CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022-2025

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2022-202531.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uitvoering geven aan het cultuurbeleid en het uitvoeringsprogramma cultuur. Met de visie op de bibliotheek is een start gemaakt. Ook wordt cultuur meer ingezet om de toeristische identiteit van de Krimpenerwaard te versterken, zoals een VVV-punt in het Zilvermuseum. Daarnaast is gestart met het versterken van het culturele netwerk tussen de grotere en kleinere culturele instelling.

& 88.000 structureel

Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Groenalliantie - Waterbos Bergambacht BV Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van.

510 Sportbeleid en activering 520 Sportaccommodaties

Werkelijk

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

Meerjarenraming 2023

2024

2025

-653

-716

-636

-606

-606

-606

-3.953

-4.724

-3.683

-3.575

-3.620

-3.968

530 Cult.pres-prod. en -participatie

-449

-625

-585

-568

-568

-568

540 Musea

-320

-333

-380

-380

-372

-182

550 Cultureel erfgoed

-285

-562

-189

-189

-189

-189

560 Media

-1.278

-1.288

-1.260

-1.260

-1.245

-1.245

570 Op. groen en (openlucht)recr.

-3.861

-4.918

-3.841

-3.792

-3.774

-3.753

Totaal Lasten

-10.800

-13.167

-10.573

-10.370

-10.373

-10.510

45

30

30

-

-

-

1.311

988

874

874

874

874

530 Cult.pres-prod. en -participatie

61

102

35

27

27

27

540 Musea

34

174

14

14

14

14

550 Cultureel erfgoed

511

120

121

121

163

163

560 Media

708

605

205

205

205

205

510 Sportbeleid en activering 520 Sportaccommodaties

Totaal Baten

2.670

2.018

1.278

1.240

1.283

1.283

Saldo van baten en lasten

-8.130

-11.149

-9.295

-9.129

-9.091

-9.227

Storting in reserves

-1.409

-1.092

-579

-579

-579

-579

Onttrekking aan reserves

1.942

3.893

997

841

869

736

Mutaties reserves

533

2.800

418

261

289

156

Geraamd resultaat

-7.598

-8.349

-8.877

-8.868

-8.802

-9.071

Bedragen x €1.000

-/- is nadeel/lasten

Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.

37

6. Sociaal domein

Dit programma richt zich op de vraagstukken over welzijn, welbevinden van en (inkomens-) ondersteuning aan inwoners. We versterken de zelfredzaamheid en onderlinge verbondenheid van inwoners en bieden een vangnet waar nodig. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van de transformatieopgave (van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’). Ontwikkelingen De ‘transformatie-opgave’ van de decentralisaties (Jeugdwet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning en Participatiewet) gaat hand in hand met financiële zorgen. We zien de omvang van de zorgkosten steeds verder oplopen. De door het Rijk opgelegde kortingen bij de decentralisaties voorzien niet in de toenemende zorgvragen, evenmin in de toenemende complexiteit ervan. Volgens de Arbitragecommissie lijken de kosten voor de jeugdzorg het hoogste punt te hebben bereikt. Onduidelijk is wat de invoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet financieel gaat betekenen. Deze wijziging moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten en een betere aansluiting met preventie. Daarom wordt de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige zijn woonadres heeft. De kosten voor de WMO lopen op: een toename in de vraag naar huishoudelijke hulp (mede onder invloed van het abonnementstarief WMO) en de vraag naar uitgestelde zorg wordt zichtbaar.

De effecten van Covid 19 op het zorggebruik, zowel de intensiteit van zorg als de kosten, laten zich echter lastig inschatten, mede in het licht gezien van de ingezette autonome stijging. De korte termijn sturingsmogelijkheden op (zorg)kosten zijn, vanwege de hoge mate van “systeemcomplexiteit”, beperkt. De gedachte dat er “knoppen zijn waaraan we kunnen draaien” waarmee we de effecten kunnen beïnvloeden gaat vooral over het in gang zetten van een beweging, waarvan de effecten op langere termijn duidelijk worden. Het ingang zetten van de gewenste beweging doen we samen met onze (zorg)partners, op lokaal en regionaal niveau èn binnen ons eigen Loket Samenleving & Zorg. Monitoring op basis van data wordt hierbij steeds belangrijker.

38

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

1.1 Behoefte aan maatwerk / Eénduidige doelgroepen bestaan niet meer Iedereen kan en mag meedoen. Iedereen krijgt de ondersteuning die hij of zij nodig heeft. Daarbij zetten wij nog meer in op verbinding. We versterken de preventie en vroegsignalering en hebben daarbij oog voor kwetsbaarheid. Tevens willen wij bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners. ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

39

Meer inwoners participeren naar vermogen in de samenleving

Effectievere ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben.

In 2022 scoren inwoners op tenminste 3 van de 6 indicatoren voor individueel welzijn 5% hoger dan in 2015

In 2022 heeft tenminste 25% van het aantal mensen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt (P1/P2, meetmoment september 2018) een zinvolle dagbesteding

In 2022 scoren inwoners op de 4 indicatoren over de kwaliteit van dienstverlening uit het cliënt -ervaringsonderzoek Wmo in % (helemaal) eens op of rond 80%.

Score op individueel welzijn Bron: WSJG - Burgerpeiling Nulmeting: 2015 Sociaal economische status 6,68 Eigen kracht 8,42 Gezondheid Maatschappelijke inzet 4,56 Sociale relaties 7,92 Sociaal vangnet 6,92

Percentage mensen dat een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft met een zinvolle dagbesteding Bron: Eigen data Nulmeting: 2019 - 0%

Score op de 4 indicatoren over de kwaliteit van dienstverlening uit het cliëntervarings-onderzoek Wmo in % (helemaal) eens Bron: WSJG – Cliëntervaringsonderzoek Nulmeting: 2018 Kwaliteit ondersteuning is goed: 80% Samen naar oplossingen gezocht: 72% Ondersteuning past bij mijn hulpvraag: 79% Met ondersteuning kan ik beter de dingen doen 73%

Er wordt verder uitvoering gegeven aan het Uitvoeringsprogramma gezondheid en de in 2021 vastgestelde Maatschappelijke Agenda.

Er wordt uitvoering gegeven aan de in 2021 vastgestelde Maatschappelijke Agenda.

Het preventieteam biedt (innovatief) laagdrempe-lig collectief aanbod voor inwoners met een lichte hulp- of ondersteuningsvraag.

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

2.2 Effecten op voorzieningen en zorg Wij zetten meer in op een inclusieve samenleving.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

40

Betere fysieke toegankelijkheid openbare ruimte, voorzieningen en winkels voor mensen met een beperking

Nieuwe ontwikkelingen en reconstructies in de openbare ruimte worden 100% toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking

Het percentage nieuwe ontwikkelingen en reconstructies in de openbare ruimte dat toegankelijk is voor mensen met een beperking Bron: Eigen data Nulmeting: Vanaf 2019 wordt bij elke reconstructie (cyclus 20 jaar = 5% per jaar) de openbare ruimte 100% toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking. Bij meldingen wordt dit eerder opgelost. In begroting opgenomen in going concern, is standaard onderdeel van planvorming.

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

13. Opvang statushouders Wij zetten in op een passende opvang van asielzoekers en statushouders in onze gemeente.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

41

Succesvoller integreren van statushouders die 2 jaar in onze gemeente wonen

In 2022 scoort 80% van de statushouders die 2 jaar in onze gemeente woont minimaal 4 op de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) statushouders

Het percentage statushouders dat 2 jaar in de Krimpenerwaard woont en minimaal 4 scoort op de zelfredzaamheidsmatrix Bron: Eigen data Nulmeting: 2018 - 76% Tussentijdse meting: 2019 - 76% Implementatie van de nieuwe Wet Inburgering (treedt per 1 januari 2022 in werking).

