CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bestemmingsplan KOAG Driekamp

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan en grondexploitatie KOAG Driekamp19.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die in 2021 naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is:  Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet.  De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet. Archeologie Om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn in het plangebied is een archeologisch bureau en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in Bijlage 1. Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum in de top van het Jonge Dryas-terras of de vroeg holocene meandergordel afzettingen verwacht. In de top van de komafzettingen van de Formatie van Echteld worden resten uit het Midden-Mesolithicum – Midden- Neolithicum, in de top van het veen worden resten uit het Laat-Neolithicum – Midden-Ijzertijd verwacht, wanneer er sprake is van een veraarde veentop en resten uit de Late IJzertijd – Nieuwe tijd worden verwacht in de top van Hollandse IJssel-rivierafzettingen, wanneer deze bestaan uit oeverafzettingen of getijdeninversieruggen. De verwachting is voor alle niveaus laag.

Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat er in de ondergrond van het plangebied Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) voorkomt, met daarop een pakket komafzettingen van de Formatie van Echteld. Op de komafzettingen is een ophoogpakket bestaande uit zand aanwezig. De overgang van het veen naar de komafzettingen is geleidelijk en de veentop is niet veraard. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de ondergrond van het plangebied geen oever-afzettingen of getijdeninversieruggen van de Hollandse IJssel voorkomen met in de top een archeologisch niveau. Ook komt er aan het maaiveld geen archeologisch niveau voor. Daarnaast is de top van het veen niet veraard. De lage verwachting voor alle periodes uit het bureauonderzoek kan daarmee worden bevestigd. Het is niet nodig een dubbelbestemming voor archeologie op te nemen. Het plangebied is vrijgegeven voor de geplande en toekomstige werkzaamheden. Daarnaast wordt er geadviseerd om de amateurarcheologen van Stichting Archeologie Krimpenerwaard in de

41/104

gelegenheid te stellen eventuele bouwputten ter plaatse van het plangebied te inspecteren, zodat eventueel aanwezige archeologische waarden gedocumenteerd kunnen worden. Cultuurhistorie Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Krimpen aan den IJssel blijkt dat het plangebied niet aangewezen te zijn als cultuurhistorisch waardevol gebied. Ook zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten in het plangebied waar rekening mee gehouden moet worden.

Figuur 4.8.1 Cultuurhistorische Waardenkaart Krimpen aan den IJssel

4.9

Water

Inleiding De initiatiefnemers van een ruimtelijk plan behoren in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van deze ruimtelijke onderbouwing wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet

42/104

Provinciaal:  Provinciaal Waterplan Hoogheemraadschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder: HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, de algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie: www.hhsk.nl). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken. Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen.

Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen. De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan:  Het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe;  De waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen;  Het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd;  Het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert. In zijn algemeenheid geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur, tenzij voor de activiteit algemene regels van toepassing zijn. Onderzoek Huidige situatie Algemeen Het plangebied betreft de voormalige korfbalvelden van korfbalvereniging KOAG. De locatie bevindt zich aan de noordoostzijde van de wijk 'Kortland'.

Grondwater Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Omdat het plangebied in de bebouwde kom ligt is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. De grond ten zuidoosten van het plangebied bestaat uit klei. Ten oosten van het plangebied is sprake van een grondwatertrap Ib. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (GHG) 30 centimeter onder het maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand

43/104

(GLG) is 81 centimeter onder het maaiveld. Het maaiveld ligt op circa +1 meter ten opzichte van het NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte in het plangebied is circa – 1,3 NAP meter. Waterkwantiteit Binnen het plangebied zijn watergangen aanwezig. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een overige watergang met een beschermingszone van 2 meter. Ten zuidoosten en zuidwesten van het plangebied bevindt zich een hoofdwatergang met een beschermingszone van 5 meter. Deze beschermingszone is opgenomen op de verbeelding met 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie'. Werkzaamheden binnen de beschermingszone van deze watergangen zijn vergunningsplichting.

Figuur 4.9.1 Uitsnede legger Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel.

44/104

Toekomstige situatie Algemeen Het plan is om maximaal 40 woningen te realiseren op het plangebied. Waterkwantiteit Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard stelt als eis dat 10% van de toename in verharding gecompenseerd dient te worden mits deze toename meer dan 500 m2 bedraagt. In de toekomstige situatie neemt het verharde oppervlak toe met 5064 m2. Er dient 5064 x 0,10 = 506 m2 water gecompenseerd te worden. Hiervoor wordt een watergang gerealiseerd ten oosten van het plangebied. Door de aanleg van deze watergang wordt 1.200 m2 wateroppervlakte toegevoegd. Er wordt voldoende water gecompenseerd. Klimaatadaptatie Bij de inrichting van het openbaar gebied worden klimaatadaptieve maatregelen genomen zoals groene parkeerplaatsen met beperkte verharding. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.

Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Conclusie Uit de waterparagraaf blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse, mits watercompenserende maatregelen worden genomen. Ook is een vergunning op basis van de keur nodig voor de activiteiten binnen de beschermingszone van de watergangen.

4.10 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch;  defensiebrandstoffen;

45/104

warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Onderzoek en conclusie In en rondom het plangebied liggen geen planologisch relevante leidingen. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten.

Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer'. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 40 woningen en blijft daarmee onder de drempelwaarde. In bijlage 13 is de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

46/104

Hoofdstuk 5

Juridische regeling

Voor dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de regeling zoals die voor omliggende gronden met de woonbestemming geldt in het bestemmingsplan 'Kortland'. Hierbij is de regeling uit het bestemmingsplan 'Kortland' voor zover van toepassing - integraal overgenomen en zijn een aantal bepalingen uit het veeg-bestemmingsplan Kortland opgenomen in dit bestemmingsplan. Binnen het plangebied zijn woningen toegestaan en kunnen maximaal 40 wooneenheden worden gerealiseerd. De woningen kunnen grondgebonden worden uitgevoerd. Daarnaast zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' beneden-bovenwoningen toegestaan. Binnen het bouwvlak is tevens ruimte voor een bijbehorend bouwwerk met een collectieve functie. Dit bijbehorend bouwwerk heeft een maximum goothoogte van 3,5 meter en een maximum bouwhoogte van 5 meter. De collectieve voorzieningen zijn tevens in het hoofdgebouw toegestaan. Er is in lid 1.23 een begrip voor collectieve voorzieningen opgenomen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan logeervoorzieningen voor bezoekers van de woningen of een gemeenschappelijke vergaderruimte.

47/104

48/104

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De bouw van één of meer woningen wordt aangemerkt als een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro. Indien er sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via:   

een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij er sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar van de ontwikkeling.

De gronden worden door de gemeente uitgegeven. Voor de ontwikkeling van het project zal de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten waarin de (financiële) afspraken over het project zijn vastgelegd, inclusief kostenverhaal. Hiermee wordt de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. Reacties zijn ontvangen van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, DCMR Milieudienst Rijnmond, Tennet en de Gasunie. Zij geven aan geen bezwaar te hebben tegen het plan. Wel is naar aanleiding van de reactie van het Hoogheemraadschap de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' toegevoegd op de verbeelding en aan de regels en is de compensatie-eis van 10% toegevoegd aan de toelichting. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft advies gegeven over de beschikbaarheid van bluswater en afmetingen voor de opstelplaats van de brandweer. Dit advies wordt meegenomen in de uitvoering van de ontwikkeling. Participatie In medio november 2020 is een informatie ronde georganiseerd met de directe omgeving van de KOAG-locatie aan de Driekamp. Tijdens deze ronde hebben de omwonenden een toelichting gekregen op het planontwikkelingsproces en is men geïnformeerd over de voorliggende stedenbouwkundige kaders (bijlage 10). In de inspraakperiode zijn diverse schriftelijke reacties bij de gemeente ingediend.

Daarnaast zijn vragen gesteld en opmerkingen gemaakt tijdens de inloopavond en is er tijdens wandelingen met de betrokken portefeuillehouder(s) door omwonenden van gedachten gewisseld over de ontwikkeling. In de notitie inspraak (bijlage 11) zijn deze reacties gebundeld en voorzien van een reactie vanuit de gemeente. Op 11 mei 2022 is een informatiebijeenkomst georganiseerd voor omwonenden en andere belanghebbende van de voormalige KOAG-locatie. De uitnodiging voor deze brief is toegevoegd aan bijlage 12. Tijdens deze avond hebben omwonenden en belanghebbende informatie gekregen over de aanpassingen, naar aanleiding van eerdere participatiemomenten, die zijn aangebracht in het stedenbouwkundige kader.

49/104

Ter inzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan een ieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen (bijlage 14). Daarnaast zijn de ambtshalve wijzigingen opgenomen in de nota.

50/104

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

52/104

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

53/104

54/104

RAPPORTAGE Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Driekamp (ong.) Krimpen aan den IJssel, gemeente Krimpen aan den IJssel

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Driekamp (ong.), Krimpen aan den IJssel, gemeente Krimpen aan den IJssel

Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor leefruimte Weena 505 3013 AL Rotterdam

Rapportnummer

20120.001

Versienummer1

2 (definitief)

Datum

2 december 2022

Opsteller D Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

INHOUDSOPGAVE

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 15 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 2 Methoden ...................................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 3 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 4 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................................ 6 Archeologische waarden ................................................................................................................ 9 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 12 Conclusie bureauonderzoek......................................................................................................... 14

Doelstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................... 15 Methoden .................................................................................................................................... 15 Resultaten .................................................................................................................................... 16 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................................. 17

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 18

LITERATUUR BRONNEN KAARTEN BIJLAGEN

TABELLEN Tabel 1.

Gespecificeerde archeologische verwachting

KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13.

Het plangebied op de topografische kaart Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Het plangebied op de stroomgordelkaart Het plangebied op de paleogeografische kaarten Het plangebied op geomorfologische kaart Het plangebied op het AHN Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historische kaarten Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied Het plangebied op de archeologische verwachtingskaart Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart Boorpuntenkaart

BIJLAGEN

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6.

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen AMZ-cyclus Planontwerp Boorstaten

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode

20120.001

Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor leefruimte

Toponiem

Driekamp (ong.)

