Begroting 2022-2025
Tekst van het document
Aangezien het dijklichaam in slechte staat van onderhoud verkeert, vordert de gemeente van Rijnland de kosten van herstel van het dijklichaam. De ramingen voor het herstel liggen tussen en € 6,5 en € 8,5 miljoen exclusief BTW. Op grond van deze informatie is het risico berekend op € 112.000, gebaseerd op een investering van € 8.350.000 af te schrijven in 80 jaar. 7 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van burgers. Vanaf 25 mei 2016 geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en organisaties in de publieke en private sector hadden tot 25 mei 2018 de tijd voor het aanpassen van de bedrijfsvoering op de AVG. Organisaties die vanaf dat moment niet aan de AVG voldoen lopen boeterisico’s, die kunnen oplopen tot € 20 miljoen of maximaal 4% van de jaaromzet. 8 - Wachtgeldregeling wethouders De uitkering (wachtgeld) na het vervullen van een politiek ambt is voor politieke ambtsdragers geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het recht op de uitkering bestaat ongeacht de reden van het aftreden.
De termijn en hoogte van de uitkering zijn afhankelijk van de duur van alle voorafgaand aan het ontslag beklede politieke functies (de Appa-loopbaan) en van inkomsten uit een eventuele nieuwe functie. Daarnaast is ook sprake van recht op vergoeding van ten behoeve van outplacement. Voor enkele bestuurders geldt dat ze in de loop van 2022 zeker recht krijgen op een uitkering. Voor de overige bestuurders geldt dat er, afhankelijk van de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen, mogelijk sprake is van een uitkering. In de begrotingscijfers vanaf 2022 is op basis van een inschatting van hoogte, duur en mogelijke inkomsten rekening gehouden met de hoogte van de uitkering. Dit bedrag ligt lager dan de maximale aanspraak. Het verschil is nu meegenomen in de risicoanalyse. 9 - Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen, en van beveiligingseisen. Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Het risico is bruto hoog
73
geprioriteerd. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen, waardoor het risico (netto) slechts beperkt drukt op het weerstandsvermogen. 10 - Onvoldoende weerstandsvermogen Groenalliantie De provincie is per 1 januari 2018 uitgetreden. Door de uittreding van de provincie is er een onzekerheid voor de (structurele) financiële bijdrage ná 2025. Deze is ingeschat op € 457.000. Het risico voor Krimpenerwaard hierin is, op basis van het aantal inwoners, becijferd op € 57.000. 11 - Risico onjuiste weergave stand reserves en voorzieningen Het opgenomen risico is gebaseerd op te hoge onttrekkingen per boekjaar, waardoor mogelijk onterecht extra stortingen moeten worden gedaan in de voorziening. Als gevolg van een aantal genomen beheersmaatregelen is de kans op een extra storting in reserves en voorzieningen verkleind. Remu-claim Bij de verkoop van de aandelen Eneco is de zogenaamde REMU-claim buiten beschouwing gelaten. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid van deze claim blijft rusten bij de huidige aandeelhouders. De gemeente Utrecht, provincie e.a. zijn tegen de uitspraak van de rechter in hoger beroep gegaan. Op 8 december 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan in de REMU-zaak, alle grieven van de voormalige aandeelhouders van REMU zijn ongegrond verklaard en de claim is afgewezen. Er is echter in cassatie gegaan bij de Hoge Raad.
De behandeling is begin april 2021 gestart. Een ingesteld cassatieberoep neemt gemiddeld één jaar in beslag. De inschatting van het risico voor de gemeente Krimpenerwaard is maximaal € 1.386.000 (0,566 % van € 245 miljoen). Deze claim vormt daarmee wel een mogelijk risico maar deze komt niet ten laste van het weerstandsvermogen. Als het risico zich voordoet wordt dit ten laste van de opbrengst van de verkoop van de aandelen Eneco gebracht. Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het Sociaal Domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen. Kengetallen
Rekening 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Netto schuldquote
15%
43%
44%
49%
46%
42%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
11%
37%
38%
42%
39%
35%
Solvabiliteitsratio
43%
39%
32%
32%
33%
34%
Structurele exploitatieruimte
0,4%
0,0%
0,4%
-1,2%
-1,2%
-0,8%
Grondexploitatie
1%
0%
1%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
108%
110%
107%
107%
107%
107%
Voor de toelichting per kengetal wordt gebruik gemaakt van het dashboard Financiële kengetallen van uw gemeente van het Ministerie van Binnenlands Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarbij worden de cijfers van de eigen gemeente geplaatst in de context met landelijke cijfers en de cijfers van de gemeentegrootte 50.000 tot 100.000 inwoners. Deze benchmark is gebaseerd op de cijfers uit de Begroting 2021.
74
Weerbaarheid: Kan de gemeente tegen een stootje?
75
Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?
76
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen planmatig beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in stand houden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren. We merken hierbij op dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën: 1. Gebouwen 2.
Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen; samengevoegd in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2018-2022 (IBOR) 3. Riolering Op de pagina’s hierna is per categorie het beleidskader aangegeven. Ook is van 2022, 2023, 2024 en 2025 de begroting weergegeven. 1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente beschikt over diverse, openbare en niet-openbare, gebouwen. In de begroting wordt voor deze gebouwen rekening gehouden met klein onderhoud en groot onderhoud. In het kort komt het er op neer dat er geen achterstallig onderhoud mag ontstaan. In 2017 heeft de raad het ‘Beheerplan gemeentelijk vastgoedbeheer 2017-2031’ vastgesteld. Dit vormt het beleidskader voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed voor de komende jaren. Dit beheerplan wordt in 2021 geactualiseerd. In 2021 wordt vastgoedbeleid vastgesteld. Synchroon hieraan wordt aan het voorzieningenbeleid gewerkt. Hiermee moet duidelijk worden welke rol de gemeente speelt in geval van maatschappelijk vastgoed en hoe zij deze rol uitvoert. Na vaststelling van het vastgoedbeleid zal de zogenaamde Portefeuilleroutekaart (PFK) worden opgesteld. De PFK maakt inzichtelijk wat het kost aan tijd en geld om het gemeentelijke vastgoed te verduurzamen. Voor de korte termijn is reeds budget voorhanden om aan de nu geldende wettelijk verplichte maatregelen te voldoen.
Areaal De gemeente was in 2017 nog eigenaar van 134 gebouwen. In 2017 heeft de raad besloten om 31 objecten af te stoten. Hiervan zijn 17 gebouwen in de periode 2018-2020 verkocht. Het project wordt nu conform de planning afgesloten. Daarbij merken we op dat van een aantal panden is geconstateerd dat deze om uiteenlopende redenen niet verkocht zullen worden. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld ontwikkeling, onverkoopbaar of het niet aantrekkelijk zijn om nu in verhuurde staat te verkopen. De kosten blijven binnen het afgesproken budget. De te verkopen gebouwen waren in eerste instantie onttrokken aan het onderhoudsplan. De onverkochte panden zullen weer aan het onderhoudsplan worden toegevoegd. Een eventuele verhoging van het budget moet nog nader moet worden vastgesteld. Vanaf 1 januari 2021 is de gemeente eigenaar van 117 gebouwen. Onderhoudsbudgetten De financiële middelen voor openbare gebouwen zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Het meerjarenonderhoudsplan wordt periodiek geactualiseerd. Dit staat gepland staat voor 2022. Toch moet wel het aanwezige risico worden benoemd van onvoorziene omstandigheden en prijsstijgingen.
