1.3 Bijlage - Integrale VTH-nota ODMH 2023-2026 977959
Tekst van het document
8.5. Controle op bouw- en sloopveiligheidsplan Het bevoegd gezag ziet toe op de hoofdstukken 3 (Bestaande bouw), 6 (Gebruik van bouwwerken) en 7 (Bouw- en sloopwerkzaamheden) van het Bbl. Dit valt niet onder de taken van de kwaliteitsborger en blijft dus de taak van het bevoegd gezag, evenals de handhaving op deze hoofdstukken. Dit betekent o.a. dat de controle op constructies die tijdens de bouw nodig zijn voor de instandhouding en de veiligheid van de omgeving van het bouwwerk (o.a. bouwkuipen, stempelconstructies en invloed van bemaling op de bebouwde omgeving) een taak blijft van het bevoegd gezag. Het bouw- en sloopveiligheidsplan t.b.v. de omgevingsveiligheid wordt een separaat onderdeel naast de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit onder de Omgevingswet.
8.6. Controle op Omgevingsplanactiviteit Hiervoor is al vermeld dat het bevoegd gezag aan de omgevingsplanactiviteitkant van de Knip toezicht moet blijven houden. Aan de omgevingsplanactiviteitkant van de Knip wordt toezicht gehouden op bijvoorbeeld welstand en op ruimtelijke bouwregels zoals plaats en afmetingen, maar ook op de activiteit aanleggen. Indien er sprake is van een vergunning voor een functiewijziging wordt bij de controle tevens gekeken naar brandveiligheidsaspecten.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
41
8.7. Gevolgklasse 2 en 3 De Wkb is, zoals vermeld, vooralsnog alleen van toepassing op bouwwerken in gevolgklasse 1. Het huidige toezicht (op bouwtechnische en omgevingsplanactiviteiten) op bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 blijft dan ook gehandhaafd.
8.8. Overgangsrecht, vergunningverlening en bouwtoezicht Als een bouwwerk in beginsel in gevolgklasse 1 valt (de Wkb is dan van toepassing), maar de vergunning is verleend onder het recht dat gold voor inwerkingtreding van de Wkb, dan blijft het bouwtoezicht gehandhaafd zoals dat voorafgaand aan de Wkb plaatsvonden. Deze “oude” wijze van toezichthouden wordt vervolgd totdat het bouwwerk is opgeleverd of de vergunning is ingetrokken. Daarbij zij opgemerkt dat in zaken waarin de vergunning wordt ingetrokken, vaak nog weinig tot niets is gebeurd en dus waarschijnlijk nog geen toezicht heeft plaatsgevonden. De Omgevingswet kent ook in geval van handhavend optreden overgangsrecht. Dit heeft vooral gevolgen voor de wettelijke handhavingsgrondslagen en niet zozeer voor de wijze of mate van toezicht.
8.9. Informeren van toelatingsorganisatie en de instrumentaanbieder Onder de Wkb worden verschillende nieuwe “spelers” geïntroduceerd. Zo is daar de kwaliteitsborger die controleert op bouwkwaliteit. Hij doet dit aan de hand van een instrument. Dit instrument worden gemaakt door een instrumentaanbieder. De toelatingsorganisatie is belast met toetsing en toelating van instrumenten voor kwaliteitsborging en met toezicht en handhaving op het stelsel van kwaliteitsborging. De Wkb voorziet in een controlestelsel waarbij deze spelers elkaar of een onderdeel van het bouwproces controleren. De Nota van Toelichting bij het Besluit kwaliteitsborging verwoordt het aldus: Om te komen tot een heldere verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn de bevoegdheden van partijen als volgt verdeeld: – de instrumentaanbieder controleert of de kwaliteitsborger voldoet aan de in het instrument voor kwaliteitsborging gestelde eisen; – de kwaliteitsborger controleert of de bouwactiviteit voldoet aan de bouwtechnische regels voor en tijdens de bouw en voor de gereedmelding; – de toelatingsorganisatie houdt toezicht op de toepassing van de instrumenten voor kwaliteitsborging en aanbieders daarvan en de werking van het stelsel; – de gemeente is als bevoegd gezag belast met het toezicht op de naleving van de bouwregelgeving en draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving bij overtreding
van die regelgeving. De vraag is nu of het bevoegd gezag lijdzaam toeziet als een kwaliteitsborger een instrument niet goed toepast. Voor een antwoord op die vraag is van belang of het bevoegd gezag wettelijk gezien verplicht is om misstanden te melden bij één van de voornoemde organisaties. Voor zover kon worden nagegaan bestaat zo’n verplichting niet. De ODMH kiest ervoor om wel een taak op dat gebied naar zich toe te trekken. Als misstanden worden gesignaleerd zal de ODMH zowel de instrumentaanbieder als de toelichtingsorganisatie daarvan op de hoogte stellen. Door beide organen in te lichten, ontstaat meer zekerheid dat één van beide organisatie de melding oppakt.
8.10.
Asbest
Toezicht en handhaven in zaken waarin asbesthoudende materialen in het spel zijn is een speerpunt van de ODMH. Dat zal het onder de Omgevingswet ook blijven. De ODMH beschikt over een asbestteam met asbesttoezichthouders. Dit zijn medewerkers die de relevante opleiding en training hebben gehad op het gebied van asbest. De uitvoering van de asbesttaak staat beschreven in het Asbestprotocol (intern document, herziene versie 2017).
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
42
Hoofdtaak: calamiteiten De ODMH past het principe toe van “eerst beheersen en dan saneren”. Dit betekent dat wij in geval van een calamiteit eerst zorgen dat de gezondheid van bewoners en/of gebruikers van een pand of erf niet langer gevaar loopt. Dit gebeurt door een pand ontoegankelijk te maken door dit te verzegelen. Ook erven en terrein kunnen ontoegankelijk worden gemaakt door een lint of soms hekken te plaatsen. Zodra de situatie is beheerst, wordt onderzocht hoe de calamiteit kan worden verholpen. Soms kunnen hierover goede afspraken met een eigenaar worden gemaakt, zodat de ODMH slechts monitort of de asbestverwijdering goed verloopt. Soms is een last onder dwangsom nodig om te garanderen dat een asbestverontreiniging tijdig wordt verwijderd. De wachtdienst De wachtdienst milieu krijgt de meldingen door van de meldkamer DCMR. Indien er asbest in het spel is zullen zij de melding doorgeven aan de wachtdienst BWT. De wachtdienst BWT treed onder andere op bij asbestcalamiteiten die worden doorgegeven door de wachtdienst milieu en de meldkamer van de brandweer. Naar aanleiding van een melding zal de wachtdienstmedewerker de situatie ter plaatse beoordelen en indien nodig deskundige partijen inschakelen (asbestinventarisatie en verwijdering).
Als de veroorzaker/eigenaar er niet toe kan worden bewogen om zelf de asbestverwijdering ter hand te laten nemen, kan de wachtdienstmedewerker (spoedeisende) bestuursdwang toepassen. De wachtdienst monitort het gehele proces tot het moment waarop een positieve eindbeoordeling plaatsvindt. Asbest en GRIP Indien er sprake is van een gecoördineerde regionale incidentenbestrijdingsprocedure (GRIP) waarbij sprake is van asbestverontreiniging zal de wachtdienst van handhavend optreden overgaan tot het adviseren van de gemeente waar het incident plaatsvindt. Het gaat dan om adviezen ten aanzien van de aanpak en ondersteuning bij asbestinventarisatie en -verwijdering en monitoring en verslaglegging van asbestgerelateerde onderwerpen. Hoofdtaken: beoordelen sloopmelding en toezicht Naast de hoofdtaak van het optreden in geval van calamiteiten heeft het asbestteam nog twee andere hoofdtaken, namelijk “beoordeling van de sloopmelding” en “toezicht tijdens asbestverwijdering”. Tijdens de beoordeling van de sloopmelding wordt beoordeeld of de melding voldoet aan het Besluit bouwwerken leefomgeving en wordt vastgesteld welke mate van toezicht nodig is tijdens de sloop/asbestverwijdering. Zo wordt in gevallen waarin de asbestverwijdering is ingedeeld in risicoklasse 1 in beginsel steekproefsgewijs toezicht gehouden.
