CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.17 BIJL - Visie op de veren.pdf

Raadsvergadering 14 juli 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college19.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

38/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Dividend op aandelen De gemeente Krimpenerwaard bezit zoals gezegd alle aandelen van de bv. Een deel van die aandelen bestaat uit cumulatief preferente aandelen, waarop de vennootschap verplicht is jaarlijks 7% dividend uit te keren. De vennootschap hanteert als beleid dat zij jaarlijks 40% van de winst uitkeert als dividend (inclusief het dividend op de cumulatief preferente aandelen). Sinds haar bestaan heeft de bv de volgende bedragen uitgekeerd als dividend: Over het boekjaar

Bedrag

2003 t/m 2010

€ 24.150,-

2011

€ 50.475,-

2012

€ 52.224,-

2013

€ 45.743,-

2014

€ 24.150,-

2015

€ 50.040,-

2016

€ 39.077,-

2017

€ 42.804,-

Dividend per boekjaar

Financiële kerngegevens uit jaarrekening en balans De jaarrekening toont de lasten en baten van het bedrijf als geheel, maar ook de lasten en baten per veerdienst. Enkele kerngegevens over het bedrijf als geheel uit de jaarrekening 2017: 2017

2016

192.986

88.609

Eigen vermogen

3.024.253

2.855.417

Langlopende schulden

2.413.237

585.000

Resultaat na belastingen

Kerngegevens uit jaarrekening Schoonhoven BV 2017

Het resultaat in 2017 is mede beïnvloed door eenmalige baten uit de verkoop van een veerpont aan Veerbedrijf De Visser BV.

39/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Personeel Per juni 2018 zijn de volgende personeelsleden er werkzaam (samen circa 26 fte): ● 13 schipper-kaartverkopers met een vaste arbeidsovereenkomst; ● 2 schippers met een oproepcontract; ● 9 kaartverkopers met een vaste arbeidsovereenkomst; ● 7 kaartverkopers met een oproepcontract; ● 2 technische medewerkers; ● 1 administratief medewerker; ● 1 directeur/bestuurder. Van deze personen zijn er negen die gedetacheerd worden vanuit de gemeente Krimpenerwaard. Deze constructie is een overblijfsel uit de tijd van de privatisering. De bv volgt zo veel mogelijk de gemeentelijke arbeidsvoorwaarden (CAR UWO). Ontwikkelingen bij de overname van veerdiensten De ervaring tot nu toe bij de overname door Schoonhoven BV van de exploitatie van de veerdiensten Gouderak – Moordrecht en Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland leert het volgende: ● Na de overname is er sprake geweest van uitbreiding van vaartijden (bijvoorbeeld geen stilstand tijdens lunchtijd), vernieuwing van het motorpontje Lekkerkerk, verhoging van het aantal overzettingen en de omzet, en andere vormen van professionalisering van de dienstverlening. ● Daar staat tegenover dat de financiële lasten meer zijn gestegen dan de financiële baten. De kostenstijgingen werden veroorzaakt door meer personeelslasten en investeringen in het materieel.

Daarmee zijn deze veerdiensten meer op een up-to-date kwaliteitsniveau gebracht en tevens meer toekomstbestendig. Of anders gezegd: achterstallig onderhoud is weggewerkt.

40/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bijlage 5

Gemeentelijke baten en lasten

In dit hoofdstuk tonen we de financiële baten en lasten die voor de gemeente voortvloeien uit de exploitatie van de veerdiensten. We onderscheiden daarbij: ● de financiële relatie tussen de gemeente en elk van de veerdiensten; ● de financiële relatie tussen de gemeente en Veerdienst Schoonhoven BV; ● de baten en lasten van de gemeente voor het verenstelsel als geheel (bestaande uit de som van bovenstaande twee financiële relaties). Positieve bedragen betekenen een inkomst voor de gemeente. Negatieve bedragen betekenen een last voor de gemeente. De bedragen van € 0 bij de veerdiensten Ammerstol – Groot-Ammers en Krimpen aan de Lek – Nieuw-Lekkerland zijn het gevolg van de omstandigheid dat de gemeente met deze twee veren geen financiële relatie heeft, ook niet indirect via een andere gemeente. We kijken eerst terug op de gemeentelijke baten en lasten in de periode 2014-2017. Daarna blikken we vooruit naar 2018 en de jaren daarna. Terugblik 2014-2017 Onderstaande tabel geeft de saldi van baten en lasten in de periode 2014-2017 weer volgens de genoemde driedeling. Verderop in deze bijlage geven wij een nadere detaillering van deze cijfers. Daarin geven we ook aan dat onderstaande cijfers niet volledig overeenkomen met de bedragen zoals opgenomen in de jaarrekeningen. 2017

2016

2015

2014

€ 79.140

€ 61.584

€ 59.349

€ 56.960

€0

€0

€0

€0

€ 41.334

€ 25.076

€ 48.956

€ 51.709

4. Lekkerkerk – NieuwLekkerland

- € 63.644

- € 42.768

- € 9.953

-€ 8.185

5. Krimpen aan de Lek – Kinderdijk

€0

€0

€0

€0

A. Saldo van baten en lasten voor de gemeente per veer 1. Schoonhoven – Gelkenes 2. Ammerstol – Groot-Ammers 3. Bergambacht/Bergstoep – Streefkerk

41/71 Visie op de​ ​veerdiensten

6. Krimpen aan de Lek – Kinderdijk - Ridderkerk

- € 9.740

- € 9.683

- € 11.498

- € 9.552

7. Ouderkerk a/d IJssel – Nieuwerkerk

€ 1.060

- € 2.934

- € 5.067

- € 53.462

8. Gouderak –- Moordrecht

- € 43.646

- € 38.988

- € 2.294

- € 5.824

Totaal​ ​A​ (som A.1 t/m A.8)

€ 4.504

- € 7.713

€ 79.493

€ 31.646

B. Dividend Veerdienst Schoonhoven BV, na aftrek kosten gemeente van rente op geïnvesteerd vermogen

€ 17.262

€ 12.240

-€ 15.097

€ 3.837

C. Verenstelsel Krimpenerwaard ​(A+B)

€ 21.766

€ 4.527

€ 64.396

€ 35.483

Saldi van gemeentelijke baten en lasten 2014-2017

Uit de laatste regel van tabel 4.1 blijkt dat het verenstelsel als geheel de gemeente in 2017 bijna € 22.000,- oplevert. Gemiddeld over de periode 2014 tot en met 2017 gaat het om een saldo per jaar van afgerond € 32.000,- positief. Vooruitblik op 2018 en verder De structurele doorwerking van de overeenkomsten met Schoonhoven BV over de exploitatie van de veerdiensten Gouderak – Moordrecht en Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland heeft in 2018 ten opzichte van het jaar 2017 een aanvullende last tot gevolg van € 55.000,-. Per saldo slaat daarom naar de huidige verwachting in 2018 het positieve saldo voor de gemeente om in een nadelig saldo van circa € 23.000,- (€ 32.000,- – € 55.000,-). Te verwachten valt dat dit saldo in de jaren daarna gemiddeld iets harder groeit dan de inflatie, omdat te verwachten is dat op sommige momenten nieuwe vormen van professionalisering zullen worden geïntroduceerd en deze – gemiddeld gesproken – de gemeentelijke kosten geleidelijk aan zullen verhogen. Wij baseren deze verwachting op de gesprekken die wij hebben gevoerd met exploitanten.

42/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Financiële relatie en financieel effect samengevat Onderstaande tabel geeft een overzicht met welke veerdienst de gemeente een financiële relatie heeft en wat per veerdienst het effect is op de gemeentebegroting: Veerdiensten

Financiële relatie met gemeente? * ​ )

Financieel effect op begroting gemeente

1. Schoonhoven – Gelkenes

Ja

Positief

2. Ammerstol – Groot Ammers

Nee

Geen

3. Bergambacht/Bergstoep – Streefkerk

Ja

Positief

4. Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland

Ja

Negatief

5. Krimpen aan de Lek – Kinderdijk

Nee

Geen

6. Driehoeksveer Krimpen aan de Lek – Kinderdijk – Ridderkerk

Ja

Negatief

7. Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel

Ja

Licht negatief

8. Gouderak – Moordrecht

Ja

Negatief

Totaal

Licht negatief

*) Saldo van baten en materiële lasten (exclusief personele lasten gemeente)

De financiële relatie tussen de gemeente en elk van de veerdiensten We tonen hier de baten en lasten voor de gemeente voor het totaal van de acht veerdiensten en per afzonderlijke veerdienst. De lasten per veerdienst bestaan uit bijdragen van de gemeente aan de exploitant en uit overige materiële lasten, zoals verzekeringen en belastingen. Kosten voor de inzet van gemeentelijk personeel dat zich af en toe bezighoudt met de veerdiensten en met Schoonhoven BV zijn hierin niet meegerekend. Voor zover de gemeente onderhoud pleegt aan steigers wordt deze last evenmin meegerekend. De cijfers sluiten overigens niet altijd volledig aan bij de jaarrekeningen van de gemeente. Waar sprake is van een afwijking vermelden we dat bij de desbetreffende tabel. Voor zover voorzienbaar is dat de baten en/of lasten in 2018 substantieel afwijken van die in 2017 geven we dat ook aan.

