0

0

1.091

1.345

1.402

2.284

Een meerjarig overzicht met de stand van de voorziening is opgenomen in model 8. 4. Projecten openbare ruimte We zorgen voor een duurzame instandhouding van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte door te renoveren en te investeren. Iedere jaarschijf wordt hier een krediet voor aangevraagd. Dit krediet wordt vervolgens verspreid over een periode van 2 tot 5 jaar uitgegeven. Dit is de doorlooptijd van projecten, afhankelijk van de complexiteit en omvang van de werkzaamheden. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken van lopende projecten openbare ruimte en kredieten middels de jaarrekening. In aanvulling hierop wordt gekeken naar de mogelijkheid de raad actief te informeren middels bijvoorbeeld een Projectenavond over de openbare ruimte. Het krediet van IBOR bestaat uit: - Renovatie Renovatie wordt gedekt middels onttrekking uit de Voorziening IBOR. - Vervanging Civiele kunstwerken - Vervanging Openbare verlichting Vervanging wordt geactiveerd en over een periode van 25 tot 40 jaar afgeschreven. Dit leidt tot afschrijvings- en rentelasten in de exploitatie. Met deze werkwijze conformeren wij ons aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

78

D. Financiering Algemeen Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Krimpenerwaard toegelicht voor de jaren 2025-2028. De toelichting vindt plaats in een onderdeel algemene ontwikkelingen en een onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard. Onder de algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen ten aanzien van de wet- en regelgeving aan de orde. Het onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard richt zich specifiek op de financiering, renteberekening en het voldoen aan wettelijke bepalingen van de gemeente Krimpenerwaard. Belangrijkste conclusies De belangrijkste uitgangspunten en conclusies uit de paragraaf financiering zijn: 1. Om het door de raad vastgestelde en nog vast te stellen beleid te kunnen uitvoeren moeten financieringsmiddelen worden aangetrokken. Hierdoor neemt de schuldpositie van de gemeente de komende jaren toe. De omvang van de schuldpositie wordt per 1 januari 2025 ingeschat op € 133 miljoen. Per 31 december 2028 stijgt de schuldpositie naar verwachting tot € 264 miljoen; 2. In de meerjarenbegroting 2025-2028 wordt rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe geldleningen in 2025 (€ 65 miljoen), 2026 (€ 35 miljoen), 2027 (€ 30 miljoen) en 2028 (€ 40 miljoen); 3.

De toename van de schuldpositie vindt met name plaats als gevolg van de uitvoering van grote projecten en heeft gevolgen voor de beschikbare begrotingsruimte, de ontwikkeling van de netto schuldquote en het solvabiliteitsratio; 4. Er is uitgegaan van de op dit moment bekende en ingeschatte planning voor de start en uitvoering van de toekomstige projecten. Hierbij is ook rekening gehouden met de ervaring dat realisatie van een gedeelte van de investeringsbudgetten in een later jaar plaatsvindt dan gepland. Op basis van realiteit en Jaarlijks bij de kadernota actualiseren we onze meerjaren investeringsplanning en de hieruit voortvloeiende kapitaalbehoefte en financieringslasten. De 5. Afhankelijk van de renteverwachting wordt bij een liquiditeitstekort eerst gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen voordat er een langlopende geldlening wordt aangetrokken; 6. Lange rentetarieven dalen in de periode 2025-2028 naar verwachting licht. Bij het aantrekken van nieuwe langlopende geldleningen wordt uitgegaan van een rentepercentage van 3,0%.; 7. In 2025 wordt een reëel rentepercentage (1,4%) toegerekend aan de activa; 8. Er is voldaan aan de voorschriften vanuit de wet Fido (kasgeldlimiet en renterisiconorm). Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige opgave, zeker op de lange termijn.

Uit onderstaande grafiek blijkt dat zowel de korte als lange rente de afgelopen periode zijn opgelopen; de korte rente zelfs zeer sterk. Het hogere renteniveau heeft gevolgen bij het opnemen van leningen en bij het herfinancieren van aflopende leningen. Daardoor zullen de rentelasten in de komende jaren naar verwachting behoorlijk toenemen.

