Begroting 2022-2025
Tekst van het document
Uitvoering geven aan het cultuurbeleid en het uitvoeringsprogramma cultuur. Met de visie op de bibliotheek is een start gemaakt. Ook wordt cultuur meer ingezet om de toeristische identiteit van de Krimpenerwaard te versterken, zoals een VVV-punt in het Zilvermuseum. Daarnaast is gestart met het versterken van het culturele netwerk tussen de grotere en kleinere culturele instelling.
& 88.000 structureel
Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Groenalliantie - Waterbos Bergambacht BV Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van.
510 Sportbeleid en activering 520 Sportaccommodaties
Werkelijk
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
-653
-716
-636
-606
-606
-606
-3.953
-4.724
-3.683
-3.575
-3.620
-3.968
530 Cult.pres-prod. en -participatie
-449
-625
-585
-568
-568
-568
540 Musea
-320
-333
-380
-380
-372
-182
550 Cultureel erfgoed
-285
-562
-189
-189
-189
-189
560 Media
-1.278
-1.288
-1.260
-1.260
-1.245
-1.245
570 Op. groen en (openlucht)recr.
-3.861
-4.918
-3.841
-3.792
-3.774
-3.753
Totaal Lasten
-10.800
-13.167
-10.573
-10.370
-10.373
-10.510
45
30
30
-
-
-
1.311
988
874
874
874
874
530 Cult.pres-prod. en -participatie
61
102
35
27
27
27
540 Musea
34
174
14
14
14
14
550 Cultureel erfgoed
511
120
121
121
163
163
560 Media
708
605
205
205
205
205
510 Sportbeleid en activering 520 Sportaccommodaties
Totaal Baten
2.670
2.018
1.278
1.240
1.283
1.283
Saldo van baten en lasten
-8.130
-11.149
-9.295
-9.129
-9.091
-9.227
Storting in reserves
-1.409
-1.092
-579
-579
-579
-579
Onttrekking aan reserves
1.942
3.893
997
841
869
736
Mutaties reserves
533
2.800
418
261
289
156
Geraamd resultaat
-7.598
-8.349
-8.877
-8.868
-8.802
-9.071
Bedragen x €1.000
-/- is nadeel/lasten
Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.
37
6. Sociaal domein
Dit programma richt zich op de vraagstukken over welzijn, welbevinden van en (inkomens-) ondersteuning aan inwoners. We versterken de zelfredzaamheid en onderlinge verbondenheid van inwoners en bieden een vangnet waar nodig. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van de transformatieopgave (van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’). Ontwikkelingen De ‘transformatie-opgave’ van de decentralisaties (Jeugdwet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning en Participatiewet) gaat hand in hand met financiële zorgen. We zien de omvang van de zorgkosten steeds verder oplopen. De door het Rijk opgelegde kortingen bij de decentralisaties voorzien niet in de toenemende zorgvragen, evenmin in de toenemende complexiteit ervan. Volgens de Arbitragecommissie lijken de kosten voor de jeugdzorg het hoogste punt te hebben bereikt. Onduidelijk is wat de invoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet financieel gaat betekenen. Deze wijziging moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten en een betere aansluiting met preventie. Daarom wordt de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige zijn woonadres heeft. De kosten voor de WMO lopen op: een toename in de vraag naar huishoudelijke hulp (mede onder invloed van het abonnementstarief WMO) en de vraag naar uitgestelde zorg wordt zichtbaar.
De effecten van Covid 19 op het zorggebruik, zowel de intensiteit van zorg als de kosten, laten zich echter lastig inschatten, mede in het licht gezien van de ingezette autonome stijging. De korte termijn sturingsmogelijkheden op (zorg)kosten zijn, vanwege de hoge mate van “systeemcomplexiteit”, beperkt. De gedachte dat er “knoppen zijn waaraan we kunnen draaien” waarmee we de effecten kunnen beïnvloeden gaat vooral over het in gang zetten van een beweging, waarvan de effecten op langere termijn duidelijk worden. Het ingang zetten van de gewenste beweging doen we samen met onze (zorg)partners, op lokaal en regionaal niveau èn binnen ons eigen Loket Samenleving & Zorg. Monitoring op basis van data wordt hierbij steeds belangrijker.
38
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
1.1 Behoefte aan maatwerk / Eénduidige doelgroepen bestaan niet meer Iedereen kan en mag meedoen. Iedereen krijgt de ondersteuning die hij of zij nodig heeft. Daarbij zetten wij nog meer in op verbinding. We versterken de preventie en vroegsignalering en hebben daarbij oog voor kwetsbaarheid. Tevens willen wij bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners. ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
39
Meer inwoners participeren naar vermogen in de samenleving
Effectievere ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben.
In 2022 scoren inwoners op tenminste 3 van de 6 indicatoren voor individueel welzijn 5% hoger dan in 2015
In 2022 heeft tenminste 25% van het aantal mensen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt (P1/P2, meetmoment september 2018) een zinvolle dagbesteding
In 2022 scoren inwoners op de 4 indicatoren over de kwaliteit van dienstverlening uit het cliënt -ervaringsonderzoek Wmo in % (helemaal) eens op of rond 80%.
Score op individueel welzijn Bron: WSJG - Burgerpeiling Nulmeting: 2015 Sociaal economische status 6,68 Eigen kracht 8,42 Gezondheid Maatschappelijke inzet 4,56 Sociale relaties 7,92 Sociaal vangnet 6,92
Percentage mensen dat een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft met een zinvolle dagbesteding Bron: Eigen data Nulmeting: 2019 - 0%
Score op de 4 indicatoren over de kwaliteit van dienstverlening uit het cliëntervarings-onderzoek Wmo in % (helemaal) eens Bron: WSJG – Cliëntervaringsonderzoek Nulmeting: 2018 Kwaliteit ondersteuning is goed: 80% Samen naar oplossingen gezocht: 72% Ondersteuning past bij mijn hulpvraag: 79% Met ondersteuning kan ik beter de dingen doen 73%
Er wordt verder uitvoering gegeven aan het Uitvoeringsprogramma gezondheid en de in 2021 vastgestelde Maatschappelijke Agenda.
Er wordt uitvoering gegeven aan de in 2021 vastgestelde Maatschappelijke Agenda.
Het preventieteam biedt (innovatief) laagdrempe-lig collectief aanbod voor inwoners met een lichte hulp- of ondersteuningsvraag.
Geen additionele kosten
Geen additionele kosten
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
2.2 Effecten op voorzieningen en zorg Wij zetten meer in op een inclusieve samenleving.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
40
Betere fysieke toegankelijkheid openbare ruimte, voorzieningen en winkels voor mensen met een beperking
Nieuwe ontwikkelingen en reconstructies in de openbare ruimte worden 100% toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking
Het percentage nieuwe ontwikkelingen en reconstructies in de openbare ruimte dat toegankelijk is voor mensen met een beperking Bron: Eigen data Nulmeting: Vanaf 2019 wordt bij elke reconstructie (cyclus 20 jaar = 5% per jaar) de openbare ruimte 100% toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking. Bij meldingen wordt dit eerder opgelost. In begroting opgenomen in going concern, is standaard onderdeel van planvorming.
