Bijlage - Rekenkamerrapport Verantwoorde Afspraken
Tekst van het document
31 Interview ambtenaren. 32 Zorgfocuz, ‘Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (ouders) 2019 Gemeente Krimpen aan den IJssel’, september 2020; Zorgfocuz, ‘Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (jongeren) 2019 Gemeente Krimpen aan den IJssel’, september 2020; Zorgfocuz, ‘Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (ouders) 2020 Gemeente Krimpen aan den IJssel’, juni 2021; Zorgfocuz, ‘Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (jongeren) 2020 Gemeente Krimpen aan den IJssel’, mei 2021; Zorgfocuz, ‘Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (ouders) 2021 Gemeente Krimpen aan den IJssel’, juni 2022; Zorgfocuz, ‘Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (jongeren) 2021 Gemeente Krimpen aan den IJssel’, juni 2022.
38
verantwoorde afspraken
klachten; incidenten; eisen aan medewerkers; eisen aan de organisatie. jaarlijkse financiële en inhoudelijke verantwoording In de overeenkomsten KST en in de overeenkomsten OVO/SMW staat dat Enver jaarlijks vóór 1 mei in het jaar na het betreffende subsidiejaar een financiële en inhoudelijke verantwoording bij de gemeente moet indienen. Die eisen komen overeen met de eisen die in de Algemene Subsidieverordening staan (zie paragraaf 12). De verantwoording moet volgens de overeenkomst het volgende bevatten: een overzicht van de uitgaven en inkomsten die zijn 'verbonden aan de activiteiten en/of producten'; een verklaring van een accountant over rekening en verantwoording; balansoverzicht; een verslag over het subsidiejaar. De financiële verantwoordingseisen zijn concreet: er wordt een overzicht gevraagd van inkomsten en uitgaven, een balans en een accountantsverklaring. In de tweede bullet staat dat een accountantsverklaring wordt gevraagd. Iets specifieker wordt in de subsidieovereenkomsten 2019 en 2020 een zogenoemde “samenstellingsverklaring” van een accountant gevraagd. In de subsidieovereenkomst 2021 wordt een “accountantsverklaring” gevraagd.
Dat laatste is naar het oordeel van de rekenkamer een te weinig specifieke eis, aangezien er meerdere typen accountantsverklaringen bestaan, zoals blijkt uit informatie van de NBA, de beroepsorganisatie van accountants. Dit wordt toegelicht in onderstaand kader.
soorten accountantsverklaringen volgens NBA33
samenstellingsverklaring de accountant ondersteunt de organisatie bij het opstellen van de jaarrekening
beoordelingsverklaring de accountant geeft een conclusie met een beperkte mate van zekerheid
controleverklaring de accountant geeft een oordeel over de jaarrekening met een redelijke mate van zekerheid
Van de drie typen verklaringen geeft de controleverklaring de grootste mate van zekerheid dat de gegevens van de jaarrekening juist zijn. Een samenstellingsverklaring geeft hierover geen enkele zekerheid. De accountant onderzoekt namelijk bij een samenstellingsverklaring niet of de informatie van de onderzochte organisaties juist is.34 In de overeenkomst 2021 is daarmee niet specifiek genoeg vastgelegd welk type accountantsverklaring de gemeente verwacht. Ook de subsidieverordening van de gemeente schept hierin geen duidelijkheid. In artikel 20 van de Algemene Subsidie Verordening 2018 van de gemeente die van toepassing is op de overeenkomst staat
33 https://www.nba.nl/uitleg-samenstellingsverklaring, geraadpleegd op 31 januari 2023. 34 Idem.
39
verantwoorde afspraken
namelijk alleen de algemene aanduiding “accountantsverklaring” (zie paragraaf 1-2).35 Daarmee is voor het subsidiejaar 2021 niet specifiek genoeg vastgelegd welke type accountantsverklaring de gemeente van Enver wenste. In de vierde bullet wordt “een verslag over het subsidiejaar” gevraagd. Hierna wordt per onderwerp beschreven in hoeverre in de subsidieovereenkomst nadere eisen zijn gesteld aan de verslaglegging over het subsidiejaar en beoordeelt de rekenkamer die afspraken. formatie In de overeenkomsten KST en in de overeenkomsten OVO/SMW staat niet expliciet dat Enver moet rapporteren over de ingezette formatie. Dat is voor dit onderwerp ook niet nodig, omdat het al terugkomt in de financiële verantwoording van Enver aan de gemeente. bereik en resultaten In de overeenkomsten KST staan geen rapportageverplichtingen over bereikte aantal cliënten en de resultaten van de hulpverlening. De prestaties van medewerkers van het KST (zoals het aantal cliënten dat is geholpen) worden in het registratiesysteem van het KST geregistreerd, dat door de gemeente wordt beheerd. De gemeente heeft dus geen rapportage van Enver nodig om inzicht te krijgen in de prestaties van de medewerkers van Enver in het KST. In de overeenkomsten OVO/SMW staat wel dat Enver moet rapporteren over het aantal cliënten dat is bereikt.
Verder staat in die overeenkomsten dat Enver moet rapporteren over de resultaten van de hulpverlening. Die rapportage is nodig, omdat de pedagogen, coaches on the job en schoolmaatschappelijk werkers -anders dan medewerkers van het KST- hun cliëntcontacten niet registreren in een registratiesysteem van de gemeente. De gemeente heeft dus een rapportage nodig van Enver om inzicht te krijgen in bereik en resultaten van de pedagogen, coaching on the job en schoolmaatschappelijk werkers. Met die rapportageverplichting heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer een voldoende concrete afspraak gemaakt om te waarborgen dat de gemeente dat inzicht krijgt. specifieke activiteiten In de subsidieovereenkomsten OVO/SMW staan afspraken over specifieke activiteiten, namelijk het organiseren van themabijeenkomsten, opvoedcursussen en activiteiten tijdens de landelijke week van de opvoeding. In de overeenkomst ontbreekt de afspraak dat Enver moet rapporteren of en hoeveel van die activiteiten in het subsidiejaar zijn georganiseerd. Daarmee is niet gewaarborgd dat de gemeente inzicht krijgt in het aantal georganiseerde activiteiten. klanttevredenheid De gemeente onderzocht in 2019, 2020 en 2021 zelf de klanttevredenheid over het KST, waaronder ook specifiek de tevredenheid van cliënten die jeugdhulp ontvingen van het KST (zie pararagraaf 2-3-2).
Een afspraak dat Enver hierover rapporteert aan de gemeente is dus niet nodig en er zijn in de overeenkomsten KST dan ook geen afspraken over vastgelegd.
35 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Algemene subsidieverordening 2018’, 15 maart 2018.
40
verantwoorde afspraken
Zoals in paragraaf 2-3-2 staat, zijn in de overeenkomsten OVO/SMW afspraken gemaakt over klanttevredenheid, namelijk de eis dat cliënten en scholen voor het merendeel tevreden zijn. Maar in de overeenkomst ontbreekt een afspraak wie verantwoordelijk is voor het onderzoeken van de tevredenheid van cliënten en scholen. Het is dus niet duidelijk of dit een taak is van Enver of van de gemeente. Ook voor Enver zelf is de afspraak onduidelijk, zo blijkt uit een interview dat de rekenkamer heeft gehouden.36 Een duidelijke afspraak hierover met Enver is wel nodig, want de gemeente onderzoekt niet zelf de klanttevredenheid over OVO/SMW. In de overeenkomst is dus niet gewaarborgd dat de gemeente inzicht krijgt in de tevredenheid van cliënten en scholen over OVO/SMW. klachten Klachten over het KST moeten bij de gemeente zelf worden ingediend en niet bij Enver. Op de website van Krimpenwijzer is dit expliciet aangegeven.37 In de overeenkomsten OVO/SMW staat niet dat Enver moet rapporteren over het aantal ingediende klachten. Voor de pedagogen, coaching on the job en schoolmaatschappelijk werkers heeft de rekenkamer in de geraadpleegde documenten geen duidelijke afspraak aangetroffen over het indienen, afhandelen en registreren van klachten.