43/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Veren totaal Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant #)

2017 € 201.009

2016 € 204.821

2015 € 122.641

2014 € 173.422

€ 180.264

€ 177.268

€ 113.830

€ 116.053

Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente

€ 205.513

€ 197.108

€ 202.134

€ 205.068

€ 150.516 € 54.997

€ 142.111 € 54.997

€ 147.833 € 54.301

€ 151.082 € 53.986

Saldo

€ 4.504

-€ 7.713

€ 79.493

€ 31.646

Veer Schoonhoven – Gelkenes *) Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant

2017 € 21.816

2016 € 37.801

2015 € 39.247

2014 € 41.906

€ 21.816

€ 37.801

€ 39.247

€ 41.906

Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente

€ 100.956

€ 99.385

€ 98.596

€ 98.866

€ 100.956

€ 99.385

€ 98.596

€ 98.866

Saldo

€ 79.140

€ 61.584

€ 59.349

€ 56.960

2017 €0 €0 €0

2016 €0 €0 €0

2015 €0 €0 €0

2014 €0 €0 €0

2017 € 8.000

2016 € 17.424

2015 € 55

2014 € 55

Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente

€ 49.334

€ 42.500

€ 49.011

€ 51.764

€ 49.334

€ 42.500

€ 49.011

€ 51.764

Saldo

€ 41.334

€ 25.076

€ 48.956

€ 51.709

#) In 2018 € 235.356 ​(+ €25.642 en + € 29.450 ten opzichte van 2017).​ ​Zie tabelnoten bij veer Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland en veer Gouderak – Moordrecht hieronder.

*) In de jaarrekeningen is de financiële relatie tussen de gemeente en Veerdienst Schoonhoven BV niet gescheiden van de gemeentelijke baten en lasten van de exploitatie van de veerdienst Schoonhoven – Gelkenes

Veer Ammerstol ​–​ Groot-Ammers Lasten Baten Saldo Veer Bergambacht/Bergstoep Streefkerk Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant

44/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Veer Lekkerkerk ​–​ Nieuw-Lekkerland Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant **)

2017 € 73.641

2016 € 52.765

2015 € 23.454

2014 € 23.671

€ 64.358

€ 50.284

€ 22.087

€ 21.595

Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente

€ 9.997

€ 9.997

€ 13.501

€ 15.486

€ 9.997

€ 9.997

€ 13.501

€ 15.486

Saldo

-€ 63.644

-€ 42.768

-€ 9.953

-€ 8.185

2017 €0 €0 €0

2016 €0 €0 €0

2015 €0 €0 €0

2014 €0 €0 €0

2017 € 9.740

2016 € 9.683

2015 € 11.498

2014 € 9.552

€ 9.740

€ 9.683

€ 9.683

€ 9.552

€0

€0

€0

€0

-€ 9.740

-€ 9.683

-€ 11.498

-€ 9.552

2017 € 44.166

2016 € 48.160

2015 € 45.867

2014 € 92.188

€ 43.000

€ 43.000

€ 42.813

€ 43.000

Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente

€ 45.226

€ 45.226

€ 40.800

€ 38.726

€ 226 € 45.000

€ 226 € 45.000

€ 40.800

€ 226 € 38.500

Saldo

€ 1.060

-€ 2.934

-€ 5.067

-€ 53.462

**) ​In 2018: € 90.000 (+ €25.642 ten opzichte van 2017)

Veer Krimpen aan de Lek ​–​ Kinderdijk Lasten Baten Saldo Driehoeksveer Krimpen aan de Lek ​– Kinderdijk - Ridderkerk Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente Saldo Veer Ouderkerk a/d IJssel ​– Nieuwerkerk Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant ***)

***) In de jaarrekening 2017 zijn in deze jaarlasten ook lasten opgenomen van gemeentelijk personeel. In 2018 wordt de exploitatie opnieuw aanbesteed.

45/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Veer Gouderak ​–​ Moordrecht Lasten Waarvan bijdragen gemeente aan exploitant ****) Baten Waarvan bijdrage exploitant aan gemeente Waarvan bijdragen derden aan gemeente Saldo

2017 € 43.646

2016 € 38.988

2015 € 2.520

2014 € 6.050

€ 41.350

€ 36.500

€0

€0

€ 226

€ 226

€0

€0

€ 226

€ 226

-€ 43.646

-€ 38.988

-€ 2.294

-€ 5.824

****) In 2018: € 70.800 (+ € 29.450 ten opzichte van 2017)

De financiële relatie tussen de gemeente en Veerdienst Schoonhoven BV De financiële relatie tussen de gemeente en het bedrijf Veerdienst Schoonhoven BV wordt gekenmerkt door het eenmalig verstrekken van aanvangskapitaal bij de oprichten en het jaarlijks ontvangen van dividend. De baten en lasten die hiermee zijn verbonden, zien er als volgt uit: Dividend Veerdienst Schoonhoven BV Lasten (rente op verstrekt kapitaal) ##) Baten (dividend over jaar t-1) ​###) Saldo

2017

2016

2015

2014

€ 21.816 € 39.077 € 17.262

€ 37.801 € 50.040 € 12.240

€ 39.247 € 24.150 -€ 15.097

€ 41.906 € 45.743 € 3.837

##) Dit is een administratieve toerekening van rentekosten, zoals opgenomen in de jaarrekeningen. Er zou ook kunnen worden gekozen voor het niet toerekenen van rentekosten aan het verstrekte kapitaal. ###) Berekend als: Dividend uitgekeerd over jaar t-1

De baten en lasten van de gemeente voor het verenstelsel als geheel Onderstaande tabel laat de baten en lasten zien voor de gemeente van het verenstelsel als geheel: de afzonderlijke veerexploitaties en de relatie met het bedrijf Veerdienst Schoonhoven BV: Verenstelsel Krimpenerwaard

2017

2016

2015

Lasten ​####)

€ 222.825

€ 242.622

€ 161.888

Baten Saldo

€ 244.590 € 21.766

€ 247.148 € 4.527

€ 226.284 € 64.396

2014 € 215.328 € 250.811 € 35.483

####) In 2018: € 277.917 ​(+ €25.642 en + € 29.450 = + € 55.092 ten opzichte van 2017). Zie tabelnoten bij veer Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland en veer Gouderak – Moordrecht hierboven.

46/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bijlage 6 Gekwalificeerde maatschappelijke waarde per veerdienst In deze bijlage tonen we per veerdienst de kwalitatieve vervoerswaarde, zoals opgenomen in bijlage 3, en het kwalitatieve financiële effect op de gemeentelijke begroting zoals opgenomen in bijlage 5. Van beide aspecten leiden we per veerdienst de gekwalificeerde maatschappelijke waarde af. Voor de gekwantificeerde maatschappelijke waarde, als saldo van vervoerswaarde en kosten, hanteren we een 4-puntsschaal: zeer groot, groot, middel en voldoende om de veerdienst te behouden. Evenals de vervoerswaarde gaat het bij de maatschappelijke waarde om een globale maatstaf. De volgorde van de veerdiensten in de tabel wordt bepaald door de rangorde van de vervoerswaarde (waarbij we bij gelijke inschaling op de 4-puntsschaal tevens kijken naar de achterliggende aantallen vervoersbewegingen). Veerdienst

Kwalitatieve vervoerswaarde

rangorde

Kwalitatief financieel effect op begroting gemeente

Per saldo gekwalificeerde maatschappelijke waarde

absoluut

Schoonhoven - Gelkenes

1

Groot

Positief

Zeer groot

Bergambacht/ Bergstoep – Streefkerk

2

Groot

Positief

Zeer groot

Krimpen aan de Lek Kinderdijk

3

Groot

Geen

Groot

Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland

4

Middelgroot

Negatief

Middelgroot

Gouderak – Moordrecht

5

Middelgroot

Negatief

Middelgroot

Krimpen aan de Lek – Kinderdijk – Ridderkerk (Driehoeksveer)

