CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.3 Bijlage - Integrale VTH-nota ODMH 2023-2026 977959

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college35.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

66

-

zie document Werkafspraken ODMH Afdeling BWT Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Betreft ‘levend’ document.

2. ISO - O.g.v. . ISO- 9001:2015 norm - Externe partijen voeren in- en externe audits uit - Adviezen kunnen leiden tot verbeteracties - Minors leiden altijd tot verbeteracties 3. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen - deelname in- en externe werkgroepen worden diverse onderwerpen behandeld zoals: nieuwe werkafspraken, inrichten processen en leges. - Deelname medewerkers aan intake- /omgevingstafels om oefenen en tot duidelijke (proces)afspraken te komen. - Deelname proefprojecten Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. - Deelname Ambassadeursnetwerk Wkb Alpen aan den Rijn - Opstellen Senzerapport gevolgen Wkb voor BWT 4. Reacties Happynizr en klachten o.g.v. klachtenverordening kunnen leiden tot aanpassing processen en werkafspraken. 5. Processen worden opnieuw doorlopen op efficiëntie van het proces, inzet personeel en automatiseringsmogelijkheden. (zie ook Arbeidsmarkt) 6. Businesscase frontoffice. - kwaliteitsimpuls door: • invoering collegiale toets • opstellen standaard sjabloon antwoorden. 7. FMEA uitgebreide vergunningsprocedure en meldingen 8. LEAN proces Vergunningverlening. rapportagemogelijkheid op doorloop van cruciale stappen te monitoren. - zie ook punt 5 Arbeidsmarkt Communicatie 1. Accounthouder - eigen accounthouder als 1e aanspreekpunt per gemeente.

- waar mogelijk knelpunten worden direct opgepakt - in andere gevallen wordt knelpunt op een verbetermaatregelenlijst gezet - staf BWT monitort deze verbetermaatregelenlijst. 2. Jaarlijkse accountgesprekken. - Bij score onder de 7 wordt verbeterplan opgesteld - beide partijen accorderen verbeterplan - doorlopende punten uit plan worden door staf BWT gemonitord 3. Gebiedsgericht werken. - Waar mogelijk - Voordeel: vergroten kennis ‘eigen’ bestemmingsplannen, beleid en andere specifieke gemeentelijke aspecten. - sneller (politiek) gevoelige zaken herkennen. - verbeteren communicatielijnen tussen ODMH-gemeente. 4. Heldere communicatie. - Vertalen brieven en beleidsdocumenten naar B1 niveau vertalen Arbeidsmarkt Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

67

1. Plan van aanpak opleidingen BWT ODMH en Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid leiden met opleidingsinstituut medewerkers BWT op tot ABW-1 niveau. 2. Gebruik netwerken. 3. Plan van aanpak binnenhalen stagiaires/trainees. 4. Businesscases - Frontoffice (zie VTH-taken, nr. 6) - TVV gevolgen personeel i.v.m. toegenomen vraag naar woningen nu en op basis van de provinciale woningbouw opgave in kaart gebracht. - Afdeling BWT Doorvertaling gevolgen toename vergunningaanvragen en woningbouw opgave op gehele afdeling. 5. Processen worden opnieuw doorlopen op efficiëntie van het proces, inzet personeel en automatiseringsmogelijkheden. (zie ook punt 5 VTH-taken). Toekomstige ontwikkelingen - Invoering Ow en Wkb • Met name Wkb zal leiden tot nieuwe uitvoering van taken en aanpassing uitvoeringsbeleid voor toezicht en handhaving • Nieuwe taken in de vorm van sloopmelding asbest komen van niet BWT-gemeenten naar OD’s. - Nieuw zaaksysteem en RX-mission/ afschaffen Systeem Squit to Go - Processen doorlopen waar extra mogelijkheden zijn om mediationvaardigheden in te zetten. - Nadenken over robotisering/ automatisering om o.a. personeel te ontlasten en meer synergie in procedures te creëren. - Onderzoeken welke rol BWT kan vervullen op gebied van duurzaamheid.

Samenvatting De afgelopen 4 jaar is er veel werk verzet waarvan gemeenten via diverse monitoringssystemen en gespreksmogelijkheden in kennis zijn gesteld. Knelpunten worden altijd zo snel mogelijk en in overleg aangepast, maar hebben niet geleid tot een tussentijdse noodzaak om de nota VTH-beleid aan te passen. Wel heeft het MT met het oog op de huidige toename van aanvragen en de toekomstige woningbouwopgave besloten de formatie bij Team Vergunningen met 6 fte te verhogen. Bij het opstellen van nieuwe processen, moet met oog op efficiëntie, kwaliteit van de producten en krapte op de arbeidsmarkt worden gekeken waar (extra) automatisering mogelijk is.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

68

Bijlage 3 Samenvatting bijeenkomst bedrijvenverenigingen d.d. 30 nov 2021 Samenvatting Bijeenkomst ODMH i.v.m. nieuwe integrale VTH-nota dd 30 november 2021 Aanwezig: Bekend bij de ODMH

Welkom en mededelingen De Directeur van de ODMH heet iedereen welkom. Er wordt vandaag van de ondernemers input opgehaald voor het opstellen van een Integrale nota VTH 2023-2026. Deze bijeenkomst wordt opgenomen. Hiermee stemt iedereen in. Vervolgens stellen alle deelnemers zich voor. Doel Doel van de bijeenkomst is om met elkaar in gesprek te gaan over de dienstverlening van de ODMH in relatie tot de uitvoerende taken. Wetten en beleid zijn niet door de ODMH aan te passen, maar de dienstverlening wel; het gaat erom dat we elkaar goed verstaan en met elkaar in contact blijven. Vorige bijeenkomst (2018) In 2018 heeft er ook een sessie met ondernemers plaatsgevonden bij het opstellen van de nota VTH voor milieu. De nota was grotendeels al geschreven. In later stadium werd input aan de ondernemers gevraagd en verwerkt. Nu wil de ODMH input aan de voorkant ophalen. Uit het vorige overleg is meegenomen: • verbeteren communicatie over VTH-taken Actie: De ODMH heeft intern twee trajecten gestart om de wijze van communicatie met de klant te verbeteren. Hierbij wordt aandacht besteed aan empathie en pro-activiteit actie: presentatie bij bedrijfsorganisaties gehouden met uitleg over onze werkzaamheden. Deze presentaties blijven wij op verzoek geven in de toekomst. • Afstemming met andere regio’s: Dit punt heeft blijvende aandacht.

• Meer aandacht voor mediation: Actie: juristen hebben extra trainingen gehad en mediation krijgt een plaats in de nieuwe nota. • Adviesrol: Het verzoek was om meer aandacht aan advisering te geven. Zie hieronder. • Bonus/malus: deze vorm van toezicht en handhaving is opgenomen in de bestaande nota en daar wordt mee gewerkt. . Integrale nota/ Wat is de nota VTH? Er zijn verschillende nota’s voor milieu en bouw. Met de komst van de Omgevingswet (OW) is er voor gekozen om de nota’s tot een integrale nota samen te voeren. Ook onze ketenpartners, zoals gemeenten, andere Omgevingsdiensten, veiligheidsregio etc. vragen we om input te leveren. Nieuwe wet OW is basis voor nieuwe nota. Naast onze VTH nota voor gemeentelijke taken is er ook een provinciale nota voor provinciale bedrijven. De VTH nota is een verplicht instrument. Deze nota wordt door de gemeente als beleid vastgesteld en maakt deel uit van de beleidscyclus. Ontwikkelingen (in de nieuwe nota) • De nieuwe omgevingswet en Wet kwalitieitsborging voor het bouwen (Wkb) • Duurzaamheid/energiebesparing • Data gericht risicogericht/ informatiegestuurd werken: De ODMH verzamelt zoveel mogelijk informatie om bv. goed toezicht te houden.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

69

• • •

Daarnaast proberen we het voor initiatiefnemers makkelijker te maken om zo min mogelijk dubbele informatie op te vragen. Uiteraard is bescherming van persoonsgegevens een belangrijk issue. Ondermijning wordt een steeds belangrijker item en krijgt een plek in de nota. Samenwerking met andere omgevingsdiensten komt als onderwerp terug in de nota. Communicatie blijft een belangrijk terugkerend item.