Plaats

Krimpen aan den IJssel

Gemeente

Krimpen aan den IJssel

Provincie

Zuid-Holland

Kadastrale gegevens

Kadastrale gemeente Krimpen aan den IJssel, sectie A, perceel 9573 (deels)

Omvang plangebied

1,8 ha

Centrumcoördinaten (X/Y)

X: 100.842 / Y: 437.416

Archeoregio NOaA

12: Hollands veen- en kleigebied

Bevoegde overheid

Gemeente Krimpen aan den IJssel Raadhuisplein 2 2922 AD Krimpen aan den IJssel

T: 14 0180

Deskundige namens de bevoegde overheid

Omgevingsdienst Midden-Holland

T: 088-5450000 E: info@odmh.nl/cthanos@odmh.nl

Thorbeckelaan 5 2805 CA Gouda Uitvoeringsperiode

oktober 2022

Uitvoerder(s)

Econsultancy,

Onderzoeksmelding ARCHIS3

5300512100

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy en op termijn het gemeentelijk/provinciaal depot

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte in oktober 2022 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende/karterende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Driekamp (ong.) in Krimpen aan den IJssel in de gemeente Krimpen aan den IJssel. De initiatiefnemer heeft het voornemen om in het plangebied 40 woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum in de top van het Jonge Dryas-terras of de vroeg holocene meandergordel afzettingen verwacht.

In de top van de komafzettingen van de Formatie van Echteld worden resten uit het Midden-Mesolithicum – MiddenNeolithicum, in de top van het veen worden resten uit het Laat-Neolithicum – Midden-IJzertijd verwacht, wanneer er sprake is van een veraarde veentop en resten uit de Late IJzertijd – Nieuwe tijd worden verwacht in de top van Hollandse IJssel-rivierafzettingen, wanneer deze bestaan uit oeverafzettingen of getijdeninversieruggen. De verwachting is voor alle niveaus laag. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat er in de ondergrond van het plangebied Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) voorkomt, met daarop een pakket komafzettingen van de Formatie van Echteld. Op de komafzettingen is een ophoogpakket bestaande uit zand aanwezig. De overgang van het veen naar de komafzettingen is geleidelijk en de veentop is niet veraard. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de ondergrond van het plangebied geen oever-afzettingen of getijdeninversieruggen van de Hollandse IJssel voorkomen met in de top een archeologisch niveau. Ook komt er aan het maaiveld geen archeologisch niveau voor. Daarnaast is de top van het veen niet veraard. De lage verwachting voor alle periodes uit het bureauonderzoek kan daarmee worden bevestigd.

Econsultancy adviseert om bij de bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ van het plangebied te halen en het plangebied vrij te geven voor de geplande en toekomstige werkzaamheden. Daarnaast wordt er geadviseerd om de amateurarcheologen van Stichting Archeologie in de gelegenheid te stellen eventuele bouwputten ter plaatse van het plangebied te inspecteren, zodat eventueel aanwezige archeologische waarden gedocumenteerd kunnen worden. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Krimpen aan den IJssel), die vervolgens het advies over neemt of niet.

20120.001 versie 2 (definitief)

Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Krimpen aan den IJssel wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Zuid-Holland of de gemeente Krimpen aan den IJssel.

20120.001 versie 2 (definitief)

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Driekamp (ong.) in Krimpen aan den IJssel, gemeente Krimpen aan den IJssel. De initiatiefnemer heeft het voornemen om 40 woningen in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in oktober 2022 door Prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top.

20120.001 versie 2 (definitief)

Senior KNA

1 / 18

2

BUREAUONDERZOEK

2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.

2.2 Methoden Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40022, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Ook zijn de richtlijnen voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel gevolgd. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:  afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01);  beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02);  beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03);  beschrijving van bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke waarden (LS04);  opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05);  opstellen van een standaardraport (LS06).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS);  de Archeologische Monumenten Kaart (AMK);  geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten;  de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket);  literatuur en historisch kaartmateriaal;  bouwhistorische gegevens;  recente topografische kaarten, kadastrale kaarten en luchtfoto’s;  het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN);  de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Krimpen aan den IJssel;  plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

2

BRL SIKB 4000 Archeologie; versie 4.1, 2018.

20120.001 versie 2 (definitief)

2 / 18

2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Krimpen aan den IJssel, ten zuiden van de Hollandse IJssel. Het plangebied betreft de voormalige korfbalvelden van KOAG en ligt naast de hockeyvereniging Mixed Hockey Club Krimpen (MHCK), aan de Driekamp. Ten zuidwesten van het plangebied ligt Groenplaats en Groenendaal met woonhuizen. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het Krimpenerwaard College en het IJsselland ziekenhuis. Ten noorden van het plangebied ligt de IJsseldijk en ten noordoosten de Trimbaan. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Krimpen aan den IJssel, sectie A en beslaat een deel van perceel 9573. De oppervlakte van het plangebied is circa 1,8 ha. De ligging van het plangebied is weergegeven op kaart 1 en kaart 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie Het plangebied beslaat voormalige korfbalvelden van KOAG en is omzoomd door een groenstrook bestaande uit bomen en water. Binnen het plangebied liggen meerdere oude sportvelden met door het midden van het plangebied een weg. De zuidoostzijde van het plangebied grenst aan de Driekamp. Op kaart 3 is de huidige situatie weergegeven.

Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Kortland3 uit 2013 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 1 m -mv. De dubbelbestemmingen zijn afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota.4 Milieuhygiënische situatie Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.5

2.4 Toekomstige situatie De initiatiefnemer heeft het voornemen om 40 woningen in het plangebied te realiseren. Het plantontwerp is te vinden in bijlage 5.

3

www.ruimtelijkeplannen.nl

4

van den Ende e.a., 2011

5

Bodemloket.

20120.001 versie 2 (definitief)

3 / 18

In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. Er wordt uitgegaan van een fundering op palen en een maximale ontgravingsdiepte tot 1 m -mv.