79

De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De Europese Centrale Bank heeft in 2023 de rentetarieven aanzienlijk verhoogd. De herfinancieringsrente steeg van 2,5% naar 4,5%. De herfinancieringsrente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer zij geld bij de ECB opnemen. Met de rentestappen in 2023 wilde de ECB voorkomen dat de hoge inflatie verder in de economie zou wortelen. De ECB heeft in juni 2024 voor het eerst de rente verlaagd. De verwachting is dat de ECB de rente in december 2024 verder verlaagd. Wet- en regelgeving De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasury van de gemeenten. De onderliggende regelingen zijn: 

de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo);

de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo);

het besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden;

de regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Op grond van artikel 212 Gemeentewet is de gemeente verplicht een financiële verordening vast te stellen. In artikel 20 van de Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2023 is opgenomen dat het college eens per vier jaar een treasurystatuut vaststelt en ter informatie aan de gemeenteraad aanbiedt. Het huidige statuut is in werking vanaf december 2020 en wordt binnenkort geactualiseerd. Conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient een financieringsparagraaf op te worden genomen in de begroting en het jaarverslag (artikelen 9, 13 en 26). Tot en met 2024 was de rentetoerekening aan grondexploitaties gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. Op basis van de “Notitie rente 2023” van de commissie BBV dient met ingang van 2025 de rente-omslag te worden gebruikt voor de rentetoerekening aan de grondexploitaties. Ontwikkelingen Krimpenerwaard Beleidsvoornemen treasury In het Treasurystatuut gemeente Krimpenerwaard 2020 heeft het college de kaders voor de treasuryfunctie bepaald. Het beleid van onze gemeente is erop gericht om de financieringsbehoefte zo gunstig mogelijk af te dekken. Omdat de rente op de kortlopende middelen in het algemeen gunstiger is

80

dan de rente op langlopende middelen, wordt bij een gelijkblijvende renteverwachting eerst gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen als er een lening aangetrokken moet worden. Voor het afdekken van renterisico’s kan worden afgeweken van financiering met een korte looptijd. Door langlopende geldleningen eerder aan te trekken dan strikt noodzakelijk kan enerzijds geprofiteerd worden van een lage rente en anderzijds het risico op stijgende rente worden beperkt of afgewend. De gemeente Krimpenerwaard werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft. Goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Nieuw af te sluiten leningen worden zodanig gestructureerd dat de renterisiconorm ook in de komende jaren niet wordt overschreden. Risicobeheer In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn voor de beheersing van de renterisico’s de kasgeldlimiet en de renterisiconorm opgenomen. Kasgeldlimiet De gemeente mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan 1 jaar).

Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico in zich heeft, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. Voor structurele liquiditeitstekorten is financiering met geldleningen met een looptijd langer dan 1 jaar de aangewezen oplossing. Het is niet toegestaan de kasgeldlimiet meer dan twee kwartalen achtereen te overschrijden. Onderstaand volgt een overzicht van de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2025. Berekening kasgeldlimiet

Begroot (bedragen x € 1.000)

Grondslag: Begrotingstotaal

Begroot 2025

2024

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

€ 177.311

€ 199.542

€ 199.542

€ 199.542

€ 199.542

Toegestane kasgeldlimiet: - relevant percentage (wettelijk voorgeschreven)

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

€ 15.071

€ 16.961

€ 16.961

€ 16.961

€ 16.961

(negatief betekent schuld, positief betekent tegoed)

€ 28.142

€ 8.402

€ 31.995

€ 33.922

Ruimte (+) / overschrijding (-)

€ 45.103

€ 25.363

€ 48.956

€ 50.883

Bedrag Gemiddelde kortlopende schuld

Renterisiconorm Bij de structurering van de lange schuld moet de gemeente rekening houden met de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Nieuw af te sluiten leningen worden zodanig gestructureerd dat de renterisiconorm ook in de komende jaren niet wordt overschreden. Berekening renterisiconorm

Begroot (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Renterisico's (aflossingen op vaste schuld): €-

€-

€-

€-

- aflossingen

€ 7.475

€ 8.950

€ 10.700

€ 12.025

Renterisico

€ 7.475

€ 8.950

€ 10.700

€ 12.025

€ 199.542

€ 192.396

€ 190.965

€ 191.736

20%

20%

20%

20%

€ 39.908

€ 38.479

€ 38.193

€ 38.347

Renterisiconorm

€ 39.908

€ 38.479

€ 38.193

€ 38.347

Renterisico

€ 7.475

€ 8.950

€ 10.700

€ 12.025

Ruimte (+) / overschrijding (-)

€ 32.433

€ 29.529

€ 27.493

€ 26.322

- renteherziening op vaste schuld

Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal Bij ministerie vastgesteld percentage Renterisiconorm Toetsing renterisico aan norm:

