4.6 Ter afweging individuele fracties - Dhr. A. Bodegom, Bouwplannen Bergambacht-Oost, Een slecht plan - Beter alternatief
Tekst van het document
• splitsing van de woning mag niet aan de buitenkant zichtbaar zijn • parkeren moet binnen bestaande (erf)bebouwing worden opgelost (geen auto’s in het zicht). • de bestaande agrarische bedrijven mogen niet door de komst van burgers in het buitengebied worden gehinderd in het kader van aan te houden milieuafstanden. Dit geldt niet alleen voor de huidige situatie, maar ook voor de toekomstige situatie; agrarische bedrijven moeten voldoende uitbreidingsmogelijkheden behouden.
Het is niet wenselijk de provinciale Ruimte-voorRuimte-regeling zondermeer toe te passen. Nieuwe bebouwing en functies moeten passen in de huidige karakteristiek. Daarom dient kwalitatief optimaal gebruik te worden gemaakt van de mogelijkheden van de lokale Ruimte-voor-Ruimte-regeling (lokale beleidsregels) waarbij versterking van de bestaande waarden leidend is. Bebouwing met cultuurhistorische waarden komt niet in aanmerking voor deze regeling. Hiervoor gelden de mogelijkheden van het vernieuwend ondernemerschap.
Verpaarding Tevens dienen randvoorwaarden te worden gesteld aan de “verpaarding” van het platteland. Rijbakken, witte hekken en verlichting vormen geen oorspronkelijke en fraaie kenmerken van het platteland. Deze zijn in eerste instantie dan ook niet wenselijk in het buitengebied. Indien toch rijbakken worden gerealiseerd dienen deze uit het zicht te worden gesitueerd door achter de bestaande bebouwing te plaatsen en te voorzien van gebiedseigen beplanting. Nader onderzoek moet aantonen wat de mogelijkheden zijn voor wat betreft de handhaafbaarheid van bestaande illegale situaties.
Landgoederen Landgoederen zijn in eerste instantie niet wenselijk in het landelijk gebied, tenzij gelegen in het natuurgebied en passend in het Veenweidepact. Landgoederen komen namelijk van oudsher niet voor in dit deel van de Krimpenerwaard. Bovendien gebruiken landgoederen gronden die ook voor de landbouw ingezet kunnen worden, terwijl buiten de natuurgebieden de landbouw prioriteit heeft. Binnen de natuurbegrenzing van het Veenweidepact is denkbaar dat een landgoed kan bijdragen aan de natuurontwikkeling. Onder die voorwaarden wordt een landgoed niet uitgesloten.
Landbouw Op dit moment zijn de boeren de grootste gebruikers en als zodanig ook dragers van het landschap. Het toekomstperspectief van de landbouw (voor zover gelegen buiten de natuurbegrenzing) is op dit moment redelijk goed. De grondgebonden melkveehouderij dient gehandhaafd te worden als belangrijkste economische en ruimtelijke drager van het landelijk gebied. De melkveehouderij is hierbij van
belang voor het behoud van het open karakter van het gebied. Grootschalige uitbreiding van intensieve veeteelt is niet wenselijk. Het gaat hier om een bedrijfstak die geen binding kent met de grond, zoals de bij de Krimpenerwaard passende veeteeltbedrijven wel hebben, en een te grootschalig karakter en negatieve milieueffecten heeft. De structuurvisie streeft behoud, herstel en ontwikkeling na van natuurwaarden in zowel de natuurgebieden als in het agrarisch gebied. Een belangrijk uitgangspunt voor de landbouw is dat het interessant moet blijven voor de ondernemer om in het gebied te blijven boeren. Dit houdt in dat groene en blauwe diensten (tegen betaling natuur beheren of land beschikbaar stellen als overloopgebied) een aanvulling zullen moeten zijn op landbouwactiviteiten in het gebied en niet andersom. De landbouw krijgt de mogelijkheid tot schaalvergroting (grotere bedrijven) waarbij wordt gestreefd naar een optimale inpassing in het landschap.
33
34 Schaalvergroting De toenemende schaalvergroting van agrarische bedrijven heeft zijn doorwerking op de ruimtelijke aspecten van het landelijk gebied. De kleinschalige grondgebonden veehouderij (minder dan 100 stuks vee) is, ruimtelijk gezien, het meest wenselijk in het landelijk gebied van Bergambacht. Economisch gezien zal de schaalvergroting echter verder doorzetten. Schaalvergroting is voor veel ondernemers een belangrijke strategie in hun bedrijfsontwikkeling. Het vergroten van het bedrijf is noodzakelijk om in te spelen op ontwikkelingen in de markt, technologie en omgeving. De voorwaarde hierbij is wel dat de boeren zorg dragen voor landschapselementen en weidevogels. Hierover moet nader in overleg worden gegaan met de boeren zodat zij ook aan kunnen geven hoe dit gerealiseerd kan worden. Ontwikkelingen, schaalvergroting en het behouden van de diverse waarden hoeven elkaar niet in de weg te zitten. In overleg met de agrarische sector en natuurverenigingen kan tot concrete oplossingen worden gekomen.
Biologische landbouw Anders dan schaalvergroting kan ook de biologische landbouw een reëel toekomstperspectief bieden. Deze vorm van landbouw sluit beter aan bij de “slow-food” trend en de behoefte aan herkenbare, streekeigen producten dan de traditionele melkveehouderij. Overwogen kan worden dit in een speciÞeke zone te stimuleren, waarbij gedacht wordt aan de zone tussen de Lek en de N210. Hier kan vanwege de recreatieve potenties en de cultuurhistorische betekenis ook de aanleg van kleinschalige hoogstamboomgaarden worden toegestaan.
Verbreding Verbreding van de landbouw kan een bredere Þnancieel-economische basis vormen voor een agrariër. Door mensen naar de boerderij te halen,
de omgeving aan mensen te laten zien en te laten ervaren en voelen, heeft de boer een uniek product in handen, een belevingsproduct voor verschillende doelgroepen, zoals groente, zuivel en vlees rechtstreeks van de boer uit de regio, landbouw en zorg en toerisme. Agro-toerisme houdt een minicamping of een winkeltje in streekeigen producten in. Ook het ontwikkelen van een zorgboerderij kan tot de mogelijkheden behoren. Ontwikkelingen moeten echter te allen tijde passen in het gebied, dus kleinschalig en extensief zijn en zich voegen naar de structuur van het landschap.
3.8
Recreatie, de groene motor
Overnachting
Het kleinschalige cultuurhistorische slagenlandschap, de openheid en de rust vormen de (toeristische) aantrekkingskracht van de Krimpenerwaard en dienen als zodanig behouden te blijven. De gemeente Bergambacht is recreatief gezien een aantrekkelijk gebied. Voornamelijk Þetsers en wandelaars genieten van het open veenweidelandschap en de cultuurhistorische bebouwing langs de diverse linten en de Lekdijk. De Lek heeft een intrinsieke recreatieve waarde. Recreatie kan een economische impuls voor Bergambacht betekenen. De kernen vormen daarin recreatieve knopen. De bestaande kwaliteiten kunnen door middel van het stimuleren van recreatie en toerisme uitgebuit worden, zonder dat er intensieve recreatie en kermisachtige attracties ontstaan.
In het kader van het Veenweidepact wordt recreatie en toerisme gezien als een van de nieuwe economische mogelijkheden van agrariërs. Vernieuwend Ondernemen, Veenvaren en agro-toerisme passen daarin. Voorbeelden van kleinschalige recreatieve verblijfsaccommodaties op agrarische bedrijven zijn Bed- en Breakfast en een gastenverblijf. Beden Breakfast is het beschikbaar stellen van één of meerdere slaapkamers in de (boerderij)woning. Een gastenverblijf kan ook gevestigd zijn in een bestaan de schuur of hooiberg. Tevens zijn in een gastenverblijf vaak voorzieningen als een keukenblok en badkamer aanwezig. Voor beide recreatieve verblijfsaccommodaties geldt dat er geen netto toename van bebouwing mag plaatsvinden. Tevens is het gewenst dat er handhaving op (semi-)permanente bewoning van recreatieve verblijfsaccommodaties plaatsvindt.