6

Niet groot

Negatief

Gering

Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel

7

Niet groot

Licht negatief

Middelgroot

Ammerstol – Groot-Ammers

8

Gering

Geen

Gering

Licht negatief

Waardevol

Totaal

47/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bijlage 7 Gekwantificeerde ‘zachte’ waarden per veerdienst In deze bijlage geven we de kwantificering aan van de ‘zachte’ maatschappelijke waarden per veerdienst, die we hanteren als bonus op de gekwantificeerde vervoerswaarde. Deze is gebaseerd op een waardering door een groep van ambtelijke experts. Veerdienst

Bijdrage aan

Totaal bonus

Bereikbaarheid voorzieningen

Toeristisch/ recreatief verkeer

Aantrekkelijkheid woon-, werk- en leefomgeving

Beleving van cultureel erfgoed

Milieu- en gezondheidsaspecten van vervoersbewegingen en/of veiligheid op het water

Schoonhoven ​– Gelkenes

0,025

0,025

0,1

0,050

0

0,2

Bergambacht/ Bergstoep – Streefkerk

0,025

0,025

0,1

0,050

0

0,2

Krimpen aan de Lek – ​ ​ Kinderdijk

0,050

0,075

0,1

0,050

0

0,275

Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland

0,075

0,050

0,075

0,050

0

0,25

Gouderak – Moordrecht

0,075

0,025

0,075

0,050

0

0,225

Krimpen aan de Lek – Kinderdijk – Ridderkerk (Driehoeksveer)

0,050

0,025

0,050

0,025

0

0,15

Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel

0,025

0,050

0,050

0,025

0

0,15

0

0,1

0,025

0

0

0,125

Ammerstol – Groot-Ammers

48/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bijlage 8

Omgevingsanalyse

In deze bijlage brengen wij de belangrijkste ontwikkelingen en trends in beeld die de omgeving bepalen waarmee de gemeente en de veerdiensten rekening zullen moeten houden. Deze analyse ligt ten grondslag aan de leidraad voor toekomstig handelen die we in hoofdstuk 2 schetsen. We onderscheiden de volgende mogelijke ontwikkelingen, ingedeeld naar twee groepen van ontwikkelingen: 1. Inzake nut en noodzaak van veerdiensten a. Bereikbaarheid verandert b. Toeristisch/recreatief verkeer verandert c. Dreigende afname van aantrekkelijkheid woon-, werk- en leefomgeving d. Meer aandacht voor historische waarden van veren (cultureel erfgoed) e. Milieu- en gezondheidsaspecten van vervoersbewegingen vergen meer aandacht ​[1] 2. Inzake de organisatie van veerdiensten a. Afspraken tussen gemeente en exploitant moeten worden aangepast b. Belanghebbenden betalen niet altijd mee in een negatief exploitatiesaldo c. Verandering van wet- en regelgeving over exploiteren van veerdiensten d. Meer aandacht voor veiligheid op het water e. Afname aanbod van professionele schippers f. Ontstaan van nieuwe overlegvormen g. Ontstaan van nieuwe technische mogelijkheden voor verbeteren klantvriendelijkheid en bedrijfsvoering h.

Organisatorische concentratie van veerdienstexploitatie biedt mogelijkheden Per mogelijke ontwikkeling beschrijven we: ● wat er speelt of zou kunnen gaan spelen; ● de kansen en bedreigingen voor de gemeente en de lokale samenleving; ● de meest voor de hand liggende wijze waarop de gemeente de kansen kan benutten en de bedreigingen kan beheersen.

49/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Ontwikkelingen inzake nut en noodzaak van veerdiensten a. Bereikbaarheid verandert De teksten over Bereikbaarheid in deze bijlage dateren van de eerste helft van november 2018. De besluitvorming in het zogenoemde MIRT-overleg met de metropoolregio Rotterdam – Den Haag van eind november 2018 is hierin niet meer opgenomen. Wat speelt of kan gaan spelen? ● De gemeente Krimpenerwaard wordt aan de zuid-, west- en noordzijde omsloten door de rivieren Lek en Hollandse IJssel. ● De brugverbindingen zijn gelegen in andere gemeenten: over de Hollandse IJssel in Krimpen aan den IJssel (Algerabrug in de N210) en in Gouda (Gouderakse brug); over de Lek en in het verlengde daarvan de Nieuwe Maas: in Vianen (bruggen in de A27 en A2) en in Rotterdam (Van Brienenoordbrug). ● De veerdiensten leveren een zeer belangrijke bijdrage aan de ontsluiting van de Krimpenerwaard. Aan de rapportage Bereikbaarheid ​[2]​ ontlenen we de volgende factoren: ● Woon-, werk- en voorzieningenlocaties zijn in de Krimpenerwaard geconcentreerd in de zuidwesthoek en daarnaast verspreid langs de T-infrastructuur (N210 en N207). ● Op toeristisch gebied zijn er weinig concentratiepunten aan te wijzen met een sterke verkeersaantrekkende werking. ● In de Krimpenerwaard is sprake van een ‘eilandsituatie’ met een infrastructuur daarbinnen met een omgekeerde T-structuur met de N207 en de N210.

De structuur sluit prima aan bij de grootste herkomsten (concentratie inwoners) en bestemmingen (werk en voorzieningen) binnen de Krimpenerwaard. Aan de T-structuur is ook het ov-netwerk gekoppeld. Het fietsnetwerk is wijdvertakt met aansluiting op de omliggende gebieden. ● De verbindingen binnen de Krimpenerwaard staan niet ter discussie (‘het is zoals het is’). De discussie spitst zich toe op de hoofdverbindingen met de omliggende regio’s. ● De aansluiting op de regio’s buiten de Krimpenerwaard met belangrijke bovenregionale werk- en voorzieningenconcentraties kent wel bereikbaarheidsproblemen (in de zin van de tijd die het kost om een bestemming te bereiken): ○ Naar de regio Gorinchem is sprake van een filevrije maar langzamere route (veer). ○ Naar de Goudse en Utrechtse regio is sprake van relatief lichte congestie in die regio’s zelf. ○ Naar de noordkant van de Rotterdamse regio is sprake van congestie op de Algeracorridor. ○ Naar de regio Drechtsteden en de zuidkant van de Rotterdamse regio is sprake van flinke congestie door afhankelijkheid van de Algera- én Brienenoordcorridor. Daar verdubbelt de reistijd in de spits ten opzichte van de reistijd buiten de spits.

50/71 Visie op de​ ​veerdiensten

De verbindingen met het zuiden zijn alleen mogelijk met behulp van veerdiensten. ○ De grootste reistijdverliezen liggen op de bestemmingen aan de zuidkant van Rotterdam en in de Drechtsteden. Het streven moet zijn om (op lange termijn) twee nieuwe stedelijke oeververbindingen te realiseren, één tussen Feijenoord en Kralingen ten westen van de Van Brienenoordbrug en één tussen Ridderkerk/Bolnes en Krimpen ten oosten van de Van Brienenoordbrug. Deze nieuwe oeververbindingen moeten zorgen voor afwikkeling van het verkeer op stedelijk niveau. Voor de gemeente Krimpenerwaard is de oeververbinding tussen Ridderkerk/Bolnes en Krimpen de belangrijkste en meest urgente oplossing voor mobiliteitsknelpunten. ○

●

Wij voegen hieraan toe: ● Uiteraard bestaan er ook bereikbaarheidsknelpunten om de Krimpenerwaard in te komen. ● Een groot deel van de inwoners van de Krimpenerwaard werkt in een van de omliggende steden. Zo reizen er bijvoorbeeld dagelijks rond de 6.000 mensen naar Rotterdam, 3.300 naar Gouda en 2.700 naar Capelle voor hun werk [​ 3]​. ● Met name de volgende veerdiensten zetten scholieren/leerkrachten over: ○ Schoonhoven – Gelkenes. ○ Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland. ○ Krimpen aan de Lek – Kinderdijk – Ridderkerk (Driehoeksveer). ○ Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel. ○ Gouderak – Moordrecht. ● De bestaande veren sluiten slecht aan op het openbaar vervoer. Hierdoor is een ov-verbinding tussen de Krimpenerwaard en de plaatsen aan de andere oever van Lek en IJssel moeizaam. Met name de Lek vormt een barrière [​ 4]​. ● Bij een halteplaats van een veerpont horen voorzieningen als een abri en duidelijke bewegwijzering ​[5]​. Een bijzondere vorm van bereikbaarheid is de bereikbaarheid tijdens overstromingen: ● Zowel de locatie van het gebied als de klimaatverandering maken de Krimpenerwaard kwetsbaar voor overstromingen. De Lekdijk is daarom in de afgelopen jaren versterkt naar 1/10.000-niveau, de IJsseldijk staat hetzelfde te wachten in de komende jaren.

