Achterliggend document - Eindrapport Strategische Visie Krimpenerwaard_S_17-0014262_1.PDF
Tekst van het document
Hierbij komen broeikasgassen vrij (2-3% van de Nederlandse uitstoot in CO2-equivalenten komt van het veenweideareaal). Ook wordt het waterbeheer duurder en ingewikkelder en verzakken infrastructuur en gebouwen. Deze gevolgen worden groter in de toekomst, wanneer de zomers warmer en droger worden.
Hoge kosten en overlast Bodemdaling leidt tot hoge kosten voor het onderhoud en herstel van huizen en infrastructuur: wegen, riolering, dijken. Op schaal van Nederland gaat het in het landelijk gebied om 0,8 tot 2,0 miljard euro en in het stedelijk gebied om 1,7 tot 5,2 miljard voor infrastructuur en minimaal 16 miljard euro voor funderingsherstelkosten van bebouwing. Hierbij komen nog kosten voor aanpassing van het watermanagement: het waterschap volgt met het waterpeil de gewenste functies. Doordat de waterstand gerelateerd is aan de dalende bodem, is diepere ontwatering nodig en moet de pompcapaciteit van de gemalen omhoog. Als gevolg hiervan stijgen de kosten voor ontwatering en moeten dijken zelfs hoger worden. Met de verwachte klimaatverandering worden meer en hevigere buien en wateroverlast voorspeld. Met piekbuien en lange regendagen bedreigt de wateroverlast de diepe delen van het veenweidegebied.
Op delen, vooral in het noordelijk deel, is zelfs nog dieper ontwaterd door individuele agrariërs met een eigen pomp, waardoor de bodemdaling verdubbelde. Hierdoor stroomt het water door de waard nu van zuid naar noord en zijn er veel kleine hoogteverschillen en waterstandsverschillen in de Krimpenerwaard, wat het peilbeheer en het tegengaan van bodemdaling ingewikkeld maakt.
44
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Bodemdaling in de Krimpenerwaard van 1984 tot 2002. Duidelijk te zien is hoe sommige delen sneller dalen dan andere delen. Bij ongewijzigd beleid in peilindexatie zet deze trend door.
Gevolgen van bodemdaling in een schematische doorsnede uiteengezet: naast milieuschade ontstaan grote kosten in het herstellen van verzakking van infrastructuur en bebouwing en wordt de waterveiligheidsopgave lastiger. STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
45
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
BODEMDALING bouwstenen Het rapport ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ van het Planbureau van de Leefomgeving uit 2016 ziet drie oplossingsrichtingen voor de bodemdaling van het veenweidegebied: onderwaterdrainage, peilfixatie en functieverandering door vernatting. Onderwaterdrainage Onderwaterdrainage maakt het mogelijk om agrarisch grondgebruik van het veenweidegebied te combineren met een hoge waterstand. Literatuuronderzoek laat zien dat met onderwaterdrainage een ontwatering van 35 tot 45 cm dezelfde betreding toelaat als een ontwatering van 60 cm zonder onderwaterdrainage. Voor het tegengaan van bodemdaling is een gemiddelde ontwatering van 30 cm het meest effectief. Afhankelijk van grondwaterstromen is 50% reductie van bodemdaling haalbaar. Bij veengebieden met een toplaag van klei kan bodemdaling zelfs gestopt worden. De onderwaterdrainage zorgt ervoor dat er in droge zomers, wanneer de veenoxidatie het hevigst is, water het veenpakket in stroomt. In natte periodes ontwateren de drains, waardoor de weide toegankelijk blijft voor machines en vee. De drains worden 10 tot 20 cm onder het slootwaterpeil aangebracht, om de 4 tot 6 meter haaks op de kavelrichting.
Om onderwaterdrainage in een gebied goed te laten werken is voorraadvorming nodig, opdat in de zomer water in het veenpakket gevoerd kan worden en in de winter het water dat uit de pakket stroomt op te kunnen vangen, zonder dat het zijn omgeving belast. Groot voordeel van onderwaterdrainage is dat de agrarische functie van het veenweidegebied behouden kan blijven, terwijl de bodemdaling aanzienlijk wordt teruggedrongen. Een nadeel van deze oplossing is het kostenaspect: het aanbrengen van een nieuw drainagesysteem is een kostbare ingreep. Daarnaast bestaat de kans dat onderwaterdrainage teveel mest lekt naar het oppervlaktewater. Daarom is het Hoogheemraadschap vooralsnog geen voorstander van onderwaterdrainage. Ook in de MER Natuuropgave Krimpenerwaard (2010) wordt dit bezwaar genoemd. Onderzoekers van Alterra hebben beargumenteerd dat het waterkwaliteitsvraagstuk kan worden opgelost. Naast het waterkwaliteitsvraagstuk speelt natuurlijk het kostenaspect van deze dure ingreep een rol in de trage introductie van de techniek. 46
Peilfixatie Als besloten wordt het waterpeil niet verder te verlagen (peilfixatie), neemt de veenbodemdaling af, hetgeen na verloop van tijd resulteert in vernatting. Dit leidt enerzijds tot opbrengstderving voor de landbouw en anderzijds tot mogelijkheden voor natuurontwikkeling. De baat van deze maatregel zit vooral bij de natuur, in de reductie van broeikasgassen, minder herstelkosten als gevolg van bodemdaling en minder problemen bij de ontwatering. Doordat deze maatregel geleidelijk vernat over decennia, kunnen huidige functies zich aanpassen aan de geleidelijke vernatting. Hierdoor is de beperking van de bodemdaling echter ook geleidelijk en gaan CO2 uitstoot en bodemdaling nog een tijd door. Functieverandering door vernatting Door actief te vernatten, wordt bodemdaling vrij snel een halt toegeroepen. Dit heeft wel grote gevolgen voor de aanwezige functies, die zich zullen moeten aanpassen. Mogelijkheden zijn extensiveren van de landbouw, het overstappen op natte landbouw, of op overgaan naar natuurontwikkeling. Extensieve landbouw Landbouwbedrijven zullen zich moeten aanpassen aan de veranderende fysische omstandigheden en moeten overgaan naar een extensieve bedrijfsvoering door bijvoorbeeld een lagere veebezetting, minder hoge mestgift en maaibeheer dat rekening houdt met de broedseizoenen van weidevogels.
Om bestaansrecht te behouden, is het vermarkten van producten tegen hogere marktprijzen van belang voor de extensieve melkveehouderij (bijvoorbeeld door biologisch te gaan boeren of door streekeigen producten te leveren). Vernatting, waarbij het peil niet meer wordt geïndexeerd, is gunstig voor flora en fauna en voor vermindering van de CO2-emissie door veenoxidatie. Hierbij kan ook gedacht worden aan biologische landbouw of andere melkveerassen. Dit draagt in alle gevallen positief bij aan een gevarieerder landschap met meer biodiversiteit. Dit zijn ook de gebieden waar juist de kansen liggen om de doelen rond weidevogels te halen.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Onderwaterdrainage maakt het mogelijk om met een hogere grondwaterstand toch een goede productie van gras en toegankelijkheid voor vee en machines te behalen. Door de hogere grondwaterstand neemt de bodemdaling met ongeveer de helft af. STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
47
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Natte landbouw Een nog weinig gangbare agrarische activiteit is de natte landbouw, ook wel paludicultuur genoemd. Dat zijn teelten die goed gedijen onder natte condities of plasdrascondities. Voorbeelden zijn rietland, lisdodde, veenmos en de teelt van cranberry’s. Ook kan het een optie zijn de ontwikkeling van veenmos weer op gang te brengen. In monoculturen is de soortenrijkdom in het algemeen beperkt, maar bij een gevarieerde aanleg en een mozaïek van ruigtes, broekbossen, hooilanden en ongemaaid rietland kan een divers landschap met rijke biodiversiteit worden gecreëerd. Daarbij valt de bodemdaling terug van enkele centimeters naar enkele millimeters per jaar, zijn er inkomsten en levert het gebied een redelijke bijdrage aan de ecologie. Natuurontwikkeling Extensivering van het landgebruik leidt tot een hoge diversiteit in flora en fauna. Hierbij valt te denken aan een afwisseling van hooilanden, rietlanden, meren, moerassen, broekbossen en extensief beheerde graslanden waar geregeld vee wordt ingeschaard. Deze vorm van exploitatie levert niet meer op dan het voorkomen van verdroging en het behouden van een goede waterkwaliteit. Deze manier van landgebruik biedt een basis voor een bijzonder rijk landschap en een hoge biodiversiteit. Bodemdaling kan afgeremd worden; er kan weer veen aangroeien en biomassa legt koolstof vast.