Sinds het opstellen van de huidige meerjarenplanning zijn de prijzen van grondstoffen explosief gestegen. Hoe zich dit verder ontwikkelt en of dit zich stabiliseert is de vraag. De kosten voor het groot onderhoud worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt door het uitvoeren van inspecties aan de gebouwen. Voor de brandweerkazernes geldt dat het klein dagelijks onderhoud ten laste van de Veiligheidsregio komt.
77
De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Lasten in de exploitatie
370
370
370
370
Dotatie voorziening Onderhoud gebouwen
891
886
886
886
1.523
929
440
747
Onttrekking voorziening Onderhoud gebouwen
Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan zijn hiervoor in de begroting lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 1,6% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening. 2. IBOR Actueel beleidskader Op 31 oktober 2017 is het IBOR 1 vastgesteld door de gemeenteraad. Het IBOR 1 geeft inzicht in de kwantiteit en kwaliteit van onze arealen en de wijze waarop het beheer en onderhoud worden uitgevoerd, in relatie tot de middelen. Tegelijkertijd is het Projectenboek 2018-2019 vastgesteld, waarin de grote, integrale onderhoudsprojecten zijn aangegeven. De openbare ruimte is continu in beweging. Er zijn verschillen in de arealen die in het IBOR 1 zijn opgenomen en de actuele cijfers die hieronder zijn opgenomen. Deze verschillen zijn te verklaren doordat de afgelopen jaren veel inspecties hebben plaatsgevonden. Hierdoor hebben we steeds beter inzicht verkregen in ons areaal. Op basis daarvan zijn de aantallen geactualiseerd. Het IBOR 1 heeft een doorlooptijd van vier jaar (tot 2022). We zien dat het plan in zijn huidige vorm (harmonisatie van beleid en middelen) niet meer toereikend is. Er zijn diverse vraagstukken en ontwikkelingen in de openbare ruimte die vragen om een herziening en uitbreiding van het beleid. Deze krijgen dan ook een plek in het herziene IBOR 2.
Het geactualiseerde plan biedt zicht op de beschikbare middelen en welke resultaten hierop geboekt worden. In het nieuwe IBOR , waar op dit moment de laatste hand aan wordt gelegd, is gerekend met de geactualiseerde hoeveelheden. De planning voorziet erin dat het IBOR in oktober aan uw raad wordt aangeboden. Om de discussie zo zuiver mogelijk te houden, hebben wij ervoor gekozen in deze paragraaf (onderhoud kapitaalgoederen) alleen de geactualiseerde arealen op te nemen. We gaan dus niet, vooruitlopend op de behandeling in de raad, verder in op de nog te nemen beleidskeuzes. Areaal Onderdeel
Aantallen 1-7-2021
Eenheid
202
ha
Civiele kunstwerken
397
st
Lichtpunten
12.564
st
Oppervlakte groen in ha.
125
ha
Bomen
21.269
st
Speeltoestellen
903
st
Oppervlakte water in ha.
741
ha
Oeverlengte in km.
164
km
Oeverconstructies
86
st
Duikers
370
st
Wegen in ha.
*Dit is exclusief het aantal nog te herplanten bomen die gekapt zijn op grond van de boomveiligheidscontroles en bomen die gekapt zijn bij herinrichtings- en reconstructieprojecten.
Onderhoudsbudgetten De kosten voor het IBOR zijn opgenomen onder Verkeer, vervoer en waterstaat (programma 2) Sport, cultuur en recreatie (programma 5) en het programma Volksgezondheid en milieu (programma 7). De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het IBOR zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting aan de voorzieningen is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Onderhoud groen en bestrijding onkruid op verharding Net als bij gladheidbestrijding is de besteding van de groenbudgetten afhankelijk van de sterk wisselende weersomstandigheden
78
Om toch goed te kunnen anticiperen op het wisselende weer zijn soms extra onderhoudswerkzaamheden nodig. Door deze extra maatregelen kan de besteding van groenbudgetten fluctueren en bij ongunstige omstandigheden worden overschreden. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Lasten in de exploitatie
3.117
3.026
2.996
3.105
Dotatie voorziening IBOR
4.503
4.503
4.503
4.503
Onttrekking uit de voorziening IBOR
6.461
6.524
5.352
5.142
Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan zijn hiervoor in de begroting lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 1,6% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening. 3. Riolering Actueel beleidskader Het beleidskader is gebaseerd op hetgeen is opgenomen in de Wet Milieubeheer. Daarin staat opgenomen dat een gemeente verplicht is al het afvalwater dat binnen haar grenzen vrijkomt, in te zamelen. Door de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten ook de zorg voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater. Deze zorgplicht is verankerd in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vGRP. In 2016 is het vGRP Krimpenerwaard 2017-2021 vastgesteld. Momenteel worden de uitgangspunten geëvalueerd en in 2022 wordt het plan geactualiseerd. Het IBOR en vGRP zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze integrale projecten. Dit zijn communicerende vaten, omdat aanpassingen bij de één direct van invloed zijn op de ander. Deze twee beleidskaders worden dan ook in nauwe samenhang afgestemd. Door een goed beheer en onderhoud, renovatie en vervanging willen wij het rioleringssysteem zo optimaal mogelijk laten functioneren tegen de laagst mogelijke kosten. Duurzaamheid is hierbij een kernbegrip.
De riolering dient ervoor om de volksgezondheid duurzaam te beschermen, de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden en bodem, grondwater en oppervlaktewater duurzaam te beschermen en wateroverlast te voorkomen. Areaal Onderdeel
Aantallen 1-7-2021
Eenheid
Gemengd systeem
157
km
Droogweerafvoer (DWA)
59
km
Hemelwaterafvoer (HWA)
76
km
Drainage en duikers
21
km
Gemalen
78
st
Pompunits drukriolering
1874
st
Persleiding
203
km
Bergingsbassin
16
st
Onderhoudsbudgetten De uitgaven voor dit onderdeel vallen in grote lijnen uiteen in exploitatielasten en investeringskosten. De exploitatielasten bestaan voor een groot gedeelte uit kapitaallasten (rente en aflossing op investeringen in het riool) en overheadkosten, omdat het rioolstelsel in eigen beheer wordt onderhouden. Deze kosten worden gedekt door de tarieven. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000) Lasten in de exploitatie
2022
2023
2024
2025
1.359
1.359
1.334
1.334
335
335
335
335.
Dotatie voorziening vGRP Onttrekking uit de voorziening vGRP
79
4. Projecten openbare ruimte Bij de beheerplannen worden de benodigde kredieten voor de komende projecten aangevraagd, gebaseerd op de nieuwe uitgangspunten.
80
D. Financiering Algemeen Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Krimpenerwaard toegelicht voor de jaren 2022-2025. De toelichting vindt plaats in een onderdeel algemene ontwikkelingen en een onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard. Onder de algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen ten aanzien van de wet- en regelgeving aan de orde. Het onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard richt zich specifiek op de financiering, renteberekening en het voldoen aan wettelijke bepalingen van de gemeente Krimpenerwaard. Belangrijkste conclusies De belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering zijn: - Rentevisie: Lange rentetarieven lopen naar verwachting in 2021/2022 licht op; - Bij een gelijkblijvende renteverwachting wordt eerst gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen voordat er een langlopende geldlening wordt aangetrokken; - Voor het afdekken van renterisico’s kan worden afgeweken van financiering met een korte looptijd. - Er is voldaan aan de voorschriften vanuit de wet Fido (kasgeldlimiet en renterisiconorm); - Per 1 juli 2021 is een langlopende geldlening aangetrokken van € 40 miljoen.