Ondanks dat de dijken daarmee op orde komen, blijft er een (kleine) kans op overstromingen en een bijbehorende noodzaak tot evacuatie. Een evacuatiestrategie voor de Krimpenerwaard is voor een goede langetermijnvisie onontbeerlijk [​ 6]​. ● Het verenstelsel kan een belangrijk element vormen in een dergelijke evacuatiestrategie. Bereikbaarheid regio Rotterdam en Personenvervoer over water: ● Door de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag worden diverse voorstellen uitgewerkt voor het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio Rotterdam. In opdracht van de gemeente Rotterdam, het MRDH, de provincie Zuid-Holland en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is er gewerkt aan een preverkenning voor een extra oeververbinding.

51/71 Visie op de​ ​veerdiensten

●

●

●

●

●

In 2018 zijn de volgende producten opgeleverd aan het BO MIRT: Eindrapport verkenningen Oeververbindingen regio Rotterdam Uitwerken pakket ‘(Benuttings)maatregelen Algeracorridor’ (rapport benuttingsmaategelen Algeracorridor, definitief concept 28 augustus 2018). In juli 2019 wil men een definitieve keuze maken voor een zoekgebied. Bij voorrang onderzoekt men daarom de bereikbaarheid Algeracorridor en maatregelen op de A16 (afsprakenlijst MIRT november 2018). Het rapport Benuttingsmaatregelen Algeracorridor is daardoor deels achterhaald en vervangen door de studie Bereikbaarheid Algeracorridor (mei 2019). Door de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag worden daarnaast voorstellen uitgewerkt voor Personenvervoer over Water (PoW). Dit gebeurt samen met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, de Drechtsteden en het Havenbedrijf Rotterdam. Dit heeft geleid tot het rapport ‘Vervoerswaardestudie Personenvervoer over Water’ van 28 februari 2018. In de Pre-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam zijn drie oeververbindingen bezien: ○​ ​West: Sluisdijkpier – Merwe Vierhavens; ○​ ​Oost: Kralingen – Stadion Park (Feijenoord); ○​ ​Oost-Oost: Krimpen aan de Lek – Ridderkerk (Algeracorridor). In november 2018 is besloten de verbinding Sluisdijkpier – Merwe Vierhavens te laten vervallen.

In juli 2019 willen de opdrachtgevers van de preverkenning (Rotterdam, MRDH, PZH en Rijk) een keuze maken tussen de beide zoekgebieden (Oost en Oost-Oost). De gemeenten in de Krimpenerwaard (Krimpen en Krimpenerwaard) hebben, om hun positie hierin te versterken, een gebiedsbod uitgebracht. Vooralsnog is in deze rapportage nog niet aangenomen dat er een vaste oeververbinding komt; eventuele effecten ervan zijn ook niet meegenomen. In het rapport ‘Uitwerken pakket (Benuttings)maatregelen Algeracorridor’ zijn diverse mogelijke nieuwe en vernieuwde veerverbindingen aan de orde geweest, maar na prioritering is geen daarvan terechtgekomen in de voorstellen. Reden daarvoor is te vinden in de studie naar de kosten en baten van een veerverbinding tussen Ridderkerk en Krimpen/ Krimpenerwaard uit 2012, waarin de verbinding als zeer onrendabel beoordeeld wordt. Wel zijn er voorstellen voor onder meer een Regionaal (snel)fietsnetwerk en een herontwerp van het OV-net Krimpenerwaard, met daarin onder andere een R-net Rotterdam-Schoonhoven. In het rapport ‘Vervoerswaardestudie Personenvervoer over Water’ zijn negen mogelijke corridors (nieuwe verbindingen of nieuwe haltes) beoordeeld op basis van de potentiële vervoersbehoefte en de positie ten opzichte van andere modaliteiten (vergelijking met auto en ov).

Tot de negen corridors behoort een verbinding van Ridderkerk/Kinderdijk naar Lekkerkerk/Nieuw-Lekkerland (corridor D). De vervoersstromen op deze verbinding zijn volgens het onderzoek beperkt, zeker in vergelijking met de corridors rondom Dordrecht en Rotterdam. Ook is er een inschatting gemaakt van de kosten en de opbrengsten van de verschillende verbindingen. Daarnaast zijn de potentiële maatschappelijke baten in beeld gebracht. Dit betreft de bijdrage aan recreatie, versterking van ketenmobiliteit en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De vervoers- waardestudie en het beeld van de maatschappelijke baten hebben samen geleid tot een kansenkaart.

52/71 Visie op de​ ​veerdiensten

In die kansenkaart wordt de verbinding van Ridderkerk/Kinderdijk naar Lekkerkerk/Nieuw-Lekkerland beoordeeld als: ‘relatief gemiddelde kostendekking’. Overigens is het van belang om op te merken dat de MRDH kan bijdragen in investeringskosten van uitverkozen corridors, maar niet in exploitatiekosten. Kansen ● Vooralsnog lijkt de kans dat er een vaste oeververbinding gaat komen tussen Ridderkerk/Bolnes en Krimpen aan de Lek betrekkelijke gering, maar het is ook zeker nog niet kansloos. ● In plaats van of vooruitlopend op een vaste oeververbinding tussen Krimpen aan de Lek en Ridderkerk/Bolnes is het theoretisch denkbaar een autoveerverbinding in het leven te roepen op globaal dezelfde locatie. Ridderkerk en het MRDH zijn vanwege het eerdergenoemde rapport uit 2012 tegen de aanleg van een veerverbinding. Ridderkerk is in het algemeen tegen elke oeververbinding voor auto’s – aangezien hun grondgebied al wordt doorsneden door zowel de A15 als de A16. Een fietsveerverbinding op deze locatie stuit niet op deze bezwaren. Deze optie is zeker ook nog te overwegen – ook als er geen bijdrage wordt toegekend uit het Infrastructuurfonds. ● De kans op verlengen van de waterbusverbinding van Rotterdam – Kinderdijk tot aan Schoonhoven is vrijwel nihil; de route ligt ver buiten de bestaande lijnen.

De R-net verbinding Rotterdam – Schoonhoven (opgenomen in het rapport Benuttingsmaatregelen Algeracorridor) en de studie Bereikbaarheid Algeracorridor (mei 2019, Studio Bereikbaar) zal de functie ervan voor de algemene bereikbaarheid sneller en effectiever kunnen opvangen. Vooralsnog is er een kans op verlengen van de waterbusverbinding van Rotterdam – Kinderdijk tot aan Lekkerkerk/ Nieuw-Lekkerland. Dat is afhankelijk van de nadere uitwerking van dit voorstel, de keuze van de provincie Zuid-Holland om deze optie op te nemen in de aanbesteding voor waterbusverbindingen ten oosten van de Van Brienenoordbrug en de daadwerkelijke inschrijvingen. ● Volgens Veerdienst Schoonhoven BV is het denkbaar een autoveerverbinding met een laadcapaciteit van tien auto’s in het leven te roepen, die halverwege de Hollands IJssel tussen de bestaande veerverbindingen Gouderak – Moordrecht en Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel een aanvullende verbinding vormt als alternatief voor de Algerabrug en de Gouderaksebrug. Als zo’n autoveerpont zou kunnen varen van Lageweg naar Nieuwerkerk aan den IJssel (bij Kostenoord), is de verbinding voor voetgangers en fietsers met het treinstation in Nieuwerkerk aan den IJssel onder handbereik.

Deze optie is niet betrokken geweest in het onderzoek ‘(Benuttings)maatregelen Algeracorridor’, zodat een bijdrage in investeringskosten uit het Infrastructuurfonds niet mogelijk lijkt. Niettemin valt voor de gemeente Krimpenerwaard te overwegen deze optie nader uit te werken samen met de gemeente Zuidplas. ● De effectiviteit van de veerbindingen op het gebied van mobiliteit kan worden vergroot door meer aandacht te besteden aan de bewegwijzering. Daarbij kan in de eerste plaats worden gedacht aan betere aanduiding langs de toevoerwegen en in de tweede plaats aan het plaatsen van matrixborden met wachttijden​ [7]​.