Planning Tot ongeveer 1 april 2022: verzamelen informatie en schrijven nota Ophalen opmerkingen: april/ mei Besluitvormingsproces; juni De planning is om de nota in de zomer van 2022 in het Dagelijks- en Algemeen Bestuur van de ODMH vast te stellen. Inhoud (Vergunningverlening) De OW/Wkb hebben kortere procedures voor milieuvergunningen als gevolg. Het voortraject krijgt een belangrijkere rol. Inhoud (Toezicht en Handhaving) De nalevingstrategie is als volgt onder verdeeld: preventie-, toezicht,- sanctie- en gedoogstrategie. We volgen hiermee de landelijke afspraken. Gedogen doen we in principe niet. Adviseren De ODMH is zich bewust dat bedrijven behoefte hebben aan advies. Een nota over dit onderwerp wordt voorbereid. Aan advisering kleven voor de ODMH een aantal dilemma’s. De ODMH blijft een onpartijdige dienst en zijn geen commerciële partij. Daarnaast moet belangenverstrengeling worden voorkomen. Op gebied van energie worden wel regelmatig adviezen gegeven. De ODMH kan wel informeren, adviseren is lastiger. Opmerkingen vanuit de aanwezigen - specifieke aandacht is nodig voor de positie van Alphen aan den Rijn; bijv. in het kader van de RES - Een aantal deelnemers ervaart vergunningsprocedures als (te) lang en benadrukken de wens om een verzoek om aanvullende gegevens in vroegtijdig stadium aan te geven. De ODMH gaat dit proces nader onderzoeken.

Ook de communicatie krijgt extra aandacht. - Extra aandacht gevraagd voor participatie in relatie tot het vergunningverleningsproces. - Extra aandacht voor het vooroverleg proces; Het proces blijft echter een samenspel tussen meerdere partijen. - Meerdere ondernemers verzoeken om het inrichten van een fysieke servicedesk. Het verdiepen in wat de initiatiefnemer wil en beantwoording in duidelijke taal zijn speerpunten voor de ODMH. ODMH onderzoekt de mogelijkheid om een loket in te richten voor vragen en /of klachten vanuit bedrijven. - Graag een terugkoppelmoment voor de ondernemers zodra er een conceptversie is van de nota.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

70

Bijlage 4 Nalevingsstrategie

NALEVINGSTRATEGIE

Preventiestrategie

Toezichtstrategie

Sanctiestrategie

Preventie, toezicht en sanctie kunnen zowel na elkaar als naast elkaar worden ingezet om naleefgedrag te bevorderen. Het is wel aannemelijk dat preventieve instrumenten meer zullen (kunnen) domineren bij welwillend gedrag en toezicht en sanctie meer bij calculerend en bewust overtredend gedrag. Dat laat onverlet dat preventieve instrumenten ook bij calculerend gedrag kunnen bijdragen aan een beter naleefgedrag.

Preventiestrategie Het doel van de preventiestrategie is het voorkomen van (hernieuwde) overtredingen en het bevorderen van spontane naleving. Door vooraf een analyse te maken van de oorzaken van de mogelijke overtredingen in een branche kan gericht worden ingezet op het voorkomen van overtredingen door gedragsverandering. Dit is een effectieve wijze om de toezichtdruk te verminderen en het spontane naleefgedrag te bevorderen. Er zijn verschillende preventieve instrumenten. Uit een gerichte analyse moet blijken welk instrument of welke mix van instrumenten in een bepaalde situatie het meest geëigend is. Uit ervaring blijkt dat het overgrote deel van de ondernemers en inwoners in de regio Midden-Holland wel aan de regelgeving wil voldoen, maar onvoldoende kennis heeft van deze regelgeving. Dit leidt onbedoeld tot overtredingen en risico’s. Naleving van de regelgeving blijft de verantwoordelijkheid van de ondernemer of inwoner. Door in een vroeg stadium middels persoonlijke communicatie uit te leggen wat er van hem/ haar verwacht wordt kunnen mogelijke overtredingen worden voorkomen. Daarvoor kunnen diverse instrumenten worden ingezet. Welk instrument wordt ingezet is afhankelijk van het doel, de doelgroep en de verwachte effectiviteit van het in te zetten instrument. Er zijn verschillende instrumenten mogelijk. In een schema hieronder wordt de preventiestrategie uitgewerkt.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

71

Toezichtstrategie Het doel van de toezichtstrategie is om de capaciteit en de middelen zodanig in te zetten dat de HeMet de inzet van communicatie en voorlichting wordt een meer effectieve en efficiënte naleving nagestreefd. De ervaring leert dat bij juist gebruik van een communicatievorm, tijdig en herkenbaar, een aanzienlijk deel van de potentiële overtreders zich alsnog en blijvend houdt aan geldende regelgeving. t doel van Preventiestrategie Het doel van preventie en een preventiestrategie is het terugdringen van overtredingen en het voorkomen - Risicomethodiek - Analyse overtredingen branche - Calamiteiten Met de inzet van communicatie en voorlichting wordt een meer effectieve en efficiënte naleving nagestreefd. De ervaring leert dat bij juist gebruik van een communicatievorm, tijdig en herkenbaar, een aanzienlijk deel van de potentiële overtreders zich alsnog en blijvend houdt aan geldende regelgeving. - Nieuwe wetgeving/ regels

t inzetten van andere instrumenten dan toezicht en handhaving.

- Risicomethodiek

Preventie richt zich op het verbeteren van het spontante naleefgedrag van

- Analyse overtredingen branche inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de overheid. - Calamiteiten - Wie willen we bereiken? - Wat willen we bereiken? - Effectiviteit? - Urgentie? - Daadwerkelijke reden van niet-naleving? - Om hoeveel bedrijven gaat het? - Wat is het meest effectief? - Hoeveel tijd/geld is beschikbaar? - Wat wil de gemeente/ provincie?

- Mondeling - Factsheet - Brief

Met de inzet van communicatie en voorlichting wordt een meer effectieve en efficiënte naleving nagestreefd. De ervaring leert dat bij juist gebruik van een communicatievorm, tijdig en herkenbaar, een aanzienlijk deel van de potentiële overtreders zich alsnog en blijvend houdt aan geldende regelgeving. Voorbeelden van in te zetten communicatievormen Bedrijfsbezoek (informatief) Persoonlijke communicatie gericht op bewustwording of overtuiging Tijdens een bedrijfsbezoek kunnen specifieke risico’s worden gesignaleerd en wordt de ondernemer van informatie voorzien over de regelgeving die van toepassing is. Indien nodig kan deze informatie worden nagezonden. Brief of mailing De brieven zijn persoonlijk en aan de ondernemer gericht. Brieven kunnen gebruikt worden om acties aan te kondigen en om informatie te verstrekken over wet- en regelgeving. Op projectmatige basis worden soms ook andere communicatiemiddelen ingezet. Bijvoorbeeld bij grote veranderingen in wetgeving. Dan wordt aan de desbetreffende branche voorlichting gegeven door middel van een mailing. Als de nieuwe wetgeving voor een individueel bedrijf leidt tot een ander regime (de vergunningplicht vervalt bijvoorbeeld), dan wordt dat ook per individueel geval beoordeeld en per brief gecommuniceerd.

g

Media en Socials Op de ODMH-website, twitter en LinkedIn wordt informatie gegeven over wet- en regelgeving, beleidsnotities, factsheets en wordt verwezen naar bekendmakingen en meldingen. Factsheets/ folders In de factsheets wordt ten aanzien van verschillende onderwerpen, specifieke informatie verstrekt. Waar gewenst worden nieuwe factsheets ontwikkeld. Persbericht Persbericht in de lokale media: wanneer er specifieke acties zijn of wanneer er iets nieuws is op het gebied van de handhaving, kan een persbericht naar de lokale media verzonden worden. Voorlichting om kenbaarheid en duidelijkheid van de regels te vergroten; informatiebijeenkomsten, Voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ondernemers van een specifieke bedrijfsbranche, kunnen informatiebijeenkomsten georganiseerd worden; bijvoorbeeld bij projecten, wetswijzigingen of bijzondere ontwikkelingen. Afspraken met branchepartijen over zelfregulering en eigen verantwoordelijkheid Dit kan succesvol zijn omdat een branchevereniging vaak zijn leden kent, weet wat er speelt en hoe de branche het best benaderd kan worden. Beïnvloeden van belangrijke actoren voor de doelgroep (klanten, leveranciers, branchevereniging, verzekeraars) Dit is een wat indirecte benadering, maar kan wel effectief zijn. Informatie-uitwisseling met certificerende instanties Met name handig om informatie te verkrijgen.