Geen additionele kosten

Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Werkvoorzieningschap Promen - Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG) Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van.

610 Samenkracht/ burgerparticipatie 620 Wijkteams

Werkelijk

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

-4.983

-5.990

Meerjarenraming 2023

-5.648

2024

-5.630

2025

-5.622

-5.621

-630

-474

-695

-610

-540

-540

630 Inkomensregelingen

-18.911

-13.933

-14.328

-14.328

-14.328

-14.328

640 Begeleide participatie

-4.803

-4.076

-4.239

-4.068

-3.933

-3.776

-812

-1.292

-1.114

-964

-964

-964

-2.250

-2.139

-2.464

-2.464

-2.464

-2.464

650 Arbeidsparticipatie 660 Maatwerkvoorzieningen (Wmo) 671 Maatwerkdienstverlening 18+

-9.149

-9.095

-10.880

-10.881

-10.880

-10.880

672 Maatwerkdienstverlening 18-

-10.250

-11.001

-11.315

-11.342

-11.342

-11.342

681 Geescaleerde zorg 18+

-266

-352

-475

-425

-375

-375

682 Geescaleerde zorg 18-

-6.578

-7.730

-6.019

-5.845

-5.890

-5.890

Totaal Lasten

-58.632

-56.082

-57.177

-56.558

-56.338

-56.180

602

500

568

568

568

568

610 Samenkracht/ burgerparticipatie 630 Inkomensregelingen

15.013

10.125

10.125

10.125

10.125

10.125

660 Maatwerkvoorzieningen (WMO)

13

14

14

14

14

14

671 Maatwerkdienstverlening 18+

1.171

1.188

1.281

1.281

1.281

1.281

681 Geescaleerde zorg 18+

-

1.020

-

-

-

-

Totaal Baten

16.799

12.847

11.988

11.988

11.988

11.988

Saldo van baten en lasten

-41.833

-43.235

-45.190

-44.570

-44.351

-44.193

Storting in reserves

-142

-1.170

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

739

1.660

642

124

4

4

Mutaties reserves

597

490

642

124

4

4

Geraamd resultaat

-41.236

-42.745

-44.548

-44.446

-44.346

-44.188

Bedragen x €1.000

-/- is nadeel/lasten

Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.

42

7. Volksgezondheid en milieu

Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard aan het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van taken op het gebied van volksgezondheid, milieu, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en dierenwelzijn. Ontwikkelingen Door klimaatverandering en de teruglopende biodiversiteit komt duurzaamheid en daarmee de voorziening in de primaire levensbehoeften van de komende generaties in gevaar. Als gevolg daarvan zal het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving de politieke agenda de komende jaren beheersen. Steeds meer krijgt daarmee ook de gemeente te maken met het uitvoeren van taken op het gebied van volksgezondheid, milieu, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en dierenwelzijn. Voor landbouw en landgebruik speelt in het bijzonder de aanpak voor Stikstof-depositie en CO2-emissie. Bodemdaling in veenweidegebieden is een belangrijk aandachtspunt waar veel milieuwinst valt te behalen met het terugdringen van CO2-emissie. Een toekomstbestendig buitengebied is daarvan een onderdeel. De Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen) zijn 17 doelen "om van de wereld een betere plek te maken in 2030".

We richten de monitoring hierbij op duurzaamheid door in onze P&C cyclus aan te sluiten bij de volgende vier SDG’s: 1. Betaalbare en duurzame energie 2. Verantwoorde consumptie en productie (circulaire economie) 3. Klimaatactie (CO2 uitstoot, klimaatadaptatie en bodemdaling) 4. Leven op land (biodiversiteit) Het instrumentarium van de Sustainable Development Goals biedt echter onvoldoende mogelijkheden om de monitoring goed uit te kunnen voeren. We hebben daarom een eigen CO2 monitor (o.b.v. de klimaatmonitor van Rijkswaterstaat) opgezet. Ook monitoren we de komende jaren zelf de opwek van hernieuwbare energie.

43

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

1.1 Behoefte aan maatwerk / Eénduidige doelgroepen bestaan niet meer Iedereen kan en mag meedoen. Iedereen krijgt de ondersteuning die hij of zij nodig heeft. Daarbij zetten wij nog meer in op verbinding. We versterken de preventie en vroegsignalering en hebben daarbij oog voor kwetsbaarheid. Tevens willen wij bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

Meer fysiek en mentaal gezonde inwoners

1. In 2022 is de score op de 4 indicatoren van gezonde leefstijl met 5% verbeterd t.o.v. 2016 2. In 2022 is de score op de 5 indicatoren van psychische gezondheid met 1% punt verbeterd t.o.v. 2016 1. Score op 4 indicatoren van gezonde leefstijl Bron: GGD Gezondheidsmonitor, Leefstijl Nulmeting: 2016 Beweegt voldoende 19 jaar en ouder: 61% Roken 19-64 jaar: 20% Overgewicht 19-64 jaar: 50% Overmatig drinken 19-64 jaar: 7% 2. Score op de 5 indicatoren van psychische gezondheid Bron: GGD Gezondheidsmonitor, Gezondheid Nulmeting: 2016 Ervaart veel stress 19-64 jaar: 17% Hoog risico op angststoornis/ depressie 19-64 jaar: 8% Hoog risico op angststoornis/ depressie 65+: 5% Aan suïcide gedacht 19-64 jaar: 7% Aan suïcide gedacht 65+: 4%

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

44

Uitvoeren van de nota gezondheid waar genoemde doelen onderdeel van zijn. Extra aandacht gaat hierbij uit naar mentaal welbevinden.

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

4.1 Bodemdaling, waterveiligheid en adaptatie Krimpenerwaard moet klimaatbestendig worden en wil een bijdrage leveren aan de mondiale opgave. Wij leggen daarbij de nadruk op het tegengaan van bodemdaling, beperken van wateroverlast en hittestress.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

Minder bodemdaling

Beter klimaat adaptieve kernen

In 2022 is 400 hectare buitengebied voorzien van maatregelen tegen bodemdaling. Daarnaast is er een vastgesteld, gemeente dekkend, plan voor tegengaan van bodemdaling in het buitengebied van Krimpenerwaard

Nieuwe ontwikkelingen en reconstructies in de openbare ruimte worden 100% klimaat adaptief ingevuld. 'Het gaat over nog niet opgestarte projecten'

Aantal hectares buitengebied waar bodemdalingremmende maatregelen zijn getroffen Bron: Eigen data Nulmeting: 2019 - 0 hectare met bodemdalingremmende maatregelen en geen gemeente dekkend plan tegengaan bodemdaling buitengebied Krimpenerwaard

Percentage reconstructies en nieuwe ontwikkelingen (na vaststelling beleid) waar klimaat adaptieve inrichting expliciet onderdeel van uitmaakt Bron: Eigen data Nulmeting: 2018 - 0%

1.

1.

Herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte zijn zoveel mogelijk klimaatadaptief.

2.

Het project meer bomen in de kernen wordt uitgevoerd.

2.

KOSTEN

45

In 2022 starten minimaal 2 gebiedsprocessen in deelgebieden/polders om te komen tot bodemdaling remmende maatregelen en minder uitstoot van CO2 in het buitengebied. De proeftuin adaptieve landbouw wordt in 2022 afgerond.