Het is duidelijk dat deze vorm van transitie van veenweidegebied, het bijbehorende beheer en onderhoud op zichzelf een behoorlijke kostenpost opleveren. De vermeden kosten van infrastructuur- en funderingsherstel en de vermeden kosten van het harder wegpompen van het water staan hier – naast de verminderde CO2 uitstoot en de grote natuurwinst – tegenover.
48
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Vernatting stopt de bodemdaling, maar leidt tot ander grondgebruik. Om toch voldoende inkomsten te behalen is samenwerking nodig voor ketenintegratie, het creëren van een sterk streekmerk, het opbouwen van kennis over andere vormen van landbouw en het meekoppelen van kansen op het gebied van recreatie en toerisme en nieuwe woon- en werkvoorzieningen. STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
49
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
BOUWSTEEN: ONDERWATERDRAINAGE Op de melkveebedrijven van de familie Bakker te Kwadijk en de familie Steenman te Hobrede is onderzoek gedaan naar onderwaterdrainage. Van 2007 tot 2010 is er een praktijkexperiment uitgevoerd naar de toepassing van onderwaterdrains. Het doel van deze techniek is om zowel voordelen voor de boer op te leveren (vermindering vernatting) als voor de maatschappij (vermindering maaivelddaling).
Onderwaterdrainage pilot in polder Zeevang 50
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
De onderwaterdrains liggen onder het slootpeil, waardoor de grondwaterstanden gedurende het jaar worden genivelleerd. Een investering voor boeren is alleen aantrekkelijk als hierdoor de ontwatering substantieel verbetert. Dit is het geval bij relatief hoge slootpeilen tussen de 30 à 60 cm -mv.
DE WAARD IN ACHT THEMA’S BOUWSTEEN: VERNATTING Het veenweidegebied is één van de goed bewaarde cultuurlandschappen in Nederland. Een groot deel van dit landschap is in bezit van melkveehouders, zo ook in de Krimpenerwaard. Vanaf de jaren 60 is de Krimpenerwaard verder ontwaterd om de landbouwproductie te laten stijgen. Een sterke bodemdaling is het gevolg van deze aanpak.
Van koe naar buffel: vernatting van de landbouwgrond
Boer Arjan Swinkels speelt in op deze omstandigheden. Op zijn ‘Stoerderij’ in Brabant lopen enkel stoere waterbuffels rond. Het voordeel van deze vorm van extensieve veeteelt is dat vernatting geen probleem is. Daarnaast draagt het het bij aan een rijker landschap met meer biodiversiteit. De kudde van Arjan telt inmiddels 43 waterbuffels, die in verschillende weiden rondlopen. De buffels produceren melk, wat wordt verwerkt tot Stoere Yoghurt, Stoer IJs en Stoere Melk. Ook worden de buffels voor vlees gehouden. Tot slot zijn events, excursies en proeverijen ook mogelijk, waaronder ‘knuffel de buffel.’ STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
51
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
ECONOMIE & WERK wat speelt er? Samenstelling De economie binnen de Krimpenerwaard bestaat, uitgedrukt in werkgelegenheid, voor een groot deel uit productie (ruim 30% van de banen) en voor een groot deel uit handel en transport (iets minder dan 30%). Zakelijke dienstverlening, onderwijs en zorg zijn goed voor ruim 30% van de banen. Opvallend is dat de agrarische sector en de toeristische / recreatieve sector ieder niet meer dan 3% van de banen leveren. Het eerder genoemde rapport ‘De Kracht van de Krimpenerwaard’ richt zich op de waarde van een in alle opzichten duurzame economie. ‘In alle opzichten’ houdt in dat economische waarde in samenhang bekeken wordt met sociale en natuurlijke (ecologische) waarden. De kansen en bedreigingen voor de Waard worden in het rapport kernachtig benoemd. Deze kansen komen aan bod bij de ‘Bouwstenen’.
heeft een flink aandeel in de werkgelegenheid binnen de transportsector (20%) en levert daarmee zelfs een grotere toegevoegde waarde dan de landbouwsector. De recreatieve sector leunt sterk op de eigen bevolking: 75% van de inkomsten komt daar vandaan. Het toeristisch en recreatief potentieel van de Krimpenerwaard voor bezoekers van buiten lijkt hiermee onvoldoende te worden waargemaakt. Een beter en meer divers aanbod van vrije tijds- en recreatievoorzieningen vergroot bovendien de aantrekkingskracht van de Waard als aantrekkelijke woonomgeving.
Als grootste bedreiging geldt dat de Krimpenerwaard tekort schiet in dynamiek, vitaliteit en innovatiegedrag ten opzicht van haar omgeving. Als gevolg hiervan blijft de werkgelegenheidsgroei achter. De werkloosheid in de Krimpenerwaard ligt structureel lager dan het Nederlands gemiddelde, maar kan onder druk komen te staan als vernieuwing achterblijft. Zorgwekkend is dat de vooruitzichten op een structurele ommekeer nog niet hoopgevend zijn. Dynamiek, vitaliteit en vernieuwing zijn broodnodig voor een op economisch gebied duurzaam sterke ontwikkeling. Sectoren De maakindustrie is met ongeveer 20% van de banen sterk vertegenwoordigd. Deze sector staat voor grote veranderingen, omdat industriële productie blijvend sterke concurrentie ondervindt van landen met lage productiekosten en omdat voortschrijdende automatisering en robotisering de werkgelegenheid in de sector onder druk zet. De bouwsector is minder gevoelig voor globalisering en automatisering, maar is evengoed aangewezen op innovatie om de concurrentie van bedrijven buiten de Waard het hoofd te kunnen bieden. Handel en transport zijn van oudsher sterk aanwezig in de Waard. De binnenvaart 52
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
Werkgelegenheidsontwikkeling
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Sectorstructuur (banen) STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
53
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
ECONOMIE & WERK bouwstenen Het mantra voor een duurzaam sterke economie in de Krimpenerwaard is: versterk de dynamiek, de vitaliteit en het innovatief vermogen - ten opzichte van de omgeving. Dit is een ambitieuze opgave die haalbaar is door de sterke kanten van de Waard en Krimpen te onderkennen, die in te zetten bij het benutten van de kansen die zich aandienen, de zwaktes en bedreigingen serieus te nemen en het hoofd te bieden, en door eendrachtig samen te werken. Voor alle sectoren geldt dat innovatie van het grootste belang is om concurrerend te blijven. Die innovatie gedijt bij uitwisseling tussen betrokken sectoren en afnemers, door het aan je binden van (jong) ambitieus talent en door het creëren van een omgeving waar kennisopbouw gestimuleerd wordt (onderwijs, nascholing, leer-werk). Een middel om deze innovatie en bijbehorende educatie van de grond te krijgen, is door te laten zien dat veel van de uitdagingen in de Krimpenerwaard ook in andere, soortgelijke gebieden voorkomen. Het gebied kan hierdoor gaan functioneren als proeftuin voor nieuwe ideeën, bijvoorbeeld op het gebied van aanpak van bodemdaling, mobiliteit of maritieme industrie. Dit biedt mogelijkheden voor bedrijven die geworteld zijn in de sterke lokale en regionale netwerken maar globaal kunnen concurreren met bedrijven en regio’s.
