CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.9 RIB Omgevingsprogramma Warmtetransitie 2024-2030

Raadsvergadering 20 november 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college17.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25 Duurzaam Bouwloket | Krimpenerwaard

26 Energiesubsidiewijzer: vind eenvoudig subsidies en leningen | Verbeterjehuis 27 Bij doe-het-zelf maatregelen is het echter niet mogelijk ISDE of SVVE subsidie aan te vragen.

Omgevingsprogramma Warmte | 22

5 uitvoeringskosten met zich mee. Daarnaast moet de subsidie gepromoot worden bij de doelgroep middels de activeringscampagne en geïntegreerd worden in de collectieve advies-en inkoopactie. Om de doelstelling uit de warmtevisie te halen zal voor een grotere groep inwoners een financiële tegemoetkoming noodzakelijk zijn. De gemeente gaat ook aanvullende financiële instrumenten onderzoeken, zoals een gemeentelijke subsidie of bijvoorbeeld een woningabonnement constructie waarbij de woningeigenaar de kosten van energiemaatregelen maandelijks afbetaalt met de kostenbesparing die met die maatregelen wordt gerealiseerd. 5.2.4.2 Gemeentelijke regelingen De in 2022 gestarte duurzaamheidslening wordt voortgezet om inwoners te helpen bij het financieren van duurzaamheidsmaatregelen tegen een gunstige rente.

5.2.5 Inzet Energiecoaches Energiecoaches helpen inwoners bij het verkrijgen van inzicht in de mogelijkheden van energiebesparing en verduurzaming van de woning. Een energiecoach kan ook doorverwijzen naar een inkoopactie voor hen die helemaal ontzorgd willen worden in de uitvoering. Via (sociale) media promoten we het gebruik van de energiecoaches. Daarnaast kunnen de energiecoaches gepromoot worden als onderdeel van de bredere activeringscampagne.

Actielijn 1: Koopwoningen met focus slechte energie labels 1.1

Ontwikkelen en uitvoeren SPUK lokale aanpak isolatie koopwoningen O.a. het inregelen en uitkeren van extra financiële bijdrage voor isolatiemaatregelen (Na 2026) Propaantanks bij woningen vervangen door duurzame alternatieven Gedeeltelijk natuurlijk en gedeeltelijk stimuleren. Gaat om circa 500 woningen.

1.2

Collectieve advies- en inkoopactie ● Voor isolatiemaatregelen, zonnepanelen en (hybride) warmtepompen ● Organiseren van klantreis van brief tot en met uitvoering (ontzorgingsaanpak) ● Uitvraag en selectie van lokale/regionale uitvoerende partijen ● Brief aan huis ● Informatieavond (live en/of online) ● Met speciaal aanbod, uit de middelen van de Lokale aanpak isolatie, aan woningen met slechte labels met extra financiële bijdrage voor isolatiemaatregelen. Randvoorwaarde: met Stedin wordt afgestemd over het te verwachten effect van deze actie in relatie tot vraag en aanbod op het elektriciteitsnet.

Team energietransitie i.s.m. team communicatie, uitvoerende marktpartij

Team energietransitie i.s.m. team communicatie, marktpartij

Omgevingsprogramma Warmte | 23

5 Actielijn 1: Koopwoningen met focus slechte energie labels 1.3

1.4

Communicatie- en activeringscampagne ontwikkelen en uitvoeren ● Mobiele showroom ● Warmtescans ● (Social) media en buitenruimtecampagne ● Duurzame huizenroute ● Inzetten koplopers als ambassadeurs Financiële ontzorging woningeigenaar •

Inzet en organisatie uitkering extra financiële bijdrage voor isolatie

Voortzetten Duurzaamheidslening Onderzoeken (en evt. ontwikkelen) gemeentelijk financieel instrumentarium. • Hulp bij aanvraag en uitkering ISDE-subsidie; hypotheekadvies; hulp bij aanvragen duurzaamheidslening gemeente en lening via warmtefonds. Opleiding van en advisering door energiecoaches

Team energietransitie i.s.m. team communicatie

Team energietransitie i.s.m. Financiën

• •

1.5

Team Energietransitie

5.3 Actielijn 2: Aanpak Energiearmoede De actielijn energiearmoede is aanvullend op actielijnen 1 en 5 en erop gericht om huishoudens in de doelgroep (in huur- en koopwoningen) te helpen bij het nemen van (kleine en grote) energiebesparende maatregelen. Met als doel om de energierekening te verlagen en om zo ook de doelgroep met minder eigen financiële middelen een kans te geven mee te doen in de energietransitie. Het Rijk voert momenteel beleid gericht op bestrijding van energiearmoede door snel de energierekening of het energieverbruik van huishoudens te verlagen. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. De gemeente Krimpenerwaard heeft daarom nu driemaal een SPUK ontvangen inzake Energie Armoede, bedoeld voor eenvoudige kleinere maatregelen in woningen die snel energie besparen (zoals tochtstrippen en radiatorfolie). Deze budgetten moeten uiterlijk eind 2025 zijn besteed. Na 2025 zal bepaald moeten worden of er een structurele voortzetting uit eigen middelen moet worden bekostigd. Ook heeft de gemeente geld ontvangen om een energietoeslag uit te keren aan huishoudens met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. Er is blijvend aandacht nodig hoe deze doelgroep rechtvaardig mee kan doen aan de energietransitie.

In deze actielijn zal nauw worden samengewerkt met Team Advies Sociaal Domein omdat een groot deel van deze doelgroep via het sociaal domein kan worden bereikt. In samenwerking kan ervoor gezorgd worden dat activiteiten uit dit programma goed aansluiten bij bestaande regelingen voor bijvoorbeeld minima. Rol gemeente: faciliterend (energieklussers en energiecoaches), stimulerend (isolatiesubsidie), regisserend (samenwerking bevorderen).

Omgevingsprogramma Warmte | 24

5 5.3.1 Stimuleren (kleine) energiebesparende maatregelen: In 2023 is er reeds ingezet op het treffen van kleine energiebesparende maatregelen met huishoudens die het zwaarst getroffen worden door de hogere energieprijzen. De besparingspotentie van een woning kan oplopen tot 10% van het aardgasverbruik, afhankelijk van de huidige energieprestatie en stookgedrag. Hiervoor zijn energieklussers ingezet. Energieklussers zijn mensen die worden ingehuurd en helpen met het benaderen van deze doelgroep en hen adviseren over energiebesparing (gedrag en kleine maatregelen) en helpen met het installeren en monteren van kleine besparende maatregelen. In 2023 werkte de gemeente samen met een externe uitvoerende partij die de klussers opleidde en aanstuurde. De gemeente betaalt het advies en de kosten voor de materialen. In totaal zijn 5100 woningen (huur en koop) aangeschreven waarvan ongeveer 23% gebruik heeft gemaakt van de klusdienst. In de verdere uitvoering van dit programma zal bekeken worden of er herhaling van deze actie komt of dat er andere acties opgezet worden voor deze doelgroep, zoals bijeenkomsten over energiebesparing en gedragsverandering. Het voortzetten van de energiecoaches kan hier een belangrijke rol in spelen. Dit zal in samenhang met de bredere communicatie-activiteiten worden bekeken.

5.3.2 Energiecoaches In 2022 en 2023 is er een groep lokale vrijwillige energiecoaches opgeleid. Deze energiecoaches kunnen langskomen voor advisering, zowel bij mensen die na een klusgesprek meer advies willen over energiebesparing (zowel gedrag als maatregelen aan hun woning), als bij alle andere inwoners, zowel in huur- als koopwoningen, die advies willen. Dit traject wordt voortgezet en onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om deze ondersteuning zo goed mogelijk vorm te geven en aan te laten sluiten bij de behoefte van inwoners.

5.3.3 Inzet energiearmoede middelen voor lokale isolatiesubsidie Naast de kleine energiebesparende maatregelen en advisering gaat de gemeente de middelen van de SPUK-energiearmoede ook inzetten om te helpen bij het treffen van grote energiebesparende maatregelen in koopwoningen. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met het Nationaal Isolatieprogramma en het ontzorgingstraject en subsidie voor isolatie gericht op de woningen met slechte energie labels (zie actielijn 5.2.1.).