Toegankelijk
Multifunctioneel
De recreatieve sector moet mogelijk worden geïntensiveerd door het benutten van kansen en het ontwikkelen van nieuwe vormen van recreatie passend bij het gebied. Routegebonden en aan het landelijk gebied gerelateerde extensieve recreatie is wenselijk. Voorbeelden van deze vormen van recreatie zijn een theetuin, Bed & Breakfast, kamperen bij de boer (en eventueel bij de burger), verkoop van streekeigen producten, boerengolf en openbare aanlegplaatsen voor jachtjes in de te ontwikkelen jachthaven aan de Lek. Zodoende hebben recreanten een bestemming waardoor zij langer in het gebied verblijven en geneigd zijn meer geld te besteden. Daarnaast moet door middel van wandelpaden, ruiterpaden en mountainbikeroutes de weilanden toegankelijker te worden gemaakt voor de recreant. Dergelijke paden dienen ook als ommetjes vanuit de kern (zie uitwerking door wagendijk op volgende pagina). Ook wordt een kanonetwerk ontwikkeld door dit deel van de Krimpenerwaard.
Door meervoudig ruimtegebruik kunnen, bijvoorbeeld, zowel de agrariërs als de recreanten gebruik maken van dezelfde ruimte. Meervoudig ruimtegebruik wordt dan ook gestimuleerd; met name in de natuurgebieden, maar ook bij de ontwikkeling van boerenlandpaden en evenementenweilanden bij de kernen voor bijvoorbeeld jeugdkampen, veldijsbaan of circus.
Economische impuls
35
36
3.9
Duurzaam Bergambacht
Duurzame ontwikkeling is ‘een ontwikkeling die voorziet in de behoefte van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien’. Het betekent dat de mens geen roofbouw op het milieu pleegt. Het betekent dicht bij huis een leefbare en veilige buurt, gezonde voeding en bijvoorbeeld de aanpak van geluidsoverlast, Þles en de overstap op een meer duurzame landbouw. Bij duurzame ontwikkeling spelen economische, sociaal-culturele en ecologische aspecten een rol. Duurzame ontwikkeling is een breed begrip. Deze drie aspecten moeten in onderling verband worden bekeken. Zo moet economische groei niet ten koste gaan van mensen en het milieu. In het coalitieaccoord 2006-2010 is aangegeven dat er meer samenwerking wordt gezocht met milieu- en natuurorganisaties en de agrarische sector. In die samenwerkingsverbanden zal worden gezocht naar creatieve mogelijkheden om het landschap te behouden, maar ook om het meer toegankelijk te maken. De gemeente ontwikkelt een milieubeleid, in samenwerking met deskundigen, onder het motto ‘een beter milieu begint bij jezelf’. De gemeente stimuleert duurzaamheid en besparende aspecten, onder andere bij energie en bouwen
Bij de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen staat duurzaamheid hoog op de agenda. Met betrekking tot het opwekken van duurzame energie zijn alternatieve energievoorzieningen wenselijk, mits kleinschalig. Grootschalige windturbines worden gelet op het (kleinschalige) landschap niet passend geacht in de gemeente Bergambacht. Kleinschalige turbines in de vorm van “wokkels” op boerderijen zijn minder storend en worden dan ook toegelaten mits deze de cultuurhistorische waarde van de desbetreffende boerderij of omgeving niet aantasten. Energiewinning uit de getijdewerking van de Lek is het onderzoeken waard en zal de gemeente met belangstelling volgen.
37
38
4.
Uitvoering
4.1
Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak
De structuurvisie is een breed gedragen visie op de toekomst. Om hiertoe te komen is samen met burgemeester en wethouders een Nota van Uitgangspunten opgesteld. Deze Nota is na sondering van de Raad aangepast. Via de website van de gemeente is de Nota van Uitgangspunten door iedereen raadpleegbaar geweest. De concept-ontwerpstructuurvisie is met de raad besproken. Door middel van informatiebijeenkomsten met maatschappelijke organisaties en met de bevolking in de kernen (19 mei Berkenwoude, 21 mei Ammerstol en 28 mei Bergambacht) is de concept-ontwerpstructuurvisie naar buiten gebracht. De gegeven reacties zijn zoveel mogelijk meegenomen in de ontwerp-structuurvisie, die de raad heeft vastgesteld. Tijdens de vaststellingsprocedure van de structuurvisie is de ontwerp-structuurvisie ter inzage gelegd. De zienswijzen zijn verwerkt in de Nota van Beantwoording en zo nodig in de structuurvisie. Alles afwegende is het samenhangende toekomstbeeld, voorzien van een goede (ruimtelijke) onderbouwing en een heldere verantwoording van de gemaakte keuzes, in de vergadering van de gemeenteraad van 28 oktober 2008 vastgesteld.
4.2
Verantwoordelijkheden en middelen
Hieronder is een totaaloverzicht gegeven van de concrete maatregelen zoals deze zijn voortgekomen uit de structuurvisie. Deze maatregelen zijn thematisch gegroepeerd. Verder is aangegeven hoe noodzakelijk de maatregel is, wie de trekker is en welke Þnancieringsbron aangesproken kan worden. De uitwerking van deze maatregelen wordt nader geconcretiseerd bij het opstellen van de begroting voor 2009 en verder. Dan wordt ook de fasering bepaald.
39
Bergambahct
40 Maatregel
Prioriteit
Trekker
Financiering
De entree van Bergambacht: herinrichten met patiowoningen, benzinestation (aan de Kerksingel) verplaatsen.
hoog
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier
De knoop van Bergambacht (Secretaris Schipperstraat): appartementencomplexen met ondergronds parkeren en water.
hoog
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier
De gordel van Bergambacht: uitbreiding/versterking woon-zorgzones in concentrische ring rond centrum voor diverse vormen van zorg en maatschappelijke voorzieningen.
hoog
zorg/particulier/ gemeeente
zorg/particulier/ gemeeente
Transformatiegebied Bloemengaarde met maatschappelijke voorzieningen en wonen.
middel
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier
Transformatiegebied Arendshoeve voor afronding woonzorgzone en onderzoek ontsluiting winkels Hoofdstraat.
middel
zorg/particulier/ gemeeente
zorg/particulier/ gemeeente
Nader onderzoeken herstructurering van woongebieden (in overleg met woningcorporatie)
middel
woningcorp./ gemeente
woningcorp.
Verbeteren oriëntatie door groen (oost-west)- en waterstructuur (noord-zuid) te herstellen.
middel
gemeente
gemeente/ particulier*
Sport- en woonpark Bergstoep: uitplaatsing bedrijven en gebied middel aanwijzen als transformatiegebied, uitbreiding begraafplaats, aanleggen kunstgrasvoetbalveld, park rondom watertoren, gebied tussen de voetbalvelden, de Dijklaan en het kinderdagverblijf Pinokkio aanwijzen als transformatiegebied.
particulier/ gemeente
particulier
Woningbouwplannen Dijklaan-West met voldoende groen, water en zichtlijnen (op de oude dorpskern).
hoog
particulier
particulier
Ruimte langs Veerweg voor maatschappelijke voorzieningen/voorzieningencluster ingepakt door het Landschapselement.
hoog
maatsch.org
maatsch.org
Groene zone langs N207/Veerweg en N210 doortrekken.
middel
gemeente
gemeente/ particulier*
Ontwikkeling lange termijn: wonen in/aan de Lek in combinatie met jachthaven en natuurontwikkeling. Onderzoeken mogelijkheid aanlegplaats fastferry (in combinatie met 13).
laag
particulier/ gemeente
particulier
Versterken open gebied tussen Lekdijk, Dijklaan en Veerweg (meer water en boomgaarden, kassen opruimen door middel van Ruimte voor Ruimte regeling).
laag
gemeente
particulier/ gemeente
Herstructureren bedrijventerreinen, Parkmanagement, gestapeld parkeren.
laag
gemeente
gemeente/ particulier*
(Sub)regionaal bedrijventerrein (11 ha) ontwikkelen, omgeven met groen-blauwe zone.
hoog
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier
Bedrijventerrein langs N207 nabij Kadijk uitbreiden; lint afronden Kadijkselaan; gebied tussen woningen aan Kadijkselaan en bedrijven aan de N207 groen- blauw inrichten met eventueel ijsbaan.
hoog
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier*
Bergambahct
Maatregel
Prioriteit
Trekker
Financiering
Onderzoeken noodzaak en inpasbaarheid rotonde/ontsluiting Bergambacht-Oost en subregionaal bedrijventerrein (exacte locatie nog te bepalen).