De Krimpenerwaard valt buiten de belangrijkste provinciële agenda’s voor stimulering van de economie. De regio zal daardoor op zoek moeten naar andere manieren om de lokale economie verder te ontwikkelen en te kunnen concurreren met andere regio’s met optimaler ‘harde’ vestigingsfactoren. Door in te zetten op ‘zachte’ vestigingsfactoren, zoals de aanwezigheid en toegang tot groen en recreatie, kan de Krimpenerwaard zich onderscheiden als woon- en recreatiegebied, maar ook als vestigingslocatie voor bedrijvigheid. De transitie naar een biobased economy is een van de manieren waarop geïnnoveerd kan worden. In een biobased economy wordt biomassa als grondstof gebruikt in plaats van fossiele brandstoffen, waardoor bedrijven en consumenten duurzamer kunnen produceren en consumeren. In de Krimpenerwaard zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om het gebruiken van eiwitten uit reststromen, zoals gras, als grondstof voor hoogwaardige producten. De verwerking van deze reststromen biedt onder andere kansen voor samenwerking met biobased bedrijven in de Rotterdamse haven. De maakindustrie De bouwsector in de Krimpenerwaard kan een groter aandeel krijgen in de transformatieopgave voor woningbouw, als ze zich nu ten volle voorbereidt op 54
die opgave: woningen hoogwaardig isoleren en van moderne zuinige installaties voorzien (energielabels A, B en Eigenwarmte, BENG-nieuwbouw (Bijna Energie Neutraal Gebouwd)). De maritieme sector heeft de ambitie om een maritiem cluster te ontwikkelen in de Stormpolder. Hiertoe zijn stappen ondernomen (deelname aan Maritieme Delta, samenwerking met Drechtsteden) met aandacht voor: innovatie, arbeidsmarkt, onderwijs, branding en acquisitie. Bovendien biedt het EMK terrein in de Stormpolder na sanering mogelijkheden voor nieuwe bedrijvigheid in deze sector. Handel en transport Transportondernemers diversifiëren hun bedrijfsvoering. De logistieke component (vrachtvervoer) heeft last van de forse afstanden tot de haven en de snelwegcorridors, over in capaciteit en snelheid tekortschietende regionale uitvalswegen. Maar door het aanbieden van nieuwe diensten in behandeling en verwerking van goederen, kunnen bedrijven meerwaarde leveren die het bestaansrecht op de huidige locaties bestendigen. De grootste potentie voor de transportsector in de Krimpenerwaard lijkt echter te liggen in het verder ontwikkelen van het transport over water. Het gebied bevindt zich hiervoor op een gunstige locatie, tussen de Nieuwe Maas, Lek en Hollandse IJssel in.
Bovendien sluit dit aan bij de groei van multi- en synchromobiliteit in de logistieke wereld, waarbij verschillende transportmodaliteiten over een bepaald traject gebruikt worden. Waar, door toenemende verkeersdruk, autoverkeer minder betrouwbaar zal worden, biedt vervoer over water een duurzaam en goedkoop alternatief. Hiermee neemt ook de behoefte naar verbeterde op- en overslagvoorzieningen toe. Door de reeds aanwezige voorzieningen verder te ontwikkelen, heeft de regio de potentie om het logistieke bedrijfsleven te faciliteren en te versterken. Recreatieve sector Bijna 75% van de omzet in de sector toerisme en recreatie komt van eigen inwoners. De kansen voor uitbreiding van de sector zijn daarom vooral gelegen in het vergroten van de aantrekkingkracht voor bezoekers van buiten (nationaal en internationaal). Het verder benutten van de groene, landschappelijke kwaliteit lijkt hiervoor de aangewezen strategie. Binnen- en buitenlandse voorbeelden laten zien dat de combinatie van landschappelijke kwaliteit en voor de streek typerende agrarische producten (streekproducten) grote aantrekkingskracht kan hebben. Op recreatief gebied kan de infrastructuur sterk verbeteren door aandacht te besteden aan goede, aantrekkelijke netwerken voor de fiets en vervoer over water.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Landbouw
Toerisme en recreatie
Handel en transport
Maakindustrie
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
55
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Proef de Krimpenerwaard!
BOUWSTEEN: RECREATIE & TOERISME De Krimpenerwaard kent een breed scala aan streekproducten die groeien, bloeien en voortkomen uit deze veelzijdige polder. Onder meer boerenkaas, ijs, chocolade, vruchtensap en speciaalbier zijn te vinden in deze achtertuin van de stad. Met behulp van een Foodkaart wordt de lokale economie gestimuleerd en worden korte ketenlijnen bevorderd. De Foodkaart laat 37 adressen zien waar men terecht kan om de lekkerste streekproducten op te halen. Daarnaast is er ook een popup food festival ‘Proef de Krimpenerwaard’ dat jaarlijks plaatsvindt in de tuinen van het Streekmuseum. Hier komen de foodkunstenaars uit de polder tezamen om te koken met ingrediënten uit de Krimpenerwaard. In dit openluchtrestaurant is het mogelijk om met het hele gezin te komen proeven, high tea’en, picknicken of te dineren. Gedurende het festival zijn er proeverijen en kookworkshops. De live muziek zorgt ervoor dat het gegarandeerd een sfeervole middag en avond is voor iedereen.
56
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
BOUWSTEEN: BIOBASED LANDBOUW Meer uit gras halen: met het gras van de weiden kan veel meer gedaan worden dan het alleen als veevoer gebruiken: dat is het idee van het bedrijf Grassa BV, dat in 2014 is opgericht. Nederland bevat namelijk een miljoen hectare aan gras en met de grasoverschotten gebeurt momenteel weinig. Gras bevat juist veel waardevolle stoffen, maar wordt voornamelijk gebruikt als veevoer. Een koe heeft echter niet deze hoeveelheid aan waardevolle stoffen helemaal nodig en daarom kan dit gras ook verwerkt worden, zodat het beter kan worden benut. Daarvoor gebruikt Grassa bioraffinagetechniek: het scheiden van de verschillende componenten van groene grondstoffen Met behulp van een mobiele raffinagemachine, de eerste in Nederland, onderzoekt het bedrijf momenteel of het producten uit gras kan halen en verwerken: waaronder vezels, fosfaat, eiwit en ‘wei’ (sap). Vervolgens is het idee dat de vezels gebruikt kunnen worden als krachtvoer of in de papierindustrie, dat fosfaat wordt ingezet als goede biomeststof en, net als de wei, als vergistergrondstof. Tot slot kunnen de eiwitten uit het sap verwerkt worden tot hoogwaardige, eiwitrijke veevoeding. Zo werken verschillende sectoren samen, wat geheel aansluit bij het idee van de Bio-Based Economy.
Naast gras kunnen ook reststromen uit de tuinbouw, woekerende waterplanten uit sloten en natuurgras uit natuurgebieden worden verwerkt.
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Boerderij laten draaien op eigen mest
Bron: http://grassa.nl/ STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
57
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Maakindustrie in de haven RDM Campus
BOUWSTEEN: MAAKINDUSTRIE Bij de oprichting in 1902 hield de Rotterdamsche Scheepsdok Maatschappij zich voornamelijk bezig met scheepsreparatie. Nu, ruim 100 jaar later, is het terrein uitgegroeid tot dé plek voor innovatie in de haven van Rotterdam. Hier krijgt de maakindustrie van de toekomst vorm. De campus biedt plaats aan bedrijven, onderwijs en onderzoek. Dit dynamische gebied ligt midden in de haven, maar toch verrassend dicht bij de stad. Wereldspelers in de maritieme en off-shore sector zijn hier te vinden, wat snelle innovatie ook bevordert. Daarnaast zitten mbo, hbo en techniek onderwijs hier onder een dak en hebben studenten de mogelijkheid om aan reallife projecten mee te werken. Tot slot biedt de combinatie van historie, haven en industrie volop inspiratie voor zakelijke en culturele evenementen. De multifunctionele ruimtes van het Congrescentrum en de Onderzeebootloods bieden ruimte aan evenementen voor 5 tot 5.000 bezoekers.