De verwachting is dat in het 4e kwartaal 2021 nog een lening van € 40 miljoen wordt aangetrokken; - In de meerjarenbegroting 2022-2025 wordt verder geen rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe geldleningen; - De omvang van de schuldpositie per 31 december 2025 wordt geraamd op € 93 miljoen; - In 2022 wordt een reëel rentepercentage (0,8%) toegerekend aan de activa. Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige opgave, zeker op de lange termijn. In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van te betalen rente (debetrente) in een deel van 2020 en 2021 weergegeven. Naast het algemene Euribor tarief worden de tarieven van verschillende gemeentelijke financieringsmogelijkheden in de grafiek gepresenteerd.
Euribor is het gemiddelde rentetarief waartegen een groot aantal vooraanstaande Europese banken elkaar leningen in euro's verstrekken en vormt de basis voor andere rentetarieven. Bij het beoordelen van de renteontwikkeling bestaat er een verschil in de geldmarktrente (korte rente) en de kapitaalmarktrente (lange rente). De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Mede door de Coronacrisis, die heeft geleid tot een economische recessie, zal de ECB de beleidsrentes voorlopig op een laag niveau houden. Het effect van andere macro-economische ontwikkelingen 81
op de marktrente laat zich moeilijk voorspellen. Op basis van de rentevisie van de BNG Bank wordt verwacht dat de lange rentetarieven in de komende twaalf maanden wat zullen oplopen. Wet- en regelgeving De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasury van de gemeenten. De onderliggende regelingen zijn: - de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); - de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo); - het besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden; - de regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Op grond van artikel 212 Gemeentewet is de gemeente verplicht een financiële verordening vast te stellen. In artikel 15 van de Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2019 is opgenomen dat het college eens per vier jaar een treasurystatuut vaststelt en ter informatie aan de gemeenteraad aanbiedt. Een nieuw treasurystatuut is in 2020 vastgesteld. Conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient een financieringsparagraaf op te worden genomen in de begroting en het jaarverslag (artikelen 9, 13 en 26). Ontwikkelingen Krimpenerwaard Beleidsvoornemen treasury In het Treasurystatuut gemeente Krimpenerwaard 2020 heeft het college de kaders voor de treasuryfunctie bepaald.
Het beleid van onze gemeente is erop gericht om de financieringsbehoefte zo gunstig mogelijk af te dekken. Omdat de rente op de kortlopende middelen in het algemeen gunstiger is dan de rente op langlopende middelen, wordt bij een gelijkblijvende renteverwachting eerst gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen als er een lening aangetrokken moet worden. Voor het afdekken van renterisico’s kan worden afgeweken van financiering met een korte looptijd. Door langlopende geldleningen eerder aan te trekken dan strikt noodzakelijk kan enerzijds geprofiteerd worden van een lage rente en anderzijds het risico op stijgende rente worden beperkt of afgewend. De gemeente Krimpenerwaard werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft. Goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Risicobeheer In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn voor de beheersing van de renterisico’s de kasgeldlimiet en de renterisiconorm opgenomen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan 1 jaar).
Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico in zich heeft, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. Voor structurele liquiditeitstekorten is financiering met geldleningen met een looptijd langer dan 1 jaar de aangewezen oplossing. Het is niet toegestaan de kasgeldlimiet meer dan twee kwartalen achtereen te overschrijden. Onderstaand volgt een overzicht van de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2022. Berekening kasgeldlimiet
Begroot (bedragen x € 1.000)
Grondslag: Begrotingstotaal
Begroot 2022
2021
1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
139.654
151.637
151.637
151.637
151.637
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
11.871
12.889
12.889
12.889
12.889
Toegestane kasgeldlimiet: - relevant percentage (wettelijk voorgeschreven) Bedrag Gemiddelde kortlopende schuld (negatief betekent schuld, positief betekent tegoed) Ruimte (+) / overschrijding (-)
53.877 66.766
44.675 57.564
35.473 48.362
26.271 39.160
Renterisiconorm De renterisiconorm gaat er van uit dat de vaste leningenportefeuille zodanig is samengesteld dat het renterisico gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. De renterisiconorm is gekoppeld aan het begrotingstotaal.
82
Berekening renterisiconorm
Begroot (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Renterisico's (aflossingen op vaste schuld): - renteherziening op vaste schuld
-
-
-
-
- aflossingen
8.225
8.225
7.725
7.225
Renterisico
8.225
8.225
7.725
7.225
151.637
140.792
139.305
139.189
20%
20%
20%
20%
30.327
28.158
27.861
27.838
30.327
28.158
27.861
27.838
Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal Bij ministerie vastgesteld percentage Renterisiconorm Toetsing renterisico aan norm: Renterisiconorm Renterisico
8.225
8.225
7.725
7.225
Ruimte (+) / overschrijding (-)
22.102
19.933
20.136
20.613
In bovenstaande tabel is rekening gehouden met de jaarlijkse aflossingen van de geraamde nog op te nemen vaste geldleningen over de periode 2022-2025. Uit de opstelling blijkt dat het risico dat de gemeente loopt op haar vaste schuld beperkt is en ruim binnen de norm blijft. Leningenportefeuille De schuldpositie van de gemeente wordt bepaald door de omvang van de portefeuille opgenomen geldleningen in combinatie met de debetstand op de rekening-courant. Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de schuldpositie over de periode 2021 tot en met 2025. Schuldpositie
2021
2022
2023
2024
2025
124.375
116.150
107.925
100.200
(bedragen x € 1.000) Onderhandse geldleningen binnenlandse banken - hoofdsom leningen per 1 januari
52.195
- lening per 01-07-2021 € 40.000, 20jr., 0,255%
40.000
- lening per 01-12-2021 € 40.000, 20jr., 0,5%
40.000
- lening per 2022-2025 - Aflossing afgesloten leningen t/m 2020
-6.820
-4.225
-4.225
-3.725
-3.225
- Aflossing afgesloten leningen 2021-2023
-1.000
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
124.375
116.150
107.925
100.200
92.975
Hoofdsom leningen per 31 december
In 2020 is met de BNG Bank contact opgenomen over de mogelijkheden tot vervroegde aflossing van de leningenportefeuille. Als gevolg van de door de bank in rekening te brengen agio/boete voor vervroegde aflossing is het niet zinvol gebleken om over te gaan tot herfinanciering van de bestaande leningen. Op basis van een offerte van de BNG Bank voor het oversluiten van onze huidige leningenportefeuille is het eventuele rentevoordeel voor de komende 30 jaar bepaald. Om dit voordeel in te kunnen zetten is in de raadsvergadering van 10 november 2020 besloten om vanuit de reserve Enecogelden € 5,8 miljoen over te hevelen naar een nieuw in te stellen bestemmingsreserve “Overrente”. In de meerjarenbegroting 2021-2024 werd rekening gehouden met het aantrekken van langlopende geldleningen van in totaal € 55 miljoen. Hierbij werd nog geen rekening gehouden met mogelijk toekomstige investeringen als nieuwbouw gemeentekantoor en - werf, aanvullend budget voor Schoonhovens College en sporthal De Meent, aankoop aandelen Stedin, verwachte stijgende bouwkosten van het Integraal huisvestingsplan (IHP) en besteding restant ontvangen Eneco-gelden. In totaal kan de financieringsbehoefte voor de jaren 2021 tot en met 2025 oplopen tot ruim € 120 miljoen. Om een gedeelte van het renterisico af te dekken is per 1 juli 2021 een lening aangetrokken van € 40 miljoen.