81

In bovenstaande tabel is rekening gehouden met de jaarlijkse aflossingen van de geraamde nog op te nemen vaste geldleningen over de periode 2025-2028. Uit de opstelling blijkt dat het risico dat de gemeente loopt op haar vaste schuld beperkt is en ruim binnen de norm blijft. Leningenportefeuille en financieringsbehoefte Het Meerjarig InvesteringsPlan (MIP) leidt er toe dat de komende jaren nieuwe langlopende geldleningen moeten worden aangetrokken. Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de schuldpositie over de periode 2024 tot en met 2028. Schuldpositie

Werkelijk 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

- Hoofdsom leningen per 1 januari

€ 89.925

€ 133.200

€ 190.725

€ 216.775

€ 236.075

- Aflossing afgesloten leningen t/m 2023

€ 6.725-

€ 6.225-

€ 6.075-

€ 6.075-

€ 5.900-

- Lening per 01-10-2024 € 50.000, 40jr., 3,0%

€ 50.000

€ 1.250-

€ 1.250-

€ 1.250-

€ 1.250-

€ 65.000

€ 1.625-

€ 1.625-

€ 1.625-

€ 35.000

€ 1.750-

€ 1.750-

(bedragen x € 1.000) Onderhandse geldleningen binnenlandse banken

- Lening per 01-07-2025 € 65.000, 40jr., 3,0% - Lening per 01-07-2026 € 35.000, 20jr., 3,0% - Lening per 01-07-2027 € 30.000, 20jr., 3,0%

€ 30.000

- Lening per 01-07-2028 € 40.000, 20jr., 3,0%

€ 1.500€ 40.000

€ 133.200

Hoofdsom leningen per 31 december

€ 190.725

€ 216.775

€ 236.075

€ 264.050

In bovenstaande tabel is rekening gehouden met het aantrekken van diverse langlopende geldleningen. Deze leningen zijn gebaseerd op de financieringsbehoefte voor de komende jaren. Voor de onderbouwing van de financieringsbehoefte is een gedetailleerde liquiditeitsprognose voor de lange termijn gemaakt op basis van verwachte inkomsten en uitgaven gedurende de jaren 2024 t/m 2028. De liquiditeitsprognose laat het volgende beeld zien: Liquiditeitsprognose 2024-2028

2024

2025

2026

2027

2028

€ 30.269

€ 24.091-

(bedragen x € 1.000) € 34.722

€ 20.777

€ 12.619-

- Operationele activiteiten (programma's)

€ 15.090

€ 7.589

€ 9.811

€ 10.000

- Investeringsactiviteiten (inclusief MIP)

€ 83.196-

€ 62.907-

€ 35.162-

€ 22.602-

Saldo liquide middelen medio augustus 2024 / 1 januari 2025-2028

- Activiteiten actieve grondexploitatie - Financieringsactiviteiten (afwikkeling leningen t/m 2023)

€ 57-

€ 524

€ 6.997-

€ 6.781-

€ 6.716-

€ 6.477€ 43.170-

- Prognose mutaties 2e halfjaar 2024

€ 45.147-

Saldo liquide middelen, exclusief aangetrokken financiering

€ 14.878-

€ 40.438-

€ 40.798-

€ 44.686-

€ 50.000

€ 65.000

€ 35.000

€ 30.000

€ 40.000

€ 400-

€ 3.785-

€ 6.821-

€ 9.405-

€ 11.769-

€ 34.722

€ 20.777

€ 12.619-

€ 24.091-

€ 14.939-

Financieringactiviteiten 2024-2028: - Opname langlopende geldleningen - Rente en aflossing van nieuw aangetrokken financiering Saldo liquide middelen, inclusief aangetrokken financiering

In de liquiditeitsprognose is bij het onderdeel investeringsactiviteiten rekening gehouden met diverse grote projecten, zoals de bouw Schoonhovens College en sporthal De Meent, aanleg milieustraat, nieuwbouw scholen (IHP), nieuwbouw gemeentekantoor en transformatie dienstencentrum Schoonhoven. Tevens zijn investeringen IBOR, PR&K en vastgoed verwerkt in de prognose. Renteresultaat In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarrekening naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ook verplicht inzicht moet geven in: - de rentelasten uit externe financiering; - het renteresultaat; - de wijze van rentetoerekening.

82

De interne rekenrente wordt gebruikt voor rentetoerekening aan taakvelden. Onderstaand renteschema geeft inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Bij de berekening van de renteomslag mag er sprake zijn van een renteresultaat. Het voordelig renteresultaat 2025 van € 27.000 is terug te vinden op het taakveld Treasury. Rentetoerekening

2025 (bedragen x € 1.000) € 3.196

a.