& 100.000 incidenteel

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

5.1 Energietransitie Wij willen een bijdrage leveren aan de energietransitie en streven de volgende doelen na. - In 2021 is de CO2-uitstoot van de samenleving van Krimpenerwaard met tenminste 5% afgenomen ten opzichte van 2015, met het doel daarna de versnelling op gang te brengen; - Wij gaan voor 50% lagere CO2 uitstoot in 2030 voor de gemeentelijke organisatie en laten onderzoeken hoe dit het best kan worden gerealiseerd; - In 2021 is de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie in de gemeente Krimpenerwaard toegenomen met tenminste 0,02 PetaJoule. Op basis van de huidige technieken betekent dit ongeveer 1875 huishoudens (dit is ongeveer 8% van de huishoudens), waarvoor een zonneveld nodig is van 5 hectare. We willen hierbij waar mogelijk gebruik maken van de nieuwste technieken, met zo min mogelijk aantasting van het landelijk karakter van Krimpenerwaard; - Wij staan geen gasboringen binnen Krimpenerwaard toe.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

Minder CO2 uitstoot

In 2022 is de CO2 uitstoot van de samenleving van Krimpenerwaard met tenminste 15% afgenomen ten opzichte van 2015

In 2022 is de CO2 uitstoot voor gemeentekantoren, gemeentewerven en sporthallen 20% lager dan in 2018. Dit hebben we gerealiseerd of in besluitvorming vastgelegd

In 2022 is de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie in de gemeente Krimpenerwaard toegenomen met tenminste 0,02 Petajoule t.o.v. 2018

In 2050 is Krimpenerwaard aardgasvrij

CO2 uitstoot in Krimpenerwaard Bron: Klimaatmonitor Nulmeting: 2015 553.008 ton/jaar 478.181 ton/jaar (gecontroleerd op weersinvloeden)

Percentage CO2 uitstoot van gemeentekantoren, gemeentewerven en sporthallen Bron: Onderzoek duurzaam gebouw Nulmeting: 2018 – 100%

Toegenomen hoeveelheid duurzaam opgewekte energie Bron: Klimaatmonitor Nulmeting: 2018 – 205 TJ Zon op eigen dak, jaarlijkse energieproductie 5,8 GWh Bron: eigen meting

Aardgasvrij maken van woningen Bron: Transitievisie Warmte Nulmeting: 2019 0% woningen aardgasvrij; geen Transitievisie Warmte Gasverbruik: woningen (temp.correctie) 32,2 mln m3. bedrijven (excl. SBI D) 13,2 mln m3.

CO2-uitstoot beperken door

Inspanningen vloeien voort uit de besluitvorming over de werven en gemeentekantoren

Het smartdoel is gerealiseerd

Inzetten op energiebesparende maatregelen, waaronder isolatievisie

uitvoering gebiedsprocessen. Opstellen van uitvoeringsplannen voor de energietransitie gericht op vermindering van CO2-uitstoot

46

Meer duurzame energie

KOSTEN

47

& 160.000 incidenteel

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten 5.2 Circulaire economie AMBITIE

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

48

Wij hebben als doel dat afval van de één, grondstof voor de ander wordt. In 2021 is de afvalscheiding van het huishoudelijk afval in de gemeente Krimpenerwaard minimaal 80%.

Meer afvalscheiding

Meer hergebruik grondstoffen door ketenvorming

In 2022 is de afvalscheiding van huishoudens 80%

In 2022 hebben we minimaal 8 bedrijven die samenwerken waarbij het afval van de één wordt ingenomen als grondstof voor de ander

Percentage afvalscheiding van totaal huishoudelijk afval Bron: Factsheet Cyclus Nulmeting: 2018 - 75%

Aantal publiek - private convenanten Symbiose Circulaire Economie Bron: Eigen data Nulmeting: 2018 - 0

Realisatie van een goed toegankelijke milieustraat voor alle inwoners van gemeente Krimpenerwaard

Vanwege prioritering van andere afvalzaken starten we voor dit doel geen extra inspanningen in 2022.

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

15. Biodiversiteit en dierenwelzijn Wij willen een bijdrage leveren aan het behoud, of zelfs verbeteren van de biodiversiteit in Krimpenerwaard. We zoeken hierbij de samenwerking met diverse partijen, zoals de agrariërs en de natuurbeheerders in Krimpenerwaard. Wij maken ons sterk om het welzijn van de dieren in Krimpenerwaard te bevorderen en actualiseren hiertoe de dierenwelzijnsnota.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

49

Meer biodiversiteit

Meer aandacht voor dierenwelzijn

Tot 2022 wordt in 5 kleinschalige pilots de openbare ruimte zodanig beheerd/ingericht dat de ontwikkeling van de biodiversiteit wordt gestimuleerd

-

Pilots gericht op biodiversiteit uitvoeren Bron: Eigen data Nulmeting: 2019 - 0

Meer aandacht voor dierenwelzijn Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling

Biodiversiteit wordt geïntegreerd in beheer en is onderdeel van herinrichtingsprojecten

De prioriteit is gesteld op uitvoering van wettelijke taken.

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. .Verbonden Partijen - Cyclus NV - Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) - Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG) - Ingenieursbureau Krimpenerwaard (IBKW) Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van. Werkelijk

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

Meerjarenraming 2023

2024

2025

710 Volksgezondheid

-2.493

-2.801

-2.757

-2.741

-2.741

-2.741

720 Riolering

-4.885

-4.659

-4.749

-5.011

-5.278

-5.372

730 Afval

-5.871

-5.829

-6.373

-6.436

-6.429

-6.425

740 Milieubeheer

-2.391

-2.861

-2.849

-2.728

-2.628

-2.628

750 Begraafplaatsen en crematoria

-1.622

-1.431

-1.359

-1.328

-1.313

-1.311

Totaal Lasten

-17.261

-17.582

-18.088

-18.244

-18.389

-18.477

710 Volksgezondheid

55

54

54

54

54

54

720 Riolering

5.918

5.919

6.088

6.344

6.636

6.732

730 Afval

6.752

6.767

7.329

7.329

7.329

7.329

740 Milieubeheer

-

10

10

10

10

10

750 Begraafplaatsen en crematoria

1.154

1.012

1.017

1.017

1.017

1.017

Totaal Baten

13.879

13.762

14.499

14.754

15.046

15.141

Saldo van baten en lasten

-3.382

-3.820

-3.589

-3.490

-3.343

-3.336

Storting in reserves

-307

-255

-255

-255

-255

-255

Onttrekking aan reserves

479

784

661

418

315

312

Mutaties reserves

172

530

405

163

60

57

Geraamd resultaat

-3.210

-3.290

-3.184

-3.327

-3.282

-3.279

Bedragen x €1.000

-/- is nadeel/lasten

Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.

50

8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

Dit programma richt zich op ontwikkeling en behoud van een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving. In dit programma zijn middelen opgenomen voor advisering op het gebied van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving, het uitvoeren van projecten en voeren van grondexploitaties, het faciliteren van ontwikkelingen van inwoners en ondernemers, het begeleiden van bestemmingsplannen en het afgeven van en toetsen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. Door de introductie van de Omgevingswet veranderen veel van de bestaande instrumenten en werkwijzen. Ontwikkelingen Om te komen tot minder regels, kortere procedures en meer ruimte voor initiatieven treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Deze wet kent andere beleidsinstrumenten (zoals omgevingsvisie en omgevingsplan) en vraagt om een nieuwe werkwijze en nieuwe procedures (intaketafel, omgevingstafel, initiatiefnemer centraal, participatie). Ook moet de gemeente aangesloten zijn op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De nieuwe wetgeving kent nog veel onzekerheden, waar de gemeente werkenderwijs haar weg in moet vinden. De beschikbare uitbreidingscapaciteit binnen de kernen loopt terug.. Grootschaligere ontwikkelingen zijn in afronding. Voor het op peil houden van de woningbouwproductie is het nodig locaties voor nieuwe woningen te ontwikkelen (> 50 woningen).