laag
particulier
particulier
Ontwikkeling groenzone eventueel in combinatie met ijsbaan tussen ontsluitingsweg en bebouwing (afhankelijk van 17).
hoog
gemeente
gemeente
Realiseren rotonde/ontsluiting Dijklaan-West.
middel
gemeente
particulier*
Realiseren Rotonde N210/N207/N478.
hoog
gemeente/ provincie
provincie/ particulier*
Instellen 50 km/uur-regime N210 tussen kruising met N207 en toekomstige rotonde aan de oostzijde van Bergambacht, danwel parallelweg ten behoeve van landbouwverkeer.
hoog
gemeente/ provincie
provincie
Instellen 50 km-regime N207/N478 (Veerweg) vanaf Kadijk tot Lekdijk (laatste deel 60 km/h)
hoog
gemeente/ provincie
gemeente/ provincie
Realiseren extra parkeerplaatsen/parkeergarages; instellen begeleide middel parkeerroute met automatische bebording.
gemeente/ winkelhof
gemeente/ winkelhof
Winkelgebied versterken door realisering trekker bij aantakking Burg. Uilkensstraat op Hoofdstraat met parkeergarage.
hoog
gemeente/ particulier
particulier
Zone tot en met Kerksingel meer benutten voor recreatief winkelen (dienstverlening, ateliers en horeca).
laag
gemeente
particulier
Fietstunnel onder Provincialeweg N210.
hoog
gemeente
gemeente
Uitbreidingsplan Kromme Draai met 100 woningen
hoog
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier
Ontwikkeling buurtsuper in combinatie met appartementen.
hoog
gemeente/ particulier
particulier
Verplaatsing/bundeling tennisbanen naar locatie tussen de ijsbaan en de begraafplaats.
middel
gemeente/ vereniging
gemeente/ vereniging
Ontwikkeling parkeervoorzieningen ter plaatse van tennisbanen en bij voetbal, onderzoeken mogelijkheden langs Lekdijk, ruimte bij de school en de uitbreiding Kromme Draai.
hoog
gemeente/ particulier
gemeente/ particulier*
Oefenveld inrichten met kunstgras; benutten bestaand (hoofd) voetbalvelden voor woningen en parkeren (transformatiegebied). Gezamenlijke faciliteiten.
middel
gemeente/ vereniging
gemeente/ vereniging
Ten westen van het oefenveld mogelijke locatie skeelerbaan met (sub)regionale functie. Onderzoek naar inpasbaarheid en haalbaarheid.
middel
gemeente/ vereniging
gemeente/ vereniging
laag
particulier/ gemeente
particulier
Ammerstol
Woningbouw ter plaatse van de voormalige gemeentewerf.
Zoveel mogelijk behouden en versterken groene zone langs Lekdijk; de tuinen zijn van belang voor zicht op en vanaf de dijk; voorkomen dat deze zone wordt volgebouwd. Buitendijks transformatiegebied ter plaatse van bedrijfslocatie.
41
Maatregel
Prioriteit
Trekker
Financiering
Ammerstol
Realiseren rotonde Provincialeweg N210.
hoog
gemeente/ provincie
gemeente/ provincie
Transformatiegebied woningen Europalaan (1 t/m 29 oneven).
middel
woningcorp./ gemeente
woningcorp.
Berkenwoude
42
Afgelopen 5 jaar veel uitbreidingen en herstructurering gerealiseerd. Ontwikkeling buurtsuper.
hoog
gemeente/ particulier
particulier
Op langere termijn ontwikkeling (nieuwe) brede school.
middel
maatsch.org/ gemeente
maatsch.org
Ontwikkelingslocaties aan de Kerkweg, kunstgrasvoetbalveld gecombineerd met speelveld.
hoog
gemeente/ vereniging
gemeente/ vereniging
Ruimtereservering voor aanleg waterharmonica aan zuidzijde Berkenwoude, passend in slagenverkaveling.
laag
waterschap
waterschap
Onderzoek naar nieuwe (kleinschalige) nieuwbouwlocaties in Berkenwoude voor woningbouw na 2015.
laag
gemeente
gemeente
4.3
Onderzoek aanleg wandelroutes.
Financiering
Inleiding De indicatieve gemeentelijke kosten voor de uitvoering van de diverse projecten van de structuurvisie worden geraamd op € 6.500.000. De niet voor rekening van de gemeente komende kosten zijn niet begrepen in dit bedrag. De totale kosten van de uitvoering van de structuurvisie zijn dus aanmerkelijk hoger. Voor het gemeentelijk deel is een reserve “structuurvisie” gevormd zoals aangegeven in de begroting 2009. Bovendien kunnen resterende middelen uit verkoop van gronden worden verkregen. Voor een overzicht van de projecten en de Þnancieringsparticipanten wordt verwezen naar de tabel.
Uitvoeringsparagraaf De Handreiking Grondexploitatiewet, welke begin 2008 is verschenen, vermeldt het volgende over de functie van de structuurvisie:
De uitvoeringsparagraaf is een wettelijk verplicht onderdeel van een structuurvisie vanaf het van kracht
worden van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008 In een uitvoeringsparagraaf geeft het gemeentebestuur aan hoe zij de opgenomen ontwikkelingsvisie wil gaan realiseren: op welke termijn, met wie en welke instrumenten ze daar bij gaat inzetten. Door het opnemen van een uitvoeringsparagraaf wordt de haalbaarheid op verschillende fronten onderbouwd en er komen - met de mogelijkheden die de Wro biedt - instrumenten binnen handbereik, om projecten daadwerkelijk te realiseren, zonder dat de kosten van bovenwijkse voorzieningen en kwalitatief hoogwaardige (maar niet winstgevende) projecten geheel ten laste van de gemeente komen. De Wro biedt mogelijkheden om kosten van bovenwijkse voorzieningen te verhalen door een in te stellen fonds waarvoor bijdragen gevraagd worden in de op te stellen exploitatieplannen. Daarnaast kunnen in anterieure (vooraf aangegane) overeenkomsten hierover afspraken worden gemaakt. Ook is het mogelijk om bovenplanse kosten te verevenen en/ of een bijdrage in ruimtelijke ontwikkeling te vragen middels anterieure overeenkomsten. Om van deze mogelijkheden van ‘kostenverhaal’ gebruik te kunnen maken is het verplicht om een structuurvisie op te stellen conform de vereisten zoals opgenomen in de Wro.
Bovenplanse verevening De ontwikkelingen die binnen de contouren van de structuurvisie in aanmerking komen voor Bovenplanse verevening zijn nog niet aan te geven. Eerst zal duidelijk in beeld moeten komen hoe de verevening tussen de verschillende ontwikkelingen vorm kan krijgen.
Bovenwijkse voorzieningen Met het van kracht worden van de nieuwe Wro, met als onderdeel de grondexploitatiewet, krijgen gemeenten duidelijk een betere publiekrechtelijke instrumenten voor kostenverhaal, verevening en
locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Een van de aspecten die een rol speelt bij het kostenverhaal zijn de bovenwijkse voorzieningen. Dit zijn voorzieningen die van nut zijn voor meerdere exploitatiegebieden.
Financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen De gemeente kan met een particuliere eigenaar in een anterieure overeenkomst vastleggen dat de eigenaar een Þnanciële bijdrage levert aan de ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden van Þnanciële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen zijn bijdragen aan maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging infrastructuur in een ander gebied. Dit andere gebied behoeft niet in de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie te liggen. De ruimtelijke ontwikkeling hoeft ook geen betrekking te hebben op de grondexploitatie zelf.
Verdere uitwerking In de komende periode zal deze uitvoeringsparagraaf verder worden uitgewerkt en onderbouwd, met name ook in Þnanciële zin. Voor het kostenverhaal is het van belang om binnen redelijke termijnen ruimer inzicht te krijgen in de totale dekking van de uit te voeren investeringen. Het gaat hierbij om: • het directe Þnanciële resultaat van de opgenomen ruimtelijke ontwikkelingen; • het in beeld brengen van mogelijke subsidiestromen; • de verdere uitwerking van het kostenverhaal met betrekking tot bovenwijkse voorzieningen; • de verdere uitwerking van de bovenplanse verevening; • de verdere uitwerking van bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen.
43
44
ONDERBOUWING
45
46
5.