58
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
BOUWSTEEN: MAAKINDUSTRIE Het Industriepark Kleefse Waard is onlangs beloond met de ‘New kid on the block-award’, een prijs voor aanstormend talent. Het gebied is een transformatie ondergaan van een gebied vol oude industrie naar een gebied voor technologische ontwikkeling. Inmiddels is het een innovatief cleantech park dat zich actief bezighoudt met duurzaamheid. Het industriepark gelooft dat elke onderneming een optimale bedrijfsruimte nodig heeft om succesvol te kunnen ondernemen. Daarom maakt het park nieuwe en bestaande gebouwen op maat, die geschikt zijn voor elk bedrijfsproces. Duurzame bedrijven in de maak- of clean tech-industrie kunnen zich er vestigen. Er zijn vele voorzieningen beschikbaar, waaronder een parkrestaurant, een elektrische deelauto, een proefveld voor duurzame en technologische concepten en een incubator voor start-ups. Daarnaast wordt tweemaal per jaar het Green Industrie Event georganiseerd, waar gekeken wordt hoe industrieën elkaar kunnen versterken in het realiseren van een groene toekomst.
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
New kid on the block: Industriepark Kleefse Waard Foto Marsha Bakker
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
59
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
LANDBOUW wat speelt er? Melkveehouderij in de Krimpenerwaard De melkveehouderij gebruikt de landbouwgrond in de Krimpenerwaard voor de productie van gras, het weiden van het vee en voor het uitrijden van mest. Het gras wordt gemaaid, gekuild of in balen geperst, of wordt begraasd. Mede dankzij de drooglegging kan al vanaf begin februari mest worden uitgereden. Een ander voordeel is dat het gras op de gewenste tijden en efficiënter kan worden geoogst. Dit betekent uiteindelijk ook minder arbeidskosten. De drooglegging levert een gemiddeld melkveebedrijf vooral baten op in de vorm van een hogere grasproductie en daardoor uiteindelijk meer melk. Vanaf de jaren 60 is de Krimpenerwaard verder ontwaterd om de landbouwproductie te laten stijgen. Dit resulteerde in een sterke toename van de bodemdaling, van enkele millimeters per jaar tot enkele centimeters per jaar.
Rentelasten door schaalvergroting Bij elke grondaankoop, staluitbreiding of machineaanschaf en –inhuur worden investeringen gedaan waarvoor een lening bij de bank wordt afgesloten. Hiertegenover staan onzekere inkomsten, die afhankelijk zijn van het weer, de bodem, marktprijzen, en risico’s van ziekte onder het vee. De Rabobank heeft zorgen geuit over de financiële duurzaamheid van de huidige financieringsstructuur. Bij een rentestijging van 1 of 2%, vreest men, ontstaan grote problemen voor boeren: een nieuwe gevaarlijke onzekerheid bij de al grote reeks onzekerheden. Verdere schaalvergroting op veengrond is kapitaalvernietiging als de kosten van herstel van bodem, gebouwen, infrastructuur en biodiversiteit daarbij worden opgeteld. Dit komt bovenop de bestaande onzekerheid over het handhaven van de derogatieregeling en de schommelingen in de melkprijzen.
Afhankelijk van Europa en de wereldmarkt Het Europese landbouwbeleid is van groot belang voor de melkveehouderij die voor bijna de helft van het bedrijfsinkomen afhankelijk is van toeslagen. Ook de melkquotering en de regelgeving rondom mest en ammoniak worden in Europa bepaald. Hiermee is de sector afhankelijk van trends op een groot schaalniveau waar ze geen invloed op heeft. Dit zorgt voor onzekerheid m.b.t. het toekomstperspectief voor een gezonde bedrijfsvoering.
Bodemdaling Zolang het peil bijgesteld blijft worden in pas met de bodemdaling, kan de melkveehouderij doorgaan met haar huidige bedrijfsvoering. Door een reeks rapporten is er sinds enige jaren duidelijk zicht op de ongewenste gevolgen van bodemdaling, de gevolgen en maatschappelijke kosten ervan. De huidige manier van ontwateren is niet duurzaam in stand te houden. Het ligt in de lijn der verwachting dat er binnen afzienbare tijd hier een halt aan toe wordt geroepen. Een duurzamer e omgang van de bedrijfsvoering met de veenondergrond zal nodig zijn. De strategische visie Krimpenerwaard sorteert alvast voor op deze ontwikkeling.
Verder is de Nederlandse melkveehouderij sterk exportgericht, wat de inkomsten koppelt aan de mondiale melkprijzen, die sterk schommelen. Ook kan bij besmettelijke dierziekten deze export zomaar aan banden worden gelegd en kan worden ingegrepen in de veestapel. Al deze afhankelijkheden maken de toekomst van de melkveehouderij onzeker.
60
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
95% van de landbouwbedrijven in de Krimpenerwaard bestaat uit melkveehouderijen. Bijna alle zijn gevestigd in een lint of langs de dijk of de Vlist. Verspreid door het gebied zijn ook verbrede boerderijen die streekproducten te koop aanbieden. STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
61
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
LANDBOUW bouwstenen Schaalvergroting Relevant voor de keuze van een oplossingsrichting is een inschatting van de lange termijn kansen van de landbouw. Bedrijven die verder intensiveren en hun schaal vergroten, zullen voor hun bedrijfsvoering zoveel mogelijk gras willen oogsten en mest willen uitrijden, waarvoor een optimale drooglegging gewenst is. Dit zou kunnen in het deel van de Krimpenerwaard waar door onderwaterdrainage de bodemdaling kan worden tegengegaan. Het is wel goed om hierbij in het oog te houden dat De Krimpenerwaard kampt met een ongunstige agrarische structuur door beperkte toegankelijkheid van de percelen en smalle wegen over slappe bodem naar de percelen toe. Dit resulteert in relatief hoge kosten voor arbeid, brandstof en onderhoud van infrastructuur. Bij schaalvergroting zullen bedrijven dus meer en meer tegen natuurlijke grenzen aan lopen. De melkwagen en de vrachtwagen met veevoer hebben steeds meer moeite om bij de boerderijen te komen. Doorgaande schaalvergroting van de landbouw in de Krimpenerwaard lijkt eindig.
maar soms komen we letterlijk en figuurlijk in elkaars weg. Fietsers weten vaak niet wat ze moeten doen als ze een landbouwvoertuig tegenkomen. Ze stoppen op de weg in plaats van opzij te gaan. Dit zorgt voor frustratie.” (Schep, Bergambacht). Hoe kunnen recreanten genieten van het gebied zonder de dagelijkse werkzaamheden van de inwoners te verstoren?
Streekproducten en verbreding Een andere optie is dat bedrijven een accent leggen op streekeigen producten of verbreden richting recreatie of zorg. Deze bedrijven kunnen met een lagere productie uit de voeten. De afzet in streekproducten vindt plaats tegen een hogere prijs en de ketens tussen producent en consument zijn korter. Netto gaat er dan meer naar de primaire producent die daarmee de hogere kosten kan dekken. In de Krimpenerwaard kan die tweede optie interessant zijn: rekening houden met de fysieke karakteristieken van het gebied. Tegelijkertijd is er ook een flinke afzetmarkt voor streekproducten in de buurt door de ligging van de Krimpenerwaard nabij de Randstad.
Paludicultuur Een nog weinig gangbare agrarische activiteit is de natte landbouw, ook wel paludicultuur genoemd. Dat zijn teelten die heel goed gedijen onder natte of plasdrascondities. Voorbeelden zijn rietland, lisdodde, veenmos en de teelt van cranberry’s. In monoculturen is de soortenrijkdom in het algemeen wat beperkt, maar bij een gevarieerde aanleg en een mozaïek van ruigtes, broekbossen, hooilanden en stukjes ongemaaid rietland kan als geheel een zeer rijke biodiversiteit en divers landschap worden gecreëerd waarbij bodemdaling niet meer optreedt, er inkomsten zijn en het gebied een redelijke bijdrage levert aan de ecologie.
Er is in Nederland een groeiende vraag naar duurzame en lokale producten. Deze vraag is groter dan het huidige aanbod. Deze groei en het perspectief voor de komende jaren maakt dat er ruimte is voor productontwikkeling als marketingstrategie. Geprojecteerd naar de Krimpenerwaard is de vraag hoeveel bedrijven hier op in gaan spelen. De structuur en de kennis van de lokale landbouw is niet zodanig dat daaruit vanzelf een breed productenpallet gaat ontstaan. Het zou dan ook goed zijn om de verbrede en duurzame landbouw in samenwerking van agrariërs en andere stakeholders te ontwikkelen tot nieuwe businessmodellen.