Bij gevallen in risicoklasse 2 wordt in beginsel één op de vijf gevallen gecontroleerd. Als sprake is van verzwarende omstandigheid, zoals verontreinigingen of verwijdering door een veelpleger, dan zal strenger wordt gecontroleerd. In gevallen in risicoklasse 2a wordt altijd gecontroleerd. De Omgevingswet Als de Omgevingswet in werking treedt komt de beoordeling van sloopmeldingen waarbij bedrijfsmatig asbest wordt verwijderd onder het basistakenpakket van de ODMH te vallen. Toezicht en handhaving werden hiervoor al wel door de ODMH uitgevoerd. De particuliere sloopmeldingen blijven buiten het basistakenpakket. Daarnaast behoort ook per inwerkingtreding van de Omgevingswet het bedrijfsmatig laten opruimen van asbest en asbesthoudende producten die vrijgekomen zijn ten gevolge van een incident tot het basistakenpakket. Als sprake is van een handhavingssituatie wordt naast het volgen van de gebruikelijke sanctiestrategie ook de certificerende instantie en/of de Nederlandse Arbeidsinspectie door ons geïnformeerd over de geconstateerde tekortkomingen.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
43
Toekomst De OMDH zal onverminderd de nadruk blijven leggen op asbestverwijdering waar risico’s voor de omgeving te verwachten zijn en in situaties die extra aandacht vragen, bijvoorbeeld asbestverwijdering uit publieke gebouwen. Uit onderzoek door Omgevingsdiensten is gebleken dat meer dan 50% van de asbesthoudende producten die bij de (provinciale) stortplaatsen terecht komen niet te herleiden zijn tot sloopmeldingen of niet op legale wijze zijn verwijderd. De ODMH wil in 2023 onderzoeken hoe het met deze situatie is gesteld in het eigen werkgebied. De focus zal daarbij liggen op de vraag of het steeds gaat om situatie waarbij asbestverontreiniging optreedt. Verder zal de ODMH blijven inzetten op opleiding en training van het asbestteam om ervoor te zorgen dat het op de hoogte blijft van ontwikkelingen in de wet- en regelgeving.
8.11.
Brandveiligheid
De ODMH treedt handhavend op in situaties waar sprake is van gevaar voor de brandveiligheid. Die situaties komen aan het licht door controles of klachten. Er zijn drie categorieën controles. - Ten eerste de controles op basis van ingediende meldingen brandveilig gebruik. Een melding is verplicht bij onder andere kamerverhuur. Deze controles worden uitgevoerd door Brandweer Hollands Midden, onderdeel van de Veiligheidsregio Hollands Midden (hierna: brandweer). - Daarnaast worden periodieke controles uitgevoerd. Dit gebeurt door de brandweer. - De laatste categorie bestaat uit controles in het kader van bouwtoezicht als een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is verleend. De toezichthouders van ODMH beoordelen tijdens dergelijke controles ook de brandveiligheidsvoorzieningen. ODMH beschikt over toezichthouders die geschoold zijn op dit het gebied van brandveiligheid. Wanneer nodig worden deze bouwcontroles samen met de brandweer uitgevoerd. Wanneer de brandweer een onveilige situatie heeft waargenomen met betrekking tot de bouwkundige staat van een pand, meldt zij dit bij de ODMH. De ODMH kan dan handhavend optreden. Dat kan bij gevaarlijke situaties (in overleg met de brandweer vastgesteld) bestaan uit direct handhavend optreden, zoals het uitvoeren van onmiddellijke bestuursdwang en/of het evacueren van bewoners of gebruikers van een pand.
Andersom informeert de ODMH de brandweer wanneer brandonveilige situaties worden gesignaleerd tijdens een controle. Wanneer geen sprake is van acuut gevaar gaat ODMH in gesprek met de eigenaar of huurder om diegene te bewegen maatregelen te nemen om de situatie op orde te brengen. Wanneer er geen bereidheid is of een stok achter de deur nodig is, wordt handhavend opgetreden door het opleggen van een last onder dwangsom om te garanderen dat maatregelen worden genomen om de situatie veilig te maken. Er wordt samengewerkt met de brandweer door, indien nodig, samen controles uit te voeren en advies te vragen aan de brandweer. De brandweer adviseert over aanvragen omgevingsvergunningen bouw en in handhavingszaken over de benodigde maatregelen om een situatie veilig (of nog veiliger) te maken. In de aanloop naar de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging wordt met de brandweer afgestemd welke werkprocessen anders moeten worden ingericht om de brandveiligheid te blijven waarborgen. In 2023 blijven wij intensief samenwerken met de brandweer op het gebied van brandveiligheid.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
44
8.12.
Prioritering en (verzoeken om) handhavend optreden
Volgens rechtspraak mogen in het handhavingsbeleid prioriteiten worden gesteld, bijvoorbeeld als het gaat om de mate van toezicht op naleving van voorschriften. Handhavingsbeleid mag niet inhouden dat tegen laaggeprioriteerde overtredingen in het geheel niet handhavend zal worden opgetreden. Daarmee zou het te handhaven wettelijk voorschrift immers worden ondergraven. Het bevoegd gezag kan een verzoek om handhaving niet afwijzen met een enkele verwijzing naar zijn handhavingsbeleid waarin aan de desbetreffende overtreding een lage prioriteit is toegekend. Volgens de beginselplicht tot handhaving is het bevoegd gezag in beginsel verplicht op te treden tegen overtredingen. Alleen in bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgezien. We volgen vaste jurisprudentie hieromtrent. In de bovenstaande situatie is sprake van een officieel verzoek om handhavend optreden. Die situatie moet onderscheiden worden van de onderstaande situatie waarin het bevoegd gezag een standpunt moet innemen over een bouwwerk met een lage prioriteit dat onder de aandacht is gekomen naar aanleiding van, bijvoorbeeld, een klacht/melding.
8.13.