2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Landschappelijke ontwikkeling en geologie De landschappelijke ontwikkeling van het gebied zal worden beschreven aan de hand van enkele standaardwerken.6 Het plangebied ligt in het Hollands veen- en kleigebied. De ontwikkeling van het huidige landschap begint in de laatste IJstijd, het Weichselien (115.000 - 10.000 jaar geleden). Tijdens het koudste deel van deze ijstijd, het Laat-Pleniglaciaal (26.000 – 13.000 jaar geleden), ligt het plangebied in de brede riviervlakte van een vlechtende Rijn en Maas. In deze periode wordt het zogenaamde Laagterras gevormd. In het Laat-Glaciaal (13.000 – 10.000 jaar geleden) verbetert het klimaat. In het eerste deel, het warme deel, van het Laat-Glaciaal, het BøllingAllerød-interstadiaal (13.000 – 11.000 jaar geleden) veranderen de Rijn en Maas in zich insnijdende meanderende rivieren. Op het hoger gelegen Laagterras worden overstromingskleien afgezet. In de laatste (koude) fase, de Jonge Dryas (11.000 - 10.000 jaar geleden), gaan de rivieren weer vlechten en ontstaat het zogenaamde Terras X. Langs de randen van het Terras X, op de oudere terrassen en meandergordels, ontstaan rivierduincomplexen. Het plangebied ligt op dat moment tussen meerdere rivierduinen in, die zich ten noorden, zuidoosten, zuiden en zuidwesten van het plangebied bevinden.

In de huidige warme periode, het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) gaan de rivieren wederom meanderen. In het eerste deel van het Holoceen snijden de rivieren zich nog in. Buiten de rivierdalen, op de oudere, pleistocene rivierafzettingen, worden wederom overstromingskleien afgezet. De pleistocene rivierafzettingen worden tot de Formatie van Kreftenheye gerekend. De overstromingskleien uit het Bølling-Allerød-interstadiaal en het Vroeg-Holoceen vormen de Laag van Wijchen binnen deze formatie. De rivierduinen uit de Jonge Dryas vormen het Laagpakket van Delwijnen binnen de Formatie van Boxtel. Volgens de stroomgordelkaart van Cohen (kaart 4) ligt het noordelijke deel van het plangebied ter plaatse van een zich insnijdende vroegholocene meandergordel, actief tussen 10.150 en 8.020 BP. Deze holocene meandergordel betreft de Ouderkerk aan den IJssel-stroomgordel. Ter plaatse van het zuidelijke deel van het plangebied en ten noorden van het plangebied ligt het Terras X, gevormd tussen 10.950 en 10.150 BP. Het GeoTOP-model uit het DINO-loket laat zien dat de top van de pleistocene terrasafzettingen van de Formatie van Kreftenheye in het plangebied op -15,25 m NAP ligt. Hierop ligt tot -13,25 m NAP een laag laatglaciale en vroegholocene overstromingskleien van de Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye).

In het eerste deel van het Holoceen ontstaat in West-Nederland een getijdengebied, met kwelders en kreken. Het getijdengebied wordt aan de zeezijde begrensd door een opensysteem van strandwallen en aan de landzijde door een veenmoeras. In de pleistocene dalen van de Rijn en Maas ontstaan estuaria, waarin, landinwaarts, rivierafzettingen onder invloed van het getij worden afgezet. Doordat de zeespiegel steeds verder stijgt, schuift de kustlijn verder oostwaarts. Ook het veenmoeras schuift steeds verder op en ouder veen wordt afgedekt door mariene en fluviatiele afzettingen.

6

Cohen & Stouthamer, 2012; de Mulder e.a., 2003; Stouthamer e.a., 2015

20120.001 versie 2 (definitief)

4 / 18

Het veen dat op de pleistocene afzettingen wordt gevormd, is de Basisveen Laag binnen de Formatie van Nieuwkoop. De mariene afzettingen in het getijdengebied behoren tot het Laagpakket van Wormer binnen de Formatie van Naaldwijk. De fluviatiele afzettingen die in een zoet- of brakwatermilieu in de estuaria worden afgezet behoren tot de Formatie van Echteld. Rond 5500 v. Chr. (kaart 5B) ligt het plangebied in het mariene bereik. In de omgeving komen diverse rivieren uit in het estuarium. In de komgebieden tussen de rivieren vindt veenvorming plaats. De pleistocene rivierduinen liggen nog aan het maaiveld. Het GeoTOP-model laat zien dat de top van de fluviatiele afzettingen van de Formatie van Echteld binnen het plangebied op -6,25 m NAP ligt. In de daaropvolgende periode schuift de kustlijn wederom op in westelijke richting en breidt het veenmoeras zich uit. Rond 3850 v. Chr. (kaart 5C) ligt het plangebied binnen het stroomgebied van de Ouderkerk-stroomgordel (6.300 – 5.350 BP; kaart 4). Rond 2750 v. Chr. (kaart 5D) is de Ouderkerk-stroomgordel opgeslibd en ligt het plangebied in deze opgeslibde stroomgordel, omgeven door een veengebied. Tussen 2750 en 1500 v. Chr. wordt de Ouderkerk-stroomgordel overgroeid door veen. Het veen betreft het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop (kaart 5E).