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
13. Opvang statushouders Wij zetten in op een passende opvang van asielzoekers en statushouders in onze gemeente.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
41
Succesvoller integreren van statushouders die 2 jaar in onze gemeente wonen
In 2022 scoort 80% van de statushouders die 2 jaar in onze gemeente woont minimaal 4 op de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) statushouders
Het percentage statushouders dat 2 jaar in de Krimpenerwaard woont en minimaal 4 scoort op de zelfredzaamheidsmatrix Bron: Eigen data Nulmeting: 2018 - 76% Tussentijdse meting: 2019 - 76% Implementatie van de nieuwe Wet Inburgering (treedt per 1 januari 2022 in werking).
Geen additionele kosten
Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Werkvoorzieningschap Promen - Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG) Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van.
610 Samenkracht/ burgerparticipatie 620 Wijkteams
Werkelijk
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
-4.983
-5.990
Meerjarenraming 2023
-5.648
2024
-5.630
2025
-5.622
-5.621
-630
-474
-695
-610
-540
-540
630 Inkomensregelingen
-18.911
-13.933
-14.328
-14.328
-14.328
-14.328
640 Begeleide participatie
-4.803
-4.076
-4.239
-4.068
-3.933
-3.776
-812
-1.292
-1.114
-964
-964
-964
-2.250
-2.139
-2.464
-2.464
-2.464
-2.464
650 Arbeidsparticipatie 660 Maatwerkvoorzieningen (Wmo) 671 Maatwerkdienstverlening 18+
-9.149
-9.095
-10.880
-10.881
-10.880
-10.880
672 Maatwerkdienstverlening 18-
-10.250
-11.001
-11.315
-11.342
-11.342
-11.342
681 Geescaleerde zorg 18+
-266
-352
-475
-425
-375
-375
682 Geescaleerde zorg 18-
-6.578
-7.730
-6.019
-5.845
-5.890
-5.890
Totaal Lasten
-58.632
-56.082
-57.177
-56.558
-56.338
-56.180
602
500
568
568
568
568
610 Samenkracht/ burgerparticipatie 630 Inkomensregelingen
15.013
10.125
10.125
10.125
10.125
10.125
660 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
13
14
14
14
14
14
671 Maatwerkdienstverlening 18+
1.171
1.188
1.281
1.281
1.281
1.281
681 Geescaleerde zorg 18+
-
1.020
-
-
-
-
Totaal Baten
16.799
12.847
11.988
11.988
11.988
11.988
Saldo van baten en lasten
-41.833
-43.235
-45.190
-44.570
-44.351
-44.193
Storting in reserves
-142
-1.170
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
739
1.660
642
124
4
4
Mutaties reserves
597
490
642
124
4
4
Geraamd resultaat
-41.236
-42.745
-44.548
-44.446
-44.346
-44.188
Bedragen x €1.000
-/- is nadeel/lasten
Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.
42
7. Volksgezondheid en milieu
Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard aan het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van taken op het gebied van volksgezondheid, milieu, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en dierenwelzijn. Ontwikkelingen Door klimaatverandering en de teruglopende biodiversiteit komt duurzaamheid en daarmee de voorziening in de primaire levensbehoeften van de komende generaties in gevaar. Als gevolg daarvan zal het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving de politieke agenda de komende jaren beheersen. Steeds meer krijgt daarmee ook de gemeente te maken met het uitvoeren van taken op het gebied van volksgezondheid, milieu, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en dierenwelzijn. Voor landbouw en landgebruik speelt in het bijzonder de aanpak voor Stikstof-depositie en CO2-emissie. Bodemdaling in veenweidegebieden is een belangrijk aandachtspunt waar veel milieuwinst valt te behalen met het terugdringen van CO2-emissie. Een toekomstbestendig buitengebied is daarvan een onderdeel. De Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen) zijn 17 doelen "om van de wereld een betere plek te maken in 2030".
We richten de monitoring hierbij op duurzaamheid door in onze P&C cyclus aan te sluiten bij de volgende vier SDG’s: 1. Betaalbare en duurzame energie 2. Verantwoorde consumptie en productie (circulaire economie) 3. Klimaatactie (CO2 uitstoot, klimaatadaptatie en bodemdaling) 4. Leven op land (biodiversiteit) Het instrumentarium van de Sustainable Development Goals biedt echter onvoldoende mogelijkheden om de monitoring goed uit te kunnen voeren. We hebben daarom een eigen CO2 monitor (o.b.v. de klimaatmonitor van Rijkswaterstaat) opgezet. Ook monitoren we de komende jaren zelf de opwek van hernieuwbare energie.
43
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
1.1 Behoefte aan maatwerk / Eénduidige doelgroepen bestaan niet meer Iedereen kan en mag meedoen. Iedereen krijgt de ondersteuning die hij of zij nodig heeft. Daarbij zetten wij nog meer in op verbinding. We versterken de preventie en vroegsignalering en hebben daarbij oog voor kwetsbaarheid. Tevens willen wij bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
Meer fysiek en mentaal gezonde inwoners
1. In 2022 is de score op de 4 indicatoren van gezonde leefstijl met 5% verbeterd t.o.v. 2016 2. In 2022 is de score op de 5 indicatoren van psychische gezondheid met 1% punt verbeterd t.o.v. 2016 1. Score op 4 indicatoren van gezonde leefstijl Bron: GGD Gezondheidsmonitor, Leefstijl Nulmeting: 2016 Beweegt voldoende 19 jaar en ouder: 61% Roken 19-64 jaar: 20% Overgewicht 19-64 jaar: 50% Overmatig drinken 19-64 jaar: 7% 2. Score op de 5 indicatoren van psychische gezondheid Bron: GGD Gezondheidsmonitor, Gezondheid Nulmeting: 2016 Ervaart veel stress 19-64 jaar: 17% Hoog risico op angststoornis/ depressie 19-64 jaar: 8% Hoog risico op angststoornis/ depressie 65+: 5% Aan suïcide gedacht 19-64 jaar: 7% Aan suïcide gedacht 65+: 4%
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
44
Uitvoeren van de nota gezondheid waar genoemde doelen onderdeel van zijn. Extra aandacht gaat hierbij uit naar mentaal welbevinden.
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
4.1 Bodemdaling, waterveiligheid en adaptatie Krimpenerwaard moet klimaatbestendig worden en wil een bijdrage leveren aan de mondiale opgave. Wij leggen daarbij de nadruk op het tegengaan van bodemdaling, beperken van wateroverlast en hittestress.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
Minder bodemdaling
Beter klimaat adaptieve kernen
In 2022 is 400 hectare buitengebied voorzien van maatregelen tegen bodemdaling. Daarnaast is er een vastgesteld, gemeente dekkend, plan voor tegengaan van bodemdaling in het buitengebied van Krimpenerwaard
Nieuwe ontwikkelingen en reconstructies in de openbare ruimte worden 100% klimaat adaptief ingevuld. 'Het gaat over nog niet opgestarte projecten'
Aantal hectares buitengebied waar bodemdalingremmende maatregelen zijn getroffen Bron: Eigen data Nulmeting: 2019 - 0 hectare met bodemdalingremmende maatregelen en geen gemeente dekkend plan tegengaan bodemdaling buitengebied Krimpenerwaard
Percentage reconstructies en nieuwe ontwikkelingen (na vaststelling beleid) waar klimaat adaptieve inrichting expliciet onderdeel van uitmaakt Bron: Eigen data Nulmeting: 2018 - 0%
1.
1.
Herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte zijn zoveel mogelijk klimaatadaptief.
2.
Het project meer bomen in de kernen wordt uitgevoerd.