Renteresultaat Onderstaand renteschema geeft inzicht in de geraamde en werkelijke rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
83
Rentetoerekening
2022 (bedragen x € 1.000)
a.
Externe rentelasten over korte en lange financiering
b.
Externe rentebaten over korte en lange financiering
1.089 -
Saldo rentelasten en -baten c1.
Doorberekende rente aan grondexploitaties
c2.
Rente projectfinanciering
c3.
Rentebaten van doorverstrekte leningen
1.089 -59 -94 -153
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
936
d1.
Rente over eigen vermogen
225
d2.
Rente over voorzieningen
225
e.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen
1.161
De aan taakvelden tegerekende rente
-1.120
Boekwaarde activa welke integraal wordt gefinancieerd (peildatum 01-01-2021, conform mjb. 2021-2024) Voorcalculatorische rentepercentage begroting 2021
140.000 0,8%
Renteresultaat op taakveld Treasury (-/- = voordelig)
41
Voor de interne doorberekening van de rentelasten hanteren we voor 2022 een percentage van 0,8%. De interne rekenrente wordt gebruikt voor rentetoerekening aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden. Onderstaand renteschema geeft inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Bij de berekening van de renteomslag mag er sprake zijn van een renteresultaat. Het renteresultaat 2022 van € 41.000 is terug te vinden op het taakveld Treasury. Kredietrisicobeheer Kredietrisico is de kans dat verstrekte leningen niet (volledig) en/of niet tijdig worden terugbetaald. Op kapitaalverstrekkingen en afgegeven gemeentegaranties/borgstellingen loopt de gemeente een zeer beperkt risico aangezien de gemeente fungeert als achtervang voor garantstellingen die afgegeven zijn door zogenaamde waarborgfondsen. De uitzettingen van de gemeente kennen eveneens nagenoeg geen risico. Enerzijds heeft de gemeente Krimpenerwaard een overeenkomst met de BNG Bank met betrekking tot onder andere het aantrekken en uitzetten van kort en lang geld. Daarnaast worden overtollige middelen geparkeerd bij het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Bij de ABN AMRO werd de opbrengst van de verkoop van het woningbedrijf van de voormalige gemeente Ouderkerk belegd in obligaties. De beleggingsportefeuille is in 2021 volledig vrijgevallen.
Geldstromenbeheer De geldstromen lopen hoofdzakelijk via de BNG Bank. De saldi van de rekeningen bij de andere banken worden zoveel als mogelijk overgeboekt naar de rekening bij de BNG Bank. Er wordt gewerkt met een meerjarige liquiditeitsprognose die regelmatig geactualiseerd wordt. Relatiebeheer De bancaire partijen waarmee de gemeente Krimpenerwaard zaken doet vallen onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. In 2018 is een nieuwe financieringsovereenkomst met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) afgesloten. Dit raamcontract voor een krediet- en depotarrangement en elektronisch betalingsverkeer wordt ten minste eens in de vier jaar beoordeeld op inhoudelijke bepalingen en concurrerende condities. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de BNG Bank een unieke plaats inneemt ten opzichte van andere banken, omdat voor het ontvangen van rijksuitkeringen een lopende rekening bij deze bank vereist is. Overigens worden de faciliteiten van de BNG Bank toereikend geacht en de condities marktconform.
84
E. Bedrijfsvoering Algemeen Samen aan de slag De samenleving verandert voortdurend en snel. Als gevolg daarvan verandert de vraag van onze inwoners. Inwoners verwachten dat de gemeente dicht bij hen staat en bijdraagt in de verbinding tussen inwoners en netwerken. De gemeente is minder een ‘regent’ (wat moet en mag) en meer een ‘facilitator’ (wat kan, wat is mogelijk en goed). Dat maakt dat we ons werk op een andere manier moeten gaan uitvoeren; resultaat en proces worden leidend in plaats van standaardproducten, procedures en regels. Die ambitie vraagt een duidelijke koers voor de organisatie; wat voor organisatie willen we zijn? De koers is uitgewerkt in een hernieuwde visie op onze organisatie; Krimpenerwaard Vooruit! De organisatievisie gaat voor een groot deel over onze organisatiecultuur, over houding en gedrag. Hoe gaan we met inwoners en elkaar om? De visie is uitgewerkt in vijf speerpunten: koersvast & wendbaar, vraag van de inwoner centraal, samen, ontwikkelruimte en eigenaarschap. Deze speerpunten zijn gekozen omdat ze het best aansluiten bij ontwikkelingen en inzichten over het functioneren van de lokale overheid en de maatschappelijk opgaven waar de gemeenten voor staan. Bijvoorbeeld op het terrein van de veranderende samenleving, dienstverlening, participatie, burgerinitiatief en gebiedsgericht en integraal werken. 1.
Koersvast We zijn gericht op de maatschappelijke ambities en doelen zoals door raad en college worden vastgesteld. Het doel en de kaders zijn helder, maar we zijn wendbaar in hoe we dingen doen en hoe we georganiseerd zijn. De organisatie is voldoende flexibel ingericht om (integraal) te kunnen inspelen op wat er buiten speelt. Dat betekent een organisatie die opgavegericht werkt, creatief is, zelf organiserend vermogen heeft, vertrouwen heeft en geeft en leert door te doen. 2. De vraag van de inwoner is leidend We zijn gericht op twee rollen; dienstverlenend (vriendelijk, vraag achter de vraag achterhalen, betrouwbaar, snel en regelarm, denken in mogelijkheden) en maatschappelijk betrokken (participatie, (publiek) ondernemerschap, verbinding, oplossingen mogelijk maken). 3. Samen komen we verder We werken samen om resultaten te bereiken en zijn daar trots op! We spreken met één mond, werken integraal (gebieds- en opgavegericht), versterken het zelf organiserend vermogen. We openen de grenzen tussen afdelingen, teams en functies om flexibel te kunnen werken. 4. Ontwikkelruimte voor medewerkers Iedere medewerker heeft unieke kwaliteiten en talenten. We herkennen, erkennen en benutten dit ten volle. Werkplezier is belangrijk. De zelfstandige, professionele en betrokken medewerker vormt de basis van de organisatie.