5.3.4 Samenwerking met woningcorporaties Veel inwoners van de doelgroep energiearmoede wonen in een huurwoning van de woningcorporaties. De woningcorporaties spelen een belangrijke rol in het isoleren en verduurzamen van deze woningen naar betere energie labels. Hierover worden in de prestatieafspraken afspraken gemaakt. Het uitfaseren van de E-, F-, G- labels is hier een belangrijk onderdeel van. Er is driemaandelijks overleg tussen de gemeente en de woningcorporaties waarin de voortgang van de verduurzaming en de renovatieplannen worden besproken. Zie ook actielijn 5 ‘woningcorporaties’.

Omgevingsprogramma Warmte | 25

5 Actielijn 2. Energiearmoede 2.1 Stimuleren (kleine) energiebesparende maatregelen: Stimuleren energiebesparing via gedragsverandering en (kleine) energiebesparende maatregelen

2.2

Energiecoaches

2.3

Uitwerken inzet SPUK EA voor isolatiesubsidie lokale aanpak isolatie

2.4

Samenwerking met woningcorporaties Ten behoeve van de verduurzaming van corporatiewoningen.

Team energietransitie, Team sociaal domein, uitvoerende marktpartij, woningcorporaties Team energietransitie, Het Nieuwe Wonen Team Energietransitie, Uitvoerende marktpartij Team Energietransitie, Woningcorporaties

5.4 Actielijn 3. Monumenten en beschermd stadsgezicht In deze actielijn wordt gewerkt aan het versneld verduurzamen van monumenten d.m.v. een communicatiecampagne, beleidsontwikkeling, kennisontwikkeling van zowel gemeentelijke beleidsmedewerkers als eigenaren van monumenten in Krimpenerwaard. In de gemeente Krimpenerwaard zijn er 341 rijksmonumenten, ruim 180 gemeentelijke monumenten, molenbiotoop en kroonjuweel (Provinciale bescherming). In totaal zijn er vijf beschermde stads- en dorpsgezichten. Vier rijks beschermde dorps- en stadsgezichten: Haastrecht, Schoonhoven, Vlist en Bonrepas. Eén gemeentelijk beschermd dorpsgezicht: Lekkerkerk. Rol gemeente: activerend (communicatie), stimulerend (financieel), regisserend (beleidsontwikkeling, kennisdeling).

Actielijn 3: Monumenten en Beschermd stadsgezicht 3.1

Communicatiecampagne

Team erfgoed en monumenten, i.s.m. Landelijke programma’s en financieringsmogelijkheden onder communicatie de aandacht brengen Nationaal De gemeente zorgt voor toegankelijke info voor deze doelgroep Restauratiefonds over verduurzaming en financieringsmogelijkheden28 op de website (NRF), Monumenten | Gemeente Krimpenerwaard en op natuurlijke Mogelijk Stichting Promotie momenten zoals bijvoorbeeld een monumentendag. Krimpenerwaard.

Ontzorgingsprogramma Verduurzaming RijksMonumenten, Nationaal Restauratiefonds (NRF). ondersteuning met advies en begeleiding en stimuleren te investeren in energiemaatregelen. Met een laagrentende lening gekoppeld aan instandhouding + verduurzaming, voor rijksmonumenten en (sinds dec 2022 ook) gemeentelijke monumenten. Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Monumenten | Monumenten.nl 28

Omgevingsprogramma Warmte | 26

5 Actielijn 3: Monumenten en Beschermd stadsgezicht Informatieavond, dag Koppelen aan partij die organisatiecapaciteit heeft. Het gaat om een groepje van eigenaren van boerderijen die beschermd zijn, die zelf initiatief willen nemen. Bijvoorbeeld Boerderijen(route), in 2021 georganiseerd + Particulieren die hun Rijks monumentale boerderij op een ambachtelijke, ecologische wijze willen verduurzamen organiseren. Koplopers /ambassadeurs/ voorbeeldwoningen/ Open huizen/boerderijenroute/ kleinschalig netwerk verder uitbreiden en versterken 3.2

Isolatiesubsidie monumenten onderzoeken

Team energietransitie Als onderdeel van lokale isolatieaanpak besluit nemen over inzet i.s.m. Team erfgoed van een deel van de middelen van het Nationaal Isolatie Programma en monumenten (NIP) voor het subsidiëren van isolatiemaatregelen voor monumenten met slechte labels en lage WOZ-waarde.

3.3

Ontwikkelen duurzaam gemeentelijk monumentenbeleid29 Krimpenerwaard gaat de uitkomsten van een pilot in Gouda volgen, waarbij enkele representatieve monumenten zijn geïsoleerd naar de standaard. Daarnaast gaat de gemeente de herijking van de regels voor monumenten in Gouda30 gebruiken voor het ontwikkelen van haar eigen beleid voor verduurzaming monumenten binnen het erfgoedbeleid van de gemeente.

3.4

Kennisontwikkeling over duurzame monumenten

Team erfgoed en monumenten

Team erfgoed en monumenten

- Kennis van (lokale) uitvoerende bedrijven delen - Reizende expositie van de RCE naar Krimpenerwaard halen - Deelname aan Kennissessies duurzaam erfgoed Erfgoedacademie De erfgoedacademie biedt samen met de RCE een aantal kosteloze kennissessies aan voor gemeentes en hun adviseurs, zoals energiecoaches. De gemeente gaat deze kennissessies bezoeken met enkele energiecoaches en eigen medewerkers.

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) is voornemens om samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Federatie van Grote Monumentengemeenten (FGM) een handreiking te maken met richtlijnen voor gemeentelijk monumentenbeleid dat ook perspectief biedt voor verduurzaming. 29

Gouda heeft gemeentelijke regels voor monumenten laten evalueren en met aanbevelingen te komen voor herijking van die regels zodat zij zowel dienstbaar zijn aan behoud van monumenten als verduurzaming. 30

Omgevingsprogramma Warmte | 27

5 5.5 Actielijn 4: Vereniging van Eigenaren (VvE) In deze actielijn zet de gemeente in op het ondersteunen van de verduurzaming van appartementen bij Verenigingen van Eigenaren. Het verduurzamen van appartementen bij een Vereniging van Eigenaren (VvE) is vanwege het besluitvormingsproces een complexer proces dan voor een enkele woning. Tegelijkertijd bestaat een VvE uit meerdere woningen, waardoor schaal gemaakt kan worden. De gemeente ondersteunt verduurzaming van VvE's door gratis intakegesprekken voor een energiescan aan te bieden. Daarnaast kunnen VvE's besluitvormingsbegeleiding krijgen. Daarnaast gaat de gemeente VvE's ook laten ondersteunen bij het verdere proces, zoals het opvragen van offertes en het betrekken van bewoners. Voor VvE's is landelijk de Subsidie voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE) beschikbaar. Er zijn in Krimpenerwaard 134 vve’s en 16 vve beheerders. 20 Tot 30 complexen hebben een DEFGlabel. Rol gemeente: activerend (communicatie) en regisserend (energiescans en begeleiding organiseren) Actielijn 4. VvE’s 4.1 Energiescan en begeleiding tot en met de uitvoering voor 10 VvE’s in 2023/2024 Aanbod voor VvE’s met 10 woningen of meer Informatieavond: De VvE’s ontvangen informatie over de mogelijkheden die er zijn voor VvE’s om te verduurzamen en de financieringsmogelijkheden die daarvoor momenteel zijn.

Team energietransitie i.s.m. ODMH

Aanbod begeleiding verduurzaming VvE’s: De bedoeling is dat VvE’s

4.2

4.3

zowel over energiebesparing als over duurzame opwek worden geïnformeerd. Dit aanbod wordt op de informatieavond gepresenteerd, waarna geïnteresseerde VvE’s zich daarop kunnen inschrijven. Daarna volgt een intensieve aanpak gericht op het zoveel mogelijk ontzorgen, van besluitvorming tot het opstellen van de onderhoudsplanning tot en met de uitvoering. Naast ontzorging is ook financiële ondersteuning onderdeel van het aanbod voor VvE’s. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de landelijke subsidie voor VvE’s. De (landelijke) subsidies en financieringsmogelijkheden voor VvE’s beter vindbaar maken. Bijvoorbeeld via de website of via publicaties en een informatie-avond. Daarmee wil de gemeente VvE’s die al voornemens zijn te verduurzamen het laatste zetje geven. Na 2024 Intensiveren aanpak voor ‘ingewikkelde’ VvE’s Dat zijn bijvoorbeeld gemengde VvE’s of VvE’s met een slechte financiële situatie.