Neveninkomsten voor landbouwbedrijven geven een bestaand melkveebedrijf inkomen uit andere activiteiten, zoals een camping, bed-and-breakfast of een vorm van zorg. Op grotere schaal zit hier een maximum laadvermogen aan, omdat niet elke boer dezelfde diensten aan kan bieden. Ook zijn lang niet alle boeren gericht op recreatie en toerisme, of hebben er zelfs last van: “We zijn niet tegen toerisme, 62
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Schaalvergroting is een doorgaande trend in de landbouw, dit is in de Krimpenerwaard niet anders. Ten opzichte van 1996 is de werkgelegenheid met 50% afgenomen. De schaalvergroting is nodig om concurrerend te blijven in de internationale markt van melk.
Een andere trend is de verbreding: het aanbod van andere diensten en producten naast de melkproductie voor de wereldmarkt. Hierbij kan gedacht worden aan zorg, recreatie, streekproducten, niche-producten en agrarisch natuurbeheer.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
63
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
BOUWSTEEN: VERBREDING Biodynamisch groenteteler Krispijn van den Vries vindt het vanzelfsprekend dat er samen met de natuur geboerd moet worden, in plaats van tégen. Dat werpt zijn vruchten af: er is inmiddels meer natuur op en rond zijn akker. Het publiek betrekt hij bij zijn werk door het organiseren van excursies, oogstdagen, feesten, natuurwandelingen en open dagen. Al met al vormt het bedrijf een groene oase in de regio.
Assortiment van de boer rechtstreeks naar de consument 64
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
In 2012 begon hij het platform ‘BioRomeo’, dat groente, fruit, paddenstoelen, zuivel, vlees en eieren rechtstreeks aan de consument levert. Bestellen kan via de webwinkel en vervolgens wordt het afgeleverd bij een afhaalpunt in de buurt. Inmiddels werken 35 biologische en biodynamische boeren uit de regio samen om zo een breed assortiment seizoensproducten aan te kunnen bieden. BioRomeo draait om diversiteit en een authentieke smaak. Direct van de boer en met liefde geteeld.
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Weekendje weg naar De Appelhoek BOUWSTEEN: VERBREDING Langs de Westfriese Omringdijk ligt een unieke vakantiebestemming: biologisch melkveebedrijf ‘De Appelhoek’. Deze belevenisboerderij van Paul en Ellen heeft veel te bieden. Zo kan er overnacht worden op de camping, in de B&B, in de groepsaccomodatie of in een van de comfortabele appartementen. Overdag is ontspanning mogelijk op vele manieren: in de sauna of juist met boer Paul mee de weilanden in om de koeien op te halen. Naast het boerenleven
zijn er voor kinderen volop speelmogeljikheden: hutten bouwen in het stro, rondrijden op de pony’s of zwemmen in het Markermeer. Voor volwassenen is verdieping in het biologische boerenleven interessant. Tot slot biedt de omgeving volop bezienswaardigheden. De Appelhoek is ook dé plek voor teambuilding, vergaderingen of workshops. Zakenpartners kunnen overnachten in een bedstede of juist op een boxspringbed in de Paardenstal. ‘s Ochtends wordt er een heerlijk ontbijt geserveerd.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
65
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
NATUUR wat speelt er? Natuur in de Krimpenerwaard is gekoppeld aan de openheid van de polder. Hierbij horen weidevogels, botanisch grasland, natuur in veensloten en kleinschalige elementen. Natuurwaarden gaan niet vanzelf samen met agrarisch gebruik, omdat de inrichtingseisen verschillen. Weidevogelgebied en botanisch grasland kennen een iets nattere, armere grond en rijkere kruidenvegetatie, geschikt voor weidevogels en hun jongen. De oever van de sloot is bloemrijk en niet steil, zodat de vogels en hun jongen makkelijk in en uit het water kunnen. Bloeiende planten in het botanisch grasland trekken insecten aan zoals vlinders en hommels. De kleinschalige elementen zijn bosjes, eendenkooien en poelen. Hier zijn soorten te vinden zoals waterspitsmuis, ringslang en rugstreeppad. Zowel de open weiden als de kleinschalige landschapselementen hebben een cultuurhistorische waarde, waarbij het kenmerkende open grasland tegenwoordig erg soortenarm, teveel bemest en te diep ontwaterd is, in tegenstelling tot de soortenrijkere vochtigere graslanden van vóór de jaren 50. Hierdoor zijn de landelijke populaties van de grutto, scholekster en kievit tussen 1990 en 2011 met 40 tot 60 procent gedaald. In de Krimpenerwaard wordt al tientallen jaren gesproken over de verbetering van de landbouwstructuur en over de aanleg van natuur.
In 1999 is een plan gemaakt (het zogenaamde Raamplan Landinrichting) waarbij er 2450 ha natuur in de Krimpenerwaard zou worden gerealiseerd. In 2005 is het Veenweidepact ondertekend en is het Raamplan ingrijpend aangepast. Het Veenweidepact had vijf hoofddoelen: 1. De realisatie van nieuwe natuur (2450 ha) 2. Duurzaam watermanagement en afname van bodemdaling 3. Verbetering van de landbouwstructuur 4. Toename in mogelijkheden voor toerisme en recreatie 5. Stimuleren van innovatief ondernemerschap
66
Deze vijf pijlers van het Veenweidepact zijn democratisch besloten door de deelnemers. Dit was een unicum in de geschiedenis van het gebied waar veel conflicten hebben gespeeld in het ruimtelijke beleid. Natuurnetwerk Nederland In 2008 namen de Provincie en vijf gemeenten in het ‘Veenweidenprogramma’ een nieuwe begrenzing op voor de Ecologische Hoofdstructuur (nu Natuurnetwerk Nederland) om beter in te spelen op de peilvakken in relatie tot bodemdaling, toekomstige financiering van beheer en het toekomstperspectief van de intensieve landbouw. Deze nieuwe grens was problematisch voor veel melkveehouderijen in het noorden van de Krimpenerwaard (Keijsers, 2009). Het nieuwe plan voor 2.250 hectare wordt uitgevoerd door Provincie en Hoogheemraadschap: veel land is aangekocht, maar dat ligt verspreid over de Krimpenerwaard. In 2010 stopte de aankoop van land voor de EHS door een kabinetsbesluit. De landaankoop voor natuur door de provincie ging door, maar dit ging ten koste van de provinciale bijdragen aan de pijler van verbeteringen in de landbouwstructuur, tot onvrede van de agrariërs. Er is wel een beheerssubsidie beschikbaar voor agrarisch natuurbeheer. In 2010 werd hiervoor door agrariërs de Natuurcoöperatie Krimpenerwaard opgericht die 100 hectare grond beheert, gericht op weidevogels, botanisch grasland en moeras/rietland.
Met de uitvoering van het gehele natuurprogramma is meer dan 70 miljoen euro gemoeid. Voor het dragen van deze kosten zijn afspraken gemaakt met de provincie Zuid-Holland. Die betaalt het grootste deel van de kosten. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard betalen een belangrijk deel van de aanpassing aan het watersysteem en een deel komt uit een Europese subsidie voor plattelandsontwikkeling.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Ten opzichte van natuurgebieden is de achteruitgang van weidevogels en insecten groot in landbouwgebieden door het intensieve beheer, eutrofiëring, drooglegging en lage soortenrijkdom van gras en kruiden.