Het GeoTOP-model laat zien dat de top van het Hollandveen binnen het plangebied op -2,75 m NAP ligt. Veenstroompjes die zich vormen in het veengebied zorgen voor de ontwatering van het veengebied, zoals de Vlist en de Loet. Deze veenstroompjes voeren het overtollige water uit de centrale delen van de veengebieden af naar de wat lager gelegen grote rivieren.7 Vanaf 250 v. Chr. krijgen de rivieren meer invloed in het veengebied en rond 100 n. Chr. groeit één van de veenstroompjes uit tot een voorloper van de Hollandse IJssel, onder invloed van getijdenwerking. Het plangebied ligt op dat moment binnen de stroomgordel van de Hollandse IJssel (kaart 5H). Het GeoTOP-model laat zien dat op het Hollandveen zich fluviatiele afzettingen van de Formatie van Echteld bevinden. De top van deze afzettingen ligt binnen het plangebied op -2,25 m NAP. De veenvorming in het gebied gaat door tot in de Late Middeleeuwen (kaart 5K). Vanaf de 10e eeuw wordt het gebied stelstelmatig ontgonnen. De Hollandse IJssel stroomt op dat moment ter plaatse van de huidige Sliksloot in de Lek. Rond 1200 verlegt de Hollandse IJssel zich en krijgt deze een directe verbinding met de Noordzee.8 Geomorfologie en maaiveldhoogte De geomorfologische kaart van Nederland geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer.

Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (kaart 6) ligt het plangebied in bebouwd gebied, maar ten westen en ten oosten van het plangebied ligt een vlakte van getij-afzettingen en ten zuidoosten ligt een ontgonnen veenvlakte, al dan niet bedekt of opgevuld met rivierklei. Het maaiveld van de getij-afzettingsvlakte en de ontgonnen veenvlakte ligt, volgens het Actueel hoogtebestand van Nederland (AHN3; kaart 7), tussen -2 en -0,8 m NAP. Het maaiveld binnen het plangebied ligt tussen -2,1 en -0,85 m NAP. Bodemkunde Volgens de bodemkaart van Nederland (kaart 8) is het plangebied bebouwd, maar komen ten oosten en ten noordoosten van het plangebied drechtvaaggronden en poldervaaggronden voor. Ten noordwesten en zuiden

7

Haartsen, 2009

8

Van den Ende e.a., 2011

20120.001 versie 2 (definitief)

5 / 18

van het plangebied komen weide- en waardveengronden voor. Drechtvaaggronden zijn kleigronden die op een diepte van 40 tot 80 cm overgaan in veen. Deze gronden komen voornamelijk voor op veen, afgedekt door klei.9 Poldervaaggronden zijn kleigronden met roestvlekken en een humusarme bovengrond. De weide- en waardveengronden behoren tot de rauwveengronden en zijn veengronden met een zavel- of kleidek van maximaal 40 cm dik. Bij de weideveengronden komt in dit dek een minerale eerdlaag of humusrijke bovengrond van meer dan 20 cm dik voor.10 Bij de waardveengronden is er geen sprake van een minerale eerdlaag, maar is de bovenkant humusrijk tot maximaal 8 cm. In het plangebied is de grondwater trap niet bepaald, maar de drechtvaaggronden hebben grondwatertrap I, dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) ondieper dan 20 cm -mv staat en de laagste grondwaterstand (zomerpeil) ondieper dan 50 cm -mv. De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht.

2.6 Beschrijving van het historische gebruik Korte bewoningsgeschiedenis van Krimpen aan den IJssel In het Pleistoceen vormen rivieren twee terrasniveaus in de gemeente Krimpen aan den IJssel. In het lagergelegen niveau zijn de rivieren actief, waardoor de randen van het hoger gelegen terrasniveau een goede bewoningslocatie vormen voor jager-verzamelaars in het Paleolithicum en Vroeg-Mesolithicum. Het plangebied bevindt zich deels op het Terras X, wat het lagergelegen terrasniveau betreft. In het Mesolithicum worden deze terrassen afgedekt met rivierklei- en getijdenafzettingen, maar hieronder zouden bewoningssporen van de jager-verzamelaars mogelijk aanwezig kunnen zijn. Echter, zijn er nog geen sporen uit het Paleolithicum in Krimpen aan den IJssel aangetroffen. Verder is er weinig bekend over de terrasvlakte door de diepe ligging hiervan, waardoor de kans op het vinden van sporen klein is.11 Hoger gelegen rivierduinen uit het Pleistoceen vormen ook een gunstige plek voor bewoning in deze periode. Volgens de paleografische kaarten bevindt zich alleen in het oosten (in het Langeland) van de gemeente een rivierduin, die tot 1500 v. Chr. boven het veenmoeras blijft uitsteken. Deze rivierduin ligt ten zuidoosten van het plangebied. Er zou hier bewoning in het Neolithicum plaats gevonden kunnen hebben.

9

Bakker & Schelling, 1989

10

Harbers, 1981

11

Van de Ende e.a., 2011

20120.001 versie 2 (definitief)

6 / 18

In het Vroeg-Neolithicum bieden, naast rivierterrassen en rivierduinen, stroomruggen een gunstige bewoningsplek in de gemeente. Deze stroomruggen zijn oude rivierlopen die als een hoger gelegen zand- of kleirug in het veengebied liggen. Ook oever- en crevasseafzettingen langs actieve rivieren kunnen een gunstige bewoningsplek bieden, wederom door de hogere ligging in het landschap. Volgens de stroomgordelkaart (kaart 4) ligt het plangebied in het Vroeg-Neolithicum binnen het bereik van de Ouderkerk-stroomgordel. In de loop van het Neolithicum ontstaat er een veengebied, ongunstig voor bewoning. Dit gebied is in de Bronstijd en IJzertijd alleen in gebruik voor jacht en visvangst. In de Late IJzertijd zijn de Hollandse IJssel en voorloper (vanaf 120 v. Chr.) ter plaatse van het plangebied actief.12 Bewoning en landbouw in de Late IJzertijd – Middeleeuwen kan plaatvinden op de oeverwallen van deze rivieren.13 Binnen het plangebied zouden oeverwal-afzettingen aanwezig kunnen zijn. Krimpen aan den IJssel ligt in de Krimpenerwaard, waar de IJssel in de Lek uitmondt. Rond 900 n. Chr. bestaat de Krimpenerwaard uit een bol veenkussen dat afloopt naar de rivieren de Lek en de Hollandse IJssel. Deze rivieren hebben door hun jonge bestaan nog nauwelijks een oeverwal gevormd, waardoor het gebied vaak overstroomd.