Team energietransitie i.s.m. communicatie Team energietransitie i.s.m. communicatie

Omgevingsprogramma Warmte | 28

5 5.6 Actielijn 5: Woningcorporaties In deze actielijn werkt de gemeente samen met woningcorporaties aan het versnellen van de isolatiedoelen en de doelen voor overstap op de (hybride) warmtepomp als ook aan het verkennen van kansen voor kleinschalige warmteoplossingen . Rol gemeente: regisserend (prestatieafspraken, samenwerking bevorderend, kleinschalige warmteoplossingen in beeld) en activerend (communicatie, kennisdeling).

kansen

Door schaalgrootte zijn corporaties in staat efficiënt te verduurzamen met een lagere warmtevraag en een lagere energierekening voor huurders tot gevolg. Bovendien kunnen corporaties door hun omvang en schaalmogelijkheden een belangrijke startmotor zijn voor de warmtetransitie in de wijken waar zij veel bezit hebben. In grafiek 4 is de totale woningvoorraad in de gemeente Krimpenerwaard weergegeven, verdeeld over de diverse sectoren, en opgesplitst in energielabels. Te zien is dat 26% hiervan in handen is van corporaties in de vorm van sociale huurwoningen (een totaal van 5.500). De in Krimpenerwaard actieve woningcorporaties hebben de afgelopen jaren flinke stappen gezet in de verduurzaming van hun bezit. Circa 75% van het bezit heeft inmiddels een label A, B of C. Dit is een stuk meer dan in de koop en particuliere huursector. Dit betekent dat nog ongeveer 25% van de corporatiewoningen een energielabel D of slechter heeft31. Woningcorporaties brengen voor 2029 EFG woningen minimaal naar D. Woningcorporatie Groen Wonen Vlist heeft de ambitie om al haar bezit vóór 2029 naar energielabel B te brengen.

Verdeling energielabels woningen (incl. bijgeschatte energielabels) Particulier (ca. 17.000) Particulier (WOZ <382K, ca. 7700) Sociale huur (ca. 5.000) VvE (ca. 2800) Publiekrechtelijke rechtspersoon (ca. 600) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% A of beter

B

C

D

E

F

G

Grafiek 4. Bron: Rapport stand van zaken energietransitie gemeente Krimpenerwaard, 2023, ODMH.

31 Bron: BAG 2022

Omgevingsprogramma Warmte | 29

5 5.6.1 Opgave woningcorporaties De Rijksoverheid heeft in juni 2022 landelijke prestatieafspraken met koepelorganisatie Aedes, Woonbond en VNG gemaakt. Corporaties hebben zich daarbij gecommitteerd aan een bepaalde opgave en vertalen dit zelf door naar een eigen uitvoeringsprogramma. Deze opgave wordt met gemeenten vastgelegd in lokale prestatieafspraken. Bovendien worden woningcorporaties en particuliere verhuurders door de rijksoverheid gestimuleerd, via normering en positieve prikkels, om slecht geïsoleerde huurwoningen te verduurzamen.32 Dit moet ertoe leiden dat woningen naar de standaard geïsoleerd worden.33 Daarbij wordt een doelmatige aanpak van de duurzaamheidsopgave gehanteerd. Welke sociale huurwoningen

Aantal woningen

Totaal sociale huurwoningen

Ca. 5.500

Gemeentelijke doelstellingen (Warmtevisie 2021)

Te behalen resultaten in 2030 -4.680 isolatiemaatregelen34 -903 hybride warmtepompen

Nationaal Isolatieprogramma (april 2022) en Landelijke Prestatieafspraken (juni 2022) Het is aan corporaties om te bepalen welke woningen voor 2030 geïsoleerd gaan worden.

-1.917 (naar rato landelijke NIP-doelstelling) woningen isoleren naar de isolatiestandaard /of voldoende geïsoleerd voor verwarming met temperatuur van 50 graden. Deze doelstelling zal waarschijnlijk samen worden opgepakt met de doelstelling om versneld alle sociale huurwoningen van de corporaties met een E, F en Glabel uit te faseren voor eind 2028.

Om wettelijk te borgen dat alle slecht geïsoleerde huurwoningen worden verbeterd, zullen per 1 januari 2030 wettelijke eisen worden gesteld aan (de verhuur van) corporatiewoningen en private huurwoningen. Dit moet ervoor zorgen dat huurwoningen in 2030 minimaal energielabel D hebben – ook private huurwoningen. Ook zal het woningwaarderingsstelsel worden aangepast waarbij aftrekpunten worden toegekend voor huurwoningen met de energie labels E, F en G. Door de afschaffing van de Verhuurdersheffing krijgen corporaties extra investeringsruimte voor verduurzaming van sociale huurwoningen. Ook kunnen sociale huurwoningen via andere subsidieregelingen (SAH, ISDE) worden verduurzaamd 33 De Standaard voor woningisolatie geldt als referentie voor toekomst klaar. De Standaard geeft aan wanneer een woning voldoende geïsoleerd is zodat deze - voor wat betreft naoorlogse woningen - verwarmd kan worden met een temperatuur van 50 graden zonder dat de woning opnieuw aangepakt hoeft te worden. Dit betreft zowel de isolatie, kierdichting als ventilatie. In het algemeen dient deze referentie als een minimum te worden opgevat.

Om evenwel ondoelmatige (bijvoorbeeld onnodig moeten vervangen van kwalitatief goede bouwdelen) investeringen tot en met 2030 te voorkomen, hoeven woningen die ook met andere aanpassingen (van bijvoorbeeld het warmteafgiftesysteem) kunnen worden verwarmd met een temperatuur van 50 graden niet alsnog tot deze standaard geïsoleerd te worden. Nationale Prestatieafspraken: Verduurzaming | Aedes 34 Het aantal totaal te treffen isolatiemaatregelen is berekend door de te behalen gasreductie doelstelling door isolatie uit de Warmtevisie, te delen door de gemiddelde jaarlijkse energiebesparing van een isolatiemaatregel (glas, vloer, gevel en dak). 32

Omgevingsprogramma Warmte | 30

5 Nationale Prestatieafspraken Verduurzaming Corporaties, Rijk, Gemeenten en Huurders Voor het uitfaseren van woningen met een E, F, en Glabel geldt dat het aan corporaties is om te bepalen tot welk niveau zij deze verduurzamen. Vanaf 2023: Label D of beter waar Cv-ketel vervangen moet worden (behalve appartementen of monumenten)

817 (sociale huurwoningen met EFG-label)

Uitfaseren voor eind 202835

1.347 (sociale huurwoningen met DEFG-label)

Cv-ketel vervangen door een (hybride) warmtepomp of een ander duurzaam alternatief. In lijn met aangekondigde landelijke verplichting vanaf 2026.

Doelen actielijn woningcorporaties

5.6.2 Acties Actielijn 5: Woningcorporaties 5.1

Opstellen en bewaken voortgang prestatieafspraken warmtetransitie met woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen. Uitwerken landelijke prestatieafspraken naar lokale prestatieafspraken voor de gemeente Krimpenerwaard.

Team Energietransitie i.s.m. Team Wonen; Woningcorporaties

5.2

Verduurzaming versnipperd (=gespikkeld) bezit: Verkennen mogelijkheden om woningeigenaren mee te nemen bij wijkrenovaties van gespikkeld bezit door woningcorporaties. 36

Team Energietransitie, i.s.m. woningcorporaties, particulieren en bouwbedrijven.

