CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bestemmingsplan Kerkdreef

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan en grondexploitatie Kerkdreef25.974 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. 4.5.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk ligt op circa 4,6 kilometer. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch ligt op circa 15,8 kilometer. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk Zuid-Holland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 135 meter ten noorden van het plangebied (figuur 4.5).

33/92

Figuur 4.5 Plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Door de ruime afstand wordt ook de kans klein geacht dat het invloed heeft op de Biesbosch op het gebied van stikstof. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied voor de realisatie- en gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie bijlage 4 voor de memo, bijlage 5 voor de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling. 4.5.3 Soortenbescherming Er heeft een quickscan voor het plangebied plaatsgevonden, zie bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen niet leiden tot schadelijke effecten op potentieel aanwezige verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen. Nader veldonderzoek is niet nodig, evenals het aanvragen van een ontheffing. De voorgenomen ontwikkelingen leiden ook niet tot een negatief effect op voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen.

Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

34/92

Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde faunasoorten welke vrijgesteld zijn van een ontheffing in de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. 4.5.4 Conclusie Negatieve effecten kunnen op vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen en vleermuizen uitgesloten worden. Wanneer buiten het broedseizoen gewerkt wordt en de algemene zorgplicht in acht genomen wordt, kunnen ook effecten opgezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels uitgesloten worden.

4.6

Wegverkeerslawaai en industrielawaai

4.6.1 Toetsingskader Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn onder meer normen voor geluid van industrielawaai, wegverkeers- en spoorweglawaai vastgelegd. Bij ruimtelijke plannen dient daarom rekening te worden gehouden met de in de Wgh genoemde grenswaarden en bepalingen. In de Wgh gelden voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden voor de gevelbelastingen op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals in dit geval nieuw te bouwen woningen. Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan, mits voldoende onderbouwd. Het bevoegd gezag, bepaalt of een overschrijding daadwerkelijk mag plaatsvinden. Dit wordt 'het verlenen van een ontheffing van de voorkeurswaarde' of 'het vaststellen van een hogere grenswaarde' genoemd. Het gaat hierbij om het vaststellen van een hogere grenswaarde dan de voorkeurswaarde en is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan de bron of tussen bron en ontvanger niet doelmatig zijn of financiële of stedenbouwkundige bezwaren ondervinden. Indien hogere grenswaarden worden aangevraagd en een locatie is gelegen binnen de zones van meerdere geluidbronnen, dient tevens onderzoek gedaan te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen (de cumulatieve geluidbelasting).

Er dient te worden aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen. Wanneer ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen bouw van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen mogelijk tenzij deze worden voorzien van dove gevels of andere maatregelen. Wegverkeerslawaai Conform artikel 74 van de Wgh (zones langs wegen) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buiten stedelijk).

35/92

Industrielawaai Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, die betrekking hebben op gronden gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein, dienen voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen/terreinen grenswaarden in acht te worden genomen. Daarbij geldt een systematiek van voorkeursgrenswaarden en hogere grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. De algemene maximale grenswaarde bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. 4.6.2 Beoordeling Ten behoeve van de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten geluidbelasting vanwege wegverkeer (omliggende wegen) en industrielawaai (industrieterrein IJsseldijk en bestaande school). De geluidbelasting is getoetst aan de grenswaarden als vastgelegd in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. De resultaten zijn onderstaand opgenomen. Wegverkeerslawaai Uit de resultaten volgt dat voor de gezoneerde Burgemeester Aalberslaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt voldaan. Het doorlopen van een hogere waarde procedure vanwege wegverkeerlawaai is niet nodig. Industrielawaai In voorliggende situatie dient voor nieuw te bouwen woningen binnen de geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Voorgesteld wordt om voor alle binnen de geluidzone te realiseren woningen c.q.

wooneenheden een hogere waarde van 55 dB(A) voor industrielawaai vast te stellen (overeenkomend met de maximaal toegestane geluidbelasting). Het conceptbesluit hogere waarden is tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Cumulatie Er hoeft uitsluitend een hogere waarde Wgh voor industrielawaai te worden vastgesteld. Voor wegverkeerslawaai wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Voor het stemgeluid van het schoolplein geldt een ruimtelijke afweging. Door bij dimensioneren van de gevelgeluidwering van de woningen rekening te houden met de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, industrielawaai en stemgeluid, wordt een aanvaardbaar binnenniveau gerealiseerd (zie ook bijlage 7.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1 Toetsingskader In de huidige wetgeving zijn de begrippen risicobron, (beperkt) kwetsbaar object, plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico van belang. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

36/92

Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) is van toepassing op het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar, bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico, maar wel geldt hiervoor een verantwoordingsplicht in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Op het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van toepassing; het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR geen onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor beide situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar.

Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. 4.7.2

Beoordeling

Figuur 4.7 Risicobronnen in de omgeving van het plangebied (groen gemarkeerd) (bron: Risicokaart)

37/92

In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over door buisleidingen met een externe werking. Volgens de risicokaart zijn er op grotere afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen. De invloedsgebieden en PR 10-6 contouren liggen niet over het plangebied. Transport over gevaarlijke stoffen over de weg Ten westen van het plangebied bevindt zich de A16 op circa 3,6 kilometer. Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De ontwikkeling bevindt zich niet in de PR-contouren van deze weg. Ook is het plangebied buiten het plasbrandaandachtsgebied van 30 meter van de A16 gelegen. Het invloedsgebied van de weg wordt bepaald door het vervoer van stofcategorie GT4 en bedraagt 4 kilometer. Het plangebied is in het invloedsgebied gelegen. Omdat de afstand tot de weg groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Het spoortraject Rotterdam Blijdorp - Gouda bevindt zich ten noorden van het plangebied en maakt onderdeel uit van het Basisnet. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van stofcategorie D4 en bedraagt 4 km.

Met een afstand van circa 3,7 km bevindt het plangebied zich in het invloedsgebied. Ook hier kan worden volstaan met een beknopte verantwoording doordat de afstand groter is dan 200 m. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water Ten zuiden bevindt zich de corridor Rotterdam - Duitsland. De corridor maakt onderdeel van het basisnet. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van de stofcategorie GT3 en bedraagt 1.070 m. Met een afstand van circa 2 km tot het plangebied bevindt de ontwikkeling zich niet in het invloedsgebied. Een verantwoording of berekening van het groepsrisico is voor de corridor niet nodig. Op circa 83 meter ten westen van het plangebied bevindt zich de Hollandsche IJssel waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De Hollandsche IJssel heeft volgens de bijlage van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) bevaarbaarheidsklasse 5 en daarmee geen PR 10-6 contour. Bovendien wordt langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. De Hollandsche IJssel is niet opgenomen in het basisnet en daarom hoeft er verder geen toetsing op PR en GR gedaan te worden.

Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Kerkdreef. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van Krimpen aan den IJssel. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede.

38/92

Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg, het spoor en het water geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media.

4.7.3 Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A16 en het spoortraject Rotterdam Blijdorp - Gouda. Door de afstand en grote invloedsgebied zal de beoogde ontwikkeling niet leiden tot een significant effect op het groepsrisico. In de beknopte verantwoording is op de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied ingegaan. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

4.8.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

39/92

4.8.2 Beoordeling In de beoogde situatie worden woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen gelegen en enkele maatschappelijke bestemmingen. Op enige afstand bevindt zich een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein (plangebied ligt binnen de geluidzone), de Hollandsche IJssel (met scheepvaart) en een tenniscomplex (circa 200 meter). Derhalve kan het gebied worden getypeerd als een gemengd gebied. Ten westen bevindt zich een school. Deze functie valt volgens de VNG-brochure in milieucategorie 2 en heeft een richtafstand van 30 m in een rustige woonwijk en 10 m in gemengd gebied (hier van toepassing). Er wordt niet aan de richtafstand voldaan (plangebied grenst direct aan het schoolplein). Om die reden is er akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7 en ook paragraaf 4.6. Voor de school geldt dat het geluid van spelende kinderen op het schoolplein de maatgevende geluidbron is. In het akoestisch onderzoek is op basis van kentallen de geluidsemissie en -immissie berekend. Het schoolplein wordt alleen in de dagperiode gebruikt en in de dagperiode geldt in het algemeen een beoordelingshoogte van ho = +1,5 m. Dat betekent dat een geluidscherm effectief kan zijn.

In de berekeningen is dan ook rekening gehouden met een geluidscherm van 2 m hoogte op de grens van het schoolplein/plangebied. Het plaatsen van een geluidscherm aan de plangrens is dan ook als voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 3.5.2. Het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau vanwege stemgeluid bedraagt dan ten hoogste LAr,LT = 51 dB(A) in de dagperiode. Dit is slechts 1 dB hoger dan de VNG-richtwaarde voor gemengd gebied; de grenswaarde van 55 dB(A) wordt niet overschreden. De berekende geluidniveaus worden aanvaardbaar geacht. Verder is het aannemelijk dat zonder aanvullende geluidsisolerende maatregelen aan het vereiste binnenniveau van 35 dB(A) (nieuwbouw-eis) kan worden voldaan. In akoestische zin is daarmee sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat, passend bij de woonomgeving. Omdat vanuit het Activiteitenbesluit stemgeluid buiten beschouwing mag worden gelaten, kan aan de grenswaarden Activiteitenbesluit worden voldaan. In die zin geeft de ontwikkeling geen akoestische belemmeringen voor de naastgelegen school. Aan de IJsseldijk is een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein gelegen. Hier zijn bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 3.2 toegestaan. Bij deze milieucategorie hoort een richtafstand van 100 m in een rustige woonwijk en 50 m in gemengd gebied.