Tijdens deze overstromingen wordt klei en zavel afgezet in een smalle strook langs de rivieren. De Krimpenerwaard wordt vermoedelijk in de 10e eeuw systematisch ontgonnen. Er bestaat een schenkingsoorkonde uit 944, waarin de Utrechtse Bisschop een deel van de waard tussen de Lek en de Hollandsche IJssel (“Leka et Isla”) schenkt aan de Utrechtse kerken St. Maarten en St. Marie. De ontginning duurt tot de 13e eeuw of mogelijk tot het begin van de 14e eeuw. Deze ontginning wordt in drie fases uitgevoerd. De eerste fase betreft de randgebieden die worden ontgonnen in de 10e en 11e eeuw, de tweede fase betreft de ontginning van de binnengebieden in de 12e en 13e eeuw en de derde fase betreft de restgebieden die worden ontgonnen in de 13e en 14e eeuw.14 Rond 1150 worden de rivieren de Lek en de Hollandse IJssel bedijkt en ontstaat langs de IJssel het dorp Krimpen aan den IJssel als dijkdorp. In 1130 wordt de streeknaam “Crempene” voor het eerst vermeld. In deze streek ontstaan twee dorpen, Krimpen aan de Lek en Krimpen aan de IJssel. Deze dorpen worden voor het eerst vermeld in 1270. De term “krimpen” verwijst waarschijnlijk naar een rivierbocht. In het gebied ontstaan de polders Langeland en Korteland door ontginning in twee delen vanuit de IJsseldijk.

De Korteland polder wordt ontgonnen vanuit het westen door aanleg van korte percelen en de Langeland polder vanuit het oosten door de aanleg van lange percelen. Aan de oostzijde wordt de Langeland polder begrenst door de Breekade die in de 14e eeuw als doorvoerroute wordt gebruikt van en naar het veer bij Krimpen aan de Lek. Vervoer door de Krimpenerwaard tussen Moordrecht en Gouda wordt op deze manier mogelijk.15

12

Cohen e.a., 2012

13

Berendsen & Stouthamer, 2001

14

Visscher, 1990; Kroon en De Klunder, 1981 en 1983

15

Van de Ende e.a., 2011

20120.001 versie 2 (definitief)

7 / 18

Historisch kaartmateriaal Op de kaart van het Hoogheemraadschap Rijnland uit de 17e eeuw is te zien dat het plangebied in het gebied Lange Land ligt, ten zuiden van de IJssel (kaart 9A). Het plangebied ligt ten zuiden van een dijk, die het Lange Land van de IJssel beschermd. Op de kaart van Blaeu uit 1645 staan het Kort Land en ’t Lange Land afgebeeld met beide een molen voor bemaling van de polders. Het plangebied is onbebouwd en ligt ten zuiden van de IJsseldijk die ‘t Lange Land scheidt van de IJssel (kaart 9B). Het plangebied ligt binnendijks. In 1805 vindt een samenvoeging van de Langeland en Korteland polders plaats en in 1855 wordt de Stormpolder bij Krimpen gevoegd. In 1953 wordt Krimpen aan den IJssel getroffen door de Watersnoodramp waarbij delen van de gemeente overstroomd raken. De Stormpolder en het gebied ten westen van de Lekdijk wordt naar aanleiding van de ramp opgehoogd. De Algerabrug wordt in 1958 aangelegd over de stormvloedkering die al eerder is aangelegd bij Krimpen aan de IJssel. Deze brug verbindt het dorp met Capelle aan den IJssel. Volgens de kadastrale minuut uit de periode 1811 – 1832 beslaat het plangebied percelen 149, 150 en 162 (kaart 9C). Percelen 149 en 150 zijn in het bezit van steenbakker Leendert Jongebreur en perceel 162 is in het bezit van landbouwer Cornelis van de Rotte. De percelen zijn langwerpig en worden gebruikt als weiland.

Het plangebied is onbebouwd. Ten noordwesten van het plangebied ligt een steenbakkerij en ten noorden van het plangebied ligt de IJsseldijk. Ten noorden van het plangebied ligt een klein water, dit zou een wiel kunnen betreffen die na een dijkdoorbraak is gevormd. Op de topografische kaart van 1880 is de situatie in en rondom het plangebied nagenoeg hetzelfde gebleven ten opzichte van de kadastrale minuut (kaart 9D). Alleen is er pal ten noordwesten van het plangebied bebouwing komen te staan. Rond 1899 verdwijnt de bebouwing ten noordwesten van het plangebied en is verder naar het noordwesten de kerkschool komen te staan (kaart 9E). De westzijde van het plangebied grenst aan de Zwanenkade. Rond 1937 lijkt de steenbakkerij ten noordwesten van het plangebied verdwenen te zijn. Langs de IJsseldijk is er bebouwing bijgekomen. Rond 1970 is gestart met de uitbreiding van de woonwijk ten zuidwesten van het plangebied, waarbij ook een wegennetwerk is aangelegd (kaart 9F). Door het midden, van noordwest naar zuidoost, van het plangebied is een brede sloot aangelegd. Ook ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van de IJssel, is een woonwijk aangelegd. Rond 1984 is de situatie in en rondom het plangebied drastisch veranderd (kaart 9G). Het gehele gebied rondom het plangebied is bebouwd en het plangebied zelf beslaat een grasveld omzoomd met een groenstrook en water.