Delen van kennis en ervaring met als doel te komen tot versnelling van de uitvoering. Verkennen van aanpakken met verduurzamen versnipperd bezit. 37 • Identificeren kansrijke renovatieprojecten met versnipperd bezit in gemeente Krimpenerwaard. • Samen met bouwbedrijven verkennen van mogelijk aanbod aan particulieren. Focus op gedragsverandering ook bij huurders o.a. via de inzet van energiecoaches & communicatie •

5.3

Team enegietransitie, i.s.m. Het Nieuwe Wonen, Woningcorporaties

Met uitzondering van gemeentelijke, provinciale en Rijksmonumenten en voor sloop aangemerkte woningen, en onder voorbehoud van instemming van 70% van de huurders en instemming van de eventuele VvE. 35

36 Tussen de te renoveren en te verduurzamen huurwoningen wonen vaak ook particuliere eigenaren. Dit wordt

‘gespikkeld bezit’ genoemd. Dit zijn voormalige corporatiewoningen die overgekocht zijn door particuliere eigenaren. Het is bouwtechnisch, maar ook vanuit sociaalmaatschappelijk oogpunt, aantrekkelijk om deze particulieren mee te laten doen met het renovatieproces. Alleen moeten zij wel zelf investeren en de verduurzaming komt vaak op een nietnatuurlijk moment. 37 Bijvoorbeeld: Gestandaardiseerde aanpak verduurzaming gespikkeld bezit - Het PON & Telos (hetpon-

telos.nl)

Omgevingsprogramma Warmte | 31

5 Actielijn 5: Woningcorporaties 5.4

Verkennen mogelijkheden kleinschalige collectieve warmteoplossingen. De resultaten van de tussen-herijking naar kleinschalig alternatieve collectieve warmteoplossingen dienen als uitgangspunt hierbij. • Voorbeelden voor (collectieve) warmteoplossingen worden tussen de gemeente en de woningcorporaties gedeeld. • Verkennen mogelijkheden om pilots met (collectieve) warmteoplossingen te doen. • Voor een wijk/buurt uitwerken hoe meer tempo gemaakt kan worden met een programmatische aanpak van woningen.

Team energietransitie, i.s.m. woningcorporaties; Stedin

Omgevingsprogramma Warmte | 32

5 5.7 Actielijn 6: Particuliere verhuurders In de gemeente Krimpenerwaard zijn ongeveer 1.690 particuliere huurwoningen. Deze woningen worden enerzijds meegenomen in de aanpak voor huurders en energiearmoede waar mogelijk, anderzijds wordt onderzocht welke specifieke mogelijkheden er zijn om deze woningen te ondersteunen bij het verduurzamen. Hier ligt een ingewikkelde opgave, omdat het eigendom van deze woningen niet bij de bewoner ligt. In deze doelgroep is zowel aandacht voor de huurders, als de verhuurders. In 2025 gaan we aan de slag met het opzetten van een aanpak specifiek voor deze doelgroep. Hiertoe zullen we landelijke en regionale ontwikkelingen en beleid volgen. Ook hier ligt een belangrijke rol voor communicatie om de doelgroep te bereiken.

Actielijn 6: Particuliere huurders 6.1

Doelgroep wordt waar mogelijk meegenomen in actielijn 2 Energiearmoede

Team Energietransitie

6.2

Focus op gedragsverandering ook bij huurders o.a. via de inzet van energiecoaches & communicatie

6.3

De (landelijke) subsidies en financieringsmogelijkheden voor Particuliere (ver)huurders beter vindbaar maken. Bijvoorbeeld via de website of via publicaties.

Team enegietransitie, i.s.m. Het Nieuwe Wonen, Team Energietransitie

6.4

Verkenning verdere mogelijkheden gemeentelijke ondersteuning

Team Energietransitie

Omgevingsprogramma Warmte | 33

5 5.8 Actielijn 7: Bedrijven In deze actielijn worden de belangrijkste activiteiten die relevant zijn voor het terugdringen van het aardgasverbruik voor verwarming van bedrijfsgebouwen genoemd. (Daarom wordt zon op dak bijvoorbeeld niet genoemd). Als doelstelling voor bedrijven is in de Warmtevisie van de gemeente opgenomen dat bedrijven (incl. agrarische bedrijven) voldoen aan de geldende wetgeving. Deze doelstelling is in dit omgevingsprogramma opgenomen via toezicht en handhaving. In de praktijk zal het gaan over het totale energieverbruik door bedrijven, dus zowel voor verwarming van het gebouw als voor het bedrijfsproces. Rol gemeente: Controle en handhaving, activerend, faciliterend (communicatieplan) en regisserend (bekendheid geven aan SEB). 5.8.1

en

stimulerend

Rolverdeling Toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht, en de daarbij behorende informatie- en onderzoekplicht, wordt door de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) uitgevoerd. ODMH onderzoekt of een bedrijf voldoet aan de verplichtingen, houdt toezicht en handhaaft de wettelijke taken. De label C verplichting (zie toelichting hieronder) wordt door de gemeente Krimpenerwaard in samenwerking met ODMH uitgevoerd, volgens dezelfde werkwijze. Gemeente Krimpenerwaard heeft daarnaast ook een faciliterende en stimulerende rol. Deze wordt door het team Advies Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) uitgevoerd. Ondernemerskring Krimpenerwaard en Stichting WaardZaam hebben een verbindende en stimulerende rol.

5.8.2

Wetgeving De volgende wetgeving ten behoeve van energiebesparing is van toepassing op bedrijven en instellingen: 1. De Energiebesparingsplicht38 en bijbehorende informatie en onderzoekspicht voor bedrijven en instellingen om vanaf een bepaald elektriciteits- en gasverbruik energiebesparende maatregelen te nemen en maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers). Het gaat om het uitvoeren van maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder en die leiden tot een verlaging van de CO2-uitstoot. 2. De verplichting op basis van het Bouwbesluit39 voor kantoorgebouwen groter dan 100 m² waarin meer dan 50% van de oppervlakte voor kantoordoeleinden wordt gebruikt om per 1 jan. 2023 minimaal energielabel C te hebben. Het gaat in de Krimpenerwaard om 625 kantoorgebouwen, waarvan een kleine 200 een label C of beter hebben. 400 Kantoorgebouwen zijn vrijgesteld van de label C verplichting. Er zijn 22 kantoren die mogelijk nog niet voldoen aan de label C verplichting.40 Vanaf najaar 2023 controleert het team Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeente hierop.

De energiebesparingsplicht is onder de Omgevingswet opgenomen in 2 besluiten. De energiebesparingsplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over de milieubelastende activiteiten op een locatie. De energiebesparingsplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gaat over de gebouwen op een locatie, de zogenoemde gebruiksfuncties. Bijvoorbeeld een winkel- of kantoorfunctie. 39 Het is vanaf 1 januari 2023 verboden om een kantoorgebouw in gebruik te nemen of te gebruiken zonder een geldig energielabel als bedoeld in het Besluit energieprestatie gebouwen met een maximumwaarde voor primair fossiel energieverbruik van 225 kWh/m² jr, bepaald volgens NTA 8800.’ Verduurzaming kantoren: tijd om te oogsten! Klimaatweb 40 Rapport stand van zaken energietransitie gemeente Krimpenerwaard, 2023, ODMH. 38

Omgevingsprogramma Warmte | 34

5 5.8.3

Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB) Het Servicepunt Energietransitie Bedrijven https://seb-mh.nl/ is sinds eind 2022 het aanspreekpunt voor verduurzamingsvraagstukken voor bedrijven, zowel voor hun gebouwen als hun bedrijfsvoering. Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB) helpt obstakels voor bedrijven weg te nemen, zoals aanvragen subsidies en vergunningen. Ze geven onafhankelijk advies over de beste manieren om te verduurzamen. Ze helpen de opties om energie te besparen op een rij te zetten en zoeken naar beschikbare subsidies en fiscale regelingen voor het opwekken van energie. Ook schakelen ze met de netbeheerder, verzekeraar, pandeigenaar en gemeente.

Actielijn 7: Bedrijven 7.1

7.2

7.3

Controle en handhaving uitvoering Energiebesparingsplicht en Team VTH i.s.m. label C verplichting door Bedrijven ODMH Toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht, en de daarbij behorende informatie- en onderzoekplicht, worden uitgevoerd in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden Holland. Opvallend is dat er 6 grootverbruikers in de gemeente zijn die 22-25% verbruiken van het totale energieverbruik door bedrijven. Deze groep bedrijven is door een wijziging van het Activiteitenbesluit per 1 december 2023 verplicht om een energieonderzoek in te dienen. Gemeente en ODMH controleren of de bedrijven de onderzoeken indienen, of de onderzoeken goed genoeg zijn en of zij aan de slag gaan met een uitvoeringsplan. Daarbij gelden redelijke termijnen. Op bedrijfsniveau worden nadere afspraken gemaakt die juridisch bindend zijn. Desgevraagd kan Servicepunt Energie Bedrijven advies geven over subsidiemogelijkheden. Bekendheid geven aan Servicepunt Energietransitie Bedrijven Team (SEB-MH) Energietransitie, Team communicatie, SEB Team Communicatieactiviteiten: - Communiceren over koploper bedrijven bijv. op bedrijventerrein Energietransitie i.s.m. milieu, de Nieuwe Wetering.4 OndernemersKring Krimpenerwaard en - Communicatie door Ondernemerskring, WaardZaam en LTO o.a. het opnemen van informatie/nieuws in nieuwsbrieven; tijdens WaardZaam (Lange termijn).

bijeenkomsten aandacht geven aan wet- en regelgeving (bv de aanscherping van de energiebesparingsplicht).