2.
KOSTEN
45
In 2022 starten minimaal 2 gebiedsprocessen in deelgebieden/polders om te komen tot bodemdaling remmende maatregelen en minder uitstoot van CO2 in het buitengebied. De proeftuin adaptieve landbouw wordt in 2022 afgerond.
& 100.000 incidenteel
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
5.1 Energietransitie Wij willen een bijdrage leveren aan de energietransitie en streven de volgende doelen na. - In 2021 is de CO2-uitstoot van de samenleving van Krimpenerwaard met tenminste 5% afgenomen ten opzichte van 2015, met het doel daarna de versnelling op gang te brengen; - Wij gaan voor 50% lagere CO2 uitstoot in 2030 voor de gemeentelijke organisatie en laten onderzoeken hoe dit het best kan worden gerealiseerd; - In 2021 is de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie in de gemeente Krimpenerwaard toegenomen met tenminste 0,02 PetaJoule. Op basis van de huidige technieken betekent dit ongeveer 1875 huishoudens (dit is ongeveer 8% van de huishoudens), waarvoor een zonneveld nodig is van 5 hectare. We willen hierbij waar mogelijk gebruik maken van de nieuwste technieken, met zo min mogelijk aantasting van het landelijk karakter van Krimpenerwaard; - Wij staan geen gasboringen binnen Krimpenerwaard toe.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
Minder CO2 uitstoot
In 2022 is de CO2 uitstoot van de samenleving van Krimpenerwaard met tenminste 15% afgenomen ten opzichte van 2015
In 2022 is de CO2 uitstoot voor gemeentekantoren, gemeentewerven en sporthallen 20% lager dan in 2018. Dit hebben we gerealiseerd of in besluitvorming vastgelegd
In 2022 is de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie in de gemeente Krimpenerwaard toegenomen met tenminste 0,02 Petajoule t.o.v. 2018
In 2050 is Krimpenerwaard aardgasvrij
CO2 uitstoot in Krimpenerwaard Bron: Klimaatmonitor Nulmeting: 2015 553.008 ton/jaar 478.181 ton/jaar (gecontroleerd op weersinvloeden)
Percentage CO2 uitstoot van gemeentekantoren, gemeentewerven en sporthallen Bron: Onderzoek duurzaam gebouw Nulmeting: 2018 – 100%
Toegenomen hoeveelheid duurzaam opgewekte energie Bron: Klimaatmonitor Nulmeting: 2018 – 205 TJ Zon op eigen dak, jaarlijkse energieproductie 5,8 GWh Bron: eigen meting
Aardgasvrij maken van woningen Bron: Transitievisie Warmte Nulmeting: 2019 0% woningen aardgasvrij; geen Transitievisie Warmte Gasverbruik: woningen (temp.correctie) 32,2 mln m3. bedrijven (excl. SBI D) 13,2 mln m3.
CO2-uitstoot beperken door
Inspanningen vloeien voort uit de besluitvorming over de werven en gemeentekantoren
Het smartdoel is gerealiseerd
Inzetten op energiebesparende maatregelen, waaronder isolatievisie
uitvoering gebiedsprocessen. Opstellen van uitvoeringsplannen voor de energietransitie gericht op vermindering van CO2-uitstoot
46
Meer duurzame energie
KOSTEN
47
& 160.000 incidenteel
Geen additionele kosten
Geen additionele kosten
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten 5.2 Circulaire economie AMBITIE
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
48
Wij hebben als doel dat afval van de één, grondstof voor de ander wordt. In 2021 is de afvalscheiding van het huishoudelijk afval in de gemeente Krimpenerwaard minimaal 80%.
Meer afvalscheiding
Meer hergebruik grondstoffen door ketenvorming
In 2022 is de afvalscheiding van huishoudens 80%
In 2022 hebben we minimaal 8 bedrijven die samenwerken waarbij het afval van de één wordt ingenomen als grondstof voor de ander
Percentage afvalscheiding van totaal huishoudelijk afval Bron: Factsheet Cyclus Nulmeting: 2018 - 75%
Aantal publiek - private convenanten Symbiose Circulaire Economie Bron: Eigen data Nulmeting: 2018 - 0
Realisatie van een goed toegankelijke milieustraat voor alle inwoners van gemeente Krimpenerwaard
Vanwege prioritering van andere afvalzaken starten we voor dit doel geen extra inspanningen in 2022.
Geen additionele kosten
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
15. Biodiversiteit en dierenwelzijn Wij willen een bijdrage leveren aan het behoud, of zelfs verbeteren van de biodiversiteit in Krimpenerwaard. We zoeken hierbij de samenwerking met diverse partijen, zoals de agrariërs en de natuurbeheerders in Krimpenerwaard. Wij maken ons sterk om het welzijn van de dieren in Krimpenerwaard te bevorderen en actualiseren hiertoe de dierenwelzijnsnota.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
49
Meer biodiversiteit
Meer aandacht voor dierenwelzijn
Tot 2022 wordt in 5 kleinschalige pilots de openbare ruimte zodanig beheerd/ingericht dat de ontwikkeling van de biodiversiteit wordt gestimuleerd
-
Pilots gericht op biodiversiteit uitvoeren Bron: Eigen data Nulmeting: 2019 - 0
Meer aandacht voor dierenwelzijn Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling
Biodiversiteit wordt geïntegreerd in beheer en is onderdeel van herinrichtingsprojecten
De prioriteit is gesteld op uitvoering van wettelijke taken.
Geen additionele kosten
Geen additionele kosten
Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. .Verbonden Partijen - Cyclus NV - Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) - Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG) - Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW) Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van. Werkelijk
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
710 Volksgezondheid
-2.493
-2.801
-2.757
-2.741
-2.741
-2.741
720 Riolering
-4.885
-4.659
-4.749
-5.011
-5.278
-5.372
730 Afval
-5.871
-5.829
-6.373
-6.436
-6.429
-6.425
740 Milieubeheer
-2.391
-2.861
-2.849
-2.728
-2.628
-2.628
750 Begraafplaatsen en crematoria
-1.622
-1.431
-1.359
-1.328
-1.313
-1.311
Totaal Lasten
-17.261
-17.582
-18.088
-18.244
-18.389
-18.477
710 Volksgezondheid
55
54
54
54
54
54
720 Riolering
5.918
5.919
6.088
6.344
6.636
6.732
730 Afval
6.752
6.767
7.329
7.329
7.329
7.329
740 Milieubeheer
-
10
10
10
10
10
750 Begraafplaatsen en crematoria
1.154
1.012
1.017
1.017
1.017
1.017
Totaal Baten
13.879
13.762
14.499
14.754
15.046
15.141
Saldo van baten en lasten
-3.382
-3.820
-3.589
-3.490
-3.343
-3.336
Storting in reserves
-307
-255
-255
-255
-255
-255
Onttrekking aan reserves
479
784
661
418
315
312
Mutaties reserves
172
530
405
163
60
57
Geraamd resultaat
-3.210
-3.290
-3.184
-3.327
-3.282
-3.279
Bedragen x €1.000
-/- is nadeel/lasten
Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.