Nul-prioriteit en ‘uitgesteld handhaven’
Naar aanleiding van een klacht/melding kan een situatie ontstaan waarin het bevoegd gezag een overtreding constateert en de overtreder daarvan op de hoogte stelt. De desbetreffende overtreding heeft echter een zodanig lage prioriteit dat het bevoegd gezag handhavend optreden niet noodzakelijk acht. Het bevoegd gezag kan dan “uitgesteld handhaven”. In de handhavingspraktijk van de ODMH worden die zaken ook wel aangeduid als zaken met een ‘nul-prioriteit’. Als een zaak een nul-prioriteit krijgt, wordt een brief verstuurd aan de overtreder waarin staat dat sprake is van een overtreding, maar dat er in verband met een lage prioriteit vooralsnog niet handhavend wordt opgetreden. Als de overtreding in omvang toeneemt, bij handhavingsverzoeken van derden en/of zodra de gemeente daartoe anderszins aanleiding ziet, kan alsnog handhavend worden opgetreden. Door mee te delen dat sprake is van een overtreding en dat niet definitief wordt afgezien van handhavend optreden kan bij de betrokkene niet het vertrouwen ontstaan dat nooit meer handhavend tegen de overtreding wordt opgetreden. ‘Uitgesteld handhaven’ vindt nooit plaats ten aanzien van een bepaalde groep bouwwerken of gebiedsgericht. Uitgesteld handhaven vindt slechts plaats als zich een specifiek geval voordoet waarin sprake is van een bouwwerk (of gebruik) dat niet of nauwelijks impact op de omgeving heeft.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
45
Uitgangspunten Toezicht en handhaving • • • • • • • • •
ODMH volgt de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Toezicht wordt uitgevoerd op basis van een risicoanalyse: activiteiten met een hoger risico of een hogere impact op de omgeving worden vaker gecontroleerd dan activiteiten met een laag risico of met weinig impact Naleefgedrag wordt meegewogen in de risicoanalyse De ODMH zet in op informatiegestuurd toezicht en de verbetering van datakwaliteit De ODMH gebruikt toezichtsplannen voor specifieke bedrijven of branches De ODMH is 24/7 bereikbaar voor klachten en calamiteiten Controles worden in principe niet van te voren aangekondigd De ODMH zet bij (handhavings-)conflicten mediation in indien de situatie zich daarvoor leent en probeert waar mogelijk via een informele aanpak tot een oplossing te komen met partijen Bij bewuste en/of grove overtredingen wordt de inzet van strafrecht nadrukkelijk overwogen
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
46
DEEL III Inhoudelijke onderwerpen Dit deel van de nota behandelt inhoudelijke onderwerpen. In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op enkele belangrijk inhoudelijke thema’s die de komende jaren extra aandacht krijgen, zoals zeer zorgwekkende stoffen, energiebesparing bij bedrijven en circulaire economie. Op pagina 52 vindt u een samenvatting, geformuleerd in uitgangspunten over de inhoudelijke thema’s. Dit is geen limitatieve opsomming.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
47
9. INHOUDELIJKE THEMA’S 9.1. Afval en circulaire economie Vanuit de strategie ‘Circulair Zuid-Holland: Samen Versnellen’ werkt de ODMH samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten en de provincie om de afvalberg te verkleinen en het gebruik van nieuwe natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen te voorkomen. De vraag ‘is het afval of een grondstof?’ staat meestal centraal. Door gebruik te maken van de experimenteerruimte worden pilots mogelijk gemaakt met afvalstoffen. Bijvoorbeeld om te onderzoeken hoe afvalstoffen toegepast kunnen worden als bijproduct of grondstof, al dan niet na bewerking. Er zijn diverse werkgroepen: de werkgroep ‘einde afvalstatus’, de werkgroep ‘Groenafval in of op de bodem’ en de werkgroep ‘Producentenverantwoordelijkheid zonnepanelen’. Voor experimenten met de toepassing van groene reststromen als bodemverbeteraar of meststof (zoals bokashi), werden in het verleden ontheffingen op grond van artikel 10.63 van de Wet milieubeheer afgegeven namens Gedeputeerde Staten door de ODMH voor het gehele grondgebied van de provincie Zuid-Holland. Ontheffingen werden verleend voor experimenten die pasten binnen het kennisprogramma Circulair Terreinbeheer (CT) dat door de Wageningen University Research is opgezet om te kijken onder welke voorwaarden reststoffen die vrijkomen bij terrein- en waterbeheer hoogwaardig kunnen worden benut.
In de ontheffingen werden voorschriften opgenomen waarmee onder meer werd geregeld dat bij onbedoelde vervuiling van de bodem de toegepaste groene reststromen verwijderd moesten worden. Onder de Omgevingswet vallen dergelijke toepassingen onder de milieubelastende activiteit ‘het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen’ (paragraaf 3.2.14 van het Bal). Hiervoor is niet langer de provincie maar de gemeente het bevoegde gezag. Op dit moment evalueert de ODMH de provinciale beleidsregel voor het maken en toepassen van Bokashi. De Provincie heeft de omgevingsdienst in de Programmatishe aanpak ZZS, afval en CE gevraagd een warme overdracht van de bevoegdheid richting gemeenten te verzorgen. De evaluatie van het gevoerde beleid vormt daar een onderdeel van.
9.2. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) In het werkgebied van de ODMH zijn bedrijven en activiteiten geconcentreerd waarbij de emissie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een aandachtspunt is. Wij zetten in op een proactieve aanpak van de minimalisatieverplichting van bedrijven om daarmee de blootstelling van omwonenden en milieu aan ZZS verder te beperken en terug te dringen tot een verwaarloosbaar niveau. Hierbij kijken wij ook naar zogeheten potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (pZZS), dus stoffen waarvan we vermoeden dat het Zeer Zorgwekkende Stoffen zijn maar waar dit nog niet met zekerheid te zeggen is. In 2018 zijn wij middels een programmatische aanpak ZZS actief aan de slag gegaan met het terugdringen van de emissie van en blootstelling aan potentieel ZZS ((p)ZZS). Inmiddels zijn alle bedrijven waarbij zich een milieubelastende activiteit bevindt aangeschreven om inhoud te geven aan de informatieplicht voor ZZS. De uitkomsten van deze aanschrijving zijn betrokken bij de reguliere actualisatie van de omgevingsvergunning. In de periode 2023 - 2026 zijn de volgende hoofdacties te verwachten met betrekking tot (p)ZZS: • Een voortschrijdende uitvraag aan bedrijven die er op gericht is zicht te krijgen op alle (p)ZZS en het verkregen inzicht te verwerken in omgevingsvergunningen.
Voor de gewenste voortgang van onze stapsgewijze benadering zijn wij afhankelijk van het Rijk ( o.a. herziening SGS Intron rapport betreffende ZZS in afval);
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
48
•
Het bijdragen aan een regionaal kennisschakelpunt gericht op het verspreiden en ontwikkelen van kennis bij de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, waterschappen en gemeenten op het snijvlak van ZZS-afval-circulaire economie, in samenwerking met het Rijk, Rijkswaterstaat en diverse kennisinstellingen zoals het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
9.3. Scherper vergunnen op grond van het Schone Lucht Akkoord Met de invoering van de Omgevingswet komt er ook ruimte om meer invulling te geven aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Deze gaat ervan uit dat er gezondheidswinst is te behalen door strengere emissiegrenswaarden te stellen voor de industrie en de agrarische sector. In de praktijk wordt dit ook wel aangeduid met strenger vergunnen. Het SLA is ondertekend door alle deelnemers aan de ODMH.
9.3.1. SLA en de industrie Daarom zullen wij bij de industriële bedrijven, overeenkomstig het SLA, emissiegrenswaarden stellen die zo dicht mogelijk aan de onderkant van de BBT-range liggen. Dat doen wij bij nieuwe en te actualiseren vergunningen.
9.3.2. Emissiegrenswaarden agrarische bedrijven Voor alle veehouderijen wordt, bij een actualisatie, een emissiegrenswaarde voor fijnstof en ammoniak bepaald die uitgaat van de meest doeltreffende toepassing van de beslissingsruimte van het bevoegd gezag uit het beoordelingskader van artikel 4.22 Omgevingswet en eventueel uit het aanvullende beoordelingskader in de provinciale omgevingsverordening. Het doel is dat resultaat wordt geboekt voor schone lucht. Dit wil zeggen dat een beslissing wordt genomen die resultaatgericht is op basis van de volgende beoordelingen en afwegingen: • Zoveel mogelijk preventie op basis van maatregelen die milieuschade voorkomen; • Zoveel mogelijk preventie op basis van maatregelen die gezondheidsrisico’s vermijden; • Toepassing van de best presterende BBT (dus niet altijd de onderkant van een emissie-range) om tot de scherpst mogelijke emissiegrenswaarde te komen die geassocieerd kan worden met die best presterende BBT; • Vermijden van significante effecten in de omgeving van het bedrijf, gelet op de geldende omgevingswaarden voor fijnstof en ammoniak, alsmede gelet op de regels in het Omgevingsplan die gesteld zijn vanwege het evenwicht tussen de functies in het gebied.
9.3.3. Nieuwe activiteiten en bestaande activiteiten De strengere emissiegrenswaarden gelden voor nieuwe activiteiten en voor bestaande activiteiten. Bij nieuwe activiteiten gaat het om de uitbreiding of de oprichting van een nieuw bedrijf. Bij bestaande activiteiten gaat het om bedrijfsactiviteiten die ongewijzigd plaatsvinden op een locatie. Voor die bedrijven wordt de bestaande emissiegrenswaarde vervangen door een nieuwe scherpe grenswaarde. Dit gebeurt als sprake is van nieuwe BBT-conclusies (uiterlijk 4 jaar na publicatie daarvan) en als wij informatie hebben over de bedrijfsactiviteiten (uit toezicht of uit monitoring en onderzoekverplichtingen) waarbij wij concluderen dat een bestaande emissiegrenswaarde niet voldoet aan het doel van het Schone Lucht Akkoord. Wij zullen dan ambtshalve een maatwerkbesluit nemen en de strengere emissiegrenswaarden opnemen in de vergunning.