Leren en ontwikkelen vraagt continu aandacht, we leren door te doen. We faciliteren medewerkers om te doen waar ze goed in zijn en stimuleren om ‘buiten de lijntjes’ te kleuren en initiatief te nemen. 5. Eigenaarschap bij medewerkers We stimuleren eigenaarschap. Leidinggevenden vertonen voorbeeldgedrag op deze 5 speerpunten en sturen op hoofdlijnen, faciliteren en verbinden. Om deze cultuurverandering tot stand te brengen is een aanpassing van de organisatiestructuur nodig. Voor de nieuwe structuur zijn drie uitgangspunten geformuleerd: medewerker centraal, teams als basis en twee managementlagen. De organisatie kan niet zonder verticale sturing, maar horizontale samenwerking is intern én extern cruciaal om als organisatie succesvol te blijven. Horizontaal werken moet worden georganiseerd, zonder dat het tot verkokering en nieuwe vaststaande structuren leidt. Als organisatie moeten we wendbaar, opgavegericht en ondernemend zijn. Dat vraagt een organisatiestructuur die zijn kracht ontleent aan de flexibiliteit die daarbinnen mogelijk is. Op 1 januari 2022 start de organisatie in de nieuwe structuur en gaan we aan de slag met het implementeren van het cultuurdeel van de organisatievisie. Dat wil niet zeggen dat alles ‘op de schop’ gaat. Er gaat veel goed in de organisatie en dat gaan we verder uitbouwen. Daarnaast gaan we werken aan zaken die anders of beter kunnen.
We willen daarmee vooral de focus op de inwoner versterken en de klantgerichtheid, doelgerichtheid, samenwerking en wendbaarheid van de organisatie vergroten. De teams vormen de belangrijkste schakel voor de ontwikkeling van de organisatie. Daarom staan de teams centraal bij de implementatie van de organisatievisie. In de aanpak zullen structuur- en cultuuraspecten zoveel mogelijk worden gecombineerd; het zijn twee kanten van dezelfde medaille.
85
Personeel Jaarlijks geeft het A&O Fonds Gemeenten de Personeelsmonitor Gemeenten uit. De personeelsmonitor is een onderzoek naar arbeidsmarkttrends en HR-ontwikkelingen. Door uitgebreid onderzoek te doen bij zoveel mogelijk gemeenten worden kengetallen verzameld over ziekteverzuim, personeelsopbouw, externe inhuur en opleiding. De cijfers kunnen worden gebruikt als benchmark voor het opstellen van ons eigen personeels- en organisatiebeleid. Op basis van deze Personeelsmonitor kunnen wij het volgende aangeven: Druk op de organisatie Net als voorgaande jaren staat de organisatie onder druk. Op cruciale dossiers moeten alle personele zeilen worden bijgezet om de voortgang en kwaliteit te waarborgen. Het trekt een behoorlijke wissel op onze medewerkers om binnen de huidige bezetting alle ambities en taken waar te maken. Hiernaast zijn we uiteraard het afgelopen jaar geconfronteerd met veel extra werkzaamheden als gevolg van Covid-19 en het omschakelen naar nagenoeg volledig thuiswerken. Dit heeft veel gevraagd van onze medewerkers en doet dit nog steeds. Wij hebben grote waardering voor de wijze waarop onze medewerkers hun schouders eronder hebben gezet en al deze werkzaamheden oppakken en het reguliere werk doorzetten ondanks het thuiswerken in soms lastige situaties. Krappe arbeidsmarkt Er is nog steeds sprake van krapte op de arbeidsmarkt.
De krapte komt tot uitdrukking in een constant hoog aantal vacatures, die bovendien vaak lang openstaan. Vervolgens is het gebruikelijk om bij vacatures, langdurige ziekte en projecten, inhuurkrachten in te zetten. Daarmee willen we extra druk bij medewerkers voorkomen. Ook merken we dat inhuurkrachten moeilijker te vinden zijn en de tarieven fors zijn gestegen. De grens aan inhuur hebben we dan ook bereikt. We zijn bezig om meer lange termijn interventies te doen, zoals het werven van trainees. Mobiliteit in de organisatie We zien dat het instroompercentage wel iets hoger ligt dan bij onze referentiegemeenten. We hebben stevig ingezet op onze werving. We hebben een andere website gelanceerd met eigentijdse wervingskanalen, een andere wijze van adverteren en opstellen van vacatureteksten. Daarnaast hebben we ook op andere wijze invulling gegeven aan het vervullen van vacatures. Het is voor starters soms moeilijk om aan een baan te komen. Daarom hebben wij inmiddels een poule met 8-10 trainees gevormd. Zo geven wij starters een baan en de mogelijkheid om zich breed te oriënteren op het werken binnen de gemeente. Ook hebben wij zo gemotiveerde, goed geschoolde jonge medewerkers met een frisse blik binnen onze organisatie. Trainees moeten uiteraard hun werkervaring nog opdoen, maar wij zijn erg enthousiast over de inzet en het effect van deze groep.
Het percentage doorstroom in onze organisatie is wederom hoger dan dat van andere gemeenten. Dit draagt bij aan een lagere uitstroom. Dit betekent dat we medewerkers langer aan onze organisatie weten te binden, omdat wij hen de kans bieden om hun talent te ontwikkelen en wij als werkgever gewaardeerd worden. Tevens laat dit zien dat wij gemotiveerde medewerkers hebben die zichzelf graag willen ontwikkelen. Waardering Dat wij als werkgever gewaardeerd worden, blijkt ook uit de gehouden ‘coronascans’. Gedurende 2020 hebben we diverse korte onderzoeken gehouden onder de medewerkers over het effect van Covid-19 op hun werkzaamheden, in welke mate zij in staat zijn om hun werkzaamheden te doen en hoe de inzet van ons als werkgever gewaardeerd wordt. Uit deze scans blijkt dat de inzet op alle vlakken (arbo/-faciliteiten, communicatie, verbinding, oog voor de persoonlijke situatie) erg gewaardeerd wordt. Ziekteverzuim Ons ziekteverzuim ligt 0,1% lager dan de referentiegemeenten. Tegelijk ligt de meldingsfrequentie lager (0,57 ten opzichte van 0,68) en is ons nulverzuim aanzienlijk hoger (61% ten opzichte van 54%). We zien dan ook terug dat een groot deel van ons verzuim ligt in langdurig verzuim. Dit is verzuim wat vaak niet beïnvloedbaar is en veroorzaakt wordt door ernstige ziektebeelden bij deze medewerkers.
Bezetting Aan de hand van de personeelsmonitor concluderen wij dat de organisatie in vergelijking tot andere gemeenten weinig vlees op de botten heeft. De bezetting per 1.000 inwoners in zowel personen als fte’s ligt in onze organisatie significant onder het niveau van andere gemeenten. Namelijk 7,4 ten opzichte van 8,7 en 6,2 ten opzichte van 7,7. Tegelijkertijd zijn onze uitgaven aan externe inhuur slechts 2,4% hoger. Dit betekent dat de druk op de organisatie hoog is en dat wij veel van onze medewerkers verwachten. Gezien het beperkte ziekteverzuim, mogen wij ons gelukkig prijzen met de loyaliteit, betrokkenheid, veerkracht en vitaliteit van onze medewerkers. Maar er zit een grens aan wat wij van hen kunnen en mogen verwachten. Met een dergelijke krappe bezetting kunnen niet alle werkzaamheden uitgevoerd worden. Zoals gezegd staat de ambtelijke organisatie onder druk. Door de situatie op de arbeidsmarkt is het personeelsverloop aanzienlijk en is het lastig vacatures tijdig in te vullen. Dit is voor onze medewerkers lastig. 86
Er zijn veel vacatures, wisselingen en de medewerkers moeten de ontstane gaten dichtlopen, waardoor zij voor hun gevoel in de dienstverlening achter de feiten aanlopen. Er gaat nog steeds heel veel goed, maar het maakt het voor onze betrokken en dienstverlenende collega's moeilijk om het werk voor hun gevoel goed te doen. Vaak worden inhuurkrachten ingezet om noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Dat is in financieel opzicht een kostbare oplossing. Dit was eerder al het geval en in de tarieven zien we de krapte op de arbeidsmarkt ook terug. Daarom willen we, ook al is de arbeidsmarkt lastig, de hoeveelheid inhuur verminderen. Ondanks dat de verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt nog wel enige tijd voortduurt. Het vinden van ervaren mensen met de juiste opleiding is erg lastig. Met het oog hierop hebben wij een aantal acties ingezet. Zo maken wij ons wervingsbeleid actueler en passender bij de markt. Daarnaast investeren wij in een traineeprogramma. Hierbij nemen wij een aantal trainees aan. In hun traineeperiode worden zij intern opgeleid en hebben zij de mogelijkheid om de diverse facetten binnen gemeenteland te bekijken. Na hun traineeperiode kunnen zij instromen op vacante functies. De lasten in het eerste jaar kunnen deels ten laste van de beschikbare vacatureruimte worden gedekt.