53/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Dit is overigens geen aangelegenheid waarvoor de gemeente verantwoordelijkheid draagt, maar wel een kans waarbij de gemeente een cruciale faciliterende rol kan spelen om die op termijn te benutten. Bedreigingen ● Niets doen leidt geleidelijk aan tot meer tijdverlies bij vervoersbewegingen in de spits, voor bewoners, bezoekers en zakelijk verkeer, waaronder transportbedrijven. ● Een te snelle voorbereiding en uitvoering van een eventuele autoveerverbinding tussen Krimpen aan de Lek en Ridderkerk/Bolnes kan ertoe leiden dat Rijk en regio de noodzaak van een vaste oeververbinding niet meer onderkennen of een eventuele aanleg op de lange baan schuiven. Tegelijkertijd is er nog een stevige voorbereiding nodig om tot een veerverbinding te komen, te beginnen met de keuze voor een aanmeerpunt. Bij de keuze voor De Zaag is er sprake van een aantasting van het NatuurNetwerk; bij De Noord niet. Er is een aanzienlijke investering nodig in de aansluitende infrastructuur [​ 8]​. In het beste geval lijken de exploitatiekosten alleen in een aanloopperiode onvoldoende op te wegen tegen de overzettarieven. De verwachtingen op dat punt hebben een grote marge: van niet haalbaar tot vergelijkbaar met het veer Schoonhoven – Gelkenes [​ 9]​. ● Opheffen van veerdiensten leidt tot vermindering van de evacuatiecapaciteit van het verenstelsel.

Wat gebeurt al? ● Er wordt vooral veel overleg gevoerd met diverse partijen en lobbywerk verricht. Wat te doen? ● Neem in de toekomst een actievere rol aan bij het plegen van (voor)overleg met buurgemeenten waar het gaat om mobiliteitsprojecten en -onderzoeken van Rijk, provincie en MRDH, met de bedoeling de Krimpenerwaardse belangen te behartigen. ● Lobby actief bij de provincie voor de realisatie van R-net Rotterdam – Schoonhoven. Laat de gedachte van een waterbusverbinding van Rotterdam naar Schoonhoven varen. ● Lobby actief bij de provincie voor een verlenging van de waterbusverbinding Rotterdam – Kinderdijk naar Lekkerkerk/Nieuw-Lekkerland. ● Overwogen kan worden om als gemeente te investeren in kleine aanvullende voorzieningen bij de veerhalteplaatsen, zoals abri’s. ● Overwogen kan worden om als gemeente een actieve faciliterende rol te gaan vervullen in het realiseren van betere aansluitingen op het openbare vervoer en betere bewegwijzering. ● De gemeente zou de veerdiensten meer dan toe nu toe kunnen beschouwen als integraal onderdeel van de bereikbaarheidsinfrastructuur en de veerexploitanten meer kunnen betrekken in de ontwikkelingsfase van verkeersplannen.

54/71 Visie op de​ ​veerdiensten

b. Toeristisch/recreatief verkeer verandert Wat speelt of kan gaan spelen? ● Het toeristisch/recreatief verkeer in Nederland neemt toe doordat de groep ouderen toeneemt en doordat de opkomst van e-bikes leidt tot verhoging van de leeftijd waarop er kan worden gefietst. ● Het toeristisch/recreatief verkeer verandert doordat het gebruik van e-bikes de actieradius van het fietsverkeer vergroot. ● Steeds duidelijker wordt dat we tegenwoordig te maken hebben met wat wordt genoemd een ‘beleveniseconomie’, naar het gelijknamige boek van Pine en Gillmore (1999) hierover. Zij betogen dat mensen tegenwoordig meer willen dan alleen een product of een dienst afnemen: ze willen een belevenis ondergaan. En hoe groter de belevenis is, hoe meer moeite men ervoor wil doen en hoe meer men ervoor wil betalen. ● Alle fietspaden en veerponten in Nederland maken deel uit van een nationaal (en internationaal) fietsknooppuntennetwerk. Sommige veren in de Krimpenerwaard maken deel uit van een fietsthemaroute​ [10]​. ● Recreatiefietsers zijn vooral te zien aan de zuidzijde van de gemeente (overgang Krimpenerwaard – Alblasserwaard). ● Doorgaande fietsroutes trekken ook veel sportieve recreanten. Er ligt een voorstel van een inwoner om een snelle fietsroute te realiseren langs de N210. ● Motorrijders vormen eveneens een toeristische doelgroep.

● Er wordt gewerkt aan een bereikbaarheidsproject dat is gericht op het verbeteren van de fietsroutes binnen de Krimpenerwaard tot veilige, comfortabele en sociaal aantrekkelijke routes voor elektrische fietsen. Het gaat daarbij om de volgende trajecten: ○ Lekkerkerk – Krimpen aan de Lek – Krimpen aan de IJssel; ○ Ouderkerkveer; ○ Veer Gouderak – Gouderaksebrug; ○ Bergambacht – Stolwijkersluis; ○ Haastrecht – Stolwijkersluis; ○ Schoonhoven – Haastrecht. ● Op elk traject wordt in kaart gebracht welke verbeteringen er mogelijk zijn, bijvoorbeeld in het comfort van het wegdek, de verkeersveiligheid bij kruisingen, de scheiding van zwaar (landbouw)verkeer, de koppeling met recreatief aantrekkelijke routes die toch de kortste weg volgen. ● De recreatie in de Krimpenerwaard is vooral gericht op natuur- en landschapsbeleving en vindt gespreid over de gemeente plaats, zonder bijzondere concentratiepunten. Ook de relatief kleinschalige verblijfsrecreatieve accommodaties liggen verspreid door de Krimpenerwaard. Kansen ● Meer toeristisch verkeer kan worden aangetrokken door het bieden van meer toeristische bewegwijzering en meer informatie over de vaartijden (zie aanvullend hierop ook onder het onderwerp ‘Ontstaan van nieuwe technische mogelijkheden voor verbeteren klantvriendelijkheid en bedrijfsvoering’).

● Ook op de veerponten zelf kan meer aandacht worden besteed aan het bieden van actuele toeristische informatie.

55/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bedreigingen -Wat te doen? ● Te overwegen valt om als gemeente meer aandacht te besteden aan het aantrekken van toeristisch/recreatief verkeer van buiten de gemeente, ook in samenwerking met de veerexploitanten, hun brancheverenigingen (LVP, V.E.E.O.N.), toeristische verenigingen (Vrienden van de voetveren, stichting Wandelnet et cetera) de ondernemersverenigingen in de gemeente en de regiogemeenten. c. Dreigende afname van aantrekkelijkheid woon-, werk- en leefomgeving Wat speelt of kan gaan spelen? ● Geleidelijk aan dreigt de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van kleine kernen in Nederland te verminderen door een afname van voorzieningen (zoals bijvoorbeeld scholen, winkels, bankautomaten en gezondheidsvoorzieningen). Veerdiensten vormen een belangrijke factor voor kleine kernen indien zij over de weg alleen via een forse omweg zijn te bereiken. ● De woon- en leefomgeving in de gemeente wordt in het algemeen positief gewaardeerd. ● Er is relatief weinig werkgelegenheid in de gemeente en daarom ook relatief weinig inkomend verkeer. Maar voor enkele van de veerverbindingen bestaat geen goed alternatief. Kansen -Bedreigingen ● Eventuele opheffing van een bestaande veerdienst kan ernstige negatieve gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid van de woonomgeving. De mate waarin dat het geval is verschilt per veerverbinding en kan ook verschillen per inwoner.

Wat te doen? ● Wees attent op de levensvatbaarheid/toekomstbestendigheid van de bestaande veerdiensten en op hun wijze van exploitatie. d. Meer aandacht voor historische waarden van veren (cultureel erfgoed) Wat speelt of kan gaan spelen? ● Geleidelijk aan ontstaat er meer aandacht bij de bevolking voor cultureel erfgoed, waaronder de historische waarden van sommige veerdiensten. ● Sommige veerdiensten hebben al een eeuwenlange geschiedenis. Zo is uit archieven gebleken dat het veer Ammerstol – Groot-Ammers al bestond vanaf ongeveer 1300, het veer Schoonhoven – Gelkenes in 1429 en het veer Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel vanaf 1618. Steeds meer groeit het besef dat lang geleden de relatie van de dorpen en steden langs de rivieren veel intensiever was dan eerst werd aangenomen. Niet alleen voor de handel, maar ook het vervoer van personen waren veren een onlosmakelijk onderdeel van een indrukwekkend netwerk.