9.3.4. Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en keuzes Als een bedrijf van mening is dat de onderkant van de BBT-range niet haalbaar is, moet dit door het bedrijf technisch en economisch worden onderbouwd. De bewijslast hiervoor ligt dus bij het bedrijf. Als een aanvraag van bijvoorbeeld een veehouderij om een minder strenge grenswaarde onvoldoende informatie bevat om hierover een besluit te nemen, laten wij de aanvraag buiten behandeling. Hierbij baseren wij ons op de centrale doelstelling van de Ow, dat altijd sprake dient te zijn van een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel. Op grond van artikel 4.22, lid 2 onder a van de
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
49
Ow moeten alle passende maatregelen worden getroffen ter bescherming van de gezondheid en ter bescherming én verbetering van het milieu.
9.4. Schone luchtakkoord en houtstook Onder de Omgevingswet kunnen gemeenten via het Omgevingsplan lokale regels stellen over het gebruik van open haarden en houtkachels. De gemeente kan ook kiezen om ambities rond houtstook op te nemen in een omgevingsvisie of maatregelen over houtstook in een programma op te nemen. De aanwezigheid van houtkachels kan niet worden verboden. Met algemene regels of een lokale vergunningplicht kunnen gemeenten voorwaarden aan houtstook verbinden. Ook zijn lokale regels mogelijk voor houtstook buitenshuis, zoals vuurkorven en buitenhaarden. Afdeling BWT controleert, zonder aanvullende lokale regels, of aan de technische regels uit het Bbl wordt voldaan. Daarnaast informeren wij over de regels goed stookgedrag haarden en houtkachels. Het verstrekken van informatie kan ook mogelijk bijdrage tot het voorkomen van overlast situaties. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de website van de ODMH. Indien door gebruik toch overlastsituaties ontstaan kan worden bezien of buurtbemiddeling of mediation kan worden ingezet.
9.5. Energiebesparing bij bedrijven Sinds de invoering van de Wet milieubeheer zijn duurzaamheidsaspecten een steeds grotere rol gaan spelen in het milieutoezicht. Met het nationale energie akkoord is een aanzienlijke verandering van wetgeving doorgevoerd. Eén van de belangrijke doelstellingen in het akkoord is dat bedrijfsleven en overheid samen een extra bijdrage leveren aan energiebesparing. Een andere doelstelling is dat Nederland over twee jaar honderd petajoule minder energie moet verbruiken ten opzichte van 1990. De ODMH voert namens de gemeenten de taak uit om de naleving van de verplichtingen op gebied van energiebesparing bij bedrijven te bevorderen. Daarnaast hebben de meeste gemeenten een duurzaamheidsambitie die de bedrijven raakt. Tijdens de jaarprogrammabesprekingen nemen de ODMH en gemeenten de wensen door, zodat kan worden gezorgd voor een goede aansluiting bij de duurzaamheidsambities uit de collegeprogramma’s. In overleg met de gemeente worden op maat gemaakte branche- en gebiedsgerichte projecten uitgevoerd. De ODMH heeft de laatste jaren gefocust op de informatieplicht en energiebesparingsplicht. Gezien de landelijke ontwikkelingen worden steeds meer aspecten meegenomen tijdens de bezoeken bij bedrijven.
Ook voorlichting over de besparingsmogelijkheden hoort daarbij, een bedrijf kan bijvoorbeeld worden ‘uitgedaagd’ om meer te doen dan het wettelijk minimum. Ook is er aandacht voor de gevolgen voor de veiligheid en gezondheid bij de energietransitie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het hoofddoel van de Energietransitie de CO₂-reductie is. Energiebesparing op fossiele brandstof leidt automatisch tot CO₂-reductie. Met de actualisatie van de energiebesparingsplicht wordt er daarnaast ingezet op hernieuwbare energie als alternatief voor fossiele brandstoffen. Daarom wordt de energiebesparingsplicht uitgebreid met maatregelen voor het opwekken van hernieuwbare energie op de eigen locatie en de overstap op een andere energiedrager met als effect een lagere CO₂-uitstoot. Belangrijk uitgangspunt hierbij blijft dat het treffen van dergelijke maatregelen pas verplicht wordt, wanneer de maatregelen een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar hebben. Door veranderingen in energiekosten, prijzen van maatregelen en technische innovaties, zullen de maatregelen die een terugverdientijd van 5 jaar of minder hebben in de loop van de tijd veranderen. Gezien de landelijke doelstellingen is extra wet- en regelgeving opgesteld om het klimaatdoel uiteindelijk te halen.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
50
9.5.1. Behouden voorloperspositie Voor elke branche zijn landelijk specifieke technische maatregelen benoemd. De erkende maatregelenlijsten worden met de jaren specifieker en uitgebreider. De energiewerkzaamheden vereisen specialistische kennis, waarvoor energiespecialisten binnen de ODMH zijn aangesteld. De ODMH behoort, qua kennis en vastlegging van inzet en data, landelijk tot de koplopers op het gebied van energiebesparing bij bedrijven. We willen deze vooraanstaande positie handhaven, bijvoorbeeld door deel te blijven nemen aan diverse overleggen en door scholing.
9.5.2. Samenwerking Samenwerking op het thema energiebesparing is essentieel. De ODMH is vertegenwoordigd in diverse landelijke en provinciale overleggen. Een voorbeeld daarvan is het Zuid-Hollandse Energieoverleg PZHOD, waarin de samenwerking wordt gezocht met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland en met de provincie Zuid-Holland. Eens in de twee maanden is een landelijk energie-overleg met alle diensten en bevoegd gezagen uit het land. Er zijn daarnaast rechtstreekse contacten met de verantwoordelijke ministeries en instanties, waardoor wij snel op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen (EZK, BZK, VNG, IPO, RWS). De ontwikkelingen en werkzaamheden met betrekking tot energiebesparing zijn verder uitgewerkt in bijlage 9.
9.6. Gezondheid Onder de Omgevingswet neemt gezondheid een steeds grotere rol in bij de afweging en toetsing van initiatieven en aanvragen. De ODMH zoekt, waar nodig, nadrukkelijk de samenwerking met de GGD, bijvoorbeeld bij veehouderijen (Q-koorts, emissies van stoffen en stalsystemen), geluid (waaronder laagfrequent geluid), straling (EMV).
9.7. Overige thema’s Naast bovenstaande specifieke thema’s behoren de meer algemene onderwerpen, zoals bodem, geluid en lucht tot de permanente aandachtsgebieden. Voor deze onderwerpen kunnen kaders en uitgangspunten zijn geformuleerd in aparte beleidsregels. Die beleidsregels gelden naast deze nota VTH. Deze onderwerpen zijn verder beschreven in bijlage 8.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
51
Uitgangspunten inhoudelijke thema’s • • • • •
De ODMH zet zich samen met partners in om de afvalberg te verkleinen en het gebruik van nieuwe natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen te voorkomen (circulaire economie) De ODMH zet zich in op een proactieve aanpak van de minimalisatieverplichting van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) om daarmee de blootstelling van omwonenden en milieu aan ZZS verder te beperken De ODMH stelt emissiegrenswaarden voor de industrie en de agrarische sector die passend zijn bij het Schone Lucht akkoord De ODMH informeert inwoners over goed stookgedrag haarden en houtkachels Energiebesparing bij bedrijven is een belangrijk speerpunt. De ODMH vult dit in door middel van voorlichting en toezicht.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
52
DEEL IV Samenwerking ,kwaliteit en communicatie Dit deel van de nota beschrijft hoe de ODMH samenwerkt met partners (hoofdstuk 10), hoe de ODMH kwaliteit borgt (hoofdstuk 11) en gaat in op het onderwerp communicatie (hoofdstuk 12). Op pagina 62 vindt u een samenvatting van de hoofdstukken 10, 11 en 12, geformuleerd in uitgangspunten. Dit is geen limitatieve opsomming.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
53
10.