Pal ten zuiden van het plangebied is de Driekamp aangelegd. Pal ten oosten en zuidwesten van het plangebied is een gebouw komen te staan. Rond 2006 is het gebouw ten zuidwesten van het plangebied uitgebreid en staat het plangebied aangegeven als sportpark (kaart 9H).

20120.001 versie 2 (definitief)

8 / 18

Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied In en in de omgeving van het plangebied (in een straal van 50 m) liggen geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of MIP-objecten. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Krimpen aan den IJssel is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.16 Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed maakte het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van de Vordere Wasserstellung, een Duitse verdedigingslinie. Deze linie lag ten oosten van de Neue Landfront en moest een invasie vanuit de kuststreek vertragen. De verdedigingslinie was een ongeveer lineair stelsel van doorgaande, aaneengeschakelde of samenhangende verdedigingswerken. Deze linies waren vaak voorzien van hindernissen zoals inundaties, prikkeldraadversperringen, mijnenvelden en tankhindernissen. De verdedigingslinies kwamen voor in heel Nederland en waren vaak aangelegd op of om natuurlijke barrières zoals rivieren en kanalen of lagergelegen drassige of te inunderen terreindelen.

De positie van de linies werd bepaald door de ligging van het gebied dat verdedigd moest worden, de positie en (verwachte) aanvalsroute van de vijand en de mogelijkheden van het landschap. De archeologische verwachting voor dit soort gebieden betreffen gebouwd erfgoed zoals bunkers en tankversperringen, maar ook archeologische resten in de vorm van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken etc. Het raadplegen van de bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Stichting Archeologie Krimpenerwaard (SAK) Op 19 oktober 2022 is er contact geweest met de heer in het Veld van de Stichting Archeologie Krimpenerwaard. De aanvullende informatie die is ontvangen over de locatie is verwerkt in dit rapport.

2.7 Archeologische waarden AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen In de directe omgeving van het plangebied (in een straal van 500 m) is volgens Archis3 een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd en zijn er twee vondstmeldingen gedaan (kaart 10). Er liggen geen archeologische monumenten (AMK-terreinen) in de omgeving van het plangebied. Archeologische monumenten zijn terreinen waar op basis van historische gegevens of vondsten archeologische resten worden vermoed of aanwezig zijn, maar die nog niet zijn onderzocht. 16

ikme.nl; VEO Bommenkaart; Ruimingskaart; Wageningen University & Research—Geoportal.

20120.001 versie 2 (definitief)

9 / 18

20120.001 versie 2 (definitief)

10 / 18

Archeologische onderzoeksmeldingen zijn meldingen van onderzoeken die vanaf de jaren 1990 zijn uitgevoerd op basis van artikel 46 van de Monumentenwet uit 1989. Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor dit onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de veldkarteringen, booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en definitieve opgravingen. Bureauonderzoeken worden buiten beschouwing gelaten, op twee onderzoeken na die in en naast het plangebied zijn gelegen. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Een overzicht van de onderzoeksmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 2. Vondstmeldingen zijn meldingen van vondsten die bij toeval zijn gedaan of bij archeologisch onderzoek dat niet op basis van de Monumentenwet is uitgevoerd. Het gaat hierbij veelal om onderzoeken die voor de jaren 1990 zijn uitgevoerd. Bij elke vondstmelding hoort één vondstlocatie. Bij een vondstlocatie horen vondsten, grondsporen en/of complexen. Vondsten zijn mobiele archeologische resten (bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, bouwkeramiek, bewerkt vuursteen).

Grondsporen zijn duidelijk begrensbare verschijnselen in de bodem, van antropogene oorsprong (bijvoorbeeld paalkuilen of muurresten) of natuurlijke oorsprong (bijvoorbeeld een boomval). Een complex is een verzameling van sporen en vondsten in eenzelfde gebied, uit dezelfde periode en met dezelfde oorsprong. Bijvoorbeeld: aardewerk, huttenleem en paalsporen vormen samen het complextype ‘bewoning’. Een overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 3. Onderzoeksmeldingen Circa 400 m ten noordoosten van het plangebied is in 2022 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakd. 5273938100). Dit onderzoek is nog niet afgerond. Ten noordwesten van het plangebied, circa 500 m, is aan de Kerklaan 2 in Capelle aan den IJssel in 2005 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2100048100). Tijdens het booronderzoek zijn er in het onderzoeksgebied archeologische indicatoren aangetroffen. Er is een pakket kluiterige klei, geïnterpreteerd als een antropogeen pakket, op een diepte van 3,47 tot 4,57 m -mv (-2,7 tot -3,8 m NAP) aangetroffen op de Afzettingen van Gorkum of Tiel (ook wel afzettingen van de Formatie van Echteld). Het kleipakket is afgedekt met een pakket Afzettingen van Tiel (Formatie van Echteld). In de top is een kogelpotscherf uit de 11e – 14e eeuw gevonden. Het aardewerk geeft aan dat de laag in uit late Middeleeuwen stamt.