Voor dekking van het overige deel wordt voorgesteld om te werken met incidenteel budget met een revolverend karakter. De verwachting is dat de trainees in een aantal jaren door kunnen groeien naar het salaris waarvoor een bepaalde functie is begroot. In de jaren waarin nog sprake is van een lagere inschaling, wordt het “voordeel” toegevoegd aan het beschikbare budget waardoor het weer beschikbaar is voor volgende trainees. Naast de mogelijkheid van een traineeship zetten we ook in op young potentials. De starters die nog niet de gewenste ervaring hebben, maar wel de juiste competenties, maatschappelijke betrokkenheid en drive om te groeien en ontwikkelen. Dit vraagt wel om een voorinvestering. Deze mensen hebben meer begeleiding en coaching nodig en zijn hierdoor niet direct volledig arbeidsproductief. Ook vraagt het meer begeleiding door onze medewerkers of het verzorgen van extra opleiding en coaching. Toch vinden wij dit de juiste stappen om te zetten, omdat wij hiermee jong talent aantrekken die wij met de juiste begeleiding uiteindelijk als goede medewerkers behouden voor onze organisatie. Als organisatie staan we voor veel uitdagingen en worden we geconfronteerd met een flinke toename in de vraag om gemeentelijke diensten.. In combinatie met de huidige arbeidsmarkt en formatie levert dit knelpunten op.
Daarom wordt in deze begroting op enkele plekken een uitbreiding van de formatie gevraagd. De gevraagde uitbreidingen zijn in twee categorieën op te delen. Enerzijds gaat dat om beleid en anderzijds om uitvoerende werkzaamheden. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse wettelijke taken en dienstverlening. We zien een significante toename van de vraag. Als organisatie zijn we continu bezig met efficiencyslagen. Dit is echter in de praktijk niet toereikend bij een toename van de vraag om al het werk gedaan te krijgen. Een toegenomen vraag leidt tot extra inzet en hiervoor wordt formatie gevraagd. Als gevolg hiervan is in deze begroting structureel 12 fte aanvullende formatie aangevraagd (zie model 5 voor een toelichting). Voor 4,5 fte geldt dat de lasten volledig kunnen worden gedekt door verwachte extra legesopbrengsten. De resterende fte’s zijn voor ca. € 550.000 onderdeel van het saldo van deze begroting. Verder wordt er ook formatie gevraagd voor beleidsonderdelen. Het gaat hierbij onder andere om inzet op ondermijning en projecten rond maatschappelijke voorzieningen. In 2022 lossen we dit incidenteel op met een aanvraag van 2,5 fte. Het is zaak dat er daarna een prioritering op inhoud moet plaatsvinden. De organisatie zal de capaciteit en de vraagstukken in beeld brengen waarna prioritering op inhoud kan worden aangebracht.
Huisvesting De businesscase Huisvesting is met de aanpassingen als gevolg van de verwachte impact van de Coronacrisis op het werken in kantoren, eind 2020 gereed gekomen. Op de uitkomsten van de businesscase heeft de raad begin 2021 een second opinion laten uitvoeren. Mede gelet op de uitkomsten van de second opinion heeft de raad op 2 juni 2021 besloten over te gaan naar de fase van verkenning en hiervoor een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. In deze fase worden 2 scenario’s nader verkend en uitgewerkt, te weten: het voorkeursscenario van een centrale huisvesting en het scenario van huisvesting op de 2 bestaande kantoorlocaties in Lekkerkerk en Stolwijk. Naast duurzaamheid, de keuze van de locatie van de nieuwe huisvesting (mocht worden gekozen voor centrale huisvesting) en de financiële gevolgen, wordt in de verkenning ook meegenomen hoe de huisvesting zo optimaal mogelijk ten dienste kan staan van de dienstverlening, de bedrijfsvoering en goed werkgeverschap. Ook is in augustus 2021 een participatietraject gestart waarbij de inwoners via een enquête kunnen reageren op de plannen voor de nieuwe huisvesting van de gemeente. De verkenning wordt in oktober 2021 afgerond waarna de resultaten en het voorstel hoe hiermee om te gaan in het vervolgtraject, eind 2021 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.
Wat geldt voor de kantoorhuisvesting geldt in grote lijnen ook voor de huisvesting van de afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR). Voor BOR is de businesscase in 2021 afgerond en is vervolgens een verdere verkenning van het voorkeursscenario in gang gezet. Ook voor BOR (nu gehuisvest op 4 locaties) heeft een centrale huisvesting de voorkeur. De resultaten van de verkenning van de huisvesting van BOR worden ook eind 2021 voorgelegd aan de raad.
87
Verder zijn we als organisatie bezig om het anders werken, waar we sinds de coronacrisis mee bezig zijn, te verankeren in de organisatie. Als organisatie zorgen we ervoor dat onze medewerkers zoveel als mogelijk in staat zijn om hybride te werken. We voorzien in ICT-middelen en een arbotechnisch verantwoorde thuiswerkplek. Daarnaast gaat het hier om vaardigheden die steeds meer zijn beslag moeten krijgen in de organisatie. Vaardigheden op het gebied van hybride werken en vergaderen, maar ook hoe je nu samenwerkt met elkaar en welke afspraken je daarover onderling kan maken. Als werkgever hebben we ook een zorgplicht en besteden we veel aandacht aan vitaliteit en werkgeluk. Hiermee willen we uitval zoveel mogelijk voorkomen en de betrokkenheid van onze medewerkers bij de organisatie hoog houden. Informatie & Automatisering (I&A) Conform het in 2020 vastgestelde informatiebeleid wordt het komende jaar verder geïnvesteerd in cruciale onderdelen voor de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering. Om de steeds toenemende bedreigingen op het gebied van informatiebeveiliging het hoofd te bieden, wordt verder geïnvesteerd in maatregelen op dit gebied, zoals een jaarlijkse penetratietest, bewustwording bij medewerkers en beveiliging van ons platform op een hoog niveau.