Het is minder goed bruikbaar voor voorlichting oid. LET OP; onderstaande middelen alleen gebruiken na toestemmening van de opdrachtgever en het ODMH-management Nalevingscommunicatie; publicatie van toezichtactiviteiten en-resultaten Van toezicht gaat ook een preventieve werking uit. Dit kan worden versterkt door communicatie in te zetten bij vooraankondigingen van controles, publicatie van de controleresultaten, het publiekelijk maken dat er een overtreding is geconstateerd en welke sanctie daaraan is gekoppeld. Het publiceren van de overtreding en de daaraan gekoppelde sanctie kan de effectiviteit van de opgelegde sanctie vergroten. Bij het gebruik van een persbericht dient wel de nodige zorgvuldigheid in acht te worden genomen. Beïnvloeding van onbewust gedrag door toepassen van nudges (letterlijk 'duwtje in de rug') Positief belonen. Dat kan ook door middel van niet-materiële zaken, zoals bijvoorbeeld publiciteit of uitnodiging voor een bijeenkomst oid.

uitvoering zo efficiënt en effectief mogelijk is. Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

72

De toezichtstrategie is gericht op het verkrijgen van inzicht in de mate van naleving van de voorschriften en is een belangrijk middel om de naleving van voorschriften te bevorderen. De strategie beschrijft de wijze waarop het toezicht op naleving wordt uitgevoerd. Bij het maken van keuzes over toezicht speelt de risicoanalyse een belangrijke rol.

1. Waarnemen: het verzamelen van informatie door onder andere het uitoefenen van toezicht. Soorten waarnemingen zijn het toetsen van de fysieke wereld, het analyseren van de gedocumenteerde wereld, bulktoetsing van registraties en het interview met de eigenaar. 2. Oordelen: het toetsen van waarnemingen aan de norm, vastgelegd in wet- en regelgeving. 3. Interveniëren: passend optreden bij iedere overtreding (zie de Sanctiestrategie, hieronder beschreven). Wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd De ODMH voert verschillende soorten controles uit. Die worden hieronder beschreven. Integrale controle Het toezicht op de naleving van milieuregels bestaat voor het grootste deel uit integrale controles bij bedrijven. Een integrale controle bestaat uit fysiek toezicht: door zintuigelijke waarneming wordt ter plaatse geconstateerd of de regels worden nageleefd. Daarbij wordt het bedrijf getoetst op alle relevante milieuaspecten, tenzij controle op dat aspect, op dat moment, niet mogelijk of meetbaar is. Daarnaast speelt communicatie met het bedrijf een belangrijke rol, in de vorm van aanspreken en informeren. Inventarisaties Om het bedrijvenbestand actueel te houden worden periodiek gebiedsinventarisaties uitgevoerd. Een inventarisatie bestaat uit het uitvoeren van zogenoemde gevelcontroles.

Daarbij worden de gevestigde bedrijven in een straat of op een industrieterrein – bedrijf voor bedrijf – vergeleken met het bedrijvenbestand. Indien blijkt dat een bedrijf niet in het bedrijvenbestand is opgenomen, dan wordt bij het bedrijf een integrale controle uitgevoerd waarbij het bedrijf wordt gewezen op de verplichting om een melding in te dienen of een vergunning aan te vragen. Aspectcontroles Wanneer niet het hele bedrijf maar een onderdeel of maar één aspect van de bedrijfsvoering of installatie wordt gecontroleerd spreken we van een aspectcontrole. Als tijdens een aspectcontrole een tekortkoming wordt geconstateerd, dan wordt die op dezelfde wijze afgehandeld en geregistreerd als een integrale controle. Indien relevant wordt bij de aanschrijvingsbrief een meetrapport gevoegd, waaruit de overtreding blijkt. In situaties waarin concrete aanwijzingen of vermoedens zijn dat een bedrijf de milieuregels overtreedt, bijvoorbeeld door klachten, aanwijzingen van handhavingspartners of verzoeken van gemeenten, wordt een gerichte controle uitgevoerd op één of meerdere aspecten bij dat bedrijf. Vanuit de risicoanalyse kunnen ook bepaalde vormen van aspectcontroles worden ingezet. Deze worden hieronder beschreven. Controles op specifieke aspecten Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

73

Voor enkele specifieke milieuaspecten is het niet mogelijk om de naleving daarvan te controleren tijdens kantooruren. Daarom vindt controle op die specifieke aspecten, en voor meerdere bedrijven, plaats in de avond, nacht of vroege ochtend. Voorbeelden daarvan zijn controles op de naleving van de geluidsvoorschriften bij horecabedrijven en controles op de afscherming van assimilatiebelichting bij glastuinbouwbedrijven. Gebiedsgerichte controles Soms is het wenselijk om controles uit te voeren binnen een bepaald gebied. Bijvoorbeeld een bedrijfsterrein. Vooral als het gaat om energiebesparing kan een gebiedsgerichte aanpak effectiever zijn. Toezicht vanuit de lucht Indien een reguliere controle onvoldoende inzicht geeft in de activiteiten van een bedrijf, kan ook toezicht vanuit de lucht worden uitgevoerd. Daarvoor worden vier keer per jaar fotovluchten uitgevoerd. Tijdens die vluchten worden foto’s gemaakt van locaties die door toezichthouders zijn gemeld. Daarnaast wordt vanuit de lucht toezicht gehouden op verdachte toepassingen van grond en op gronden baggerdepots. Fotovluchten worden ook gebruikt worden voor aspectcontroles of inventarisaties. Voor Bouw- en woningtoezicht wordt bij de vluchten tevens gekeken of er op vooraf bepaalde locaties sprake is van illegale bouw- en/of sloopactiviteiten of illegaal gebruik van een perceel.

Naast de fotovluchten heeft de ODMH ook enkele drones beschikbaar waarmee vanuit de lucht toezicht gehouden kan worden. Voor deze dronevluchten zijn enkele personen opgeleid en gemachtigd voor het uitvoeren daarvan. Het gebruik van drones is wel gebonden aan de geldende regelgeving of verordeningen voor bepaalde gebieden. Administratief toezicht Van bepaalde activiteiten dienen bedrijven een bijzondere, niet-financiële, administratie bij te houden. Het bijhouden van een administratie van de afvoer van afvalstoffen is daarvan een voorbeeld. Administratief toezicht wordt ingezet om onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid, juistheid, volledigheid, actualiteit en tijdigheid van de gegevens die bedrijven verstrekken. Op basis van een risicoanalyse – bijvoorbeeld op basis van branche of klachten – wordt bij een aantal bedrijven een administratieve controle uitgevoerd. Ook ketenonderzoek en informatie gestuurd onderzoek kunnen hiervan deel uitmaken. Indien nodig worden ook andere handhavingspartners bij dit onderzoek betrokken. Toezicht op emissies In het Activiteitenbesluit milieubeheer en in alle milieuparagrafen van omgevingsvergunningen zijn, in meer of mindere mate, emissienormen opgenomen. Dit betreft onder meer licht, fijnstof en stikstof uit agrarische en industriële bronnen.

