1.9 RIB Omgevingsprogramma Warmtetransitie 2024-2030
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W
de gemeenteraad
VOOR CC DATUM ONDERWERP
16 oktober 2024 Omgevingsprogramma Warmtetransitie 2024-2030
Beste meneer, mevrouw, Op 7 mei 2024 heeft u het ontwerp Omgevingsprogramma Warmtetransitie 2024-2030 behandeld door middel van een ‘wensen- en bedenkingenprocedure’. In deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de daaruit voortgekomen wijzigingen in het omgevingsprogramma en onze reactie op de door u ingebrachte wensen en bedenkingen. In dit programma is in 9 actielijnen de rol van de gemeente en de activiteiten die de gemeente inzet uitgewerkt om de doelen uit de warmtevisie te behalen. Dit programma richt zich op het helpen van inwoners bij isolatie, het tegengaan van energiearmoede en via de actielijnen zetten we in op energiebesparing bij diverse doelgroepen in de gebouwde omgeving. Wijzigingen naar aanleiding van de wensen- en bedenkingenprocedure De reactie van het college op uw wensen en bedenkingen treft u aan in de bijlage bij deze raadsinformatiebrief. Uw input tijdens het debat heeft geleid tot een drietal aanpassingen in het omgevingsprogramma. De aanpassingen leiden niet tot wijzigingen in de ambities of ontwikkelopgaven van het omgevingsprogramma. Het betreft de volgende aanpassingen: •
• •
Op pagina 32 van het omgevingsprogramma is de uitwerking voor de particuliere huurders toegevoegd, waar in 2025 mee gestart zal worden. Daarnaast moet verder onderzocht worden welke rol de gemeente in de ondersteuning voor verduurzaming kan bieden. Het woord ''jaarlijkse'' op pagina 46 is toegevoegd aan de evaluatie. Enkele taal- en opmaakfouten zijn hersteld.
Bijlagen RIB: 1. Reactie college op de ingebrachte wensen en bedenkingen 2. Vastgesteld omgevingsprogramma Warmtetransitie Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
1345040 / 1456939 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Partij
Wens of bedenking
SGP
wens
SGP
wens
SGP
wens
SGP
wens
CDA
Bedenking
CDA
wens
CDA
wens
Opmerkingen
Reactie
Realisme aanbrengen in de doelstelling, zwaartepunt De doelstelling en het zwaartepunt zijn gericht op isolatie van de focus gericht op isolatie, wat betekent en hier wordt ook met name op ingezet. communicatie, promotie en informatie, uren inzet en dergelijke vooral gericht op isolatie. Evaluatie jaarlijks, aanscherping; wordt gesproken Evaluatie zal jaarlijks plaatsvinden op voortgang, totale over evaluatie, maar geen tijdspanne aangehangen in reductie van aardgas heeft echter vertraagde data en zal het document, met check op doelstelling en eventueel niet direct over het jaar ervoor beschikbaar zijn. bijstellen daarvan. Zuinig zijn op bestaande gas infrastructuur, ook als Afstemming vindt plaats met Stedin over toekomstig die afgekoppeld wordt, voor eventueel toekomstig gebruik van de bestaande infrastructuur, indien er potentie gebruik (bijv waterstof of groen gas)(steun VVD). is voor alternatieven wordt hier naar gekeken. Ongebruikte gasinfrastructuur blijft maximaal 12 maanden in de grond, waarna het wordt verwijderd, hier voert Stedin beleid op. Dit in verband met laten liggen zorgt voor onduidelijke en mogelijk onveilige situaties. Daarnaast mogen ongebruikte leidingen niet in de grond blijven van de milieuwetwetgeving. Inzet subsidies moeten vooral terecht komen bij de Subsidie wordt ingericht zoals de raad op 10 juli heeft lagere inkomens (steun CDA).
besloten, gericht op de WOZ en minima inkomens. Bedenking bij Actielijn 6 (particuliere (ver)huurders), Zie wens hieronder. pas oppakken na 2025. Bekijken of dat toch in 2025 al kan omdat deze groep Stuk is op dit punt aangepast. Diverse activiteiten uit zo belangrijk is en echt ingrijpen van overheid nodig andere actielijnen richten zich ook op particuliere huurders, heeft. dit is opgenomen in het stuk en in 2025 wordt gekeken naar specifieke activiteiten voor deze doelgroep. Zie p. 32 Bij LED verlichting is het gelukt, wens om nu ook regie te pakken, blijven aankloppen bij (sport)verenigingen en te helpen om die stimuleringsregelingen van de grond te krijgen en zo snel mogelijk die 1,5 miljoen in goede duurzaamheidsinitiatieven te stoppen.
Communicatie en informeren van (sport)verenigingen is onderdeel van actielijn 8.
VVD
VVD
wens
wens
VVD
wens
VVD
wens
VVD
wens
D66
wens
D66
wens
Isoleren van slecht geïsoleerde woningen en gebouwen moet meer aandacht en nadruk krijgen.
Het isoleren van slecht geïsoleerde woningen heeft de nadruk, daar ligt de nadruk op bij Actielijn 1 'Slecht geïsoleerde koopwoningen' en Actielijn 2 Energiearmoede.
Warmtetransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar, moet niet tot (sterke) woonlastenstijging leiden.
Er wordt gestreefd naar een haalbare en betaalbare warmtetransitie, door in te zetten op isoleren wordt er ingezet op energiebesparing en kostenbesparing. In de subsidieregeling komt er onderscheid in doelgroepen, een hogere subsidie voor mensen met energiearmoede.
Geen verplichtingen opleggen om van het gas af te Er wordt gestuurd op natuurlijke momenten, tot 2030 zijn er gaan, zoveel mogelijk sturen op natuurlijke momenten nog geen gemeentelijke verplichtingen om van het gas af (als oude ketel het begeeft). te gaan. deze keuze is vastgelegd in de warmtevisie van 2021. De oplossing voor de transitie ligt in de markt, niet De gemeente zoekt partners op buiten het gemeentehuis enkel in het gemeentehuis. De gemeente moet naar om voor de diverse doelgroepen zo goed mogelijke buiten en het samen doen. ondersteuning te bieden en samen met partijen en inwoners tot meer isolatie te komen. participatie van inwoners en ondernemers is Participatie van inwoners en ondernemers wordt in de belangrijk en moet goed geborgd worden. diverse projecten meegenomen bij de voorbereidingen en uitvoering, ook bij het herijken van de warmtevisie speelt dit een belangrijke rol. Veel gebruik maken van promotie van de Promotie speelt een belangrijke rol in het mogelijkheden die de gemeente biedt voor inwoners omgevingsprogramma warmtetransitie en komt in bijna voor isolatie en andere energiebesparende iedere actielijn terug voor de doelgroepen. In de komende maatregelen te financieren en gemeentelijke subsidieregeling en ontzorgingstraject is dit een van de doelstelling 2030 helder communiceren. belangrijkste aandachtspunten.
Subsidiepot vol houden gedurende de jaren totdat de Indien de subsidiepot leeg raakt komt het college met een doelstelling is bereikt, dus dat het college terugkomt voorstel naar de gemeenteraad. voor meer fondsen wanneer de subsidiepot leeg raakt in overeenstemming met de raad.
D66
wens
PvdA-GL
wens
PvdA-GL
wens
PvdA-GL
PvdA-GL
wens
wens
gemeente biedt ondersteuning bij uitvoering wet natuurbescherming inzake vleermuizen quick-scan.