In de uitvoeringsvoorwaarden van de subsidieovereenkomsten OVO/SMW staat weliswaar dat Enver een klachtenregeling moet hebben, wat er op duidt dat klachten bij Enver moeten worden ingediend. Echter komt uit de interviews naar voren dat zowel de gemeente als Enver het wenselijk vinden dat klachten terecht komen bij de procesregisseur, die in dienst is van de gemeente.38 Naar het oordeel van de rekenkamer is in de overeenkomsten OVO/SMW niet gewaarborgd dat klachten worden afgehandeld, dat ze worden geregistreerd en dat de gemeente inzicht heeft in het aantal klachten. incidenten In de overeenkomsten KST 2019 en 2020 en in de overeenkomsten OVO/SMW 2019 en 2020 staat dat Enver incidenten rond jeugdigen tot 23 jaar bij de gemeente moet melden. Deze afspraak wordt in deze overeenkomsten niet verder toegelicht. Deze afspraak is volgens Enver, zo blijkt uit een interview dat de rekenkamer gehouden heeft met een medewerker van Enver, multi-interpretabel en daarmee niet duidelijk. Zo is volgens Enver niet helder met de gemeente afgesproken wat onder een incident wordt verstaan, bij wie een incident moet worden gemeld en door wie de toedracht van het incident moet worden onderzocht.39 In de overeenkomsten KST 2021 en OVO/SMW 2021 is een uitgebreidere afspraak opgenomen over het melden van incidenten dan in de jaren daarvoor. De afspraak is weergegeven in onderstaand kader.
36 Interview medewerker Enver. 37 KrimpenWijzer, ‘Informatie Krimpens Sociaal Team - Informatie voor cliënten’, geraadpleegd via www.krimpenwijzer.nl/professionals/ op 3 november 2022. 38 Interview ambtenaren en interview medewerker Enver. 39 Interview medewerker Enver.
41
verantwoorde afspraken
afspraak over melden incidenten in subsidieovereenkomsten 2021 “Bij een onverwachte en onbedoelde gebeurtenis rond een jeugdige tot 23 jaar, die (mogelijk) betrekking heeft op de kwaliteit van de jeugd- en/of gezinshulp van de zorgaanbieder en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een jeugdige of een ouder heeft geleid of kan leiden (zoals een vermissing van een jeugdige), wordt de situatie gedefinieerd als 'incident'. Uw organisatie doet in dat geval melding bij de gemeente die op dat moment (conform het woonplaatsbeginsel) verantwoordelijk is voor de inzet van de jeugd- en/of gezinshulp. Het gaat om bijzondere situaties waarbij er gevolgen zijn voor betrokken personen, er sprake is van maatschappelijke impact of (dreigende) maatschappelijke onrust of waarbij media en/of politiek het handelen van hulpverlenende instanties ter discussie stellen. Meldingen van incidenten of zorgelijke vermissingen worden onverwijld gemeld aan de Gemeente (incidentenkrimpen@krimpenaandenijssel.nl). De inhoud van de melding betreft minimaal de volgende informatie: de feitelijke gegevens van de betrokkene(n), de aard van het incident, te ondernemen acties, eventuele betrokkenheid van media."40
Naar het oordeel van de rekenkamer heeft de gemeente daarmee in de subsidieovereenkomsten 2021 voldoende concrete afspraken gemaakt om te waarborgen dat incidenten worden gemeld en dat de gemeente inzicht krijgt in het aantal en de aard van incidenten dat plaats vindt. eisen aan medewerkers In de overeenkomsten KST en OVO/SMW staat niet dat Enver moet rapporteren of de medewerkers voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eis dat medewerkers geregistreerd moeten zijn in het BIG-register en een VOG hebben overlegd bij indiensttreding. Ook vraagt de gemeente geen bewijzen van deze registraties. De gemeente geeft als reden hiervoor aan dat die registratie een verantwoordelijkheid is van Enver zelf.41 De verantwoordelijkheid van Enver voor de beroepsregistratie en het beschikken over een VOG van medewerkers, laat onverlet dat de gemeente ook een verantwoordelijkheid heeft. De medewerkers KST en OVO/SMW worden onder verantwoordelijkheid van de gemeentelijke procesregisseur ingezet om aan inwoners van de gemeente hulp te bieden. De gemeente zou daarom naar het oordeel van de rekenkamer moeten eisen dat Enver rapporteert of van alle medewerkers de vereisten zijn getoetst. Door die eis niet te stellen is naar het oordeel van de rekenkamer onvoldoende gewaarborgd dat de gemeente inzicht heeft of medewerkers KST en OVO/SMW daadwerkelijk aan de gestelde eisen voldoen.
40 Gemeente Krimpen aan den IJssel en Enver, Subsidieovereenkomst 2021 ‘Opvoed- en opgroeiondersteuning (opvoedondersteuning en schoolmaatschappelijk werk)’, 31 december 2020; Gemeente Krimpen aan den IJssel en Enver, Subsidieovereenkomst 2021 ‘Basishulp Sociaal Team’, 31 december 2020. 41 Interview ambtenaren.
42
verantwoorde afspraken
eisen aan organisatie In de overeenkomsten KST en OVO/SMW staat niet dat Enver moet rapporteren aan de gemeente over de specifieke eisen die in de uitvoeringsvoorwaarden aan de organisatie zijn gesteld, zoals het hanteren van een klachtenregeling, een agressieprotocol en een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De gemeente heeft bij aanvang van de overeenkomst een schriftelijk akkoord gevraagd van Enver met de uitvoeringsvoorwaarden en daarmee heeft Enver dus ook verklaard over de gevraagde protocollen en regelingen te beschikken. De gemeente eist echter niet dat Enver na afloop van het subsidiejaar rapporteert dat het de betreffende protocollen en regelingen daadwerkelijk heeft gehanteerd. Daarmee heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer onvoldoende zicht of Enver aan de gestelde eisen voldoet. samenvatting Enver heeft jaarlijks voorafgaand aan de jaren 2019 tot en met 2021 een subsidieaanvraag ingediend voor inzet van medewerkers in de gemeente Krimpen aan den IJssel in het KST en voor OVO/SMW. Na toekenning van de subsidie hebben de gemeente en Enver jaarlijks een subsidieovereenkomst gesloten waarin prestatieafspraken zijn vastgelegd. De kern van de prestatieafspraken in de subsidieovereenkomsten met Enver is de inzet van hulpverleners, waarbij de omvang van die inzet is vastgelegd in fte’s.
aansluiting bij beleid Inhoudelijk zijn de taken van zowel het KST als OVO/SMW in brede zin gericht op psychosociale hulpverlening aan jeugd en/of ouders. Het beleid van de gemeente in het sociaal domein omvat onder meer het organiseren van ondersteuning van inwoners die ondersteuning nodig hebben, zoals ondersteuning bij het aanpakken of voorkomen van problemen als kindermishandeling en schoolverzuim. Daarmee sluiten de prestatieafspraken logisch aan bij het beleid van de gemeente. duidelijkheid prestatieafspraken Onderstaande tabel geeft per type onderwerp aan in hoeverre er voor ieder jaar duidelijke prestatieafspraken zijn gemaakt. ‘Ja’ betekent dat er een duidelijke afspraak is gemaakt, ‘onvoldoende’ betekent dat de afspraak zowel duidelijke als nietduidelijke elementen bevat en ‘nee’ betekent dat de afspraak in zijn geheel niet duidelijk is.
43
verantwoorde afspraken
tabel 2-4: duidelijkheid prestatieafspraken en overige eisen KST en OVO/SMW onderwerp
2019
2020
2021
prestatieafspraken formatie
ja
ja
ja
specifieke activiteiten
nee
nee
nee
OVO/SMW
OVO/SMW
• OVO/SMW
onvoldoende
onvoldoende
onvoldoende
KST niet van
KST niet van
• KST niet van
toepassing
toepassing
toepassing
ja
ja
ja
klanttevredenheid
overige eisen eisen aan medewerkers eisen aan organisatie
ja
ja
ja
percentage duidelijke afspraken
60%
60%
60%
In de onderste rij van de tabel is zichtbaar dat in de periode 2019 tot en met 2021 ieder jaar over 60% van de onderwerpen in de overeenkomsten duidelijke prestatieafspraken zijn gemaakt. verantwoordingsafspraken Enver moet jaarlijks vóór 1 mei zowel een inhoudelijke als een financiële verantwoording afleggen aan de gemeente over het afgelopen subsidiejaar. Dit staat zowel in de subsidieovereenkomsten zelf als in de subsidieverordening van de gemeente. De financiële verantwoording moet volgens de overeenkomsten en de subsidieverordening een overzicht bevatten van de uitgaven en inkomsten en een jaarrekening voorzien van een accountantsverklaring. In de overeenkomst van 2021 en in de subsidieverordening is de eis van de accountantsverklaring onvoldoende specifiek, omdat niet is aangegeven welk soort accountantsverklaring Enver moet indienen. Met betrekking tot de inhoudelijke verantwoording is in onderstaande tabel per prestatieafspraak weergegeven in hoeverre in de subsidieovereenkomst is afgesproken dat Enver er verantwoording over moet afleggen aan de gemeente. Naast prestatieafspraken zijn in de tabel ook de onderwerpen ‘klachten’ en ‘incidenten’ opgenomen.