50
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Dit programma richt zich op ontwikkeling en behoud van een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving. In dit programma zijn middelen opgenomen voor advisering op het gebied van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving, het uitvoeren van projecten en voeren van grondexploitaties, het faciliteren van ontwikkelingen van inwoners en ondernemers, het begeleiden van bestemmingsplannen en het afgeven van en toetsen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. Door de introductie van de Omgevingswet veranderen veel van de bestaande instrumenten en werkwijzen. Ontwikkelingen Om te komen tot minder regels, kortere procedures en meer ruimte voor initiatieven treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Deze wet kent andere beleidsinstrumenten (zoals omgevingsvisie en omgevingsplan) en vraagt om een nieuwe werkwijze en nieuwe procedures (intaketafel, omgevingstafel, initiatiefnemer centraal, participatie). Ook moet de gemeente aangesloten zijn op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De nieuwe wetgeving kent nog veel onzekerheden, waar de gemeente werkenderwijs haar weg in moet vinden. De beschikbare uitbreidingscapaciteit binnen de kernen loopt terug.. Grootschaligere ontwikkelingen zijn in afronding. Voor het op peil houden van de woningbouwproductie is het nodig locaties voor nieuwe woningen te ontwikkelen (> 50 woningen).
De provincie heeft in haar omgevingsbeleid de eindbeslissing op het gebied van ontwikkelingen groter dan 3 hectare bij provinciale staten gelegd, waardoor extra en intensief vooroverleg met provincie over dergelijke locaties nodig is.
51
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
2.1 Huishoudensverdunning Wij zetten in op minimaal een gelijkblijvend inwoneraantal. Toekomstige woningbouw dient daarop gericht te zijn: met behoud van landelijk karakter en met bijzondere aandacht voor jongeren en toekomstbestendig wonen.
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
52
Vitale(re) kernen met een passend woningaanbod dat bijdraagt aan een gelijkblijvend inwoneraantal
Tot 2022 worden per jaar 200 extra (duurzame en toekomstbestendige) woningen gebouwd
Toename aantal duurzame en toekomstbestendige woningen o.b.v. de basisadministratie gebouwen Bron: Aantal verblijfsobjecten met bouwjaar in gebruik / niet in gebruik in BAG Nulmeting: In 2015 tot 2018 zijn er jaarlijks 226 verblijfsobjecten geregistreerd op deze bouwjaren, waarvan gemiddeld 221 in gebruik zijn genomen. Het aantal nieuwbouwwoningen in deze periode volgens het CBS kwam op 224 woningen, per saldo nam de voorraad, inclusief sloop, gemiddeld met 130 woningen per jaar toe.
-
Projecten en initiatieven op het gebied van woningbouwontwikkelingen (bege)leiden die leiden tot (gemiddeld) 130 nieuwe woningen per jaar. Voor 2022 is het aantal woningen 150. Wij zetten in 2022 in op het maken van goede procesafspraken met de provincie om een evenwichtige woningbouwontwikkeling te vereenvoudigen
-
Via onderzoek en communicatie stimuleren van nieuwe initiatieven die aansluiten bij de "uitwerking van de woonvisie naar de kernen" en passen binnen de regionale agenda wonen.
Geen additionele kosten
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
53
7. Verandering ruimtelijk domein Voor de implementatie van de Omgevingswet gaan wij werken volgens het onderscheidende en waar mogelijk vernieuwende VNG verandertype.
Meer ruimte voor maatwerk en economische en maatschappelijke initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen in het ruimtelijk domein
Sneller, pro-actiever en meer integraal besluiten over ruimtelijke initiatieven
Op 1 januari 2022 is de gemeente Krimpenerwaard zoveel mogelijk klaar voor de implementatie van de Omgevingswet. De implementatie gaat plaatsvinden volgens de VNG veranderambitie onderscheidend en waar mogelijk vernieuwend
In 2022 hebben we in 75% van de (beleids)ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving bedrijven inwoners en organisaties actief betrokken
Implementatie omgevingswet in 2021 Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling
Percentage in de raad vastgestelde beleidsontwikkelingen in de fysieke leefomgeving waarbij inwoners, bedrijven en organisaties actief betrokken zijn Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling
In 2022 is het werkproces en het casco Omgevingsplan conform het verandertype onderscheidend en vernieuwend ingericht
In 2022 wordt het werkproces van de Omgevingswet -met de intaketafel en omgevingstafel- geïmplementeerd. Ook gaan we binnen de kaders van de participatienota ervaringen opdoen met participatie onder de Omgevingswet. Hierbij verschuift ook de rol van de gemeente meer naar adviseursrol voor initiatieven van inwoners en derden.
Geen additionele kosten
& 360.000 incidenteel
Beleidsspeerpunten
AMBITIE
8.2 Interactie stad en land Wij zoeken zelfbewust meer de verbinding met de steden en gaan op zoek naar kansen en win-win situaties voor stad en land, onder meer op het gebied van mobiliteit, levering van energie, gekwalificeerd personeel, wonen, recreatie en natuurbeleving
ER-DOEL
SMART-DOEL
INDICATOR
RESULTATEN & INSPANNINGEN
KOSTEN
54
Beter etaleren van de kwaliteiten van de Krimpenerwaard om de aantrekkelijkheid als regionale samenwerkingspartner te vergroten
In 2022 is de samenwerking met Midden-Holland, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Grenzeloos samenwerken Alblasserwaard en de verbinding M-H/MRDH op het gebied van duurzaamheid, recreatie en toerisme, mobiliteit en wonen versterkt
Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling
In 2022 wordt aan de start van de nieuwe collegeperiode bezien welke lobbyonderwerpen prioriteit krijgen en op welke wijze we de lobby vormgeven. We voorzien bij de implementatie van de lobby in een integrale werkwijze. We denken daarbij aan de volgende vier onderwerpen: 1. bodemdaling en klimaatadaptatie 2. energietransitie 3. vitaliteit in onze kernen en 4. de samenwerking en financiering rond sociale voorzieningen.
Geen additionele kosten
Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW) Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van. Werkelijk
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
810 Ruimtelijke Ordening
-1.662
-1.876
-1.997
-1.437
820 Grondexpl. (niet-bedrijventerr.)
-7.507
-4.192
-8.884
-1.330
-402
-327
830 Wonen en bouwen
-3.250
-3.436
-3.893
-3.815
-3.815
-3.815
Totaal Lasten
-12.419
-9.504
-14.774
-6.581
-5.579
-5.504
851
361
361
441
361
361
9.409
4.438
8.984
1.108
165
90
830 Wonen en bouwen
2.805
2.623
2.835
2.930
2.930
2.930
Totaal Baten
13.065
7.422
12.180
4.478
3.455
3.380
810 Ruimtelijke Ordening 820 Grondexpl. (niet-bedrijventerr.)
Saldo van baten en lasten Storting in reserves Onttrekking aan reserves
-1.362
-1.361
646
-2.082
-2.594
-2.103
-2.123
-2.124
-1.964
-403
-388
-146
-52
-51
879
462
804
374
30
29
Mutaties reserves
-1.086
59
416
228
-22
-21
Geraamd resultaat
-440
-2.024
-2.178
-1.875
-2.145
-2.145
Bedragen x €1.000
-/- is nadeel/lasten
Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.