Met een afstand van circa 60 m wordt aan deze richtafstand voldaan. Het aspect industrielawaai wordt verder beschreven in paragraaf 4.6.

40/92

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.9 weergegeven. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

fijn stof (PM2,5)

Tabel 4.9 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. 4.9.2 Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van maximaal 25 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

41/92

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2022 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Burgemeester Aalberslaan, ten westen van het plangebied. Uit de CIMLK-tool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 19 µg/m³ voor NO2, 18,5 µg/m³ voor PM10 en 11 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.10 Water 4.10.1 Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europees:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder: HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, de algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie: www.hhsk.nl).

In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken.

42/92

Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen. Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen. De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan:  Het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe;  De waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen;  Het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd;  Het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert.

In zijn algemeenheid geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur, tenzij voor de activiteit algemene regels van toepassing zijn. 4.10.2 Beoordeling Huidige situatie Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Kerkdreef ten zuiden en een woonboerderij aan de IJsseldijk 296 met daarnaast onbebouwd terrein ten noorden. De locatie is grotendeels onbebouwd. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd. Ten oosten van het plangebied bestaat de bodem uit kalkarme drechtvaargronden; zware klei. Ten oosten van het plangebied is sprake van grondwatertrap IIa. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 19 cm onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op circa 69 cm onder maaiveld. Het maaiveld is gelegen tussen 1,4 en 0,6 m beneden NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger wateren van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard bevinden zich ten zuiden van het plangebied een primaire watergang, zie figuur 4.9.1. De watergang heeft een beschermingszone van 5 m.

Binnen de beschermingszones gelden conform de Keur van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden.

43/92

Figuur 4.9.1 Uitsnede Legger wateren Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Ten noorden van het plangebied is een waterkering gelegen. De locatie ligt binnen de beschermingszone van de waterkering, zie figuur 4.9.2. Het gehele plangebied ligt binnendijks. Nieuwbouw binnen het profiel van vrije ruimte is niet toegestaan, zoals bedoeld in de beleidsregels voor Primaire waterkeringen. Er kunnen in dit gebied strenge bouwrestricties voor nieuwbouw gelden vanuit de waterkering.

Figuur 4.9.2 Uitsnede Legger keringen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard

44/92

Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is momenteel onbebouwd en niet aangesloten op een rioolstelsel. Toekomstige situatie De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 25 woningen. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de watergangen. Om te voorkomen dat wateroverlast ontstaat, eist het Hoogheemraadschap dat er ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Kleine plannen hebben echter slechts een minimaal effect op de waterhuishouding. Voor plannen met minder dan 500 m² extra verharding is daarom geen watercompensatie vereist. De toename in verharding valt naar verwachting boven de grens van 500 m2 in stedelijk gebied. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. De compensatie dient gelijktijdig of voorafgaand aan het aanbrengen van de verharding te worden gerealiseerd. Het realiseren van extra water binnen het plangebied is niet voor de hand liggend.

Er kan gebruik worden gemaakt van de 'waterbank'-afspraken die de gemeente Krimpen aan den IJssel en het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard hebben gemaakt. Op dit moment heeft de gemeente een positief saldo aan gerealiseerd oppervlaktewater. De te compenseren oppervlakte water van de ontwikkeling zal in saldo worden gebracht. Waterveiligheid Er vinden bouwactiviteiten plaats in de beschermingszone van de waterkering. Voor de werkzaamheden in de waterkering zal een watervergunning aangevraagd worden. Bouwplannen worden beoordeeld aan de hand van de beleidsregels voor bebouwing. Vergunningen worden alleen verleend als blijkt dat de invloed op veiligheid, beheer en onderhoud en/of ruimte voor toekomstige verbeteringen acceptabel is. Ook voor eventuele beplanting dient beoordeelt te worden of dit tot negatieve effecten op de waterkerende functie zal leiden. Hiervoor zal overleg met het Hoogheemraadschap plaatsvinden. Waterkwaliteit Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang gedurende de aanlegfase om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken.

45/92

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Er zal een rioleringsplan worden opgesteld waarin wordt toegelicht welk type riolering wordt toegepast en wat de effecten van de planontwikkeling op de riolering zijn. Dit zal in overleg met het Hoogheemraadschap worden gedaan. 4.10.3 Conclusie Met de beoogde ontwikkeling is er sprake van een toename aan verharding. Het te compenseren oppervlak zal in saldo worden gebracht in de 'waterbank'-afspraken tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Voor de werkzaamheden plaats in de beschermingszones van de waterkering zal een vergunning aangevraagd worden. De ontwikkeling heeft hiermee geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

46/92

Hoofdstuk 5

Juridische regeling

Voor dit bestemmingsplan wordt aangesloten bij de regelingen zoals deze zijn opgenomen in de geldende bestemmingsplannen “Kortland” en “Veeg-bestemmingsplan Kortland” van de gemeente Krimpen aan den IJssel. Voor de verschillende bestemmingen die terugkomen in dit bestemmingsplan is, voor zover als mogelijk de regeling uit het bestemmingsplan 'Kortland' overgenomen en is een aantal bepalingen uit het veeg-bestemmingsplan Kortland opgenomen. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan worden grondgebonden woningen en appartementen toegevoegd.