44
verantwoorde afspraken
tabel 2-5: verantwoordingsafspraken in subsidieovereenkomsten KST en OVO/SMW 2019 en 2020
2021
2019 en 2020
2021
KST
KST
OVO/SMS
OVO/SMW
formatie
nvt
nvt
nvt
nvt
bereik en resultaten
nvt
nvt
ja
ja
specifieke activiteiten
nvt
nvt
nee
nee
klanttevredenheid
nvt
nvt
nee
nee
klachten
nvt
nvt
nee
nee
incidenten
onderwerp
onvoldoende
ja
onvoldoende
ja
eisen aan medewerkers
nee
nee
nee
nee
eisen aan organisatie
nee
nee
nee
nee
percentage
0%
33%
14%
29%
verantwoordingsafspraken
In de onderste rij van de tabel is zichtbaar dat het zowel voor het KST als voor OVO/SMW het percentage onderwerpen waarover voldoende verantwoordingsafspraken zijn gemaakt is toegenomen in 2021. Voor het KST van 0% naar 33% en voor OVO/SMW van 0% naar 29%.42
verantwoording en bewaking prestaties In deze paragraaf wordt beoordeeld in hoeverre Enver verantwoording heeft afgelegd aan de gemeente over de geleverde prestaties en enkele andere eisen, in hoeverre die verantwoording de gemeente voldoende inzicht biedt en of de gemeente de geleverde prestaties voldoende heeft bewaakt. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen behandeld: jaarlijkse financiële en inhoudelijke verantwoording; formatie; bereik; resultaten; specifieke activiteiten; klanttevredenheid; klachten; incidenten; eisen aan medewerkers; eisen aan organisatie.
42 Voor de onderwerpen ‘nvt’ is in de vorige subparagrafen toegelicht waarom daarvoor geen verantwoordingsafspraken nodig zijn in de overeenkomst, Deze onderwerpen zijn daarom bij de berekening van het percentages buiten beschouwing gelaten.
45
verantwoorde afspraken
jaarlijkse verantwoording, monitoring en vaststelling Enver heeft de rapportages over het subsidiejaar 2019 van beide subsidies op 30 maart 2020 aan de gemeente gestuurd. Dat is op tijd, want vóór de vereiste datum van 1 mei, zoals in de subsidieovereenkomst en de subsidieverordening staat aangegeven.43 Ook de rapportages over de subsidiejaren 2020 en 2021 heeft Enver tijdig bij de gemeente aangeleverd.44 financieel De rapportages over de jaren 2019, 2020 en 2021 bevatten bijlagen met de volgende documenten: financiële verantwoording subsidie KST en OVO/SMW;45 assurance rapport accountant KPMG;46 algemene jaarverslag van Enver, inclusief de jaarrekening.47 Bij de algemene jaarverslagen is ieder jaar een controleverklaring van een accountant gevoegd.48 Zoals is toegelicht in paragraaf 2-3-3, zijn er meerdere soorten accountantsverklaringen en geeft een controleverklaring het meeste zekerheid over de juistheid van de jaarrekening. Daarmee heeft de gemeente voldoende zekerheid over de juistheid van de gegevens in de jaarrekeningen van Enver. inhoudelijk Het algemene jaarverslag dat Enver over 2019 bij de gemeente heeft ingediend, gaat niet specifiek over de activiteiten voor de gemeente Krimpen aan den IJssel. Enver werkt namelijk ook in andere gemeenten, verspreid over geheel Zuid Holland.
De rapportages over 2020 en 2021 bevatten als bijlage wel een specifiek deeljaarverslag van Enver over de activiteiten voor Krimpen aan den IJssel.49 Daarnaast hebben ambtenaren zowel in 2019, 2020 als in 2021 een zogenoemd ‘accountgesprek’ gevoerd met Enver, waarin volgens de gemeente onder meer geleverde prestaties in het lopende subsidiejaar zijn besproken.50 Verder is er volgens de gemeente gedurende een subsidiejaar ook veel tussentijds overleg.51 De gemeente heeft in alle drie de genoemde jaren de jaarlijkse verantwoording beoordeeld. Die beoordeling heeft de gemeente in 2019, 2020 en 2021 vastgelegd in een
43 Enver, brief ‘Verzoek tot vaststelling subsidie 2019’, 30 maart 2020. 44 Enver, brief ‘Verzoek tot vaststelling subsidie 2020’, 23 april 2021; Enver, brief ‘Verzoek tot vaststelling subsidie 2021’, 29 april 2022. 45 Enver, ‘Financiële verantwoording subsidie KST en OVO/SMW 2019’, 26 maart 2020; Enver, ‘Financiële verantwoording subsidie KST en OVO/SMW 2020’, 24 februari 2021. 46 KPMG, ‘Assurance rapport accountant 2019’, 27 maart 2020; KPMG, ‘Assurance rapport accountant 2020’, 26 februari 2021; KPMG, ‘Assurance rapport accountant 2021’, 25 april 2022. 47 Enver, ‘Jaardocument 2019’, 10 april 2022. 48 Enver, ‘Jaardocument 2019’, 10 april 2022, p.85; Enver, ‘Jaardocument 2020’, p.83; Enver, ‘Jaardocument 2021’, 29 april 2022, p.88. 49 Enver, ‘Deeljaarverslag 2020 Krimpen aan den IJssel’, april 2021; Enver, ‘Deeljaarverslag 2021 Krimpen aan den IJssel’, april 2022. 50 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ambtelijke notitie ‘Aantekeningen accountgesprek Enver 10 oktober 2019’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar’; Gemeente Krimpen aan den IJssel, ambtelijke notitie ‘aantekeningen accountgesprek Enver 16 juni 2020’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar’; Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Bestuurlijk overleg Enver – Gemeente Krimpen aan den IJssel 15 juli 2021’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar. 51 Interview ambtenaren.
46
verantwoorde afspraken
ambtelijk document ‘vaststellingsinformatie’.52 Op basis van dat document heeft het college in alle drie de jaren de subsidies definitief vastgesteld na afloop van het subsidiejaar.53 formatie Over het aantal fte’s dat Enver heeft ingezet in het KST en voor OVO/SMW heeft Enver over 2019, 2020 en 2021 gerapporteerd in het hiervoor genoemde document ‘financiële verantwoording subsidie KST en OVO/SMW’. Tabel 2-6 geeft de ingezette formatie KST en OVO/SMW weer, vergeleken met de formatie die in de subsidieovereenkomst was afgesproken. tabel 2-6: vergelijking afspraken en realisatie formatie KST en OVO/SMW 2019 t/m 2021
subsidie Krimpen Sociaal Team OVO/SMW
subsidieovereenkomsten
realisatie 2019
realisatie 2020
realisatie 2021
2019 t/m 2021 in fte
in fte
in fte
in fte
6,35 jeugd en gezinscoaches
5,57
6,34
6,18
0,36 gedragswetenschapper
0,27
0,36
0,36
0,5
0,69
0,72
0,72
0,44 academisch pedagoog
0,17
0,22
0,22
0,57 coaching on the job
0,56
0,58
0,58
1,81 schoolmaatschappelijk werk54
1,84
1,87
1,79
pedagogisch adviseur HBO
De gegevens in derde, vierde en vijfde kolom van tabel 2-6 geven de personeelsformatie weer die Enver daadwerkelijk heeft ingezet in 2019, 2020 en 2021. Uit de tabel komt naar voren dat die realisatie op onderdelen afwijkt van wat in de subsidieovereenkomst is afgesproken. Zo is in 2019 5,57 fte jeugd- en gezinscoaches ingezet in het KST, terwijl in de subsidieovereenkomst 6,35 fte was afgesproken. Dit is een verschil van 0,78 fte en daarmee in de tabel de meest substantiële afwijking tussen afspraak en realisatie.55 Daarnaast is in bovenste cel van de vijfde kolom zichtbaar dat in 2021 6,18 fte is gerealiseerd in het KST. Dat is 0,14 fte minder dan de 6,35 fte die in de overeenkomst was afgesproken. Verder is bijvoorbeeld in 2020 en 2021 0,72 fte pedagogisch adviseur HBO ingezet, dat is meer dan de 0,5 fte die was afgesproken. De academisch pedagoog is met 0,22 fte in 2020 en 2021 juist minder ingezet dan de afgesproken formatie van 0,44 fte. Per saldo komt de totale inzet van pedagogen (dus HBO en academisch bij elkaar opgeteld) in
52 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Vaststellingsinformatie Stichting Enver 2019’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar; Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Vaststellingsinformatie Stichting Enver 2020’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar; Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Vaststellingsinformatie Stichting Enver 2021’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar. Uit een interview van de rekenkamer met ambtenaren komt naar voren dat volgens de gemeente in die gesprekken onder meer is gesproken over de door Enver geleverde prestaties. 53 Gemeente Krimpen aan den IJssel, brief aan Enver, ‘Vaststelling budgetsubsidie 2019’, 10 juli 2020; Gemeente Krimpen aan den IJssel, brief aan Enver, ‘Budgetsubsidie 2020-Enver’, ongedateerd; Gemeente Krimpen aan den IJssel, brief aan Enver, ‘Vaststelling budgetsubsidie 2021’, 30 april 2022. 54 In 2019 was de afgesproken formatie een fractie lager dan de 1,81 fte die in de tabel staat, namelijk 1,78 fte. 55 In absolute omvang is het de grootste afwijking in fte ten opzichte van de afspraak. En ook relatief is het de grootste afwijking ten opzichten van de vooraf afgesproken omvang in fte.