Op het gebied van dienstverlening wordt verder geïnvesteerd in zaakgericht en kaartgericht werken waarbij de mogelijkheden worden verbeterd om van geo-informatie gebruik te kunnen maken. De komst van de Omgevingswet leidt tot aanpassingen zoals de inrichting van een op de Omgevingswet ontwikkelde applicatie en de aansluiting op het digitaal stelsel Omgevingswet. In de doorontwikkeling naar een datagestuurde organisatie vinden de eerste pilots plaats op het gebied van het zinvol gebruiken en combineren van beschikbare gegevens. Rechtmatigheidsverantwoording In de toekomst legt het College van B&W rechtstreeks verantwoording af over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant controleert vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid. De accountant kijkt dus of hetgeen het College meldt in de rechtmatigheidsverantwoording, juist en volledig is. Al enige tijd bestaat er onzekerheid over het exacte moment van invoering van de rechtmatigheidsverantwoording voor gemeenten. In het voorjaar van 2021 is bekend geworden dat het Ministerie van BZK voornemens is om de invoering met minimaal één jaar uit te stellen. De gemeente Krimpenerwaard gaat verslagjaar 2021 gebruiken om proef te draaien met de rechtmatigheidsverantwoording.
Naar verwachting zullen we voor het verslagjaar 2022 voor de eerste keer een rechtmatigheidsverantwoording op moeten nemen in de jaarrekening. Ook dit laatste is vanzelfsprekend onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring.
88
F. Verbonden partijen Verbonden partijen waarbij de gemeente Krimpenerwaard is aangesloten Gemeenschappelijke regelingen 1 Gemeenschappelijke Regeling regio Midden-Holland 2 Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG) 3 Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) 4 Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden 5 Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW) 6 Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW) 7 Groenalliantie 8 Streekarchief Midden Holland 9 Werkvoorzieningschap Promen Vennootschappen en Stichtingen. 1 Cyclus NV 2 Oasen 3 Stedin NV 4 Bank Nederlandse Gemeenten 5 Veerdienst Schoonhoven 6 Waterbos Bergambacht BV
1. Algemeen / 2. Waarom verbonden partijen De gemeenten in Nederland hebben veel taken en verantwoordelijkheden op uiteenlopende terreinen die zij als lokale overheid dienen uit te voeren. Zo ook de gemeente Krimpenerwaard. Voor de uitvoering van deze taken heeft de gemeente de keuze uit drie mogelijkheden: 1. de uitvoering van de taak wordt door de gemeente zelf opgepakt; 2. de uitvoering van de taak wordt door de gemeente uitbesteed aan een organisatie of bedrijf, die geheel los staat van de gemeente; 3. de uitvoering van de taak wordt door de gemeente onder gebracht bij een organisatie waarvan de gemeente bestuurlijk deel uitmaakt en waarmee een (financiële) verbintenis wordt aangegaan: de verbonden partij. Het zelf uitvoeren van de taken dan wel opdracht verstrekken aan een los van de gemeente staande organisatie en bedrijf gebeurt vaak bij uitvoerende taken waarbij de gemeente als opdrachtgever opereert. Deze constructie wordt van oudsher veel toegepast en behoeft daarom geen nadere toelichting. Wanneer het gaat om een (uitvoerings)taak onder te brengen bij een verbonden partij staan er voor de gemeenten meerdere keuzes tot haar beschikking. Er bestaat immers een grote variatie in de vormen van samenwerkingsverbanden binnen gemeenten waarbij ook de gebruikte terminologie nogal van elkaar verschilt.
Zo wordt er gesproken over samenwerkingsverbanden, gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. Om te komen tot een eenduidige terminologie voor samenwerkingsverbanden wordt veelal uitgegaan van de terminologie die wordt gebruikt in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Dit besluit gaat uit van de term verbonden partij en geeft daaraan de volgende definitie: “Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”. Met andere woorden: er is sprake van een verbonden partij als een gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft in een derde rechtspersoon. Bij bestuurlijk belang gaat het om het hebben van zeggenschap van de gemeente in de derde partij. Dit kan omdat de gemeente: • zitting heeft in het dagelijks- of algemeen bestuur. • aandelen bezit en daarom stemrecht heeft.
De gemeente Krimpenerwaard volgt deze definitie waarbij de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het wettelijk kader vormt. Verbonden partijen kunnen nog worden onderscheiden in de op het publiekrecht gebaseerde 89
Gemeenschappelijke regelingen en het bezit van aandelen van bedrijven die zijn gebonden aan het privaatrecht, de zogeheten vennootschappen. 3. Belang voor de raad De gemeenteraad heeft een kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende verantwoordelijkheid binnen het gemeentebestuur. Deze verantwoordelijkheid geldt ook ten aanzien van het toezicht op en de beheersing van verbonden partijen. Wanneer het toezicht op de verbonden partijen niet optimaal verloopt, loopt de gemeente een vergroot risico om geconfronteerd te worden met het niet realiseren van beoogde (beleids)doelstellingen en financiële nadelen, maar ook (politieke) imagoschade door activiteiten van de verbonden partijen. Hoewel niet alles kan worden voorkomen, is het van belang om voldoende checks & balances in te bouwen voor de beheersing. Omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de aansturing van de verbonden partijen, de controle daarop en de financiële consequenties voor de eigen organisatie, is inzicht in de verbonden partijen vanuit de raad van belang. Een ander belang van de raad is de noodzaak dat inzicht bestaat in de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. De gemeente is immers verplicht bij te dragen aan de exploitatietekorten die mogelijk ontstaan bij de gemeenschappelijke regelingen.
Bij de aanbieding van de rekening en begrotingen van de diverse verbonden partijen wordt daarom ook een factsheet gevoegd. Deze factsheets vergroten het inzicht in de (financiële) gang van zaken bij de verbonden partijen. Een onderdeel van de informatievoorziening per verbonden partij is voorts dat een verbinding is gelegd met de programma’s in de begroting. Sinds kort worden de verbonden partijen periodiek specifiek besproken in de auditcommissie. Hieronder volgt een overzicht van de Gemeenschappelijke Regelingen waarvan de gemeente Krimpenerwaard deel uitmaakt en een overzicht van de Vennootschappen waarvan de gemeente Krimpenerwaard aandeelhouder is. 4. Een uitgebreidere omschrijving van de verbonden partijen waarbij de gemeente Krimpenerwaard is aangesloten In onderstaand overzicht zijn de verbonden partijen opgenomen waarbij de gemeente Krimpenerwaard is aangesloten. Allereerst volgt een overzicht van de verbonden partijen op publiekrechtelijke basis, de zogenaamde Gemeenschappelijke regelingen met vermelding van de bestuurlijke inbreng, het aantal deelnemende gemeenten en de financiële bijdrage van de gemeente Krimpenerwaard aan die Gemeenschappelijke regeling. In het tweede overzicht zijn de verbonden partijen benoemd die het privaatrecht als basis hebben, de zogenaamde Vennootschappen en Stichtingen.