Omgevingsprogramma Warmte | 35

5 5.9 Actielijn 8: Maatschappelijk Vastgoed In deze actielijn worden de belangrijkste activiteiten die bijdragen aan het terugdringen van het aardgasverbruik in (gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed beschreven. Voor 'grote energieverbruikers' binnen maatschappelijk vastgoed geldt dezelfde wetgeving als voor bedrijven: Als een bedrijf of instelling meer dan 25.000 m3 aardgas of 50.000 kWh elektriciteit verbruikt, dan valt het onder de Wet Milieubeheer en is er een informatie- en energiebesparingsplicht. Dit is de plicht om energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar, toe te passen. Hierop wordt gecontroleerd/gehandhaafd door de ODMH. Kleine verbruikers hebben geen wettelijke eisen, wel is de verwachting dat er de komende jaren voor meerdere utiliteitssectoren een bepaalde energielabelplicht gaat gelden (zoals nu al voor kantoren) en er een renovatiestandaard komt. Binnen het maatschappelijk vastgoed zijn het aantal slechte labels (D-G) (van de panden met een energielabel) relatief groot. En een aanzienlijk deel van de uitstoot in maatschappelijk vastgoed wordt veroorzaakt door panden in gemeentelijk bezit.41

5.9.1 Gemeentelijk maatschappelijk vastgoed (124 gebouwen) Rol gemeente: uitvoerend (de gemeente vervult een voorbeeldfunctie richting andere vastgoedeigenaren in de gemeente) en activerend (door bijvoorbeeld te communiceren over bereikte resultaten). 5.9.1.1 Doelen (conform landelijke CO2-reductie doelen) Het overkoepelend doel voor de eigen gemeentelijke organisatie is een 50% lagere CO2 -uitstoot in 2030 t.o.v. 1990. Dit is echter slechts een tussendoel op weg naar volledig CO2- arm maatschappelijk vastgoed in 2050. In 2020 verbruikten deze gebouwen in totaal 275.000 m3 aardgas. Het elektriciteitsgebruik van de gemeente bedroeg in 2020 880.000 kWh. De doelstelling uit het vorig collegeprogramma is daarmee dan ook gehaald: een 20% lagere CO2-uitstoot voor gemeentekantoren, gemeentewerven en sporthallen in 2022 t.o.v. 2018. De grootste verduurzamingsslag in de nabije toekomst in de vastgoedportefeuille van de gemeente is naast sport (en onderwijs) de overstap naar 1 centraal gemeentehuis en gemeentewerf. 5.9.1.2 Aanbesteding voor de levering van elektriciteit en gas per 1-1-2024 Het Inkoopcollectief Midden-Holland zal per 1 januari 2024 een Europese aanbesteding uitvoeren voor de levering van duurzame elektriciteit en klimaat gecompenseerd gas. 5.9.1.3 Sportgebouwen Er wordt in 2024 gestart met het verduurzamen van de sportgebouwen.

Van deze gebouwen is immers bekend dat zij een wettelijke taak en/ of beleidsmatig doel dienen en het zijn gebouwen met een stevig gas- en elektraverbruik. Voor het verduurzamen van de gemeentelijke sportgebouwen heeft de gemeente in november 2022 een investeringsbudget van €3 miljoen beschikbaar gesteld.42 In 2023/2024 wordt/is een verduurzamingsstrategie uitgewerkt en verdere vervolgstappen.

41 42

Rapport stand van zaken energietransitie gemeente Krimpenerwaard, 2023, ODMH. Beheerplan Vastgoed 2022

Omgevingsprogramma Warmte | 36

5 Actielijn 8a: Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed 8.1. •

• • 8.2 8.3

Afdeling/team

Realisatie verduurzaming gemeentelijke sportgebouwen (2024) Facilitair Advies Sociaal Besluitvorming verduurzamingsstrategie (routekaart) door domein (Sport) gemeenteraad, Met behulp van VNG “routekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed”. Contracteren marktpartij en Realisatie verduurzaming sportgebouwen. Realisatie verduurzaming overige gemeentelijke gebouwen Facilitair Advies (2025 en verder) Sociaal Domein Communicatie over verduurzaming gemeentelijk vastgoed Afdeling Facilitair, Gemeente geeft zelf het goede voorbeeld en draagt dit uit om Team anderen te stimuleren dit voorbeeld te volgen. Energietransitie, Team Communicatie

5.9.2 Overig maatschappelijk vastgoed Naast gemeentelijk vastgoed zijn er ook panden met een maatschappelijke functie in handen van andere partijen. Voor deze doelgroep is in samenwerking met de ODMH een plan van aanpak opgesteld. 43 Rol gemeente: stimulerend (lening), activerend (communicatie). 5.9.2.1 Gemeentelijke Stimuleringslening De gemeente heeft een Stimuleringslening opgesteld waarmee eigenaren van maatschappelijk vastgoed een lening kunnen afsluiten voor duurzame investeringen. De lening bedraagt minimaal €10.000 en maximaal €250.000 (niet voor commercieel en gemeentelijk vastgoed). Deze is bedoeld voor de volgende non-profit organisaties: Dorpshuizen, Multifunctionele accommodaties, Stichtingen en (Sport)verenigingen, met een maatschappelijke functie. Vanaf 2022 is €1.500.000 beschikbaar. In okt. 2023 was hiervan € 391.169 aangevraagd. 5.9.2.2 Provinciale en rijks regelingen De provincie Zuid-Holland heeft ook diverse regelingen voor verduurzaming van vastgoed. Op 1 februari 2023 is het nieuwe ontzorgingsprogramma voor maatschappelijk vastgoed geopend. Dit programma richt zich op vergoeding voor advisering (energiescan), procesbegeleiding en het opstellen van een stappenplan verduurzaming en de financiering daarvan.

Het is bedoeld voor klein maatschappelijk vastgoedeigenaren met diverse doelgroepen: scholen, zorginstellingen, culturele instellingen, publieke gebouwen en religieuze instellingen, en stichtingen. Dit programma loopt voorlopig door tot 31 januari 2024. Ook heeft provincie Zuid-Holland voor buitensportaccomodaties die aan de slag willen met verduurzaming een gratis verduurzamingsproject genaamd ‘Zuid-Hollandse Plus’.44 Verder zijn er nog verschillende landelijke regelingen (zie actielijn 8.4).

Actielijn 8b: Overig/alle maatschappelijk vastgoed (sport, zorg) 8.4

43 44

Bekendheid geven aan regelingen maatschappelijk vastgoed Bestaande regelingen (o.a. Subsidieregeling Duurzaam

Team Energietransitie,

Plan van aanpak Verduurzamen maatschappelijk.vastgoed Krimpenerwaard, ODMH, febr. 2023 Infoflyer Zuid-Hollandse Plus (teamsportservice.nl)

Omgevingsprogramma Warmte | 37

5 Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) en Stimulering Bouw en Advies sociaal Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA)) bekendheid geven door domein, ODMH, o.a. het organiseren van informatieavonden en door informatie te Provincie ZH zetten op het duurzaam bouwloket/website gemeente. Daarbij is het delen van successen een mooie manier om anderen te stimuleren tot verduurzaming over te gaan. Doel is maatschappelijk vastgoedeigenaren te informeren en activeren gebruik te gaan maken van de diverse regelingen. 8.5

Uitvoering Stimuleringslening voor maatschappelijke organisaties

Advies sociaal Domein

5.10 Actielijn 9: Gebiedsgerichte aanpak In deze actielijn zijn acties opgenomen voor de verkenning en eventuele ontwikkeling van een gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van de versnelling van de warmte- en energietransitie. Een gebiedsgerichte aanpak is voor de warmtetransitie vooral interessant daar waar een collectieve warmte/energievoorziening 45 wenselijk en technisch haalbaar en rendabel is. Om een collectieve warmtevoorziening financieel rendabel te maken is er voldoende bouwdichtheid (lees: voldoende vraag naar warmte) nodig in een bepaald gebied. In de gemeente Krimpenerwaard is uit onderzoeken gebleken dat grootschalige warmtenetten vanwege de kleine kernen, laagbouw, lintbebouwing en een buitengebied met verspreide agrarische bedrijven te duur is. Gezien de koers om tot 2030 in te zetten op het gemeente breed stimuleren van gebouweigenaren om energie te besparen en geheel of gedeeltelijk over te stappen op elektrisch verwarmen (of evt. andere duurzame verwarmingsalternatieven), is er de komende jaren geen sprake van bijzondere gebiedsontwikkeling vanwege de warmtetransitie. De focus ligt op individuele verduurzaming en voorbereidende stappen, zodat de gehele Krimpenerwaard op termijn aardgasvrij kan worden.