55
Recapitulatie van baten en lasten
Bestuur en ondersteuning
Werkelijk
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
-26.845
Meerjarenraming 2023
2024
2025
-26.040
-25.401
-24.194
-24.123
-23.999
Veiligheid
-5.001
-5.232
-5.011
-5.006
-5.006
-5.006
Verkeer vervoer en waterstaat
-10.394
-10.173
-9.996
-9.867
-9.906
-10.062
Economie
-1.902
-1.602
-1.617
-1.194
-1.178
-1.178
Onderwijs
-6.399
-6.371
-6.614
-6.391
-6.108
-6.483
Sport cultuur en recreatie
-10.800
-13.167
-10.573
-10.370
-10.373
-10.510
Sociaal domein
-58.632
-56.082
-57.177
-56.558
-56.338
-56.180
Volksgezondheid en milieu
-17.261
-17.582
-18.068
-18.244
-18.388
-18.477
volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing
-12.419
-9.504
-14.774
-6.581
-5.579
-5.504
Totaal Lasten
-149.652
-145.753
-149.232
-138.404
-137.000
-137.398
Bestuur en ondersteuning
121.484
97.565
101.787
100.296
100.590
101.320
Veiligheid
145
359
183
142
142
142
Verkeer vervoer en waterstaat
780
676
624
624
624
624
Economie
979
722
737
440
424
424
Onderwijs
988
910
1.214
1.019
746
746
Sport cultuur en recreatie
2.670
2.018
1.278
1.240
1.283
1.283
Sociaal domein
16.799
12.847
11.988
11.988
11.988
11.988
Volksgezondheid en milieu
13.879
13.762
14.499
14.754
15.046
15.141
volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing
13.065
7.422
12.180
4.478
3.455
3.380
Totaal Baten
170.788
136.279
144.490
134.981
134.298
135.048
Saldo van baten en lasten
21.135
-9.474
-4.742
-3.423
-2.702
-2.350
Stortingen
-33.604
-11.188
-2.406
-2.388
-2.305
-1.790
Onttrekkingen
12.468
20.662
7.563
4.224
3.343
3.018
Mutaties reserves
-21.135
9.474
5.157
1.836
1.037
1.228
0
0
416
-1.587
-1.664
-1.123
Exploitatie Bedragen x €1.000
56
-/- is nadeel/lasten
BBV Indicatoren BBV indicatoren Onderstaand is de basisset van beleidsindicatoren opgenomen die op grond van het BBV verplicht is voorgeschreven. In tegenstelling tot de indicatoren die in de programma’s, onder beleidsspeerpunten zijn opgenomen, sturen wij op deze BBV indicatoren niet actief. Alleen als een indicator een directe link heeft met één of meerdere van de beleidsspeerpunten sturen wij hier actief op. In dat geval is de betreffende indicator ook meegenomen binnen één van de programma’s. Het doel van het verplicht opnemen van de BBV indicatoren is om begrotingen inzichtelijker te maken voor raadsleden die niet met financiën zijn belast en betere onderlinge vergelijkbaarheid van de gemeentebegrotingen mogelijk te maken. De meeste indicatoren zijn beschikbaar via de website www.waarstaatjegemeente.nl. Op deze site is het ook mogelijk om de indicatoren te vergelijken. Voor een aantal indicatoren geldt dat ze niet via landelijke bronnen beschikbaar zijn. Dit betreft de indicatoren die vallen onder het programma Bestuur en ondersteuning. Deze moeten dan ook door gemeenten zelf worden berekend. Op de volgende pagina’s zijn de voorgeschreven indicatoren onderverdeeld naar de programma’s van deze begroting. Hierbij zijn per indicator de score van Krimpenerwaard en Nederland gepresenteerd. Indicator
Waarde 2021
Bevolkingsaantal
Eenheid 2022
56.319
56.622 Aantal inwoners
Formatie
7,1
7,1 Aantal fte per 1.000 inwoners
Bezetting
6,2
6,4 Aantal fte per 1.000 inwoners
Apparaatskosten
€ 621,51
Externe inhuur
4,63%
5,93% % van de totale loonsom + totale kosten inhuur
Overhead
12,22%
11,14% % van totale begrote lasten
57
€ 621,28 Kosten per inwoner
58
59
60
Taakveld
Naam indicator - eenheid (conform Regeling beleidsindicatoren gemeenten)
Krimpenerwaard (vorig jaar)
Nederland (vorig jaar)
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning - Aantal per 1.000 inwoners
1,2 (1,1)
2,3 (2,5)
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven - Aantal per 1.000 inwoners
2,6 (2,5)
4,6 (4,9)
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) - Aantal per 1.000 inwoners
4,2 (3,3)
6,2 (5,8)
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt - Aantal per 1.000 jongeren
6
11
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen - Aantal per 1.000 inwoners
0,7 (0,3)
2,3 (2,2)
3. Economie
Functiemenging - %
(46,9% (46,9%)
53,2 (53,2%)
3.Economie
Vestigingen (van bedrijven) - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot en met 64 jaar
4.Onderwijs
Absoluut verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen
0,0 (0,5)
2,4 (1,9)
4. Onderwijs
Relatief verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen
32 (29)
26 (23)
4. Onderwijs
Voortijdig schoolverlaters totaal (VO MBO)
0,20%
x
5. Sport, cultuur en recreatie
Niet-sporters - %
51,6% (51,6%)
48,7% (48,7%)
6. Sociaal Domein
Werkloze jongeren - % 16 t/m 22 jarigen
1% (1%)
2% (2%)
6. Sociaal Domein
Kinderen in uitkeringsgezin - % kinderen tot 18 jaar
4% (4%)
6% (7%)
6. Sociaal Domein
Lopende re-integratievoorzieningen - Aantal per 10.000 inwoners van 1564 jaar
137 (330,3)
202 (305,2)
6. Sociaal Domein
Banen - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar
6. Sociaal Domein
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo - Aantal per 10.000 inwoners
6. Sociaal Domein
Jongeren met een delict voor de rechter - % 12 t/m 21 jarigen
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdhulp - % van alle jongeren tot 18 jaar
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdbescherming - % van alle jongeren tot 18 jaar
1,4% (1,3%)
1,1% (1,1%)
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdreclassering - % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
0,1% (0,1%)
0,3% (0,3%)
6. Sociaal Domein
Netto arbeidsparticipatie - % van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking
68,9% (70,1%)
68,4% (68,8%)
6. Sociaal Domein
Personen met een bijstandsuitkering - Aantal per 10.000 inwoners
234,5 (191,3) 466,5 (373,9)
7. Volksgezondheid en Milieu
Hernieuwbare elektriciteit - %
5,7% (4%)
20,1% (18,5%)
7.Volksgezondheid en Milieu
Omvang huishoudelijk restafval - Kg per inwoner
111 (111)
171 (172)
8.Vhrosv
Demografische druk - %
80% (79,7%)
70,1% (70%)
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen - Aantal per 1.000 woningen
8,8 (8,9)
9,2 (9,2)
8. Vhrosv
Gemiddelde WOZ-waarde - x € 1.000
273 (256)
270 (248)
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden - in €uro's
714 (697)
733 (700)
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in €uro's
818 (802)
810 (773)
61
161,3 (155,3) 158,4 (151,6)
604,4 (598,6) 795,9 (792,1) 560 (540)
650 (630)
0% (1%)
1% (1%)
8,9% (9,1%)
10, 3% (10,5%)
Paragrafen
62
A. Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. Algemeen De totale opbrengst aan belastingen en overige heffingen bedraagt in 2022 ruim € 28,6 miljoen. In onderstaande tabel zijn de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven: bedragen x € 1.000
2021
2022
Onroerendezaakbelastingen
11.825
12.068
Rioolheffing
6.005
6.089
Afvalstoffenheffing
6.360
6.500
Hondenbelasting
76
-
Toeristenbelasting
264
268
Lijkbezorgingsrechten
995
1.007
Leges
2.458
2.917
Marktgelden
52
50
Havengelden
82
84
Kwijtschelding
-349
-359
27.768
28.624
Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) verzorgt de uitvoering van diverse belastingen voor de gemeente. Kostendekkendheid Bij de heffingen mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van het SVHW en de kosten van toezicht meegenomen, maar de beleidsuren en uren van handhaving niet. Voor de belastingen geldt deze wettelijke eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelen van de gemeente terecht. 1. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De hoogte van de OZB is een percentage van de WOZ-waarde van een onroerende zaak. Deze waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Omdat de uitkomsten van de taxatie door het SVHW voor de begroting 2021 nog niet definitief zijn, wordt gerekend met de (geactualiseerde) waardegegevens van 2020 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De verwachting is dat in onze gemeente de gemiddelde WOZ-waarde van woningen stijgt met 9,3% en van niet-woningen daalt met 1,0%. De totale opbrengst van de OZB wordt geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Op basis van deze cijfers zien de tarieven er als volgt uit: bedragen x € 1.000
2020
2021
2022
Eigenaren woning
0,1125%
0,1069%
0,0995%
Eigenaren niet-woning
0,2508%
0,2512%
0,2596%
Gebruikers niet-woning
0,2093%
0,2084%
0,2137%
2. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker. Bij woningen wordt de hoogte van de rioolheffing bepaald door de grootte van het huishouden. Bij niet-woningen is de WOZ-waarde de basis. Het tarief wordt dit jaar alleen met inflatie (1,6%) gecorrigeerd.