47/92

48/92

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De bouw van één of meer woningen wordt aangemerkt als een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro. Indien er sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via:  een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij er sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte;  meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon;  een anterieure overeenkomst met de eigenaar van de ontwikkeling. De gemeente Krimpen aan den IJssel is eigenaar van alle gronden binnen het plangebied en verkoopt de bouwgrond aan de initiatiefnemers van de woningbouwontwikkeling. Hiermee wordt de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan zal is het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De overlegreacties zijn hieronder samengevat en beantwoord. DCMR De DCMR heeft ten aanzien van de sectorale aspecten de volgende reacties gegeven:  m.e.r. Er dient een vormvrije aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld volgens de criteria van Bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. De aanmeldnotitie voor de (vormvrije) m.e.r. is bijgevoegd in bijlage 1.  Geluid Er dient een besluit hogere waarden te worden opgesteld ten aanzien van industrielawaai. Dit besluit zal gelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.  Ecologie - gebiedsbescherming De AERIUS-berekeningen dienen te worden aangepast naar de laatste AERIUS-versie.  Ecologie - soortenbescherming De DCMR heeft geen opmerkingen ten aanzien van soortenbescherming.  Externe veiligheid De DCMR acht dit aspect voldoende onderzocht. Op verzoek van de DCMR zijn nog enkele tekstuele aanpassingen aan de paragraaf gedaan.

49/92

 Milieuzonering De DCMR adviseert om een geluidscherm te plaatsen langs het schoolplein om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren. In het akoestisch onderzoek is reeds rekening gehouden met plaatsen van een geluidscherm en om dit te waarborgen is er in artikel 3.5.2 een voorwaardelijke verplichting opgenomen.  Luchtkwaliteit De DCMR acht dit aspect niet belemmerend voor het plan. ODMH De ODMH heeft aangegeven dat de dubbelbestemming archeologie kan worden verwijderd, aangezien de kans zeer gering is dat er nog waardevolle archeologische resten te verwachten zijn gelet op de aangetroffen (recente) funderingen en bodemopbouw. De dubbelbestemming is derhalve niet opgenomen in het plangebied. HHSK Het Hoogheemraadschap heeft geen bezwaar tegen het voorgenomen plan. Het Hoogheemraadschap heeft wel aangegeven dat er een rioleringsplan moet worden opgesteld. Dit advies is opgenomen in paragraaf 4.10.2. Verder is er nog op verzoek een enkele tekstuele aanpassing gedaan. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Met betrekking tot dit plan zijn geen relevante fysieke veiligheidsaspecten geconstateerd. De veiligheidsregio heeft derhalve geen opmerkingen op het voorgenomen plan. Provincie Zuid-Holland De provincie heeft geen opmerkingen op het voorgenomen plan.

Tennet Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Tennet heeft geen opmerkingen op het voorgenomen plan. Gasunie Gasunie heeft geen opmerkingen op het voorgenomen plan. Participatie De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft, in het kader van een participatieprocedure met betrekking tot de stedenbouwkundige kaders, voor de locatie Kerkdreef in december 2021 en maart 2023 een informatieavond gehouden. Reacties en opmerkingen die tijdens de inspraakavonden zijn meegegeven, zijn verwerkt in het stedenbouwkundig kader voordat dit door de gemeenteraad in 2023 is vastgesteld. De locatie Kerkdreef ligt in het gebied, waarop de Ontwikkelvisie IJsseldijk betrekking heeft.

50/92

Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Van de mogelijkheid tot een mondelinge of schriftelijke zienswijze hebben drie indieners gebruikgemaakt. Deze zienswijzen zijn overeenkomstig de verzendtheorie binnen de termijn ingediend. In bijlage 8 is de Nota beantwoording zienswijzen bijgevoegd. Op basis van de Nota beantwoording zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op een aantal onderdelen aangepast. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

51/92

52/92

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING KERKDREEF Gemeente Krimpen aan den IJssel 24 november 2023

1/21

DATUM KENMERK

24 november 2023 20230515/124505/

PROJECT PROJECTLEIDER

BP Kerkdreef

OPDRACHTGEVER Gemeente Krimpen aan den IJssel PROJECTNUMMER 20230515 AUTEUR

2/21

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/21

INHOUD 1.