De gemeente is aan het voorbereiden op een SoortenManagementplan en denkt daarbij na over de benodigde ondersteuning voor inwoners om aan de wet natuurbescherming te voldoen. Naast doelgroepgerichte/gemeentebrede aanpak ook Er zal tot 2030 nog niet per wijk aan de slag gegaan aan de slag met aardgasvrij maken van de worden met het aardgasvrij maken, deze keuze is buurten/wijken/gebieden met de slechte energielabels vastgelegd in de warmtevisie van 2021. Wel wordt er en laagste inkomens als dat net zoals bij versnipperd gekeken of er slimme oplossingen of hulp geboden kan bezit efficienter is door een groot deel tegelijk te worden aan woningen van vergelijkbare bouwjaren of verduurzamen. bouwtypen om zoveel mogelijk ontzorging en toegespitste informatie te bieden voor het verduurzamen. Meer investeren als gemeente zelf naast het inzetten Via het raadsvoorstel van de 1 miljoen voor isolatiesubsidie van Rijksmiddelen. worden er extra gemeentelijke middelen ingezet. Meteen inzetten op hogere labels bij Energielabel E F G uitfaseren en dus isoleren naar label D woningcorporatiewoningen dan label D, aangezien is de minimale voorwaarde die wordt gesteld, wanneer deze daarna weer direct aan de beurt zullen zijn bij de deze woningen worden gerenoveerd worden diverse grote volgende verduurzamingsslag.
verduurzamingsmaatregelen genomen om de woning toekomstklaar te maken: hierbij worden woningen energetisch geschikt gemaakt voor de volgende stap naar een gasloze installatie. Daarmee zijn de woningen vaak geïsoleerd naar label A of B. Corporaties sturen hierbij op een zo’n doelmatige mogelijke inzet van haar middelen. Betrek particuliere verhuur bij regelingen en aanpak Stuk is op dit punt aangepast. Diverse activiteiten uit voor corporaties en particuliere koopwoningen (eerder andere actielijnen richten zich ook op particuliere huurders, dan na 2025). dit is opgenomen in het stuk en in 2025 wordt gekeken naar specifieke activiteiten voor deze doelgroep. Zie p. 32
PvdA-GL
PvdA-GL
PvdA-GL
wens
wens
wens
Bedrijven zouden moeten kunnen meeprofiteren van de faciliterende rol van de gemeente. Denk integraal, dus pak zowel vermindering van gasgebruik mee als opwek van duurzame energie.
Bij de faciliterende rol van de gemeente richting bedrijven wordt aardgasvrij/aardgasreductie niet los gezien van opwek. Voor de bedrijfsvoering zijn dit integrale onderdelen van de verduurzaming van een bedrijfspand en de eventuele bedrijfsvoering. Hier wordt via o.a. het Servicepunt Energietransitie Bedrijven in voorzien.
Meer capaciteit inzetten om de doelen (mogelijk) In de begroting en planning is het aantal benodigde FTE's eerder te halen, dan in aanloop van 2030 constateren opgenomen. Personele middelen en beschikbare capaciteit dat de doelen niet gehaald zijn door gebrek aan in de markt zijn echter van invloed op de realisatie daarvan. capaciteit. Verhoog het aantal FTE’s op dit dossier. Verhoog budget voor de aanpak energiearmoede van Het budget van €400.000 is het budget wat nu in eerste 400.000 naar 2 miljoen, zodat niet 100 maar 500 instantie beschikbaar wordt gesteld aan de isolatiesubsidie. huishoudens gebruik kunnen maken van de De verwachting is echter dat de ongeveer 200 Energiearmoede Isolatiesubsidie in 2024 en 2025. koopwoningen in de energiearmoede doelgroep niet 100% gebruik zal maken van het aanbod in deze eerste periode. Indien de subsidiepot leegraakt zal het college met een voorstel naar de raad komen.
DEFINITIEF
Omgevingsprogramma Warmtetransitie 2024-2030
16 oktober 2024
Inhoud Samenvatting
4
1.
6
2
3
4
Inleiding 1.1
Van pionieren naar opschalen in de warmtetransitie
7
1.2
Rol van de gemeente in de energietransitie
7
Conclusie Warmtevisie en (tussen)herijking van de koers. 2.1
Gemeentebrede contingenten aanpak
9
2.2
Herijking warmtevisie en - omgevingsprogramma in 2026
10
2.3
Wat doet de gemeente nu al om de warmtetransitie te versnellen?
10
Opzet en het proces van het opstellen van dit Omgevingsprogramma Warmtetransitie
11
3.1
Opzet
11
3.2
Het proces: ambtelijk en met externe belanghebbenden
11
Gemeentelijke doelstellingen warmtetransitie gebouwde omgeving tot 2030 4.1
5
8
Aardgasverbruik gebouwde omgeving door woningen het hoogst
12 12
4.2 Focus omgevingsprogramma: de doelstellingen voor woningen 4.2.1 Gemeentelijke aardgasreductiedoelen voor woningen 4.2.2 Doelen Nationaal Isolatieprogramma voor woningen 4.2.3 Gemeentelijke doelen woningen vertaald naar resultaten 4.2.4 Wat is er nodig om de doelen te halen?
14 14 15 16 18
4.3 De doelstellingen voor bedrijven en gemeentelijk vastgoed 4.3.1 Bedrijven 4.3.2 Gemeentelijk vastgoed
18 18 18
De Negen Actielijnen van het Omgevingsprogramma 5.1
20
Doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak
20
5.2 Actielijn 1: Grondgebonden koopwoningen met extra aandacht voor slecht scorende energielabels. 21 5.2.1 Ontwikkelen en uitvoeren Lokale Aanpak Isolatie Koopwoningen voor koopwoningen met slecht scorende energielabels. 21 5.2.2 Collectieve advies- en inkoopactie voor grondgebonden koopwoningen 21 5.2.3 Activeringscampagne (zie ook 5.11.2.1) 22 5.2.4 Financiële ontzorging woningeigenaar 22 5.2.5 Inzet Energiecoaches 23 5.3 Actielijn 2: Aanpak Energiearmoede 5.3.1 Stimuleren (kleine) energiebesparende maatregelen: 5.3.2 Energiecoaches 5.3.3 Inzet energiearmoede middelen voor lokale isolatiesubsidie 5.3.4 Samenwerking met woningcorporaties
24 25 25 25 25
Omgevingsprogramma Warmte | 2
5.4
Actielijn 3. Monumenten en beschermd stadsgezicht
26
5.5
Actielijn 4: Vereniging van Eigenaren (VvE)
28
5.6 Actielijn 5: Woningcorporaties 5.6.1 Opgave woningcorporaties 5.6.2 Acties
29 30 31
5.7
33
Actielijn 6: Particuliere verhuurders
5.8 Actielijn 7: Bedrijven 5.8.1 Rolverdeling 5.8.2 Wetgeving 5.8.3 Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB)
34 34 34 35
5.9 Actielijn 8: Maatschappelijk Vastgoed 5.9.1 Gemeentelijk maatschappelijk vastgoed (124 gebouwen) 5.9.2 Overig maatschappelijk vastgoed
36 36 37
5.10 Actielijn 9: Gebiedsgerichte aanpak 38 5.10.1 Kleinschalig collectieve warmteoplossingen 39 5.10.2 Netverzwaring en lokale afstemming van vraag en aanbod van energie 39 5.10.3 Aansluiten bij lokale dynamiek, belangen, wensen en mogelijkheden van de kernen en (buiten) gebieden 39 5.10.4 Verkennen van een gebiedsgerichte aanpak 40 5.11 Actielijn 0: Programmamanagement en scheppen randvoorwaarden 5.11.1 Programmamanagement 5.11.2 Scheppen randvoorwaarden 6
Organisatie van het omgevingsprogramma
41 41 41 46
6.1
Planning 2024
46
6.2
Opzet uitvoeringsorganisatie
46
6.3
Meerjarenbegroting omgevingsprogramma
47
6.4
Beschikbare middelen
48
Omgevingsprogramma Warmte | 3
Samenvatting Sinds de energiecrisis van 2021-2023 is de roep om een rechtvaardige energietransitie, die betaalbaar en zelfs financieel voordelig is voor iedereen, en die ons onafhankelijk(er) maakt van onbetrouwbare regimes, steeds sterker geworden. In dit omgevingsprogramma gaat het om de rol die de gemeente Krimpenerwaard wil gaan spelen in de Warmtetransitie van woningen en andere gebouwen. Concreet gaat het daarbij om de overgang van het gebruik van aardgas(systemen) voor het verwarmen (incl. warm water en koken) van woningen en gebouwen naar het gebruik van fossielvrije energiesystemen zonder uitstoot van CO2. Het omgevingsprogramma Warmtetransitie is een uitwerking van de Warmtevisie uit 2021, In de Warmtevisie zette de gemeente haar koers uit en stelde ze doelen vast voor de Warmtetransitie voor 2030. Dit omgevingsprogramma vertaalt die vastgestelde doelen in te behalen resultaten en in actielijnen per doelgroep. Conclusie Warmtevisie uit 2021 Bij het opstellen van de Warmtevisie in 2021 zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas onderzocht: elektrisch verwarmen, warmtenetten, groen gas en waterstof. Geconcludeerd is dat het meest haalbare alternatief voor aardgas tot 2030 de overstap is van een cvketel, naar het geheel of gedeeltelijk elektrisch verwarmen door middel van een warmtepomp of een hybride warmtepomp.