De provincie heeft in haar omgevingsbeleid de eindbeslissing op het gebied van ontwikkelingen groter dan 3 hectare bij provinciale staten gelegd, waardoor extra en intensief vooroverleg met provincie over dergelijke locaties nodig is.

51

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

2.1 Huishoudensverdunning Wij zetten in op minimaal een gelijkblijvend inwoneraantal. Toekomstige woningbouw dient daarop gericht te zijn: met behoud van landelijk karakter en met bijzondere aandacht voor jongeren en toekomstbestendig wonen.

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

52

Vitale(re) kernen met een passend woningaanbod dat bijdraagt aan een gelijkblijvend inwoneraantal

Tot 2022 worden per jaar 200 extra (duurzame en toekomstbestendige) woningen gebouwd

Toename aantal duurzame en toekomstbestendige woningen o.b.v. de basisadministratie gebouwen Bron: Aantal verblijfsobjecten met bouwjaar in gebruik / niet in gebruik in BAG Nulmeting: In 2015 tot 2018 zijn er jaarlijks 226 verblijfsobjecten geregistreerd op deze bouwjaren, waarvan gemiddeld 221 in gebruik zijn genomen. Het aantal nieuwbouwwoningen in deze periode volgens het CBS kwam op 224 woningen, per saldo nam de voorraad, inclusief sloop, gemiddeld met 130 woningen per jaar toe.

-

Projecten en initiatieven op het gebied van woningbouwontwikkelingen (bege)leiden die leiden tot (gemiddeld) 130 nieuwe woningen per jaar. Voor 2022 is het aantal woningen 150. Wij zetten in 2022 in op het maken van goede procesafspraken met de provincie om een evenwichtige woningbouwontwikkeling te vereenvoudigen

-

Via onderzoek en communicatie stimuleren van nieuwe initiatieven die aansluiten bij de "uitwerking van de woonvisie naar de kernen" en passen binnen de regionale agenda wonen.

Geen additionele kosten

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

53

7. Verandering ruimtelijk domein Voor de implementatie van de Omgevingswet gaan wij werken volgens het onderscheidende en waar mogelijk vernieuwende VNG verandertype.

Meer ruimte voor maatwerk en economische en maatschappelijke initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen in het ruimtelijk domein

Sneller, pro-actiever en meer integraal besluiten over ruimtelijke initiatieven

Op 1 januari 2022 is de gemeente Krimpenerwaard zoveel mogelijk klaar voor de implementatie van de Omgevingswet. De implementatie gaat plaatsvinden volgens de VNG veranderambitie onderscheidend en waar mogelijk vernieuwend

In 2022 hebben we in 75% van de (beleids)ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving bedrijven inwoners en organisaties actief betrokken

Implementatie omgevingswet in 2021 Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling

Percentage in de raad vastgestelde beleidsontwikkelingen in de fysieke leefomgeving waarbij inwoners, bedrijven en organisaties actief betrokken zijn Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling

In 2022 is het werkproces en het casco Omgevingsplan conform het verandertype onderscheidend en vernieuwend ingericht

In 2022 wordt het werkproces van de Omgevingswet -met de intaketafel en omgevingstafel- geïmplementeerd. Ook gaan we binnen de kaders van de participatienota ervaringen opdoen met participatie onder de Omgevingswet. Hierbij verschuift ook de rol van de gemeente meer naar adviseursrol voor initiatieven van inwoners en derden.

Geen additionele kosten

& 360.000 incidenteel

Beleidsspeerpunten

AMBITIE

8.2 Interactie stad en land Wij zoeken zelfbewust meer de verbinding met de steden en gaan op zoek naar kansen en win-win situaties voor stad en land, onder meer op het gebied van mobiliteit, levering van energie, gekwalificeerd personeel, wonen, recreatie en natuurbeleving

ER-DOEL

SMART-DOEL

INDICATOR

RESULTATEN & INSPANNINGEN

KOSTEN

54

Beter etaleren van de kwaliteiten van de Krimpenerwaard om de aantrekkelijkheid als regionale samenwerkingspartner te vergroten

In 2022 is de samenwerking met Midden-Holland, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Grenzeloos samenwerken Alblasserwaard en de verbinding M-H/MRDH op het gebied van duurzaamheid, recreatie en toerisme, mobiliteit en wonen versterkt

Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting Nulmeting: Geen - Kwalitatieve doelstelling

In 2022 wordt aan de start van de nieuwe collegeperiode bezien welke lobbyonderwerpen prioriteit krijgen en op welke wijze we de lobby vormgeven. We voorzien bij de implementatie van de lobby in een integrale werkwijze. We denken daarbij aan de volgende vier onderwerpen: 1. bodemdaling en klimaatadaptatie 2. energietransitie 3. vitaliteit in onze kernen en 4. de samenwerking en financiering rond sociale voorzieningen.

Geen additionele kosten

Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW) Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van. Werkelijk

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

Meerjarenraming 2023

2024

2025

810 Ruimtelijke Ordening

-1.662

-1.876

-1.997

-1.437

820 Grondexpl. (niet-bedrijventerr.)

-7.507

-4.192

-8.884

-1.330

-402

-327

830 Wonen en bouwen

-3.250

-3.436

-3.893

-3.815

-3.815

-3.815

Totaal Lasten

-12.419

-9.504

-14.774

-6.581

-5.579

-5.504

851

361

361

441

361

361

9.409

4.438

8.984

1.108

165

90

830 Wonen en bouwen

2.805

2.623

2.835

2.930

2.930

2.930

Totaal Baten

13.065

7.422

12.180

4.478

3.455

3.380

810 Ruimtelijke Ordening 820 Grondexpl. (niet-bedrijventerr.)

Saldo van baten en lasten Storting in reserves Onttrekking aan reserves

-1.362

-1.361

646

-2.082

-2.594

-2.103

-2.123

-2.124

-1.964

-403

-388

-146

-52

-51

879

462

804

374

30

29

Mutaties reserves

-1.086

59

416

228

-22

-21

Geraamd resultaat

-440

-2.024

-2.178

-1.875

-2.145

-2.145

Bedragen x €1.000

-/- is nadeel/lasten

Voor een analyse van de verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2021 zie model 3 op blz. 109.