Externe rentelasten over korte en lange financiering

b.

Externe rentebaten over korte en lange financiering

€ 648-

Saldo rentelasten en -baten

€ 2.548

c1.

Doorberekende rente aan grondexploitaties

c2.

Rente projectfinanciering

c3.

Rentebaten van doorverstrekte leningen

€€ 125€ 125€ 2.423

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1.

Rente over eigen vermogen

d2.

Rente over voorzieningen

€-

e.

Totaal aan taakvelden toe te rekenen

€ 2.423

De aan taakvelden toegerekende rente

€ 2.450-

Boekwaarde activa welke integraal wordt gefinancierd (peildatum 01-01-2024, conform mjb. 2024-2027) Voorcalculatorische rentepercentage begroting 2025 Renteresultaat op taakveld Treasury (-/- = voordelig)

€ 175.000 1,4% € 27-

Aan de investeringen die op de staat van activa zijn opgenomen wordt in 2025 een rentepercentage toegerekend van 1,4 %. In de Kadernota 2025 werd dit percentage becijferd op 1,5%. Kredietrisicobeheer Kredietrisico is de kans dat verstrekte leningen niet (volledig) en/of niet tijdig worden terugbetaald. Op kapitaalverstrekkingen en afgegeven gemeentegaranties/borgstellingen loopt de gemeente een zeer beperkt risico aangezien de gemeente fungeert als achtervang voor garantstellingen die afgegeven zijn door zogenaamde waarborgfondsen. De uitzettingen van de gemeente kennen eveneens nagenoeg geen risico. Enerzijds heeft de gemeente Krimpenerwaard een overeenkomst met de BNG Bank met betrekking tot onder andere het aantrekken en uitzetten van kort en lang geld. Daarnaast worden overtollige middelen geparkeerd bij het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Geldstromenbeheer De geldstromen lopen hoofdzakelijk via de BNG Bank. De saldi van de rekeningen bij de andere banken wordt zoveel als mogelijk overgeboekt naar de rekening bij de BNG Bank. Er wordt gewerkt met een meerjarige liquiditeitsprognose die regelmatig geactualiseerd wordt. Relatiebeheer De bancaire partijen waarmee de gemeente Krimpenerwaard zaken doet vallen onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. Met de N.V.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) is een financieringsovereenkomst afgesloten. Dit raamcontract voor een krediet- en depotarrangement en elektronisch betalingsverkeer wordt ten minste eens in de vier jaar beoordeeld op inhoudelijke bepalingen en concurrerende condities. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de BNG Bank een unieke plaats inneemt ten opzichte van andere banken, omdat voor het ontvangen van rijksuitkeringen een lopende rekening bij deze bank vereist is. Overigens worden de faciliteiten van de BNG Bank toereikend geacht en de condities marktconform.

83

E. Bedrijfsvoering Algemeen Samen aan de slag De samenleving en onze omgeving verandert in hoog tempo. Digitalisering, globalisering, klimaatverandering, veranderende demografie en arbeidsmarkt hebben grote impact op mens en maatschappij. Als gevolg daarvan verandert de vraag van onze inwoners. Inwoners verwachten dat de gemeente dicht bij hen staat en bijdraagt in de verbinding tussen inwoners en netwerken. Deze veranderingen vragen veel van ons als gemeente én van de mensen die er werken. Om deze ambitie ook waar te kunnen maken is een duidelijke koers uitgewerkt in de organisatievisie Krimpenerwaard Vooruit! Deze visie sluit aan bij ontwikkelingen en inzichten over het functioneren van de lokale overheid en de maatschappelijke opgaven waar de gemeenten voor staan. Organisatie Het realiseren van onze bestuurlijke ambities in een voortdurend veranderende omgeving vraagt een wendbare en daadkrachtige organisatie die onderscheid en keuzes durft te maken. Wij willen een wendbare, vitale gemeentelijke organisatie zijn, die de kracht van hun medewerkers maximaal weet aan te boren. Bestuur, management en medewerkers geven daar ieder vanuit hun eigen rol gezamenlijk invulling aan. Krimpenerwaard Vooruit! geeft richting aan de verdere ontwikkeling van de organisatie en wordt met organisatiebrede projecten ondersteund.