Positiebepaling
5.1
Trends
Belangrijke achtergronden, ontwikkelingen en trends Voor het ontwikkelen van een visie dient niet alleen naar de gemeente zelf gekeken te worden. De ontwikkelingen op een grotere schaal, zoals buurgemeenten en provincie, zijn tevens van invloed op de visie. De ontwikkelingen in de gemeente Bergambacht moeten tegen de achtergrond van de maatschappelijke tendensen in Nederland, en dan met name het platteland, bezien worden. Deze zijn zo wezenlijk voor de visie dat ze ook op deze plaats behandeld dienen te worden. De laatste jaren heeft, mede door economische en technologische ontwikkelingen, individualisering van de samenleving plaatsgevonden. Mensen willen steeds meer keuzes maken die passen bij hun eigen persoonlijkheid. Volgzaamheid en traditie hebben plaatsgemaakt voor zelfontplooiing en emancipatie. Mensen stellen heel speciÞeke eisen aan de woning en de woonomgeving. Door de verdere individualisering lopen deze eisen en wensen steeds verder uiteen. Tegelijkertijd is er de hang naar meer gemeenschapszin. De keuzevrijheid vormt hier echter nog steeds een belangrijk aspect. Mensen dragen bij aan de gemeenschap wanneer het voor hun het beste uitkomt. De tendens in de landbouw bestaat voornamelijk uit schaalvergroting van agrarische bedrijven. Het is voor veel agrarische bedrijven een belangrijk middel om in de toekomst te kunnen blijven bestaan.
Door de schaalvergroting verandert het platteland en verdwijnen kleinere boerenbedrijven. De huidige agrariërs en voornamelijk de toekomstige (opvol-
gers) staan onder druk. Ondanks dat het steeds moeilijker wordt om stand te houden bij productie tegen wereldmarktprijzen is de agrarische sector, voorzover het dat deel betreft dat buiten de natuurbegrenzing ligt, in Bergambacht nog wel levensvatbaar en zijn er nog voldoende toekomstperspectieven. Er is echter ook een hang naar biologisch (dynamisch), streekeigen (slowfood) en herkenbare producten. Deze ontwikkeling, die haaks staat op de schaalvergroting, is evengoed van belang. Naast schaalvergroting in de landbouw, is schaalvergroting in de winkel- en supermarktbranche aan de orde. De kleinere buurtwinkels met een beperkter assortiment zijn goeddeels weggetrokken uit de kleinere dorpen. Door de toenemende mobiliteit gaan mensen sneller naar een plek waar het voorzieningenaanbod groot is (multipurpose shopping trips). De consument wil een breed aanbod van producten, zodat voorzien kan worden in alle benodigdheden. Vooral de schaalvergroting in de supermarktbranche betekent voor de lokale bakker, groenteboer en slager een minder zonnige toekomst. Mensen gaan sneller naar een supermarkt waar alles onder één dak te verkrijgen is. de komst van de Lidl is een voorbeeld van de schaalvergroting. Een trend die daar weer tegen in gaat is de ontwikkeling van buurtsupermarkten en van de kleinere Hema-vestigingen (feitelijk voorbeelden van schaalverkleining).
De mobiliteit neemt nog steeds in grote mate toe. Mensen gaan zich over grotere afstanden verplaatsen. Dit houdt in dat de plaats waar gewoond wordt niet de plaats hoeft te zijn waar gewerkt, gewinkeld of gerecreëerd wordt. Hiermee is het voorzieningen- en woonvraagstuk in toenemende mate een regionaal vraagstuk geworden. Daarentegen zal door de vergrijzing de minder mobiele doelgroep groter worden. Deze mensen zijn afhankelijk van de voorzieningen in de omgeving of van mobiel aanbod.
47
48 Door de vergrijzing zal tevens meer vraag ontstaan naar seniorenwoningen en woon-zorgcomplexen (wozoco’s). Met de toenemende vergrijzing komen er steeds meer kritische, geëmancipeerde ouderen voor wie de woning, naarmate de gebreken komen, als zorgplek steeds belangrijker wordt. Ouderen worden ook in de toekomst koopkrachtiger, kritischer en wereldser. Aan de woningen voor ouderen worden hogere en andere eisen gesteld dan tot op heden. Ouderen hebben een grotere behoefte aan voorzieningen, zowel in de woning als in de woonomgeving. Naast vergrijzing speelt ontgroening ook binnen de dorpskernen een belangrijk aspect. Voor het bereiken van een middelbare school zijn jongeren vaak al aangewezen op grotere kernen. Wanneer jongeren gaan studeren trekken zij naar de grotere steden. Ook na hun studie blijven jongeren vaak in het stedelijk gebied wonen. Jongeren hebben veelal behoefte aan stedelijke voorzieningen. Tevens is het lastig om in dorpen geschikte starterswoningen te vinden. Momenteel staat klimaatverandering (weer) volop in de belangstelling vanwege de waargenomen opwarming van de aarde. De gevolgen ervan zijn voelbaar: temperaturen gaan omhoog, regenbuien worden intensiever en de zeespiegel stijgt. Om een verdere klimaatverandering tegen te gaan en op te vangen, worden zoveel mogelijk maatregelen ingevoerd op allerlei gebieden.
Vanuit de stad trekken juist steeds meer burgers naar het platteland. Dit zijn over het algemeen gezinnen of mensen van middelbare leeftijd die rust en ruimte zoeken. Dit wordt ook wel “verburgering” van het platteland genoemd. Deze “verburgering” kan een impuls geven aan de plaatselijke economie en verenigingsleven. Aan de andere kant gaat in het
voetspoor van het verdwijnen van melkveehouderijen en de komst van maneges en andere stedelijke functies de oorspronkelijke karakteristiek van het landelijk gebied langzaam verloren. Tevens kunnen burgerwoningen belemmeringen veroorzaken voor bestaande agrarische bedrijven en hun toekomstplannen. Het platteland is daarnaast in trek als recreatiegebied. Mensen willen zich in hun vrije tijd kunnen onttrekken aan de hectiek van de stad. Het platteland, de natuurlijke omgeving, de rust en de ruimte bieden een omgeving om tot rust te komen. Naast rust en ruimte is in het landelijk gebied plaats voor dagrecreatie en verblijfsrecreatie (bijvoorbeeld kamperen bij de boer). Het Groene Hart is de tuin van de Randstad. De vraag naar (trendy) kwaliteitshoreca groeit. De kwaliteiten van het Groene Hart en historische dorpskernen kunnen daarin een bijdrage leveren. Bijvoorbeeld door het realiseren van een terras aan de Lek of hotelkamers met uitzicht op het landelijk gebied.
5.2
Identiteit
Typisch Bergambachts Om de identiteit van de gemeente Bergambacht te kunnen bepalen, zal eerst de vraag moeten worden beantwoord wat nu typisch Bergambachts is. Welke (ruimtelijke) aspecten zijn kenmerkend voor de gemeente? Voor de Krimpenerwaard is dit eenvoudig te bepalen: het betreft een groene, waterrijke oase van rust in een omgeving waarin de verstedelijking vanuit het Rotterdamse, het Goudse en vanuit de stadsregio Utrecht steeds dichterbij komen. De gemeente Bergambacht ligt in het hart van dit gebied maar ook langs belangrijke infrastructuur. Het veenweidelandschap vormt een uniek landschap in Nederland en in de wereld dat sinds de
ontginning in de 11e eeuw niet wezenlijk veranderd is. Het slagenlandschap en de open ruimtes geven het gevoel van een historisch decor. De Lek met zijn lintbebouwing voegt hier nog een extra dimensie aan toe. Rust en ruimte zijn de belangrijkste kenmerken van dit landschap. De cultuurhistorische bebouwing bijvoorbeeld langs Tussenlanen, Bovenberg en de Lekdijk is beeldbepalend en bepalend voor de identiteit van (het buitengebied van) Bergambacht. Typerend voor de kern Bergambacht is dat de bebouwingslinten doorlopen tot in de kern en dat het open veenweidegebied nooit ver weg is. De kern Bergambacht is verder vooral herkenbaar door de op de donk gelegen kerk met de kerksingel daaromheen en de Hoofdstraat die daarop uitkomt. De Hoofdstraat, de Kerksingel, de Burgemeester Uilkensstraat en de Dijklaan ten zuiden van de N210 tot aan Bergstoep vormen de ruggengraat van Bergambacht waar de rest van het stedelijk weefsel aan opgespannen is, waarbij het ‘vlees’ in de vorm van successievelijke uitbreidingen aan de oostzijde zit. Verder is de molen kernmerkend voor Bergambacht. Het op de andere donk (vroeger) gelegen kasteel juist ten zuiden van de N210 moet worden beschouwd als los element; de ontwikkeling van Bergambacht heeft zich vooral rond de noordelijke donk en langs de hiervoor omschreven ruggengraat afgespeeld. Deze is bruut doorsneden door de N210.