Toch wil de gemeente ook verkennen of en hoe op gebiedsniveau de warmte/energietransitie versneld kan worden in een participatief en integraal proces met inwoners. Het gaat uit van plannen maken vanuit de behoefte van bewoners en het eigen karakter van de verschillende kernen/gebieden. Hieronder wordt ingegaan op de 3 belangrijkste redenen voor het verkennen van een gebiedsgerichte aanpak, vanuit het perspectief van de warmtetransitie en breder de energietransitie. Rol van de gemeente: regisserend (samenwerking en participatie bevorderend, zorgen voor besluiten en doen).

Om gemeenten voldoende sturingsmogelijkheden en bevoegdheden te geven ten aanzien van de borging van het publieke belang en verduurzaming van de warmtevoorziening, treedt naar verwachting in 2024 de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) in werking. 45

Omgevingsprogramma Warmte | 38

5 5.10.1 Kleinschalig collectieve warmteoplossingen In de Warmtevisie is niet uitgesloten dat het ontwikkelen van kleinschalige warmtenetten wellicht wel mogelijk is in de Krimpenerwaard. De gemeente onderzoekt kansen voor technisch en financieel aantrekkelijke kleinschalige collectieve warmteoplossingen. Op basis van dit onderzoek zal duidelijk(er) worden in welke kernen/gebieden er kansen zijn. In dergelijk gebieden ligt het voor de hand vanaf het begin te starten met een participatief proces met alle stakeholders.

5.10.2 Netverzwaring en lokale afstemming van vraag en aanbod van energie De elektrische verwarming route valt samen met de verdere elektrificatie van de gebouwde omgeving (PV-panelen en laadpalen) en vraagt om ruimtelijke inpassing van netverzwaring (transformatorhuisjes en kabels) op gebiedsniveau. Afstemming op gebiedsniveau voor de energietransitie is ook hierin wenselijk. De verwachting is dat de dreigende zogenaamde ‘netcongestie’ niet helemaal opgelost kan worden door het verzwaren van de elektriciteitsnetten, het uitbreiden van tussenstations etc. Het is daarom van belang dat er lokaal naar slimme oplossingen gezocht wordt om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Zo kan het lokale energiesysteem meer robuust en divers gemaakt worden. Bijvoorbeeld door lokale bedrijven, collectieven en energiecoöperaties van bewoners te stimuleren om pilots te ontplooien rondom energiemanagementplatforms (data gedreven afstemmen van vraag en aanbod), batterijopslag, conversie naar warmte/koude, en soortgelijke oplossingen. Gaandeweg zal duidelijk worden welke rol de gemeente hierin kan spelen.

5.10.3 Aansluiten bij lokale dynamiek, belangen, wensen en mogelijkheden van de kernen en (buiten) gebieden De gemeente wil de lokale dynamiek van inwoners in de kernen zoveel mogelijk aanspreken en benutten. Inwoners in Krimpenerwaard voelen zich verbonden met hun dorpskern. Om mensen mee te nemen in de energietransitie is het van wezenlijk belang aan te sluiten bij hun belevingswereld en per kern met inwoners en belanghebbenden in gesprek te gaan over de vormgeving van het energiesysteem. Een lokale gebiedsgerichte aanpak maakt bovendien lokaal eigendom en inzet van lokale bronnen mogelijk. De energietransitie gaat ook over nieuwe machtsen eigendomsverhoudingen en prioritering van waarden, zoals winst versus natuurbehoud. Hierover kan dan op lokaal niveau het gesprek worden aangegaan in relatie tot het voorgestelde energiesysteem. Er kan bijvoorbeeld ingespeeld worden op de wens van boeren om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Het streven naar een bepaalde mate van autonomie van de grote energienetten kan een impuls worden om het lokale energiesysteem in te richten. En om te zoeken naar mogelijkheden voor de boeren om aanvullende inkomsten te genereren. Of er kan een aanpak ontwikkeld worden voor een bedrijventerrein. Zo kan optimaal worden aangesloten bij lokale kansen, wensen en mogelijkheden bij het aardgasvrij maken van de kernen/gebieden.

Het vraagt om een zeer goed geleid proces waarbij steeds de geïnvesteerde proceskosten en het bereikte resultaat in goede verhouding staan tot elkaar.

Omgevingsprogramma Warmte | 39

5 5.10.4 Verkennen van een gebiedsgerichte aanpak De gemeente is in een verkennende fase van de gebiedsgerichte aanpak. Deze verkenning zal uitmonden in een visie op een gebiedsgerichte aanpak en een voorstel voor een verkenningsgebied. Volgende stap is een gebiedsverkenning, waarin wordt toegewerkt naar een energieplan voor het geselecteerde gebied met daarin een beeld van de bewoners, de gebouwen en mogelijke energiebronnen. Hierin wordt uiteindelijk de definitieve keuze gemaakt voor het warmtealternatief en de einddatum waarop een gebied van het aardgas af gaat. De juridische basis ligt vervolgens in het aanpassen van het omgevingsplan. Een gebiedsaanpak biedt kansen/aanknopingspunten om andere thema’s in gezamenlijkheid op te pakken. Denk aan sociaal-maatschappelijke thema’s (zorg, armoede, educatie, vrijwilligerswerk), andere duurzaamheidsthema’s (klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit, mobiliteit, circulaire materialen, duurzame energie opwek), ruimtelijke ordening, etc.

Actielijn 9: Gebiedsgerichte aanpak per kern

Team

9.1

Verkenning, voorstel en besluitvorming over gebiedsgerichte aanpak - In kaart brengen wat er bij een dergelijke aanpak komt kijken - Voors en tegens op een rij. - Besluitvormingsproces vormgeven

9.2

Opstellen gebiedsgericht Energieplan (2 jaar) - Gebiedsverkenning: warmtevraag in kaart brengen; kosten en baten voor eigenaren/bewoners in verschillende situaties. Afstemmen met woningeigenaren; projectcoördinatie; afstemmen met woningcorporaties en energieleveranciers; meenemen koppelkansen; tijdspad opstellen; bronnenstrategie - Gebiedsgericht Energieplan: o.a. haalbaarheidsonderzoek; vastleggen einddatum voor de aardgaslevering op basis van de nieuwe Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie in een raadsbesluit; - Participatie- en communicatie - Besluitvormingstraject - Aanpassen omgevingsvisie indien noodzakelijk. - Aanpassen omgevingsplan Starten en uitvoeren van het Energieplan (6,5 jaar, vanaf 2026) - Technisch ontwerp Het technische en financiële aanbod voor bewoners i.s.m. met marktpartijen. De gemeente houdt de regie en de marktpartijen zorgen voor een goed aanbod. - Stimuleren bewoners - Communicatie en participatie - Leningen/subsidies

Team Energietransitie, i.s.m. o.a. energieadviesbureau , participatie expert, inwoners, Stedin Team energietransitie, i.s.m. inwoners, Stedin, energieleverancier, woningcorporaties, Energiecoöperatie Waardstroom

9.3

Team energietransitie i.s.m. o.a. inwoners, Stedin, energieleverancier, woningcorporaties, Energiecoöperatie Waardstroom

Omgevingsprogramma Warmte | 40

5 5.11 Actielijn 0: Programmamanagement en scheppen randvoorwaarden 5.11.1 Programmamanagement Het programmamanagement ligt als taak geheel binnen de gemeentelijke organisatie. De beleidsmedewerker warmtetransitie draagt hiervoor zorg met de senior beleidsadviseur energietransitie. 5.11.1.1 Visie & strategie In 2021 is de Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. De gemeente bewaakt de visie en houdt het overzicht op lopende ontwikkelingen en nieuwe kansen om de warmtetransitie te versnellen. Iedere 5 jaar wordt de TVW geactualiseerd. 5.11.1.2 Monitoring: sturen op impact De monitoring richt zich zowel op de voortgang van het behalen van de aardgasreductie resultaten van het programma, als ook de bijsturing ervan en de communicatie over de voortgang naar belanghebbenden. In de programmamonitor wordt daarnaast ook gekeken naar de effectiviteit van activiteiten/projecten en nieuwe kansen en knelpunten (bijsturen). Zo zal met de netbeheerder bewaakt worden waar en wanneer mogelijk sprake zal zijn van dreigende net schaarste en beperkte ruimte in de ondergrond. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan in wijken waar mensen op grote schaal warmtepompen, zonnepanelen, elektrische kookplaten aanschaffen of overstappen op een kleinschalige collectieve warmteoplossing.