Samenwerking
Het samenwerken op het gebied van toezicht en handhaving vindt plaats op basis van verschillende motieven. Zo kunnen effectiviteit en efficiëntie aanleiding zijn voor samenwerking, maar ook een wettelijke verplichting of een beleidsstandpunt zoals ‘de motie Aptroot’ (“Meer effect met minder toezichtslast”). Ook de vorm van de samenwerking kan verschillen: van een gezamenlijke controle met alle relevante partners (controleren met elkaar), tot signaaltoezicht voor de ander bij reguliere inspecties (controleren voor elkaar). Daarnaast kan samenwerking ook bestaan uit het delen van informatie. Het uitwisselen van informatie en het delen van kennis en kennisontwikkeling is een van de aanbevelingen van het eerder aangehaalde rapport van de commissie Van Aartsen. Daar wordt op verschillende manieren invulling aangegeven.
10.1.
Samenwerking binnen de ODMH
Binnen de ODMH werken de verschillende afdelingen samen op het gebied van toezicht. Op die manier wordt toezichtcapaciteit efficiënter ingezet en wordt in sommige gevallen de toezichtlast voor de ondernemer verminderd. Hieronder volgt een aantal voorbeelden van interne samenwerkingen: Toezicht opslag van grond Over het toezicht op de naleving van milieuregels bij bedrijven die grond opslaan worden interne afspraken gemaakt. De ODMH voert bij dergelijke bedrijven toezicht uit op de naleving van de Wet milieubeheer op bedrijfsniveau en voor de grondstromen. Dit toezicht wordt door verschillende afdelingen uitgevoerd: Wm-toezicht door de afdeling Bedrijven en Bbk-toezicht door de afdeling Expertise. Waar nodig wordt gezamenlijk gecontroleerd. Milieu- en BWT-toezicht Sinds 2012 voert de ODMH voor 4 van de 6 aangesloten gemeenten ook toezichtstaken uit op het gebied van bouw en woningtoezicht (BWT) en slopen. Dergelijk toezicht heeft op verschillende thema’s raakvlakken met elkaar. Kennis van beide toezichtsgebieden wordt gedeeld, zodat medewerkers voor elkaar signaaltoezicht uitvoeren. Bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van stalsystemen zullen toezichthouders van de afdeling bedrijven samenwerking zoeken met toezichthouders van de afdeling BWT vanwege de naleving van de bijzondere uitvoeringseisen voor dergelijke voorzieningen.
Maar ook bij het slopen waarbij asbest vrijkomt, wordt nauw samengewerkt tussen diverse afdelingen. Voor gemeenten die de toezichtstaken op het gebied van BWT en slopen niet bij de ODMH hebben ondergebracht, wordt voor de samenwerking contact gezocht met de afdeling bouw- en woningtoezicht van de betreffende gemeente.
10.2.
Samenwerking met de gemeenten in Midden-Holland
Met de aangesloten gemeenten wordt intensief samengewerkt op diverse vakgebieden. Door gebruik te maken van accounthouders wordt een goede communicatie gewaarborgd. Ook zijn er structurele overleggen op zowel ambtelijk, als bestuurlijk niveau.
10.3.
Samenwerking met andere instanties
De ODMH werkt op het gebied van de gemeentelijke taken samen met diverse handhavingspartners. Het onderstaande overzicht geeft inzicht in de afspraken die de ODMH met de verschillende handhavingspartners heeft gemaakt. • Toezicht veehouderijen – het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR), het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) en de ODMH werken samen bij het toezicht op veehouderijen. Eén toezichthouder van een instantie voert een controle uit waarbij gelet wordt op de aspecten afvalwater en afwatering
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
54
(waterschappen) en bedrijven (ODMH). De bevindingen worden met de andere instanties gedeeld. Elke instantie verzorgt zelf de aanschrijving en het (eventuele) handhavingstraject. • Toezicht glastuinbouw – Sinds 2005 voeren het HHSK en de ODMH gezamenlijk controles uit bij glastuinbouwbedrijven. Naast het eigen toezicht, voeren de toezichthouders ook signaaltoezicht uit voor de NVWA op het thema bestrijdingsmiddelen. Elke instantie verzorgt zelf de aanschrijving en het (eventuele) handhavingstraject. • Toezicht emissieregistratie glastuinbouw – Het HHSK, het HHR en de ODMH voeren gecoördineerde administratieve controles uit op het gebied van de emissieregistratie bij glastuinbouwbedrijven. De ODMH verzorgt de schriftelijke afhandeling van de controles en het eventuele handhavingstraject. • Toezicht binnen de veiligheidsregio Hollands-Midden – Met de Omgevingsdienst West-Holland, de GHOR Hollands-Midden, de Veiligheidsregio Hollands-Midden en het Korps Landelijke Politiediensten is een convenant afgesloten waarin is afgesproken om, waar de werkprocessen dat vragen, de samenwerking te zoeken. • Ook met het Openbaar Ministerie en de landelijke politie zijn samenwerkingsafspraken vastgelegd in een convenant. Het betreft de samenwerking op gebied van strafrecht. • InspectieView Milieu.
Landelijk bestaat een informatie uitwisselingsysteem voor alle handhavende instantie; Inspectieview milieu. De ODMH is groot voorstander van een dergelijk systeem en voorziet het systeem dan ook met de relevante informatie. Steeds meer organisaties sluiten aan op dit systeem waardoor het gebruik ervan zinvoller wordt. Bijna alle omgevingsdiensten in Nederland zijn aangesloten. • Met de GGD-HM wordt samengewerkt op gebied van gezondheidsrisico’s in relatie tot Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. • Ondermijning- De ODMH werkt met diverse partners in de regio samen. De samenwerking vindt plaats met het Haags Economisch Interventie Team (HEIT), het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), het Bestuurlijk Ondersteuningsteam (BOT), de gemeenten, politie, Stedin en gemeentelijke BWT medewerkers. De ODMH heeft in een aantal gemeenten een coördinerende rol en neemt deel aan de ondermijningstafels. Per gemeente zijn hierover afspraken gemaakt. • Toezicht brandveiligheid Toezicht brandveiligheid in samenwerking met de brandweer. Afstemming met handhavingspartners Bestuursrechtelijk optreden moet in sommige gevallen met andere betrokken bestuursorganen worden afgestemd. Dat geldt in ieder geval bij situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn.
Daarnaast is het wenselijk dat gegevens over de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke handhaving met de betrokken handhavingspartners worden gedeeld (binnen de kaders van de AVG). Afstemming met strafrechtelijke partners De afspraken over de afstemming met strafrechtelijke handhavingspartners en het uitwisselen van gegevens, zijn opgenomen in de sanctiestrategie.
10.4.
Samenwerking met andere Omgevingsdiensten
Zowel in de provincie Zuid-Holland als landelijk wordt op veel manieren en op vele vlakken samengewerkt met andere omgevingsdiensten. Kennis en expertise worden gedeeld en bijvoorbeeld bij scholing wordt samen opgetrokken. Daarbij kan met name worden gedacht aan de onderwerpen die landelijk relevant zijn zoals stikstof, Pfas en ZZS. Dat levert veel efficiency en kennis op. Maar ook op gebied van arbeidsmarkt wordt samengewerkt, bijvoorbeeld in een gezamenlijk traineeship.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
55
Verder is in de Provincie Zuid-Holland in 2022 een uitgebreid samenwerkingsprogramma gestart met de PZH en de 5 omgevingsdiensten; bijvoorbeeld op gebied van milieucriminaliteit. Dit zal de komende jaren haar vruchten gaan afwerpen.
10.4.1.