Uiteindelijk moeten deze interventies bijdragen aan een wendbare en klantgerichte organisatie waarin eenieder verantwoordelijkheid neemt, samenwerkt , continu ontwikkelt en waarin de dienstverlening voorop staat. Personeel en arbeidsmarkt De personeelsmonitor is een onderzoek naar arbeidsmarkttrends en HR-ontwikkelingen. Het onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd door het A&O Fonds Gemeenten. In dit onderzoek worden bij zoveel mogelijk gemeenten kengetallen verzameld over ziekteverzuim, personeelsopbouw, externe inhuur en opleiding. De cijfers worden gebruikt als benchmark bij het opstellen van ons personeels- en organisatiebeleid. De arbeidsmarktkrapte duurt onverminderd voort en de zoektocht naar goede medewerkers, het vervullen van de vacatures en het behouden van medewerkers vergt steeds meer inspanning. Onze moeilijk invulbare functies bevinden zich vaker in de hogere functieschalen en daarom zien we dat bij ons de kosten voor inhuur ook relatief hoog zijn, maar het aantal inhuurmedewerkers is daarentegen minder in vergelijking tot andere gemeenten. De voornaamste conclusie van de personeelsmonitor is dat onze organisatie in vergelijking tot andere gemeenten, ondanks onze groei, toch een beperkte bezetting blijft hebben. Dit wordt mede veroorzaakt dat het personeelsbestand van andere gemeenten blijft groeien.

We lopen onze achterstand in, maar zijn zeker nog niet op het niveau van andere gemeenten. Onze organisatie staat hierdoor onder druk. We zien dit in de uitvoering, maar ook bij belangrijke projecten en crises moeten medewerkers extra inspanningen leveren om de voortgang en kwaliteit te waarborgen. Dat betekent dat bij onverwachte vragen of extra ambities de flexibiliteit en wendbaarheid niet altijd gevonden kan worden in het vrijmaken van medewerkers (omdat we deze ruimte niet hebben in onze formatie en bezetting), maar in de loyaliteit en extra werk van medewerkers. Dit vraagt veel van onze medewerkers en het management. Helaas zien we (niet alleen) bij crisissituaties dat onze medewerkers te maken krijgen met een vervelende wijze van bejegening door inwoners. Naast dat dit extra werk al een beroep op de flexibiliteit van onze medewerkers doet, is dit een negatieve factor op het werkplezier dat onze medewerkers ervaren. Dit vraagt extra zorg en aandacht voor het welzijn van onze medewerkers. Naast de effecten op de organisatie, vragen deze crisissituaties ook iets van het college en de raad. Het vraagt om trots uit te stralen op wat realiseren met elkaar (ook in vergelijking met andere gemeenten), maar zeker ook realisme door kritisch te zijn op extra vragen en ambities.

Daarnaast is de gemiddelde leeftijd in onze gemeentelijke organisatie relatief hoog en de groep 60plussers is groot. De komende jaren zal er extra inspanning van recruitment op het opvangen van deze pensioneringsgolf moeten liggen. Met de focus op recruitment valt er de komende jaren een aanhoudende hoge instroom te verwachten. We zien dat we vacatures en kandidaten niet direct passen en er meer tijd, energie en middelen moet worden gestoken in het klaarstomen van deze kandidaten om het werk goed uit te kunnen voeren. Dit zal ook meer vragen van (interne) opleidingsmogelijkheden.

84

De krapte op de arbeidsmarkt zorgt ook voor een hoge in- en uitstroom. We zien dat de instroom voor onze gemeente hoger is dan in vergelijking met gemeenten van vergelijkbare omvang. De hoge instroom is te verklaren onder andere door de inzet van een professionele recruiter. Dit heeft een impuls gegeven aan het aantrekken van nieuwe medewerkers. De komende jaren zetten we in op het verder professionaliseren van ons recruitmentbeleid en onze arbeidsmarktcommunicatie. Ons doorstroompercentage is vergelijkbaar met andere gemeenten. Een van de aspecten van aantrekkelijk werkgeverschap is het hebben van een intern loopbaanperspectief en een goed en ruimhartig opleidingsbeleid. Als goed werkgever stimuleren wij persoonlijke ontwikkeling van medewerkers en daarnaast investeren we in organisatiebrede professionaliseringsen teamontwikkelingstrajecten. Dit komt ook terug in het bestede opleidingsbudget per medewerker. De komende jaren zetten we verder in op het in kaart brengen en ontwikkelen van de talenten van onze medewerkers en op het digitaliseren van ons interne opleidingsaanbod. Daarnaast zien we in deze krappe arbeidsmarkt de trend dat meer mensen met grotere afstand tot de functie/rol worden aangenomen waardoor er meer intern moet worden opgeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=784a9424-f467-4d73-9e63-e7085d17dfa1