56/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Het hoogtepunt hiervan lag in de gouden eeuw, waarbij het vervoer een belangrijke factor was in het succes van de Nederlanden. Kansen ● De belevingswaarde van het gebruik van veerdiensten voor toeristisch/ recreatieve gebruikers neemt toe. Veren verhogen de aantrekkelijkheid van fietsroutes en wandelpaden. ● Bij het bieden van meer toeristische informatie over veerbindingen en routes is het verstandig om ook aandacht te schenken aan de cultuurhistorie van de veerdiensten. ● De provincie richt haar beleid vooral op participatie en beleving. Hiertoe zijn zogenoemde erfgoedlijnen in het leven geroepen, die kansen bieden voor projecten die de beleving versterken. ● Gezocht kan worden naar het cultuurhistorische belang van veerverbindingen in het kader van een erfgoedlijn, waardoor het historische aspect beter bekend en beleefbaar wordt. Denk hierbij aan een project als ‘Twin Cities’, waarbij de relatie Schoonhoven-Nieuwpoort wordt benadrukt. ● Binnen toerisme en recreatie wordt gezocht naar mogelijkheden om aan te haken bij de stromen toeristen die uit Rotterdam, Gouda en Kinderdijk komen. Nader onderzoek kan uitwijzen dat er een hoge cultuurhistorische waarde te vinden is die deze relatie beter kan leggen, waardoor er betere kansen zijn voor deze sector.

Bedreigingen ● De kosten voor een veer zijn hoog, wat een nieuwe verbinding of verandering van een verbinding lastig en mogelijk onhaalbaar maakt. Wat te doen? ● Besteed meer aandacht aan toeristische promotie en het daarbij samenwerken met de veerexploitanten. ● Het lijkt verstandig om onderzoek uit te voeren naar de cultuurhistorie van de veerverbindingen en de relaties tussen de verschillende dorpen en steden van de Krimpenerwaard en de omliggende waarden en daarbij, passend bij het provinciale beleid, te kiezen voor nauwe samenwerking tussen burgers, ondernemers, stakeholders en beleidsmedewerkers. e. Milieu- en gezondheidsaspecten van vervoersbewegingen vergen meer aandacht Wat speelt of kan gaan spelen? ● Op grond van zorgen voor het klimaat en de gezondheid van mensen is er meer aandacht nodig voor emissies van het verkeer (fijnstof, stikstofoxiden, zwaveldioxide en koolstofdioxide) en geluidsoverlast. ● De kleinere deeltjes fijnstof kunnen doordringen tot ver in de longen of zelfs de bloedbaan,waar zij ontstekingen zouden kunnen veroorzaken. Stikstofoxiden (NO​x​) vormen een bouwsteen voor fijnstof en ozon. Een auto stoot tijdens het rijden voornamelijk stikstofmonoxide uit. Die wordt in de lucht omgezet in stikstofdioxide (NO​2​), wat irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Stikstofdioxide en zwaveloxide dragen ook bij aan de vorming van zure regen en smog.

Het wegverkeer heeft weinig invloed op de uitstoot van zwaveldioxide (SO​2​). De scheepvaart (en dus ook veerdiensten) heeft daar echter in grotere mate invloed op.

57/71 Visie op de​ ​veerdiensten

● ● ●

●

●

●

●

Zwaveldioxide kan leiden tot longproblemen en oogirritatie en veroorzaakt ook smog en zure regen. Kooldioxide (CO​2​) is een van de grote veroorzakers van klimaatverandering [​ 11]​. Veerdiensten voorkomen omrijden van verkeer en dragen om deze reden bij aan vermindering van emissies en geluidsoverlast. Daar staat tegenover dat veerdiensten zelf ook emissies en geluid produceren. Zowel op landelijk als op Europees niveau worden steeds meer en hogere eisen gesteld aan de maximale uitstoot van motoren. De huidige emissienorm (CCR2-norm) voor scheepsmotoren is opgesteld door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Vanuit de Europese Unie is een nieuwe richtlijn opgesteld om voornamelijk de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden te minimaliseren. Per 2019 of 2020, afhankelijk van het vermogen van de motor, moeten nieuwe scheepsmotoren voldoen aan de NRMM-richtlijn [​ 12]​. Uit onderzoek blijkt dat er zes reële opties zijn voor veerdiensten om aan de nieuwe emissienorm te voldoen: hermotoriseren, uitlaatgasnabehandeling, hybridiseren van de aandrijving, volledig elektrische aandrijving, contra-roterende propellers en Gas-to-Liquid (GTL). Het halen van de nieuwe richtlijn zal enorme implicaties hebben voor de veerdiensten [​ 13]​.

De provincie Zuid-Holland kent sinds 2016 een zogeheten revolverend verenfonds, waaruit leningen kunnen worden verstrekt aan exploitanten voor investeringen in de vernieuwing en renovatie van forensenveren en scholierenveren die het gehele jaar varen. Doel van dit fonds is de veerverbindingen voor forensen en scholieren in stand te houden en tevens de verduurzaming van de veerponten te stimuleren. Het rentepercentage van de leningen bedraagt in beginsel 0%. De veerdiensten Schoonhoven – Gelkenes en Gouderak – Moordrecht varen inmiddels op GTL. Vanaf het einde van de zomer 2018 is dat ook het geval bij de veerdienst Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland. De veerdienst Krimpen aan de Lek – Kinderdijk heeft bij de aanschaf van zijn huidige pont (met lening uit het provinciale Verenfonds) met de provincie afgesproken binnen vijf jaar te verduurzamen. Veerdiensten kunnen worden gecontroleerd op hun toepassing van landelijke regelgeving door verschillende nationale inspecties (Politie, Rijkswaterstaat en Inspectie voor de leefomgeving).

Kansen ● In stand houden van de bestaande veerdiensten voorkomt het ontstaan van milieubelasting door omrijden van verkeer. ● Het milieu is erbij gebaat als exploitanten omschakelen op nieuwe aandrijftechnieken. Bedreigingen ● Het gaan voldoen aan de nieuwe emissienormen leidt tot hogere exploitatielasten. Dit leidt tot hogere tarieven en/of extra gemeentelijke bijdragen.

58/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Wat gebeurt al? ● In overleg tussen de gemeente en de veerexploitanten op 6 oktober 2017 is gebleken dat de exploitanten de komende jaren niet rekenen op een bijdrage uit het provinciale Verenfonds (met uitzondering van Veerbedrijf de Visser BV, dat wel al een bijdrage heeft ontvangen voor de aanschaf van zijn huidige veerpont). Zij zeggen al te beschikken over schonere motoren en zij achten andere methoden nog niet toepasbaar. Ook zien zij de administratieve afdoening van een aanvraag als een belemmering. De gemeente heeft deze zorgen overgebracht aan de gedeputeerde. Wat te doen? ● Neem in nieuwe overeenkomsten de voorwaarden op dat er wordt voldaan aan geldende wetgeving, richtlijnen en brancheafspraken over milieu en gezondheid. ● Te overwegen valt om in aanbestedingen en overeenkomsten ook stimulansen op te nemen voor verdergaande vermindering van emissies en geluidsoverlast (bijvoorbeeld door het overstappen op elektrische aandrijving). Ontwikkelingen inzake de organisatie van veerdiensten f. Afspraken tussen gemeente en exploitant moeten worden aangepast Wat speelt of kan gaan spelen? ● Exploitatieovereenkomsten lopen af dan wel worden opgezegd door de exploitant of moeten om andere redenen worden aangepast. Zo is er in 2015 op de veerdienst Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland en in 2016 op de veerverbinding Gouderak – Moordrecht een wisseling van exploitant geweest.

De aanleiding voor deze verandering was het onverwachte stopzetten van de exploitatie van de veerverbinding van de vorige exploitant. Op 31 december 2018 verstrijkt de looptijd van de overeenkomst van de gemeente met de exploitant van het veer Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel. ● Belangrijke gegevens per veerdienst zijn niet altijd paraat of voorhanden binnen de gemeente. ● Er bestaat redelijk inzicht in de baten en lasten die de gemeente heeft voor elk van de veerdiensten waarover de gemeente een overeenkomst heeft met de exploitant. Dit inzicht is tot nu toe vooral administratief van aard en niet zozeer toegespitst op het bieden van overzicht ten behoeve van het maken van keuzes per veerdienst of voor het verenstelsel als geheel. De financiële relatie tussen de gemeente en Schoonhoven BV is binnen de huidige administratie verweven met de financiën van de veerdienst Schoonhoven – Gelkenes. Ook dit draagt niet bij aan inzicht voor het maken van keuzes. ● Het verenstelsel als geheel is voor de gemeente budgettair neutraal, mits er geen kosten voor gemeentelijk personeel worden toegerekend aan het verenstelsel (zie hoofdstuk 6). Kansen ● De besluitvorming over deze verenvisie biedt een basis voor toekomstig handelen.