Tot 2030 heeft de gemeente Krimpenerwaard er daarom voor gekozen om in te zetten op het elektrisch verwarmen van woningen en gebouwen in combinatie met het stimuleren van energiebesparing door isolatie. Tussen-herijking koers warmtevisie 2023 Dat deze koers van elektrisch verwarmen de juiste is, is bevestigd in een onderzoek dat de gemeente in oktober 2023 heeft laten uitvoeren door een energieadviesbureau. Gemeentebrede doelstelling en -aanpak De gemeente heeft er in haar Warmtevisie voor gekozen een besparingsdoelstelling voor de hele gemeente te stellen, i.p.v. één of meerdere wijken in de gemeente in één keer aardgasvrij te maken. Verwacht wordt dat met een gemeente brede aanpak gericht op isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen meer aardgas en CO₂ kan worden bespaard dan wanneer enkele wijken vóór 2030 volledig aardgasvrij worden gemaakt. Doelstelling en te behalen resultaten voor doelgroep woningen Het aardgasverbruik voor het verwarmen van woningen (koop en huur) is in 2030 met 30% verminderd t.o.v. 2021. Waarvan 20% door isolatiemaatregelen en 10% door de overstap van cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp. Om deze doelstelling te halen is het nodig dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 2.300 isolatiemaatregelen worden uitgevoerd en ca. 500 (hybride) warmtepompen worden geïnstalleerd.
Doelgroepgerichte actielijnen en verkennen van een gebiedsgerichte aanpak In het omgevingsprogramma zijn 9 actielijnen opgenomen. Voor elke doelgroep één en ook een gebiedsgerichte aanpak: 1. Grondgebonden koopwoningen met extra aandacht voor de slecht scorende energielabels 2. Aanpak energiearmoede, gericht op huishoudens in huur- en koopwoningen die het zwaarst getroffen worden door de hoge energielasten
Omgevingsprogramma Warmte | 4
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Monumenten en beschermd stadsgezicht Vereniging van Eigenaren (VvE’s) Woningcorporaties Particuliere (ver)huurders, deze actielijn zal na 2025 worden uitgewerkt Bedrijven (Gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed Verkennen gebiedsgerichte aanpak
Focus op doelgroep woningen Het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving door woningen is het hoogst. Binnen de doelgroep woningen zijn koopwoningen de grootste groep (grondgebonden en Vve’s). Daar valt het meeste impact te halen voor de beoogde aardgasreductie. Helder verhaal met handelingsperspectief voor iedere doelgroep: de roadmap of routekaart De gemeente zorgt voor een helder verhaal, een roadmap, voor alle doelgroepen. Doelgroepen worden uitgesplitst naar het duurzaamheidsniveau van de woning/ het gebouw. Per duurzaamheidsniveau wordt aangegeven welke stappen richting aardgasvrij haalbaar zijn (doel) en wat ervoor nodig is in communicatie, proces en financiering om de doelgroep in beweging te krijgen (aanpak).
Verkennen gebiedsgerichte aanpak De gemeente gaat verkennen of en hoe op gebiedsniveau de warmte/energietransitie versneld kan worden in een participatief en integraal proces met inwoners. Zo ligt het voor de hand om daar waar een kleinschalige collectieve warmte-oplossing de beste oplossing blijkt te zijn, lokaal een participatief proces met inwoners aan te gaan. En ook is een gebiedsgerichte aanpak nodig om de vermogenspiek van het net te verlagen door bijvoorbeeld energieopslag en energie-uitwisseling op lokaal niveau. Bovendien zal het aansluiten bij de lokale dynamiek van de kernen en het meenemen van koppelkansen, naar verwachting bijdragen aan het versnellen van de transitie naar een efficiënt verwarmingssysteem zonder CO2 -uitstoot. Wat is er nodig om de doelen te halen? De hierboven genoemde te behalen resultaten zijn nodig maar op dit moment nog niet realistisch. De gemeente is voor het behalen van deze doelstelling afhankelijk van de actiebereidheid van de verschillende doelgroepen en van landelijke sturing. Verder zal een versnellings- en efficiencyslag moeten plaatsvinden in het verduurzamen van woningen. Om woningeigenaren te stimuleren te investeren in energiemaatregelen is een financiële tegemoetkoming nodig. Daarbij gaat het om inwoners die het financieel gezien het hardst nodig hebben en om woningen waar de meeste energiebesparing te behalen valt.
Met de specifieke uitkeringen van het rijk bedoeld voor deze huishoudens kunnen maar een beperkt aantal woningeigenaren gestimuleerd worden om isolatiemaatregelen te treffen. Tot eind 2026 gaat het in totaal om 724 woningen. Dat betekent dus dat er nog meer financiële middelen nodig zijn om de resterende groep van huishoudens over de streep te trekken/ mee te kunnen laten doen.
Omgevingsprogramma Warmte | 5
1 1.
Inleiding De gemeente Krimpenerwaard heeft in lijn met het Akkoord van Parijs (2015) en het Nationaal Klimaatakkoord (2019) zich als doel gesteld in 2050 klimaatneutraal en aardgasvrij te zijn.1 Klimaatneutraal betekent dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, netto is de uitstoot van broeikasgassen nul. Hier kan energiebesparing en de overstap van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie een belangrijke rol in spelen wat betreft CO2 reductie. Hier is een energietransitie voor nodig in de volgende sectoren: de gebouwde omgeving, het elektriciteitssysteem, de industrie, de landbouw en in de mobiliteit. 2 Door de aardbevingen in Groningen, de energiecrisis met als gevolg de stijging van de energieprijzen en de zichtbare effecten van klimaatverandering, is de overgang naar een duurzame (lokale) energievoorziening in een stroomversnelling gebracht. Om onder de 1,5-2 graden opwarming van de aarde te blijven en, minstens zo belangrijk, de betaalbaarheid en leveringszekerheid van energie veilig te stellen, moeten alle zeilen worden bijgezet. Daarbij is de roep om een rechtvaardige energietransitie, die betaalbaar en financieel voordelig is voor iedereen, steeds sterker geworden. In dit omgevingsprogramma gaat het om de rol die de gemeente Krimpenerwaard wil gaan spelen in de Warmtetransitie in de gebouwde omgeving.
Doel van het programma is handelingsperspectief te bieden aan de gemeentelijke organisatie door helder te maken wat de gemeente kan doen om bestaande woning- en gebouweigenaren stappen te laten zetten richting een duurzame warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. De overgang van het gebruik van aardgas(systemen) in woningen en gebouwen naar het gebruik van duurzame/fossielvrije energiebronnen en energiesystemen wordt de warmtetransitie genoemd. We hebben het dan over energiegebruik voor het verwarmen van woningen en gebouwen, het maken van warm kraanwater en voor het koken van eten.3 De gemeente Krimpenerwaard telt 11 kernen en circa 24.700 woningen waarvan zo’n 67% koopwoning, 26% sociale huurwoning en 7% particuliere huurwoning (CBS, 2023). Van de woningen is circa 80% eengezinswoningen en 20% appartementen. Het overgrote deel van de woningen staat in de dorpen (circa 88%) (ODMH, 2023). En het overgrote deel van de woningen betreft laagbouw. Ongeveer 10% (circa 2.674) van alle gebouwen in Krimpenerwaard zijn utiliteitsgebouwen (CBS, 2023). N.B. Energieverbruik voor industriële processen en elektriciteitsopwekking zal mee gaan tellen bij de clusters bedrijven en elektriciteit in het, nog te ontwikkelen, omgevingsprogramma energietransitie van de gemeente.
Warmtevisie Krimpenerwaard 2021 In 2050 zal de gebouwde omgeving volledig emissievrij moeten zijn. In het landelijke coalitieakkoord 2021 is afgesproken om voor alle sectoren samen in 2030 ten minste 55% CO2-emissies te verminderen ten opzichte van 1990 en om te programmeren op 60% CO2-reductie. 3 Bij het bepalen van de scope van het omgevingsprogramma Warmtetransitie is de lijn gevolgd van het landelijke Klimaatakkoord. 1 2
Omgevingsprogramma Warmte | 6
1 Het omgevingsprogramma is een uitwerking van de warmtevisie uit 2021, In de Warmtevisie zette de gemeente haar koers uit en stelde ze doelen vast voor de Warmtetransitie tot 2030. Dit Omgevingsprogramma Warmtetransitie vertaalt die vastgestelde doelen in te behalen resultaten en in actielijnen per doelgroep.