55

Recapitulatie van baten en lasten

Bestuur en ondersteuning

Werkelijk

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

-26.845

Meerjarenraming 2023

2024

2025

-26.040

-25.401

-24.194

-24.123

-23.999

Veiligheid

-5.001

-5.232

-5.011

-5.006

-5.006

-5.006

Verkeer vervoer en waterstaat

-10.394

-10.173

-9.996

-9.867

-9.906

-10.062

Economie

-1.902

-1.602

-1.617

-1.194

-1.178

-1.178

Onderwijs

-6.399

-6.371

-6.614

-6.391

-6.108

-6.483

Sport cultuur en recreatie

-10.800

-13.167

-10.573

-10.370

-10.373

-10.510

Sociaal domein

-58.632

-56.082

-57.177

-56.558

-56.338

-56.180

Volksgezondheid en milieu

-17.261

-17.582

-18.068

-18.244

-18.388

-18.477

volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing

-12.419

-9.504

-14.774

-6.581

-5.579

-5.504

Totaal Lasten

-149.652

-145.753

-149.232

-138.404

-137.000

-137.398

Bestuur en ondersteuning

121.484

97.565

101.787

100.296

100.590

101.320

Veiligheid

145

359

183

142

142

142

Verkeer vervoer en waterstaat

780

676

624

624

624

624

Economie

979

722

737

440

424

424

Onderwijs

988

910

1.214

1.019

746

746

Sport cultuur en recreatie

2.670

2.018

1.278

1.240

1.283

1.283

Sociaal domein

16.799

12.847

11.988

11.988

11.988

11.988

Volksgezondheid en milieu

13.879

13.762

14.499

14.754

15.046

15.141

volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing

13.065

7.422

12.180

4.478

3.455

3.380

Totaal Baten

170.788

136.279

144.490

134.981

134.298

135.048

Saldo van baten en lasten

21.135

-9.474

-4.742

-3.423

-2.702

-2.350

Stortingen

-33.604

-11.188

-2.406

-2.388

-2.305

-1.790

Onttrekkingen

12.468

20.662

7.563

4.224

3.343

3.018

Mutaties reserves

-21.135

9.474

5.157

1.836

1.037

1.228

0

0

416

-1.587

-1.664

-1.123

Exploitatie Bedragen x €1.000

56

-/- is nadeel/lasten

BBV Indicatoren BBV indicatoren Onderstaand is de basisset van beleidsindicatoren opgenomen die op grond van het BBV verplicht is voorgeschreven. In tegenstelling tot de indicatoren die in de programma’s, onder beleidsspeerpunten zijn opgenomen, sturen wij op deze BBV indicatoren niet actief. Alleen als een indicator een directe link heeft met één of meerdere van de beleidsspeerpunten sturen wij hier actief op. In dat geval is de betreffende indicator ook meegenomen binnen één van de programma’s. Het doel van het verplicht opnemen van de BBV indicatoren is om begrotingen inzichtelijker te maken voor raadsleden die niet met financiën zijn belast en betere onderlinge vergelijkbaarheid van de gemeentebegrotingen mogelijk te maken. De meeste indicatoren zijn beschikbaar via de website www.waarstaatjegemeente.nl. Op deze site is het ook mogelijk om de indicatoren te vergelijken. Voor een aantal indicatoren geldt dat ze niet via landelijke bronnen beschikbaar zijn. Dit betreft de indicatoren die vallen onder het programma Bestuur en ondersteuning. Deze moeten dan ook door gemeenten zelf worden berekend. Op de volgende pagina’s zijn de voorgeschreven indicatoren onderverdeeld naar de programma’s van deze begroting. Hierbij zijn per indicator de score van Krimpenerwaard en Nederland gepresenteerd. Indicator

Waarde 2021

Bevolkingsaantal

Eenheid 2022

56.319

56.622 Aantal inwoners

Formatie

7,1

7,1 Aantal fte per 1.000 inwoners

Bezetting

6,2

6,4 Aantal fte per 1.000 inwoners

Apparaatskosten

€ 621,51

Externe inhuur

4,63%

5,93% % van de totale loonsom + totale kosten inhuur

Overhead

12,22%

11,14% % van totale begrote lasten

57

€ 621,28 Kosten per inwoner

58

59

60

Taakveld

Naam indicator - eenheid (conform Regeling beleidsindicatoren gemeenten)

Krimpenerwaard (vorig jaar)

Nederland (vorig jaar)

1. Veiligheid

Diefstallen uit woning - Aantal per 1.000 inwoners

1,2 (1,1)

2,3 (2,5)

1. Veiligheid

Geweldsmisdrijven - Aantal per 1.000 inwoners

2,6 (2,5)

4,6 (4,9)

1. Veiligheid

Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) - Aantal per 1.000 inwoners

4,2 (3,3)

6,2 (5,8)

1. Veiligheid

Verwijzingen Halt - Aantal per 1.000 jongeren

6

11

1. Veiligheid

Winkeldiefstallen - Aantal per 1.000 inwoners

0,7 (0,3)

2,3 (2,2)

3. Economie

Functiemenging - %

(46,9% (46,9%)

53,2 (53,2%)

3.Economie

Vestigingen (van bedrijven) - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot en met 64 jaar

4.Onderwijs

Absoluut verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen

0,0 (0,5)

2,4 (1,9)

4. Onderwijs

Relatief verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen

32 (29)

26 (23)

4. Onderwijs

Voortijdig schoolverlaters totaal (VO MBO)

0,20%

x

5. Sport, cultuur en recreatie

Niet-sporters - %

51,6% (51,6%)

48,7% (48,7%)

6. Sociaal Domein

Werkloze jongeren - % 16 t/m 22 jarigen

1% (1%)

2% (2%)

6. Sociaal Domein

Kinderen in uitkeringsgezin - % kinderen tot 18 jaar

4% (4%)

6% (7%)

6. Sociaal Domein

Lopende re-integratievoorzieningen - Aantal per 10.000 inwoners van 1564 jaar

137 (330,3)

202 (305,2)

6. Sociaal Domein

Banen - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar

6. Sociaal Domein

Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo - Aantal per 10.000 inwoners

6. Sociaal Domein

Jongeren met een delict voor de rechter - % 12 t/m 21 jarigen

6. Sociaal Domein

Jongeren met jeugdhulp - % van alle jongeren tot 18 jaar

6. Sociaal Domein

Jongeren met jeugdbescherming - % van alle jongeren tot 18 jaar

1,4% (1,3%)

1,1% (1,1%)

6. Sociaal Domein

Jongeren met jeugdreclassering - % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

0,1% (0,1%)

0,3% (0,3%)

6. Sociaal Domein

Netto arbeidsparticipatie - % van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking

68,9% (70,1%)

68,4% (68,8%)

6. Sociaal Domein

Personen met een bijstandsuitkering - Aantal per 10.000 inwoners

234,5 (191,3) 466,5 (373,9)

7. Volksgezondheid en Milieu

Hernieuwbare elektriciteit - %

5,7% (4%)

20,1% (18,5%)

7.Volksgezondheid en Milieu

Omvang huishoudelijk restafval - Kg per inwoner

111 (111)

171 (172)

8.Vhrosv

Demografische druk - %

80% (79,7%)

70,1% (70%)

8. Vhrosv

Nieuw gebouwde woningen - Aantal per 1.000 woningen

8,8 (8,9)

9,2 (9,2)

8. Vhrosv

Gemiddelde WOZ-waarde - x € 1.000

273 (256)

270 (248)

8. Vhrosv

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden - in €uro's

714 (697)

733 (700)

8. Vhrosv

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in €uro's

818 (802)

810 (773)

61

161,3 (155,3) 158,4 (151,6)

604,4 (598,6) 795,9 (792,1) 560 (540)

650 (630)

0% (1%)

1% (1%)

8,9% (9,1%)

10, 3% (10,5%)

Paragrafen

62

A. Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. Algemeen De totale opbrengst aan belastingen en overige heffingen bedraagt in 2022 ruim € 28,6 miljoen. In onderstaande tabel zijn de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven: bedragen x € 1.000