Nu er ten zuiden van de N210 echt woonwijken ver-
rijzen ontstaat er een Bergambacht-noord en –zuid. Ammerstol en Berkenwoude zijn grotendeels aangewezen op Bergambacht, ofschoon vanuit Ammerstol Schoonhoven ook goed bereikbaar is en Berkenwoude ook georiënteerd is op Stolwijk en Lekkerkerk. Verder is er geen hele sterke onderlinge binding. De kernen zijn op zichzelf staande dorpen gebleven. De kernen hebben wel meerdere overeenkomsten. Het kerkelijke leven en het verenigingsleven vormen een belangrijk element voor de bewoners. Mede hierdoor is er sprake van een sterke gemeenschapszin. Het is de vraag of de komst van meer “stedelingen” in de linten en dorpskernen invloed heeft op de sociale cohesie binnen en de identiteit van de dorpen.
5.3
Op weg naar een structuurvisie
“Bergambacht en zijn visie“ is een stuk dat door de (vorige) Raad is vastgesteld, dat de lijnen uitzet voor de toekomst van de gemeente Bergambacht. Het heeft nog geen ruimtelijke vertaling plaatsgevonden. Het motto van Bergambacht en zijn visie is “De handen uit de mouwen en de voeten in het veen”. Het gaat om het schetsen van reële perspectieven en niet van luchtkastelen. De missie is dat de kwaliteit van het bestaan als leidraad voor beleid moet dienen, wat te realiseren is door: • het ontwikkelen en aanbieden van een hoogwaardig pakket van diensten en producten met een duidelijk accent op de woon- en leefomgeving; • waarbij wordt erkend dat de gemeente een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor kwetsbare groepen en individuen in de plaatselijke samenleving; • te realiseren binnen het beschikbare gemeentelijke budget. De ruimtelijke vertaling van de in Bergambacht en zijn visie weergegeven uitgangspunten vindt plaats in deze structuurvisie.
49
50 BODEM
ZIE BIJLAGE
6.
Beleid en inventarisatie
6.2
6.1
Inleiding
Beleid
In dit hoofdstuk worden per beleidsterrein of -thema de actuele situatie en eventueel lopende ontwikkeling weergegeven. Voor de volgorde van de beleidsthema’s wordt de lagenbenadering uit de Nota Ruimte aangehouden. De lagenbenadering betekent kort gezegd dat de ordening van een gebied gestalte dient te krijgen via een (duurzaam) ruimtelijke raamwerk. De volgende lagen worden bezien: 1. Ondergrond: natuurlijke omstandigheden waarin de ruimtelijke veranderingen optreden; 2. Netwerken: lijnen en punten in de ruimte die tezamen de infrastructuur vormen; 3. Occupatie: fysiek patroon dat voortkomt uit het gebruik dat mensen maken van de ondergrond en de netwerken.
BODEM
CULTUURHISTORIE
WATER
NATUUR
NETWERKEN
WONEN
ZORG & WELZIJN
WERKEN
VOORZIENINGEN
INVENTARISATIE
WAARDETOEKENNING +/-
WENSBEELDEN VANUIT IDENTITEITEN
VISIE RUIMTELIJK KADER NATUURLIJKE ONDERGROND
NETWERKEN
OCCUPATIE
LANDBOUW
RECREATIE & TOERISME
Bodem en water
Visie Stedelijk Waterplan K5 (20 februari 2007) Voor nieuwbouwlocaties geldt het principe van een robuust watersysteem. Dat betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen worden afgestemd binnen het watersysteem. Mogelijke knelpunten worden opgelost of gecompenseerd. Het regenwater dient zo veel mogelijk vastgehouden te worden op de plek waar het valt en vertraagd afgevoerd te worden. Indien het mogelijk is om al het water vast te houden dient nagegaan te worden in hoeverre het water geborgen kan worden. Hierbij geldt dat de bestaande hoeveelheid open water in elk geval per peilgebied in stand moet blijven. Tevens moet het watersysteem zo worden ontworpen, dat het water snel genoeg kan weg- en doorstromen. Voor het goed functioneren van het watersysteem is het essentieel dat het watersysteem wordt beheerd. Het afstemmen en expliciet maken van de beheerstaken zal leiden tot een optimaal beheer van het watersysteem. In het waterbeheer wordt onderscheid gemaakt tussen beheer en onderhoud. Onder Beheer wordt door het waterschap verstaan: een werkwijze waarbij het erom gaat het functioneren van de watersystemen in kwantitatieve en kwalitatieve zin in stand te houden. Onderhoud wordt uitgevoerd om dit functioneren in stand te houden en om de levensduur van objecten te verlengen.
Een mooie, schone watergang in de kernen, met een rijk begroeide oever, is aantrekkelijk om naar te kijken en langs te Þetsen. Het water in de kernen voldoet nog niet aan de landelijke eisen voor de waterkwaliteit. Een manier van duurzaam omgaan met water in de
51
52 WATER
ZIE BIJLAGE
bebouwde omgeving afkoppelen van regenwater. Op deze manier wordt ‘schoon’ water niet vermengd met ‘vuil’ water en wordt voldaan aan het uitgangspunt schoonhouden, scheiden en zuiveren. Centrale doelstelling voor de waterkwaliteit is dat al het oppervlaktewater binnen het beheersgebied voor 2015 voldoet aan de wettelijke eisen van de Europese Kaderrichtlijn Wa ater. Het ambitieniveau voor nieuw stedelijk gebied is een goed ecologisch potentieel in 2015. Een natuurvriendelijke oever is goed voor de waterkwaliteit, de natuur en kan de belevingswaarde vergroten. Niet alle oever zijn geschikt voor omvorming naar natuurvriiendelijke oevers, bijvoorbeeld doordat de ruimte ontbreekt. Het gaat erom, dat de inrichting en het beheer van oevers beter wordt afgestemd op het karkater van de wijk en de wensen van bewoners. Oevers met harde beschoeiing worden waar mogelijk niet vervangen, maar heringericht op een natuurvriendelijke wijze. Op sommige plaatsen is het water vanaf de kant niet of nauwelijks zichtbaar en slecht openbaar toegankelijk, terwijl dit ongewenst is. Het gemeenschappelijk beleid is erop gericht om oevers open en groen te houden.
Inventarisatie Het grondgebied van de gemeente Bergambacht ligt in het geheel in de Krimpenerwaard. De Krimpenerwaard is een groot veeneiland dat wordt omsloten door de riviere en de Hollandse IJssel en de Lek en het (voormalige) veenstroompje Vlist. Langs de Lek (en de Hollandse IJssel) liggen oeverwallen die op enige afstand van de rivier overgaan in de veengebieden. Het oorspronke elijke bosveen is door de relatieve afname van rivierwater en de toename van regenwater geleidelijk aan (mesotroof) broekveen geworden. Als gevolg van de bodemopbouw zijn langs de ra anden stroken met nederzettingen die nadrukkelijk op de rivier gericht zijn en daartussen een uitgestrekt mid-
dengebied. De uitgestrekte polders met grasland, het veenweidegebied, waren van oorsprong een moerasachtig gebied, dat in de middeleeuwen werd ontgonnen door deze gebieden te ontwateren. In de verkaveling kan men drie vormen van ontginning herkennen: vrije opstrek, cope-ontginning en de restverkavelingen. De eerste fase betrof de ontginning van de ra randgebieden va anuit de oeverwallen van de Lek en de IJssel. Dit waren ontginningen met een opstrekkende verkaveling, waarvan geen vaste achtergrens bepaald was. In de tweede fase werden de gebieden langs de Vlist en in het middengebied van de waarden ontgonnen met de regelmatige copeontginning, waarvan lengte en breedte wel bepaald waren. Tijdens de laatste fa fase werden de restgebieden in gebruik genomen. Dit zijn de gebieden met vrij onregelmatige grenzen en een afw fwijkende verkaveling. Het ontginningspatroon, de slagenverkaveling, is nog zichtbaar en gaaf aanwezig in het landschap. De Krimpenerwaard is mede daarom aangemerkt als Belvederegebied. Tijdens en dire ect na de ontginning lagen de veengebieden boven NAP. Ontwatering en afwatering geschiedde op natuurlijke wijze via kreken en kreekjes op de omringende riviere en. Door de ontwatering ging het veen oxideren en verteren, met inklinking tot gevolg. De bodem kwam daardoor steeds lager te liggen en de afwatering stagneerde.