2.

3.

4.

4/21

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 5

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

6

2.1 2.2

Plaats van het project Kenmerken van het project

6 9

Kenmerken van de milieugevolgen

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

11 15 16 16 17 18 18 19 20 20

Verkeer en parkeren Geluid Bodem Water Natuur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Archeologie Aanlegwerkzaamheden Maatregelen

Conclusie

21

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Het gebied aan de Kerkdreef te Krimpen aan den IJssel is een herontwikkelingslocatie waar woningbouw is beoogd. In het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de bouw van maximaal 25 woningen. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Kortland’. Om die reden is er een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer’ (Besluit milieueffectrapportage, bijlage onderdeel D11.2). Met de beoogde ontwikkeling worden er maximaal 25 woningen mogelijk gemaakt. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag, in dit geval het college van burgemeester en wethouders, dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken toegevoegd aan de bijlagen.

5/21

2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

Het plangebied ligt aan de Kerkdreef, net onder de IJsseldijk en ten oosten van de Burgemeester Aalberslaan. De locatie is onbebouwd en grenst aan een onbebouwd terrein dat in gebruik is als parkeerplaats van een naastgelegen buitendijks bedrijf. De diverse (historische) boerderijen met erven langs de dijk zijn kenmerkend zowel in de architectuur als de ruimtelijke opzet. Het principe van deze oorspronkelijke bebouwingstypologie van boerenerven moet op deze locatie op een bijzondere manier terugkomen. Aan de westzijde van de locatie aan de Kerkdreef staat de Admiraal de Ruyterschool voor basisonderwijs. Het plangebied grenst direct aan het buitenterrein van deze school. Aan de oostzijde ligt een woonbuurt van tweeonder-een-kapwoningen en enkele vrijstaande woningen op ruime percelen. Het beeld van de woningen aan de Kerkdreef is wisselend met uiteenlopende goot- en bouwhoogten en diverse architectonische vormgeving. Daarnaast grenst de locatie aan een kavel van een woonboerderij aan de IJsseldijk welke door een lange oprit wordt ontsloten via de Kerkdreef. Vanaf de IJsseldijk is een hoogteverschil aanwezig van enkele meters ten opzichte van het binnendijks gebied.

Figuur 2.1 Ligging plangebied (bron: stedenbouwkundige verkenning NOM-woningen, Rho Adviseurs)

BIJZONDERE GEBIEDEN EN HET OPNAMEVERMOGEN VAN HET NATUURLIJK MILIEU Het plangebied is niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status, zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.2). Ook bevindt het plangebied zich niet in een stiltegebied (zie figuur 2.3). Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op circa 4,6 kilometer van het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch ligt op circa 15,8 kilometer. De dichtstbijzijnde delen van het Natuurnetwerk bevinden zich op een afstand van circa 135 meter (zie figuur 2.4).

6/21

Figuur 2.2 Grondwaterbeschermings- en waterwingebieden nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)

Figuur 2.3 Stiltegebieden ten opzichte van plangebied (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)

7/21

Figuur 2.4 Natura 2000 en NNN nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)

8/21

2.2

Kenmerken van het project

Het is de bedoeling om bij nieuwe ontwikkelingen en transformaties de IJsseldijk als historisch lint te versterken. De diverse (historische) boerderijen met erven langs de dijk zijn kenmerkend zowel in de architectuur als de ruimtelijke opzet. Het principe van deze oorspronkelijke bebouwingstypologie van boerenerven moet op deze locatie op een bijzondere manier terugkomen. De ontwikkeling op deze locatie moet een duidelijke link naar het historische karakter van de IJsseldijk krijgen, waarin de opzet van een boerenerf of boerenerven als uitgangspunt wordt gebruikt bij nieuwe ontwikkelingen, zonder dat dit een sterk historisch karakter krijgt. Historische karakter Het historisch karakter is door enkele elementen duidelijk te herkennen. Op de eerste plaats liggen erven evenwijdig aan het slagenlandschap. Dit is een lijn die refereert naar het verleden, die op veel plekken nog altijd te herleiden is. De erven liggen onder aan de dijk of aan de overzijde direct langs de Kerkdreef. De bebouwing bestaat uit een voorhuis met schuurvolumes. Soms komt het voor dat het voorhuis als dijkwoning aan de IJsseldijk staat. Het erf wordt ontsloten door een duidelijke inrit. Aan weerszijden van deze inrit komt beplanting voor, in de vorm van hagen en optioneel met bomen.