2021

2022

Onroerendezaakbelastingen

11.825

12.068

Rioolheffing

6.005

6.089

Afvalstoffenheffing

6.360

6.500

Hondenbelasting

76

-

Toeristenbelasting

264

268

Lijkbezorgingsrechten

995

1.007

Leges

2.458

2.917

Marktgelden

52

50

Havengelden

82

84

Kwijtschelding

-349

-359

27.768

28.624

Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) verzorgt de uitvoering van diverse belastingen voor de gemeente. Kostendekkendheid Bij de heffingen mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van het SVHW en de kosten van toezicht meegenomen, maar de beleidsuren en uren van handhaving niet. Voor de belastingen geldt deze wettelijke eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelen van de gemeente terecht. 1. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De hoogte van de OZB is een percentage van de WOZ-waarde van een onroerende zaak. Deze waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Omdat de uitkomsten van de taxatie door het SVHW voor de begroting 2021 nog niet definitief zijn, wordt gerekend met de (geactualiseerde) waardegegevens van 2020 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De verwachting is dat in onze gemeente de gemiddelde WOZ-waarde van woningen stijgt met 9,3% en van niet-woningen daalt met 1,0%. De totale opbrengst van de OZB wordt geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Op basis van deze cijfers zien de tarieven er als volgt uit: bedragen x € 1.000

2020

2021

2022

Eigenaren woning

0,1125%

0,1069%

0,0995%

Eigenaren niet-woning

0,2508%

0,2512%

0,2596%

Gebruikers niet-woning

0,2093%

0,2084%

0,2137%

2. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker. Bij woningen wordt de hoogte van de rioolheffing bepaald door de grootte van het huishouden. Bij niet-woningen is de WOZ-waarde de basis. Het tarief wordt dit jaar alleen met inflatie (1,6%) gecorrigeerd.

63

Woning: eenpersoonshuishouden

2020

2021

2022

€ 186,00

€ 189,35

€ 192,40

Woning: meerpersoonshuishouden

€ 248,00

€ 252,45

€ 256,50

Niet-woning: % van de WOZ-waarde

0,0769%

0,0783%

0,0796%

(max. € 1.093,50)

(max. € 1.113,05)

(max. € 1.130,85)

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente

4.579.714

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen netto kosten taakveld(en)

4.579.714

Toe te rekenen kosten

402.016

Overhead incl. (omslag)rente

679.054

BTW

762.781

Totale kosten

6.423.565

Opbrengst heffingen

6.088.522

Dekkingspercentage

94,78%

Het dekkingspercentage wordt 100% door de inzet van de Voorziening Riool van € 335.043. Dit is het verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten in bovenstaande tabel. Vanaf 2021 wordt de in de Algemene uitkering opgenomen “slappe bodem uitkering” niet meer ingezet als dekking voor de kosten van het riool maar voor duurzaamheid. 3. Afvalstoffenheffing Voor 2022 worden de tarieven met 1,6% verhoogd. We gaan uit van kostendekkende tarieven. 2020

2021

2022

€ 161,05

€ 170,85

€ 173,70

per lediging restafval (140 liter)

€ 6,65

€ 6,90

€ 7,00

per lediging restafval (240 liter)

€ 11,45

€ 11,85

€ 12,00

per storting in ondergrondse container

€ 2,85

€ 2,95

€ 3,00

Vast tarief vermeerderd met

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente

6.056.679

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-765.055

netto kosten taakveld(en)

5.291.624

Toe te rekenen kosten

316.266

Overhead incl. (omslag)rente

142.542

BTW

750.000

Totale kosten

6.500.432

Opbrengst heffingen

6.500.308

Dekkingspercentage

100,00%

4. Hondenbelasting Conform het amendement bij de meerjarenbegroting 2019-2022 wordt de hondenbelasting afgebouwd in 4 jaar, waardoor deze per 1 januari 2022 wordt afgeschaft. 2020

2021

2022

Eerste hond

€ 38,80

€ 19,75

n.v.t.

Elke hond boven het aantal van één

€ 50,05

€ 25,50

n.v.t.

Kennel

€ 107,90

€ 55,00

n.v.t.

64

5. Toeristenbelasting Het tarief wordt geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Het tarief wordt in 2022 € 1,78.

Per persoon per overnachting

2020

2021

2022

€ 1,75

€ 1,75

€ 1,78

6. Lijkbezorgingrechten De tarieven voor het verlenen van rechten worden geïndexeerd met de inflatie (1,6%). De overige tarieven worden verhoogd met 6,85% namelijk met de inflatie (1,6%) en conform het amendement bij de meerjarenbegroting 2019-2022 (5,25%). Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2022. Berekening van kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente

1.353.881

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-215.201

netto kosten taakveld(en)

1.138.680

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

469.907

BTW

-

Totale kosten

1.608.587

Opbrengst heffingen

1.007.682

Dekkingspercentage

62,6%

Een deel van de kapitaallasten wordt gedekt uit de Reserve Begraafplaatsen en uit de Reserve Kapitaallasten. De onttrekking wordt meegenomen bij de inkomsten van het taakveld waardoor de netto kosten lager worden. 7. Leges De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Een aantal legestarieven is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor een paspoort, een rijbewijs en een aanwezigheidsvergunning speelautomaten. In die gevallen wordt het maximale tarief gehanteerd (afgerond op € 0,05 naar beneden). De tarieven van titel 2, met uitzondering van de doorberekende externe tarieven, worden daarbovenop verhoogd met 3,85% om te groeien naar een hogere kostendekkendheid conform bestaand besluit. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Legesverordening 2022. Door het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de legesverordening gewijzigd zonder rekening te houden met de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot (vooralsnog) 1 juli 2022. In de eerste helft van 2022 zal de legesverordening aangepast worden aan de Omgevingswet.

65

Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 1: algemene dienstverlening Loonkosten taakveld(en)

485.875

Overige directe kosten taakveld(en)

515.097

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)

1.000.972

Toe te rekenen kosten

-

Overhead incl. (omslag)rente

432.283

BTW

-

Totale kosten

1.433.255

Opbrengst heffingen

857.400

Dekkingspercentage

59,8%

Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 2: fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Loonkosten taakveld(en)

1.124.594

Overige directe kosten taakveld(en)

141.326

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)

1.265.920

Toe te rekenen kosten

-

Overhead incl. (omslag)rente

1.000.551

BTW

-

Totale kosten

2.266.471

Opbrengst heffingen

2.015.029

Dekkingspercentage

88,9%

Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 3: Europese Dienstenrichtlijn / Horeca Loonkosten taakveld(en)

76.344

Overige directe kosten taakveld(en)

16.146

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

92.490 67.923 160.413

Opbrengst heffingen

7.240

Dekkingspercentage

4,5%

66

Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 3: Europese Dienstenrichtlijn / Evenementen en markten Loonkosten taakveld(en)

305.375

Overige directe kosten taakveld(en)

64.585

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)

369.960

Toe te rekenen kosten

-

Overhead incl. (omslag)rente

271.692

BTW

-

Totale kosten

641.652

Opbrengst heffingen

24.773

Dekkingspercentage

3,9%

Berekening van kostendekkendheid van de (APV) Standplaatsen titel 3: Europese Dienstenrichtlijn Standplaatsen Loonkosten taakveld(en)

24.622

Overige directe kosten taakveld(en)

-

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto

-

netto kosten taakveld(en)

24.622

Toe te rekenen kosten

-

Overhead incl. (omslag)rente

11.426

BTW

-

Totale kosten

36.048

Opbrengst heffingen

18.292

Dekkingspercentage

50,7%

Berekening van kostendekkendheid van de leges titel 3: Europese Dienstenrichtlijn /Kinderopvang Loonkosten taakveld(en)