1.1 Van pionieren naar opschalen in de warmtetransitie Voor de uitvoering van het klimaatbeleid komen er extra taken af op de gemeente, die veel vragen van zowel ambtenaren als bestuurders. Daarom ontvangen gemeenten vanuit het rijk in ieder geval tot 2026 extra middelen voor het de uitvoering van klimaatbeleid. De extra middelen maken het mogelijk om vaart te maken en op te schalen met de realisatie van de klimaatdoelen voor 2030 en 2050. Met dit programma zorgt de gemeente ervoor dat de beschikbare middelen voor de uitvoering van klimaatbeleid zo efficiënt en gericht mogelijk ingezet worden.
1.2 Rol van de gemeente in de energietransitie Het is nog zoeken voor gemeenten naar de rol in de energietransitie. Hieronder volgt een opsomming van mogelijke rollen4: - Faciliterend (bijv. marktinitiatieven); - Activerend (via communicatie); - Stimulerend (bijv. financiële stimulering); - Regisserend: o.a. programmamanagement (o.a. dat er focus en ambitie is; zorgen dat er besloten en gedaan wordt; zorgdragen voor het ontstaan van samenwerking; zorgen dat (markt)partijen hun rol goed kunnen invullen); randvoorwaarden scheppen (o.a. dat inwoners onder acceptabele voorwaarden mee kunnen doen). - Uitvoerend: zelf het goede voorbeeld geven met het gemeentelijk vastgoed; - Controle en handhaving van wetgeving.
4 De rol van de gemeente binnen de Energietransitie - Euroforum Blog
Omgevingsprogramma Warmte | 7
22 Conclusie Warmtevisie en (tussen)herijking van de koers5. Bij het opstellen van de Warmtevisie in 2021 zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas onderzocht. Geconcludeerd is dat het meest haalbare alternatief voor aardgas tot 2030 de overstap is van een CV-ketel naar het geheel of gedeeltelijk elektrisch verwarmen door middel van een warmtepomp of een hybride warmtepomp. Tot 2030 heeft de gemeente Krimpenerwaard er daarom voor gekozen om in te zetten op het stimuleren van een (hybride) wamtepomp of een duurzaam alternatief in combinatie met het stimuleren van energiebesparing door isolatie. Dit heeft te maken met het feit dat de beschikbaarheid van groen gas en waterstof tot 2030 naar verwachting te klein is voor het verwarmen van gebouwen en met de energetische inefficiëntie van waterstof6. Bovendien zijn toekomstige ontwikkelingen van het aanbod van deze alternatieven te onzeker om een alternatief voor aardgas te kunnen zijn. Dit is opnieuw bevestigd in het recent gepubliceerde Nationaal Programma Energiesysteem en in een brief van minister de Jonge.7 8 In de gebouwde omgeving zal de toepassing van waterstof en groen gas beperkt zijn.
Mogelijk biedt het gebruik van waterstof en groen gas lokaal uitkomst voor monumentale of historische panden die niet goed geisoleerd kunnen of mogen worden en dus op een hogere temperatuur verwarmd moeten worden of voor woningen in het buitengebied die niet zijn aangesloten op het gasnet. Ook warmtenetten zijn in de gemeente Krimpenerwaard voorlopig niet haalbaar. Dat is een gevolg van het hoge aandeel laagbouwwoningen in de gemeente, kleine kernen en de lintbebouwing. Hierdoor zijn de kosten voor de aanleg van een warmtenet omgerekend per woning relatief hoog. Daarnaast speelt het ontbreken van omvangrijke (rest)warmtebronnen in de gemeente een belangrijke rol. In het zuidelijk deel van de gemeente zijn als gevolg van grondwaterbeschermingszones bovendien geen mogelijkheden voor ondergrondse opslag van warmte of het winnen van warmte uit de bodem. Welk type warmtepomp het meest aantrekkelijk is om te plaatsen in een woning is afhankelijk van de specifieke situatie. De huishoudens die kiezen voor een hybride warmtepomp zullen na 2030 nog een extra stap moeten maken om hun woning daadwerkelijk aardgasvrij te maken.
Indien er geen of onvoldoende betaalbaar duurzaam gas beschikbaar komt, zullen woningeigenaren richting 2050 alsnog verder maatregelen moeten treffen om middels elektrische Midden- of Laagtemperatuur warmtepompen of andere aardgasvrije oplossingen, hun woning te verwarmen.
Uit een tussen-herijking uitgevoerd door energieadviesbureau Merosch is de in de warmtevisie uitgezette koers van all-electric bevestigd. De tussen-herijking geeft ook aan dat het net de komende jaren verzwaard zal moeten worden, niet alleen vanwege de all-electric warmteinfrastructuur (extra vraag), maar ook vanwege de
Herijking koers warmtetransitie Krimpenerwaard, oktober 2023, Merosch Om hetzelfde aantal gebouwen te verwarmen met waterstof zijn 6 keer zoveel windmolens nodig in vergelijking met een een warmtepomp. Herijking koers warmtetransitie Krimpenerwaard, okt. 2023, Merosch. 7 https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiesysteem/nationaal-plan-energiesysteem 8 Uit Brief Minister de Jonge aan college van B&W d.d. juli 2023: ‘Het is belangrijk om te benadrukken dat waterstof én groen gas, zelfs na 2030, slechts in beperkte mate beschikbaar zullen zijn voor het verwarmen van gebouwen. Mocht u groen gas of waterstof als transitiestrategie in uw Transitie Visie Warmte (TVW) hebben opgenomen, dan adviseren wij u dit voornemen waar mogelijk te wijzigen in een andere duurzame bron.’ 5 6
Omgevingsprogramma Warmte | 8
toename van het aantal laadpalen (vraag en ook opslag) en zon PV panelen (aanbod). Deze toename in vraag en aanbod op het net leidt tot hogere vermogenspieken, omdat de toegenomen vraag en opwek op andere momenten op de dag en in het jaar plaatsvinden. Om deze vermogenspieken te verlagen zijn er verschillende mogelijkheden zoals bijvoorbeeld energieopslag en energie-uitwisseling op gebiedsniveau. De daadwerkelijke netverzwaring wordt pas duidelijk na een uitgebreide doorrekening van de plannen door de netbeheerder.
2.1 Gemeentebrede contingenten aanpak De gemeente heeft er in haar Warmtevisie voor gekozen een besparingsdoelstelling voor de hele gemeente te stellen, i.p.v. een of meerdere wijken in de gemeente in één keer aardgasvrij te maken. 9 Verwacht wordt dat met een gemeente brede (evt. regionale) aanpak gericht op isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen voor 2030 meer aardgas en CO₂ kan worden bespaard dan wanneer enkele wijken voor 2030 volledig aardgasvrij worden gemaakt. De opgave wordt gemeente breed, eventueel regionaal en doelgroepgericht opgepakt, zodat vergelijkbare woningen (qua type en bouwjaar) in verschillende gebieden van de gemeente dezelfde benadering krijgen. De benodigde duurzaamheidsoplossing en aanpak hangt immers af van het type woning, het bouwjaar, de gezinssamenstelling en levensfase waarin bewoners zich bevinden. Zo kan een aanpak opgezet worden gericht op een vergelijkbaar contingent aan woningen (zgn. contingentenaanpak10) aan wie een vergelijkbaar aantrekkelijk aanbod gedaan kan worden. Door acties te richten op een zo groot mogelijk aantal gelijksoortige woningen in de gemeente is het bereik groter en kan de uitvoering efficiënter. Daarmee gaan de kosten van de uitvoering omlaag.
Ook kunnen de acties van de gemeente dan aansluiten bij een groter aantal woningeigenaren die op dat moment goede uitgangspunten kennen om maatregelen te nemen om het aardgasgebruik te verminderen of te beëindigen zoals de beschikbaarheid over financiering of spaargeld en de aanwezigheid van natuurlijke momenten zoals verhuizingen en verbouwingen.