Van natuurlijke afwatering werd overgaan op kunstmatige afwatering. Door de bouw van poldermolens slaagde men er in om het land droog te houden, ondanks de lage ligging. De polders die hun water uitsloegen op vrij stromende rivieren, kregen met steeds meer polderwater te e maken. Daarom heeft men besloten op veel plaatsen langs de riivieren boezems aan te leggen. In geval van hoogwater op de riivieren, werd het polderwater met behulp van de molens op de boezems gemalen. Als na verloop van tijd de waterstand op de rivier gezaktt was, liet men de boezems aßopen.
53
54
BERKENWOUDE
AMMERSTOL
BERGAMBACHT
Het watersysteem van het veenweidegebied heeft dus een kunstmatige waterhuishouding. Het waterhuishoudkundig beheer bestaat uit aanvoer, doorvoer en afvoer van water via een stelsel van boezems en weteringen (Ringvaart, Re eekade/ Ringsloot, Berg gvliet, Molenvliet, Oude Wetering, Graafwetering en Achterwetering), die voornamelijk gericht zijn op de landbouwkundige functie van het gebied. Gemalen pompen het water op de Lek en de Hollandse IJssel en van daaruit wordt het afgevoerd naar zee. Het veenweidegebied/laagveengebied is verdeeld in afz fzonderlijke poldereenheden. Een polder is een stuk land omringd door dijken of ka aden met een eigen waterregulering. Daarbij zijn de geringe drooglegging, de hoge grondwaterstanden, het dichte slotenpatroon en het hoge percentage open water (circa 13%) kenmerke end. Er is echter sprake van een beperkte bergingscapaciteit aanvullend op het huidige peil. Mede als gevolg van het wegzijgen van het water naar de dieper gelegen Zuidplaspolder treedt er in het plangebied op beperkte schaal verdroging op. In het Raamplan dat is opgevolgd door het Veenweidepact is gekozen om van poldermaling over te gaan naar een waterbeheersingssysteem met doorverbonden waterlopen en 3 boezemgemalen en tussenbemaling. In het kader van de landinrichting Krimpenerwaard is langs de Lek het gemaal Hoekse Sluis gebouwd.
Tezamen met twee andere e grote gemalen vormt het de basis van de waterb beheersing Krimpenerwaard. Deze zogenaamde hoofd dgemalen pompen water uit de polder in de omringende rivieren, de Le ek en Hollandsche IJssel. Deze gemalen kunnen echter ook in tijden van droogte water uit de rivieren de polder inlaten. De hoofdgemalen maken deel uit van een nieuw waterbeheersingsysteem dat verder bestaat uit een intern ne boezem, waar in eerste instantie het polderwater in wordt gepompt. Dit gebeurt door stuwen en tussengemalen, die langs deze interne boezem staan. Het waterpeil in deze
boezem is overal gelijk. Door ontwatering voor het landbouwkundig gebruik verdwijnt in delen van het veenweidegebied ongeveer 1cm (hoogte) per jaar. De verdergaande bodemdaling heeft onder meer tot gevolg dat de peilverschillen tussen polder en boezemwater steeds groter worden. Dit leidt tot hogere bemalingskosten en tot een kwetsbaarder watersysteem. Verder treedt een ‘verschil in bodemdaling’ in waardoor steeds meer verschillende peilvlakken ontstaan, wat als gevolg een versnippering van het waterb beheer heeft. Door klimaatverandering zal in de ko omende jaren de bodemdaling doorg gaan, de zeespiegel stijgen en de neerslag in Nederland toenemen. Door de inklinking komen de rivierdijken relatief steeds hoger te liggen en neemt het overstromingsgevaar en de wateroverlast toe (omgekeerd landschap). Het waterbeleid is een bepalende fa factor voor de toekomst van het gebied. Als gevolg de inlaat van water uit de Lek, uit- en afspoeling vanuit de landbouw en belasting vanuit stedelijke gebieden, is er sprake van hoge concentraties aan meststofffen (fosfaat en nitraat). Daardoor is de water(bodem)kwaliteit in de Krimpenerwaard matig. De norm voor het Maximaal Toelaatbaar Riisico (MTRnorm) voor fosfaat en nitraat uit de Vierd de Nota Waterhuishouding wordt fors overschreden.
Ook de concentraties zware metalen en microvero ontreinigingen in de bodem is te hoog, waardoor waterplanten zich slecht ontwikkelen en er soms algen- en kroosbloei voorkomt.
55
56 NATUUR
ZIE BIJLAGE
6.3 Natuur Beleid Nota Belvedere De Nota Belvedere is in 1999 vastgesteld door de ministeries van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, Landbouw Natuur en Visserij, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu en Verkeer en Waterstaat. Voor Nederland is een aantal Belvederegebieden aangewezen. De strategie van de Belvederegedachte is “Behoud door ontwikkeling”. Dit heeft te maken met het bewaren van cultuurhistorie door te ontwikkelen op een manier die de speciÞeke identiteit van het gebied behoudt en verder uitbouwt, zodat naar de toekomst deze herkenbare identiteit blijft bestaan. De Krimpenerwaard is één van de Belvedere-gebieden. In de nota staat hierover het volgende. De Krimpenerwaard vormt samen met de Lopikerwaard, Alblasserwaard en Vijfherenlanden een duidelijk begrensd geheel wat schaal en landschap betreft. Beide waarden worden begrensd door de Lek, de Hollandsche IJssel en de Vlist. De waarden vormen het grootste veenweidegebied van Nederland. SpeciÞeke kenmerken van het veenweidelandschap van de Krimpenerwaard zijn de weidsheid, de tweezijdige lintbebouwing, de lange smalle graspercelen en het stelsel van weteringen, sloten en bijbehorende waterkunstwerken. Behalve het veenweidelandschap zijn ook de donken en de begraven rivierensystemen een fysieke drager van de Krimpenerwaard.
Andere fysieke dragers vormen het rivierbedijkingslandschap met de rivierdijken en de karakteristieke lintbebouwing. De laatste fysieke drager wordt door de beschermde stadsgezichten van Gouda, Vlist en Schoonhoven gevormd. Reguliere landbouw blijft de belangrijkste functie en drager van het gebied. Agrarisch natuurbeheer vormt één van de mogelijkheden
voor aanpassing van het grondgebruik. Als conclusie wordt aangegeven dat de geschiedenis van het landschap voor de gebruiker aßeesbaar moet zijn, zonder een eenduidig gebruik te dicteren. De cultuurhistorische waardevolle landschappen moeten niet slechts geconserveerd worden, maar, ter voorkoming van museumlandschappen, moet een landschap altijd een hedendaagse functie blijven vervullen. Voor het Veenweidepact wordt verwezen naar paragraaf 6.5.