47
verantwoorde afspraken
2020 en 2021 uit op 0,94 fte en dat is precies het totaal dat in de subsidieovereenkomsten voor die jaren was afgesproken. Daarmee is er per saldo voor wat betreft de pedagogen geen substantieel verschil tussen afspraak en realisatie. De andere afwijkingen die in de tabel zichtbaar zijn tussen afspraak en realisatie zijn erg klein. Het betreft afwijkingen van één of enkele honderdsten van een fte. De rapportage van Enver geeft, zoals zichtbaar is in tabel 2-6, zowel voor het KST als voor OVO/SMW aan de gemeente duidelijk inzicht in de mate waarin de afgesproken formatie is gerealiseerd. In de hiervoor genoemde ‘vaststellingsinformatie’ heeft de gemeente de afgesproken inzet in fte vergeleken met de door Enver gerealiseerde inzet. Daarmee heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer die inzet voldoende gemonitord. Omdat Enver, zoals hiervoor is beschreven, in 2019 en 2021 minder fte jeugd- en gezinscoaches heeft ingezet in het KST dan in de subsidieovereenkomst was afgesproken, heeft de gemeente in 2019 en 2021 de subsidie lager vastgesteld dan het bedrag dat voorafgaand aan het subsidiejaar is verleend (zie paragraaf 2-2-3 voor de exacte bedragen). Daarmee heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer een gepaste stap genomen naar aanleiding van de achtergebleven inzet van Enver.
Omdat er in 2020 geen substantiële verschillen waren tussen de afgesproken en de gerealiseerde inzet van Enver in fte’s, was er voor de gemeente geen aanleiding om stappen te ondernemen richting Enver en heeft de gemeente de subsidie dat jaar naar het oordeel van de rekenkamer terecht vastgesteld op het vooraf verleende bedrag. bereik en resultaten Enver heeft in 2020 en 2021 gerapporteerd over het aantal bereikte cliënten van de medewerkers van Enver in het KST.56 Strikt genomen heeft de gemeente die rapportage van Enver niet nodig. Zoals in paragraaf 2-3-3 staat, registreren medewerkers KST in het cliëntregistratiesysteem van de gemeente, dus de gemeente beschikt zelf over deze gegevens. Volgens die gegevens zijn in 2020 in totaal 105 cliënten geholpen en in 2021 in totaal 142.57 De gegevens over het bereik in het deeljaarverslag komen uit het gemeentelijk registratiesysteem. Over resultaten van de hulpverlening van het KST heeft Enver niet gerapporteerd, maar ook over die informatie beschikt de gemeente zelf. Rapportage hierover is dus niet nodig. Om inzicht te krijgen in het bereik en resultaten van de medewerkers OVO/SMW heeft de gemeente wél een rapportage nodig van Enver (zie ook paragraaf 2-3-3). Daarover is dan ook een verantwoordingsafspraak gemaakt in de subsidieovereenkomst (zie paragraaf 2-3-3).
56 Enver, ‘Deeljaarverslag 2020 Krimpen aan den IJssel’, april 2021, p.4. 57 “Aantal cliënten totaal actief: 105”. Bron: Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Vaststellingsinformatie Stichting Enver 2020’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar; “Aantal cliënten totaal actief: 142”. Bron: Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Vaststellingsinformatie Stichting Enver 2021’, per e-mail van 23 juni 2022 ontvangen van ambtenaar.
48
verantwoorde afspraken
Over 2019 heeft Enver alleen gerapporteerd over het bereik van de pedagogen, namelijk het aantal ingestroomde en uitgestroomde cliënten dat jaar. Over het bereik van SMW en coaching on the job heeft Enver dat jaar niet gerapporteerd. In de deeljaarverslagen over 2020 en 2021 staat, naast het bereik van de pedagogen ook het aantal bereikte cliënten van het SMW.58 Het bereik van coaching on the job is echter in 2020 en 2021 opnieuw niet gerapporteerd. Daarmee bieden de rapportages van 2019, 2020 en 2021 geen volledig inzicht in het aantal cliënten dat is bereikt met OVO/SMW. Over de resultaten van de hulpverlening van pedagogen, SMW en coaching on the job heeft Enver in 2019, 2020 en 2021 in het geheel niet gerapporteerd. Daarmee bieden de rapportages geen inzicht in de resultaten van OVO/SMW. Uit de interviews en de geraadpleegde documenten komt niet naar voren dat de gemeente Enver heeft aangesproken op de ontbrekende rapportages over bereik en resultaten. Wel geeft de gemeente aan dat in formele en informele overleggen gedurende het jaar met Enver wordt besproken welke problematiek er speelt bij cliënten. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat er onder de jeugdige cliënten veel problemen spelen met betrekking tot vechtscheidingen van hun ouders, verslaving en psychische aandoeningen.
Dergelijke gesprekken bieden naar het oordeel van de rekenkamer weliswaar mogelijk een globale indruk van aard en omvang van problemen onder cliënten, maar bieden geen inzicht in resultaten van de geboden hulpverlening van OVO/SMW. Gelet op het bovenstaande heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer onvoldoende inzicht in het bereik van OVO/SMW (namelijk geen inzicht in het bereik van coaching on the job) en onvoldoende inzicht in de resultaten van OVO/SMW. specifieke activiteiten Over de specifieke activiteiten waarover in de subsidieovereenkomsten OVO/SMW SMW afspraken zijn gemaakt (het organiseren van themabijeenkomsten, opvoedcursussen en activiteiten tijdens de landelijke week van de opvoeding, zie paragraaf 2-3-2) heeft Enver 2019, 2020 en 2021 niet gerapporteerd. De rapportage biedt de gemeente dus geen inzicht of en zo ja hoeveel van deze activiteiten zijn georganiseerd. De gemeente vermeldt dit niet in de vaststellingsinformatie. Daarmee heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer onvoldoende gemonitord of, en zo ja hoeveel, van de afgesproken specifieke activiteiten zijn uitgevoerd. klanttevredenheid De gemeente heeft in 2019, 2020 en 2021 cliënttevredenheidsonderzoeken uit laten voeren onder cliënten die jeugdhulp ontvangen van het KST (zie ook paragraaf 2-3-2). Het onderzoek is uitgevoerd middels online of schriftelijk in te vullen vragenlijsten.
Bij jeugdigen van 0 tot 15 jaar is de vragenlijst uitgezet onder ouders. Bij jongeren tussen 12 en 15 jaar is de vragenlijst ook onder de jongeren zelf uitgezet.59 De jongeren waardeerden de hulp volgens dit onderzoek in 2021 gemiddeld met een 7,5.De ouders waardeerden de hulp gemiddeld met het rapportcijfer 7,8.60
58 Enver, ‘Deeljaarverslag 2020 Krimpen aan den IJssel’, april 2021, p.5 en 6; Enver, ‘Deeljaarverslag 2021 Krimpen aan den IJssel’, april 2022, p.5. 59 ZorgfocuZ, ‘Rapportage cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (jongeren) 2020, Gemeente Krimpen aan den IJssel’, mei 2021, p.2. 60 ZorgfocuZ, ‘Rapportage cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (jongeren) 2021, Gemeente Krimpen aan den IJssel’, juni 2022, p.4; ZorgfocuZ, ‘Rapportage cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp (ouders) 2021, Gemeente Krimpen aan den IJssel’, juni 2022, p.4.