Jan 2021 is een Burgerpanel gevraagd naar mening over warmtetransitie. 628 van 979 inwoners vulden de enquête in. Uitkomsten: -belangrijkste randvoorwaarden voor alternatief voor aardgas: betaalbaarheid; duurzaamheid en dat er keuzevrijheid is. Op de vraag te kiezen tussen 2 opties, koos 58% voor 1. Gemeente brede aanpak gericht op isolatie en energiebesparing en 22% had een voorkeur voor optie 2. Het aardgasvrij maken van geselecteerde wijken. 10 Versneld naar klimaatneutrale gebouwde omgeving | TNO 9
Omgevingsprogramma Warmte | 9
2 2.2 Herijking warmtevisie en - omgevingsprogramma in 2026 Uiterlijk eind 2026 stellen alle gemeenten hun zgn. Transitie Visie Warmte 2.0 vast. Daarin maken ze een planning voor het aardgasvrij maken van de woningen en gebouwen en geven ze inzicht in de mogelijke warmteopties. In het ontwerp ‘Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie’ (per 1 jan. 2024) wordt deze Transitie Visie wettelijk verankerd als een verplicht programma onder de Omgevingswet. Dat warmteprogramma zal een belangrijke onderbouwing zijn voor de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de energietransitie in de gebouwde omgeving. In het omgevingsplan wordt dan het gekozen alternatief voor aardgas als warmtebron opgenomen. Het wetsvoorstel biedt verder de mogelijkheid om in het gemeentelijke omgevingsplan regels te stellen die het gebruik van gas als warmtevoorziening uitsluiten. Omdat alle betrokken partijen, waaronder netbeheerders, woningcorporaties en gebouweigenaren, tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op het duurzame alternatief zal in het omgevingsplan een redelijke termijn gesteld moeten worden tussen de aanwijzing van het gebied in het omgevingsplan en het moment dat het gebied daadwerkelijk van het aardgas gaat. Als richtlijn wordt 8 jaar gehanteerd.
2.3 Wat doet de gemeente nu al om de warmtetransitie te versnellen? In de afgelopen jaren zijn al stappen gezet om de gebouwde omgeving te verduurzamen. -
-
-
-
-
Zo organiseert de gemeente collectieve advies- en inkoopacties, waardoor mensen met een grondgebonden koopwoning een laagdrempelig aanbod van isolatiemaatregelen en zonnepanelen ontvangen en ontzorgd worden. Dit leidt tot 100-200 opdrachten per actie; Ook is er een duurzaamheidslening voor huiseigenaren om energiemaatregelen voor de woning te financieren. Dit heeft tot ruim 100 leningen geleid van in totaal zo’n 1.5 mln. Euro; Daarnaast zijn er Energieklussers ingezet met gratis kleine energiebesparende maatregelen en bespaaradvies aan mensen in zowel huur als koopwoningen die het financieel het hardst nodig hebben. Hierdoor zijn i.s.m. woningcorporaties meer dan 1200 mensen geholpen; De gemeente heeft 11 VvE’s op weg geholpen met een gratis energiescan; Zowel mensen met een huur- als koopwoning kunnen gebruik maken van het advies van een energiecoach om hun woning energiezuiniger en comfortabeler te maken; Voor alle 6 de buitenbaden in de Krimpenerwaard is in 2022 een adviesrapport opgesteld met verduurzamingsmogelijkheden en de financiële opgave. 2 Stichtingen met in totaal 3 buitenzwembaden hebben een aanvraag gedaan voor de stimuleringslening van de gemeente en zijn aan de slag gegaan met verduurzaming.
En er zijn 2 zwembaden die al langer met verduurzamen bezig zijn en zelfstandig de puntjes op de i zetten; De gemeente heeft in de zomer van 2023 bij alle voetbalverenigingen de conventionele veldverlichting door ledverlichting vervangen (waar dat nog niet was gebeurd).
Om de doelen uit de warmtetransitie te halen zal nog meer inzet nodig zijn van de gemeente en andere partijen. Dit omgevingsprogramma laat zien wat er nodig is om de doelen uit de Warmtevisie in praktijk te brengen.
Omgevingsprogramma Warmte | 10
33 Opzet en het proces van het opstellen van dit Omgevingsprogramma Warmtetransitie In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet van dit omgevingsprogramma en het proces van de totstandkoming ervan.
3.1 Opzet •
•
•
• • •
Hoofdstuk 4: De doelen uit de Warmtevisie voor woningen worden vertaald naar te behalen resultaten. Omdat in de gebouwde omgeving het aardgasverbruik in woningen het hoogst is, wordt de doelstelling voor deze doelgroep uitgewerkt in te behalen resultaten. Hoofdstuk 5 (5.1): Er is gekozen voor een doelgroepgerichte benadering. Er zijn verschillende doelgroepen te onderscheiden. De gemeente is voor het behalen van de doelen afhankelijk van de actiebereidheid van deze doelgroepen. Iedere doelgroep vraagt een andere benadering of aanpak. Hoofdstuk 5 (5.2-5.11): Actielijnen bundelen activiteiten gericht op een bepaalde doelgroep. Met de uitvoering van activiteiten binnen een actielijn worden belangrijke stappen gezet om de gewenste doelen te behalen. Dat is altijd in samenwerking met andere teams binnen de gemeente en met externe partijen. De gemeente kan het niet alleen. Daarbij zal waar wenselijk de aansluiting worden gezocht met bijvoorbeeld ruimtelijke en sociale maatschappelijke opgaven. Gestart is met het opnemen van activiteiten voor de jaren 2024 en 2025. In 2026 zal het programma worden geëvalueerd en bijgestuurd. Hoofdstuk 6: Een organisatieoverzicht geeft een beeld van de organisatie van de uitvoering van het programma.
Hoofdstuk 7: In een meerjarenbegroting wordt aangegeven wat de activiteiten gaan kosten en hoe de beschikbare middelen voor de warmtetransitie ingezet worden. Bijlage met Begroting en planning: Een globale planning van 2024 geeft aan het wat en wanneer. Eind 2024 wordt een planning voor 2025 gemaakt.
3.2 Het proces: ambtelijk en met externe belanghebbenden Een omgevingsprogramma staat of valt met een goede samenwerking, zowel ambtelijk als met externe partijen. Daarom is dit omgevingsprogramma in afstemming met collega’s en de volgende externe belanghebbenden opgesteld: Woningcorporatie, Stedin, WaardZaam, de Ondernemerskring Krimpenerwaard, Servicepunt Energietransitie Bedrijven (SEB) en LTO. Daarnaast zijn de Raadswerkgroep Energietransitie, de zgn. Meedenkersgroep van Inwoners, en de Klankbordgroep Jongeren geconsulteerd. In een inventarisatie ronde is in kaart gebracht wat de doelen zijn, welke doelgroepen/actielijnen en welke activiteiten. Hiertoe zijn zowel ambtelijk als met externe belanghebbenden gesprekken gevoerd. In twee consultatierondes zijn collega’s en genoemde externe belanghebbenden gevraagd om feedback te geven op concepten van het omgevingsprogramma.
Omgevingsprogramma Warmte | 11
4 4 Gemeentelijke doelstellingen warmtetransitie gebouwde omgeving tot 2030 In dit hoofdstuk worden de doelen van de landelijke overheid en die van de gemeente Krimpenerwaard benoemd, geprioriteerd en onderbouwd. In de Krimpenerwaard is het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving door woningen het hoogst. Daar kan dus de meeste impact behaald worden. In het nationale Klimaatakkoord is bepaald dat gemeenten de regie krijgen bij het aardgasvrij maken van woningen. Gemeenten krijgen vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) een uitkering (tot in ieder geval 2030) voor het ontwikkelen van een lokale isolatie-aanpak voor koopwoningen. Ook ontvingen gemeenten middelen voor een energie-armoedeaanpak voor koop- en huurwoningen (tot uiterlijk eind 2025 te besteden). Dat zijn de redenen waarom de gasreductie-doelstelling in dit omgevingsprogramma, net als in de Warmtevisie, is uitgewerkt voor de doelgroep woningen. Hierna wordt een onderbouwing gegeven op die focus op de aardgasreductie bij woningen.
4.1 Aardgasverbruik gebouwde omgeving door woningen het hoogst Een belangrijke reden voor de focus in de warmtevisie op de aardgasreductie van woningen is dat woningen verreweg het grootste aandeel hebben in het totale energieverbruik in de gebouwde omgeving van de gemeente en het grootste aandeel in het gasgebruik in de gebouwde omgeving. Een gemiddelde bestaande woning gebruikt ongeveer vier keer meer energie voor verwarming in de vorm van aardgas dan voor verlichting en apparaten in de vorm van elektriciteit. Hieronder wordt dit met een aantal grafieken toegelicht. Voor aanvullende informatie in grafieken wordt verwezen naar de bijlage met data en doelen. Hiernaast is de CO2 uitstoot per sector in de gemeente Krimpenerwaard weergegeven. Te zien is dat de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor 46% van de CO2 -uitstoot en dat daarvan 30% wordt veroorzaakt door aardgas verbruik in gebouwen.