59/71 Visie op de​ ​veerdiensten

●

De gemeente kan iedere noodzaak tot het wijzigen van afspraken aangrijpen om nieuwe inzichten op het gebied van verenexploitatie te gebruiken of om voor te sorteren op de nog vast te stellen verenvisie.

Bedreigingen ● De gemeente moet, zolang zij niet beschikt over een richtinggevend document over het verenstelsel, steeds ad hoc bepalen hoe zij omgaat met de nieuwe ontwikkeling. Zij loopt daarbij steeds opnieuw het risico te moeten beslissen onder tijdsdruk. ● Op deze wijze dreigt de mogelijkheid om de afspraken onderling te harmoniseren of om te komen tot een meer uniforme rolverdeling met de exploitant steeds verder naar de toekomst te schuiven. De meeste overeenkomsten hebben namelijk een lange looptijd. Wat te doen? ● Gelijktijdig met het opstellen en vaststellen van deze verenvisie is het belangrijk om het verendossier te actualiseren, aan te vullen en afspraken te maken om het up-to-date te houden. ● Nieuwe afspraken zijn wenselijk over het inrichten van een financieel overzicht over het verenstelsel. ● De keuze tussen voortzetten/verhogen of stoppen/verminderen van exploitatiesubsidies zou vooral moeten worden gebaseerd op het beoogde maatschappelijke effect en niet uitsluitend op financiële overwegingen. ● Financiële overwegingen zouden niet alleen moeten worden bezien per veerdienst, maar ook voor het verenstelsel als geheel.

Bij afwegingen van beslissingen voor afzonderlijke veerdiensten verdient het de voorkeur om vooral te kijken naar de mogelijkheden tot het maximaliseren van het maatschappelijk nut van het verenstelstel als geheel en het zo beperkt mogelijk houden van de kosten die de gemeente maakt voor dat stelsel als geheel. ● Bij het vernieuwen van overeenkomsten kan het beste zo veel mogelijk worden gewerkt met standaardbepalingen die bij wijze van maatwerk kunnen worden aangevuld of aangepast. g. Belanghebbenden betalen niet altijd mee in een negatief exploitatiesaldo Wat speelt of kan gaan spelen? ● Plaatselijke ondernemers en scholen hebben belang bij het voortbestaan van een veerverbinding. Ondernemers betalen tot nu toe niet mee ingeval de veerdienst alleen kan blijven functioneren met subsidie, terwijl hun belang bij het in stand houden van bestaande veerdiensten relatief groot kan zijn. Sommige scholen leveren een vrijwillige bijdrage aan de gemeente. Dit betreft de veerdiensten Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland en Krimpen aan de Lek – Kinderdijk – Ridderkerk (Driehoeksveer). ● Scholen mogen hun subsidie-inkomsten niet gebruiken voor andere doeleinden dan het bieden van onderwijs. Eventuele bijdragen zullen dus op andere wijze moeten worden bekostigd.

Kansen ● Te overwegen valt om ondernemers op collectieve wijze meer stelselmatig aan te spreken op hun belang om verbindingen in stand te houden.

60/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bedreigingen ● Diverse ontwikkelingen, waaronder strengere veiligheids- en milieu-eisen, kunnen leiden tot hogere exploitatiekosten. Zonder verhoging van de inkomsten uit kaartverkoop leidt dit tot een negatief effect op de financiële exploitatie van het veer. Wat te doen? ● Overwogen kan worden om de wenselijkheden en mogelijkheden van meebetalen door plaatselijke ondernemers te betrekken bij het overleg in het kader van economische aangelegenheden met het plaatselijke bedrijfsleven. ● Dek waar mogelijk negatieve exploitatiesaldi af door het toestaan van tariefverhogingen en differentiatie van tarieven tussen (vaste en incidentele) gebruikers door de exploitant [​ 14]​. h. Verandering van wet- en regelgeving over exploiteren van veerdiensten Wat speelt of kan gaan spelen? ● In de loop der tijd verandert de regelgeving, is er sprake van voortschrijdende jurisprudentie die van toepassing is op veerdiensten en komen er nieuwe brancheafspraken. Denk bijvoorbeeld aan de Mededingingswet, jurisprudentie over aanbesteden en de Leidraad kleine veren. Geleidelijk aan wordt het voor de exploitanten en ook voor de gemeente steeds gecompliceerder. ● Daarom ontstaat bij de gemeente geleidelijk aan behoefte aan meer harmonisatie/eenduidigheid (van afspraken, oeverinfrastructuur, exploitatievorm) en eenvoud en transparantie (binnen het stelsel van veerdiensten).

● Die harmonisatie is ook nodig om de kosten te kunnen vergelijken tussen verschillende aanbieders bij aanbestedingen. ● Veerdiensten kunnen worden gecontroleerd op hun toepassing van landelijke regelgeving door verschillende nationale inspecties (Politie, Rijkswaterstaat en Inspectie voor de leefomgeving). Kansen ● Zie onderwerp ‘Ontstaan van nieuwe overlegvormen’. ● Deze verenvisie en het streven om het verendossier up-to-date te houden biedt kansen om de toenemende complexiteit van deze gemeentelijke taak niet ten koste te laten gaan van de kwaliteit en de kosten van de taakuitvoering. Bedreigingen ● Niets doen leidt tot een geleidelijke achteruitgang in kwaliteit en kosten van taakuitvoering en risico’s voor het in stand houden van een goed verenstelsel. Wat te doen? ● Het lijkt verstandig om meer nog dan nu al gebeurt de kennis van zaken over de veerdiensten en het verenstelsel te concentreren binnen de gemeentelijke organisatie.

61/71 Visie op de​ ​veerdiensten

● ●

Eveneens is het verstandig om financiële ruimte te behouden of te creëren om incidenteel externe adviezen te kunnen inwinnen. Beperk het ​aanbieden aan exploitanten van voorzieningen die slechts indirect te maken hebben met de veerexploitatie, zoals woonruimte, waartegen geen kostendekkende vergoeding door de exploitant staat, zoveel mogelijk en regel ze in elk geval buiten de exploitatieovereenkomst om (zoals woonruimte in een huurovereenkomst).

i. Meer aandacht voor veiligheid op het water Wat speelt of kan gaan spelen? ● Veel van de recreatieve veren in Nederland maken gebruik van een kleine veerpont. Deze veren zijn korter dan 15 meter en zetten per overtocht niet meer dan twaalf passagiers over. Het frappante is dat voor deze vaartuigen amper wettelijke verplichtingen gelden, ondanks dat passagiers bedrijfsmatig worden overgezet. In 2012 is, mede na een aanvaring van een klein veer met een motorvrachtschip, de Leidraad kleine veren opgesteld door het LVP, CBRB en VNG. In deze leidraad is aandacht besteed aan: het voor zijn taak uitrusten van de schipper, de constructie, stabiliteit, uitrusting en conditie van de veerpont en een veilige uitvoering van de exploitatie. In de leidraad worden aanbevelingen gedaan voor de technische, nautische en bemanningseisen aan boord van een kleine veerpont. Bij uitbesteding van een klein veer door gemeenten wordt in veel gevallen de leidraad gebruikt als een set minimale eisen voor de exploitant, waardoor de veiligheid voor zowel de bemanning als de passagiers als medevaarweggebruikers beter is gewaarborgd. Zo dient een schipper minimaal in het bezit te zijn van een klein vaarbewijs. Daarnaast geldt dat op sommige wateren in Nederland de schipper in het bezit moet zijn van een marifooncertificaat [​ 15]​. ●

Rijkswaterstaat heeft een plan ontwikkeld voor de aanleg van een overnachtingshaven voor de binnenvaart in de buurt van het veer Bergambacht/Bergstoep – Streefkerk. De veerexploitant signaleert als gevolg van de geplande aanleg ongemakken (zoals vertragingen) en risico’s voor een veilige overtocht op zijn veerdienst. Hij signaleert de volgende risico’s: ○ ontbreken van vrij radarzicht van 800 meter stroomopwaarts; ○ tijdens mist en duisternis geen vrij radarbeeld; ○ aankomende schepen worden te laat opgemerkt; ○ uitvaaropening haven voldoet niet aan richtlijnen Rijkswaterstaat; ○ in- en uitvarende schepen vanuit de haven vormen een potentieel aanvaringsrisico met kruising veerdienst. Rijkswaterstaat lijkt echter naar aanleiding hiervan geen aanpassing van het bestaande plan te overwegen. De exploitant heeft vervolgens een plan ontwikkeld voor verplaatsing van de veerstoep in Bergambacht om deze veiligheidsrisico’s en ongemakken te vermijden. Verschuiving van de veerstoep biedt volgens hem mogelijkheden voor een kwaliteitsimpuls van het veergebied en een betere ontsluiting voor het restaurant en de aangrenzende bedrijven.