49
verantwoorde afspraken
eigen onderzoek Enver in 2020 naar cliënttevredenheid KST Ondanks dat voor het KST geen afspraken over klanttevredenheid en het onderzoeken daarvan zijn gemaakt in de subsidieovereenkomsten 2019 en 2020 (zie paragraaf 2-3-3), blijkt uit het deeljaarverslag Krimpen 2020 dat Enver dat jaar ook zelf de klanttevredenheid van cliënten van het KST heeft onderzocht.
De tevredenheid van cliënten over OVO/SMW onderzoekt de gemeente niet zelf.61 Weliswaar laat de gemeente jaarlijks de klanttevredenheid onderzoeken over de jeugdhulp, maar daarin wordt niet specifiek de klanttevredenheid over OVO/SMW onderzocht.62 Over die klanttevredenheid zijn in de subsidieovereenkomsten wel prestatieafspraken gemaakt, waaronder de afspraak dat “het merendeel van de cliënten tevreden is” (zie paragraaf 2-3-2). Het jaarverslag 2019 bevat echter alleen uitkomsten van klanttevredenheidsonderzoeken van alle cliënten van Enver, namelijk een gemiddeld rapportcijfer van alle cliënten van Enver, maar dus niet specifiek voor cliënten in Krimpen en ook niet specifiek voor schoolmaatschappelijk werk, coaching on the job en opvoedondersteuning door pedagogen.63 Enver heeft ook in 2020 en 2021 de klanttevredenheid van cliënten OVO/SMW in Krimpen niet onderzocht. Daarmee bieden de rapportages van Enver geen inzicht in de tevredenheid van de cliënten van OVO/SMW en dus ook niet of “het merendeel van de cliënten tevreden is”, zoals in de subsidieovereenkomst als prestatieafspraak was opgenomen (zie paragraaf 2-3-2).
De gemeente geeft wel aan dat ambtenaren zelf “een rondje langs de scholen” doen, waaruit volgens hen blijkt dat de scholen tevreden zijn.64 Op basis van bovenstaande bevindingen beschikt de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer niet over voldoende informatie om de klanttevredenheid van cliënten OVO/SMW te monitoren en te beoordelen of Enver voldoet aan de prestatieafspraak dat “het merendeel van de cliënten” tevreden is over OVO/SMW. klachten In het jaarverslag 2019 van Enver staat het aantal klachten dat in dat jaar bij Enver is ingediend en wat de aard van die klachten is.65 De klachten hebben betrekking op Enver als geheel en dus niet specifiek hoeveel klachten over Enver in Krimpen zijn ingediend en niet specifiek over OVO/SMW. Voor OVO/SMW is er ook geen duidelijke afspraak over het indienen en afhandelen van klachten, zoals eerder is vastgesteld in paragraaf 2-3-3. In het deeljaarverslag 2020 Krimpen aan de IJssel van Enver staat geen enkele informatie over ingediende klachten. De rapportages van Enver bieden de gemeente dus geen inzicht in klachten over OVO/SMW.
61 Interview ambtenaren. 62 informatie van de gemeente ontvangen in ambtelijk wederhoor. 63 Enver, ‘Jaardocument 2019’, 10 april 2020, p.14 : “De cliënten (…) die de hulpverlening in 2019 afsloten, gaven Enver gemiddeld een 8,3. De ouders waardeerden de hulp gemiddeld met een 8,4 en de jongeren met een 8,1.” 64 Interview ambtenaren. 65 Enver, ‘Jaardocument 2019’, 10 april 2020, p.37.
50
verantwoorde afspraken
Het algemene jaarverslag van Enver over 2021 bevat een rapportage over klachtenafhandeling door een Klachtencommissie Jeugdhulp Zuid-Holland. De rapportage gaat over alle cliënten van Enver in Zuid-Holland. Er staat dat er veertien klachtbrieven zijn ingediend bij Enver en acht bij de bij de Klachtencommissie.66 Of er onder die klachten ook klachten zijn van cliënten in Krimpen aan den IJssel is niet duidelijk. Volgens de geïnterviewde ambtenaren zijn er geen klachten ingediend over OVO/SMW de afgelopen jaren. Er zijn dus geen klachten bekend bij de gemeente. Gelet op het feit dat er geen duidelijke klachtenprocedure is afgesproken, is naar het oordeel van de rekenkamer denkbaar dat cliënten wel klachten hebben, maar dat zij niet weten waar ze met hun klacht terecht kunnen en de klachten daardoor niet zijn ingediend. Of dat klachten wel zijn ingediend, bijvoorbeeld bij de hulpverlenende medewerker zelf, maar de procesregisseur niet hebben bereikt. Gelet op het bovenstaande heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer klachten over OVO/SMW in 2019, 2020 en 2021 niet voldoende gemonitord. De gemeente stelt dat er in deze jaren geen klachten zijn geweest, maar of dit klopt, kan niet worden vastgesteld.
incidenten In het jaarverslag 2019 van Enver staat dat het aantal agressie-incidenten fors is toegenomen tot 309 in 2019.67 Dat aantal heeft betrekking op incidenten bij Enver als geheel, niet specifiek op incidenten in Krimpen aan den IJssel. In het deeljaarverslag 2020 Krimpen aan den IJssel van Enver staat niets over incidenten. Daarmee bieden de jaarrapportages 2019 en 2020 de gemeente geen inzicht in incidenten over KST en OVO/SMW in Krimpen aan den IJssel. In het jaardocument Enver 2021 staat dat in totaal 579 incidenten geregistreerd zijn, maar ook dat aantal gaat niet specifiek over Krimpen.68 Het is dus niet duidelijk of en zo ja hoeveel van die incidenten betrekking hebben op incidenten in Krimpen. Volgens de ambtenaren die de rekenkamer heeft geïnterviewd zijn er in de periode 2019 tot en met 2021 geen incidenten gemeld over OVO/SMW in Krimpen aan den IJssel.69 Er zijn dus geen incidenten bekend bij de gemeente. Volgens een geïnterviewde medewerker van Enver hoeft dit niet te betekenen dat er ook geen incidenten hebben plaatsgevonden in Krimpen. Zie het citaat in onderstaand kader.
66 Enver, ‘Jaardocument 2021’, 29 april 2022, p.37 67 Enver ‘Jaardocument 2019’, 10 april 2020, p.38. 68 Enver, ‘Jaardocument 2021’, 29 april 2022, p.37. 69 Interview ambtenaren.
51
verantwoorde afspraken
medewerker Enver over melden incidenten “Het feit dat er geen incident wordt gemeld hoeft niet altijd positief te zijn: het kan ook zijn dat deze wel degelijk plaatsvindt maar niet wordt gezien als incident. Daarnaast is de vraag: wie van Enver moet dit verduidelijken en adresseren? Hoe vaak en wanneer moet deze op de hoogte worden gesteld van het aantal incidenten? (…) Tevens is het belangrijk dat er dubbel wordt gemeld: zowel de gemeente als Enver moeten op de hoogte zijn van het incident. Enver is de werkgever en als iemand bijvoorbeeld uitvalt na een incident is het belangrijk om te werken wat er zich heeft afgespeeld. Maar met dit soort zaken zijn, voor de medewerkers en in de dagelijkse praktijk, tussen de werkgever (Enver) en de opdrachtgever (Krimpen) niet altijd eenduidig en duidelijk afgesproken en ingeregeld.”