Aangezien aardgasverbruik door meerdere externe factoren kan fluctueren zal gemonitord worden op basis van indicatoren waar de gemeente invloed op heeft, zoals bijvoorbeeld het aantal verstrekte opdrachten in inkoopacties voor isolatiemaatregelen en (hybride) warmtepompen, en de aangevraagde duurzaamheidsleningen. Het rapport ‘Stand van zaken energietransitie gemeente Krimpenerwaard’, geldt daarbij als vertrekpunt.

5.11.2 Scheppen randvoorwaarden Hieronder worden de randvoorwaarden scheppende taken kort toegelicht. 5.11.2.1 Communicatie- en activatieplan: een helder verhaal voor iedere doelgroep De gemeente zorgt middels een roadmap voor een helder verhaal voor alle doelgroepen. Doelgroepen worden uitgesplitst naar het duurzaamheidsniveau van de woning of gebouw. Per duurzaamheidsniveau kan helder gemaakt worden welke stappen richting aardgasvrij haalbaar zijn (het doel) en wat ervoor nodig is in communicatie, proces en financiering om de doelgroep in beweging te krijgen (de aanpak). Het is cruciaal dat voor iedereen duidelijk is welk handelingsperspectief men heeft in de warmtetransitie en wat de voor- en nadelen van de verschillende opties zijn en van welke regelingen men gebruik kan maken. Een overzicht van financiële regelingen is opgesteld door VNG46. Elke doelgroep vraagt om een andere benadering in de communicatie. De gemeentebrede en doelgroepgerichte benadering zal worden gecombineerd met een gebiedsgerichte aanpak omdat daarmee kan worden ingespeeld op de lokale dynamiek (zoals mond op mondreclame) en wat er lokaal leeft.

46

Overzicht regelingen financiering energietransitie (vng.nl)

Omgevingsprogramma Warmte | 41

5 Energieadviesbureau Merosch heeft voor de gemeente al een opzet gemaakt voor een roadmap met een uitsplitsing van doelgroepen naar duurzaamheidsniveau, de te halen doelen per duurzaamheidsniveau en met aandachtpunten voor de communicatie per doelgroep.47 Hieronder is een deel uit dit advies ingevoegd, deze aspecten zullen worden meegenomen in de communicatie aanpak.

Aardgasvrij Aardgasvrijready (Label A/B) Bijnaaardgasvrijready (Label B/C) Ver-vanaardgasvrijready (Label D/E/F/G) Zeercomplexaardgasvrij (Label D/E/F/G)

Particuliere woning eigenaren

VvE

Corporaties

Particuliere verhuurders

Maatschappelijk vastgoed

Monumenten

Tabel 1. Voorbeeld van mogelijke uitsplitsing doelgroepen en contingenten

Hieronder wordt o.b.v. het duurzaamheidsniveau van een woning aangegeven waar de focus op moet liggen in de aanpak en welk doel haalbaar is.

1. Aardgasvrij: Deze groep in kaart brengen en meenemen in communicatie als voorbeelden (benadrukken voordelen aardgasvrij). Doel: Voorbeeldfunctie aardgasvrij.

2. Aardgasvrij-ready (Label A/B, ‘last mile’): Dit zijn veelal nieuwere woningen (gebouwd na 2006). Focus op (ver)snel(d) aardgasvrij. Deze groep mobiliseren en met passende financiële oplossing de overstap laten maken naar aardgasvrij. Doel: Aardgasvrij. 3. Bijna-aardgasvrij-ready (Label B/C): Dit zijn veelal goede woningen die met een of twee maatregelen ook aardgasvrij(-ready) te maken zijn. Focus op package deal isolatie mét overstap, met aandacht voor zowel het proces als financiën. Doel: Aardgasvrij. 4. Ver-van-aardgasvrij-ready (Label D/E/F/G): Dit zijn oudere woningen die veel isolerende maatregelen nodig hebben om tot een goed energielabel te komen. Ingrepen zullen ingrijpender zijn. Focus op energiebesparing door uitvoering van de meest energiebesparende maatregelen en waarde verhoging woning door kwalitatieve uitvoering van deze maatregelen (geen half werk) en overstap naar (hybride) warmtepomp. Doel: Goede isolatiemaatregelen (naar minimaal Label C/D) en (hybride of midden temperatuur) warmtepomp (hybride mogelijk bij Label C/D).

47

Advies aanpak en roadmap warmtetransitie richting 2035, okt 2023, Merosch

Omgevingsprogramma Warmte | 42

5 5. Zeer-complex-aardgasvrij (Label D/E/F/G): Dit zijn vaak (zeer) grote, verouderde en/of monumentale woningen en/of andere grote energie behoevende gebouwen. Deze doelgroep verdient een op maat gemaakte aanpak.

Voor het communiceren met de diverse doelgroepen zijn er de volgende aandachtspunten: 1. Woningeigenaren: Communicatie gericht op financieringsmogelijkheden voor álle woningeigenaren en woningen. Voor deze doelgroep is het voornamelijk belangrijk dat ze weten dat er voor elke eigenaar een gezonde en passende financiering voor verduurzaming mogelijk en beschikbaar is. 2. VVE: Communicatie gericht op ontzorgen en (financieel) faciliteren proces. Voor deze doelgroep is de afhankelijkheid en benodigd draagvlak van de overige eigenaren een belangrijk knelpunt. VvE worden gestimuleerd het transitieproces te starten wanneer deze procesfase door de gemeente wordt gefaciliteerd. 3. Corporaties: Communicatie gericht op het bod en flexibiliteit van de gemeente. Corporaties zijn zelf vaak al actief met het verduurzamen van woningen en de (voorbereiding) van de warmtetransitie. Gemeentes kunnen hierin ondersteunen door helder te zijn over welke mogelijkheden, flexibiliteit en ondersteuning de gemeente biedt. 4. Particuliere verhuurders: Communicatie gericht op kennisdeling, netwerkvorming en (eenduidige) communicatie richting huurder. Het Rijk wil de huurregels voor particuliere verhuur aanscherpen middels een uitgebreid woning waardering stelsel met als doel ruimere huurbescherming.

Met name in het middenhuursegment kan dit grote financiële gevolgen hebben voor de particuliere verhuurder, waardoor verduurzamen van de woning minder haalbaar en/of aantrekkelijk wordt. Door particuliere verhuurders te verbinden, kennis te delen over (on)mogelijkheden en communicatie richting huurders te begeleiden kan het vertrouwen worden opgebouwd om samen tot duurzame oplossingen te komen. 5. Maatschappelijk vastgoed: Communicatie gericht op de rol (voorbeeldfunctie en complexiteit), kennisdeling en impact (reductie verbruik) van de verduurzaming en warmtetransitie van deze vastgoedobjecten. 6. Monumenten: Communicatie gericht op kennisdeling o.b.v. complexiteit verduurzaming gebouwen.

5.11.2.2 Technisch Onderzoek Er is technisch onderzoek nodig om de visie & strategie voor de gemeentelijke energietransitie te onderbouwen en actueel te houden. Bijvoorbeeld onderzoek naar de technische haalbaarheid van nieuwe energiebronnen/dragers en onderzoek naar de energiebehoefte van de gebouwde omgeving. 5.11.2.3 Beleid en regelingen Landelijke regelingen worden ingezet en/of vertaald naar een lokale aanpak. Zo worden regelingen opgezet om bewoners te stimuleren hun woning te isoleren (aardgasvrij-ready/de nieuwe standaard). Lokaal wordt gekeken naar kansen en barrières die de overstap naar aardgasvrij belemmeren en welke regelingen (zoals financiering) nodig zijn om de overstap voor iedereen mogelijk te maken. Daarnaast dient de netbeheerder de lokale netten indien nodig tijdig te verzwaren.