62/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Kansen -Bedreigingen ● Het voldoen aan actuele veiligheidsnormen leidt geleidelijk aan tot hogere exploitatielasten en meer moeite voor de kleinere exploitanten om eraan te voldoen. Het leidt op de langere termijn tot hogere tarieven en/of extra gemeentelijke bijdragen dan wel tot organisatorische concentratie van veerdiensten (in de vorm van samenwerken en fuseren of overnemen). Wat te doen? ● Neem in nieuwe overeenkomsten de leidraad op als minimale eis voor veiligheid. ● Te overwegen valt om als gemeente een actieve faciliterende rol te gaan vervullen bij het oplossen van veiligheids- en andere knelpunten waarvoor andere overheden primaire verantwoordelijkheid dragen. In de casus van het plan voor een overnachtingshaven zou de gemeente bijvoorbeeld actief kunnen deelnemen aan overleg tussen de exploitant en Rijkswaterstaat (zonder verantwoordelijkheden over te nemen). j. Afname aanbod van professionele schippers Wat speelt of kan gaan spelen? ● Veerdiensteigenaren in Nederland geven aan dat het soms lastig is om aan voldoende gekwalificeerde schippers te komen. Voor veerdiensten waarbij de schipper in het bezit moet zijn van een klein vaarbewijs valt deze problematiek nog redelijk mee. Voor veerdiensten waarbij een (beperkt) groot vaarbewijs verplicht is, is de toestroom van nieuwe schippers echter beperkt.

De meeste schippers van deze veerdiensten hebben een verleden als binnenvaartschipper. Deze binnenvaartschippers kiezen voor meer regelmaat door in dienst te treden bij een veerdienst. De ‘grote’, voornamelijk utilitaire, veerdiensten kunnen dit soort schippers meer bieden dan de kleinere veren die op hetzelfde vaarwater varen [​ 16]​. ● Een groot vaarbewijs of gelijkgestelde kwalificatie kan uitsluitend worden behaald door vaartijd te realiseren in de vracht-, tank-, sleep/duw- of passagiersvaart. Schoonhoven BV is via de brancheorganisatie een lobby begonnen om te komen tot een speciaal vaarbewijs voor veerschippers. ● De recreatieve veerdiensten zijn over het algemeen afhankelijk van vrijwilligers die de veerdienst onderhouden. Het aantal gepensioneerde binnenvaartschippers dat zich op deze veren wil inzetten wordt steeds kleiner. Omdat vrijwilligers maar een beperkt aantal uren tegen een vergoeding van maximaal € 4,50 per uur aan het werk mogen, is er een groot aantal vrijwilligers nodig om een veerdienst in de vaart te houden. De grote vraag en het afnemende aanbod van schippers kan ertoe leiden dat beëindiging van een veerdienst in zicht komt als gevolg van het niet rond krijgen van de begroting [​ 17]​. Kansen --

63/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bedreigingen ● Dit kan op de langere termijn leiden tot hogere tarieven en/of extra gemeentelijke bijdragen dan wel tot organisatorische concentratie van veerdiensten (in de vorm van fuseren of overnemen). Wat te doen? ● Wees attent op de levensvatbaarheid/toekomstbestendigheid van de bestaande veerdiensten en hun wijze van exploitatie. k. Ontstaan van nieuwe overlegvormen Wat speelt of kan gaan spelen? ● Om de belangen van de overgebleven veerdiensten te behartigen werd de Vereniging van Eigenaren en Exploitanten van Overzetveren in Nederland (V.E.E.O.N.) in 1964 opgericht (V.E.E.O.N, 2016). Doel was het bevorderen van het goed functioneren van de veerdiensten in Nederland in de ruimste zin van het woord. Naast de V.E.E.O.N. bestaat sinds november 2006 nog een belangenvereniging voor de veerdiensten. Het Landelijk Veren Platform, opgericht door betrokken personen van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, fungeert als gesprekspartner voor overheden, waarbij zij haar kennis inzet op die terreinen waar deze ontbreekt. Doelstelling van het LVP is het behartigen van de collectieve belangen van de veerdiensten op alle relevante terreinen [​ 18]​.

● De exploitanten van de veerdiensten Schoonhoven – Gelkenes (en Lekkerkerk – Nieuw-Lekkerland en Gouderak – Moordrecht), Bergambacht/Bergstoep – Streefkerk en Krimpen aan de Lek – Kinderdijk overleggen onderling regelmatig (maar maken daarbij onderling geen prijsafspraken). ● Veerexploitanten hebben op heel diverse terreinen en vanuit verschillende rollen te maken met de gemeente Krimpenerwaard. Het blijkt soms lastig voor ze te zijn om ‘het juiste kanaal’ te vinden en om een integrale (niet-verkokerde) gemeentelijk reactie te krijgen. ● Op 6 oktober 2016 heeft de gemeente voor het eerst gezamenlijk overleg gevoerd met veerexploitanten binnen de Krimpenerwaard. Kansen ● Periodiek overleg tussen de gemeente en de exploitanten kan een goede bijdrage leveren aan het tijdig onderkennen van kansen en bedreigingen voor afzonderlijke veerdiensten waarop de gemeente zou kunnen inspelen en tevens voor het veerdienststelsel binnen de gemeente als geheel. Dat overleg zou zowel bilateraal als plenair kunnen plaatsvinden. ● Te overwegen valt om op ambtelijk of ook bestuurlijk niveau een periodiek overleg in te stellen met de provincie en met Rijkswaterstaat. De gemeente kent binnen haar grenzen immers relatief veel veerdiensten (8 van de 51 provinciale en 313 van de landelijke veerdiensten).

● Eveneens valt te overwegen om overleg aan te gaan met andere gemeenten binnen Nederland die beschikken over een relatief groot stelsel van veerdiensten.

64/71 Visie op de​ ​veerdiensten

Bedreigingen -Wat te doen? ● Het is waardevol om periodiek contact te onderhouden met: ○ de exploitanten binnen de gemeente (bilateraal en sporadisch ook plenair); ○ de provincie; ○ Rijkswaterstaat; ○ andere gemeenten met relatief veel veerdiensten in hun watergebieden. ● Overwogen kan worden om een vast gemeentelijk contactpunt in te stellen voor veerexploitanten dat opereert als trechter aan de voor- en achterkant bij de behandeling van vragen en klachten. l. Ontstaan van nieuwe technische mogelijkheden voor verbeteren klantvriendelijkheid en bedrijfsvoering Wat speelt of kan gaan spelen? ● Gebruikers van veerdiensten geven aan dat zij graag de mogelijkheid zouden willen hebben om aan boord van een veerdienst te pinnen. In Nederland wordt steeds vaker gebruikgemaakt van de pinpas ten opzichte van de cash betaling. Ook de kleine bedragen worden door de campagne ‘Klein bedrag, pinnen mag’ steeds vaker met de pinpas afgerekend. Steeds meer mensen gaan er dan ook vanuit dat men overal kan pinnen. Op veerdiensten is het echter gangbaar om contant te betalen. Om aan boord te kunnen pinnen is een stabiele internetverbinding vereist. Dit blijkt voor veel veerdiensten nog een probleem te zijn. Daarnaast neemt het contant betalen, in vergelijking met het pinnen, minder tijd in beslag, tenzij de mogelijkheid bestaat van contactloos pinnen.

​[19] ● Sinds dit jaar zijn Veerdienst Schoonhoven BV, BV Veerdienst Bergstoep en Veerbedrijf de Visser BV overgegaan op een(zelfde) systeem van contactloos pinnen aan boord. Dit systeem is voorbereid en getest door Schoonhoven BV. ● Technisch gesproken is het in deze tijd eenvoudig om een website en een app te ontwikkelen waarin de vaartijden en tarieven van alle veerdiensten binnen de Krimpenerwaard, de provincie of Nederland realtime worden getoond. Mogelijk zou daar ook aan kunnen worden toegevoegd de tijd van het eerstvolgende vertrek per oever. Kansen ● Inspelen op nieuwe technische mogelijkheden biedt kansen voor verbetering van de exploitatie. Het vergt wel investering in tijd en geld. ● Het biedt tevens kansen op versterking van alle maatschappelijke effecten van het bestaan van de veerdiensten, zoals toerisme, werkgelegenheid/ economie en aantrekkelijkheid van woon- en werkomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=ce6de73b-20a5-466a-8ec0-f9d1c85167df