De voorheen als ‘natte as’ bedoelde verbinding tussen de Biesbosch, de Reeuwijkse plassen en uiteindelijk de Oostvaardersplassen is in 2008 veranderd van een verbinding voor de ‘Grutto-Otter’ naar ‘Grutto-Dotter’. Stapsgewijs zijn percelen aangekocht en beheersafspraken met agrariërs gemaakt voor het realiseren van 2450 hectare weidevogelnatuur en botanisch grasland.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
67
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
NATUUR bouwstenen Een groot gemis bij de huidige natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard is het gebrek aan een integrale visie. In het Veenweidepact, opgesteld in 2005, is een goede poging gedaan om natuurontwikkeling in samenhang met bodemdaling, landbouw, recreatie en toerisme te brengen. In de daaropvolgende uitwerkingen is de natuur echter teveel op een eigen spoor terechtgekomen. De uitdaging is om natuurontwikkeling integraal mee te laten gaan in de aanpak van de bodemdaling en landbouw en tegelijk deze aanpak kansen te laten genereren voor recreatie en toerisme, duurzame energie en biobased productie. Het ontwikkelen van natuurwaarden moet altijd in samenhang met deze andere landgebruiksfuncties bezien worden. Twee hoofdrichtingen zijn te onderscheiden, die beide in de Krimpenerwaard (in verschillende delen) van toepassing kunnen zijn: onderwaterdrainage en waterberging die leidt tot nieuwe natuurwaarden, en vernatting, leidend tot nieuwe natuurwaarden. Natuur en waterberging bij onderwaterdrainage Open water in laagveengebieden kan nieuwe natuurwaarden herbergen in de Krimpenerwaard.
Om vier redenen is het toevoegen van nieuwe plassen in de Krimpenerwaard zinvol in de komende decennia: als seizoensbalans voor onderwaterdrainage, voor een snellere verdeling van water, voor het voorkómen van de noodzaak gebiedsvreemd water in te laten in natuurgebieden, en voor het bieden van capaciteit voor waterberging in geval van wateroverlast. Wanneer onderwaterdrainage toegepast wordt in (delen van) de Krimpenerwaard is waterberging nodig in de vorm van open water om in droge periodes verdroging te voorkomen. De drains houden de veenweiden nat door water uit de sloten naar het midden van het perceel te brengen. Hierdoor blijft de bodem vochtig en wordt veenoxidatie en bodemdaling beperkt. De hoeveelheid benodigde waterberging is naar verwachting tien tot twintig procent van het areaal waarin onderwaterdrainage wordt toegepast. Dit gaat in totaal om miljoenen kubieke meters voor het veengebied.
verval niet snel genoeg water voorzien in alle deelgebieden. Ook is gebiedsvreemd water schadelijk voor natuurgebieden omdat het te nutriëntrijk is. Bij de introductie van onderwaterdrainage op grote schaal is de vorming van een zoetwatervoorraad in de Krimpenerwaard niet alleen nodig voor de capaciteit, maar ook voor de verdeling van het water. In geval van wateroverlast bij langdurige, hevige buien ontstaat er lokaal nu al wateroverlast, omdat de afvoercapaciteit niet voldoende is, of omdat de Hollandse IJssel de bergingscapaciteit al heeft bereikt. Als onderwaterdrainage wordt toepast ontstaat er in natte perioden extra behoefte aan waterberging. Natuurontwikkeling bij vernatting Natte natuurgebieden in laagveengebieden zijn vanuit een nationaal en Europees perspectief unieke gebieden, met een unieke geschiedenis, een hoge biodiversiteit, een hoge landschappelijke waarde en een grote aantrekkingskracht op recreanten en toeristen. Ze staan bekend om hun hoge soortensamenstelling door de variatie in natuurdoeltypen en grote afwisseling in fysische omstandigheden: extensief beheerde graslanden, moerassen, meren, broekbossen. Bodemdaling kan gestopt worden door actieve vernatting. In dat geval ontstaat deze bijzondere laagveennatuur.
Dit kan gecombineerd worden met een veelheid aan activiteiten die de veengebieden veranderen van een probleemgebied in het perspectief van klimaatverandering in een gebied dat bijdraagt aan de oplossing. Er kan weer veen aangroeien, biomassa legt koolstof vast en de biodiversiteit in flora en fauna neemt sterk toe. Dit kan voor een klein deel van de Krimpenerwaard gedaan worden, maar wanneer dit voor een groot deel wordt gedaan kan de
In het huidige watersysteem van de Krimpenerwaard wordt in droge perioden water ingelaten uit de Hollandse IJssel, de Lek en zelfs uit het IJsselmeer. Dit kan in vrij 68
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Bij de toepassing van onderwaterdrainage is veel open water nodig als seizoensberging. Dit levert kwaliteiten voor de natuur op.
Met vernatting (passief door stoppen met peilindexatie of actief door peilverhoging) wordt grasland aantrekkelijker voor flora en fauna. Ook goed voor flora en fauna is het noodzakelijkerwijs extensievere gebruik als gevolg van vernatting.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
69
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Krimpenerwaard ‘Nationaal Park Krimpenerwaard’ worden met een sterk nieuw imago, verbrede landbouw, recreatie en toerisme en prachtige natuur op fietsafstand van de metropoolregio Rotterdam.
6. 7. 8.
In de ‘Landschapswaaier, bouwstenen voor duurzame landbouw en natuur in het Groene hart.’ worden mogelijkheden van natuurbeheer van het veenweidegebied in verschillende bedrijfsvormen voorgesteld, gebaseerd op ecologische en economische duurzaamheid. De acht genoemde bedrijfsvormen variëren van een open agrarisch landschap tot een moerasbos met weinig menselijke invloed.
Bijna al deze vormen van agrarisch natuurbeheer hebben een subsidie of bron van neveninkomsten nodig om rendabel te zijn. Daarom moet een hogere prijs voor de producten haalbaar gemaakt worden (door biologisch of streek keurmerk, individueel of gezamenlijk in een coöperatie), of moet een extra productiestap van de keten in de Krimpenerwaard gebeuren, zoals het zelf kaas maken of het direct verkopen aan de consument. Neveninkomsten kunnen komen uit de landschappelijke waarden die gecreëerd worden in het nieuwe natuurlandschap, met een grote aantrekkingskracht op recreanten en mogelijk nieuwe bewoners.
1. 2. 3. 4. 5.
70
Melk uit weidevogelrijke natuur Weidevogel-melkveebedrijf Gangbaar melkveebedrijf met een klein aandeel natuur Veenweidelandschapsbedrijf Vleesveebedrijf met potstal
Vleesveebedrijf met jaarrondbegrazing Energiemaaibedrijf, zonder vee Natuurdienstbedrijf
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Maatregelen om bodemdaling tegen te gaan leiden tot nieuwe landschappelijke en ecologische kwaliteiten, in de vorm van vochtiger graslanden of zelfs rietmoeras, en/of in de vorm van plassen voor seizoensberging. Door mogelijkheden voor toerisme en recreatie toe te voegen aan deze nieuwe kwaliteiten, en zelfs nieuwe woonvormen, ontstaan er inkomsten die de gebiedsontwikkeling mede mogelijk maken STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
71
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
BOUWSTEEN: WATERBERGING De Eilandspolder is een oud veenweidegebied ten oosten van Alkmaar. Het is inmiddels een beschermd natuurgebied en het weide- en hooiland zijn zeer geliefd bij water- en weide vogels. De Eilandspolder is tevens de tussenschakel in het landschap van ‘Land van Leeghwater.’ Dit landschap heeft een toeristisch samenwerkingsverband tussen meerdere gemeenten. Land van Leeghwater heeft als doel om kwalitatief cultuurhistorisch dagen verblijfstoerisme te ontwikkelen en te bevorderen. Behalve de Eilandspolder bevat het gebied ook pittoreske dorpen, het Beemster Werelderfogoed en agrarisch grondgebied. De boer staat centraal in het gebied en via agrarisch verbonden activiteiten kan iedereen het platteland beleven. Daarnaast biedt het gebied prachtige wandelfiets- vaar- en schaatsroutes aan. Het gebied staat zelfs onder meer bekend als een van Nederlands mooiste kanogebieden.