Voor zover dat niet expliciet in voorschriften is vastgelegd, vindt het toezicht op de naleving van de emissienormen plaats volgens de criteria uit Bijlage 7 Industriële bedrijven die onder de reikwijdte van de Europese PRTR-verordening vallen, dienen jaarlijks een milieurapportage op te stellen waarin zij rapporteren over hun afval, energie- en watergebruik, en emissies naar lucht, water en bodem. Zo’n integraal PRTR-verslag wordt elektronisch ingediend bij de ODMH die de gegevens in het verslag controleert en verifieert.

Toezicht op IPPC-installaties Een IPPC-installatie is een installatie voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage 1 van de Richtlijn industriële emissies (EU-richtlijn nr. 2010/75/EU). Voorbeelden van dergelijke installaties zijn

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

74

afvalverwerkende bedrijven en grote intensieve veehouderijen. Binnen een bedrijf kunnen meerdere IPPC-installaties aanwezig zijn. Bedrijven waartoe een IPPC-installatie behoort, zijn vergunningsplichtig. Zowel Gedeputeerde Staten als het college van burgemeester en wethouders kunnen het bevoegd gezag zijn voor zulke bedrijven. In artikel 10.3 van de Regeling omgevingsrecht (Mor) zijn bijzondere eisen gesteld aan de het toezicht op IPPC-installaties. De ODMH voert het toezicht op bedrijven met één of meerdere IPPC-installaties uit als een integrale controle. Dergelijke bedrijven vallen onder milieucategorie 3 of 4, wat betekent dat elke IPPC-installatie ten minste respectievelijk eenmaal per twee jaar of jaarlijks wordt gecontroleerd. Naast de werkafspraken voor integrale controles, gelden voor het toezicht op bedrijven met IPPCinstallaties de volgende aanvullende afspraken: Naast de reguliere, integrale controles worden bij bedrijven met IPPC-installaties in de volgende situaties niet-routinematige controles uitgevoerd: - Vóór de verlening of verandering van een vergunning; - Zo spoedig mogelijk na ernstige klachten, ernstige ongewone voorvallen of overtredingen, teneinde die te onderzoeken; - Binnen 6 maanden indien bij een controle een ernstige overtreding is vastgesteld.

Conform het gestelde in de Mor: 10.3 stelt het bevoegd gezag na elke controlebezoek een verslag op waarin de relevante bevindingen over de naleving en de conclusies over de eventuele noodzaak van verdere maatregelen wordt neergelegd. De ODMH zendt het verslag binnen twee weken aan de vergunninghouder. Op verzoek van een ieder wordt een afschrift van het verslag binnen een termijn van 4 maanden beschikbaar gesteld, met in achtneming van de artikelen 19.3 tot en met 19.5 van Wet milieubeheer over openbaarmaking en geheimhouding. Toezicht Bouw- en woningtoezicht Toezicht wordt ter plaatse uitgevoerd aan de hand van verleende vergunningen en meldingen. Van deze controles worden per controlemoment controlerapporten opgesteld. Net als bij het toetsen van bouwplannen in de vergunningsfase geldt dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt in wat wordt gecontroleerd. Het landelijke toezichtprotocol© van de Vereniging BWT Nederland heeft als basis gediend voor de beoordeling. Begunstigingstermijn Wanneer een overtreding wordt geconstateerd, moet deze ongedaan worden gemaakt. Hiervoor krijgt het bedrijf een termijn, de zogenoemde begunstigingstermijn. Het uitgangspunt is dat de begunstigingstermijn zo kort als nodig is om de tekortkoming op te heffen. In de onderstaande tabel zijn de termijnen opgenomen die in beginsel worden aangehouden.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

75

Type overtreding

Afweging

Termijn

Administratieve overtreding

-

Maximaal 4 weken

Ontbreken van technische voorziening, keuring of onderzoek

Is er sprake van gevaar, verhoogd risico of gegronde klachten?

Gedragsovertreding

Ja

Niet langer dan nodig is om de tekortkoming op te heffen.

Nee

Maximaal 8 weken

-

Zo spoedig mogelijk / Per direct

Bijzondere omstandigheden kunnen, mits gemotiveerd, leiden tot een langere begunstigingstermijn. Zo zullen agrarische bedrijven bij administratieve overtredingen – vanwege een andere bedrijfsvoering op dat gebied dan bij reguliere bedrijven – doorgaans een begunstigingstermijn hebben van acht weken. Sanctiestrategie Na constatering van overtredingen volgt een passende interventie voor bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden op basis van de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder wordt informerend, waarschuwend of bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk opgetreden. De LHSO heeft als doel dat overheden interveniëren op een wijze die passend is bij iedere bevinding. Dat wil zeggen dat zij weloverwogen kiezen - afhankelijk van de situatie - voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder treedt de ODMH informerend, waarschuwend of bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk op. In vergelijkbare situaties worden vergelijkbare keuzes gemaakt en interventies op vergelijkbare wijze gekozen en toegepast. Om tot een passende interventie te kunnen komen en in vergelijkbare situaties steeds vergelijkbare keuzes te maken, bevat de LHSO een stappenplan.

Hieronder worden de stappen kort benoemd en toegelicht. Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix Gestart wordt met het ‘taxeren’ van de bevinding en het plaatsen van die bevinding in de zogenoemde interventiematrix (hieronder in schema). Afhankelijk van het gedrag van de overtreder en de (mogelijke) gevolgen van de overtreding wordt een licht, midden, of zwaar segment gekozen. Die keuze van een segment in de matrix vormt het startpunt van de keuze van de interventie. Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten Indien verzwarende aspecten een rol spelen bij de bevinding, kan dat een reden zijn om, naast bestuursrechtelijk, ook strafrechtelijk op te treden. Hoe meer verzwarend aspecten van toepassing zijn, des te groter de kans wordt dat ook het strafrechtelijke spoor wordt ingezet. Bij verzwarende omstandigheden moet onder andere worden gedacht aan: • Onomkeerbare gevolgen • Recidive • Verkregen financieel voordeel • Status verdachte / voorbeeldfunctie • Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

76

• Combinatie met andere relevante delicten • Medewerking van malafide deskundigen • Normbevestiging • Waarheidsvinding Stap 3 – Noodzaak overleg politie/OM Aan de hand van de uitkomsten van stap 1 en stap 2 bepaalt de ODMH of overleg tussen het openbaar bestuur en politie/OM nodig is. De bedoeling van een eventueel overleg is een weloverwogen inzet van het bestuursrecht en het strafrecht. Stap 4 – Optreden met de interventiematrix Aan de hand van het geselecteerde segment (stap 1) wordt een van de interventies gekozen (of een combinatie daarvan) die in dat segment zijn opgenomen (zie figuur ‘interventiematrix’ hieronder). Daarbij wordt steeds gestart met de minst zware interventie, tenzij wordt gemotiveerd waarom een andere (combinatie van) interventie(s) in die concrete situatie beter past. De handhavingsprocedure wordt pas beëindigd als sprake is van naleving. Indien naleving binnen de gestelde termijn uitblijft, wordt een zwaardere interventie toegepast. Voor wat betreft de keuze van de termijnen – doorgaans begunstigingstermijnen genoemd – geldt het volgende: • Bij overtreding van gedragsvoorschriften wordt geen of een zeer korte begunstigingstermijn gegeven.