24.639

Overige directe kosten taakveld(en)

120.457

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW

145.096 21.922 -

Totale kosten

167.018

Opbrengst heffingen

10.160

Dekkingspercentage

6,1%

67

8. Marktgelden De marktgelden kennen een gedifferentieerd tarief gehanteerd voor de grote markten, de kleine markten en de mini markten. De tarieven worden geïndexeerd met 5% in verband met de gestegen kosten. Dit betreft een ingroei-variant om weer te streven naar 100% kostendekkendheid. De tarieven bedragen per strekkende meter frontbreedte voor een vaste standplaats per kwartaal: 2020

2021

2022

grote markt (v.a. 20 vergunninghouders)

€ 27,05

€ 27,55

€ 28,90

kleine markt (5 t/m 19 vergunninghouders)

€ 17,80

€ 18,10

€ 19,00

mini markt (1 t/m 4 vergunninghouders)

€ 11,65

€ 11,85

€ 12,45

20 en meer

6 t/m 19

1 t/m 5

totaal

Begrote kosten

€ 20.923

€ 36.643

€ 9.500

€ 67.066

Begrote opbrengsten

€ 21.386

€ 24.624

€ 4.183

€ 50.193

Dekkingspercentage

102%

67%

44%

75%

Berekening van kostendekkendheid van de marktgelden

Er is bewust voor gekozen om het tarief van de kleine markten laag te houden, omdat er minder vraag is naar standplaatsen en omdat we de leefbaarheid van de kleine kernen willen behouden. 9. Havengelden De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie (1,6%). Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen Verordening havengelden 2022. Berekening van kostendekkendheid van de Havengelden Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente

123.114

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-11.739

netto kosten taakveld(en)

111.375

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente

54.292

BTW

-

Totale kosten

165.667

Opbrengst heffingen

83.814

Dekkingspercentage

50,6%

10. Overige heffingen Voor de bijdragen van de bedrijveninvesteringszones (BIZ-heffing) treedt de gemeente op als dienstverlener. De stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan. De bij aanvang van de BIZ opgestelde verordening geldt voor het hele (5 jaar durende) BIZ-tijdvak en bevat de tarieven voor alle jaren. Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Schoonhoven, voor het centrum van Bergambacht en voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht. Voor het centrum van Lekkerkerk wordt onderzocht of er voldoende draagvlak is voor een nieuwe BIZ per 1 januari 2022 in deze twee gebieden. 11. Overzicht lokale lastendruk Tot de woonlasten behoren de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen grotendeels de lokale lastendruk. De WOZ-waarde 2021 is gecorrigeerd met de gemiddelde waardestijging van woningen (9,3%). Bij de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een container van 240 liter die 10x per jaar geleegd wordt.

68

Eigenaar woning

2020

2021

2022

€ 273.000,00

€ 291.000,00

€ 318.063,00

OZB

€ 307,00

€ 311,00

€ 316,00

Afvalstoffenheffing

€ 271,00

€ 289,35

€ 293,70

Rioolheffing

€ 248,00

€ 252,45

€ 256,50

€ 826,00

€ 852,80

€ 866,20

Huurder woning

2020

2021

2022

Afvalstoffenheffing

€ 271,00

€ 289,35

€ 293,70

Rioolheffing

€ 248,00

€ 252,45

€ 256,50

€ 519,00

€ 541,80

€ 550,20

WOZ-waarde

De woonlasten van de omliggende gemeenten voor 2022 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken, is gebruik gemaakt van de woonlasten 2021. Deze woonlasten zijn berekend met behulp van de Lokale Lasten Calculator 2021van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lager Overheden). De berekening is op basis van een eigen woning met een WOZ-waarde van € 292.656 en een tweepersoonshuishouden. Gemeente

OZB

afvalstoffenheffing

rioolheffing

woonlasten

Krimpenerwaard

€ 313

€ 232

€ 252

€ 797

Bodegraven-Reeuwijk

€ 359

€ 303

€ 277

€ 939

Gouda

€ 257

€ 300

€ 500

€ 1.057

Krimpen aan den IJssel

€ 254

€ 377

€ 229

€ 860

Oudewater

€ 434

€ 277

€ 300

€ 1.011

Zuidplas

€ 356

€ 291

€ 210

€ 857

Landelijk gemiddelde

€ 305

€ 305

€ 201

€ 811

Bron: Coelo gaat bij afval uit van 9 ledigingen van een 140l container

12. Kwijtschelding Mensen met een laag inkomen kunnen kwijtschelding van de belastingen aanvragen. Ook kleine ondernemers kunnen kwijtschelding van hun privé aanslagen aanvragen. Het SVHW behandelt de kwijtscheldingsverzoeken. Als het eerste verzoek leidt tot kwijtschelding, kan de aanvrager toestemming verlenen voor geautomatiseerde kwijtschelding. Dan hoeft, bij gelijkblijvende omstandigheden, niet jaarlijks een kwijtscheldingsverzoek ingediend te worden. Het kwijtscheldingsbeleid is gebaseerd op de 100%-bijstandsnorm van het Rijk. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen. Kwijtschelding kan verleend worden voor aanslagen OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.

69

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze risico-inventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement vastgesteld dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle risico’s groter dan € 50.000. Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Denk hierbij aan de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen. De reserve weerstandsvermogen is gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s. Voor deze begroting onderscheiden we: Risico's (x € 1.000)

Bedrag

Reguliere’ risico’s

7.034

Totaal COVID19-risico’s 2022

613

Totaal

7.647

Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeente Krimpenerwaard heeft ervoor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% voor Reguliere risico’s en 10% voor COVID-19-risico’s. Hetgeen neerkomt op:  50% van de geïdentificeerde ‘Reguliere’ risico’s af te dekken, 50% van € 7.034.000 = € 3.517.000  10% van de COVID-19-risico’s af te dekken, 10% van € 612.900 = € 60.000 Totaal € 3.577.000 af te dekken door middel van de reserve weerstandsvermogen. Weerstandscapaciteit (x € 1.000)

Bedrag

De algemene reserve

5.637

De reserve weerstandsvermogen

3.577

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

9.214

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 9,2 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 7,6 miljoen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 1,2.

Ratio Boven 2,0 Tussen 1,4 en 2,0

Waardering Uitstekend Ruim voldoende

Tussen 0,8 en 1,4

Matig

Tussen 0,6 en 0,8

Onvoldoende

Onder 0,6

Ruim onvoldoende

Het kengetal 1,2 (Jaarrekening 2020: 2,4) geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als matig. De verlaging van dit kengetal van 2,4 naar 1,2 wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de beoogde onttrekking uit de algemene reserve in 2021, waardoor de weerstandscapaciteit afneemt.

70

Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de nota Risicomanagement, die in oktober 2016 in de raad is vastgesteld, hebben wij de volgende doelstellingen benoemd: 1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als niet-financiële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (BBV). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting-en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in juli en augustus 2021 geactualiseerd. De uitkomsten hiervan zijn, voor wat betreft de reguliere risico’s, in deze paragraaf verwerkt. Voor wat betreft de COVID-19 risico’s wordt verwezen naar paragraaf H.

Inventarisatie van de risico’s Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert. Klasse

Norm

Risico

1

Minder of 1 x per 10 jaar

10%

2

1 x per 5 - 10 jaar

30%

3

1 x per 2 - 5 jaar

50%

4

1 x per 1 - 2 jaar

70%

5

1 x per jaar of vaker

90%

Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Met behulp van het percentage, behorend bij de klasse (bijvoorbeeld 10%), en het bedrag opgenomen bij “maximaal financieel gevolg restrisico” wordt het financiële gevolg voor de weerstandscapaciteit berekend. Hieronder een overzicht van de Reguliere Risico’s ≥ € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg.