Inventarisatie De meeste natuurwaarden zijn geconcentreerd in smalle stroken langs de oevers van de sloten, de tiendwegen, polderkaden en landscheidingen. Verder zijn de oevers en uiterwaarden van de Lek van belang voor de natuur, mede door de boomgaarden en kleine loofboselementen op de zavelige gronden voor de dijk. Langs de linten en tiendwegen staan op veel plaatsen knotwilgen en de landscheidingen zijn veelal bezet met elzen en essenhakhout, de geriefhoutbosjes. Veel houtwallen en eendenkooien zijn verdwenen. De meeste beplanting in het veenweidegebied is thans te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs de Lek, langs de kavelgrenzen, de tiendwegen en op de achterkaden. Ook komt er een zeer grote verscheidenheid aan bloemen en planten voor in verschillende graslandcomplexen, bermen en langs slootkanten, zoals de dotter, het speenkruid, de pinksterbloem, het ßuitekruid et cetera. Hierop wordt uitgebreider ingegaan in paragraaf 5.6. Ook de reeds genoemde min of meer geïsoleerde elementen in het landschap hebben landschappelijke en natuurlijke waarden (onder meer de eendekooi). Nabij de kernen liggen waardevolle groengebieden/landschapselementen waar op kleine schaal natuurwaarden aanwezig zijn. De Krimpenerwaard wordt geken-
57
58
merkt door een grote rust en openheid en is daardoor een veelbezochte verblijfsplaats voor weidevogels en wintergasten. Naast de ooievaar, de zwaan, de gans en verschillende reigersoorten, is het verschijnen van de grutto, de tureluur en de kievit zeer algemeen. ’s Winters worden de waarden bezocht door tienduizenden ganzen, smienten, kleine zwanen en andere wintergasten. In de weilanden lopen tal van hazen en fazanten. De fuut, het waterhoentje en de meerkoet zijn in de sloten en watertjes ook talrijk aanwezig. Sinds enige tijd is de buizerd weer teruggekeerd. Torenvalken en kiekendieven zijn nooit weggeweest. Een groot deel van de polder Berkenwoude en het noordelijke deel van de polder Bergambacht zijn in het Veenweidepact aangewezen als natuurgebied. In deze gebieden worden maatregelen getroffen om de huidige natuurwaarden veilig te stellen. Om de natuurontwikkelingsgebieden onderling met elkaar te verbinden, zullen enkele hoofdwatergangen als natte verbindingen gaan fungeren en tevens zullen de kaden als verbindingsschakels benut worden. Het zuidelijke deel van de polder Achterbroek en het noordelijk deel van Polder Zuidbroek zijn aangewezen als beheersgebieden. Afhankelijk van de omstandigheden, de na te streven natuurdoelen en de wensen van de agrariër kan worden gekozen voor verschillende beheerspakketten.
Het noordwestelijke en het noordoostelijke deel van het plangebied zijn in het Streekplan aangewezen als Milieubeschermingsgebied voor stilte.
6.4 Infrastructuur 59
60 INFRASTRUCTUUR
ZIE BIJLAGE
Beleid
• Studie busknelpunten bij Bergambacht • Plan van aanpak stimulering ketenmobiliteit.
PVVP Provincie Zuid-Holland In het Provinciale Verkeer- en Vervoerplan 2002 – 2010 van de provincie Zuid-Holland (deel B: beleidsagenda) is voor de Krimpenerwaard de volgende knelpunten opgesomd: • Capaciteitsknelpunten op de aansluitpunten van de Krimpenerwaard (Algerabrug en Stolwijkersluis) ten gevolge van druk pendelverkeer. • OV-ontsluiting kleine kernen komt in het gedrang. • Verkeersonveiligheid en leefmilieuproblemen op de Lekdijk. • Bereikbaarheid vrachtverkeer is onder de maat. • Ontbrekende schakels in het Þetsnetwerk. Als kernstrategie staat de provincie voor: • De auto is in de Krimpenerwaard het vervoermiddel bij uitstek. • Terughoudendheid bij grote verbeteringen van de bereikbaarheid over de weg. Alleen capaciteitsverruiming alleen bij de ontsluitingspunten van de polder. • Pendelverkeer aßeiden via snel(bus)diensten op het omringend stedelijk gebied. • Exploitatief haalbare streekbusdiensten aangevuld met CVV. • Introductie duurzaam veilig op onderliggend wegennet. • Realisatie van het Fietsplan Zuid-Holland. • Opstellen Verennota over de continuering van veerdiensten over de Lek bij Bergambacht en Schoonhoven. SpeciÞeke maatregelen die in het PVVP worden voorgesteld zijn: • Vernieuwing N210 (zie verder) • Aanleg Zuidwestelijke Randweg Gouda. • Continuering streekvervoer en CVV • Verkenning P-plaats annex overlaadstation voor vrachtverkeer.
Op de plankaart is voorts aangegeven dat de N210 ter hoogte van Bergambacht duurzaam veilig wordt vormgegeven.
Dit provinciale beleid geeft geen antwoord op alle problemen op gemeentelijk en regionaal niveau: zo is er geen aandacht voor de wijkontsluitingsproblematiek en voor de overbelasting van voormalige B-wegen door landbouwverkeer.
Vernieuwing N210 De N210 wordt voor het gedeelte Krimpen a/d IJssel – Bergambacht ver-
61
62
BERKENWOUDE
AMMERSTOL
BERGAMBACHT
nieuwd. Deze vernieuwing heeft vooral een technische achtergro ond: de oude weg verzakt. In de Milieu Effectrapportage N210 is aangegeven dat de vernieuwing niet leidt tot vergro oting van de capaciteit of wijziging van de verkeersafwikkeling. Alle kruisingen op het betreff ffende deel de N210 worden voorzien van rotondes. De Okkersekade krijgt een Þets- voetgangerstunnel. Voor de provinciale wegen wordt in het MER uitgegaan van een ‘gewone’ verke eersgroei van 2%/jaar. In Þguur 5 zijn de intensiteiten uit de MER opgenomen.
Provinciale verkeersmaatregelen In het provinciale Meerjarenprogramma Investeringen Infrastructuur 2005 – 2009 (vastgesteld in 2004) is een aantal projecten opgenomen voor de Krimpenerwaard. Het belangrijkste project op de lijst is de verke enning naar het vervangen van de verkeersregelinstallatie op de kruising N207 – N210 – N478 door een rotonde. Ve Verder wordt een aantal Þetsprojecten genoemd, waaronder Ouderkerk-Bergambacht en Krimpen aan de Lek-Stolwijk.
GebiedsproÞel Verkeer en Vervoer Krimpenerwaard In een gebiedsproÞel maken overheden met verkeer- en vervoerverantwoordelijken afspraken over wat de belangrijk(st)e projecten zijn in dat gebied. In dit geval hebben de Krimpenerwaardgemeenten, het ISMH, het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard, Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland en de provincie in april 2003 deze afspraken gemaakt. De volgende problemen, voorzover van belang voor de gemeente Bergambacht, zijn gesignaleerd: • bereikbaarheid auto problematisch door beperkte capaciteit Algera-corridor en ontsluiting via de N207 bij Gouda; wordt deels opgelost door Zuidwestelijke randweg; • bereikbaarheid openbaar vervoer onvoldoende voor OV-afhankelijke bevolkingsgroepen; collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) biedt een beperk-
te oplossing; • het goederenvervoer ondervindt problemen op veel secundaire (plattelands)wegen; de geringe draagkracht van de veenbodem maakt dat wegaanleg relatief duur is en dat de wegen buiten de bebouwde kom veelal een slechte funderiing hebben; zwaar, intensief transport brengt veel schade toe aan deze wegen, waardoor de jaarlijkse kosten voor onderhoud groot zijn. De volgende maatregelen zijn voorgesteld: • aanleg Zuidwestelijke randweg; • aanleg tweede brug tussen Capelle en Krimpen; • introductie van nieuwe buurtbusprojecten of CVV en voorzieningen voor het vervoer van scholieren; • meer Þetsstallingen bij bushaltes; • aanleg speciale parkeerplaatsen annex overlaadstations voor vrachtwagens. In de prioritering die is opgesteld, hebben deze maatregelen ook hoog gescoord. Ten slotte is een gemeenschappelijk uitvoeringsprogramma opgesteld. Verkeerscirculatie Centrumgebied (12 mei 2004) In de afgelopen jaren is het autoverkeer (ook) in Bergambacht fors gegroeid, Door de gemeente is daarop gereageerd met het treffen van maatregelen om daarmee de overlast in het centrumgebied te beperken, De ad-hoc maatre egelen die toen zijn genomen verliezen inmiddels hun effect waardoor een meer integrale aanpak van de problemen is vereist.