Bij deze verbonden partijen wordt in het overzicht aangegeven waarop het bedrijf zich richt, het aantal aandelen dat de gemeente Krimpenerwaard bezit in het bedrijf en tenslotte de nominale waarde per aandeel. Verbonden partijen op publiekrechtelijke gronden Naam regeling Regio Midden-Holland
Bestuurlijke inbreng (peildatum per 1 september 2021) 1 zetel algemeen bestuur
Aantal
Bijdrage 2022
deelnemers
Krimpenerwaard*
5
99
19
3.569
7
2.028
19
3.464
1 zetel dagelijks bestuur Regionale Dienst Openbare Gezondheid Hollands 1 zetel algemeen bestuur Midden (RDOG) 1 zetel dagelijks bestuur Omgevingsdienst Midden Holland (ODHM)
2 zetels algemeen bestuur 1 zetel dagelijks bestuur
Veiligheidsregio Hollands Midden
1 zetel algemeen bestuur 1 zetel dagelijks bestuur
Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW)
1 zetel algemeen bestuur
14
630
Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW)
1 zetel bestuur
2
1.460
Groenalliantie
2 zetels algemeen bestuur
5
415
1 zetel dagelijks bestuur Streekarchief Midden Holland
2 zetels algemeen bestuur
6
359
Werkvoorzieningsschap Promen
1 zetel algemeen bestuur
7
3.114
1 zetel dagelijks bestuur * bedragen x € 1.000
90
Verbonden partijen op privaatrechtelijke gronden Naam Vennootschap
Corebusiness
Cyclus NV
inzameling en verwerking huishoudelijk afval en beheer openbare ruimte
Oasen NV
drinkwaterproductie en levering
Stedin
aanleg, beheer en onderhoud gas- en elektriciteitsnetten en transport
Bank Nederlandse gemeenten
financiële dienstverlening
Veerdienst Schoonhoven BV
exploitatie veerdienst
Waterbos Bergambacht BV
exploiteren zwembad Bergambacht
Aantal
Nominale
aandelen
waarde
Krimpenerwaard
per aandeel
63.687
€
56
€
455
32.641
€
100
50.700
€
2,50
1.390
€
1.000
1
€
9.076
7
5. Financiële risico’s voor de gemeente De afgelopen jaren is een tendens waarneembaar dat verbonden partijen in aantal toenemen maar ook een steeds groter deel uitmaken van de begroting van de gemeente. Daarmee nemen ook de risico’s voor de gemeente toe. De financiële risico’s van de Gemeenschappelijke regelingen hebben geen beperking. Bij een faillissement worden de deelnemers van de Gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel aangeslagen voor eventueel resterende schulden na verkoop van de bezittingen. De financiële risico’s van de vennootschappen zijn beperkt tot het aandelenbezit van de gemeente. Bij een faillissement van een vennootschap daalt de waarde van dit bezit tot nihil. Gezien de aard van de werkzaamheden van de verbonden partijen is de kans op een faillissement van zowel de vennootschappen als de gemeenschappelijke regelingen overigens zeer klein. Echter uitgesloten is het niet. Het is daarom belangrijk dat de raad inzicht heeft en blijft houden in de verbonden partijen waarbij de gemeente Krimpenerwaard is aangesloten. Daarvoor kunnen twee redenen worden genoemd: • De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen uit de programma’s, ook als de taak is belegd bij een verbonden partij. De doelstellingen van de verbonden partijen dienen dus blijvend overeen te stemmen met die van de gemeente.
Controle op de realisatie van deze doelstellingen blijft dus altijd een vereiste. • De budgettaire consequenties ten behoeve van de verbonden partijen dienen geautoriseerd te worden, waarbij tevens aandacht dient te zijn voor de financiële risico’s in dat verband. De financiële risico’s van de verbonden partijen kennen geen beperking. Dit betekent dat de deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijke regeling volgens de verdeelsleutel worden aangeslagen voor de financiële gevolgen. Ter afdekking van de eventuele risico’s wordt binnen de verschillende Gemeenschappelijke regelingen altijd een weerstandsvermogen aangehouden. Is dat weerstandvermogen niet voldoende dan zijn de deelnemende gemeenten uiteindelijk verantwoordelijk om de ontstane tekorten aan te vullen. Bij de deelnemingen in vennootschappen en stichtingen is het risico voor de gemeente beperkt tot de nominale waarde van het aandelenkapitaal. Voor het merendeel van de verbonden partijen gelden lage tot geen risico’s voor de gemeente. Voor Stedin geldt dat vanwege alle investeringen in het energienet en de energietransitie de Stedin Groep de komende jaren tussen de € 750 miljoen en € 1 miljard extra eigen vermogen nodig heeft. Inmiddels is door de aandeelhouders, waaronder ook de gemeente Krimpenerwaard, besloten extra geld beschikbaar te stellen in de vorm van preferente aandelen.
De gemeente Krimpenerwaard heeft 4510 cumulatief preferente aandelen aangekocht.
91
G. Grondbeleid Inleiding Deze paragraaf omvat de volgens de BBV verplichte toelichting op de verwachte ontwikkelingen in het te voeren grondbeleid, in het bijzonder de ontwikkelingen rondom de actieve grondexploitaties. 1. Samenvatting De parameters en de ramingen van de nog te verwachten inkomsten en uitgaven in de complexen van de actieve grondexploitaties zijn in het kader van de begroting 2022 geactualiseerd. De winstprognose blijft ten opzichte van de jaarrekening 2020 ongewijzigd. Per saldo stijgt de risicowaardering ten opzichte van de jaarrekening 2020 en daarmee de afdekking in het weerstandvermogen, met 117 %. Oorzaak is de vaststelling van de grondexploitatie voor het complex Hoflaan in Stolwijk in juni 2021. De risico-inventarisatie van dit complex is voor het eerst meegenomen in de totale risicowaardering en zorgt voor deze stijging. Het complex Tiendhoek II is klaar en wordt in 2021 afgesloten. Het resterende positieve saldo van dit complex wordt toegevoegd aan de Algemene reserve grondzaken. 2. Beleidskaders De nota Grondbeleid die in oktober 2017 door de raad is vastgesteld, omvat het beleidskader (bestaande uit onder andere 22 beleidsregels) voor het te voeren grondbeleid bij maatschappelijke opgaven. Voor de inhoud van het gemeentelijk grondbeleid verwijzen wij kortheidshalve naar de nota. 3.
Verwachte ontwikkelingen 3.1 Macro-economische ontwikkelingen De Coronacrisis blijkt weinig invloed te hebben gehad op de vraag naar woningen. Deze vraag bleef sinds het uitbreken van de crisis in 2020 groot en de verwachting is dat dit de komende jaren weinig zal veranderen. Dit laatste omdat nog steeds sprake is van een tekort aan woningen en de vooruitzichten van de rente- en inflatieontwikkeling voor de woningmarkt gunstig blijven. 3.2 Ontwikkelingen woningmarkt De macro-economische ontwikkelingen worden lokaal zichtbaar in een toename van het aantal bouwinitiatieven en de interesse van ontwikkelende partijen in grondposities in de Krimpenerwaard. Dit laatste tegen de achtergrond van meerdere maatschappelijke ontwikkelingen die ook landelijk een rol spelen zoals de vraag naar woningen en de energietransitie. Daarnaast spelen hierbij lokale ontwikkelingen een rol. Voorbeelden zijn de transformatie van binnenstedelijke bedrijfsterreinen naar woningbouw, de ruimtebehoefte voor nieuwe bedrijfsterreinontwikkeling, de natuurontwikkeling en de schaalvergroting in de landbouw, het vrijkomen van agrarische complexen en de herontwikkeling van maatschappelijk vastgoed. De Omgevingsvisie die in 2021 is vastgesteld omvat het ruimtelijk speelveld dat zich vooral richt op meer flexibiliteit bij het inspelen op ontwikkelingen.