Kanoën door de Eilandspolder 72
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S BOUWSTEEN: VERNATTING Samen met Karina heeft Egbert een biologisch melkveebedrijf op Terschelling. Hoewel hij in eerste instantie nog geen overtuigd weidevogelboer was, is hij inmiddels van mening dat je weidevogels kunt ‘managen’. In 1993 besloot hij de melkveehouderij in dienst van weidevogels te stellen. Daarnaast ging hij over op biologisch boeren, wat aansloot op de productvraag én goed is voor weidevogels. Inmiddels werkt hij al 18 jaar biologisch. De meest ingrijpende maatregelen hebben betrekking tot het herinzaaien, het uitstellen van maaien, kruidenrijke perceelranden, twee percelen plasdras, biologische bedrijfsvoering, uitgebreide nestbescherming en kuikenvluchtstroken. Inmiddels heeft dit geresulteerd tot een prachtig weidevogelgebied. Twee percelen staan van half februari tot half mei plasdras met behulp van vier zonnepompen. De percelen moeten vogels naar het beste broedgebied aanlokken. Van toeristen en burgers krijgt Egbert veel waardering en complimenten. ‘‘Dat geeft voldoening!’’
Weidevogels zijn welkom bij boer Egbert STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
73
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
MOBILITEIT wat speelt er? Zwaktes in regionale verbindingen De hoofdinfrastructuur in de Krimpenerwaard - in de afgelopen 60 jaar nagenoeg onveranderd gebleven - laat zich eenvoudig omschrijven: een assenkruis van twee provinciale wegen, de N210 en de N2017, verbindt de polder in het Noorden met de A12 bij Gouda, in het Oosten met de A2 nabij Utrecht en in het Zuiden met de pont bij Schoonhoven (die via de N216 naar de A15 leidt) en in het Westen via de Algerabrug met de Rotterdamse Ruit. Elk van deze verbindingen kent ‘zwakke plekken’: de route naar de A12 om Gouda heen is relatief lang; de route naar het Zuiden is lang en heeft een overtocht met de pont bij Schoonhoven; de Algerabrug is een bekend fileknelpunt. Rotterdam-Zuid en de haven zijn geografisch gezien nabij, maar, door het ontbreken van een directe verbinding, in reistijd ver weg. De Ridderster is een asymmetrische ster: de ooit voorziene sprong over de Nieuwe Maas is nooit gemaakt. De beperkte verbindingen met de omgeving hebben, gezien de grote forensenstromen en het grote aantal transportbedrijven, invloed op het functioneren van de lokale economie.
Grote ingrepen Tegen de achtergrond van het huidige nationale en provinciale beleid met de nadruk op agglomeratiekracht (het samenballen van stedelijke groei en economische activiteit in de grote steden) liggen de kansen voor de Krimpenerwaard allereerst op het terrein van het beter benutten en slimmer maken van de infrastructuur. Deze benadering is geen volwaardig alternatief voor grotere ingrepen zoals het verbreden van de Algeracorridor (brug en toeleidende routes), maar is er een belangrijke aanvulling op die de afhankelijkheid van de grote infrastructuurinvesteringen verzacht.
De hoofdroutes van het busvervoer volgen het assenkruis. Er zijn lokale routes langs alle dorpskernen over (een deel van de) Lekdijk en IJsseldijk en langs de kleinere lokale wegen (linten). Er zijn binnen de Krimpenerwaard geen aansluitingen op treinof light-rail netwerken. Het fietspadennetwerk is incompleet. Er zijn vrij liggende fietspaden, maar er is nog geen samenhangend en goed op omliggende steden aangesloten stelsel van (recreatieve) routes. Snelfietsroutes zijn populair in de regio, maar er is niet één die de grens met de Krimpenerwaard overschrijdt. Voor verbindingen naar het zuiden is vervoer over water belangrijk: er zijn acht pont-verbindingen over Nieuwe Maas, Lek en Hollandse IJssel. De waterbus van Rotterdam naar Dordrecht legt aan bij de Stormpolder. Het vervoer per watertaxi reikt tot aan Krimpen aan de Lek. Recreatief ‘vervoer’ over water wordt als kansrijk benoemd, maar is matig ontwikkeld. 74
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
Projecten autonetwerk MRDH tot 2025
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Potentiële ingrepen in het netwerk STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
75
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
UTRECHT 800
DEN HAAG 500 GOUDA 3300
CAPELLE 2700 ROTTERDAM 6000
DORDRECHT 400
Bereikbaarheid auto
Forensenstromen
De Krimpenerwaard wordt ontsloten door de provinciale wegen N210 en N207. Daartussen bevindt zich een fijnmaziger netwerk van linten en tiendwegen. Omdat de hoeveelheid verbindingen met de regio beperkt is, zijn er knelpunten langs deze routes. Naast de directe autoverbindingen zijn er acht pontjes die de Waard met de omgeving verbinden (zes over de Nieuwe Maas en Lek, twee over de Hollandse IJssel).
Een groot deel van de inwoners van de Krimpenerwaard werkt in een van de omliggende steden. Zo reizen er bijvoorbeeld dagelijks rond de 6000 mensen naar Rotterdam, 3300 naar Gouda en 2700 naar Capelle voor hun werk. Deze forensenstromen bestaan voornamelijk uit autoverkeer, regelmatig resulterend in knelpunten bij bijvoorbeeld de Algerabrug.
76
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Recreatieve bestemming
Openbaar vervoer (trein, metro, bus, waterbus)
De Krimpenerwaard is onderdeel van het Groene Hart en is, ondanks de centrale ligging, relatief onbebouwd. Het open veenweidelandschap vormt een groot contrast met de omliggende stedelijke regio’s en heeft grote potentie als recreatief gebied voor de inwoners van de Zuidelijke en Oostelijke Randstad. De opkomst van de e-bike, die langere fietsafstanden mogelijk maakt, kan de recreatieve functie van de Krimpenerwaard versterkt worden. Op dit moment schieten fietsverbindingen met de regio tekort, waardoor het recreatief potentieel onderbenut blijft.
Door bijna alle dorpskernen loopt een streekbuslijn van Arriva of Syntus Utrecht. Alleen Berkenwoude moet het doen met slechts een buurtbuslijn. De Krimpenerwaard heeft geen treinstation; de dichtstbijzijnde stations bevinden zich in Gouda en Rotterdam. De streekbussen verbinden de Waard met Rotterdam via het station Capelsebrug, waar overgestapt kan worden op het metronetwerk. Technologische ontwikkelingen en de automatisering van het (openbaar) vervoer zullen ook in de Krimpenerwaard steeds zichtbaarder worden en effect hebben op de huidige structuur van het openbaar vervoer.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
77
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
MOBILITEIT bouwstenen Voor oplossingen in mobiliteit moeten er twee benaderingen gecombineerd worden. In de ‘klassieke’ aanpak worden knelpunten opgelost door het bijbouwen van rijstroken: in nieuwe verbindingen of door verbreding van bestaande verbindingen. Door de snelle ontwikkelingen van de techniek, vooral de informatieen communicatietechnologie (ICT), is er een tweede aanpak bij gekomen: die van het slimmer gebruiken van de bestaande verbindingen. Een complete aanpak van de mobiliteitsvraag zet in op een combinatie van middelen: weguitbreiding, ICT (smart mobility), beter benutten / gedragsaanpassingen en modal split (OV en langzaam verkeer stimuleren). Dat levert de volgende bouwstenen op.
‘beter benutten’, voor het efficiënter maken van het bestaande netwerk (mobiliteitsmanagement). Door meten en analyseren te koppelen aan dynamische bewegwijzering en on-board informatie kan verkeer van en naar de Waard steeds de beste route kiezen. Een goede analyse van het gebruik tijden de spits kan leiden tot afspraken over iets eerder of vroeger rijden en het beter verdelen onder de beschikbare routes om daarmee te spits ‘uit te smeren’. Het ligt voor de hand om een mobiliteitsinitiatief Krimpenerwaard (incl. Krimpen) te starten dat in samenwerking met de Provincie, regio en het Rijk onderzoek doet naar de slagkracht van een dergelijke moderne aanpak.