Omgevingsprogramma Warmte | 43

5 5.11.2.4 Soortenmanagement plan Een belangrijke belemmering voor het isoleren van woningen en gebouwen is op dit moment de Wet Natuurbescherming. Bij (na-)isolatie van woningen (o.a. spouwmuurisolatie, dakisolatie en algemene grotere verbouwingen) moet, in het kader van de Wet Natuurbescherming, een ecoloog controleren of er beschermde diersoorten (kunnen) zitten. Zo ja, dan is een ontheffing nodig. Een (kosten)efficiënte manier om volgens de WNB te isoleren is door een soortenmanagementplan (SMP) op te stellen. Een SMP is een ontheffing voor een groter gebied (gebiedsgerichte ontheffing). Een (of meerdere) gemeente(n) of andere partij kunnen dit opstellen. Het opstellen van een dergelijk plan duurt echter zo'n 2 jaar. Daarom is er ook een korte termijn aanpak opgesteld door de Minister. Binnen deze korte termijn aanpak zullen isolatiebedrijven gaan werken volgens de methodiek van het natuurvriendelijk isoleren. Dit omvat onder andere het tijdig natuurvrij maken van spouwmuren, het beschikbaar maken van alternatieve verblijfplaatsen en werken volgens de natuurkalender. Huiseigenaren wordt aanbevolen een isolatiebedrijf in te schakelen dat volgens deze methode werkt. Voor de langere termijn richt de minister zich op de structurele aanpak van SMP’s in alle gemeenten.

5.11.2.5 Vergunningverlening Voorbeelden uit de energietransitie die invloed hebben op de leefomgeving zijn zonnepanelen op velden of daken, warmtepompen met een buitenunit, warmte-koude opslag in de bodem of de verzwaring van elektriciteitsnetten. Voor grotere, collectieve warmtesystemen, zoals warmte- en koudeopslag is advies nodig om vergunningen te verlenen. Voor warmte- en koudeopslag met gesloten systemen is de gemeente zelf bevoegd gezag. Voor open systemen is afstemming met de provincie nodig. Aanvragen voor kabels- en leidingen worden met de nieuwe Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (vervanging kabels en leidingen verordening) getoetst aan het lokale energiebeleid. 5.11.2.6 Stimuleren marktaanbod en innovatie Om te zorgen dat iedereen mee kan doen in de warmtetransitie is een goed aanbod nodig aan inwoners. Het stimuleren van een goed marktaanbod kan in samenwerking met externe partijen of een externe uitvoeringsorganisatie georganiseerd worden. De gemeente kan bedrijven stimuleren om slimme oplossingen voor de warmtetransitie te ontwikkelen, launching customer te zijn of experimenteerruimte te bieden.

Actielijn 0: Programmamanagement en randvoorwaarden 0.1

Programmamanagement Team - Opstellen van een kernteam energietransitie, - Verkenning en afstemming met externe partijen waarmee de i.s.m. gemeente langdurige samenwerkingscontracten wil personeelszaken, afsluiten. afdeling inkoop, - Besluitvorming over het aannemen van nieuwe Stedin. medewerkers

Visie en strategie: -

Regionale afstemming en samenwerking: o RES-werkgroep Warmte: de inzet van bestaande bovenlokale warmtebronnen en verkenning van mogelijke samenwerking met gemeenten uit de RES-regio.

Omgevingsprogramma Warmte | 44

5 Werkgroep warmtetransitie regio Midden-Holland: o.a. isolatie-aanpak, wijkuitvoeringsplannen, VVEaanpak. Doorontwikkeling van de infrastructuur zoals (elektriciteit)kabels, transformatorhuisjes en leidingen Regie en reservering van bovengrondse en ondergrondse ruimte Afstemming met netbeheerder over net schaarste o

0.2

Monitoring Bewaken van de voortgang, evaluatie en bijsturing.

Team energietransitie, i.s.m. ODMH

0.3

Communicatie- en activatieplan

Team Energietransitie i.s.m. Team Communicatie

De boodschap -

Helder verhaal over de warmtevisie en strategie gemeente

Roadmap per doelgroep -

-

Doelgroepen uitsplitsen naar duurzaamheidsniveau, visualiseren en inzichtelijk maken. Concretiseren aanbod (haalbaar doel per duurzaamheidsniveau) voor elke doelgroep in passend communicatieformat. Bepalen van de aanpak: welk proces en welke communicatie is nodig om doelgroep in beweging te krijgen.

Gemeente brede EN gebiedsactivatie - Start brede campagne, doelgroepen benaderen EN opzetten lokale participatieprocessen. 0.4

Technisch onderzoek alternatieve warmteoplossingen - Technische haalbaarheid en opbrengst van alternatieve warmtebronnen en systemen - Energiebehoefte van de gebouwde omgeving

Team Energietransitie, i.s.m. energieadviesbureaus

0.5

Beleid en regelingen: o.a. Opstellen van een Soortenmanagementplan

Team energietransitie, i.s.m. VTH, Biodiversiteit, Welstand, corporaties, ODH, ODMH.

0.6

Vergunningverlening

Team energietransitie, i.s.m. team VTH

0.7

Stimuleren aanbod en innovatie

Omgevingsprogramma Warmte | 45

6 6 Organisatie van het omgevingsprogramma De in dit document beschreven doelen en actielijnen maken duidelijk dat er veel werk te doen is de komende jaren. En dan gaat het hier alleen om het halen van de aardgasreductie doelen voor de verwarming van woningen en gebouwen. Naast dit deelprogramma voor de Warmtetransitie in de gebouwde omgeving zal er ook een overkoepelend omgevingsprogramma energietransitie komen waarin ook de clusters mobiliteit, bedrijven, en gebiedsgerichte aanpak worden ondergebracht. Voor de uitvoering is nu 2 FTE beschikbaar en 0,5 FTE communicatie. Bij de jaarlijkse evaluatie en monitoring wordt geanalyseerd of opschaling nodig is. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar voor de uitvoering van de diverse projecten via de structurele begroting en incidenteel de komende jaren vanuit de Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaaten Energiebeleid (CDOKE) & Specifieke uitkeringen (SPUK) Energie-Armoede en Lokale isolatieaanpak (NIP).

6.1 Planning 2024 De planning zal jaarlijks voor het daaropvolgende jaar worden opgesteld. Bij de prioritering en planning van activiteiten is zowel gekeken naar de impact van de activiteit: in hoeverre draagt de activiteit bij aan de gestelde gasreductie doelen. Daarnaast is ook gekeken naar de inspanning (uren/kosten voor de gemeente/team energietransitie) die ervoor nodig is en de urgentie ervan, bijvoorbeeld bij het binnenhalen of verantwoorden van middelen. In 2024 wordt er onder andere ingezet op het uitvoeren van de Lokale Aanpak Isolatie in combinatie met energiearmoede, het opstarten van het Soortenmanagementplan en het inrichten

6.2 Opzet uitvoeringsorganisatie Op hoofdlijnen bestaat de programmaorganisatie uit de volgende onderdelen: • Programmamanagement: o.a. visie en monitoring. • Scheppen van randvoorwaarden: Daarbij valt te denken aan heldere (algemene) communicatie en activatie, beleid, vergunningen, en het stimuleren (en borgen) van een aanbod waarmee iedereen zijn woning of pand aardgasvrij kan maken.

•

Doelgroep- en gebiedsgerichte actielijnen: Actielijnen gericht op de actieve benadering van doelgroepen en gebieden om vastgoed (op termijn) aardgasvrij te maken.

Onderstaand figuur geeft de verschillende onderdelen en de samenhang van de programma organisatie weer.

Omgevingsprogramma Warmte | 46

6 6.3 Meerjarenbegroting omgevingsprogramma De extra middelen van het Rijk maken het mogelijk om de warmtetransitie te versnellen. De gemeente beschikt in de komende jaren over aanzienlijk meer menskracht en middelen. Zo ontstaat ruimte om de benodigde kennis, kunde en vaardigheden op te bouwen. Meerjarenbegroting Projectkosten out of pocket Personele inzet Uitvoering EA (o.a. Energieklus) Uitvoering Lokale Aanpak Isolatie Subsidie Isolatie (incl gemeentelijk) Energiearmoede isolatiesubsidie Totaal gebouwde omgeving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=6cb9a01b-a953-4b5d-8439-132ead0cc616