Het erf Het (boeren)erf langs de IJsseldijk heeft enkele terugkerende eigenschappen waar het plan voor de Kerkdreef ook aan moet voldoen. Het erf wordt gepresenteerd naar de weg door middel van het voorhuis. Dit voorhuis is qua maat duidelijk te onderscheiden van de rest van de erfbebouwing. De maten van de bouwvolumes op het erf verschillen overigens sowieso in grootte, waarbij een prominenter voorhuis wordt omgeven door lagere maar langere 'schuurvolumes' met een eenvoudige hoofdvorm. Optioneel is de toevoeging van één extra bijzonder gebouw waarin o.a. bergingen geclusterd kunnen worden opgenomen en gezamenlijke activiteiten kunnen plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan kan zijn de typologie van een 'hooiberg'. De indeling van het erf of de erven is naar wens in te vullen. Wel moet, wanneer het boerenerfprincipe uitgewerkt wordt, als woonvorm de volgende onderdelen in het plan verwerkt worden. Op de eerste plaats is het boerenerf een semiopenbaar gebied. Het is niet de bedoeling dat het plangebied met een hekwerk volledig omheind wordt. Erfafscheidingen met een hoogte van maximaal 2 m mogen enkel zichtbaar zijn aan de achterkant. Binnen het plangebied zijn andere vormen van erfafscheidingen niet toegestaan. Het verbod hierop zal in een privaatrechtelijke overeenkomst worden geregeld middels een kettingbeding tussen de gemeente en koper.

Dit verbod zorgt ervoor dat het semiopenbare karakter binnen het plangebied blijft gewaarborgd. Op het erf is verder ruimte voor een collectieve (moes)tuin of boomgaard en wordt verharding geminimaliseerd. Bebouwing De bouwblokken op het erf hebben een karakteristieke lage gootlijn samen met een relatief groot kapvlak. Het kapvlak van de schuurvolumes heeft doorgaans geen dakkapel(len). Voor de schuurvolumes geldt een goothoogte van maximaal 4,5 m en een nokhoogte van maximaal 9 m. Voor de voorhuizen geldt een goothoogte van maximaal 5,5 m een en nokhoogte van maximaal 10,5 m. Bij de verdere uitwerking wordt beoordeeld welke hoogten in onderlinge samenhang leiden tot een optimaal ontwerp op het erf. Er is in totaal plaats voor maximaal 25 woningen op het deel langs de Kerkdreef in een mix van typologieën/categorieën waaronder vrijstaand, rijen en appartementen. Parkeren Auto's worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Dit betekent dat of inpandig geparkeerd wordt of centrale parkeerhofjes gerealiseerd worden waarin de parkeervoorzieningen landschappelijk zijn ingepast. Clustering nabij de entree heeft

9/21

de voorkeur om zo min mogelijk autoverkeer in het buurtje te genereren. Verder zullen de mogelijkheden voor deelmobiliteit worden onderzocht bij de verdere uitwerking van dit plan. Bergingen Bergingen worden geclusterd in het bijzondere collectieve gebouw ondergebracht dan wel in de schuurvolumes bij de woningen ingepast. Het plaatsen van losse bergingen/schuurtjes bij woningen is niet de bedoeling. Collectieve centrale bergingen dan wel een fietsenstalling zijn goed mogelijk als onderdeel van het erfensemble. Een collectief gebouw (met bijvoorbeeld bergingen) mag maximaal 200 m2 bedragen. De goothoogte bedraagt maximaal 3 m en de nokhoogte maximaal 5 m.

GEBRUIK NATUURLIJKE HULPBRONNEN EN PRODUCTIE VAN AFVALSTOFFEN Natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt tijdens de bouw en het gebruik van de ontwikkeling. Het betreft hier natuurlijke hulpbronnen als energie, water en grondstoffen. Dit zou echter op elke willekeurige locatie het geval zijn. De gevolgen hiervan zijn van dusdanig beperkte omvang, dat hierdoor geen beslag wordt gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Het ontstaan van afval tijdens de bouw van de ontwikkeling is vanzelfsprekend. Bouwafval wordt zoveel mogelijk hergebruikt of afgevoerd naar een erkende verwerker. Het afval van de medewerkers zal volgens de geldende regelgeving worden gerecycled/verwerkt. Dit zou op elke locatie het geval zijn. Er is geen aanleiding om dit aspect nader te laten onderzoeken in het kader van het opstellen van een milieueffectrapport.

VERONTREINIGING, HINDER, RISICO VAN ZWARE ONGEVALLEN EN RAMPEN, RISICO’S VOOR DE MENSELIJKE GEZONDHEID Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

CUMULATIE MET ANDERE PROJECTEN Er zijn geen concrete ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van het plangebied, die samenhangen met de ontwikkelingen in het plangebied. Er is daarom geen sprake van een cumulatie van milieueffecten vanwege omliggende projecten.

10/21

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUGEVOLGEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen en trends. De referentiesituatie bestaat uit braakliggende gronden. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld en de in dat kader uitgevoerde onderzoeken.