63
Woning: eenpersoonshuishouden
2020
2021
2022
€ 186,00
€ 189,35
€ 192,40
Woning: meerpersoonshuishouden
€ 248,00
€ 252,45
€ 256,50
Niet-woning: % van de WOZ-waarde
0,0769%
0,0783%
0,0796%
(max. € 1.093,50)
(max. € 1.113,05)
(max. € 1.130,85)
Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
4.579.714
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen netto kosten taakveld(en)
4.579.714
Toe te rekenen kosten
402.016
Overhead incl. (omslag)rente
679.054
BTW
762.781
Totale kosten
6.423.565
Opbrengst heffingen
6.088.522
Dekkingspercentage
94,78%
Het dekkingspercentage wordt 100% door de inzet van de Voorziening Riool van € 335.043. Dit is het verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten in bovenstaande tabel. Vanaf 2021 wordt de in de Algemene uitkering opgenomen “slappe bodem uitkering” niet meer ingezet als dekking voor de kosten van het riool maar voor duurzaamheid. 3. Afvalstoffenheffing Voor 2022 worden de tarieven met 1,6% verhoogd. We gaan uit van kostendekkende tarieven. 2020
2021
2022
€ 161,05
€ 170,85
€ 173,70
per lediging restafval (140 liter)
€ 6,65
€ 6,90
€ 7,00
per lediging restafval (240 liter)
€ 11,45
€ 11,85
€ 12,00
per storting in ondergrondse container
€ 2,85
€ 2,95
€ 3,00
Vast tarief vermeerderd met
Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
6.056.679
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
-765.055
netto kosten taakveld(en)
5.291.624
Toe te rekenen kosten
316.266
Overhead incl. (omslag)rente
142.542
BTW
750.000
Totale kosten
6.500.432
Opbrengst heffingen
6.500.308
Dekkingspercentage
100,00%
4. Hondenbelasting Conform het amendement bij de meerjarenbegroting 2019-2022 wordt de hondenbelasting afgebouwd in 4 jaar, waardoor deze per 1 januari 2022 wordt afgeschaft. 2020
2021
2022
Eerste hond
€ 38,80
€ 19,75
n.v.t.
Elke hond boven het aantal van één
€ 50,05
€ 25,50
n.v.t.
Kennel
€ 107,90
€ 55,00
n.v.t.
64
5. Toeristenbelasting Het tarief wordt geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Het tarief wordt in 2022 € 1,78.
Per persoon per overnachting
2020
2021
2022
€ 1,75
€ 1,75
€ 1,78
6. Lijkbezorgingrechten De tarieven voor het verlenen van rechten worden geïndexeerd met de inflatie (1,6%). De overige tarieven worden verhoogd met 6,85% namelijk met de inflatie (1,6%) en conform het amendement bij de meerjarenbegroting 2019-2022 (5,25%). Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2022. Berekening van kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
1.353.881
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
-215.201
netto kosten taakveld(en)
1.138.680
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
469.907
BTW
-
Totale kosten
1.608.587
Opbrengst heffingen
1.007.682
Dekkingspercentage
62,6%
Een deel van de kapitaallasten wordt gedekt uit de Reserve Begraafplaatsen en uit de Reserve Kapitaallasten. De onttrekking wordt meegenomen bij de inkomsten van het taakveld waardoor de netto kosten lager worden. 7. Leges De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Een aantal legestarieven is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor een paspoort, een rijbewijs en een aanwezigheidsvergunning speelautomaten. In die gevallen wordt het maximale tarief gehanteerd (afgerond op € 0,05 naar beneden). De tarieven van titel 2, met uitzondering van de doorberekende externe tarieven, worden daarbovenop verhoogd met 3,85% om te groeien naar een hogere kostendekkendheid conform bestaand besluit. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Legesverordening 2022. Door het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de legesverordening gewijzigd zonder rekening te houden met de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot (vooralsnog) 1 juli 2022. In de eerste helft van 2022 zal de legesverordening aangepast worden aan de Omgevingswet.