Uitbreiding De capaciteit van de twee bestaande verbindingen met de A12 (de Algeracorridor, de N207 bij Gouda) kan vergroot worden. Een aanpak van de Algerabrug moet samengaan met een aanpak van de hele corridor (van de kruising met de Industrieweg tot en met de rotonde in Capelle). Verbreding van de Algerabrug is bijvoorbeeld mogelijk door het aanleggen van een aparte fietsbrug, zodat het huidige fietspad voor autoverkeer kan worden gebruikt. De inpassing in de omgeving (Krimpen) vraagt veel aandacht. Deze verbreding heeft zin als de route naar Rotterdam (Kralingseplein, Maasboulevard, Ruit) het extra verkeer kan opnemen. Anders is er slechts sprake van een verplaatsing van de vertraging.
OV Reguliere lokale buslijnen zullen op termijn vervangen worden door on-demand vervoer, waarbij bewoners een buurtbus op elke locatie op kunnen roepen. Door dit on-demand vervoer te combineren met een verbeterde regionale busverbinding naar Rotterdam, Gouda en Utrecht kan de bereikbaarheid van de Krimpenerwaard sterk verbeterd worden. Snellere hoofdroutes, aangevuld met slim on demand lokaal openbaar vervoer
Een tweede optie voor uitbreiding van capaciteit is een directe verbinding tussen de N210 en de Ridderster. Dit kan met een brug of een tunnel. Een groot voordeel van deze oplossing is de versnelling van de verbinding met de haven en Rotterdam-Zuid en met zuidelijk Nederland / België. Een mogelijk nadeel is het ontstaan van een alternatieve route / sluiproute voor verkeer vanuit het Zuiden (A16) naar Utrecht. Ook het verbinden van de Waard met de A20 via een nieuwe brug over de IJssel behoort tot de mogelijkheden. ICT / Beter Benutten Een tweede bouwsteen is het inzetten van nieuwe techniek (ICT) en het 78
Fiets Om de recreatieve sector verder te ontwikkelen, dient de bijbehorende infrastructuur dit te ondersteunen. Het ontbreekt op dit moment aan aantrekkelijke fietsroutes door de Waard en ook de aansluiting van deze routes op de omgeving kan sterk verbeterd worden. Lokaal verkeer De verbetering van de lokale infrastructuur kan gelijk opgaan met het ontvlechten van zwaar verkeer (landbouw, logistiek) en kwetsbaar verkeer en met het verbeteren van het recreatieve netwerk én de aansluiting ervan op de omringende stedelijke kernen (Gouda, Rotterdam). Door alle verkeersstromen (recreatief, agrarisch, transport, woon-werk) elkaar minder te laten belasten, kan er een alternatief intern netwerk gecreëerd worden, waardoor deze stromen ontvlochten kunnen worden.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Recreatief netwerk
Verbeteren intern netwerk
Mobiliteitsmanagement
Nieuwe verbindingen
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
79
DE WAARD IN ACHT THEMA’S BOUWSTEEN: RECREATIEF NETWERK
Kiek over Diek route over, voor en achter de dijk
De noordkust van Nederland staat bekend om de prachtige natuurgebieden, maar was tot voor kort nauwelijks toegankelijk voor natuurliefhebbers. Met de nieuwe fietsroute ‘Kiek over Diek‘ is daar verandering in gekomen. De route is 90 kilometer lang en verbindt twee natuurgebieden met elkaar: het Lauwersmeer en de Dollard. Het fietspad loopt afwisselend over, vooren achterlangs de dijk. Met de Waddenzee aan de ene kant en de aardappel-, graanen koolzaadvelden aan de andere kant hebben fietsers fantastisch uitzicht. Onderweg is er van alles te doen: de route is aangesloten op bestaande fietsroutes, zodat er recreatieve rondjes kunnen worden gefietst. Bezienswaardigheden landinwaarts kunnen zo gemakkeljik worden bezocht. Op de route liggen Toeristische Overstappunten, vanaf waar de schatten van de regio via bewegwijzerde routes te bereiken zijn. Overnachten langs de dijk kan in een van de trekkershutten of op de camperplaatsen.
80
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
Boer zoekt weg
BOUWSTEEN: INTERN NETWERK Zeeland is enigszins vergelijkbaar met de Krimpenerwaard: het is hoofdzakelijk een agrarische provincie, maar tegelijkertijd komt er ook steeds meer recreatie. Landbouwverkeer en recreatief verkeer, met name fietsers, is een moeizame combinatie. Naar verwachting nemen beide stromen de komende jaren toe. Zeeland is de eerste provincie die hiermee aan de slag is gegaan, wat heeft geresulteerd in het ‘Kwaliteitsnet Landbouwverkeer’. Dit netwerk bestaat uit specifieke routes waar zowel het
landbouwverkeer als auto’s en fietsers veilig kunnen rijden. Zo moeten er vlotte en veilige verbindingen tot stand komen voor landbouwverkeer en alle andere weggebruikers. Met vertegenwoordigers uit de landbouwsector zijn knelpunten tussen landbouwverkeer en fietsverkeer in kaart gebracht. De in totaal 116 knelpunten worden momenteel aangepakt. Waar het niet mogelijk is om verkeersstromen van elkaar te scheiden, worden er bijvoorbeeld passeerstroken gemaakt, waar trekkers kunnen uitwijken om verkeer te laten passeren.
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
81
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
BOUWSTEEN: MOBILITEITSMANAGEMENT
Via je telefoon naar je bestemming 82
STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
In de Krimpenerwaard rijdt de GroeneHartHopper, maar in het buitenland zijn meer innovatieve voorbeelden te vinden. Zo heeft de Finse start-up Ajelo een technologie ontwikkeld waarbij ritjes in dezelfde richting gecombineerd kunnen worden in een voertuig. Vervolgens werd de software ingezet in Helsinki door het bedrijf ‘Split’. Daarna is het bedrijf verhuisd naar Washington D.C. Via Split konden slimme, duurzame en betaalbare ritjes geboekt worden via telefoons. Eerst werd de beste rit getoond met bijbehorende prijs, vervolgens vertrok de auto bij het opstappunt en werden mensen onderweg opgepikt of afgezet. In de afgelopen jaren hebben ze tienduizenden mensen enthousiast gemaakt met hun service.
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
BOUWSTEEN: NIEUWE VERBINDINGEN De Nesciobrug in Amsterdam overspant het Rijnkanaal en verbindt zo IJburg met het vasteland. De brug is bedoeld voor voetgangers en fietsers en functioneert als een vitale connectie voor bewoners. Daarnaast biedt de brug ook toegang tot het Diemerpark. Het is de langste brug van Nederland, in totaal 170 meter. Met 10 meter hoogte kunnen boten er onderdoor varen. De unieke vorm van de Nesciobrug maakt dat de brug er bijzonder elegant uitziet. Architectuur en constructie zijn samen versmolten in unieke vormen. De brug is door de ontwerpers zorgvuldig in het landschap ingepast, waarbij de ecologische situatie is gerespecteerd.
Op een bijzondere manier naar de overkant STRATEGISCHE VISIE KRIMPENERWAARD
83
DE WAARD IN ACHT THEMA’S
WONEN & VOORZIENINGEN wat speelt er? Ontgroening, vergrijzing, inzettende krimp De bevolking van de Krimpenerwaard zal in de komende decennia serieuze veranderingen ondergaan: ontgroening, vergrijzing en krimp op de langere termijn. Er is al sprake van sterke vergrijzing: het aantal ouderen boven de 65 jaar neemt toe van 18% naar ruim 26% in 2030. In dezelfde periode verdubbelt het aantal 75-plussers. Vergrijzing is een internationale trend die in de Krimpenerwaard extra sterk is: tot 2040 neemt de grijze druk (het aantal 65-plussers ten opzichte van de groep tussen 20 en 65) toe tot 56%, waar dit landelijk 45% is. Het groeiend aantal ouderen wordt niet ondersteund door een gelijke groei van het aantal jongeren. Hoewel de groene druk (het aantal jongeren onder 20 ten opzichte van de groep tussen 20 en 65) licht boven het landelijk gemiddelde ligt, verruilen veel jongvolwassenen de Krimpenerwaard voor de stad. Deze demografische verschuiving heeft tot gevolg dat de beroepsbevolking zal afnemen van 51.800 (2012) tot 46.200 (min 11%) in 2030.