• Bij andere overtredingen – bijvoorbeeld waar voorzieningen of installaties moeten worden aangepast en waarbij kosten zijn gemoeid – geldt dat naar mate naleving van de norm urgenter is (lees: grote milieurisico’s, gevaarlijke situaties) de termijn korter is. Stap 5 – Vastlegging De keuzes in de stappen 1 tot en met 4 dienen te worden vastgelegd. Voor de ODMH vindt registratie plaats in het registratiesysteem.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

77

Figuur : de interventiematrix

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

78

Handhavingsprocedure: LHSO en correspondentie in drie stappen Bij de voorbereiding op handhavingsacties wordt in beginsel gekozen voor het drie-stappen-model. Uiteraard geldt dat - in beginsel - deze drie stappen worden gezet. De specifiek feiten en omstandigheden van een geval kunnen tot een andere wijze van afhandeling leiden. Constateringsbrief Het drie-stappen-model houdt in dat de ODMH na een constatering van een overtreding als eerste stap een constateringsbrief verstuurt voorafgaand aan de eventuele formele vooraanschrijving. De constateringsbrief is een enigszins milde benadering van de overtreder. In de constateringsbrief wordt de overtreder uitgenodigd om de overtreding uit eigen beweging op te heffen. Een belangrijk aandachtspunt bij het opstellen van een constateringsbrief is dat deze brief niet mag leiden tot een impliciete gedoogsituatie. Voornemenbrief Mocht de constateringsbrief niet leiden tot opheffing van de overtreding, dan stuurt de ODMH als tweede stap een ‘vooraanschrijving’ (ook wel voornemenbrief genoemd) waarin de overtreder op de hoogte gesteld wordt van het voorgenomen handhavingsbesluit. Dat handhavingsbesluit kan het opleggen van een last onder dwangsom zijn, of een last onder bestuursdwang. Een vooraanschrijving is overigens geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

De overtreder en eventuele andere belanghebbenden moeten op grond van de Algemene wet bestuursrecht vervolgens in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze over het voorgenomen handhavingsbesluit naar voren te brengen. De overtreder (of een eventuele andere belanghebbende) geven dan hun mening over het handhavend optreden, bijvoorbeeld of er redenen zijn om van handhavend optreden af te zien. De zienswijze kan zowel schriftelijk als mondeling gegeven worden. De door de overtreder of belanghebbenden naar voren gebrachte zienswijzen moeten door de gemeente worden afgewogen bij het nemen van een definitief besluit. Handhavingsbesluit (last onder dwangsom of bestuursdwang) Als derde stap wordt vervolgens het handhavingsbesluit (de aanschrijving of lastgeving) opgesteld en verstuurd aan de overtreder. Dit besluit is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt (en bij de rechtbank kan om een voorlopige voorziening worden verzocht). Als uitgangspunt geldt dat de handhavingsbesluiten aangetekend worden verstuurd. Constateringsbrieven en vooraanschrijvingen worden niet aangetekend verstuurd. Omdat handhavingsbesluiten (veelal) ook gelden voor eventuele rechtsopvolgers van de overtreders, worden handhavingsbesluiten ingeschreven in het Wkpb-register (Kadaster).

Twee-stappen-model In een beperkt aantal situaties wordt gekozen voor het twee-stappen-model. Indien uit het minnelijk overleg of op andere wijze reeds op voorhand geconcludeerd kan worden dat een constateringsbrief niet zal leiden tot het opheffen van een overtreding, zal direct gekozen worden voor het versturen van een vooraanschrijving, gevolgd door de zienswijzemogelijkheid en, waar nodig, het handhavingsbesluit.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

79

Spoedeisende gevallen In spoedeisende gevallen kan bovendien worden afgezien van het versturen van een vooraanschrijving. Dit moet altijd worden gemotiveerd. Indien mogelijk zal telefonisch of mondeling getracht worden om in ieder geval aan de hoorplicht te voldoen. Van dat gesprek wordt altijd een verslag gemaakt, dat aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

80

Bijlage 5 Milieurisico-indeling (anno 2021)

juridische status Vergunningsplichtig activiteiten (BOR) Type B Agrarisch (niet loonwerk, wel GTB) Meldingsplichtig Type A (Activiteitenbesluit) VVGB Opslag stoffen in emballage (geen werkvoorraad) ADR klasse 1 (vuurwerk) ADR klasse 1 (vuurwerk) ADR klasse 2 ADR klasse 2 ADR klasse 3 ADR klasse 3 t/m 6 ADR klasse 4 t/m 6 ADR Klasse 8 en 9 ADR Klasse 8 en 9 CMR stoffen Vloeibare mestoffen in tanks Vloeibare meststoffen in emballage Overige stoffen boven lekbak Tanks Bovengronds (die moet voldoen aan PGS 30) Ondergronds Propaan Tanks vloeibaar gas (zuurstof/stikstof) Afvalwater Lozen van brijn in de bodem Afscheider aanwezig (obas/vetvangput) Waterzuivering bedrijfsafvalwater Koeling Ammoniakinstallatie (inhoud) Natte koeltoren Koeling 3-30 KG of 5000-50000 GWP koeling > 30 KG of > 50000 GWP Aantal koelinstallaties >5 Stookinstallatie Stookinstallatie gas (ketel(s)) Som nominale vermogen Stookinstallatie gas (WKK) Stook/ verwarmingsinstallatie gas Stookinstallatie andere brandstof Voorzieningen Wasplaats Tankplaats Spuitcabine Mestbassin Externe veiligheid Bevi / Revi van toepassing RRGS drempel Geur en lucht Nabehandeling met chemicalien, naverbrander Bodem Grondwatermonitoring verplicht Preventie Energieverbruik Gasverbruik Afvalproductie per maand Werknemers

Beperkten stoffen in het milieu (incl. ZZS)

Aantrekkende werking van verkeer

Gezondheid

(Externe) Veiligheid

Bescherming grond- en oppervlaktewater

Afvalwater en riolering

Afval

Stof (incl. fijnstof)

Lichthinder en de bescherming van het donker landschap

Geur

Geluid en trilling

Lucht

Bodem

Energie en grondstoffenverbruik

Controlefrequentie Zoals al in de risicoanalyses is opgemerkt, lopen de milieurisico’s van bedrijven sterk uiteen. Om die reden worden niet alle bedrijven met dezelfde frequentie gecontroleerd. Bedrijven met een hoog milieurisico worden vaker gecontroleerd dan bedrijven met een laag milieurisico. Voor het bepalen van het milieurisico per bedrijf wordt onderstaand risicomodel ingevuld.

0 100 25 50 10 250 0 tot en met 10.000 kg >10.000 kg 125-2500 l >2500 l >2500 l of kg 50 - 2500 l of kg >2500 l of kg 250 - 10.000 l of kg >10.000 l of kg > 1 l of kg

100 250 30 50 100 30 100 30 100 100 30 10 15

<150 m³

30 50 30 30

0

0 15 10 15 0 <1500 Liter

50 30 5 15 15

100kW - 1MW

25 50 100 50

0

>1MW >20 kW

0 Doorzet > 25 m3/jaar

15 15 10 15 0 250 100 0 25 0 20 0

>200000 Kwh >75000 m³ 1200 - 10.000 Liter >250

10 10 5 10

Score onderdelen Complexiteit * LET OP! Deze score moet gemotiveerd worden. niet complex redelijk complex complex

Categorie 1 Catgeorie 2 Catgeorie 3 Catgeorie 4 Catgeorie 5

0 Motivatie score complexiteit

0 25 50

van 10 50 100 250 250

Score gedrag

0

Totaal risicoscore

0

tot 50 100 250

ONWAAR ONWAAR ONWAAR ONWAAR

* te denken valt aan: 1. Oppervlakte 2. Aantal installaties 3. Complexiteit productieproces 4. Gevoeligheid van de locatie

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

81

Het naleefgedrag wordt meegenomen in een apart invulformulier Dit is de zogenaamde bonus/mauls-systematiek. Het wordt ingevuld voor alle categorie 3 tot en met 5 edrijven.Een risicomodel is uiteraard niet onveranderlijk. Zo kunnen nieuwe inzichten en ontwikkelingen leiden tot andere prioriteiten of andere accenten, die uiteindelijk resulteren in andere keuzes. Op die manier kunnen toezicht en handhaving worden gestuurd. Regelmatig worden de risico’s opnieuw beoordeeld om handhaving en het toezicht efficiënter en effectiever te maken. Hiermee wordt de invloed op de leefbaarheid, de duurzaamheid en de veiligheid vergroot.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