65
Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 1: algemene dienstverlening Loonkosten taakveld(en)
485.875
Overige directe kosten taakveld(en)
515.097
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)
1.000.972
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
432.283
BTW
-
Totale kosten
1.433.255
Opbrengst heffingen
857.400
Dekkingspercentage
59,8%
Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 2: fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Loonkosten taakveld(en)
1.124.594
Overige directe kosten taakveld(en)
141.326
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)
1.265.920
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
1.000.551
BTW
-
Totale kosten
2.266.471
Opbrengst heffingen
2.015.029
Dekkingspercentage
88,9%
Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 3: Europese Dienstenrichtlijn / Horeca Loonkosten taakveld(en)
76.344
Overige directe kosten taakveld(en)
16.146
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
92.490 67.923 160.413
Opbrengst heffingen
7.240
Dekkingspercentage
4,5%
66
Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 3: Europese Dienstenrichtlijn / Evenementen en markten Loonkosten taakveld(en)
305.375
Overige directe kosten taakveld(en)
64.585
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)
369.960
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
271.692
BTW
-
Totale kosten
641.652
Opbrengst heffingen
24.773
Dekkingspercentage
3,9%
Berekening van kostendekkendheid van de (APV) Standplaatsen titel 3: Europese Dienstenrichtlijn Standplaatsen Loonkosten taakveld(en)
24.622
Overige directe kosten taakveld(en)
-
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto
-
netto kosten taakveld(en)
24.622
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
11.426
BTW
-
Totale kosten
36.048
Opbrengst heffingen
18.292
Dekkingspercentage
50,7%
Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 3: Europese Dienstenrichtlijn /Kinderopvang Loonkosten taakveld(en)
24.639
Overige directe kosten taakveld(en)
120.457
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW
145.096 21.922 -
Totale kosten
167.018
Opbrengst heffingen
10.160
Dekkingspercentage
6,1%
67
8. Marktgelden De marktgelden kennen een gedifferentieerd tarief gehanteerd voor de grote markten, de kleine markten en de mini markten. De tarieven worden geïndexeerd met 5% in verband met de gestegen kosten. Dit betreft een ingroei-variant om weer te streven naar 100% kostendekkendheid. De tarieven bedragen per strekkende meter frontbreedte voor een vaste standplaats per kwartaal: 2020
2021
2022
grote markt (v.a. 20 vergunninghouders)
€ 27,05
€ 27,55
€ 28,90
kleine markt (5 t/m 19 vergunninghouders)
€ 17,80
€ 18,10
€ 19,00
mini markt (1 t/m 4 vergunninghouders)
€ 11,65
€ 11,85
€ 12,45
20 en meer
6 t/m 19
1 t/m 5
totaal
Begrote kosten
€ 20.923
€ 36.643
€ 9.500
€ 67.066
Begrote opbrengsten
€ 21.386
€ 24.624
€ 4.183
€ 50.193
Dekkingspercentage
102%
67%
44%
75%
Berekening van kostendekkendheid van de marktgelden
Er is bewust voor gekozen om het tarief van de kleine markten laag te houden, omdat er minder vraag is naar standplaatsen en omdat we de leefbaarheid van de kleine kernen willen behouden. 9. Havengelden De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen Verordening havengelden 2022. Berekening van kostendekkendheid van de Havengelden Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
123.114
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
-11.739
netto kosten taakveld(en)
111.375
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
54.292
BTW
-
Totale kosten
165.667
Opbrengst heffingen
83.814
Dekkingspercentage
50,6%
10. Overige heffingen Voor de bijdragen van de bedrijveninvesteringszones (BIZ-heffing) treedt de gemeente op als dienstverlener. De stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan. De bij aanvang van de BIZ opgestelde verordening geldt voor het hele (5 jaar durende) BIZ-tijdvak en bevat de tarieven voor alle jaren. Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Schoonhoven, voor het centrum van Bergambacht en voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht. Voor het centrum van Lekkerkerk wordt onderzocht of er voldoende draagvlak is voor een nieuwe BIZ per 1 januari 2022 in deze twee gebieden. 11. Overzicht lokale lastendruk Tot de woonlasten behoren de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen grotendeels de lokale lastendruk. De WOZ-waarde 2021 is gecorrigeerd met de gemiddelde waardestijging van woningen (9,3%). Bij de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een container van 240 liter die 10x per jaar geleegd wordt.
68
Eigenaar woning
2020
2021
2022
€ 273.000,00
€ 291.000,00
€ 318.063,00
OZB
€ 307,00
€ 311,00
€ 316,00
Afvalstoffenheffing
€ 271,00
€ 289,35
€ 293,70
Rioolheffing
€ 248,00
€ 252,45
€ 256,50
€ 826,00
€ 852,80
€ 866,20
Huurder woning
2020
2021
2022
Afvalstoffenheffing
€ 271,00
€ 289,35
€ 293,70
Rioolheffing
€ 248,00
€ 252,45
€ 256,50
€ 519,00
€ 541,80
€ 550,20
WOZ-waarde
De woonlasten van de omliggende gemeenten voor 2022 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken, is gebruik gemaakt van de woonlasten 2021. Deze woonlasten zijn berekend met behulp van de Lokale Lasten Calculator 2021van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lager Overheden). De berekening is op basis van een eigen woning met een WOZ-waarde van € 292.656 en een tweepersoonshuishouden. Gemeente
OZB
afvalstoffenheffing
rioolheffing
woonlasten
Krimpenerwaard
€ 313
€ 232
€ 252
€ 797
Bodegraven-Reeuwijk
€ 359
€ 303
€ 277
€ 939
Gouda
€ 257
€ 300
€ 500
€ 1.057
Krimpen aan den IJssel
€ 254
€ 377
€ 229
€ 860
Oudewater
€ 434
€ 277
€ 300
€ 1.011
Zuidplas
€ 356
€ 291
€ 210
€ 857
Landelijk gemiddelde
€ 305
€ 305
€ 201
€ 811
Bron: Coelo gaat bij afval uit van 9 ledigingen van een 140l container
12. Kwijtschelding Mensen met een laag inkomen kunnen kwijtschelding van de belastingen aanvragen. Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding van hun privé aanslagen aanvragen. Het SVHW behandelt de kwijtscheldingsverzoeken. Als het eerste verzoek leidt tot kwijtschelding, kan de aanvrager toestemming verlenen voor geautomatiseerde kwijtschelding. Dan hoeft, bij gelijkblijvende omstandigheden, niet jaarlijks een kwijtscheldingsverzoek ingediend te worden. Het kwijtscheldingsbeleid is gebaseerd op de 100%-bijstandsnorm van het Rijk. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen. Kwijtschelding kan verleend worden voor aanslagen OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.
69
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze risico-inventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement vastgesteld dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle risico’s groter dan € 50.000. Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Denk hierbij aan de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen. De reserve weerstandsvermogen is gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s. Voor deze begroting onderscheiden we: Risico's (x € 1.000)
Bedrag
Reguliere’ risico’s
7.034
Totaal COVID19-risico’s 2022
613
Totaal
7.647
Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeente Krimpenerwaard heeft ervoor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% voor Reguliere risico’s en 10% voor COVID-19-risico’s. Hetgeen neerkomt op: 50% van de geïdentificeerde ‘Reguliere’ risico’s af te dekken, 50% van € 7.034.000 = € 3.517.000 10% van de COVID-19-risico’s af te dekken, 10% van € 612.900 = € 60.000 Totaal € 3.577.000 af te dekken door middel van de reserve weerstandsvermogen. Weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Bedrag
De algemene reserve
5.637
De reserve weerstandsvermogen
3.577
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
9.214
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 9,2 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 7,6 miljoen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 1,2.
Ratio Boven 2,0 Tussen 1,4 en 2,0
Waardering Uitstekend Ruim voldoende
Tussen 0,8 en 1,4
Matig
Tussen 0,6 en 0,8
Onvoldoende
Onder 0,6
Ruim onvoldoende
Het kengetal 1,2 (Jaarrekening 2020: 2,4) geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als matig. De verlaging van dit kengetal van 2,4 naar 1,2 wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de beoogde onttrekking uit de algemene reserve in 2021, waardoor de weerstandscapaciteit afneemt.
70
Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de nota Risicomanagement, die in oktober 2016 in de raad is vastgesteld, hebben wij de volgende doelstellingen benoemd: 1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als niet-financiële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (BBV). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting-en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in juli en augustus 2021 geactualiseerd. De uitkomsten hiervan zijn, voor wat betreft de reguliere risico’s, in deze paragraaf verwerkt. Voor wat betreft de COVID-19 risico’s wordt verwezen naar paragraaf H.
Inventarisatie van de risico’s Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert. Klasse
Norm
Risico
1
Minder of 1 x per 10 jaar
10%
2
1 x per 5 - 10 jaar
30%
3
1 x per 2 - 5 jaar
50%
4
1 x per 1 - 2 jaar
70%
5
1 x per jaar of vaker
90%
Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Met behulp van het percentage, behorend bij de klasse (bijvoorbeeld 10%), en het bedrag opgenomen bij “maximaal financieel gevolg restrisico” wordt het financiële gevolg voor de weerstandscapaciteit berekend. Hieronder een overzicht van de Reguliere Risico’s ≥ € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg.