3.1

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie Met behulp van de kencijfers uit CROW publicatie 381 wordt de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling gedurende een gemiddelde weekdag berekend. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is echter de werkdagintensiteit maatgevend. Conform CROW publicatie 381 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 gehanteerd. In tabel 3.1 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling berekend. Tabel 3.1 De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling

Functie Aantal Kencijfer Weekdag (mvt/etmaal) Werkdag (mvt/etmaal) Koop, huis, tussen/hoek 17 woningen 7,1 per woning 120,7 133,98 Koop, appartement, duur 8 woningen 7,1 per woning 56,8 63,05 Totaal 177,5 mvt/etmaal 197,03 mvt/etmaal De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 178 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Omgerekend naar werkdagintensiteiten betekent dit een verkeerstoename van 197 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie gedurende het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als standaard vuistregel aangehouden dat gedurende het drukste spitsuur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling komt dit neer op een toename van (197 x 0,1 =) 20 mvt/uur. Verkeerstoedeling Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer is gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Vanaf het plangebied wordt 90% (18 mvt/uur) vanaf het plangebied ontsloten via de aansluiting van de Kerkdreef op de Dokter W.M. Blomsingel aan de noordoostelijke zijde van het plangebied.

De overige 10% (2 mvt/uur) van het gegenereerde verkeer wordt over de Kerkdreef in zuidwestelijke richting afgewikkeld naar het kruispunt Kerkdreef – Burgemeester Aalberslaan – Boezemdreef, vanaf waar het verkeer via de Burgemeester Aalberslaan over de IJsseldijk wordt afgewikkeld. Op de Dokter W.M. Blomsingel wordt 30% (6 mvt/uur) van het gegenereerde verkeer in noordoostelijke richting ontsloten. De overige 60% (12 mvt/uur) wordt in zuidwestelijke richting afgewikkeld naar het kruispunt Dokter W.M. Blomsingel – Burgemeester Aalberslaan – Noorderstraat. Op deze kruising wordt 40% (8 mvt/uur) over de Burgemeester Aalberslaan in zuidoostelijke richting ontsloten en 20% (4 mvt/uur) over de Noorderstraat in zuidwestelijke richting. In figuur 3.1 is de beoogde verkeersafwikkeling van het plangebied weergegeven.

11/21

Figuur 3.1 De beoogde verkeerstoedeling van het gegenereerde verkeer

Beoordeling verkeersafwikkeling De hoogste verkeerstoename vindt plaats op de Kerkdreef, bij de aansluiting op de Dokter W.M. Blomsingel, waar de beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 16 mvt/uur. Dit komt neer op een toename van circa 1 voertuig per 4 minuten. Deze toename is dermate laag dat wordt geconcludeerd dat de invloed van de beoogde ontwikkeling op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen verwaarloosbaar is. Beoordeling verkeersveiligheid Zowel aan de Kerkdreef als aan de Boezemdreef zijn scholen gevestigd die leiden tot extra fietsverkeer. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is echter dusdanig beperkt dat niet wordt verwacht dat het fietsverkeer wordt gehinderd ten gevolge van het plan. Op de Kerkdreef zijn geen aanpassingen aan de weginrichting vereist als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Aanpassingen aan de verkeersstructuur zijn al doorgevoerd in het kader van de basisschool. Zo is bij de kruising van de Dokter W.M. Blomsingel met de Dokter Aalberslaan een stopstreep getrokken en een drempel aangelegd. Daarnaast is er een voetgangersoversteekplaats met verkeersbrigadiers en is de Kerkdreef ingericht als een eenrichtingsweg tussen het plangebied en de Burgemeester Aalberslaan. Hieruit volgt dat de verkeersveiligheid op het omliggende wegennet zelfs na toevoeging van de planontwikkeling gewaarborgd blijft.

Parkeren Zoals omschreven in de 'Verkeer- en vervoersvisie Krimpen aan den IJssel (herziening 2020)' sluit de parkeernormering van de gemeente Krimpen aan den IJssel aan bij de CROW kencijfers. Tabel 3.2 toont de parkeerbehoefte van de geplande woningbouw. Tabel 3.2 De normatieve parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling

Functie

Aantal

Kencijfer Bewoners tus- 17 woningen 1,6 per woning

Koop, huis, sen/hoek Koop, appartement 8 woningen duur Totaal

12/21

1,7 per woning

Parkeerbehoefte Bezoekers Bewoners (pp) Bezoekers (pp) Totaal (pp) 0,3 per woning 27,2 5,1 32,3 0,3 per woning 13,6