82

Bijlage 6 Risicoanalyse en prioritering Bouw (Gemeentelijke prioriteiten) Er zijn helaas meer overtredingen dan waar de ODMH namens de gemeenten op kan handhaven. Hiervoor zijn onvoldoende capaciteit en middelen. Het is daarom noodzakelijk om een prioritering aan te brengen in handhavingszaken en – doelen. Van belang is om te weten welke zaken en activiteiten voorrang krijgen. Om te bepalen welke overtredingen prioriteit zouden moeten krijgen, is onder meer een risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij is de methodiek uit de ‘Handreiking handhaven bouwregelgeving’ van het (toenmalige) ministerie van VROM gehanteerd. De risicoanalyse geeft een beeld van bij welke overtredingen op het gebied van bouw- en woningtoezicht zich de grootste negatieve effecten kunnen voordoen. Ook wordt gekeken in welke situaties of branches de kans op overtreding van de wet het grootst is (autonoom naleefgedrag). Onder ‘risico’ verstaan we dus de kans op overtreding. De BWT-gemeenten hebben bij de het opstellen van de nota VTH 2016-2020, samen met de ODMH, een inschatting gemaakt van de mate waarin bepalingen worden nageleefd en van de negatieve effecten die (kunnen) optreden als dit niet gebeurt. Het gaat hierbij niet om uitgebreide wetenschappelijke analyses, maar om inschattingen op basis van de kennis en ervaring die wij in huis hebben.

De mogelijke overtredingen zijn daarom beoordeeld op de thema’s fysieke veiligheid (letsel, al dan niet dodelijk), volksgezondheid (ziektes, aandoeningen, vermindering levensverwachting), natuurschoon en landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en erfgoed, financieel-economische schade voor gemeenschap en/of gemeente, sociaal-maatschappelijke kwaliteit (zoals hinder, overlast en gevoel van onveiligheid) en bestuurlijk imago gemeente (politiek-bestuurlijke afbreuk, aantasting van het beeld ten aanzien van betrouwbaarheid en geloofwaardigheid). Elke gemeente heeft ook lokale prioriteiten op gebied van BWT. Voor de gemeenten waarvoor de ODMH de bouwtaken doet zijn die lokale prioriteiten hieronder opgenomen. Bij bouwrisico’s gaat het vooral om de veiligheid van het openbare gebied bij bouwplaatsen en op de bouwplaats zelf. Primair is de aannemer verantwoordelijk; een toezichthouder heeft echter wel een signaleringsplicht betreffende onveilige situaties op de bouwplaats naar de aannemer en bij recidive de meldingsplicht naar de I-SZW. Wanneer een veiligheids- en gezondheidsplan onderdeel is van de vergunning, veelal aanwezig bij bouwwerken direct grenzend aan het openbaar gebied, kan een toezichthouder wel rechtstreeks de aannemer aanspreken bij overtredingen. Verder zijn de risico in de bouw, wanneer het om toezicht op een afgegeven omgevingsvergunning gaat, eindig.

Wanneer het bouwwerk is, of de werkzaamheden zijn afgrond, is er geen vervolgtraject. Er bestaat een mogelijkheid dat na de “analyse en afronding” een vervolgtraject wordt gestart om handhavend op te treden wanneer een vergunninghouder of aannemer in afwijking van een vergunning bouwt. Hiermee start echter het handhavingstraject. De risicoanalyse voor de bouw volgt het onderstaande traject:

Het gehele traject van toezicht en handhaving is er op gericht om naleving van wettelijke bepalingen te bevorderen en daardoor de leefbaarheid te vergroten. We noemen het traject de nalevingstrategie.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

83

Hieronder volgen per gemeente de gemeentelijke prioriteiten die gemeenten hebben opgegeven in de vorige nota toezicht en handhaving. Daar waar mogelijk zijn deze aangevuld met nieuwe items. Gemeente Gouda 1) Constructieve veiligheid 2) Gezondheid 3) Monumenten * monumenten: sloop, (ver)bouw-, renovatie- of herstelwerkzaamheden zonder of in strijd met een vergunning en/of melding; *bouwen zonder of in strijd met de vergunning indien sprake is van gevaar voor brandveiligheid en/of constructieve veiligheid; * drank- en horecabedrijven indien sprake is van risico's voor brandveiligheid en/of constructieve veiligheid; * sloop waarbij asbest aanwezig is, zonder of in strijd met vergunning of melding; * gebruik van grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan, met name waar het gaat om terrassen, schotten, luifels, (brandveilige) inrichting horeca e.d.

in de Goudse binnenstad; * gebruik in strijd met een melding of vergunning brandveilig gebruik; • integraal toezicht (de aanpak van illegale hennepteelt, controles van coffeeshops, motorclubs en dergelijke, vervallen en verloederde panden/achterstallig onderhoud, de aanpak van overlastpanden inclusief panden met zogenaamde MOE-landers); • handhaving van woonwagenlocaties (reguliere handhavingsacties, jaarlijkse schouwmomenten met gemeenteambtenaren, politie, stadstoezicht, belastingdienst en nutsbedrijven om te zorgen voor normalisatie van de woonwagenlocaties); • overige overtredingen in de Goudse binnenstad. Deze zullen de komende periode extra aandacht gegeven worden in verband met cultuurhistorie, toerisme en het economische beleid

Onderstaande overtredingen kunnen wél gehandhaafd worden, bijvoorbeeld als hier een klacht of handhavingsverzoek voor ingediend wordt of als de gemeente ervoor kiest om bepaalde onderwerpen (soorten overtredingen, gebieden, doelgroepen) projectmatig aan te pakken. Overige activiteiten en overtredingen • Huisvesting arbeidsmigranten/buitenlandse werknemers in strijd met het bestemmingsplan • Het kappen van houtopstand zonder vergunning, • Gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan o m.b.t. uitstallingen, displays, etalages buiten de Goudse binnenstad o in strijd met het Bouwbesluit (overlast, hinder, gevaar) o t.a.v. kamerbewoning o in cultuurhistorische gebieden o na afloop van de toegestane termijn o bij volkstuincomplexen o overig • Evenementen met risico's voor brandveiligheid en/of constructieve veiligheid Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

84

• Bouwen in strijd met of zonder de vergunning o binnen beschermd stadsgezicht o in strijd met de eisen welstand (excess) o overig • Reclame-uiting in strijd met of zonder vergunning o op of aan monumenten o in het kernwinkelgebied van de binnenstad o in de rest van de binnenstad o overig • Slopen zonder vergunning of melding o binnen beschermd stadsgezicht o zonder asbest • Slopen in strijd met de vergunning of melding o binnen beschermd stadsgezicht o zonder asbest • Aanleg in afwijking van of zonder aanlegvergunning • Aanleg en gebruik uitweg in afwijking van of zonder vergunning • Tijdelijk bouwwerk (niet verwijderen na afloop toegestane termijn) • Vergunningvrij bouwen in strijd met Bouwbesluit • Vervallen en verloederde panden/achterstallig onderhoud (geen onderdeel uitmakend van een integrale aanpak)

Gemeente Bodegraven-Reeuwijk

• sloop mét asbest zonder of in strijd met de vergunning/melding; • bouwen zonder vergunning in het buitengebied; • brandveiligheid en/of constructieve veiligheid bij evenementen; • brandveiligheid in drank- en horecagelegenheden; • bouwen zonder of in strijd met de vergunning met gevaar voor constructieve veiligheid of brandveiligheid; • bouwen zonder vergunning overige aspecten (niet zijnde constructieve veiligheid of brandveiligheid); • vervallen en verloederde panden/achterstallig onderhoud; • gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan in cultuurhistorische gebieden; • huisvesting (buitenlandse) werknemers in strijd met het bestemmingsplan; • gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan bij kamerbewoning; • werkzaamheden zonder of in strijd met de vergunning bij Rijksmonumenten en/of gemeentelijke monumenten; • gebruik zonder of in strijd met een melding of vergunning ‘brandveilig gebruik’. • gebruik grond of bouwwerk in strijd met bestemmingsplan bij recreatieverblijven (permanente bewoning); • drijvende horeca op de plassen; • illegaal gebruiken van agrarische gronden/natuurgronden in het buitengebied/plassengebied Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