In paragraaf 2-3-3 heeft de rekenkamer vastgesteld dat Enver en de gemeente in de overeenkomst 2021 een duidelijke afspraak hebben vastgelegd over het melden van incidenten. Echter, op basis van bovenstaand citaat is de uitvoering van die afspraak kennelijk in de praktijk niet goed geïmplementeerd. Al met al is daarmee naar het oordeel van de rekenkamer denkbaar dat er wel incidenten zijn geweest in Krimpen aan den IJssel, maar dat die niet bij de gemeente zijn gemeld. De rekenkamer kan dit niet vaststellen. Naar het oordeel van de rekenkamer heeft de gemeente onvoldoende gemonitord of er in de periode 2019 tot en met 2021 incidenten hebben plaatsgevonden met betrekking tot KST en OVO/SMW in Krimpen. eisen aan medewerkers en organisatie eisen aan medewerkers Enver heeft in de verantwoording over 2019, 2020 en 2021 niet gerapporteerd in hoeverre medewerkers voldoen aan de in de uitvoeringsvoorwaarden gestelde eisen van VOG en BIG-registratie. In paragraaf 2-3-3 heeft de rekenkamer al vastgesteld dat de gemeente niet eist van Enver om hierover te rapporteren. Daarmee heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer niet voldoende inzicht of de medewerkers aan de gestelde eisen voldoen.
eisen aan organisatie Enver heeft in de verantwoordingen over 2019, 2020 en 2021 niet gerapporteerd in hoeverre de organisatie voldoet aan in de uitvoeringsvoorwaarden gesteld eisen, zoals het hanteren van een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en het beschikken over vastgesteld alcohol- en drugsbeleid. Ook hierover heeft de rekenkamer in paragraaf 2-3-3 vastgesteld dat de gemeente niet eist dat Enver rapporteert in hoeverre het over deze regelingen beschikt. Daarmee heeft de gemeente naar het oordeel van de rekenkamer niet voldoende inzicht in hoeverre Enver over deze regelingen beschikt. samenvatting financieel Enver heeft middels jaarverslagen verantwoording afgelegd over de verkregen subsidie. Enver heeft de jaarverantwoording over de jaren 2019, 2020 en 2021 tijdig
52
verantwoorde afspraken
ingediend. De rapportages over de jaren 2019, 2020 en 2021 bevatten bijlagen met de volgende documenten: • financiële verantwoording subsidie KST en OVO/SMW; • assurance rapport accountant KPMG; • algemene jaarverslag van Enver, inclusief de jaarrekening. Bij de algemene jaarverslagen heeft Enver ieder jaar een controleverklaring van een accountant gevoegd. Daarmee heeft de gemeente voldoende zekerheid over de juistheid van de gegevens in de jaarrekening van Enver. Ambtenaren hebben zowel in 2019, 2020 als in 2021 een zogenoemd ‘accountgesprek’ gevoerd met Enver, waarin onder meer geleverde prestaties in het lopende subsidiejaar zijn besproken. De gemeente heeft in alle drie de genoemde jaren de jaarlijkse verantwoording beoordeeld. Die beoordeling heeft de gemeente in beide jaren vastgelegd in een ambtelijk document ‘vaststellingsinformatie’. Op basis van dat document heeft het college in alle drie de jaren de subsidies definitief vastgesteld na afloop van het subsidiejaar (zie paragraaf 2-2-3 voor de vastgestelde bedragen over 2019 tot en met 2021). inhoudelijk Tabel 2-7 geeft weer in hoeverre de jaarverantwoordingen van Enver naar het oordeel van de rekenkamer inzicht bieden in de geleverde prestaties. tabel 2-7 mate waarin jaarverantwoording inzicht biedt in prestaties
onderwerp
KST
OVO/SMW
KST
OVO/SMW
KST
OVO/SMW
2019
2019
2020
2020
2021
2021
formatie
ja
ja
ja
ja
ja
ja
bereik
nvt
onvoldoende
nvt
onvoldoende
nvt
onvoldoende
resultaten
nvt
nee
nvt
nee
nvt
nee
specifieke activiteiten
nvt
nee
nvt
nee
nvt
nee
klanttevredenheid
nvt
nee
nvt
nee
nvt
nee
klachten
nvt
nee
nvt
nee
nvt
nee
incidenten
nee
nee
nee
nee
nee
nee nee
eisen aan medewerkers
nee
nee
nee
nee
nee
eisen aan organisatie
nee
nee
nee
nee
nee
nee
percentage voldoende
25%
11%
25%
11%
25%
11%
verantwoording
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de verantwoording voor het overgrote deel van de afspraken geen of onvoldoende of inzicht biedt in de uitvoering ervan. Voor de verantwoording over het KST is dat ieder jaar slechts voor 25% van de onderwerpen het geval. Voor OVO/SMW biedt de verantwoording slechts voor 11% van de onderwerpen voldoende inzicht in de uitvoering ervan. De inhoudelijke jaarverantwoordingen van Enver bieden de gemeente alleen wat betreft de ingezette formatie voldoende inzicht. Over alle andere onderwerpen bieden
53
verantwoorde afspraken
de verantwoordingen van Enver de gemeente onvoldoende inzicht. De gemeente monitort de uitvoering van die afspraken onvoldoende.
inkoop per 2022 aanbesteding en raamovereenkomst Met ingang van 2022 verstrekt de gemeente geen subsidie meer aan Enver voor de inzet van medewerkers in het KST en voor OVO/SMW. De gemeente regelt de inzet van medewerkers, zowel voor KST als voor OVO/SMW, per 2022 door middel van inkoop. De gemeente en Enver hebben hiertoe een raamovereenkomst gesloten met een looptijd tot 1 juni 2025.70 De overeenkomst bevat een mogelijkheid om de looptijd daarna nog te verlengen. De gemeente heeft niet alleen met Enver, maar ook met andere organisaties een raamovereenkomst gesloten voor de inzet van medewerkers in het KST en voor OVO/SMW. De raamovereenkomsten zijn tot stand gekomen volgens een zogenoemde ‘open house’ aanbestedingsprocedure.71 Als in het KST of voor OVO/SMW een vacature ontstaat, dan krijgen alle organisaties de gelegenheid een kandidaat aan te leveren.
Daarna voert een beoordelingsteam, bestaande uit twee procesregisseurs van de gemeente, een gesprek met elk van de kandidaten, waarna de gemeente een keus maakt voor een kandidaat.72 De gemeente noemt als reden voor de overstap van subsidie naar een inkoopconstructie dat twijfel bestond of subsidieverlening nog wel een rechtmatige manier was voor organiseren van de inzet van externe medewerkers in KST en voor OVO/SMW.73 De gemeente noemt als een voordeel van deze nieuwe constructie, dat de kans wordt vergroot op een volledige bezetting van de beschikbare formatie. Immers, als Enver geen kandidaat kan aanleveren, dan kan wellicht één van de andere gecontracteerde organisatie dat wel.74 Er kunnen dus jeugdhulpverleners uit meerdere organisaties in het KST werken of voor OVO/SMW. In ambtelijk wederhoor heeft de gemeente aangegeven dat Enver niet meer de enige aanbieder is die medewerkers levert voor het KST.75 Het beoordelen van de keuze van de gemeente om over te stappen van een subsidie naar een inkoopconstructie valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek. De rekenkamer heeft die keuze dan ook niet beoordeeld. ontbrekende afspraken in inkoopconstructie De prestatieafspraken en andere eisen die voor 2022 gelden voor de organisaties die medewerkers leveren aan KST en OVO/SMW zijn vastgelegd in de
70 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Raamovereenkomst Wmo en jeugdwet diensten ten behoeve Krimpenwijzer en Krimpens Sociaal Team’, ondertekend door Enver en de gemeente op 20 mei 2021. 71 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Aanbestedingsprocedure Wmo en jeugdwet diensten ten behoeve van KrimpenWijzer en Krimpens Sociaal Team voor de gemeente Krimpen aan den IJssel’, ongedateerd. 72 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Raamovereenkomst Wmo en jeugdwet diensten ten behoeve Krimpenwijzer en Krimpens Sociaal Team’, ondertekend door Enver en gemeente op 20 mei 2021, p.32. 73 Interview ambtenaren. 74 Interview ambtenaren. 75 Interview ambtenaren.