Informatiegestuurde handhaving (IgH)
Om samenwerking tussen de handhavingspartners te intensiveren en de handhavingscapaciteit efficiënter en effectiever vorm te geven, is een systematiek ontwikkeld, die informatiegestuurde handhaving mogelijk maakt. Ketentoezicht en administratief onderzoek zijn onderdeel van deze systematiek. Binnen IgH wordt een vijftal niveaus onderscheiden: 1. Basis: Elke instantie werkt met eigen opslag- en registratiesysteem. Processen zijn niet (bewust) op elkaar afgestemd. 2. Handhavingsprocessen en -procedures zijn efficiënt en bewust op elkaar afgestemd. Informatie wordt digitaal vastgelegd. 3. Informatiesystemen van de partijen in het handhavingsproces zijn aan elkaar gekoppeld en zijn voor gemachtigden opvraagbaar en beschikbaar. Partijen kunnen in elkaars gegevens kijken. 4. Op tactisch niveau worden per handhavingstaak beslissingen genomen op basis van de verkregen producten van de informatieorganisatie, die informatie verzamelt, analyseert met informatieanalisten en -makelaars. 5. Op strategisch niveau wordt, aan de hand van de producten van de informatieorganisatie, beleid gemaakt op langere termijn over de handhavingsinzet. Informatiegestuurde handhaving in Midden-Holland De ODMH heeft al een aantal stappen gezet in het IGH-proces. Zo is er een intern opslag- en registratiesysteem, dat de gegevens digitaal vastlegt.
Verder zijn op operationeel niveau de handhavingsprocessen en –procedures op elkaar afgestemd. Daarmee heeft de ODMH niveau 2 (van de 5) bereikt. De ODMH is inmiddels aangesloten, net als de meeste omgevingsdiensten en enkele andere toezichtsorganisaties) bij Inspectieview milieu (Ivm). Daarmee worden handhavingsprocessen en informatiesystemen van externe partijen aan elkaar gekoppeld en krijgen partijen de mogelijkheid om in elkaars gegevens te kijken. De ODMH zal zich inzetten om meer partners aan te laten sluiten op IvM om daarmee de samenwerking effectiever te maken. Gedurende de looptijd van deze nota wordt ingezet op het versterken van niveau 3 en doorgroei naar niveau 4. De ODMH neemt deel aan de landelijke Werkgroep Informatiegestuurde Handhaving (Wigh). We beginnen met IGH bij enkele branches als pilot om dit vervolgens uit te bouwen naar meer branches. Ook willen we meer ervaring opdoen over en kennis krijgen van, diepgaand, administratief toezicht. Ook op dat gebied werken we samen met andere omgevingsdiensten.
10.4.2.
Ketentoezicht
Met ketentoezicht wordt geprobeerd vat te krijgen op een hele keten door samen te werken met ketenpartners, zoals de politie en aangrenzende omgevingsdiensten. Daarnaast kunnen ketenpartners geïnformeerd worden, bijvoorbeeld wanneer grond vanuit het toezichtsgebied van één van de partners naar het gebied van een andere partner getransporteerd wordt, of wanneer partijen grond bij één van de partners geweigerd wordt. Met name op de thema’s ondermijning, grondstromen en afval zoekt de ODMH actief naar mogelijkheden voor samenwerking in de keten.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
56
Er ligt ook een bestuurlijke opdracht om door te ontwikkelen als het gaat om de samenwerking met andere partners welke de komende periode meer vorm zal gaan krijgen, bijvoorbeeld in een uitvoeringsplan samenwerking.
10.4.3.
Ondermijning
Ondermijning is een verzamelnaam voor verschillende vormen van criminaliteit die vaak verborgen blijft, je ziet het pas als je het herkent. Enkele voorbeelden zijn: illegale hennepteelt, drugshandel, geld witwassen, mensenhandel, bedreiging en intimidatie, en vastgoedfraude. Ook de ODMH wordt steeds vaker geconfronteerd met casussen waarbij de bestuurlijke aanpak van ondermijning voor komt. Voorbeelden zijn milieudelicten, huisvesting arbeidsmigranten met misstanden en hennepteelt. Verwacht wordt dat leegstand van agrarische bebouwing in de toekomst een aanzuigende werking zal hebben voor ondermijnende activiteiten. Zowel Milieu-handhavers als BWT-handhavers komen regionaal bij veel bedrijven, panden en woningen en, wetende, waar op gelet moet worden komt men regelmatig misstanden tegen die met ondermijning te maken kunnen hebben. Juist deze regionale functie maakt dat de samenwerking tussen diverse partners (zoals gemeenten, politie, Stedin, douane etc.) zo belangrijk en waardevol is. Daarnaast vindt informatie-uitwisseling en gezamenlijke controles plaats met instanties als het Haags Economisch Interventie Team (HEIT), het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), het Bestuurlijk Ondersteuningsteam (BOT). Integraal kan ondermijning gericht worden aangepakt.
De ODMH biedt voor gemeenten een coördinerende rol aan waardoor signalen over ondermijning bij de juiste partners terecht komen en tot onderzoek en/of actie leiden. De gemeente is leidend in de ondermijningsaanpak.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
57
11.
Kwaliteit
11.1.
Kwaliteitscriteria
De kwaliteitscriteria 2.2 zijn de landelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van het omgevingsrecht. Deze eisen gaan over proces, inhoud en kritieke massa. De kwaliteitscriteria vereisen een actueel en volledig VTH-beleid, waarin staat welke doelen wij onszelf stellen bij uitvoering van de VTH-taken, hoe we deze doelen gaan bereiken en op welke wijze de gemeente haar taken zal uitvoeren. Door te voldoen aan de kwaliteitscriteria zorgen we ervoor dat we de gewenste kwaliteit en continuïteit leveren. De criteria maken duidelijk welke kwaliteit opdrachtgevers, inwoners, bedrijven en instellingen voor de VTH-taken kunnen verwachten. De ODMH voldoet aan de eisen voor de kritieke massa en continuïteit en heeft een sluitende beleidscyclus. Jaarlijks wordt hierover aan het bestuur gerapporteerd. Actueel in deze periode is het verkrijgen en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel. De ODMH acteert in de werving van nieuw personeel zowel zelfstandig als in samenwerking met andere omgevingsdiensten,
11.2.
Borging
De ODMH is sinds 2011 gecertificeerd voor de ISO norm ISO9001:2015. Met ons kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) houden we de kwaliteit van onze dienstverlening in de gaten en werken we doorlopend aan verbetering. Daarbij hebben we aandacht voor de kwaliteit van producten en de efficiency waarmee we dingen doen. In ons KMS gebruiken we instrumenten zoals de collegiale toets en kritische prestatie indicatoren (KPI). De collegiale toets is een vierogen principe. Correspondentie zoals adviezen, brieven en andere producten die we opleveren, wordt door minimaal een tweede lezer bekeken vóórdat het de ODMH verlaat. Via de KPI’s (Kritische Prestatie Indicatoren) houden we periodiek de prestaties van onze organisatie in de gaten. Als het nodig is, sturen we tijdig bij. Zo zijn we in staat om kwalitatief goede producten tegen een goede prijs te leveren. De KPI’s zijn openbaar en voor derden opvraagbaar. Vanwege onze ISO-certificering worden onze werkprocessen jaarlijks geaudit door een certificerende instelling. Ook gebruiken we de zogeheten FMEA methode. Deze methode gebruiken we om risico’s van onze werkprocessen in beeld te brengen en te beoordelen. Zo kunnen we acties uitvoeren als dat nodig is en onze werkprocessen verder verbeteren. Verder nemen we jaarlijks onderdelen van deze nota mee in de uitvoeringsprogramma’s die we met en voor gemeenten opstellen.
De in deze nota beschreven werkwijze voor kwaliteitsborging hebben we verwerkt in onze werkprocessen. Ontwikkelingen voor de toekomst nemen we daar ook in op.
11.3.