De grootste problemen met de verkeerscirculatie doen zich momenteel voor in de: • Burgemeester Uilkensstra aat; • Voorstraat; • Raadhuisstrraat; • Hoofdstraat. De problemen worden voornamelijk veroorzaakt door de verkeersintensiteit, beschikbare dwarspro oÞel en wegomgeving
63
64 niet op elkaar zijn afgestemd, of anders gezegd: met elkaar conßicteren. Det wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de toename van het autoverkeer en het autogebruik. De discrepantie tussen intensiteit en beschikbare (verkeers)voorzieningen leidt in het algemeen vaak tot problemen zoals: • verminderde doorstroming autoverkeer;; • onnodig zoekv verkeer ten gevolge van onduidelijke verkeersstructuur; • laad- en losproblemen; • verminderde leefbaarheid bewoners; • ontsluiting winkelklimaat; • verminderde verkeersveiligheid;
Inventarisatie De kern Bergambacht ligt in de noordoostelijke oksel van de N207 (Pont Bergstoep – Gouda) en de N210 (IJsselstein – Ro otterdam). Beide provinciale wegen zijn druk bereden en vormen een barrière voor Bergambacht.. Dit begint extra te spelen nu Bergambacht wordt uitgebreid aan de zuidzijde van de N210 (Bergstoep). Daarmee kent Bergambacht een heldere extern ne structuur.
De gemeente heeft gekozen voor een autoluwe variant, waarbij autoverkeer in de Hoofdstraat mogelijk blijft, maar eenrichtingsverke eer is ingesteld, van noord naar zuid. Tevens is een parkeerroute aangegeven. Het voorstel om de parkeertijd in de blauwe zone terug te brengen van 1,5 uur naar 1 uur is inmiddels weer teruggedraaid. Verder is een veilige Þetsroute voor scholieren door de kern Bergambacht gewenst. In Berkenwoude is vooral het landbouwverkeer dat door de kern riijdt, problematisch. In Ammerstol wordt de verke eerscirculatie vooral belemmerd door het gebrek aan voldoende parkeerruimte.
Bergambacht De kern Bergambacht kent intern geen duidelijke verkeersstructuur. Alle wegen zijn aangewezen als 30 km/h gebieden. Dit maakt het voor bezoekers per auto lastig zich te oriënteren. Ook wordt er op de verschillende wegen autoverkeer afgewikke eld dat op de speciÞeke wegen niet thuishoort. Aan de andere kant zijn er in de kern geen wegen aan te wijzen waar het autoverkeer dan wel thuishoort. In de 60-er jaren t/m heden zijn er aan de oostzijde van het centru um diverse schillen met woningbouw gebouwd, zonder dat er een heldere verkeersstructuur is gemaakt. Ook hier hoort het autoverkeer feitelijk nergens thuis.
Externe bereikbaarheid In de Þguur 1-3 is de externe bereikbaarheid, gemeten in reistijd, van Bergambacht weergegeven. Voor Þguur 1 in 2005 in de situatie zonder congestie; Þguur 2 in de ochtendspits in 2005 met congestie en Þguur 3 in de ochtendspits in 2020 met congestie (indicatief).
Op basis van de Þguren kan geconcludeerd worden dat de externe bereikbaarheid van Bergambacht redelijk stabiel is. In 2005 (ochtendspits met congestie) wonen 394.000 inwoners binnen een bereik van 30 min. van Bergambacht en in 2020 zijn dat er 482.000. Vrijwel het gehele gebied tussen A20 – A12 – A2 – A27 - A15 is per auto binnen een half uur vanuit Bergambacht te bereizen. Van belang voor de externe bereikbaarheid van Bergambacht is verder de veerverbinding Bergstoep. Dagelijks brengt deze pont vele forenzen van de Krimpenerwaard naar de Alblasserwaard en vice versa.
65
66 LANDBOUW
ZIE BIJLAGE
6.5 Landbouw Beleid
• • •
Raamplan Herinrichting Krimpenerwaard Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 22 april 1999 het Raamplan voor de Krimpenerwaard vastgesteld. Doel van dit plan is een goede verhouding tussen landbouw, natuur en recreatie in het gebied tot stand te brengen. Het Raamplan bevat de intenties tot het uitvoeren van inrichtingsmaatregelen. Hoofddoelen van de landinrichting zijn: • het veiligstellen en het ontwikkelen van natuurgebieden; • herverkaveling ten behoeve van de landbouw; • realiseren van een nieuw waterbeheersingssysteem; • uitbreiden van recreatieve voorzieningen. In overleg tussen de provincie, de landinrichtingscommissie en de waterbeheerders is aangekaart dat een heroverweging van de landinrichting dient plaats te vinden vanwege het veranderende waterbeleid. Het Veenweidepact welke in dit kader is opgesteld, vervangt grotendeels het Raamplan. Aandachtspunten in het Veenweidepact betreffen in ieder geval de bodemdaling en de versnippering c.q. robuustheid van watersystemen, het toekomstperspectief voor de veehouderij als gevolg van de liberalisering van het Europese landbouwbeleid en de natuurlijke handicaps en het behoud van de veehouderij in de veenweidegebieden als drager van het landschap.
Veenweidepact Eind 2005 is door vijftien partijen, waaronder de gemeente Bergambacht en de provincie Zuid-Holland, het Veenweidepact voor de Krimpenerwaard gesloten. Centrale elementen hierin zijn: • realisatie van 2450 hectare natuur, tezamen met een herbegrenzing van de reeds aanwezige na-
•
tuurgebieden met het oog op duurzaam waterbeheer en beperking van de bodemdaling; stimuleren van vernieuwend ondernemerschap; nieuwe sturings- en organisatiestructuur; voortvarendheid in de uitvering door bundeling van procedures; directe uitvoering van inrichtingsmaatregelen die niet meer ter discussie staan.
In december 2006 heeft de Strategiegroep Veenweidepact Krimpenerwaard de begrenzing van natuur en landbouw vastgesteld voor de Krimpenerwaard. Het doel van de herinrichting van de Krimpenerwaard is om de bodemdaling zoveel mogelijk te beperken, een goed waterbeheer te ontwikkelen en versnelling van het proces van agrarische structuurverbetering.
Inventarisatie Het veenweidegebied is een uniek landbouwgebied, dat nergens anders ter wereld te vinden is. Ze is uniek vanwege haar structuur, het landschap en de spilfunctie die melkveehouders er reeds lange tijd vervullen. Door de verkaveling, de bodemgesteldheid en de waterhuishouding van het gebied is echter in de loop der jaren de bedrijfsvoering van veel agrarische bedrijven al beëindigd. De huidige situatie wordt gedomineerd door de melkveehouderij. Door ontwatering voor het landbouwkundig gebruik verdwijnt in het veenweidegebied ongeveer 1cm (hoogte) per jaar. De verdergaande bodemdaling heeft onder meer tot gevolg dat de peilverschillen tussen polder en boezemwater steeds groter worden. Dit leidt tot hogere bemalingskosten en tot een kwetsbaarder watersysteem. Verder treedt een ‘verschil in bodemdaling’ in waardoor steeds meer verschillende peilvlakken ontstaan, wat als gevolg een versnippering van het waterbeheer heeft.
67
68
Uitgangspunt voor de herinrichting is het behoud en de ontwikkeling van het landschap, waarbij zo veel mogelijk extra bodemdaling moet worden voorkomen. Extra bodemdaling wordt voorkomen door het waterpeil op de juiste hoogte te houden. Bij een bepaald waterpeil hoort vervolgens een bepaald gebruik van de grond. Waar het waterpeil heel hoog is, ontstaat drassig land en is landbouw niet mogelijk. Landbouw heeft drogere grond nodig dan natuur, voor een beter gewas en om met machines het land te kunnen bewerken. Simpel gezegd bepalen bodemdaling en waterpeil de mogelijkheden voor inrichting en gebruik van het gebied. Dit wordt de lagenbenadering genoemd. Voor de Krimpenerwaard geeft deze lagenbenadering de volgende globale indeling van het gebied. • In het noorden van de Krimpenerwaard is de bodemdaling het grootst. Hier zal het waterpeil hoog moeten zijn om verdere daling zo veel mogelijk te beperken. Dat betekent drassige gronden en hier is de bestemming ‘natuur’ de logische keuze. • Het zuiden van de Krimpenerwaard is hoger gelegen en de bodem daalt minder snel. Hier kan het waterpeil goed worden afgestemd op de landbouw, waarbij tevens onnodige bodemdaling voorkomen wordt. • Het middengebied van de Krimpenerwaard zit qua bodemsamenstelling tussen deze twee uitersten in. Het waterpeil wordt hier niet verder omlaag gebracht ten opzichte van het land.
Omdat de landbouwfunctie gehandhaafd blijft, al dan niet in combinatie met natuurbeheer, is het noodzakelijk dat het waterpeil de maaivelddaling volgt.