85

Onderstaande overtredingen die minder vaak voorkomen en/of die minder verstrekkende gevolgen hebben voor de leefomgeving. Deze overtredingen worden niet actief opgespoord. Maar de overtredingen kunnen wél gehandhaafd worden, bijvoorbeeld als hier een klacht of handhavingsverzoek voor ingediend wordt of als de gemeente ervoor kiest om bepaalde onderwerpen (soorten overtredingen, gebieden, doelgroepen) projectmatig aan te pakken. Het gaat dan in ieder geval om de volgende activiteiten: • sloop zónder asbest zonder of in strijd met de vergunning/melding; • bouwen in strijd met de vergunning overige aspecten (niet zijnde constructieve veiligheid of brandveiligheid); • bouwen zonder vergunning van/bij woonwagens; • strijdig gebruik van agrarische gronden binnen een gebied met een transitieopgave; • strijdig gebruik van agrarische gronden buiten gebieden met een transitieopgave; • gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan panden in kernwinkelgebied; • gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan detailhandel op bedrijventerrein; • gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan overig; • vergunningvrij bouwen in strijd met Bouwbesluit; • werkzaamheden zonder aanlegvergunning in het buitengebied; • constructieve veiligheid bij drank- en horecagelegenheden; • gebruik grond of bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan in een gebied met het

Keurmerk Veilig Ondernemen; • werkzaamheden zonder aanlegvergunning overige gebieden; • tijdelijk bouwwerk (niet verwijderen bouwwerk na afloop toegestane termijn); • reclameuiting in strijd met de vergunning; • bouwen in strijd met de vergunning bij woonwagens; • werkzaamheden in afwijking van de aanlegvergunning; • gebruik grond of bouwwerk na afloop van de toegestane termijn;

Handhavingsthema

Prioriteit

Gemeente Waddinxveen

brandveiligheid

Hoog

Bouw en woningtoezicht

Hoog

Planologisch gebruik Ondermijning Monumenten Evenementen Sloop Uitweg Kappen van een houtopstand Objecten in de openbare ruimte

Hoog Hoog Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Laag Laag Laag

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

86

Gemeente Zuidplas 1. Het aantal locaties waar buitenlandse werknemers illegaal worden gehuisvest terugbrengen. Handhaving is slechts één van de noodzakelijke middelen om illegale huisvesting van buitenlandse werknemers terug te brengen. Om te voorkomen dat het probleem zich verplaatst naar andere locaties binnen of buiten de gemeente, is het noodzakelijk dat huisvesting wordt aangeboden op plekken waar dit wel wenselijk en toegestaan is. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen. 2. Strijdig gebruik van gronden met agrarische bestemming terugbrengen. 3. De focus ligt op gronden met een agrarische bestemming, omdat een groot deel van de gronden in Zuidplas is bestemd voor agrarisch gebruik. En juist in deze gebieden vindt veel strijdig gebruik plaats dat onwenselijk kan zijn bij de (toekomstige) ontwikkeling van gebieden en hinderlijk kan zijn voor omwonenden. 4. Terugbrengen van bewoning van recreatieverblijven in strijd met het bestemmingsplan. Zoals in de vorige paragraaf gezegd heeft illegale bewoning van recreatieverblijven negatieve effecten op meerdere gebieden. Wij stellen ons daarom tot doel om illegale bewoning van recreatieverblijven actief terug te dringen. Dit betekent dat er gehandhaafd wordt op eenieder die een recreatieverblijf gebruikt of laat gebruiken voor andere doeleinden dan recreatie.

Uitgezonderd zijn recreatieverblijven waarvan de bewoners in het bezit zijn van een persoonsgebonden omgevingsvergunning, een persoonsgebonden gedoogbeschikking en een objectgebonden gedoogbeschikking. Naast deze doelstellingen blijven toezicht en handhaving natuurlijk ook gericht op het voorkomen van calamiteiten en gevaarlijke situaties. De prioritering staat in onderstaand overzicht. Indien het college het nodig acht, kan gemotiveerd afgeweken worden van het beleid. Omgevingsrecht 1. Illegale sloop met asbest (in strijd met de vergunning/melding) 2. Brandveiligheid en Constructieve veiligheid Dranken Horecagelegenheden en Evenementen 3. Sloop met asbest in strijd met de melding/vergunning 4. Gebruik grond of bouwwerk in strijd recreatieve bestemming, permanente bewoning en kortverblijf 5. Gebruik zonder/of in strijd met vergunning of melding brandveilig gebruik; 6. Bouwen in strijd met of zonder vergunning met gevaar voor brandveiligheid of constructieve veiligheid 7. Huisvesten arbeidsmigranten in strijd met het bestemmingsplan 8. Het brandveilig gebruik op recreatieparken 9. Illegale sloop zonder asbest

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

87

Bijlage 7 Toezicht op emissies

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

88

Soort emissie Geluid

Periodiek toezicht

-

Bij horecabedrijven wordt 4 á 5 keer per jaar een gebiedsgerichte controle uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.

Klachten

-

Bij geluidsklachten over bedrijven wordt een meting uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.

-

Bij klachten over laagfrequent geluid wordt een meting uitgevoerd. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.

Trillingen

Klachten

-

Klachten op het gebied van trillingen komen zeer zelden voor. Indien een trilling onderzoek moet worden uitgevoerd, dan wordt daarvoor een extern bureau ingehuurd.

Licht

Klachten

-

Het toezicht op de lichtemissies van bedrijven, met uitzondering van assimilatiebelichting vindt uitsluitend plaats naar aanleiding van klachten. Metingen worden met eigen apparatuur uitgevoerd.

Periodiek toezicht

-

Het toezicht op het gebruik van assimilatiebelichting wordt tijdens periodieke, gebiedsgerichte controles uitgevoerd.

Afvalwater

Klachten of vermoedens

-

Bij klachten of vermoedens wordt aan een extern bureau de opdracht gegeven het afvalwater te bemonsteren en te analyseren. De ODMH bepaalt vooraf de parameters en de te contoleren lozingspunten.

Lucht

Periodiek toezicht

-

De verplichting voor bedrijven om eenmalig of periodiek onderzoek te doen naar luchtemissies, is vastgelegd in AMvB’s en vergunningen. Bedrijven dienen zelf opdracht te geven aan een onderzoeksbureau dat daarvoor is gecertificeerd. Gedurende reguliere controles houdt de ODMH toezicht op die verplichting. Daarnaast beoordelen we de onderzoeksopzet en het onderzoeksrapport.

Bodem en grondwater

Periodiek toezicht

-

De verplichting voor bedrijven om eenmalig of periodiek onderzoek te doen naar bodememissies, is vastgelegd in AMvB’s en vergunningen. Bedrijven dienen daartoe zelf opdracht te geven aan een onderzoekbureau dat daarvoor is gecertificeerd. Gedurende reguliere controles houden we toezicht op die verplichting. Daarnaast beoordeelt de ODMH ook de onderzoeksopzet en het onderzoeksrapport.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

89

Calamiteiten

-

Bij calamiteiten waarbij stoffen in de bodem of het grondwater zijn geraakt, wordt de veroorzaker, of anders de eigenaar van de grond, aangezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar de emissies. Het onderzoek wordt zo nodig afgedwongen door middel van een last onder bestuursdwang. Wordt niet aan de last voldaan, dan geeft de ODMH opdracht tot het uitvoeren een onderzoek en worden de kosten op de veroorzaker of eigenaar verhaald. Alle onderzoeken worden door gecertificeerde bureaus uitgevoerd.

Administratief

Aanleiding

Wijze van controleren

Integraal PRTR-

Jaarlijks

-

verslag

Bedrijven die onder de reikwijdte van de Europese PRTRverordening (Pollutant Release and Transfer Register) moeten– onder andere – de emissies naar lucht, water en bodem registreren in een elektronisch milieujaarverslag (e-MJV). Het PRTR-deel van het e-MJV wordt door de ODMH beoordeeld.