Risico's ≥ € 50.000 (x € 1.000) 1. SD/SZ - Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet

2.480

2. Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur

1.500

3. SD04 - Financiële verplichtingen tav sport en maatschappelijke voorzieningen kunnen leiden tot financiële risico's

940

4. RO09 - Risico agv uitvoeren projecten gebiedsontwikkeling en vastgoed

500

5. GREX01 - Exploitatierisico's

322

6 OW01 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht

112

7 ALG01 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming

105

8. P&O-06 Wachtgeldregeling wethouders

90

9. S&I12 - Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures

70

10. RO07 - Onvoldoende weerstandsvermogen bij Groenalliantie

57

11. FIN02 - Risico onjuiste weergave stand reserves en voorzieningen

50

12. Overige risico's Totaal

71

808 7.034

De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 7,6 miljoen ( € 7,0 miljoen reguliere risico’s + € 0,6 miljoen COVID-19-risico’s). Bij de Jaarrekening 2020 was dit € 8 miljoen. De verlaging van het risico met € 0,4 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door de verlaging van de risico's COVID-19, de toevoeging van het risico wachtgeld wethouders, de verlaging van het risico gemeentefonds als gevolg van voorgenomen herverdeling, de verlaging van het risico opbrengsten afval, de verhoging van de exploitatierisico’s in de grondexploitatie en de verhoging van het risico als gevolg van de invoering woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Hieronder volgt een toelichting op de risico’s van € 50.000 en groter. Inleiding Vanaf de Begroting 2021 worden alle risico’s van € 50.000 en groter toegelicht. Voor de toelichting op de COVID-19-risico’s wordt verwezen naar paragraaf H. Hieronder een toelichting op de Reguliere risico’s. 1 - SD Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet Jeugd en Wmo € 1,8 miljoen De uitgaven voor Jeugdhulp en de Wmo-voorzieningen worden jaarlijks zo reëel mogelijk begroot. Door het open einde karakter van deze voorzieningen bestaat het risico (€ 0,8 miljoen) dat de uitgaven een vaak niet te voorzien verloop laten zien. Een toename van de kosten kan het gevolg zijn van mutaties in het volume en in de prijsafspraken.

Binnen de Jeugdhulp wordt 70% van de indicaties buiten het gemeentelijke kanaal om afgegeven door directe verwijzers als huis- en jeugdartsen. Binnen het Sociaal Domein wordt aan verschillende leveranciers, soms onder landelijk druk vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voorschotten betaald om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen. Het risico (€ 0,3 miljoen) bestaat dat betaalde voorschotten bij een faillissement van de dienstverlener niet meer kunnen worden verrekend. Daarnaast bestaat het risico (€ 0,35 miljoen) dat het terugdringen van de uitgaven op Jeugd en Wmo door middel van de businesscase Doelmatigheid in 2022 minder besparing oplevert. Bij de Wmo heeft de verlaging van de eigen bijdrage een aanzuigende werking op de maatwerkvoorzieningen. We zien over 2019 en 2020 een toename van de Wmo uitgaven. De toename is deels het gevolg van de toenemende vergrijzing en deels ten gevolge van de verlaging van het abonnementstarief. Daarnaast bestaat de kans dat niet tijdig gesignaleerd wordt dat mensen (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn. Het gaat hierbij om alle doelgroepen binnen de samenleving. Jong en oud.

Het risico (€ 0,15 miljoen) bestaat eruit dat de gemeente opeens voor hoge kosten komt te staan omdat te laat kan worden ingegrepen Tot slot bestaat er een risico (€ 0,2 miljoen.) dat de uitgaven Jeugd, als gevolg van de invoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet per 1 januari 2022, minder hard dalen dan de berekeningen van het Rijk. Dit omdat nog onduidelijk is welke kinderen naar onze gemeente komen en of er in 2022 nog zal worden afgerekend op basis van werkelijke aantallen. Participatiewet € 0,45 miljoen Sinds mei 2018 neemt het cliëntenbestand van uitkeringsgerechtigden af. Met ingang van 2019 vallen we onder de uitgavedrempel om voor een vangnetuitkering in aanmerking te komen. De afwijking tussen inkomsten en uitgaven (tot aan de uitgavedrempel) komt daarmee voor rekening van de gemeente. 2 - Gebiedsovereenkomst - opgave natuur De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project.

Bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. 3 - Verplichtingen ten aanzien van sport en maatschappelijke voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. De methode van risicobepaling voor dit onderdeel is gewijzigd ten opzichte van voorgaande keren. De risico's worden sinds de jaarrekening 2020 nu ontleend aan de standenlijst voor maatschappelijke voorzieningen (onderdeel beheer van het project maatschappelijke voorzieningen binnen Sociaal Domein). Bruto en netto wordt het risico nauwkeuriger per instelling bepaald. 72

4 - Uitvoeren projecten gebiedsontwikkeling en vastgoed De gemeente heeft een groot aantal ruimtelijke ontwikkelingsprojecten lopen. Alle projecten hebben een grote financiële omvang en zijn meerjarig (doorlooptijd). Hierdoor zijn er dus ook risico’s. Voor veel projecten gaat de gemeente een samenwerkingsovereenkomst aan met een marktpartij, in veel gevallen in de vorm van een anterieure overeenkomst. Hierdoor liggen de financiële risico’s grotendeels bij de marktpartij. De projecten bevinden zich in verschillende fasen, waardoor er sprake is van risicospreiding. Er is voor gekozen om niet voor elk project apart een risico uit te werken. Er is één risico uitgewerkt ten aanzien van de projecten met betrekking tot gebiedsontwikkeling en vastgoed. Hiervoor is een bedrag van € 500.000 opgenomen in de benodigde weerstandscapaciteit om de mogelijke risico's uit deze projecten op te kunnen vangen. 5 - Grondexploitaties In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico’s. Voor deze begroting 2022 zijn deze risico’s geactualiseerd. De totale risicowaardering is voor de begroting 2022 bepaald op € 322.000. De oorzaak van de verhoging ten opzichte van dit risico bij de jaarrekening 2020 ligt in de vaststelling van de grondexploitatie voor het complex Hoflaan in Stolwijk in juni 2021.

De risico-inventarisatie van dit complex is nu voor het eerst meegenomen in de totale risicowaardering. Voor de complexen Dorpshart-Molenweide en Dorpshart-Centrum en Tussen Dijk en Bakwetering is de risicowaardering vanwege de verwachte beperkte mutaties in het risicoprofiel in deze complexen, ongewijzigd gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2020. In paragraaf G – Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen. 6 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht Met ingang van 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. Vanwege de wetwijziging is door de Provincie een ontwerpbesluit opgesteld tot wijziging van de Waterverordening Rijnland en de Verordening Ruimte 2014, welke op 14 november 2018 is vastgesteld door de Provincie Zuid-Holland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (verder Rijnland) heeft op basis van dit besluit de legger regionale keringen en de legger primaire keringen geactualiseerd. Onderdeel van de wetswijziging is een wijziging in de normering van dijken. De Steinsedijk in Haastrecht heeft daardoor voor een groot deel de waterkerende functie verloren en is dus formeel geen dijk meer. Dit betekent dat het hele dijklichaam in beheer en onderhoud door Rijnland aan de gemeente wordt overgedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=921b71a1-4deb-4158-af16-ddbe86f6cdac