54
verantwoorde afspraken
raamovereenkomsten zelf en in bepalingen die op grond van die raamovereenkomst van toepassing zijn, zoals de inkoopvoorwaarden van de gemeente Krimpen aan den IJssel en de aanbestedingsdocumenten, waaronder het Programma van Eisen.76 Over meerdere onderwerpen, waarover in de subsidieovereenkomsten prestatieafspraken en/of verantwoordingsafspraken waren gemaakt met Enver, hoeven in de raamovereenkomst geen afspraken meer te worden gemaakt. De gemeente is nu namelijk zelf verantwoordelijk om die prestaties te realiseren en de hiervoor relevante gegevens te verzamelen en te monitoren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de omvang van de formatie van KST en OVO/SMW en het bijhouden van het bereik en de resultaten van hulpverlening. W el constateert de rekenkamer dat in de inkoopconstructie over meerdere onderwerpen met betrekking tot OVO/SMW nog geen duidelijke afspraken zijn gemaakt, of dat die afspraken in ieder geval voor Enver als opdrachtnemer niet duidelijk zijn. Zo heeft de rekenkamer: geen voornemens of afspraken aangetroffen dat onder de nieuwe inkoopconstructie specifiek de klanttevredenheid en de tevredenheid van scholen met betrekking tot OVO/SMW zal worden onderzocht; geen aanwijzingen die erop duiden dat een voor alle betrokken partijen (gemeente, Enver, cliënten) duidelijke afspraak is gemaakt over het afhandelen van klachten over OVO/SMW.
In de aanbestedingsdocumenten staat dat de opdrachtnemers moeten beschikken over een klachtenregeling.77 Daarmee legt de gemeente de verantwoordelijkheid voor het afhandelen van klachten bij de opdrachtnemer. Een medewerker van Enver heeft in een interview aangegeven dat bij het aanbesteden en het accorderen van de raamovereenkomst vooral is gecheckt of zaken als protocollen, eisen en regelingen aanwezig waren, maar dat er (nog) niet met de gemeente is doorgesproken hoe deze zaken nu onderling worden opgepakt.78 geen gegevens aangetroffen die erop duiden dat er een voor alle betrokken partijen duidelijke afspraak is over het melden en afhandelen van incidenten met betrekking tot KST en OVO/SMW. In de aanbestedingsdocumenten staat dat opdrachtnemers moeten voldoen aan de eisen vanuit Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en Jeugdwet inzake ‘melding van calamiteiten’. Daarmee is in ieder geval iets vastgelegd over het melden van incidenten. In ambtelijk wederhoor heeft de gemeente aangegeven dat er voor het melden van agressie-incidenten een intern systeem is en dat Enver ook een eigen incidentenmeldsysteem heeft. In paragraaf 24-7 heeft de rekenkamer vastgesteld dat Enver en de gemeente in de periode tot en met 2021 de gemaakte afspraken over het melden van incidenten weliswaar hadden vastgelegd, maar in de praktijk niet goed hebben geïmplementeerd.
In de documenten en interviews heeft de rekenkamer geen gegevens aangetroffen die erop duiden dat er nu wel een voor alle betrokken partijen duidelijke afspraak is over het melden en afhandelen van incidenten.
76 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Raamovereenkomst Wmo en jeugdwet diensten ten behoeve Krimpenwijzer en Krimpens Sociaal Team’, ondertekend door Enver en gemeente op 20 mei 2021, p.5 77 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Raamovereenkomst Wmo en jeugdwet diensten ten behoeve Krimpenwijzer en Krimpens Sociaal Team’, ondertekend door Enver en gemeente op 20 mei 2021, p.26. 78 Interview medewerker Enver.
55
verantwoorde afspraken
geconstateerd dat in de aanbestedingsdocumenten niet is vastgelegd dat opdrachtnemers aan de gemeente rapporteren in hoeverre medewerkers die worden ingezet in KST en OVO/SMW voldoen aan de onder Wmo en Jeugdwet geldende
eisen van beroepsregistratie. Ook is niet vastgelegd dat opdrachtnemers rapporteren aan de gemeente in hoeverre zij (volgens de overeenkomst vereiste) protocollen hanteren, zoals een meldcode huiselijk geweld. In de aanbestedingsdocumenten zijn, onder verwijzing naar de Wmo en de Jeugdwet, weliswaar meerdere kwaliteitseisen vastgelegd aan medewerkers en opdrachtnemers, waaronder registratie in het BIG en hanteren van de meldcode huiselijk geweld. Er is echter, net als in de subsidieovereenkomsten, niet vastgelegd dat opdrachtnemers rapporteren aan de gemeente in hoeverre zij aan die eisen voldoen.
56
verantwoorde afspraken
3 Streekmuseum Krimpenerwaard
inleiding In dit hoofdstuk wordt de subsidieverstrekking aan het Streekmuseum Krimpenerwaard (hierna: Streekmuseum of het museum) behandeld aan de hand van de drie onderzoeksvragen (zie paragraaf 1-4). Het Streekmuseum is een lokaal streekmuseum met objecten en cultureel erfgoed uit de regio Krimpenerwaard. In paragraaf 3-2 worden de achtergrond van het Streekmuseum, het gemeentelijk beleid en de subsidiestromen toelicht. In paragraaf 3-3 worden de prestatieafspraken die bij het verstrekken van de subsidie zijn gemaakt beoordeeld. In paragraaf 3-4 wordt de verantwoording door het Streekmuseum beoordeeld en de wijze waarop de gemeente de uitvoering van de prestatieafspraken heeft bewaakt. In tabel 3-1 is per onderzoeksvraag weergegeven in welke paragraaf deze wordt behandeld. Ook is daarbij aangegeven welke normen worden getoetst in het beantwoorden van de onderzoeksvragen.
57
verantwoorde afspraken
tabel 3-1: onderzoeksvragen en gehanteerde normen per paragraaf onderzoeksvraag
paragraaf
norm
1. In hoeverre maakt het college adequate
3-3-1
In de subsidieovereenkomst zijn prestatieafspraken
prestatieafspraken met de subsidie ontvangende
opgenomen.
organisaties?
De prestatieafspraken sluiten logisch aan bij het beleid van de gemeente. 3-3-2
De prestatieafspraken maken voldoende duidelijk welke prestaties de subsidie ontvangende organisatie moet leveren.
3-3-3
In de subsidieovereenkomst zijn afspraken opgenomen over wijze en frequentie van rapportage aan het college over de geleverde prestaties. De afspraken over rapportage waarborgen in opzet dat het college hiermee tijdig en voldoende inzicht krijgt in de geleverde prestaties.
2. In hoeverre beschikt het college over adequate
3-4
informatie over de geleverde prestaties van
Het college beschikt tijdig over de in de subsidieovereenkomst afgesproken rapportages.
gesubsidieerde organisaties?
De rapportages bieden het college voldoende informatie om inzicht te krijgen in de geleverde prestaties.
3. Bewaakt het college voldoende dat de geleverde
3-4
prestaties overeenkomen met de prestatieafspraken?
Indien de subsidie ontvangende organisaties de rapportages niet op de afgesproken tijd en wijze aanleveren, neemt het college gepaste stappen richting de subsidie ontvangende organisaties om de rapportages alsnog te ontvangen. Het college monitort voldoende of de prestaties voldoen aan de in de overeenkomst vastgelegde prestatieafspraken. Indien de prestaties niet voldoen aan de gemaakte afspraken, neemt het college gepaste stappen richting de subsidie ontvangende organisaties.
beleidsmatige en financiële context achtergrond Streekmuseum Het Streekmuseum is gevestigd in boerderij ‘de Crimpenerhof’ in Krimpen aan den IJssel en begon in 1953 als een ‘oudheidkamer’, waar voorwerpen uit de regio werden verzameld. Naarmate de collectie groter werd, stelde de gemeente Krimpen aan den IJssel in 1965 de boerderij ter beschikking aan het museum. Sinds 1998 is het Streekmuseum opgenomen in het Nederlands Museum Register.79 De boerderij is eigendom van de gemeente.
79 Interview museum; https://www.streekmuseumkrimpenerwaard.nl/over-het-museum/, geraadpleegd op 5 december 2022.
58
verantwoorde afspraken
huisvesting Streekmuseum De boerderij ‘de Crimpenerhof’ is in eigendom van de gemeente, die de locatie om niet ter beschikking stelt aan het museum. De gemeente verzorgt het onderhoud aan de boerderij. Dit is binnen de gemeente belegd bij team Vastgoed. De gemeente verwacht van het Streekmuseum dat het zich als ‘een goede huurder’ gedraagt, aldus de gemeente.80 In de subsidieovereenkomst zijn geen afspraken gemaakt over het gebruik en verhuur van de boerderij aan het Streekmuseum, dit onderwerp maakt daarom ook geen verder deel uit van het onderzoek.