Klanttevredenheidsonderzoek
De ODMH voert structureel klanttevredenheidsonderzoeken (KTO) uit. Dit betekent dat wij inwoners en bedrijven die met onze dienstverlening te maken hebben gehad (bijvoorbeeld bij een vergunningsaanvraag of een milieu-toezichtsbezoek) vragen naar hun ervaringen. Binnen twee weken na contact met de ODMH ontvangen zij per e-mail een uitnodiging voor een KTO. De resultaten gebruiken we om de kwaliteit van onze diensten te verbeteren. Deelnemers kunnen tips, toelichting en een cijfer geven. Zijn deelnemers ontevreden? Dan bellen wij ze binnen drie werkdagen op om de oorzaak te bespreken. De tips en toelichting sturen we naar onze medewerkers. Zo komen complimenten terecht waar ze horen én voeren we verbeteringen door als dat nodig is. Ook bespreken we de resultaten in teamoverleggen. Positieve en negatieve feedback,
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
58
aandachtspunten en tips delen we met elkaar om gezamenlijk verbeteringen in de dienstverlening aan uw klanten door te voeren. We voeren ook jaarlijks klanttevredenheidsgesprekken met onze opdrachtgevers. Vooraf vragen we hen een vragenlijst in te vullen waarna we de resultaten samen bespreken.
11.4.
Monitoring van de acties uit deze nota
Om te bewerkstelligen dat alle doelen uit deze nota worden behaald wordt voor alle acties uit bijlage 1 een plan opgesteld met een planning. De voortgang van de benoemde acties wordt gemonitord. Dat gebeurt ODMH-intern per kwartaal in de afdelingsstaven. Gemeenten worden jaarlijks geïnformeerd over de voortgang in de jaarrapportages.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
59
12
Communicatie en voorlichting 12.1 Gemeenten en handhavingspartners
De ODMH communiceert op diverse manieren met zijn opdrachtgevers en andere handhavingspartners. Er zijn structurele overleggen maar ook overleggen en contacten op ad-hoc basis. De ODMH heeft voortdurend aandacht voor het verbeteren van de communicatie en informatieuitwisseling met gemeenten, ketenpartners en particuliere en zakelijke initiatiefnemers. Voor onze schriftelijke informatievoorziening en brieven kiezen wij voor B1 niveau.
12.2 Inwoners Communicatie is geen eenrichtingsverkeer. Het betreft de tweezijde informatievoorziening tussen de overheid en de inwoners over voorgenomen beleid en over de uitvoering. Door inwoners, maar ook instellingen, ondernemers, verenigingen en belangengroeperingen, tijdig te informeren en het gesprek aan te gaan worden gemeentelijke besluiten beter en ontstaat er meer draagvlak voor de keuzes van de gemeente. Dat heeft veelal positieve gevolgen voor het naleefgedrag van de inwoners en ondernemer.
12.3 Bedrijven Het contact met bedrijven is nu meestal op bedrijfsniveau, gebaseerd op de wettelijke verplichtingen van dat bedrijf. Juist aan de voorkant, bij de voorlichting aan bedrijven valt winst te behalen. Denk hierbij aan voorlichting bij een initiatief op gebied van bouw en / of milieu of wat betreft de eisen die gesteld worden aan een bedrijf. Dit vraagt om een uitbreiding van het instrumentarium. Branche- of gebiedsgerichte voorlichting, informatiebladen of -pagina’s op internet zijn daarvan voorbeelden. Zie ook paragraaf 6.7. Bedrijvenverenigingen zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van deze nota en hun ideeën over voorlichting zijn hierin meegenomen.
12.4 Frontoffice De ODMH heeft voor Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas een klantencontactcentrum (KCC)/ frontoffice ingericht en operationeel, voor het verstrekken van informatie over bouw- en woningtoezicht. De gemeente Gouda heeft een eigen klantencontactcentrum/ ondernemersloket.
12.5 Participatie Zie paragraaf 3.2.
12.6 Communicatie bij klachten Zie paragraaf 6.9.
12.7 Communicatie bij calamiteiten De communicatie bij calamiteiten is geregeld in de gemeentelijke calamiteitenregelingen. Deze zijn opgesteld tussen gemeenten en de VRHM-crisisbeheersing. De ODMH heeft een adviserende rol. In verband met calamiteiten beschikt de ODMH over een 24 uurs- bereikbaarheidsdienst (hoofdstuk 8).
12.8 Middelen Afhankelijk van het doel en de doelgroep, kunnen de volgende middelen worden ingezet. Voorkeur gaat hierbij uit naar persoonlijke communicatie. Als de omgevingsdienst de geadresseerde of doelgroep kent, wordt de geadresseerde persoonlijk aangeschreven resp. de doelgroep aangeschreven. Telefonisch contact Bij een voorgenomen weigering van een gevraagde vergunning of bij de afwijzing van een handhavingsverzoek kan vooraf telefonisch contact worden gezocht met de belanghebbende. Ook als
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
60
er zienswijzen zijn ingediend, vinden wij het vaak zinvol om telefonisch contact op te nemen met de indiener(s) van een zienswijze. Indien een gemeente dat wenst, kan een prémediation (‘minnelijk overleg’) gestart worden. Brief of mail Brieven zijn persoonlijk en aan de initiatiefnemer gericht. Brieven kunnen gebruikt worden om acties aan te kondigen en om informatie te verstrekken over wet- en regelgeving. Op projectmatige basis worden soms ook andere communicatiemiddelen ingezet. Bijvoorbeeld bij grote veranderingen in wetgeving. Dan kan aan de desbetreffende branche voorlichting worden gegeven door middel van een mailing. Websites Op de website van de gemeenten en die van de ODMH wordt informatie gegeven over wet- en regelgeving, beleidsnotitie, factsheets en wordt verwezen naar bekendmakingen en meldingen. Afhankelijk van het doel en de doelgroep, kunnen de volgende middelen worden ingezet. Voorkeur gaat hierbij uit naar persoonlijke communicatie. Als de omgevingsdienst de geadresseerde of doelgroep kent, wordt de geadresseerde persoonlijk aangeschreven resp. de doelgroep aangeschreven. Informatie over beleid en wet- en regelgeving is ook terug te vinden op www.overheid.nl, www.wetten.nl en www.officielebekendmakingen.nl Twitter De ODMH heeft ook een Twitteraccount.