CO2-uitstoot per sector, Krimpenerwaard, 2021 (kton) 20.6, 9%
71.3, 30%
105.2, 45%
4
36.3, 16%
In
grafiek
2
is
het
Grafiek 1. Bron: Klimaatmonitor, 2023. Industrie = industriële processen. Gebouwde omgeving= woningen + utiliteitsbouw.
Gebouwde omgeving - aardgas
Gebouwde omgeving - elektriciteit
Mobiliteit
Industrie
Omgevingsprogramma Warmte | 12
energieverbruik in de gebouwen in Krimpenerwaard verdeeld naar energieverbruik per sector. Woningen hebben verreweg het grootste aandeel in het energieverbruik in de gebouwde omgeving van de gemeente.
Energieverbruik gebouwde omgeving, Krimpenerwaard 1600 1400 1200
TJ
1000 800 600 400 200 0
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Publieke dienstverlening
Woningen (niet temp. gecorrigeerd)
Commerciële dienstverlening
Woningen (temp.gecorrigeerd)
2021
Grafiek 2. Bron: Klimaatmonitor 2023
Het gasverbruik door woningen, bedrijven en publieke dienstverlening is in onderstaande grafiek te zien. Te zien is dat veruit het meeste gasgebruik in woningen plaatsvindt.
Gasverbruik gebouwde omgeving, Krimpenerwaard 40 35
miljoen m3
30 25 20 15 10 5 0
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Woningen (niet temp.gecorrigeerd)
Woningen (temp.gecorrigeerd)
Commerciële Dienstverlening
Publieke Dienstverlening
2021
Grafiek 3. Bron: Klimaatmonitor 2023
Omgevingsprogramma Warmte | 13
4 4.2 Focus omgevingsprogramma: de doelstellingen voor woningen 4.2.1 Gemeentelijke aardgasreductiedoelen voor woningen In de Warmtevisie is de doelstelling voor de doelgroep woningen als volgt vastgelegd: •
Het aardgasverbruik van woningen (koop en huur) in 2030 met 30% verminderen t.o.v. 2021.
Hieronder is de hierboven genoemde doelstelling voor woningen, zoals vastgesteld in de warmtevisie van de gemeente Krimpenerwaard, verder toegelicht en uitgewerkt. In 2009 was het aardgasverbruik van woningen 38,4 miljoen m³ aardgas. In 2020 was dat gedaald naar 32,1 miljoen m3 (temperatuur gecorrigeerd) met name door steeds zuinigere Cv-ketels en isolatie. Dat betekent een daling van 6,3 miljoen m3 ofwel 16% in 11 jaar tijd.11 Deze besparing is vergelijkbaar met de landelijke trend van ca. 12% daling tussen 2010 en 2020. Nu is de ambitie om in 9 jaar tijd in 2030 te komen tot een aardgasreductie van 9,6 miljoen m3 (30%) t.o.v. het gebruik in 2021. Dit betekent een versnelling van de aardgasreductie. In Nederland is in 2022 een kwart minder gas verbruikt dan in 2021 (bron: CBS, 2023). De cijfers voor 2022 laten daarmee het laagste energieverbruik in 50 jaar zien als gevolg van energiecrisis en stijging in aantal huishoudens in energie-armoede. Een belangrijke aantekening hierbij is dat een deel van deze sterke daling daarom ongewenst en tijdelijk is. Het PBL verwacht dat 5 procentpunt van deze daling structureel is vanwege aanhoudend hogere energieprijzen tot 2030 (bron: KEV, 2023)
Trend gasverbruik Krimpenerwaard 40 35
miljoen m3
30
2009-2021: -16%
25 20 15 10
2021-2030: -30%
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
0
2011
5
Aardgasgebruik woningen Krimpenerwaard (temp. gecorrigeerd) Huidige trend 2010-2021 doorgezet Gewenste trend tot 2030 Figuur 1. Bron Klimaatmonitor, 2023. Bewerking: ODMH, 2023.
11 Klimaatmonitor: DASHBOARD - Energieverbruik Gebouwde omgeving - Krimpenerwaard (databank.nl)
Omgevingsprogramma Warmte | 14
4 De aardgasreductiedoelstelling 2030 voor woningen is als volgt opgesplitst in de Warmtevisie:
en
1. Het aardgasbruik voor het verwarmen van woningen in de gemeente voor 2030 met 20% verminderen t.o.v. 2021, door het verbeteren van de isolatie (zowel koop- als huurwoningen).12 2. Het aardgasverbruik voor het verwarmen van woningen met 10% te verminderen door de
overstap, van verwarmen met een Cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp (zowel koop- als huurwoningen).13 Ad. 1. Het economische besparingspotentieel van alle woningen in de Krimpenerwaard, zowel huur als koopwoningen, is in de Warmtevisie berekend op gemiddeld 20,8%. Dit besparingspotentieel is een grove inschatting op basis van een aanname in energielabelsprong en bijbehorend energieverbruik. Dit doel kan worden bereikt door woningen beter te isoleren. Ad 2. Een Cv-ketel heeft een levensduur van gemiddeld circa 15 jaar. Tot 2030 zal naar verwachting circa 60% van de Cv-ketel vervangen moeten worden. Een deel van de woning- en gebouweigenaren zal hierbij de overstap maken van verwarmen met een Cv-ketel naar verwarmen met een (hybride) warmtepomp. Zeker als vanaf 2026 de overstap op een (hybride) warmtepomp, of een ander duurzaam alternatief, de standaard wordt. 14 De overstap van Cv-ketel naar verwarmen met een volledig elektrische warmtepomp leidt tot een vermindering van het aardgasverbruik van 100%. De overstap van verwarmen met een Cv-ketel naar verwarmen met een hybride warmtepomp leidt gemiddeld tot een vermindering van het aardgasverbruik tot 60%.
4.2.2 Doelen Nationaal Isolatieprogramma voor woningen Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) voorziet tot 2030 in een meerjarige aanpak en middelen om woningen sneller, slimmer en socialer te isoleren. Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030, met de nadruk op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G). Daarbij is het de bedoeling om elke woning één of meerdere stappen te laten zetten richting de standaard15 voor woningisolatie.
In de Warmtevisie werd als haalbaar doel geacht om in 2030 90% van het economisch besparingspotentieel van 20,8 te hebben gerealiseerd. Dit betekende een besparing op het aardgasgebruik van woningen van 18,7% ten opzichte van 2021. Het economische warmtebesparingspotentieel van alle woningen in de Krimpenerwaard is in de RESvoortgangsrapportage 2023 berekend op 23%. Vandaar dat nu 20% aardgasbesparing als doel is gesteld. 13 Warmtevisie: Indien tot 2030 5% van de woningeigenaren overstapt op verwarmen met een warmtepomp en 10% op 12
verwarmen met een hybride warmtepomp, dan leidt dit tot een vermindering van het aardgasgebruik van 10%. Deze besparingsdoelstelling is in de warmtevisie vervolgens bepaald voor de hele doelgroep woningen, dus zowel koop als huurwoningen. 14 Vanaf 2026 is wetgeving aangekondigd om een (hybride) warmtepomp of een ander duurzaam alternatief de standaard te maken voor woningen waar de Cv-ketel vervangen moet worden en waar dit technisch haalbaar is. Daarbij geldt een uitzondering voor monumenten, voor gestapelde bouw, voor wijken waar een warmtenet wordt gepland en voor woningen waar sprake is van een terugverdientijd van langer dan 7 jaar. 15 Sinds 2021 zijn er landelijke Standaard en Streefwaarden voor woningisolatie. De Standaard is een toekomst vaste standaard die aangeeft welke isolatie nodig is om de woning klaar te maken voor een aardgasvrije warmtevoorziening. De Streefwaarden zijn technische waarden die voor verschillende bouwdelen aangeven wanneer deze bijdragen aan het behalen van de Standaard.