Risico's ≥ € 50.000 (x € 1.000) 1. SD/SZ - Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet
2.480
2. Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur
1.500
3. SD04 - Financiële verplichtingen tav sport en maatschappelijke voorzieningen kunnen leiden tot financiële risico's
940
4. RO09 - Risico agv uitvoeren projecten gebiedsontwikkeling en vastgoed
500
5. GREX01 - Exploitatierisico's
322
6 OW01 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht
112
7 ALG01 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming
105
8. P&O-06 Wachtgeldregeling wethouders
90
9. S&I12 - Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures
70
10. RO07 - Onvoldoende weerstandsvermogen bij Groenalliantie
57
11. FIN02 - Risico onjuiste weergave stand reserves en voorzieningen
50
12. Overige risico's Totaal
71
808 7.034
De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 7,6 miljoen ( € 7,0 miljoen reguliere risico’s + € 0,6 miljoen COVID-19-risico’s). Bij de Jaarrekening 2020 was dit € 8 miljoen. De verlaging van het risico met € 0,4 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door de verlaging van de risico's COVID-19, de toevoeging van het risico wachtgeld wethouders, de verlaging van het risico gemeentefonds als gevolg van voorgenomen herverdeling, de verlaging van het risico opbrengsten afval, de verhoging van de exploitatierisico’s in de grondexploitatie en de verhoging van het risico als gevolg van de invoering woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Hieronder volgt een toelichting op de risico’s van € 50.000 en groter. Inleiding Vanaf de Begroting 2021 worden alle risico’s van € 50.000 en groter toegelicht. Voor de toelichting op de COVID-19-risico’s wordt verwezen naar paragraaf H. Hieronder een toelichting op de Reguliere risico’s. 1 - SD Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet Jeugd en Wmo € 1,8 miljoen De uitgaven voor Jeugdhulp en de Wmo-voorzieningen worden jaarlijks zo reëel mogelijk begroot. Door het open einde karakter van deze voorzieningen bestaat het risico (€ 0,8 miljoen) dat de uitgaven een vaak niet te voorzien verloop laten zien. Een toename van de kosten kan het gevolg zijn van mutaties in het volume en in de prijsafspraken.
Binnen de Jeugdhulp wordt 70% van de indicaties buiten het gemeentelijke kanaal om afgegeven door directe verwijzers als huis- en jeugdartsen. Binnen het Sociaal Domein wordt aan verschillende leveranciers, soms onder landelijk druk vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voorschotten betaald om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen. Het risico (€ 0,3 miljoen) bestaat dat betaalde voorschotten bij een faillissement van de dienstverlener niet meer kunnen worden verrekend. Daarnaast bestaat het risico (€ 0,35 miljoen) dat het terugdringen van de uitgaven op Jeugd en Wmo door middel van de businesscase Doelmatigheid in 2022 minder besparing oplevert. Bij de Wmo heeft de verlaging van de eigen bijdrage een aanzuigende werking op de maatwerkvoorzieningen. We zien over 2019 en 2020 een toename van de Wmo uitgaven. De toename is deels het gevolg van de toenemende vergrijzing en deels ten gevolge van de verlaging van het abonnementstarief. Daarnaast bestaat de kans dat niet tijdig gesignaleerd wordt dat mensen (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn. Het gaat hierbij om alle doelgroepen binnen de samenleving. Jong en oud.
Het risico (€ 0,15 miljoen) bestaat eruit dat de gemeente opeens voor hoge kosten komt te staan omdat te laat kan worden ingegrepen Tot slot bestaat er een risico (€ 0,2 miljoen.) dat de uitgaven Jeugd, als gevolg van de invoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet per 1 januari 2022, minder hard dalen dan de berekeningen van het Rijk. Dit omdat nog onduidelijk is welke kinderen naar onze gemeente komen en of er in 2022 nog zal worden afgerekend op basis van werkelijke aantallen. Participatiewet € 0,45 miljoen Sinds mei 2018 neemt het cliëntenbestand van uitkeringsgerechtigden af. Met ingang van 2019 vallen we onder de uitgavedrempel om voor een vangnetuitkering in aanmerking te komen. De afwijking tussen inkomsten en uitgaven (tot aan de uitgavedrempel) komt daarmee voor rekening van de gemeente. 2 - Gebiedsovereenkomst - opgave natuur De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project.
Bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. 3 - Verplichtingen ten aanzien van sport en maatschappelijke voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. De methode van risicobepaling voor dit onderdeel is gewijzigd ten opzichte van voorgaande keren. De risico's worden sinds de jaarrekening 2020 nu ontleend aan de standenlijst voor maatschappelijke voorzieningen (onderdeel beheer van het project maatschappelijke voorzieningen binnen Sociaal Domein). Bruto en netto wordt het risico nauwkeuriger per instelling bepaald. 72
4 - Uitvoeren projecten gebiedsontwikkeling en vastgoed De gemeente heeft een groot aantal ruimtelijke ontwikkelingsprojecten lopen. Alle projecten hebben een grote financiële omvang en zijn meerjarig (doorlooptijd). Hierdoor zijn er dus ook risico’s. Voor veel projecten gaat de gemeente een samenwerkingsovereenkomst aan met een marktpartij, in veel gevallen in de vorm van een anterieure overeenkomst. Hierdoor liggen de financiële risico’s grotendeels bij de marktpartij. De projecten bevinden zich in verschillende fasen, waardoor er sprake is van risicospreiding. Er is voor gekozen om niet voor elk project apart een risico uit te werken. Er is één risico uitgewerkt ten aanzien van de projecten met betrekking tot gebiedsontwikkeling en vastgoed. Hiervoor is een bedrag van € 500.000 opgenomen in de benodigde weerstandscapaciteit om de mogelijke risico's uit deze projecten op te kunnen vangen. 5 - Grondexploitaties In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico’s. Voor deze begroting 2022 zijn deze risico’s geactualiseerd. De totale risicowaardering is voor de begroting 2022 bepaald op € 322.000. De oorzaak van de verhoging ten opzichte van dit risico bij de jaarrekening 2020 ligt in de vaststelling van de grondexploitatie voor het complex Hoflaan in Stolwijk in juni 2021.
De risico-inventarisatie van dit complex is nu voor het eerst meegenomen in de totale risicowaardering. Voor de complexen Dorpshart-Molenweide en Dorpshart-Centrum en Tussen Dijk en Bakwetering is de risicowaardering vanwege de verwachte beperkte mutaties in het risicoprofiel in deze complexen, ongewijzigd gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2020. In paragraaf G – Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen. 6 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht Met ingang van 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. Vanwege de wetwijziging is door de Provincie een ontwerpbesluit opgesteld tot wijziging van de Waterverordening Rijnland en de Verordening Ruimte 2014, welke op 14 november 2018 is vastgesteld door de Provincie Zuid-Holland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (verder Rijnland) heeft op basis van dit besluit de legger regionale keringen en de legger primaire keringen geactualiseerd. Onderdeel van de wetswijziging is een wijziging in de normering van dijken. De Steinsedijk in Haastrecht heeft daardoor voor een groot deel de waterkerende functie verloren en is dus formeel geen dijk meer. Dit betekent dat het hele dijklichaam in beheer en onderhoud door Rijnland aan de gemeente wordt overgedragen.