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

90

Bijlage 8 Andere VTH-taken; per thema Dit is de uitwerking is van de in paragraaf 9.7 aangekondigde overige thema’s. Bodem In de regio Midden-Holland is de draagkracht van de bodem slecht en bovendien zettingsgevoelig. Het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging is daarom voor bepaalde activiteiten in de regio groter bij: • het toepassen van grond en bagger om bodemdaling te compenseren; • het afbreken van (ondergrondse) leidingen als gevolg van zettingen. Als bijzondere taken op het gebied van bodem wordt daarnaast kort stilgestaan bij: • bodemenergiesystemen; • archeologie. Grondverzet als compensatie van bodemdaling Vanwege de slappe bodem moet er in de regio Midden-Holland veel bodem worden opgehoogd en wordt er dus veel grond verzet. Handhaving van grondstromen is daarom een speerpunt. De gehele grondstromenketen bestaat uit verschillende schakels. Bij elk van die schakels kunnen fouten worden gemaakt als gevolg waarvan de bodem verontreinigd kan raken. Door integraal samen te werken met ketenpartners is inzicht ontstaan in de meest prioritaire schakels, te weten: • toepassen van grond/aanvullen; • keuring/onderzoek van toe te passen partijen grond of bagger; • meldgedrag; • tijdelijke gronddepots. Toezicht en Handhaving vinden plaats middels een mix van administratieve controle, vrije veldcontroles en controle van gemelde werken.

Risico op afbreken van (ondergrondse) leidingen Bij ongelijke zettingen kunnen ondergrondse leidingen afbreken en kunnen vloeistoffen in de bodem geraken. Voorbeelden van activiteiten waarvoor in deze regio een verhoogd risico geldt zijn onder andere opslag van stoffen in ondergrondse tanks, olie-benzine-afscheiders, bedrijfsrioleringen en bodemenergiesystemen. Bewustwording van het verhoogde risico bij dergelijke activiteiten is en blijft noodzakelijk. Om deze reden hebben de gemeenten de beleidsnotitie “Beleidsregels voor bodemonderzoek bij bedrijven” vastgesteld om grondwatermonitoring toe te passen bij olie-benzine afscheiders (obas) en zijn alle bedrijven in de regio Midden-Holland hiertoe verplicht. Een uitzondering voor obas wordt gemaakt voor: • een obas die samen met het leidingwerk onderheid is. • bedrijven die hun riolering jaarlijks of tweejaarlijks laten inspecteren. Hier is het risico op verontreiniging al voldoende weggenomen. • Activiteiten die worden uitgevoerd in een voor zettingen en bodemdaling minder gevoelig gebied. Bodemenergiesystemen De gemeenten zijn bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen. De taken betreffen het beoordelen van de meldingen en de handhaving van de voorschriften die gelden voor deze systemen. Deze taken worden uitgevoerd door de ODMH.

Hierbij wordt aangesloten bij de Besluitvormings Uitvoerings Methode (BUM) en de Handhavings Uitvoerings Methode (HUM) van de Stichting

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

91

Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en de specifiek voor de gemeente Zuidplas geldende beleidsregels. Archeologie Archeologisch beleid is bij alle gemeenten vastgesteld en wordt vertaald naar voorschriften in bestemmingsplannen. De ODMH heeft voor enkele gemeenten mandaat om toe te zien op de naleving van voorschriften in het bestemmingsplan. Toezichthouders, op grond van het Besluit Bodemkwaliteit en van milieu hebben een signaleringstaak ten aanzien van archeologie. In overleg met de gemeenten wordt bepaald wie zo nodig gaat handhaven. Bodem onder de Omgevingswet (ontwikkelingen) Middels een Aanvullingswet en een Aanvullingsbesluit wordt de bodemwet- en regelgeving geïntegreerd in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet verschuiven de huidige provinciale bodemtaken naar de gemeenten. Samenwerking is een kernwaarde binnen de Omgevingswet. Voor bodem en ondergrond geldt dat in het bijzonder. Het bodem- en grondwatersysteem overstijgt de gemeentegrenzen. Daarnaast is er sprake van nieuwe bedreigingen van de bodem- en grondwaterkwaliteit: er komen nieuwe bedreigende stoffen in het milieu (ook wel: Zeer zorgwekkende stoffen, zie paragraaf 4.1.2) en er is in toenemende mate sprake van nieuwe toepassingen als gevolg van hergebruik van materialen en het sluiten van de kringlopen (circulaire economie, paragraaf 4.1.1).

Provincies hebben daarom toegezegd de overdracht goed te begeleiden en ook waterschappen stellen hun kennis van het bodem- en watersysteem ter beschikking. Het is aan gemeenten om de nieuwe taken goed op te pakken. In de komende jaren, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bereiden de gemeenten en de provincie zich voor op deze veranderingen. De ODMH ondersteunt hierbij, maar is in de verantwoordelijkheidsoverdracht zelf geen partij. De uiteindelijke afspraken over de overdracht worden tussen de gemeenten en de provincie gemaakt.

Geluid Handhavingsbeleid geluid bij evenementen In 2017 is door de ODMH het Handhavingsbeleid geluidsnormen bij evenementen opgesteld voor de gemeenten in de regio van Midden-Holland. Doel hiervan is om het nalevingsgedrag van de geluidsnormen bij evenementen te verhogen om geluidsoverlast te beperken. In de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas is dit vastgesteld. De ODMH streeft ernaar om voor alle gemeenten het huidige beleid toe te passen. Horeca In het jaarprogramma worden per gemeente afspraken gemaakt voor preventief toezicht op geluidsnormen in de avond en nachtperiode. Deze controles vinden plaats onder de noemer ‘horecaronde’ en worden periodiek uitgevoerd. Naast het uitvoeren van preventieve horecarondes wordt ook specifieke geluidcontroles uitgevoerd naar aanleiding van klachten of lopende handhavingstrajecten. Zonebeheer Het bewaken van de normen van gezoneerde industrieterreinen (onder de Omgevingswet geluidproductieplafonds) heeft prioriteit, omdat bij het overschrijden geen vergunningen meer afgegeven kunnen worden en de normen niet overschreden mogen worden. De bewaking van de normen van gezoneerde industrieterreinen en bedrijventerreinen met een geluidafspraak wordt uitgevoerd door middel van een zonebewakingsmodel. Het relevante deel van dit

Integrale nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ODMH 2023-2026

92

model wordt aan de bedrijven ter beschikking gesteld om bij de aanvraag van een vergunning, of het indienen van een melding, een akoestisch rapport op te kunnen stellen. Het aangepaste model wordt vervolgens weer in het zonebewakingsmodel ingebracht. Daarna wordt gecontroleerd of het bedrijf kan voldoen aan de normen. Indien voldaan wordt aan de norm, wordt de vergunning verleend of de melding geaccepteerd. In het geval van een melding wordt in bijna alle gevallen ook een maatwerkvoorschrift voor geluid opgelegd, om de geluidsruimte van het bedrijf in het zonebewakingsmodel vast te leggen. Bij het toetsen aan de norm wordt tevens duidelijk hoeveel geluidruimte nog aanwezig is in de geluidszone. Daarnaast wordt elk half jaar een visuele controle op het industrieterrein uitgevoerd om te controleren of alle bedrijven op het gezoneerde industrieterrein bekend zijn bij de ODMH en op een juiste wijze in het zonebewakingsmodel zijn ingebracht. Externe veiligheid Beleidskader onder de Wabo Door de gemeenten (behalve Krimpenerwaard) zijn in het verleden lokale visies externe veiligheid vastgesteld. In deze beleidsvisies werden kaders gesteld aan (nieuwe) risicovolle activiteiten (met name Bevi-inrichtingen): • De plaatsgebonden risicocontour 10-6 diende te zijn gelegen binnen de eigen inrichtingsgrens, met uitzondering van bestemmingen als ‘Groen’, ‘Verkeer’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c3e590e5-25ff-407d-bbfc-76be9a788124