2,4

16

40,8

7,5

48,3

Op basis van de bovenstaande tabel bedraagt de normatieve parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling 48 parkeerplaatsen. Een deel van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling wordt opgevangen met dezelfde parkeerplaatsen die nu voor de Admiraal de Ruyterschool worden ingezet. Daarom moet ook de parkeerbehoefte van de school worden bepaald. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de Admiraal de Ruyterschool wordt de school gedefinieerd als 'basisonderwijs', met 16 klaslokalen. De berekende parkeerbehoefte is weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 De parkeerbehoefte van de Admiraal de Ruyterschool

Functie Basisonderwijs

Aantal 16 klaslokalen

Kencijfer 0,75 per klaslokaal

Parkeerbehoefte (pp) 12

De parkeerbehoefte van de Admiraal de Ruyterschool bedraagt 12 parkeerplaatsen. Bijgevoegd aan de parkeerbehoefte van het plangebied leidt dit tot een totale normatieve parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen. Dubbelgebruik Bij het berekenen van de normatieve parkeerbehoefte is nog geen rekening gehouden met het toepassen van dubbelgebruik. Binnen de totale parkeerbehoefte zijn meerdere doelgroepen aanwezig, waarvan de parkeerbehoefte verschilt per weekmoment. Voor het bepalen van het maatgevende weekmoment is gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages per doelgroep uit CROW publicatie 381. In tabel 3.4 zijn de gehanteerde aanwezigheidspercentages weergegeven. Vervolgens is in tabel 3.5 de parkeerbehoefte per weekmoment bepaald. Tabel 3.4 De gehanteerde aanwezigheidspercentages conform CROW publicatie 381

Werkdag Werkdag ochtend middag

Werkdag avond

Werkdag nacht

Koop- Zaterdag mid- Zaterdag avond dag avond

Zondag middag

Woningen bewoners

50%

50%

90%

100%

80%

60%

80%

70%

Woningen bezoekers

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

Dagonderwijs

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Tabel 3.5 De parkeerbehoefte van het plangebied per weekmoment

Werk- Werkdag Werkdag Werkdag Koopavond Zaterdag Zaterdag Zondag dag och- middag avond nacht middag avond middag tend Bewoners rijtjeshuizen

13,60

13,60

24,48

27,20

21,76

16,32

21,76

19,04

Bezoekers rijtjeshuizen 0,51

1,02

4,08

0,00

3,57

3,06

4,08

3,57

Bewoners appartemen- 6,8 ten

6,8

12,24

13,6

10,88

8,16

10,88

9,52

Bezoekers appartemen- 0,24 ten

0,48

1,92

0

1,68

1,44

1,92

1,68

Dagonderwijs

12,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

13/21

12,00

Totaal

33,15

33,9

42,72

40,8

37,89

28,98

38,64

33,81

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat het maatgevende moment de werkdag avond is. Gedurende deze periode bedraagt de parkeerbehoefte 43 parkeerplaatsen. Parkeeraanbod Het totale aanbod bestaat uit de volgende onderdelen: ● Binnen de beoogde ontwikkeling worden 20 parkeerplaatsen gerealiseerd in geclusterde parkeerplaatsen; ● Zes van de beoogde woningen worden voorzien van een eigen garage. Conform CROW publicatie 381 staat één garagebox gelijk aan 0,5 reguliere parkeerplaatsen. Dit betekent dat het totaal parkeeraanbod binnen het plangebied toeneemt met (6 x 0,5 =) 3 parkeerplaatsen. ● Langs de Kerkdreef zijn in de bestaande situatie reeds 33 parkeerplaatsen aanwezig die worden ingezet voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de Admiraal de Ruyterschool. Hiervan zijn er slechts ca. 12 op werkdagen overdag in gebruik, en 0 in de overige uren wanneer woningen juist het meest parkeerdruk genereren.

Figuur 3.2 Het parkeeraanbod in de toekomstige situatie (de aangekruiste parkeervakken in openbaar gebied zijn niet meegenomen in de berekening, maar dienen als reservecapaciteit, die eventueel aanvullend zou kunnen worden ingezet in de toekomst)

De beoogde ontwikkeling voorziet in totaal in de realisatie van (20 x 3 =) 23 parkeerplaatsen. In combinatie met de 33 bestaande parkeerplaatsen bedraagt het totale parkeeraanbod binnen het plangebied 56 parkeerplaatsen. Met een parkeervraag van 43 parkeerplaatsen inclusief dubbelgebruik is binnen het plangebied gedurende het maatgevende moment (werkdag avond) een restcapaciteit van 13 parkeerplaatsen aanwezig. Deelmobiliteit De verkeers- en vervoersvisie van de gemeente krimpen aan den IJssel is het kader voor de parkeerregulering. Hierbinnen is vooralsnog geen specifieke regeling opgenomen voor het verlagen van de parkeerbehoefte door middel van het inzetten van deelmobiliteit. Tevens is een dergelijke reductie niet noodzakelijk voor de beoogde ontwikkeling, aangezien ruim aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid kan in de verdere uitwerking van het plan worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14213585/1