Whatsapp Wanneer dat handig of gewenst is wordt gebruik gemaakt van Whatsapp, bijvoorbeeld in contact met een ondernemer. Hierbij wordt rekening gehouden met de AVG en de veiligheid die samenhangt met deze vorm van communicatie. Factsheets In de factsheets wordt ten aanzien van verschillende onderwerpen, specifieke informatie verstrekt. Deze factsheets kunnen tijdens een controlebezoek of informatiebijeenkomst worden overhandigd, of bij de balie van de ODMH afgehaald worden. Daarnaast dient een factsheet voor aanvullende en verdiepende informatie bij korte websiteteksten Persbericht Persbericht in de lokale media: wanneer er specifieke acties zijn of wanneer er iets nieuws is op het gebied van de handhaving, kan een persbericht naar de lokale media verzonden worden. Informatiebijeenkomsten Voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ondernemers van een specifieke bedrijfsbranche, kunnen informatieavonden georganiseerd worden. Individuele gesprekken Natuurlijk kunnen burgers ook altijd mondeling te woord gestaan worden, bij vragen of klachten.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
61
Uitgangspunten samenwerking, kwaliteit en communicatie
• • • • • •
Indien mogelijk worden controles samen met of voor andere toezichthoudende instanties uitgevoerd, dit om de toezichtlast te beperken. De informatie-uitwisseling met partners wordt sterkt en data wordt beter ontsloten zodat beschikbare data efficiënt wordt gebruikt. Er wordt ingezet op betere kennisontwikkeling en -deling en samen optrekken met andere omgevingsdiensten op het gebied van kennis en opleidingen. De ODMH voldoet aan de landelijk geldende kwaliteitseisen De ODMH heeft voor de werkprocessen een kwaliteitsmanagementsysteem en is ISO gecertificeerd De schriftelijke en verbale communicatie met inwoners, bedrijven en gemeenten is een continu punt van aandacht; de afstand wordt, waar dat mogelijk is, verkleind.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
62
Bijlagen
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
63
Bijlage 1 Actiepunten naar aanleiding van deze VTH-nota (2023-2026) 1
A
2
A
Hfd/ pgf samenvatt ing Alg
Onderwerp Outcome
Blz 8
Overgang naar Ow/ WKb
-
3
B
2.1
Duurzaamheid bij de bouw
15
4
A
3.4
Voortraject VV
18
5
M
Publicatie VV
30
6
A
Uitg.pnt. vv 5.10
7
A
6.4
LHSO
33
8 9
M M
6.9 7.2
Mediation/ bemiddeling Toezichtsplannen
36 39
1 0 1 1 1 2 1 3 1 4 1 5 1 6 1 7
B
7.1 t/m 7.9
B
8.9
Wkb (waaronder bv. illegale bouw) Asbest
46
B
8.11
Naleefgedrag bouw
48
A
10
Samenwerking HH-partners
58
A
10.4.1
Informatiegestuurd toezicht
60
A
11.1
Arbeidsmarkt
63
A
-
Klantgericht werken
66
B
Bijlage 14
Mediation
Bijzondere lokale risico’s
Actie Meer outcomegericht werken in de VTH Verwerken ontwikkelingen in processen Onderzoeken welke rol BWT kan vervullen op gebied van duurzaamheid Uitwerken voortraject met extra aandacht voor communicatie Geldende vergunningen worden vanaf 2024 geplaatst op internet Monitoren hoeveel zaken na mediation niet tot bezwaar-beroep leiden; Strikt hanteren LHSO en vastleggen Uitbreiding inzet mediation bij TH Toezichtsplannen voor 20 cat 4 en 5bedrijven in 2023 en 2024, later mogelijk ook voor meer bedrijven Noodzaak onderzoeken of aanvullend beleid noodzakelijk is. Uitwerken actiepunten asbest Monitoren naleefgedrag bouw irt risico’s Versterking samenwerking (ook strafrecht) Betere inzet van verkregen data irt toezichtsplanning Zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel Voortzetten traject klantgericht werken Monitoren of aanvulling lijst noodzakelijk is
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
64
Bijlage 2 Evaluatie actiepunten VTH-nota’s 2019-2022 Hieronder worden de handhavingsdoelen uit de VTH-nota 2019-2022 opgesomd, met daarachter een korte evaluatie. 1) Evaluatie actiepunten VTH-nota 2019-2022 milieu (svz 1 juni 2022) 1
1
8
Adviesrol
2
1
8
3
4.1.1
11
Mediation/ bemiddeling bij klachten Omgevingswet
4
4.1.2
11
ZZS
Memo advisering bij de ODMH; akkoord MT/ gedeeld in teams Wordt ODMH-breed opgepakt
memo
Voorbereidingen worden eind 2022 afgerond Uitwerken en uitvoeren beleid inzake ZZS
afgerond
In behandeling
Afgerond. ZZS: Notitie is besproken in de werkgroep bedrijven. Prio ligt bij PZH bedrijven, rest volgt daarna. Is inmiddels opgenomen in het reguliere werk.
5
6
5.3
5.4
13/14
14
Actualisering vergunningen Jaarlijks opstellen actualiseringsprogramma. Ontwikkelen actualiteitstoets
Proefnemingen
Afgerond. Actualiseringsprogramma nog
Automatiseren toets
automatiseren, wachten op
Ontwikkelen toestemmingsbeleid
Afgerond. Voor vergunningen
nieuwe Squit; verder gereed en voor meldingsplichtige bedrijven gereed. Akkoord
7
6.3/6.4/7
18ev
Preventiestrategie
Opstellen preventiestrategie met daarin: - Instrumenten mbt informeren/stimuleren; - Voorlichting naar inwoners en bedrijven; Opnemen in productenboek Preventiestrategie opnemen in processchema’s Protocol opstellen (on-)aangekondigd controleren
8
6.4
20
Afspraak controles
9
6.6.2
23
Samenwerking
Samenwerking met handhavingspartners uitbouwen
10
6.6.3
24
IGH
Bij toezicht slim gebruik maken van de opgehaalde data/ Bereiken en
werkgroep bedrijven. Preventiestrategie opgesteld, geaccordeerd en besproken in teams. Maakt deel uit van proces.
Protocol onaangekondigd controleren vastgesteld in jan 2020 Doorlopend proces Werkgroep IGH, pilots uitwerken. Blijft aandachtspunt.
versterken niveau 3, doorgroei naar niveau 4 Verbetering van de dataregistratie en het databeheer. Ook opgenomen in jaarplan 2022
11
7
27
Databeheer
12
7
27
Risicomodel
Het milieurisicomodel is aangepast.
13
7
27
Toezichtsplannen
Toezichtsplannen opstellen op basis van data, risico’s en werkafspraken.
Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026
Doorlopend proces, steeds zoeken naar optimalisatie. Komt regelmatig terug in stafoverleg. Afgerond. Inclusief Bonus/ Malus. In MT en werkgroep bedrijven besproken. De toezichtsplannen voor de PZH-bedrijven zijn gereed. Uitbouw naar andere categorieën volgt.
65
14
8.2
30
Energiebesparing bij bedrijven
15
8.2
31
Duurzaamheid
16
8.3.1
32
Evenementen
17
9.3
34
Monitoring voortgang
18
10
35
Communicatie
19
Bijlage 2
Evaluatie
20
Bijlage 6
IGH/ LHSO
Verwerken nieuwe wetgeving, gevolgen bespreken en vastleggen met gemeenten Behouden voorloperpositie bij DZH afd Bedrijven. Professionalisering en uitbouw energieteam. Beleid laten vaststellen door alle aangesloten gemeenten Voortgang acties nota opnemen in jaarrapportages gemeenten, waar nodig acties bijstellen. Uitwerken acties voor punten genoemd in par.10.1 t/m 10.4 Bonus-malus verder doorvoeren
afgerond afgerond
afgerond. (alle gemeenten behalve waddinxveen) Opgepakt, komt jaarlijks terug doorlopend afgerond (zie 12)
Vastleggen van de plaats in de LHSO Scholing gedaan, registratie nu matrix (registratie HH). Scholing mw’s al in Squit, maar definitief in RX-mission
2) Evaluatie van de diverse VTH-nota’s van Bouw- en woningtoezicht. Evaluatie (par. 14.3) Ieder jaar worden tussen de gemeenten en de BWT-afdeling van de ODMH Jaarprogramma’s opgesteld Hierin wordt vastgelegd welke financiering de gemeente ter beschikking stelt voor: 1. alle reguliere VTH-taken, 2. taken waaraan alle teams een bijdrage leveren (beleidsadvisering, delen gebiedskennis, helpdesk en datamanagement en ontsluiting) 3. BD.05 Projecten en overige (maatwerk-) werkzaamheden BWT. Hierin worden per gemeente specifieke gemeentelijke wensen/speerpunten opgenomen. Uitvoeringsmomenten Evaluatie a. Twee maand rapportages met cijfers en storymaps b. Accountgesprekken (jaarlijks) c. Reguliere contacten tussen accounthouders en regie-ambtenaren. d. Opstellen jaarprogramma’s en 12 maandsrapportage (laatst genoemd rapport wordt tevens aan de raad aangeboden) e. KPI’s Knelpunten 1. Toename vergunningaanvragen en daarmee overige producten vereisen extra personeel en aanscherping van processen en verkenning ICT-mogelijkheden als gevolg. 2. Corona Veel taken zijn doorgegaan. Alleen projecten die betrekking hadden op binnentreding woningen en handhaving permanente bewoning recreatiewoningen waren niet of verminderd mogelijk vanwege veiligheid voor bewoners en medewerkers. 3. Overspannen arbeidsmarkt.
Gemeenten, private kwaliteitsborgers en OD’s met BWT-taken ‘vissen’ uit dezelfde personeelsvijver. Het krijgen en behouden van personeel is een uitdaging. Uitkomsten VTH-taak 1. Werkafspraken.