Volgens de website van het museum wil het museum “een toegankelijke ontmoetingsplaats zijn voor organisaties en personen die zich […] bezighouden met het culturele erfgoed van de Krimpenerwaard”.81 Dit doet het Streekmuseum middels tentoonstellingen, het organiseren van culturele activiteiten en educatie aan scholen. Het museum heeft een bestuur dat bestaat uit vijf leden. Verder heeft het museum op dit moment vijf medewerkers in dienst voor ongeveer 2,45 fte, waaronder een directeur en medewerkers die zich bezighouden met evenementen, sociale media, fondsenwerving en collectiebeheer. Tevens is een groep van 50-55 vrijwilligers actief voor het museum.82 Het museum ontvangt al meerdere decennia subsidie van de gemeente voor de exploitatie van het museum in boerderij de Crimpenerhof.83 beleid Cultuurnota 2019-2022 Het Streekmuseum is één van de culturele voorzieningen binnen de gemeente. Het cultuurbeleid van de gemeente Krimpen aan den IJssel is vastgelegd in de cultuurnota ‘Culturele Kracht Kleurrijk Krimpen aan den IJssel 2019-2022’.84 In deze cultuurnota, die in september 2019 door de raad is vastgesteld, beschrijft de gemeente een hoofddoel en vier subdoelen op het gebied van cultuur die ze in de periode 2019-2022 wil realiseren. Deze zijn in onderstaand kader weergegeven.
80 Interview ambtenaar. 81 https://www.streekmuseumkrimpenerwaard.nl/over-het-museum/, geraadpleegd op 30 januari 2023. 82 Interview Streekmuseum. 83 Interview Streekmuseum. 84 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Cultuurnota 2019-2022’, september 2019.
59
verantwoorde afspraken
doelen Cultuurnota 2019-202285 In de Cultuurnota heeft de gemeente het volgende doel geformuleerd: Cultuur zorgt voor sociale samenhang en verbinding, biedt zingeving en mogelijkheden voor ontplooiing en participatie voor al onze inwoners. De gemeente beoogt dit te bereiken door middel van de volgende vier subdoelen: 7
In 2022 is de lokale culturele infrastructuur versterkt.
8
In 2022 kunnen meer inwoners hun culturele talenten ontplooien.
9
In 2022 zijn verbindingen zichtbaar tussen culturele instellingen, verengingen, onderwijs, maatschappelijke partners en zorg.
10 In 2022 is de zichtbaarheid van cultuur in onze gemeente vergroot.
Om bovenstaande te bereiken wil de gemeente onder meer sterk inzetten op informatievoorziening via sociale media, de Uitagenda en de gemeentelijke website. Ook beoogt de gemeente samen met culturele aanbieders culturele activiteiten te ontwikkelen voor specifieke doelgroepen zoals jongeren en ouderen. Daarnaast verleent de gemeente subsidies aan “culturele initiatieven die bijdragen aan de ontplooiing van inwoners”.86 subsidieregel Kunst en Cultuur Tevens heeft het college van B en W de Subsidieregeling Kunst en Musea (voluit beleidsregel subsidiering 2019 3.3 Kunst en Musea) vastgesteld.87 Deze regeling beschrijft basisvoorwaarden voor subsidie voor vijf culturele instellingen, waaronder het Streekmuseum. Voor het Streekmuseum geldt onder meer dat er tentoonstellingen worden georganiseerd en dat het museum de aanwezige collectie in stand houdt. De exacte aantallen en afspraken worden in de subsidieovereenkomst vastgelegd. Ten slotte is vastgelegd dat de jaarlijkse subsidie aan het Streekmuseum een vast bedrag betreft, eventueel met indexering. financieel De rekenkamer heeft de subsidieverlening in 2019 tot en met 2022 onderzocht. In deze periode ontving het Streekmuseum jaarlijks subsidie van de gemeente Krimpen aan den IJssel. In alle jaren is het vastgestelde subsidiebedrag gelijk aan het verleende bedrag.
Voor 2022 volgt de subsidievaststelling na afronding van dit onderzoek. In tabel 3-2 worden de subsidiebedragen weergegeven.
85 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Cultuurnota 2019-2022’, september 2019, p. 7. 86 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Cultuurnota 2019-2022’, september 2019, p. 11. 87 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Beleidsregel subsidiëring 2019 3.3 – Kunst en musea’, ongedateerd.
60
verantwoorde afspraken
tabel 3-2: subsidieverlening Streekmuseum88 jaar
bedrag
2019
€ 129.907
2020
€ 134.856
2021
€ 136.879
2022*
€ 138.932
* Voor 2022 volgt de subsidievaststelling na afronding van dit onderzoek.
Uit de tabel blijkt dat het museum in 2019 het museum € 129.907 aan subsidie ontving. In de jaren daarna is het subsidiebedrag steeds iets verhoogd, vanwege indexatie. Behalve indexering hebben er geen wijzigingen in het subsidiebedrag plaatsgevonden. Zoals in hoofdstuk 1 is vermeld, besloeg het aan het Streekmuseum in 2021 verleende subsidiebedrag 2% van het totaalbedrag dat de gemeente in 2021 aan subsidies verleende (zie de tabel in paragraaf 1-4-2).
overige subsidiestromen In 2020 heeft het Streekmuseum extra eenmalige subsidie van € 16.000 van het college ontvangen, in de vorm van noodsteun als gevolg van de uitbraak van covid-2019 en de gevolgen daarvan voor het museum.89 Dit betrof een provinciale subsidieregeling90 waarbij het college van B en W namens het Streekmuseum een aanvraag heeft ingediend bij de provincie. Aan deze eenmalige subsidie zaten geen prestatie- of verantwoordingsafspraken en deze subsidie maakt geen onderdeel uit van het onderzoek. Tevens heeft het college in 2022 toegezegd om een subsidie aan het museum toe te kennen voor de kosten van een tijdelijke opslaglocatie van een deel van de collectie en voor het inhuren van een externe conservator voor begeleiding bij het registreren en deels afstoten van de collectie (zie ook paragraaf 3-3-3). Deze subsidie zal voor maximaal drie jaar zijn. De gemeente zal hier geen prestatieafspraken aan verbinden, maar hanteert wel als uitgangspunt dat “gedurende deze drie jaar toegewerkt wordt naar een compacte museumcollectie”, zo blijkt uit een raadsinformatiebrief en uit een interview met de gemeente.91 Deze subsidieverlening zal pas na de onderzoeksperiode plaatsvinden en valt buiten de scope van het onderzoek.
88 Gemeente Krimpen aan den IJssel, brief ‘Subsidie 2019’, 18 december 2018; gemeente Krimpen aan den IJssel, brief ‘Subsidie 2020’, 19 december 2019; gemeente Krimpen aan den IJssel, brief ‘Subsidie 2021’, 17 december 2020; gemeente Krimpen aan den IJssel, brief ‘Budgetsubsidie 2022’, 15 december 2021. 89 Gemeente Krimpen aan den IJssel, ‘Noodsteun covid-19 2020’, 22 december 2020. 90 Voluit ‘provinciale subsidieregeling noodsteun culturele sector Zuid-Holland’. 91 Gemeente Krimpen aan den IJssel, brief ‘Tijdelijk depot Streekmuseum’, 29 juli 2022; interview ambtenaar.
61
verantwoorde afspraken
subsidieverlening opbouw subsidieovereenkomst en aansluiting bij beleid De rekenkamer heeft de subsidieaanvragen voor de subsidies voor 2019 tot en met 2022 bestudeerd.92 Zoals in paragraaf 3-2-3 al is benoemd, blijkt dat de gemeente op alle vier de subsidieaanvragen positief heeft gereageerd. Uit deze beschikkingen, waarin de gemeente aangeeft of en hoeveel subsidie de gemeente toekent aan de organisatie, blijkt dat de gemeente in alle vier de jaren het volledige aangevraagde subsidiebedrag heeft toegekend.93 opbouw subsidieovereenkomst De gemeente en het Streekmuseum sluiten jaarlijks een subsidieovereenkomst.94 In deze subsidieovereenkomst leggen de gemeente en het Streekmuseum prestatieafspraken vast voor het desbetreffende subsidiejaar. Daarnaast bevatten de overeenkomsten ook meer algemene afspraken over taken en voorwaarden waar het museum aan dient te voldoen. De opbouw van de subsidieovereenkomsten is in de periode 2019 tot en met 2022 nagenoeg gelijk. Een gemeentefunctionaris licht toe dat in het algemeen de overeenkomst van het afgelopen jaar uitgangspunt is voor het opstellen van de nieuwe overeenkomst. Als er geen aanleiding is om een afspraak of passage te veranderen, dan blijft de overeenkomst ongewijzigd.