Omgevingsprogramma Warmte | 15
4 Deze aanpak is hierbij in vier verschillende trajecten gedeeld: 1. Lokale aanpak: isoleren van 750.000 koopwoningen (incl. gemengde VvE's) met D, E, F of G- label, i.s.m. gemeenten (gemeenten ondersteunen kwetsbare eigenaar-bewoners). 2. Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders; 3. Versneld isoleren van 750.000 koopwoningen op eigen initiatief; 4. Samen energie besparen: laagdrempelige maatregelen. Voor trajecten 1 en 4 ontvangt de gemeente een Specifieke Uitkering van het Rijk. In onderstaande tabel zijn de aantallen koopwoningen te zien waarvoor in 2023 en 2024 middelen beschikbaar zijn gesteld voor actielijn 1, de Lokale Aanpak. Deze aantallen moet de gemeente in ieder geval voor einde 2026 halen, om de ontvangen NIP-middelen voor de Lokale Aanpak te behouden. De gemeente Krimpenerwaard moet als onderdeel van de nationale doelstelling voor het einde van 2026 ervoor hebben gezorgd dat 724 koopwoningen 1 of meer isolatiemaatregelen (of ventilatiemaatregelen) heeft getroffen. In onderstaand overzicht is dit aantal gesplitst over de jaren ’23 en ’24, voor de jaren daarna zijn nog geen gegevens bekend.
NIP-doelen Aantal koopwoningen dat 1 of meer isolatieof ventilatiemaatregelen heeft getroffen.
2023
2024
Totaal
547 (vóór einde 2026)
177 (vóór einde 2026)
724
Het NIP is onderdeel van een breder Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO). Daarin staat beschreven hoe het rijk werkt aan de randvoorwaarden voor de versnelling. Het gaat om een combinatie van financiële steun2 (zowel subsidie als leningen) en regels, zogenaamde normering, prestatieafspraken, communicatie via een online platform en beleidsmaatregelen voor warmtealternatieven. Er is een landelijk Programma Hybride Warmtepomp met als doel om voor 2030 één miljoen hybride warmtepompen te installeren in Nederland. Het Rijk maakt afspraken met installatiebedrijven en fabrikanten om de installatiecapaciteit uit te breiden en de kosten te verlagen. Ook breidt het Rijk subsidieregelingen uit om de hybride warmtepomp te stimuleren. 16
4.2.3 Gemeentelijke doelen woningen vertaald naar resultaten Om gericht toe te werken naar het behalen van de doelen uit de warmtevisie voor de doelgroep woningen, zijn deze uitgewerkt in per jaar te behalen resultaten en het te behalen eindresultaat in 2030. Het overzicht op de volgende pagina geeft weer hoeveel isolatiemaatregelen en hoeveel hybride en elektrische warmtepompen in totaal benodigd zijn om de doelstelling uit de warmtevisie van de gemeente in 2030 te halen17. Hierbij staat één maatregel gelijk aan één woningdeel zoals dak, vloer of gevel.
Vanaf 2026 is wetgeving aangekondigd om een (hybride) warmtepomp of een ander duurzaam alternatief de standaard te maken voor woningen waar de Cv-ketel vervangen moet worden en waar dit technisch haalbaar is. Daarbij geldt een uitzondering voor monumenten, voor gestapelde bouw, voor wijken waar een warmtenet wordt gepland en voor woningen waar sprake is van een terugverdientijd van langer dan 7 jaar. 17 Het aantal te treffen isolatiemaatregelen is berekend door de te behalen gasreductie doelstelling door isolatie uit de Warmtevisie te delen door de gemiddelde energiebesparing van een isolatiemaatregel (glas, vloer, gevel en dak). 16
Omgevingsprogramma Warmte | 16
4 Het gaat voor koop-en huurwoningen tot 2030 jaarlijks om de uitvoering van zo’n 2.300 isolatiemaatregelen en installatie van ca. 500 (hybride) warmtepompen.18
Doelen Warmtevisie gemeente Krimpenerwaard Aantal isolatiemaatregelen
Aantal (hybride) warmtepompen
Aantal zonnepanelensets (van 10 panelen)
Jaarlijks tot 2021- 2030
2.325
449
502
Totaal tot 2030
20.924
4.038
4.514
Koop en huurwoningen
In bovenstaande tabel staan ook een aantal zonnepanelensets benoemd. Dit aantal zonnepanelensets zou het extra elektriciteitsverbruik van de warmtepompen kunnen compenseren. Dit is geen onderdeel van de opgave in dit omgevingsprogramma maar slechts ter illustratie weergegeven.19 Deze getallen kunnen we verder specificeren door ze om te rekenen naar diverse subdoelgroepen van woningen, zoals in onderstaande staafdiagram te zien is.
Besparingsmaatregeldoelen per doelgroep 3500 3000
502
2500
449 321 287
2000 1500
2325
1000
1489
500 0
59
53 274
99
111 515
68
60 313
Alle woningen (ca. Koopwoningen (ca. Woningen in VvE Sociale Doelgroep lokale 24.700) 15.800) (ca. 2.900) huurwoningen (ca. aanpak NIP (ca. 5.500) 3.300) Aantal isolatiemaatregelen
Aantal (hybride) warmtepompen
Aantal zonnepanelensets
Overzicht van aantal isolatiemaatregelen en (hybride) warmtepompen benodigd per subdoelgroep woningen en per jaar, om in periode 2021-2030 gasbesparing van 30% te bereiken in gemeente Krimpenerwaard. Bron: ODMH, 2023. (Doelgroep Koopwoningen is excl. VvE. Doelgroep Lokale aanpak is ook onderdeel van doelgroep Koopwoningen.
18 Het aantal te installeren (hybride) warmtepompen is afgeleid van de aanname uit de Warmtevisie dat als 5% van de
woningeigenaren overstapt op verwarmen met een warmtepomp en 10% op verwarmen met een hybride warmtepomp, dit leidt tot een vermindering van het aardgasgebruik van 10%. Het aantal zonnepanelensets is berekend door het extra elektriciteitsgebruik als gevolg van de (hybride) warmtepomp te delen door de opgewekte stroom per paneel (uitgegaan is van 350 kWh opgewekte stroom per paneel per jaar). 19 Bron: ODMH, 2023.
Omgevingsprogramma Warmte | 17
4
Ter vergelijking: Om de landelijke doelstelling van een CO2-neutrale gebouwde omgeving te halen zijn 50.000 woningrenovaties op jaarbasis nodig, dat zijn 1500 woningrenovaties per dag.
4.2.4 Wat is er nodig om de doelen te halen? De hierboven genoemde doelen zijn op dit moment nog niet realistisch. De gemeente is voor het behalen van deze doelstelling afhankelijk van de actiebereidheid van de verschillende doelgroepen, zoals woningeigenaren en woningcorporaties en van landelijke sturing. Verder zal een versnellings- en efficiencyslag moeten plaatsvinden in het verduurzamen van woningen. Bijvoorbeeld door een zogenaamde contingentenaanpak20 waarbij een groep van woningen met eenzelfde set eigenschappen (zoals bouwjaar, ligging, woonwensen en gezinssamenstelling) gekoppeld wordt met een bewezen duurzaamheidsoplossing. Om de doelen te halen is het nodig om woningeigenaren financieel tegemoet te komen. Daarbij gaat het om inwoners die het financieel gezien het hardst nodig hebben en om woningen waar de meeste energiebesparing te behalen valt. Met de specifieke uitkeringen van het rijk bedoeld voor deze huishoudens kunnen maar een beperkt aantal woningeigenaren gestimuleerd worden om isolatiemaatregelen te treffen. Tot eind 2026 gaat het in totaal om 724 woningen. Dat betekent dus dat er nog meer financiële middelen nodig zijn om de resterende groep van huishoudens over de streep te trekken/ mee te kunnen laten doen.
4.3 De doelstellingen voor bedrijven en gemeentelijk vastgoed 4.3.1 Bedrijven Bedrijven worden door landelijke wetgeving al verplicht, vanaf een bepaald elektriciteits- en gasverbruik, energiebesparende maatregelen te nemen en maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers). Als doelstelling voor bedrijven is gesteld dat bedrijven voldoen aan de geldende wetgeving (zie actielijn 7). De gemeente zal voor bedrijven een apart plan van aanpak opstellen voor de energietransitie.