De kluiterige klei is moeilijk te herleiden, maar het gaat waarschijnlijk om een dijk (mogelijk een voorloper van de huidige dijk langs de Hollandsche IJssel) of het gaat om een terp die is opgeworpen ten behoeve van een voorganger van de huidige kerk, mogelijk de in historische bronnen genoemde houten ontginningskerk. Er is geadviseerd eventueel aanwezige archeologische resten in situ te behouden en het onderzoeksgebied tot een diepte van 2,5 m vrij te geven. Vondstmeldingen Naast de bovengenoemde vondst is er nog één losse vondsmelding bekend in de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 m). Circa 500 m ten noordwesten van het plangebied is in 1979 bij de NH-kerk een oudere fundering van een kosterwoning aangetroffen met daaronder een menselijk skelet beide uit de Nieuwe tijd (waarnemingsnr. 3104513100).

20120.001 versie 2 (definitief)

11 / 18

Archeologische verwachting De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft verschillende kaarten voor het plangebied. Volgens de geologische kaart ligt het plangebied op een terrasvlakte (Jonge Dryas) met een diepteligging van circa -16 tot -17 m NAP. Deze terrasvlakte heeft een lage verwachting voor het Laat-Paleolithicum – Mesolithicum (kaart niet opgenomen, slechte resolutie). Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart (kaart 11) en beleidskaart (kaart 12) heeft het plangebied een lage archeologische verwachting (categorie 4). Categorie 4 betreft een zone met die delen van de veengebieden waar geen aanwijzingen voor archeologische resten zijn. Hier dient bij plangebieden groter dan 10.000 m2, waarvan de bodemingrepen dieper reiken dan 1 m -mv, archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd.

2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 1.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

Laat-Paleolithicum – Vroeg-Mesolithicum

Laag

-

In de top van het Jonge Dryas-terras of de vroeg holocene meandergordel afzettingen

Midden-Mesolithicum – Laag Midden-Neolithicum

-

In de top van de komafzettingen

Laat-Neolithicum – Midden-IJzertijd

Laag

-

In de top van het veen, wanneer deze is veraard

Late IJzertijd – Vroege Middeleeuwen

Laag

-

In de afzettingen van de Hollandse IJssel

Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd

Laag; sporen landgebruik

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Vanaf het maaiveld, in een ophoogpakket of direct daaronder in de top van de oeverafzettingen van de Hollandse IJssel

20120.001 versie 2 (definitief)

12 / 18

In het plangebied worden afzettingen van het Jonge Dryas-terras en vroeg holocene meandergordel afzettingen (Formatie van Kreftenheye). Bewoning vindt in het Paleolithicum en Vroeg-Mesolithicum plaats op de hoger gelegen rivierterrassen. Op deze rivierterrassen worden in het Midden-Mesolithicum – Midden-Neolithicum komafzettingen van de Formatie van Echteld afgezet. Op deze komafzettingen wordt in het Laat-Neolithicum – Midden-IJzertijd een veenpakket gevormd (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop). Dit veenpakket is in de Late IJzertijd – Nieuwe tijd door erosie van de Hollandse IJssel en door de ontginning in de Middeleeuwen grotendeels verdwenen. De Hollandse IJssel-stroomgordel zet in de Late IJzertijd – Middeleeuwen rivierafzettingen van de Formatie van Echteld op het veenpakket af. Deze afzettingen zijn in de vorm van kom-, oeverafzettingen en getijdeninversieruggen afgezet/gevormd. Rond 1150 wordt de Hollandse IJssel bedijkt en ontstaat langs de IJssel het dorp Krimpen aan den IJssel als dijkdorp. In 1285 wordt de Hollandse IJssel afgedamd. Het plangebied ligt binnendijks en is volgens het historisch kaartmateriaal niet bebouwd geweest en in gebruik geweest als weiland.

De top van de afzettingen van het Jonge Dryas-terras en vroeg holocene meandergordel afzettingen hebben een lage archeologische verwachting voor resten van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en Vroeg-Mesolithicum. De komafzettingen van de Formatie van Echteld hebben een lage archeologische verwachting voor resten van jager-verzamelaars en vroege landbouwers uit het Midden-Mesolithicum en Midden-Neolithicum. De trefkans op vondstmateriaal van kampementen van jager-verzamelaars is gering door de kleine omvang van de kampementen. In de top van het Hollandveen, wanneer niet geërodeerd of afgegraven, worden resten uit het Laat-Neolithicum – IJzertijd verwacht. Wanneer de veentop intact is, zal deze zijn veraard. Dit is te zien aan een laag zwart amorf veen. Het veen is overdekt met een pakket Hollandse IJssel rivierafzettingen (Formatie van Echteld), maar is waarschijnlijk ook geërodeerd door deze stroomgordel en is ontgonnen in de Late Middeleeuwen. De verwachting voor dit niveau is dan ook laag. In de top van oeverafzettingen van de Hollandse IJssel (of voorloper de Rotte) en in de top van getijdeninversieruggen worden resten uit de Late IJzertijd – Vroege Middeleeuwen verwacht. Deze verwachting geldt alleen als er daadwerkelijk oeverafzettingen binnen het plangebied aanwezig zijn en wanneer er een duidelijk bewoningsniveau in de top van de afzettingen aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13972045/1