4.3.2 Gemeentelijk vastgoed Gemeentelijk vastgoed heeft zijn eigen doelstelling welke wel in de warmtevisie is opgenomen: een 50% Lagere CO2 -uitstoot in 2030 voor de hele gemeentelijke organisatie t.o.v. 1990. In de gemeente Krimpenerwaard zijn 7.141 vestigingen van bedrijven en instellingen (bron: KvK Handelsregister, 2021). Deze verbruiken samen zo’n 12 miljoen m3 aardgas per jaar (bron: Klimaatmonitor, 2021). Twee derde hiervan is voor de verwarming van gebouwen21. In de gemeente Krimpenerwaard staan 407 gebouwen met een publieke functie (maatschappelijke instellingen). Daarvan heeft de gemeente zelf 317 gebouwen in bezit. Hiervan dienen 90 een doel voor onderwijs, welzijn, sport, cultuur of ambtelijke huisvesting (Republiq Routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed, 2023). De activiteiten die de gemeente gaat uitvoeren met en voor de verschillende doelgroepen om de gewenste resultaten te halen zijn in de actielijnen in het omgevingsprogramma verder uitgewerkt. De gemeente monitort de voortgang jaarlijks (toename aantal isolatiemaatregelen en (hybride)
20
Versneld naar klimaatneutrale gebouwde omgeving | TNO
21 Publieke en commerciële dienstverlening.
Omgevingsprogramma Warmte | 18
warmtepompen) en zal dan de aanpak bijsturen om zo steeds dichter bij het gewenste resultaat te komen.
Omgevingsprogramma Warmte | 19
5 5 De Negen Actielijnen van het Omgevingsprogramma 5.1 Doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak De actielijnen zijn gericht op specifieke doelgroepen en op (het verkennen van) een gebiedsgerichte aanpak. Ze zijn hierna toegelicht en uitgewerkt in acties voor de jaren 2024 en 2025. Bij elke actie is aangegeven welk team trekker is en met welke interne teams en externe partijen samengewerkt wordt. Doelgroepen zijn particuliere woningbezitters; inwoners in energie-armoede (met een hoge energierekening en laag inkomen); monumenten; VvE’s; woningcorporaties; particuliere (ver)huurders; bedrijven en (gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed. Daarnaast wordt een gebiedsgerichte aanpak verkend. De doelgroep waar de meeste impact te behalen is voor de beoogde aardgasreductie is koopwoningen (grondgebonden en VvE). Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende doelgroepen/actielijnen.
Woninggericht
Eigenaar- gericht
Gebiedsgericht
1. Grondgebonden Koopwoningen (met extra aandacht voor DEFGenergie labels)
4. Vereniging van Eigenaren (VvE)
9. Gebiedsgerichte aanpak
2. Aanpak energie-armoede (koop en huur)
5. Woningcorporaties
3. Monumenten en beschermd stadsgezicht
6. Particuliere verhuurders
7. Bedrijven 8. (Gemeentelijk) Maatschappelijk Vastgoed
Doelgroepen/actielijnen
0. Ondersteunende activiteiten
Omgevingsprogramma Warmte | 20
5 5.2 Actielijn 1: Grondgebonden koopwoningen met extra aandacht voor slecht scorende energielabels. Deze actielijn sluit aan op actielijnen 1 en 3 uit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en richt zich op isolatie en de overstap naar een (laagtemperatuur, midden temperatuur of hybride) warmtepomp bij bestaande22 koopwoningen, (behalve vve’s, en monumenten23) met extra aandacht voor woningen met slecht scorende energielabels24. Rol gemeente: faciliterend (energiecoaches), activerend (communicatie), stimulerend (financiële stimulans), regisserend.
5.2.1 Ontwikkelen en uitvoeren Lokale Aanpak Isolatie Koopwoningen voor koopwoningen met slecht scorende energielabels. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma kan elke gemeente sinds 1 maart 2023 een Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie aanvragen. Per gemeente zijn rijksmiddelen gereserveerd, rekening houdend met het aantal koopwoningen met laag scorende energie labels, gecombineerd met het aantal lage inkomens in de gemeente. Gemeenten ontvangen gemiddeld 1.460 euro per te verbeteren woning. Hieraan is een doelstelling gekoppeld in aantal woningen waar 1 of meer isolatiemaatregelen moeten worden getroffen. De gemeente Krimpenerwaard heeft NIP-middelen ontvangen waarmee vóór eind 2026 in 724 woningen 1 of meer isolatiemaatregelen getroffen moeten zijn. Deze middelen zijn bedoeld voor koopwoningen met een laag scorend energielabel. Minimaal 80% van de woningen moet een WOZ-waarde hebben dat onder het gemiddelde ligt (€382.000,-). Deze SPUK Lokale Aanpak Isolatie mag worden ingezet voor het uitvoeren van een of meer energiebesparende maatregelen. En voor het bieden van gerichte ondersteuning zoals energie of financieel advies of de organisatie van straat- of wijkgerichte aanpakken.
5.2.2 Collectieve advies- en inkoopactie voor grondgebonden koopwoningen De gemeente gaat het organiseren van collectieve advies- en inkoopacties van energiemaatregelen voor particuliere koopwoningen (excl. VvE’s) tot 2030 structureel voortzetten. Woningeigenaren worden verregaand ontzorgd in het proces van oriëntatie, keuze van de maatregelen, advies, offerteaanvraag en de uitvoering. Het aanbod van energiemaatregelen (isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepomp, isolerend glas, maar ook zonnepanelen) zal gericht zijn op alle 22 Voor alle nieuwbouw geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna
Energieneutrale Gebouwen (BENG). 23 Voor VvE’s en monumenten zijn aparte actielijnen opgenomen in dit omgevingsprogramma. Slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn: a. de vloer en de bodem; b. de gevel, waaronder de spouwmuur; c. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; d. de ramen; 24
Omgevingsprogramma Warmte | 21
5 grondgebonden koopwoningen, met extra aandacht voor woningen met een label D of slechter (de lokale aanpak). Het aanbod van de advies- en inkoopactie zal ook aan andere huishoudens, die niet onder de doelgroep van de lokale aanpak vallen, worden gericht. Te denken valt aan de doelgroep van slecht geïsoleerde woningen met een relatief hoge WOZ. En ook aan woningen met relatief hoge energiekosten in het buitengebied (ca. 1600 woningen). Daar valt een hoge besparing te realiseren. Zo wordt met relatief weinig extra inspanning een grotere doelgroep en dus schaalvoordeel bereikt.
5.2.3 Activeringscampagne (zie ook 5.11.2.1) Er wordt gemeente breed een communicatieplan voor de warmtetransitie opgesteld. Het energieloket (huidige Duurzaambouwloket)25 speelt hierbij een belangrijke rol als centraal informatiepunt. Voor de doelgroep koopwoningen is er specifieke aandacht om mensen te activeren stappen te zetten in de verduurzaming. Diverse manieren van activering kunnen de impact van collectieve inkoopacties vergroten. Een brief aan huis en informatiebijeenkomsten zijn daarbij beproefde en effectieve communicatiemiddelen gebleken. Verder kunnen warmtescans die inzicht bieden in de isolatielekken in woningen mensen motiveren, kan een mobiele showroom op markten inwoners informeren en motiveren en nemen we deel aan de Duurzame Huizenroute waar inwoners elkaars woningen kunnen zien. De gemeente gaat een netwerk van koplopers en ambassadeurs opbouwen die een belangrijke rol kunnen spelen in de activering. Daarnaast zal bekendheid worden gegeven aan acties via (sociale) media en mogelijk ook in de buitenruimte. Zie ook actielijn 0, paragraaf 5.11.2 (Scheppen Randvoorwaarden: actie 0.3 Communicatie en activatieplan).
5.2.4 Financiële ontzorging woningeigenaar 5.2.4.1 Nationale regelingen Om energiebesparing voor iedereen mogelijk te maken zijn landelijk verschillende financieringsmogelijkheden opgezet. Met de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) kun je als woningeigenaar subsidie ontvangen voor isolatiemaatregelen zoals glasisolatie en vloerisolatie. Het Nationaal Warmtefonds biedt laagdrempelige leningen voor verduurzaming van de eigen woning. De uitkering vanuit het NIP is bedoeld om woningeigenaren tegemoet te komen bij de financiering van isolatiemaatregelen aan kwetsbare woningeigenaren met een laag inkomen en met D/E/F/Glabels. De gemeente gaat ook de Energie Armoede-gelden hiervoor inzetten. Deze extra bijdrage mag gestapeld worden met alle andere lokale en landelijke regelingen26 en mag gecombineerd worden met financieringen zoals de Energiebespaarlening.27 Het inregelen en uitkeren van deze extra financiële bijdrage aan huishoudens is als activiteit ondergebracht in deze actielijn en brengt